Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1404

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1404 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2016

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofin van 7 en 8 november 2016 te Brussel.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad 7 en 8 november in Brussel

Eurogroep

Hoorzitting van de SSM voorzitter

SSM voorzitter Danièle Nouy gaf de Eurogroep informatie over de uitvoering van het toezicht van het SSM sinds april, waaronder de uitgevoerde stresstesten. Ze gaf onder meer aan dat Europese banken veerkrachtiger en in betere vorm zijn dan enkele jaren geleden, ondanks de problemen die nog bestaan. Ook gaf ze een terugkoppeling over het aanpakken van slechte leningen (NPL’s). Haar stelling dat dit probleem door alle belanghebbenden moet worden aangepakt en niet alleen door toezichthouders, werd breed gedeeld. Daarnaast koppelde ze terug over het werk aan opties en nationale discreties (OND’s) in het kader van de Capital requirements Regulation en Directive (CRR en CRD). Hier wordt de nodige voortgang geboekt. Dit geldt ook voor de herstel- en resolutieplannen ten behoeve van financiële instellingen waar samen met de SRB aan wordt gewerkt.

De Commissie informeerde de Ministers over de stand van zaken van de voorstellen om het juridische raamwerk van de financiële sector te verbeteren. De Ministers dankten het SSM voor het nuttige werk. Daarnaast werd het belang van transparantie en duidelijke communicatie door alle relevante partijen benadrukt. Tevens werd benadrukte de eurogroep dat specifieke legacy-problemen niet het vertrouwen in het systeem als geheel dienen te ondermijnen.

SRB activiteiten

SRB-voorzitter Elke König heeft de werkzaamheden van de SRB (single resolution board) toegelicht aan de Eurogroep. Het is voorzien dat dit vanaf nu elk half jaar plaatsvindt. Ze gaf een terugkoppeling over de werkzaamheden op het gebied van het maken van afwikkelingsplannen, een kernactiviteit van het SRB waar al veel voortgang is geboekt. Daarnaast gaf ze een update over de implementatie van de instellingspecifieke minimumeis aan het door een bank aan te houden bail-inbare vermogen (de zogenaamde Minimum Requirement for own funds and Eligible Liabilities, MREL-eis), dat een essentieel instrument is om banken afwikkelbaar te maken. Ook lichtte ze de status van het Single Resolution Fund (SRF) toe, waar inmiddels 10,8 miljard aan bijdragen zijn ontvangen. Viertien lidstaten hebben inmiddels de Loan Financing Agreement (LFA) voor de brugfinanciering ondertekend.

De Commissie gaf een terugkoppeling over de stand van zaken bij de implementatie van de BRRD en bevestigde dat deze richtlijn nu in praktisch alle lidstaten is geïmplementeerd (zie agendapunt «implementatie bankenunie» van de Ecofinraad). De lidstaten die de LFA nog niet hebben ondertekend werden aangemoedigd om dit alsnog snel te doen.

In het voorjaar vindt er weer een terugkoppeling van de SRB-voorzitter in de Eurogroep plaats.

Thematische discussie: nationale insolventieraamwerken

Insolventie is voor de derde keer besproken in de Eurogroep. Bij de tweede discussie in april zijn algemene principes geformuleerd gericht op de efficiency van nationale insolventieraamwerken. Deze principes kunnen gebruikt worden door lidstaten voor het verbeteren van hun insolventieraamwerken.

De Commissie en Danièle Nouy gaven informatie over recente en aankomende studies die zijn gedaan om de voornaamste uitdagingen voor het functioneren van nationale insolventieprocedures in kaart te brengen en te verhelpen. Barrières zoals inefficiëntie in juridische processen vormen een probleem voor banken maar ook voor bedrijven, waardoor de economie dubbel wordt geraakt. De ECB voegde toe dat deze discussie relevant is voor de hele EU maar ook een specifieke eurozonedimensie heeft. Het verbeteren van insolventieraamwerken is namelijk een manier om macro-economische aanpassing binnen de eurozone te ondersteunen.

De Commissie werd uitgenodigd om ervoor te zorgen dat naast de Ministers van Justitie ook de Ministers van Financiën betrokken blijven bij het debat over het aankomende wetgevende voorstel op dit gebied.

Daarnaast is de Europese Commissie een traject gestart om de data over insolventie verder te verbeteren om benchmarking hierop mogelijk te maken. De Eurogroep zal deze thematische discussie over insolventieraamwerken voortzetten met als uiteindelijk doel om te kunnen benchmarken als de dataverzameling hiervoor haar vruchten afwerpt.

Griekenland

De instituties en de Griekse Minister hebben de Eurogroep teruggekoppeld over de stand van zaken van de lopende tweede review. Er werd voortgang gerapporteerd op het gebied van maatregelen om de productmarkten te openen en het ondernemingsklimaat te verbeteren, en met betrekking tot het verbeteren van het openbaar bestuur, de wetgeving voor geschillenbeslechting en het insolventieraamwerk voor bedrijven. Het ESM informeerde de Eurogroep over de lopende werkzaamheden aan de schuldmaatregelen voor de korte termijn waar tijdens de Eurogroep op 26 mei overeenstemming over is bereikt. Het IMF gaf aan dat het voornemens blijft voor het einde van het jaar een IMF-leningenprogramma voor Griekenland aan te bevelen bij de IMF Board. De Griekse Minister stemde in met het algemene oordeel van de instituties en verzekerde de Ministers dat de continuïteit in de gesprekken over het programma is geborgd ondanks de recente wisselingen in de samenstelling van de regering.

De voorzitter benadrukte dat het in ieders belang is de tweede review op tijd af te ronden en dat de instituties snel tot een overeenkomst moeten proberen te komen. Daarnaast bracht de voorzitter in herinnering dat bij de volgende bijeenkomst er een discussie is voorzien over de benadering van de overeengekomen schuldmaatregelen. In de geannoteerde agenda van de eurogroep in december zal hier, mede conform het verzoek van uw Kamer, nader bij worden stilgestaan.

De Commissie heeft bij dit agendapunt ook een overzicht gegeven van de technische assistentie (TA) die aan Griekenland wordt gegeven. Volgens de Commissie verloopt de samenwerking goed en verder benadrukte de Commissie dat het nodig is de focus van de TA te verleggen van het wetsontwerp naar de implementatie en het monitoren van hervormingen. Daarnaast benadrukte de Commissie het belang van hervorming van het openbaar bestuur voor Grieks economisch herstel. De Griekse Minister stemde in grote lijnen in met de inzichten van de Commissie.

Cyprus

De Europese Commissie en de ECB hebben een terugkoppeling gegeven over de eerste post-programma surveillancemissie in Cyprus, die eind september plaatsvond. De instituties gaven aan dat de hervormingen die zijn doorgevoerd in het kader van het steunprogramma hun vruchten afwerpen en dat de korte termijnperspectieven zijn verbeterd. Prudent begrotingsbeleid en aanhoudende structurele hervormingen blijven daarentegen van groot belang om Cyprus weerbaarder te maken voor mogelijke schokken in de toekomst. Er is opgemerkt dat het aantal NPL’s is begonnen met dalen maar dat het nog steeds op een hoog niveau ligt. Extra aandacht is nodig om de afwikkeling van slechte leningen te verbeteren, onder andere door gerechtelijke hervorming.

De Minister van Cyprus gaf een korte terugkoppeling over de gesprekken over de mogelijke hereniging van Cyprus, die, anders dan vermeld in de geannoteerde agenda behorende bij deze vergadering, worden gevoerd door de leiders van respectievelijk de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische gemeenschap. De Ministers gaven aan open te staan om mee te willen werken om dit proces te ondersteunen waar dat nodig is.

Spanje

Het derde land waarover de instituties een terugkoppeling gaven is Spanje waar de zesde post-programme surveillance-missie eind oktober heeft plaatsgevonden. Er was overeenstemming in de Eurogroep over de bevindingen van de instituties over het sterke economische herstel en stabilisatie van de financiële sector. Er werd ook opgemerkt dat er nog belangrijke uitdagingen zijn voor Spanje voornamelijk de hoge werkeloosheidsgraad en de hoge niveaus van private en publieke schulden. Er werd vertrouwen uitgesproken dat de nieuwe regering deze problemen zal aanpakken. Het vervroegde terugbetalen van één miljard euro door Spanje aan het ESM werd verwelkomd net als de uitgesproken intentie van Spanje om nog meer vervroegde terugbetalingen te doen.

Inflatieontwikkelingen

De Commissie gaf een overzicht van recente inflatieontwikkelingen. De inflatie (HICP) in het eurogebied bedroeg in oktober 0,5% jaar-op-jaar, tegen 0,4% in september en 0,2% in augustus.

Sinds het voorjaar, toen prijzen nog licht daalden, heeft de inflatie een gestage toename laten zien. Er volgde geen discussie.

Ecofinraad

Belastingenpakket

De Commissie heeft een korte presentatie gegeven over het pakket, dat vier voorstellen voor richtlijnen bevat. Hierbij legde commissaris Moscovici de nadruk op de elementen uit het CCCTB voorstel die afwijken van het eerdere voorstel. Als eerste verschil noemde Moscovici dat het verplicht zal gelden voor bedrijven met een omzet van boven de 750 miljoen euro per jaar. Als tweede dat het voordelen biedt voor kleine innovatieve bedrijven door het bieden van belastingvoordelen voor onderzoek en innovatie. Als derde noemde de commissaris de mogelijkheid voor bedrijven om verliezen over de grens heen tegen winsten weg te strepen en als laatste stelde hij dat door het voorstel financiering met behulp van aandelen aantrekkelijker wordt ten opzichte van financiering door schuld. Hiernaast noemde hij de voordelen van het arbitragevoorstel en het voorstel voor hybride-mismatches.

Veel Ministers gaven aan de voorstellen eerst nog te willen bestuderen voordat een oordeel gegeven kan worden. Daarnaast uitten veel lidstaten zich positief over de pragmatische aanpak van CCTB en CCCTB in twee stappen. Voor het voorstel voor arbitrage was ook veel steun.

Over de voorstellen worden spoedig BNC-fiches naar de Kamer gestuurd.

Anti-witwasrichtlijn

Het voorzitterschap heeft een discussie over de anti-witwasrichtlijn op de agenda gezet om de druk op het bereiken van een akkoord hierover te vergroten. Het voorstel voor de anti-witwasrichtlijn is in juli door de Commissie gepresenteerd. Een aantal lidstaten gaf aan nog technische problemen te zien in de uitwerking van het voorstel waar nog goed naar gekeken moet worden. Specifiek werd de zorg genoemd over de borging van bescherming van persoonsgegevens bij het opstellen en publiceren van het register van uiteindelijk belanghebbenden (of UBO, ultimate beneficial owners). Er zijn ook zorgen dat het voorstel niet voldoet aan de juridische vereisten rond bescherming van persoonsgegevens.

Over het algemeen onderschreven Ministers het doel en de intentie van de richtlijn. Vooral Frankrijk is een groot voorstander van het snel bereiken van een akkoord. Nederland heeft het belang van snel resultaat op dit dossier ook onderstreept.

Statistiek

Jaarlijks in het najaar spreekt de Ecofinraad over de ontwikkelingen op het terrein van de statistiek in de Europese Unie. De Commissie gaf een samenvatting van de documenten en de voorzitter introduceerde de raadsconclusies. Er ontstond vervolgens geen discussie. De Raadsconclusies zijn aangenomen, zie bijgevoegd document1.

Europese Rekenkamer jaarrapport 2015

De nieuwe voorzitter van de Europese Rekenkamer (ERK) Lehne presenteerde het jaarverslag over de begroting van 2015. In februari zal de dechargeprocedure over de begroting van 2015 volgen. Het gemiddelde foutenpercentage van 3,8% is weliswaar lager dan de 4,4% van vorig jaar, maar deze verbetering valt binnen de statistische onzekerheidsmarge zodat niet met zekerheid een significante verbetering kan worden geconcludeerd. Voor Nederland is het Jaarverslag van de Europese Rekenkamer een belangrijk element in de standpuntbepaling ten aanzien van decharge van de EU begroting, meer specifiek de Raadsaanbevelingen die de Ecofinraad hierover zal aannemen in februari.

Implementatie van de bankenunie

De Ecofinraad heeft gesproken over de stand van zaken met betrekking tot de nationale implementatie van diverse elementen van de Bankenunie. De voorzitter informeerde de Raad dat alle lidstaten aan de bankenunie de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) hebben geïmplementeerd, alleen de formele berichtgeving van België moet nog volgen. Ook voor Deposit Guarantee Scheme Directive (DGSD) is de verwachting dat dit eind november gerealiseerd is. Met de volledige implementatie van de BBRD is aan de voorwaarde voldaan om het technische werk te starten voor een gemeenschappelijke backstop.

Verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s)

De Commissie informeerde de Ecofinraad dat het college van commissarissen op 9 november zou besluiten over een voorstel tot uitstel van de toepassing van de PRIIP’s-verordening met twaalf maanden (zie http://ec.europa.eu/finance/finservices-retail/docs/investment_products/com-2016–709-final_en.pdf). Deze verordening over informatieverstrekking met betrekking tot verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten zou oorspronkelijk op 31 december 2016 in werking treden. Omdat er geen overeenstemming is over de onderliggende technische standaarden (RTS) die de toepassing van de regels uit de verordening concretiseren, kan de verordening niet vanaf de beoogde ingangsdatum worden toegepast. De Commissie verzocht de medewetgevers (Europees parlement en de Raad) om dit wijzigingsvoorstel niet aan te grijpen om de inhoudelijke discussie hierover te heropenen. Nederland steunt het uitstel van de toepassing van de verordening met een jaar zodat het op moment van inwerkingtreding voor marktpartijen helder is hoe het essentiële-informatiedocument precies moet worden vormgegeven en zij voldoende tijd hebben om aan de regelgeving te voldoen.

Criteria en proces die leiden tot het opstellen van een gemeenschappelijke lijst van niet coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen

Op de Ecofinraad zijn Raadsconclusies aangenomen over de criteria en het proces die moeten leiden tot een lijst van non-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen. De risicocriteria zien in grote lijnen op de mate van fiscale transparantie, schadelijke belastingconcurrentie en de participatie van deze jurisdicties aan het internationale proces om grondslaguitholling en winstverschuiving tegen te gaan.

Begin 2017 zal de Commissie een dialoog met de risicojurisdicties opstarten om extra informatie te verkrijgen en, waar nodig, om hen te bewegen tot aanpassing van hun belastingsystemen. Afhankelijk van de uitkomst beoordeelt de Commissie in samenspraak met de lidstaten of een jurisdictie uiteindelijk eind 2017 op de lijst komt of niet. Verder zal er in 2017 gesproken worden over defensieve maatregelen. Deze maatregelen kunnen worden genomen op het belastinggebied maar hoeven zich daar niet tot te beperken. Eind 2017 zal dit proces afgerond zijn.

Overig

De Europese Commissie heeft op 19 oktober jl. een verslag2 gepubliceerd over kredietbeoordelingen naar aanleiding van de evaluatieverplichting in art. 39 van de verordening kredietbeoordelaars III (CRA-III)3. Eerder heb ik uw Kamer toegezegd u hierover te informeren.4 In het verslag wordt nader ingegaan op de verwijzingen naar en mogelijke alternatieven voor kredietbeoordelingen in bestaande Europese wet- en regelgeving. Op basis van onderzoeken die de Europese Commissie heeft laten uitvoeren komt men tot de conclusie dat kredietbeoordelingen niet geheel geschrapt kunnen worden uit Europese wet- en regelgeving, aangezien de alternatieven onvoldoende mogelijkheden bieden, dan wel door reikwijdte, dan wel door bruikbaarheid. Als tweede en derde onderwerp gaat de Commissie nader in op de maatregelen voor gestructureerde producten en de interne governance-eisen die beiden met CRA-III zijn geïntroduceerd. Waar de resultaten op beide terreinen hoopgevend zijn, geeft de Commissie aan dat het te vroeg is om een definitief oordeel te vellen over de effectiviteit van de vereisten. De Commissie zal al op voorhand met de Europese Centrale Bank contact zoeken over de vereisten die zij stelt aan kredietbeoordelaars voor de beoordeling van onderpand, aangezien dit nu concurrentiebeperkend lijkt te werken. Aangegeven wordt dat de voortgang gemonitord zal worden. Als laatste gaat het verslag in op de haalbaarheid van het oprichten van een Europees kredietbeoordelingsbureau, waarbij wordt geconcludeerd dat dit van weinig toegevoegde waarde zou zijn ten opzichte van de bestaande informatiebronnen voor investeerders. Concluderend geeft de Europese Commissie aan dat er aandacht zal worden besteed aan CRA-III in het kader van de uitkomst van de Call for Evidence over regeldruk in de financiële sector. Daarnaast zal de Commissie de afhankelijkheid van kredietbeoordelingen en ontwikkeling van concurrentie monitoren en bezien hoe meer CRA’s erkend kunnen worden door de ECB voor het opstellen van beoordelingen van onderpand.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Verslag van de Commissie aan het Europees parlement en de Raad betreffende alternatieve instrumenten voor externe kredietratings, de toestand op de ratingmarkt, de concurrentie en governance in de ratingbranche, de toestand op de markt voor ratings voor gestructureerde financieringsinstrumenten, en de haalbaarheid van een Europees ratingbureau, 19.10.2016, (COM(2016) 664 final).

X Noot
3

Verordening (EU) Nr. 462/2013 van het Europees parlement en de Raad van 21 mei 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus.

X Noot
4

Kamerstukken II, vergaderjaar 2015–2016, 34 208, nr. 11.