Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 57, item 4 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 57, item 4 |
Vragenuur
Vragen Moinat
Vragen van het lid Moinat aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht "Honderden 'onhandelbare' jongeren voor miljoenen 'gedumpt' op vakantieparken: 'Zij leven in het niks'".
De voorzitter:
Ik geef nu het woord aan mevrouw Moinat voor haar vragen namens de Groep Markuszower, eveneens aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Het woord is aan mevrouw Moinat.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Vorige week stond ik hier om een debat met deze minister aan te vragen over een 13-jarig jongetje dat uit huis was geplaatst en als noodgreep zonder begeleiding op een vakantiepark werd gedumpt. Vanuit de Kamer vond men dat we geen debat hoefden te voeren over een individueel geval, dus er hoefde geen debat te komen. Dit snap ik.
Voorzitter. De inkt was nog niet droog of Zembla kwam met een onthullende uitzending. Het zou niet over één casus gaan, maar over honderden kinderen die gedumpt worden op vakantieparken. Jaren geleden is in politiek Den Haag besloten de gesloten jeugdzorginstellingen langzaamaan zorgvuldig te sluiten en af te bouwen. "Zorgvuldig" was het mantra van alles en iedereen hier. Kwetsbare jongeren moet je niet van de ene naar de andere situatie overgooien, maar moeten langdurig goed en stabiel geholpen worden. Wat blijkt? In onder andere het AD valt te lezen dat het Rijk zijn eigen gesloten voorzieningen sluit, maar nul komma nul regelt voor de gevolgen daarvan. In plaats daarvan schuift het Rijk het probleem doodleuk door naar gemeentes. Zolang Den Haag niet meer verantwoordelijk is, horen wij niets van de minister. Het is namelijk niet alleen van de laatste tijd en dus van deze minister. Wat blijkt: hulpeloze kinderen dumpen op vakantieparken omdat het systeem wederom faalt, gebeurt gewoon al jarenlang. De kosten bedragen tot wel 1,75 miljoen per kind per jaar. Ik herhaal het nog een keer: 1,75 miljoen voor één kind in één jaar. Wat levert het op? Een doodongelukkig kind op een vakantiepark, ver weg van de ouders, dat nog net zo onhandelbaar, suïcidaal en getraumatiseerd is als daarvoor, gewoonweg omdat het niet de zorg krijgt die het behoort te krijgen. Is de minister het met mij eens dat het pertinent niet kan dat we kinderen dumpen op vakantieparken omdat het systeem faalt en de overheid haar wettelijke plicht maar even aan haar laars lapt? Hoe vindt de minister zelf dat het gaat?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat ik die zorg deel en dat ik ook erg verontwaardigd was toen ik vorige week de berichten las in de krant en hoorde over Zembla. Ik heb meteen gevraagd wat hier nou aan de hand is en hoe het kan dat juist deze jongeren, die al zo'n complexe problematiek hebben, vaak al heel veel in hun leven hebben meegemaakt waardoor zij uiteindelijk daar terecht zijn gekomen en ontzettend kwetsbaar zijn, terug te vinden zijn op zo'n vakantiepark. Dat zou toch niet moeten mogen?
Ik ga even terug naar waar u ook aan refereerde. We hebben hier in de Kamer in 2022 unaniem met elkaar afgesproken dat we de gesloten jeugdzorg afbouwen. Daar hebben we onszelf tot 2030 de tijd voor gegeven. We hebben er middelen voor vrijgemaakt om dat goed te doen. Het eerlijke antwoord is dat we al best wel een eind op weg zijn. In 2019 hadden we 1.700 plaatsingen. Sinds vorig jaar zitten we op 656 plaatsingen. Helaas is er dus nog steeds een kleine groep voor wie er op dit moment geen passende voorzieningen zijn en voor wie er geen passende zorg te vinden is. Die groep komt dus blijkbaar soms op zo'n vakantiepark terecht. Die zorg herken en voel ik ook. Ik zie ook hoe de jeugdbeschermers en de zorgprofessionals worstelen met de vraag hoe ze nou moeten omgaan met deze jongeren, die vaak niet alleen een gevaar zijn voor zichzelf, maar soms ook voor hun omgeving.
