2 Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Michon-Derkzen

Vragen van het lid Michon-Derkzen aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Gouden driehoek van drugs; Regio Zeeland-West-Brabant is mede door strategische ligging het ultieme misdaadbolwerk".

De voorzitter:

Aan de orde is het vragenuurtje. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij mag maar liefst twee sets vragen beantwoorden. Ik geef graag als eerste het woord aan mevrouw Michon-Derkzen van de fractie van de VVD voor het stellen van de eerste vraag. Het woord is aan mevrouw Michon.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Het is tragisch dat we het hier vandaag weer hebben over de georganiseerde drugscriminaliteit. De vorige keer keer dat ik hier stond, ging het over de vreselijke explosies in de Tarwekamp, hier in Den Haag. Vandaag vraag ik aandacht voor de aanpak van drugsproblematiek in Brabant Zuidwest en Zeeland.

Vriend en vijand zijn het eens over de ernst van ondermijning. Ondermijning is een nietsontziende vorm van georganiseerde misdaad waarin het alleen maar gaat om geld. Bij dit bedrijfsmodel horen afpersing en intimidatie. We zijn met een heel aantal collega's in Brabant Zuidwest en Zeeland geweest, eind vorig jaar. Je ziet dat daar alles samenkomt, stad en platteland. Het veelkoppige monster, zoals we ondermijning hier vaak noemen, komt daar eigenlijk in al zijn facetten boven de grond. Een op de vijf boeren, zo zagen we onlangs in een onderzoek, wordt benaderd door drugscriminelen. Lege stallen zijn een goudmijntje voor hen. Het dumpen van afval in buitengebieden is gewoon aan de orde van de dag. Laatst zagen we ook dat het werd gemengd met mest en uitgestrooid over akkers.

Voorzitter. Een heel aantal organisaties werkt dag en nacht aan de bestrijding van drugscriminaliteit: de burgemeesters in het gebied, de politie, het OM en het Platform Veilig Ondernemen. Er is ook een vertrouwenspersoon van ZLTO. Ik mis er vast een heel aantal. Zij verdienen een enorm compliment, want zij houden de rug recht en laten zich niet afschrikken door de bedreigingen die er ongetwijfeld zijn voor hen en hun naasten.

Voorzitter. Ik heb de volgende vragen. Zijn deze hoeders van de rechtsstaat in dit gebied voldoende beschermd? We hebben een uitgebreid debat gehad naar aanleiding van het OVV-onderzoek over bewaken en beveiligen. Het is vrij stil op dat vlak. Hoe zit het daarmee? Ik krijg graag een reactie van het kabinet daarop.

Voorzitter. Als het gaat om de aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit, gaat het zeker over de inzet van de politie. De inzet van politie is per definitie schaars. Wordt bij de herverdeling van de politiecapaciteit de specifieke problematiek in dit gebied meegenomen bij de informatie en input die we nog krijgen over de nieuwe verdeelsystematiek?

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Coenradie:

Voorzitter. Ik vervang vandaag de minister van Justitie en Veiligheid en ik ga mijn best doen om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Laat ik stellen dat ondermijnende criminaliteit natuurlijk een bedreiging vormt voor onze democratische rechtsstaat. Daarin staan we dus ook naast mevrouw Michon van de VVD. Denk dan aan vrachtwagenchauffeurs die worden bedreigd, boeren in het buitengebied die onder druk worden gezet, criminelen die met kwetsbare mensen in de zorg werken en drugslabs midden in woonwijken. Gisteren hebben we kunnen lezen dat er door een brand een drugslab in een wooncomplex in Heemstede is ontdekt.

Het kabinet investeert in een sterke en brede aanpak van ondermijnende criminaliteit. Die aanpak draait om voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Publieke en private partijen werken op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau samen om de drugscriminaliteit te bestrijden en ons land veilig te houden. Helaas is de georganiseerde drugscriminaliteit niet alleen actief in Brabant, maar in het hele land en voelen we de effecten ervan dus ook in het hele land. Daarom is er over de volle breedte geïnvesteerd in het tegengaan van de georganiseerde criminaliteit.

Er zijn een aantal vragen gesteld, onder andere de vraag over het beschermen van onze hoeders. Worden zij wel voldoende beschermd? Het ligt echt bij de minister van Justitie en Veiligheid om die vraag goed te beantwoorden. In april of mei verwachten we een brief te sturen die specifiek gaat over bewaken en beveiligen. Dan komen we hier specifiek op terug.

De tweede vraag was of er wel voldoende capaciteit is bij de politie. Laten we even vooropstellen dat de politiecapaciteit in heel Nederland onder druk staat. Om de beschikbare capaciteit eerlijk over het land te verdelen wordt er gebruikgemaakt van een verdeelsleutel die gebaseerd is op objectieve omgevingsfactoren. Op dit moment wordt er door een onafhankelijke partij gewerkt aan een nieuwe sterkteverdeelsystematiek. Medio 2025 zal het rapport hierover worden opgeleverd, waarna het bestuurlijke gesprek hierover kan worden gevoerd. Uiteraard zullen de uitkomsten daarvan door de minister van Justitie en Veiligheid te zijner tijd aan de Kamer toegestuurd worden. Overigens is het belangrijk om daarbij aan te geven dat die nieuwe sterkteverdeelsystematiek — dat is een hele mond vol — op nadrukkelijk verzoek van de regioburgemeesters alleen gebruikt zal worden voor de verdeling van nieuwe sterkte. Er zal dus geen herverdeling van de huidige sterkte plaatsvinden.

Dan is er ook nog een vraag gesteld over de stand van zaken in het agrarisch gebied en met betrekking tot de leegstaande stallen. Ik hoor dat daar geen vraag over was. Heb ik daar een vraag gemist? Ik dacht daar in mijn voorbereiding wel een vraag over voorbij te hebben zien komen, maar dan houd ik het eventjes hierbij, tenzij er nog aanvullende vragen zijn.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank aan de staatssecretaris. Ik vond minister Van Weel inderdaad al een wat andere haardracht hebben vandaag. Maar ik hecht er wel aan het volgende te benadrukken. Ik stel hier de vraag naar aanleiding van het nieuws van het weekend. Ik vind het een heel belangrijk onderwerp. Het kabinet spreekt met één mond, dus als het kabinet iemand anders afvaardigt, dan verwacht ik, met alle respect, antwoorden op mijn vragen.

We horen eerst een heel algemeen betoog over de aanpak van de georganiseerde drugscriminaliteit. Dat is ook goed en daar gaan we als dit kabinet ook mee door. Dat is ook terecht. Maar je ziet dus aan al het nieuws dat het niet genoeg is in Zeeland-West-Brabant. Ze hebben daar een vertrouwenspersoon, modelhuurcontracten voor lege stallen en specifieke politiespreekuren op het erf, maar het is nog steeds niet genoeg.

Ik heb daarover de volgende vragen. Past de politie nu vaker nieuwe technologie toe? Ze kunnen nu met DNA-profielen veel sneller drugslabs opsporen. Gebeurt dat dan in dit gebied? Mijn collega's Van Campen en Meulenkamp hebben eind 2024 gevraagd om belemmeringen weg te nemen als een agrarische onderneming een andere functie wil, bijvoorbeeld een B&B. Je kan je er alles bij voorstellen. Wat is nou de stand van zaken wat betreft al die verzanding in allerlei bureaucratie? De regio vraagt om een effectieve sloopregeling voor leegstaande stallen. Daar kan ik me alles bij voorstellen, want die leegstaande stallen zijn een groot risico voor de boeren en zijn juist een goudmijn voor de drugscriminelen. Wat is daarbij de stand van zaken?

Tot slot, voorzitter. De regio vraagt om een aanpak met een marinier. Dat zal de staatssecretaris aanspreken. In Rotterdam hebben we dat eerder gezien met een stadsmarinier. Hoe kijkt het kabinet daarnaar? Zo kom ik ook op het punt dat ik in elk debat maak, namelijk dat het cruciaal is dat alle betrokken partijen informatie met elkaar delen, dat ze weten wat het probleem is en dat ze een integrale agenda uitvoeren. Daar zou juist een marinier bij kunnen helpen. Graag ontvang ik van het kabinet een reactie op dit voorstel.

Staatssecretaris Coenradie:

Voorzitter. Om in te gaan op de eerste vraag in dit deel: ja, we zijn bezig met meer technologieën. Dat is iets wat continu in ontwikkeling is. We zullen daar meer op ingaan in de halfjaarbrief. Die brieven worden elke keer verstuurd.

Voor uw vervolgvraag wil ik ook verwijzen naar de halfjaarbrief.

Datzelfde geldt wat betreft de sloopregeling voor de leegstaande stallen. U vraagt wat daarbij de stand van zaken is, maar ook daarvoor moet ik verwijzen naar de halfjaarbrief.

Dan met betrekking tot de stadsmariniers. Dat is inderdaad een mooie lokale invulling van wijkwerk. Ik hecht eraan dat dit soort initiatieven op lokaal niveau vorm krijgen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Ik dacht dat er nog allemaal antwoorden zouden komen, maar ik begrijp dat dit het is. Mijn hele concrete vraag, die ik aan het eind stelde, was: hoe beoordeelt het kabinet het verzoek om een marinier? Gaat dat gebeuren of niet?

Staatssecretaris Coenradie:

Ik kan hier in ieder geval aangeven dat we de stadsmariniers een mooie lokale invulling van het wijkwerk vinden. Dat was ook mijn laatste antwoord. Ik hecht eraan dat aan dit soort initiatieven op lokaal niveau vorm wordt gegeven.

De voorzitter:

Tot zover mevrouw Michon. Er zijn vervolgvragen.

Mevrouw Wijen-Nass (BBB):

De berichtgeving van afgelopen weekend was niet echt iets nieuws. Het ging over de regio en de ondermijnende criminaliteit. Er is al jarenlang een enorme roep om meer politiecapaciteit voor de regio, zeker waar het gaat over landsgrenzen. Ik ben heel benieuwd wat de regering gaat doen om meer capaciteit naar de regio te krijgen.

Staatssecretaris Coenradie:

We hebben die sterkteverdeelsystematiek. Daarin gaan we echt kijken hoe we met de nieuwe sterkte gewoon een goede verdeelsleutel gaan maken. Daar worden de gesprekken nog over gevoerd. De schaarste van de politiecapaciteit is echt iets wat in het hele land wel gevoeld wordt. De politie en de Politieacademie werken er op dit moment hard aan om de uitbreidingen die door het kabinet in gang zijn gezet te realiseren.

De heer Six Dijkstra (NSC):

Wat de politie consequent aangeeft en wat ook in het nieuwsartikel wordt aangehaald, is het feit dat de meldingsbereidheid vaak erg laag is, omdat er ook sprake is van een familieomstandigheid waaromheen dit plaatsvindt. Ik was benieuwd: heeft de staatssecretaris ook ideeën over hoe die zwijgcultuur doorbroken kan worden en hoe er toch ook meer meldingen kunnen plaatsvinden in dit soort bijzondere omstandigheden?

Staatssecretaris Coenradie:

Over die meldingsbereidheid in zijn algemeenheid hebben we in het regeerprogramma natuurlijk opgenomen dat we daarin echt wel wat slagen te maken hebben. Dat is niet alleen het geval bij dit vraagstuk, maar gewoon in het algemeen. Dat betekent dat we ook steeds meer posten aan het realiseren zijn, om te kijken hoe we voor mensen in ieder geval wat meer die drempel kunnen wegnemen. In dit specifieke geval moet ik me echt tot de minister wenden. Daar kan ik nu verder niet op ingaan.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij is er al jaren een brede roep van Zeeland en West-Brabant om verdere ondersteuning als het gaat om de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Dat is enerzijds politiecapaciteit, maar mijn vraag richt zich met name ook op de intensivering van de samenwerking qua maatregelen met buurlanden Duitsland en België. De vraag is dus: hoe zien we dat terug? Welke intensiveringen komen er dus?

Staatssecretaris Coenradie:

Er gaan volgens mij meerdere brieven in het jaar uit, vanuit de minister van Justitie, als het gaat om dit verhaal. Dus ook dit is iets wat daarin opgenomen moet worden, denk ik. Ik zal bij de minister aangeven dat juist specifiek deze vraag hierin ook wordt opgenomen. Deze brief wordt nog voor de zomer verstuurd.

De voorzitter:

Prima. Dank u wel. Tot zover deze vraag.

Naar boven