19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1649 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 april 2013

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie inzake het onderzoek betreffende het overlijden van de heer Dolmatov in Detentiecentrum Rotterdam (Kamerstuk 19 637, nr. 1648).

Bij brief van 17 april 2013 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie deze vragen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Jadnanansing

Adjunct-griffier van de commissie, Hessing-Puts

Inhoudsopgave

blz.

       

I.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

 

1.

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

2

 

2.

Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

3

 

3.

Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

6

 

4.

Vragen en opmerkingen van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks

7

 

5.

Vragen en opmerkingen van de SGP-fractie

12

II.

Reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

12

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

1. Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling en waardering kennisgenomen van het rapport van de Inspectie Veiligheid & Justitie (IV&J) inzake het overlijden van de heer Dolmatov in het Detentiecentrum Rotterdam. Zij betreuren het overlijden van de heer Dolmatov en leven ten zeerste mee met zijn familie. Deze leden hechten eraan dat in een debat de conclusies en aanbevelingen van de Inspectie alsmede de beleidsreactie kunnen worden besproken. Alle aanbevelingen van de IV&J worden overgenomen en zijn in de beleidsreactie betrokken. Met het oog op het debat hebben voornoemde leden een aantal vragen.

De leden van de VVD-fractie vragen of u de overtuiging heeft dat de geconstateerde problemen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) door het uitvoeren van de door de IV&J geformuleerde aanbevelingen adequaat worden opgelost.

Zien deze leden het goed dat de Nationale ombudsman ten behoeve van het rapport «Overlijden in detentie» uit 2012 de zorgverlening aan gedetineerden niet rechtstreeks heeft onderzocht, maar wel verwijst naar een rapport uit 2009 van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en concludeert dat de aldaar geconstateerde problemen met de informatieoverdracht ook in 2012 een knelpunt lijken te zijn?

Welke maatregelen zijn genomen na het rapport in 2009 en – zo nodig – na de opmerkingen van de Nationale ombudsman in 2012?

Voornoemde leden merken op dat in het voorliggende inspectierapport wordt geconstateerd dat de vreemdelingenketen baat zou hebben bij het waarborgen van invoerdiscipline bij de ketenpartners. Voorziet de beleidsreactie in een adequate oplossing van dit probleem?

Deze leden vragen hoe wordt geborgd dat het bewustzijn rond de verantwoordelijkheden niet ophoudt bij de grenzen van de eigen organisatie en, daarmee samenhangend, met welke concrete maatregelen zal u de regie in de vreemdelingenketen zal borgen?

De aan het woord zijnde leden vragen of het juist is dat de Nationale ombudsman in het rapport «Vreemdelingenbewaring» uit 2012 aanbeveelt isoleercellen zo min mogelijk te gebruiken en, verwijzend naar eerdere rapporten, concludeert dat redelijk terughoudend wordt omgegaan met het opleggen van afzonderingsmaatregelen.

Hoeveel cellen met cameratoezicht zijn in het Detentiecentrum Rotterdam aanwezig en hoe wordt het cameratoezicht uitgevoerd?

De leden van de VVD-fractie vragen of het juist is dat de IGZ in 2009 ten aanzien van vreemdelingenbewaring concludeerde dat de zorg zodanig is georganiseerd dat het bieden van verantwoorde en veilige zorg mogelijk is.

Zien deze leden het juist dat in het rapport van de Inspectie voor de sanctietoepassing uit januari 2012 wordt geconcludeerd dat Detentiecentrum Rotterdam de uitvoering en het beleid van de medische zorg goed op orde heeft? Klopt het dat in dit rapport geen aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van informatieoverdracht en/of andere problemen rond het aanbieden van medische zorg?

Klopt het dat in voornoemd rapport ook wordt geconcludeerd dat de medische intake binnen 24 uur plaatsvindt en de screening overwegend aan de normen en verwachtingen van de inspectie voldoet?

Voornoemde leden vragen of de IGZ in maart 2010 heeft beoordeeld of het plan van aanpak naar aanleiding van het rapport uit 2009 conform afspraak is uitgevoerd.

Welke maatregelen heeft u na 17 januari 2013 genomen? Welke van deze maatregelen zijn genomen naar aanleiding van het voorliggende inspectierapport en welke maatregelen moeten nog genomen worden omdat deze een lange(re) implementatietermijn kennen?

Ten aanzien van deze laatste categorie van maatregelen vernemen deze leden graag op welke termijn u meent dat het beleid zal zijn geëffectueerd en welk tijdpad daartoe wordt gehanteerd.

De aan het woord zijnde leden vragen of het juist is dat de raadsman van de heer Dolmatov het beroepschrift op de laatst mogelijke avond heeft ingediend. Is het gangbaar dat advocaten in het vreemdelingenrecht beroepschriften op de laatste dag en wel op de laatste avond indienen? Is er een richtlijn voor het indieningstijdstip van het beroepschrift en wordt ten aanzien van die termijn nog rekening gehouden met een weekend?

Deze leden vragen waarom het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken (CIV) niet zes of zeven dagen in de week bemenst is indien er ook ’s avonds en in het weekend beroepschriften worden ingediend. Hoeveel beroepschriften worden zonder machtiging van de vreemdeling ingediend? Wat is de juridische status van een dergelijk beroepschrift?

De leden van de VVD-fractie vragen of het klopt dat er door de IV&J niet met de piketadvocaat van de heer Dolmatov werd gesproken. Wat was hiervan de reden? Heeft de piketadvocaat geïnformeerd bij de heer Dolmatov of hij een eigen advocaat had? Zo ja, wat was zijn antwoord op die vraag? Bestaat er voor advocaten een verplichting door te verwijzen naar een eerder in de arm genomen advocaat als die voor de betreffende cliënt optreedt? Mag worden verwacht dat er tussen beide advocaten overleg gepleegd wordt in dit soort gevallen? Is of zal er overleg worden gepleegd met de verantwoordelijke deken van de Orde van Advocaten over de wijze waarop de betrokken piketadvocaat de dienstverlening heeft ingevuld gegeven het oordeel van de IV&J dat er sprake zou zijn geweest van een opvallend passieve houding?

2. Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie vragen op welke momenten, vanaf de asielaanvraag tot het overlijden, op welke wijze en met welke inhoud u in persoon op de hoogte bent gesteld van informatie rondom de heer Dolmatov. Wat heeft u met die informatie gedaan?

Voornoemde leden vragen of er naar uw mening in de vreemdelingenketen voldoende rekening wordt gehouden met de menselijke maat, dat wil zeggen dat er niet door systemen, het afvinken van bullits enzovoorts maar door mensen naar de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling in kwestie wordt gekeken? Zo ja, waaruit blijkt dat en hoe verhoudt zich dat tot de bevindingen in het rapport naar aanleiding van het overlijden van de heer Dolmatov? Zo nee, op welke punten schort het aan die menselijke maat en hoe gaat u er voor zorgen dat die er wel komt?

De aan het woord zijnde leden vragen of u na het overlijden van de heer Dolmatov en in aansluiting bij het rapport van de Nationale ombudsman naar het overlijden in detentie (dat zich beperkte tot penitentiaire inrichtingen), aanleiding ziet om onderzoek te (laten) doen naar overlijdens binnen de detentie- en uitzetcentra voor vreemdelingen. Zo ja, op welke termijn gaat u dit onderzoek starten? Zo nee, waarom niet?

Gaat de IV&J die een coördinerende rol op zich neemt bij sterfgevallen in detentie, die rol ook krijgen ten aanzien van vreemdelingendetentie?

Deze leden vragen of er sprake is van wet- of regelgeving ten aanzien van de privacy waardoor de overdracht van het dossier van de heer Dolmatov tussen de betrokken autoriteiten niet volledig kon zijn. Zo ja, op welke punt botst de privacy wet- en regelgeving met het samenstellen en overdragen van dergelijke dossiers?

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het komt dat de onduidelijkheid over het al dan niet aanvinken van de status van rechtmatig verblijf en de verwijderbaarheid van vreemdelingen in INDiGO in de periode medio 2011 – februari 2013 zo lang kon duren. Kan derhalve worden geconcludeerd dat asielzoekers die beroep hebben ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvraag, in deze periode ten onrechte als verwijderbaar zijn geregistreerd in INDiGO? Zo ja, in hoeveel gevallen? Kunt u dit toelichten? Zijn er daardoor ook meer vreemdelingen ten onrechte in bewaring gesteld? Zo ja, hoeveel? Is de betreffende onduidelijkheid inmiddels weggenomen? Zijn er in de afgelopen drie jaar vreemdelingen verwijderd die feitelijk (en dus niet volgens INDiGO) niet verwijderbaar zijn? Zo ja, hoeveel? Kunt u al deze individuele zaken beschrijven waarin vreemdelingen zijn uitgezet terwijl ze feitelijk nog over een verblijfstitel beschikten? Kunt u beschrijven wat vervolgens met deze mensen is gebeurd? Hoeveel mensen zijn teruggehaald c.q. teruggekeerd naar Nederland? Wat is er gebeurd met de mensen die ten onrechte zijn uitgezet en niet zijn teruggekeerd naar Nederland?

Op welk moment was het departement op de hoogte van het probleem met het vinkje en het feit dat daardoor ten onrechte in de systemen staat vermeld dat mensen verwijderbaar zijn die dat niet zijn? Kunt u exact beschrijven welke actie op basis daarvan is ondernomen om dit probleem te herstellen, dan wel om te voorkomen dat dit probleem tot onterechte detentie of uitzetting zou leiden? Kunt u exact beschrijven op welke wijze nagegaan is of het probleem was opgelost ofwel zodanig was opgevangen dat daardoor geen onterechte detentie of verwijdering zou kunnen plaatsvinden?

Voornoemde leden vragen wanneer u persoonlijk voor het eerst op de hoogte bent gesteld van de problemen met het vinkje? Kunt u exact beschrijven welke actie u daarop heeft ondernomen? Kunt u exact beschrijven op welke wijze u bent nagegaan of de door u in gang gezette acties het beoogde effect hebben gehad?

Op welk moment was het departement voor het eerst op de hoogte dat er sprake was van problemen met de uitwisseling van informatie over vreemdelingen die in bewaring werden gesteld, waardoor in de informatiesystemen geen betrouwbaar dossier beschikbaar is over de persoon die in bewaring genomen wordt? Welke actie is daarop ondernomen en wanneer is nagegaan of deze acties tot verbetering leidden?

Op welk moment bent u persoonlijk voor het eerst op de hoogte gesteld dat er sprake was van problemen met de uitwisseling van informatie over vreemdelingen die in bewaring werden gesteld waardoor in de informatiesystemen geen betrouwbaar dossier beschikbaar is over de persoon die in bewaring genomen wordt? Welke actie heeft u daarop ondernomen en kunt u beschrijven hoe u bent nagegaan of deze acties tot verbetering leidden?

De aan het woord zijnde leden vragen of u de mening deelt dat bij wijzigen van een verwijderbaarheidstitel van een vreemdeling niet meer automatisch en zonder een inhoudelijke beoordeling mogelijk moet zijn. Zo ja, hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet?

Deze leden vragen waarom de hulpofficier van justitie die in het arrestantencomplex was om in het kader van de vreemdelingenbewaring de heer Dolmatov te horen geen contact heeft gehad met de piketadvocaat waarmee de heer Dolmatov heeft gesproken? Waarom was er bij het verhoor geen (piket)advocaat aanwezig?

De leden van de PvdA-fractie constateren dat de hulpofficier van justitie verkeerde bullits heeft aangevinkt met betrekking tot de behoefte aan een advocaat en de aanwezigheid daarvan bij het verhoor. Hoe komt het dat de verkeerde bullits zijn aangevinkt?

Deze leden vragen of u kunt aangeven welke beperkingen een piketadvocaat heeft in vergelijking met de eigen advocaat van de vreemdeling, om zijn zaak volledig en maximaal te kunnen behartigen. Is de effectieve rechtsbescherming voor de vreemdeling minder indien gebruik moet worden gemaakt van een piketadvocaat? Hoe beoordeelt u dat verschil in zaken waar ingrijpende beslissingen als vreemdelingenbewaring in combinatie met cruciale persoonlijke omstandigheden aan de orde zijn? Hoort een piketadvocaat bij een goede uitoefening van zijn functie contact op te nemen met de eigen advocaat in het geval die er kenbaar is?

Voornoemde leden vragen of u de mening deelt dat in het geval van mogelijke inbewaringstelling altijd onmiddellijk effectieve rechtsbijstand moet worden geboden en dat ook een rechtelijke toets van de rechtmatigheid van de bewaring zo snel mogelijk moet plaatsvinden, bij voorkeur standaard binnen 48 uur. Bent u bereid hier onderzoek naar te doen?

De aan het woord zijnde leden vragen of u de mening deelt dat er behoefte is aan een integraal informatiesysteem binnen de vreemdelingenketen, waarop alle betrokken organisaties zijn aangesloten en dat actuele (real-time) en accurate informatie bevat. Zo ja, hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet? Hoe kan er worden vertrouwd op een systeem dat niet of in ieder geval niet-tijdig de juiste informatie geeft? Hoe wordt gecontroleerd dat de bestaande informatie binnen de vreemdelingenketen accuraat is?

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het komt dat er ondanks het feit dat er een nieuw M118-formulier is gekomen, juist met het doel om meer duidelijkheid over kenmerken en gedrag van een vreemdeling te verschaffen, toch nog het oude formulier wordt gebruikt. Waarom zijn de aanbevelingen van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) hieromtrent niet opgevolgd? Hoe komt het dat Vreemdelingenpolitie van de Eenheid Rotterdam in de zaak Dolmatov, in zijn algemeenheid nog altijd gebruik maakt van het oude M118-formulier? Is het waar dat de gehele Nationale Politie nog steeds het oude formulier gebruikt? Zo ja, waarom?

Betekent het gebruik van het oude formulier dat mede daardoor er nog steeds te weinig zicht kan zijn op de kenmerken en het gedrag van een vreemdeling? Zo ja, hoe gaat u er voor zorgen dat het nieuwe formulier onmiddellijk door alle betrokken partijen gaat worden gebruikt?

Hoe gaat u er voor zorgen dat het M118-formulier voortaan wel als groeidocument wordt gebruikt zodat opeenvolgende partners in de vreemdelingenketen voortaan wel op de hoogte zijn van relevante informatie met betrekking tot de vreemdeling?

Deze leden vragen of u de mening deelt dat, afgezien van de onrechtmatigheid van de bewaring van de heer Dolmatov, er in dit geval ook geen noodzaak bestond om hem in detentie te plaatsen. Waarom is niet gebruik gemaakt van een lichter alternatief? Kunt u bij dit antwoord betrekken dat hij forse psychische problemen had, zijn beroepstermijn nog maar juist was verstreken, er geen indicaties waren dat hij zich zou onttrekken aan toezicht en hij geen gevaar was voor de openbare orde?

Voornoemde leden vragen of u bereid bent in de toepassing van uw beleid voor het in bewaring te stellen van vreemdelingen mee te wegen dat een inbewaringneming voor een uitgeprocedeerde asielzoeker een buitengewoon traumatiserende ervaring kan zijn en dat daarbij ernstige gevoelens van depressie en uitzichtloosheid kunnen ontstaan. Zo ja, op welke wijze?

De aan het woord zijnde leden vragen op welke wijze en wanneer de adviezen van de rapporten van de ombudsman «Overlijden in detentie» en «Vreemdelingenbewaring, strafregime of maatregel om uit te zetten» worden opgevolgd. Is er anderszins gevolg aan deze rapporten gegeven? Op welke wijze is invulling gegeven aan de brief van de ombudsman van 23 januari 2013?

3. Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie inzake het onderzoek betreffende het overlijden van de heer Dolmatov in Detentiecentrum Rotterdam. Naar aanleiding daarvan hebben deze leden enkele vragen.

Uit het rapport van de IV&J blijkt dat er sprake is van problemen rond INDiGO. Een basisgegeven als het feit of een vreemdeling al dan niet rechtmatig in Nederland verblijft, blijkt niet correct in het systeem verwerkt te kunnen worden.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het aan de oppervlakte komen van een dergelijke bijzonder ernstige tekortkoming zich verhoudt tot de stelling van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in zijn brief van 19 februari 2013 dat het streven dat INDiGO in 2012 het primaire systeem van de IND zou worden is behaald, nu gebleken is dat zelfs elementaire gegevens niet op de juiste wijze in het systeem blijken te zijn geregistreerd en verwerkt.

Tevens vragen deze leden of INDiGO wel in staat is om op betrouwbare wijze te functioneren, nu is gebleken dat zelfs de geregistreerde standaardgegevens inzake een vreemdeling en diens procedure niet blijken te deugen. Graag ontvangen zij hierop een reactie.

Tenslotte vragen voornoemde leden of u erkent dat in INDiGO ook andere registratiefouten plaatsvinden met betrekking tot bijvoorbeeld het al dan niet rechtmatig in Nederland verblijven van vreemdelingen.

4. Vragen en opmerkingen van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks

De leden van de fracties van SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks hebben de volgende vragen over het rapport «Het overlijden van Alexander Dolmatov» en de brief die de staatssecretaris naar aanleiding hiervan naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Bent u altijd volledig en tijdig geïnformeerd over de problematiek in de vreemdelingenketen en dat er in strijd met wettelijke vereisten wordt gehandeld door zijn ambtenaren? Zo ja, wanneer, door wie en hoe? Kan hier een feitenrelaas van worden gegeven?

Voornoemde leden vragen hoe vaak en waarom het tussen medio 2011 en februari 2013 is voorgekomen dat de (voorzieningen)-rechter heeft besloten om mensen terug te halen die onterecht zijn uitgezet. Hoe vaak en waarom is het voorgekomen dat mensen ten onrechte in d vreemdelingenbewaring zijn terechtgekomen? Hoeveel van deze gevallen zijn veroorzaakt door omissies en onzorgvuldigheden zoals die in bovengenoemd rapport aan de orde zijn gekomen?

Deze leden vragen of de veiligheidsdiensten betrokken zijn geweest bij de zaak Dolmatov? Zo ja, welke rol hebben zij hierin gespeeld? Heeft Nederland gedurende de asielprocedure contact gehad met Rusland over de heer Dolmatov? Is er tijdens het bezoek van President Poetin aan Nederland over deze zaak gesproken? Wat was de reactie van de Russische autoriteiten op het rapport? Wanneer is deze ontvangen?

Het rapport dateert 28 maart 2013. Waarom kreeg de Kamer het rapport pas op 12 april 2013?

De aan het woord zijnde leden vragen wat de gevolgen zijn van het Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen 2013–2018, waarin forse bezuinigingen zijn aangekondigd op inrichtingen en personeel, voor de zorgvuldigheid en de kwaliteit van de behandeling van gedetineerde vreemdelingen en de medische zorg. Op welke wijze brengt dit plan de menselijke maat in het vreemdelingenbeleid in het algemeen en de detentie van vreemdelingen in het bijzonder, dichterbij? Waarom is niet eerder overgegaan tot het uitbreiden en verbeteren van de centrale ketenvoorziening, terwijl al langer bekend is dat systemen niet altijd goed aan elkaar gekoppeld zijn?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat verschillende organisaties die belast zijn met de vreemdelingentaak allemaal in verschillende stadia van digitalisering verkeren. Daardoor duurt het enige jaren tot eenduidige informatie-uitwisseling. Wordt erkend dat de digitalisering direct op eenduidige wijze had moeten gebeuren? Hoe wordt in de toekomst voorkomen dat dat men afhankelijk wordt van de systemen, vooral wanneer zij aan elkaar gekoppeld zijn?

Deze leden vragen op welke wijze voor de uitkomsten van het rapport over het overlijden van de heer Dolmatov controle werd uitgevoerd op de naleving van de afspraken omtrent de overdracht van (medische) dossiers van vreemdelingen aan detentiecentra. Klopt het dat het beleid rond suïcidepreventie in detentiecentra niet wordt aangepast? Zo ja, waarom niet? Waarom is er niet voor gekozen om psychologen pro-actiever te laten handelen, als duidelijk is dat vreemdelingen met suïcidale neigingen wordt binnengebracht en dus dat deze vreemdelingen direct met een psycholoog kunnen praten na binnenkomst en er niet standaard een verpleegkundige tussen zit als dit volgens een psycholoog niet nodig is?

Hoe komt het dat er een spanning is ontstaan tussen werken met protocollen en professionele verantwoordelijkheid? Kwam dit bijvoorbeeld door werkdruk, complexe wet- en regelgeving, of wellicht door de cultuur die heerst bij ketenpartners?

Voornoemde leden constateren dat u maandag in een interview aangaf dat u een verschil ziet tussen wat je een bewindspersoon met toerekenen en wat je hem moet aanrekenen. Kunt u aangeven in hoeverre u zich verantwoordelijk voelt voor de handelwijze van de verschillende instanties in de vreemdelingenketen specifiek met betrekking tot de heer Dolmatov en in zijn algemeenheid? Kunt u aangeven in hoeverre u zich verantwoordelijk voelt voor het onzorgvuldig handelen door verschillende organisaties in de vreemdelingenketen? Kunt u aangeven wat u precies moet worden toegerekend en wat u moet worden aangerekend met betrekking tot de behandeling van de heer Dolmatov en zijn overlijden?

Deze leden constateren dat in uw reactie van 21 december 2012 op het rapport van de Nationale ombudsman over vreemdelingendetentie, u aangaf dat het Nederlands beleid betreffende vreemdelingenbewaring in overeenstemming is met internationaal geldende mensenrechten en het inzetten van vreemdelingenbewaring als uiterst middel reeds praktijk is. U wist op dat moment al van de problemen in de vreemdelingenketen onder andere met het systeem INDiGO, waardoor mensen onterecht in vreemdelingendetentie terechtkwamen en uiteindelijk uitgezet zijn. Bent u bereid uw eigen reactie op het rapport van de Nationale ombudsman te herzien, mede in het licht van het verschenen onderzoek van de IV&J naar het overlijden van de heer Dolmatov, dat verschillende systeemomissies bloot heeft gelegd?

De IV&J constateert dat er een te grote afhankelijkheid is van de systemen, procedures en formulieren. Hieruit blijkt dat niet alleen maatregelen nodig zijn om (het gebruik van) de systemen, procedures en formulieren beter te stroomlijnen en gebruiken, maar dat het ook nodig is dat de afhankelijkheid van de systemen, procedures en formulieren aanzienlijk vermindert. Hoe bent u van plan dit aan te pakken?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks merken op dat de IV&J constateert dat de systeemomissies die aan het licht zijn gekomen in het onderzoek voor een belangrijk deel bekend zijn bij de betrokken ketenpartners. Kunt u aangeven van welke omissies u op welk moment op de hoogte bent gesteld en op welke manier u heeft getracht deze omissies aan te pakken?

Deze leden vragen hoe vaak het gebeurt dat advocaten eigenstandig een beroepschrift indienen zonder dat de betrokken vreemdeling hiervan weet heeft. Is expliciete toestemming van de vreemdeling hiervoor niet nodig?

Waarom is het landelijke interne systeem van de rechtbanken (BERBER-VK) niet gekoppeld aan de systemen die de partners in de vreemdelingenketen gebruiken?

Voornoemde leden merken op dat de IV&J heeft vastgesteld dat de IND tussen medio 2011 en februari 2013 in een voor de IV&J onbekend aantal gevallen heeft verzuimd in INDiGO in te voeren dat een ingesteld beroep in de verlengde asielprocedure opschortende werking heeft. Hoe kan het dat er in de periode, dus gedurende anderhalf jaar, onduidelijkheid bestond over het al dan niet aanvinken van de rechtsmiddelentermijn in INDiGO? Wie was hiervan op de hoogte? Was u op de hoogte van dit uitvoeringsprobleem? Waarom is er pas op 22 februari 2013 een maatregel genomen en waarom is de Kamer hier niet gelijk van op de hoogte gesteld? Waarom is er in de driemaandelijkse rapportage over INDiGO nooit gerapporteerd over de mogelijke risico’s voor zorgvuldige besluitvorming door onduidelijkheid bij het gebruik van het systeem voor de medewerkers? Is er bij de implementatie van INDiGO voldoende aandacht voor zorgvuldige besluitvorming en het belang van juiste en volledige invoering van informatie in het systeem? Op welke wijze werd opschortende werking in INDIS aangegeven? Waren daar toen ook al problemen mee? Zo ja, kunt u deze toelichten? Hoe is het mogelijk dat de IV&J niet kan vaststellen in hoeveel gevallen dit probleem zich heeft voorgedaan? Beschikt u wel over deze cijfers? Wordt hier aanvullend onderzoek naar gedaan? Zo ja, door wie?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat de partners in de keten zich ervan bewust zijn dat het niet mogelijk is de beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden, maar laten zich hier in hun handelen desondanks toch door leiden. Is hier sprake van ernstige nalatigheid? Zo nee, waarom niet? Waarom is de vreemdelingenketen niet in staat om de binnen de keten beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden? Hoe beoordeelt u het gegeven dat de partners in de keten zich hiervan bewust zijn, maar zich hier in hun handelen desondanks toch door laten leiden? Hoe beoordeelt u de constatering dat de wetenschap bij ketenpartners dat de actualiteitswaarde van de (eigen) systemen soms beperkt is en dat beroepschriften vaak pas op het laatste moment worden ingediend, niet leiden tot extra zorgvuldigheid bij de ketenpartners?

Voornoemde leden merken op dat de heer Dolmatov geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid om een voorkeursadvocaat te noemen. Is er sprake van een eenmalig incident of komt het vaker voor dat de juridische rechten van vreemdelingen worden geschonden? Hoe vaak is dit al voorgekomen? In hoeverre is hier sprake van de gangbare handelwijze van de organisatie?

Na de suïcidepoging van de heer Dolmatov wordt om voor de IV&J onduidelijke redenen afgezien van het inschakelen van de forensisch arts. Wie was er verantwoordelijk voor deze afweging?

Uit het onderzoek van de IV&J blijkt dat op verschillende momenten is afgeweken van de geldende richtlijnen en geen forensisch arts is ingeschakeld. Deelt u de mening dat naar alle waarschijnlijkheid hier geen sprake is van uitzonderingen of incidenten, maar dit vaker kan zijn gebeurd? Hoe vaak is dit al voorgekomen? In hoeverre is hier sprake van de gangbare handelwijze van de organisatie?

De aan het woord zijnde leden constateren dat de partijen in de vreemdelingenketen in dit kader een passieve houding ten opzichte van elkaar aannemen. Kunt u precies in beeld brengen welke organisaties, directies, afdelingen etc. verantwoordelijk zijn voor een goede informatiedeling binnen de vreemdelingenketen? Hoe zijn de verhoudingen hiertussen? Wie of welk organisatieonderdeel is verantwoordelijk voor het corrigeren van de passieve houding in de keten? Waarom heeft de ambtelijke samenwerking gefaald? Welke consequenties heeft dit voor de betreffende leidinggevenden?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks merken op dat de informatie nergens samenkomt tot een compleet beeld. Dat bemoeilijkt het zorgvuldig handelen binnen de vreemdelingenketen ernstig. De keten heeft volgens de IV&J dan ook vooral baat bij het waarborgen van invoerdiscipline door de verschillende ketenpartners. Hoe kan het dat de invoerdiscipline binnen de verschillende ketenpartners onvoldoende is? Waarom heeft niemand ingegrepen? Is dit toe te schrijven aan de organisatiecultuur of de leidinggevenden die hierop toe moeten zien? Kunt u hierop een analyse geven? Bent u van mening dat er verwijtbaar is gehandeld door de leidinggevenden of een van de ketenpartners?

Deze leden vragen wanneer de heer Dolmatov twee maal eerder in Nederland is geweest en voor hoe lang.

Voornoemde leden vragen waarom gegevens in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) maar een keer worden gesynchroniseerd met INDiGO? Waarom is de informatie in de BVV niet altijd actueel?

De aan het woord zijnde leden constateren dat de hulpofficier van justitie de heer Dolmatov een maatregel van bewaring oplegt, zoals bedoeld in artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Had de hulpofficier van justitie voldoende redenen om de heer Dolmatov in vreemdelingendetentie te plaatsen?

Ondanks dat hij had zich eerder niet aan zijn meldplicht had gehouden, woonde hij gewoon nog op een asielzoekerscentrum. Hij had zich dus niet aan toezicht onttrokken. Ziet u aanleiding om uw beleid ten aanzien van het opsluiten van vreemdelingen te matigen in die zin dat het slechts als een ultimum remedium zal worden gebruikt?

Deze leden vragen of de hulpofficier van justitie bij zijn oordeel over plaatsing in vreemdelingenbewaring ook rekening houdt met de reden waarom vreemdelingen bijvoorbeeld niet zijn komen opdagen bij gesprekken over hun terugkeer. Hoe komt het dat er geen enkele communicatie was tussen de hulpofficier van justitie en de (piket)advocaat? Komt dit vaker voor of is hier beleid op?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat het onderzoek van de IV&J niet uitwijst dat de heer Dolmatov tijdens zijn verblijf in het arrestantencomplex niet heeft gebeld en dus ook geen telefonisch contact heeft gehad met zijn moeder, zijn advocaat en/of de Russische ambassade. Had de heer Dolmatov wel een telefoon ter beschikking? Werd de heer Dolmatov verhinderd telefonisch contact te plegen?

Deze leden vragen in hoeverre het gebruikelijk is in de vreemdelingenketen om fouten die niet onder de eigen verantwoordelijkheid van de ketenpartner liggen aan te kaarten bij de ketenpartner waar de fout wel ligt? Waarom is niet proactief gehandeld toen men had kunnen zien dat een vinkje verkeerd in het systeem stond toen het beroepschrift in INDiGO werd verwerkt?

Voornoemde leden vragen of het gebruikelijk is dat de Vreemdelingenpolitie de medische situatie niet op schrift wil hebben? Wat zijn de afspraken over overdracht van medische dossiers?

De aan het woord zijnde leden constateren dat tijdens het onderzoek blijkt dat de partners in de vreemdelingenketen ervan op de hoogte zijn dat hun informatiesystemen niet altijd accuraat op elkaar aansluiten en dat de informatie in de systemen daardoor niet altijd actueel is. Was u ook hiervan op de hoogte? Zo ja, wanneer? Hoe en door wie bent u hierover geïnformeerd? Hoe heeft u de verantwoordelijken hierop aangesproken?

Deze leden merken op dat de heer Dolmatov op de afdeling een standaardpakket heeft ontvangen met daarin onder andere een scheermesje, een kleine hoeveelheid koffie, melk en suiker. In zijn cel lag in één van de kasten onder andere een waszak. Krijgen suïcidale vreemdelingen standaard een scheermesje op hun cel? Mogen zij dat zonder toezicht gebruiken?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat de Vreemdelingenpolitie- zoals uit de melding aan het vreemdelingenpiket blijkt – voor de heer Dolmatov heeft besloten dat hij geen voorkeur heeft voor een raadsman. De Vreemdelingenpolitie heeft hierbij niet conform artikel 4.18 van het Vreemdelingenbesluit en artikel 3.7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (A) gehandeld. Welke gevolgen heeft dit voor de desbetreffende ambtenaren bij de vreemdelingenpolitie? Bent u van oordeel dat dit een eenmalig incident is of is vaker een vreemdeling in detentie de keuze voor een advocaat vaker ontzegd? Op welke wijze zal in de toekomst worden gestimuleerd dat Vreemdelingenpolitie, IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) controleren of sprake van verwijderbaarheid als hier gerede twijfel toe is? Waarom wordt de verantwoordelijkheid hiervoor op verregaande wijze neergelegd bij de vreemdeling en diens advocaat?

Deze leden vragen of het standaardprocedure is om een vreemdeling over te brengen naar een observatiecel van een arrestantencomplex als deze suïcidale neigingen heeft. Zo ja, waarom? Is er beleid of een duidelijke afspraak tussen onder andere het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA) en de surveillancedienst over het inschakelen van de crisisdienst? Zo ja, waarom is het dan toch fout gegaan? Zo nee, komt er een eenduidig beleid hierop?

Op welke wijze worden medische gegevens van vreemdelingen normaliter overgedragen van een asielzoekerscentra aan een arrestantencomplex? Waarom wordt er niet standaard tevoren door arrestantenverzorgers gekeken naar belangrijke medische gegevens in Basisvoorziening Handhaving, zoals in dit geval suïcidale neigingen? Waarom stond de heer Dolmatov vermeld op een arrestantenlijst, terwijl er geen sprake was van een strafbaar feit? Wat is hier het beleid op?

Waarom is na de eerste suïcidepoging van de heer Dolmatov niet overgegaan tot het inschakelen van een arts, terwijl dit wel had gemoeten? Wie bepaalt uiteindelijk of een arts wordt ingeschakeld en op welke wijze komt deze beslissing tot stand? Hoe is dit keten breed geregeld en vastgelegd? Hoe vaak komt het voor dat na een suïcidepoging geen arts wordt ingeschakeld?

Voornoemde leden constateren dat het nieuwe model in de periode 2010–2011 door een keten brede werkgroep is opgesteld naar aanleiding van het jaarverslag 2010 van de CITT. Een van de conclusies in het jaarverslag was dat in de dagelijkse praktijk onvoldoende werd gewerkt volgens afgesproken protocollen. De CITT adviseerde daarom de informatiepositie van alle betrokken ketenpartners te verbeteren en een uniform elektronisch formulier M118 in te voeren in de keten. Hierdoor zou niet alleen de informatiepositie van alle betrokken ketenpartners verbeteren, maar ook de regie binnen de keten. Zijn de ketenpartners verplicht deze aanbevelingen op te volgen? Wie houdt hier toezicht op en controleert of dit ook daadwerkelijk gebeurt? Waarom zijn deze aanbevelingen uiteindelijk niet opgevolgd? Aan wie is dit toe te rekenen? Wie heeft de regie binnen de vreemdelingenketen?

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks vragen of het overlijden van de heer Dolmatov de directe en enige aanleiding was van het instellen van het onderzoek. Veel van de problemen binnen de organisatie waren al bekend. Welke acties heeft IV&J hierop genomen? Is de IV&J tekortgeschoten in haar toezicht? Waarom wel of waarom niet? Heeft de I&J de u eerder geattendeerd op de problemen zoals die uit het rapport naar voren komen? Zo ja, wanneer en wat heeft u daarmee gedaan?

Deze leden vragen op grond waarvan u de schade zult vergoeden. Gaat het hierbij om zowel materieel als immateriële schade?

Welke extra sturingskansen ziet u? Hoe zullen die extra sturingskansen gestalte gaan krijgen en welke eenduidiger afspraken op het terrein van het vreemdelingentoezicht zullen gemaakt gaan worden?

Kunt u uitleggen hoe de vorming van de nationale politie een bijdrage levert aan de twee gerichte aanbevelingen?

5. Vragen en opmerkingen van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie constateren dat bij vrijwel alle partners in de keten al geruime tijd bekend was dat de informatie uit INDiGO met betrekking tot de verwijderbaarheid van vreemdelingen onvoldoende betrouwbaar is. Deze leden vragen daarom welke inspanningen de afgelopen jaren zijn verricht om specifiek op dit punt extra waarborgen aan te brengen, aangezien het een bijzonder cruciaal onderdeel van de procedure betreft. Is binnen het beleid bijzondere en verhoogde zorgvuldigheid ingebouwd ten aanzien van de rechten van vreemdelingen met betrekking tot vreemdelingenbewaring, gelet op het feit dat het een ultimum remedium betreft?

De leden van de SGP-fractie lezen dat de heer Dolmatov niet in de gelegenheid is gesteld contact te hebben met een zelfgekozen advocaat. Zij vragen of dit recht van vreemdelingen bij relevante ketenpartners doorgaans bekend kan worden verondersteld en wordt toegepast, of dat er aanleiding is om te veronderstellen dat dit in veel gevallen onvoldoende aan bod komt. Graag ontvangen zij ook een toelichting op de situatie dat de heer Dolmatov meermalen en op verschillende momenten heeft aangegeven contact te willen hebben met zijn advocaat, maar dat dit contact die dagen nooit tot stand is gekomen.

Voornoemde leden constateren dat vreemdelingen op de extra zorgafdeling een standaardpakket krijgen waarin onder andere een scheermesje zit. Zij vragen welke overwegingen aan deze standaardkeuze ten grondslag liggen, gezien het feit dat op de afdeling vreemdelingen worden ingesloten die een suïcidale achtergrond kunnen hebben.

II. Reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling en waardering kennisgenomen van het rapport van de Inspectie Veiligheid & Justitie (IV&J) inzake het overlijden van de heer Dolmatov in het Detentiecentrum Rotterdam. Zij betreuren het overlijden van de heer Dolmatov en leven ten zeerste mee met zijn familie. Deze leden hechten eraan dat in een debat de conclusies en aanbevelingen van de Inspectie alsmede de beleidsreactie kunnen worden besproken. Alle aanbevelingen van de IV&J worden overgenomen en zijn in de beleidsreactie betrokken. Met het oog op het debat hebben voornoemde leden een aantal vragen.

2.

De leden van de VVD-fractie vragen of u de overtuiging heeft dat de geconstateerde problemen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) door het uitvoeren van de door de IV&J geformuleerde aanbevelingen adequaat worden opgelost.

Zien deze leden het goed dat de Nationale Ombudsman ten behoeve van het rapport «Overlijden in detentie» uit 2012 de zorgverlening aan gedetineerden niet rechtstreeks heeft onderzocht, maar wel verwijst naar een rapport uit 2009 van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en concludeert dat de aldaar geconstateerde problemen met de informatieoverdracht ook in 2012 een knelpunt lijken te zijn?

Welke maatregelen zijn genomen na het rapport in 2009 en – zo nodig – na de opmerkingen van de Nationale Ombudsman in 2012?

Antwoord:

Het is juist dat de Nationale ombudsman ten behoeve van het rapport «Overlijden in detentie» uit 2012 de zorgverlening aan gedetineerden niet rechtstreeks heeft onderzocht. Verwezen is naar het rapport uit december 2009 van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) met als titel «Medische diensten in detentiecentra: verantwoorde zorg, maar nog niet geborgd.» De centrale conclusie van dit rapport was dat de zorg in de detentiecentra zodanig georganiseerd was, dat het bieden van verantwoorde en veilige zorg mogelijk is, maar dat de borging van de kwaliteit van zorg en de beschikbaarheid van voldoende deskundige medewerkers nog moest verbeteren.

Op 29 januari 2010 is aan uw Kamer een reactie gestuurd op het IGZ rapport. In de brief is onder meer aangegeven dat de instellingen voor vreemdelingenbewaring een plan van aanpak hebben ingediend bij de IGZ met een algemeen deel en een aantal maatregelen per inrichting om de door de IGZ gesignaleerde risico’s te reduceren. De IGZ heeft deze plannen van aanpak positief beoordeeld. De plannen gaan voldoende in op de gesignaleerde risico’s, aldus de IGZ, en leiden tot een duidelijke vermindering van de risico’s indien zij volgens planning en volledig worden uitgevoerd. De brief is tijdens het Algemeen Overleg van 24 maart 2010 met uw Kamer besproken.

Onder meer de volgende concrete maatregelen zijn getroffen. Er heeft een inhaalslag plaatsgevonden bij het opleiden tot justitieel verpleegkundige. DJI heeft extra scholingsdagen ingekocht. Ook zijn alle huisartsen ingeschreven voor de opleiding tot justitieel geneeskundige. Dit is in 2010 gebeurd. De verpleegkundigen die in 2010 in dienst waren, hebben hun JV opleiding in 2011, uiterlijk begin 2012 afgerond. Nieuwe verpleegkundigen en artsen volgen de opleiding conform het personeelsbeleid medische dienst. Voorts is binnen de medische diensten de «toegeleiding, instrumentenset penitentiair verpleegkundigen» een vast onderdeel binnen de werkbesprekingen geworden. Deze instrumentenset bestaat uit een visiedocument, een werkafsprakenkaart en checklists gezondheidsklachten aan de hand waarvan verpleegkundigen gezondheidsproblemen kunnen verhelderen en volgens vaste afspraken kunnen toegeleiden naar de huisarts. Deze toegeleidingskaarten worden regelmatig aangepast aan recente medische ontwikkelingen of inzichten. Dit is een continu proces.

Verder is in samenspraak met de huisartsen een «checklist toegeleiding spoedarts bij afwezigheid medische dienst» ontwikkeld. Deze checklist is bedoeld als ondersteuning bij het uitvragen van ziekteklachten bij ingeslotenen door detentietoezichthouders. De lijst kan gebruikt worden bij het informeren van de spoedarts buiten aanwezigheid van de medische dienst. Deze lijst wordt sinds eind 2009 gebruikt.

Het rapport van de Nationale ombudsman bevat weliswaar ook klachten van vreemdelingen over hun gezondheid, maar deze klachten zijn verder niet onderzocht door de Nationale ombudsman. Ik heb deze klachten als een signaal beschouwd, maar als het gaat om het waar nodig treffen van maatregelen op het terrein van de medische zorg richt ik mij op het oordeel van de IGZ, die immers voorjaar 2013 hierover nieuwe bezoeken zou afleggen (dit is inmiddels gebeurd). Rond de zomer van 2013 zal de IGZ rapporteren. Ik was en ben voornemens op basis van die nog te verschijnen rapportage van de IGZ waar nodig maatregelen te treffen. Zie over dit onderwerp ook mijn brief aan de Nationale ombudsman van 19 maart 2013.

3.

Voornoemde leden merken op dat in het voorliggende inspectierapport wordt geconstateerd dat de vreemdelingenketen baat zou hebben bij het waarborgen van invoerdiscipline bij de ketenpartners. Voorziet de beleidsreactie in een adequate oplossing van dit probleem?

Antwoord:

Ik heb een technische borging gerealiseerd door een dusdanige aanpassing van INDiGO dat een medewerker altijd een bewuste keuze moet maken met betrekking tot de «opschortende werking». Deze handeling kan niet worden overgeslagen.

Evenzeer van belang is de in mijn beleidsreactie beschreven hernieuwde instructie aan medewerkers en de maatregelen gericht op bewustwording (training, persoonlijk contact). Deze combinatie van maatregelen, aangevuld met gerichte managementaandacht van de betrokken organisaties, moet ertoe leiden dat de invoerdiscipline geborgd is.

4.

Deze leden vragen hoe wordt geborgd dat het bewustzijn rond de verantwoordelijkheden niet ophoudt bij de grenzen van de eigen organisatie en, daarmee samenhangend, met welke concrete maatregelen zal u de regie in de vreemdelingenketen zal borgen?

Antwoord:

Naast de in mijn brief van 12 april, kenmerk 361683 aangekondigde maatregelen zijn in de Vreemdelingenketen in de afgelopen jaren diverse initiatieven genomen om de samenwerking te verbeteren en het ketenbewustzijn te vergroten. Voorbeeld hiervan is de versterkte samenwerking tussen IND, DT&V en COA, die zich onder meer uit in een gezamenlijk jaarplan voor 2013.

Ik borg de regie door in het topberaad vreemdelingenketen opvallende ontwikkelingen in de praktijk zoals een stijgende asielinstroom of het oplopen van doorlooptijden te bespreken. Het topberaad wordt gevoed door ketenoverleggen op tactisch en operationeel niveau centraal staat op alle niveaus de practische samenwerking tussen ketenpartners. Diverse ketenbrede projecten zijn en worden uitgevoerd bij voorbeeld met het oog op de invoering van het Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures waaraan medewerkerkers van de partners participeren.

5.

De aan het woord zijnde leden vragen of het juist is dat de Nationale Ombudsman in het rapport «Vreemdelingenbewaring» uit 2012 aanbeveelt isoleercellen zo min mogelijk te gebruiken en, verwijzend naar eerdere rapporten, concludeert dat redelijk terughoudend wordt omgegaan met het opleggen van afzonderingsmaatregelen.

Hoeveel cellen met cameratoezicht zijn in het Detentiecentrum Rotterdam aanwezig en hoe wordt het cameratoezicht uitgevoerd?

Antwoord:

De Nationale ombudsman geeft in zijn rapport «Vreemdelingenbewaring» uit 2012 aan dat het verblijf in een isoleercel dat bij wijze van straf in de detentiecentra wordt opgelegd naar zijn oordeel niet binnen de doelstelling van de vreemdelingenbewaring past. De Nationale ombudsman roept op om het gebruik van de isoleercel terug te brengen.

Detentiecentrum Rotterdam beschikt over 32 cellen met cameratoezicht op de afzonderingsafdeling. Op grond van artikel 24a Pbw kan de directeur, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de gedetineerde noodzakelijk is, bepalen dat de gedetineerde die in een afzonderingscel verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd. Op schermen in een centrale post worden de camera’s gevolgd.

6.

De leden van de VVD-fractie vragen of het juist is dat de IGZ in 2009 ten aanzien van vreemdelingenbewaring concludeerde dat de zorg zodanig is georganiseerd dat het bieden van verantwoorde en veilige zorg mogelijk is?

Antwoord:

Dit is juist.

7.

Zien deze leden het juist dat in het rapport van de Inspectie voor de sanctietoepassing uit januari 2012 wordt geconcludeerd dat Detentiecentrum Rotterdam de uitvoering en het beleid van de medische zorg goed op orde heeft? Klopt het dat in dit rapport geen aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van informatieoverdracht en/of andere problemen rond het aanbieden van medische zorg?

Antwoord:

In de Doorlichting van Detentiecentrum Rotterdam uit 2012 oordeelt de Inspectie voor de sanctietoepassing (ISt) als volgt over de medische zorg in het detentiecentrum: «Ten aanzien van de medische zorg heeft het DC Rotterdam de uitvoering en het beleid, ondanks het feit dat ingesloten vreemdelingen graag meer behandeling willen krijgen, goed op orde. Het aanbod van medisch personeel en geestelijke verzorgers is over het algemeen afdoende, waardoor vreemdelingen op korte termijn door hen gezien kunnen worden en er geen wachtlijsten zijn. De faciliteiten voor de zorgfunctionarissen in de inrichting voldoen aan de behoefte en bieden privacy indien gewenst. De check op de uitvoering voldoet ook».

In relatie tot de medische zorg wordt tevens door de ISt geconstateerd dat er vreemdelingen zijn die afzien van een medische behandeling in een ziekenhuis vanwege de verplichting van DV&O om een broekstok en/of handboeien te dragen. Tegen deze achtergrond beveelt de ISt in dit rapport aan een systematische afweging in te voeren van het gebruik van broekstok en koppelboeien bij vervoer van ingeslotenen. Voorts beveelt de ISt aan vreemdelingen waarvan de bewaring wordt beëindigd standaard te informeren over de mogelijkheid om een kopie van het medisch dossier mee te krijgen. In de gebundelde beleidsreactie van 14 januari 2013 (TK 2012–2013, 24 587, nr. 482) heb ik deze aanbevelingen overgenomen.

8.

Klopt het dat in voornoemd rapport ook wordt geconcludeerd dat de medische intake binnen 24 uur plaatsvindt en de screening overwegend aan de normen en verwachtingen van de inspectie voldoet?

Antwoord:

De ISt constateert het volgende ten aanzien van de medische intake: «De medische intake vindt plaats op de dag van aankomst of de dag erna, maar in ieder geval binnen 24 uur.« Ten aanzien van de screening oordeelt de ISt als volg: «Uitvoering en beleid met betrekking tot het criterium screening voldoen overwegend aan de normen en verwachtingen van de ISt.»

9.

Voornoemde leden vragen of de IGZ in maart 2010 heeft beoordeeld of het plan van aanpak naar aanleiding van het rapport uit 2009 conform afspraak is uitgevoerd.

Welke maatregelen heeft u na 17 januari 2013 genomen? Welke van deze maatregelen zijn genomen naar aanleiding van het voorliggende inspectierapport en welke maatregelen moeten nog genomen worden omdat deze een lange(re) implementatietermijn kennen?

Ten aanzien van deze laatste categorie van maatregelen vernemen deze leden graag op welke termijn u meent dat het beleid zal zijn geëffectueerd en welk tijdpad daartoe wordt gehanteerd.

Antwoord:

In de brief van mijn ambtsvoorganger van 29 januari 2010 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 24 587, nr. 375) over de inspectiebezoeken van de IGZ is aangekondigd dat de IGZ in maart 2010 de IGZ bij wijze van steekproef een tweetal inrichtingen opnieuw zal bezoeken. De detentiecentra zijn opgenomen in de audit systematiek van DJI, die ontwikkeld is in overleg met de IGZ. In 2010 en 2011 hebben er twee audits plaatsgevonden, bij de detentiecentra Zeist en Oude Meer.

Na de suïcide van de heer Dolmatov heeft DJI een calamiteitencommissie ingesteld. Op 19 februari jl. heeft de calamiteitencommissie haar bevindingen aangeboden aan de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Door de directeur van het detentiecentrum is naar aanleiding van het calamiteitenrapport een plan van aanpak opgesteld. Een aantal verbeteracties is toen reeds in gang gezet. Het opstarten van deze verbeteracties vond plaats vooruitlopend op de beoordeling en eventuele maatregelen die later zouden volgen uit het gezamenlijk onderzoek van de Inspectie voor Veiligheid en Justitie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Een drietal trajecten is na oplevering van het rapport van de calamiteitencommissie in gang gezet. Deze hebben betrekking op interne processen en communicatie in het detentiecentrum, processen rondom plaatsing van personen met een extra zorg indicatie en de (medische) informatieoverdracht tussen politiebureau en detentiecentrum. Daarbij is extra aandacht besteed aan de werkwijze rondom personen met psychische klachten en is met name stil gestaan bij het vergroten van kennis over en het belang van protocollen.

De volgende concrete maatregelen zijn getroffen:

  • een gesprek met de betrokken verpleegkundigen over de gebeurtenissen op 17 januari en het handelen volgens protocol;

  • een gesprek met de afdelingshoofden van het detentiecentrum over de inhoud van protocollen en over suïcidebeoordeling.

  • een teamgesprek met verpleegkundigen over protocollair werken;

  • bijzondere aandacht voor het protocol hulpverlening bij psychische klachten in nieuwsbericht Medische Dienst;

  • een werkwijze wordt ontwikkeld waarin de rollen van afdelingshoofden en management ten aanzien van plaatsing op de Extra Zorg Afdeling worden opnieuw besproken.

10.

De aan het woord zijnde leden vragen of het juist is dat de raadsman van de heer Dolmatov het beroepschrift op de laatst mogelijke avond heeft ingediend. Is het gangbaar dat advocaten in het vreemdelingenrecht beroepschriften op de laatste dag en wel op de laatste avond indienen? Is er een richtlijn voor het indieningstijdstip van het beroepschrift en wordt ten aanzien van die termijn nog rekening gehouden met een weekend?

Deze leden vragen waarom het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken (CIV) niet zes of zeven dagen in de week bemenst is indien er ook ’s avonds en in het weekend beroepschriften worden ingediend. Hoeveel beroepschriften worden zonder machtiging van de vreemdeling ingediend? Wat is de juridische status van een dergelijk beroepschrift?

Antwoord:

Het is juist dat de raadsman van de heer Dolmatov het beroepschrift op de laatst mogelijke avond heeft ingediend. Het is niet ongebruikelijk dat beroepschriften laat of zeer laat in de beroepstermijn worden ingediend. Er bestaan geen richtlijnen die indiening van beroepschriften in de avonduren of in het weekeinde verbiedt of tegen gaat. De IND hield en houdt in die gevallen waarin een in te dienen beroep opschortende werking heeft een extra wachttermijn aan van twee weken na ommekomst van de beroepstermijn. Die termijn van twee weken biedt de ruimte voor de logistieke verwerking bij het CIV en de IND van laat in de beroepstermijn ingediende beroepschriften. Daarom is het niet noodzakelijk dat het CIV met het oog hierop alle dagen en in de avond is bemenst. Zoals inmiddels bekend is, heeft het ten onrechte niet aanvinken dat een in te dienen beroepschrift door de heer Dolmatov opschortende werking zou hebben, gemaakt dat deze waarborg geen effect had.

Op grond van artikel 8:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verlangen rechtbanken niet van advocaten dat zij een schriftelijke machtiging tonen van hun procesvertegenwoordigingsbevoegdheid. Het is voldoende dat de betrokken advocaat zegt vertegenwoordigingsbevoegd te zijn. Registratie van beroepschriften die zonder machtiging worden ingediend is dan ook niet aan de orde.

11.

De leden van de VVD-fractie vragen of het klopt dat er door de IV&J niet met de piketadvocaat van de heer Dolmatov werd gesproken. Wat was hiervan de reden? Heeft de piketadvocaat geïnformeerd bij de heer Dolmatov of hij een eigen advocaat had? Zo ja, wat was zijn antwoord op die vraag? Bestaat er voor advocaten een verplichting door te verwijzen naar een eerder in de arm genomen advocaat als die voor de betreffende cliënt optreedt? Mag worden verwacht dat er tussen beide advocaten overleg gepleegd wordt in dit soort gevallen? Is of zal er overleg worden gepleegd met de verantwoordelijke deken van de Orde van Advocaten over de wijze waarop de betrokken piketadvocaat de dienstverlening heeft ingevuld gegeven het oordeel van de IV&J dat er sprake zou zijn geweest van een opvallend passieve houding?

Antwoord:

Ik ga ervan uit dat deze vraag afdoende aan de orde is geweest tijdens het ronde tafel gesprek van vanmiddag met onder andere de advocaat van de heer Dolmatov. Ik stel vast dat de betreffende piketadvocaat een beroep deed op zijn verschoningsrecht.

2. Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

12.

De leden van de PvdA-fractie vragen op welke momenten, vanaf de asielaanvraag tot het overlijden, op welke wijze en met welke inhoud u in persoon op de hoogte bent gesteld van informatie rondom de heer Dolmatov. Wat heeft u met die informatie gedaan?

Antwoord:

De heer Dolmatov heeft op 9 juli 2012 in Nederland asiel aangevraagd. Op dat moment was het huidige kabinet nog niet aangetreden. Op 17 januari2013 ben ik voor het eerst geïnformeerd over de dood van de heer Dolmatov. Dit betrof de zelfmoord. Ik ben bij ambtelijke notitie van 18 januari 2013 op de hoogte gesteld over deze zaak. In deze notitie ben ik geïnformeerd over het overlijden door zelfdoding van de heer Dolmatov. In deze notitie is verder een chronologisch overzicht geschetst van de gebeurtenissen vanaf de dag dat het beroepschrift werd ingediend tot aan zijn overlijden, zijn de procedurele achtergronden van de asielaanvraag geschetst en ben ik geïnformeerd dat de calamiteitencommissie bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de toedracht van de zelfdoding onderzoekt.

Op basis van deze notitie heb ik de IVenJ gevraagd een onderzoek in te stellen.

Volledigheidshalve meld ik u nog dat mijn ambtsvoorganger in juni 2012 mondeling en schriftelijk is geïnformeerd over de voorgenomen asielaanvraag van de heer Dolmatov. Tevens is mijn ambtsvoorganger mondeling op de hoogte gebracht van het voornemen om de asielaanvraag af te wijzen.

13.

Voornoemde leden vragen of er naar uw mening in de vreemdelingenketen voldoende rekening wordt gehouden met de menselijke maat, dat wil zeggen dat er niet door systemen, het afvinken van bullits enzovoorts maar door mensen naar de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling in kwestie wordt gekeken? Zo ja, waaruit blijkt dat en hoe verhoudt zich dat tot de bevindingen in het rapport naar aanleiding van het overlijden van de heer Dolmatov? Zo nee, op welke punten schort het aan die menselijke maat en hoe gaat u er voor zorgen dat die er wel komt?

Antwoord:

Mijn werkbezoeken en andere contacten met de vreemdelingenketen geven mij het beeld van een keten met betrokken medewerkers die elke dag werken met veel persoonlijke inzet. Het zijn die medewerkers die ook elke dag zorgen voor het rekening houden met de menselijke maat in al hun contacten met de vreemdeling. Daarin heb ik volledig vertrouwen.

In het rapport over de ZBO status van het COA dat ik uw Kamer recentelijk zond, wordt hierover opgemerkt: «Bij de bezoeken die wij gebracht hebben aan diverse locaties is ons de grote betrokkenheid van deze uitvoerende medewerkers bijzonder opgevallen. Men gaat voor de zaak en heeft de zorgvuldige omgang met de vreemdeling hoog in het vaandel staan.»

ICT-systemen in de keten moeten hieraan ondersteunend zijn en niet juist hiervoor een risico vormen. Duidelijk is geworden dat de wijze waarop de registratie van beroepschriften in INDIGO plaatsvond dit risico wel in zich droeg. Met de wijzigingen die in de werkprocessen en in INDIGO zijn en worden door gevoerd is dat risico niet langer aanwezig.

14.

De aan het woord zijnde leden vragen of u na het overlijden van de heer Dolmatov en in aansluiting bij het rapport van de Nationale Ombudsman naar het overlijden in detentie (dat zich beperkte tot penitentiaire inrichtingen), aanleiding ziet om onderzoek te (laten) doen naar overlijdens binnen de detentie- en uitzetcentra voor vreemdelingen. Zo ja, op welke termijn gaat u dit onderzoek starten? Zo nee, waarom niet?

Gaat de IV&J die een coördinerende rol op zich neemt bij sterfgevallen in detentie, die rol ook krijgen ten aanzien van vreemdelingendetentie?

Antwoord:

In alle gevallen van een suïcide wordt een calamiteitencommissie ingesteld. Deze commissie heeft tot taak de situatie rond het overlijden te analyseren en te onderzoeken of er verband is tussen het overlijden en de door de inrichting verleende zorg. In alle gevallen van overlijden wordt dit aan de IGZ gemeld. Afgesproken is dat de IVenJ een coördinerende rol gaat vervullen in de procedure rond het overlijden van ingeslotenen. De eerste gesprekken met de IGZ hebben inmiddels plaatsgevonden. Gelet op het bovenstaande zie ik thans geen aanleiding om daar bovenop een onderzoek te starten naar het overlijden in detentie- en uitzetcentra.

15.

Deze leden vragen of er sprake is van wet- of regelgeving ten aanzien van de privacy waardoor de overdracht van het dossier van de heer Dolmatov tussen de betrokken autoriteiten niet volledig kon zijn. Zo ja, op welke punt botst de privacy wet- en regelgeving met het samenstellen en overdragen van dergelijke dossiers?

Antwoord:

Er moet rekening mee worden gehouden dat het medische dossier behoudens zeer bijzondere omstandigheden alleen met instemming van de patiënt van behandelaar naar behandelaar kan worden overgedragen. Uiteraard worden instructies ten aanzien van medicijngebruik e.d. bij de overdracht van ingeslotenen aan een andere met de medische zorg belaste dienst wel overgedragen.

De WBP is van toepassing op de registraties in de vreemdelingenketen. Voor de informatieuitwisseling middels de BVV is daarvoor een specifieke regeling gemaakt, de WBP-regeling Basis Voorziening Vreemdelingen (d.d. 4 september 2008). Hiermee is geborgd dat de relevante gegevens uitgewisseld mogen worden. Aangezien de WBP vooral doelbinding voorschrijft is, is deze regeling niet botsend met de benodigde gegevens die nodig zijn voor het samenstellen van het dossier. M.a.w. de WBP staat toe dat alle benodigde gegevens gebruikt mogen worden, mits deze het doel van het vreemdelingenbeleid ondersteunt. Via de WBP-regeling is geborgd dat dit ook daadwerkelijk volgens de WBP plaats vindt en dat vreemdelingen recht op inzage en correctie hebben op de over hun vastgelegde gegevens.

16.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het komt dat de onduidelijkheid over het al dan niet aanvinken van de status van rechtmatig verblijf en de verwijderbaarheid van vreemdelingen in INDiGO in de periode medio 2011 – februari 2013 zo lang kon duren. Kan derhalve worden geconcludeerd dat asielzoekers die beroep hebben ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvraag, in deze periode ten onrechte als verwijderbaar zijn geregistreerd in INDiGO? Zo ja, in hoeveel gevallen? Kunt u dit toelichten?

Zijn er daardoor ook meer vreemdelingen ten onrechte in bewaring gesteld? Zo ja, hoeveel? Is de betreffende onduidelijkheid inmiddels weggenomen? Zijn er in de afgelopen drie jaar vreemdelingen verwijderd die feitelijk (en dus niet volgens INDiGO) niet verwijderbaar zijn? Zo ja, hoeveel? Kunt u al deze individuele zaken beschrijven waarin vreemdelingen zijn uitgezet terwijl ze feitelijk nog over een verblijfstitel beschikten? Kunt u beschrijven wat vervolgens met deze mensen is gebeurd? Hoeveel mensen zijn teruggehaald c.q. teruggekeerd naar Nederland? Wat is er gebeurd met de mensen die ten onrechte zijn uitgezet en niet zijn teruggekeerd naar Nederland?

Antwoord:

Het is juist dat asielzoekers die beroep hebben ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvraag, in deze periode ten onrechte als verwijderbaar zijn geregistreerd in INDiGO. Dat is in iets minder dan 300 zaken gebeurd.

In deze zaken is bezien of dit heeft geleid tot onterechte inbewaringstelling en/of uitzettingen op deze grond. Hiervan is niet gebleken.

Op welk moment was het departement op de hoogte van het probleem met het vinkje en het feit dat daardoor ten onrechte in de systemen staat vermeld dat mensen verwijderbaar zijn die dat niet zijn? Kunt u exact beschrijven welke actie op basis daarvan is ondernomen om dit probleem te herstellen, dan wel om te voorkomen dat dit probleem tot onterechte detentie of uitzetting zou leiden? Kunt u exact beschrijven op welke wijze nagegaan is of het probleem was opgelost ofwel zodanig was opgevangen dat daardoor geen onterechte detentie of verwijdering zou kunnen plaatsvinden?

Antwoord:

Het probleem met het vinkje zoals gespeeld heeft in de zaak Dolmatov is aan het licht gekomen gedurende het onderzoek door de inspectie V&J. De maatregelen die vervolgens zijn getroffen treft u aan in mijn brief van 12 april 2013. Eerder hebben zich ook in de testfase van behandelplannen van INDiGO problemen met een vinkje voorgedaa. Deze zijn echter op dat moment in het systeem opgelost en de procesbeschrijvingen zijn hierop aangepast.

Voornoemde leden vragen wanneer u persoonlijk voor het eerst op de hoogte bent gesteld van de problemen met het vinkje? Kunt u exact beschrijven welke actie u daarop heeft ondernomen? Kunt u exact beschrijven op welke wijze u bent nagegaan of de door u in gang gezette acties het beoogde effect hebben gehad?

Op welk moment was het departement voor het eerst op de hoogte dat er sprake was van problemen met de uitwisseling van informatie over vreemdelingen die in bewaring werden gesteld, waardoor in de informatiesystemen geen betrouwbaar dossier beschikbaar is over de persoon die in bewaring genomen wordt? Welke actie is daarop ondernomen en wanneer is nagegaan of deze acties tot verbetering leidden?

Op welk moment bent u persoonlijk voor het eerst op de hoogte gesteld dat er sprake was van problemen met de uitwisseling van informatie over vreemdelingen die in bewaring werden gesteld waardoor in de informatiesystemen geen betrouwbaar dossier beschikbaar is over de persoon die in bewaring genomen wordt? Welke actie heeft u daarop ondernomen en kunt u beschrijven hoe u bent nagegaan of deze acties tot verbetering leidden?

Antwoord:

In algemene zin geldt dat de geldende regelgeving moet worden toegepast. Daar zijn geen structurele signalen van niet-naleving geweest. Over 2011 meldde de CITT in haar jaarverslag bijvoorbeeld geen problemen rond de M 118. Eerdere problemen die waren gesignaleerd, waren opgepakt door in samenwerking met de uitvoering een nieuw formulier te ontwikkelen dat 1 januari 2012 is gepubliceerd in de Staatscourant. Over het in structurele zin niet-toepassen van de geldende regelgeving bij inbewaringstelling door de politie, zijn mij geen signalen bekend (CHECK bij politie, DTV en departement).

Wel is bekend dat verwijderbaarheidsinformatie altijd moet worden geverifieerd. Dat zal ook altijd zo zijn. Zelfs als de gehele vreemdelingenketen is voorzien van een keteninformatiesysteem dat realtime, volledig gedigitaliseerd in informatiedeling voorziet, dan is er nog sprake van een « time-lag». Immers, informatie komt binnen en moet dan toch echt door een medewerker worden geduid, bijvoorbeeld: heeft deze aanvraag tot effect dat rechtmatig verblijf ontstaat. Daarna kan deze informatie pas worden ingevoerd, dat kan altijd enkele uren kosten.

Binnen de vreemdelingenketen is men dus gewend dat last-minutenwijzigingen kunnen plaatsvinden. Sommige hebben effect op de rechtmatigheid van verblijf, dat is afhankelijk van het soort feit (beroepsschrift, aanvraag etc) andere niet. Dat is afhankelijk van het voortraject en vergt duiding (en dus tijd). Dat kan verklaren waarom de Inspectie het beeld kreeg van passiviteit. De realiteit is echter dat op verschillende manieren actie is ondernomen om deze kwetsbaarheid in het systeem, die structureel is, te compenseren:

  • in individuele casus door telefonische en schriftelijke checks en casus-overleg in het lokaal terugkeer overleg

  • op ketenniveau door te investeren in keteninformatisering, waarbij recent de basis start architectuur vreemdelingenketen is vastgesteld, waarmee is gezekerd dat de organisaties die het vreemdelingenbeleid uitvoeren hun ICT wijzigingen laten aansluiten op de architectuur van de vreemdelingenketen. Hierbij moet worden bedacht dat DJI, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Koninklijke Marechaussee, de Nationale Politie, de Raad voor de Rechtspraak en Raad van State onderdeel zijn van andere ketens, waarbij de vreemdelingentaak niet hun hoofdtaak is.

De maatregelen die ik nu tref, minimaliseren de kwetsbaarheid ten aanzien van de mogelijke veranderingen in verwijderbaarheid. Om zeker te stellen dat er geen andere knelpunten zijn, die niet door deze casus aan het licht zijn gekomen, voer ik een kwetsbaarheidsanalyse uit op de informatie-overdracht in het terugkeerproces en laat dit auditen door de Auditdienst Rijk. Dit kan aanvullende maatregelen opleveren, daar zal ik u dan over informeren.

17.

De aan het woord zijnde leden vragen of u de mening deelt dat bij wijzigen van een verwijderbaarheidstitel van een vreemdeling niet meer automatisch en zonder een inhoudelijke beoordeling mogelijk moet zijn. Zo ja, hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Naar aanleiding van een beslissing wijzigt de verwijderbaarheidstitel van rechtswege, bijvoorbeeld als gevolg van het verstrijken van de vertrektermijn, het verlopen van een vergunning, het verlopen van de verlengingstermijn. Bij het nemen van een besluit volgt rechtstreeks uit de regelgeving een tijdspad vanaf welk moment een vreemdeling verwijderbaar is of niet.

Door het registreren van een besluit in INDiGO weet INDiGO al van tevoren op welke momenten de verwijderbaarheidstitel wijzigt. Wel vindt er dus een extra check plaats in zaken waarbij een eventueel beroepsschrift de rechtmatigheid van het verblijf verlengt. De menselijke toets zit dus bij de keuze in het aanvinken van de eventuele opschortende werking. Als extra waarborg vindt na een menselijke check op de verwijderbaarheid plaats bij het opvoeren van het beroepsschrift en/of de inbewaringstelling.

18.

Deze leden vragen waarom de hulpofficier van justitie die in het arrestantencomplex was om in het kader van de vreemdelingenbewaring de heer Dolmatov te horen geen contact heeft gehad met de piketadvocaat waarmee de heer Dolmatov heeft gesproken? Waarom was er bij het verhoor geen (piket)advocaat aanwezig?

Antwoord:

Zoals de inspectie in zijn rapport constateert is er in deze zaak sprake geweest van een opmerkelijke passiviteit aan beide kanten, zowel aan de zijde van de vreemdelingendienst als aan de zijde van de piketadvocaat waardoor er uiteindelijk te weinig oog is geweest voor de belangen van de heer Dolmatov.

Daarnaast heeft de inspectie vraagtekens geplaatst bij enkele handelingen van de hulpofficier van justitie, om met het oog op zorgvuldigheid en mogelijke consequenties hierin de juiste stappen te doorlopen is er een feitenonderzoek opgestart door bureau interne zaken.woord:

19.

De leden van de PvdA-fractie constateren dat de hulpofficier van justitie verkeerde bullits heeft aangevinkt met betrekking tot de behoefte aan een advocaat en de aanwezigheid daarvan bij het verhoor. Hoe komt het dat de verkeerde bullits zijn aangevinkt?

Antwoord:

Voorop staat dat dit onjuist is geweest, de exacte toedracht zal moeten blijken uit het ingestelde feitenonderzoek door het bureau interne zaken.

20.

Deze leden vragen of u kunt aangeven welke beperkingen een piketadvocaat heeft in vergelijking met de eigen advocaat van de vreemdeling, om zijn zaak volledig en maximaal te kunnen behartigen. Is de effectieve rechtsbescherming voor de vreemdeling minder indien gebruik moet worden gemaakt van een piketadvocaat? Hoe beoordeelt u dat verschil in zaken waar ingrijpende beslissingen als vreemdelingenbewaring in combinatie met cruciale persoonlijke omstandigheden aan de orde zijn? Hoort een piketadvocaat bij een goede uitoefening van zijn functie contact op te nemen met de eigen advocaat in het geval die er kenbaar is?

Antwoord:

De vreemdelingen-piketadvocaat wordt als spoedeisende juridische hulpverlener ingeroepen indien er sprake is van vrijheidsontnemende maatregelen. Om in aanmerking te komen als piketadvocaat conform de piketregeling dient de desbetreffende advocaat gespecialiseerd te zijn op het betreffende rechtsgebied. In het algemeen zal de piket-advocaat dus terzake kundig en bekwaam zijn. Het verschil met de eigen advocaat is dat de vreemdelingenpiket-advocaat geen achtergronden kent van de cliënt en derhalve vanuit een blanco situatie aanvangt met rechtshulpverlening. De effectieve rechtsbescherming wordt door het gebruik van een piket-advocaat echter niet per definitie minder dan indien gebruik wordt gemaakt van een eigen advocaat. De advocaat zal in een eerste gesprek aandacht besteden aan alle feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het behartigen van de belangen van zijn cliënt in rechte.

21.

Voornoemde leden vragen of u de mening deelt dat in het geval van mogelijke inbewaringstelling altijd onmiddellijk effectieve rechtsbijstand moet worden geboden en dat ook een rechtelijke toets van de rechtmatigheid van de bewaring zo snel mogelijk moet plaatsvinden, bij voorkeur standaard binnen 48 uur. Bent u bereid hier onderzoek naar te doen?

Antwoord:

Volgens de geldende regelgeving vraagt bij de inbewaringstelling van een vreemdeling de desbetreffende hulpofficier van justitie of de vreemdeling een advocaat wil en of hij daarbij een voorkeur heeft. Met uw Kamer ben ik voorts van mening dat in geval van detentie snel een rechterlijke toets moet plaatsvinden. De termijn waarbinnen en de wijze waarop deze toets moet plaatsvinden was een belangrijk onderwerp bij de totstandkoming van de gewijzigde Europese opvangrichtlijn. In dat verband is uitgebreid gekeken naar de mogelijkheid om een rechterlijke toets binnen 72 uur te realiseren. Hierover is uw Kamer ook meermaals geïnformeerd (o.a. in het betreffende BNC-fiche en in de schriftelijke antwoorden ter voorbereiding op de behandeling van de begroting 2012). Steeds is daarbij geconcludeerd dat een rechterlijke toets binnen 72 uur een te zware belasting van de rechterlijke macht met zich mee zou brengen. Daarbij en daardoor zou een dergelijke toets de kwaliteit van de rechtsbijstand aan de vreemdeling en van de beoordeling door de rechterlijke macht niet ten goede komen. Een 72-uurs toets is ook geen onderdeel geworden van de gewijzigde Europese Opvangrichtlijn. Sommigen van u zullen zich nog de perikelen herinneren die ontstonden toen met de komst van de nieuwe Vreemdelingenwet de 10-dagen toets werd ingevoerd. Deze is mede om die reden teruggedraaid. Nu nog zo recent naar de mogelijk en wenselijkheid van een versnelde toets is gekeken, acht ik het op dit moment niet opportuun onderzoek te doen naar een toets binnen 48 uur.

22.

De aan het woord zijnde leden vragen of u de mening deelt dat er behoefte is aan een integraal informatiesysteem binnen de vreemdelingenketen, waarop alle betrokken organisaties zijn aangesloten en dat actuele (real-time) en accurate informatie bevat. Zo ja, hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet? Hoe kan er worden vertrouwd op een systeem dat niet of in ieder geval niet-tijdig de juiste informatie geeft? Hoe wordt gecontroleerd dat de bestaande informatie binnen de vreemdelingenketen accuraat is?

Antwoord:

De noodzaak voor een verdere uitbreiding van de Basisvoorziening Vreemdelngen tot een systeem waarop alle partners in de Vreemdelingeneten zijn aangesloten en waarmee zij alle relevante informatie maximaal real-time kunnen delen is al eerder onderkend. Daarom is het programma Keteninformatisering Vreemdelingeketen al door mijn voorganger gestart.

Zoals in de brief aangegeven zal hierbij het principe van real-time uitwisseling van gegevens (na duiding en invoer van gegevens) uitgangspunt zijn. Overigens is het bestaande uitwisselingssysteem BVV ook opgezet volgens dit principe: zodra informatie ontvangen wordt van een ketenpartner is deze voor alle aangesloten (en geautoriseerde) ketenpartners beschikbaar. Of de informatiedeling volledig real-time is hangt af van het moment waarop een ketenpartner de betreffende informatie aanbiedt aan de BVV.

Januari jl. is de Architectuur voor de vreemdelingenketen vastgesteld. Hierin zijn de principes voor onderlinge informatie-uitwisseling zoals als tijdigheid, volledigheid en verantwoordelijkheid voor gegevens bestuurlijk vastgelegd.

23.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het komt dat er ondanks het feit dat er een nieuw M118-formulier is gekomen, juist met het doel om meer duidelijkheid over kenmerken en gedrag van een vreemdeling te verschaffen, toch nog het oude formulier wordt gebruikt. Waarom zijn de aanbevelingen van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) hieromtrent niet opgevolgd? Hoe komt het dat Vreemdelingenpolitie van de Eenheid Rotterdam in de zaak Dolmatov, in zijn algemeenheid nog altijd gebruik maakt van het oude M118-formulier? Is het waar dat de gehele Nationale Politie nog steeds het oude formulier gebruikt? Zo ja, waarom?

Betekent het gebruik van het oude formulier dat mede daardoor er nog steeds te weinig zicht kan zijn op de kenmerken en het gedrag van een vreemdeling? Zo ja, hoe gaat u er voor zorgen dat het nieuwe formulier onmiddellijk door alle betrokken partijen gaat worden gebruikt?

Hoe gaat u er voor zorgen dat het M118-formulier voortaan wel als groeidocument wordt gebruikt zodat opeenvolgende partners in de vreemdelingenketen voortaan wel op de hoogte zijn van relevante informatie met betrekking tot de vreemdeling?

Antwoord:

Het programma Keteninformatisering werkt aan de invoering van het ketenbreed Digitaal werken. Uitgangspunt hierbij is dat alle relevante informatie over de vreemdeling voor alle betrokken partijen digitaal beschikbaar is, waaronder ook de informatie op de huidige M-118. Gelet op de mate van digitalisering van de verschillende ketenpartners is dit een traject dat niet voor 2014 is afgerond. Daarom wordt in ieder geval gestart met hernieuwde aandacht voor het proces en de invoerdiscipline bij de betrokken ketenpartners. Gegevens mogen niet meer overschreven worden maar moeten worden aangevuld, zodat geen informatie meer verloren gaat. Tijdens de workshops met ketenpartners zal veel aandacht worden besteed aan het feit dat de M-118 een ketendocument is dat door verschillende organisaties vanuit diverse optieken gebruikt wordt.

24.

Deze leden vragen of u de mening deelt dat, afgezien van de onrechtmatigheid van de bewaring van de heer Dolmatov, er in dit geval ook geen noodzaak bestond om hem in detentie te plaatsen. Waarom is niet gebruik gemaakt van een lichter alternatief? Kunt u bij dit antwoord betrekken dat hij forse psychische problemen had, zijn beroepstermijn nog maar juist was verstreken, er geen indicaties waren dat hij zich zou onttrekken aan toezicht en hij geen gevaar was voor de openbare orde?

Antwoord:

Om de redenen die uitvoerig zijn beschreven in het Inspectierapport ging de hulpofficier van Justitie er ten onrechte vanuit dat de beroepstermijn van de heer Dolmatov ongebruikt verstreken was. Daarvanuit gaande zou de heer Dolmatov geen rechtmatig verblijf hebben gehad, zou het recht op opvang bij het COA op korte termijn zijn beëindigd en zou de heer Dolmatov niet langer een vaste woon- en verblijfplaats hebben gehad. Dit gevoegd bij de verklaring van de heer Dolmatov dat hij niet zelfstandig zou vertrekken alsmede de omstandigheid dat hij zich op vier momenten niet heeft gehouden aan een toezichtsmaatregel, maakt dat de hulpofficier van Justitie (vanuit zijn onjuiste premisse) heeft kunnen oordelen dat een lichter middel hier niet volstond.

25.

Voornoemde leden vragen of u bereid bent in de toepassing van uw beleid voor het in bewaring te stellen van vreemdelingen mee te wegen dat een inbewaringneming voor een uitgeprocedeerde asielzoeker een buitengewoon traumatiserende ervaring kan zijn en dat daarbij ernstige gevoelens van depressie en uitzichtloosheid kunnen ontstaan. Zo ja, op welke wijze?

Antwoord:

Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met het ingrijpende karakter van de maatregel. De maatregel is dan ook met strikte waarborgen omkleed. Uit de wet volgt dat inbewaringstelling alleen kan plaatsvinden indien het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid dat vordert. Dit is aan de orde indien er aanwijzingen zijn om te vermoeden dat de vreemdeling zich aan de uitzetting zal onttrekken. Steeds zal een zorgvuldige afweging moeten plaatsvinden tussen het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid en het individuele belang van de vreemdeling. Deze afweging wordt bovendien door een onafhankelijke rechter getoetst.

Dit alles neemt niet weg dat ik het van groot belang acht om permanent te blijven zoeken naar lichtere middelen om vreemdelingen beschikbaar te houden voor vertrek en onttrekking aan het toezicht tegen te gaan. Alleen dan kan worden gewaarborgd dat vreemdelingenbewaring als uiterst middel wordt ingezet.

Dat is ook de reden dat ik in navolging van de pilots alternatieven voor vreemdelingen een project ben gestart dat ziet op het ontwikkelen van een visie voor de toekomst van toezichtmiddelen op vreemdelingen en vreemdelingenbewaring om terugkeer van vreemdelingen te stimuleren.

26.

De aan het woord zijnde leden vragen op welke wijze en wanneer de adviezen van de rapporten van de Ombudsman «Overlijden in detentie» en «Vreemdelingenbewaring, strafregime of maatregel om uit te zetten» worden opgevolgd. Is er anderszins gevolg aan deze rapporten gegeven? Op welke wijze is invulling gegeven aan de brief van de Ombudsman van 23 januari 2013?

Antwoord:

Zoals ik in mijn antwoord van 19 maart 2013 op de brief van de Nationale ombudsman van 23 januari 2013 heb gemeld, is een project gestart dat ziet op het ontwikkelen van een visie voor de toekomst van toezichtmiddelen op vreemdelingen en vreemdelingenbewaring om

terugkeer van vreemdelingen te stimuleren. Ik neem in dat project de ervaringen met de nu lopende pilots mee evenals de aanbevelingen van de Nationale ombudsman op dit punt.

Ik verwacht de Tweede Kamer voor het zomerreces over de uitkomsten te kunnen informeren.

Naar aanleiding van het onderzoek van de Nationale ombudsman «overlijden in detentie» heb ik een aantal wijzigingen aangebracht in de procedures rondom sterfgevallen tijdens detentie. Om het integrale karakter van de onderzoeken te vergroten heb ik de IVenJ gevraagd voortaan een coördinerende rol te vervullen. De eerste gesprekken hierover met de IVenJ en de IGZ hebben inmiddels plaatsgevonden. Ik verwacht dat de procedure medio dit jaar kan worden ingevoerd. Ook zie ik er op toe dat de calamiteitenonderzoeken plaatsvinden onder voorzitterschap van een niet bij het sterfgeval betrokken vestigingsdirecteur

3. Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie inzake het onderzoek betreffende het overlijden van de heer Dolmatov in Detentiecentrum Rotterdam. Naar aanleiding daarvan hebben deze leden enkele vragen.

28.

Uit het rapport van de IV&J blijkt dat er sprake is van problemen rond INDiGO. Een basisgegeven als het feit of een vreemdeling al dan niet rechtmatig in Nederland verblijft, blijkt niet correct in het systeem verwerkt te kunnen worden.

Antwoord:

Dit is inleiding van de PVV. Met betrekking tot INDiGO ga ik de aanbevelingen opvolgen.

29.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het aan de oppervlakte komen van een dergelijke bijzonder ernstige tekortkoming zich verhoudt tot de stelling van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in zijn brief van 19 februari 2013 dat het streven dat INDiGO in 2012 het primaire systeem van de IND zou worden is behaald, nu gebleken is dat zelfs elementaire gegevens niet op de juiste wijze in het systeem blijken te zijn geregistreerd en verwerkt.

Antwoord:

Wordt samengevoegd met het antwoord op vraag 30.

30.

Tevens vragen deze leden of INDiGO wel in staat is om op betrouwbare wijze te functioneren, nu is gebleken dat zelfs de geregistreerde standaardgegevens inzake een vreemdeling en diens procedure niet blijken te deugen. Graag ontvangen zij hierop een reactie.

Antwoord:

Zoals ik u in mijn brief van 12 april 2013 heb meegedeeld heeft de waarborg van het verlengen van de termijn van rechtmatig verblijf niet gewerkt omdat er door een gebruiker is verzuimd het desbetreffende vinkje in het systeem te zetten. Ik heb in de brief dan ook geconcludeerd dat deze werkwijze met betrekking tot de registratie van INDiGO op dit punt volledig inaccuraat geweest is.

Om die reden heb ik dan ook maatregelen genomen zoals ik u heb meegedeeld in de brief van 12 april 2013. Dit heeft ook te maken met de werkinstructie die onvoldoende duidelijk was.

Kortgezegd heb ik de medewerkers van de IND nogmaals laten instrueren over het vullen van het vakje «opschortende werking». Bovendien is er een extra controle ingevoerd bij de IND.

Tevens wordt een oplossing in INDiGO gerealiseerd om af te dwingen dat de opschortende werking door IND-medewerkers goed wordt geregistreerd. INDiGO wordt zodanig aangepast dat een medewerker altijd een bewuste keuze moet maken met betrekking tot de opschortende werking. Hiertoe zal in INDiGO een (nieuw) veld «Opschortende werking» aan de medewerker verschijnen in plaats van het huidige vakje voor het plaatsen van het vinkje. De IND-medewerker dient hier expliciet een «Ja» of een «Nee» in te vullen (selecteerbaar uit een keuzelijst). Deze handeling kan niet overgeslagen worden. Hiertoe wordt een extra validatie gebouwd in INDiGO. Deze validatie houdt in dat een zaak alleen kan worden afgesloten als de medewerker voornoemde handeling daadwerkelijk heeft uitgevoerd.

In de vierde voortgangsrapportage heb ik u meegedeeld dat mijn doelstelling voor 2012 dat INDiGO het primaire systeem van de IND zou worden, is behaald. Immers INDiGO is het primaire systeem van de IND waarmee de medewerkers werken.

De hierboven geconstateerde fout in de registratie laat onverlet dat INDiGO het primaire systeem is van de IND.

31.

Tenslotte vragen voornoemde leden of u erkent dat in INDiGO ook andere registratiefouten plaatsvinden met betrekking tot bijvoorbeeld het al dan niet rechtmatig in Nederland verblijven van vreemdelingen.

Antwoord:

Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Dit ook gegeven het grote aantal beslissingen dat genomen wordt. In het systeem zijn waarborgen ingebouwd waardoor de kans op voor de vreemdeling negatieve gevolgen van onjuiste registratie zo klein mogelijk is. De IND investeert voortdurend in de opleiding, training en begeleiding van medewerkers om te waarborgen dat het gebruik van het systeem juist is.

4. Vragen en opmerkingen van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks

De leden van de fracties van SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks hebben de volgende vragen over het rapport «Het overlijden van Alexander Dolmatov» en de brief die de staatssecretaris naar aanleiding hiervan naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

33.

Bent u altijd volledig en tijdig geïnformeerd over de problematiek in de vreemdelingenketen en dat er in strijd met wettelijke vereisten wordt gehandeld door zijn ambtenaren? Zo ja, wanneer, door wie en hoe? Kan hier een feitenrelaas van worden gegeven?

Antwoord:

In het antwoord op vraag 16 heb ik weergegeven op welke wijze ik ben geïnformeerd over de problematiek in de vreemdelingenketen en welke maatregelen inmiddels zijn getroffen.

Indien er aanwijzingen zijn dat ambtenaren in strijd handelen met wettelijke vereisten, dan wordt dat onderzocht en wordt daarover aan mij gerapporteerd. In dit geval liep dit via het rapport van de inspectie.

34.

Voornoemde leden vragen hoe vaak en waarom het tussen medio 2011 en februari 2013 is voorgekomen dat de (voorzieningen)-rechter heeft besloten om mensen terug te halen die onterecht zijn uitgezet. Hoe vaak en waarom is het voorgekomen dat mensen ten onrechte in d vreemdelingenbewaring zijn terechtgekomen? Hoeveel van deze gevallen zijn veroorzaakt door omissies en onzorgvuldigheden zoals die in bovengenoemd rapport aan de orde zijn gekomen?

Antwoord:

Voor zover bekend, is in de periode van medio 2011 tot en met februari 2013 in zeven zaken een onrechtmatige uitzetting dan wel onrechtmatige overdracht in het kader van de Dublin Verordening voorgekomen, waarbij de rechter heeft gelast dat de betreffende vreemdelingen teruggehaald dienden te worden. In al deze zaken is de vreemdeling teruggehaald naar Nederland. Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 16.

De vraag hoe vaak en waarom het is voorgekomen dat mensen ten onrechte in vreemdelingenbewaring zijn terechtgekomen kan ik niet in algemene termen beantwoorden. Vreemdelingenbewaring wordt getoetst door de rechter. Deze kan opheffing van de bewaring bevelen. De bewaring kan eveneens zelfstandig door de Politie dan wel de DT&V worden opgeheven. Opheffing van de bewaring betekent niet dat bewaring van meet af aan onrechtmatig was. Er kunnen zich gedurende een bewaring omstandigheden voordoen die tot opheffing daarvan leiden. Uit de systemen valt niet af te leiden het moment waarop de bewaring onrechtmatig wordt.

In alle VA-zaken waarin het vinkje «opschortende werking» ten onrechte niet is gezet, is gecontroleerd of inbewaringstelling heeft plaatsgevonden vanwege het feit dat dit vinkje niet is gezet. Gebleken is dat dit niet het geval is geweest.

Antwoord:

Voor zover bekend, is in de periode van medio 2011 tot en met februari 2013 in zeven zaken een onrechtmatige uitzetting dan wel onrechtmatige overdracht in het kader van de Dublin Verordening voorgekomen, waarbij de rechter heeft gelast dat de betreffende vreemdelingen teruggehaald dienden te worden. In al deze zaken is de vreemdeling teruggehaald naar Nederland. Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 16.

De vraag hoe vaak en waarom het is voorgekomen dat mensen ten onrechte in vreemdelingenbewaring zijn terechtgekomen kan ik niet in algemene termen beantwoorden. Vreemdelingenbewaring wordt getoetst door de rechter. Deze kan opheffing van de bewaring bevelen. De bewaring kan eveneens zelfstandig door de Politie dan wel de DT&V worden opgeheven. Opheffing van de bewaring betekent niet dat bewaring van meet af aan onrechtmatig was. Er kunnen zich gedurende een bewaring omstandigheden voordoen die tot opheffing daarvan leiden. Uit de systemen valt niet af te leiden het moment waarop de bewaring onrechtmatig wordt.

In alle VA-zaken waarin het vinkje «opschortende werking» ten onrechte niet is gezet, is gecontroleerd of inbewaringstelling heeft plaatsgevonden vanwege het feit dat dit vinkje niet is gezet. Gebleken is dat dit niet het geval is geweest.

35.

Deze leden vragen of de veiligheidsdiensten betrokken zijn geweest bij de zaak Dolmatov? Zo ja, welke rol hebben zij hierin gespeeld? Heeft Nederland gedurende de asielprocedure contact gehad met Rusland over de heer Dolmatov? Is er tijdens het bezoek van President Poetin aan Nederland over deze zaak gesproken? Wat was de reactie van de Russische autoriteiten op het rapport? Wanneer is deze ontvangen?

Antwoord:

De moeder van de heer Dolmatov heeft op 5 februari 2013 een klacht ingediend bij de minister van BZK. In de klacht wordt ervan uitgegaan dat de heer Dolmatov een bron is geweest van de AIVD en dat de AIVD in dit geval de zorgplicht die de dienst heeft ten aanzien van zijn bronnen niet goed zou hebben ingevuld. De klacht is -volgens de gebruikelijke procedure- onderzocht door de onafhankelijke toezichthouder op de AIVD, de CTIVD. De CTIVD heeft op 27 maart 2013 vastgesteld dat de klacht feitelijke grondslag mist en heeft geadviseerd de klacht ongegrond te verklaren. Van enig contact zijdens de AIVD in de richting van de heer Domatov is geen sprake geweest. De minister van BZK heeft het advies van de CTIVD overgenomen en de klager hierover geïnformeerd op 15 april 2013. Ik verwijs naar de brief van heden van de minister van BZK aan uw Kamer n.a.v. het verzoek van het lid Voortman (GroenLinks).

Het is een belangrijk uitgangspunt dat hangende de beoordeling van een asielverzoek van een vreemdeling er geen contact is met de autoriteiten van het land van herkomst dat door die autoriteiten kan worden gerelateerd aan het door de vreemdeling ingediende asielverzoek. Dat uitgangspunt is ook in onderhavige zaak gerespecteerd. Tijdens het bezoek van President Poetin heeft de Russische delegatie navraag gedaan naar de stand van zaken rond het onderzoek naar de dood van de heer Dolmatov. De Russische delegatie heeft een toelichting gekregen op de te volgen procedure in de daarop volgende weken, waarbij is gemeld dat ook zo spoedig als mogelijk de Russische overheid zou worden geïnformeerd. Zowel het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken als de Russische ambassadeur in Nederland zijn kort na de verzending van het rapport aan de Tweede Kamer geïnformeerd over het rapport en de beleidsreactie daarop. De Russische autoriteiten hebben hiervoor hun waardering uitgesproken en hebben voorts de indruk uitgesproken dat er door Nederland serieus onderzoek is gedaan in deze zaak.

36.

Het rapport dateert 28 maart 2013. Waarom kreeg de Kamer het rapport pas op 12 april 2013?

Antwoord:

Het rapport is mij op 2 april jl. aangeboden en binnen twee weken aan uw Kamer verzonden. Gelet op het bijzondere karakter van het onderzoek is uiterste spoed betracht en juist daarom is het rapport ruim binnen de reguliere termijn van zes weken aan uw Kamer verstrekt

37.

De aan het woord zijnde leden vragen wat de gevolgen zijn van het Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen 2013–2018, waarin forse bezuinigingen zijn aangekondigd op inrichtingen en personeel, voor de zorgvuldigheid en de kwaliteit van de behandeling van gedetineerde vreemdelingen en de medische zorg. Op welke wijze brengt dit plan de menselijke maat in het vreemdelingenbeleid in het algemeen en de detentie van vreemdelingen in het bijzonder, dichterbij? Waarom is niet eerder overgegaan tot het uitbreiden en verbeteren van de centrale ketenvoorziening, terwijl al langer bekend is dat systemen niet altijd goed aan elkaar gekoppeld zijn?

Antwoord:

In het Masterplan DJI is toegelicht dat de dalende behoefte aan detentiecapaciteit voor vreemdelingenbewaring een verantwoorde capaciteitsreductie mogelijk maakt. Rekening houdend met een noodzakelijke capaciteitsmarge en de ontwikkeling van alternatieven voor vreemdelingenbewaring, is het voornemen de beschikbare capaciteit terug te brengen van 2.081 in 2013 tot een structureel niveau van 933 vanaf 2016.

De reductie van de capaciteit voor vreemdelingenbewaring tot een structureel niveau van 933 heeft geen invloed op de inzet en kwaliteit van de medische zorg voor de ingeslotenen.

38.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat verschillende organisaties die belast zijn met de vreemdelingentaak allemaal in verschillende stadia van digitalisering verkeren. Daardoor duurt het enige jaren tot eenduidige informatie-uitwisseling. Wordt erkend dat de digitalisering direct op eenduidige wijze had moeten gebeuren? Hoe wordt in de toekomst voorkomen dat dat men afhankelijk wordt van de systemen, vooral wanneer zij aan elkaar gekoppeld zijn?

Antwoord:

Het tempo en de noodzaak van de digitalisering van de verschillende ketenpartners zelf wordt primair bepaald door de organisatie zelf, omdat deze digitalisering in eerste instantie de eigen bedrijfsprocessen goed moet ondersteunen. Voor het goed functioneren van de Vreemdelingenketen is vooral relevant of die eigen digitalisering goed aansluit bij de gezamenlijke onderkende noodzaak voor informatie-uitwisseling. De realisatie van de BVV voor berichtenuitwisseling en uitwisseling van identiteitsgegevens en de invoering van het gezamenlijke Vreemdelingennummer laten zien dat ook bij verschillen in de eigen digitalisering gemeenschappelijke stappen te maken zijn.

39.

Deze leden vragen op welke wijze voor de uitkomsten van het rapport over het overlijden van de heer Dolmatov controle werd uitgevoerd op de naleving van de afspraken omtrent de overdracht van (medische) dossiers van vreemdelingen aan detentiecentra. Klopt het dat het beleid rond suïcidepreventie in detentiecentra niet wordt aangepast? Zo ja, waarom niet? Waarom is er niet voor gekozen om psychologen pro-actiever te laten handelen, als duidelijk is dat vreemdelingen met suïcidale neigingen wordt binnengebracht en dus dat deze vreemdelingen direct met een psycholoog kunnen praten na binnenkomst en er niet standaard een verpleegkundige tussen zit als dit volgens een psycholoog niet nodig is?

Hoe komt het dat er een spanning is ontstaan tussen werken met protocollen en professionele verantwoordelijkheid? Kwam dit bijvoorbeeld door werkdruk, complexe wet- en regelgeving, of wellicht door de cultuur die heerst bij ketenpartners?

Antwoord:

Onderscheiden moet worden het overdragen van medische dossier en het verstrekken van overige medische relevante informatie. In de zaak van de heer Dolmatov is vastgesteld dat de relevante informatie, op het zogenaamde M118 formulier, te summier is geweest. Het rapport stelt ook vast dat er uiteindelijk tussen de medewerker van de arrestantenzorg en de medewerker van het DCR informatie is overgedragen over de suicide poging op het arrestantencomplex en de medicatie die de heer Dolmatov ontvangen had. Zoals uit mijn brief van 12 april blijkt neem ik de aanbeveling van de inspectie, om de overdracht van het medisch dossier beter te borgen, volledig over.

Neen, het is niet juist dat het beleid rond suïcidepreventie in detentiecentra niet wordt aangepast. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe «Instructie vermoeden acuut levensbedreigende medische toestand». Hierin is omschreven welke stappen moeten worden ondernomen.

Indien er bij nieuwe inkomsten sprake is van signalen aangaande suïciderisico (hetzij via de ketenpartner, hetzij op basis van eigen observatie) wordt er gewerkt met een standaard vragenlijst. Ook komt er een lijst met vragen die standaard aan de ketenpartner worden voorgelegd. Bij signalen ten aanzien van suïcidaliteit is de nieuwe regel dat de verpleegkundige altijd overlegt met de dienstdoende huisarts.

De medische zorg DJI is uitgewerkt in 8 hoofdprocedures. In de deelprocedure intake, toegeleiding en consult is vastgelegd dat de verpleegkundige alle relevante informatie verzamelt. Navraag van medische historie bij ketenpartners (maar bijvoorbeeld ook bij apotheken) maakt hier deel van uit. Het hoofd zorg is verantwoordelijk en kan toetsen op de naleving van de procedure.

De IGZ toetst in haar periodieke controles onder andere op dossiervorming. Een werkinstructie aangaande controle van ingevoerde gegevens wordt momenteel ontwikkeld.

Het (plv.) Hoofd Zorg zal wekelijks steekproefsgewijs dossiers van ingeslotenen controleren.

De medische intake die binnen 24 uur door de verpleegkundige wordt uitgevoerd is bedoeld om een algemeen gezondheidsbeeld vast te stellen en waar nodig de vreemdeling op het spreekuur van de huisarts te zetten. Psychische problematiek vormt onderdeel van deze intake, echter ook andere toestandsbeelden (somatische gezondheidssituatie, overdraagbare ziekten) zijn onderwerp van de intake. De verpleegkundige is de eerst aangewezene om deze intake te verrichten en over te gaan tot doorverwijzing. In overleg tussen huisarts en verpleegkundige kan besloten worden om de intake onmiddellijk bij binnenkomst te laten plaatsvinden. De doorverwijzing naar de arts (en via de arts naar de psycholoog) kan dan direct daarop volgend plaatsvinden.

Er worden binnen de keten afspraken gemaakt die erin moeten voorzien dat vreemdelingen met een suïciderisico in het detentiecentrum worden geplaatst binnen de aanwezigheidsuren van de psycholoog. Hierdoor wordt geborgd dat indien daar aanleiding toe bestaat, de ingeslotene ook onverwijld kan worden gezien door de psycholoog.

Protocollen bieden een leidraad en houvast bij de uitvoering van de werkzaamheden binnen de medische dienst. Medewerkers dienen protocollen te kennen en conform te werken. Medewerkers worden hierop bevraagd in het kader van hun inwerktraject. Ter bevestiging wordt door de medewerker afgetekend in een inwerkdocument. Alle protocollen zijn beschikbaar bij de medische dienst. Hoewel protocollen leidend zijn, zijn protocollen in hun algemeenheid nooit 100% dekkend voor alle situaties. Professionele observatie en inzichten spelen altijd een rol in het handelen van de professional.

40.

Voornoemde leden constateren dat u maandag in een interview aangaf dat u een verschil ziet tussen wat je een bewindspersoon met toerekenen en wat je hem moet aanrekenen. Kunt u aangeven in hoeverre u zich verantwoordelijk voelt voor de handelwijze van de verschillende instanties in de vreemdelingenketen specifiek met betrekking tot de heer Dolmatov en in zijn algemeenheid? Kunt u aangeven in hoeverre u zich verantwoordelijk voelt voor het onzorgvuldig handelen door verschillende organisaties in de vreemdelingenketen? Kunt u aangeven wat u precies moet worden toegerekend en wat u moet worden aangerekend met betrekking tot de behandeling van de heer Dolmatov en zijn overlijden?

Antwoord:

Op alle aspecten rond het vraagstuk van de ministeriele verantwoordelijkheid ga ik graag uitgebreid in tijdens het geplande debat over het rapport van de Inspectie met uw Kamer.

41.

Deze leden constateren dat in uw reactie van 21 december 2012 op het rapport van de Nationale Ombudsman over vreemdelingendetentie, u aangaf dat het Nederlands beleid betreffende vreemdelingenbewaring in overeenstemming is met internationaal geldende mensenrechten en het inzetten van vreemdelingenbewaring als uiterst middel reeds praktijk is. U wist op dat moment al van de problemen in de vreemdelingenketen onder andere met het systeem INDiGO, waardoor mensen onterecht in vreemdelingendetentie terechtkwamen en uiteindelijk uitgezet zijn. Bent u bereid uw eigen reactie op het rapport van de Nationale Ombudsman te herzien, mede in het licht van het verschenen onderzoek van de IV&J naar het overlijden van de heer Dolmatov, dat verschillende systeemomissies bloot heeft gelegd?

De IV&J constateert dat er een te grote afhankelijkheid is van de systemen, procedures en formulieren. Hieruit blijkt dat niet alleen maatregelen nodig zijn om (het gebruik van) de systemen, procedures en formulieren beter te stroomlijnen en gebruiken, maar dat het ook nodig is dat de afhankelijkheid van de systemen, procedures en formulieren aanzienlijk vermindert. Hoe bent u van plan dit aan te pakken?

Antwoord:

In mijn reactie op het rapport van de Nationale ombudsman, dat u in afschrift heeft ontvangen, heb ik aangegeven dat ik vreemdelingenbewaring beschouw als de uiterste consequentie van de weigering van een vreemdeling om vrijwillig Nederland te verlaten. De betrokken vreemdeling kan immers zelf te allen tijde een eind maken aan zijn bewaring door mee te werken aan zijn vertrek. Vreemdelingenbewaring is een geoorloofd middel dat door de overheid als uiterst middel wordt ingezet om daadwerkelijk vertrek van de vreemdeling te realiseren. Dit is verankerd in de vreemdelingenwet.

Ik acht het van belang dat een vreemdeling die uit Nederland moet vertrekken eerst de mogelijkheid krijgt om zelfstandig aan zijn of haar terugkeer te werken en daarbij kan worden ondersteund. Maakt een vreemdeling daar geen gebruik van en bestaat er een risico op onttrekking, dan is vreemdelingenbewaring mogelijk, mits er ook zicht is op daadwerkelijk vertrek. Voorafgaand aan de inbewaringstelling wordt eerst gekeken of een lichter middel mogelijk is. In veel gevallen is dat niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet wenst mee te werken aan zijn vertrek en zich onttrekt aan het toezicht. Ik heb de Nationale ombudsman ook gemeld dat uit vaste jurisprudentie van de nationale rechter en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens blijkt dat het Nederlandse beleid van vreemdelingenbewaring in overeenstemming is met de internationaal geldende mensenrechten.

Dit alles neemt niet weg dat ik het van groot belang acht – en dat heb ik de ombudsman ook gemeld – om permanent te blijven zoeken naar lichtere middelen om vreemdelingen beschikbaar te houden voor vertrek en onttrekking aan het toezicht tegen te gaan. Alleen dan kan worden gewaarborgd dat vreemdelingenbewaring als uiterst middel wordt ingezet.

De Nationale ombudsman vroeg om mogelijkheden te bezien die naar zijn mening het verblijf in bewaring minder geestdodend maken, zoals meer bezoek en onbegeleid familiebezoek, meer sociale contacten, zinvolle dagbesteding, opleidingen en toegang tot internet. Ik heb de ombudsman bericht dat in de uitvoering van vreemdelingenbewaring wordt zo veel mogelijk maatwerk geboden, gericht op de bijzondere behoeften van vreemdelingen en recht doend aan de bijzondere titel waarop de vrijheid is ontnomen. Vreemdelingen zitten in speciaal daartoe ingerichte faciliteiten, waar alleen op bestuursrechtelijke titel in bewaring gestelde vreemdelingen verblijven. De huidige locaties hebben moderne voorzieningen en zijn ofwel nieuw dan wel gerenoveerd met aandacht voor licht en luchtkwaliteit. Telefoonvoorzieningen zijn op iedere afdeling beschikbaar. In afwijking van het regime voor strafrechtelijke gedetineerden kunnen vreemdelingen vaker bezoek ontvangen. Dat dit niet onbeperkt of onbegeleid is, hangt direct samen met het karakter van een vrijheidsontnemende maatregel en de daarmee samenhangende veiligheidseisen. Ook een verlofregeling voor vreemdelingen past niet in de wijze waarop de maatregel nu is opgelegd, omdat er risico op onttrekking aan het overheidstoezicht is. Wel kan een vreemdeling op humanitaire gronden onder begeleiding het centrum verlaten voor bijvoorbeeld het bijwonen van een begrafenis in de naaste familiekring.

Bij de invulling van het regime wordt ook gekeken naar het doel van de bewaring; dat is werken aan vertrek. Daarom is het een bewuste keus om geen arbeid of scholing aan te bieden, maar wel een activiteitenprogramma. Ik begrijp dat de ombudsman dit niet wenselijk vindt. Ik vind het van belang om ons vooral te richten op de terugkeer. Waar mogelijk en zinvol, wordt in het activiteitenprogramma aandacht besteed aan aspecten rondom terugkeer en de cultuur in het land van herkomst. Vreemdelingen die in bewaring aan zelfeducatie willen doen, kunnen dat doen via de aanwezige computers en in de bibliotheek. Op alle afdelingen zijn daarnaast voorzieningen aanwezig zoals kookgelegenheden en computerconsoles. Om het werken aan terugkeer verder te bevorderen worden buitenlandse kranten aangeboden en is er beperkt en met veiligheidsmaatregelen omgeven internet beschikbaar.

Ik heb de Nationale ombudsman ook laten weten dat het gebruik van isoleercellen en de toepassing van dwangmiddelen samen hangt met de veiligheid en het bijzondere karakter van de vrijheidsontneming. Ik ben verantwoordelijk voor de veiligheid van de vreemdeling die in bewaring zit, de mede ingeslotenen en het personeel van het detentiecentrum. Dat rechtvaardigt dat een directeur van een detentiecentrum een stelsel van ordemaatregelen tot zijn beschikking heeft om de veiligheid te garanderen en de orde te handhaven. De detentiecentra voeren een actief beleid dat erop is gericht vormen van dwang en drang zo min mogelijk en zo kort mogelijk toe te passen. Personeel in het centrum wordt getraind in de-escalerend optreden om zo veel mogelijk te voorkomen dat drang en dwang nodig zijn.

Ik streef ernaar om nog voor het zomerreces van dit jaar de Tweede Kamer over de resultaten van mijn project te informeren, waarbij ik ook de aanbevelingen van de Nationale ombudsman zal meenemen.

42.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks merken op dat de IV&J constateert dat de systeemomissies die aan het licht zijn gekomen in het onderzoek voor een belangrijk deel bekend zijn bij de betrokken ketenpartners. Kunt u aangeven van welke omissies u op welk moment op de hoogte bent gesteld en op welke manier u heeft getracht deze omissies aan te pakken?

Antwoord:

Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op vraag 16.

43.

Deze leden vragen hoe vaak het gebeurt dat advocaten eigenstandig een beroepschrift indienen zonder dat de betrokken vreemdeling hiervan weet heeft. Is expliciete toestemming van de vreemdeling hiervoor niet nodig?

Antwoord:

Het is mij niet bekend hoe vaak dit voorkomt.

De advocaat is gemachtigde van de vreemdeling. Hoe een advocaat dient te handelen is geregeld in de Gedragsregel van de Nederlandse Orde van Advocaten. Het belang van zijn cliënt dient bepalend te zijn voor de wijze waarop de advocaat zijn zaken dient te behandelen (Gedragsregel 5). De advocaat draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de behandeling van de zaak. Hij mag evenwel geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt.(Gedragsregel 12) Hieruit is af te leiden dat de advocaat niet in alle gevallen de expliciete toestemming van zijn cliënt nodig heeft om een beroepschrift in te dienen.

44.

Waarom is het landelijke interne systeem van de rechtbanken (BERBER-VK) niet gekoppeld aan de systemen die de partners in de vreemdelingenketen gebruiken?

Antwoord:

De systemen van de rechtbanken zijn enige tijd gekoppeld geweest met de BVV. Deze koppeling bleek niet op te leveren waaraan bij de ketenpartners behoefte was, nl. actuele informatie over de uitspraken van de rechter. De invoer van informatie bij de rechtbank gebeurt nl. niet op het moment dat de uitspraak wordt gedaan, maar op een later moment. Daarom wordt nu door IND, Raad voor de Rechtspraak en het programma Keteninformatisering gekeken naar een manier waarop de uitspraak direct digitaal van de rechtbank naar de IND wordt gezonden en de IND zowel de essentie van de uitspraak (als elektronisch bericht) als de uitspraak zelf via de BVV aan de ketenpartners beschikbaar stelt.

45.

Voornoemde leden merken op dat de IV&J heeft vastgesteld dat de IND tussen medio 2011 en februari 2013 in een voor de IV&J onbekend aantal gevallen heeft verzuimd in INDiGO in te voeren dat een ingesteld beroep in de verlengde asielprocedure opschortende werking heeft. Hoe kan het dat er in de periode, dus gedurende anderhalf jaar, onduidelijkheid bestond over het al dan niet aanvinken van de rechtsmiddelentermijn in INDiGO? Wie was hiervan op de hoogte? Was u op de hoogte van dit uitvoeringsprobleem? Waarom is er pas op 22 februari 2013 een maatregel genomen en waarom is de Kamer hier niet gelijk van op de hoogte gesteld? Waarom is er in de driemaandelijkse rapportage over INDiGO nooit gerapporteerd over de mogelijke risico’s voor zorgvuldige besluitvorming door onduidelijkheid bij het gebruik van het systeem voor de medewerkers? Is er bij de implementatie van INDiGO voldoende aandacht voor zorgvuldige besluitvorming en het belang van juiste en volledige invoering van informatie in het systeem? Op welke wijze werd opschortende werking in INDIS aangegeven? Waren daar toen ook al problemen mee? Zo ja, kunt u deze toelichten? Hoe is het mogelijk dat de IV&J niet kan vaststellen in hoeveel gevallen dit probleem zich heeft voorgedaan? Beschikt u wel over deze cijfers? Wordt hier aanvullend onderzoek naar gedaan? Zo ja, door wie?

Antwoord:

De onduidelijkheid die bestond over het al dan niet aanvinken van de rechtsmiddelentermijn in INDiGO is pas helder geworden met het Inspectierapport in de zaak Dolmatov.

Zoals ik in mijn beleidsreactie heb aangegeven, was de oorspronkelijke instructie over het al dan niet plaatsen van het vinkje onvoldoende duidelijk.

Ik heb ook gemeld dat deze instructie inmiddels is aangepast.

In de vier voortgangsrapportages heb ik u steeds ingelicht over de risico’s die ik – mede op basis van audits – als de belangrijkste heb geïdentificeerd. Ook heb ik aangegeven welke activiteiten ik heb ondernomen om de IND-organisatie en de medewerkers van de IND voor te bereiden op het werken met INDiGO. Ik heb daarin aangegeven dat een zo groot mogelijke variëteit aan zaken in de praktijk wordt beproefd, voordat de geleidijke opschaling in het gebruik van INDiGO aanvangt. Voorts zijn medewerkers opgeleid voor het gebruik van INDiGO.

Zoals in de vier voortgangsrapportages INDiGO is vermeld heeft de IND gekozen voor een gefaseerde en beheerste ingebruikname van INDiGO. Deze behoedzame invoeringsstrategie is gekozen om eventuele risico’s, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevensuitwisseling te minimaliseren.

Zoals ik u eveneens heb gemeld is bij de ingebruikname van INDiGO steeds aandacht besteed aan de opleiding en begeleiding van medewerkers.

Nadat een beslissing was genomen op een asielaanvraag vond de administratieve afhandeling van dit besluit plaats in INDIS.

Indien een afwijzende beslissing op een asielaanvraag werd genomen werd een vreemdeling automatisch gedurende een periode van zes weken als niet verwijderbaar geregistreerd, ongeacht of de aanvraag in de algemene- of in de verlengde asielprocedure werd afgerond en of een tijdig ingediend beroepschrift al dan niet in Nederland mocht worden afgewacht. In INDIS (en in BVV) kreeg betrokkene gedurende die periode van zes weken de status «rechtmatig verblijf». De enige situatie waarin betrokkene deze status niet kreeg was in het geval de vreemdeling ongewenst was verklaard op grond van strafrechtelijke veroordelingen. In die gevallen werd automatisch geregistreerd dat de betreffende vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verbleef en verwijderbaar was.

Indien na genoemde periode van zes weken geen beroepschrift was ingediend klapte in INDIS (en BVV) direct na ommekomst van deze periode de status «rechtmatig verblijf» automatisch om in «geen rechtmatig verblijf» en «verwijderbaar».

Indien binnen de periode van zes weken wel een beroepschrift was ingediend werd het beroepschrift opgevoerd in INDIS. Eerst dan diende in het systeem handmatig de keus gemaakt te worden of dit beroep in Nederland mocht worden afgewacht of niet. Indien geen keus werd gemaakt ging INDIS er van uit dat het beroepschrift in Nederland mocht worden afgewacht.

Deze nieuwe status werd vervolgens automatisch gecommuniceerd naar de BVV.

De IV&J heeft vastgesteld (op pagina 12) dat dit probleem zich in een onbekend aantal gevallen heeft voorgedaan. Inmiddels heeft er een analyse plaatsgevonden van zaken die in de verlengde asielprocedure zijn afgedaan en waarin het vinkje «opschortende werking» niet is gezet. Hiervoor verwijs ik naar mijn antwoord op vragen van de leden van de PvdA-fractie over de onduidelijkheid over het al dan niet aanvinken van de status van rechtmatig verblijf en de verwijderbaarheid van vreemdelingen in INDiGO in de periode medio 2011 – februari 2013.

46.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat de partners in de keten zich ervan bewust zijn dat het niet mogelijk is de beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden, maar laten zich hier in hun handelen desondanks toch door leiden. Is hier sprake van ernstige nalatigheid? Zo nee, waarom niet? Waarom is de vreemdelingenketen niet in staat om de binnen de keten beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden? Hoe beoordeelt u het gegeven dat de partners in de keten zich hiervan bewust zijn, maar zich hier in hun handelen desondanks toch door laten leiden? Hoe beoordeelt u de constatering dat de wetenschap bij ketenpartners dat de actualiteitswaarde van de (eigen) systemen soms beperkt is en dat beroepschriften vaak pas op het laatste moment worden ingediend, niet leiden tot extra zorgvuldigheid bij de ketenpartners?

Antwoord:

De leden van de fracties van de SP, CDA D66, Christen Unie en GroenLinks constateren dat de partners in de keten zich er van bewust zijn dat het niet mogelijk is de beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden, maar laten zich hier in hun handelen desondanks toch door leiden. Is er spraken van ernstige nalatigheid? Zo nee, waarom niet? Waarom is de vreemdelingeketen niet in staat om de binnen de keten beschikbare informatie real-time aan alle ketenpartners aan te bieden? Hoe beoordeelt u het gegeven dat de partners in de keten zich hiervan bewust zijn, maar zich hier in hun handelen desondanks toch door laten leiden? Hoe beoordeelt u de constatering dat de wetenschap bij ketenparners dat de actuelistietswaarde van de (eigen) systemen soms beperkt is en dat beroepschiften vaak pas op het laatste moment worden ingediend, niet leiden tot extra zorgvuldigehid bij de ketenpartners?

Een deel van de informatie wordt op dit moment al real-time via de Basisvoorziening Vreemdelingen aan alle ketenpartners aangeboden. Dit betreft de (digitale) informatie over de identiteit van de vreemdeling. Echter, een ander deel van de informatie van ketenpartners is niet in digitale vorm bij ketenpartners beschikbaar, mede omdat deze ook niet in digitale vorm van ketenpartners of derden wordt ontvangen. Voordat dergelijke informatie digitaal kan worden gedeeld is het noodzakelijk deze eerst te digitaliseren (meestal te scannen). Daarnaast is informatie de eigen informatiesystemen niet altijd in een vorm beschikbaar waarmee deze direct digitaal kan worden uitgewisseld. Hiervoor zijn dan eerst conversies noodzakelijk die niet altijd real-time in de eigen systemen worden doorgevoerd.

47.

Voornoemde leden merken op dat de heer Dolmatov geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid om een voorkeursadvocaat te noemen. Is er sprake van een eenmalig incident of komt het vaker voor dat de juridische rechten van vreemdelingen worden geschonden? Hoe vaak is dit al voorgekomen? In hoeverre is hier sprake van de gangbare handelwijze van de organisatie?

Na de suïcidepoging van de heer Dolmatov wordt om voor de IV&J onduidelijke redenen afgezien van het inschakelen van de forensisch arts. Wie was er verantwoordelijk voor deze afweging?

Uit het onderzoek van de IV&J blijkt dat op verschillende momenten is afgeweken van de geldende richtlijnen en geen forensisch arts is ingeschakeld. Deelt u de mening dat naar alle waarschijnlijkheid hier geen sprake is van uitzonderingen of incidenten, maar dit vaker kan zijn gebeurd? Hoe vaak is dit al voorgekomen? In hoeverre is hier sprake van de gangbare handelwijze van de organisatie?

Antwoord:

Bij het uitvoeren van haar taken is ook de politie gehouden aan de wet. Vanzelfsprekend is alle inzet erop gericht om de rechten van vreemdelingen of ander justitiabelen niet te schenden. Daar waar dat onverhoopt toch is gebeurd zijn correctieve mechanismes voorzien in de wet. Een onrechtmatige bewaring, die niet al eerder is opgeheven, zal uiteindelijk de rechterlijke toets niet doorstaan.

Zoals uit het rapport blijkt is deze beslissing genomen op de afdeling arrestantenzorg waarvoor de chef van dienst de verantwoordelijkheid draagt.

Er zijn geen gegevens bekend die aanleiding geven om te veronderstellen dat hier sprake is van een gangbare praktijk. Dat ligt ook niet voor de hand nu de werkzaamheden van de arrestantenzorg met zich meebrengt dat men met oog voor de belangen van de aan hun zorg toevertrouwde gedetineerde werkt.

48.

De aan het woord zijnde leden constateren dat de partijen in de vreemdelingenketen in dit kader een passieve houding ten opzichte van elkaar aannemen. Kunt u precies in beeld brengen welke organisaties, directies, afdelingen etc. verantwoordelijk zijn voor een goede informatiedeling binnen de vreemdelingenketen? Hoe zijn de verhoudingen hiertussen? Wie of welk organisatieonderdeel is verantwoordelijk voor het corrigeren van de passieve houding in de keten? Waarom heeft de ambtelijke samenwerking gefaald? Welke consequenties heeft dit voor de betreffende leidinggevenden?

49.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks merken op dat de informatie nergens samenkomt tot een compleet beeld. Dat bemoeilijkt het zorgvuldig handelen binnen de vreemdelingenketen ernstig. De keten heeft volgens de IV&J dan ook vooral baat bij het waarborgen van invoerdiscipline door de verschillende ketenpartners. Hoe kan het dat de invoerdiscipline binnen de verschillende ketenpartners onvoldoende is? Waarom heeft niemand ingegrepen? Is dit toe te schrijven aan de organisatiecultuur of de leidinggevenden die hierop toe moeten zien? Kunt u hierop een analyse geven? Bent u van mening dat er verwijtbaar is gehandeld door de leidinggevenden of een van de ketenpartners?

Antwoorden 48 en 49:

De noodzaak tot een eenvoudig samen te stellen integraal beeld van een vreemdeling wordt door mij onderkend. Dit is onderdeel van het systeem voor informatie-uitwisseling dat door het programma Keteninformatisering samen met de ketenpartners wordt gerealiseerd.

Zie voor het overige het antwoord op vraag 16. Specifiek ten aanzien van de invoer discipline, geldt dat dit wordt bevorderd door de aangekondigde training en dat dit voorts een belangrijk onderdeel vormt van de sturing van het management, dat hier op is aangesproken.

50.

Deze leden vragen wanneer de heer Dolmatov twee maal eerder in Nederland is geweest en voor hoe lang?

Antwoord:

Ja, de heer Dolmatov is twee keer eerder in Nederland geweest en andere West-Europese landen, volgens zijn eigen verklaring in het eerste gehoor van 9 juli 2012.

51.

Voornoemde leden vragen waarom gegevens in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) maar een keer worden gesynchroniseerd met INDiGO? Waarom is de informatie in de BVV niet altijd actueel?

Antwoord:

Informatie die door de ketenpartners aan de BVV worden geleverd, wordt direct gesynchroniseerd met de systemen van de andere ketenpartners op basis van abonnementen. Dit geldt echter niet voor de verblijfstitel van de vreemdeling. De verblijfstitel van de vreemdeling wordt ’s avonds door de IND door middel van een gecombineerd bericht via de BVV aan de overige ketenpartners en de GBA verstrekt. De verwerking in de BVV vindt meteen daarna plaats. Pas ’s avonds is de nieuwe verblijfstitel beschikbaar voor alle ketenpartners. Het GBA, één van de ontvangende partijen van dit bericht, kan slechts één wijziging van de verblijfstatus per dag verwerken. Om het GBA niet te overbelasten, is afgesproken dat deze informatie maar één keer per dag wordt verspreid via de Basisvoorziening Vreemdelingen. De consequentie is dat ook informatie over de uitzetbaarheid maar één keer per dag via de BVV wordt geactualiseerd, ook al wijzigt deze meer dan één keer per dag. Ketenpartners weten dit en verifiëren ook daarom in concrete gevallen de actualiteit en juistheid van de verwijderbaarheid telefonisch bij de IND.

52.

De aan het woord zijnde leden constateren dat de hulpofficier van justitie de heer Dolmatov een maatregel van bewaring oplegt, zoals bedoeld in artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Had de hulpofficier van justitie voldoende redenen om de heer Dolmatov in vreemdelingendetentie te plaatsen?

Ondanks dat hij had zich eerder niet aan zijn meldplicht had gehouden, woonde hij gewoon nog op een asielzoekerscentrum. Hij had zich dus niet aan toezicht onttrokken. Ziet u aanleiding om uw beleid ten aanzien van het opsluiten van vreemdelingen te matigen in die zin dat het slechts als een ultimum remedium zal worden gebruikt?

Deze leden vragen of de hulpofficier van justitie bij zijn oordeel over plaatsing in vreemdelingenbewaring ook rekening houdt met de reden waarom vreemdelingen bijvoorbeeld niet zijn komen opdagen bij gesprekken over hun terugkeer. Hoe komt het dat er geen enkele communicatie was tussen de hulpofficier van justitie en de (piket)advocaat? Komt dit vaker voor of is hier beleid op?

Antwoord:

Dhr. Dolmatov is in vreemdelingenbewaring gesteld omdat kort daarvoor zijn beroepstermijn was verlopen en hij daardoor, naar men op dat moment dacht, vanaf dat moment niet-rechtmatig in Nederland verbleef. Deze niet-rechtmatigheid is gecontroleerd en bevestigd in het geëigende informatiesysteem INDiGO, telefonisch bij de IND en bij de DT&V. Alle drie de bronnen geven aan dat voor of door Dolmatov geen beroep was aangetekend.

Daarnaast had dhr. Dolmatov in zijn gehoor op 14 januari 2013 aangegeven niet vrijwillig zelfstandig te zullen vertrekken uit Nederland. Dit is een grond voor inbewaringstelling.

Dhr. Dolmatov heeft zich aan het vreemdelingentoezicht onttrokken doordat hij zich vanaf 25 december 2012 tot het moment van staandehouding niet heeft gehouden aan de wekelijkse meldplicht (driemaal) en hij (eenmaal) niet was verschenen voor het geplande vertrekgesprek met de DT&V.

De hOvJ toetst de gronden om tot inbewaringstelling over te kunnen gaan. Die gronden waren door het bovenstaande aanwezig.

Zoals de inspectie in zijn rapport constateert is er in deze zaak sprake geweest van een opmerkelijke passiviteit aan beide kanten, zowel aan de zijde van de vreemdelingendienst als aan de zijde van de piketadvocaat waardoor er uiteindelijk te weinig oog is geweest voor de belangen van de heer Dolmatov.

Daarnaast heeft de inspectie vraagtekens geplaatst bij enkele handelingen van de hulpofficier van justitie, om met het oog op zorgvuldigheid en mogelijke consequenties hierin de juiste stappen te doorlopen is er een feitenonderzoek opgestart door bureau interne zaken.

53.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat het onderzoek van de IV&J niet uitwijst dat de heer Dolmatov tijdens zijn verblijf in het arrestantencomplex niet heeft gebeld en dus ook geen telefonisch contact heeft gehad met zijn moeder, zijn advocaat en/of de Russische ambassade. Had de heer Dolmatov wel een telefoon ter beschikking? Werd de heer Dolmatov verhinderd telefonisch contact te plegen?

Antwoord:

Dhr. Dolmatov is door de politie tijdens diens ophouding gewezen op de mogelijkheid om te kunnen telefoneren. Hij heeft hierop aangegeven daarvan gebruik te willen maken. Door de medewerkers van de arrestantenzorg is die avond abusievelijk verzuimd om hierop terug te komen. Ook dhr. Dolmatov is hier die avond niet op teruggekomen. Van (opzettelijke) verhindering om te kunnen telefoneren is geen sprake geweest.

54.

Deze leden vragen in hoeverre het gebruikelijk is in de vreemdelingenketen om fouten die niet onder de eigen verantwoordelijkheid van de ketenpartner liggen aan te kaarten bij de ketenpartner waar de fout wel ligt? Waarom is niet proactief gehandeld toen men had kunnen zien dat een vinkje verkeerd in het systeem stond toen het beroepschrift in INDiGO werd verwerkt?

Antwoord:

Het aanspreken van ketenpartners is gebruikelijk, er is een overlegstructuur van operationeel niveau naar tactisch en strategisch niveau die dit faciliteert. De problematiek van het vinkje kwam aan het licht bij het Inspectie-onderzoek.

55.

Voornoemde leden vragen of het gebruikelijk is dat de Vreemdelingenpolitie de medische situatie niet op schrift wil hebben? Wat zijn de afspraken over overdracht van medische dossiers?

Antwoord:

Nee, dat is niet gebruikelijk. In de zaak van de heer Dolmatov waren de ambtenaren van de vreemdelingenpolitie, zo wordt in het rapport vastgesteld, naar hun mening voldoende op de hoogte van de in hun ogen relevante informatie over de heer Dolmatov. Medische relevante informatie dient te worden opgenomen in het M 118 formulier. Overdracht van een eventueel medisch dossier vindt plaats tussen de medewerkers arrestantenzorg en medewerkers van de ontvangende detentiecentra. Het beter borgen hiervan is één van de aanbevelingen uit het rapport van de Inspectie die ik in mijn reactie heb overgenomen.

56.

De aan het woord zijnde leden constateren dat tijdens het onderzoek blijkt dat de partners in de vreemdelingenketen ervan op de hoogte zijn dat hun informatiesystemen niet altijd accuraat op elkaar aansluiten en dat de informatie in de systemen daardoor niet altijd actueel is. Was u ook hiervan op de hoogte? Zo ja, wanneer? Hoe en door wie bent u hierover geïnformeerd? Hoe heeft u de verantwoordelijken hierop aangesproken?

Antwoord:

In het antwoord op vraag 16 heb ik weergegeven op welke wijze ik ben geïnformeerd over de problematiek in de vreemdelingenketen en welke maatregelen inmiddels zijn getroffen.

Indien er aanwijzingen zijn dat ambtenaren in strijd handelen met wettelijke vereisten, dan wordt dat onderzocht en wordt daarover aan mij gerapporteerd. In dit geval liep dit via het rapport van de inspectie.

57.

Deze leden merken op dat de heer Dolmatov op de afdeling een standaardpakket heeft ontvangen met daarin onder andere een scheermesje, een kleine hoeveelheid koffie, melk en suiker. In zijn cel lag in één van de kasten onder andere een waszak. Krijgen suïcidale vreemdelingen standaard een scheermesje op hun cel? Mogen zij dat zonder toezicht gebruiken?

Antwoord:

Bij het standaard verzorgingspakket dat ingesloten bij binnenkomst in het Detentiecentrum Rotterdam zit een scheermesje. Ingeslotenen verblijven op de extra zorg afdeling om tal van verschillende redenen. Oorzaak en reden voor verblijf verschilt per individu. Indien een ingeslotene in verband met zijn geestelijke toestand in afzondering is geplaatst, krijgt hij evenwel geen scheermes uitgereikt. Wel kan hij onder begeleiding gebruik maken van een scheermes. Op de extra zorg afdeling is een dergelijke voorzorgsmaatregel tot op heden niet geregeld. Ik zal zorgen dat voortaan ook personen met een risico op suïcide of een historie op dit gebied die op een extra zorg afdeling worden geplaatst, geen scheermes of een waskoord wordt uitgereikt.

58.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks constateren dat de Vreemdelingenpolitie- zoals uit de melding aan het vreemdelingenpiket blijkt – voor de heer Dolmatov heeft besloten dat hij geen voorkeur heeft voor een raadsman.

De Vreemdelingenpolitie heeft hierbij niet conform artikel 4.18 van het Vreemdelingenbesluit en artikel 3.7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (A) gehandeld. Welke gevolgen heeft dit voor de desbetreffende ambtenaren bij de vreemdelingenpolitie? Bent u van oordeel dat dit een eenmalig incident is of is vaker een vreemdeling in detentie de keuze voor een advocaat vaker ontzegd?

Antwoord:

Naar de handelwijze van de desbetreffende HOvJ loopt een oriënterend feitenonderzoek, ik wacht de uitkomsten daarvan af.

59.

Op welke wijze zal in de toekomst worden gestimuleerd dat Vreemdelingenpolitie, IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) controleren of sprake van verwijderbaarheid als hier gerede twijfel toe is? Waarom wordt de verantwoordelijkheid hiervoor op verregaande wijze neergelegd bij de vreemdeling en diens advocaat? Deze leden vragen of het standaardprocedure is om een vreemdeling over te brengen naar een observatiecel van een arrestantencomplex als deze suïcidale neigingen heeft. Zo ja, waarom?

Antwoord:

Wanneer cruciale besluiten over handelingen (in elk geval inbewaringstellingen en uitzettingen) met betrekking tot een vreemdeling aan de orde zijn, moeten de ketenpartners een bij de IND in te stellen informatiepunt raadplegen op de juridische verblijfsstatus van een vreemdeling. Deze voorziening zal ook ’s avonds en in het weekend beschikbaar zijn. De rechtsbijstand is een aanvullende borging, die in dit geval door omstandigheden niet heeft kunnen werken, en die ook niet zelfstandig doorslaggevend moet zijn. Vandaar de aanvullende maatregelen die ik tref.

60.

Deze leden vragen of het standaard procedure is om een vreemdeling over te brengen naar een observatiecel van een arrestantencomplex als deze suïcidale neigingen heeft?

Is er beleid of een duidelijke afspraak tussen onder andere het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA) en de surveillancedienst over het inschakelen van de crisisdienst? Zo ja, waarom is het dan toch fout gegaan? Zo nee, komt er een eenduidig beleid hierop?

Antwoord:

Met betrekking tot de inschakeling van de crisisdienst merk ik het volgende op. Zowel de asielzoeker als de bewakingsdienst van het AZC kunnen 24/7 de dokterspost bellen. Die bepaalt of de crisisdienst moet worden ingeschakeld. Indien de asielzoeker zich onder het gezag van de politie bevindt, zal de politie via de eigen medische dienst de crisisdienst kunnen inschakelen.

Op welke wijze worden medische gegevens van vreemdelingen normaliter overgedragen van een asielzoekerscentra aan een arrestantencomplex? Waarom wordt er niet standaard tevoren door arrestantenverzorgers gekeken naar belangrijke medische gegevens in Basisvoorziening Handhaving, zoals in dit geval suïcidale neigingen?

Antwoord:

Medische gegevens van asielzoekers die verblijven in een AZC berusten bij het GCA. Deze kunnen alleen met toestemming van betrokkene worden overgedragen aan de medische dienst van de politie. Op korte termijn zal het COA gebruik gaan maken van het M-118 formulier, waarop gegevens zoals suïcidale neigingen kunnen worden aangegeven, wanneer vreemdelingenbewaring plaatsvindt.

Waarom stond de heer Dolmatov vermeld op een arrestantenlijst, terwijl er geen sprake was van een strafbaar feit? Wat is hier het beleid op?

Waarom is na de eerste suïcidepoging van de heer Dolmatov niet overgegaan tot het inschakelen van een arts, terwijl dit wel had gemoeten? Wie bepaalt uiteindelijk of een arts wordt ingeschakeld en op welke wijze komt deze beslissing tot stand? Hoe is dit keten breed geregeld en vastgelegd? Hoe vaak komt het voor dat na een suïcidepoging geen arts wordt ingeschakeld?

Antwoord:

Om zelfmoordpogingen tegen te gaan, is er sprake van een observatiecel en materiaal wat hiervoor niet geschikt is voor suicide pogingen zoals, papieren laken e.d. Dit hoort bij de gebruikelijke werkwijze.

De eerste suïcidepoging van Dolmatov is niet geslaagd door snel ingrijpen van de arrestantenverzorgers. Zij hebben geen arts ingeschakeld.

61.

Voornoemde leden constateren dat het nieuwe model in de periode 2010–2011 door een keten brede werkgroep is opgesteld naar aanleiding van het jaarverslag 2010 van de CITT. Een van de conclusies in het jaarverslag was dat in de dagelijkse praktijk onvoldoende werd gewerkt volgens afgesproken protocollen. De CITT adviseerde daarom de informatiepositie van alle betrokken ketenpartners te verbeteren en een uniform elektronisch formulier M118 in te voeren in de keten. Hierdoor zou niet alleen de informatiepositie van alle betrokken ketenpartners verbeteren, maar ook de regie binnen de keten. Zijn de ketenpartners verplicht deze aanbevelingen op te volgen? Wie houdt hier toezicht op en controleert of dit ook daadwerkelijk gebeurt? Waarom zijn deze aanbevelingen uiteindelijk niet opgevolgd? Aan wie is dit toe te rekenen? Wie heeft de regie binnen de vreemdelingenketen?

Antwoord:

In de reactie op het jaarverslag 2010 meldde mijn voorganger dat de digitalisering van het M118-document om aanpassingen in de verschillende geautomatiseerde systemen van de ketenpartners vraagt, dat aanpassing op korte termijn niet realiseerbaar zou zijn en met grote kosten gepaard zou gaan. Op termijn zouden de mogelijkheden daartoe nader onderzocht worden. De verdere digitalisering van het M118-formulier is inmiddels (sinds begin 2013) opgepakt als onderdeel van het vreemdelingenketenproces en ik verwacht rond de zomer duidelijkheid te kunnen geven over de realisatietermijn van deze digitalisering. Verder digitalisering was eerder niet mogelijk vanwege beveiligingsbeperkingen.

De onlangs vastgestelde architektuur voor de Vreemdelingenketen voorziet in de bestuurlijke principes die noodzakelijk zijn om op termijn wel tot een betrouwbare en veilige informatie-uitwisseling van het huidigepapieren M118 formulier te komen. Omdat alle partners in de keten zich hieraan hebben verbonden, zit daarin ook de waarborg dat dit wordt opgevolgd.

De CITT houdt toezicht op het terugkeerproces en rapporteert haar bevindingen aan mij. De commissie doet aanbevelingen over de werkwijze en de werkomstandigheden, alsmede de regelgeving, instructies voor het terugkeerproces en het gebruik van dwangmiddelen.

62.

De leden van de fracties van de SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks vragen of het overlijden van de heer Dolmatov de directe en enige aanleiding was van het instellen van het onderzoek. Veel van de problemen binnen de organisatie waren al bekend. Welke acties heeft IV&J hierop genomen? Is de IV&J tekortgeschoten in haar toezicht? Waarom wel of waarom niet? Heeft de I&J de u eerder geattendeerd op de problemen zoals die uit het rapport naar voren komen? Zo ja, wanneer en wat heeft u daarmee gedaan?

Antwoord:

Het overlijden van de heer Dolmatov vormde de directe aanleiding om de Inspectie Veiligheid en Justitie (IV&J) te verzoeken onverwijld een onderzoek in deze omvang uit te voeren. De IV&J is sinds de oprichting in juli 2012 de toezichthouder op het terrein van veiligheid en justitie. De Inspectie is samengesteld uit verschillende inspecties binnen het beleidsterrein van het nieuwe Ministerie van Veiligheid en Justitie. De vreemdelingenketen behoort sinds november 2012 tot het domein van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hiervoor was geen sprake van toezicht op de integrale vreemdelingenketen door de IVenJ. Wel zijn de detentiecentra in het verleden al doorgelicht door de Inspectie voor de Sanctietoepassing (opgegaan in de IVenJ).

Voor zover er medische aspecten aan de orde kwamen, is verwezen naar het reeds bestaande onderzoek van de IGZ hierover. De IGZ had aangekondigd in het voorjaar van 2013 een vervolgonderzoek te doen naar dit onderwerp. De toenmalige Ist en ook de bestaande IV&J hierop niet meer de nadruk gelegd in het toezicht, omdat de IGZ hiervoor het geëigende toezichtsorgaan is op het gebied van de medische zorg.

63.

Deze leden vragen op grond waarvan u de schade zult vergoeden. Gaat het hierbij om zowel materieel als immateriële schade?

Welke extra sturingskansen ziet u? Hoe zullen die extra sturingskansen gestalte gaan krijgen en welke eenduidiger afspraken op het terrein van het vreemdelingentoezicht zullen gemaakt gaan worden?

Antwoord:

Gezien de bevindingen van de Inspectie zie ik in dit concrete geval voldoende grond om de eventuele schade van de nabestaanden als gevolg van het door de Inspectie geconstateerde tekortschieten van de verstrekte medische zorg in het Detentiecentrum Rotterdam te vergoeden. Naar Nederlands recht hebben nabestaanden alleen recht op de vergoeding van de kosten van eventueel gederfd levensonderhoud en is er geen recht op vergoeding van immateriële schade.

64.

Kunt u uitleggen hoe de vorming van de nationale politie een bijdrage levert aan de twee gerichte aanbevelingen?

Antwoord:

De vorming van de Nationale Politie versterkt de sturingskansen op de vreemdelingenketen doordat nu de gehele Nederlandse politie als één korps, in plaats van 26 aparte korpsen, valt onder het domein van Veiligheid en Justitie. Dit komt de (landelijke) uniformiteit van en de sturing op de Vreemdelingenpolitie ten goede. Ook hoeft nu nog maar met één politiekorps afspraken te worden gemaakt, in plaats van met 26 korpsen. Met de nationale politie is er een politieorganisatie met een vereenvoudigde organisatiestructuur, korte lijnen en duidelijke verantwoordelijkheden.

Met betrekking tot de gedane aanbevelingen: Vanuit de organisatie wordt gestuurd op de juiste toepassing en naleving van bestaande protocollen en afspraken door de HovJ. In de lijn wordt opdracht gegeven om de juiste en volledige formulieren/documentatie, inclusief de medische- en gedragsgegevens, bij de overdracht te hanteren. Op de naleving van een juiste overdracht zal strikt worden toegezien door de korpsleiding.

Tot slot biedt ook het feit dat de meeste partijen die betrokken zijn bij de vreemdelingenketen, sinds de vorming van het huidige Kabinet onder directe aansturing van het ministerie van Veiligheid en Justitie vallen, betere sturingsmogelijkheden.

5. Vragen en opmerkingen van de SGP-fractie

65.

De leden van de SGP-fractie constateren dat bij vrijwel alle partners in de keten al geruime tijd bekend was dat de informatie uit INDiGO met betrekking tot de verwijderbaarheid van vreemdelingen onvoldoende betrouwbaar is. Deze leden vragen daarom welke inspanningen de afgelopen jaren zijn verricht om specifiek op dit punt extra waarborgen aan te brengen, aangezien het een bijzonder cruciaal onderdeel van de procedure betreft.

Antwoord:

Om te kunnen functioneren, moeten de verschillende ketenpartners die deel uitmaken van de vreemdelingenketen informatie uitwisselen. Verblijfstitels en de verwijderbaarheidsinformatie zijn in de keten belangrijke informatie. De informatie wordt echter door mensenhanden geregistreerd in geautomatiseerde systemen daarom bestaat er altijd een geringe kans dat de geregistreerde informatie niet of niet meer juist is.

Tijdens de implementatie van INDiGO is er continu aandacht voor verbetering van het systeem op basis van het gebruik in de praktijk.

De afgelopen periode heeft de IND steeds nieuwe versies van het systeem opgeleverd. In deze nieuwe versies zijn verbeteringen doorgevoerd onder andere ten aanzien van de systeemkwaliteit.

Door ketenpartners gesignaleerde problemen worden altijd serieus genomen en zo mogelijk gelijk opgelost. Hiervoor is er in iedere nieuwe versie van INDiGO ruimte gegeven.

De IND beschikt tevens over een organisatie-onderdeel, het koppelingsbureau, dat vragen van ketenpartners over keteninformatie beantwoordt. Daarnaast kent de IND de ketenservicelijn, die ook vragen van ketenpartners beantwoordt.

66.

Is binnen het beleid bijzondere en verhoogde zorgvuldigheid ingebouwd ten aanzien van de rechten van vreemdelingen met betrekking tot vreemdelingenbewaring, gelet op het feit dat het een ultimum remedium betreft?

Antwoord:

Bij de inbewaringstelling van een vreemdeling zal de desbetreffende hulpofficier van justitie normaal gesproken vragen of de vreemdeling een advocaat wil en of hij een voorkeur heeft. De advocaat kan beroep aantekenen tegen de inbewaringstelling. Binnen 2 weken wordt dan een zitting gehouden waarbij de rechtmatigheid van de inbewaringstelling wordt getoetst. Wanneer de advocaat van de vreemdeling geen beroep aantekent, meldt de IND de inbewaringstelling bij de rechtbank. Deze zal dan ambtshalve de inbewaringstelling toetsen.

Daarnaast wordt in alle gevallen individueel beoordeeld of vreemdelingenbewaring dient te worden toegepast door de hulpofficier van justitie, waarbij altijd wordt gekeken of het inzetten van een lichter middel mogelijk is. Ook de rechter toetst bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring of een lichter middel was aangewezen.

67.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de heer Dolmatov niet in de gelegenheid is gesteld contact te hebben met een zelfgekozen advocaat. Zij vragen of dit recht van vreemdelingen bij relevante ketenpartners doorgaans bekend kan worden verondersteld en wordt toegepast, of dat er aanleiding is om te veronderstellen dat dit in veel gevallen onvoldoende aan bod komt. Graag ontvangen zij ook een toelichting op de situatie dat de heer Dolmatov meermalen en op verschillende momenten heeft aangegeven contact te willen hebben met zijn advocaat, maar dat dit contact die dagen nooit tot stand is gekomen.

Antwoord:

Vanaf het moment dat er sprake was van een voorgenomen inbewaringstelling is een piketadvocaat ingeschakeld. Daarbij is verzuimd te vragen naar zijn voorkeursadvocaat. Het contact met de piketadvocaat is tot stand gekomen.

68.

Voornoemde leden constateren dat vreemdelingen op de extra zorgafdeling een standaardpakket krijgen waarin onder andere een scheermesje zit. Zij vragen welke overwegingen aan deze standaardkeuze ten grondslag liggen, gezien het feit dat op de afdeling vreemdelingen worden ingesloten die een suïcidale achtergrond kunnen hebben.

Antwoord:

Bij het standaard verzorgingspakket dat ingesloten bij binnenkomst in het Detentiecentrum Rotterdam zit een scheermesje. Ingeslotenen verblijven op de extra zorg afdeling om tal van verschillende redenen. Oorzaak en reden voor verblijf verschilt per individu. Indien een ingeslotene in verband met zijn geestelijke toestand in afzondering is geplaatst, krijgt hij evenwel geen scheermes uitgereikt. Wel kan hij onder begeleiding gebruik maken van een scheermes. Op de extra zorg afdeling is een dergelijke voorzorgsmaatregel tot op heden niet geregeld. Ik zal zorgen dat voortaan ook personen met een risico op suïcide of een historie op dit gebied die op een extra zorg afdeling worden geplaatst, geen scheermes of een waskoord wordt uitgereikt.

Naar boven