Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-07 nr. 1646

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1646 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2019

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 4 en 5 december 2019 te Brussel.

Het verslag van de Eurogroep in inclusieve samenstelling van 4 december jl. heeft u reeds separaat ontvangen (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1642) voorafgaand aan de plenaire vergadering met de Minister-President op 10 december in voorbereiding op de Eurotop van 13 december (Handelingen II 2019/20, nr. 34, debet over de Europese Top van 12 en 13 december 2019.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Verslag Eurogroep en Ecofinraad 4 en 5 december 2019

Eurogroep

Griekenland: vierde Enhanced Surveillance rapport

De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen van de vierde missie in het kader van Enhanced Surveillance (verscherpt toezicht) naar Griekenland. De missie, waaraan naast de Europese Commissie ook de ECB, het ESM en het IMF deelnamen, heeft plaatsgevonden van 23 tot 26 september jl. Het rapport van de Europese Commissie is op 20 november jl gepubliceerd.1

De toon van het rapport is positief en de Europese Commissie geeft aan dat het contact met de nieuwe regering als goed wordt ervaren. Griekenland heeft de noodzakelijke acties ondernomen om de afspraken voor midden 2019 te bereiken. Verder geeft het rapport aan dat er over 2019 een primair begrotingssurplus van 3,8% bbp zal worden gehaald, boven de gemaakte afspraken van 3,5%, en wordt verwacht dat de conceptbegroting voor 2020 zal resulteren in een primair surplus van 3,5%. Daarbij blijven er net als in april wel aandachtpunten, zoals het wegwerken van binnenlandse betalingsachterstanden van de overheid (aan bijvoorbeeld huishoudens, bedrijven en lokale overheden), het doorvoeren van maatregelen om onderbesteding van het publieke investeringsbudget te voorkomen en het reduceren van niet-presterende leningen (NPLs).

Elk halfjaar wordt op basis van de missie in het kader van Enhanced Surveillance door de Eurogroep beoordeeld of Griekenland aan de afgesproken hervormingen heeft voldaan, zodat de lidstaten kunnen besluiten of de schuldmaatregelen, zoals afgesproken in de Eurogroep van juni 20182, kunnen worden geactiveerd. Op basis van het voorliggende rapport en een nadere toelichting van de Europese instellingen en Griekenland heeft de Eurogroep geconcludeerd dat de schuldmaatregelen kunnen worden geactiveerd, zoals ook weergegeven in een Eurogroepverklaring.3Daarin is tevens opgenomen dat Griekenland zich committeert aan de verdere implementatie van de hervormingen, en in het bijzonder ten aanzien van de reductie van betalingsachterstanden, privatiseringen en personeelswerving in de publieke sector. De schuldmaatregelen betreffen een uitkering van SMP/ANFA-middelen en het niet door laten gaan van een renteopslag van 200 basispunten op een deel van de EFSF-lening, samen met een totale waarde van 767 miljoen euro. Tenslotte is in de Eurogroepverklaring opgenomen dat op technisch niveau zal worden gekeken naar de mogelijke inzet van SMP/ANFA middelen voor de financiering van investeringen.

Cyprus post-programmasurveillance – 7de review

De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen van de zevende missie in het kader van post-programmasurveillance (PPS) naar Cyprus.4 De missie in het kader van PPS, waaraan de Europese Commissie, de ECB en het ESM en het IMF deelnamen heeft plaatsgevonden op 16 en 20 september jl. Het doel van PPS is om de economische, budgettaire en financiële ontwikkelingen van een land dat financiële steun heeft ontvangen te monitoren, om zodoende de terugbetaalcapaciteit te beoordelen.

Uit het rapport blijkt dat de economische groei sterk blijft door aanhoudende binnenlandse vraag, maar geleidelijk zal matigen als een gevolg van externe economische factoren. Voor de jaren 2019 tot en met 2021 wordt er een begrotingsoverschot verwacht, al zal dit enigszins afnemen als een gevolg van stijgende gezondheidskosten en personeelskosten. De overheidsschuld zal in de loop van de tijd afnemen, maar het blijft in het kader van schuldhoudbaarheid van belang dat de uitgavenkant van de begroting in toom wordt gehouden. Met betrekking tot de bankensector blijven de niet-presterende leningen (NPLs), ondanks de recente daling, nog bijzonder hoog. De NPL-reductie en het verbeteren van de winstgevendheid van de bankensector blijven prioriteiten voor de Cypriotische overheid. Daarnaast blijven structurele hervormingen nodig als aanjager van economische groei en de veerkracht daarvan. Voorbeelden van benodigde hervormingen zijn het versterken van het juridisch apparaat, het verbeteren van insolventiewetgeving, het versnellen van privatiseringen en het hervormen van de publieke sector. De volgende PPS-missie naar Cyprus zal plaatsvinden in de lente van 2020.

