Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1409

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1409 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2016

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofin van 5 en 6 december 2016 te Brussel.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Verslag Eurogroep conceptbegrotingen 5 december

De Eurogroep heeft gesproken over de Draft Budgetary Plans (DBP’s) die de lidstaten hebben ingediend bij de Europese Commissie en de opinie van de Commissie over deze plannen. Dit is het vierde jaar dat lidstaten een DBP hebben ingediend. Deze verplichting vloeit voort uit het two-pack (Vo. 473/2013) en geldt voor alle eurolanden, alleen Griekenland is als programmaland uitgezonderd. De deadline voor indiening van de DBP’s was 17 oktober. Op 16 november heeft de Commissie haar opinies gepubliceerd. Naast een bespreking van de begroting van de individuele lidstaten is ook gesproken over de budgettaire situatie in de eurozone als geheel.

DBP-opinies

Voor vijf landen (Duitsland, Estland, Luxemburg, Slowakije en Nederland) kwam de Commissie tot de conclusie dat de conceptbegroting «compliant» is met de vereisten van het SGP. Voor vijf landen (Ierland, Letland, Malta, Oostenrijk en Frankrijk) komt de Commissie tot het oordeel «broadly compliant». Voor acht landen (België, Italië, Cyprus, Litouwen, Slovenië, Finland, Spanje en Portugal) is de Commissie van mening dat er sprake is van «risk of non-compliance». Zowel de landen met het oordeel «broadly compliant» als het oordeel «risk of non-compliance» worden door de Commissie opgeroepen om de noodzakelijke maatregelen te nemen om te waarborgen dat de begroting in 2017 in naleving is van het SGP. De Eurogroep heeft op 5 december in een verklaring aangegeven de analyse en het oordeel van de Commissie in grote lijnen te kunnen steunen1.

Specifiek voor de landen in de correctieve arm heeft de Eurogroep benadrukt dat alleen het corrigeren van het buitensporige tekort niet genoeg is. Om een duurzame correctie van het buitensporige tekort te bewerkstelligen is ook voldoen aan (het pad naar) de middellangetermijndoelstelling (MTO) en de schuldregel nodig. Spanje had op het moment dat de DBPs ingediend moesten worden een demissionaire regering en heeft derhalve een no-policy change DBP ingeleverd. In Spanje is onlangs een nieuwe regering aangetreden. Spanje is opgeroepen om zo snel mogelijk een geactualiseerd DBP in te dienen met daarin maatregelen waarmee de gevraagde inspanning geleverd wordt om te voldoen aan de eisen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Voor Portugal laat de raming van de Commissie zien dat in 2016 het tekort onder de 3% uit zal komen. In 2017 zal Portugal daarmee naar verwachting in de preventieve arm terechtkomen. De Eurogroep heeft het commitment van Portugal om de benodigde maatregelen te nemen om in 2017 aan het SGP te voldoen verwelkomd.

De landen in de preventieve arm die het oordeel van «risk of non-compliance» hebben gekregen van de Commissie zijn door de Eurogroep opgeroepen om tijdig extra maatregelen te nemen. Deze maatregelen moeten de risico’s ten aanzien van het pad naar de MTO en naleving van de schuldregel, zoals geïdentificeerd door de Commissie adresseren. De Eurogroep heeft de toezegging van Slovenië, België, Cyprus en Finland om extra maatregelen te nemen, zodat voldaan wordt aan de vereisten van de preventieve arm, verwelkomd. Italië en Litouwen zijn opgeroepen om extra maatregelen te nemen zodat in 2017 aan de eisen in de preventieve arm wordt voldaan. België en Italië voldoen verder cijfermatig gezien niet aan de schuldenregel. Dit betekent dat de Commissie een rapport zal opstellen onder artikel 126(3) VWEU om te beoordelen of er een buitensporigtekortprocedure geopend moet worden. Het is nog niet bekend wanneer zij dit zal doen.

Horizontale mededeling DBP’s en mededeling budgettaire verruiming

In de horizontale mededeling behorende bij de DBP opinies concludeert de Commissie dat op basis van de ingediende plannen het gemiddelde tekort in de eurozone verder zal afnemen van 1,8% in 2016 naar 1,5% in 2017. Ook zal het gemiddelde schuldniveau licht dalen, van 90% naar 89%. Deze cijfers worden ruwweg bevestigd door de herfstraming van de Europese Commissie. Zowel de conceptbegrotingen als de herfstraming van de Europese Commissie geven aan dat de «fiscal stance» in de eurozone ongeveer neutraal is. Dit betekent dat het geaggregeerde structurele saldo in 2017 ongeveer gelijk blijft. In een losse mededeling komt de Commissie tot de conclusie dat de economische en budgettaire situatie een budgettaire verruiming van 0,5% bbp rechtvaardigt.

De Eurogroep heeft kennis genomen van de mededeling van de Commissie over budgettaire verruiming. Hierbij heeft de Eurogroep aangegeven dat er een balans gevonden moet worden tussen het bereiken van houdbare overheidsfinanciën en het ondersteunen van het herstel doormiddel van investeringen. Ook is benadrukt dat de budgettaire situatie in lidstaten zeer verschillend is. Zo hebben een achttal landen bij hun DBP het oordeel van «risk of non-compliance» gekregen waardoor extra maatregelen noodzakelijk zijn en geen sprake kan zijn van budgettaire verruiming. Nederland is van mening dat de begrotingsafspraken in het SGP leidend moeten zijn voor de coördinatie van het budgettaire beleid in het eurogebied.2 De Eurogroep heeft onderstreept dat budgettair beleid volledig in lijn moet zijn met de eisen van het SGP. Tevens heeft de Eurogroep gesteld dat het aan lidstaten zelf is om te bepalen in hoeverre zij budgettaire ruimte gebruiken.

Verslag reguliere Eurogroep 5 december

Griekenland

De Eurogroep heeft de voortgang die geboekt is in de tweede voortgangsmissie verwelkomd3. Er is overeenstemming over de invulling van de begroting voor 2017. Deze begroting zet, in lijn met de programmadoelstelling, in op een primair overschot van 1,75% bbp. Ook bevat de begroting zoals voorgeschreven in het programma de uitrol van een sociaal vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering. De instellingen en Griekenland zijn verder opgeroepen om zo snel mogelijk een akkoord te bereiken over een volledig zogeheten staff level agreement over alle vereiste maatregelen om de tweede voortgangsmissie af te ronden. De Eurogroup Working Group (EWG) is gemandateerd om het bereiken van dit akkoord te verifiëren. De Eurogroep heeft verder vastgesteld dat de implementatie van de prior actions behorende bij de tweede voortgangsmissie de weg vrij zal maken voor het goedkeuren van het geactualiseerde Memorandum of Understanding. Het goedkeuren hiervan zal gebeuren door de ESM Raad van Gouverneurs na het afronden van nationale parlementaire procedures.

Daarnaast is gesproken over de implementatie van de korte termijn schuldmaatregelen zoals overeengekomen door de Eurogroep in mei 2016. Voorwaarde voor implementatie van deze schuldmaatregelen was het volledig afronden van de eerste voortgangsmissie. Het ESM heeft de afgelopen maanden gewerkt aan de uitwerking van de implementatie van de korte termijn schuldmaatregelen. Het uitgewerkte voorstel van het ESM is op 5 december aan de Eurogroep gepresenteerd en goedgekeurd. U bent over deze maatregelen geïnformeerd in de geannoteerde agenda van de Eurogroep van 5 december (Kamerstuk 32 013, nr. 135). In de procedure ter implementatie van de maatregelen zijn vragen gesteld over de opportuniteit van lastenverlichtende maatregelen die de Griekse autoriteiten sinds de Eurogroep van 5 december hebben voorgesteld aan het Griekse parlement. De instellingen zullen hierover een oordeel vellen alvorens de korte termijn schuldmaatregelen worden geïmplementeerd.

Het IMF heeft bij de Eurogroep van 5 december 2016 de intentie herbevestigd om zo snel mogelijk na het bereiken van een voorlopig akkoord over de staff level agreement een voorstel voor een IMF-programma voor Griekenland voor te leggen aan de raad van bewindvoerders van het IMF.

Vaststelling Eurogroep werkprogramma 2017

In de Eurogroep is het werkprogramma voor de eerste helft van 2017 besproken. De Eurogroep zal zich in deze periode voornamelijk bezighouden met de coördinatie van het economisch beleid, teneinde de groeivooruitzichten voor de kortere en de langere termijn te versterken en gezonde openbare financiën te waarborgen. Hierbij zal aandacht zijn voor het doorvoeren van structurele hervormingen die naar voren worden gebracht in het Europees semester en de opvolging van aanbevelingen in het stabiliteits- en groeipact.

Daarnaast zullen programmalanden worden besproken aan de hand van voortgangsmissies en post-programme surveillance. De Eurozone-aanbevelingen worden besproken, economische onderwerpen zoals de ramingen van de Commissie en inflatieontwikkelingen worden geagendeerd. Ook worden de thematische discussies verder voortgezet. De thematische discussies zijn voor het grootste deel voortzettingen van onderwerpen die eerder zijn besproken. Hierdoor kunnen de onderwerpen verder worden verdiept en wordt getracht afspraken te maken over gedeelde principes en benchmarks. Onderwerpen die terug komen zijn onder meer investeringen, pensioenen, insolventie en spending reviews.

Verslag Ecofinraad 6 december

Investeringsplan voor Europa

De Ecofinraad heeft een politiek akkoord bereikt over de voorliggende aanpassing van de EFSI-verordening. De verlenging en versterking van EFSI werd breed gesteund in de Ecofinraad. Verschillende landen benadrukten hierbij tevens het belang van het wegnemen van investeringsbelemmeringen in het kader van de derde pijler van het investeringsplan. Nederland heeft steun uitgesproken voor de verlenging van EFSI en heeft tevens opgeroepen om in de toekomst een grondige, onafhankelijke evaluatie uit te laten voeren. Dit laatste punt werd door meerdere lidstaten gesteund. Met het bereiken van een politiek akkoord in de Ecofinraad kunnen de onderhandelingen met het Europees Parlement worden gestart, het ondersteunde compromisvoorstel zal hierbij als onderhandelingsinzet dienen.

De Raad heeft eveneens conclusies aangenomen over de derde pijler van het investeringsplan4. De derde pijler van het investeringsplan ziet op het wegnemen van barrières voor investeringen in lidstaten en het verbeteren van het investeringsklimaat op EU-niveau. De conclusies zijn opgesteld op basis van ambtelijke besprekingen die in het kader van de derde pijler hebben plaatsgevonden. In juli is de Ecofin Raad reeds geïnformeerd over een aantal van deze discussies, over publiek-private samenwerking, investeringen in netwerkindustrieën, insolventieraamwerken en state-owned Enterprises. In de nu goedgekeurde conclusies wordt ook gerefereerd naar recente discussies over energiemarkten, energie-efficiëntie en de digitale economie.

Richtlijnvoorstel hybride mismatches met derde landen

De Ecofinraad heeft gesproken over wat nodig is om een politiek akkoord te bereiken over het richtlijnvoorstel over hybride mismatches met derde landen («ATAD2»). In de Ecofinraad was brede steun voor de doelen van ATAD2 maar kon nog niet over alle punten overeenstemming bereikt worden. Verschillende lidstaten gaven aan meer tijd nodig te hebben om het ATAD2-voorstel te bestuderen. Nederland benadrukte de noodzaak dat alle bedrijven belasting betalen en toonde zijn bereidheid om overeenstemming te bereiken. Met name het Verenigd Koninkrijk pleitte voor het opnemen van uitzonderingen voor kapitaalinstrumenten met een hybride karakter die worden aangehouden op basis van prudentiële regelgeving voor financiële instellingen en voor mismatches in verband met hybride structuren die het gevolg zijn van een betaling door een financiële handelaar in het kader van een zogeheten hybride transfer. Dit kon niet door alle lidstaten worden gesteund. Nederland heeft in de Ecofinraad aangegeven bereid te zijn om tijdens de vergadering overeenstemming te bereiken over ATAD2. Daarnaast heeft Nederland met betrekking tot de implementatiedatum gevraagd om een latere implementatiedatum dan nu in het voorstel staat gezien de impact van de voorstellen voor Nederland. Hierbij zouden volgens Nederland lidstaten de optie moeten hebben om de richtlijn eerder te implementeren. Overeenkomstig de motie-Merkies c.s. is door Nederland in de Ecofinraad niet gepleit voor langdurig uitstel van de implementatiedatum tot 1 januari 2024. De implementatiedatum is tijdens de Ecofinvergadering niet verder besproken noch heeft het voorzitterschap met betrekking tot de implementatiedatum nieuwe voorstellen gedaan. De komende tijd zal er verder gewerkt worden aan een compromis op deze punten met als doel om zo spoedig mogelijk tot een politiek akkoord te komen.

Financiële transactie belasting

In de Ecofinraad is door Oostenrijk (voorzitter versterkte samenwerking FTT) de stand van zaken m.b.t. de gesprekken over een mogelijk FTT toegelicht. De FTT-landen hebben op 11 oktober jl. aangegeven dat overeenstemming is bereikt over enkele onderdelen van een mogelijke FTT. Er is een akkoord over een «core engine» waarin in grote lijnen wordt afgesproken om in twee stappen de FTT te introduceren. In de tweede stap komen de complexere onderdelen aan bod zoals het woonplaatsprincipe. Verder dienen er nog veel bouwstenen van de FTT (o.a. het tarief, de grondslag van derivaten en de termijn van de overgangsperiode) te worden uitgewerkt. De FTT-groep heeft de Commissie gevraagd om de onderdelen waar al wel overeenstemming over is verder (technisch en juridisch) uit te werken. Hoe lang dit exact gaat duren is niet bekend maar de verwachting is dat dit nog enkele maanden zal duren.

Versterking Bankenunie

De Ecofin Raad heeft gesproken over verschillende recente maatregelen die de Europese Commissie heeft gepresenteerd om risico’s in de bankensector te verminderen. De Commissie was hiertoe opgeroepen in de routekaart voor de voltooiing van de bankenunie, die de Raad in juni jl. onder het Nederlands voorzitterschap overeen is gekomen.5

Concreet heeft de Commissie onlangs voorstellen gedaan die zien op: 1) het opleggen van voldoende bail-inbare buffers voor banken (MREL / TLAC), 2) een Europese benadering voor een bancaire crediteurenhiërarchie, 3) geharmoniseerde regels omtrent het uitstellen van betalings- en leveringsverplichtingen van een bank (het moratoriuminstrument), 4) een herziening van de prudentiële eisen voor banken (CRR/CRD), waaronder de introductie van een leverage ratio en net stable funding ratio, en 5) minimum harmonisatie van nationale insolventieraamwerken (preventieve herstructuring en tweede kansbepaling).

De Commissie heeft tijdens de Ecofin Raad een presentatie gegeven over de eerste 4 maatregelen (het voorstel over insolventieraamwerken valt onder de competentie van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken). Nederland heeft in reactie op de presentatie van de Commissie aangegeven erg te hechten aan flexibiliteit voor afwikkelingsautoriteiten om een voldoende hoge MREL op te kunnen leggen. Voor systeemrelevante banken dient er voldoende bail-inbaar vermogen te zijn om ten minste 8% totale passiva te kunnen bail-innen. Ook op het voorstel voor een leverage ratio van 3% was Nederland kritisch: een verhoging – zoals de 4% die in Nederland al is vereist – zou beter bijdragen aan risicovermindering in de bankensector. Nederland heeft uitgesproken positief te staan tegenover het voorstel voor een Europese benadering voor een bancaire crediteurenhiërarchie. Ook is hierbij aangegeven dat Nederland voorstander is van een (aparte) snelle behandeling van dit voorstel zodat banken sneller bail-inbare buffers kunnen gaan opbouwen.

De inzet van Nederland voor strenge minimumeisen voor MREL kon deels rekenen op steun, maar enkele andere lidstaten spraken hun zorgen uit over het effect van te strenge eisen voor TLAC en MREL op banken en kredietverlening.

Andere punten die opkwamen in de discussie zijn de home-host bevoegdheden, waarbij meerdere lidstaten aangaven dat de voortellen van de Commissie ertoe kunnen leiden dat host toezichthouders beperkt worden in het stellen van voldoende prudentiële eisen aan banken.6 Ook is gesproken over de verhouding tussen risicoreducerende maatregelen en verder risicodeling. Op dit laatste punt gaven enkele lidstaten aan dat risicovermindering en risicodeling hand in hand zouden moeten gaan. Andere lidstaten gaven in reactie hierop echter aan dat de routekaart zoals overeengekomen onder het Nederlands voorzitterschap gevolgd moet worden. Dus eerst overeenstemming bereiken over maatregelen met het oog op risicovermindering, voordat kan worden besloten over verdere risicodeling, zoals de introductie van een Europees depositoverzekeringsstelsel en eventuele vervroegde inwerkingtreding van de achtervang voor het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds.

Het aankomende voorzitterschap (Malta) gaf aan de technische besprekingen over de voorstellen te zullen voortzetten in de hiervoor bestemde raadswerkgroep. In lijn met mijn toezegging tijdens het AO Ecofin en Eurogroep van 1 december (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1408) wordt de kamer in een aparte brief nader geïnformeerd over de inhoud van deze voorstellen.

Implementatie Bankenunie

De Ecofinraad heeft gesproken over de stand van zaken met betrekking tot de nationale implementatie van diverse elementen van de Bankenunie. De voorzitter informeerde de Raad dat België de Deposit Guarantee Scheme Directive (DGSD) inmiddels ook formeel heeft geïmplementeerd. Hiermee hebben alle deelnemers aan de bankenunie de implementatie van de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) en de DGSD afgerond.

BTW-pakket digitale interne markt

De Europese Commissie heeft tijdens de Ecofin een presentatie gegeven over het op 1 december verschenen VAT Package in het kader van de Digital Single Market. Dit VAT Package bestaat uit nieuwe voorstellen over e-commerce en e-publications, zoals aangekondigd in het btw-actieplan dat de Europese Commissie in april 2016 heeft gepresenteerd.

De Europese Commissie geeft aan dat het huidige btw-stelsel voor grensoverschrijdende e-commerce complex en duur is, zowel voor lidstaten als voor bedrijven. Daarnaast ondervinden bedrijven in de EU volgens de Commissie een concurrentienadeel, omdat niet-EU-leveranciers aan consumenten in de EU goederen btw-vrij kunnen leveren dankzij de vrijstelling voor de invoer van kleine zendingen met een waarde tot 22 euro. Verder is het, door de complexiteit van het stelsel, voor lidstaten ook moeilijk om de naleving te garanderen.

Op het gebied van e-commerce stelt de Europese Commissien nu voor om de btw voor grensoverschrijdende e-commerce te moderniseren en te vereenvoudigen. De verbetering en uitbreiding van de Mini-One-Stop-Shop (MOSS) en de afschaffing van de btw-vrijstelling voor de invoer van kleine zendingen van niet-EU-leveranciers zijn daarbij de grootste wijzigingen. Tevens wordt een voorstel gedaan waardoor het mogelijk wordt om voor elektronische boeken, kranten en periodieken (zoals tijdschriften) dezelfde verlaagde tarieven te hanteren als voor fysieke publicaties.

Vierde anti-witwasrichtlijn

In de Ecofinraad heeft een inhoudelijke bespreking plaatsgevonden van het op 5 juli 2016 gepubliceerde Commissievoorstel tot wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn. Dit voorstel volgt op het Actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering dat onder Nederlands voorzitterschap in raadsconclusies is verwelkomd door alle lidstaten. Daarnaast volgt het richtlijnvoorstel op de onthullingen die voortvloeiden uit de Panama Papers. De discussie in de Ecofinraad ging vooral over de behandeling van Politically Exposed Persons (PEPs). Enkele lidstaten gaven aan dat naar een meer risicogewogen benadering voor PEPs gekeken zou moeten worden, in lijn met internationale standaarden. De Commissie gaf in reactie hierop aan nog eens te zullen kijken naar de opzet voor PEPs maar in ieder geval niet het ambitieniveau te willen verlagen. Hiernaast is gesproken over de (publieke) toegang van het UBO-register (register waarin informatie over uiteindelijke belanghebbenden opgenomen zal worden). Een aantal lidstaten gaf aan vooral waarde te hechten aan transparantie en de optie om de informatie in het register openbaar te maken, in de Ecofinraad is echter ook het belang van privacy van met name bepaalde familie-trusts benadrukt. Op het niveau van Raadswerkgroepen wordt nu verder gesproken over het voorstel tot wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn.

Toekomst EMU

De Commissie heeft tijdens de Ecofinraad een update geven over het proces in de aanloop naar de publicatie van het witboek, waarin zij stappen voorstelt om de EU en de EMU te hervormen. De Commissie heeft hierbij aangegeven dat het witboek vooral gezien moet worden als initiatief t.b.v. het houden van een constructieve discussie. In het witboek zal de Commissie naar verwachting onder andere ingaan op de vorderingen die zijn gemaakt met de eerste fase die is beschreven in het Vijf Presidentenrapport en hervormingen uiteenzetten die zien op de tweede fase van het rapport. De verwachting is dat de Commissie het witboek in maart zal publiceren.

Europees Semester 2017

De Commissie heeft aan de Ecofinraad de «Annual Growth Survey 2017» (AGS), het «Alert Mechanism Report 2017» (AMR) en de aanbevelingen voor de eurozone gepresenteerd. Deze stukken vormen het startsein van de jaarlijkse budgettaire en economische coördinatie tussen lidstaten in het kader van het Europees Semester. In de AGS blikt de Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor het komende jaar. De Commissie stelt voor om in 2017 verder te werken aan de volgende drie prioriteiten: (1) bevorderen van investeringen, (2) implementatie van structurele hervormingen en (3) verantwoord begrotingsbeleid. Dit zijn grofweg dezelfde prioriteiten als in 2016. Lidstaten zouden daarbij volgens de Commissie moeten inzetten op eerlijke sociale uitkomsten en inclusieve groei.

In het Alert Mechanism Report (AMR) worden aan de hand van een scoreboard met indicatoren en indicatieve drempelwaarden mogelijke macro-economische onevenwichtigheden opgespoord. Aan de hand van het scoreboard wordt bepaald welke lidstaten onderworpen worden aan nader onderzoek. Deze diepteonderzoeken moeten uitwijzen of en in welke mate de betreffende lidstaten te kampen hebben met macro-economische onevenwichtigheden en in welke mate deze een risico vormen voor de lidstaten zelf en de Europese Unie als geheel. De Commissie is voornemens om dit Semester dertien lidstaten nader te onderzoeken om vast te stellen in welke mate zij kampen met onevenwichtigheden. De Commissie zal ook voor het vijfde jaar op rij een diepteonderzoek uitvoeren naar mogelijke onevenwichtigheden in de Nederlandse economie die verband houden met de hoge schulden van huishoudens, voornamelijk als gevolg van de situatie op de woningmarkt. Daarnaast zal de Commissie kijken naar het overschot op de lopende rekening en de onderliggende onbalans tussen besparingen en investeringen.

In de aanbevelingen voor het eurogebied benoemt de Commissie gezamenlijke beleidsuitdagingen voor het eurogebied. De Commissie heeft de volgende aanbevelingen voor de eurozone voorgesteld: (1) bevorderingen van groei, aanpassingsvermogen, herbalancering en convergentie; (2) begrotingsbeleid en de fiscal stance voor de eurozone; (3) banencreatie en arbeidsmarkthervormingen; (4) voltooiing van de bankenunie en risicoreductie in de bankensector en (5) voltooiing van de EMU.

Er heeft onder dit agendapunt geen discussie plaatsgevonden over de aanbeveling van de Commissie voor een positieve fiscal stance voor de eurozone, aangezien hier reeds over was gesproken in de Eurogroep van 5 december. Wel heeft een enkele lidstaat zorgen geuit richting de Commissie over het feit dat zij alleen eurolidstaten omroept om «broadly compliant» te zijn met de vereisten in het SGP. De kritiek van de betreffende lidstaat hierbij was dat het SGP een raamwerk biedt voor alle EU-lidstaten en dat onderscheid bij toepassing van de regels tussen lidstaten onwenselijk is.

Vergroten transparantie en voorspelbaarheid SGP

In de Ecofinraad zijn twee opinies van het Economic and Financial Committee (EFC) ter verbetering van het SGP goedgekeurd7. In de eerste plaats zal de uitgavenregel nu ook in de correctieve arm geïntroduceerd worden. Indien een lidstaat niet voldoet aan de nominale en structurele doelstelling die voortvloeien uit een EDP-aanbeveling, volgt een nadere beoordeling (de «careful analysis») om te bezien of effectieve actie is geleverd en verlenging van de deadline gerechtvaardigd is. Deze nadere beoordeling zal primair plaatsvinden op basis van de uitgavenregel. Hiermee wordt de correctieve arm eenvoudiger ten opzichte van de huidige praktijk, waarbij in de nadere beoordeling getoetst wordt op basis van twee alternatieve en meer complexe indicatoren.

