3 Vragenuur

Vragenuur

Vragen Sneller

Vragen van het lid Sneller aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Onrust in cannabiswereld: coffeeshops vrezen dat wietproef mislukt".

De voorzitter:

Dan geef ik graag het woord voor de volgende set vragen aan de heer Sneller van de fractie van D66 aan dezelfde staatssecretaris. Het woord is aan de heer Sneller.

De heer Sneller (D66):

Die hier ook vervanger is, voorzitter. Het blijft een absurd staaltje, dat cannabisbeleid in Nederland. Coffeeshops mogen wiet en hasj verkopen, maar voor hun inkoop zijn ze afhankelijk van illegale telers. Zo verdwijnen honderden miljoenen euro's per jaar door de achterdeur het illegale circuit in, met als gevolg witwassen en ondermijning — daar hebben we net ook weer vragen over gehoord en daar zien we de gevolgen van — terwijl dat geld ook bij bonafide ondernemers terecht zou kunnen komen. Uit onderzoek na onderzoek blijkt dan ook dat een ruime meerderheid van de Nederlanders wil dat wietteelt gereguleerd wordt, zoals dat ook in steeds meer landen, van Canada tot Duitsland, beleid wordt. In plaats daarvan houden wij het bij wegkijkbeleid.

Wat D66 betreft, besluiten we vandaag nog tot algehele regulering. Dat is echter niet het pad dat we zijn ingeslagen. We hebben een wietexperiment opgestart om tot meer inzicht te komen en een besluit hierover te kunnen nemen. Ik weet dat een aantal coalitiepartijen dit experiment geen warm hart toedraagt, maar ik ga er toch nog steeds van uit dat het kabinet van dit experiment een succes wil maken. Dat is mijn eerste vraag.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Coenradie:

Voorzitter. Als de vraag is of we daar nog steeds een succes van willen maken, is het antwoord: ja, daar willen we nog steeds een succes van maken.

De heer Sneller (D66):

Dat is heel mooi, want ik hoor van verschillende actoren op lokaal niveau, burgemeesters, telers, coffeeshopeigenaren en gemeenteraden die hierbij betrokken zijn, serieuze zorgen over de volgende fase. We hebben de afgelopen jaren gezien dat zoiets nieuws proberen, het reguleren van iets wat tot nu tot helemaal illegaal is, vraagt om pragmatisch leiderschap, omdat er steeds nieuwe problemen komen. We zagen eerst de Bibob-toetsen, toen de bankrekeningen en toen de vergunningen. Daar moet op gehandeld worden. Dat is ook wat nu nodig is van het kabinet: dat er bestuurlijk wordt opgetreden. De eerste signalen, uit Breda en Tilburg, zijn volgens mij positief, maar door een gebrek aan productie is er nu een risico voor de volgende fase. Het risico van onvoldoende aanbod is dat er lege schappen komen bij de coffeeshops en dat de straathandel, de illegale handel, daardoor toeneemt en we consumenten weer de illegaliteit injagen. Mijn eerste open vraag daarover is: Wat is het plan van het kabinet om dit te voorkomen?

Staatssecretaris Coenradie:

We, dat wil zeggen de minister van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Karremans, hebben morgen een bestuurlijk overleg, ook met de burgemeesters die hierover hun zorgen hebben geuit. Met hen zal besproken worden hoe we dit experiment verder gaan vormgeven. Ook wordt de startdatum besproken, want daar zit volgens mij de zorg van de heer Sneller een beetje in. Laat ik wel even vooropstellen dat er nu enorme voorraden zijn bij de telers. Zij zijn in principe startklaar, heb ik mij laten vertellen. Bij uitstel kunnen voorraden niet geleverd worden. Dat betekent dat de telers met enorme kosten blijven zitten, waardoor zij genoodzaakt zijn hun productie af te schalen. Morgen is in ieder geval dat bestuurlijk overleg. Wij gaan hierover in gesprek en nemen daarin ook alle zorgen mee. Natuurlijk houden we vinger aan de pols en eind maart staat er ook al een fysiek overleg met de telers en de coffeeshophouders gepland, om dit ook met hen verder te bespreken.

De heer Sneller (D66):

7 april komt rap dichterbij. Dit overleg is al morgen. Wat is nou de insteek van dit kabinet bij dat overleg, behalve luisteren?

Staatssecretaris Coenradie:

Wat ik heb meegekregen, is dat de start van de experimenteerfase als heel spannend wordt gezien. Er zullen in de eerste periode ook opstartproblemen bestaan. We gaan natuurlijk morgen in het bestuurlijk overleg al kijken of we die zaken in kaart kunnen brengen, enerzijds om te kijken of we doorgaan met de startdatum die er nu ligt, en anderzijds wat de obstakels zijn die we mogelijk tegenkomen en waarop we nu al kunnen anticiperen. Alles is er wel op gericht om het van start te laten gaan.

De heer Sneller (D66):

Dat lijkt mij ook, maar dan wel als het verantwoord kan, zou ik zeggen. Ik ben blij dat het kabinet niet vastzit aan 7 april als startdatum, maar ook op basis van de signalen gaat kijken of dat realistisch is. De problemen en de discussies gaan met name over hasj. Mijn concrete vraag is eigenlijk hoeveel telers nu hoeveel kilo produceren, want mijn signalen over de beschikbare voorraden hasj zijn heel andere, terwijl die voorraden wel nodig zijn voor het succes van dit experiment.

Staatssecretaris Coenradie:

Ehm ...

De heer Sneller (D66):

Misschien mag ik anders een vraag stellen die ook in een brief beantwoord kan worden. Deze staatssecretaris is niet de eerstverantwoordelijke hiervoor en de twee andere bewindspersonen, die wel eerstverantwoordelijk zijn, zijn om wat voor begrijpelijke reden dan ook niet naar de Kamer gekomen. Mijn vraag kan ook na dat overleg in een brief beantwoord worden, en dan niet pas eind maart, maar hopelijk daarvoor. De vraag is dan natuurlijk: hoeveel telers hebben, om mee te mogen doen aan die loting, beloofd om hasj te gaan produceren en voor hoeveel hadden zij zich dan "gecommitteerd"? De vervolgvraag is: hoeveel doen dat nu en wat doet het kabinet om te zorgen dat degenen die dat beloofd hadden, het ook daadwerkelijk gaan doen? Dat is namelijk wat er uiteindelijk nodig is en het kabinet heeft altijd gezegd "er moet voldoende kwaliteit en kwantiteit zijn om te beginnen". Dat moet dan op een gegeven moment door het kabinet zelf worden vastgesteld. Ik hoor graag of we dat tegemoet kunnen zien of dat die situatie er al is, in ieder geval naar de opvatting van het kabinet.

Staatssecretaris Coenradie:

Ik lees dat in ieder geval op basis van de huidige wet- en regelgeving maximaal tien telers worden aangewezen. Vanaf 7 april leveren naar verwachting zeven telers. Later in het jaar zullen de overige telers ook gaan leveren en dat zal het aanbod verder ten goede komen. Ik realiseer me dat dit een deel van uw vraag is. Er zijn dus zeven telers in productie.

De heer Sneller (D66):

Ja, alleen maken die niet allemaal hasj, terwijl dat wel is waar de problematiek nu op ziet. De collega's Michon-Derkzen en Bikker hebben ook een motie ingediend dat als er nog geen productie is, de vergunning op een gegeven moment terug moet en doorgaat naar de volgende, zodat het wel geregeld wordt. Dat is namelijk wel de urgentie die er nu is. Anders blijft iedereen naar elkaar kijken. Daarom is nu leiderschap van het kabinet nodig om dit vlot te trekken.

De heer Claassen (PVV):

Een jaar geleden voerden we hier het debat over de wietproef. Toen gaven wij al aan "het gaat niets worden, het zal niets worden, het gaat nooit wat worden". Dat blijkt vandaag ook weer. Het is een route die tot niets gaat leiden. Geloof me maar, ik heb het vorig jaar gezegd en als het moet, dan staan we hier volgend jaar weer en dan zeggen wij het weer. Is het niet gewoon veel beter om de stekker eruit te trekken? Dan kunnen we ons ook de moeite besparen om binnenkort opnieuw de motie in te dienen die ik een jaar geleden al had ingediend, maar die het toen niet gehaald heeft. Is de staatssecretaris van plan om dit plan gewoon te stoppen?

Staatssecretaris Coenradie:

Ik kreeg een beetje een tegengestelde vraag aan het begin van deze mondelinge vraag. Nee, wij zijn niet van plan om dit te stoppen. Alles is erop geënt om hier wel een start mee te gaan maken. De vraag is alleen of 7 april haalbaar is. Morgen is er een bestuurlijk overleg. Er wordt nog steeds van uitgegaan dat 7 april haalbaar zou zijn. Tegelijkertijd zien we ook de zorgen die vanuit de burgmeesters worden aangegeven en het is gewoon belangrijk om op een goede manier van start te gaan.

De heer Stoffer (SGP):

De heer Claassen haalt me bijna de woorden uit de mond, in de zin van: wanneer stoppen we hier nou eigenlijk mee? De effecten van deze proef zullen namelijk zijn dat je drugs verder normaliseert in de samenleving. Ik lees maar even voor wat dit kabinet in het regeerprogramma uitdraagt. "Het kabinet zet samen met een brede coalitie van partners in op het voorkomen van drugsgebruik en drugsbezit, -verkoop en -productie blijven verboden." Volgens mij moeten we van dit D66-speeltje af, voorzitter. Ik hoor net dat de staatssecretaris en het kabinet daar misschien iets anders tegen aankijken; daar komen we nog op terug. Maar kan de staatssecretaris mij er in ieder geval van verzekeren dat dit experiment niet verder wordt uitgebreid, dat er geen versoepelingen plaatsvinden, en dat er zeker geen extra geld naartoe zal gaan?

Staatssecretaris Coenradie:

Als het gaat over geld: we weten allemaal hoe gevoelig dit ligt. Daar ga ik dus even helemaal geen uitspraken over doen. Maar met betrekking tot de eerste vragen: het kabinet is niet voornemens om dit experiment stop te zetten of om er anders mee om te gaan dan op de manier die ik zojuist heb aangegeven. Het kabinet is voornemens om er vooral wel voor te zorgen dat dit ordentelijk verloopt. Daar heb je iedereen voor nodig. Zoals ik net al schetste in mijn antwoord richting Kamerlid Sneller, hebben we te maken met telers en coffeeshophouders, maar tegelijkertijd ook met de zorgen die door burgemeesters worden gedeeld.

De voorzitter:

De heer Ceder heeft 30 seconden.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik stond een beetje met mijn oren te klapperen toen onze D66-collega de staatssecretaris toesprak als een soort volleerde drugsdealer. Er zouden meer telers moeten komen; er zou meer aanbod moeten komen. De manier waarop we het gesprek hier in het parlement voeren, laat ook zien dat de normalisering van drugs eigenlijk te gek voor woorden is. Wethouders zijn nu ook brieven aan het sturen; die moeten zich volgens mij ook met andere dingen bezighouden. De ChristenUnie is altijd tegen het experiment geweest. Het kabinet heeft toch de stappen hiertoe gezet. Wij maken ons enorme zorgen over het idee dat dit verder verruimd wordt. Mijn vraag is of de staatssecretaris hier kan toezeggen dat er geen verruiming zal plaatsvinden, ook niet na het gesprek van morgen.

Staatssecretaris Coenradie:

