36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

B BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 maart 2026

Een van mijn belangrijkste dossiers in de komende jaren is de hervorming van box 3. Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Hier ging een lang traject van meerdere jaren aan vooraf. Vorige kabinetten hebben afwegingen gemaakt rondom juridische houdbaarheid, maatschappelijk draagvlak, uitvoeringsgevolgen, doenvermogen en budgettaire gevolgen. Met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is het mogelijk om per 2028 over werkelijk rendement te heffen in box 3. Dat is een verbetering ten opzichte van het huidige forfaitaire box 3-stelsel. Echter: het ideale stelsel voor box 3 is er nog niet.

Tijdens de behandeling van het toekomstige stelsel voor box 3 heeft de Tweede Kamer met de moties van de leden Inge van Dijk c.s. en Vermeer1 erop aangedrongen om in de toekomst toe te werken naar een volledige vermogenswinstbelasting voor box 3. In de afgelopen weken is er daarbij onrust ontstaan over de effecten van vermogensaanwasbelasting op het investeringsklimaat in Nederland. Het kabinet begrijpt de zorgen die leven bij belastingplichtigen die geraakt worden door de vermogensaanwasbelasting en gaat hiermee aan de slag. Tijdens het debat over de regeringsverklaring is daarnaast in de Tweede Kamer de motie Eerdmans/Bikker aangenomen. In deze motie wordt opgeroepen de mogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening toe te voegen en dit te dekken uit het brede vermogensdomein.

Het kabinet gaat graag met uw Kamer in gesprek over verbeteringen aan het huidige wetsvoorstel, met het oog op het realiseren van breed politiek en maatschappelijk draagvlak. Daarnaast zal, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken, het kabinet werken aan het zo snel mogelijk invoeren van een vermogenswinstsystematiek. In de tussentijd zal het kabinet opties uitwerken ter verbetering van de vermogensaanwasbelasting tot de vermogenswinstsystematiek gerealiseerd is.

In deze brief wil ik ingaan op hoe het proces er de komende tijd uitziet.

Proces wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet overweegt op twee momenten het box 3 stelsel aan te passen. Allereerst onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 dat nu in uw Kamer ligt aan te passen. Deze aanpassingen zullen vooral gericht zijn op een aanpassing van de effecten van de systematiek van vermogensaanwasbelasting per 2028, met het oog op het realiseren van voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak. Het kabinet kijkt naast andere mogelijke aanpassingen ook naar het invoeren van achterwaartse verliesverrekening van één jaar vanaf 1 januari 20292 zoals ook voorgesteld in het eerdere amendement van het lid Hoogeveen3 en de motie Eerdmans/Bikker over achterwaartse verliesverrekening.4

De Belastingdienst is op dit moment in meer detail in kaart aan het brengen wat de benodigde capaciteit voor het doorvoeren van de achterwaartse verliesverrekening is en de inpasbaarheid daarvan in de ICT-portfolio. Als een maatregel niet zonder meer inpasbaar is, betekent dit dat andere projecten mogelijk in de tijd verschoven moeten worden.

Indien een aanpassing van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 mogelijk is en van dekking kan worden voorzien, loopt deze mee in het pakket Belastingplan 2027. Dit kan bijvoorbeeld met een novelle, afhankelijk van de door te voeren aanpassingen. Op die manier kan de wijziging zorgvuldig worden voorbereid en kan de maatregel voor box 3 in samenhang met de budgettaire verwerking worden betrokken in de augustusbesluitvorming. Voorstellen ter verbetering van het stelsel die gepaard gaan met een budgettaire derving zullen conform de begrotingsregels en de motie Eerdmans/Bikker van dekking voorzien dienen te worden in het brede vermogensdomein. De eventuele uitvoeringskosten van deze wijziging worden door middel van een uitvoeringstoets bij het Belastingplan in beeld gebracht en conform de begrotingsregels van dekking voorzien. Hierbij is van belang dat er beperkte mogelijkheden zijn voor het implementeren van wijzigingen met ingang van 2028.

Daarnaast zal het kabinet inzetten op een doorontwikkeling van box 3 naar een vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028. Deze doorontwikkeling vergt tijd: zowel vanuit een wetgevingsperspectief,5 maar ook vanuit het perspectief van implementatie door de Belastingdienst en de financiële instellingen en het regelen van de gegevensuitwisseling. Uiteraard moet daarbij ook de budgettaire impact worden meegewogen. Over het traject van deze doorontwikkeling zal ik u voor de zomer een brief sturen.

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is ingediend bij uw Kamer. Uw Kamer heeft aangegeven het wetsvoorstel zorgvuldig te willen behandelen met onder andere een technische briefing op 17 maart a.s. Er is ruimte voor uw Kamer om het tijdpad van de behandeling van het wetsvoorstel aan te passen vanwege de wijziging die het kabinet overweegt. De behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in uw Kamer zou afgerond kunnen worden nadat de wijziging van dat wetsvoorstel door middel van het belastingplanpakket bij uw Kamer is ingediend. De ingeplande technische briefing en mogelijke andere bijeenkomsten met deskundigen zouden, indien uw Kamer daarvoor zou kiezen, een goede voorbereiding kunnen zijn voor een (eerste) schriftelijke ronde over het wetsvoorstel.

Al het voorgaande wijst op het belang van de invoering van het nieuwe stelsel in 2028, omdat het huidige systeem onhoudbaar is. De Belastingdienst en financiële instellingen zijn aan de slag met de voorbereiding van de aanpassingen van hun systemen op basis van het wetsvoorstel zoals dat is aangenomen door de Tweede Kamer. Dit is noodzakelijk om inwerkingtreding van het nieuwe stelsel per 2028 te kunnen halen. Het kabinet kiest dan ook niet voor het doorzetten van het huidige stelsel totdat het stelsel van vermogenswinst klaar is. Ook het huidige stelsel kent forse nadelige effecten,6 daarnaast levert het ook een forse budgettaire tegenvaller op van circa € 2,4 miljard per jaar.

Verbetering definitie startende ondernemingen en introductie gunstig regime aandelenopties voor medewerkers van startups of scale-ups

In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is een uitzondering op de vermogensaanwassystematiek opgenomen voor aandeelhouders of houders van winstbewijzen in startende ondernemingen. Omdat de in het huidige wetsvoorstel opgenomen definitie van startende ondernemingen onvoldoende aansluit bij de kenmerken van startups en scale-ups, wordt in samenwerking met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en in overleg met de sector gewerkt aan een definitie die beter voldoet. Deze definitie wordt met ingang van 1 januari 2028 in de Wet werkelijk rendement box 3 opgenomen. Een separaat wetsvoorstel hierover wordt in maart gepubliceerd ter internetconsultatie.

Tot slot

Ik ga graag met uw Kamer in gesprek over stappen voorwaarts op dit dossier. Ik wil snel aan de slag met verbeteringen die op korte termijn mogelijk zijn, zodat die een plaats kunnen krijgen in het aankomende belastingplan. Daarnaast ga ik starten met de doorontwikkeling van het nieuwe stelsel naar een vermogenswinstsystematiek. Ik ben mij hierbij zeer bewust van de positie van het kabinet in de Kamer en hoop dat we gezamenlijk stappen kunnen zetten die op brede steun in uw Kamer kunnen rekenen.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nrs. 27 en 35.

X Noot
2

Dit levert in de eerste vijf jaar een budgettaire derving op van cumulatief € 3.389 mln. (zie Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 28, bijlage «appreciatie ingediende moties en amendementen», p. 7). Invoering van achterwaartse verliesverrekening per 2029 betekent dat verliezen voor het eerst achterwaarts kunnen worden verrekend met inkomen uit 2028.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 9.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 67.

X Noot
5

Er is tijd nodig voor het opstellen van een concept-wetsvoorstel, internetconsultatie, uitvoeringstoetsen, advisering door de Raad van State en een nieuwe parlementaire behandeling.

X Noot
6

Een belangrijk nadeel van het huidige systeem is dat werkelijke rendementen voor zover ze hoger zijn dan het forfaitaire rendement niet worden belast. Daarnaast geldt voor het bepalen van het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling geen kostenaftrek en geen verliesverrekening. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is wel kostenaftrek en verliesverrekening opgenomen.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nrs. 27 en 35.

X Noot
2

Dit levert in de eerste vijf jaar een budgettaire derving op van cumulatief € 3.389 mln. (zie Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 28, bijlage «appreciatie ingediende moties en amendementen», p. 7). Invoering van achterwaartse verliesverrekening per 2029 betekent dat verliezen voor het eerst achterwaarts kunnen worden verrekend met inkomen uit 2028.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 9.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 67.

X Noot
5

Er is tijd nodig voor het opstellen van een concept-wetsvoorstel, internetconsultatie, uitvoeringstoetsen, advisering door de Raad van State en een nieuwe parlementaire behandeling.

X Noot
6

Een belangrijk nadeel van het huidige systeem is dat werkelijke rendementen voor zover ze hoger zijn dan het forfaitaire rendement niet worden belast. Daarnaast geldt voor het bepalen van het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling geen kostenaftrek en geen verliesverrekening. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is wel kostenaftrek en verliesverrekening opgenomen.

Naar boven