36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

N BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2026

Bij brief van 29 mei 2026 heb ik een verzoek van uw Kamer ontvangen om vragen die zijn gesteld door het lid Van Rooijen bij het verslag1 over de Wet werkelijk rendement box 3, te beantwoorden. Het gaat om vragen die zien op de brief van 6 maart 2026 over het gewijzigde proces rond het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.2

Onder meer onder het kopje «Vragen naar aanleiding van de brief van 6 maart 2026» in de nota naar aanleiding van het verslag3, zijn de vragen van de verschillende fracties, waaronder ook de vragen van de fractie van 50PLUS, over dit onderwerp beantwoord. Voor het gemak zijn de vragen uit de brief van 29 mei en de antwoorden daarop onder elkaar gezet in een bijlage. Uiteraard betreur ik het dat naar het oordeel van het lid Van Rooijen zijn vragen al dan niet gedeeltelijk in onvoldoende mate beantwoord zijn. Op een aantal gestelde vragen, ga ik daarom in de bijlage bij deze brief nader in.

Ik zie er naar uit om vandaag tijdens de plenaire behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 alle andere vragen van uw Kamer te beantwoorden.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Kamerstukken I 2025/26, 36 748, D.

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 36 748, B.

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 36 748, F, p. 93.

Naar boven