2 Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Jumelet

Vragen van het lid Jumelet aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Kabinet heeft begrip voor Belgisch tolvignet: 'Maar 100 euro is disproportioneel'".

De voorzitter:

Aan de orde zijn de mondelinge vragen: het vragenuurtje. Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom. Ik geef als eerste het woord aan de heer Jumelet namens de fractie van het CDA voor zijn vragen aan de minister. De heer Jumelet heeft het woord.

De heer Jumelet (CDA):

Dank, voorzitter. Eind vorige week werd bekend dat Vlaanderen en Wallonië het vrijwel eens zijn over de invoering van tol in de vorm van een landelijk tolwegenvignet, dat er vooral op is gericht om buitenlandse toeristen tol te laten betalen. Het gaat om een bedrag van €100. Het treft Nederlandse autorijders, bijvoorbeeld vakantiegangers in de zomer, maar ook inwoners in de grensregio's. Toch heeft de minister er begrip voor dat onze zuiderburen tol gaan heffen, zo lezen we en hoorden we de minister zeggen in de media. Tegelijkertijd vindt de minister het gewoon onwenselijk. Hij zei ook iets over de hoogte van het bedrag. Allereerst is mijn vraag of de minister dit nog eens kan uitleggen en toelichten.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Tieman:

Dank u wel, voorzitter. Meneer Jumelet, dank voor de vraag. Er zijn heel wat vragen die op zo'n moment op je af komen. Laat ik vooropstellen dat ik door onze zuiderburen nog niet formeel ben geïnformeerd, ook niet over het bedrag. Ik heb ook gelezen wat er in de media staat. Als ik om me heen kijk naar de andere landen, zie ik ook dat er naar zo'n vignet gegrepen wordt. Een stuk of tien andere landen in Europa hebben zo'n middel ingezet. Het is ook niet helemaal onlogisch dat men dit op tafel legt, ook gezien de middelen die ook wij bijvoorbeeld bij IenW tekortkomen. Weet dat het de inschatting is dat dit nog wel een tijdje zal duren alvorens dit uitgerold gaat worden.

Het is op dit moment niet duidelijk wat de hoogte zal zijn. In de Europese richtlijn voor tolheffing staat dat het proportioneel moet zijn. Er kan dus geen sprake zijn van één vignet voor één bedrag. Dat moet 'm in verschillende zaken zitten. In de andere landen om ons heen is er bijvoorbeeld ook een variant voor één dag of voor één week. Ik ga in overleg treden met de collega van België over hoe hij de tijdslijn ziet. Nogmaals, ik ben nog niet geïnformeerd. Ik zal dan ook allerlei zaken bekijken om te zien wat voor effect het heeft, met name in de grensregio's. Ik wil ook weten of het voor de hoofdwegen is of alleen voor de secundaire wegen. Dat is op dit moment nog helemaal niet duidelijk. Het kan ook niet zo zijn dat alleen de buitenlandse kentekenplaathouders tol moeten betalen. We hebben in Duitsland gezien dat Oostenrijk daar destijds met succes tot aan het hof over in beroep is gegaan. Dat zijn allerlei vragen die ik zelf ook nog heb en waar ik op korte termijn duidelijkheid over wil hebben. Ik ga ervan uit dat te krijgen. Ik weet wel dat de heer Weyts, mijn collega in België, nog een beetje onduidelijk bleef over de exacte implementatie. Het zou gaan om 2027. Als ik er zelf naar kijk en de berekeningen doe, denk ik dat daar toch nog heel wat meer jaren voor nodig zullen zijn. Maar dat is speculeren aan mijn kant.

De heer Jumelet (CDA):

Dank voor deze antwoorden. Een aantal ervan waren antwoorden op vragen die ik eigenlijk nog wilde stellen. Dat is zeker zo met betrekking tot de vraag of de minister op de hoogte was, dus of het als een verrassing is gekomen.

Dan heb ik toch nog een punt over iets wat in het bijzonder in Zeeland aan de orde is, namelijk dat de Oostbuis van de Westerscheldetunnel voor enkele maanden dichtgaat, zoals u weet. Dit leidt wellicht tot omrijden door België. Die mensen willen uiteindelijk ook weer terug naar Nederland. Voor Zeeuws-Vlaanderen is dit dubbelzuur. Mijn vraag zou zijn of de minister dit ook nadrukkelijk als een van de argumenten wil inbrengen.

Minister Tieman:

Ja, ik neem alles mee. Gisteren was het MIRT-overleg. Toen hebben we ook gesproken over de tunnelbuis en of daar mogelijk additionele richtingen in kunnen worden opgenomen binnen de kaders van de Tunnelwet, veiligheid et cetera. Ik laat me goed informeren en neem dan alles in één pakketje mee, zodat we duidelijkheid hebben. Wellicht moet hier toch nog een gesprek aan voorafgaan met de gedeputeerden in met name die grensregio's, om daar nog eens even goed het net op te halen, bijvoorbeeld wat betreft die Oostbuis.

De heer Jumelet (CDA):

De minister is op de hoogte van de reactie van de gedeputeerde in Zeeland. Het provinciaal bestuur heeft daar heel helder gereageerd. Ik vond het mooi hoe hij reageerde. Hij zei: ik wil dat we vrij verkeer van goederen en personen hebben. Dat vinden wij als CDA ook ontzettend belangrijk. Het gaat om de bereikbaarheid van grensregio's. Nog steeds proberen we met elkaar juist die grenzen te slechten. Dat geldt niet alleen voor Zeeland, maar ook voor Noord-Brabant en Limburg, zoals de minister weet. Ik denk dat het goed is om dat gesprek te hebben, niet alleen over de vakantieganger die door België heen- en terugrijdt, maar zeker ook over de bereikbaarheid in de regio. Hoe kijkt de minister aan tegen dat aspect, dus dat die grensregio's eigenlijk vanzelfsprekend met elkaar samenwerken en dan te maken krijgen met een tolvignet? Kan de minister daarop reageren?

Minister Tieman:

Ook landen als Frankrijk, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië, Bulgarije, Hongarije et cetera die tol heffen, ook met een vignet van één jaar of van één dag, hebben grenzen en grensregio's. Ik laat me ook informeren wat daar de neveneffecten zijn en of er wellicht ook een andere oplossing op tafel ligt bij onze zuiderburen. Of dit al een voldongen feit is, of dit hem gaat worden, dat moet ik nog even ophalen. Maar nogmaals, ik heb het nog niet binnengekregen; ik heb de plannen nog niet duidelijk. Ik ga dus eerst ophalen hoe het proces eruitziet, en dan neem ik mee wat er in die grensregio's speelt en waar het zal knellen. Als dat alleen op het hoofdwegennet is, dan hebben we misschien een andere situatie. Maar nogmaals, een accijnsheffing op de brandstof is misschien ook nog een optie. Ik wil echt even wachten. Onze zuiderburen gaan over het beleid. Ik ga onze zaak daar wel aanhangig maken en een pleidooi houden voor de Nederlandse zaak.

De heer Jumelet (CDA):

Ik ga ervan uit dat de minister ervoor pleit om het niet door te laten gaan. Ik hoorde hem ook zeggen dat hij het gesprek zal aangaan met zijn ambtsgenoot. Ik ben blij om dat te horen. Wellicht kunnen daar ook de regionale bestuurders van de provincies en de grensgemeenten bij worden betrokken. Ik denk dat dat belangrijk is. Kan de minister dit toezeggen en ons over de uitkomst informeren?

Minister Tieman:

Dat kan ik toezeggen.

De heer Jumelet (CDA):

Dank, voorzitter.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Toen het bericht vorige week in de media kwam, was de eerste reactie van deze minister: ik heb daar wel begrip voor, alleen vind ik €100 te veel. Mijn vraag is hoe de minister kan zeggen dat hij hier wel begrip voor heeft.

Minister Tieman:

Als ik kijk naar het begrotingstekort dat ik heb op IenW, van 50,5 miljard, dan snap ik dat men creatief gaat zijn om middelen beschikbaar te stellen om de infrastructuur te versterken. In die context moet u "begrip" zien. Er zijn nog meer smaken. In Nederland kiezen wij voor een andere methodologie, maar dit ligt ook op tafel naar aanleiding van het "de gebruiker betaalt"-principe. Het moet proportioneel en eerlijk zijn. Als dat hier niet het geval is, moet er een andere afweging komen, lijkt mij. Maar nogmaals, het is een buitenland en België is hier aan zet. Wij gaan het gesprek aan. Zo moet u de context van mijn woorden inschatten.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Waar onze fractie absoluut geen begrip voor heeft, is dat automobilisten, als ze België even willen oversteken, opnieuw, voor de zoveelste keer, moeten betalen. Aan de pomp moeten ze veel betalen. Ze moeten veel wegenbelasting betalen. De automobilist is eigenlijk al heel erg vaak de pineut. Mijn vraag aan de minister is: ga er nou eens voor zorgen dat die automobilist het financieel wat beter krijgt. Want heel eerlijk: wat de Belgen doen, zouden wij ook kunnen doen. Dat betekent — ik rond mijn vraag af, voorzitter — dat als wij ook een vignet invoeren voor buitenlandse tekens, we die automobilist kunnen ontzien. Kan de minister daar eens aan gaan denken?

Minister Tieman:

Even een verhelderende vraag. Een vignet voor de Nederlandse kentekenhouders ... Nogmaals uw vraag, alstublieft.

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee, nee, we gaan geen vragen aan Kamerleden stellen. U staat in vak K voor het vragenuur.

Minister Tieman:

We nemen op dit moment de mogelijkheden tot ons, meneer Heutink. Ten aanzien van uw vraag over de additionele kosten voor de weggebruiker: we hebben er met dit kabinet wel voor gezorgd dat er een dempende werking kwam ten aanzien van de verhoging van de accijnzen. Dat is later enigszins teruggedraaid. Het was wel een bedrag van 1,6 miljard euro. Als dat niet had plaatsgevonden ... Zo zijn we continu bezig. Op dit moment is een vignet niet meer in de beleidslijn van dit kabinet.

De heer Stoffer (SGP):

Autorijden is een schrikbarend dure bezigheid. We hebben het nodig om op ons werk te komen, enzovoort. De minister heeft begrip voor wat ze in België doen. Dat kan. Als je de kwaliteit van de wegen daar vergelijkt met die in Nederland, denk ik dat er daar nog heel wat moet gebeuren. Maar doorgaand op wat de heer Heutink aangaf: stel dat het de minister niet lukt om dit van tafel te krijgen in België. Dan zullen we er misschien toch aan moeten denken om hier ook zoiets te doen en met de opbrengsten daarvan de Nederlanders lagere wegenbelasting te laten betalen. Zou de minister dat idee ook mee willen nemen?

Minister Tieman:

Dank voor die verheldering; hij is binnen. Het is niet en-en-en; er zou dan echt een goed systeem van betaling naar gebruik moeten worden toegepast. Als een vignet een betere optie zou zijn waardoor we ook andere zaken naar beneden kunnen afschalen, dan ben ik aan uw zijde, maar dat laat ik echt over aan een volgend kabinet.

De heer Van Asten (D66):

Ik ben blij dat de minister nog een goed gesprek aangaat met zijn Belgische collega. Toch zien we langzaam overal in Europa een lappendeken ontstaan van tolvignetten en anderszins. Het wordt totaal onoverzichtelijk en is volgens mij niet in lijn met de Europese gedachte. Overheden maken nu zelf de keuze of ze regulier geld besteden aan infrastructuur of dat zij het geld daarvoor binnen willen halen via buitenlandse kentekens. Zou de minister er in Europees verband niet voor kunnen pleiten om hier één lijn in te trekken, om er zo voor te zorgen dat het vrije verkeer van goederen en personen ook écht vrij verkeer van goederen en personen blijft?

Minister Tieman:

Dat doe ik graag. Ook dit laat ik over aan mijn opvolger, maar voor het ministerschap is dit iets wat we echt in de Transportraad of in een ander overleg kunnen aankaarten. Ik begin met het aankaarten hiervan in het Benelux-overleg, dus samen met Luxemburg en België, om vervolgens een Europese lijn te trekken. Dit is een goed voorstel van de heer Van Asten.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Wij hebben veel reacties gekregen op die €100 die België aankondigde. De teleurstelling over uw eerste reactie … Sorry, de teleurstelling over de eerste reactie van de bewindspersoon was behoorlijk heftig. De vraag is of de minister, ook al zegt hij dat er een nieuw kabinet komt — dat weten we — zich wel heel hard wil maken om te proberen dit van tafel te krijgen of anders de adviezen over wil nemen om dit ook bij België te gaan doen. Dan zouden wij het ook gaan vragen aan al die buitenlanders, maar dan doen we mee aan die lappendeken en dat lijkt mij niet verstandig. Dus de vraag is of deze bewindspersoon de tijd die hij nog heeft, wil benutten om dit zo veel mogelijk van tafel te krijgen.

Minister Tieman:

Dat zal ik zeker doen in de tijd die mij nog rest, ook kijkend naar die lappendeken. Ik ga mijn best doen om in ieder geval de tijdslijnen en de proportionaliteit duidelijk te krijgen. U noemde net die €100. De Europese richtlijn staat dat bedrag eigenlijk niet toe; het moet echt proportioneel zijn en ook niet alleen gelden voor buitenlandse kentekenplaten. Ik heb dus nog heel wat noten op mijn zang voor als we dat gesprek voeren. Ik zal het maximale doen in de tijd die mij nog resteert.

De heer Peter de Groot (VVD):

Het plan van België betekent gewoon dat het voor Nederlandse autorijders duurder wordt om in België op de snelweg te rijden. Ik ben al blij dat de minister hier een iets ander geluid laat horen dan in zijn eerste reactie. Dat is heel goed. Maar kan de minister hier niet gewoon zeggen dat hij gaat proberen om dat plan van tafel te krijgen en dat als dat niet helemaal lukt, hij gaat voor de belangen van de mensen die in België werken, de Nederlandse automobilisten die daarheen gaan om daar te werken of anderszins? Kan hij dat pakketje dus niet gewoon fileren, zodat de kosten die België gaat opleggen echt zo laag mogelijk zijn? Kan de minister niet nog een iets stevigere stap zetten in de houding jegens België?

Minister Tieman:

Dank voor de vraag. Ik neem even alles tot me. Ik wil ook eerst de formele reactie hebben; we praten nu via de media met elkaar, maar ik wil het hele pakketje hebben. Maar ik ga er een lijn in innemen die echt goeddoet aan onze belangen, ook aan de belangen in de grensregio, zeker die van het woon-werkverkeer. Op het lijstje dat ik hier voor me heb, staat Duitsland nu niet, maar Duitsland heeft het een en ander voor de vrachtwagenheffing. We moeten er met elkaar in gaan optrekken. Wij hebben nu een poot bijgetrokken met de vrachtwagenheffing; daar heb je dan wel dat level playing field. Ik zie hier nog wel een aantal landen tussen staan. Neem Frankrijk: een ritje naar Zuid-Frankrijk is ook €70 tot €100 enkele reis. Ik wil dat echt even goed aankaarten. Als ik dat van tafel kan krijgen, doe ik dat graag. Als er nog andere zaken zijn, dan gaan we die ook zeker ter sprake brengen.

De heer El Abassi (DENK):

De Belgen lijken te zeggen dat zij wel accijnzen moeten betalen voor de Belgische wegen, terwijl Nederlanders dat niet doen. Dat vinden zij oneerlijk. Daarom vinden zij dat er een tolvignet betaald moet worden door de Nederlanders. Wij krijgen ook bezoekjes van mensen die vanuit het buitenland komen en betalen ook accijnzen voor onze wegen, maar we vragen mensen die vanuit het buitenland komen niet om een tolvignet te betalen.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer El Abassi (DENK):

De Belgen denken dus een oneerlijke situatie eerlijk te maken, maar ze maken die juist oneerlijk. Ik zou de minister willen vragen om dat te voorkomen. Als dat niet lukt, kan hij er dan in ieder geval voor zorgen dat er ook een tolvignet van de Belgen wordt gevraagd als zij onze kant opkomen?

Minister Tieman:

We nemen alles mee. Wij staan voor pay per use, betalen naar gebruik. Wij zijn ook net, op een digitale wijze, met tol bezig. Wellicht zal uw oproep ook daartoe gaan leiden. Laat ik eerst een stap zetten om te proberen om dit helemaal van tafel te krijgen. Dat lijkt mij in ieder geval het proberen waard. Maar ik ga ook met respect om met datgene wat er in het Belgisch parlement gebeurt. Ik zoek daarin een goede balans om dit gesprek goed te voeren met elkaar.

De voorzitter:

Ik dank de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Naar boven