Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1406

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1406 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 november 2016

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 5 en 6 december te Brussel.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

Tevens zend ik u, zoals toegezegd in het AO Eurogroep/Ecofinraad op 3 november jl., hierbij de onafhankelijk evaluatie van verordening 2015/1017 (EFSI)1.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Geannoteerde agenda t.b.v. de Eurogroep en Ecofinraad van 5 en 6 december 2016 te Brussel

Eurogroep conceptbegrotingen 5 december

Bespreking conceptbegrotingen

Document: De conceptbegrotingen, de opinies van de Europese Commissie en de horizontale mededeling zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/budgetary_plans/index_en.htm. De mededeling «Towards a positive fiscal stance for the euro area» is te vinden op: https://ec.europa.eu/info/publications/2017-european-semester-communication-fiscal-stance_en.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal zoals gebruikelijk spreken over de implicaties van de herfstraming en Draft Budgetary Plans (DBP’s) die de lidstaten hebben ingediend bij de Europese Commissie en de opinie van de Commissie over deze plannen. Dit is het vierde jaar dat lidstaten een DBP hebben ingediend. Deze verplichting vloeit voort uit het two-pack (Vo. 473/2013) en geldt voor alle eurolanden, alleen Griekenland is als programmaland uitgezonderd. De deadline voor indiening van de DBP’s was 17 oktober. Op 16 november heeft de Commissie haar opinies gepubliceerd. Naast een bespreking van de begroting van de individuele lidstaten zal ook worden gesproken over de budgettaire situatie in de eurozone als geheel.

In een begeleidende horizontale mededeling concludeert de Commissie dat op basis van de ingediende plannen het gemiddeld tekort in de eurozone verder zal afnemen van 1,8% in 2016 naar 1,5% in 2017. Ook zal het gemiddelde schuldniveau licht dalen, van 90% naar 89%. Deze cijfers worden ruwweg bevestigd door de herfstraming van de Europese Commissie. Zowel de conceptbegrotingen als de herfstraming van de Europese Commissie geven aan dat de «fiscal stance» in de eurozone ongeveer neutraal is. Dit betekent dat het geaggregeerde structurele saldo in 2017 ongeveer gelijk blijft. In een losse mededeling komt de Commissie tot de conclusie dat de economische en budgettaire situatie een budgettaire verruiming van 0,5% bbp rechtvaardigt. Nederland is van mening dat de begrotingsafspraken in het SGP leidend moeten zijn voor de coördinatie van het budgettaire beleid in het eurogebied. De Kamer wordt hier uitgebreider over geïnformeerd in de kabinetsreactie op het pakket aan publicaties in het kader van het Europees Semester dat de Commissie op 16 november parallel aan de DBP-opinies publiceerde.

Het two-pack voorziet in de mogelijkheid om een conceptbegroting terug te sturen bij een bijzonder ernstige niet-naleving van de SGP-verplichtingen. De Commissie is bij geen enkele conceptbegroting tot deze conclusie gekomen. In de opinies van de Commissie worden de conceptbegrotingen in drie categorieën ingedeeld: «compliant», «broadly compliant», en «risk of non-compliance».

Voor vijf landen (Duitsland, Estland, Luxemburg, Slowakije en Nederland) kwam de Commissie tot de conclusie dat de conceptbegroting «compliant» is met de vereisten van het SGP. Deze landen bevinden zich in de preventieve arm van het SGP en hun conceptbegroting voldoet aan (het pad naar) de middellangetermijndoelstelling (MTO). Op basis van de herfstraming van de Europese Commissie behaalt Nederland in 2017 een structureel tekort van – 0,2% bbp. Nederland voldoet hiermee aan de MTO van – 0,5% bbp. Volgens de Commissie geeft de begrotingssituatie enige ruimte voor een «supportive budgetary stance». Nederland is van mening dat een afweging over de wenselijkheid van budgettaire stimulus, gegeven dat een land binnen de kaders van het SGP blijft, op nationaal niveau gemaakt moet worden en niet moet worden afgeleid van een geaggregeerde doelstelling voor het gehele eurogebied.

Voor vijf landen (Ierland, Letland, Malta, Oostenrijk en Frankrijk) komt de Commissie tot het oordeel «broadly compliant». Voor Ierland, Letland, Malta en Oostenrijk betekent dit dat er in 2017 sprake is van een afwijking van het pad naar de MTO, maar dat deze afwijking binnen de marges van de preventieve arm blijft. Voor Frankrijk voorziet de Commissie dat het tekort in 2017 onder de 3% komt. De structurele begrotingsinspanning is echter niet in lijn met de aanbeveling. De Commissie roept Frankrijk daarom op tot het nemen van de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat de begroting in 2017 voldoet aan het SGP.

Voor acht landen (België, Italië, Cyprus, Litouwen, Slovenië, Finland, Spanje en Portugal) is de Commissie van mening dat er sprake is van «risk of non-compliance». België, Italië, Cyprus, Litouwen, Slovenië en Finland bevinden zich in de preventieve arm. De Commissie oordeelt dat de DBP’s van deze landen mogelijk resulteren in een significante afwijking van het pad naar de MTO. Voor Finland geldt dat de Commissie in de aankomende cyclus van het Europees Semester nader zal beoordelen of Finland in aanmerking komt voor flexibiliteit op basis van de hervormings- en investeringsclausule, in het bijzonder ten aanzien van het criterium dat er voldoende marge is ten opzichte van de 3%-tekortnorm. Dit kan het oordeel mogelijk veranderen. Het Litouwse DBP is ingediend door een demissionaire regering en is op basis van ongewijzigd begrotingsbeleid. De Commissie roept Litouwen op om zo snel mogelijk een update van het DBP in te dienen zodra een nieuwe regering is aangetreden. Dan zal de Commissie ook beoordelen of Litouwen in aanmerking komt voor flexibiliteit op basis van de hervormingsclausule.

De Commissie voorziet voor Italië in 2017 een verslechtering van het structureel saldo met 0,5%. Italië wijkt daarmee significant af van het pad naar de MTO. Italië heeft verzocht om flexibiliteit vanwege de kosten voor migratie en de kosten gerelateerd aan de recente aardbevingen. Het betreft hier een vergaand verzoek aangezien Italië voor migratie om meer flexibiliteit vraagt dan alleen de stijging van de kosten in 2017. Ten aanzien van de aardbeving wordt ook flexibiliteit gevraagd voor indirecte kosten, in plaats van alleen directe noodkosten. De Commissie heeft hier nog geen definitief oordeel over geveld maar wel aangegeven dat ze bereid is dit verzoek in overweging te nemen. Nederland is van mening dat terughoudend moet worden omgegaan met toekenning van dergelijke flexibiliteit. De Commissie geeft echter ook aan dat toekenning van het Italiaanse verzoek het oordeel in de preventieve arm niet zou wijzigen, en roept Italië in de opinie dan ook op om de noodzakelijke maatregelen te nemen om te voldoen aan het SGP.

Portugal bevindt zich nog in de correctieve arm, maar de verwachting is dat het buitensporig tekort dit jaar beëindigd wordt. Indien dit gerealiseerd wordt zal vanaf 2017 de preventieve arm van toepassing zijn. Op basis van de Commissieraming valt zowel het structureel saldo als de uitgavenregel net buiten de toegestane marges van de preventieve arm en wijkt Portugal significant af van het pad naar de MTO.

Het Spaanse DBP is net als het Litouwse ingediend door een demissionaire regering op basis van ongewijzigd beleid. Spanje voldoet in 2016 wat betreft het feitelijk saldo aan het pad dat volgt uit de aanbeveling die de Raad op 8 augustus jl. heeft gedaan, maar voor 2017 zijn aanvullende maatregelen nodig. De Commissie roept Spanje dan ook op om een update van het DBP in te dienen die voldoet aan de aanbeveling van 8 augustus.

Zowel de landen met het oordeel «broadly compliant» als het oordeel «risk of non-compliance» worden opgeroepen om de noodzakelijke maatregelen te nemen om te waarborgen dat de begroting in 2017 in naleving is van het SGP. Nederland is het hiermee eens, al was een sterker onderscheid tussen de twee groepen en een duidelijkere opdracht aan de landen met «risk of non-compliance» wat Nederland betreft wenselijk.

Naar verwachting zal de Eurogroep zijn positie ten aanzien van de ingediende DBP’s en de beoordeling hiervan door de Commissie net als vorig jaar kenbaar maken middels een verklaring. Nederland zal zich net als vorig jaar ervoor inzetten dat de Eurogroep een sterk signaal afgeeft aan de lidstaten waar sprake is van «risk of non-compliance» om de begroting in lijn te brengen met de vereisten van het SGP.

Reguliere eurogroep 5 december

Griekenland

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De instellingen (Europese Commissie, ECB, IMF, ESM) zullen de Eurogroep informeren over de voortgang van de tweede voortgangsmissie van het Griekse programma. Daarnaast zal waarschijnlijk gesproken worden over het invoeren van de schuldmaatregelen voor de korte termijn die overeengekomen zijn tijdens de Eurogroep van 24 mei.

De tweede voortgangsmissie bevat net als de eerste voortgangsmissie een breed pallet aan maatregelen, onder andere op het gebied van de sociale zekerheid, hervorming van de arbeidsmarkt, privatiseringen, de financiële sector, de energiemarkt, openbaar bestuur, wetgeving voor de begrotingsstrategie voor de middellange termijn, zakenklimaat, productmarkten en onderwijs.

Privatiseringsproces

Tijdens het Algemeen Overleg Eurogroep/Ecofinraad van 3 november heeft de Kamer gevraagd naar de voortgang van het privatiseringsproces in Griekenland. Als onderdeel van de eerste review heeft Griekenland een nieuw privatiserings- en investeringsfonds (HCAP2) opgericht. Het bestaande privatiseringsfonds HRADF (Hellenic Republic Asset Development Fund), het HFSF (Hellenic Financial Stability Fund) en twee subentiteiten voor vastgoedbezittingen en andere deelnemingen van de Griekse staat zijn bij dit nieuwe fonds ondergebracht. Ook is een aantal staatsbedrijven aan het fonds overgedragen.

De raad van toezicht van HCAP is benoemd. Drie leden zijn benoemd op voordracht van de Griekse autoriteiten en twee leden op voordracht van de EC en het ESM. Het benoemen van de raad van bestuur door deze raad van toezicht is de volgende stap en moet op korte termijn plaatsvinden.

In de tussentijd gaan bestaande privatiseringstrajecten door. In april jl. heeft de Griekse regering het Asset Development Plan van HRADF ondersteund. In de voortgangsrapportage bij de eerste voortgangsmissie3 geeft de Europese Commissie aan dat er significante voortgang is geboekt met privatiseringen sinds de start van het ESM-programma. Zo heeft HRADF in december 2015 een overeenkomst getekend met een consortium voor een 40-jarige concessie voor ontwikkeling, onderhoud en exploitatie van 14 regionale vliegvelden. De opbrengst bedraagt volgens HRADF 1,2 miljard euro plus jaarlijkse betalingen. Daarnaast is het consortium verplicht om investeringen in de vliegvelden te doen. Ook heeft HRADF april jl. een verkoopovereenkomst getekend met het Chinese bedrijf COSCO voor een belang van 67% in het havenbedrijf van Piraeus, de Piraeus Port Authority. De aandelen worden verkocht voor een bedrag van 369 miljoen euro. Daarnaast heeft COSCO zich verplicht om investeringen in de haven te doen en ontvangt de overheid inkomsten naar rato van de omzet van het bedrijf. De eerste betaling, waarbij COSCO 51% van de aandelen in handen gekregen heeft, heeft in augustus plaatsgehad. Een soortgelijke verkoopprocedure is van start gegaan voor de haven van Thessaloniki.

Verder zijn in mei, juni en oktober van dit jaar twee vliegtuigen en een deel van de (buitenlandse) vastgoedportefeuille verkocht. De verkoop van het onderhoudsbedrijf voor treinen ROSCO4 is in een vergevorderd stadium. Ook is door het Griekse parlement de verkoop van de voormalige internationale luchthaven van Athene, Hellinikon, goedgekeurd. Dit is een belangrijke stap in het afronden van dit verkoopproces. In oktober is de procedure voor de privatisering van een snelweg (Egnatia Motorway) gestart.

Schuldmaatregelen

De Tweede Kamer heeft op 11 november jl. verzocht om een reactie op berichtgeving dat er een plan ligt voor schuldverlichting aan Griekenland. Op 24 mei jl. is de Eurogroep een pakket aan schuldmaatregelen overeengekomen. In het verslag5 van deze Eurogroep zijn de overeengekomen mogelijke maatregelen en de bijbehorende voorwaarden uiteen gezet. De overeengekomen schuldmaatregelen worden gefaseerd geïmplementeerd, als dit nodig is om te voldoen aan de afgesproken benchmark voor de jaarlijkse financieringsbehoefte6 en op voorwaarde van naleving van de afspraken uit het ESM-programma. Er zijn maatregelen afgesproken voor de korte termijn (implementatie na afronding van de eerste voortgangsmissie), voor de middellange (aan het eind van het programma) en voor de lange termijn (na het programma).

Met het afronden van de eerste voortgangsmissie is de weg vrijgemaakt voor de implementatie van de schuldmaatregelen voor de korte termijn. Het gaat daarbij om:

  • Het aflossingsprofiel van Griekenland aan het EFSF wordt gelijkmatiger gemaakt. Pieken in de aflossingen aan het EFSF worden afgevlakt, wat voor de betreffende jaren zal leiden tot een lagere herfinancieringsbehoefte. De gewogen gemiddelde looptijd van de EFSF-leningen aan Griekenland zal hierbij binnen het maximum van 32,5 jaar blijven dat is vastgelegd in de leningovereenkomst tussen het EFSF en Griekenland.

  • De financieringsstrategie van het EFSF en ESM zal worden gebruikt om het renterisico voor Griekenland te verminderen.

  • Voor het jaar 2017 wordt afgezien van de op 1 januari 2017 voorziene renteopslag van 200 basispunten (step-up interest rate) op de EFSF-lening uit het tweede leningenprogramma voor Griekenland die gerelateerd is aan de schuldterugkoopoperatie uit december 2012.

De technische uitwerking van de maatregelen die het renterisico moeten beperken is nog gaande en het ESM werkt aan een voorstel voor de timing van de invoering van de maatregelen. Dit voorstel van het ESM zal waarschijnlijk tijdens de Eurogroep van 5 december besproken worden. Deze maatregelen leiden niet tot additionele kosten voor de Nederlandse begroting. Afzien van de voorziene renteopslag betekent dat deze inkomsten niet kunnen worden toegevoegd aan de reserves van het EFSF.

Nu de eerste voortgangsmissie is afgerond steunt het kabinet de implementatie van de korte termijn schuldmaatregelen, in lijn met de afspraken gemaakt op 24 mei jl.

Voor de middellange termijn is de Eurogroep op 24 mei een tweede set met mogelijke schuldmaatregelen overeengekomen. Zoals aangegeven in het verslag van deze Euroroep wordt over de mogelijke implementatie van deze maatregelen aan het einde van het programma in 2018 besloten. Griekenland zal alleen voor deze maatregelen in aanmerking komen als de instituties in 2018 positief oordelen over de implementatie van het programma en als uit een schuldhoudbaarheidsanalayse blijkt dat er maatregelen nodig zijn om aan de overeengekomen benchmark voor de houdbaarheid van de schuld te voldoen. De maatregelen die de Eurogroep is overeengekomen betreffen:

  • Vanaf 2018 zal de voorziene renteopslag van 200 basispunten over de EFSF-lening uit het tweede leningenprogramma die is verstrekt voor de schuldterugkoopoperatie uit december 2012, afgeschaft kunnen worden. Dit betekent dat deze inkomsten niet kunnen worden toegevoegd aan de reserves van het EFSF. Dit leidt niet tot additionele kosten voor de Nederlandse begroting.

  • De nog beschikbare SMP-winsten over 2014 kunnen alsnog worden doorgegeven aan Griekenland. Deze zijn door de lidstaten reeds in 2014 overgemaakt naar een afgeschermde rekening van het ESM, maar toen niet doorgegeven aan Griekenland omdat Griekenland niet voldeed aan de voorwaarden. Daarnaast kunnen vanaf begrotingsjaar 2017 de toekomstige SMP- en ANFA-winsten, conform de afspraak uit het tweede leningenprogramma7, worden doorgegeven aan Griekenland. Deze winsten zullen door de lidstaten op de afgeschermde rekening van het ESM worden overgemaakt en zullen gebruikt worden als een buffer om aan toekomstige financieringsbehoeften van Griekenland te voldoen. Deze uitgavenreeks was, als onderdeel van het tweede programma, reeds ingeboekt op de begroting van Financiën en leidt daarmee niet tot extra kosten (de jaren 2015 en 2016 zijn uitgezonderd).

  • Het niet-gebruikte deel van het ESM-programma van circa 20 miljard euro – dat bestemd was voor de bankenherkapitalisatie – kan (deels) ingezet worden om bestaande officiële leningen, zoals de bilaterale leningen ondergebracht in de Greek Loan Facility of de leningen van het IMF, vervroegd af te lossen. Dit zal leiden tot lagere rentekosten en langere looptijden voor Griekenland op middellange termijn. Hierbij zal rekening gehouden worden met lidstaten die een relatief hoge blootstelling op Griekenland hebben. Mochten de bilaterale leningen uit de Greek Loan Facility vervroegd afgelost worden dan kan dit tot lagere netto-inkomsten voor de Nederlandse staat zorgen.

  • Ten slotte kan er doelgerichte herprofilering van EFSF-leningen plaatsvinden (zoals langere looptijden, verdere afvlakking van aflossingen en het instellen van een maximum aan het rentepercentage en uitstel van de rentebetalingen die daarboven vallen) als dat nodig is om aan de overeengekomen benchmark voor de houdbaarheid van de schuld te voldoen. De Eurogroep heeft benadrukt dat deze maatregelen niet tot additionele kosten mogen leiden voor de voormalige programmalanden en het EFSF.

De voorspellingen voor de lange termijn houdbaarheid van de Griekse schuld zijn met onzekerheid omgeven. Voor de lange termijn is de Eurogroep daarom een mechanisme voor schuldmaatregelen overeengekomen. Het mechanisme kan na afloop van het programma geactiveerd worden om schuldhoudbaarheid te garanderen op lange termijn als een slechter dan voorzien scenario zich zal voordoen. Het kan dan gaan om verdere herprofilering van EFSF-leningen of verder uitstel van rentebetalingen. De Eurogroep zal overwegen om het mechanisme te activeren als additionele schuldmaatregelen nodig zijn om aan de overeengekomen benchmark voor de houdbaarheid van de schuld te voldoen en op voorwaarde dat Griekenland voldoet aan de vereisten van het Stabiliteits- en Groeipact.

Het IMF heeft bij de Eurogroep van 24 mei toegezegd voor het einde van het jaar over een mogelijk programma te besluiten. Dat besluit wordt onder andere genomen op basis van een schuldhoudbaarheidsanalyse. Mogelijk vergt deze besluitvorming nadere specificatie van de afspraken zoals vastgelegd in het statement van 24 mei. Het kabinet staat open voor deze specificatie zolang deze specificatie niet verder gaat dan in het statement is overeengekomen.

Werkprogramma Eurogroep eerste helft 2017

Document: nvt

Aard bespreking: vaststelling werkprogramma

Besluitvormingsprocedure: nvt

Toelichting:

In de Eurogroep wordt het werkprogramma voor de eerste helft van 2016 besproken. Ieder half jaar wordt in het werkprogramma de agenda voor het komende half jaar vastgelegd.

In de Eurogroep worden diverse onderwerpen geagendeerd. Programmalanden worden besproken aan de hand van reviews en post-programme surveillances. De Eurozone-aanbevelingen worden besproken, economische onderwerpen zoals de ramingen van de Commissie en inflatieontwikkelingen worden geagendeerd.

Ook worden de thematische discussies verder voortgezet. De thematische discussies zijn voor het grootste deel voortzettingen van onderwerpen die eerder zijn besproken. Hierdoor worden de onderwerpen verder verdiept en wordt getracht afspraken te maken over gedeelde principes en benchmarks. Onderwerpen die terug komen zijn onder meer investeringen, pensioenen, insolventie en spending reviews.

Ecofinraad 6 december

Agendaonderwerp Investeringsplan voor Europa

Document: Onafhankelijke evaluatie EFSI, uitgevoerd door E&Y. De evaluatie is bij deze geannoteerde agenda bijgevoegd.

Aard bespreking: Aanname raadsconclusies.

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde Meerderheid.

Toelichting:

De Raad zal spreken over de compromistekst voor de aanpassing van de EFSI-verordening voor verlenging en versterking van EFSI. Daarna zullen er onderhandelingen met het Europees Parlement worden gestart, waartoe het compromisvoorstel als onderhandelingsinzet zal dienen. Daarnaast zal de Raad conclusies aannemen over de derde pijler van het investeringsplan.

Conform de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de vergaderingen van de vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Europese Zaken op 3 november 2016, informeer ik u tevens over het risicobeleid van de EIB (algemene risicobeleid, de terugbetalingservaringen, de risicoanalyse van de EIB- en EFSI-projecten) en doe ik u hierbij de onafhankelijke evaluatie van EFSI die op 14 november 2016 is gepubliceerd toekomen, voorzien van een korte appreciatie.

Onafhankelijke evaluatie (bijgevoegd)

Zoals in het BNC-fiche opgenomen, vormde een gedegen, onafhankelijke evaluatie een van de elementen van de Nederlandse inzet (en die van vele andere lidstaten) met betrekking tot het commissievoorstel, waarbij de uitkomsten ervan de basis zouden moeten vormen voor het besluit om EFSI al dan niet te verlengen. Deze evaluatie is inmiddels afgerond en op 14 november gepubliceerd.

Het Kabinet verwelkomt de onafhankelijke evaluatie en onderschrijft de resultaten en aanbevelingen. De belangrijkste conclusie van de evaluatie is dat EFSI werkt. De uitvoering verloopt volgens plan en de versterkte capaciteit voor de EIB om meer risico te lopen is belangrijk gezien de achterlopende investeringen in de EU, met name voor investeringen met hoge risico’s. Vooral het MKB-loket is volgens de evaluatie een succes. Voornaamste aanbevelingen zijn meer (helderheid over) additionaliteit via duidelijkere selectiecriteria, betere geografische en sectorale spreiding en ontwikkeling van indicatoren voor het meten van achterliggende doelen (groei, werkgelegenheid). Ook zou er beter moeten worden gecommuniceerd met de stakeholders en doet de evaluatie een aantal aanbevelingen over hoe de werking van de Advisory Hub te verbeteren (betere samenwerking met de NPI’s en lokale versterking van de EIB).

De resultaten van de evaluatie en de aanbevelingen zijn in lijn met de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over het commissievoorstel en vinden grotendeels hun weerslag in de voorliggende compromistekst. Zo is het additionaliteit-criterium in het voorstel verder verduidelijkt. Ook de zorgen over de geografische balans worden geadresseerd in het compromisvoorstel. De EIB is daarnaast bezig met de ontwikkeling van risicovollere instrumenten (zoals achtergestelde leningen), eveneens in lijn met de aanbevelingen van de evaluatie. Het kabinet ondersteunt dit, uiteraard binnen de grenzen van prudent risicobeleid. Het kabinet onderschrijft verder de aanbeveling om een methodologie en indicatoren te ontwikkelen om macroresultaten van EFSI te meten en zal daarop kritisch blijven toezien. Effect op groei en banen blijft namelijk de kern van EFSI en dient zo goed mogelijk te worden gemonitord.

De evaluatie gaat zeer beperkt in op het wegenemen van de investeringsbelemmeringen in deze context, terwijl dit een belangrijke bijdrage kan leveren voor betere geografische spreiding en additionaliteit. Het kabinet is verheugd dat de Commissie in haar reactie op de evaluatie eveneens het belang onderstreept van de verdere stappen op de 3e pijler.

Voortgang onderhandelingen voorstel EFSI 2.0

Het kabinet heeft haar standpunt ten aanzien van het commissievoorstel met betrekking tot EFSI 2.0 gedeeld met uw Kamer in het BNC-fiche. Bij de onderhandelingen over de compromistekst was de inzet van Nederland er met name op gericht, zoals geformuleerd in het BNC-fiche, om in de verordening aandacht te krijgen voor het belang van het wegnemen van investeringsbelemmeringen (de 3e pijler), om de financiering van EFSI 2.0 veilig te stellen en om te zorgen dat de aangekondigde onafhankelijke evaluatie tot stand zou komen en zou worden meegewogen in het resultaat. Het kabinet acht dat aan deze inzet in voldoende mate tegemoet is gekomen.

De financiering van genoemde voorstellen is opgenomen in de tussentijdse evaluatie (mid-term review) van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Bij de onderhandelingen met het Europees Parlement geldt een voorbehoud dat de financiering van de voorstellen afhankelijk is van een definitief akkoord over de tussentijdse evaluatie van het MFK.

Het voorliggende compromisvoorstel legt een link tussen EFSI en de 3e Pijler van het Investeringsplan door de EIB op te roepen om de geconstateerde investeringsbelemmeringen te rapporteren aan de Commissie, welke uitgenodigd wordt deze te gebruiken bij hun werk in het kader van het Europese Semester.

Ook op andere punten is het kabinet tevreden over de compromistekst. Er wordt aandacht besteed aan de Europese afspraken met betrekking tot belastingontwijking, het begrip marktfalen wordt beter toegelicht (zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde) en er wordt getracht de geografische balans te versterken door onder meer de mogelijkheid om makkelijker EFSI-financiering met andere EU-fondsen te blenden en door (de locale aanwezigheid van) de EIAH (European Investment Advisory Hub) te versterken. Ook wordt er voorzien in een grotere focus op het bijdragen aan klimaatdoelstellingen, waarbij er tevens wordt verwezen naar internationale afspraken omtrent normen en meetmethodes. Daarnaast is er een aantal verkiesbare subsectoren toegevoegd aan de verordening: landbouw, visserij, bosbouw, bioeconomy en e-infrastructure. Ook zijn afspraken gemaakt over een tijdige onafhankelijke evaluatie. Deze onafhankelijke evaluatie is in het nieuwe voorstel goed geborgd en er worden expliciete consequenties verbonden aan de uitkomsten van de evaluatie (voortzetting of beëindiging EFSI). Tot slot wordt de werking van de Advisory Hub versterkt door het opnemen van een pro-actieve adviesondersteuning bij het opzetten van NPI’s, nadere focus op betere samenwerking tussen EFSI en de NPI’s en het vestigen van de lokale aanwezigheid van EIAH, met name in landen die problemen hebben met ontwikkeling van projecten.

Het kabinet is van mening dat de compromistekst van de aangepaste verordening een solide basis vormt voor de onderhandelingen met het Europees Parlement.

Krachtenveld

De verwachting is dat over het algemeen gezien de lidstaten de compromistekst zullen steunen. Op twee punten kan mogelijk nog discussie ontstaan.

Een paar grote lidstaten zal naar verwachting de koppeling met de 3e pijler willen afzwakken door slechts te spreken van thematische analyses van investeringsbelemmeringen (geen landen) en geen verband te willen leggen met het Europees Semester.

Het tweede punt behelst de wens van een paar grote lidstaten om in de preambules van de verordening een oproep op te nemen aan de EIB om (meer) te investeren in de security- en defensiesectoren onder EFSI. De EIB verschaft reeds financiering voor R&D-investeringen waarbij civiele en duaal gebruik technologieën zijn betrokken, zoals radarsystemen, cybersecurity en microelectronica. Dit is ook mogelijk onder EFSI. Defensie-uitgaven buiten R&D voor duaal gebruik zijn volgens de investeringsrichtlijnen van de EIB thans niet mogelijk. Dit is in lijn met het investeringsbeleid van andere Internationale Financiële Instellingen. De EIB is dan ook geen voorstander van het wijzigen van haar investeringsrichtlijnen op dit punt, met name aangezien het verrichten van defensie-investeringen buiten R&D het aantrekken van financiering op de kapitaalmarkt voor de EIB zal bemoeilijken.

Nadere informatie EIB risicobeleid

Tijdens de vergaderingen van de vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Europese Zaken op 3 november 2016, zijn vragen gesteld over het risicobeleid van de EIB (algemene risicobeleid, de terugbetalingservaringen, de risicoanalyse van de EIB- en EFSI-projecten). Het risicobeleid van de EIB ligt vast in het Risk Management Framework. In dit framework zitten verschillende niveaus. Allereerst beoordelen de medewerkers van de EIB de financieringsaanvragen en kijken daarbij onder andere naar het te financieren project, de leningnemer en zekerheden voor de financiering. Ten tweede beoordeelt de Risk Management afdeling van de EIB de projecten specifiek op risico’s waarbij ook wordt beschreven hoe risico’s worden gemitigeerd. Tot slot wordt risico beoordeelt door interne en externe controle van projecten en de Bank als geheel. De EIB wordt geleid door een Raad van Gouverneurs (de Ministers van Financiën van de 28 EU lidstaten), de Raad van Bewindvoerders (van elke EU lidstaat één) en het Management Comité, het dagelijks bestuur van de Bank. Voor EFSI projecten geldt daarnaast dat voordat een project wordt voorgelegd aan de EIB Bewindvoerders het EFSI Investment Comité per project goedkeuring verleent voor het gebruiken van de EFSI garantie van de Commissie, conform de afgesproken EFSI richtlijn. Voor de externe controle is er een onafhankelijk Audit Comité, waar namens de EU lidstaten zes onafhankelijke experts in zitten. In algemene zin geldt dat de EIB geen winstoogmerk heeft en alle activiteiten en instrumenten worden vormgegeven vanuit publiek (EU en internationaal) beleid.

Daarnaast heeft de EIB nog een aantal specifieke afspraken omtrent risico gemaakt. Zo werkt de Bank volgens de internationaal geldende Best Banking Principles, vormgegeven door het Bazels Comité. De Bank stelt elk jaar haar «risk appetite» vast, onder goedkeuring van de Raad van Bewindvoerders. En de Bank voert een continu en proactief risicobeleid met richtlijnen voor de belangrijkste risico’s; krediet-, markt-, liquiditeit- en operationeel risico. In het Risk Management Framework worden ook het reputatierisico en niet-financiële risico’s meegenomen. De EIB rapporteert periodiek haar kapitaalratio die zij berekent volgens de door het Bazels Comité opgestelde criteria. Deze methode hangt gewichten aan de activa van een bank die worden afgezet tegen de totale eigen middelen van de bank. De kapitaalratio van de EIB is op dit moment 25,3% en ligt daarmee ruim boven de vereiste minimale kapitaalratio van 14–18%. Het kapitaal van de EIB bestaat uit kernkapitaal (CET1).

De terugbetalingervaringen van de EIB zijn positief. De EIB is opgericht in 1958 en heeft nooit een beroep gedaan op de garantie van de aandeelhouders. In 2015 presteerde slechts 0,3% van de uitstaande leningen van de EIB niet naar behoren (impaired loans). In 2014 ging het om 0,2% van de uitstaande leningen. Voor deze leningen neemt de EIB specifieke maatregelen om een oplossing te vinden voor de reeds uitgekeerde hoofdsom, achterstallige schulden en de achterstallige rentebetalingen. In 2015 was dit in totaal EUR 632,7 miljoen. Ter vergelijking, de totale balans (= meer dan alleen uitstaande leningen) van de EIB op 31/12/2015 bedroeg EUR 570,6 miljard.

Zoals ik tijdens het AO op 3 november jl. heb aangegeven is het nu nog niet mogelijk om een evaluatie te maken van de terugbetalingervaringen van EFSI projecten. De looptijd van EIB leningen (incl. EFSI) is vaak lang, 5, 7 of zelfs 20 jaar. De EIB zal over de status van de leningen rapporteren in het verslag dat jaarlijks wordt gemaakt voor het Europees Parlement en de Raad. In de EFSI verordening staat opgenomen dat dit verslag o.a. een beschrijving van de EFSI projecten moet bevatten en gedetailleerde informatie over eventueel beroep op de EFSI-garantie, verliezen en opbrengsten.

Conclusies over derde pijler van het investeringsplan

De Raad zal eveneens conclusies aannemen over de derde pijler van het investeringsplan. De derde pijler van het investeringsplan ziet op het wegnemen van barrières voor investeringen in lidstaten en het verbeteren van het investeringsklimaat op EU-niveau. De conclusies zijn opgesteld op basis van ambtelijke besprekingen die in het kader van de derde pijler hebben plaatsgevonden. In juli is de Ecofin Raad reeds geïnformeerd over een aantal van deze discussies, over publiek-private samenwerking, investeringen in netwerkindustrieën, insolventieraamwerken en state-owned Enterprises. In de voorliggende conclusies wordt ook gerefereerd naar recente discussies over energiemarkten, energie-efficiëntie en de digitale economie. Het kabinet is van mening dat het wegnemen van investeringsbarrières een belangrijke bijdrage kan leveren aan het stimuleren van groei en banen in de EU en zet daarom in op een ambitieuze agenda voor de derde pijler. Over deze conclusies wordt in de Ecofinraad weinig discussie verwacht.

Richtlijnvoorstel hybride mismatches met derde landen

Document: Proposal for a Council Directive amending Directive (EU) 2016/1164 as regards hybrid mismatches with third countries (ATAD 2): http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52016PC0687&from=EN

Aard bespreking: algemene oriëntatie

Besluitvormingsprocedure: unanimiteit

Toelichting:

Het Slowaakse voorzitterschap wil tijdens deze Ecofinraad, in lijn met de in juni jl. door de Raad uitgesproken ambitie om in 2016 een akkoord te bereiken, de discussie over het richtlijnvoorstel over hybride mismatches met derde landen («ATAD2») afronden. Over de beoordeling en de inzet van het kabinet met betrekking tot dit voorstel is uw Kamer recent door middel van een BNC-fiche geïnformeerd.8

De meeste lidstaten hebben in de eerste besprekingen benadrukt dat de richtlijn moet aansluiten bij de uitkomsten van actiepunt 2 van het BEPS-project van de OESO. Ook Nederland hecht eraan dat aansluiting wordt gezocht bij de uitkomsten van actiepunt 2 van het BEPS-project. In die zin kan Nederland ook in grote lijnen het gewijzigde voorstel steunen dat het voorzitterschap heeft gepresenteerd en dat met input van de OESO is opgesteld. Nederland zet daarbij in op een latere implementatiedatum van 1 januari 2024 om aan niet-EU-lidstaten voldoende tijd te bieden om maatregelen tegen hybride mismatches te treffen en de in OESO-verband gemaakte afspraken na te komen. Ook moeten bedrijven voldoende tijd krijgen om zich aan de richtlijn aan te passen. Het kabinet wil deze bedrijven handelingsperspectief bieden door een latere implementatiedatum.

Financiële transactie belasting

Document: Nog niet verspreid

Aard bespreking: State of play

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Op de Ecofin Raad van 6 december staat (wederom) de stand van zaken van de versterkte samenwerking voor een financiële transactie belasting (FTT) op de agenda. Dit onderwerp stond aanvankelijk op de Ecofin Raad van november maar omdat de voorzitter van de FTT groep, de Oostenrijkse Minister van Financiën, niet aanwezig kon zijn, is ervoor gekozen om de FTT te verplaatsen naar de Ecofin Raad van december.

In februari 2013 heeft de Commissie een richtlijnvoorstel voor versterkte samenwerking gepubliceerd op het gebied van de FTT. De (toen nog) 11 participerende lidstaten hebben sindsdien geprobeerd om tot een oplossing te komen. De participerende lidstaten waren, onder andere, verdeeld over de reikwijdte van de FTT. Zo wenste de ene groep lidstaten een beperkte FTT met zo min mogelijk weerslag op de economie terwijl de andere groep inzette op een uitgebreide FTT om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Deze impasse lijkt te zijn doorbroken. Onlangs hebben de (nu) 10 aan de FTT participerende lidstaten aangegeven dat er een basisovereenstemming is gevonden waarop verder kan worden doorgebouwd naar een volledige richtlijn. Er is dus geen sprake is van een uiteindelijk akkoord. De FTT groep zal gedurende de Ecofin Raad hun basisovereenkomst in aan de rest van de lidstaten presenteren.

Tijdens de opstelling van deze Geannoteerde Agenda was er (nog) geen inhoudelijk document over de afspraken gepubliceerd. Mocht de FTT groep uiteindelijk akkoord gaan met een FTT richtlijn dan zal het kabinet, zoals eerder aan de Kamer is toegezegd, een appreciatie daarover naar de Kamer sturen.

Inzet Nederland: Nederland heeft zich niet aangesloten bij de versterkte samenwerking voor een FTT. Het regeerakkoord stelt dat Nederland zich aansluit bij een versterkte samenwerking voor een heffing op de financiële sector, indien aan drie voorwaarden wordt voldaan:

  • 1. De Nederlandse pensioenfondsen blijven gevrijwaard van een financiële sector belasting;

  • 2. Er is geen disproportionele samenloop met de huidige bankenbelasting, en;

  • 3. De inkomsten vloeien terug naar de lidstaten.

Het voorstel, gedaan door de Commissie, voldoet niet aan de voorwaarden van het regeerakkoord. Zo worden pensioenfondsen belast door de FTT. Verder is het voor Nederland belangrijk dat de FTT geen inbreuk maakt op de rechten van de niet participerende lidstaten.

Versterking Bankenunie

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Ecofin Raad zal spreken over de stand van zaken met betrekking tot de verschillende maatregelen om de bankenunie te voltooien. In dit kader heeft de Raad reeds in juni jl. een routekaart aangenomen onder het Nederlands voorzitterschap, waarin de Commissie is verzocht om voor het einde van dit jaar een aantal maatregelen te presenteren om de risico’s in de Europese bankensector verder te verminderen.9

In lijn met deze routekaart heeft de Commissie onlangs voorstellen gedaan die zien op: 1) het opleggen van voldoende bail-inbare buffers voor banken (MREL / TLAC), 2) een Europese benadering voor een bancaire crediteurenhiërarchie, 3) geharmoniseerde regels omtrent het uitstellen van betalings- en leveringsverplichtingen van een bank (het moratorium instrument), 4) een herziening van de prudentiële eisen voor banken (CRR/CRD), waaronder de introductie van een leverage ratio en net stable funding ratio, en 5) minimum harmonisatie van nationale insolventieraamwerken (preventieve herstructuring en tweede kansbepaling).

