Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201319637 nr. 1709

19 637 Vreemdelingenbeleid

32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 1709 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 september 2013

In het debat met uw Kamer op 3 september jl. over de situatie in Syrië heeft de Minister van Buitenlandse Zaken aangegeven uw Kamer op korte termijn te informeren over de mogelijkheden die het kabinet ziet om tegemoet te komen aan de noden van vluchtelingen uit Syrië. Uw Kamer verzocht hierbij uitdrukkelijk opnieuw te bezien of opname van meer Syrische vluchtelingen in Nederland tot de mogelijkheden behoort. Deze week vindt ook een dertigledendebat plaats.

Mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kan ik u als volgt informeren.

Bij brieven van 18 juni, 3 juli en 4 juli jl.1 zijn wij ingegaan op de situatie van Syrische vluchtelingen. Wij zijn ons ten volle bewust van het feit dat de situatie in Syrië inmiddels verder is verslechterd en dat de exodus van vluchtelingen uit Syrië aanhoudt. Binnen Syrië zijn ruim vier miljoen ontheemden en buurlanden Libanon, Turkije, Jordanië en Irak bieden opvang aan circa twee miljoen Syrische vluchtelingen. Wij bekijken de situatie elke dag en sluiten onze ogen niet voor de ontwikkelingen en zijn bereid om zo nodig het nemen van extra maatregelen te onderzoeken.

In de eerdere brieven heeft het kabinet aangegeven het van belang te achten dat oplossingen voor vluchtelingenproblemen worden gezocht in de betreffende regio. Wanneer vluchtelingen dicht bij eigen land worden opgevangen, kunnen ze bij stabilisatie van de toestand weer snel en gemakkelijk terugkeren.

Het blijft daarom van het grootste belang om de regio te ondersteunen de zware last van het bieden van adequate hulp en bescherming aan deze vluchtelingen te kunnen dragen. De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben hier bij hun bezoek aan de regio dan ook nadrukkelijk aandacht voor. Nederland zal daarbij steeds, primair in overleg met UNHCR, bezien op welke wijze de meest zinvolle en effectieve bijdrage kan worden geleverd aan de opvang van Syrische vluchtelingen. Daarbij wordt opgemerkt dat aanzienlijk meer met de beperkte financiële middelen kan worden gedaan in de regio ten opzichte van de situatie dat Syriërs in Nederland worden opgevangen.

Nederland heeft tot nu toe een forse financiële bijdrage aan de humanitaire hulp geleverd ten behoeve van een humanitair aanvaardbare opvang van vluchtelingen in de regio. Inclusief de op 10 september door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aangekondigde extra bijdrage van 17 miljoen euro is in totaal ruim 59 miljoen euro aan humanitaire hulp beschikbaar gesteld voor de slachtoffers van deze crisis, binnen Syrië en in de regio. Dit is van belang omdat opvang in de regio van deze grote aantallen vluchtelingen de stabiliteit van de buurlanden onder druk zet. Daarnaast stelt Nederland jaarlijkse ongeoormerkte, wereldwijd en dus ook voor Syrië in te zetten, bedragen beschikbaar aan diverse internationale hulpfondsen. Nederland behoort tot de 5 grootste humanitaire hulpdonoren voor de Syrische crisis binnen de EU.

In eerdergenoemde brieven hebben wij echter ook aangegeven gehoor te willen geven aan de wereldwijde oproep van UNHCR tot hervestiging van 2000 vluchtelingen. Hiertoe zijn in 2013 50 plaatsen beschikbaar gesteld, en in 2014 200. Dit betreft dus ruim 10% van het door UNHCR gevraagde aantal. In de brief van 18 juni is tevens uiteengezet dat Nederland geen gehoor zal geven aan het verzoek tot tijdelijke toelating van Syrische vluchtelingen aangezien het de voorkeur heeft tot duurzame oplossingen te komen.

Een verdere verhoging van het aantal plaatsen binnen het hervestigingsquotum voor Syrische vluchtelingen ligt op dit moment niet in de rede omdat UNHCR nog in de opstartfase is voor wat betreft de voorbereiding van hervestiging van Syrische vluchtelingen. UNHCR moet alle zeilen bijzetten om alleen al de opvang van alle Syrische vluchtelingen in de regio in goede banen te leiden. Bovendien heeft UNHCR ook prioriteiten elders in de wereld, waar de behoefte aan hervestiging ook groot is. Nederland heeft aangeboden op korte termijn een hervestigingsmissie uit te voeren ten behoeve van Syrische vluchtelingen. UNHCR heeft echter aangegeven niet eerder dan in januari 2014 een hervestigingsmissie voor Nederland te kunnen faciliteren. Wel zal UNHCR tegen het einde van het jaar enkele individuele voordrachten kunnen doen aan Nederland. Nederland blijft in voortdurend gesprek met UNHCR om te bezien of niet alsnog op kortere termijn een hervestigingsmissie naar de regio kan worden gezonden.

Nederland voert momenteel een ruimhartig asielbeleid ten aanzien van Syrische asielzoekers die zich in Nederland melden. Met dit beleid wordt recht gedaan aan de zorgwekkende situatie in Syrië. Uitgangspunt is een individuele beoordeling van de asielaanvraag. Daarbij vormen de grootschalige en ernstige mensenrechtenschendingen van de zijde van de Syrische autoriteiten voor Syrische asielzoekers die geen actief aanhanger zijn van het huidige regime, bij terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. De laatste 12 maanden zijn er een kleine 1.300 asielaanvragen van Syriërs in Nederland gedaan, waarvan circa 960 in 2013 (tot en met juli). Het inwilligingspercentage schommelt tussen de 74 en 100% per maand in het afgelopen jaar. De lagere inwilligingspercentages kunnen deels worden toegeschreven aan zgn. «Dublin-claims» waarbij een andere Europese lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Voor gezinshereniging van familieleden van Syrische asielstatushouders geldt het nareisbeleid. De afgelopen maanden is er sprake van een toename van het aantal Syrische nareizigers.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven