4 Vragenuur

Vragenuur

Vragen Boomsma

Vragen van het lid Boomsma aan de minister van Asiel en Migratie over het bericht "Fraude met kind-erkenning levert vreemdelingen verblijfsvergunning op: ongrijpbaar web van 'nepvaders'".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Boomsma voor zijn vragen namens de fractie van JA21 aan de minister van Asiel en Migratie, die ik ook van harte welkom heet in de Kamer. Het woord is aan de heer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):

Dank, voorzitter. In Nederland wordt massaal gefraudeerd met kind-erkenningen, zo meldde De Telegraaf vanochtend. Mannen melden zich vaak tegen betaling aan als vader van een kind van wie ze niet de biologische vader zijn, met wie ze geen enkele band hebben, dat ze nauwelijks kennen en dat ze soms zelfs nooit hebben gezien. Dit doen ze alleen zodat het kind en de moeder dan een verblijfsvergunning in Nederland kunnen krijgen. Via zo'n web van nepvaders zijn sinds 2017 mogelijk maar liefst 20.000 mensen naar Nederland gekomen — 20.000 via deze route! In 2024 bleek al dat één man maar liefst 25 kinderen had erkend van 17 vrouwen. Het is onbegrijpelijk dat wij dit laten gebeuren.

Voorzitter. Dat hiermee wordt gefraudeerd, is al bekend, met name sinds het Chavezarrest. We hebben al eerder een rapport van de IND gezien en er zijn al vragen over gesteld vanuit deze Kamer door de heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski. Maar het wordt dus elk jaar erger. Nog steeds is het blijkbaar kinderlijk eenvoudig: je meldt je bij het gemeenteloket, overhandigt een paar documenten, geeft een verklaring en hoppa. Zelfs als gemeenteambtenaren het niet vertrouwen en aan de bel trekken, blijkt het door jurisprudentie vrijwel onmogelijk geworden om er iets aan te doen. De bewijslast om het af te wijzen moet namelijk extreem hoog zijn. Dat stelt ook de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Het gevolg is dat ambtenaren van de burgerlijke stand maar gewoon akkoord gaan omdat ze denken dat het toch geen zin heeft omdat ze anders toch worden teruggefloten bij de rechter.

Voorzitter. Dit is een van de talloze manieren waarop ons asielsysteem wordt misbruikt. Jaar in, jaar uit blijft dit doorgaan. Dat moet gewoon stoppen. Je mag niet toelaten dat mensen hiermee weg blijven komen. Daarom de volgende vragen. Wanneer gaat dit kabinet eindelijk actie ondernemen om dit te stoppen? Kan de minister ervoor zorgen dat de bewijslast wordt omgedraaid, zodat ambtenaren die fraude vermoeden daarnaar kunnen handelen? Kan de minister toezeggen dat hij z.s.m. maatregelen neemt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van den Brink:

Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de heer Boomsma voor zijn vragen. Ik deel de emotie, de verontwaardiging en de woorden die hij hierover gebruikt. Het is misbruik van ons systeem, en dat op een schaal die we onacceptabel vinden. We weten dat er zo'n 20.000 erkenningen per jaar worden gedaan. Dat zijn gewoon de erkenningen die we allemaal ook uit onze eigen omgeving zouden kunnen kennen. Maar mogelijk zijn daarvan honderden per jaar frauduleus. Het vorige kabinet is hierop gewezen en ermee aan de slag gegaan. Ook nu al kan een gemeenteambtenaar in beginsel bij de signalen van fraude een schijnerkenning weigeren. Ook kan die nietig worden verklaard.

De heer Boomsma noemt ook al de problemen die we daarmee zien. Daarom heeft het huidige kabinet in het coalitieakkoord afspraken gemaakt om daarbovenop meer te doen dan we tot nu toe van plan waren. In het coalitieakkoord is opgenomen dat erkenning van buitenlandse kinderen straks alleen nog bij een aantal gemeenten met relevante kennis en expertise mogelijk is en dat de schijnerkenners strafrechtelijk zullen worden vervolgd. Daarmee gaan we dus volop aan de slag. Die maatregelen worden op dit moment uitgewerkt. Ik verwacht begin april uw Kamer te informeren over hoe we daarmee aan de slag gaan.

Dat komt boven op wat we al van plan waren. Er zijn een aantal dingen die we nu al in gang hebben gezet. De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken zet samen met de IND in op het vergroten van de kennis en expertise van gemeenteambtenaren. We moeten ons namelijk wel realiseren dat dit gaat over mensen die bij een loket van een gemeente komen en dan een erkenning doen, dus van de mensen die daar werken vergt het op alle niveaus bij alle gemeenten een soort expertise en kennis om dit te kunnen herkennen en daarop in te grijpen. Daarom komt er een expertiseteam van de IND, waar gemeentes contact mee kunnen opnemen voor ondersteuning bij het herkennen van de signalen van schijnerkenning.

Wanneer die erkenning eenmaal tot stand is gekomen en aan de voorwaarden is voldaan, kan de IND niets anders dan overgaan tot het verlenen van een verblijfsrecht. Daarom zet ik ook in op maatregelen om die erkenning weer nietig te verklaren. Als ik die namelijk door de IND nietig heb laten verklaren, kan ook het verblijfsrecht worden ingenomen en kan er gewerkt worden aan terugkeer en uitzetting. Samen met de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, de IND en het OM wordt uitgewerkt hoe dit sneller, eenvoudiger en vaker kan gebeuren. We zetten dus alles op alles om de sluitende aanpak van schijnerkenning op poten te zetten. Het is goed dat u hier nogmaals aan refereert, want het kan ook de urgentie onderstrepen die we hiervoor nodig hebben.

Dank u wel.

De heer Boomsma (JA21):

Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik ben blij dat er een plan van aanpak komt. Ik begrijp dat dat begin april komt. Maar goed, een plan op papier is natuurlijk niet voldoende. We moeten nu echt resultaten gaan boeken. Ik begreep dat er in België aparte wetgeving is ontwikkeld om deze vorm van fraude strafbaar te stellen. Heeft het kabinet gekeken of zulke wetgeving ook in Nederland kan worden doorgevoerd? De minister gaf aan dat hij wil dat het leidt tot vervolging, maar moet daarvoor een wetswijziging komen?

Ik ben ook blij dat de minister aangaf dat men ook gaat terugkijken en gaat kijken hoeveel nepvaders er alsnog kunnen worden vervolgd. Begrijp ik dat inderdaad goed? Hoeveel gevallen worden er dan opnieuw onderzocht? Kan de overheid dan ook de kosten verhalen? Ik begrijp namelijk dat veel moeders met kinderen vaak op kosten van de samenleving in een noodopvang terechtkomen. Wordt dan ook onderzocht of die nepouders zich inderdaad niet houden aan de onderhoudsplicht? Zijn er op dit moment überhaupt al zaken bekend waarbij het vermoeden van een schijnerkenning achteraf tot beëindiging van de verblijfsvergunning heeft geleid? Als dat niet is gebeurd, wat gaat de minister dan concreet doen om dat daadwerkelijk zover te krijgen?

Zoals ik net al aangaf, is het nu dus zo dat zonder een wetswijziging de burger alleen maar hoeft te stellen dat hij ouder voor het kind wil zijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet vervolgens bewijzen dat dat niet klopt. De bewijslast moet dus worden omgedraaid, maar volgens mij vergt dat een wetswijziging. Wordt die wetswijziging dan ook voorbereid? En, zo ja, wanneer wordt die dan voorgelegd aan de Kamer?

Minister Van den Brink:

U noemt nog een aantal nieuwe punten. Dat geeft aan dat we met elkaar alle creativiteit nodig hebben om dit aan te pakken. Het is heel goed dat u hier een aantal voorstellen doet. Ik zal er een aantal gelijk toezeggen. U vraagt om een strafbaarstelling waar wij ook op zien met dit kabinet om daar een wetswijziging voor in te dienen, zodat die strafbaarstelling er ook komt. We hebben gezien dat dat in België al wordt gedaan, dus waarom zouden we dat in Nederland niet ook kunnen? Het is namelijk echt misbruik op vele fronten. Dat misbruik hebben we ook al gezien in het verleden. We hebben in het verleden Kamervragen van de heer Van Dijk beantwoord door het vorige kabinet over een man die wel zo'n 25 erkenningen op zijn naam had staan. Ik weet dat daarover een zaak loopt, dus er is aangifte gedaan. Dat is een aangifte van mensenhandel geworden, want dit gaat op zo'n grote schaal dat het om mensenhandel gaat. Die zaak loopt op dit moment, dus ik kan daar geen uitspraken over doen. Mocht die zaak voorkomen, dan zal ik de Kamer daarover informeren.

Ik ga het kostenverhaal even mee terugnemen, want ik weet niet precies hoe dat zit. Dat is een kostenverhaal dat je moet herleiden op de degene die er aanspraak op heeft gemaakt, op het moment dat we ook al bezig zijn om diegene uit te zetten. Dat voegt wel wat complexiteit toe. Het omdraaien van de bewijslast wil ik zeker meenemen in het onderzoek en in het plan van aanpak dat wij u begin april zullen toesturen.

De heer Boomsma (JA21):

Dank aan de minister. Ik ben heel blij dat hij dit zo serieus oppakt. Ik hoop dat we dan nu ook heel snel de stappen kunnen zetten die nodig zijn om hier een einde aan te maken. Ik zie uit naar het plan van aanpak en de brief waarin hij op die andere routes en opties ingaat.

Tot slot nog de vraag of er nog andere dingen zijn die wij kunnen leren van andere landen in de EU. Die hadden immers ook te maken met dat Chavezarrest. Hoe zijn die hiermee omgegaan?

Minister Van den Brink:

De internationale vergelijking doe ik hier nu ter plekke niet even uit mijn hoofd, maar ook daarin zie ik een opgave waaraan wij waar mogelijk een invulling zullen geven als wij uw Kamer informeren.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat deze vorm van massale fraude al jarenlang aan de gang is en dat er tot nu toe helemaal niets aan gedaan is. Ik hoor dat de minister nu maatregelen gaat nemen. Dat is goed, maar wat gaat hij doen met alle vergunningen die in het verleden zijn verleend? Jarenlang zijn er verblijfsvergunningen verleend waarbij mogelijk gefraudeerd is. Is de minister bereid om grondig onderzoek in te voeren naar al die verleende verblijfsvergunningen en om als er sprake is van fraude die verblijfsvergunningen in te trekken of als er al een Nederlandse nationaliteit is gegeven, die af te pakken.

Minister Van den Brink:

Het is heel goed dat mevrouw Vondeling dit vraagt. Boven op wat het vorige kabinet heeft gedaan, neemt dit kabinet een aantal maatregelen die in het vorige kabinet nog niet overwogen zijn. We gaan dus strafrechtelijke vervolging mogelijk maken. Wij gaan het aantal gemeentes dat hiervoor beschikbaar is, beperken. Dat zijn de maatregelen die dit kabinet neemt. Daarbovenop zullen we zeker bij aangifte en bij bewijs dat er sprake is van schijnerkenning de verblijfsvergunning intrekken. Dat is niet gelimiteerd in de tijd. Dus ook als het op een later moment kenbaar wordt of uit onderzoek blijkt, kunnen we de verblijfsvergunning intrekken. Daarmee vervalt dus ook het recht op verblijf en kunnen mensen uitgezet worden.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik deel met de vraagsteller, de heer Boomsma, dat het ontzettend frustrerend is dat we zo lang moeten wachten op de aanpak van een vorm van misbruik die al zo lang bekend is, terwijl omliggende landen, zoals Duitsland en België, allang maatregelen genomen hebben. Geeft dat niet een ontzettende aanzuigende werking? Kan de minister daar iets over zeggen? Had dat ook niet de aanleiding moeten zijn om dit met veel meer spoed op te pakken?

Minister Van den Brink:

In het vreemdelingenrecht zien we natuurlijk vaker dat er sprake is van misbruik en van mensen die op zoek zijn naar de gaten in de wet. Tegelijkertijd hebben we hierbij natuurlijk te maken met een erkenning van, vaak, het vaderschap die natuurlijk op heel veel manier plaatsvindt in onze samenleving, ook buiten de groep die echt gebruikmaakt van schijnerkenning. Die mensen wil je natuurlijk ook niet allemaal extra belasten met allerlei maatregelen die op zichzelf gezien niet echt proportioneel zouden zijn. We zoeken dus naar de meest effectieve manier om schijnerkenning aan te pakken en dat is aan de bron. We proberen bij de gemeenten de expertise op te bouwen. De gevolgen zie je namelijk in de "vreemdelingenketen", zoals ze dat dan noemen, of in de asielketen, waardoor mensen het verblijfsrecht verkrijgen. Maar op het moment dat we de erkenning hebben ingetrokken, gaan we het zeker terugdraaien.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Het aanpakken van de schijnerkenners, en zo hard mogelijk, steunen we van harte. Wat ons betreft laten we ze ook opdraaien voor die opvangkosten. Ik wil nog de vinger bij de wond leggen — dit gaat om een andere groep, waar het soms te weinig over gaat — namelijk het belang van het kind.