Momenteel worden lidstaten in de preventieve arm beoordeeld op basis van het structureel saldo en de uitgavenregel. De uitgavenregel zal voortaan worden gecorrigeerd voor eenmalige mee- en tegenvallers (one-offs). Hiermee wordt de consistentie tussen uitgavenregel en structureel saldo vergroot. De Commissie kan de voorgestelde wijzigingen toepassen binnen de bestaande verordeningen, deze hoeven niet te worden aangepast.

Actieplan aanpak terrorismefinanciering

De Commissie heeft een update gegeven over de voortgang die zij maakt op het uitvoeren van het Actieplan Aanpak terrorismefinanciering dat is aangenomen door de Raad op 12 februari jongstleden. De voortgang van het Actieplan Aanpak terrorismefinanciering wordt regelmatig geagendeerd zodat de Commissie de Raad kan informeren. De Commissie heeft aangegeven dat het derde voortgangsrapport later in december zal verschijnen. De Commissie zal dan ook met een tweede pakket aan maatregelen komen om terrorismefinanciering te bestrijden. Deze maatregelen hebben betrekking op het bereiken van effectieve strafrechtelijke sancties tegen witwassen in alle lidstaten, een aanscherping van een bestaande verordening op douanegebied, acties in het kader van het bevriezen en confisqueren van activa en het rapporteren over de mogelijkheden om het financial tracking programma verder te brengen. De Commissie zal in 2017 de implementatie van het actieplan voortzetten.

Verslag hoogambtelijke douanebijeenkomsten

In de Ecofinraad is kort stilgestaan bij de instelling van een hoogambtelijke douane werkgroep die is opgenomen in de Raadsstructuur. De Europese Commissie heeft hierbij gewezen op de belangrijke rol die douane speelt op het gebied van veiligheid en handelsfacilitatie. Onder Nederlands en Slowaaks voorzitterschap hebben (als test) in het afgelopen halfjaar reeds twee hoogambtelijke douane bijeenkomsten in raadsverband plaatsgevonden. Nederland is voorstander en één van de grootste aanjagers van het formaliseren van de mogelijkheid om op hoogambtelijk niveau in raadsverband over douane aangelegenheden te spreken en van het creëren van de mogelijkheid om douane onderwerpen op de Ecofinraad te agenderen. Tot voor kort werd er op hoogambtelijk niveau alleen in informele setting en in een groep onder voorzitterschap en aansturing van de Commissie over douane aangelegenheden gesproken.

Raadsconclusies samenwerking EU-NAVO (hamerpunt)

De Ecofinraad heeft conclusies8 aangenomen waarin een set voorstellen voor betere samenwerking tussen de EU en de NAVO is bekrachtigd, ter uitvoering van de EU-NAVO verklaring die en marge van de NAVO-Top in Warschau op 8 juli jl. (Kamerstuk 28 676, nr. 252) werd aangenomen. Deze gezamenlijke voorstellen zijn op 6 december jl. ook door de NAVO bekrachtigd tijdens de bijeenkomst van de NAVO Ministers van Buitenlandse Zaken (Kamerstuk 28 676, nr. 262).

Overige actuele ontwikkelingen

Naast het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad hierboven wil ik u tevens informeren over een aantal overige, gerelateerde actuele ontwikkelingen.

Ontwikkelingen Bazelse Comité

Op 28–29 november jl. vond een bijeenkomst van het Bazelse Comité plaats over het pakket aan voorstellen dat voorligt over de aanscherping van de interne modellenbenadering – waarmee banken onder voorwaarden de risicogewogen activa berekenen – en de mogelijke introductie van een kapitaalvloer (die een ondergrens stelt aan de uitkomsten van interne modellen). Tijdens de Ecofin Raad stonden de ontwikkelingen in het Bazelse Comité niet geagendeerd en is hierover ook niet gesproken. In lijn met mijn eerdere toezegging9, informeer ik u hierbij niettemin over de meest recente ontwikkelingen. Na afloop van de bijeenkomst van het Bazelse Comité van 28–29 november zijn geen nieuwe documenten gepubliceerd. Wel heeft de voorzitter van het Bazelse Comité (Stefan Ingves) in een speech op een aantal punten aangeven in welke richting de discussies zich bewegen.10 Een belangrijk punt is dat Ingves aangeeft dat hij verwacht dat een kapitaalvloer («output floor») overeen zal worden gekomen. De hoogte van de kapitaalvloer is echter nog onderwerp van discussie.

Op andere onderdelen van het pakket laat Ingves weten dat op hoofdlijnen een conceptakkoord is bereikt, te weten:

  • 1. De herziening van de standaardbenadering voor kredietrisico: deze is van belang omdat een kapitaalvloer zal worden geformuleerd als percentage van de uitkomsten van de standaardbenadering.

  • 2. De hervorming van de interne modellenbenadering voor kredietrisico: de ruimte voor banken om zelf kredietrisico’s in te schatten in het risicogewogen kapitaaleisenraamwerk, zal bij enkele activaklassen worden ingeperkt. Ook worden «inputvloeren» geformuleerd (= minimale waarden die gehanteerd moeten worden voor bijvoorbeeld de kans op wanbetaling op een lening).

  • 3. Raamwerk voor operationeel risico: er komt één aangepaste standaardbenadering die meerdere bestaande benaderingen – waaronder een interne modellenbenadering – vervangt. De kapitaaleisen voor operationeel risico dienen om onder meer de impact van mogelijke fraude en ICT-problemen te kunnen opvangen.

De afgelopen periode heeft het Bazelse Comité gewerkt aan bijstellingen van eerder gepubliceerde consultatievoorstellen over deze drie onderwerpen. Deze bijstellingen hebben een neerwaarts effect op de verwachte stijging van de kapitaaleisen die de voorstellen zullen hebben. De totale impact op de kapitaaleisen voor Nederlandse banken – onder meer op de hypotheekportefeuille en leningen aan bedrijven waaronder leningen aan de landbouwsector – zal echter vooral afhangen van de hoogte van de kapitaalvloer. Hier is nog geen akkoord over bereikt. Het doel is dat het pakket kan worden goedgekeurd tijdens de bijeenkomst van de Group of Governors and Heads of Supervision van het Bazelse Comite in januari a.s. Mocht een akkoord worden bereikt of anderszins nieuwe informatie naar buiten komen, dan zal ik u hierover na afloop van deze bijeenkomst opnieuw informeren.

Tot slot heeft Ingves in de voornoemde speech bevestigd dat er een opslag bovenop de minimale 3% leverage ratio eis zal komen voor mondiaal systeemrelevante banken. Deze zal de risicogewogen systeembuffer moeten complementeren. De precieze hoogte en vormgeving van deze opslag is echter nog niet bekend. Naar verwachting zullen ook hierover tijdens de bijeenkomst van januari definitieve afspraken worden gemaakt.

Commissievoorstel Central Counterparties

De Europese Commissie heeft op maandag 28 november een voorstel gepubliceerd (COM (2016) 856/2) voor een raamwerk voor herstel en afwikkeling van centrale tegenpartijen (Central Counterparties; CCP’s). Zoals gebruikelijk zal het kabinet de Eerste en Tweede Kamer hierover middels een BNC-fiche informeren. Gegeven de eindejaarsperiode en de benodigde interdepartementale afstemming zal het fiche op 13 januari aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegezonden.

Advies van WRR over geldschepping

In navolging op de toezegging tijdens het Algemeen Overleg van 28 juni (Kamerstuk 32 013, nr. 135) om de Tweede Kamer te informeren over het plan van aanpak en de timing van het advies van de WRR over geldschepping, kan ik u het volgende mededelen. Ik heb de WRR 7 april gevraagd een advies uit te brengen over de werking van het geldstelsel inclusief alle vormen van geldschepping door banken en hierbij in ieder geval te betrekken de voor- en nadelen van alternatieve systemen van geldschepping en de omvang van de geldscheppingswinst. De WRR doet momenteel onderzoek op basis van wetenschappelijke literatuur, inzichten en ervaringen uit het buitenland en gesprekken met maatschappelijke partijen, de financiële sector en de wetenschap. De WRR streeft ernaar om in de tweede helft van 2017 tot afronding te komen van dit onderzoek en een advies uit te brengen aan het Kabinet.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Zie ook de kabinetsreactie op het pakket van de Europese Commissie over het Europees Semester 2017, 25 november 2016, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1170.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1384.

X Noot
6

Host toezichthouders houden toezicht op een dochter van een (banken)groep in de betreffende lidstaat, waarbij het hoofdkantoor van de groep zich in een andere lidstaat bevindt. Het toezicht op de groep als geheel vindt plaats door de home toezichthouder, in de lidstaat waar het hoofdkantoor gevestigd is.

X Noot
8

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
9

Zie onder meer Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 46.