Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 57, item 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 57, item 3 |
Vragenuur
Vragen Synhaeve
Vragen van het lid Synhaeve aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht "Onderzoek naar kinderen en huiselijk geweld schiet al jaren tekort, vinden jeugdbeschermers".
De voorzitter:
Daarmee zijn we aanbeland bij de tweede vraag. Dat is een vraag van het lid Synhaeve van de fractie van D66. We wachten nog even op de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Die zie ik namelijk nog niet in vak K. We verwachten inderdaad niet dat u er gaat staan, minister Berendsen!
Daar is de minister! Ik nodig mevrouw Synhaeve uit voor het stellen van haar vraag aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Deze vragen gaan niet over een losstaand incident. Het gaat over iets veel groters, namelijk het volgende. Hoe zorgen we dat kinderen veilig zijn op de plek waar dat vanzelfsprekend zou moeten zijn: thuis? We weten dat er in elke klas een kind zit dat te maken heeft met geweld thuis. Dat zijn meer dan 120.000 kinderen per jaar. We weten al jaren dat dit het topje van de ijsberg is. Achter elke voordeur waar het niet veilig is, zit een kind dat stil is, dat niet vertelt wat er gebeurt en dat soms denkt dat het geweld normaal is.
Voorzitter. Er is werk aan de winkel. Want als het gaat om kindermishandeling bespreekbaar maken, hebben we allemaal een rol: in de klas, op de sportvereniging, op plekken waar kinderen zich veilig voelen en in deze Kamer. Het begint dus bij het bespreekbaar maken van kindermishandeling. Daarover heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe zorgt de minister ervoor dat kinderen doorkrijgen dat huiselijk geweld nooit normaal is? In het verlengde daarvan: hoe zorgt de minister ervoor dat het taboe op dit onderwerp doorbroken wordt, dat kinderen de ruimte voelen om hun thuissituatie te bespreken met de mensen die ze vertrouwen? Hoe zorgt de minister ervoor dat we als samenleving de signalen van een onveilige thuissituatie beter herkennen en durven te bespreken?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Hier staat niet alleen een minister van Jeugd, die trots is dat ook jeugd nu een specifieke minister heeft, maar ook een moeder. Moeders weten als geen ander hoe belangrijk het is dat kinderen veilig kunnen opgroeien, ongeacht de omgeving waarin ze wonen en leven. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat wij daar allemaal een rol in hebben, zoals Kamerlid Synhaeve stelde. Dat vond ik ook het mooie aan haar verhaal. Ik als minister moet mijn uiterste best doen om te zorgen dat kinderen een plek vinden om hun verhaal te doen, om hun twijfels over wat er thuis gebeurt, het nietpluisgevoel, uit te kunnen spreken. Maar dat geldt ook voor alle mensen eromheen. Denk aan de buurvrouw, de oom of tante, de sportleraar, de leraar in de klas, maar ook de professional zoals de huisarts die hoort dat er problemen zijn in een gezin. Iedereen moet alert zijn op signalen die kunnen wijzen op onveilige thuissituaties. Als we daar allemaal werk van maken, hebben we een enorm leger aan mensen die ingezet kunnen worden om kindermishandeling te stoppen, te voorkomen en uiteindelijk de benodigde zorg en ondersteuning te geven aan die gezinnen.
Ik ben dus heel blij dat Kamerlid Synhaeve dit nu aan de orde stelt, zodat ook de ouders die misschien zelf ook het gevoel hebben dat het niet lekker loopt, die in het verleden te maken hebben gehad met geweld in hun eigen gezin, die lijden onder spanning, weten dat er instanties zijn waar zij advies kunnen krijgen en het gesprek kunnen aangaan. Dat kan heel laagdrempelig bij de huisarts, maar ook bij instanties zoals Veilig Thuis. Er is onlangs door de Kamer een amendement aangenomen waarmee Veilig Thuis 24 uur per dag bereikbaar is via een chat. Dat zijn allemaal middelen die we kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat geweld in gezinnen geen plek heeft. We moeten er als samenleving, en ik ook zeker als minister, alles aan doen om dat taboe te doorbreken en mensen een duidelijke plek te geven waar ze hulp kunnen krijgen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
De cijfers geven aan dat we de komende tijd een stapje extra zullen moeten zetten. De minister gaf in het Jeugdjournaal aan dat zij het geld voor nieuw onderzoek naar de omvang van kindermishandeling liever inzet om kinderen direct te helpen. Wat doet de minister nu concreet om deze kinderen te helpen? Om hoeveel geld gaat het en hoe wordt dat ingezet? Bereiken we dan ook echt de kinderen en de gezinnen die de hulp het allerhardst nodig hebben? Bereiken we hen ook op de goede plekken, bijvoorbeeld bij De Kindertelefoon?
Minister Sterk:
Het Kamerlid wijst op de middelen die er eerst waren voor onderzoek. We doen nog steeds onderzoek. In het verleden hebben we vooral onderzoek gedaan naar hoe vaak we te maken hebben met kindermishandeling. Het feit dat er kindermishandeling is, wat elke keer weer uit het onderzoek kwam, is niet genoeg. We moeten weten wat de oorzaken daarvan zijn en wat helpt. Daarom zijn we ander onderzoek gaan doen. Daarbij volgen we gezinnen waarvan we weten dat er sprake is van geweld en een onveilige situatie, die op dit moment ook hulp en ondersteuning krijgen, twee jaar lang. We gaan volgen wat die hulp en ondersteuning doet. De vraag daarbij is of we met die hulp en ondersteuning inderdaad bereiken dat de onveiligheid, de mishandelingen en het geweld in het gezin afnemen. Dat doen we zodat we dat ook op andere plekken kunnen inzetten. Dat is een van de zaken die we doen.
Daarnaast vraagt het CBS uit bij jongeren die ouder dan 16 zijn hoe zij terugkijken op hun jeugd. Een van de problemen van kindermishandeling is natuurlijk — dat bleek ook weer uit de Jeugdjournaaluitzending — dat heel veel kinderen helemaal niet weten dat het niet normaal is wat er bij hen thuis gebeurt. Als ze ouder worden, ontdekken ze vaak wel dat er dingen zijn gebeurd die niet oké zijn. Door die signalen in beeld te krijgen, krijgen we beter zicht op wat er zich afspeelt en vooral hoe we daar hulp bij kunnen bieden.
Ik gaf al aan dat we investeren in Veilig Thuis. Ik hoorde — ik wilde "de spokesperson" zeggen — de woordvoerder van Veilig Thuis ook zeggen dat zij behoefte heeft aan onderzoek. Ik wil eigenlijk ook graag met haar in gesprek over wat dat zou moeten zijn. Naar mijn idee zijn we juist al op zoek naar de hulp en de ondersteuning die werken. Dat doen we ook samen met Veilig Thuis. Ik ben wel benieuwd naar de verdieping die zij daar nog aan wil geven. Dat zou ik dus in ieder geval als toezegging willen doen.
Verder is het, zoals ik net al zei, voor onze samenleving ook van belang dat wij oog en oor houden. De Kindertelefoon is een belangrijke plek voor kinderen, die wij als ministerie ook subsidiëren. Ook is er een Week tegen Kindermishandeling. Maar een uitzending als het Jeugdjournaal helpt natuurlijk ook enorm. Het wordt door heel veel kinderen bekeken, met hun ouders. Soms wordt het op scholen nog teruggekeken. Het zijn allemaal manieren die we inzetten om kindermishandeling bespreekbaar te maken.
De voorzitter:
De antwoorden mogen iets korter, minister.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank voor de belangrijke toezegging. Het is heel goed dat we ook naar nieuwe vormen van onderzoek kijken, maar het helpt dan heel erg als we weten wat er in de praktijk gemist wordt. De minister gaf net aan dat we ook moeten kijken welke hulp en ondersteuning echt werken. Een van de dingen waarvan we weten dat het werkt — ik heb daar afgelopen december ook een motie over ingediend — is Handle with Care. Op het moment dat sprake is van een melding van huiselijk geweld en de politie wordt opgeroepen, houdt Handle with Care in dat er via Veilig Thuis een signaaltje gaat naar de school waar de kinderen op zitten, met de boodschap: handle with care, let even op deze kinderen. We weten dat dat werkt. We weten ook dat er jaarlijks meer dan 25.000 kinderen leven in een gezin waarvan we weten dat er sprake is van huiselijk geweld waar politie-inzet aan te pas komt. Mijn vraag aan de minister is dus of zij kan aangeven hoe het gaat met de uitvoering van deze motie.
Minister Sterk:
Ja, dat kan ik. Ik heb natuurlijk niet zo heel veel tijd gehad om dit voor te bereiden, maar we zijn ermee bezig. We hebben in mei een commissiedebat over dit thema. Ik wil u toezeggen dat ik in dat debat wat dieper zal ingaan op wat er op dit moment mee gebeurt. Ik kan u in ieder geval wel geruststellen: we zijn ermee bezig.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat is een geruststelling, maar het helpt als we dat echt kunnen versnellen. Elke week opnieuw maakt dat het verschil voor jonge mensen in een kwetsbare situatie.
Als we kijken naar de organisaties die zich bezighouden met bescherming van kinderen, zien we dat er eigenlijk heel veel verschillende organisaties betrokken zijn: Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming. Juist bij grote misstanden, bijvoorbeeld bij het pleegmeisje in Vlaardingen, bijvoorbeeld bij de misstanden in het gezinshuis in Noord-Nederland, bijvoorbeeld bij de misstanden in De Glind — de lijst is nog heel veel langer — merken we dat niemand zich uiteindelijk echt verantwoordelijk voelt. Is het kabinet bereid om te kijken hoe we dit beter kunnen organiseren, zodat er geen kind meer tussen wal en schip valt en één organisatie zich ook echt verantwoordelijk gaat voelen?
Minister Sterk:
Ik zou bijna zeggen dat het Kamerlid op haar wenken wordt bediend, want wij zijn samen met mijn collega van JenV bezig om een toekomstscenario vorm te geven. Wij zien dat er op dit moment een soort estafette plaatsvindt. Gevallen worden doorgegeven, maar niemand is eigenlijk uiteindelijk de echte probleemeigenaar daarvan. Wij zijn dus de hele keten aan het bekijken. We willen vooral aan de voorkant de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de problematiek in het hele gezin in beeld brengen, dus niet alleen bij het kind maar in het hele gezin. Die willen we daar neerleggen en daar goede expertise omheen organiseren. Er moet dus niet alleen naar het kind worden gekeken. Als er geweld in het gezin is, kan dat soms ook naar buiten komen doordat er geweld is tegen vrouwen of er verslavingsproblematieken zijn. Hiermee willen we voorkomen dat een kind uiteindelijk bij de Raad voor de Kinderbescherming terechtkomt, terwijl we dat met eerdere interventies misschien hadden kunnen voorkomen, en willen we bereiken dat er in de hele keten beter wordt samengewerkt.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ja, beter samengewerkt en dus ook verantwoordelijkheid genomen. Ik denk dat het daarom gaat. Heel kort: het biedt enorme kansen dat we nu weer een minister van Jeugd hebben, juist om de zorgen op al die verschillende terreinen serieus te nemen. We gaan laten zien dat het beter kan.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Meetelen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
De minister hoort vandaag dat het zicht ontbreekt, terwijl de inspecties al jaren spreken over een crisis in de jeugdbeschermingsketen. Is de minister bereid te erkennen dat dit niet alleen een uitvoeringsprobleem is, maar ook een kennisprobleem van de overheid zelf? We beschermen kinderen onvoldoende en we meten onvoldoende wat hun overkomt.
Minister Sterk:
Ik deel de oprechte zorgen van mevrouw Van Meetelen. Het is ontzettend belangrijk dat wij goed in beeld hebben wat er speelt, maar vooral ook hoe we kunnen zorgen dat kinderen uiteindelijk toch in een veilige omgeving kunnen opgroeien. Daarom doen we nu dat onderzoek naar wat werkt. Daarom volgen we die gezinnen. Ieder kind dat opgroeit in een gezin waar geweld is, is er gewoon een te veel. Daar werken we heel hard aan. Dat doe ik niet alleen; dat doe ik met de gemeentes, de jeugdzorgorganisaties, maar ook met organisaties als Veilig Thuis. Daar wordt dus echt alle inzet op gepleegd.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik heb een vraag aan de minister over het besluit van de inspectie om het verscherpt toezicht bij Enver te stoppen. Dat is een jeugdorganisatie die betrokken was bij het Vlaardings pleegmeisje, maar ook bij talloze andere pleeggezinnen en pleegkinderen. Ik ben benieuwd wat de minister ervan vindt dat dit verscherpt toezicht stopt, terwijl de veiligheid nog lang niet op orde is. Is zij bereid om via haar aanwijzingsbevoegdheid in te grijpen in dit besluit?
Minister Sterk:
Het toeval wil dat ik vanmiddag met de inspecteur-generaal spreek. Het lijkt mij goed dat ik deze casus daarbij inbreng en met haar bespreek. Ik ken deze inhoud niet, maar het lijkt me goed dat ik me daarover goed laat informeren door haar.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik zou de minister het volgende willen vragen. Ze geeft namelijk aan dat er wel degelijk onderzoeken gedaan worden, maar daarbij gaat het met name over de kinderen waarbij al is vastgesteld dat er misstanden zijn. Het gaat er hier juist om dat de groep waarbij daadwerkelijk iets speelt, buiten beeld is. Hoe kan zij dan de effectiviteit van het gevoerde beleid meten? We hebben vorige week met haar collega-minister een debat gehad over de ggz. Daarbij werd de bal eigenlijk een beetje gespeeld in de richting van Onderwijs, in die zin dat daar de verantwoordelijkheid ligt, onder andere via het programma STORM. Wat ons betreft moet VWS hierin echt de lead nemen, of het nu gaat om mentale problemen of om kinderen die in een kwetsbare situatie opgroeien. Is ze het dus eens … Hoe gaat zij de effectiviteit van haar beleid meten als ze niet weet hoe groot die daadwerkelijke groep is?
Minister Sterk:
De effectiviteit van het beleid gaan we juist meten door het volgen van de gezinnen waarvan we weten dat er sprake is van geweld en waar hulp en ondersteuning wordt geboden. Daarbij gaan we dus heel goed volgen of het werkt wat we doen. Doen we de goede interventies? Werken we daar goed in samen? Het andere dat u stelt is natuurlijk precies het probleem: als het niet gemeld wordt en als kinderen niet vertellen wat er is, kun je het ook niet weten. Je moet dus de bereidheid vergroten om te melden, om plekken te organiseren en om er gesprekken over te kunnen voeren. Daar heb ik volgens mij net in antwoord op Kamerlid Synhaeve al het nodige over gezegd. Ik ben het daar dus zeer mee eens. Daar moeten we heel hard aan werken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Toen ik cao-onderhandelaar was van de kinderopvang was vroegsignalering van kindermishandeling een van de dingen waarvan we zeiden: daar moet meer op geschoold worden. Dat kan ik me ook voorstellen bij de lerarenopleiding. Ziet de minister daarin nog een rol voor zichzelf weggelegd?
Minister Sterk:
Ik ben niet de minister van Onderwijs, dus ik zie daarin niet een directe rol voor mij weggelegd. Ik ben wel bereid om dit in ieder geval op te nemen in de gesprekken die we natuurlijk ook voeren met de andere departementen. Nogmaals, dit is niet een probleem dat alleen deze minister kan oplossen; dit vraagt iets van heel mensen. Kinderen bevinden zich namelijk in heel veel domeinen: school, werk, de sportschool en de sportvereniging. Ik zal dit meenemen in de gesprekken die ik met haar voer.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Het antwoord van de minister triggerde mij toch wel enorm. Vanmiddag is daarover een gesprek. Daarmee weet ik echter nog helemaal niets over de aanwijzende bevoegdheid die de minister heeft en kan inzetten omdat blijkt dat Enver helemaal nog niet voldoet aan van alles en nog wat. Enver voldoet aan het minimale om in ieder geval onder het inspectietoezicht uit te komen. Ik zou aan deze minister willen vragen of zij voor eind volgende week voor de Kamer een brief kan opstellen met de uitkomsten van dat gesprek en de consequenties voor Enver, temeer omdat wij in deze Kamer al meerdere debatten over onder anderen het Vlaardings pleegmeisje hebben gevoerd.
Minister Sterk:
Volgens mij hebben wij in mei een commissiedebat over deze thema's. Het lijkt mij goed dat ik in ieder geval zorg dat u daarvoor geïnformeerd bent, zodat we daar dan verder over kunnen spreken. Dat geeft mij ook de gelegenheid om me hier wat verder in te verdiepen. Ik vind namelijk dat ik daar inderdaad mijn rol in moet pakken. Ik informeer uw Kamer daarover.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van deze vragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-57-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.