2 Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Ergin

Vragen van het lid Ergin aan de staatssecretaris van Financiën, bij afwezigheid van de minister van Financiën, over het bericht "Dieselprijs richting record, 'gaat ons allemaal pijn doen'".

De voorzitter:

Aan de orde is het vragenuur. Als eerste geef ik het woord aan de heer Ergin voor zijn vragen aan de staatssecretaris van Financiën namens de fractie van DENK. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in ons midden. Het woord is aan de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank je wel. Het leven in Nederland is in de afgelopen jaren duurder geworden. De prijzen lopen uit de klauwen en mensen hebben moeite om aan het einde van de maand alle rekeningen te betalen. Brandstof is in Nederland al jarenlang peperduur. Zeker als we het vergelijken met buurlanden, betalen mensen aan de pomp echt de hoofdprijs. We weten dat die prijsstijging sinds de illegale oorlog van Trump en Netanyahu gigantisch is toegenomen. Iedereen heeft dat in de afgelopen dagen gemerkt. Inmiddels kost een liter benzine gemiddeld €2,45 en een liter diesel €2,52. Als de regering niet ingrijpt, als we hier niks aan doen, gaan mensen binnenkort €3 betalen per liter brandstof. €3 per liter! Gekker moet het niet worden.

Het gaat nu over de prijs die mensen aan de pomp betalen, maar we weten hoe dat werkt: dat gaat binnenkort in de hele keten doorwerken. We gaan dat merken bij de boodschappen. Mensen gaan dat merken bij de pizzakoerier. Mensen gaan dat merken bij de bakker om de hoek. Mensen gaan dat merken bij het pakketje dat wordt thuisbezorgd. We weten nu al dat dat uiteindelijk een enorme impact gaat hebben op de koopkracht in Nederland. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: gaat het kabinet ingrijpen in deze torenhoge prijzen? Wat gaat het kabinet doen? De accijnzen zijn nu torenhoog en vormen, als je alle belastingen bij elkaar optelt, 70% van de literprijs. Gaat de staatssecretaris daarop ingrijpen?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de steller van de vragen. Allereerst is het goed om te memoreren dat ook deze vragen uiteindelijk hun oorsprong vinden in een verschrikkelijke situatie in het Midden-Oosten. Dat wil ik hier ook gezegd hebben.

Dan naar de pomp, want dat veel mensen in het land die nu staan te tanken, schrikken van de prijs en van het effect dat dat heeft op hun leven, is iets wat het kabinet onderkent en ziet. Je zal maar afhankelijk zijn van die auto, in sommige gevallen van een oude diesel, voor je werk of voor het bezoeken van je naasten. Dat willen we zeker niet aan de kant schuiven. We snappen die zorgen. Tegelijkertijd is de vraag: waar kijken we naar? Kijken we naar een piek in de prijs of kijken we naar een structurele prijsverhoging? We gaan dat heel erg goed monitoren. We zijn dat aan het monitoren. Maar het kabinet is niet blind voor de mogelijke gevolgen. Daarom bereiden we ons voor. U heeft een debat staan over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Het kabinet was al voornemens om u voor dat debat een brief te sturen over die economische gevolgen. Wij zullen in die brief ook nadrukkelijk ingaan op de koopkrachteffecten. Dat is natuurlijk iets breder dan wat er bij de pomp gebeurt. Ook de vraagsteller refereert daaraan. Maar in die brief zullen wij ook schetsen wat de impact zou kunnen zijn op de koopkracht, afhankelijk van hoe de situatie zich de komende tijd gaat ontwikkelen, en welke maatregelen er dan te overwegen zijn. Die brief kunt u tegemoetzien, zodat u daar tijdig het debat over kunt voeren. Ik heb begrepen dat uw Kamer dat debat ook snel wenst te voeren. Daar zullen we als kabinet aan meewerken.

De heer Ergin (DENK):

Eigenlijk hebben Nederlanders die zich rot zijn geschrokken van de prijzen en weten dat het de komende dagen, de komende periode, steeds duurder gaat worden, niks aan dit antwoord. Dit antwoord gaat over het monitoren van de ontwikkelingen. Dat doen we altijd. We monitoren altijd ontwikkelingen in dit land. Waar het hier om gaat, is het volgende. Ja, van de laatste gigantische prijsstijging is de illegale oorlog die door Trump en Netanyahu in Iran is begonnen natuurlijk de aanleiding. Maar eigenlijk is de staatssecretaris de echte aanleiding. De politieke keuzes die hier gemaakt worden zijn de echte aanleiding, want al jaren vormen accijns en belasting 70% van de kosten van een liter benzine en diesel. De staatssecretaris kan de oplossing buiten het kabinet plaatsen, maar het kabinet is aan zet om met een oplossing te komen. Daarom stel ik eigenlijk nogmaals de vraag. Nederlanders hebben niks aan dit antwoord. Wat gaat dit kabinet concreet doen om de pijn die mensen letterlijk voelen als ze aan het tanken zijn, te verlichten?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik zei het net al: zowel het kabinet als ik zien wat mensen merken aan de pomp. Dat betekent dat het ook mijn verantwoordelijkheid is om, samen met het kabinet, daar serieus naar te kijken. Dat betekent scenario's voorbereiden en huiswerk maken. En ja, dat doen we ook vanuit de verantwoordelijkheid om te kijken of we nou naar een piek in de huidige prijsontwikkeling kijken of naar een structurele prijsontwikkeling. Als die structureel is, dan vindt het kabinet ook dat we moeten handelen en dat moet ook snel kunnen. Daarom komt er in die brief, waar ik net aan refereerde — dat is echt de verantwoordelijkheid van het kabinet — een overzicht van maatregelen die je met elkaar kunt nemen die bijdragen aan het beheersbaar houden van de koopkracht.

De heer Ergin (DENK):

Een brief! Een brief is toch niet de oplossing? Als de staatssecretaris zo gevoelig is voor de stijgende prijzen, als de staatssecretaris er daadwerkelijk werk van wil maken en als de staatssecretaris er serieus werk van wil maken, dan kan de staatssecretaris toch nu hier in dit debat waar alle collega's aanwezig zijn, aangeven: ja, dit gaat hoe dan ook effect hebben op de koopkrachtplaatjes en wij gaan als kabinet mensen compenseren en het niet toestaan dat mensen zich blauw betalen bij de pomp; wat het effect ook is, we gaan het compenseren? Wat belet de staatssecretaris om dat hier in dit debat te zeggen?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik vrees dat het mijn werk en misschien zelfs ook een beetje mijn lot is om de zorgen van de mensen, waar ik nogmaals niks aan af wil doen, te verbinden met hoe we het hier met elkaar besluiten. Die verbinding betekent dat we ons moeten voorbereiden, dat we scenario's moeten maken en dat die ook alleen zinvol zijn op het moment dat wij naar een structurele situatie kijken. U zou het ook niet goed vinden als het kabinet met u in gesprek kwam over maatregelen die achteraf niet nodig zouden zijn gebleken. We doen het dus alleen als het nodig is. De voorbereiding van de scenario's vergt ook even denkwerk. Het kabinet wil die buitengewoon snel aan u doen toekomen, ook omdat ik heb begrepen dat uw Kamer dit debat snel wenst te voeren.

De heer Ergin (DENK):

Tot slot. Nederlanders betalen al jaren de piek als het gaat om brandstof. Al jaren is Nederland bijna het duurste land van Europa. De oplossing ligt dus niet in het monitoren of in het onderzoeken, maar de oplossing ligt in het aanpassen van de accijnzen, want die vormen 70% van de literprijs. Ik verzoek de staatssecretaris, de regering, nogmaals om hier werk van te maken. Stel het niet uit. Schuif het niet naar voren. Neem een besluit en zorg ervoor dat mensen gewoon fatsoenlijk het bedrag aan de pomp kunnen betalen.

Staatssecretaris Eerenberg:

We hebben vandaag ook weer even zitten rekenen met de accijnzen op diesel. Die vormen nu 42% van de dieselprijs. Dat neemt niet weg dat het effect heeft op mensen als zij staan te tanken en zien dat het €0,50 per liter duurder is dan voor de oorlog in het Midden-Oosten. Dat neemt ook niet weg dat we ons moeten voorbereiden op scenario's hoe daarmee om te gaan. Dat gaan we nu doen. Dat gaan we in kaart brengen, zodat we juist ook met uw Kamer in gesprek kunnen komen over wat we te doen hebben. Maar we doen dat alleen als er ook noodzaak is, want we gaan geen maatregelen nemen op het moment dat het niet nodig blijkt te zijn.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Staatssecretaris, het is wél nodig. Het is wél nodig, want de mensen kunnen het allemaal niet meer betalen. Ik sta hier tegenover een staatssecretaris die inhalig is en zich ten onrechte verrijkt over de ruggen van de Nederlanders. De accijnzen moeten nu omlaag. De btw ook, maar die daalt ook mee als je de accijnzen verlaagt. U hoeft daar niet over te rekenen. U hoeft geen brieven te sturen. De accijnzen moeten nu omlaag. Doet de staatssecretaris dat niet, dan hebben we hier een soort omgekeerde Robin Hood: hij pakt van de mensen af en geeft het alleen aan zichzelf terug. Doe dat niet, staatssecretaris. Ik verzoek u vriendelijk: doe vandaag nog die accijnzen, en daardoor ook de btw, naar beneden, zodat de mensen wat lucht krijgen de komende week.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik begrijp goed dat velen van u hier zullen zeggen: het is een noodzaak; het moet snel. Ik zeg daar tegenover dat we het echt goed moeten bekijken. We zien dat de situatie alweer iets stabiliseert na de uitspraken van Trump. Als er een beetje stabilisatie is, dan zullen maatregelen minder hard nodig zijn. Dan mag u ook ervan uitgaan dat het kabinet geen dingen introduceert of maatregelen neemt die niet nodig blijken te zijn en die de schatkist uiteindelijk onterecht geld zouden kosten, want daar doe ik dit eigenlijk voor. Dat is één. Twee. Als het wél nodig blijkt te zijn, dan hebben we echt wat huiswerk te maken, want dan moet de Kamer de goede besluiten kunnen nemen. Laat ik u dit zeggen: ik begrijp uw ongemak. Ik begrijp dat u een beetje zegt: kom op, aan de slag! Het kabinet is voornemens om die brief rond het weekend aan u te versturen. Dat is toch relatief snel?

De heer Hoogeveen (JA21):

We kennen dit kabinet als een kabinet dat het liefste zegt: we kunnen een euro maar één keer uitgeven, dus als er niet genoeg binnenkomt, kunnen we ook geen geld uitgeven. Op zich is dat goed. Als de prijzen zo stijgen, dan zullen ook de btw-inkomsten enorm stijgen. Is de staatssecretaris bereid om in zijn brief en in zijn overwegingen mee te nemen dat hij de stijging van de inkomsten van de btw die boven de ramingen zit, door laat werken naar het mitigeren van de accijnzen om daarmee uiteindelijk de prijsstijgingen te dempen?

Staatssecretaris Eerenberg:

U bent al bij de dekking aanbeland, meneer Hoogeveen. Hartstikke goed! Ik zeg hier eigenlijk hetzelfde op, namelijk dat we de komende dagen even moeten kijken hoe de situatie is. Stabiliseert die zich, ja of nee? Op basis van die situatie moeten we in de brief die ik u net noemde, maatregelen schetsen. En, ja, bij maatregelen zullen ook dekkingsmaatregelen horen. U suggereert er nu een. Die zou onderdeel van die brief kunnen zijn, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Dan wil ik de staatssecretaris er toch op wijzen dat er ook wel enige haast bij geboden is. We zien dat de prijzen omhooggaan bij een crisis. Dat gebeurde destijds ook bij de invasie van Rusland in Oekraïne. Uiteindelijk werden de boodschappen duurder. Later zijn de prijzen ook niet meer gedaald. Ik denk dat het belangrijk is om de brandstofprijzen meteen te mitigeren om de stijgingen te dempen en ook om ervoor te zorgen dat het een dempend effect heeft op inflatie. Hoe reflecteert de staatssecretaris daarop?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik ben blij met deze interruptie. Eigenlijk zegt u namelijk dat het over bredere koopkrachteffecten gaat dan alleen over wat er aan de pomp gebeurt. Dit wordt precies de inslag in die brief. Het zal een beetje grof moeten, omdat dit weekend ook nog maar een paar dagen van dit moment verwijderd is. Het gaat nadrukkelijk om het bredere koopkrachtplaatje en de inschatting die we daar nu van kunnen geven.