Minister Van den Brink:

Zeker.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Hoe is dat belang in die erkenning geborgd en behoeft dat ook nog verbetering?

Minister Van den Brink:

Even uit mijn hoofd. Het belang van het kind in de zin dat het daar echt bij betrokken wordt, ligt natuurlijk echt op een hogere leeftijd. Dus bij lagere leeftijd is daar geen sprake van. Dan is alleen de moeder betrokken en is er de erkenning van, in dit geval, de vader. Maar het is natuurlijk wel schrijnend als daar gevolgen aan zitten, want als die erkenning vervalt, heeft dat natuurlijk ook direct effect voor het kind. In soort gevallen is het kind vaak echt de dupe van het misbruik door ouders, waaraan mensen medewerking verlenen. Dat zal dus zeker ook een onderdeel zijn van de aanpak, in de zin dat als er gewerkt moet worden aan terugkeer, dat op een manier gaat die zo veel mogelijk rekening houdt met het belang van het kind.

Mevrouw Straatman (CDA):

Mijn vraag gaat over de veelerkenners. Zoals de minister zei, zijn er individuele gevallen waarin iemand al tientallen kinderen heeft erkend. Ziet de minister ook dat er problemen zijn met de informatiedeling, waardoor die informatie onvoldoende terechtkomt bij individuele ambtenaren, zodat zij daar niet eerder op kunnen acteren?

Minister Van den Brink:

Dat is precies de vraag die ik ook stelde toen ik over deze zaak las. De Gemeentelijke Basisadministratie is daar niet aan gekoppeld. Het erkennen van iemand gebeurt echt op het individuele niveau in een gemeente, maar de gevolgen daarvan zien we wel bij de IND. Als de IND een erkenning binnenkrijgt die leidt tot een verblijfsrechtelijke aanspraak, zien ze natuurlijk wel of die persoon dat al meerdere keren heeft gedaan. Om die reden heeft de IND in het verleden dus ook aan de bel getrokken. Daarom is er bij een groot aantal meldingen van erkenning nu ook een zaak gestart over mensenhandel. Dat is een zwaar delict en het is heel goed dat daar op dit moment onderzoek naar wordt gedaan door het OM.

De heer Ellian (VVD):

Er ontgaat mij toch iets. Het Openbaar Ministerie kan vernietiging van de erkenning vorderen op basis van het tweede lid van artikel 205 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Valsheid in geschrifte is strafbaar, op basis van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Ik snap dus niet waarom er zo weinig voortgang is geboekt, terwijl de wet wel degelijk mogelijkheden biedt. En wat ik helemaal niet begrijp, is het volgende. Tussen 2017 en 2024 waren er 400 signalen van valse erkenning. Nu zijn het er volgens De Telegraaf 800. Dat is een verdubbeling in een jaar tijd. Wat heeft de minister of wat heeft het kabinet dan gemist?

Minister Van den Brink:

In het vorige kabinet is erop gewezen. Het vorige kabinet is gestart met een aantal maatregelen, maar was ook nog aan het onderzoeken hoe het die vorm en inhoud ging geven. Deze coalitiepartijen hebben niet meer willen wachten op de maatregelen die getroffen moesten worden en hebben dit kabinet en daarmee mij als minister de opdracht gegeven om de maatregelen te treffen die ik net heb genoemd. Die gaan we dus treffen. Ik zal in de brief die ik in april zal sturen, zo goed mogelijk inzichtelijk proberen te maken over welke cijfers we het hebben. De heer Ellian heeft helemaal gelijk dat het nu, op basis van de wet, al wel degelijk mogelijk is om een erkenning in te trekken. Er zijn overigens wel — dat zei de heer Boomsma terecht — een aantal gemeenten met hun neus tegen de deur gelopen, dus we zullen gemeenten ook moeten helpen om het makkelijker en beter voor elkaar te krijgen, om ervoor te zorgen dat hier een einde aan komt.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording en ik schors de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.04 uur geschorst.

Naar boven