Spanje post-programmasurveillance – 12de review

De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen van de twaalfde missie in het kader van post-programmasurveillance (PPS) naar Spanje.5 De missie in het kader van PPS, waaraan de Europese Commissie, de ECB en het ESM deelnamen, heeft plaatsgevonden op 8 en 9 oktober jl. Het doel van PPS is om de economische, budgettaire en financiële ontwikkelingen van een land dat financiële steun heeft ontvangen te monitoren, om zodoende de terugbetaalcapaciteit te beoordelen.

Uit het rapport blijkt dat Spanje relatief hoge economische groei kent boven het gemiddelde in de EU en dat dit naar verwachting de komende periode zo zal blijven. Wel zal deze groei langzaam matigen. De werkloosheid in het land blijft dalen en zal naar verwachting 13% bereiken in 2021. De Spaanse bankensector is winstgevend en de banken hebben voldoende liquiditeit en kapitaal. Daarbij blijven er wel risico’s. De winst van Spaanse banken kan in de toekomst onder druk komen te staan door de lage rente-omgeving en het matigen van de economische groei van Spanje. Het niveau van niet-presterende leningen (NPL’s) ligt in Spanje nog net boven het gemiddelde in de EU en verdere aandacht voor reductie blijft daarom wenselijk. De volgende PPS missie naar Spanje zal plaatsvinden in de lente van 2020.

Beoordeling ontwerpbegrotingen en de budgettaire situatie van de eurozone als geheel

De Eurogroep heeft gesproken over de ontwerpbegrotingen voor 2020 die de eurolanden medio oktober hebben ingediend en de opinies van de Europese Commissie over deze ontwerpbegrotingen.6 Dit is het zevende jaar dat Eurozonelidstaten een concept ontwerpbegroting indienen.7

De Europese Commissie heeft in de Eurogroep haar opinies toegelicht. De Europese Commissie is kritisch richting Italië, Spanje, België, Frankrijk, Portugal, Finland, Slowakije en Slovenië vanwege hun zogeheten «risk of non-compliance» met de eisen van de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groei Pact (SGP). Daarnaast waarschuwt de Europese Commissie dat Italië, Spanje, België en Frankrijk een risico lopen niet aan de eisen van de correctieve arm van het SGP te voldoen als ze hun schulden niet voldoende afbouwen of hun structurele saldo niet voldoende verbeteren. Verder classificeert de Europese Commissie Letland en Estland als «broadly compliant» met de eisen van het SGP. De Europese Commissie concludeert dat de ontwerpbegrotingen van Nederland, Duitsland, Ierland, Griekenland, Cyprus, Litouwen, Luxemburg, Malta en Oostenrijk voldoen aan de eisen van het SGP.

De Europese Commissie heeft verder aangegeven een positieve trend te zien in de afbouw van publieke schulden in de eurozone als geheel. De Europese Commissie onderstreept het belang voor individuele lidstaten met een hoge schuld om deze verder af te bouwen en moedigt lidstaten met budgettaire ruimte aan om meer te investeren.

Verschillende lidstaten ondersteunden de boodschap van de Europese Commissie, met name dat hoge schulden verder afgebouwd dienen te worden. Nederland heeft aangegeven dat het belangrijk is dat lidstaten die mogelijk significant afwijken van de begrotingsvereisten maatregelen nemen om dit te voorkomen. Ook heeft Nederland benadrukt dat de Commissie haar rol als hoedster van de verdragen dient te vervullen. Nederland heeft uitgedragen dat het SGP primair gericht is op het bereiken en behouden van gezonde overheidsfinanciën en dat structurele begrotingsinspanningen nodig zijn om de budgettaire en economische fundamenten van lidstaten te versterken, met name in lidstaten met hoge schuldniveaus. Daarbij heeft Nederland ook gewezen op het belang van het doorvoeren van structurele economische hervormingen door lidstaten, die nodig zijn om het groeipotentieel van nationale economieën te verhogen. Verder heeft Nederland toegelicht dat dit kabinet al veel meer investeert.

De Eurogroep heeft net als voorgaande jaren na afloop van de bespreking een verklaring gepubliceerd, waarin de Eurogroep onder andere de risico’s omtrent de lage groei in de Eurozone noemt en benadrukt dat de landen gebruik moeten maken van de lage rentestand om hun schulden verder af te bouwen.8

Werkprogramma Eurogroep voor het eerste halfjaar van 2020

In de Eurogroep is het werkprogramma voor de Eurogroep van het eerste halfjaar van 2020 goedgekeurd.9 Voor de Eurogroep wordt altijd per half jaar een werkprogramma opgesteld met de onderwerpen die waarschijnlijk besproken zullen worden per vergadering. Dit draagt bij aan meer langetermijnfocus en kan helpen bij het voorbereiden van de discussies. Terugkerende onderwerpen zijn de terugkoppeling van post-programma surveillancemissies (voor Ierland, Portugal, Cyprus, Spanje en Griekenland), discussies rond het Europees semester en discussie over de toekomst van de EMU.

Overige onderwerpen (herbenoeming Hans Vijlbrief)

In de Eurogroep is Hans Vijlbrief herbenoemd tot voorzitter van de Eurogroepwerkgroep (EWG)10 voor zijn tweede termijn van twee jaar. Nederland is tevreden met het werk van dhr. Vijlbrief en verwelkomt deze herbenoeming ten zeerste.