De voorzitter:

Staatssecretaris, u spreekt via de voorzitter.

Staatssecretaris Eerenberg:

Excuus.

De heer Vermeer (BBB):

De staatssecretaris zegt: als het structureel is, dan kunnen we snel handelen. Dat an sich is een contradictio in terminis. Dat kan gewoon niet, want het is pas structureel te constateren als je al een poos verder bent. Snel handelen als het structureel is, kan gewoon niet. Ik vind dus dat de staatssecretaris dat niet aan de mensen moet voorhouden. Kan hij niet zeggen dat we gewoon een maximaal bedrag aan accijns en btw binnen gaan halen, bijvoorbeeld op benzine? Dan maakt het niet meer uit wat Trump wel of niet doet. Dan weten de mensen gewoon waar ze aan toe zijn, welke omstandigheid er ook plaats gaat vinden, want morgen zit er weer ergens een container of een tanker vast en is er weer wat anders aan de hand.

Staatssecretaris Eerenberg:

Het is interessant dat u inderdaad ook het pad opent ... U is de voorzitter; excuus, voorzitter. Het is interessant dat het pad wordt geopend naar een structurele oplossing, want die zit natuurlijk ook nog op twee andere punten. Die zit op leveringszekerheid. De minister van KGG is ook in Europees verband bezig om die te verbeteren. Het gaat bovendien om minder afhankelijkheid van deze energiebronnen. Als wij meer energie van eigen bodem weten te benutten, dan hebben we het probleem dat we nu zien, structureel veel beter in grip dan in het hier en nu. Alleen, als ik dat zeg — dat besef ik — dan zeg ik niks tegen de mensen die nu aan de pomp schrikken van de literprijs. Daarom verwijs ik naar het aangevraagde debat over de economische effecten van de nu ontstane situatie in het Midden-Oosten en naar de brief die rond dit weekend komt. Daar zullen maatregelen in staan, maar ja, die zullen we wel moeten afwegen tegen het beeld dat zich de komende dagen ontwikkelt.

De heer Vermeer (BBB):

Hier wordt weer een bestuurlijk rookgordijn opgeworpen door er in een keer leveringszekerheid van gas en allemaal andere dingen in mee te nemen. Dit gaat over de prijzen aan de pomp nú. Mensen kunnen niet betalen met een brief. Ze moeten betalen met euro's. Er is geen antwoord gekomen op de vraag, dus ik stel hem nogmaals. Kan de staatssecretaris niet gewoon met een regeling komen waarin staat: per direct is er maximaal zo veel accijns en btw en anders passen wij dat gewoon aan op dat moment? Het kwartje van Kok hebben we ook nog steeds niet terug, dus er is haast bij.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik denk toch echt dat wij, gegeven de situatie, toch relatief snel maatregelen in kaart kunnen brengen als u een brief van het kabinet ontvangt rond dit weekend, wat doorwerken wordt. Die maatregelen zullen we moeten toetsen aan niet alleen de vraag of ze echt nodig zijn — dat heb ik nu een paar keer beargumenteerd — maar bijvoorbeeld ook de vraag of ze uitvoerbaar en effectief zijn en of ze wel de mensen helpen die ze het hardst nodig hebben; dat is het verhaal van JA21 over de gehele koopkracht, denk ik. Dat is wat het kabinet nu voorbereidt. Daar werken we keihard aan. U heeft bij mijn weten binnen enkele weken het debat over de effecten. Dan kunt u, met die brief in de hand, samen met het kabinet de besluiten nemen die u te besluiten heeft.

De heer Vlottes (PVV):

Ik hoor "een brief", "dit weekend" en "over een aantal weken", maar de mensen hebben nu hulp nodig. De mensen lopen nu leeg aan de pomp. De benzine en de diesel zijn onbetaalbaar door de accijnzen en de btw. De mensen zitten niet te wachten op een weekend met een brief. De accijnzen moeten nu naar beneden. De dekking kan prima gevonden worden in het Klimaatfonds; roof dat maar leeg, want dan kan de accijns naar beneden. Waarom deze onwil bij het kabinet? De accijnzen moeten nu naar beneden. De mensen moeten nu geholpen worden.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik onderken helemaal dat mensen die nu bij de pomp staan, nu schrikken van de prijs, zeker die van diesel. Tegelijkertijd is het ook onze verantwoordelijkheid om zorgvuldige besluitvorming met u voor te bereiden. Die zorgvuldigheid zit 'm erin dat wij ons afvragen: zijn de maatregelen die we nemen nodig? Maatregelen zullen namelijk ook snel in de papieren lopen; dat gaat ook om onze gezamenlijke schatkist. Dat is één. Ten tweede vragen wij ons af: zijn de maatregelen dan ook effectief om het probleem aan te pakken? Dat zit dan eerder in de hoek van de koopkracht en de effecten van de stijgende olieprijzen op de gehele koopkracht dan in de hoek van louter en alleen de huidige prijs aan de pomp. Ik weet dat ik, als ik dit zeg, niks zeg voor de mensen die vandaag en morgen schrikken bij de pomp; dat weet ik. Tegelijkertijd mogen diezelfde mensen van het kabinet verwachten dat wij aan zorgvuldige besluitvorming doen.

De heer Oosterhuis (D66):

Ik denk inderdaad dat heel veel mensen heel erg geschrokken zijn, vooral van de hele snelle prijsstijging aan de pomp in de afgelopen week. De situatie is ook erg onzeker. We weten niet hoe dit verder gaat: is het inderdaad een korte piek of blijft het langdurig onrustig en blijven de prijzen langdurig hoog? Ik zou het kabinet dus willen vragen om zich ook op dat meest ongunstige, meest zwarte scenario voor te bereiden, zodat er in ieder geval maatregelen liggen, mocht het toch een langdurig hoge prijs zijn. Ik vind het ook niet gek dat er ook naar de accijnzen wordt gekeken als het over de brandstofprijzen gaat. Tegelijkertijd zou ik het kabinet wel willen vragen om, als er naar maatregelen wordt gekeken, die vooral te richten op de mensen die ze het hardst nodig hebben: de mensen met de laagste inkomens.

Staatssecretaris Eerenberg:

Kortheidshalve zou ik kunnen zeggen dat ik het met beide elementen uit de interruptie eens ben. We moeten ons op alle scenario's voorbereiden, zowel scenario's die meevallen als scenario's die tegenvallen. Dat is precies wat het kabinet nu aan het doen is. Ik ben het verder zeer met u eens: we moeten ook leren van de maatregelen die we in de situatie rondom Oekraïne hebben genomen, dus als je een bepaalde groep wenst te helpen, dan moeten de maatregelen op die groep gericht zijn. Dat zei de vragensteller ook heel mooi.

De heer Russcher (FVD):

Ik denk inderdaad dat alle Nederlanders zich doodschrikken wanneer ze moeten afrekenen na het tanken, maar dat zij zich mogelijk ook doodschrikken aan het einde van de maand, wanneer zij hun reiskosten gaan declareren. Op dit moment is de maximale onbelaste reiskostenvergoeding namelijk €0,23 per kilometer. Er kan dus een scenario gaan ontstaan waarin mensen straks extra geld kwijt zijn voor een ritje naar hun werk, omdat de reiskostenvergoeding boven die €0,23 als loon belast gaat worden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij het als een optie overweegt om het te verhogen naar bijvoorbeeld €0,25 of €0,27. Als dat nu nog niet tot de opties behoort, wanneer dan wel?

Staatssecretaris Eerenberg:

Daarom denk ik dat het goed is dat we inderdaad met die brief werken, want dan kunnen juist dit soort creatieve suggesties van uw Kamer daarin landen. Ik zeg u dus toe dat we concreet op deze suggestie zullen reflecteren in de brief.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het is huilen bij de pomp voor mensen. Ze hebben de afgelopen dagen te zien gekregen dat de minister-president en de minister van Financiën zeiden: het is allemaal nog te vroeg. Ik vind dat u veel te laat bent. Veel te laat! Ik vraag me af wanneer u eindelijk eens een keertje op tijd bent. Dan kom ik bij mijn vraag over die brief. We doen dit vragenuurtje niet als een soort rituele dans waarin u komt met een brief en de rest zegt: schiet op, schiet op, schiet op.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Wat kan ik van die brief verwachten? Kom er een prijsplafond voor brandstof? Gaan de accijnzen naar beneden? Wat kan ik uit die brief verwachten?

Staatssecretaris Eerenberg:

Het flauwe antwoord, maar eerlijk gezegd ook een beetje waar, is dat als ik nu zou weten wat er in die brief zou staan, ik een ander antwoord had gegeven. Nogmaals, het kabinet kijkt langs twee lijnen. De eerste lijn sluit aan bij wat de minister-president en collega Heinen hebben gezegd: het moet wel echt nodig zijn. Wij moeten dus kijken hoe de ontwikkeling de komende dagen is. Als het nodig blijkt te zijn, is er een breed scala aan maatregelen die we zouden kunnen overwegen. Wij zijn ervoor verantwoordelijk dat die maatregelen betaalbaar zijn en terechtkomen bij de doelgroepen die ze het hardst nodig hebben, maar ze moeten ook uitvoerbaar zijn. Dat is precies het huiswerk dat het kabinet nu aan het maken is.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Hier zit wel het probleem. Tijdens de regeringsverklaring hebben we een kabinet gezien dat lage en middeninkomens volle bak een NAVO-taks laat betalen. We zien dat Trump een land binnenvalt, wat invloed heeft op de energie- en brandstofprijzen hier. In een week tijd zegt het kabinet dan: wij komen met een brief en met maatregelen. U kunt een maximumprijs invoeren, zoals België die heeft. U kunt de btw en de accijnzen verlagen. U kunt zoveel meer doen! U kunt ook zeggen: de olies, met hun dikke winsten, gaan we pakken. Die maken nú al dikke winsten; dat is nu al problematisch. Ik vind het echt niet te verkopen dat hier een staatssecretaris staat die weet dat dit speelt, die naar een vragenuur komt en, terwijl Nederlanders bij de pomp staan te huilen, niet verder komt dan: "Ik heb een brief." U kunt toch wel een típje van de sluier oplichten, staatssecretaris?

De voorzitter:

De staatssecretaris.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het kabinet heeft toch wel iet van een idee over wat er moet gebeuren?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik snap dit. Ik snap waar uw vraag vandaan komt. Ik snap ook wat mensen die bij de pomp staan en die de rekening betalen nu denken. Dat snap ik, maar ik vind dat diezelfde mensen ook van het kabinet mogen verwachten dat wij heel zorgvuldig kijken wat wij kunnen doen om hen te helpen. Dat begint nogmaals bij de vraag: is het echt nodig? Ik weet niet wat er de komende dagen gaat gebeuren. Dat weet volgens mij niemand in deze zaal. We willen niet op korte termijn dure maatregelen implementeren die achteraf niet nodig blijken te zijn geweest. Ten tweede — daar hebben we dus die brief voor nodig — moeten we de maatregelen nemen die landen bij precies die doelgroep waarvan u zegt dat die zich het meeste zorgen maakt.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik heb eerst een compliment en dan iets waarover ik eigenlijk meer verwacht van het kabinet. Allereerst is het heel verstandig om te zeggen: we moeten de situatie nu goed in de gaten houden. Wat gebeurt er nu precies in het Midden-Oosten? Iedereen die niet in het hoofd van Donald Trump kan kijken, zou graag willen horen wat er gaat gebeuren. We weten het niet en we weten dus ook niet wat het effect is op de economie. Maar een brief met een opsomming van de maatregelen die zouden kunnen? Die weten we wel. Het geheugen van het parlement en ook van het kabinet is vaak kort, maar in 2022 hebben we eenzelfde situatie aan de hand gehad. Alle opties lagen toen op tafel. Dat rijtje met opties is er dus wel. De vraag is welke maatregelen het kabinet gaat voorbereiden. Komt dat in de brief te staan?

Staatssecretaris Eerenberg:

Als het deze week nodig blijkt te zijn — áls dat zo is — dan kunt u van het kabinet verwachten dat er in de brief ook een doorkijk wordt gegeven naar wat er dan te doen is. Ik denk dat het geheugen van het kabinet het dit weekend nog wel vol gaat houden.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dit is iets te makkelijk. Ik begrijp heel goed dat je niet nu iets gaat aankondigen. Ik vind ook dat er niet alleen naar de accijnzen moet worden gekeken, maar ook naar de boodschappen en naar de energieprijzen thuis. Ik herinner mij nog van 2022 dat wij in maart het voorstel deden van een energieprijsplafond. Twee dagen voor Prinsjesdag belde ik de minister van Financiën. Het was toen: "Kun je toch nog eens langskomen? We willen dit gaan doen." Tot op de ochtend van Prinsjesdag stond dit in de troonrede geschreven. Dit soort scenario's wil ik voorkomen. De ellende die we toen hebben uitgestrooid over mensen en bedrijven is ongekend. Ik vraag dus niet om volgende week het prijsplafond opnieuw in te voeren. Ik vraag om alle voorbereidingen te treffen om het, op het moment dat het nodig is, gelijk te kunnen doen. Dat geldt voor alle maatregelen waarvan het kabinet zegt: dit zouden we misschien kunnen inzetten. Is de staatssecretaris bereid om toe te zeggen dat in de brief komt te staan welke maatregelen concreet worden voorbereid voor het moment dat het nodig is?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik denk dat de heer Klaver en ik het eens zijn. In de brief moet er geen theoretische exercitie van scenario's zijn. Wat daarin staat, moet ook uitvoerbaar zijn. Als er een noodzaak is om ze uit te voeren, moeten ze ook daadkrachtig ingezet kunnen worden.

De voorzitter:

De heer Ergin.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, ik had nog een vraag. Nee, ik heb niets aan de staatssecretaris … Ik heb maar twee vragen, dus ik ga met mijn rug naar hem toe staan. Dat is helemaal niet onbeleefd bedoeld.

De voorzitter:

U heeft een vraag aan mij?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Nee. Er is toegezegd — dat is nieuw — dat er een brief komt, nog rond het weekend. Een meerderheid heeft gezegd dat het debat moet worden ingepland na ommekomst van deze brief. Nu deze is toegezegd, hoop ik ook dat u als Voorzitter dat debat zo snel mogelijk inplant.

De voorzitter:

Dat gaan we wegen en bekijken. Meneer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Ik heb even gemonitord voor de staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris het heel belangrijk vindt dat het kabinet monitort. Als we kijken naar de bijdrages en naar de vragen die de staatssecretaris heeft gekregen, kunnen we nu al de conclusie trekken dat er in de Kamer een meerderheid is voor het eventueel toepassen van een koopkrachtreparatie. Ziet de staatssecretaris die meerderheid nu ook?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ja, voorzitter. Ik denk dat dit misschien wel bijna een mooie conclusie zou kunnen zijn van het gesprek dat wij hier met elkaar hebben gehad. Dat is nou precies de reden dat ik denk dat een brief met de maatregelen en de daadkracht waar ook GroenLinks-PvdA om vroeg, u kan helpen om in meerderheid met dit minderheidskabinet bij het volgende debat te doen wat nodig is.

De heer Ergin (DENK):

We hoeven hier geen discussies te voeren over de inhoudsopgave van die brief. Daar gaat het kabinet zelf over. Natuurlijk kan de Kamer daar altijd vragen over stellen. Maar het gaat erom dat heel veel politieke partijen, heel veel fracties in dit huis nu al hebben gezegd: ja, wij willen best wel kijken naar koopkrachtreparaties. Alleen zegt de staatssecretaris dat niet. De staatssecretaris zegt "wij gaan monitoren, wij gaan onderzoeken en wij gaan nog een keer kijken naar alle maatregelen", terwijl hij een voor de samenleving verlichtende uitspraak kan doen door te zeggen: wij gaan daadwerkelijk aan de slag met de koopkracht, alleen weten we nog niet hoe, maar dat hoort u later van ons. Maar zelfs dat minimale wordt door de staatssecretaris niet gezegd. Waarom, zou ik aan de staatssecretaris willen vragen.

Staatssecretaris Eerenberg:

Volgens mij zeg ik namens het kabinet dat we zien wat er aan de hand is. De eerste vraag die wij te beantwoorden hebben, is of dit iets tijdelijks is of dat het iets is wat zich blijvend zal ontwikkelen. Als wij het begin van een antwoord op die vraag hebben, hebben wij maatregelen klaarliggen om te nemen, om te implementeren. Juist om het gesprek in uw Kamer te faciliteren komt er op korte termijn een hartstikke goede brief, zodat u bij het volgende debat uw werk als volksvertegenwoordiger kunt doen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris.

Naar boven