22 CBR

Aan de orde is het tweeminutendebat CBR (CD d.d. 05/10).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat CBR. Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom bij dit debat. Er hebben zich twee leden met spreektijd ingeschreven, als eerste de heer De Hoop, die zal spreken namens de Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer De Hoop (PvdA):

Dank, voorzitter. Jongeren die duizenden euro's betalen om hun rijbewijs te halen. Ze worden nu aan hun lot overgelaten in een sector waarin rijscholen nauwelijks aan eisen hoeven te voldoen. De combinatie van jongeren die logischerwijs een goedkoop pakket willen en het gebrek aan eisen om goede kwaliteit te waarborgen zorgt voor een race naar de bottom met lage slagingskansen. Jongeren, het CBR en rijinstructeurs die kwaliteit wél boven de winst stellen, zijn daar de dupe van. Het is wrang dat we dat al jaren weten en dat iedereen wil dat de sector hervormd wordt, maar dat er nog altijd te weinig is veranderd. Daarom is het zaak om het rapport-Roemer nu ook voortvarend op te pakken.

Verder wil ik nogmaals oproepen om faalangstexamens in ieder geval niet te schrappen, juist omdat ze bedoeld zijn om het slagingspercentage te verhogen onder mensen die dat echt nodig hebben. In april is een motie daarover van Partij van de Arbeid, D66 en SP, maar ook van CDA en SGP aangehouden. We hebben die motie toen aangehouden om de minister de tijd te geven om te overleggen met het CBR. Maar uiteindelijk zijn daarin nog geen stappen ondernomen. Na het commissiedebat hebben wij van de minister een brief gekregen waarin stond dat zij het toch bij het CBR wilde laten, en dat gaat niet helemaal samen met de toezegging die wij in april hebben gehad, namelijk dat eventuele tijdelijke noodmaatregelen eerst aan de Kamer voorgelegd worden. Nu vindt een groot deel van de Kamer dat de faalangstexamens niet geschrapt mogen worden, dus volgens mij zal dit moeten gebeuren. Daarom dien ik daarover zo meteen een motie in.

De voorzitter:

Heel goed, maar die motie moet u direct indienen.

De heer De Hoop (PvdA):

Dat ga ik direct doen, want u heeft helemaal gelijk. Ik heb nog 25 seconden om snel mijn motie te pakken. Excuus.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het CBR heeft voorgesteld om faalangstexamens tijdelijk niet aan te bieden indien de reserveringstermijnen voor het praktijkexamen B te veel oplopen;

overwegende dat het faalangstexamen voor sommigen noodzakelijk is om een rijbewijs te behalen en het juist bedoeld is om onnodige herexamens te voorkomen;

verzoekt de regering om het schrappen van faalangstexamens als mogelijke tijdelijke maatregel uit te sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Stoffer.

Zij krijgt nr. 971 (29398).

Hartelijk dank voor uw inbreng. De volgende spreker van de zijde van de Kamer zal de heer Madlener zijn, die namens de PVV spreekt. Hij heeft vandaag wee speciale gasten meegenomen, die ik ook van harte welkom heet. Meneer Madlener, u moet nog heel even wachten totdat de katheder is schoongemaakt. Aan u is het woord, gaat uw gang.

De heer Madlener (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Je rijbewijs halen. Dat is toch iets waar heel veel mensen zenuwachtig voor zijn, maar ook enthousiast over zijn. We hebben hier in deze Kamer heel vaak moeten horen dat sommige partijen denken dat jongeren helemaal geen rijbewijs meer willen, maar dat blijkt absoluut niet het geval. Het aantal mensen dat een rijbewijs wil halen, is hoger dan ooit, zou ik willen zeggen. Dat blijft ook zo, want mensen willen gewoon graag een auto bezitten en autorijden. Dat is ook logisch, want dat is makkelijk voor je werk en geeft vrijheid. Wij willen dat dat ook betaalbaar blijft. Ik wil ten eerste vragen aan de minister: let op de kosten. Nederland is duurder dan de andere landen in Europa. Ik wil de minister vragen om de kosten te matigen voor al die mensen die graag hun rijbewijs willen halen.

Het tweede ergernisje dat ik heb, zijn de enorm lange wachttijden tot wel veertien weken. Dan is het heel moeilijk plannen om af te rijden, dus dat is niet goed voor het slagingspercentage. Het streven is zeven weken wachttijd, maar dat vind ik nog steeds veel te lang. Vier weken is toch een betere norm als je een wachttijd zou moeten noemen? Laten we het ambitieniveau iets verhogen. Daar heb ik de volgende motie voor.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wachttijden bij het CBR nog steeds veel te lang zijn;

overwegende dat een lange wachttijd negatieve effecten kan hebben op het slagingspercentage;

van mening dat het slagingspercentage omhoog moet en dat een kortere wachttijd daaraan kan bijdragen;

verzoekt de regering om de norm voor reserveringstermijnen van zeven weken terug te brengen naar vier weken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener.

Zij krijgt nr. 972 (29398).

Hartelijk dank voor uw inbreng. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik geef zo dadelijk de minister het woord. Zij moet de motie nog even kunnen lezen, met name de tweede, dus ik schors voor een minuut of twee. Daarna vervolgen we het debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister van Infrastructuur en Waterstaat het woord, die ook een appreciatie zal geven van de twee ingediende moties. Gaat uw gang.

Minister Visser:

Dank u wel, voorzitter. De familie Madlener, ook de jongste telg van de familie, zit in de zaal. Volgens mij is het hun eerste keer in deze zaal, dus we zullen straks de beoordeling horen hoe dit nieuwe gebouw van de Tweede Kamer bevalt.

Goed dat de heer De Hoop zijn betoog begon met de vraag: hoe wordt ervoor gezorgd dat de rijscholenbranche op een goede manier in een goed daglicht komt te staan? In het commissiedebat heb ik al gezegd dat ik heel veel betrokken rijschoolhouders zie die er juist enorm van balen dat hun professie, professionaliteit en vakmanschap in twijfel kunnen worden getrokken, veroorzaakt door partijen die proberen te profiteren en die mensen bijvoorbeeld examen laten doen terwijl ze weten dat die er nog niet klaar voor zijn. Die mensen moeten daar dan wel de kosten voor betalen. De oproep van de heer De Hoop om aan de slag te gaan met de commissie-Roemer is terecht. We zullen nog een debat over verkeersveiligheid hebben. Ik denk dat het goed is om daarin een update te geven over de voortgang ervan.

In de afgelopen periode is er eigenlijk met alle partijen in de branche gesproken over de vraag welke maatregelen we zonder wetswijziging nu al kunnen uitvoeren en of die ook uitvoerbaar zijn. Dat heb ik ook in het commissiedebat gezegd. Een van de maatregelen die het CBR nu bijvoorbeeld verkent, is of rijschoolhouders die willens en wetens de verkeerde manier hanteren, uitgesloten kunnen worden. We gaan er nu met het CBR naar kijken of dat kan, of dat daar wetswijzigingen voor nodig zijn. Dat loopt, maar ik denk dat het ook goed is om dat in een debat verder uit te diepen, ook met de heer De Hoop. Ik weet dat de rest van de Kamer hier ook aandacht voor vraagt.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 971 van de heer De Hoop. Ik herken niet helemaal wat hij in zijn bijdrage zegt over de toezegging. Het is misschien goed om aan te geven dat de drie tijdelijke noodmaatregelen tot op heden nog niet ingezet hoefden te worden, gelukkig. U krijgt maandelijks de rapportage van het CBR over de stand van zaken. De maatregelen worden ingezet als de termijn boven de 14 weken uit komt, en gelukkig zit die nu, al een lange tijd, op 5,6 weken, volgens de laatste rapportage die ik woensdag heb gekregen en ook direct naar de Kamer heb doorgestuurd. Er is toegezegd dat als die termijn van veertien weken weer in zicht zou komen — dat kunt u maandelijks bijhouden — we eerst teruggaan naar de Kamer om dan met de Kamer te bespreken of de drie maatregelen wel of niet worden ingezet. Er zit ook nog een volgorde in van welke maatregel als eerste wordt ingezet. Dat is de toezegging die mijn voorganger heeft gedaan. Daar houd ik me ook aan. Ik heb nu gelukkig geen enkele aanleiding om te constateren dat het CBR deze maatregelen zou moeten inzetten. Gelukkig, zeg ik, want ik zie dat er keihard wordt gewerkt door de examinatoren van het CBR en eenieder die daaraan zijn bijdrage levert.

Ik voelde sympathie met betrekking tot het verzoek van de heer De Hoop over de faalangstexamens. Ik vind het namelijk belangrijk dat die afgelegd kunnen worden. Naar aanleiding van uw vraag daarover heb ik aan het CBR gevraagd of dat kan, want ik snap de vraag van de Kamer, maar ik vind het, in het kader van het centraal stellen van de uitvoering, ook belangrijk om te vragen of dit überhaupt een mogelijkheid is. Het CBR heeft mij te kennen gegeven dat dit hele plan van aanpak tot stand is gekomen met zijn medewerkers, zijn ondernemingsraad en de branche. Het CBR hecht eraan dat dit integraal overeind blijft. Ik snap de oproep van de heer De Hoop dat de Kamer hierover geïnformeerd wil worden om het vervolgens te kunnen bespreken. Die toezegging heeft u. De uitvoeringsorganisatie die hier verantwoordelijkheid voor draagt, geeft aan hierover nagedacht te hebben met iedereen en hierover te hebben gesproken met de medewerkers. Zij zegt: wij willen dit en kunnen hier nog geen afscheid van nemen; we willen dit pakket in stand kunnen houden om te kunnen garanderen dat we ook examens kunnen afnemen. Ik sta daar dan ook achter. Om die reden ontraad ik de motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer De Hoop voor een interruptie.

De heer De Hoop (PvdA):

Ik twijfel niet aan de professionaliteit van het CBR en de mensen die daar werken. Wel vind ik het belangrijk dat de Kamer de toezegging heeft gekregen dat in het geval dat een tijdelijke noodmaatregel nodig mocht zijn, wat nu nog niet zo is, die aan de Kamer voorgelegd wordt. Wij gaan er dan ook over. In april hebben heel veel partijen al gezegd: wij vinden het geen goed idee om, als die situatie mocht ontstaan, die maatregel van de faalangstexamens door te voeren. Waarom kan de minister dan niet het oordeel daarover aan de Kamer laten? Ik vind dit bij uitstek een politieke keuze, waar de Kamer ook wat van kan vinden. Het CBR kan met die mogelijkheden komen, maar onze Kamer kan daar dan toch een oordeel over geven? Waarom ontraad de minister die motie dan? Dat snap ik niet.

Minister Visser:

Dat is zo omdat u mij hebt aangesteld om te besturen. Ik heb er een organisatie voor die dit doet. Die organisatie zegt: ik heb een taak, ik heb een budget en ik heb mensen gekregen; daar kan ik dit voor doen. Iedere maand leg ik er verantwoording over af aan uw Kamer om u inzicht te geven of dat op schema ligt, ja of nee. U kunt mij dan naar de Kamer roepen om mij erover te verantwoorden als u denkt dat dit niet goed gaat. U kijkt mij daarop aan. De organisatie zegt een groot probleem te hebben. Dat is ook bekend. We hebben dat meerdere malen met de Kamer besproken. We zetten alles op alles om examinatoren te werven. Er zijn 100 extra examinatoren geworven, die nu in opleiding zijn. We zorgen ervoor dat we alles zo gaan plannen dat we ook met corona, dat hier ook nog tussendoor speelt, zo maximaal en snel mogelijk leerlingen de aanbieding kunnen doen om examen te doen als zij daar gereed voor zijn. Dat geldt voor zowel het theorie- als het praktijkexamen. Het CBR geeft aan: wij hebben deze maatregel misschien nodig en hebben hierover nagedacht; we zetten die niet zo in. Mocht die termijn van veertien weken ooit weer in zicht komen, dan is het niet de eerste maatregel die wordt ingezet. De uitvoeringsorganisatie geeft aan deze maatregel in de gereedschapskist te willen houden.

Als de uitvoeringsorganisatie dat aangeeft, als dit besproken is met de branche, als dit besproken is met de eigen medewerkers, dan ga ik daarvoor staan. Als die veertien weken in zicht komen, ga ik dat met u bespreken. Dan kunt u daar van alles van vinden. Dan kunt u ook weer moties indienen. Maar ik sta hier wel voor het CBR. Ik weet dat de heer De Hoop dat ook doet, zoals hij terecht zegt. We hebben het in deze Kamer heel vaak gehad over uitvoering centraal; dat we ook de uitvoeringsorganisaties moeten horen als zij opdrachten krijgen. Dit is een heel duidelijk signaal. Om die reden ontraad ik de motie.

De heer De Hoop (PvdA):

Het is duidelijk wat de minister vindt. Ik denk er wel echt anders over. Ik denk allereerst dat het niet efficiënt gaat zijn om die faalangstexamens te schrappen, omdat die werken en ervoor zorgen dat er hogere slagingspercentages zijn. Wij gaan de motie gewoon indienen en dan zien we wat de Kamer ervan vindt. Ik vind het in ieder geval wel een politieke keuze.

Minister Visser:

Het is niet de eerste maatregel, dat benadruk ik. Het is pas als het bijna veertien weken is en daar is nu geen sprake van. Ik wil voorkomen dat u op de stoel van de uitvoering gaat zitten, voor iets wat nu nog niet aan de orde is. Volgende week spreekt u met voorzitter Bosman van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties. Er ligt een heel duidelijk rapport met een signaal voor zowel het kabinet als de Kamer. Ik heb sympathie voor de oproep van de heer De Hoop, dat heb ik ook in het debat gezegd, want ik ben ook van mening dat die faalangstexamens noodzakelijk zijn, maar als de uitvoeringsorganisatie aangeeft dat dit mogelijk wordt ingezet als tweede maatregel als die veertien weken in zicht komen, dan vind ik dat ik daar ook voor moet staan.

De heer Madlener (PVV):

Om even door te gaan op het betoog van de heer De Hoop, het gaat ook om een ambitie die je hier neerlegt. Wat vinden wij als Kamer dat het serviceniveau moet zijn van het CBR? Faalangstexamens vinden we heel belangrijk. De minister ontraadt de motie, maar ik denk dat een heleboel Kamerleden het ambitieniveau omhoog willen. Ik heb zelf ook een motie ingediend over een iets hogere ambitie. Dat klinkt nu niet logisch, omdat er corona is, maar die ambitie moet er toch zijn. Kan ik het ook anders vertalen? Als de Kamer deze motie toch aanneemt, ziet de minister dat dan als een opdracht om samen met het CBR te gaan kijken hoe deze ambitie te verwezenlijken is?

Minister Visser:

Het is geen ambitie. Deze Kamer heeft hierover meerdere malen, uitgebreid gesproken met mijn voorganger. De problemen bij het CBR zijn groot. Niet voor niks krijgen we maandelijks een rapportage om inzicht te geven in de problematiek. Dat betekent dat deze organisatie herstel nodig heeft. Dat betekent dat deze organisatie de opdracht heeft gekregen om dat herstel te bewerkstelligen. We moeten de organisatie ook het vertrouwen geven dat zij dat doet, samen met hun mensen, samen met de branche. Dit willen zij ook niet. Ik ken niemand bij het CBR die zegt: dit lijkt me een briljant plan. Absoluut niet. Ze hebben wel gevraagd: mocht de situatie zich ooit voordoen dat wij die veertien weken gaan halen — wat niet zo is, want in de maandelijkse rapportage ziet u dat het schommelt tussen vijf en zes weken — dan willen wij een gereedschapskist hebben. Wij hebben daarover nagedacht. Wij hebben hier juist met de branche over gesproken. Er is niemand bij het CBR die dit graag wil. Dit gaat niet over ambities, dit gaat erover dat dit een van de maatregelen kan zijn als de nood aan de man is en er moet worden ingegrepen. We hebben ook afgesproken dat ik dan terugkom bij uw Kamer. De heer De Hoop zei terecht dat de Kamer er dan waarschijnlijk ook iets van vindt. Dat vindt u sowieso, want u heeft deze motie ingediend. Dan hebben we met elkaar ook een gesprek. Ik zou echt een oproep willen doen, want deze organisatie staat onder druk. Er is ontzettend goed werk verricht door alle mensen bij het CBR. Geef ze ook even ademruimte.

De heer Madlener (PVV):

Ik twijfel toch, want ik heb de heer De Hoop niet horen zeggen dat het CBR niet de mogelijkheid zou moeten krijgen om dit ambitieniveau, wat het voor mij is, te verwezenlijken. Als de motie het toch haalt, dan blijft de vraag staan wat de minister en het CBR dan gaan doen.

Minister Visser:

Dat gaan we dan zien. Ik ben van plan om dat eerst met de uitvoeringsorganisatie te bespreken, want zij hebben ook een opdracht gekregen van u en van mij.

Dan het pleidooi van de heer Madlener om de kosten wat meer in de hand te houden, zoals hij zei. We hebben naar aanleiding van uw vraag even gekeken hoe het zit in andere landen. In Ierland, Engeland en Duitsland zien we vergelijkbare niveaus als het gaat om de kosten. In Nederland werken we met tarieven. Het CBR wordt dus bekostigd op basis van de tarieven. Als de heer Madlener bijvoorbeeld zegt dat hij een lager tarief wil voor het rijbewijs, dan zullen bijvoorbeeld de tarieven voor de rijkeuringen of het rijbewijs voor beroepschauffeurs omhoog moeten gaan. Dat zijn altijd communicerende vaten. Die afweging proberen we jaarlijks te maken, opdat het ene tarief ten opzichte van het andere tarief niet volledig uit de hand loopt, want je wilt alles betaalbaar houden. Uiteraard zullen we ook kijken naar uw oproep om het een beetje in de hand te houden, want we willen inderdaad dat mensen, van jong tot oud, gewoon hun rijbewijs kunnen halen en dat het een beetje betaalbaar blijft. En dan willen we ook nog eens de kwaliteit verhogen. Nou, dat zijn de twee ambities die we aan het uitwerken zijn.

Dan de tweede motie, van de heer Madlener, op stuk nr. 972. Die ga ik ontraden. De argumentatie daarvoor is eigenlijk gelijk aan wat ik net al zei. Hoe sneller hoe beter, maar het betekent ook dat de pool van examinatoren dan flink vergroot moet worden. Het CBR heeft de afgelopen periode echt flink geworven en gelukkig ook 100 mensen aangenomen. Die volgen nu al een opleiding. Maar als we van zeven naar vier weken gaan, dan moeten er nog flink wat mensen bij, en het is gewoon niet mogelijk om dat op de korte termijn te realiseren. Hoe eerder, hoe beter: dat delen we. Maar dit is geen uitvoerbare opdracht, dus ik ontraad de motie.

De voorzitter:

Dank aan de minister voor haar inbreng. Beide moties hebben een oordeel gekregen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan dinsdag aanstaande over de moties stemmen.

Ik schors de vergadering voor een enkel ogenblik. De volgende minister is al gearriveerd. We gaan zo dadelijk door met een tweeminutendebat over media.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven