Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 januari 2016
Tijdens het algemeen overleg van 12 november over opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring
(Kamerstuk 19 637, nr. 2112) heb ik toegezegd uw Kamer nog dit kalenderjaar een brief te sturen met een inventarisatie
van bestaande lijsten van veilige landen in andere EU-lidstaten. Tijdens de begrotingsbehandeling
op 25 en 26 november heb ik de heer Azmani toegezegd om de landen die hij heeft genoemd
van een oordeel te voorzien ten aanzien van de vraag of zij op de lijst van veilige
landen moeten worden geplaatst. Tijdens het AO van 2 december over de JBZ-Raad van
4 december, heeft mevrouw Keijzer (CDA) nog eens expliciet aandacht gevraagd voor
Marokko.
De eerste toezegging kom ik na in de bijlage1 bij deze brief. Hierin vindt u twee tabellen, waarin is uitgeschreven welke landen
door welke lidstaten worden aangemerkt als veilige landen van herkomst. Deze informatie
is afkomstig van de Europese Commissie en EASO.
Voor wat betreft de vraag of de landen, die door de heer Azmani en mevrouw Keijzer
zijn genoemd, kunnen worden aangemerkt als veilig land van herkomst, is een beoordeling
vereist als neergelegd in de Procedurerichtlijn. Volgens deze richtlijn moet bij de
beoordeling of een land als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, worden
gekeken naar:
-
• de wet- en regelgeving van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast,
-
• de naleving van de mensenrechtenverdragen,
-
• de naleving van het beginsel van non-refoulement, en
-
• het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen
van voornoemde rechten en vrijheden.
De beoordeling of een land een veilig land van herkomst is, dient te stoelen op een
reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten,
het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.
De situatie in de veilige landen van herkomst moet regelmatig opnieuw worden onderzocht.
Een volledige beoordeling als hier bedoeld zal ik u separaat doen toekomen. Hieronder
vindt u een eerste appreciatie.
De heer Azmani noemde als herkomstlanden bij de asielinstroom van 2015: Albanië, Algerije,
Bangladesh, Bosnië-Herzegovina, Brazilië, Colombia, Cuba, Egypte, Frankrijk, Ghana,
Griekenland, Honduras, India, Jamaica, Jordanië, Kenia, Kosovo, Libanon, Macedonië,
Marokko, Mongolië, Nepal, Senegal, Servië, Togo, Trinidad en Tobago, Tsjaad, Tunesië,
Turkije, de Verenigde Staten van Amerika, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika. Hij gaf
daarbij aan dat asielaanvragen van aanvragers uit deze herkomstlanden naar zijn mening
verkort moeten worden afgedaan.
Nederland beschouwt Frankrijk en Griekenland als veilige landen van herkomst ingevolge
het Protocol bij het Verdrag van Amsterdam2.
Een aantal van de genoemde landen is opgenomen op onze nationale lijst van veilige
landen, die met ingang van 14 november 2015 in werking is getreden. Het betreft: Albanië,
Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Macedonië, Servië en de Verenigde Staten van Amerika.
Over Turkije heb ik in mijn brief van 3 november jl. (Kamerstukken 19 637 en 32 317, nr. 2076) opgemerkt dat ik plaatsing op de lijst van veilige landen op dit moment nog niet
opportuun acht, omdat ik niet wil vooruitlopen op de verschillende ontwikkelingen
in EU-verband. Dit standpunt is nog niet gewijzigd.
Van de genoemde landen springen mijns inziens allereerst Ghana, India, Mongolië en
Senegal in het oog. Dit zijn landen die nog niet op onze nationale lijst staan en
die blijkens de overzichten in de bijlage reeds door vier of meer andere lidstaten
als veilig worden beschouwd. Daarnaast valt op dat van de overige genoemde landen
in 2015 de meeste asielaanvragen zijn ingediend door vreemdelingen afkomstig uit Marokko,
Egypte en Jamaica. Uit deze landen kwamen meer dan 50 aanvragen. Marokko is verder
van toenemend belang omdat het aantal Marokkanen dat via Turkije naar Griekenland
oversteekt toeneemt.
Op basis van deze bevindingen zal ik mij in mijn beoordelingen in de eerste plaats
richten op het beoordelen van Egypte, Ghana, India, Jamaica, Marokko, Mongolië en
Senegal. Ik verwacht u hierover in januari 2016 te kunnen berichten.
Een beoordeling van de overige door de heer Azmani genoemde landen verwacht ik u te
kunnen zenden in het eerste kwartaal van 2016.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff