Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201319637 nr. 1679

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1679 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2013

Mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse handel doe ik met deze brief de toezegging gestand aan uw Kamer bij het VAO van 6 juni jl. (Handelingen II 2012/13, nr. 92, JBZ-Raad) om u te informeren over de reactie van de regering op de oproep van UNHCR aan de internationale gemeenschap om 2.000 Syrische vluchtelingen te hervestigen en om 10.000 vluchtelingen tijdelijk op humanitaire gronden toe te laten.

De Nederlandse regering acht het van belang dat oplossingen voor vluchtelingenproblemen worden gezocht in de betreffende regio. De Nederlandse regering acht het wenselijk dat vluchtelingen dicht bij eigen land worden opgevangen zodat ze bij stabilisatie van de toestand weer snel en makkelijk kunnen terugkeren. Doel moet zijn dat vluchtelingen op humanitair aanvaardbare manier worden opgevangen in de regio.

Voorkomen moet worden dat komst van grote stromen vluchtelingen destabiliserend werkt in de betreffende landen. Om deze druk te verminderen maar tegelijkertijd ook om een signaal af te geven dat de landen in de regio moeten blijven meewerken aan aanvaardbare opvang, acht Nederland het van belang dat individuele lidstaten op beperkte schaal vluchtelingen gaan opnemen. Om die reden geeft Nederland gehoor aan de oproep van de UNHCR om Syrische vluchtelingen te hervestigen.

Deze oproep tot hervestiging is niet alleen gericht aan de Europese lidstaten, maar is wereldwijd bedoeld. Binnen het quotum voor hervestiging voor 2013 zal Nederland 50 plaatsen en in 2014 200 plaatsen beschikbaar stellen voor Syrische vluchtelingen. UNHCR heeft in het kader van haar oproep ook een verzoek gedaan om medische voordrachten. Binnen het aantal van 250 voordrachten zal er plaats zijn voor 10 medische voordrachten.

UNHCR heeft wereldwijd te maken met meerdere crises en ook elders in de wereld bestaat de noodzaak tot hervestiging. Daarom handhaaft Nederland – op verzoek van UNHCR – ook de bestaande missies voor 2013 naar onder meer Soedan en Kenia en behoudt Nederland nog ruimte in het quotum van 2014 voor missies naar andere delen in de wereld.

Voor wat betreft het verzoek van UNHCR om tijdelijke toelating van Syrische vluchtelingen is de regering de mening toegedaan dat het beter is een oplossing te zoeken in de sfeer van hervestiging en niet voor een tijdelijke toelating te opteren. Daar komt nog bij dat het Nederlandse stelsel daar geen passend beleidskader voor kent.

Een aantal Europese lidstaten heeft gevolg gegeven aan de oproep van UNHCR om Syrische vluchtelingen op te nemen. Duitsland heeft toegezegd om 5.000 Syrische vluchtelingen tijdelijk toe te laten. Zweden heeft toegezegd 200 Syrische vluchtelingen te hervestigen. Veel EU lidstaten beraden zich nog op welke wijze zij ten aanzien van de oproep van UNHCR zullen reageren.

Naast het bovenstaande verzoek van UNHCR heeft Nederland ook al eerder gehoor gegeven aan een oproep van UNHCR in het kader van de crisis in Syrië. Nederland heeft 25 plaatsen beschikbaar gesteld om niet-Irakese vluchtelingen die zich in Syrië in een kwetsbare positie bevinden te hervestigen. Enkele voordrachten zijn in dat kader door UNHCR gedaan.

Naast hervestiging biedt de Nederlandse regering ook humanitaire hulp voor de opvang van vluchtelingen en Syrische burgers in de regio van herkomst in het kader van het conflict in Syrië. De Nederlandse regering heeft reeds ca. 35,5 miljoen euro beschikbaar gesteld ten behoeve van de Syrische crisis, waaronder ca. 29 miljoen euro voor de ondersteuning van vluchtelingen in de buurlanden van Syrië.

Verder is de Nederlandse regering bereid om 0,5 miljoen euro bij te dragen, uit middelen van het centraal fonds voor migratie en ontwikkeling, aan een regionaal beschermingsprogramma in de omringende landen van Syrië welke de Europese Commissie ontwikkelt. Een toekomstig regionaal beschermingsprogramma zal zich richten op de buurlanden Jordanië, Libanon en Irak. Het gaat om duurzame oplossingen op de middellange termijn via onder meer capaciteitsversterking. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan ondersteuning bij de registratie van vluchtelingen, het verrichten van statusdeterminatie, het trainen van officials over vluchtelingenbescherming en het onderzoeken van mogelijkheden om de opvang van vluchtelingen in te bedden in lokale armoedebestrijdingsprogramma’s.

Tot slot heeft Nederland voor de beoordeling van asielaanvragen van Syrische asielzoekers een asielbeleid ingesteld dat recht doet aan de zorgwekkende situatie in Syrië. Uitgangspunt blijft een individuele beoordeling van de asielaanvraag. Hierbij geldt dat indien betrokkene aannemelijk maakt dat hij problemen heeft en de dreiging uitgaat van de (lokale of centrale) Syrische autoriteiten zelf, niet van de asielzoeker wordt verwacht dat hij bescherming heeft gezocht in Syrië. Evenmin zal aan Syrische vreemdelingen een vlucht- en vestigingsalternatief in Syrië worden tegengeworpen. Daarbij vormen de grootschalige en ernstige mensenrechtenschendingen van de zijde van de Syrische autoriteiten aanleiding om bij terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan te nemen voor Syrische asielzoekers waarbij niet uit het asielrelaas blijkt dat zij actief aanhanger zijn van het huidige Syrische regime. Behoudens de gebruikelijke contra-indicaties kunnen deze asielzoekers in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, onder b van de Vreemdelingenwet.

Ten aanzien van vorig jaar is een duidelijke stijging waarneembaar in het aantal Syrische vreemdelingen dat in Nederland asiel aanvraagt. In 2012 hebben ongeveer 450 Syriërs asiel in Nederland aangevraagd. Tot april 2013 hebben reeds 470 Syriërs asiel aangevraagd.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven