Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-07 nr. 1524

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1524 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2018

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 21 en 22 juni te Luxemburg, evenals de geannoteerde agenda voor de jaarvergadering van de Europese Investeringsbank, die en marge van de Ecofinraad plaatsvindt.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Geannoteerde agenda ten behoeve van de Eurogroep en Ecofinraad op 21 en 22 juni

Eurogroep

Reguliere samenstelling

IMF artikel IV missie van het eurogebied

Document: Het IMF rapport omtrent de Artikel IV missie van de eurozone zal na bespreking in de IMF raad van bewindvoerders openbaar gemaakt worden

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Van 14 tot en met 24 mei heeft de artikel IV-missie van het IMF ten behoeve van het eurogebied plaatsgevonden. De missie bezocht onder meer de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank, het ESM, de Europese Investeringsbank en de Europese Bankenautoriteit. Tijdens de Eurogroep van 21 juni presenteert het IMF de eerste bevindingen.

Uit de eerste terugkoppeling van de missie blijkt dat het IMF constateert dat het herstel in de eurozone zijn piek lijkt te bereiken, maar dat inflatieniveaus nog niet op het gewenste niveau terug zijn. Het IMF pleit voor verstandig begrotingsbeleid waarbij landen voldoende begrotingsbuffers opbouwen, maar vindt daarnaast dat het accommoderende monetaire beleid gerechtvaardigd is totdat het inflatieniveau naar de gewenste niveau toe tendeert. Het IMF pleit tevens voor het doorvoeren van structurele hervormingen om de productiviteit te vergroten en potentiële economische groei te verhogen. Het IMF geeft aan dat risicodeling en risicoreductie tussen landen in het eurogebied parallel moet plaatsvinden. Het onderstreept tevens het belang van het naleven van de overeengekomen regels vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact. Tot slot herhaalt het IMF dat een centrale begrotingscapaciteit in de eurozone, in aanvulling op voldoende begrotingsbuffers van lidstaten zelf, een waardevolle toevoeging kan zijn aan het crisisinstrumentarium van de Eurozone.

Als belangrijkste risico’s identificeert het IMF onvoldoende voortgang in de hervorming van de architectuur van de Eurozone en een beperkte voorbereiding op een eventuele harde Brexit. Op het gebied van de financiële sector benadrukt het IMF dat er belangrijke vooruitgang is geboekt met het versterken van toezicht, crisismanagement en bankenresolutie, maar dat fragmentatie van de financiële sector een risico blijft.

Nederland kan de discussie horen en waar opportuun de Nederlandse visie op de EMU uitdragen, zoals uiteengezet de brief over de toekomst van de EMU en in de kabinetsreactie op het AIV-advies «Is de Eurozone stormbestendig»

Griekenland

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

De Eurogroep zal spreken over de voortgang van het Griekse ESM-programma. De instituties (Europese Commissie, ECB en het IMF) zullen een update geven over de implementatie van de laatste prior actions die door Griekenland moeten worden geïmplementeerd voor de afronding van de vierde en laatste voortgangsmissie. Indien voldoende voortgang ten aanzien van de implementatie is bereikt, kan deze voortgangsmissie worden afgerond. Met de afronding van deze voortgangsmissie zal ook het laatste leningdeel uit het ESM beschikbaar komen. Over de hoogte van dit leningdeel moet nog besloten worden op basis van de financieringsbehoefte van Griekenland. Ook zal daarbij gekeken worden naar de gewenste kasbuffer voor Griekenland.

De gedefinieerde prior actions hebben onder andere betrekking op het doorvoeren van belastingmaatregelen, privatiseringen, het reduceren van NPLs en aanstellingen van hoge functionarissen binnen ministeries. Hoewel het merendeel van de prior actions zal worden doorgevoerd door middel van een omnibuswet voorafgaand aan de Eurogroep, is er ook een aantal prior actions waarbij mogelijk een langere procedure nodig is voor volledige implementatie. Dit betreft onder andere de voortgang van privatiseringen.

Daarnaast is de verwachting dat de Europese Commissie en het IMF een schuldhoudbaarheidsanalyse zullen presenteren in de Eurogroep. Deze analyse zal als basis dienen voor de discussie over de schuldmaatregelen zoals eerder vastgesteld door de Eurogroep in juni 2017.1 Voorwaarde voor implementatie van mogelijke schuldmaatregelen is de succesvolle afronding van het ESM programma. Aangezien het programma medio augustus a.s. afloopt en de juni Eurogroep de laatste is voordat sommige parlementen in lidstaten met reces gaan, zal de voorzitter van de Eurogroep waarschijnlijk willen bespreken welke schuldmaatregelen aan het einde van het programma kunnen worden ingezet op voorwaarde dat dan alle maatregelen van het ESM programma met succes zijn geïmplementeerd. De eerder door de Eurogroep overeengekomen mogelijke schuldverlichtende maatregelen zijn: uitbetaling van inkomsten op Griekse staatsobligaties (SMP/ANFA), afschaffing van een additionele renteopslag op een deel van de EFSF-lening, benutting van het resterende deel uit het ESM programma voor het afbetalen van duurdere leningen (bilaterale leningen, IMF en ECB) en verlenging van de looptijden van EFSF leningen. Wat betreft mogelijke schuldmaatregelen dienen deze volgens Nederland binnen de grenzen van het Eurogroep statement van juni 2017 te zijn.

Er zal in de Eurogroep naar verwachting ook worden gesproken over welke vorm de post-programma surveillance zal krijgen. Een van de opties is, gelet op het speciale karakter van het leenprogramma voor Griekenland, een aangescherpt surveillance programma (enhanced surveillance). Daarbij is extra aandacht voor macro-economische onevenwichtigheden en ontwikkelingen in de financiële sector. Ook geldt bij enhanced surveillance een hogere frequentie van rapportages (elk kwartaal) ten opzichte van reguliere post-programma surveillance (per half jaar). Daarbij is het van belang dat er voldoende waarborgen zijn dat Griekenland gecommitteerd blijft aan de doorgevoerde maatregelen uit het ESM-programma, bijvoorbeeld door schuldverlichtende maatregelen te koppelen aan het commitment deze niet terug te draaien Nederland is voorstander van enhanced surveillance en om schuldmaatregelen in enige vorm te koppelen aan conditionaliteit.

Ten aanzien van de activering van het IMF-programma heerst nog onzekerheid. Het IMF is tot op heden in principle betrokken bij het programma. Het IMF heeft aangegeven het programma pas te kunnen activeren zodra meer zekerheid bestaat over de implementatie van schuldmaatregelen. Het IMF speelt een belangrijke rol in het programma en is nauw betrokken bij de missies naar Griekenland en het monitoren van de voortgang van implementatie van hervormingen. Zodoende is het van belang dat het IMF ook een rol heeft in de post-programma periode. Gezien het financiële belang dat het IMF in Griekenland nog heeft en de bijbehorende post-programma surveillance zal dit ook het geval zijn.

Update ontwerpbegroting Spanje

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal kort stilstaan bij de geactualiseerde ontwerpbegroting van Spanje voor het jaar 2018, en de opinie van de Commissie over deze ontwerpbegroting. Alle lidstaten in de eurozone hebben afgelopen oktober hun ontwerpbegroting voor 2018 ingediend bij de Commissie. Omdat Spanje – vanwege de late vorming van een regering – op dat moment nog geen beleidswijzigingen kon opnemen, moest het dit voorjaar alsnog een geactualiseerde begroting indienen. De conclusie van de Commissie luidt dat de Spaanse ontwerpbegroting «broadly compliant» is met de verplichtingen onder het SGP. Spanje voldoet met zijn ontwerpbegroting in 2018 aan de norm voor het nominaal begrotingstekort (– 2,2% in 2018). De Commissie nodigt Spanje wel uit om in 2018 meer te doen om het structureel tekort te verbeteren. De nieuwe Spaanse premier Sánchez, die op 2 juni jl. werd beëdigd, heeft aangegeven de ontwerpbegroting, zoals goedgekeurd door de Commissie, uit te willen voeren. Spanje bevindt zich sinds 2009 in een excessieve tekortprocedure (de correctieve arm van het SGP), vanwege een te hoog begrotingstekort (>3% BBP). In het voorjaar van 2019 zal bepaald worden of Spanje hier op grond van de prestaties in 2018 uit ontslagen kan worden. Nederland acht het van belang dat de Commissie toeziet op naleving van de begrotingsregels. Het uitgangspunt moet daarbij zijn dat lidstaten hun eigen huis op orde brengen, onder andere op het gebied van overheidsfinanciën en de veerkracht van hun economie.

Werkprogramma Eurogroep voor tweede half jaar van 2018

Document: Werkprogramma Eurogroep

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In de Eurogroep zal het werkprogramma voor de Eurogroep van het tweede half jaar van 2018 worden toegelicht. Voor de Eurogroep wordt altijd per half jaar een werkprogramma opgesteld met de onderwerpen die waarschijnlijk besproken zullen worden per vergadering. Dit draagt bij aan meer lange termijn focus en kan helpen bij het voorbereiden van de discussies. Terugkerende onderwerpen zijn de terugkoppeling van de al lopende post-programma surveillancemissies (voor Ierland, Portugal, Cyprus en Spanje), stand van zaken in Griekenland na afloop van het programma medio augustus, thematische discussies over economische groei en werkgelegenheid in de eurozone en discussies gerelateerd aan het Europees semester.

Inclusieve samenstelling

Verdieping van de Economische en Monetaire Unie (EMU)

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De eurogroep zal in inclusieve samenstelling als voorbereiding op de Europese Raad van 28 en 29 juni spreken over de verdieping van EMU. Daarbij zal voornamelijk gesproken worden over de voltooiing van de bankenunie en de versterking van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). In dat kader zal ook gesproken worden over de gemeenschappelijke achtervang voor het Single Resolution Fund (SRF).

Voltooiing bankenunie

In mei sprak de Eurogroep in inclusieve samenstelling over de prioriteiten voor de komende tijd op het gebied van de bankenunie. De dag erna bereikte de Raad een akkoord over een belangrijk pakket aan risicoreductiemaatregelen. In zijn samenvatting wees de voorzitter van de Eurogroep er reeds op dat dit pakket een belangrijk element zou kunnen vormen voor voortgang op de verdere bankenuniethema’s, zoals bij besluitvorming rondom het inrichten van de backstop voor het SRF. Ten behoeve van de discussie in juni zullen de instellingen een rapport voorbereiden waarin tevens nader wordt ingegaan op de voortgang ten aanzien van risicoreductie.2 Naast de discussie over de achtervang voor het resolutiefonds, zal de discussie zich waarschijnlijk richten op het Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS).

EDIS

In de routekaart van 2016 zijn afspraken gemaakt over een EDIS. Daarbij is afgesproken dat de onderhandelingen over EDIS op politiek niveau van start gaan zodra vooruitgang is geboekt met de maatregelen inzake risicoreductie. In navolging van het akkoord over het bankenpakket zal de Raad naar verwachting verder willen spreken over EDIS. Het kabinet wil parallel ook spreken over een betere prudentiële behandeling van staatsobligaties op bankbalansen.

Gemeenschappelijke achtervang voor het SRF

In 2013 heeft de Ecofinraad verklaard uiterlijk aan het einde van 2023 een gemeenschappelijke achtervang voor het SRF in te stellen. In de routekaart van 2016 is afgesproken dat aan de vormgeving van de achtervang gewerkt zou worden en dat deze eerder ingevoerd zou kunnen worden als stappen gezet zouden zijn op het vlak van de in de routekaart genoemde maatregelen voor risicoreductie. In ambtelijke technische Europese werkgroepen is sindsdien verkend hoe de achtervang vormgegeven zou kunnen worden. Daarbij is gebleken dat het ESM op een effectieve en efficiënte manier zou kunnen fungeren als de achtervang voor het SRF. Het ESM is in staat gebleken om op korte termijn tegen lage kosten omvangrijke bedragen op de financiële markten te kunnen mobiliseren. Nederland staat dan ook open voor het onderbrengen van de achtervang voor het SRF bij het ESM, als bij de wijziging van het ESM-Verdrag die daar voor nodig is ook een aantal andere veranderingen wordt doorgevoerd, ter versterking van het ESM (zie Versterking ESM).

Als besloten wordt om het ESM als achtervang voor het SRF te laten functioneren, zal Nederland er op inzetten dat het verstrekken van leningen aan de SRB unaniem goedgekeurd wordt door de Raad van bewind van het ESM. Op die manier houden de lidstaten volledige controle op het functioneren van de gemeenschappelijke achtervang. Voor de omvang van de achtervang moet enerzijds gekeken worden naar het doel van de achtervang om de SRB in staat te stellen zijn taken te kunnen volbrengen als het SRF tekort schiet, en anderzijds naar het principe dat de achtervang op middellange termijn neutraal moet zijn voor de begrotingen van lidstaten. Nederland zal benadrukken dat leningen aan de SRB dus beperkt moeten blijven tot wat de SRB, onder andere met behulp van de heffingen die zij van de banken kan vorderen, terug kan betalen.

Naast een bespreking over de verstrekker en de vormgeving van de achtervang zal mogelijk ook gesproken worden over het moment van invoering. Daarbij houdt Nederland vast aan de routekaart uit 2016. Voor het eerder dan 2023 operationeel worden van de backstop moet wat het kabinet betreft, in lijn met moties van de Kamer, ook sprake zijn van bewezen risicoreductie.3

Versterking ESM

Zoals beschreven in de brief aan de Kamer over de toekomst van de EMU4 is het kabinet van mening dat het proces omtrent steunprogramma’s in de toekomst slagvaardiger kan worden ingericht door het ESM te versterken. Voor het kabinet geldt daarbij dat het versterken van het ESM de effectiviteit van programma’s moet vergroten, zonder de zeggenschap van lidstaten aan te passen. Het ESM is met de huidige vormgeving enkel verantwoordelijk voor de financiering van programma’s. Het onderhandelen en het monitoren van beleidsvoorwaarden is belegd bij de Commissie, die hierover in overleg treedt met de ECB en waar mogelijk met het IMF. Om de effectiviteit omtrent de besluitvorming van steunprogramma’s te vergroten, is het kabinet van mening dat het ESM een grotere rol kan spelen bij het uitonderhandelen en monitoren van programma’s. Bovendien bepleit Nederland dat de effectiviteit van steunprogramma’s van het ESM kan worden vergroot door het verder uitbouwen van een ordelijk raamwerk voor de herstructurering van een onhoudbare overheidsschuld.

Ecofinraad

Btw quick fix

Document: Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel en tot invoering van het definitieve stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten

Aard bespreking: Besluitvorming

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Het Bulgaarse voorzitterschap streeft naar het bereiken van een akkoord op de Ecofin van juni over het voorstel over de zogenaamde quick fixes voor de btw. Het voorstel is gericht op een fraudebestendiger en eenvoudiger btw-systeem. Het voorstel omvat de volgende onderdelen:

  • Hoekstenen voor een definitief btw-systeem: tarief van 0% voor grensoverschrijdende intracommunautaire goederenleveringen tussen ondernemers (B2B) vervangen door het btw-tarief van het land van bestemming.

  • Vijf verbeterpunten ten aanzien van het bestaande systeem, namelijk:

    • vereenvoudiging en harmonisatie van de regels voor voorraad op afroep (consignatievoorraad);

    • erkenning van het btw-identificatienummer van de klant als een materiële voorwaarde om een intra-EU levering van goederen van btw vrij te stellen;

    • vereenvoudiging van de regels om te zorgen voor rechtszekerheid bij ketentransacties;

    • harmonisatie en vereenvoudiging van de regels voor het bewijs van intracommunautair vervoer van de goederen om een intracommunautaire levering van goederen van btw vrij te stellen. Deze maatregel wordt separaat geregeld in een wijzigingsvoorstel voor een Uitvoeringsverordening;

    • een koepelvrijstelling ter reparatie van de arresten van het Hof van Justitie waar de reikwijdte van de bestaande koepelvrijstelling werd ingeperkt tot activiteiten van algemeen belang.

Tijdens de onderhandelingen is het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zodanig uitgekleed dat de huidige tekst alleen nog verbeterpunten bevat zonder de koppeling met de door Nederland niet gewenste invoering van de figuur van de certified taxable person. Bij deze «betrouwbare» ondernemers kan de btw op intracommunautaire goederenleveringen worden verlegd naar de afnemer. Nederland was ook kritisch over de aanvankelijk in het voorstel opgenomen hoekstenen voor een definitief btw-systeem. Op 24 mei heeft de Commissie een apart voorstel over het beoogde definitieve systeem gepubliceerd waarin nadere details zijn opgenomen. Nederland is er tevreden mee dat verschillende onderdelen van het voorstel er na de onderhandeling beter uitzien. Zo is er een nieuw verbeterpunt toegevoegd, namelijk het herstel van de koepelvrijstelling op korte termijn op Europees niveau. Nederland steunt het voorstel voor aansluiting bij het bestemmingslandbeginsel en is positief over de verbeterpunten. Nederland kan instemmen met het voorstel.

Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS)

Document: COM/2015/586 FINAL en ST 9821 2018 INIT

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Nederland is voorstander van stappen die leiden tot het doorbreken van de wisselwerking tussen banken en overheden. Het vergroten van de slagkracht van de nationale depositogarantiestelsels die banken vullen draagt daar aan bij. Zo kan namelijk voorkomen worden dat nationale overheden moeten bijspringen om tekorten van een nationaal stelsel te dichten. EDIS is daarom een belangrijke pijler binnen de bankenunie en wordt ook wel gezien als het sluitstuk van de bankenunie.

In de routekaart ter voltooiing van de bankenunie is afgesproken dat politieke besprekingen over EDIS starten zodra er voldoende verdere vooruitgang is geboekt met de maatregelen inzake risicoreductie. Inmiddels is op een belangrijke deel van deze maatregelen een raadsakkoord bereikt.5 Dit is voor Nederland en Europa een belangrijk akkoord, dat wezenlijk bijdraagt aan verdere risicoreductie binnen de Europese bankensector. Nadat het Europees parlement tot een positie komt, starten de triloog-onderhandelingen. Met het voorliggende pakket zijn belangrijke stappen gezet, die Nederland ook in de triloogfase van de onderhandelingen wil behouden. In lijn met de routekaart dient de Raad separaat hieraan vervolgstappen te bezien ten aanzien van de behandeling van staatsobligaties in Europese context. Het kabinet wilt daarom ook spreken over maatregelen die een betere prudentiële behandeling van de staatsobligaties op bankbalansen bewerkstelligen.

Het kabinet wil vóór daadwerkelijke risicodeling via een EDIS plaatsvindt, een goede weging van de risico’s op staatsobligaties geregeld hebben. Dit draagt verder bij aan het doorbreken van de wisselwerking tussen banken en overheden. Ook moeten banken aantoonbaar gezond zijn door uitvoering van een nieuwe gezondheidstoets (asset quality review, AQR). Op basis hiervan kan de toezichthouder een oordeel vellen over de gezondheid van individuele banken. De vormgeving van een AQR dient in de discussies rondom EDIS verder te worden uitgewerkt.

In dit kader heeft het kabinet ook positief gereageerd op het idee om een EDIS geleidelijk te introduceren. In zo’n geval zou eerst sprake zijn van een fase waarbij de nationale depositogarantiestelsels die banken vullen slechts tijdelijk aan elkaar uitlenen zonder verliesdeling. Daarbij zou dan geen sprake zijn van risicodeling. Daarna kan alsnog geleidelijk worden toegewerkt naar een volledig EDIS.6 Het Bulgaarse voorzitterschap geeft een update van de technische voortgang binnen de ambtelijke werkgroepen. Deze voortgang richtte zich onder andere op het uitwerken van de opties voor de voorfases van een volledig EDIS. Zo is het idee van de Commissie voor een eerste fase en het idee van gecommitteerde leningen verder uitgewerkt.

Insolventievoorstel

Document: COM/2016/0723 final

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Goede insolventieraamwerken zijn van belang voor de kredietverlening en daarmee ook de economische ontwikkeling. Efficiënte procedures kunnen helpen om probleemleningen (NPLs) gemakkelijker op te lossen. Het richtlijnvoorstel herstructurering en insolventie7, waarover in Brussel wordt onderhandeld, bevat enkele bepalingen die insolventieprocedures moeten verbeteren. Dit voorstel valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Rechtsbescherming.

Het bovengenoemde richtlijnvoorstel bevat enkele algemene bepalingen, die zien op alle soorten insolventieprocedures, met inbegrip van faillissement. In dit richtlijnvoorstel zitten ook bepalingen die voorzien in het inzamelen van statistieken bijvoorbeeld op looptijden van insolventieprocedures. Dat kan helpen duur en kosten van procedures van lidstaten te vergelijken Op die manier worden lidstaten aangezet om hun insolventieprocedures waar nodig te verbeteren («benchmarken»).

De Ecofin ontvangt een update van de voortgang van de raadsonderhandelingen. Gelet op het belang van benchmarking ziet Nederland graag verdere voortgang op dit dossier. Op dit moment zijn de best beschikbare indicatoren die van de Wereldbank. Deze indicatoren zijn niet precies genoeg en worden niet door alle landen even waardevol gevonden. Om deze reden is de Commissie op verzoek van de Raad bezig een «benchmarking»-exercitie uit te voeren waarbij zo nauwkeurig mogelijke vergelijkbare maatstaven voor de duur en kosten van insolventieprocedures worden ontwikkeld.

Europees Semester

Document: https://ec.europa.eu/info/publications/2018-european-semester-country-specific-recommendations-commission-recommendations_en

Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

Op woensdag 23 mei 2018 publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. De Ecofinraad zal deze aanbevelingen bespreken. Het Europees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch en budgettair beleid coördineren en combineert het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden, overheidsfinanciën en het bevorderen van economische groei in Europa. De landenspecifieke aanbevelingen zijn gebaseerd op de landenrapportages van de Europese Commissie die op 7 maart zijn gepubliceerd8, de lenteraming van de Europese Commissie9 en de nationale hervormings- en stabiliteits- of convergentieprogramma’s10 die de lidstaten in april bij de Europese Commissie hebben ingediend. De Europese Commissie stelt dit jaar voor Nederland twee landspecifieke aanbevelingen voor op een vijftal terreinen: onderzoek en ontwikkeling, de woningmarkt, de arbeidsmarkt, loongroei en pensioenen. Over de appreciatie van het kabinet is de Tweede Kamer separaat geïnformeerd.11 Het kabinet zal de analyse uit de kabinetsreactie onder de aandacht brengen van de Commissie en de Raad.

SGP implementatie

Document:

Het concept Raadsbesluit voor Frankrijk is te vinden onder de volgende link:

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/com_2018_433_en.pdf

Het concept Raadsbesluiten voor Hongarije is te vinden onder de volgende link:

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/semestre_-_com_431_-_council_recommand_hu_en.pdf

De concepten Raadsbesluiten voor Roemenie is te vinden onder de volgende link:

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/com_432_en.pdf

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/com-2018–430_en_0.pdf

Aard bespreking: Aanname Raadsbesluiten

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

De Commissie heeft een voorstel gedaan om de lopende buitensporigtekortprocedure in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) voor Frankrijk te beëindigen. Frankrijk heeft over 2017 een feitelijk tekort van 2,6% bbp. De lenteraming van de Commissie laat zien dat het tekort naar verwachting ook in 2018 en 2019 onder de referentiewaarde van 3% bbp blijft, waarmee Frankrijk het buitensporig tekort duurzaam beëindigd heeft. Een formeel besluit over ontslag zal worden genomen door de Raad. Nederland kan instemmen met beëindiging van de buitensporigtekortprocedure voor Frankrijk. Als Frankrijk wordt ontslagen uit de correctieve arm dan zullen voor Frankrijk de regels van de preventieve arm van het SGP gaan gelden. Die moeten ervoor zorgen dat lidstaten ook in goede tijden de begroting op orde houden en voldoende marge houden tov de 3%. Naast Frankrijk is Spanje nog de enige lidstaat die in de correctieve arm zit.

Tevens heeft de Commissie een voorstel gedaan voor het openen van een significanteafwijkingsprocedure voor Hongarije en voor Roemenie. Deze procedure kan geopend worden indien ex-post wordt vastgesteld dat een lidstaat significant heeft afgeweken van de eisen van de preventieve arm van het SGP. Dit is het geval voor zowel Hongarije en Roemenië. Voor Hongarije is het de eerste keer dat een dergelijke procedure wordt geopend, terwijl voor Roemenie in 2017 ook al een significanteafwijkingsprocedure werd geopend. Daarnaast heeft de Commissie een aanbeveling gedaan voor een Raadsbesluit om vast te stellen dat Roemenië geen effectieve actie heeft genomen om de significante afwijking van het pad naar de Medium Term Objective (MTO) terug te dringen. In de concept Raadsaanbeveling worden Hongarije en Roemenië opgeroepen om extra maatregelen te nemen en daarover uiterlijk 15 oktober te rapporten. Nederland steunt het voorstel om de significanteafwijkingsprocedures te openen.

Convergentierapporten

Document: Rapport door de ECB:

https://www.ecb.europa.eu/pub/pdf/conrep/ecb.cr201805.nl.pdf?d9bdfc0cb29364a6aedb102a02457b47

Rapport door de Europese Commissie:

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/ip078_en.pdf

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Elke twee jaar publiceren de ECB en de Commissie convergentierapporten waarin zij aangeven in hoeverre de lidstaten zonder euro (behoudens Denemarken en het VK) voldoen aan de convergentiecriteria voor toetreding tot de eurozone. Het gaat om de lidstaten Bulgarije, Tsjechië, Kroatië, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden. De rechtsbasis voor de rapporten en de bespreking is Artikel 140 VWEU en indien geen van de lidstaten aan alle convergentiecriteria voldoet, wordt het Europees parlement hier nog niet bij betrokken. Er is een gedachtewisseling voorzien zonder voorliggende besluiten.

De convergentiecriteria voor adoptie van de euro zijn: juiste implementatie wetgeving, prijsstabiliteit, houdbare overheidsfinanciën, stabiele langetermijnrente en wisselkoersstabiliteit. Geen van de betreffende lidstaten voldoet aan de vijf criteria. Zo participeren geen van de genoemde lidstaten in het vaste wisselkoersmechanisme ERM-II, een vereiste voor toetreding tot de euro. De langetermijnrente van Polen en Roemenië is hoger dan de norm. Van de betreffende lidstaten wordt alleen de wetgeving van Kroatië in lijn met de relevante bepalingen geacht. Tsjechië, Hongarije en Roemenië voldoen niet aan het criterium van prijsstabiliteit, de overige lidstaten die zijn bekeken voldoen hier wel aan. Bulgarije en Zweden voldoen alleen niet aan de juridische toets en aan het criterium van deelname aan ERM-II.

Voor Nederland is het van belang dat er door de Commissie en de ECB goed op de criteria wordt getoetst. In 2020 zijn de volgende convergentierapporten voorzien ter bespreking.

Gedragscodegroep

Document: Rapport van de Gedragscodegroep aan de Ecofinraad (openbaar na vaststelling in de Ecofinraad)

Aard bespreking: Voortgangsrapportage en aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

De Gedragscodegroep onderzoekt belastingmaatregelen die potentieel schadelijke belastingconcurrentie vormen en derhalve onder de EU-Gedragscode (inzake de belastingregeling voor ondernemingen) vallen. Zij toetst deze belastingmaatregelen aan de (vijf) criteria van de Gedragscode om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van schadelijke belastingconcurrentie. De Gedragscodegroep doet van haar bijeenkomsten halfjaarlijks verslag in een voortgangsrapportage aan de Ecofinraad.

Het halfjaarlijkse verslag van de Gedragscodegroep aan de Ecofinraad is sinds kort uitgebreid om de transparantie van het werk van de Gedragscodegroep te vergroten. Nederland pleit actief voor meer maatregelen om de transparantie van de Gedragscodegroep verder te vergroten. Zo heeft Nederland voorgesteld om van iedere vergadering een verslag op te stellen. De transparantie van de Gedragscodegroep is ook opgenomen in het nieuwe Werkpakket 2018 van de Gedragscodegroep. Hierover zal binnenkort nader door de Gedragscodegroep worden gesproken.

Het werk van de Gedragscodegroep heeft de afgelopen tijd voor een belangrijk deel in het teken gestaan van de lijst met non-coöperatieve jurisdicties op belastinggebied. Tijdens de Ecofinraad van 5 december 2017 is de eerste versie van de lijst van non-coöperatieve jurisdicties op belastinggebied vastgesteld. Een aantal jurisdicties dat toen op die lijst stond, heeft zich sindsdien alsnog gecommitteerd om uiterlijk in 2018 aan de EU-minimumstandaard te voldoen. Op de Ecofinraden van 23 januari jl., 13 maart jl. en 25 mei jl. zijn verplaatsingen van de lijst van non-coöperatieve jurisdicties naar de lijst van gecommitteerde jurisdicties goedgekeurd. Op dit moment staan er 7 landen12 op de lijst van non-coöperatieve jurisdicties en staan er 65 jurisdicties op de lijst van gecommitteerde jurisdicties. Deze laatste groep voldoet op dit moment niet aan de EU-minimumstandaard maar heeft op hoog politiek niveau toegezegd om uiterlijk eind 2018 wel aan de standaard te voldoen. Mocht blijken dat deze toezeggingen niet zijn nagekomen, dan komt de jurisdictie opnieuw of alsnog op de lijst van non-coöperatieve jurisdicties.

Verder is er gesproken over het toepassen van defensieve maatregelen richting landen die staan op de lijst van non-coöperatieve jurisdicties. Dit onderwerp dient verder te worden uitgewerkt tijdens de tweede helft van 2018 omdat de lidstaten hierover nog verdeeld zijn.

Het halfjaarlijkse rapport van de Gedragscodegroep dat door de Ecofinraad zal worden vastgesteld, doet tevens verslag van werkzaamheden met betrekking tot rollback en standstill. Het standstill-principe houdt de afspraak in om geen nieuwe schadelijke maatregelen te introduceren. Onder rollback moet een maatregel die door de Gedragscodegroep als schadelijk is beoordeeld, worden aangepast of ingetrokken. In het kader van standstill en rollback heeft een groot aantal lidstaten belastingmaatregelen aangemeld, waarvan de Gedragscodegroep moet vaststellen of al dan niet sprake is van schadelijke belastingconcurrentie. De beoordeling van de patentboxen van Frankrijk, Italië en Spanje is door de Gedragscodegroep voortgezet. Met het rapport van de Gedragscodegroep worden ook nieuwe richtsnoeren gepubliceerd over de interpretatie van het derde (substance)criterium van de Gedragscode. In deze richtsnoeren is onder meer vastgelegd hoe beoordeeld wordt of sprake is van daadwerkelijke economische activiteit of substantiële economische aanwezigheid in de lidstaat die bepaalde belastingvoordelen biedt.

In het Werkpakket 2018 wordt aangekondigd dat de Gedragscodegroep zich de komende tijd behalve met het vergroten van de transparantie van de Groep zal bezighouden met de beoordeling van patentboxen en notionele renteaftrekregimes. Het werk aan de EU-lijst van non-coöperatieve jurisdicties wordt voortgezet. Verder zal de Gedragscodegroep zich buigen over het vraagstuk van geldstromen die de EU uitgaan. Ook zal de Gedragscodegroep de noodzaak onderzoeken om EU-richtsnoeren over verrekenprijzen aan te passen in het licht van de uitkomsten van het G20/OESO BEPS-project en de toepassing door de lidstaten van eerder in de Gedragscodegroep afgesproken richtsnoeren onderzoeken. Tot slot zal de Gedragscodegroep mede in het licht van internationale ontwikkelingen bezien of een herziening van de criteria van de Gedragscodegroep nodig is, inclusief het criterium dat bepalend is voor welke belastingmaatregelen de Gedragscodegroep kan beoordelen.

Geannoteerde agenda ten behoeve van de Board of Governors van de Europese Investeringsbank (EIB) op 22 juni 2018

Audit Committee

Document: Annual Reports, of the Audit Committee for 2017 and response of the Management Committee (18/05, 18/06, 18/07) & Chairmanship and partial renewal of the Audit Committee (18/08)

Aard bespreking: Instemmen

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Het Audit Committee stuurt het Jaarverslag van het Audit Committee van 2017 en de reactie van het Management Committee van de EIB hierop naar de Board of Governors. Daarnaast worden de voorzitter en een aantal leden van het Audit Committee benoemd.

Het Audit Committee heeft in haar jaarlijkse rapport geconcludeerd dat de financiële stukken een correct en waarheidsgetrouw beeld geven van de financiële positie van de EIB. Het netto-overschot van de EIB van EUR 2,81 mrd is nagenoeg gelijk aan dat van 2016 (EUR 2,86 mrd). De EIB keert geen dividend uit. Het eigen vermogen nam daarom toe van EUR 66,2 mld eind 2016 tot EUR 69,0 mld eind 2017. De Bank heeft een goed operationeel resultaat. Het operationele resultaat over 2017 wijkt niet veel af van 2016 (1,8%).

Nederland stemt in met het Jaarverslag en steunt de bevindingen van het Audit Committee.

Renewal of the Board of Directors

Document: Renewal of the Board of Directors (18/04)

Aard bespreking: Instemmen met formaliteit

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De termijn van de bewindvoerders en alternates van de Board of Directors van de EIB loopt eind 2018 af. In navolging van Artikel 9(2) van het statuut van de EIB worden de Board of Directors opnieuw benoemd voor een periode van vijf jaar. Elke lidstaat nomineert een bewindvoerder en daarnaast draagt de Europese Commissie iemand voor.

Any other business

Document: Voor dit deel van de vergadering zijn geen documenten verzonden en staan er geen specifieke onderwerpen op de agenda.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Mogelijk zal President Hoyer van gedachten wil wisselen over de kapitaalpositie van de EIB na terugtrekking van het VK uit de Europese Unie en daarmee ook uit de EIB.