Eurogroep in inclusieve samenstelling11

Voorbereiding rapport verdieping van de Economische en Monetaire Unie aan de regeringsleiders

De Eurogroep heeft in inclusieve samenstelling gesproken over de verdieping van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Daarbij is stilgestaan bij de versterking van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), versterking van de Bankenunie inclusief een Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS), en een begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen voor eurolanden (BICC). De Eurogroep was door de Eurotop van 21 juni jl. verzocht om in inclusieve samenstelling te blijven doorwerken aan deze onderwerpen.12

Naar aanleiding van de bespreking heeft de voorzitter van de Eurogroep, Mário Centeno, een brief gestuurd aan de voorzitter van de Eurotop, Charles Michel (zie als bijlage bijgevoegd)13. Hieronder worden per onderwerp de belangrijkste conclusies weergegeven.

ESM

In juni 2019 heeft de Eurogroep een principeovereenkomst gesloten over de wijzigingen in het ESM-verdrag, waarbij de afspraken van december 2018 zoals vastgelegd in de term sheet voor de hervorming van het ESM geïmplementeerd zijn. Destijds was een aantal werkstromen dat invulling moest geven aan de afspraken uit december nog niet afgerond en waren enkele aanpalende documenten nog niet gereed.14 Voor een volledig overzicht van de aanpalende documenten verwijs ik naar mijn recente brief over het ESM-proces van 25 november jongstleden.15

Afgelopen Eurogroep is een politiek principe-akkoord bereikt op deze aanpalende documenten. Het voldoet goed aan de Nederlandse inzet en is geheel in lijn met de afspraken uit december 2018 en juni 2019 waar Nederland zeer tevreden over was.

Afhankelijk van de specifieke aard van het document en eventuele aanvullende technische checks zullen de documenten, die niet formeel kunnen worden goedgekeurd totdat de overeenkomst tot aanpassing van het ESM-verdrag is geratificeerd, zo snel mogelijk publiek worden gemaakt. De diverse gemaakte afspraken zullen ook worden verwerkt in de leenovereenkomst tussen de SRB en het ESM, die na activering van de backstop kan worden getekend.

Als onderdeel van de discussie over de documenten is gesproken over een nominaal plafond voor de achtervang. In december 2018 is afgesproken dat de gemeenschappelijke achtervang even groot zal zijn als de omvang van het bankresolutiefonds (SRF) in 2023, die 1% van de door nationale depositogarantiestelsels gedekte bankdeposito’s van de eurozonelanden beslaat. Om de leencapaciteit van het ESM voor andere instrumenten, zoals landenprogramma’s, te beschermen is besloten het nominaal plafond op 68 miljard euro vast te stellen. Daarnaast is afgesproken dat de Raad van gouverneurs voor het eind van 2023 een eerste evaluatie van de hoogte van dit plafond zal bespreken. Een besluit om het plafond aan te passen kan alleen met eenparigheid van stemmen genomen worden.

Als onderdeel van de discussie over de documenten heeft de Eurogroep ook een akkoord bereikt over de informatievoorziening tussen de SRB en het ESM in het geval dat de SRB een aanvraag doet voor een lening uit de gemeenschappelijke achtervang. In december 2018 is afgesproken dat door de Raad van bewind van het ESM in de regel binnen 12 uur, en in complexe afwikkelingsoperaties binnen 24 uur, over een aanvraag moet worden besloten. Een dergelijke korte tijdsduur stelt hoge eisen aan de volledigheid, relevantie en begrijpelijkheid van de informatie, waarvan ook de vertrouwelijkheid voldoende zal moeten worden gewaarborgd. De afspraken over de informatievoorziening zullen worden verwerkt in één van de aanpalende documenten: het specifieke richtsnoer voor de achtervang. Deze afspraken zullen ook worden meegenomen bij de aanpassing van het nationale informatieprotocol, zoals reeds aangegeven in mijn recente brief over het ESM-proces van 25 november jongstleden.16

De Eurogroep heeft ook besloten tot een additionele verandering in het ESM-verdrag zelf. Het ESM heeft, als onderdeel van een technische analyse van het verdrag, geconcludeerd dat het wenselijk is om de bestaande clausule die het mogelijk maakt om de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) samen te voegen met het ESM, aan te passen. Hiertoe zal een toevoeging worden gedaan op het bestaande artikel 40 van het ESM-verdrag. Op dit moment maakt dit artikel alleen een overdracht van het EFSF naar het ESM mogelijk als landen daarbij ook nieuw eigen vermogen overboeken aan het ESM. De Eurogroep heeft besloten hieraan de mogelijkheid toe te voegen dat dit ook zonder het overboeken van nieuw eigen vermogen kan, door alleen de reeds aan het EFSF verstrekte garanties mee te verhuizen naar het ESM. Dit is een technische wijziging om de reeds bestaande optie voor overdracht van het EFSF aan het ESM op een andere manier te realiseren, mocht daar in de toekomst toe worden besloten.

De Eurogroep heeft gesproken over collective action clauses (CAC’s) met single limb aggregation. In het kader van het verbeteren van het raamwerk voor schuldhoudbaarheid is in de principeovereenkomst van juni 2019 opgenomen dat de ESM-leden per 2022 dergelijke CAC’s op zullen nemen in de voorwaarden van de staatsobligaties. Een inhoudelijke toelichting hierop vindt u in de geannoteerde agenda van de afgelopen Eurogroep.17 Afgelopen Eurogroep is een principeakkoord bereikt over de gedetailleerde voorwaarden voor de CAC’s, die het afgelopen half jaar zijn uitgewerkt. De komende maand zal worden benut om te kijken hoe deze gedetailleerde voorwaarden het best kunnen worden geïmplementeerd. De vraag die daarbij op tafel ligt is of de overeenkomst over de gedetailleerde voorwaarden zelf reeds afdoende is, of dat het zinvol is om deze voorwaarden als annex aan het gewijzigde ESM-verdrag te hechten. Afhankelijk van de uitkomst van deze discussie zullen nog aanvullende technische aanpassingen aan het ESM-verdrag moeten worden gemaakt.

Als er voldoende duidelijkheid is over de beste manier van implementatie van de nieuwe CAC’s, zal een datum worden vastgesteld voor het tekenen van de formele wijzigingsovereenkomst voor de aanpassing van het ESM-verdrag. Mijn verwachting is dat deze overeenkomst in het voorjaar van 2019 kan worden getekend. Voor verdere het proces omtrent de wijzigingsovereenkomst en de aanpalende documenten verwijs ik u ook naar mijn procesbrief over het ESM van 25 november jongstleden.18

Tot slot zijn in de Eurogroep de hoofdlijnen van beperkte wijzigingen van de intergouvernementele overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (IGA) overeengekomen. Deze aanpassingen van de IGA zijn alleen nodig indien de overeengekomen gemeenschappelijke achtervang voor het SRF eerder dan eind 2023 wordt ingevoerd. Reeds in 2016 is afgesproken dat de achtervang vervroegd kan worden ingevoerd bij voldoende risicoreductie. De politieke beslissing hierover zal in op zijn vroegst in 2020 worden genomen op basis van een rapport van de instellingen over de voortgang van risicoreductie. Zoals bekend vereist het daadwerkelijk instellen van de gemeenschappelijke achtervang na de wijziging van het ESM-verdrag een los unaniem besluit van de Raad van gouverneurs.

De huidige IGA schrijft voor dat tot eind 2023 de leningen die de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (SRB) aangaat uitsluitend terugbetaald worden door de banken in het land van de bank die met behulp van deze geleende middelen wordt afgewikkeld (daarna, vanaf 2024, betalen alle banken in de bankenunie deze leningen terug). Om de effectiviteit van de overeengekomen achtervang in het geval van vervroegde invoering zeker te stellen, is overeengekomen de terugbetaling van leningen uit het achtervang gedeeltelijk te mutualiseren. Doel van die aanpassing is dat de gehele Europese bankensector bij een vervroegde invoering van de achtervang kan bijdragen aan de terugbetaling van leningen voor een resolutiecasus. Er zijn voor Nederland belangrijke beperkingen aan deze mutualisatie overeengekomen. Ten eerste zal er sprake zijn van een eerste bijdrage in de terugbetaling door de banken in de lidstaat waar de resolutie plaatsvindt (in eerste instantie 30% van de maximale ex post bijdragen die de SRB van die banken mag vragen en daarna stapsgewijs lager). Ten tweede zal de gemutualiseerde bijdrage in eerste instantie beperkt zijn tot 70% van de maximale ex post bijdragen die de SRB van alle Europese banken mag vragen (en daarna stapsgewijs hoger). Beide mutualisatiepaden liggen lager dan het bestaande mutualisatiepad van het gebruik van het SRF zelf. Ten derde zal de mutualisatie begrensd worden door de omvang van de backstop in de transitionele fase. Door deze drie beperkingen blijft de eerste verantwoordelijkheid tot het einde van 2023 bij de bankensector van het land waar de resolutiecasus plaatsvindt en gaat de mogelijk versnelde mutualisatie in het geval van vervroegde invoering niet sneller dan noodzakelijk om de overeengekomen gemeenschappelijke achtervang volledig effectief te kunnen benutten.

Er is nog niet overeengekomen wanneer de beperkte IGA-wijzigingen geratificeerd zullen worden. Omdat ratificatie van de wijzigingen zorgvuldig en via alle parlementen moet verlopen kan dit de nodige tijd in beslag nemen. Daarom lijkt het waarschijnlijk dat diverse landen zullen bepleiten de ratificatie reeds te starten voordat er wordt besloten over de eventuele eerdere invoering van de achtervang. Nederland zal hier alleen mee akkoord gaan als de wijzigingen zo geformuleerd worden dat ze alleen effect krijgen bij een formeel besluit tot eerdere invoering van de achtervang. Het instellen van de achtervang vergt een separate unanieme beslissing van de gouverneurs van het ESM.

Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS)

Het afgelopen jaar is door een hoogambtelijke werkgroep (High Level Working Group; HLWG) gekeken naar de uitwerking van een nieuwe routekaart voor de Bankenunie, op basis van de routekaart uit 2016. Daarbij is gekeken naar het functioneren van de Bankenunie en de verschillende opties om deze verder te versterken, inclusief een Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS), de behandeling van staatsobligaties op bankbalansen en mogelijke verbeteringen in het toezicht- en resolutieraamwerk. De voorzitter van de HLWG heeft op 3 december de routekaart op persoonlijke titel gezonden aan de voorzitter van de Eurogroep19. De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen van de HLWG.

Nederland heeft ingebracht dat het een EDIS als sluitstuk van de bankenunie ziet en vasthoudt aan de routekaart uit 2016. Daarbij heeft Nederland wederom aangegeven dat van belang is dat voordat daadwerkelijk risicodeling plaatsvindt via een EDIS, stappen worden gezet om de risico’s van staatsobligaties beter te wegen op bankbalansen. Ook acht Nederland het van belang dat er een gezondheidstoets (asset quality review; AQR) wordt uitgevoerd op bankbalansen.

De Eurogroep heeft geconcludeerd dat verder technisch werk nodig blijft en heeft de HLWG daarom gemandateerd om verder te werken aan alle elementen van de Bankenunie, inclusief een EDIS, en conclusies daarover in juni 2020 opnieuw te rapporteren.

Begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC)

De Eurogroep is kort geïnformeerd over de voortgang ten aanzien van de uitwerking van het begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC). Tijdens de Eurogroep van 13 juni en 9 oktober zijn er afspraken gemaakt over diverse kenmerken van het BICC, welke zijn vastgelegd in term sheets.20

Deze afspraken zullen zoals bekend nader worden vastgelegd in EU-wetgeving door middel van een aanpassing van het Commissievoorstel voor een verordening voor een hervormingsondersteuningsprogramma en een nieuwe verordening voor een governance raamwerk waarvoor de Europese Commissie in juni een voorstel deed. Over beide Commissievoorstellen ontving uw Kamer een BNC-fiche.21 De komende maanden zullen deze verordeningen verder worden uitgewerkt in Raadsverband. Het eindresultaat zal tot stand komen met medebeslissing van het Europees Parlement. De omvang van het BICC zal worden bepaald in de context van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Tijdens de Eurogroep van 9 oktober jl. is afgesproken dat de discussie over de noodzaak, inhoud, modaliteiten en omvang van een eventuele intergouvernementele overeenkomst (IGA) zal doorgaan in ambtelijke voorportalen van de Eurogroep.

Ecofinraad

Ecofin-ontbijt

Tijdens het ontbijt kregen de Ministers een korte terugkoppeling uit de Eurogroep. Ook is het selectieproces toegelicht voor de volgende president van de European Bank for Restructuring and Development (EBRD), die in mei 2020 zal worden benoemd.

A-item – Gedragscodegroep

De Ecofinraad heeft zonder discussie Raadsconclusies aangenomen22 en een halfjaarlijks verslag goedgekeurd23 over de vorderingen van de Gedragscodegroep. Het verslag bevat een stand van zaken betreffende de EU-lijst van non-coöperatieve jurisdicties (ook wel: «zwarte lijst») op belastinggebied.

Versterking van de bankenunie

Het Finse voorzitterschap heeft in de Ecofinraad gerapporteerd over de voortgang ten aanzien van de versterking van de bankenunie.24 Onder het Nederlandse voorzitterschap werd de Europese Commissie op 17 juni 2016 opgeroepen tot het doen van voorstellen op specifieke risicoreducerende maatregelen.25 Dit leidde ertoe dat de Europese Commissie op 23 november 2016 voorstellen deed, te weten het bankenpakket. Alle onderdelen uit het bankenpakket zijn dit jaar definitief afgerond.26 Dit pakket dwingt banken bijvoorbeeld om aanvullende buffers voor bail-in en te allen tijde een minimum aan eigen vermogen aan te houden. Daarmee is aan alle risicoreducerende maatregelen waartoe de Raad de Europese Commissie in 2016 opriep opvolging gegeven. Een overzicht hiervan is terug te lezen in de brief update risicoreductie Europese banken van 26 augustus 2019.27

Raadsconclusies over de evaluatie van de Energiebelastingrichtlijn

Tijdens de Ecofinraad zijn Raadsconclusies aangenomen over de evaluatie van de Energiebelastingrichtlijn.28 De Europese Commissie heeft begin september 2019 een verslag gepubliceerd met daarin de evaluatie van de Energiebelastingrichtlijn. In deze evaluatie geeft de Europese Commissie aan dat het tijd is om deze richtlijn aan te passen omdat deze niet langer in lijn is met ontwikkelingen op het gebied van technologie, de energiemarkten en de EU-wetgeving. De richtlijn stamt uit 2003 en regelt de belastingen op het verbruik van energieproducten en elektriciteit.