We moeten dus heel hard werken aan de passende zorg. Ook moeten we dus constateren dat dat op dit moment niet goed lukt. Ik denk dat daarover het voorbeeld gaat dat we in de krant zagen. We zien overigens ook dat er plekken zijn waar het wel goed lukt. Ik noem bijvoorbeeld Levvel, waar ik binnenkort zelf ook ga kijken. Volgens mij is het heel erg belangrijk dat we ook gaan kijken hoe we die goede voorbeelden kunnen uitvergroten en optillen, zodat andere partijen daar ook hun voordeel mee kunnen doen.
Omdat ik vorige week dezelfde verontwaardiging als mevrouw Moinat had, is er inmiddels wel wat gebeurd. Gisteren is er al overleg geweest met de inspectie en de VNG over wat we hieraan kunnen doen. Mijn collega van JenV was daar overigens ook bij. Ik ga kijken hoe we de aanpak kunnen versterken en versnellen om ervoor te zorgen dat deze jongeren, met een hele dure bekostiging, uiteindelijk niet ook nog heel eenzaam op zo'n vakantiepark terechtkomen.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank. Ik heb inderdaad op de NOS gelezen dat de minister al heeft gezegd dat ze ook vindt dat gemeenten minder geld voor noodoplossingen moeten betalen en dat deze kinderen sneller de juiste zorg moeten krijgen. Ik vind het prachtig dat deze minister een gesprek gaat voeren, maar dat is wel een paar jaar te laat. Ik herhaal de eerdere vraag dus nog maar even: wat gaat u als minister concreet vandaag nog doen — ik heb het dan niet over van de week gesprekken aangaan — om deze kinderen van die vakantieparken af te halen en de zorg te bieden die zij nodig hebben? Ik wil hier namelijk niet volgende week weer staan om tegen deze minister van leer te trekken. Dit is echt onacceptabel. Dit is al jaren aan de gang. Het is niet sinds een week. Ik verwacht dus dat deze minister vandaag nog iets gaat doen en niet van de week een gesprek aangaat. Deze jongeren hebben een zeer problematische jeugd, zijn zeer problematisch voor henzelf en zitten nu op een vakantiepark met een soort bewakinkje in een soort settinkje van gesloten jeugdzorg. Ik wil gewoon van de minister weten wat zij concreet gaat doen, behalve het gesprek aangaan met wie dan ook.
Minister Sterk:
Soms moet je dat gesprek wel voeren om uiteindelijk met al die partijen de oplossing van het probleem verder te brengen. Ik ga daar dus alle inzet op plegen. Het eerlijke verhaal is ook dat dit gewoon een hele complexe groep is. We hebben best wel met dilemma's te maken. We hebben namelijk te maken met het dilemma van de autonomie van de jongeren, van de vrijheid die de jongeren graag daarbij willen hebben en van de veiligheid, die natuurlijk een rol speelt. Ook is de vraag hoe dat zich verhoudt tot vrijheidsbeperkende maatregelen. Dus het zoeken naar plekken waar deze jongeren passende zorg kunnen krijgen, is gewoon ingewikkeld. Ik kan u misschien teleurstellen, maar dat ga ik vandaag niet oplossen. Ik kan wel toezeggen dat ik dat gesprek ga intensiveren. Dat is gisteren al begonnen en dat gaat volgende week verder. Ik weet ook dat de VNG er alles aan doet om te zorgen dat wij die complexe jongeren — nou ja, ik moet niet zeggen "complexe jongeren" — dus jongeren met een complexe zorgvraag echt een plek kunnen geven waar ze in alle veiligheid zichzelf kunnen ontwikkelen. We zijn het er allemaal over eens dat dat moet gebeuren. Daar zijn we mee bezig. Ik zal zorgen dat u daar als Kamer binnenkort, als er meer over te melden is, zeker meer informatie over krijgt.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Ik kan niet anders dan concluderen: goed verhaal, lekker kort, doen we niks mee. Vorige week stond ik hier ook, en toen lag dit artikel hopelijk ook al bij de minister. U heeft geen enkele gang naar de Kamer gemaakt om ons ook maar te informeren over iets wat u ging doen. Het enige wat ik uit deze vragenronde kan concluderen, is dat van dit bureaucratisch geneuzel van deze minister op dit moment geen kind beter wordt. De enigen die er beter van zijn geworden, zijn de mensen aan wie het geld betaald is en de ingehuurde krachten die zonder diploma's bij deze kinderen zitten. Daarom ga ik straks alsnog een debat aanvragen met deze minister, om dit te bespreken.
Minister Sterk:
Waarvan akte.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het klopt dat deze Kamer heeft gezegd dat we moeten stoppen met gesloten jeugdzorg, maar niemand heeft daarmee bedoeld dat kinderen alleen in vakantieparken zouden zitten. Volgens mij is hier een groot probleem aan de hand — dat geven wethouders die vandaag buiten stonden ook aan — namelijk dat de beweging van gesloten jeugdzorg naar gezinszorg stopt. Er zijn pilots waarbij er een systeem rondom een gezin wordt gebouwd. Dat is goedkoper, maar daarmee zorg je er ook aan de voorkant voor dat heel veel jongeren niet verder afglijden.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: waarom lukt het het kabinet maar niet om die beweging daadwerkelijk te maken, met als gevolg dat honderden kinderen momenteel tussen wal en schip vallen, nota bene alleen op vakantieparken?
Minister Sterk:
Ik deel dezelfde verontwaardiging en frustratie als ik Kamerlid Ceder hoor uitspreken. Dat is ook mijn vraag. Ook ik vind het belangrijk dat wij zorgen dat deze kinderen die veilige omgeving krijgen. Ik zie dus ook dat wij op dit moment met elkaar niet in staat zijn om dat in voldoende mate te regelen. Je ziet dat gemeentes een soort noodhulpoplossing kiezen door een tijdelijke plaatsing op zo'n vakantiepark, maar dat mag nooit het antwoord zijn. We moeten er alles op inzetten met elkaar — vandaar ook dat ik zeg dat ik die gesprekken wil intensiveren — om op zoek te gaan naar een duurzame oplossing voor deze groep jongeren. Ik geef ook de winstwaarschuwing dat het een ingewikkeld vraagstuk is. Dat weet u volgens mij ook. Want als het makkelijk was, dan hadden we het hier in de Kamer al lang opgelost. We zetten alles op alles, samen met de VNG en de zorgaanbieders, om te zorgen dat dit niet zo blijft. Dit moet geen duurzame situatie worden voor deze jongeren.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben vandaag exact vijf jaar Kamerlid. Al vijf jaar hoor ik dezelfde verhalen. Al vijf jaar staan we hier en zeggen we dat het crisis is. Volgens mij is er een fundamenteel probleem, namelijk dat het kabinet weigert te erkennen dat die beweging naar het gezin betekent dat er minder geld bij JenV moet zijn en dat je dat veel meer naar de gemeenten moet trekken, om ook ruimte te bieden om een heel gezin te gaan helpen. Mijn vraag is of de minister kan toezeggen te gaan verkennen of het aantal interventies rondom een gezin de oplossing is, zodat we ervoor kunnen zorgen dat we aan de ene kant afbouwen en aan de andere kant opbouwen. Als we aan beide kanten bezuinigen, krijgen we wat we nu zien. Kan de minister toezeggen dat in ieder geval te onderzoeken en de Kamer daarover te informeren?
Minister Sterk:
Dat zijn we op dit moment ook aan het doen. We zijn juist die beweging naar de voorkant aan het maken, waarbij we zorg en welzijn samen willen nemen. Als er dan sprake is van zorgen om een kind of problematiek thuis, willen we dat in het hele gezin bekijken en willen we kijken wat er in de omgeving van een gezin mogelijk is aan ondersteuning. Dat is juist de beweging die we aan het maken zijn, niet alleen in de jeugdzorg, maar ook in de langdurige zorg. Dat past volgens mij ook heel erg bij wat Kamerlid Ceder vraagt van het kabinet. Dus ja, volgens mij sturen wij daar allerlei brieven over naar u en volgens mij is dit een heel belangrijk onderwerp, waar we zeker mee verder moeten. Ik geloof oprecht dat dat ook een antwoord is op excessen die uiteindelijk verderop in de keten kunnen ontstaan als we niet vroegtijdig interveniëren.
De heer Hamstra (CDA):
Dit is volgens mij precies wat we niet willen: te weinig personeel en te weinig plekken voor de meest kwetsbare jongeren in onze samenleving. De oplossing op vakantieparken, die ook in het krantenartikel staat, is helemaal geen oplossing. Het is én niet passend én ook nog veel te duur. De gemeenten kunnen dat uiteindelijk helemaal niet betalen. Mijn vraag aan de minister is dan ook: welke rol zou de nieuwe Wet reikwijdte, die nu in internetconsultatie is en in de loop van het jaar naar ons toe komt, kunnen spelen in het vinden van passende zorg voor deze meest kwetsbare jongeren in onze samenleving?
Minister Sterk:
Met die Wet reikwijdte zorgen we er vooral voor dat die jongeren die het echt nodig hebben, zorg krijgen. Soms krijgen jongeren zorg terwijl er een ander probleem is in het gezin, bijvoorbeeld verslaving, schuldenproblematiek of misschien het ontbreken van een passende woning. Als je dat vroeg in beeld hebt, kun je daar tijdig iets aan doen en hulp opzetten. Zo zorg je ervoor dat de kinderen die echt zorg nodig hebben — dan heb je het dus over deze groep, maar bijvoorbeeld ook over meisjes met anorexia — een plek hebben en dat er medewerkers zijn die die passende zorg kunnen bieden aan deze groep. Dus ja, die Wet reikwijdte zal ervoor moeten zorgen dat we wat strenger selecteren en juist meer in de eerste lijn met elkaar opvangen. Zo kunnen we de jongeren die echt hulp en zorg nodig hebben ook echt helpen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik hoor de minister zeggen dat we de goede kant opgaan, omdat we minder kinderen in gesloten jeugdzorg plaatsen. Dat kunnen we natuurlijk alleen maar zeggen als de alternatieven kwalitatief heel erg goed zijn. Dat kunnen we niet als we deze kinderen wegstoppen op vakantieparken waar we ze een-op-eenbegeleiding bieden, waar geen interactie met leeftijdsgenoten meer is en waar we tal van vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen, om maar iets te noemen. Ik heb de vorige keer in het debat aangegeven dat we 180 miljoen hebben gereserveerd voor de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg, maar ik zie die alternatieven niet.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben ook bij Levvel geweest. Die 180 miljoen is veel te weinig; we hebben veel meer nodig. Hoe gaat deze minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid erop sturen dat die plekken er ook echt komen?
Minister Sterk:
Nogmaals, ik deel met de hele Kamer de verontwaardiging dat we er nog niet zijn. Dat is niet goed en het mag niet zo zijn dat kinderen met een-op-eenbegeleiding eenzaam op zo'n vakantiepark zitten. Volgens mij is dat nooit wat we gewild hebben toen we zeiden dat we de gesloten jeugdzorg willen gaan afbouwen. Daar zijn we mee bezig. We zien nu dat het gewoon nog steeds niet op orde is. We moeten dus ervoor zorgen dat dit soort excessen voorkomen worden. Ik denk dat het dan toch belangrijk is om — u noemde net Levvel als voorbeeld — er juist wel voor te zorgen dat er snel wordt opgeschaald. Zo zullen gemeentes zich niet meer geroepen voelen om een soort noodoplossing te creëren op zo'n vakantiepark, wat inderdaad ook nog eens een keer ongelofelijk duur is. In plaats daarvan moeten ze plekken krijgen waar deze jongeren kunnen worden opgevangen. Ik gaf net al een paar dilemma's weer waar we mee te maken hebben. Het zoeken naar een andere passende vorm van zorg voor deze jongeren is niet zo makkelijk. Zoals het in de gesloten jeugdzorg is gegaan, daarvan hebben we gezegd: dat nooit meer. Je ziet dat zorgbehandelaars daarmee worstelen. Dat is een vraag die we met elkaar hebben op te pakken: niet alleen het kabinet, niet alleen de VNG en niet alleen de zorgaanbieders, maar wij met elkaar. Daar wil ik heel hard aan werken. Dat doen we ook en daar gaan we wat mij betreft nog meer mee aan de slag.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik wil allereerst zeggen dat ik de frustratie van alle andere Kamerleden deel. Ik hoop dat de minister die ook voelt. Wat we elke week lezen, is natuurlijk totale waanzin. Op deze manier staan we hier dadelijk elke week opnieuw.
Dan mijn vraag. Er komen steeds nieuwe jeugdhulpaanbieders bij. De inspectie waarschuwt tegelijkertijd voor de risico's bij aanbieders die hiervoor onvoldoende zijn toegerust. Hoe voorkomt de minister dat dit uit pure wanhoop, omdat er gewoon niks is in de noodopvang, groeit ten koste van de kwaliteit en veiligheid?
Minister Sterk:
Daarom is het heel goed dat we de inspectie hebben, die daarop toeziet en die zal ingrijpen op het moment dat zij signalen krijgt en risicovolle situaties ziet. Ik val nu toch een beetje terug in het verhaal dat ik net ook al heb verteld. Ik zet alles op alles om dit proces te versnellen en te versterken, met alle partijen die daar een rol in hebben. Ik ben het met u eens dat kinderen niet op deze manier in vakantieparken terecht mogen komen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Deze minister heeft het over een kleine groep en over excessen, maar het gaat hier over honderden kinderen die gedumpt zijn op een vakantiepark, met beveiligers voor de deur, en die niet de zorg en de hulp krijgen die ze nodig hebben. Allerlei bedrijven verdienen hier blijkbaar ontzettend veel geld aan. Denk aan beveiligingsbedrijven, allerlei coachingbureaus en weet ik veel wat we allemaal hebben gelezen. Daar gaat het hier om. Het gaat om deze kinderen, die zijn gedumpt op een vakantiepark. Deze minister komt niet verder dan de uitspraak: ik was ook verontwaardigd toen ik dit las. We hebben dit uit de media moeten vernemen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Waarom wist deze minister dit niet? Blijkbaar zit ze er niet bovenop, aangezien ze niet weet dat er honderden kinderen op vakantieparken zitten.
De voorzitter:
De minister.
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter, als u het mij nog even toestaat: we moeten van deze minister een tijdslijn hebben met een deadline waarop deze kinderen allemaal weg zijn van die vakantieparken. Ze moeten niet naar een andere waardeloze plek, maar ze moeten goede zorg krijgen. Wat is de deadline van deze minister daarvoor?
Minister Sterk:
Ten eerste is dit niet mijn verantwoordelijkheid als minister, maar die van de gemeentes, die deze afspraken hebben gemaakt met deze zorgaanbieders en die deze kinderen op deze parken hebben geplaatst. Het is natuurlijk heel ernstig dat deze gemeentes dat doen omdat ze op dit moment soms geen alternatief hebben. Daarom zoek ik met de gemeentes naar hoe ze dit kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door er meer op regionaal niveau voor te zorgen dat er expertise is om deze jongeren goed te kunnen plaatsen. Daar hebben we ook middelen voor vrijgemaakt. Wat ik kan doen, samen met de inspectie, de VNG en de jeugdzorgaanbieders, is er vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid voor zorgen dat we dit soort problemen niet langer op deze manier hoeven op te lossen. Deze jongeren moeten passende zorg krijgen. Dat hebben we ook met elkaar afgesproken toen we in de Kamer hebben besloten om de gesloten jeugdzorg te stoppen. Ik geloof dat je "gesloten jeugdhulp" moet zeggen. We zitten in dat proces. Het gaat mij ook niet snel genoeg. We willen uiteindelijk dat er in 2030 nog maar voor enkele jongeren op zo'n manier een plek moet worden gevonden. Misschien is 400 een kleine groep, maar iedere jongere die daar zit, is er natuurlijk één te veel.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Mevrouw Dobbe heeft de vraag die ik wilde stellen eigenlijk al gesteld. Dat geeft mij de gelegenheid om een andere vraag te stellen. De minister gebruikt structureel het woord "jongeren", maar het gaat hier echt om kinderen. Kinderen verdienen het om als kind gezien te worden. Ze zijn kwetsbaar en afhankelijk. Wij zijn verantwoordelijk voor hun welzijn. Ik wil de minister het volgende vragen. De minister probeert de verantwoordelijkheid een beetje af te schuiven door te zeggen dat de Kamer iets heeft besloten. Maar er wordt hier iets afgebouwd zonder dat er een alternatief is. Er komen straks nog veel meer bezuinigingen aan, ook richting de jeugdzorg.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Hoe gaat deze minister voorkomen dat er opnieuw allerlei zaken worden opgebouwd en we hier over twee jaar weer staan omdat een nog veel grotere groep jongeren met de vingers tussen de deur komt?
Minister Sterk:
In 2022 is het besluit gevallen om de gesloten jeugdzorg af te bouwen. Volgens mij hebben we toen ook afgesproken dat we nieuwe alternatieve vormen gingen opbouwen. Daar hebben we 176 miljoen voor vrijgemaakt. Dat geld is nog niet op. Dat proces loopt nog. Het is dus niet zo dat we iets hebben stopgezet en we hebben gezegd: zoek het maar uit. We zijn met elkaar met dat proces bezig. Ik heb net ook aangegeven dat het echt een ingewikkeld vraagstuk is, want je hebt zowel bij kinderen als bij jongeren te maken met autonomie, veiligheid en de ruimte die je hebt om vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen. Het is voor heel veel partijen gewoon een worsteling om een passende vorm te vinden om deze jongeren op te vangen. We zitten nu in die worsteling. We zijn daarover in gesprek.
Je ziet daar ook al goede oplossingen voor, zoals Levvel — ik noemde het net al — of Elker. Zo zijn er vast nog andere voorbeelden te noemen die ik nu nog niet ken. Volgens mij is het van groot belang dat we die met elkaar gaan opschalen. Ik doe dat heel graag met de gemeenten, want zij zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de inkoop van deze zorg. U zegt dat er nog van alles bij komt vanuit de jeugdzorg. Volgens mij proberen we er juist in de hervorming van de jeugdzorg voor te zorgen dat we de jongeren die echt deze specialistische zorg nodig hebben, er veel meer aan de voorkant uit halen. We proberen het bij jongeren die problemen hebben die door andere factoren worden veroorzaakt, zoals door ouders of een woonplek, ook op die manier op te lossen, zodat de zorg voor de jongeren met een echte zorgvraag mogelijk gemaakt wordt.
De voorzitter:
Ook bij deze vraag mag het antwoord iets korter en bondiger, minister. Mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik was erbij toen die motie werd ingediend en ook bij alle debatten daarna. Er was destijds al wel degelijk bekend dat er onvoldoende alternatieven waren. Gemeenten en zorgverleners trokken destijds al aan de bel, omdat ze zeiden dat het bedrag dat erbij gekomen is — de minister heeft het over 176 miljoen — onvoldoende was. We weten allemaal dat kleinschalige zorg met de allerbeste hulpverleners veel duurder is dan een aantal grote gesloten jeugdzorginstellingen. Mijn vraag aan de minister is dus of zij bereid is om te investeren, juist om op langere termijn te voorkomen dat deze problemen zo uitdijen dat ze zo groot zijn als ze nu zijn. Destijds werd dat namelijk niet gedaan en werd er door een Kamermeerderheid tegen onze moties gestemd die dat voorstelden. Is de minister bereid om wel datgene wat nodig is te investeren in deze kleinschalige initiatieven?
Minister Sterk:
Dat is volgens mij wat we op dit moment ook doen. Dat geld is nog steeds niet op; volgens mij is het pas voor ongeveer de helft uitgegeven. Er zijn dus nog middelen om inderdaad juist in die kleinschalige opvangvoorzieningen te investeren.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan is het toch belachelijk dat het geld nog niet op is? We kregen destijds als Kamer al signalen dat er te weinig was om die ombouw goed neer te kunnen zetten. We wisten toen ook al — ik begrijp alle verbazing hier nu, maar als je langer op dit dossier meewerkt, weet je dit al jaren — dat er onvoldoende geschikte plekken zijn voor deze jongeren. Dat weten we al jaren. Over de situatie die in de reportage naar voren kwam, zegt natuurlijk iedereen dat het nooit meer mag gebeuren, maar het kan voor niemand een verrassing zijn dat er al die jaren onvoldoende is gedaan. Waarom heeft ook het ministerie er niet harder bovenop gezeten dat er echt gewerkt zou worden aan die goede alternatieve plekken waar deze jongeren wel op hun plek zijn, waar ze de allerbeste hulpverleners krijgen, waar ze onderwijs hebben en waar ze goed worden geholpen door mensen die met warmte en liefde naar hen omkijken?
Minister Sterk:
Ik deel echt de passie die mevrouw Westerveld hier laat zien en dat deze jongeren gewoon het allerbeste verdienen, want dit zijn jongeren die vaak uit een hele moeilijke omgeving komen en die een hele rugzak met zich meedragen vol ellende waar wij ons misschien wel nauwelijks iets bij kunnen voorstellen. Die jongeren verdienen het niet om dan in zo'n noodoplossing, op zo'n plek, terecht te komen. Wij moeten daar alles aan doen. Mevrouw Westerveld weet ook dat het moeilijk is om een vorm te vinden waarin deze jongeren weer veilig zijn voor zichzelf en hun omgeving, omdat ze zo veel hebben meegemaakt en zo'n complexe problematiek hebben. Er zijn echt ontwikkelingen waarin we zien dat het al beter past, maar dat geldt nog steeds niet voor elke jongere. Het is onze dure plicht om te zorgen dat we dat wel voor elkaar krijgen. Deze minister staat hier om daar samen met de andere partijen aan te werken, maar deze minister is ook realistisch: we hebben dat niet morgen al geregeld voor al deze jongeren. We hebben gelukkig middelen. Ik ga het gesprek aan en dat intensiveren, omdat ik vind dat dit eigenlijk niet zo zou mogen gebeuren.
Mevrouw Wendel (VVD):
Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat de gesloten jeugdzorg zo veel als mogelijk moet worden afge… Sorry, ik werd even afgeleid.
De voorzitter:
Ja. Er is een beetje rust in de plenaire zaal gevraagd. Mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat die gesloten jeugdzorg zo veel als mogelijk moet worden afgebouwd. Tegelijkertijd is wat er nu gebeurt, namelijk dat die jongeren worden gedumpt op vakantieparken, wat ook nog eens miljoenen kost, echt niet de bedoeling. Ik wil de minister vragen, uiteraard via de voorzitter, of dit ook te maken heeft met het tijdpad dat wij hebben geschetst om de gesloten jeugdzorg af te bouwen. Zo ja, hoe gaat de minister er dan voor zorgen dat niet tijd maar kwaliteit leidend is bij deze afbouw? Het doel is natuurlijk uiteindelijk dat deze jongeren passende zorg hebben en dat ze liefdevol behandeld worden.
Minister Sterk:
Wat nou precies de achterliggende oorzaak is en of dat 'm nou in het tijdpad zit … Ik stel in ieder geval vast dat we nog de tijd hebben genomen om dit af te gaan bouwen tot 2030. Dat zijn de afspraken die we hebben gemaakt. Of tijd nou het probleem is … Ik krijg zelf veel meer de indruk dat het ermee te maken heeft dat het nog steeds moeilijk is om met elkaar te formuleren wat nou precies die passende zorg voor deze groep is. De gesloten jeugdhulp zoals we die hadden, willen we niet meer. Voor een deel van de groep hebben we inderdaad andere oplossingen. Dat zie je ook. Een deel van de groep is al wel geplaatst, maar er is dus nog steeds een groep die zo'n complexe vraag heeft dat daar op dit moment nog geen passend aanbod voor is. Daar moeten we keihard voor werken. We hebben daar ook goede voorbeelden van. Ik zie het als mijn taak om daarover het gesprek aan te gaan en het zo snel mogelijk op te schalen, zodat ook andere jongeren daar gebruik van kunnen maken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
In het artikel van mevrouw Moinat reageert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geschrokken. Ook ik had een artikel ingestuurd voor het vragenuurtje — volgens mij kunnen we dat iedere week doen — over een onderzoek naar zorginstellingen die eigenlijk nauwelijks iets merken na tekortkomingen en zelfs na een onnatuurlijke dood van cliënten. Zorgbedrijven mogen zich namelijk eindeloos blijven verbeteren. Kan de minister de rol van de inspectie toelichten? Hoe zorgen we er nou voor dat de inspectie zelf niet hoeft te schrikken?
Minister Sterk:
Mevrouw Van Brenk stelt wel een hele grote vraag. De inspectie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg en is ook wel afhankelijk van het onderzoek dat ze zelf doet of van signalen die ze krijgt. Als ze signalen krijgt, moet ze daar ook op acteren. Als ze het gevoel heeft dat er voor jongeren zulke grote risico's zijn dat die jongeren zelf gevaar lopen, moet ze ook ingrijpen of verscherpt toezicht instellen. Dat is volgens mij ook de taak die ze uitvoert. Ik heb al eerder aangegeven dat ik vanmiddag een gesprek heb met de inspecteur-generaal en dat ik over een aantal casussen ook graag nog met haar van gedachten wil wisselen. Volgens mij vervult het IGJ in die zin gewoon wel de rol die ze heeft, maar ze is natuurlijk wel afhankelijk van de signalen die ze soms krijgt. Dat is volgens mij ook een rol die we met elkaar te spelen hebben.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, tot slot.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De falende overheid: je schaft iets af, je belooft dat het anders wordt, maar wat daarvoor nodig is, heb je nog lang niet klaarstaan en vier jaar later zitten jongeren met grote zorgvragen en problemen in vakantieparken; mind you. Wil deze minister ons gewoon binnen een week of twee vertellen wat hier nou aan de hand is en wat er nodig is? Het is namelijk echt volstrekt onvoldoende om als minister alleen te zeggen "ik was ook verontwaardigd toen ik het las en ik ga het gesprek aan".
Minister Sterk:
Volgens mij weet Kamerlid Keijzer als geen ander hoe complex de werkelijkheid soms is en hoe eenvoudig die soms op papier lijkt. Ik heb net aangegeven dat wij bezig zijn met een hele grote beweging, namelijk om te zorgen dat jongeren uit de gesloten jeugdhulp op een plek komen waar ze veilig zijn. Wij hebben daar gelukkig al een grote groep jongeren in kunnen onderbrengen. Omdat wij zulke situaties als samenleving niet meer willen, moeten we met elkaar ook constateren dat een passend antwoord op de problemen van deze specifieke groep moeilijk te formuleren is. Nogmaals, er zijn ook goeie voorbeelden van en die moeten we gaan uitvergroten, maar we hebben gewoon te maken met een dilemma tussen de autonomie van die jongeren en de vrijheidsbeperkende maatregelen die je daar soms tegenover moet stellen. We hebben als samenleving gezegd dat we de gesloten jeugdhulp niet meer willen, maar ik denk dat we nog steeds worstelen met een goed antwoord op die vragen. Daar werken we op dit moment met heel veel partijen aan en daar wil ik mij de komende tijd met nog meer intensiteit voor gaan inzetten.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we gaan stemmen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-57-4.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.