De Commissie zal tijdens de Ecofin Raad een presentatie geven over de eerste 4 maatregelen (het voorstel over insolventieraamwerken valt onder de competentie van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken). Het kabinet zal aandringen op een ambitieuze behandeling in de Raad zodat de maatregelen spoedig kunnen worden aangenomen en geïmplementeerd. Inhoudelijk zal het kabinet zich inspannen om de Commissievoorstellen waar nodig op onderdelen nog verder aan te scherpen. Na de bestudering van de voorstellen zal de Kamer door middel van een kabinetsreactie nader worden geïnformeerd over de positie van de Nederlandse regering.

Naast de voortgang op het terrein van risicovermindering, zal de Ecofin Raad ook stilstaan bij het voortgangsrapport van het Slowaakse voorzitterschap ten aanzien van het voorstel voor een Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Hierin wordt de Ecofin Raad geïnformeerd over de besprekingen die op technisch niveau hebben plaatsgevonden, ondermeer ten aanzien van de aanvullende effectanalyse die door de Commissie is gepresenteerd. Er zal geen sprake zijn van onderhandelingen op dit dossier. In lijn met de routekaart zullen onderhandelingen over EDIS op politiek niveau pas van start zullen gaan zodra er voldoende verdere vooruitgang is geboekt met de maatregelen inzake risicovermindering.

Implementatie Bankenunie

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Ecofin Raad zal spreken over de stand van zaken met betrekking tot de nationale implementatie van diverse elementen van de Bankenunie. Tijdens de Ecofin Raad van 8 november jl. gaf de Europese Commissie aan dat alle lidstaten de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) geïmplementeerd hebben. Daarmee is voldaan aan de in de roadmap ter voltooiing van de Bankenunie opgenomen voorwaarde voor de start van technische discussies over de vormgeving van een gemeenschappelijke backstop voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (SRF). De eerste technische discussies zullen nog dit jaar van start gaan. In lijn met de backstopverklaring d.d. 18 december 2013 en de roadmap ter voltooiing van de bankenunie zal de backstop uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode (2024) in werking treden. Afhankelijk van de voortgang ten aanzien van risicoreducerende maatregelen, kan besloten worden dat de backstop eerder in werking treedt.

Ten aanzien van de Deposit Guarantee Scheme Directive (DGSD) is de verwachting dat België eind november als laatste lidstaat deze volledig geïmplementeerd zal hebben. Een viertal lidstaten (CYP, GRIE, SLK, SPA) dient de leenoverkomst ten behoeve van brugfinanciering aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds nog te ondertekenen. Nederland heeft de implementatie van zowel de BRRD als de DGSD in november 2015 volledig afgerond. Ook de leenovereenkomst is in Nederland afgerond en ondertekend.

Toekomst EMU

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Commissie zal tijdens de Ecofinraad mogelijk een update geven over het proces in de aanloop naar de publicatie van het witboek, waarin zij stappen voorstelt om de EU en de EMU te hervormen. In het witboek zal de Commissie naar verwachting onder andere ingaan op de vorderingen die zijn gemaakt met de eerste fase die is beschreven in het Vijf Presidentenrapport en hervormingen uiteenzetten die zien op de tweede fase van het rapport.

De verwachting is dat de Commissie het witboek in maart zal publiceren. Er is voor deze bespreking geen achtergrondstuk met de lidstaten gedeeld. Het kabinet zal de maatregelen die voortkomen uit het witboek afwachten en op hun merites beoordelen.

Europees Semester 2017

Document:

De Annual Growth Survey 2017 is te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-annual-growth-survey_en_0.pdf

Het Alert Mechanism Report 2017 is te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-alert-mechanism-report_en_0.pdf

De conceptaanbevelingen voor de eurozone zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-recommendation-euro-area_en_0.pdf

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Commissie zal een presentatie geven over de «Annual Growth Survey 2017» (AGS), het «Alert Mechanism Report 2017» (AMR) en de aanbevelingen voor de eurozone. De stukken vormen het startsein van de jaarlijkse budgettaire en economische coördinatie tussen lidstaten in het kader van het Europees Semester. De Kamer zal per kamerbrief nader worden geïnformeerd over de inhoud van deze documenten, de appreciatie van het kabinet en het proces.

In de AGS blikt de Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor het komende jaar. De Commissie stelt voor om in 2017 verder te werken aan de volgende drie prioriteiten: (1) bevorderen van investeringen, (2) implementatie van structurele hervormingen en (3) verantwoord begrotingsbeleid. Dit zijn grofweg dezelfde prioriteiten als in 2016. Lidstaten zouden daarbij volgens de Commissie moeten inzetten op eerlijke sociale uitkomsten en inclusieve groei.

In het Alert Mechanism Report (AMR) worden aan de hand van een scoreboard met indicatoren en indicatieve drempelwaarden mogelijke macro-economische onevenwichtigheden opgespoord. Aan de hand van het scoreboard wordt bepaald welke lidstaten onderworpen worden aan nader onderzoek. Deze diepteonderzoeken moeten uitwijzen of en in welke mate de betreffende lidstaten te kampen hebben met macro-economische onevenwichtigheden en in welke mate deze een risico vormen voor de lidstaten zelf en de Europese Unie als geheel. De Commissie is voornemens om dit Semester dertien lidstaten nader te onderzoeken om vast te stellen in welke mate zij kampen met onevenwichtigheden. De Commissie zal ook voor het vijfde jaar op rij een diepteonderzoek uitvoeren naar mogelijke onevenwichtigheden in de Nederlandse economie die verband houden met de hoge schulden van huishoudens, voornamelijk als gevolg van de situatie op de woningmarkt. Daarnaast zal de Commissie kijken naar het overschot op de lopende rekening en de onderliggende onbalans tussen besparingen en investeringen.

In de aanbevelingen voor het eurogebied benoemt de Commissie gezamenlijke beleidsuitdagingen voor het eurogebied. De Commissie heeft de volgende aanbevelingen voor de eurozone voorgesteld: (1) bevorderingen van groei, aanpassingsvermogen, herbalancering en convergentie; (2) begrotingsbeleid en de fiscal stance voor de eurozone; (3) banencreatie en arbeidsmarkthervormingen; (4) voltooiing van de bankenunie en risicoreductie in de bankensector en (5) voltooiing van de EMU.

Actieplan Aanpak terrorismefinanciering

Document: Overzicht voortgang ter vergadering

Aard bespreking: (Mondelinge) Presentatie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Commissie zal een update geven van de voortgang die zij maakt op het uitvoeren van het Actieplan Aanpak terrorismefinanciering dat is aangenomen door de Raad op 12 februari jongstleden. De voortgang van het Actieplan Aanpak terrorismefinanciering wordt regelmatig geagendeerd zodat de Commissie de Raad kan informeren. De Nederlandse inzet is hierbij dat het van belang is dat de acties zoals genoemd in het Actieplan Aanpak terrorismefinanciering tijdig door de Commissie worden uitgevoerd. Daar waar de implementatie van het Actieplan niet op schema ligt zal Nederland de Commissie oproepen alles in het werk te stellen aan te blijven sluiten bij de door de Raad afgesproken termijnen.

Rapport van de gedragscodegroep

Document: Rapport van de Gedragscodegroep (niet openbaar)

Aard bespreking: voortgangsrapportage en aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: unanimiteit

Toelichting:

De Gedragscodegroep onderzoekt belastingmaatregelen die potentieel schadelijke belastingconcurrentie vormen en derhalve onder de EU-Gedragscode (inzake de belastingregeling voor ondernemingen) vallen. Zij toetst deze belastingmaatregelen aan de (vijf) criteria van de Gedragscode om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van schadelijke belastingconcurrentie.

De Gedragscodegroep doet van haar bijeenkomsten halfjaarlijks verslag in een voortgangsrapportage aan de Ecofinraad. Het rapport doet verslag van werkzaamheden met betrekking tot rollback en standstill. Het standstill-principe houdt de afspraak in om geen nieuwe schadelijke maatregelen te introduceren. Onder rollback moet een maatregel die door de Gedragscodegroep als schadelijk is beoordeeld, worden aangepast of ingetrokken.

In het kader van rollback onderzoekt de Gedragscodegroep of alle EU-lidstaten met een patent- of innovatiebox hun patent- of innovatieboxen overeenkomstig de eerder in de Groep gemaakte afspraak hebben aangepast aan de zogenoemde nexusbenadering. De lidstaten hebben eerder afgesproken dat zij begin 2016 zouden rapporteren over de aanpassingen die zij hebben aangebracht in hun patent- of innovatiebox. Inmiddels hebben alle lidstaten behalve Frankrijk hierover gerapporteerd. De Gedragscodegroep heeft hierop geconcludeerd dat Frankrijk in strijd met de eerder gemaakte afspraken heeft gehandeld en nogmaals bevestigd dat de Franse patentbox net als alle andere patent- en innovatieboxen zal worden getoetst aan de criteria van de Gedragscode.

In het nu aangeboden voortgangsrapport wordt verder ingegaan op de voortgang van de werkzaamheden in het kader van het huidige werkprogramma van de Gedragscodegroep. De werkzaamheden van de Gedragscodegroep aan het neutraliseren van hybride mismatches en aan de beoordeling of lidstaten die een deelnemingsvrijstelling hebben effectieve antimisbruikmaatregelen hebben (inbound profit transfers), zijn zo goed als gestopt. Maatregelen tegen hybride mismatches worden voorgesteld in het richtlijnvoorstel over hybride mismatches met derde landen en zijn opgenomen in de in juli vastgestelde Richtlijn anti-belastingontwijking. Die richtlijn bevat ook verschillende antimisbruikmaatregelen, zoals CFC-regels.

Onder het werkprogramma zijn ook richtsnoeren vastgesteld over de voorwaarden en de regels voor het afgeven van belastingrulings. Daarnaast is de dialoog met Liechtenstein voortgezet om potentieel schadelijke belastingregimes van dat land te beoordelen en wordt in de gaten gehouden hoe Zwitserland zijn wetgeving aanpast en hiermee gevolg geeft aan eerder met de Gedragscodegroep gemaakte afspraken. Ook heeft de Gedragscodegroep zich gebogen over het onderwerp van de zogeheten outbound payments.10 Hierover zal de Gedragscodegroep in de toekomst verder praten.

Tot slot hebben twee subgroepen van de Gedragscodegroep zich beziggehouden met het opstellen van een EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties11 en het verduidelijken van het derde en vierde criterium van de Gedragscode. Over deze criteria van de Gedragscode worden tijdens deze Ecofinraad Raadsconclusies aangenomen. Hierin stelt de Raad onder meer vast dat de nexusbenadering als uitgangspunt kan dienen voor de werkzaamheden van de Gedragscodegroep met betrekking tot andere belastingmaatregelen dan patent- of innovatieboxen bij de beoordeling of sprake is van voldoende substance. Daarnaast spreekt de Raad zijn waardering uit voor de werkzaamheden op het gebied van verrekenprijsregels in het kader van het OESO/BEPS-project en stelt de Raad vast dat de aanpassingen die hierbij in de verrekenprijsregels van de OESO zijn doorgevoerd belangrijk zijn voor de interpretatie van het arm’s length-beginsel dat weer van belang is voor de interpretatie van het vierde criterium van de Gedragscode.

Nederland stemt in met de voortgangsrapportage van de Gedragscodegroep aan de Raad en met de voorgestelde Raadsconclusies. Naar verwachting kunnen ook de andere lidstaten instemmen met de voortgangsrapportage en de Raadsconclusies.

BTW-pakket digitale interne markt

Document: Geen document beschikbaar

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Naar verwachting geeft de Europese Commissie tijdens de Ecofin een presentatie over het nog te verschijnen VAT Package in het kader van de Digital Single Market. Dit VAT Package bestaat uit nieuwe voorstellen over e-commerce, zoals aangekondigd in het btw-actieplan dat de Europese Commissie in april 2016 heeft gepresenteerd.

De Europese Commissie geeft in dit btw-actieplan aan dat het huidige btw-stelsel voor grensoverschrijdende e-commerce complex en duur is, zowel voor lidstaten als voor bedrijven. Bedrijven in de EU ondervinden volgens de Commissie een concurrentienadeel, omdat niet-EU-handelaars btw-vrije goederen in de EU kunnen invoeren. In het btw-actieplan staat verder dat door de complexiteit van het stelsel het voor lidstaten ook moeilijk is om de naleving te garanderen. De Commissie komt daarom in het kader van de strategie voor een digitale eengemaakte markt met een wetgevingsvoorstel om de btw voor grensoverschrijdende e-commerce te moderniseren en te vereenvoudigen.

Implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact

Document: Communicatie van de Commissie t.a.v. de beoordeling van ondernomen actie door Spanje en Portugal: http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/pdf/dbp/2016/assessement_pt_es_en.pdf

De annex is te vinden onder de volgende:

http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/pdf/dbp/2016/assessement_pt_es_annex_en.pdf.

Ook de effectieve actie rapporten van Spanje en Portugal zijn openbaar:

http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/budgetary_plans/index_en.htm

Daarnaast zal gesproken worden over het Economic Partnership Programme (EPP) van Portugal en een Raadsopinie over dat programma, het EPP is hier te vinden:

http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/pdf/dbp/2017/economic_partnership_programme_report_-_pt_en.pdf

Aard bespreking: Aanname Raadsopinie

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

Op 8 augustus jl. heeft de Raad, op voorstel van de Commissie, besloten om Portugal één extra jaar, tot het einde van het lopende jaar, te geven om het buitensporig tekort te beëindigen. Tevens heeft de Raad, op voorstel van de Commissie, besloten om Spanje twee jaar uitstel te verlenen, waarmee 2018 als nieuwe deadline om het buitensporig tekort te beëindigen geldt. De Tweede Kamer is op 1 augustus jl. middels een kamerbrief geïnformeerd over het kabinetsstandpunt. In de aanbevelingen die Raad op 8 augustus jl. heeft gedaan worden Portugal en Spanje verzocht om uiterlijk 15 oktober jl. effectieve actie aan te tonen en hiertoe een rapport te presenteren aan de Commissie en de Raad. Portugal heeft een los rapport ingediend, Spanje heeft een rapport ingediend als onderdeel van de conceptbegroting (DBP).

In de beoordeling van het Portugese rapport stelt de Commissie dat o.b.v. de beschikbare informatie de verwachting is dat het feitelijk tekort dit jaar wordt teruggebracht tot 2,7%. Daarmee wordt het feitelijk tekort teruggebracht onder de grens van 3%, maar wordt niet voldaan aan de doelstelling van 2,5% uit de aanbeveling. De zogenaamde «careful analysis» laat echter zien dat Portugal een budgettaire inspanning heeft geleverd die afdoende is om te voldoen aan de aanbeveling van 8 augustus. Derhalve wordt de procedure voorlopig opgeschort. Met betrekking tot Spanje stelt de Commissie dat gezien de demissionaire status van de regering gefocust wordt op maatregelen die zijn genomen om de tussentijdse doelstellingen voor 2016 te behalen. In lijn met de Spaanse conceptbegroting is het effectieve actie rapport voor 2017 ingediend op basis van ongewijzigd beleid. Spanje voldoet in 2016 wat betreft het feitelijk saldo aan het pad dat volgt uit de aanbeveling die de Raad op 8 augustus jl. heeft gedaan. Derhalve wordt de procedure voorlopig opgeschort. Net als in de Commissieopinie over de conceptbegroting stelt de Commissie dat voor 2017 aanvullende maatregelen nodig zijn. Spanje wordt opgeroepen om een update van de conceptbegroting in te dienen die voldoet aan de aanbeveling van de Raad, zodat de Commissie deze kan herbeoordelen.

Het kabinet onderschrijft de conclusie van de Commissie ten aanzien van Portugal de procedure op te schorten en deelt de mening van de Commissie dat Spanje zo snel mogelijk een nieuwe conceptbegroting moet indienen, waarin de benodigde maatregelen worden gepresenteerd om het buitensporig tekort terug te dringen.

Tevens heeft Portugal een Economic Partnership Programme ingediend. De verplichting tot het indienen van een Economic Partnership Programme volgt uit de zogenaamde twopack verordeningen. Het programma is bedoeld om de structurele hervormingen te beschrijven die noodzakelijk worden geacht om een effectieve en duurzame correctie van het buitensporig tekort te ondersteunen. In het twopack is tevens vastgelegd dat de Raad een opinie over het programma aanneemt. Aangezien Portugal eerder rapporteerde in het kader van het steunprogramma, had Portugal nog geen Economic Partnership Programme ingediend.

Vergroten transparantie en voorspelbaarheid SGP

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling, mogelijk overeenstemming

Besluitvormingsprocedure: indien van toepassing bij consensus

Toelichting:

De Ecofinraad zal spreken over de voortgang die is geboekt met het traject om de transparantie en voorspelbaarheid van het SGP te vergroten. Dit onderwerp is aan de orde geweest tijdens de informele Ecofinraad van 22 en 23 april in Amsterdam. De Ecofinraad heeft toen het Economic and Financial Committee (EFC) gevraagd om verder technisch werk te doen en in het najaar op deze discussie terug te komen. De afgelopen maanden hebben technische discussies plaatsgevonden. De focus van deze discussies lag op de rol van de uitgavenregel, die al bestaat in de preventieve arm. Een voordeel van de uitgavenregel is dat de ontwikkeling van de overheidsuitgaven in grotere mate dan het structureel saldo onder controle is van de lidstaat zelf. Er lijkt overeenstemming om de uitgavenregel ook in de correctieve arm te introduceren. Indien een lidstaat niet voldoet aan de nominale en structurele doelstelling die voortvloeien uit een EDP-aanbeveling, volgt een nadere beoordeling (de «careful analysis») om te bezien of effectieve actie is geleverd en verlenging van de deadline gerechtvaardigd is. Deze nadere beoordeling zal primair plaatsvinden op basis van de uitgavenregel. Hiermee wordt de correctieve arm eenvoudiger ten opzichte van de huidige praktijk, waarbij in de nadere beoordeling getoetst wordt op basis van twee alternatieve en meer complexe indicatoren. Er is ook gesproken over een grotere rol voor de uitgavenregel in de preventieve arm. Momenteel worden lidstaten in de preventieve arm beoordeeld op basis van het structureel saldo en de uitgavenregel. Er lijkt niet voldoende steun om de uitgavenregel de primaire indicator in de preventieve arm te maken. Wel zal de uitgavenregel voortaan worden gecorrigeerd voor eenmalige mee- en tegenvallers (one-offs). Hiermee wordt de consistentie tussen uitgavenregel en structureel saldo vergroot. De Commissie kan de voorgestelde wijzigingen toepassen binnen de bestaande verordeningen, deze hoeven niet te worden aangepast. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe eventuele wijzigingen, mocht overeenstemming worden bereikt, worden gecodificeerd. Een mogelijke optie is om deze te verwerken in de Code of Conduct van het SGP12.

Verslag hoogambtelijke douanebijeenkomsten

Document: n.v.t

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Zowel tijdens het Nederlandse voorzitterschap als tijdens het huidige Slowaakse voorzitterschap is een hoogambtelijke bijeenkomst op het terrein van Douane georganiseerd. Op de agenda van deze bijeenkomsten stond een aantal strategische douaneonderwerpen, waarover het Slowaaks voorzitterschap rapporteert.

In deze twee hoogambtelijke douane bijeenkomsten onder Nederlandse en Slowaaks voorzitterschap is op DG-niveau gesproken over de rol van de douane in relatie tot terrorismebestrijding, de samenwerking tussen douane en belastingdiensten en over de financiering van douane IT-infrastructuur.

Vierde anti-witwasrichtlijn

Document: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG, gepresenteerd door de Europese Commissie op 5 juli 2016 (http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1467960250518&uri=COM:2016:450:FIN).

Aard bespreking: Eerste inhoudelijke bespreking.

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting: Op 5 juli 2016 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd dat strekt tot wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn. Dit voorstel volgt op het Actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering dat onder Nederlands voorzitterschap in raadsconclusies is verwelkomd door alle lidstaten. Daarnaast volgt het richtlijnvoorstel op de onthullingen die voortvloeiden uit de Panama Papers.

Onder het Slowaakse voorzitterschap wordt in hoog tempo onderhandeld over het richtlijnvoorstel. Er is vooruitgang geboekt, maar er zijn ook onderwerpen waarover nog discussie wordt gevoerd. Er zal een eerste inhoudelijke bespreking plaatsvinden in de Raad, ten einde een spoedige voortgang van de onderhandelingen te bewaken.

Nederland kan zich in grote lijnen vinden in het richtlijnvoorstel en heeft in de besprekingen tot nu toe de onderdelen waarbij het kabinet aandachtspunten had geïdentificeerd (zie ook BNC Fiche van 9 september 2016, Kamerstukken TK, 2015/16, 22 112, nr. 2199) voor het voetlicht kunnen brengen en op onderdelen in andere lidstaten medestanders gevonden voor deze punten van aandacht. Nederland is voorts een voorstander van een snelle voortgang van het onderhandelingsproces en blijft het belang en de urgentie van het voorliggende richtlijnvoorstel benadrukken.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

In het Engels bekend als Hellenic Corporation of Assets and Participation (HCAP). De Griekse naam luidt Ελληνική Εταιρεία Συμμέτοχων και Περιουσίας Α.Ε. (ΕΕΣΠ).

X Noot
4

Hellenic Company for Rolling Stock Maintanance S.A. (ROSCO of EEΣΣTY S.A.)

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1370

X Noot
6

Deze benchmark houdt in dat onder het basisscenario van de schuldhoudbaarheidsanalyse, de jaarlijkse financieringsbehoefte onder de 15%-bbp moet blijven voor de middellange termijn na afloop van het programma, en daarna onder de 20%-bbp.

X Noot
7

Kamerstuk 21 501–07, nr. 972

X Noot
8

Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 18 november 2016 over informatievoorziening over nieuwe Commissievoorstellen, fiche 2 (Kamerstuk 34 604, nr. 3).

X Noot
9

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1384.

X Noot
10

Zie ook de beantwoording van de Kamervragen van het lid Merkies aan de Staatssecretaris van Financiën over het bericht «Nederland notoire dwarsligger in aanpak van belastingontwijking», antwoord op vraag 3 (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr.383).

X Noot
11

Hierover is aan uw Kamer gerapporteerd in de brief van de Minister van Financiën van 21 november 2016 met het verslag van de vergaderingen van de Eurogroep en van de Ecofinraad van 7 en 8 november 2016 (Kamerstuk 21 501–07, nr. 1404).