In de Raadsconclusies spreekt de Raad steun uit voor het actualiseren van het wetgevend kader voor de belasting van energieproducten en elektriciteit. De Raad nodigt de Europese Commissie ook uit om, bij het opstellen van een voorstel voor de aanpassing van de Energiebelastingrichtlijn, in het bijzonder te kijken naar de reikwijdte van de richtlijn, minimumtarieven en bestaande belastingverlagingen en belastingvrijstellingen.

Veel lidstaten benadrukten dat bij de herziening rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor burgers en de concurrentiepositie van Europese bedrijven. Een aantal lidstaten benadrukte dat laatste aspect vooral in het licht van lucht- en scheepvaart. Andere lidstaten, waaronder Nederland, vinden dat juist kritisch naar de bestaande vrijstelling voor brandstof in deze sectoren moet worden gekeken. De Europese Commissie benadrukte dat het impactassessment dat binnenkort wordt gelanceerd een goed instrument is om te kijken naar de verschillende aspecten die werden benoemd.

Europese financieringsarchitectuur voor ontwikkeling

De Ecofinraad heeft Raadsconclusies aangenomen29 naar aanleiding van het rapport van de Wise Persons Group (WPG)30 over de optimalisatie van de Europese financieringsarchitectuur voor ontwikkeling met speciale aandacht voor de rol van en samenwerking tussen de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), Europese nationale ontwikkelingsbanken (zoals FMO) en de Europese Commissie. In de Raadsconclusies wordt onderschreven dat er ruimte is voor verbetering van de Europese financiële architectuur voor ontwikkeling om deze flexibeler, meer geïntegreerd en strategischer te maken. Ook wordt benadrukt dat de diversiteit en verscheidenheid aan actoren een kracht is van de huidige institutionele inrichting, maar dat dit vraagt om een gepaste coördinatie en sturing vanuit de Europese Commissie en de lidstaten.

De Raad verwelkomt het rapport als een belangrijke bijdrage aan het debat over de inrichting van de Europese financieringsarchitectuur voor ontwikkeling. In de Raadsconclusies worden verschillende korte termijn aanbevelingen van het WPG rapport omarmd en concreter uitgewerkt. Zo wordt de strategische rol van de Raad, met name op het bereiken van ontwikkelingsdoelstellingen, versterkt. Ook wordt de Europese Commissie uitgenodigd om regelmatig de Europese ontwikkelingsfinancieringsinstellingen bijeen te brengen ten behoeve van een verdere harmonisering van strategieën en standaarden. Daarnaast nodigt de Raad de EIB, de EBRD, de Europese Commissie en de Europese dienst voor Extern Optreden (EDEO) uit om voor eind januari 2020 met voorstellen voor concrete verbeteringen van de onderlinge samenwerking te komen ten behoeve van ontwikkelingsimpact.

Wat betreft de langere termijn, concludeerde de Wise Persons dat het wenselijk zou zijn om één EU-ontwikkelingsbank te creëren met als basis: de EBRD (optie 1), een nieuwe instelling (optie 2) of de EIB (optie 3). De Raad onderschrijft het advies van het rapport dat verdere haalbaarheidsstudies nodig zijn om een positie over de voorgelegde opties, waaronder ook een verbetering van de huidige institutionele inrichting, te kunnen bepalen. Daarom verzoekt de Raad de voorbereidende instanties van de Raad om, op basis van een voorstel van de Europese Commissie, de terms of reference (ToR) voor een verdere studie door een onafhankelijke partij voor te bereiden. De ToR zal in het voorjaar van 2020 ter goedkeuring naar de Raad worden gebracht en de uitkomsten van de studie zullen in het najaar van 2020 worden gedeeld met de Raad.

Werkplan klimaatactie

De Ecofinraad heeft een werkplan op klimaatactie goedgekeurd met voorstellen om binnen de Ecofinraad reguliere discussies te voeren, best practices te delen en de impact en rol van verschillende beleidsmaatregelen omtrent klimaatactie te analyseren.31 Voorbeelden van relevante onderwerpen zijn duurzame financiering, carbon pricing, green budgeting en de European Green Deal. Er was brede steun onder de lidstaten voor het belang van betrokkenheid van Ministers van Financiën bij klimaatactie en om specifieke onderwerpen te agenderen met een duidelijk doel.

Stablecoins

De Ecofinraad heeft een gezamenlijke verklaring aangenomen over zogenaamde stablecoins.32 De verklaring is in lijn met de Nederlandse positie ten aanzien van deze stablecoins, namelijk dat de risico’s die (voorstellen voor) stablecoins met zich meebrengen in voldoende mate moeten zijn gemitigeerd, en dat wet- en regelgeving in voldoende mate geschikt moet zijn gemaakt om dergelijke initiatieven te kunnen reguleren, voordat stablecoins in de EU aangeboden mogen worden. Om deze reden is nauwe samenwerking op EU-niveau van groot belang.

Prioriteiten ten aanzien van het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme

In de Ecofinraad zijn Raadsconclusies aangenomen ten aanzien van het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme.33 De Raad verzoekt de Europese Commissie mogelijk nieuwe maatregelen te verkennen om de bestaande regelgeving te versterken.

In de Raadsconclusies staat dat met name gekeken zou moeten worden naar: (i) hoe er kan worden gezorgd voor een doeltreffendere samenwerking tussen de autoriteiten met bevoegdheid voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, onder meer door belemmeringen voor de onderlinge informatie-uitwisseling weg te nemen; (ii) of bepaalde aspecten beter kunnen worden geregeld in een verordening dan in een richtlijn; (iii) welke mogelijkheden, voordelen en nadelen er verbonden zijn aan het verlenen van bepaalde toezichttaken en -bevoegdheden aan een EU-instantie die onafhankelijk is en die direct risicogebaseerd toezicht houdt.

Het beter voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering is één van de speerpunten van de nieuwe Europese Commissie. De noodzaak daarvan blijkt ook uit de post mortem review van juli 2019, waarin de Europese Commissie onderzoek heeft gedaan naar de recente witwasschandalen bij Europese banken.

Nederland heeft aangegeven voorstander te zijn van Europees anti-witwastoezicht en verdere harmonisatie van anti-witwasregelgeving. Nederland hecht er belang aan dat dit Europese anti-witwastoezicht zich niet beperkt tot financiële groepen die grensoverschrijdend opereren, maar tot alle entiteiten die een hoog risico vormen (risicogebaseerde benadering). Daarnaast meent Nederland dat verdere harmonisatie gewenst is. Enkele andere lidstaten gaven aan kritisch te zijn te ten aanzien van het overhevelen van bevoegdheden naar Europees niveau en willen eerst de implementatie van het huidige raamwerk afwachten.

Verdieping van de kapitaalmarktenunie

De Ecofinraad heeft Raadsconclusies aangenomen waarin het belang van verdere verdieping van de Europese kapitaalmarktenunie wordt benadrukt.34 De Commissie wordt opgeroepen om te komen met een nieuwe roadmap voor verdere verdieping van de kapitaalmarktenunie. Daarbij zijn zes principes opgesteld, die grotendeels overeenkomen met de prioriteiten van Nederland.35 De focus ligt hierbij op het verbeteren van de financieringsmogelijkheden voor (mkb-)bedrijven, stimuleren van lange-termijn investeringen en faciliteren van grensoverschrijdende kapitaalstromen. Daarnaast wordt een aantal concrete maatregelen voorgesteld die de Commissie kan onderzoeken. Veel van deze maatregelen komen overeen met de aanbevelingen van de mede door Nederland geïnitieerde werkgroep NextCMU. Zelf is de Commissie inmiddels een high level forum gestart dat naar verwachting in mei 2020 een rapport zal opleveren met aanbevelingen over versterking van de kapitaalmarktenunie.

Duurzame financieringsagenda

De Europese Commissie heeft de Ecofinraad geïnformeerd over haar duurzame financieringsagenda. In 2017 presenteerde de Europese Commissie reeds haar actieplan «duurzame groei financieren». Inmiddels is op twee wetgevende voorstellen uit het actieplan een akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement (EP). Zo werd allereerst in maart van dit jaar overeenstemming bereikt over minimumeisen aan benchmarks die klimaatdoelstellingen nastreven. Met een duurzame benchmark kunnen de prestaties van een beleggingsinstelling of vermogensbeheerder worden vergeleken met een objectieve maatstaf. Een toenemend aantal investeerders gebruikt CO2-arme benchmarks om de prestaties van hun beleggingsportefeuilles te meten. Tevens zijn er stappen gezet ten aanzien van transparantie door middel van het akkoord in de EU op de verordening «Informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstensector». Zo dienen financiële instellingen die namens hun klanten beleggen op grond van deze verordening, transparant te zijn over in hoeverre duurzaamheidsrisico’s zijn geïntegreerd in hun beleggingsbeleid.

De onderhandeling tussen de Raad en het EP over taxonomie beweegt zich richting de eindfase. Het Finse voorzitterschap is op 5 december jl. tot een akkoord op hoofdlijnen gekomen met de onderhandelaars vanuit het EP. Het kabinet hoopt dat de Raad zich nog dit jaar achter een akkoord kan scharen. Over de Nederlandse prioriteiten tijdens de trilogen bent u eerder uitgebreid per brief geïnformeerd.36 Nederland zet in op een objectief, proportioneel en holistisch raamwerk dat groenwassen tegengaat en bijdraagt aan verduurzaming van de financiële sector. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat de uitkomst van deze onderhandeling goed zal aansluiten bij de inzet van Nederland.

De nieuwe Europese Commissie is ambitieus ten aanzien van duurzame financiering en wil verdere stappen zetten op dit terrein. Zo heeft Commissievoorzitter Von der Leyen in het EP aangegeven een duurzaam financieringsplan te gaan voorstellen.37 De Commissie zal met verschillende voorstellen komen en kondigde aan in het derde kwartaal van 2020 met een nieuw actieplan te komen.

Actieplan inzake niet-presterende leningen (NPLs)

De Ecofinraad heeft een terugkoppeling gekregen over de voortgang van het actieplan inzake niet-presterende leningen (NPLs).38 Een groot deel van de actiepunten zijn inmiddels afgerond. Zo is een akkoord bereikt over een minimumniveau van verliesdekking op NPLs. Daarnaast heeft de ECB verwachtingen uitgesproken voor minimumdekking van NPLs en ook zijn door de Europese Bankenautoriteit (EBA) informatiesjablonen gemaakt om de beschikbaarheid van bruikbare data te vergroten. Er lopen nog onderhandelingen over de richtlijn tot bevordering van secundaire markten. Tot slot wordt er nog gewerkt aan beter vergelijkbare indicatoren voor insolventieprocedures.

De omvang van NPLs op bankbalansen is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald, zowel zonder alsook rekening houdend met voorzieningen. Ook lijkt sprake van een groeiend aantal transacties op de secundaire markt voor NPLs. De huidige markt bestaat veelal uit een beperkt aantal gespecialiseerde professionele investeerders. Gezien het hoge risicoprofiel en de benodigde kennis, ligt het ook voor de hand dat alleen professionele investeerders NPLs kopen met risicodragend vermogen.

Implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP)

De Europese Commissie heeft op 7 november jongstleden haar herfstraming gepresenteerd die ook begrotingscijfers omvat.39 In de Ecofinraad is gesproken over de vervolgstappen in het kader van de implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).

De Ecofinraad heeft de voorstellen van de Europese Commissie aangenomen om voor Hongarije40 en Roemenië41 opnieuw vast te stellen dat er sprake is van «niet-effectieve actie» ten aanzien van de door de eerder aangenomen aanbevelingen van de Raad binnen de significante afwijkingsprocedure, waarbij de Raad aanbevelingen aan deze landen deed over het tempo waarmee zij hun structurele begrotingssaldo zouden moeten verlagen.42

Tegelijkertijd heeft de Ecofinraad de voorstellen van de Europese Commissie aangenomen met aanbevelingen voor een correctie-pad voor Hongarije43 en een nieuw correctie-pad voor Roemenië44. Het correctie-pad van Hongarije voor 2020 bestaat uit een vereiste verbetering van het structureel saldo met 0,75% bbp en maximale netto primaire uitgavengroei van 4,7%. Voor Roemenië bestaat het correctie-pad voor 2020 uit een vereiste verbetering van het structureel saldo met 1,0% bbp en maximale netto primaire uitgavengroei van 4,4%.

Any other business – Publieke country-by-country-reporting

De Zweedse delegatie heeft de Ecofinraad geïnformeerd over haar zorgen ten aanzien van een richtlijnvoorstel dat grote multinationals in de EU en dochters van buiten de EU gevestigde grote multinationals verplicht om op jaarlijkse basis te publiceren over de belastingen die zij wereldwijd per land betalen («publieke country-by-country-reporting»). Enkele lidstaten steunden Zweden; Nederland en vele andere landen hebben juist steun uitgesproken voor het huidige voorstel.45

Any other business – non-coöperatieve jurisdicties op belastinggebied

Op verzoek van Denemarken en met steun van meerdere lidstaten zal het Kroatische voorzitterschap (in de eerste helft van 2020) een evaluatie starten van de lijst van non-coöperatieve jurisdicties op belastinggebied (ook wel: «zwarte lijst») van de Gedragscodegroep.

Any other business – Stand van zaken financiële diensten dossiers

Het voorzitterschap heeft de Ecofinraad zoals gebruikelijk van informatie voorzien over de huidige wetgevingsvoorstellen voor financiële diensten.46

Vergadering Raad van gouverneurs ESM

In de middag voorafgaand aan de Eurogroep heeft een vergadering van de Raad van gouverneurs van het ESM plaatsgevonden. Daar heeft de Raad van gouverneurs een update gekregen over de voortgang van de evaluatie van financiële assistentie aan Griekenland.47 Tevens is de aanstelling van een lid van het onafhankelijke auditcomité goedgekeurd op voordracht van de Europese Rekenkamer en is er ingestemd met de beëindiging van een standaard correctie-periode voor Malta ten aanzien van het kapitaal van een lidstaat welke later is toegetreden tot euro, en daarmee tot het ESM.


X Noot
7

Deze verplichting vloeit voort uit het two-pack (verordening 473/2013).

X Noot
11

Alle EU-lidstaten zonder het VK

X Noot
13

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
14

Kamerstuk 21 501-07, nr.1605

X Noot
15

Kamerstuk 21 501-07, nr.1641

X Noot
16

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1641

X Noot
17

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1638

X Noot
18

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1641

X Noot
21

Kamerstuk 22 112, nr. 2633 en Kamerstuk 22 112, nr. 2825

X Noot
27

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1619

X Noot
35

Kamerstuk 22 112, nr. 2829

X Noot
36

Kamerstuk 32 013, nr. 221

X Noot
47

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1613.