Hoe vervelend ook — want dit is natuurlijk totaal geen bevredigend antwoord — ik kan hier niet op vooruitlopen. Morgen vindt dat gesprek plaats. Dat gesprek plaats vindt plaats tussen staatssecretaris Karremans, minister David van Weel en de betreffende burgemeesters. Ik kan daar echt niet op vooruitlopen. Ik ben niet bij dat gesprek aanwezig. Ik zal de boodschap die hier is aangegeven, benoemen. Ik heb niet vernomen dat dit de intentie van de afspraak is. De intentie is vooral om te bespreken wat de zorgen zijn die we horen, hoe we ervoor gaan zorgen dat we die zorgen kunnen wegnemen, en of we alle risico's in kaart hebben gebracht.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Zal ik dan maar een ander geluid laten horen? Volgens mij willen wij allemaal ondermijnende drugscriminaliteit voorkomen. Het wietexperiment kan daar een bijdrage aan leveren. Maar wat zien we? Het experiment met legale wiet was vanaf het begin af aan kleinschalig, met een gering aantal deelnemende gemeenten, een gering aantal coffeeshops en een beperkt aantal soorten wiet. Het experiment heeft enorme vertraging opgelopen. Ook ik heb me afgevraagd of dit kabinet hier eigenlijk wel mee door wil gaan. Mijn concrete vraag aan de staatssecretaris is dan: als je hier echt serieus werk van wil maken, zul je, conform die brandbrief, maatregelen moeten treffen om de beren op de weg te laten verdwijnen.

Staatssecretaris Coenradie:

We nemen het allemaal mee in het gesprek morgen met de burgemeesters. We kennen hun zorgen; we hebben de brandbrief gelezen. We gaan dat gesprek ook met ze voeren. Want er moet wel een consensus zijn om daadwerkelijk van start te kunnen gaan met dit experiment.

De heer Krul (CDA):

Wie had, pak 'm beet, 30 jaar geleden gedacht dat een vraag als "hoeveel kilo's hasj worden er nou eigenlijk geproduceerd?" ooit nog in de Handelingen terecht zouden komen? Dat laat wel zien hoezeer drugs genormaliseerd wordt in de samenleving. Dat is een slechte ontwikkeling. Ik hoor het kabinet hier zeggen: het experiment moet doorgaan; alles is geënt op het idee dat het experiment doorgaat. Maar we experimenteren omdat we willen bekijken in hoeverre iets werkt. We experimenteren niet omdat we coûte que coûte een experiment willen uitvoeren. Alle seinen staan eigenlijk op rood. De telers zelf zeggen nu dat de kwaliteit niet op orde is. Wat is eigenlijk de rode lijn voor het kabinet? Wanneer zeggen we gewoon: "Oké, dit experiment, zoals we dat in alle redelijkheid hebben bedacht, werkt niet meer"? Zou het kabinet tenminste in een brief — ik denk namelijk dat de staatssecretaris hier niet op kan antwoorden — die rode lijn eens willen uitzetten? Wat zijn nou de momenten waarop je gaat besluiten om er wel of niet mee te stoppen?

Staatssecretaris Coenradie:

Er spelen een paar zaken; die heb ik zojuist ook aangegeven. Wij zullen als kabinet ook de vinger aan de pols houden gedurende deze experimenteerfase. Morgen vindt dat bestuurlijk overleg met de burgemeesters plaats. Eind maart zitten we fysiek aan tafel met de telers en de coffeeshophouders. Wij zullen, daar waar mogelijk en daar waar er wat te melden valt, de Kamer uiteraard informeren over de stand van zaken.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Het lijkt me inderdaad dat er wel wat te melden is aan de Kamer, ook naar aanleiding van het gesprek dat morgen plaatsvindt. Want de bedoeling van dit experiment was juist om met tien telers genoeg voorraad te creëren en om er dan voor te zorgen dat in de coffeeshops van die gemeenten ook alleen maar dit legale spul zou liggen. Daar loopt het nu de hele tijd spaak. Ik wil graag van de staatssecretaris weten wanneer we inderdaad de vergunningen afnemen van de telers die geen of niet voldoende product leveren en ook wanneer we daadwerkelijk van start gaan, zodat ook die coffeeshops helemaal vol liggen met die legaal geproduceerde softdrugs. Dat was de bedoeling en daar moeten we dus aan vasthouden.

Staatssecretaris Coenradie:

Ik neem het allemaal mee richting de brief die eraan komt. Die mag minister Van Weel opstellen. Die gaat over de laatste vragen die zijn gesteld, over wanneer de vergunning eventueel afgenomen moet worden en wanneer we daadwerkelijk gaan starten, of dat nog steeds 7 april is of een andere datum.

De voorzitter:

Heel goed. Tot zover. Dank aan de staatssecretaris voor het beantwoorden van de twee sets vragen. Ik zou zeggen "tot volgende week".

Naar boven