9 Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2020

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 ( 35300-XV ).

De voorzitter:

We gaan verder met de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Ik denk dat de heer Smeulders nu namens GroenLinks het woord krijgt.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. We behandelen vandaag de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met meer dan 85 miljard euro is dat ook de grootste begroting van allemaal. Het gaat dan ook echt ergens over. Het gaat over de basis van onze verzorgingsstaat.

Voorzitter. Ik moet ook aangeven dat het toch een beetje een gekke begrotingsbehandeling is, omdat veel grote dossiers, die heel belangrijk zijn voor veel mensen, eigenlijk ook op andere momenten worden behandeld. We hebben het vorige week over de pensioenen gehad en over de kortingen daarop, die gelukkig vrijwel allemaal van tafel zijn. Volgend jaar zomer wordt dat weer opnieuw spannend, als de nieuwe contracten voorliggen en andere onderwerpen worden uitgewerkt. Dit voorjaar gaan we het hebben over de commissie-Borstlap: hoe gaan we zorgen dat er een sociale zekerheid komt die ook bij deze eeuw past, waarin echt alle mensen bepaalde zekerheden krijgen? Ook de zzp-discussie gaan we hopelijk snel voeren.

Voordat ik naar een paar andere onderwerpen ga, waar ik veel aandacht voor wil vragen, sta ik kort stil bij de zzp-discussie. Ons heeft vanochtend namelijk een brief bereikt van de Stichting van de Arbeid. Die is een samenwerkingsorgaan van werkgevers en werknemers. We hebben een polderland in Nederland, maar het is niet zo dat werkgevers en werknemers het altijd met elkaar eens zijn. Alleen over de zzp-plannen van dit kabinet, van deze minister, zijn ze buitengewoon eensgezind. Ze beginnen de brief dan ook met: "De Stichting van de Arbeid adviseert om beide conceptwetsvoorstellen niet in te dienen." En dan komen er drie pagina's met de redenen waarom zowel de werkgevers als de werknemers dit gewoon echt onzalige plannen vinden. Ik zou dit vandaag bij de begroting van Sociale Zaken willen bespreken en de minister willen vragen om een reactie. Volgens mij is de minister bezig om een doodlopende straat in te rijden of om op een grote muur af te rijden, want dit gaat zo niet gebeuren. Er is geen politieke meerderheid voor en de polder wil het niet, dus stop alsjeblieft. Ga in gesprek met partners om te kijken hoe tot regelgeving gekomen kan worden die wel werkt. Voorzitter. Dan wil ik aandacht vragen voor een aantal onderwerpen die anders relatief weinig aandacht krijgen. Dat gaat over twee thema's: menselijke maat en zeggenschap. De samenleving is voor heel veel mensen heel erg ingewikkeld geworden. Mensen hebben ook vaak het gevoel dat ze de regie kwijt zijn. Ze zijn overgeleverd aan de markt of aan de bureaucratische overheid. Professionals hebben te weinig autonomie. Burgers worden eigenlijk van het kastje naar de muur gestuurd. We moeten dus echt terug naar een publieke sector die geen machine is, maar die gewoon werkt voor de samenleving, met meer vertrouwen in mensen en meer zeggenschap voor professionals.

Voorzitter. Laat ik beginnen met het thema menselijke maat. Ik heb de afgelopen weken een heel interessant boek gelezen over onze arbeidsmarkt. Dat heet "Uitgebuit". Ik had het willen meenemen. Dan had ik het kunnen laten zien, maar ik ben het vanochtend vergeten. Het is een boek over de misstanden op onze arbeidsmarkt. Ik zou willen vragen of het kabinet dat boek gelezen heeft en of de bewindspersonen daar eens op zouden kunnen reflecteren. We hebben hier veel debatten over sociale zaken en veel dingen gaan ook redelijk goed in Nederland, maar als je ziet hoeveel dingen echt niet goed gaan, moet dat echt anders. Wat is het kabinet bereid om daaraan te doen?

Een groep die heel erg kwetsbaar is, zijn de arbeidsmigranten. Er wordt vaak negatief over gesproken, maar dat zijn veel mensen die ver van huis zijn en die voor relatief weinig geld keihard werken, vaak ook in beroerde omstandigheden. De Inspectie SZW heeft helaas vaak te weinig middelen om goed te handhaven. Daar komt in dit regeerakkoord wat extra budget bij. Dat is hartstikke goed. Ook op Europees niveau worden stappen gezet, maar kan de minister of de staatssecretaris aangeven of dat voldoende is? Is er al verbetering?

Gisteren bleek dat de FNV een rechtszaak gaat aanspannen tegen een andere inspectie, de ILT. De vakbond pleit voor hardere maatregelen als transportbedrijven zich niet houden aan de rij- en rusttijdenregeling. Zijn de bewindspersonen van SZW bereid om in gesprek te gaan met hun collega's van IenW om dit nou eens eindelijk op te lossen en om de ILT aan te sporen om echt werk te maken van goede rustvoorzieningen voor vrachtwagenchauffeurs? Ik was een aantal dagen geleden, op zondag, op werkbezoek met de FNV op dezelfde truckersparkeerplaats als waar minister Koolmees geweest is, volgens mij in een van zijn eerste maanden als minister. Het is echt mensonterend wat je daar ziet, zoals mensen uit de Filipijnen, die al twee jaar zes dagen per week vrachtwagens in Nederland rijden. Die zevende dag staan ze op een truckersparkeerplaats hun kostje te koken voor de rest van de week. En ze hebben al twee jaar niet in een normaal bed geslapen. Al twee jaar kunnen ze alleen maar facetimen met thuis. Dat zijn de mensen die onze spullen rondrijden. Dat moeten we toch niet willen samen? Is het kabinet het daarmee eens en gaan hier nou eindelijk echte stappen op gezet worden?

Daarnaast zien we dat er relatief weinig organisaties zijn die echt opkomen voor de belangen van arbeidsmigranten. Een van de weinige organisaties die dat wel doet, is FairWork. Wij begrepen van hen dat zij permanent een soort subsidies bij elkaar moeten sprokkelen om het hoofd boven water te houden. Is het kabinet bereid om te kijken of structurele subsidie mogelijk is, juist voor organisaties die opkomen voor zulke kwetsbare belangen?

Ik ga door met het thema zeggenschap, want we hebben als GroenLinks met vier Kamerleden — want zeggenschap in de publieke sector is een heel breed thema — begin dit jaar een initiatiefnota ingediend. Die heet "Samen de baas". Ik ben heel erg benieuwd wanneer de kabinetsreactie daarop komt, zodat we daar een goed debat met elkaar over kunnen hebben. Dat heb ik al een paar keer gevraagd. Kan het kabinet dat aangeven?

Voor nu wil ik eigenlijk specifiek stilstaan bij één thema daaruit. Dat is de samenstellingen van de raden van toezicht, want we merken dat er op dat punt een heel groot verschil is. In de private sector is dit eigenlijk goed geregeld. Bij een bv mogen werknemers bijvoorbeeld een derde van de toezichthouders benoemen. Ze hebben daar een adviesrecht op. In de publieke sector is dat niet zo. Dat is eigenlijk heel erg gek. Het is gewoon een ratjetoe op dit moment. In het onderwijs heeft men het redelijk goed geregeld, in de zorg eigenlijk amper. Is het kabinet bereid om met een voorstel te komen waarin wordt geregeld dat in alle sectoren, juist ook in de publieke sector, een op de drie toezichthouders wordt benoemd door de medewerkers zodat er meer nadruk is voor hun belangen? Ik overweeg om daarover in tweede termijn een motie in te dienen met de collega's van het CDA.

Dan een ander onderwerp waarover ik eerder een motie heb ingediend met collega's van D66, namelijk arbeid en zorg, en verlofregelingen. Wij hebben daar precies een jaar geleden bij de begrotingsbehandeling een pleidooi voor gehouden en een motie ingediend met de vraag: kunnen wij dat aantrekkelijker maken? De minister heeft in zijn beantwoording tijdens een debat, volgens mij twee maanden geleden, aangegeven dat hij dit zal betrekken bij het stuk over het tekort aan arbeidskrachten. Nee, sorry, de ibo deeltijd, bedoel ik. Maar gisteren kwam er een kabinetsreactie die heel anders is. Daarin wordt gesteld: wij zien deze motie als afgedaan, want er komt een handreiking en that's it. Ik zie ook dat de minister ... Het zat in een andere brief verstopt. Ik moet eerlijk zeggen dat het CNV dat heeft gezien. Wij hebben het niet gezien; zij hebben ons getipt. Dit kan niet de bedoeling zijn. Ik heb hierover contact gehad met de heer Van Weyenberg en als dit de manier is waarop het kabinet deze motie uitvoert, dienen wij morgen gewoon een nieuwe motie in waarin veel preciezer wordt opgeschreven wat er in onze ogen moet gebeuren. Het idee is gewoon dat arbeid en zorg gemakkelijker worden gemaakt en dat het kabinet voorstellen, scenario's, gaat maken hoe wij dat zouden kunnen aanpakken. Wij vinden het iets te gemakkelijk om nu te zeggen: er komt een handreiking van sociale partners en dan zijn wij ervan af. Ik ben benieuwd of de minister door heeft wat voor brief hij heeft ondertekend.

Dan nog een punt om af te sluiten en dat gaat ook over verlofregelingen maar dan op een heel andere manier. Wij hebben in de Tweede Kamer een debat gevoerd over geboorteverlof. Het is natuurlijk prachtig, bij nieuw leven moeten wij stilstaan. Daar worden nu stapjes op gezet. Europa gaat ons mogelijk dwingen om grotere stappen te zetten. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister: hoe staat het daarmee? We hebben het net over arbeid en zorg gehad, maar er is eigenlijk heel weinig aandacht voor rouwverlof. Ere wie ere toekomt: vooral de collega's van de SGP hebben daar de afgelopen jaren wel aandacht voor gevraagd. Het meest heftige wat je als persoon kan meemaken, is als een dierbare overlijdt. Je merkt op dit moment dat je ongelofelijk afhankelijk bent van je werkgever voor de ruimte die je krijgt om te rouwen, om het te verwerken, om je leven weer stapje voor stapje op te pakken. Eigenlijk is het gek dat daar niet meer duidelijkheid over is. Daarom hebben wij samen met de SGP een manifest geschreven. Het heet Ruimte voor rouw en de heer Stoffer zal het in tweede termijn namens onze beide partijen aan de minister overhandigen. Dit is volgens mij geen onderwerp dat links of rechts is. Wij hopen dus op brede steun vanuit de Kamer en ook op een heel positieve kabinetsreactie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Smeulders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Renkema, ook namens GroenLinks.

De heer Renkema (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Mijn collega had het er al over: onze samenleving is steeds ingewikkelder geworden en steeds meer mensen moeten moeite doen om het hoofd überhaupt boven water te houden. Daarbij lopen zij vaak tegen bureaucratische muren op. 2,6 miljoen huishoudens in Nederland hebben moeite om rond te komen en 6 miljoen huishoudens ontvangen een of meerdere toeslagen. Maar in plaats van mensen te ondersteunen en te ontlasten, hebben wij het juist voor de meest kwetsbare mensen het meest ingewikkeld gemaakt. Waar multinationals dure consultancybureaus kunnen inhuren om ingewikkelde belastingconstructies te verzinnen, worden mensen die het moeilijk hebben, door de overheid van het kastje naar de muur gestuurd en soms bejegend of zij crimineel zijn.

Het meest schrijnende voorbeeld is toch wel de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft jarenlang onrechtmatige toeslagen teruggevorderd. Mensen kwamen daardoor in de schulden, moesten stoppen met werken omdat zij geen kinderopvang meer konden betalen en als zij bezwaar maakten, werden zij actief tegengewerkt. Hier is het voorbeeld van een compleet doorgeslagen wantrouwen van de overheid naar de eigen burgers. Het is helaas geen uitzondering, maar symptoom van een systeem. Hoezo, menselijke maat? Ook in het kader van schulden hebben wij er al heel vaak voor gepleit om iets te doen aan de toeslagensystematiek. Het eerste deel van het ibo toeslagen geeft gelukkig aanwijzingen die erop duiden dat we toe moeten naar een veel grotere wijziging. We willen daar vandaag alvast een voorzet voor doen. Kinderopvang moet wat ons betreft een publieke voorziening worden. Daarmee brengen we jonge gezinnen niet meer onnodig in de problemen en het is ook nog eens heel goed voor de ontwikkeling van kinderen. Die begint namelijk al ver voordat zij naar de basisschool gaan. De WRR heeft al eerder aangetoond dat jonge kinderen die vóór de basisschool de juiste vaardigheden meekrijgen, daardoor hun hele leven, in ieder geval hun onderwijsloopbaan, met veel meer succes kunnen doorlopen. Zij krijgen een veel betere uitgangspositie om in hun leven te blijven leren. Ik hoor graag wat de staatssecretaris van dit voorstel vindt. Ik bereid een motie op dit punt voor.

De Participatiewet, die we al kennen sinds 2015, heeft tot doel iedereen aan het werk te krijgen. Met prikkels en sancties worden mensen de arbeidsmarkt op gestuurd. Vorige week kwam dan die wettelijk verplichte evaluatie na vijf jaar. De conclusie was vernietigend. Deze wet werkt niet. Mensen hebben nauwelijks meer kans op werk en de inclusieve arbeidsmarkt is nog heel ver weg. Helaas zijn een aantal gevolgen waar GroenLinks bij de invoering voor waarschuwde waarheid geworden. Ook de afgelopen jaren hebben we meerdere malen onze zorgen geuit. Soms lijkt deze staatssecretaris erg hardhorend voor de kritiek die wij hebben uitgeoefend. Het SCP concludeert dat de aannames uit de wet niet kloppen en dat de aannames moeten worden heroverwogen. Dat is niet niks. Het SCP zegt niet dat de uitvoering hier en daar wat beter moet, of dat er wat meer geld bij moet. Het zet vraagtekens bij de uitgangspunten van deze wet. Dat is heel fundamentele kritiek. Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris op dit moment toe is aan een fundamentele herbezinning op dit beleid en dat zij bereid is om echt na te denken over een nieuwe koers.

Ik geef haar een aantal suggesties daarvoor. Ik doe dat aan de hand van de vier aannames van de Participatiewet en hetgeen het SCP daarover zegt.

De gemeenten bevestigen het idee dat een groot deel van de doelgroep niet in staat is om te werken. Zij geven aan dat in heel veel gevallen andere problemen moeten worden opgelost voordat mensen zich kunnen richten op arbeidsdeelname. GroenLinks heeft al heel vaak gezegd dat werk niet de heilige graal is; de focus op betaald werk is wat ons betreft veel te groot. Deelnemen aan de samenleving kan ook betekenen: meedraaien in het buurthuis, maatje zijn voor anderen, vrijwilligerswerk doen. Dat kan alles zijn wat ertoe bijdraagt dat onze samenleving inderdaad een plek is waarin mensen samenleven en elkaar kunnen ontmoeten.

Dan aanname twee: instrumenten werken als stimulans en dragen bij aan een match tussen vraag en aanbod. Het SCP zegt dat de werkgevers die deze hebben gebruikt, aangeven dat die instrumenten voor hen een belangrijke voorwaarde zijn, maar niet voldoende om plaatsingen te realiseren. Meer nog dan de inzet van instrumenten is persoonlijke inzet van mensen cruciaal, zo schrijft het SCP. In verschillende debatten heeft GroenLinks aangekaart dat die matching alleen niet voldoende is. Om mensen echt duurzaam aan het werk te krijgen is intensieve begeleiding nodig, om mensen op een plek te krijgen, maar ook om ze daar te houden. Dit is voor werkgevers een cruciaal punt. We moeten gewoon met elkaar accepteren dat dit geld gaat kosten. Wij zijn trots op gemeenten zoals Amsterdam en Utrecht, waar onze wethouders ervoor hebben gekozen om zelf echt fors te investeren in mensen die een flinke afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Uiteindelijk is de staatssecretaris ervoor verantwoordelijk dat iedereen in Nederland mee kan doen en moet ze ook bereid zijn om daarin te investeren. Graag een reactie op dit punt.

Een andere oplossingsrichting die we hebben aangedragen is het werkloket. Bij zo'n werkloket zou iedereen wat ons betreft terecht moeten kunnen voor begeleiding naar werk. Het grote voordeel zou zijn dat je niet tegenover iemand zit die ook over je uitkering gaat, want dat maakt zo'n gesprek echt heel anders. In een eerder debat hebben beide bewindspersonen positief gereageerd op het idee. Zijn zij dan ook bereid om hiermee te gaan experimenten in een aantal arbeidsmarktregio's?

Mevrouw Tielen (VVD):

Als iemand zegt "ik ben trots op Utrecht", dan voelt dat goed. Dat wil ik maar even gezegd hebben. Meneer Renkema zegt: ik ben trots op onze wethouders in Amsterdam en in Utrecht, want zij hebben fors geïnvesteerd in die mensen. Investeren betekent ook dat het ergens toe leidt. Mijn eerste vraag aan meneer Renkema is dus: staat meneer Renkema net als de VVD vierkant achter de doelstelling van de Participatiewet, namelijk mensen meekrijgen, liefst ook op weg naar betaald werk? De tweede vraag is dan: wat zijn dan die voorbeelden uit Amsterdam en Utrecht waarover meneer Renkema zegt "nou, misschien moet de staatssecretaris die hoog van de daken schreeuwen, want dat zijn echt goede investeringen geweest"?

De heer Renkema (GroenLinks):

Om het eerste deel van de vraag te beantwoorden: wij delen heel nadrukkelijk de gedachte achter de Participatiewet dat je ervoor moet zorgen dat iedereen mee kan doen. Op basis van het SCP-rapport hebben wij geconstateerd dat dit niet het geval is. Ik heb één nuance aangebracht, namelijk dat de focus in de Participatiewet echt ligt op bemiddeling naar betaald werk. Soms — en dat blijkt ook uit het onderzoek van het SCP — is het nodig om andere problemen eerst op te lossen. Dan kunnen mensen misschien tijdelijk andere dingen gaan doen om ervoor te zorgen dat ze in staat zijn om uiteindelijk de route richting werk te bewandelen. De enorme druk die erop ligt dat iedereen naar betaald werk moet, delen wij niet.

En om dan het tweede deel van de vraag te beantwoorden: ik heb in mijn contacten met wethouders en ook met sociale diensten en andere in grote steden, en dan met name in Amsterdam en Utrecht, gemerkt hoeveel verschil het maakt als een sociale dienst of consulenten vanuit de gemeente actief op zoek gaan naar mensen en het gesprek aangaan. Als je actief het gesprek aangaat vanuit de gemeente, dan is dat meer dan een brief sturen. Ik sprak laatst iemand die in tien jaar vier keer een brief had gekregen. Dat had dan vier keer geleid tot een gesprek van een halfuur. Daarmee krijg je niemand in beweging. In Amsterdam en Utrecht wordt intensief gezocht naar mensen en wordt ook het gesprek aangegaan, waar nodig aan de keukentafel. Dat vind ik een goede praktijk.

Mevrouw Tielen (VVD):

Ik denk dat ik dat met meneer Renkema eens kan zijn. Maar dan is de volgende vraag wat er na dat gesprek in Amsterdam en Utrecht gebeurde waardoor mensen ook daadwerkelijk weer mee konden doen in de samenleving.

De heer Renkema (GroenLinks):

Het gaat bijvoorbeeld over het meedraaien als vrijwilliger bij een voedselbank. Soms gaat het over het aangaan van een eerste contact met mensen in de buurt. Het zijn soms heel kleine stappen die mensen moeten zetten om uit een situatie van soms jarenlang isolement te komen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Renkema (GroenLinks):

Ik kom bij de derde aanname van de Participatiewet en wat het SCP daarover zegt. De aanname was: één regeling is eenvoudig en duidelijk en verhoogt daarmee ook de kansen voor de doelgroep. Immers, met de Participatiewet verdwenen allerlei regelingen in één nieuwe wet. Dan zegt het SCP: "In de praktijk blijkt dat van één regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt nog helemaal geen sprake is." Ook dit heb ik meermaals benoemd. Er zijn veel te veel doelgroepen in Nederland, veel te veel loketten, veel te veel regelingen. Ik zie nog weinig gebeuren op dit punt, terwijl er zo veel mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld de doelgroep beschut werk toevoegen aan de banenafspraak en het invoeren van loonkostensubsidie in de Wajong. Maak alsjeblieft onze sociale zekerheid veel eenvoudiger dan zij nu is.

Dan de vierde aanname. Daarmee kom ik eigenlijk bij het belangrijkste punt. Verplichtingen en financiële prikkels werken stimulerend: dat was een van de aannames in de Participatiewet. Het SCP concludeert dat uit onderzoek onder gemeenten niet naar voren komt dat het opleggen van verplichtingen en sancties activerend werkt in de zin van meer uitstroom uit de bijstandsuitkering. Sterker nog, uit ander onderzoek, van de Universiteit Groningen, blijkt het tegenovergestelde zelfs het geval. Ik citeer nu letterlijk uit het rapport van het SCP: "Betrokkenen worden niet beïnvloed door negatieve economische prikkels, verplichtingen en sancties." Het is misschien wel de allerbelangrijkste constatering. Jarenlang hebben met name de rechtse partijen stoere taal uitgeslagen over verplichtingen, maar er is geen mens meer door aan het werk gekomen.

Gemeenten vragen al tijden om meer vrijheid om te kunnen doen wat echt nodig is. Ze zoeken naar experimenteerruimte. Maar op dit onderwerp vond de staatssecretaris beleidsvrijheid opeens niet zo belangrijk. Ik heb herhaaldelijk gevraagd naar een evaluatie van de vertrouwensexperimenten van een aantal gemeenten. Hoeveel onderzoek moet er nu nog komen, wil de staatssecretaris eindelijk toegeven dat het niks oplevert om mensen op voorhand niet te vertrouwen? Het mensbeeld dat hieruit opdoemt is dat van een homo economicus, een rationele mens die voor- en nadelen afweegt: de calculerende burger. Maar ik spreek tegenwoordig mensen die bang zijn geworden voor de gemeente en voor het UWV, die brieven niet meer open durven te maken. GroenLinks wil hiermee breken, door uit te gaan van een principieel ander mensbeeld, namelijk dat van de mens die in relatie tot de ander wil staan, die best wil werken, best mee wil doen en heel graag gezien wil worden. Die moet dus ook echt heel anders bejegend worden.

Voorzitter. Er ligt hier een vernietigend onderzoek. Een van onze belangrijkste planbureaus in Nederland geeft een heel duidelijk signaal af: heroverweeg de uitgangspunten van deze wet. Maar wat doet het kabinet, deze staatssecretaris? Precies datgene waardoor de wet een mislukking is geworden, namelijk nog meer verplichtingen opleggen. Vorige week stuurde ze een brief over de uitvoering van de motie-Raemakers, waarin staat dat alle gemeenten nu echt die tegenprestatie moeten uitvoeren. Met mooie woorden als "wederkerigheid" en "niet-vrijblijvendheid" wordt gekozen voor meer van hetzelfde, namelijk dwang en plicht. Ik vind dat onbegrijpelijk. Graag een reactie van de staatssecretaris op de uitgangspunten van de wet en op de evaluatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hoe duidt ze dit onderzoek nu echt? Wil ze haar koers bijstellen?

Tot slot. Met de minister heb ik ook een aantal keren discussies gehad over onderzoeken en experimenten. Hij is een groot voorstander van maatregelen die evidence based zijn. Om die reden zou ik ook expliciet aan de minister willen vragen hoe hij kijkt naar het onderzoek van het SCP en de maatregelen die nu worden genomen.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Renkema. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Palland namens het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):

Voorzitter, dank u wel. "Toen papa afstudeerde,” zegt Reinout Scholten van Aschat in een interview in NRC eind oktober, "waren er veel meer acteurs die in dienst van een gezelschap werkten". "Vierhonderd", zegt vader Gijs. "En nu ... zijn het er vijftien. Misschien dertig. Alle anderen zijn freelancer. Je bent je leven niet zeker." Aldus vader en zoon Scholten van Aschat in een recent interview.

De begroting SZW 2020 ligt voor ons en ik zal mij in deze bijdrage met name richten op werkgelegenheid. Het is de basis van meedoen in de samenleving, de basis om voor jezelf en voor je naasten te kunnen zorgen. Er is volop werkgelegenheid, zeker in het afgelopen jaar. Er is krapte op de arbeidsmarkt. Veel werkgevers zijn op zoek naar geschikt personeel en maar liefst 25% van de ondernemers geeft aan geremd te worden in groei en ontwikkeling omdat ze niet aan het benodigde personeel kunnen komen. En toch staan er ook circa 300.000 mensen aan de kant, werkloos. Het zogenaamde onbenut arbeidspotentieel is bijna een miljoen mensen, mensen die graag willen maar er niet tussen komen, die door hun afstand tot de arbeidsmarkt, een beperking, wellicht een risico voor werkgevers zijn. Uit het recente onderzoek van het SCP blijkt dat de helft van de werkgevers niet bekend is met bijvoorbeeld de no-riskpolis die voorziet in looncompensatie bij ziekte en ook andere maatregelen die bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt. Mijn collega zal overigens nog verder op de Participatiewet ingaan. Wil de minister in overleg treden met werkgeversorganisaties over concrete acties om de bekendheid van de bestaande regelingen onder werkgevers te vergroten?

Soms komen mensen ook niet aan de slag in een sector waar krapte is omdat onbegrijpelijke regels daaraan in de weg staan. Ik doel dan op de kinderopvangsector. Daar is een groot tekort aan personeelsleden en toch is er een hele scherpe afbakening gemaakt van wie er in die sector mag werken, waardoor bijvoorbeeld kraamhulpen niet mogen worden ingezet. Wij hebben daar vragen over gesteld en die zijn netjes voor de begrotingsbehandeling beantwoord. Gisteren hebben we van die antwoorden kennis kunnen nemen. De staatssecretaris geeft daarin aan dat het eigenlijk een rol is voor de werkgevers- en werknemersorganisaties om er bij cao-onderhandelingen opnieuw naar te kijken. Dat snap ik. Daar heeft het kabinet niet zelf direct een rol in, maar wel kan het natuurlijk een signaal doorgeven en kan het wijzen op de verantwoordelijkheid die er ligt om die arbeidsmarktkrapte aan te pakken en te kijken hoe effectief gewerkt kan worden aan het oplossen van het personeelstekort in de kinderopvang.

Voorzitter. Er zijn ook mensen die graag mee willen doen, die meer willen werken maar waarbij de combinatie van werk en zorg of werk en opleiding en de taken thuis mensen terughoudend maakt. Het lijkt ons goed dat we kijken naar hoe we gezinnen en families kunnen ondersteunen om de juiste balans te houden in werk en thuistaken en hen daarin te faciliteren omdat daarin ook een bijdrage ligt in de tekorten aan personeel in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs maar ook andere kraptesectoren.

Tot slot over de arbeidsmarktkrapte. Een reden waarom er krapte is en er toch ook mensen aan de kant staan, is de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Er zijn mensen die een opleiding hebben voor een vak waarin geen werk is of waar nu of in de toekomst geen vraag meer naar is. Daarom is het heel goed dat kabinet en Kamer inzetten op een leven lang ontwikkelen, maar ook dat zijinstroom in de kraptesectoren wordt aangemoedigd en ondersteund en dat het kabinet aan de slag gaat met de CDA-motie over combinatiebanen, zodat het makkelijker wordt om banen te combineren en om werkervaring op te doen in bijvoorbeeld een andere sector. Ter zake het leven lang ontwikkelen zetten we stappen via de STAP- en de SLIM-regeling. Maar er moet meer gebeuren. Werkgevers- en werknemersorganisaties staan te trappelen om met het systeem van leerrechten of leerrekening aan de slag te gaan en zij manen de politiek tot grote stappen voorwaarts, zoals het CNV dat in cao's afspraken wil maken over een eigen pot geld voor werknemers zodat de werknemers zelf keuzes kunnen maken met betrekking tot scholing en ontwikkeling met ondersteuning en begeleiding vanuit bijvoorbeeld de vakbond. Vooralsnog is die eigen regie van werknemers, die we allemaal voorstaan, nog niet mogelijk, waardoor de werkgever fiscaal aansprakelijk blijft. Dat zorgt enerzijds dat werkgevers wat kopschuw zijn om met werknemersorganisaties leerrekeningen af te spreken in cao's, en anderzijds dat de leerrekeningen die er wel zijn, nog niet optimaal functioneren. Onze vraag aan de minister: welke opties voor verbetering zijn er in de vormgeving van de fiscale wetgeving in relatie tot het stimuleren van de eigen regie van werknemers bij een leven lang ontwikkelen?

De Sociaal-Economische Raad Noord-Nederland heeft geconstateerd dat de bijscholing van werknemers in Noord-Nederland onder het landelijk gemiddelde ligt. Inmiddels hebben opleidingsfondsen, werkgevers- en werknemersorganisaties en overheden elkaar gevonden in de Scholingsalliantie Noord. Zij zijn als proeftuin aangewezen in het programma Regionale economie als versneller. Echter, zij ervaren in de praktijk hinder van regels bij een integrale financieringswijze van een leven lang ontwikkelen, juist omdat ze zo breed zijn samengesteld. Zou het nou niet mooi zijn om hun de ruimte te bieden om het doel van een leven lang ontwikkelen centraal te stellen, zonder vast te lopen in alle verschillende regelingen die op de diverse bij hen aangesloten partijen van toepassing zijn? Zij werken samen, publiek en privaat. Kunnen wij hun dan ook de ruimte geven om het daadwerkelijk intersectoraal en samen te doen?

Voorzitter. Er zijn ook mensen die hebben gewerkt als zelfstandige, netjes een arbeidsongeschiktheidsverzekering hadden afgesloten of een andere voorziening hadden getroffen, maar de pech hadden om ziek te worden en vervolgens ook nog eens de pech hadden dat de AOW-leeftijd omhoogging. Een gat in je financiële planning; als je dan ziek wordt, ben je afhankelijk van derden om je daarin tegemoet te komen. Hiervoor is de overbruggingsregeling in het leven geroepen, maar we zien dat deze OBR maar zeer beperkt uitkeert. Nu wordt zelfs voorgesteld om die regeling verder af te bouwen. Maar wij ontvangen nog altijd berichten van mensen die in de knel komen. Dat blijkt ook uit het SEO-rapport, dat we afgelopen maandag ontvingen. Het betreft een groep van ongeveer 8.100 mensen. Ook mijn collega Van Kent heeft er vorig jaar aandacht voor gevraagd. Het CDA wil, in vervolg op het SEO-rapport, dat duidelijk maakt welke groep nu in de knel komt, dat bekeken wordt welk onredelijk nadeel deze groep ondervindt en dat deze groep alsnog actief wordt geholpen.

Een ander punt, ten aanzien van senioren, is dat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat groepen ouderen die recht hebben op een aanvulling op hun AOW die niet aanvragen. Privacyregels verhinderen de Sociale Verzekeringsbank om deze doelgroep actief te benaderen en hen te wijzen op de aanvulling waar zij recht op hebben. Het CDA heeft daar inmiddels schriftelijke vragen over gesteld. Is de regering het met het CDA eens dat privacyregels niet in de weg mogen staan aan een goede en effectieve uitvoering van beleid? Dat statement geldt wat ons betreft trouwens breder dan alleen het knelpunt in de ouderenregelingen, zoals door de Algemene Rekenkamer is geconstateerd.

Voorzitter. Nederland staat bekend om zijn grote en groeiende aantal flexcontracten. Ook de OESO wijst erop dat Nederland in die zin afwijkt van andere Europese landen. Daarom zouden wij daar nu op moeten ingrijpen en bijsturen. Dat Nederland afwijkt, hoeft overigens niet negatief te zijn. Nederland wijkt in heel veel zaken af van andere landen en in heel veel gevallen zijn we daar ook trots op. Vroeger had 95% van de werkenden een vast contract, maar tegenwoordig is dat 60%; maar liefst 40% is flex. "Flex" is een heel breed begrip: nulurencontracten, min-maxcontracten, uitzendwerk, payrollconstructies, zzp-schap, noem maar op. 40% van de werkenden heeft daarmee minder zekerheid en minder kans op een hypotheek en loopt risico. Momenteel loopt het onderzoek van de commissie Regulering van werk, oftewel de commissie-Borstlap. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Hoe wil de minister in de tussentijd werken aan het verminderen van onzekerheid?

Een bijzondere categorie flex is de categorie zzp'ers, een grote groep van 1,4 miljoen mensen, een groep die ook heel divers is. We hebben het er geregeld over. Er zijn ook veel zzp'ers die bewust voor het zzp-schap hebben gekozen: zij hebben daarmee gekozen voor eigen regie en kunnen zich ook prima redden. Helemaal goed en waardevol. Waar het CDA wel tegen strijdt, is scheefgroei op de werkvloer: dat kwetsbaren middels een zzp-constructie in een afhankelijke en kwetsbare positie worden geplaatst. Het gaat dan om mensen die uit concurrentieoverwegingen en overwegingen van winstmaximalisatie alleen werk krijgen als zelfstandige tegen een lage vergoeding, zonder zekerheid. Zij hebben niet de lusten — zij kunnen nergens op terugvallen — en kunnen de lasten niet of nauwelijks meebetalen. Wat het CDA betreft werken we toe naar een gelijke bescherming, ongeacht de contractvorm. Dat is goed voor deze kwetsbare groep, maar dat is ook goed om de scheefgroei op de werkvloer tegen te gaan. We kijken met belangstelling uit naar de invulling van de AOV-verplichting waaraan nog wordt gewerkt door diverse zzp'ers en modern werkenden in samenwerking met de Stichting van de Arbeid. Ondertussen loopt ook de internetconsultatie over de zzp-maatregelen. Wij krijgen diverse reacties dat mensen twijfelen of hun inbreng wel goed is doorgekomen en of die wel wordt meegenomen, omdat zij geen bevestiging ontvangen bij het digitaal invoeren ervan. Kan de minister deze zorgen wegnemen? Is het goed geregeld?

Voorzitter. Als het gaat om werkgelegenheid, dan zijn er werkgevers nodig.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, heeft de heer Smeulders een vraag.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik heb een vraag over de zzp-maatregelen en over wat nu ter internetconsultatie ligt. Ik heb net in mijn eigen bijdrage al gezegd dat er vanochtend een brief van de Stichting van de Arbeid, van de werkgevers en werknemers, is gekomen. Die brief is echt vernietigend over de zzp-plannen van het kabinet. Vindt het CDA ook dat deze wetsvoorstellen niet door kunnen en dat die moeten worden ingetrokken, zoals de werkgevers en de werknemers ons vragen?

Mevrouw Palland (CDA):

Ik vind het nu te vroeg om dat te concluderen. Ik zie wel de zorgen die er aan beide kanten zijn. Wij krijgen die reacties als partij natuurlijk ook. Ik zie ook wel een soort aarzeling —althans die meen ik te zien — bij de minister als hij zegt: ik roep op tot een brede maatschappelijke discussie over zzp; wat gaan we met elkaar toestaan en wat niet? Maar ik vind het nu te vroeg om hier de stekker uit te trekken. Ik vind het belangrijk om vanuit het veld te horen wat de reacties zijn, waar eventueel oplossingsrichtingen zitten om het eenvoudiger te maken, om wel duidelijkheid te scheppen. Als we dit afblazen, dan vallen we eigenlijk terug naar een no man's land, naar de Wet DBA waar we ook niet naar terug willen. Ik zou dus in ieder geval de internetconsultatie willen afwachten en daar ook de kabinetsreactie op willen zien.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik ken het CDA als een partij die veel waarde hecht aan de polder en aan het maatschappelijk middenveld dat wij in Nederland hebben. Als dan zowel de werkgevers als de werknemers zeggen dat zij dit niet zien zitten, als eigenlijk de gehele oppositie in de Tweede Kamer zegt dat zij het niet ziet zitten, terwijl er geen meerderheid meer is in de Tweede en in de Eerste Kamer, is mevrouw Palland dan bereid om samen met het maatschappelijk middenveld en met de oppositie te kijken of we tot betere plannen kunnen komen, die we hopelijk wel snel kunnen doorvoeren? Want anders gaan we echt een jaar verspelen met helemaal niks.

Mevrouw Palland (CDA):

Die polder vind ik inderdaad heel erg van belang. En die komt, denk ik, nu ook tot uitdrukking in de internetconsultatie. Ik ben altijd bereid om te kijken hoe dat beter kan en wat we daaraan kunnen doen. Maar dan moeten we wel eerst dat proces doorlopen. En op voorhand al de stekker eruit trekken, dat vind ik echt een stap te ver. Zoals gezegd, dan vallen we terug op een no man's land, en dat willen we volgens mij ook niet. Er wordt wel hard geroepen om handhaving. En dan moet je ook wel iets hebben om te handhaven. Volgens mij zijn we daar nog niet uit. We komen met elkaar ook nog over die regelgeving te spreken.

Voorzitter. Ik kom aan mijn laatste onderdeel. Als het gaat om werkgelegenheid, dan zijn er ook werkgevers nodig. Maar is het nog leuk om werkgever te zijn in deze tijden? Ondernemers klagen liever niet snel, die lossen liever zelf hun zaakjes op. Maar we hebben wel wat op hun schouders gelegd in de afgelopen jaren. Zeker voor kleine werkgevers is het moeilijk om het allemaal op te vangen. De loondoorbetaling bij ziekte en de transitievergoeding staan bovenaan de frustratielijstjes. Het is goed dat komend jaar de mkb-verzuim-ontzorgverzekering beschikbaar komt, evenals de financiële tegemoetkoming voor kleine werkgevers. Maar is dat voldoende? Heeft de minister aanvullend plannen om het werkgeverschap makkelijker te maken en aan te moedigen?

En tot slot, om terug te komen op die categorie zzp'ers. Dreigt er voor deze groep niet ook een kans verloren te gaan? Er is een groep mensen die werken als zelfstandige zonder personeel, maar die wel willen of de marktpotentie hebben om door te groeien tot een zmp'er, een mkb-bedrijf. Maar die hikken ertegenaan om personeel in dienst te nemen en kunnen die stap voorwaarts dus ook niet zetten. Dreigt hier een kans verloren te gaan en moeten we hier niet eens verder naar kijken? Hoe kijkt de minister daartegenaan?

Dank u wel.

Mevrouw Tielen (VVD):

Ik hoor mevrouw Palland er terecht voor pleiten dat het werkgeverschap ook nog wel leuk en enigszins behapbaar moet zijn. In mijn bijdrage vroeg ik de minister om te komen met de resultaten over het eerste kwartaal waarin de Wet arbeidsmarkt in balans in werking is. Met die wet proberen we ook om de balans tussen werkgevers en werknemers een beetje te herstellen. Ik vroeg hem om al op korte termijn met de resultaten naar de Kamer te komen. Ondersteunt mevrouw Palland dat verzoek aan de minister, zodat we met die gegevens ook echt nog een verdere verbetering in de arbeidsmarkt kunnen bewerkstelligen, ook voor werkgevers?

Mevrouw Palland (CDA):

Ja. Ik hoor het u noemen en ik denk dat het een heel goed punt is. Het is natuurlijk wel zo dat één kwartaal niet alles laat zien. Dus het zal een soort eerste verkenning zijn, een eerste reactie op de ervaringen met die wet. Maar het lijkt mij zeker heel relevant om dat te gaan doen. Dus het is een goed voorstel van u wat mij betreft.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Palland. Dan geeft ik nu het woord aan de heer Peters, ook namens het CDA.

De heer Peters (CDA):

Dank u wel voorzitter. Vanmorgen, voor dit debat, hebben we in onze fractiekamer nog gesproken met een hele club mensen van familiebedrijven. Heel mooi om te zien hoe goed zij die mensen in beeld hebben en hoe hard zij ze ook willen helpen als ze zien dat er problemen zijn, maar ook heel vervelend om te merken waar zij tegen aanlopen. Over een aantal dingen kom ik vandaag te spreken.

Allereerst de Participatiewet. We kunnen er niet omheen en we zullen er binnenkort zeer uitgebreid over spreken, ook in dit huis. De conclusies van het SCP waren helder en, hoewel we er niet verrast door kunnen zijn — toch ook wel schokkend. De invoering van de Participatiewet heeft niet geleid tot een stijging van kansen op werk. Voor de bulk van de mensen die afhankelijk zijn van de bijstand is er wat betreft de kans op werk geen enkel verschil te merken. Voor mensen die afhankelijk zijn van de sociale werkvoorziening daalde de kans op werk zelfs.

Deels is dit te wijten aan de opstartproblemen bij gemeenten, deels komt het omdat een behoorlijk deel van de bijstandsgerechtigden helemaal niet zomaar in staat is om te gaan werken en deels komt het doordat de Participatiewet er niet voor heeft gezorgd dat zaken veel eenvoudiger werden. Ten slotte is een behoorlijk deel van de doelgroep gewoon niet in beeld.

Aan dat laatste probeert de staatssecretaris met de uitvoering van de motie-Raemakers een einde te maken: voor iedereen een passend aanbod. Er is in de media enige onduidelijkheid over wat de staatssecretaris hier nu precies mee bedoelt. Vraagt zij nu van gemeenten met iedere uitkeringsgerechtigde individueel in gesprek te gaan, te bekijken wie het is, wat hij of zij kan en nodig heeft en dan samen tot een plan te komen? Het is bijvoorbeeld gek dat gemeenten wel op papier weten of iemand een diploma heeft, maar niet of hij carnavalswagens bouwt, bij wijze van spreken, en dus creatief is en kan lassen en samenwerken. Dat lijkt me wel heel nodig. Of vraagt de staatssecretaris van gemeenten dat iedere uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie levert in de zin van ieder werk dat fysiek uitgevoerd kan worden?

Van dat laatste ben ik niet zo gecharmeerd. Mensen schop je niet uit hun ellende, die probeer je te helpen. Graag een reactie van de staatssecretaris, om ook die onduidelijkheid hier weg te nemen.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau spreekt wel over kwetsbare gemeentelijke financiën. Hoe weegt de staatsecretaris dit? Ik krijg veel telefoontjes over problemen bij de jeugdzorg en zo, maar over deze problemen nog niet zo veel. Hoe weegt de staatssecretaris de onbekendheid van werkgevers met veel regelingen en wat gaat zij doen om deze regelingen beter onder de aandacht te brengen?

Gemeenten geven aan, net op stoom te komen met de uitvoering van de wet en vragen expliciet om niet te veel te veranderen. Hoe weegt de staatsecretaris deze wens in het licht van de bevindingen van het SCP?

Ten slotte vraag ik naar de zogenaamde armoedeval. Het SCP spreekt hier met geen woord over, maar de Participatiewet biedt niet wat de Partij van de Arbeid en de VVD ooit hoopten. Misschien is er een oplossingsrichting.

Ik zie dat meneer Van Dijk wil interrumperen.

De voorzitter:

Ik zie de heer Gijs van Dijk ook, maar ik was benieuwd of u op dit punt alles heeft gezegd. Ja? Dan ga ik naar de heer Gijs van Dijk.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dank, voorzitter. Volgens mij gaan de heer Peters en ik het eens worden. De heer Peters was een van de betere oud-wethouders, die aan de Kamer aangeven: kom nou niet met Haagse dictaten over hoe wij mensen begeleiden naar vrijwilligerswerk of naar betaald werk. Dat is precies het signaal. Kan de heer Peters zich voorstellen dat er wel een enorme verwarring is ontstaan, bijvoorbeeld na die Facebookpost van de VVD en door de uitspraak in de Volkskrant, waarbij echt de nadruk ligt op de verplichting dat er sowieso een tegenprestatie moet worden geleverd?

De heer Peters (CDA):

Daarom vraag ik ook om helderheid. Ik heb het iets anders geïnterpreteerd, omdat ik die brief had gelezen in de Volkskrant. De staatssecretaris enigszins kennende, denk ik dat zij dit niet kan bedoelen. Ik heb die onzekerheid ook gehoord bij mensen en die zou ik nou willen wegnemen als het enigszins kan. Ik kijk eigenlijk nooit op de Facebookpagina van de VVD. Dat moet ik een keer doen.

De heer Renkema (GroenLinks):

Ik kijk er ook liever niet op, maar soms dan schrik ik toch. Ik heb gelezen wat uw fractievoorzitter Pieter Heerma zei bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Hij zei: " En het antwoord van de overheid? Steeds meer lange formulieren en voorschriften. Compliance denken. Als het op papier maar klopt en alle vinkjes zijn gezet. En burgers raken moedeloos. Diensten zijn vaak onbereikbaar, anoniem en weinig behulpzaam." Ik dacht: als ik dit zo lees, zal het CDA ook wel kritisch zijn over die aannames in de Participatiewet, die het Sociaal Cultureel Planbureau zo nauwkeurig heeft ontleed. Klopt dat? Bent u het eens met wat het SCP-rapport schrijft, dat een fundamentele herbezinning op deze wet nodig is?

De heer Peters (CDA):

Ik ben het sowieso eens met wat de heer Heerma zegt, dat zult u begrijpen. Ik vond het ook briljant geformuleerd. Ik ben het ook eens met de conclusies van het SCP dat we goedbedoeld dingen hebben gedaan, die niet het resultaat hebben gekregen waarop werd gehoopt. We moeten niet te snel en te radicaal gaan veranderen — ik begrijp het wel dat gemeenten dat willen — maar wel kijken naar wat werkt en dat gaan doen.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u verdergaat.

De heer Peters (CDA):

Graag zou ik willen dat het anders was, even terugkomend op de armoedeval, maar werken loont voor veel mensen niet in dit land. Wie tegen een minimuminkomen uit de bijstand moet komen, moet flink aan de slag en meer dan 0,7 fte gaan werken om er op papier ook maar €1 op vooruit te gaan en dat lukt vaak niet. Bovendien hebben we te maken met die armoedeval waardoor mensen de kans lopen om toeslagen terug te moeten betalen en in ieder geval allerhande ondersteuning kwijtraken.

Voorzitter. Als ze aan de slag zouden kunnen, kost hen dat naar alle waarschijnlijkheid geld. Het is over het algemeen niet zo dat deze mensen thuis zitten te verpieteren. Ze hebben andere taken: mantelzorger, moeder, vader, vrijwilliger. Ook dat maakt het lastig om direct een volle baan te vinden. Voor werkgevers maken ze zeker in het begin het minimumloon nog niet waar. Dan is het dus makkelijker en goedkoper om te werken met buitenlandse krachten. Zie hier een onoplosbaar probleem, ten minste zolang we blijven doen wat we altijd al deden.

Voorzitter. Het Nibud berekende het al jaren geleden: het bijstandsniveau is niet genoeg om van dood te gaan, maar ook niet genoeg om echt van te leven. Neem daarbij mee dat betaalde arbeid een van de belangrijkste voorwaarden is voor een gelukkig en gezond leven en u begrijpt dat het CDA er alles aan wil doen om ook deze mensen volledig mens te laten zijn. Ons voorstel is simpel en we hebben er al vaker over gesproken: de basisbaan, hoewel sommigen het dan over het basisinkomen hebben. Daar zitten nog heel wat haken en ogen aan, dat begrijp ik. Maar wat vindt de staatssecretaris in dit geval van een pilot op dat gebied?

Dan het onderwerp dakloosheid. Het is natuurlijk schandalig dat het aantal daklozen in ons land groeit in deze tijd. Dat kan echt niet de bedoeling zijn. Dat wil ook niemand. Ik begrijp best dat hier allerlei componenten aan vastzitten, zoals wonen. Hoe ziet de staatssecretaris een reductiedoelstelling als "over vijf jaar heeft de helft een huis" op dit punt?

Een ander onderwerp waarover we hier vaker hebben gesproken, zijn de uithuiszettingen wegens het niet kunnen betalen van een woning. Hierop komen we terug tijdens het VAO Schulden en armoede, samen met de heer Kuzu.

Dan de kostendelersnorm, ook in het kader van de daklozen. Ooit is mij uitgelegd dat die heel belangrijk is. Aan een hardwerkende buurman is niet uit te leggen dat in een huis zes mensen wonen, met gezamenlijk €4.000 netto te besteden per maand, terwijl er niemand werkt. Laten we aannemen dat de kostendelersnorm werkt en dat die zes personen nu niet meer in één huis wonen, maar in drie huizen. Vanwege de huursubsidie verdienen die zes mensen nu bijna €5.000 netto en houden ze in tijden van woningnood drie huizen bezet. Kan de staatssecretaris mij uitleggen hoe dat kan worden uitgelegd aan de hardwerkende Nederlander? Is de staatssecretaris bereid om te onderzoeken wat nu de effecten van die norm zijn? Is er bijvoorbeeld een relatie tussen het stijgend aantal jongeren zonder dak — de zogenaamde couchsurfers — en deze kostendelersnorm? Kunnen we daar klip-en-klaar helderheid over krijgen?

Mevrouw Tielen (VVD):

Ik hoor meneer Peters pleiten voor een onderzoek naar de kostendelersnorm. Onderzoek is altijd goed, want dat levert kennis op. Impliceert meneer Peters dat hij die eigenlijk van de hand wil doen, of heb ik het dan verkeerd begrepen?

De heer Peters (CDA):

Kijk, zoals het werkt met onderzoek: als uit onderzoek blijkt dat het effect van die kostendelersnorm niet is dat er meer mensen gaan werken — dat is even een aanname — maar dat er alleen meer huizen bezet zijn en meer mensen dakloos zijn geworden, dan zullen we het moeten heroverwegen. Maar ik loop daar niet op vooruit. Ik wil gewoon eerst objectief en eerlijk kijken wat het doet.

Mevrouw Tielen (VVD):

Daarbij kan ik het met meneer Peters eens zijn dat we niet weer terug moeten naar hoe het ooit was, namelijk dat heel veel gezinnen in de bijstand zitten en behoorlijk geld verdienen, waar je nooit op uitkomt als je gaat werken. Betaald werk is dus een belangrijk onderdeel van het onderzoek.

De heer Peters (CDA):

Betaald werk is volgens mij het doel waarvoor we hier allemaal zijn. Er wordt van alles over gezegd; moet het nou betaald zijn of niet? Maar de wetenschap zegt ons gewoon dat betaalde arbeid het allergezondste is voor een mens. Dat is volgens mij niet alleen vanwege inkomen, maar ook vanwege eigenwaarde, sociale contacten, enzovoort. Dus dat is wat ik wil.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Peters (CDA):

Mijn derde punt. We weten allemaal dat de overheid de grootste schuldeiser is. Veel van die schulden komen door zogenaamde verhogingen en boetes en zijn feitelijk oninbaar. Onze stelling is dat wanneer die schulden inderdaad oninbaar zijn, het kwijtschelden op papier wel, maar in de echte wereld helemaal geen geld kost. Is de minister het met ons eens op dat punt? Het CDA pleit daarom voor een zogenaamd Bijbels jubeljaar; een jaar waarin alle door de overheid gecreëerde en oninbare verhogingen worden kwijtgescholden. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris op dat punt.

Dan tot slot respecteducatie. We hebben er vandaag ook weer een paar mooie staaltjes van gezien. En ook tijdens het debat met de heer Van Dijk vorige week over respect, racisme, antisemitisme, homofobie, enzovoort. Vriend en vijand zijn het erover eens: integratie en samenwerken lukt alleen als er ook daadwerkelijk contact ontstaat tussen mensen. Wij denken dat het een taak van de overheid is om dat te bevorderen. Maar waar plaats je dat nu? Is het een taak van SZW, van Onderwijs, van Justitie, van Welzijn, enzovoort? Kortom, ik vind dat het een zaak is van ons allemaal.

Na de moord op Theo van Gogh heeft rabbijn Soetendorp het initiatief genomen om met vrijwilligers op scholen in gesprek te gaan met jongeren over het thema "respect", in al zijn facetten. Dat werkt; vriend en vijand zijn het daar ook over eens. Maar dat kost geld; dat weet ook iedereen. Er is geen duidelijk ministerie te benoemen waaronder deze educatie zou kunnen vallen. Tot nu toe is het betaald door het ministerie van OCW. Daar stopt het nu. Wij stellen voor dat het ministerie van SZW voor minimaal twee jaar het stokje overneemt. Dat kost twee keer €500.000, dus niet zo heel erg veel geld. Het is een klein amendement, maar daarmee toch belangrijk en door het CDA ingediend, mede namens mijn collega Rog.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik had nog een vraag over de sociale werkvoorziening. Je ziet voortschrijdend inzicht bij partijen, namelijk dat sluiting van de sociale werkvoorziening een "historische fout" was. Ik citeer dan het wetenschappelijk bureau van het CDA.

De heer Peters (CDA):

Weer zulke briljante mensen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Absoluut, briljant. Een historische fout: de sluiting van de sociale werkvoorziening. De heer Peters zegt vandaag in de krant dat dat niet goed was en dat we moeten kijken hoe we de sw in stand kunnen houden, het liefst landsdekkend. Ik weet dat gemeenten nu ook al heel veel kunnen, maar dan heb je niet de garantie dat je het landsdekkend in stand houdt, zoals de heer Buma ook ooit een keer voorstelde.

De voorzitter:

En uw vraag is?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Is de heer Peters bereid om met mij te kijken naar een goed voorstel om de sw landsbreed in stand te houden, met desgewenst de nodige financiële middelen? Ik heb een wetsvoorstel in de aanbieding. U bent welkom!

De heer Peters (CDA):

Nou, ik ben sowieso blij met iedere reclame voor oud-collaga Sybrand Buma en ons wetenschappelijk bureau. Volgens mij heb ik hier iedere keer heel duidelijk gezegd dat het hebben van die infrastructuur van sociale werkvoorziening van belang is. Je kunt niet zonder de kennis van de mensen, van de doelgroep, en niet zonder het vinden en soms zelfs maken van arbeid die passend is voor deze mensen. Gemeenten hebben nu die taak en veel gemeenten doen dat prima. Net als de heer Van Dijk hoor ik ook dat het links en rechts misschien wat minder gaat. We hebben de staatssecretaris in verschillende moties gevraagd om hiermee aan de gang te gaan. Ik ken ook plekken waar het ontzettend goed gaat en waar op dit moment heel veel mensen uit de Participatiewet door zo'n social enterprise geholpen worden. Ik vind dus dat je die infrastructuur moet hebben. Ik kijk met belangstelling naar uw wetsvoorstel, wat zeker niet op voorhand wil zeggen dat ik teken bij het kruisje. Maar dat snapt u ook wel, denk ik.

De heer De Jong (PVV):

Nou zouden we ook wel graag boter bij de vis willen zien. Het CDA staat erom bekend dat ze in de plenaire zaal vaak juiste zaken constateren, maar vervolgens bij stemmingen helemaal niet thuis geven. Afgelopen weken is weer duidelijk geworden dat de sociale werkplaatsen onmisbaar zijn. Een grote groep mensen komt helemaal niet bij werkgevers aan de slag. Ze zijn juist zo veel gebaat bij een sociale werkplaats. Mijn vraag aan de geachte afgevaardigde van het CDA — hij steunt het kabinet immers; zijn partij zit in het kabinet — is wat hij eraan gaat doen. Hoeveel geld gaat hij neerleggen om ervoor te zorgen dat die sociale werkplaatsen in stand blijven en dat ze, waar ze nog nodig zijn, opnieuw worden opgezet?

De heer Peters (CDA):

Toen het ging over de uitvoering van de Participatiewet heb ik een vraag gesteld aan de staatssecretaris. Het SCP zegt: hier zit ook een financieel aspect aan. Ik heb gevraagd hoe de staatssecretaris dat weegt en ik zou er ook graag een antwoord op willen. Heel eerlijk: ik krijg van heel veel wethouders telefoon over financiële problemen rondom de Wmo en over de jeugdzorg. Bij de Participatiewet krijg ik ze een stuk minder. Ik wil dus weten hoe ze dat weegt. Ten tweede wil ik dat de infrastructuur overeind blijft voor de sociale werkvoorziening in heel Nederland, ook dekkend. Dat betekent niet dat ik terug wil naar de oude sociale werkplaatsen. Daarom stem ik soms weleens anders, omdat ik het wel op die manier opschrijf. Ik wil niet terug naar de oude sociale werkplaatsen zoals ze waren. Ik wil de infrastructuur hebben en soms kunnen die mensen heel prettig werken in een bedrijf met een aangepaste plek. Er zijn heel veel meer mogelijkheden. Dat ligt op dit moment bij de gemeente. Als daar een financieel probleem is, dan hoor ik het zo van de staatssecretaris en moeten we daar wat aan doen met z'n allen, want we hebben ze nodig. Dat is duidelijk. Als het anders kan, dan kan het anders. Maar ik wil niet terug naar die oude sociale werkvoorziening. Ik wil naar moderne social enterprises. Die moeten er overal zijn.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik sluit me aan bij dat laatste pleidooi: de sociale werkvoorziening nieuwe stijl, 2.0, hoe je het ook noemen wil. Maar er is inderdaad toch een beroerd rapport gekomen. Het ziet er niet goed uit. Een heleboel mensen hebben dat al lang geleden gezegd tegen de toenmalige staatssecretaris. Er zijn hele acties geweest. Maar er staat wel een lichtpuntje in. Er staat in dat mensen baat hebben bij een jobcoach. Er staat ook in dat die eigenlijk permanent moet zijn, want als je iemand plaatst bij een bedrijf is het daarmee niet af. Die begeleiding moet blijven. Wij hebben al eerder gepleit voor het recht op een jobcoach. Vind ik het CDA daarbij aan mijn zijde?

De heer Peters (CDA):

Ik ben het eens met de analyse. Er is één ding dat heel goed werkt: menselijk contact. Daar kom je wel achter, maar dat wisten we ook wel. Dat is überhaupt een van de belangrijkste werkzame factoren. Als iets werkt, dan is het menselijk contact. Dat is in het onderwijs zo, maar ook hier. Dat het niet stopt als iemand geplaatst is bij een baan, lijkt me ook. Dat kan ook als je werkt via zo'n social enterprise. Ik wil die infrastructuur niet voor niks niet kwijt. Die mensen hebben verstand van de doelgroep, kunnen die plaatsen en kunnen die ook op die plek daar begeleiden of desnoods iemand coachen die hem daar begeleidt. Ik moet er echt over nadenken om het te formuleren als een recht, omdat ik niet precies weet wat ik dan losmaak.

De voorzitter:

U wilt daarover nadenken. Dat kan.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik ben al blij dat het niet bij voorbaat afgeketst is.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik ben daar heel blij mee. Het is in ieder geval een opening. Een van de belangrijkste dingen die bij de invoering gebeurd is, is dat er zaken naar de gemeente overgeheveld werden, maar het geld er niet bij kwam. Het was ook meteen een bezuiniging. Is ook het CDA ervan overtuigd dat dat een ontzettende blunder is en dat je er dus ook voor moet zorgen dat de BUIG-gelden voldoende toereikend zijn om het ook echt waar te maken?

De heer Peters (CDA):

Ik vind sowieso dat, als je een taak uitvoert, je dat met middelen moet doen. Ik heb de staatssecretaris daarom gevraagd om te zeggen hoe ze dat weegt. Ik moet wel zeggen dat ik ook vandaag wel moet denken aan een filmpje wat ik op internet zag, waarbij ze mensen op straat interviewden met de vraag of er extra geld naar onderwijs en zorg moest. Ja, was het antwoord. De volgende vraag was of het niet schandalig is dat er gas wordt opgepompt uit Groningen. Dat werd beaamd. En er moest ook geld bij bij Defensie. Ten slotte werd er gevraagd of we te veel belasting betalen. Veel te veel, was het antwoord. Het is dus helaas niet zo gemakkelijk.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Peters. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Kent namens de SP-fractie.

De heer Van Kent (SP):

Voorzitter.

De voorzitter:

Wat heeft u nou bij zich?

De heer Van Kent (SP):

Een bord, en ook nog een boek, voorzitter, dank u wel. Verenigt u!, heet het boekje van Thijs Lijster, een cultuurfilosoof die op basis van het Communistisch Manifest van Marx en Engels een analyse maakte van de huidige arbeidsmarkt. Het verscheen vorige week. Leestip voor iedereen.

De analyse die hij maakt, gaat over de verdeeldheid op de huidige arbeidsmarkt, over de tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen werknemers met een vast contract en werknemers met een onzeker contract, tegenstellingen tussen werknemers in loondienst en zzp'ers, en tegenstellingen tussen gepensioneerden en jongeren. Met als conclusie dat die verdeeldheid heel erg groot is, maar de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal nog onverminderd van kracht is. Terwijl die tegenstellingen er eigenlijk niet zijn en niet zouden moeten zijn, omdat zowel werknemers met een vast contract als met een onzeker contract de dupe zijn van die tegenstellingen. Een werknemer met een onzeker contract verdient minder, maar doordat er werknemers zijn met onzekere contracten verdient degene met een vast contract ook minder, blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank.

Voorzitter. Daarom twee voorstellen. Op dit moment zijn er van de negen miljoen werkenden drie miljoen die een onzeker inkomen hebben. Dat kunnen zzp'ers zijn, nulurencontracten, contracting, payroll, noem maar op. Allerlei constructies die inmiddels bedacht zijn. Achtereenvolgende regeringen hebben geprobeerd om daar verandering in te brengen met de Wet arbeidsmarkt in balans, de Wet werk en zekerheid, noem maar op. Maar vooralsnog blijkt dit niet te werken. De trend — steeds meer flex, steeds minder zekerheid — zet door. Daarom zegt de SP: pak dit probleem bij de bron aan. Concreet stellen wij daarom voor om in tien jaar tijd een flexnorm op te leggen voor werkgevers van 10%. Oftewel: bedrijven verplichten om in tien jaar tijd de flexibele schil te beperken tot maximaal 10%, wat ook geldt voor de inhuur van zzp'ers en externen en het hebben van werknemers op tijdelijke contracten. Ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van de minister op dit voorstel.

Een tweede voorstel wat ik vandaag wil doen, is om de werknemer te compenseren voor die onzekerheid. We hebben na een initiatiefvoorstel voor elkaar gekregen dat in die Wet arbeidsmarkt en balans is opgenomen dat de werkgever via de WW-premie iets meer gaat betalen voor de flexwerker, maar de werknemer is nog niet gecompenseerd voor de schade die hij of zij ondervindt. Die schade bestaat in ieder geval uit 7% minder loon. Als je alle andere kenmerken eraf haalt, ga je van 48% naar ongeveer 7% minder loon. Maar omdat de kans dat een flexwerker eerder in de WW komt groter is, vinden wij dat ook die onzekerheid gecompenseerd moet worden. Daarom is het redelijk om een extra opslag van 10% daarbovenop te leggen. Mijn vraag aan de minister is of hij dit voor de toekomst van de arbeidsmarkt en voor het terugdringen van de hoeveelheid flexwerk en het compenseren van die onzekerheid voor werknemers, ziet zitten. Er is ook al veel gesproken over zzp'ers. We hadden daar een heftig debat over in de commissiezaal. Eigenlijk alle aanwezige oppositiepartijen gaven aan dat zij het absoluut niet zagen zitten om uit te gaan van €16 voor de laagst betaalde zzp'ers. Die zzp'ers leven dan praktisch in armoede en kunnen alvast bij de gemeente aankloppen voor een armoedepas, terwijl de hoogstbetaalde zzp'ers, met een tarief boven de €75, zich kunnen onttrekken aan onze totale sociale zekerheid. "Een bom onder de sociale zekerheid" werd dat toen door ons genoemd.

Ook de CNV signaleerde dat het 1,7 miljard zou gaan kosten die opt-outregelingen zouden doorgaan. Dat is een duizelingwekkend bedrag. Ik ben ook heel benieuwd naar de reactie van de minister daarop. Kortom, het gaat om een regeling en een wet die echt een ramp zijn voor onze arbeidsmarkt en die de problemen niet oplossen. Sterker nog, zij maken de problemen hier en daar juist groter. Het is daarom ook niet verrassend dat geen enkele werkgevers- of werknemersorganisatie daar nu nog blij mee is. Ik vroeg daar tijdens een interruptie al naar. De VVD kon ook geen organisatie noemen die nog blij is met de wetsvoorstellen zoals die door deze regering in de internetconsultatie zijn gebracht. Vandaag werd ook duidelijk dat MKB, VNO, FNV en de andere die in de Stichting van de Arbeid zijn georganiseerd, deze wetsvoorstellen met heel veel redenen omkleed afwijzen. Ik wil de minister daarom oproepen om de wet direct in te trekken en om met een beter voorstel te komen. Anders is deze minister straks alleen nog maar in staat om met terugwerkende kracht, terugkijkend, uit te leggen waarom het in zijn periode niet gelukt is om iets te doen aan die schijnzelfstanden.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik vind dat er juist een aantal mooie elementen in het wetsvoorstel zitten. Een daarvan is inderdaad dat minimumtarief. Ik vind het ook mooi dat er meer ruimte komt voor ondernemers aan de bovenkant van de markt. Wat mij zo opvalt in al die kritiek — dat doet me eerlijk gezegd ook een beetje denken aan uw reactie op de WAB — is dat de sociale partners elkaar dan in één ding vinden, namelijk in de constatering dat wat er ligt niet deugt. Nu weet ik niet hoe het met u is, maar ik heb nog geen tegenvoorstel gezien. Ik kan u ook wat verklappen: dat gaat er ook niet komen, want dan gaan ze elkaar weer de tent uit vechten. Is het niet juist de rol van de minister om de middenweg te vinden? Ik zou de heer Van Kent willen uitnodigen om daarop te reflecteren. Ik vind het eerlijk gezegd vrij makkelijk dat iedereen kritiek heeft. Dat mag, dat is prima, maar ik heb geen tegenvoorstel van de sociale partners gezien. Ik heb het dan niet over de heer Van Kent, want ik weet wat hij wil, en daar ben ik het niet mee eens. Maar vindt hij ook niet dat de partijen in de Stichting van de Arbeid nu wel de plicht hebben om samen met een gedragen voorstel te komen voor wat ze wel willen? Want dat ontbreekt nog.

De heer Van Kent (SP):

Ik vind ook dat de Stichting van de Arbeid met een voorstel zou moeten komen zoals de SP dat voor ogen heeft. Laat daar geen misverstand over bestaan. Wat er verder binnen de stichting besproken wordt en wat daar wel mogelijk is, maakt volgend mij deel uit van een proces van onderhandeling. Het lijkt mij dat uw minister broddelwerk heeft geleverd dat in ieder geval niet op steun van die werkgevers en werknemers kan rekenen. Het kan ook niet rekenen op steun van de SP en ook niet op steun van heel veel andere partijen hier in deze zaal.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat de SP dan straks tegen een minimumtarief voor zelfstandigen stemt.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Kent (SP):

Dan gaat de heer Van Weyenberg ervan uit dat we erover gaan stemmen. Mijn stelling is dat we daar niet over gaan stemmen, want als iedereen het afwijst, is het een dode wet. Dan kan die dode wet maar beter direct worden weggegooid, zodat we met iets beters kunnen beginnen. Dan voorkomen we dat deze minister straks over een paar maanden tot de conclusie komt dat het een dode wet is en dat hij ons aan het einde van zijn regeerperiode alleen maar kan vertellen waarom hij vier jaar lang alleen papier heen-en-weer heeft geschoven en niks heeft bereikt. Dat zou een probleem zijn.

U zou uw minister helpen door hetzelfde te zeggen in plaats van mij hier te interrumperen en te zeggen dat de SP die €16 zou moeten steunen. Laten wij stappen zetten. Laten wij de huidige wet handhaven, bijvoorbeeld in het geval van die evident kwaadwilligen. Daar wordt van alles over gezegd, maar Deliveroo werkt nog steeds op dezelfde manier. Al jaren gaan we daarover met elkaar in debat. Al jaren zien we allebei dat wat bij Deliveroo gebeurt, illegaal is, gestopt moet worden en niet deugt. En uw minister doet er niks aan. Het enige wat hij doet, is een wet schrijven waar niemand het mee eens is in plaats van tegen die fraudeurs in actie te komen.

Voorzitter. Ik stel de minister dezelfde vraag als ik de VVD stelde, namelijk: kunt u aangeven welke werkgevers- of werknemersorganisatie nog achter uw wet staat? En als u het antwoord daarop schuldig moet blijven of als het antwoord daarop negatief is, bent u dan ook bereid om die wet direct in te trekken en met iets beters te komen?

Voorzitter. Ik had het over die tegenstelling, ook over de tegenstelling tussen jong en oud. We hadden vanmorgen al een debat over de pensioenen, dus ik zal dat hier niet overdoen, maar daar kwam het erop neer dat de indexatie belangrijk is voor iedere generatie, voor werkenden, voor gepensioneerden, voor iedereen. Wat dit kabinet doet met het pensioenakkoord, is niet dat die indexatie voor iedere generatie plaatsvindt. Sterker nog, wij moeten hier constant met elkaar in debat over het voorkómen van pensioenverlagingen. We hebben het niet over indexatie, maar over het voorkómen van verlagingen. Dat is totaal onnodig en heeft alles te maken met rekenregels, waardoor pensioenfondsen zich arm moeten rekenen, maar niets met de realiteit.

Voorzitter. De dreigende pensioenverlagingen staan in schril contrast met de zakkenvullers in de pensioensector: de bestuurders van pensioenfondsen, de hoge bazen van de pensioenuitvoerders, die met vier, vijf tot zeven ton per jaar naar huis gaan. Dat kan niet. Het is niet uit te leggen. We hebben dit aan de orde gesteld bij de pensioenfondsen. Ze zijn overspoeld — we hebben daar zelfs standaardmailtjes en van alles voor moeten maken — door gepensioneerden en werknemers die zeggen: wat flikken jullie me nou? Deze partijen kunnen geen grenzen stellen. Wij vinden als SP dat als deze partijen zelf geen grenzen kunnen stellen, de politiek dat maar moet doen. Dat vinden wij niet alleen. We hebben Maurice de Hond gevraagd om afgelopen weekend een peiling uit te voeren. Daaruit blijkt dat 85% van Nederland dat met de SP eens is. Het geldt ook voor de VVD. 81% van uw kiezers, beste VVD, is het eens met het voorstel van de SP dat de balkenendenorm opgelegd moet worden aan de pensioensector en dat pensioengeld niet in de zakken van bestuurders moet verdwijnen, maar dat dat pensioengeld van gepensioneerden en werknemers is. Bij de CDA-kiezers is 87% het eens met het voorstel van de SP dat de balkenendenorm moet worden ingevoerd voor deze sector.

Eerder diende ik al zo'n voorstel in. Dat werd gesteund door de hele oppositie min de SGP. Het werd dus gesteund door de hele oppositie. We hebben nog maar een à twee partijen extra nodig om daar een meerderheid voor te halen. Ik doe een beroep op in het bijzonder de VVD en het CDA, waarvan hun achterban dit voorstel zo ongelofelijk massaal steunt, om met ons mee te doen. Eerst doe ik een beroep op de VVD en het CDA om mee te doen met de oproep aan de minister om dat te gaan organiseren. Als dat niet door deze minister wordt opgepakt, doe ik de oproep om samen een motie daartoe in te dienen.

Voorzitter. Mevrouw Palland had het terecht over het 65-plusgat, zoals dat door ons genoemd is. Dit is het probleem dat mensen hebben met verzekeringen en uitkeringen die tot 65 lopen, terwijl de AOW-leeftijd de 65 gepasseerd is. Daardoor ontstaat er een inkomstengat. Vorig jaar hebben we hier Piet en Paul naar voren gebracht met filmpjes. Paul zat hier ook op de tribune. De heer Heerma viel ons daarin bij omdat dit echt een keuze is van de overheid waarvan de burgers gewoon het slachtoffer zijn geworden. De minister heeft toen een onderzoek toegezegd. Dat hebben we inmiddels — daar moet ik bij zeggen: na heel lang aandringen — gekregen. Uit dat onderzoek blijkt eigenlijk alleen maar dat de groep groot is. Verder wordt door de minister alleen gezegd: in de toekomst gaan we met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen werken, ook voor zzp'ers. Daarmee zou dat probleem zijn opgelost. Ja, maar niet voor de mensen waar we het nu over hebben. Dus ik sluit mij volledig aan bij de vragen van mevrouw Palland daarover. Ik heb via de medewerker van deze minister de casus van Piet, die ik vorig jaar beschreef, en een nieuwe tussenstand daarvan, onderhands bij deze minister aangeleverd. De minister is op de hoogte. Ik roep hem op om in actie te komen en om de situatie van Piet te bestuderen. Het gaat natuurlijk niet alleen om Piet, maar om vele duizenden mensen. Ik roep hem op met oplossingen te komen zodat dit grote onrecht wordt rechtgezet en deze problemen van duizenden mensen worden opgelost. Wij zullen deze oproep eerst doen en er later, als dat nodig is, nog een stap bij zetten.

Voorzitter. Tot slot jongeren die vanaf hun 18de volwassen prijzen moeten betalen, maar niet een volwassen loon verdienen. Anderhalf jaar geleden trok Soufian bij de aandeelhoudersvergadering van Ahold een half pak uit. Veel mensen zullen dat beeld nog kunnen herinneren. De actie had succes. De leeftijd waarop het jeugdloon ingaat, is verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar. Wij vinden dat hier een volgende stap gezet moet worden. We hebben daar een manifest voor geschreven, samen met de Partij van de Arbeid, en hebben andere partijen uitgenodigd om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld GroenLinks en 50PLUS hebben daarop gereageerd en hebben dat gesteund. Ook de vakbonden FNV en CNV en heel veel jongerenorganisaties, bijvoorbeeld de LSVb en organisaties vanuit het mbo-onderwijs, hebben dat gedaan. Ik zou die manifesttekst graag via u aan deze minister willen aanbieden met het verzoek om daarop te reageren, het liefst natuurlijk positief. Wij hopen dat we heel veel steun krijgen om deze volgende noodzakelijke stap te zetten, zodat we een eind kunnen maken aan de verdeeldheid tussen jong en oud.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Kent. Het wordt nu aangeboden aan de minister en de staatssecretaris. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter, dank u wel. Vorige week kreeg de SP gelijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau: de Participatiewet is mislukt. Ik zeg het maar even in mijn woorden, maar iedereen die het rapport heeft gelezen, heeft gezien dat het SCP dat in feite zegt. Mensen werd een baan beloofd, maar die hebben ze helemaal niet gekregen. Of ze kregen wel een baan, maar dan voor een lager loon. Ik herinner me nog uit 2015 en uit de tijd daarvoor dat de Participatiewet vol trots werd aangekondigd door de heer Samsom, mevrouw Klijnsma, de heer Rutte en meneer Asscher, want het hoorde allemaal bij de participatiesamenleving. Maar het was een illusie; het was een loze belofte. De sociale werkvoorziening werd snoeihard gesloten en de mensen zitten nu thuis op de bank in plaats van dat ze aan het werk zijn gekomen. Gisteren zag ik de heer Asscher in het televisieprogramma De Hofbar in feite zijn excuses aanbieden voor diezelfde Participatiewet. Ik vraag de staatssecretaris ook te reflecteren op die wet, die zo enorm omstreden is.

En wat hebben we gezien? We hebben vorige week in de krant gezien dat de staatssecretaris spierballen laat zien en zegt: die tegenprestatie moet eigenlijk voor iedereen echt nog steviger in de wet worden vastgelegd. Geen misverstand: ik vind het heel goed als we van mensen vragen om zich in te spannen. Mensen die kunnen werken, moeten in principe werken. Dat is volgens mij een heel normaal uitgangspunt. De staatssecretaris moet alleen wel veel beter nadenken over wie nou precies de mensen zijn die in de bijstand zitten. Ik ben ervan overtuigd dat de overgrote meerderheid van de mensen in de bijstand graag wil werken of, zoals dat in het jargon heet, wil participeren. Misschien is het 5%, een hele kleine groep, die de zaak bewust loopt te flessen. Ik zie de staatssecretaris instemmend knikken. Daar mag je stevig tegen zijn. Natuurlijk, daar mag je maatregelen voor nemen. Maar ik vind het onverstandig om integraal, voor die hele groep, voor alle mensen in de bijstand te zeggen dat zij een tegenprestatie moeten leveren, bijvoorbeeld door te gaan werken zonder loon. Want daar kan die verplichte tegenprestatie weleens op neerkomen, wat ook weer tot verdringing kan leiden. U kent het voorbeeld van Harry, de straatveger, die een prachtige baan had in Den Haag, voor een mooi loon en met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Hij werd ontslagen en kon vervolgens via de gemeente voor de verplichte tegenprestatie weer hetzelfde werk gaan doen: straatvegen, maar dan in de bijstand. "Verplicht vrijwilligerswerk" is natuurlijk ook een contradictio in terminis. Erkent de staatssecretaris dat dit soort verdringing nooit de bedoeling kan zijn?

Voorzitter. Als je als VVD zijnde dan zo hamert op die tegenprestatie, dan moet je eigen verhaal ook wel goed in elkaar zitten. Ik zei het al tegen mevrouw Tielen: als we gisteren allemaal in de krant moeten lezen dat de heer Dijkhoff €37.000 per jaar aan wachtgeld — dat is ongeveer tweeënhalve keer een bijstandsuitkering — opstrijkt omdat hij vier weken minister is geweest, dan vind ik dat niet heel sterk. Dan zou het sterk zijn, mevrouw Tielen, als u ook van de heer Dijkhoff een tegenprestatie vraagt. Dan is het verhaal weer consistent. Dat is die wederkerigheid. Als u tegen de heer Dijkhoff zegt "u moet verplicht gaan straatvegen" of "u moet verplicht het Torentje gaan schoonvegen", dan kunnen we daar misschien over praten. Maar nu is het erg inconsistent. Graag een reactie: wat is nou de tegenprestatie en wat is de wederkerigheid van dit wachtgeld voor iemand die zo kort minister is geweest? Inderdaad, ik doe een appel op iedereen die dit geld krijgt, om er nog eens goed over na te denken, want de samenleving begrijpt hier helemaal niets van. Dit is gewoon ordinair graaigedrag.

Voorzitter. Het sluiten van de sociale werkvoorziening was een historische fout, zeg ik het CDA na. Daarom stelt de SP voor om die sociale werkvoorziening opnieuw te openen, een sociale werkvoorziening nieuwe stijl, of sociaal ontwikkelbedrijf mag je het ook noemen. Daar krijgen mensen een veilige haven, maar ook de gelegenheid om te worden gedetacheerd bij reguliere bedrijven op de arbeidsmarkt en kunnen zij altijd terugvallen als het niet gaat. Dat was de denkfout in 2015, dat iedereen wel op de reguliere arbeidsmarkt terechtkon. Hetzelfde werd gezegd over het passend onderwijs: alle leerlingen met een handicap, met een beperking, kunnen wel op een gewone school. Het is niet waar. Je hebt speciale scholen nodig. Je hebt sociale werkplaatsen nodig. Vandaar mijn wetsvoorstel om de sociale werkvoorziening landsbreed in stand te houden en open te stellen.

Ik noem een voorbeeld: SOWECO, een prachtige sociale werkvoorziening in de regio Almelo. Ik ben daar op bezoek geweest bij mensen die ontzettend blij zijn dat zij daar mogen werken, mensen met een sw-indicatie zoals dat heet. Maar SOWECO wordt ontmanteld, omdat de zes gemeenten, de zes wethouders die erover gaan, menen dat zij het zelf beter kunnen. Een prachtige voorziening wordt ontmanteld, wordt in feite vernietigd, omdat die wethouders het beter weten. Volgens mij gaat het hier vooral om hun ego's en weten zij niet wat zij kapot maken. Daarom had ik een motie ingediend om de staatssecretaris te vragen daar op bezoek te gaan en met die wethouders te spreken. De staatssecretaris heeft mijn vragen beantwoord en zij schrijft dat er op 5 december er een bezoek plaatsvindt. 5 december: vol verwachting klopt ons hart. Ik vraag de staatssecretaris: gaat u zelf, of stuurt u ambtenaren? Het lijkt mij heel mooi als u zelf gaat, want dat geeft u ook een signaal aan de mensen die werken bij SOWECO door te zeggen: wees nou zuinig op deze voorziening, ontmantel hem niet.

Het draagvlak voor de sw groeit met de dag. We zien de Partij van de Arbeid die daar verstandige dingen over zegt, tegenwoordig. We zien het CDA die er verstandige dingen over zegt. We zien de FNV en VNO-NCW. De heer Hans de Boer is onze absolute bondgenoot als het om de sw gaat. Ik zou zeggen: wat let ons? Van arm tot rijk, van lang tot kort, de steun groeit.

Voorzitter. Ik ga snel door naar de lonen, want de lonen blijven achter. Ik wil de minister van Sociale Zaken wijzen op winkelmedewerkers in het hele land, in Utrecht, in Den Haag, in Amersfoort, die in opstand komen tegen hun lage lonen. De feestdagen komen eraan en dat is leuk voor al die mensen die gaan winkelen, maar heel veel winkelpersoneel heeft helemaal niet het budget om cadeautjes te kopen. Dat zijn de zogenaamde werkende armen. Je hebt een baan, maar toch val je volgens het Nibud onder de categorie "arm". Is dat niet schandalig voor een land als Nederland? Ik dacht dat ze dat in de Verenigde Staten hadden, maar we hebben het toch ook hier. Ik vraag aan de minister van Sociale Zaken of hij met mij wil gaan winkelen in Utrecht of Den Haag, dat maakt mij niet uit. Rotterdam, zegt de minister. Daar valt over te praten. Maar het gaat om het winkelpersoneel. Wil hij met hen praten over hun inkomen? Zullen we dan ook kijken wat wij voor hen kunnen doen?

Een bekend voorstel van de SP is een verhoging van het minimumloon.

De voorzitter:

Dan kunt u een mooi pak voor de heer Kwint kopen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Zo, deze gaan we terugzien, voorzitter. Daar heb ik niet van terug. Daar heb ik niet van terug. Ik zal dit met de heer Kwint opnemen en ik kom hier in tweede termijn op terug.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik ben bereid daar een bijdrage aan te leveren.

De voorzitter:

Dat lijkt me heel goed.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ineens wordt de portemonnee getrokken, voorzitter. Merkt u het ook?

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Een verhoging van het minimumloon heeft eigenlijk alleen maar positieve effecten. In tegenstelling tot het Centraal Planbureau dat zegt dat het 4,5 miljard euro kost als je het 10% wilt verhogen, zegt SEOR, het onafhankelijke bureau van de Erasmus Universiteit, dat het 3 miljard euro kost als je de zogenaamde inverdieneffecten meerekent, oftewel de belastingopbrengsten die je krijgt als je lonen verhoogt. De voordelen zijn nog veel groter, want je ziet dat het nauwelijks effect heeft op de werkgelegenheid. Je ziet dat de overige lonen gaan stijgen. Als je het minimumloon verhoogt, dan duwt dat de andere lonen omhoog. En de koopkracht neemt toe, want de mensen met laagste inkomens zullen dat onmiddellijk gaan uitgeven in diezelfde winkels waar we het net over hadden. Kortom, iedereen gaat erop vooruit.

Mevrouw Tielen (VVD):

Dat klinkt altijd goed: iedereen erop vooruit. Daar hou ik ook van. Alleen, als ik die berekeningen rondom de voorstellen van meneer Van Dijk over het wettelijk minimumloon zie, dan blijkt mij dat vooral heel veel geld, meer dan 1 miljard, naar uitkeringen gaat, terwijl we juist al die mensen zo graag aan de slag willen hebben. Herkent meneer Van Dijk ook die consequentie van zijn voorstel?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja, het is heel goed dat mevrouw Tielen mij daaraan herinnert, want een verhoging van het minimumloon leidt automatisch tot een verhoging van de uitkeringen — die zijn immers aan elkaar gekoppeld — en tot een verhoging van de AOW. En dat is terecht, want het sociaal minimum is te laag, zeg ik Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, na. Mensen kunnen niet rondkomen. Ik wil dus het minimumloon verhogen en ik wil de uitkeringen verhogen, zodat het aantrekkelijk blijft om te gaan werken. Als u tegen armoede bent, dan zou u dat moeten steunen.

Mevrouw Tielen (VVD):

En inderdaad, de VVD vindt ook dat het aantrekkelijk moet zijn om te werken en dat het meer moet lonen als je gaat werken. Dat is ook een van de redenen waarom de arbeidskorting komend jaar wordt ingezet. Dan zorgen we er inderdaad voor dat mensen erop vooruitgaan. Wat wil meneer Van Dijk dan specifiek heel graag? Ik kan het niet helemaal weten, maar heel eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen die in de verkoop werken meer dan het wettelijk minimumloon verdienen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Nou, dat valt wel mee. Mensen in de retail, in de horeca en op allerlei plekken verdienen het minimumloon of zij verdienen tot 110% of 120% van het minimumloon. Zij profiteren dus onmiddellijk van een verhoging van het minimumloon. Ik zou tegen mevrouw Tielen willen zeggen: u heeft uw eigen premier, premier Rutte, voor de zomer horen zeggen "het enige wat stijgt hier, zijn de lonen aan de top" en "we vonden het een hele slechte zaak". Dat was ik zeer met hem eens. Hij heeft toen een goed beroep gedaan op het bedrijfsleven om de lonen te verhogen. De SP heeft nog een motie Kamerbreed aangenomen gekregen om de lonen met 5% te verhogen. Wij zijn het hier volgens mij allemaal wel eens dat die lonen omhoog moeten. Alleen, er is één klein probleempje: het gebeurt niet. De SP heeft voorstellen om die lonen concreet te verhogen, want het minimumloon is iets waarover de politiek wél gaat. Als je het minimumloon verhoogt, verhoog je gelijk alle andere lonen. Ik bied het rapport van SEOR dus aan de minister aan en ik vraag hem daarop te reageren.

De voorzitter:

Ja, de SP is actief op dat dossier.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Zo is het!

De voorzitter:

Tenminste met stukken en nota's.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Als je kritiek hebt, dan moet je ook een alternatief hebben. En dat heeft de minister in zijn hand.

Voorzitter. Arbeidsmigratie neemt allerlei vormen aan. Ik was recent op een camping in de buurt van Alphen aan de Rijn. Die wordt eigenlijk gewoon structureel bewoond door arbeidsmigranten. We hebben hier altijd allerlei standpunten over permanente bewoning van dit soort caravanparken. Nou, ik kan u vertellen dat het gebeurt, door het hele land, door arbeidsmigranten. Je ziet daar de situatie van de dubbele pet. Dat betekent dat het uitzendbureau zowel huisbaas is als werkgever. En dat vind ik zeer onwenselijk. Het is eigenlijk een soort feodale toestand, want als zo'n arbeidsmigrant kritiek heeft, dan is hij niet alleen zijn baan kwijt, maar gelijk ook zijn huis. Dat past niet bij deze tijd vind ik. Ik zou zeggen: haal dat uit elkaar. Is de minister het met mij eens dat die dubbele pet onwenselijk is? Binnenkort, zo kan ik u vertellen, komen de SP en de ChristenUnie met nog veel meer voorstellen over arbeidsmigratie en de regulering daarvan.

Voorzitter. Over de kostendelersnorm was ik het helemaal eens met de heer Peters.

Ik eindig met een punt over de sociaal-medische indicatie. Zoals u weet is er veel mis met de toeslagen. De kinderopvangtoeslag is naast een zaak van de staatssecretaris van Financiën ook een zaak van deze staatssecretaris. Hoe kijkt zij aan tegen het toeslagendebacle bij de Belastingdienst?

Deze week hebben mijn collega's een wetswijziging ingediend waarmee partners die dagbesteding krijgen, wel aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag, zodat de werkende partner gewoon kan blijven werken. Dit is eigenlijk ook zo voor de sociaal-medische indicatie, maar die wordt gemeentelijk geregeld. Kan de regering onderzoeken hoe gemeenten omgaan met die sociaal-medische indicatie? Graag een toezegging van de staatssecretaris.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jasper van Dijk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Weyenberg namens D66.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. We zijn nu ongeveer halverwege de kabinetsperiode, zelfs al wat er voorbij. In die tijd hebben beide bewindslieden heel wat gedaan. Laat mij een paar dingen noemen, zoals de Wet arbeidsmarkt in balans. Ik hoorde net dat collega Van Kent die wil aanvullen met een paar dingen. Dat vind ik mooi. Dat is een stuk beter dan de slag na slag die hij de wet eerder probeerde toe te brengen, zeg ik tegen hem. We hebben de inspectie uitgebreid voor een eerlijke arbeidsmarkt. Werken is meer gaan lonen, onder meer omdat we geld hebben vrijgemaakt voor de kinderopvangtoeslag, maar ook door de vormgeving van het kindgebonden budget, zeg ik, terwijl ik kijk naar de heer Eppo Bruins. Samen met hem hebben we geprobeerd een uitgebreide balans te vinden in de vorm van de maatregelen. Er is de Wet Wieg, de uitbreiding van het geboorteverlof. Er is een financieel cv. Als je dan gaat solliciteren, krijg je een formulier van het UWV mee, waarop staat: als u deze meneer of mevrouw aanneemt, heeft u recht op deze en deze ondersteuning. We hopen echt dat dit mensen betere kansen geeft als ze solliciteren. Er is ook een stap gezet op het gebied van loondoorbetaling bij ziekte.

Voorzitter. Maar we zijn er nog lang niet. Ook na de verkiezingen zal er nog genoeg te wensen overblijven. Ik zal ook eindigen met een paar punten waarop ik wat verder vooruit wil kijken. Maar eerst nog wat dichterbij. Ik wil het graag kort hebben over pensioenen. Die gaan we hier niet uitgebreid bespreken. Dat hebben we al meer gedaan. Er ligt een pensioenakkoord. Ik herhaal hier wel dat het van belang is dat de concrete uitwerking van de pensioencontracten er voor de zomer is. Dat is belangrijk voor het nieuwe pensioenstelsel. Het is natuurlijk ook een belangrijke voorwaarde voor het uitstel van de pensioenkortingen.

Voorzitter. Er is een zzp-wet in consultatie. Aan het slot van mijn inbreng zal ik nog wat vertellen over hoe mijn fractie aankijkt tegen de arbeidsmarkt van morgen. Er is kritiek op wat er nu ligt. Dat mag ook. Maar het is helder dat er een wetsvoorstel in voorbereiding is dat vooral probeert te laten zien dat de ene zelfstandige de andere niet is. Aan de onderkant is er bescherming, met een minimumtarief. Er wordt nu een webmodule getest. Dat zal heel ingewikkeld zijn en blijven, maar we proberen hierin stappen vooruit te zetten. Boven een bepaald uurtarief komt er ook een zelfstandigenverklaring. Dan hebben mensen meer vrijheid en zekerheid.

Laten we één ding niet vergeten, zeg ik tegen iedereen die kritiek heeft op deze wet. Het zal best dat die niet perfect is, want dit onderwerp is ontzettend ingewikkeld. Maar we doen dit niet omdat we dachten: kom, we gaan eens een wet maken. We doen dit omdat we tot de conclusie zijn gekomen dat het niet goed gaat, omdat die Wet DBA heeft geleid tot veel schade voor echte zelfstandigen. Opdrachtgevers zijn daardoor kopschuw geworden om mensen in te huren. Tegelijkertijd zie je aan de onderkant — daarin had de heer Van Kent volledig gelijk — nog steeds groepen die als zelfstandigen aan het werk worden gesteld maar dat helemaal niet zijn en die geen bescherming vinden. Ik zeg dus tegen iedereen die kritiek heeft: dat mag, maar dan hoop ik ook van u te horen wat u wel wilt. Dat zeg ik overigens zowel tegen partijen binnen deze Kamer als buiten deze Kamer. Ook wij zullen dat wetsvoorstel, als dat hier komt, natuurlijk kritisch en zorgvuldig behandelen.

Voorzitter. Als het gaat om discriminatie, zijn we nog ... Ik zie de heer Van Dijk, voorzitter.

De voorzitter:

Misschien kunt u eerst even uw zin afmaken.

De heer Van Weyenberg (D66):

Maar ik ging over naar een ander onderwerp.

De voorzitter:

Oké, prima.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

De heer Van Weyenberg vraagt: hoe moet het dan wel? Nou, ik heb wel een idee. Ik heb ook een idee over hoe je partijen, in ieder geval die aan de linkerkant, vriendelijker naar de voorstellen kan laten kijken. Dat is een ideologisch punt, namelijk dat er tegen zzp'ers die meer dan €75 per uur verdienen, gezegd wordt: "U krijgt een opt-out. U doet verder niet meer mee; tot ziens." Daarmee tast je de solidariteit van het sociaal stelsel aan. Als D66 bereid is om dat te veranderen, dan denk ik dat ze een hele andere houding van de oppositie kan verwachten.

De heer Van Weyenberg (D66):

Maar dit is juist ook de zoektocht in deze wet. Overigens ligt die wet niet hier. Het concept is nu in consultatie. Het is voor mijn fractie belangrijk dat waar veel zelfstandigen en opdrachtgevers onzeker zijn, we proberen voor hen meer zekerheid te bieden zodat men als zelfstandige mag werken. Dat doen we via de webmodule tussen die €16 en €75. Boven die €75 is er, in tijd beperkt, een jaar lang de ruimte waarbij men als zelfstandige als men het allemaal netjes doet, weet: er gaat niemand langskomen voor loonheffingen. Dus ik vind dat wel belangrijk. Mijn fractie hecht wel aan die balans. Ik heb heel goed naar die onderkant van het minimumtarief gekeken. Ik snap die zorgen en ik deel die ook. Ik hoop dat de heer Gijs van Dijk bij de behandeling van dat voorstel heel goed wil kijken of het effect waarover hij bezorgd is, wel in die mate optreedt. Ik geloof dat ik daarin oprecht een andere weging maak dan hij, nog los ervan dat ik er misschien ideologisch anders in zit.

De heer Van Kent (SP):

Inderdaad moet die opt-out van tafel. Het is heel gek om juist mensen met een heel groot inkomen een opt-out te geven en zich te laten onttrekken aan onze sociale zekerheid. Maar ik zou u nog een tweede punt willen meegeven, het minimumtarief van €16. Mensen kunnen hier in Den Haag een Ooievaarspas aanvragen, een pas voor mensen met een laag inkomen, omdat ze onvoldoende te besteden hebben om fatsoenlijk te kunnen leven. Het is een tarief dat gebaseerd is op het sociaal minimum in plaats van op het minimumloon. We hebben daar een discussie over gevoerd. Als u vraagt aan de oppositie en anderen wat er dan zou moeten gebeuren, dan zou er volgens ons — ik denk dat dit voor heel veel andere linkse oppositiepartijen geldt — een tarief moeten komen waar mensen in de eerste plaats fatsoenlijk van kunnen leven en ook liever een tarief dat per sector verschillend kan zijn omdat je anders het risico loopt dat je een tarief vastlegt dat de nieuwe bodem gaat worden. Dat zou ik u mee willen geven.

De heer Van Weyenberg (D66):

Eigenlijk zijn het twee punten. Het eerste is de angst dat dit de bodem wordt. Dat snap ik. Ik ben er minder beducht voor, maar dat is natuurlijk absoluut niet de bedoeling. Dit is echt bedoeld om aan de onderkant een basis te leggen. Het zou heel verkeerd zijn als het in de praktijk voor allerlei sectoren zou betekenen dat de tarieven naar beneden gaan naar dat tarief. Dat moeten we vooral niet hebben. Dus laten we daar samen bij de wetsbehandeling goed naar kijken. Voor mij is het doel juist dat we de mensen die er nu onder zitten, beschermen.

Dan de hoogte, en daarin voel ik met u mee, zoals ik ook al in eerdere debatten heb gezegd. Het sociaal minimum van €16 is natuurlijk maar een beperkte bodem. Ik heb ook gevraagd om een sommetje te geven van wat er zou gebeuren als je uitgaat van het minimumloon. Die berekening zit nu bij de stukken, waarvoor dank aan de minister. Dan kom je tot €25 en nog enkele centen. Nou kunnen we een heel debat voeren of we dat te hoog of te laag vinden, maar de conclusie is dat ik helaas aan dat inhoudelijke debat niet toekom omdat de minister heeft gezegd: als ik dat zou doen, houdt mijn wetsvoorstel gewoon geen stand in Europa. Hij heeft gezegd dat dit de enige manier is waarop hij dat minimumtarief mag doen — dat tarief is al een variant van wat we eigenlijk wilden doen in het regeerakkoord — en dat als hij zou afwijken van het sociaal minimum, dit van Europa niet mag omdat het een verstoring van het vrij verkeer is. Ik heb ook steeds de vraag gesteld aan de minister of hij dat hard kan maken. Ik heb ook geen ideologisch punt waarom het €16, €17, €18, €20 of €21 moet worden, maar zoals ik de stukken van de minister steeds heb begrepen, zegt hij: even los of ik het zou willen, als ik dat zou willen dan mag ik dat minimumtarief überhaupt niet hanteren. Dat is waarom ik die €16 nu steun. Bij de behandeling zal ik ook blijven kijken of dat inderdaad het maximale is wat we kunnen doen. Als dan de conclusie is dat er toch ruimte is, dan ontstaat er een politieke discussie over wat we vinden, maar dit is wat mij betreft echt primair ingegeven door de Europese regels.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter, maar dit wordt een belangrijke vraag bij de behandeling van de wet en ik vond het goed om er met de heer Van Kent over te praten, wat we bij de wetsbehandeling uiteraard ook nog gaan doen.

Het derde punt is de nog steeds grote arbeidsmarktdiscriminatie op leeftijd, afkomst, naam of huidskleur. Het is een hardnekkig propleem. Ik zal daar in het vervolg nog iets over zeggen, met name over het wetsvoorstel dat er nu aankomt over een grotere rol voor de inspectie, maar zeker ook waar het gaat om de wervings- en selectiefase, waar we enkele uren geleden nog een brief van de staatssecretaris over kregen.

Voorzitter. Eerst zou ik willen ingaan op armoede en schulden. Daar hebben we een uitgebreid verlengd algemeen overleg over gehad. Mijn collega Rens Raemakers zal bij het VAO, zoals dat heet, waar moties kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld ook een voorstel voor een aflossingspauze indienen: twee maanden per jaar meer lucht als je bezig bent om schulden af te lossen, zodat je wat meer lucht krijgt om net wat extra's te doen, bijvoorbeeld in een maand met sinterklaas en kerst.

Waar ik hier nog echt aandacht voor wil vragen, is een snellere toegang tot de schuldhulpverlening. De Raad voor de rechtspraak heeft daar wat mij betreft een goed advies over: kijk of mensen daar eerder terechtkunnen. Laat dingen niet te lang op hun beloop, maar zorg dat mensen sneller in zo'n traject terecht kunnen komen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om daarop te reflecteren en ik zal er in tweede termijn ook op terugkomen.

Het tweede punt is de Participatiewet en de uitvoering van de motie-Raemakers over een aanbod voor iedereen in de bijstand. De evaluatie van de Participatiewet is inderdaad niet mals; dat ben ik met iedereen eens. Tegelijkertijd hebben we die Participatiewet, een initiatief van staatssecretaris Klijnsma, niet voor niets ingevoerd, met veel steun van de Kamer. Want het oude systeem was ook niet houdbaar. Mensen deden niet of onvoldoende mee. De sociale werkvoorziening, waar mensen tot 140% van het minimumloon verdienden, was niet houdbaar. Ook in de Wajong was een ontwikkeling gaande waar we iets mee moesten. Ik ben nog steeds trots op de aanpassingen die we hebben gedaan. In dat wetsvoorstel zat een verplichte tegenprestatie voor iedereen. Die is eruit gehaald door de drie partijen die toen met het kabinet samenwerkten. In dat wetsvoorstel zat een veel harder sanctiebeleid. Dat is afgezwakt door die drie partijen. In dat wetsvoorstel zat het idee dat iedereen in de Wajong die toch nog gedeeltelijk kon werken, in een keer zou overgaan naar de bijstand en, als hij een partner of wat vermogen had, zijn hele uitkering zou kwijtraken. Ook dat is gelukkig geen wet geworden. Maar de Participatiewet die er nu ligt, werkt op een aantal punten echt nog onvoldoende.

De voorzitter:

U stopt, en daardoor denkt de heer Gijs van Dijk dat hij kan interrumperen. Hoever bent u? Nou ja, u bent net begonnen.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ja. Ik ben nu gestopt, dus ...

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Volgens mij zijn wij vanmiddag vakkundig een VVD-ballon aan het leegprikken. Ik heb het CDA goed gehoord. Dat zegt dat we het allemaal anders moeten zien, dat het streng gecommuniceerd is, maar dat ze echt wat anders bedoelen. In dit geval — dat gebeurde vorige week ook — werd de motie van de heer Raemakers erbij gesleept. D66 wilde die verplichting en nou doen we het. Ik hoop van de heer Van Weyenberg ook een ander geluid te horen.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dan bent u me voor, maar dat is fijn; dank voor die gelegenheid. Ik heb de woorden van de staatssecretaris er nog eens bij gepakt. Zij zegt volgens mij: we gaan mensen een aanbod doen. En dat is inderdaad geen vrijblijvend aanbod. Ik ben heel blij met de uitvoering van de motie-Raemakers omdat dit aanbod bedoeld is om mensen te helpen. Dat kan schuldhulpverlening, scholing, of hulp bij een ggz- of Wmo-probleem zijn. Het kernpunt is dat we dat doen voor de mensen en niet omdat je iets terug moet doen voor je uitkering. U weet dat mijn fractie nooit wat met dat jargon heeft gehad. Het is ook niet zo dat iedereen nu verplicht een tegenprestatie moet leveren, nee. Dat mogen gemeenten wel vragen, maar dat veranderen we nu juist. We zeggen nu: gemeente, u mag ook kiezen voor dat aanbod dat in het belang van mensen is. Zo kun je mensen bij de hand nemen. Dat je mensen af en toe achter de broek zit om aan zichzelf te werken, vind ik prima, maar ik vraag nog een keer expliciet aan de staatssecretaris om te bevestigen dat er geen verplichte tegenprestatie komt voor mensen in de bijstand.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat is wat mij betreft ook heel terecht. Nog los van het feit dat uit de evaluatie blijkt dat het voor heel veel mensen helemaal niet helpt — volgens mij zei de heer Jasper van Dijk dat, en terecht — is de winst van de uitvoering van de motie van collega Raemakers, breed gesteund in de Kamer, dat we veel meer het belang van mensen centraal stellen. Overigens gaan we ook in de taaleis veel meer rekening houden met het niveau van mensen. Natuurlijk moet je je best doen, maar van een analfabetisch iemand vragen dat hij na een korte periode opeens vloeiend Nederlands leest, is een illusie. Zo iemand moet je gewoon helpen. Ook dat is een verstandige lijn van de staatssecretaris. Ik vind dat goed. En ja, af en toe zul je mensen ook best een beetje achter de broek moeten zitten, maar dat is nou net wat ik ook in heel veel gemeenten zie gebeuren. Ik hoorde een collega Utrecht noemen; volgens mij was dat de heer Renkema van GroenLinks. Maar ook in Amsterdam is een hele groep mensen in de bijstand opgeroepen voor een heel indringend gesprek. Ik ben van mening dat het overgrote deel van de mensen graag wil, maar als mensen dan in de bijstand zitten, moet je ze misschien af en toe een zetje geven, moet je ze helpen. Maar het belang van mensen staat voor D66 steeds centraal, en niet een soort "voor wat hoort wat"-denken. Ik ben juist heel blij dat we daar met de brief van de staatssecretaris ook afstand van nemen.

Enschede, Groningen, Rotterdam; ik zie heel veel gemeenten die aan de slag willen om mensen te activeren. Want er zitten te veel mensen te lang in de bijstand. Dat zijn mensen die als we niet oppassen, aan hun lot worden overgelaten. En dat vind ik nou asociaal. Ik wijs op het feit dat in de bijstand 60% van de mensen denkt geen sollicitatieplicht te hebben, terwijl dat maar 10% is. Dan gaat er wel iets mis. Dan is er blijkbaar iets mis in het contact. Er is een gemeente waarin de motie om elk jaar één keer contact met mensen in de bijstand te hebben, door de wethouder werd ontraden. Dan gaat er wel wat mis. Ja, inderdaad we mogen streng zijn tegen de mensen in de sociale zekerheid die niet meewerken. Dat zei collega Jasper van Dijk ook terecht. Maar dan gaat er vooral iets mis, omdat we mensen aan hun lot overlaten. En dat is waarom ik dit zie als echt een andere aanpak waar we samen met gemeenten toe moeten komen. Ik zou dus graag horen hoe het staat met het overleg met de gemeenten. Die zeggen: ja, we voelden ons wat verrast. En ik wijs ook op de beeldvorming in de media. In de media stonden dingen die inderdaad, wat mij betreft, niet conform de afspraken zijn, die de staatssecretaris ook niet zo heeft bedoeld. Maar hoe gaat zij dit nou samen met de gemeenten oppakken? Ik hoor graag een reactie daarop.

Wil de staatssecretaris ook ingaan op wat zij ziet bij de vertrouwensexperimenten? Ik zie juist dat die bij een groep mensen in de bijstand heel veel ruimte geven. Dat is een groep mensen die daar ook mee geholpen is. We wachten die uitkomsten af. Ik ben heel nieuwsgierig. Maar wat ziet de staatssecretaris als ze daar op bezoek gaat? Ik zie daar ook hele mooie voorbeelden. Zou zij daar ook wat over kunnen zeggen? Dat is ook wel hoe D66 uiteindelijk ziet dat we dat in de bijstand moeten doen.

Er zal altijd een groep mensen zijn waar je heel streng voor moet zijn, omdat ze niet willen. Dat is een hele kleine groep, een kleine minderheid. Dan kan een gemeente ook af en toe een tegenprestatie inzetten. Die ruimte biedt de wet. Daarover bestaat geen misverstand. Dat is aan de gemeente. Maar het alternatief is dat je gemeenten een aanbod doet, een aanbod om mensen te activeren. En ja, dan mag je ook best een beetje streng tegen mensen zijn. Dat doe je om ze te helpen, niet om ze te straffen, niet om ze een schuldgevoel aan te praten. En het is mijn overtuiging dat er ook een groep mensen zal zijn, tegen wie een gemeente moet zeggen: ik heb even met u gesproken, ik vertrouw erop en ik geef u de vrijheid. Dat gebeurt nu ook in die experimenten. Dat is misschien wel de grootste groep. En dan denk ik dat je als gemeente alle ruimte krijgt om per persoon de beste aanpak in te zetten. Dat is, wat mijn fractie betreft, het perspectief.

Voorzitter. Ik ben overigens nog wel nieuwsgierig wat we nou gaan doen als het gaat om het echt zorgen voor de groep mensen die niet in aanmerking komt voor beschut werk. Dat moet overigens nog wel groeien. Ik deel alle zorgen daarover, maar het gaat al wat beter. Maar een van de groepen waar ik me misschien nog het meest zorgen over maak, is de groep bij wie het er net om spant of ze zelf het minimumloon kunnen verdienen. Als ik in de evaluatie lees dat gemeenten vooral de goed bemiddelbare mensen die hun weg wel vinden, gaan helpen, ben ik bang dat juist de groep die het meest kwetsbaar is, nu achteraan in de rij staat bij de gemeenten. Hoe ziet de staatssecretaris dat en wat wil ze daaraan doen?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat sluit aan op mijn punt over de sociale werkvoorziening. Daar heeft het SCP natuurlijk ook harde woorden over gesproken, in die zin dat het idee dat mensen aan de slag konden op de gewone arbeidsmarkt, niet van de grond is gekomen. En je ziet nu steeds meer partijen die zeggen: dat was eigenlijk niet goed. Die harde sluiting van de sw in 2015 was geen goed besluit. Kan ik D66 daar ook in meekrijgen? Zegt u ook: dat is misschien iets te hard gegaan; we moeten goed kijken hoe we die sw in leven kunnen houden — de infrastructuur — en we moeten landelijk garanderen dat er overal een plek is voor iemand als die geschikt is voor de sw? Bent u dat met mij eens?

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik g hier niet eenduidig "ja" of "nee" op zeggen, want daar vind ik het te ingewikkeld voor. Om te beginnen, iedereen die in de sw zat, kon daar gewoon blijven. Dat vind ik wel belangrijk om tegen mensen te zeggen. Soms ontstond de indruk dat iedereen daar zijn baan had verloren, maar mensen konden gewoon blijven werken bij de sw-bedrijven. Dat is wel belangrijk. Voor die mensen is dat een heel belangrijk onderdeel van hun bestaan. Die plek hebben ze kunnen houden. Dat was een belangrijke randvoorwaarde. Ik geloof dat u er ook blij mee was dat we dat in de vorige periode hebben gedaan.

Het tweede is dat er een groep mensen is voor wie dat beschut werken in het leven is geroepen. Dat kwam moeizaam op gang. Als ik nu de evaluatie lees, lijkt het iets beter te gaan, maar gaat op de ene plek nog steeds veel beter dan op de andere plek. Dus zorgen we nou echt dat wat we hebben bedacht met het aantal plekken beschut werk, er ook echt komt? Zorgen we nou echt dat die plekken er ook echt komen. Dat is nog geen vanzelfsprekend succes. Daar moeten we heel alert op zijn.

Waar ik niet naar terug wil, is de oude sw. Daarin zaten mensen die 140% van het minimumloon verdienden, terwijl de sw bedoeld is voor mensen die niet het minimumloon kunnen verdienen. Er was dus ook wel een reden om dingen te veranderen. Ik ben het wel met de heer Jasper van Dijk eens dat je ervoor moet zorgen dat de infrastructuur er is en dat gemeenten wat kunnen doen voor die mensen. Daarin wil ik ze wel de ruimte geven. Ik zie juist ook een groep die niet in aanmerking komt voor beschut werk, maar misschien nu ook nog niet aan de slag kan komen bij een reguliere werkgever. Wij vinden het natuurlijk allemaal mooi als dat lukt en willen daarvoor alles op alles zetten. Voor die groepen moeten we iets. Ik heb het basisbaanidee gezien van het CDA. Daar zitten allemaal haken en ogen aan. Maar het lijkt me dat daar nog een lacune zit. We moeten er wel voor zorgen, als mensen in een gemeente wonen en recht hebben op beschut werk, dat het er ook gewoon is.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik denk dat het goed is als de staatssecretaris expliciet in deze zaal bevestigt dat die vertrouwensexperimenten gewoon doorgaan. Die experimenten worden gewoon ongemoeid gelaten; dat is ook wel belangrijk. Ik hoop echt dat we daar wat van leren. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we ook zo gaan kijken naar heel veel investeringen in mensen in de bijstand, die daar al lang in zitten, namelijk dat dit niet alleen rendement heeft, om het even kil uit te drukken, omdat mensen aan de slag gaan en we een uitkering besparen. De staatssecretaris doet daar een aanzet voor. Ik denk dat gemeenten gaan zien dat je ook allerlei andere kosten bespaart als je mensen activeert en helpt, en als ze gaan werken, in het begin misschien inderdaad in het vrijwilligerswerk. Dat was een van de redenen waarom ik het idee achter de Participatiewet ook goed vond en het is denk ik echt heel belangrijk. Ik hoop dat gemeenten die integrale afweging ook maken. Dat klinkt misschien technisch. Het betekent dat je die paar duizend euro die je erin investeert aan de voorkant waarschijnlijk driedubbel terugverdient, door het voorkomen van schulden en het voorkomen van psychische problemen en problemen in gezinnen. Ik ben blij dat wij nou eens proberen om daar een harde cijfermatige onderbouwing voor te hebben, ook om gemeenten te helpen. Dat is een hele goede investering is. Dat zeg ik persoonlijk: ik heb de Participatiewet behandeld in de Kamer namens mijn fractie. Dit is een van de dingen waar ik het grootste voordeel van verwachtte.

Dan wil ik overgaan naar een aantal andere punten, om te beginnen de menselijke maat en het UWV. Volgens mij had collega Smeulders het daar ook over. Voor het draagvlak onder de sociale zekerheid is een goede uitvoering van belang. Daar hebben we te veel op bezuinigd. Dat geldt niet alleen voor de Belastingdienst, maar ook voor andere uitvoeringsorganisaties. Mensen willen op de kwetsbare momenten in hun leven contact. Nu heeft deze minister volgens mij een nogal leidende rol gespeeld bij de ministeriële commissie uitvoering waar we veel over lezen. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat. Als straks bijvoorbeeld de werkloosheid stijgt, hebben we nu geregeld dat voor mensen in de WW de persoonlijke dienstverlening bij het UWV op niveau blijft. Ik was blij met dat heldere antwoord van de minister in een debat enkele weken geleden. Maar hebben we ook geregeld dat dat bij gemeenten ook zo is en dat gemeenten ook, als het minder gaat, niet hoeven te gaan bezuinigen op de ondersteuning van mensen, juist op het moment dat er waarschijnlijk meer mensen in de bijstand zijn die dat nodig hebben? Zou de staatssecretaris daarop kunnen reflecteren? Kan de minister er nog eens op ingaan hoe we het gaan doen met de menselijke maat?

Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. vorige week hoorden we nog het verhaal van een jonge moeder, die opeens weer beter werd gemeld. Ongeveer alles ging mis in het proces. Dat kan een keer gebeuren, hoe vervelend ook, maar ook in het proces daarna vond ze nauwelijks gehoor om dat op te lossen. Ik twijfel eigenlijk aan niemands goede intenties, zeker niet van de mensen bij het UWV, maar er gaan nog wel echt dingen mis. Hoe kunnen we dat nou beter doen? Dat vraag ik de minister. Ik waarschuw hier nog een keer, na alle fraude rond de WW en de Polen, dat we als commissie Sociale Zaken niet in de fout moeten vervallen waarin we na de Bulgarenfraude zijn vervallen aan de belastingkant. Allemaal stoere strengheid en over elkaar heen rollende moties, van links tot rechts in deze Kamer, om dan later te bedenken dat we een klimaat hebben geschapen, ook bij mensen in de uitvoering, van streng, strenger, strengst, waarmee we de menselijke maat uit het oog zijn verloren. Laten we, ook als Kamerleden, leren van de fouten die daar zijn gemaakt. Dat zeg ik ook tegen mezelf.

Het tweede punt is het concurrentiebeding. Daarover heb ik vandaag samen met collega Gijs van Dijk van de Partij van de Arbeid een voorstel gedaan. Ik kan mij enkele bijzondere omstandigheden voorstellen waarin je een concurrentiebeding hebt, zodat je niet met je klantenbestand morgen naar de concurrent loopt. Maar ik vind dat er sprake is van wildgroei. Aan de ene kant is bij tijdelijke contracten nu eigenlijk zogenaamd de regel dat alleen bij zwaarwegend bedrijfsbelang een concurrentiebeding kan. Nou, voorzitter, het is nog schering en inslag. Fysiotherapeuten krijgen gewoon te horen dat zij een concurrentiebeding hebben en niet binnen zo veel tientallen kilometers mogen werken. In een tijd van arbeidsmarktkrapte heeft dat maar één doel: zorgen dat je personeel niet om een beter salaris kan vragen, want ze kunnen toch niet weg. Sterker nog, ze worden belemmerd om ergens anders aan de weg te gaan. Het is een vorm van het behouden van je personeel in tijden van krapte. Ik vind dat echt onaanvaardbaar. Deze aanscherping is niet hoe de wet was bedoeld. Deelt de minister de grote zorgen die ik daarover heb? Ik weet dat dit ook voor collega Gijs van Dijk geldt.

Ten tweede zie je bij vaste contracten dat dit gewoon overal en nergens voorkomt. In alle andere landen is het zo dat als je dat concurrentiebeding inroept, wat in feite betekent dat je niet aan het werk kan, je iets van een vergoeding krijgt. We moeten dat goed in de tijd beperken. Het is nogal wat. Als je ergens woont en je partner heeft daar een baan of je hebt een huis gekocht en je wordt door zo'n contractbepaling beperkt om binnen een afstand van 30 tot 40 kilometer aan de slag te gaan, is dat een soort ketting die je wordt omgedaan. Daarvoor is het concurrentiebeding niet bedoeld. Het is bedoeld om te zorgen dat de werkgever niet wordt geschaad als mensen er met allerlei bedrijfsinformatie vandoor gaan. Dat begrijp ik. Volgens mij is dat helaas bij lange na niet het geval bij die ongeveer 20% van de mensen die zo'n ding in het arbeidscontract hebben staan.

De heer Wörsdörfer (VVD):

Ik ben blij met die laatste nuance die hier naar voren komt. Ik geloof ook dat er excessen plaatsvinden in het toepassen van het concurrentiebeding. Ik zou van de heer Van Weyenberg willen horen of er inderdaad genoeg redenen zijn om het wel toe te passen. Dat kan bij bedrijven zijn die scholing van werknemers betalen of die hele bedrijfsgevoelige informatie hebben. Het zou toch zonde zijn als we proberen de excessen aan de ene kant op te lossen met een exces aan de andere kant en het daarmee voor werkgevers heel ingewikkeld maken om hun bedrijven draaiende te houden.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zal eerlijk bekennen dat ik ooit heb gedacht: waarom schaffen we het niet af? Daarover is overigens een jaar of tien geleden een wetsbehandeling in deze Kamer geweest. Toen is besloten om dat niet te doen. Ik dacht: als de werknemer doet wat de heer Wörsdörfer zegt, is dat een onrechtmatige daad. Dat mag niet. Heb je daar het concurrentiebeding dan wel voor nodig? Het verhaal was toen dat dat wel een hele ingewikkelde juridische weg is en daar ben ik gevoelig voor. Ik zeg dan tegen werkgevers: om het te behouden waar het echt nodig is, zullen we moeten zorgen dat het een eerlijk instrument is voor de werknemers. Die balans vraag ik dan terug aan de heer Wörsdörfer en ik hoop dat hij het met mij eens is dat het voor die gevallen gebruikt gaat worden. Tenzij de heer Wörsdörfer mij kan vertellen waarom het voor een fysiotherapeut — die doet werk en heeft geen informatie — in hemelsnaam een argument kan zijn om een concurrentiebeding op te nemen. Ik kan u verklappen: daar ken ik er heel wat van.

De heer Wörsdörfer (VVD):

Dat was ook typisch niet iets waar ik aan dacht. Ik had natuurlijk de aankondiging van dit idee gelezen en die was vrij kort. Ik zit te denken aan hele innovatieve bedrijven. Ik ken D66 als een van de voorvechters van bedrijven in de digitale economie en ik denk dat het heel onverstandig zou zijn als we hier in Nederland uitstralen dat het absoluut onmogelijk is om een concurrentiebeding op te nemen. Er zullen dan heel veel innovatieve nieuwe bedrijven zijn die zeggen: weet je wat, de groeten, dan gaan we niet naar Nederland. Ik neem aan dat dat niet de bedoeling is van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat stond ook niet in het voorstel van collega Gijs van Dijk en mij dat u hebt kunnen lezen. Alleen, het moet wel net om dit soort dingen gaan. Niemand wil dat je er met het geheime recept of de geheime werkwijze vandoor gaat. Dat geldt niet voor 20% van de arbeidscontracten en dat is wel de omvang waarin het lijkt dat nu het concurrentiebeding wordt benut. Maar laten we het dan voor de verkeerde gevallen aanpakken, zodat we het voor de goede gevallen kunnen borgen. Ik hoop hem aan onze kant te vinden.

Voorzitter. Dan arbeidsmarktdiscriminatie. Er is een motie aangenomen over een meldplicht voor uitzendbureaus die een verzoek krijgen tot discriminatie in de werving: doe mij geen Ahmed, alleen een Steven. Dan moet je dat gaan melden. De staatssecretaris deelde het doel, maar was terughoudend over het instrument, als ik het zo mag samenvatten. Wij ontvingen daar vandaag nog een brief over. De staatssecretaris denkt nu aan een andere vorm, een soort meldcode, omdat hij bang is dat dat andere heel moeilijk in de praktijk vorm te geven is. Ik ga daar heel goed naar kijken als we de wet gaan behandelen, maar ik zeg er al wel een ding bij. Als we die stap zouden doen, zou ik er meer comfort bij hebben als de melding uit die code bij de arbeidsinspectie terechtkomt en niet bij iets van de uitzendbureaus zelf. Ik ben een klein beetje aan het sjacheren met de staatssecretaris, die mij zit aan te kijken of we elkaar daar ergens in het midden kunnen vinden. Ik zie de worsteling van de staatssecretaris, want op zich vind ik een meldplicht heel belangrijk. Naar de vorm moeten we nog gaan zoeken. De crux is wel dat we hier onconventionele middelen nodig hebben. Het gaat niet goed genoeg als je met een geboorteplaats van je grootouders in een ander land nog steeds vier keer vaker moet solliciteren op een stage dan hier. Ik wil ernaar kijken.

Tot slot — als dat mag van de heer Kuzu — heb ik ook een amendement ingediend met een aantal collega's, te weten de heer Bruins, de heer Gijs van Dijk en de heer Smals, om Diversiteit in Bedrijf vier jaar voort te zetten dat volgt uit het Charter Diversiteit. Er is nog zo'n wereld te winnen in het bedrijfsleven in Nederland, dat mij dit het slechts denkbare moment lijkt om met dit mooie initiatief te stoppen. Met dit amendement van in totaal 2 miljoen euro kan dit onder de SER hangende instrument, waarmee bedrijven worden geholpen om diverser te worden, weer vier jaar door. Ik hoop dat ze maximaal gebruik gaan maken van dat geld, mocht het amendement worden aangenomen. Maar daar heb ik op een of andere manier best wel vertrouwen in.

De heer Kuzu (DENK):

Een van de dingen die DENK en D66 delen, is het bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie. Ik ben ook heel blij dat D66 zich daar actief voor inzet en dat zij op 24 september een motie heeft ingediend over de meldplicht. Nu ben ik de tijdlijn enigszins nagegaan. Ik heb gezien dat de brancheorganisatie voor uitzendbureaus op 4 oktober aan de buitenwereld heeft laten weten tegen zo'n meldplicht te zijn. Ik heb vanochtend de brief van de staatssecretaris gelezen, waarin zij aangeeft dat de uitzendbureaus een punt hebben. Vindt de heer Van Weyenberg dat de staatssecretaris moet luisteren naar de Kamer of naar de uitzendbureaus?

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit is vragen naar de bekende weg. Het staat in de motie nog net iets anders, maar de uitspraak van de Kamer lijkt mij doorslaggevend. Ik zie de staatssecretaris zoeken en ik zoek graag samen met haar. Of de uitzendbureaus daar wel of niet blij van worden, is voor mij niet doorslaggevend. De vraag is of ik iets werkbaars kan maken, iets wat werkt. Daar zit volgens mij de zorg van de staatssecretaris. Bij de behandeling wil ik met haar zoeken naar iets wat het doel, dat wij allebei delen, dichterbij brengt. Maar ik doe dat niet omdat de uitzendbureaus er geen zin in hebben, maar omdat ik denk dat dat het beste systeem is. Ik trek daarin wederom graag op met de heer Kuzu bij de wetsbehandeling. Overigens twijfel ik echt niet aan de insteek van de staatssecretaris, maar ik geloof dat dat ook voor de heer Kuzu geldt.

Dan zou ik willen afsluiten met een blik op de toekomst. Bij de Politieke Beschouwingen had de heer Heerma een intro dat driekwart van zijn tekst was. Hoewel ik best nog wat spreektijd heb, hoop ik dat ik hem niet nadoe, maar dan precies omgekeerd, hoe fijn ik ook altijd met hem heb samengewerkt.

Het eerste waarover ik het wil hebben, is de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en het belang van meer uren werken. In de praktijk gaat het dan vooral om vrouwen in kleine deeltijdbanen. Nog steeds werkt meer dan 50% van de vrouwen meteen, de dag nadat ze beginnen, in deeltijd. Dan is er vaak nog geen sprake van kinderen, maar dat is bijna een soort cultuur. Dat blijf ik opmerkelijk vinden. We hebben daar in de Kamer ook veel rondetafels over gehouden. Het gaat over een diepgeworteld gevoel. Ik vind dat om een aantal redenen zorgelijk. De eerste reden is dat we het ons niet kunnen permitteren: het is zonde van talent. Het is zonde van talent van mensen met een goede opleiding die een bijdrage kunnen leveren. Dat wordt niet voldoende benut. Natuurlijk is het uiteindelijk de vrije keuze van mensen, geen misverstand daarover — laat ik die interruptie voor zijn — maar we kunnen het volgens mij wel veel aantrekkelijker maken. We kunnen het aantrekkelijker maken in de belastingen. We kunnen het aantrekkelijker maken door stappen te zetten in de kinderopvang. Er zijn overigens veel redenen om eens fundamenteel naar de kinderopvang te kijken. Omdat we af willen van dat toeslagensysteem waarin mensen verdwalen; vaak gaat het om de grootste terugvorderingen bij de kinderopvang. Omdat het gaat om ontwikkeling; kinderopvang is voor heel veel mensen niet alleen een manier om opvang te regelen, maar het is ook kindontwikkeling. Het is een instrument dat jonge kinderen helpt om bijvoorbeeld zonder achterstanden naar de basisschool te gaan. Daarom vind ik het ook heel belangrijk. Ten derde, omdat het inderdaad de manier is die ervoor zorgt dat het lukt om arbeid en zorg voor je kinderen te combineren.

De voorzitter:

Was u klaar?

De heer Van Weyenberg (D66):

Nee, nee, nee.

De voorzitter:

Ik zou toch afronden. U zei: tot slot.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ja, maar ik had u gewaarschuwd dat mijn "tot slot" bijna net zo erg was als de inleiding van collega Heerma bij de APB.

De heer Stoffer (SGP):

Er komt een verrassende vraag bij mij op. Ik hoor mijn collega van D66 zeggen dat we talent zo veel mogelijk moeten benutten. Maar dan zou je ook kunnen denken aan een zesdaagse werkweek. Dan kun je al die talenten nog meer dagen extra benutten. Wat vindt u daarvan?

De heer Van Weyenberg (D66):

Als de heer Stoffer zes dagen in de week wil werken, dan is dat aan hem. Sterker nog, ik heb het vage vermoeden dat hij het al doet. Maar nu even serieus: ik pleit er hier niet voor dat iedereen, in een privésituatie waarin je met z'n tweeën bent met twee kinderen, ieder vijf dagen werkt. Dat vind ik aan mensen zelf. Mijn grote zorg nu is dat we heel veel mensen hebben in relatief echt kleine deeltijdbanen, zeg maar tussen de 12 en 25 uur, waar een aantal uur meer of een dag meer werken echt kan bijdragen in de zorg, in het onderwijs. Natuurlijk moet we dan ook wat aan de werkdruk doen, zeg ik tegen al die leraren en al die mensen in de zorg die zeggen dat het al zo zwaar is. De helft van de vrouwen in dit land is economisch niet zelfstandig, houd ik de heer Stoffer voor. Dat vind ik ook in zichzelf een groot probleem.

De heer Stoffer (SGP):

Als die vrouwen of mannen dat zelf geen probleem vinden, vindt de heer Van Weyenberg het dan wel een probleem?

De heer Van Weyenberg (D66):

Als mensen niet economisch zelfstandig zijn, dan zien we in de praktijk dat mensen na een scheiding, die helaas regelmatig voorkomt in dit land, een probleem hebben. Het is vaak de vrouw die een baan van tien uur in de week had. Die zijn helaas fors oververtegenwoordigd in de bijstandscijfers van deze staatssecretaris. Dat vind ik inderdaad zorgelijk. En ja, economische zelfstandigheid is een waarde in zichzelf voor mijn fractie. Het zal de heer Stoffer niet verrassen dat ik dat zeg.

De heer Stoffer (SGP):

Ik denk dat we hier fundamenteel anders tegenaan blijven kijken. Laten we het gewoon maar daarmee afsluiten. We kijken er fundamenteel anders tegenaan. Dan hou ik nog een paar vragen over voor volgende sprekers. We gaan er gewoon op door. Dank voor uw antwoorden.

De voorzitter:

De heer Bruins met een heel nieuwe invalshoek, denk ik.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Natuurlijk. Dat bent u van mij gewend, voorzitter. De heer Van Weyenberg weet dat ik met gemengde gevoelens kijk naar de 2 miljard die dit jaar is opgeplust bij de arbeidskorting. Ik ben in een eerder debat, de Algemene Financiële Beschouwingen vorig jaar, begonnen met te vertellen dat je, als een medicijn niet meer werkt, de dosis niet nog verder moet verhogen, maar een ander medicijn moet gaan zoeken. Ik en mijn fractie denken dat de arbeidskorting nu zo ver is opgepompt dat je die niet nog verder kunt oppompen. Dat gaat niet helpen om de arbeidsparticipatie verder te verhogen. Heb ik de heer Van Weyenberg aan mijn zijde om samen te gaan zoeken naar andere medicijnen, naar andere instrumenten, om na te denken hoe arbeidsparticipatie in de toekomst kan worden verhoogd om ook arbeidsproductiviteit te verhogen, om de welvaart in ons land te borgen op een manier waarop privé en werk goed te combineren zijn? Kunnen we samen op zoek naar andere, nieuwe instrumenten?

De heer Van Weyenberg (D66):

Ja, ik denk altijd graag met de heer Bruins na over wat er nog beter kan of wat we extra kunnen doen. Ik ben het niet met hem eens dat de arbeidskorting verhogen niet helpt om werken meer te laten lonen. Overigens had de gekozen vormgeving in de Prinsjesdagstukken natuurlijk ook te maken met het feit dat we tegen alle zelfstandigen wilden kunnen zeggen dat de beperking op de zelfstandigenaftrek voor hen persoonlijk gecompenseerd zou worden door een hogere arbeidskorting. Dat had niet alleen maar een arbeidsparticipatiedoel, zeg ik tegen de collega. In het verleden heb ik gezien dat wat wij hebben gedaan met de ondersteuning van de kinderopvang of de inkomensafhankelijke combinatiekorting wel degelijk een positief effect heeft. Als je daarmee zou stoppen, raak je dat ook wel kwijt. Daar zou ik de heer Bruins wel voor willen waarschuwen. Mijn pleidooi was echt geen pleidooi voor alleen maar meer, meer, meer werken. Laat daar ook even geen misverstand over bestaan. Het is wel iets om toe te werken naar economische zelfstandigheid. Je ziet in de nieuwe ramingen van het CPB voor de komende jaren dat het arbeidsaanbod gaat dalen. Het aantal mensen op de arbeidsmarkt daalt, terwijl we wel de zorg, het onderwijs en de pensioenen moeten blijven betalen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik denk altijd graag verder. Dat betekent ook dat we fundamenteel naar dingen als toeslagen moeten kijken en hoe we die vormgeven. Daarbij heb ik één waarschuwing. Deze minister gaat ook over de koopkrachtplaatjes. Maar als wij ten fundamentele willen gaan kijken hoe we werken meer kunnen laten lonen, het belastingsysteem kunnen vereenvoudigen — laat ik ook dat tegen de heer Bruins zeggen — met misschien minder instrumenten, zodat we minder toeslagen nodig hebben, dan moeten we misschien ook kijken naar een instrument als het minimumloon en hoe we dat vormgeven. Maar dat zal, denk ik, altijd betekenen dat je dat op een manier doet waarmee er ergens plusjes en minnetjes zullen zijn. Als wij niet gaan zeggen dat we niks grootschaligs gaan veranderen als er ergens een minnetje in een koopkrachtcijfer is, ben ik bang dat we tot niks komen. Ik hoop ook dat we met elkaar de moed hebben om dat te doen. Waarbij ik als reflectie het volgende wil meegeven. Het lijkt dan heel erg, dat minnetje, nog even los van de waarde die je aan koopkrachtplaatjes hecht. Maar het huidige systeem, wat zogenaamd perfect dekt, heeft heel veel nadelen. Mensen komen in de schulden terecht als ze een vergissing maken. En de ervaring is dat heel veel mensen helemaal geen gebruikmaken van toeslagen of inkomensregelingen waar ze wel recht op hebben. Dus als wij naar die koopkrachtplaatjes kijken, hoop ik dat we ons ook realiseren dat dat maar het halve verhaal is. Hoewel het er voor heel veel mensen op papier misschien heel goed uitziet, weten ze in de praktijk dat recht namelijk helemaal niet te verzilveren.

Voorzitter. Het tweede punt is verlof. Ja, misschien het aantrekkelijker maken van meer uren werken wanneer je dat wilt. Maar ook meer ruimte op bijzondere momenten in de levensloop voor belangrijke privézaken. We hebben in deze kabinetsperiode het geboorteverlof voor partners verruimd. Daar ben ik gewoon nog steeds heel trots op, zeg ik in alle eerlijkheid. En het is wel een begin. Er was inderdaad bij de vorige begrotingsbehandeling een motie aangenomen van collega Smeulders en mijzelf en die hadden we, zeg ik achteraf ook tegen onszelf, misschien nog een slag scherper moeten formuleren. Die motie is een beetje geïnterpreteerd als: gaat u nog eens goed voorlichten wat er allemaal beschikbaar is. Terwijl dat door ons beiden wel was bedoeld als: laten we nog eens fundamenteel nadenken waar je nou nog wat wilt. Rouwverlof is genoemd. Ik vind het heel ingewikkeld wat ik moet zeggen tegen ouders met ernstig zieke kinderen. Collega Jasper van Dijk heeft daar veel aandacht voor gevraagd. Ja, we moeten niet alles in wetgeving willen verankeren. Ik vind dat werkgevers die die ouders niet helpen met verlof terwijl hun kind dood- en doodziek is, zich schuldig maken aan asociaal gedrag, waarop ik ze zal blijven aanspreken, omdat dat een goed werkgever niet past. Wij zullen in deze zaal niet alles kunnen oplossen als de maatschappij ons niet helpt. Maar we moeten ook fundamenteel nadenken of die verlofregelingen wel ruim genoeg zijn. Bieden ze voldoende ruimte op bijzondere momenten in een mensenleven, als er steeds vaker om mantelzorg wordt gevraagd? Ik vind dat een mooie combinatie: aan de ene kant zorgen dat het mogelijk en aantrekkelijk wordt meer uren te werken, maar aan de andere kant meer ruimte creëren op de bijzondere momenten in het leven, als je dat echt nodig hebt. Ja, ook goed wettelijk geborgd. Dan blijf ik een oproep doen aan werkgevers om los van welke wettelijke regeling dan ook zelf te blijven nadenken. Want je bent een werkgever, je bent een mens, en ik heb echt voorbeelden gezien waarvan ik me als ik werkgever was de ogen uit de kop zou schamen. Ik weet gelukkig ook dat heel veel werkgevers dat ook helemaal niet doen: zij geven wel gewoon vrij. Dat is maar goed ook. Net als de heer Smeulders vraag ik de minister of hij ook nog wat fundamenteler wil nadenken over varianten rond dat verlof. Wil hij misschien nadenken over één regeling? Het is nu namelijk wel erg versnipperd. Wil hij richting de volgende kabinetsformatie varianten in beeld brengen?

Het laatste punt van mijn driedelige slot: de toekomst van de arbeidsmarkt. We hebben het al over de zelfstandigen gehad. Maar dit is echt niet alleen en debat over zelfstandigen. Als de wetsbehandeling, straks en ik zie ook nu al, iets aantoont, is dat wij wel met een schaartje kunnen proberen te knippen hoe mensen werken — of het nou een arbeidscontract is of een zelfstandige — maar de arbeidsmarkt houdt zich allang niet meer aan wat wij hier op de tekentafel bedenken. Mensen werken op verschillende manieren. Dat zou nog niet zo erg zijn als we ons hele systeem met sociale zekerheid en belastingen niet hadden opgehangen aan wat er nou precies uit dat knippen met dat schaartje komt. Ik denk dat we daar met de commissie-Borstlap fundamenteel over moeten nadenken. Moeten we niet naar een systeem waarin de contractvorm niet meer relevant is voor een aantal basiszekerheden? Maar hoe zorgen we er dan ook wel voor dat we aan de andere kant, als we willen dat mensen kunnen kiezen tussen meer als zelfstandige werken of meer als werknemer, kijken hoe het voor een werkgever aantrekkelijker kan worden om mensen een contract aan te bieden? Want nog steeds kom ik heel veel mkb'ers tegen die zeggen: die twee jaar loondoorbetaling bij ziekte is ondanks alle verbeteringen voor mij nog wel steeds een molensteen, en ik kies toch maar voor een zelfstandige. Soms moeten die een transitievergoeding betalen, nadat ze ontzettend hun best hebben gedaan om iemand aan het werk te helpen. Dat wordt als onrechtvaardig ervaren. Zij hebben iemand tientallen jaren in dienst gehad, waarvoor ze dan moeten betalen. We hebben hier met de WAB goede stappen gezet, maar dit blijf ik ingewikkelde vragen vinden. Ik denk echt dat iedereen die denkt dat alleen met het aanpakken van zelfstandigen de balans op de arbeidsmarkt zogenaamd wordt hersteld, geen recht doet aan het feit dat de meeste zelfstandigen vol plezier en overtuiging als zelfstandige werken. Maar het doet ook geen recht aan de afweging die veel werkgevers maken. We zullen moeten zorgen dat mensen eerlijk tussen die twee varianten kunnen kiezen in een systeem dat meer losstaat van het contract. Dat is wat mij betreft toch wel het denkproces. Dat levert moeilijke en soms ook wel oncomfortabele vragen op over het niveau van de sociale zekerheid en de verplichtingen voor een werkgever. Ik zie uit naar het inhoudelijke debat daarover.

Daarbij vind ik het concept van dat single contract voor werknemers ook nog steeds interessant, want als er één groep is die echt ontevreden is op de arbeidsmarkt, los van een kleine groep zelfstandigen die echt wordt uitgebuit en waar wat mij betreft dat minimumtarief verstandig voor is, dan zijn het de werknemers met flexcontracten. Die zijn voor 80% ontevreden, terwijl dat maar voor 20% van de zelfstandigen geldt. Ik hoop dat de minister echt ook varianten van dat single contract wil laten uitwerken, en dat ook door zijn ambtenaren wil laten doen na de ontvangst van het rapport van de commissie-Borstlap, zodat wij dit hele fundamentele debat, waar ik nu al naar uitkijk, met elkaar verder kunnen voeren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Weyenberg.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de heer Gijs van Dijk namens de PvdA het woord.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Voorzitter. Laat ik dit jaar eens anders beginnen, namelijk met complimenten.

Minister Koolmees:

Ik ga er even voor zitten.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Ga er maar even voor zitten, want ik dacht: dan hebben we dat meteen gehad, aan het begin. Er is een breed gedragen pensioenakkoord. Dat is goed nieuws.

(Hilariteit)

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dat is goed nieuws ... Nee, nee, hallo, dat is geen compliment aan mezelf!

(Hilariteit)

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Nee, nee, nee, luister nou! Er wordt al tien jaar lang over pensioenen actiegevoerd en onderhandeld. Dat heb ik zelf in een vorig leven ook mogen doen. Het is nooit gelukt om tot een deal te komen, en dit kabinet is het gelukt. Met wat steun, inderdaad.

De voorzitter:

Meneer Van Weyenberg, gaat u het feestje van de heer Gijs van Dijk verpesten?

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Ja, dat is toch jammer. Ik stond hier net zo relaxed.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik ga het vergroten, want ik wil de heer Van Dijk complimenteren met het feit dat we na tien jaar praten, met een groot gezelschap, waaronder ook collega Smeulders en GroenLinks, eruit zijn gekomen. Ik zie uit naar de uitwerking in de komende zes maanden. Dus ik wilde alleen maar een paar extra ballonnen ophangen, voorzitter.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Nou, dat zullen we nog maar eens even zien.

Het tweede compliment gaat over de uitbreiding van het vaderschapsverlof. Dat is onwijs belangrijk. Dat vinden wij ook al jaren. We hebben er ook jaren voor gepleit. Voor vaders én partners is het belangrijk om juist die eerste tijd met je kind er te kunnen zijn, om ook meteen goed te beginnen, om werk en privé ook met elkaar beter te verdelen. Dat is nog steeds een groot vraagstuk bij veel gezinnen in Nederland. Het komt toch te vaak neer op de vrouw. Als je het van begin af aan samen doet, leer je het ook daarna goed te verdelen. Dus dat is het tweede compliment. Een laatste compliment, maar wel een belangrijke, is dat de minister met de premiedifferentiatie in de WW een begin maakt met het beprijzen van onzekerheid. Ik zie nu al een aantal werkgevers heel zenuwachtig berichten sturen naar ons en naar de minister, maar dat is dus een goed teken, want dat betekent dat het werkt. Dat is goed. Normaal zeg je dan: maar ... Dat zal ik niet zeggen, maar ik heb nog wel een inbreng die ook wel wat andere accenten legt.

Voorzitter. Er is een gouden kans om een economie vorm te geven waarin iedereen betekenisvol werk kan doen: werk dat goed beloond wordt en waar je trots op kunt zijn. Om die economie dichterbij te brengen, moeten we loskomen van de gereedschapskist met de vele instrumenten en de vele afkortingen die we in de begroting terugvinden. Volgens mij is het tijd om een aantal fundamentele vragen te stellen. Waarom wordt kapitaal steeds beter beloond en steeds minder belast, terwijl arbeid steeds minder beloond en steeds hoger belast wordt? Terwijl Quote opmerkte dat Nederland nog nooit zo veel miljardairs heeft gekend, leeft bijna een miljoen Nederlanders in armoede. Dat is geen economische wetmatigheid, maar dat is een keuze. Waarom komt de waarde die we samen creëren terecht bij een kleine groep, terwijl de kosten, of het nou gaat om onzekerheid, stress of vervuiling, worden afgewenteld op ons allemaal? Er zijn meer banen in Nederland dan ooit, maar waarom bouwen collega's met hetzelfde werk en dezelfde behoefte aan zekerheid niet dezelfde zekerheden op? Kunnen we voor onze toekomst beter investeren in een zo laag mogelijke staatsschuld of in de mensen die zulk belangrijk werk doen voor ons allemaal: de leraar, de agent en de verpleegkundige?

Te veel werk van betekenis wordt niet beloond en te veel kansen voor een mooie toekomst blijven onbenut. Als we niet ingrijpen, dreigt de economie van de eenentwintigste eeuw straks de arbeidsomstandigheden van de negentiende eeuw te kennen, met dezelfde schrijnende verschillen tussen arm en rijk. In ons huidige productiemodel dreigen mensen vervreemd te raken. Ze raken vervreemd van de belangrijke personen in hun leven. Ze raken vervreemd van het werk dat ze doen en van de vruchten van hun arbeid. Ze worden radertjes in het productieproces. De kenners weten waar ik het over heb, zie ik. We moeten onszelf nu de vraag stellen: willen wij goedkoper zijn dan de Chinezen, willen we zo weinig zekerheid hebben als de Amerikanen of gaan wij beter zijn dan allebei? Voor de Partij van de Arbeid is die keuze duidelijk. Laten we kiezen voor een moderne en eerlijke economie en samenleving die mensen vrijheid bieden door ook zekerheden te garanderen.

Dit kabinet kent de langste reeks overschotten sinds 1954 en de laagste rentelasten sinds 1815. Laten we die rijkdom nu gebruiken voor een economie waarin iedereen een plek heeft. Nu kiezen voor zekerheid en vooruitgang is nodig. Kijk naar de bezorgers van Deliveroo, die onverzekerd rondfietsen, of de verpleegkundigen die opnieuw een dienst moeten overnemen omdat een collega ziek is. De bedrijven die hun verantwoordelijkheid ontlopen maken nu de mooiste winsten, en de werkgevers die zich netjes aan de regels houden komen onterecht op achterstand. Beloon daarom bedrijven die sociaal en groen ondernemen, ondernemers die investeren in hun personeel en hun werknemers niet laten opbranden, die zekerheid bieden aan hun werknemers en nadenken over de CO2-afdruk van hun bedrijf. Dat zijn de bedrijven die wij in Nederland willen en die we moeten koesteren.

Veel flexwerkers, werknemers met een nulurencontract en zelfstandigen in de nieuwe economie kennen nu te weinig bescherming. Grote groepen werkenden hebben geen bescherming tegen pech zoals ziekte of arbeidsongeschiktheid, hebben onvoldoende inkomen en beschikken niet over de onderhandelingspositie om bescherming af te dwingen. Het is daarom tijd voor andere keuzes. Laten we zorgen dat de digitale revolutie voor iedereen gaat werken, niet alleen voor de slimme bedenkers van een platform of internetdienst. Laten we zorgen dat alle werkenden kunnen rekenen op een goed pensioen en op bescherming bij pech. Laten we zorgen dat alle werkenden kunnen investeren in scholing en ontwikkeling, en niet alleen de mensen aan de top.

Voorzitter. Ik geloof dat de minister van goede wil is, maar ik zie op het gebied van de arbeidsmarkt onvoldoende gebeuren. Een minimumtarief is er nog steeds niet en is mogelijk ook te laag voor echte zekerheid. Een opt-out voor de goedverdienende zzp'er ondergraaft de solidariteit die juist nodig is om het voor iedereen betaalbaar te houden. Ondertussen wachten we nog steeds op een webmodule die werkt en op de commissie-Borstlap. In de tussentijd heb ik een suggestie en een advies aan de minister: start met handhaven! Pak werkgevers aan die misbruik maken van schijnzelfstandigen, zorg ervoor dat deze wildwest op de arbeidsmarkt wordt aangepakt. Waarom — de heer Van Kent vroeg het ook al — zijn Deliveroo en Uber Eats nog niet aangepakt? Waarom zijn ze er nog? Dit zijn evident kwaadwillenden. Hoeveel bedrijven zijn er inmiddels door de Belastingdienst aangepakt en hoeveel boetes zijn er uitgedeeld?

Van je werk moet je kunnen rondkomen in Nederland. Alle werkenden moeten kunnen rekenen op een fatsoenlijk loon. Toch zijn er steeds meer werkende armen en mensen die wel een baan hebben, maar geen huis kunnen betalen. Het inkomen van veel jongeren, zelfstandigen en platformwerkers ligt beneden wat wij met elkaar als sociaal minimum hebben afgesproken. We zien dat bijvoorbeeld bij Erik, die al jaren bij een callcenter werkt en nog steeds niet meer dan €10 per uur verdient: jarenlang keihard werken en alleen een loonsverhoging van een paar centen ontvangen, om over een pensioenopbouw maar helemaal te zwijgen. Het minimumloon moet daarom omhoog. Ik heb een wetsvoorstel ingediend om het minimumloon met een eerste stap te verhogen. Dat ligt nu bij de Raad van State. Hopelijk kunnen we dat deze periode nog met elkaar afspreken in de Kamer. Graag een eerste reactie van de minister.

Ook voor jongvolwassenen gelden vele verplichtingen. Als je 18 jaar bent, mag je stemmen, mag je alcohol drinken, mag je, nee moet je belasting betalen en moet je je verzekeren voor de zorg. Maar het loon van deze jongvolwassenen is fors lager dan dat van andere volwassenen. Dat is niet rechtvaardig. Alle werkenden vanaf 18 jaar moeten kunnen rekenen op ten minste het minimumloon. Van dit loon moet je kunnen rondkomen. Het is tijd — de SP heeft het net al aangekondigd — om de volgende stap te zetten. Is de minister bereid om in vervolg op de eerdere verkenning over het minimumjeugdloon het SER Jongerenplatform te vragen? Zij zijn direct betrokken, hebben er zelf mee te maken en kunnen daar vast het beste advies over gegeven. Ten tweede: is de minister bereid om zelf onderzoek te doen naar de kosten en eventuele werkgelegenheidseffecten en de gevolgen voor het volgen van scholing? Dit gaat om het maken van de stap van 21 naar 18 jaar.

Voorzitter. Veranderen van werk kan veel opleveren: een nieuwe uitdaging ...

De voorzitter:

Maakt u eerst uw zin af.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Ik begin aan een nieuw onderwerp. Waarschijnlijk gaat het over het jeugdloon.

De heer Van Weyenberg (D66):

Samen met een aantal collega's heb ik ervoor gezorgd dat de leeftijd tot waar je jeugdloon hebt, twee jaar naar beneden ging. Ik ben het eens met collega Van Dijk dat 18 jaar het doel is, maar ik hecht eraan dat we het stap voor stap doen. Steeds een stap en dan een paar jaar kijken of het goed gaat en dan weer een stap. Zo hebben we het de afgelopen periode gedaan. Zo kun je de vinger aan de pols houden, zodat we geen ongelukken krijgen. Daarom hebben we samen gevraagd om deze recente stap op zo kort mogelijke termijn te evalueren. Is de heer Van Dijk nog steeds wel met mij van mening dat we dat eerst moeten hebben en dat we het in stappen van een jaar moeten doen? Ik wil wel de vinger aan de pols houden dat niet heel veel jongeren hun werk kwijtraken.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Ik weet nog goed dat bij de eerste verkenning van 23 naar 21 met name werkgevers zeiden — en ook het CPB voorspelde dat — dat er heel grote werkgelegenheidseffecten zouden zijn als we het jeugdloon voor deze groep zouden afschaffen. Inmiddels is daarnaar onderzoek gedaan. De effecten blijken nihil te zijn. Dat komt waarschijnlijk doordat het in stappen gebeurt en doordat het voor iedereen geldt. Vanuit de detailhandel zal er veel commentaar op zijn als we dit uiteindelijk doorvoeren, maar het kan alleen als we dat ook voor dit soort sectoren in een aantal stappen doen. Ik ben het met de heer Van Weyenberg eens: stapsgewijs. Maar omdat de werkgelegenheidseffecten van 23 naar 21 nihil waren, verwacht ik weinig problemen als we de volgende stap richting 18 jaar zetten.

De heer Van Weyenberg (D66):

Stap voor stap, zo hoor ik de heer Van Dijk zeggen. Dat vind ik prettig, dat zou ook mijn insteek zijn. Het tweede waarom ik blij ben met het verzoek — maar dan wil ik ook wel meer informatie hebben van de minister — is dat wij allebei niet willen dat jongeren hierdoor eerder met hun school stoppen. Dat is een angst die ook heerst. Dat is wat mij betreft de tweede toetssteen in het tempo. Geldt dat ook voor de heer Van Dijk?

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Uiteraard. Dit moet niet het effect hebben dat mensen naar volledig betaald werk gaan voordat ze hun diploma hebben. Dat moet daarin worden meegenomen.

Voorzitter, ik ga verder. Veranderen van werk kan veel opleveren: een nieuwe uitdaging, nieuwe collega's en misschien zelfs een beter salaris. Dat is niet altijd voor iedereen even eenvoudig. Veel mensen in Nederland hebben namelijk last van een concurrentiebeding in hun contract. Dit zorgt ervoor dat je niet zomaar kunt overstappen naar ander werk in dezelfde sector. Je kunt je voorstellen dat bepaalde bedrijven zoiets moeten afspreken, bijvoorbeeld voor salesfuncties, indien ze niet willen dat er klanten worden meegenomen. Daar ging net het interruptiedebatje ook over. Voor een cv-monteur of een automonteur kan ik me dat niet voorstellen. Dat is oneigenlijk gebruik van het concurrentiebeding. Is de minister bereid om hiernaar te kijken en om dat in ieder geval voor tijdelijke contracten af te schaffen? Wil hij ook kijken wat hij kan met de vaste contracten? Dat 20% van de werknemers nu een concurrentiebeding in zijn contract zou hebben staan, lijkt mij wat veel. Dat is oneigenlijk gebruik vanwege het tekort aan mensen. Werkgevers denken mensen via zo'n soort verplichting binnen te houden.

Het is niet voor iedereen de normaalste zaak om 's ochtends naar het werk te gaan. Denk aan de moeder die in haar eentje drie kinderen opvoedt. Denk aan dat familielid dat zorgt voor een zieke broer. Denk aan mensen die al sinds jonge leeftijd met een arbeidsbeperking leven. Denk aan mensen die na een jarenlange tocht door de woestijn bijna van hun schulden af zijn. Vaak zouden deze mensen dolgraag werken. De erkenning, de voldoening en de sociale contacten die dat oplevert zijn immers van onschatbare waarde. Toch blijkt werk vinden en houden een hele grote opgave. Maar ook deze mensen verdienen de zekerheid van een fatsoenlijk inkomen. Ze verdienen een overheid die ze helpt en naast hen staat, die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen, die hen helpt werk te vinden en te houden en een vangnet biedt als dit niet lukt. Toch falen wij collectief in deze opdracht.

Mensen die onze hulp het meest nodig hebben, vinden die vaak het minst. Je mag dan verwachten dat de staatssecretaris handelend optreedt en de wet, waar nodig, aanpast. Eén ding moet ik de staatssecretaris nageven: ze was voortvarend. Vorige week stond staatssecretaris Van Ark in de Volkskrant met haar oplossing, wat ons betreft precies de verkeerde. Het was een wondermiddel: een verplichte tegenprestatie en een boete als het je niet lukt om die te leveren. Het is toevallig precies dat ene idee waarvan leken, professoren en ervaringsdeskundigen zeggen dat het mensen niet helpt.

Waarom is dit systeem van wantrouwen, boete en straf volgens de VVD nodig? "Omdat we zuinig moeten omgaan met belastinggeld", is dan het antwoord. Blijkbaar geldt dat volgens de VVD alleen maar voor de bijstandsgerechtigden en niet voor politici. Zij ontvangen ruim een modaal jaarsalaris aan belastinggeld boven op hun normale salaris. In de praktijk is bewezen dat de tegenprestatie er niet toe leidt dat mensen meer werk vinden. Kan de staatssecretaris ingaan op de conclusie van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de verplichte tegenprestatie er niet voor zorgt dat mensen meer of sneller werk vinden? Gaat ze dit plan zo snel mogelijk naar de prullenbak verwijzen?

Ten tweede. Is de staatssecretaris bereid om de Sociaal-Economische Raad, die eerder een signalering heeft opgesteld over de sociale werkvoorziening, een tweede signalering te laten opstellen over de stand van de sociale werkvoorziening en de Participatiewet?

Wat helpt wel? Zorg ervoor dat mensen écht begeleid worden. Investeer in sociale ontwikkelbedrijven. Geef gemeenten de ruimte om mensen met vertrouwen te benaderen en geef het goede voorbeeld door als overheid zelf voldoende banen te creëren voor mensen die moeilijk aan werk komen. De bittere realiteit van een miljoen Nederlanders is dat de maand steevast langer duurt dan hun inkomen. Elke dag gaan er kinderen naar school zonder ontbijt en met gescheurde kleren. Elke week zwaaien kinderen naar de bus met klasgenootjes die op schoolreisje gaan, terwijl zij achterblijven omdat hun ouders hier geen geld voor hebben. Een op de negen kinderen groeit op in een gezin met grote geldzorgen. Eén miljoen mensen leven in armoede in een welvarend land, zoals we dat zeggen, als Nederland. Wat is daar welvarend aan?

Zelfs een grote groep mensen die werkt, kan niet rondkomen. De langdurige armoede in Nederland neemt zelfs toe. Grote schulden en armoede versterken elkaar. Wie niet genoeg geld heeft voor simpele dingen, raakt snel in de schulden. Wie grote schulden heeft, houdt weinig over om van te leven. Maar liefst 1,5 miljoen huishoudens heeft risicovolle of problematische schulden. Dat is éen gezin in elke straat. Als je schulden hebt, word je achtervolgd door gemiddeld veertien schuldeisers die elke dag beslag kunnen komen leggen op je koelkast. Dat, terwijl je er vaak weinig aan kunt doen: je bent ziek geworden, je bent gescheiden, waardoor je inkomen daalt of je bent je baan kwijtgeraakt en bent werkloos.

De meest fundamentele oorzaak is dat het bestaansminimum te laag is. Voor werkenden moet het minimumloon omhoog, voor wie niet of niet meer kan werken moeten de uitkeringen meestijgen. Toch is het mogelijk om ook nu gericht beleid te voeren. Alle kinderen moeten mee kunnen doen, moeten kunnen meegaan met een schoolreisje, lid kunnen worden van een sportclub of muziekles kunnen nemen. Voor één op de negen kinderen is dat slechts een droom. Dat is verspilling van talent, generatie op generatie. Ik vraag de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat het geld dat voor deze kinderen bedoeld is daar ook echt terechtkomt.

Voorzitter. Tijd voor je gezin, vrienden, een avondje sporten, op de bank hangen of even bijkomen van je werk is enorm belangrijk. Maar we werken steeds vaker thuis en we werken dan vaak over. De werkmailtjes blijven maar komen, ook 's avonds. Werk en privé lopen steeds vaker in elkaar over. Natuurlijk is dat een vrije keuze, maar al dat werken heeft ook een schaduwzijde. We zien dat steeds meer mensen uitvallen door ziekmakende stress en burn-out. Meer dan 1 miljoen werknemers ervaren stress- of burn-outklachten. Inmiddels is burn-out beroepsziekte nummer 1 in Nederland. Toch blijven we hier met z'n allen mee doorgaan, in de zorg, het onderwijs, op kantoor en overal. We werken tot het niet meer lukt. Deze ratrace is niet meer van deze tijd. We moeten deze enorme ziekmaker aanpakken. Het wetsvoorstel over het recht op onbereikbaarheid is bijna af, maar daarmee zijn we er uiteraard nog niet.

Voorzitter. Naast meer tijd voor leuke dingen in het leven is tijd doorbrengen met je kinderen enorm belangrijk. De komst van je kind is een van de mooiste gebeurtenissen in je leven. Daar wil je samen met je partner graag volledig van genieten. Je wilt de eerste weken samen je kind verzorgen en wennen aan het nieuwe leven. Gelukkig wordt dat stapsgewijs uitgebreid. Dat is goed nieuws. Toch maken we ons er zorgen over dat dit alleen een recht wordt voor hoge inkomens. Bij het opnemen van het vaderschapsverlof duiken mensen met een laag inkomen onder het bestaansminimum. De keuze om meer tijd bij je kind te zijn mag niet van je inkomen afhangen. Onze sociale zekerheid is er voor iedereen. Ook de conciërge, de tuinman en de magazijnmedewerker moeten er zeker van kunnen zijn dat ze hun kind vanaf de geboorte zien opgroeien. Is de minister of de staatssecretaris bereid om de positie van deze jonge vaders met een lager inkomen expliciet te monitoren?

Voorzitter. Ik kom tot een afsluiting. Het is tijd voor andere keuzes; sociale keuzes. We moeten de vervreemding en tweedeling aanpakken, met een overheid die het voortouw neemt, zoals sociaaldemocraten dat al 125 jaar graag zien. Samen kunnen we aan de slag voor een menselijke economie waarin plezier in ons werk vooropstaat en we wat echt van waarde is beter belonen en eerlijk delen. Samen kunnen we de innovatie, het gemak en de nieuwe banen omarmen en er tegelijkertijd voor zorgen dat we de welvaart eerlijk delen en mensen en de planeet bescherming bieden. In plaats van een ratrace naar de bodem in bescherming en belastingen willen wij echte vooruitgang voor iedereen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Gijs van Dijk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bruins namens de ChristenUnie.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Wat voor samenleving willen we zijn? Wat voor arbeidsmarkt willen we hebben? Vanuit een helikopter lijkt het allemaal mooi. De koopkrachtplaatjes laten voor alle mensen een plus zien en de economie groeit nog steeds. Maar als je verder inzoomt, zie je dat een grote groep mensen in onzekerheid leeft. Kan ik nog wel rondkomen van mijn salaris? Krijg ik ooit nog een vast contract, of blijf ik van tijdelijk werk naar tijdelijk werk hoppen? Heb ik nog wel ruimte om mantelzorg te bieden of vrijwilligerswerk te doen? Hoe ziet mijn toekomst als zzp'er eruit? Kom ik ooit nog aan het werk met een beperking?

Voorzitter. Er zit een rare paradox in onze economie en in onze arbeidsmarkt. Macro ziet het er goed uit, maar micro gaat het lang niet altijd goed. Diverse groepen die vandaag al door meerdere collega's zijn genoemd, kunnen het hoofd moeilijk boven water houden. Ik wil er vandaag een paar van die groepen uitlichten. De ChristenUnie wil oog hebben voor die mensen die niet zomaar kunnen meekomen. We willen een samenleving met aandacht; een samenleving die niet alleen maar is gericht op maximale economische groei, arbeidsproductiviteit en rendement, maar een samenleving waarin er ook gewoon ruimte is voor rust en aandacht.

Voorzitter. Allereerst wil ik stilstaan bij de mensen met een beperking. Op dit moment staan nog veel mensen met een beperking langs de kant. Ze hebben een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals dat dan heet. Maar volgens mij is het andersom en heeft de arbeidsmarkt een afstand tot deze mensen.

De evaluatie van de Participatiewet liegt er niet om. We slagen er nog veel te weinig in om deze mensen aan het werk te helpen. Ondanks lichtpuntjes hier en daar ziet het SCP toch grote structurele problemen. Dat is een quote uit het rapport van het SCP. Het stelt dat er nog flink wat werk nodig is om op lange termijn succesvol te zijn. Er is echt veel meer nodig dan er in de afgelopen jaren gebeurd is.

Eén van de frustrerende bevindingen is dat de huidige financiële prikkels ertoe leiden dat gemeenten vooral mensen met een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen om aan het werk te komen. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. De groep die me daarbij met name aan het hart gaat, is de groep mensen die eind 2014 op de wachtlijst stond voor de sociale werkvoorziening. Voor die groep heeft de Participatiewet geen positief effect gehad, terwijl juist deze groep mensen ondersteuning nodig heeft. Er moet veel meer werk gemaakt worden van beschutte werkplekken voor deze mensen. We zien nu dat het aantal plekken voor beschut werk sterk achterblijft op de taakstellingen. Ik vraag aan de staatssecretaris of wij die achterstand volgend jaar gaan inlopen. Welke mogelijkheden hebben we om dat toch te blijven stimuleren?

Voorzitter. We moeten er wel op blijven letten dat we daarbij goedwillende werkgevers ontzorgen. Ik heb onlangs contact gehad met een ondernemer die 50 mensen uit het doelgroepregister in dienst heeft. Hij heeft voor hen een no-riskpolis bij het UWV en kreeg bij ziekte van een werknemer altijd netjes een uitkering. Maar sinds kort stelt het UWV als eis dat de werknemer eerst digitaal een formulier moet invullen, om zo te controleren of de werknemer wel echt ziek is, terwijl veel van de mensen over wie we het hier hebben digibeet zijn, of geen DigiD hebben, of het spannend vinden om te communiceren met zo'n grote instantie. Dat leidt ertoe dat de ondernemer geen uitkering meer krijgt van het UWV. Dat is een typisch voorbeeld van dat systeem, dat niet aansluit bij de mensen om wie het gaat. Wat kan de staatssecretaris in dit concrete geval doen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de voorzieningen daadwerkelijk werkgevers en werknemers ontzorgen en dat meer ondernemers geënthousiasmeerd worden om mensen met een beperking aan het werk te helpen?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Over de sociale werkvoorzieningen. Ik weet dat de ChristenUnie een constructieve partij is, die graag wil meedenken met goede plannen. Is de heer Bruins het met mij eens dat de sluiting van de sociale werkvoorziening onverstandig was, dat dat sterfhuis niet goed is omdat mensen daardoor nu thuis in plaats van in de sociale werkvoorziening zitten, en dat we dus moeten zoeken naar een nieuwe weg, namelijk naar een nieuwe sociale werkvoorziening waar die mensen terechtkunnen? Bent u het ermee eens dat we dat sterfhuis moeten stoppen?

De heer Bruins (ChristenUnie):

We moeten inderdaad op zoek naar een nieuwe weg. Ik zie heel veel sociale ondernemers en sociale ontwikkelbedrijven die mensen mooi aan het werk zetten. Het aantal beschutte werkplekken blijft echt achter, zoals ik net heb gezegd. Daar moeten we veel meer aan doen in dit land, want mensen hebben te weinig kans. De hele gedachte achter die grote operatie is dat we deze mensen zoveel mogelijk bij reguliere bedrijven aan het werk willen hebben, daar waar dat mogelijk is. Ik denk dat dat een mooie en goede gedachte is en is geweest. Tegelijkertijd denk ik dat de mensen die hierover gingen destijds te weinig hebben nagedacht over het feit dat wanneer er geen nieuwe instroom meer is, je een soort sterfhuisconstructie, zoals de heer Van Dijk het noemt, maakt. Er is veel te weinig nagedacht over de vraag hoe je daar precies mee omgaat. Daarvoor is echt een nieuwe aanpak nodig.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Veel jongeren die van het voortgezet speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs komen, zitten thuis. Soms hebben ze wel even werk, maar vervolgens raken ze ook gemakkelijk weer uit beeld. Afgezien van de maatschappelijke kosten is het vooral voor deze jongeren zelf natuurlijk vreselijk ontmoedigend als ze zo aan hun lot worden overgelaten. Vorig jaar heeft de ChristenUnie een financiële impuls geregeld om jongeren van het vso en het pro aan het werk te helpen. Ik wil graag dat deze middelen ook in 2020 beschikbaar zijn. Daarom heb ik vandaag een amendement op de Najaarsnota ingediend om 8,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarktregio's, waarmee ze jongeren vanuit het vso en het praktijkonderwijs naar werk kunnen begeleiden. Met dit geld gebeuren mooie dingen. Zo krijgen docenten op het praktijkonderwijs de ruimte om als jobcoach te fungeren en jongeren te begeleiden. Ook worden er leerwerkplekken ingericht.

Voorzitter. Dit raakt eigenlijk ook aan de tweede groep die ik er vandaag uit wil lichten: vakmensen. Ik heb het over mensen die op school of in de praktijk een vak leren en van grote waarde zijn voor ons land. Het ontbreekt vaak aan waardering voor deze mensen, terwijl zij voor een groot deel het verdienvermogen van Nederland dragen. We hebben meer jongeren nodig die echt een vak leren waar ze trots op kunnen zijn, en we hebben werkgevers nodig die deze jongeren een plek geven en hen begeleiden.

Om nog eens extra aandacht te vragen voor het belang van vakmanschap heb ik onlangs het Actieplan vakmanschap gepresenteerd, dat ik nu laat zien. In 2016 schreef ik al een actieplan, dat heette De gouden handen van Nederland. In mijn nieuwe actieplan maak ik de balans op — wat is er inmiddels gedaan en wat doet deze regering? — en doe ik ook weer nieuwe voorstellen om technisch vakmanschap te versterken en te waarderen en de kennissector een boost te geven. Ik wil graag een exemplaar van het actieplan aan de beide ministers geven, een mooi ingebonden exemplaar. En alle collega's hier in de zaal krijgen er een met een nietje erdoorheen. Ja, verschil moet er zijn, lieve collega's.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik heb dit actieplan gepresenteerd in de context van de OCW-begroting, ik heb het ook bij de EZ-begroting gepresenteerd en ik presenteer het nu bij de SZW-begroting. Ik denk namelijk dat die drie ministeries nodig zijn om nu echt een duurzame duw te geven aan vakmanschap, zodat we dat opnieuw leren waarderen in ons land.

Voorzitter. Een concreet punt uit dit actieplan is: achttien jaar leerrechten voor iedereen, dus achttien jaar recht op bekostigd onderwijs voor iedereen. Dat vergt een forse investering op dit moment, maar op lange termijn levert dit geld op, zo laten berekeningen zien. Maar dan moeten er wel schotten tussen ministeries worden weggesloopt.

Voorzitter. Dan kort over arbeidsmigranten. De heer Jasper van Dijk had het daar ook al over. Vrijwel dagelijks verschijnen er berichten in het nieuws over uitbuiting, slechte arbeidsomstandigheden en erbarmelijke huisvesting. Arbeidsmigratie is gewoon een pervers verdienmodel geworden voor werkgevers en uitzendbureaus die niet van goede wil zijn. De huidige gang van zaken is niet goed voor arbeidsmigranten, niet goed voor onze samenleving en ook niet goed voor de landen van herkomst. Grote delen van Oost-Europa gaan, zoals dat heet, een demografische winter tegemoet. Het ideaal van de interne Europese markt staat door grootschalige arbeidsmigratie onder druk, omdat jonge mensen wegtrekken in plaats van hun talenten in hun thuisland in te zetten. We zien nu dat de gaten in bijvoorbeeld Polen worden opgevuld door werknemers uit Oekraïne. Zo hebben we het met z'n allen natuurlijk niet bedoeld in Europa. De heer Van Dijk en ik komen op zeer korte termijn met een initiatiefnota op dit punt.

Ik heb hierover een specifieke vraag aan de minister. Vorig jaar heb ik per motie verzocht om onderzoek te doen naar de kostenvoordelen die er voor werkgevers in de bouw-, de landbouw- en de transportsector zijn bij de inzet van arbeidsmigranten in verhouding tot de inzet van Nederlandse werknemers, en wat daaraan gedaan zou kunnen worden. Hoe staat het met dat onderzoek?

Voorzitter. Het afgelopen jaar heb ik veel met jongeren gesproken in het kader van Coalitie-Y. In ons land hebben jongeren veel kansen, maar de druk is ook heel hoog. Ze moeten snel doorstuderen om hun studielening nog een beetje behapbaar te houden, en intussen moeten ze een uitgebreid cv opbouwen en gaan ze van tijdelijk contract naar tijdelijk contract. En een woning? Probeer die nog maar eens te vinden. We zien veel afgestudeerde jongeren hoppen van werkervaringsplek naar werkervaringsplek, waar ze tegen een schamele vergoeding vaak dezelfde werkzaamheden uitvoeren als hun directe collega die wel een arbeidscontract heeft en die ten minste het wettelijk minimumloon verdient. Ook studenten die al honderden uren stage achter de rug hebben, zijn soms nog steeds aangewezen op een werkervaringsplek. Ik vraag de minister wat hij van deze constructie vindt. Wat is volgens hem de definitie van een werkervaringsplek? Is dit wel rechtvaardig? Deelt de minister de mening dat werkervaringsplekken vaak niet worden ingezet waarvoor ze bedoeld zijn?

Voorzitter. Een andere vraag aan de minister gaat over pensioenen. Ik begrijp dat het voorkomen van kortingen nodig is om rust te creëren voor het uitwerken van een pensioenakkoord, maar hoe gaat de minister aan jongeren uitleggen dat het voor hen nog aantrekkelijk is om überhaupt mee te doen aan dit pensioenstelsel? Premie opbouwen: levert dat nog wel wat op? Gaat het uitstellen van kortingen niet ook ten koste van toekomstige generaties? Graag een reflectie van de minister hierop.

Ik heb eerder ook een breed gesteunde motie ingediend om jongeren te betrekken bij de uitwerking van het pensioenakkoord. Kan de minister zorgen dat er ook andere jongeren of jongerenvertegenwoordigers aan tafel komen? Bij Coalitie-Y werken we samen met ruim 30 jongerenorganisaties. Ik doe de minister dus met alle liefde een aantal suggesties aan de hand.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Toen ik naar voren liep, ging het nog helemaal niet over pensioenen, dus ik zal verder niet op dat betoog van de ChristenUnie ingaan. Wij denken daar wel fundamenteel anders over. Ik wil de ChristenUnie vragen naar iets anders. Omdat zij oog hebben voor vakmanschap en voor mensen, en volgens mij kijken naar de kwaliteiten van mensen en ook vertrouwen hebben in mensen, zou ik van de ChristenUnie graag willen horen hoe zij aankijken tegen de spierballentaal van de VVD over de tegenprestatie. Wat is de mening van de ChristenUnie daarover?

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik heb het ook gelezen in de krant. Ik geef toe dat het woord tegenprestatie inmiddels best beladen is. Het is een beladen woord geworden sinds een week. Voor de ChristenUnie staat voorop dat de bijstand een stevig vangnet moet zijn en dat mensen die dat nodig hebben dat ook krijgen. Ik heb ook gelezen dat de brief waarmee de staatssecretaris is gekomen, gebaseerd is op de motie-Raemakers. De motie-Raemakers stelt heel duidelijk dat er een passend aanbod moet komen, dat dan niet vrijblijvend is. In die motie staat ook dat je een studie kunt doen, schuldhulp kunt aanvaarden of een stage of vrijwilligerswerk kunt doen. Ik lees in de motie zelfs dat er speciale aandacht moet zijn voor alleenstaande ouders met jonge kinderen, zodat ook dat mogelijk is. Het woord "tegenprestatie" klinkt voor mensen dus soms wat afschrikwekkend, maar zoals ik de motie lees, ligt het maatwerk bij de gemeenten en moet het mogelijk blijven om juist, hoewel het allemaal activerend bedoeld is, je leven te leven en je kinderen te kunnen verzorgen, op weg naar een betere toekomst. En daar willen we mensen bij helpen in de bijstand.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter, tot slot. Er zijn in Nederland kinderen die in armoede leven. De heer Gijs van Dijk noemde dat ook. Eigenlijk vind ik dat gewoon schandalig. Dat kan niet zo zijn. Maar gelukkig is er onder de vorige regering geld beschikbaar gekomen om armoede onder kinderen te bestrijden, de zogenaamde Klijnsmagelden. Er gebeurt veel goeds met deze middelen, maar toch is voor een deel onduidelijk waar dit geld precies aan wordt besteed en of het daadwerkelijk terechtkomt bij de doelgroep. Dat baart me zorgen. Dat moeten gemeenten beter gaan verantwoorden. Wat mij betreft moeten we ook het werk van het Jeugdeducatiefonds stimuleren. Zij weten via basisscholen heel effectief kinderen te bereiken. Ik overweeg hierover een motie in te dienen, samen met de PvdA.

Voorzitter. Helemaal tot slot een vraag over de BES-eilanden. Het kabinet treft maatregelen om de armoede daar te bestrijden. Kan de staatssecretaris aangeven hoe het staat met de voortgang van de maatregelen om uitkeringen te verhogen en de kosten te verlagen?

Voorzitter. Zo zijn er heel wat groepen in de samenleving — ik ben ze langsgegaan — die allemaal onze aandacht verdienen. We willen een sociaal land zijn met elkaar. We zijn een sterk land. Dat betekent dat je kwetsbare groepen kunt beschermen. Laten we ervoor zorgen dat niemand over het hoofd wordt gezien en dat niemand in de kou hoeft te staan, maar dat we een samenleving creëren waar aandacht is voor iedereen en waar we iedereen de ruimte bieden om volop mee te doen.

Voorzitter, ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bruins. De heer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):

Interessante laatste zinnen van de heer Bruins van de ChristenUnie! We moeten voor iedereen zorgen en iedereen heeft een plek. Na die laatste zinnen ben ik wel benieuwd wanneer Nederland vol is, want we kunnen wat de PVV betreft niet voor iedereen zorgen.

De heer Bruins (ChristenUnie):

We zijn een sterk land en de ChristenUnie wil dat we een sterk land zijn, zodat we kunnen zorgen voor kwetsbare mensen.

De heer De Graaf (PVV):

Dat is geen antwoord op mijn vraag, want aan alles is een grens. Aan alles is een grens en wat ons betreft moet die dicht. Er is toch ook een grens aan wat je aan zorg voor anderen kunt dragen? Als je zelf een gezin hebt met bijvoorbeeld drie of vier kinderen, als je thuis met z'n zessen bent, kun je misschien één iemand, een pleegkind, extra nemen en twee keer in de week een potje eten naar de buren brengen. Daarnaast betaal je belasting en op zondag gooi je wat in de collectezak. Ook komt er iemand aan de deur aan wie je wat geeft. Maar op een gegeven moment is je geld op. Op een gegeven moment is je draagkracht op.

De voorzitter:

En de vraag?

De heer De Graaf (PVV):

Ik wil graag weten van de ChristenUnie wanneer de draagkracht voor het Nederlandse huishouden op is om nog voor anderen te kunnen zorgen.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik ben geen woordvoerder Buitenlandse Zaken, maar de ChristenUnie staat voor een streng maar rechtvaardig immigratiebeleid en voor goede bewaking van de buitengrenzen van Europa. Dat werkt onvoldoende goed. Daar moet veel harder aan getrokken worden, want daar zijn wij op dit moment niet tevreden over.

De heer De Graaf (PVV):

Geen vraag meer, maar een conclusie. Ik heb twee keer geprobeerd om een vraag te stellen. Die vraag was duidelijk, denk ik, maar de ChristenUnie komt niet tot een antwoord. Ze komt gewoon niet tot een antwoord. Dat houdt in dat het hele mooie, nobele woorden zijn. Die sluiten precies aan bij hetgeen ik zelf in mijn inbreng heb bedoeld. Alle partijen hier ... Ik pik nu de ChristenUnie eruit, omdat dit zo mooi aansluit in tegenstelling tot wat wij vinden. Ik pik de ChristenUnie er even uit, omdat dit nou precies is wat ik bedoel. We kunnen niet voor iedereen, voor de hele wereld, zorgen. Kom nou eerst met het hele kabinet — en als ondersteunende fractie voor dit kabinet ook de ChristenUnie — eens op voor de Nederlanders. Zorg dat ze veilig hier in Nederland leven in plaats van iedereen maar binnen te halen, te pamperen en voorrang te geven op sociale huurwoningen, zodat Nederlanders het niet meer kunnen dragen. Het houdt op. Het houdt op!

De heer Bruins (ChristenUnie):

Wie in doodsnood naar Nederland vlucht, is hier welkom. Wie hier niet thuishoort, hoort teruggestuurd te worden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bruins. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. In de politiek moet rechtvaardigheid het leidende beginsel zijn. De overheid moet eerlijkheid in acht nemen voor al haar burgers. Dat is de maatstaf die 50PLUS hanteert om het beleid te beoordelen. Rechtvaardigheid in publieke opinie, politiek en beleid vereist ook niet stigmatiseren en niet buitensluiten van groepen. 50PLUS ergert zich aan de richting waarin het vergrijzingsdebat zich ontwikkelt. Ouderen worden vooral weggezet als overbodig, als lastpost, als kostenpost en als obstakel voor maatschappelijke dynamiek, groei en welvaart. "Oud zit fout" is de grondhouding. Een heilloze weg!

Ouderen en jongeren hebben elkaar keihard nodig. Het maatschappelijke potentieel van langer gezonde ouderen moet worden benut. Volgens mij is dat ook het geval. De gepensioneerden zijn de grootste flexibele schil van Nederland. Opa's en oma's passen op. De voetbalvereniging vaart er wel bij. Kortom, jong en oud benutten elkaar en de ouderen moeten vooral niet voortijdig afgeschreven worden. Zo blijft de maatschappij houdbaar en leefbaar. Zo kunnen wij de zwakkeren, jong en oud, de bescherming blijven bieden die ze nodig hebben. Is de minister het met ons eens dat wij vergrijzing niet alleen als een last, maar ook als een kans moeten zien?

50PLUS wil de mens tijdens deze begrotingsbehandeling centraal stellen. Daarom laat ik de minister en de staatssecretaris vandaag kennismaken met enkele ouderen van vlees en bloed. Zij zitten niet op de tribune. Ze zoeken niet de publiciteit. Als de bewindslieden morgen antwoorden, dan zitten zij voor de buis en kijken mee of ze iets kunnen verwachten van dit kabinet of dat het blijft bij mooie beloften. Want daar trappen mensen niet meer in. De portemonnee liegt immers niet.

Voorzitter. We beginnen met Wil. Wil heeft zijn hele leven gewerkt. Eén dag in de week heeft hij gewerkt voor de belofte van een solide welvaartsvaste oude dag. Hij heeft trouw bijgedragen aan zijn pensioenfonds en heeft altijd gewerkt als bouwvakker, maar heeft al werkend de 60 jaar niet in goede gezondheid gehaald. Zijn rug en knieën waren voor die tijd op en hij kwam in de WAO. Inmiddels heeft hij AOW en een pensioen van nog geen €400 per maand. Dat pensioen is al elf jaar lang niet meer geïndexeerd.

De buurman van Wil heeft helemaal geen aanvullend pensioen gespaard, maar krijgt wel €400 aan zorgtoeslag en huurtoeslag. De buurman met €400 aan toeslagen boven op zijn AOW wordt keurig geïndexeerd, maar Wil met zijn zelfgespaarde pensioentje dus al elf jaar niet meer. En pensioenen tot €400 per maand zijn in Nederland niet ongewoon, maar hebben een soort haat-liefdeverhouding met de toeslagen. Het is maar de vraag of degene die werkt en hard spaart voor een aanvullend pensioen, onder de streep meer overhoudt dan degene die dat niet heeft gedaan. Is dat eerlijk? Is dat rechtvaardig, zo vraag ik de minister.

Dit soort onrechtvaardigheden knellen wel pijnlijk na elf jaar niet indexeren en je kan er als kabinet toch niet prat op gaan dat je zorgt voor een evenwichtige koopkrachtverdeling voor gepensioneerden als je alleen mensen met AOW en toeslagen ontziet, maar gepensioneerden met een even groot aanvullend inkomen, maar dan bestaand uit pensioen, jarenlang op de pijnbank van de risicovrije rente hebt gelegd en daar laat liggen? Je kan toch niet als kabinet beweren dat je zorgt voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling voor gepensioneerden als je jaar na jaar en ook volgend jaar weer de koopkrachtkloof met werkenden een stukje groter laat worden? Is dat eerlijk? Is dat rechtvaardig? Graag een reactie.

De indexatie van de AOW-uitkering de afgelopen jaren is echt iets om trots op te zijn, maar daarmee vertel je ook minder dan de helft van het koopkrachtverhaal. Want ook al wordt de AOW netjes geïndexeerd, het maakt je als gepensioneerde in Nederland nauwelijks minder kwetsbaar. Voordat je het weet, is dat voordeel weg in de vorm van lagere toeslagen of een hogere belasting of hogere vaste en gemeentelijke lasten, en vooral met de met de leeftijd oplopende zorgkosten. En dan heb ik het nog niet eens over de grootste bedreiging voor de koopkracht van gepensioneerden, de pensioenkortingen. Die dreiging is niet weg, maar wordt over 2020 heen getild. En dat is natuurlijk niet heel erg opbeurend na elf jaar de nullijn als je hoopt op een definitief wegnemen van de dreiging van de kortingen. Die onzekerheid blijft gewoon boven de markt hangen.

Maar ik tel mijn zegeningen, het is een stapje in de goede richting en we zullen zien wat er gebeurt als in januari 2021 de pensioenen verlaagd worden en er in maart 2021 een kans is om naar de stembus te gaan. Met een beetje fantasie heb je dan rond augustus een minister van Sociale Zaken van 50 PLUS en misschien is dat voor minister Koolmees wel genoeg schrikbeeld om toch een stapje verder te gaan. VVD, CDA, D66, maar ook PvdA en GroenLinks spreken nog steeds over onnodige en nodige kortingen. Alleen hebben ze het nulpunt verschoven, zodat wat eerst nodig was, nu niet meer nodig is. Maar ze doen er alles aan om maar niet aan de rekenrente te hoeven komen. Maar ik zie het nog niet gebeuren dat we volgend jaar met Prinsjesdag ineens koopkrachtplaatjes krijgen, inclusief grote pensioenkortingen. Immers, de goednieuwsshow van dit kabinet, dat vecht voor een solide koopkracht voor iedereen, zal vast moeten doorgaan.

Voorzitter. Mensen voelen de jaren van economische voorspoed nog steeds te weinig in hun portemonnee. Het is hier al vaker genoemd. Een structureel hoger minimumloon, daarmee worden mensen minder afhankelijk van toeslagen en aanvullende minimaregelingen, die, zoals wij weten, ook veel risico's en kwetsbaarheden met zich meebrengen. Deelt de minister onze visie dat het minimumloon omhoog moet? Dat is toch veel begrijpelijker voor mensen dan een kerstboom aan toeslagen en inkomensregelingen? Gaat hij zich daar sterk voor maken?

50PLUS wil een hoger minimumloon, te beginnen in 2020 met 3% boven op de gebruikelijke indexatie. Afhankelijk van de effecten kan een dergelijke stap wat ons betreft in een paar maal genomen worden. Wij steunen ook van harte het voorstel van de collega's van de SP en de PvdA om het wettelijk minimumloon toe te passen vanaf 18 jaar in plaats van het lagere jeugdloon dat nu van toepassing is tot 21 jaar. 18-jarigen moeten immers dezelfde rekeningen als ouderen betalen, en waarom zouden wij gelijk werk niet gewoon gelijk belonen?

Voorzitter. Een eerlijk en volwaardig loon blijft helaas voor nog te veel mensen een illusie. Dan denk ik zeker aan de mensen met een arbeidsbeperking. Tijdens een eerder debat met de staatssecretaris heb ik de zorgen van de familie Kanters naar voren gebracht, twee ouders op leeftijd die zich zorgen maakten over de toekomst van hun dochter, die geboren is met een beperking. Zij heeft keihard geknokt om tegen alle verwachtingen in toch te gaan werken, ondanks het feit dat ze 100% afgekeurd was. Steeds weer wordt haar contract na twee jaar beëindigd. Haar laatste maandsalaris van €175,90 leidde tot een teruggang in de tegemoetkoming van gemeentelijke belasting, en de toeslag ging achteruit omdat zij inkomen had naast haar uitkering. Ook nu kwam er weer een brief van de Belastingdienst dat zij €549 moet terugbetalen aan te veel ontvangen huurtoeslag. De staatssecretaris heeft de familie een brief gestuurd op mijn verzoek. Daar wil ik haar voor bedanken. Dat is mooi, en dat waardeer ik echt. Maar wat koopt de familie Kanters hier nou voor? Wat betekent het nou voor de portemonnee van hun dochter, en hoe maakt de staatssecretaris de aangenomen motie van 50PLUS waar dat werk altijd moet lonen? Wij zien daar te weinig van terug in het beleid, en wij zijn benieuwd naar haar uitspraak, zeker met deze familie voor ogen.

Voorzitter. 50PLUS wil nogmaals een lans breken voor gelijke beloning van mannen en vrouwen. Vrouwen in Nederland verdienen nog steeds 15% minder dan mannen, en vrouwelijke zzp'ers zelfs 33%. Ziet het kabinet, in afwachting van het initiatiefwetsvoorstel gelijke beloning, kansen de loonkloof verder te verkleinen?

Voorzitter. De door ons zojuist voorgestelde verhoging van het wettelijk minimumloon is wat ons betreft een eerste noodzakelijke stap, maar er is fundamenteel meer nodig. Het geheel van de minimavoorzieningen en de hoogte van het sociaal minimum zijn kwetsbaar geworden. Veel mensen dreigen daardoor te marginaliseren. Dat is niet eerlijk en het is ook niet rechtvaardig. Het is maatschappelijk ook risicovol. Wij vinden dat het kabinet moet overgaan tot een evaluatie van het sociaal minimum en de doelmatigheid en de effectiviteit van het geheel van de minimaregelingen. Graag een reactie.

Met één voorbeeld wil ik laten zien dat dit karige sociaal minimum ook mensen treft met een AOW-uitkering. Ik vertel het nog maar een keer. Karel is 80 jaar oud en kan niet zelfstandig wonen, maar is te gezond voor een verpleeghuis. Hij was een zelfstandige en heeft daardoor geen pensioen opgebouwd. Levend van zijn AOW lukt het hem niet om rond te komen in het woon-zorgcentrum. Kale huurkosten zijn €667. Servicekosten: €75. Dagelijkse maaltijden: €8. Dan begrijp je dat Karel in de problemen komt. Ondanks alle toeslagen en kwijtscheldingen vanuit de gemeente komt Karel niet rond. Nogmaals: de gemeente biedt al maatwerk, en toch houdt hij dat stukje maand over als het geld op is. Een zorgeloze oude dag, ook als — of misschien wel júíst als — je niet langer zelfstandig kan blijven wonen, moet toch voor iedereen bereikbaar zijn in Nederland? Wat gaat er voor mensen zoals Karel gebeuren? Welke boodschap heeft u voor Karel of mensen die in dezelfde positie zitten als Karel? Zij hebben niets aan mooie koopkrachtplaatjes in de begroting. Dat zien zij iedere maand wel terug in hun portemonnee.

50PLUS vindt dat het kabinet problemen voor mensen zoals Karel, die niet in het gemiddelde beeld passen, te veel wegwuift en daarmee ook ouderen afschrijft en aan hun lot overlaat. We kunnen niet kijken naar wat mensen kwijt zijn. Karel besteedt inmiddels 67% van zijn inkomen aan vaste lasten. Is dat verantwoord, vraag ik. Is dat eerlijk, is dat rechtvaardig? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. 18% van de senioren mijdt inmiddels zorg om kosten uit te sparen. Deze mensen komen gewoon niet uit. 50PLUS wil de aanpak van de armoedeproblematiek van 90-plussers onder de aandacht brengen. Gaat de staatssecretaris daar specifiek aandacht aan besteden?

Het is vandaag al eerder genoemd, maar ook ik vind het belangrijk om erbij stil te staan: wat gaat de minister doen aan het niet kunnen vinden van ouderen die recht hebben op AIO, de inkomensondersteuning voor mensen met een onvolledige AOW? Nu krijgt bijna de helft van de rechthebbenden niet het bestaansminimum waar zij recht op hebben. De Sociale Verzekeringsbank wil graag uitkeren, maar kan deze mensen niet vinden. Vooral mensen tussen de 70 en 80 jaar zijn de dupe, blijkt uit het rapport van de Rekenkamer. De mensen zitten verspreid bij het UWV, de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank. Het lijkt erop dat deze minister zich verschuilt achter de privacywet. Onacceptabel, dus wat gaat de minister doen om dit schrijnende probleem op te lossen?

Wij willen ook graag aandacht vragen voor de "onaanvaardbare armoede onder ouderen met een migratieachtergrond", de letterlijke tekst van dit kabinet. Als het kabinet dit zelf erkent, met deze woorden, wat gaat het dan doen om dit tegen te gaan? Het NOOM noemt een aantal mogelijkheden om dit probleem aan te pakken. Ook in dit verband vragen wij aandacht voor de kostendelersnorm. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. 50 PLUS is teleurgesteld over de eindevaluatie van de Participatiewet. Alhoewel velen toentertijd ook de staatssecretaris van de PvdA hiervoor hebben gewaarschuwd, heeft de wet nauwelijks bereikt dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer zijn gaan participeren en volwaardig mee kunnen doen. Integendeel, ondanks keiharde en goede inspanningen van velen. Wanneer komt er nu één integrale regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt?

Bovenal, heropen de sociale werkvoorziening. Wij steunen wat dat betreft de initiatieven van de SP. Wij moeten die infrastructuur echt openhouden. Heeft het kabinet in ieder geval geleerd dat wanneer je kwetsbare mensen mee wil laten doen, dat onmogelijk is als je tegelijkertijd fors bezuinigt op het begeleiden en beschermen van deze mensen? Dat is een heilloze weg, zeker in onze welvaartsstaat.

Ik doe een pleidooi voor het permanent beschikbaar zijn van een jobcoach voor al die geplaatste mensen met een beperking. Kan dat worden toegezegd? Kan de staatssecretaris daar een uitspraak over doen?

Voorzitter. Het gaat gelukkig iets beter met de ouderen op de arbeidsmarkt. Ja, zij komen vaker aan het werk vanuit WW en bijstand. Maar hun langdurige oververtegenwoordiging in deze voorzieningen blijft onverminderd zorgelijk. 53% van de 45-plussers is langdurig werkloos. Daarom wil ik Robert aan u voorstellen. Hij heeft het genoegen gehad om een intensieve arbeidsbemiddeling te krijgen bij een heel duur commercieel bureau. Het resultaat was dat Robert meer sollicitatiebrieven moest sturen dan gewoonlijk, vier per dag; het bureau moest natuurlijk wel waar bieden voor zijn geld. Robert heeft meer dan 1.000 sollicitatiebrieven verstuurd, maar nog steeds geen werk. Ik kan u verzekeren, dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Nu dreigt Robert een nugger te worden, een niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende. Zijn vrouw heeft een parttimebaan met een bescheiden inkomen. Dan heb je jaren gewerkt, altijd belasting betaald, je wilt weer aan het werk, maar er is niemand die je wil aannemen. Dat is niet omdat Robert lui is, maar vooral omdat er nog veel te veel vooroordelen leven bij werkgevers. Dan dreig je straks geen inkomen meer te hebben, op je 60ste, omdat de IOW, de inkomensvoorziening voor oudere werklozen, doorschuift naar 60 jaar en 4 maanden. Wat gaat het kabinet voor mensen als Robert doen? Welke boodschap heeft het kabinet voor mensen als Robert? En wat gaat het kabinet vooral doen aan die onterechte hardnekkige vooroordelen?

Ik zei al dat gelukkig ook mensen slagen om wel aan het werk te komen, maar dat je ziet dat via outplacement juist werknemers van 57 jaar en ouder minder vaak een baan vinden via deze ontslagbegeleiding. Zelfs in hoogconjunctuur daalt het succes dus. Is de minister het met 50PLUS eens dat er veel meer nodig is om arbeidsmarktdiscriminatie aan te pakken? 50PLUS heeft een wetsvoorstel ingediend om zeer schadelijke leeftijdsdiscriminatie strafbaar te stellen.

Voorzitter. Voorkomen van ouderenwerkloosheid is een topprioriteit. Het generatiepact is daarbij belangrijk. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers gecombineerd met verjonging van de organisatie. Schiet het generatiepact nu voldoende wortel in alle sectoren? Hoe staat het daarmee? Ziet de minister mogelijkheden het generatiepact meer ingang te doen vinden bij alle sectoren? Immers, is het generatiepact niet ook een mooie kans voor beide kanten? En ziet de minister verder mogelijkheden het vitaliteitspact, dus zonder die directe koppeling oud en jong, gericht op zware beroepen meer kansen te geven? Als het dan toch onverhoopt niet lukt om aan het werk te komen, dan moet er een goede inkomensvoorziening blijven.

Investeringen van de overheid in het verdienvermogen van mensen zijn meer dan ooit nodig. Die volle overtuiging en de daarbij behorende daden missen wij bij het kabinet. Investeringen in mensen, in de arbeidsmarkt, in iedereen, jong, oud, mensen met een arbeidsbeperking en ook de investeringen in een leven lang ontwikkelen zijn dringend nodig. De overheid moet daarbij niet alleen begeleidend zijn, maar juist leidend worden.

Sinds 2010 is er meer dan 1 miljard bezuinigd op middelen voor re-integratie naar werk. Er is slechts budget om een op de drie werkzoekenden te ondersteunen. Als het het kabinet echt ernst is met het aan het werk krijgen van mensen, zorg dan voor een ruimer budget. Koppel het budget dan direct aan de omvang van de doelgroep en de opgave die gemeenten hebben. Ik zou dan ook graag een reactie van het kabinet willen hebben op het pleidooi van de VNG. Wij vragen het kabinet: zorg ervoor dat de leerrechten structureel ontwikkeld worden en uitstijgen boven de huidige lappendeken van onsamenhangende subsidiemaatregelen. 50PLUS stelt met de Raad van State voor een structurele voorziening voor leerrechten op te nemen als een belangrijk thema voor het toekomstige investeringsfonds. Zorg voor meer fiscale ruimte voor scholing en ontwikkeling via de maatschappelijke leerrekening zoals het CNV vraagt. Is het kabinet daartoe bereid?

De toegenomen aandacht voor de middengroepen die moeilijker rond kunnen komen, vindt 50PLUS terecht. Maar wij mogen niet uit het oog verliezen dat het kabinet-Rutte III juist de primaire ambitie had en heeft om achterblijvers in de samenleving te helpen en perspectief te bieden. Dat kan zoals gezegd door een hoger minimumloon en een stevig sociaal minimum, maar ook door een ambitieus armoede- en schuldenbeleid. Denk aan de mensen met schulden: 2,5 miljoen laaggeletterden en mensen met een laag inkomen en onzeker werk. Een recessie zal deze groep het eerst en het hardst treffen, dus het is hoog tijd dat we ze gaan helpen.

In dit licht wil ik Koos opvoeren. De minister kent Koos. Hij heeft hem ontmoet tijdens een bijeenkomst waarbij 50PLUS een boekje overhandigde met mensen die het niet makkelijk hebben in Nederland. Koos Vervoort vertelde zijn verhaal over zijn jeugd, hoe het kwam dat hij laaggeletterd was, hoe hij heeft moeten knokken van waar hij was naar waar hij nu staat en dat de wereld voor hem openging toen hij kon lezen. Hij heeft een lange weg moeten afleggen. Hij heeft een boek geschreven, Van laaggeletterde tot schrijver; ik kan het de minister aanraden. Een mooi en bijzonder mens. Maar het vele werk dat hij doet als ambassadeur voor de stichting Lezen & Schrijven levert hooguit een vrijwilligersvergoeding van €50 per maand op. Koos, die heel veel goed werk doet — hij leest brieven van de overheid en past die aan, zodat laaggeletterden die ook begrijpen — heeft nog steeds geen vaste baan. En nu hij de 60 nadert, lijkt die lang gekoesterde wens steeds verder weg te komen liggen. Zou de minister nog eens contact willen opnemen met Koos? Kan de minister iets betekenen voor Koos en mensen zoals hij?

50PLUS maakt zich grote zorgen over de steeds grotere groep kansarme mensen in armoede en schulden, want armoede hoort niet thuis — collega's zeiden het al — in een welvarend land als Nederland. Armoede verdeelt de samenleving. In 2017 leefden 1 miljoen mensen in armoede. Het probleem van werkende armen neemt toe, het beroep op de voedselbanken groeit, 38% van alle mensen heeft moeite om rond te komen en een op de vijf huishoudens heeft risicovolle of problematische schulden. Wat is het antwoord hierop van het kabinet? Waar blijft het wetsvoorstel voor de beslagvrije voet voor mensen met schulden? Is de staatssecretaris het met ons eens dat verder uitstel van deze belangrijke maatregel — we zijn hier immers al een poos mee bezig — onaanvaardbaar is?

Tot slot, voorzitter. Wij vinden het volstrekt onbegrijpelijk en bizar dat een overheid die zelf bijna gratis geld leent en pensioenfondsen laat rekenen met een ultralage risicovrije rente van nagenoeg 0%, tegelijkertijd recht praat dat kredietverleners tot 14% rente mogen vragen op leningen en zo voor financieel kwetsbare mensen de deur openen naar onoplosbare schulden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Net als ieder mens, heeft ook ieder land zijn zwakke en zijn sterke kanten. Het positieve aan de Nederlandse mentaliteit is hard werken en lekker doorgaan. Dat wordt door sommigen ook wel een "calvinistisch arbeidsethos" genoemd. Daarbij is er natuurlijk ook ruimte om af en toe stil te staan en mooie momenten te vieren. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de voortdurende uitbreiding van het vaderschapsverlof bij geboorte.

Als het gaat om tijd voor rouw, is ons land echter wat minder sterk ontwikkeld. Het lijkt er soms op alsof we verlies verdringen, terwijl iedereen er vroeg of laat mee te maken krijgt. Werknemers moeten maar overgaan tot de orde van de dag. Het verwerken van verlies is kennelijk iets voor de vrije tijd en dat is niet gezond. Het leidt tot psychische problemen en ook tot ziekteverzuim. Zelfs economisch is het dus gewoon niet verstandig. Daarom pleiten GroenLinks en de SGP voor meer ruimte voor werknemers om te rouwen, onder meer door scholing van arboartsen. Ik zou heel graag zien, samen met mijn collega Smeulders, dat het kabinet het manifest voor betere rouwbegeleiding dat wij hebben gemaakt, zou omarmen. Om dat te doen, moet je het uiteraard wel hebben. Dus via de voorzitter zou ik het graag overhandigen aan de minister. Eronder heb ik een heel aantal exemplaren gedaan die zijn bedoeld voor de collega's.

Ik hoor iemand spreken over een nietje. Het is gewoon één A4'tje. Ik heb altijd geleerd dat een minister niet meer aankan dan één A4'tje, maar toen was ik ambtenaar. Als politicus houd ik me daar niet altijd aan, maar nu wel.

Goed, ik ga verder. Ik heb ook nog wat staan over werknemers met een urenbeperking. Recent heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel over een eerlijkere Wajong aanvaard en ik vraag nu aandacht voor de afstemming tussen de Wajong en de Participatiewet, want met name werknemers met een urenbeperking kunnen in de toekomst meer aangewezen zijn op de inkomstenvrijlating uit de Participatiewet. Deze wet regelt dat 15% van de inkomsten per maand en hooguit €135 kan worden vrijgelaten. Dat is op zich mooi, maar deze normen lijken mij wat willekeurig gekozen. Ik heb het nog eens nagezocht, maar nergens in de parlementaire geschiedenis ben ik een onderbouwing tegengekomen. Ik heb een simpele vraag aan de staatssecretaris. Die heb ik al eerder gesteld bij de wetsbehandeling, maar ik doe het nu nog een keer: wil zij onderzoeken wat passende, geobjectiveerde normen zijn voor deze vrijlating? Ze hoeven niet per se te veranderen, maar ik zou het wel graag willen weten, juist tegen de achtergrond van de wijzigingen die we in de Wajong hebben aangebracht.

Voorzitter. De schulden bij mensen in het land zijn al heel vaak voorbijgekomen. Ook de SGP vraagt aandacht voor mensen met schulden. De wet biedt terecht de mogelijkheid om weer een schone lei te krijgen, maar het gaat met deze mogelijkheid wel hard bergafwaarts, moeten we vaststellen. Het aantal mensen met schulden is onverminderd hoog, maar de instroom in de schuldsanering was in augustus van dit jaar het laagst sinds 1999. Bewindvoerders stappen op grote schaal uit en ook de opleiding is dit jaar niet van start gegaan. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat de volledige kaalslag van de structuur, die hoe dan ook onmisbaar is, blijft voortgaan? Los van de discussie over de rol van gemeenten pleit de SGP voor snelle ingrepen om de toegang tot de schuldsanering te verbeteren. Mijn vraag is dan ook waarom de regering niet aan de slag gaat met de voorstellen van de Raad voor de rechtspraak om onder meer de termijn voor toegang te verkorten van vijf naar twee jaar.

Voorzitter. Ik heb ook iets staan over de toeslagen. Het is heel helder dat het stelsel van toeslagen kraakt in zijn voegen en roept om herziening. Over 2016 moest maar liefst 1 miljard euro aan toeslagen teruggevorderd worden. Een terugvordering is over het algemeen heftig, zeker voor een gezin met een laag inkomen. Die leidt ook heel vaak tot nog meer schulden. Zo houdt het systeem zichzelf in stand. In het onderzoek naar toeslagen wordt de optie genoemd om een deel van de voorlopige toeslag direct uit te betalen en het andere deel achteraf, bij de definitieve vaststelling van het jaarinkomen. Dat leidt aan de ene kant tot meer zekerheid en aan de andere kant ook tot minder terugvorderingen. Wat is het oordeel van de minister over dit voorstel en wil hij deze optie ook serieus overwegen?

Voorzitter. Op dit moment wordt de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zonder personeel uitgewerkt. Maar wordt bij die uitwerking ook een goede opt-outoptie betrokken, en hoe gebeurt dat dan? Wat vindt de minister van een koppeling tussen de zelfstandigenaftrek en een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering? Zzp'ers kunnen dan via de zelfstandigenaftrek een voordeel krijgen als ze kunnen aantonen dat ze zelf een voorziening hebben getroffen tegen arbeidsongeschiktheid. Voor zzp'ers wordt het dan ook aantrekkelijk om zich te verzekeren. En de aftrek wordt gebruikt waar hij voor bedoeld is.

Voorzitter. Dan kom ik bij iets waar ik vandaag al twee keer per interruptie aandacht voor gevraagd heb: de eenverdiener. Die blijft mij toch aan het hart liggen. Er is nog steeds een gapende belastingkloof tussen een- en tweeverdieners. Ik ben erachter gekomen dat die kloof mogelijk nog groter is dan in de begroting het geval lijkt. De SGP betwijfelt namelijk of de grafiek over de belastingdruk voor een- en tweeverdieners een juiste weergave van de werkelijkheid is. Klopt het bijvoorbeeld dat een huishouden waarbij een partner een heel laag inkomen heeft van bijvoorbeeld €500, als tweeverdiener wordt gezien? In de praktijk is dat naar mijn beleving namelijk gewoon een verkapte eenverdiener. Evenals de eenverdiener wordt dat gezin financieel hard geraakt door de huidige fiscale regels. Wat is het gevolg van deze ruime definitie van tweeverdieners op de gemiddelde belastingdruk?

Voorzitter. Mijn laatste onderwerp is asbest. Ook daar heb ik straks al kort even aandacht voor gevraagd, maar ik heb gelukkig nog wat ruimte en tijd, dus ik pak hem toch nog even bij de kop. De SGP maakt zich wat zorgen over het functioneren van het asbeststelsel. Ik ben daar zeker niet de enige in. Vier aangenomen moties vragen om meer ruimte voor innovatie en veiliger saneringsmethoden, die de saneringskosten fors kunnen terugdringen. Het onafhankelijke TNO schreef enkele rapporten met onderbouwing. Waarom kiest de staatssecretaris voor wantrouwen in plaats van voor actie? Stichting Ascert krijgt een allesbepalende rol bij de uitwerking en toepassing van voorschriften, en al helemaal als het ministerie zich per 1 januari in verband met Europese certificatieregels nog verder wil terugtrekken. Stichting Ascert lijkt verstrengeld met marktpartijen die geld verdienen met onder meer de inventarisatiewerkzaamheden. Dat is naar mijn beleving niet gezond. Juist die partijen hebben immers geen belang bij goedkopere saneringsmethoden. Ik vraag aan de staatssecretaris hoe zij zorgt voor de noodzakelijke tegenmacht.

Helemaal tot slot. Ik vraag mij af waar de toegezegde ruimte voor de inzet van werkbakken aan hijskranen blijft.

Daar laat ik het bij, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuzu namens DENK.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter, dank u wel. Voordat ik begin aan mijn bijdrage moet mij toch van het hart dat ik het eigenlijk best wel vervelend vond wat er voor de lunchpauze gebeurde. Ik vind het niet eens erg dat het míj overkomt, want ik ben het inmiddels gewend dat er met enige regelmaat wordt gezegd dat ik het vliegtuig moet pakken, dat ik moet oprotten en dat soort terminologie. Ik krijg het dagelijks naar mijn kop gesmeten, maar het gebeurt ook op het schoolplein. Het gebeurt ook op de werkvloer. Het gebeurt ook in de samenleving.

Voorzitter. U zegt soms, heel terecht, dat mensen in het land het debat volgen, dat ze hiernaar kijken en dat ze u weleens mails sturen. Ik krijg die mails ook. Ik wil er eentje voorlezen.

"Beste heer Kuzu. Ik zit het debat te volgen, ondanks dat ik ongeneeslijk ziek ben. Nou is het niveau heel erg laag gedaald bij de PVV. Neem de uitspraak van de heer De Jong dat u moet vertrekken en op het vliegtuig moet. Waar slaat dat op? Ik erger me elke week aan de PVV. Altijd maar "buitenlanders". Een walgelijk woord. Iedereen is mens. Ik vind dat het woord "buitenlanders" niet eens zou moeten bestaan. Ik neem het niet eens in de mond. Het gaat altijd maar over "islamisering", "de islam" en "de buitenlanders". Zo ontzettend vies van de PVV. Ik wil u een hart onder de riem steken." Dan volgen er nog een aantal persoonlijke complimenten in mijn richting die ik u wil besparen, maar wat hij vervolgens zegt, is heel belangrijk. "Voor mij is iedereen mens, ongeacht kleur, ras of afkomst. Dat doet er niet toe en dat zou er ook bij niemand toe moeten doen. Ik wens u veel sterkte. Blijf strijden tegen de PVV. De PVV zal nooit mijn stem krijgen, ook al is het de laatste partij op aarde. Met hartelijke en gesteunde groet." En dan zal de PVV waarschijnlijk denken dat dit bericht van Achmed of Fatima komt, maar, meneer De Graaf, het is afkomstig van Johannes van Zundert.

Voorzitter. Ik vind dat we moeten stoppen met elkaar uit te maken voor rotte vis, met mensen op afkomst te beoordelen, met ze neer te zetten als "lange arm" of vertegenwoordiger van welk regime dan ook. Ik vind dat we mensen moeten beoordelen op basis van datgene wat ze hier doen. Ik ben volksvertegenwoordiger in Nederland. Ik ben gekozen parlementariër. Ik zal altijd opkomen voor de belangen van mensen die op mij hebben gestemd en voor het belang van Nederland.

Voorzitter. Dat gezegd hebbende wil ik een aantal Haagse politieke tegeltjeswijsheden noemen: de gemeentes staan dicht bij de burger en weten daarom veel beter wat de burger nodig heeft, de overheid moet alleen doen wat de markt niet kan, en een "echte" baan is veel beter dan een gesubsidieerde baan. Dat zijn een aantal Haagse politieke tegeltjeswijsheden. Ze zijn heel makkelijk gezegd en klinken sympathiek, maar in de praktijk zijn de Haagse tegeltjeswijsheden weleens een recept voor mislukking.

Voorzitter. Wij van DENK zeggen daarom ook: weg met dat Haagse wensdenken. Laten we in plaats daarvan "mensdenken". Want onder dat Haagse wensdenken lijdt Nederland elke dag. Een typisch voorbeeld van dat desastreuze wensdenken zagen we in 2012, toen twee politici besloten om binnen twee maanden een regeerakkoord samen te stellen. Het waren Mark Rutte en Diederik Samsom, een wat oppervlakkige personeelsmanager zonder visie en een dromerige betweter met heel veel visie. Het was geen logische combinatie, maar op één principe konden ze elkaar meteen vinden: lange halen, snel thuis. Zo maakten zij binnen twee maanden, met behulp van een potje kwartet, een lange lijst met rampzalige voorstellen. U kent ze wel. De ontwrichting van de thuiszorg. De ontwrichting van de jeugdzorg. De ontwrichting van de ouderenzorg. De ontwrichting van de rest van de zorg. Het torenhoge eigen risico in de zorg. Het asociale leenstelsel. De afschaffing van toeslagen voor chronisch zieken. Het slopen van verzorgingshuizen. De versnelde verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. De nullijn voor de lonen in het onderwijs in 2013. Het uitkleden van de sociale zekerheid. De afschaffing van het derde WW-jaar. De afschaffing van de basisbeurs. Het over de schutting mieteren van de jeugdzorg, de sociale werkplaatsen en de bijstand. En ga zo maar door.

Voorzitter. Het centrale credo van het vorige kabinet was de "participatiesamenleving", een managementterm die het licht zag tijdens Prinsjesdag 2013 als een soort alternatief voor de verzorgingsstaat. Het was in de praktijk niets meer en niets minder dan een term voor ordinair saneren en bezuinigen. Dat werd verpakt in de boodschap dat mensen meer voor elkaar en meer voor zichzelf moeten zorgen en dat de overheid dus minder zou moeten doen. Slechts een jaar later werd de Participatiewet in de Kamer behandeld. Het gevolg: sociale werkplaatsen en de Wajong gingen naar de gemeente vanwege de tegeltjeswijsheid "de gemeente staat dichter bij de burger en kan het beter organiseren". En nu we toch bezig zijn, zei men, laten we dan de Wet werk en bijstand samenvoegen met de Wajong en de WSW. De tegeltjeswijsheid hierbij: "er ontstaan synergievoordelen door deze drie geldstromen samen te voegen en bij de gemeenten neer te leggen". Dan de alledaagse realiteit. Gemeenten moeten het met minder budget doen. Er zijn flinke bezuinigingen en er komt geen compensatie vanuit het Rijk, want er is geen budget. Dan weet je hoe het afloopt.

Voorzitter. Twee weken geleden verschenen er twee nieuwe rapporten over de rampen van Rutte en Asscher. Eentje ging over het inmiddels onaanvaardbaar lage niveau van de jeugdzorg en eentje, van het Sociaal en Cultureel Planbureau, ging over de resultaten van de Participatiewet. De conclusies van dat rapport zijn niet mals. Voor geen van de drie groepen in de wet is de situatie verbeterd: niet voor de jonggehandicapten, niet voor de bijstandsgerechtigden en niet voor de mensen die waren aangewezen op een sociale werkvoorziening. 60% van de mensen met een arbeidsbeperking blijkt geen reguliere baan te kunnen vinden. Er was een banenafspraak dat het bedrijfsleven 125.000 banen voor deze groep zou creëren. Dat is niet gelukt. Hier is helemaal niets, maar dan ook helemaal niets van terechtgekomen. 110.000 mensen zitten gewoon thuis. Voor reguliere bijstandsontvangers steeg de kans op een baan van slechts 7% naar 8%. Hiep, hiep, hoera! De Wajongers zijn niet meer, maar minder gaan verdienen. En dan vaak alleen maar in tijdelijke baantjes. De Participatiewet werkt niet. Die conclusie kan je nu wel trekken. De staatssecretaris zegt het op een iets nettere manier: het is geen prettig gezicht. Er zijn lichtpuntjes, maar ook een aantal grote problemen. Het SCP legt terecht de vinger op zere plekken. Het gaat nu nog niet goed. Het is tragisch, vooral voor mensen op de wachtlijst.

Voorzitter. Dit is een heldere analyse van het kabinet, sinds tijden, en een bijzonder moment van eerlijkheid. Een scherpe analyse is zilver, een effectief plan om hier iets goeds mee te doen, is goud. Ik wil dus van de staatssecretaris weten wat zij hiermee gaat doen. Is de staatssecretaris bereid om de sociale werkplaatsen weer open te stellen voor nieuwe groepen mensen met een arbeidsbeperking? Is zij bereid om de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking en de begeleiding van jongeren met een beperking bij regionale samenwerkingsverbanden neer te leggen? Is zij bereid om de rijksoverheid weer een grotere rol te geven, bijvoorbeeld door landelijke prestatie-indicatoren vast te stellen zodat de lokale overheid een extra prikkel heeft om daarmee aan de slag te gaan? Graag een reactie van de staatssecretaris.

De staatssecretaris kwam vrij gauw na het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau wel met iets: een nieuwe invulling van de tegenprestatie in de Participatiewet. Wat ons betreft is dat een afleidingsmanoeuvre. Ook al was het zo dat die tegenprestatie in de ene gemeente een dode letter was en in een andere gemeente een strenge verplichting, de toepassing van de wet in strengheid verschilt dan misschien wel per gemeente, het eindresultaat is ongeveer hetzelfde. Dat eindresultaat is slecht. Ik kan u verzekeren dat bij de eerstvolgende evaluatie de eerste conclusie zal luiden dat de verplichte tegenprestatie niet werkt. Of met andere woorden: Haags politiek wensdenken en geen mensdenken. Blijkbaar vindt de staatssecretaris het niet leuk dat iedere gemeente zijn eigen beleid erop nahoudt als het niet in de smaak valt. Want als het wel in de smaak valt, een gemeente besteedt bijvoorbeeld geen middelen voor armoedegelden, wordt er twee jaar lang onderzoek gedaan en worden er geen initiatieven genomen om enigszins iets te verplichten. Ik vraag aan de staatssecretaris waarom deze dubbele maat wordt gehanteerd. Waarom gaan we in het ene geval anders om met de gemeentelijke autonomie dan in het andere geval? Waarom wil de staatssecretaris wat betreft het armoedebeleid niet ook een aantal landelijke minimumeisen stellen en die verankeren in de wet?

Voorzitter. Ik wil niet alleen negatief doen. Er zijn ook een aantal lichtpuntjes in de voorstellen van de staatssecretaris. Zo zou het accepteren van schuldhulpverlening ook kunnen meetellen als een tegenprestatie. Maar daar staat dan weer tegenover dat sancties op het niet voldoen aan de taaleis, blijven bestaan. De fractie van DENK keurt het af, omdat dit pure symboolpolitiek is en het mensen nog dieper in de ellende kan brengen. Sancties, oftewel geldboetes, voor mensen in de bijstand, die toch al weinig geld hebben, helpen mensen van de regen in de drup. Als het gaat om vrijwilligerswerk, heeft de fractie van DENK de nodige reserves. Het activeren van mensen is goed. Ze dichter bij een baan brengen is natuurlijk goed. Maar als het gratis arbeid wordt voor al te gewiekste ondernemers, leidt het alleen maar tot verdringing op de arbeidsmarkt, en dat is niet goed. Het vinden van een balans hierin is ingewikkeld, dat geef ik toe. Daarom hoor ik graag van de staatssecretaris hoe zij gaat voorkomen dat de tegenprestatie uiteindelijk gaat leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt en meer werkloosheid. Kan zij overwegen om, zoals de SP in het verleden ook heeft voorgesteld, in de wet ook een verdringingstoets op te nemen?

Voorzitter. Een ander punt: de armoede in Nederland. Er zijn nog steeds 400.000 kinderen die in armoede leven, er zijn nog steeds 900.000 huishoudens die in armoede leven, het aantal daklozen is in de afgelopen tien jaar verdubbeld en er zijn nog steeds 1,5 miljoen huishoudens met betalingsachterstanden. Daarom zouden we eigenlijk de grondoorzaken van armoede moeten aanpakken. Daarmee bedoel ik natuurlijk dat we ervoor zorgen dat mensen een hoger besteedbaar inkomen hebben door een hoger wettelijk minimumloon en een hoger sociaal minimum. Politieke partijen voor mij hebben daar ook een punt over gemaakt. De beste oplossing voor armoede is simpel: naast de bestaande retoriek als "werk is de snelste oplossing voor armoede" is een hoger besteedbaar inkomen ook belangrijk, zodat mensen wat meer middelen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Ik kijk naar het wettelijk minimumloon en hoe dat is gestegen in een aantal landen in Europa. Ik zie dat zelfs in landen als Polen, Bulgarije en Roemenië het wettelijk minimumloon fors is verhoogd, met respectievelijk 40%, 65% en 140%. Ik zeg niet: laten we het wettelijk minimumloon met 140% verhogen. Maar het antwoord "kan niet" hoef ik niet te horen. Het kan wel, het is een politieke keuze. Dat is de inkomstenkant van het huishoudboekje voor veel gezinnen, waarin mensen nauwelijks verbetering zien.

Aan de andere kant zien we de uitgavenkant en dan komen we snel bij het onderwerp "koopkracht". De koopkrachtvoorspellingen voor de afgelopen jaren bleken telkens niet meer dan loze beloftes. Elke keer valt de daadwerkelijke koopkracht lager uit dan tijdens de jubelbegroting op Prinsjesdag. In de tussentijd zien wij overal in het land de inflatie snel toenemen. Overal lijken bedrijven hun prijzen te verhogen. Verhoog daarom het minimumloon en draai de verhoging op de btw terug. Want die btw-verhoging is een vrijbrief voor ondernemers en voor bedrijven om hun prijzen te verhogen.

De grondoorzaak van het aanpakken van armoede is een belangrijke taak voor de rijksoverheid, maar in plaats van onderdeel van de oplossing te zijn, is de overheid vaak onderdeel van het probleem. Kijk naar de beslagvrije voet. Een paar weken geleden kwamen de gerechtsdeurwaarders met een pleidooi om de beslagvrije voet beter na te leven. Ik vind het fijn dat zelfs de gerechtsdeurwaarders, die het jarenlang niet zo nauw hebben genomen met het naleven van de beslagvrije voet, een pleidooi hebben gehouden voor een initiatief waar zij in het verleden ook mee zijn gekomen, namelijk de schuldenwijzer. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of zij ervoor kan zorgen dat ook overheidsinstanties de beslagvrije voet gaan respecteren. Het CJIB en de Belastingdienst zijn organisaties die vaak nieuwe schulden creëren.

Voorzitter. Ik kom bij een ander punt, namelijk het tweede ziektejaar van de loondoorbetalingsplicht. Deze loondoorbetalingsplicht is met name voor kleine ondernemers een loden last. In een mkb-bedrijf met minder dan 25 medewerkers is het allemaal moeilijk op te vangen als er iemand voor langere tijd ziek wordt. In het regeerakkoord is beloofd dat het tweede ziektejaar van de loondoorbetalingsplicht bij ziekte zou komen te vervallen voor mkb-bedrijven tot 25 werknemers. Dit dossier is helaas ontspoord. In plaats van een nieuwe Ziektewet voor het tweede ziektejaar zouden er nu private ontzorgpolissen komen. De mkb-ondernemers in de bouw hebben aangegeven dat noch de dekking noch de premies bekend zijn. Ik vraag de staatssecretaris of zij daar opheldering over kan geven. Of is het de minister? Het is voor de minister. Kan de minister daar opheldering over geven? Waarom houdt de regering zich niet aan het eigen regeerakkoord, vraag ik mij af. Waarom is niet gekozen voor een duidelijke collectieve regeling, zoals de vroegere Ziektewet? Waarom komt het kabinet nu met ondoorzichtige, dure, commerciële polissen, waar naar verwachting bijna niemand gebruik van zal maken? Graag een reactie van de minister. Op dit punt zal ik zeker met een motie komen om in ieder geval het eigen regeerakkoord na te leven.

Voorzitter, de Wet arbeidsmarkt in balans. We weten inmiddels allemaal dat de Wet werk en zekerheid, die door Asscher tijdens het kabinet-Rutte II met veel bombarie werd aangekondigd, achteraf een totale mislukking bleek. Met dit hoofdpijndossier maakte Rutte III een start met zijn regeerperiode. Rutte III zou het vaste contract in ere herstellen en zou Nederlanders meer zekerheid bieden. Maar niks daarvan is waar. Vorig jaar waarschuwde DENK minister Koolmees om niet de nieuwe Asscher te worden. Wij knoopten de nodige tips in zijn oren, maar daar heeft de minister vrij weinig mee gedaan. Dat stelt ons wel teleur. Terwijl dit kabinet beloofde om vast werk aantrekkelijker te maken, maakt het kabinet ontslag makkelijker en verlengt het de proeftijd, waardoor mensen in onzekerheid blijven en mensen langer moeten werken met tijdelijke contracten. Kortom, over een paar jaar — en dat is mijn tweede voorspelling — staan wij hier om te constateren dat deze wet ook niet heeft opgeleverd wat we ervan hadden verwacht en zelfs een averechts effect heeft veroorzaakt, zodat Nederlanders nog onzekerder zijn geworden op de arbeidsmarkt. Wat DENK betreft gaan de negatieve kanten van deze wet zo snel mogelijk de prullenbak in.

Ik zie dat er ook goed nieuws is, namelijk het wetsvoorstel van de staatssecretaris over discriminatie op de arbeidsmarkt. Daar moet daadwerkelijk actie op worden ondernomen. De heer Van Weyenberg van D66 heeft daarvoor een pleidooi gehouden en daar kan ik me helemaal bij aansluiten. Discriminatie door werkgevers is namelijk een gruwel in de ogen van DENK. Het is vreselijk dat mensen alleen op basis van een achternaam of etnische achtergrond niet de kansen krijgen die anderen wel krijgen. Gelijkheid voor de wet hoort geen dode letter te zijn, maar een levende norm voor alledag. Het is ook verspilling van talenten en schaarse middelen. Discriminatie is inderdaad, zoals ook de minister-president heeft toegegeven, het domste, maar dan ook het domste wat je kunt doen. Werkgevers die discrimineren kunnen een boete van €4.500 krijgen als ze discrimineren, bijvoorbeeld bij de personeelsselectie. Deze boetes kunnen ook openbaar worden gemaakt. De fractie van DENK juicht dit toe, maar the proof of the pudding is in the eating. Op welke manier zal de Kamer op de hoogte worden gesteld van de werking van deze wet in de praktijk? €4.500 is voor grote bedrijven natuurlijk maar een schijntje en heeft geen afschrikkende werking. Voor grote bedrijven zouden de boetes veel hoger moeten zijn. Graag een reactie op dit punt.

Voorzitter, ik zie dat ik nog 36 seconden heb, maar volgens mij heb ik nog heel veel tijd.

De voorzitter:

Dat klopt, u kunt gewoon doorpraten. Aan het eind wordt het rechtgezet.

De heer Kuzu (DENK):

Ik ga vrolijk door, want ik ben ongeveer op de helft.

De voorzitter:

Ja, u heeft volgens mij nog genoeg minuten.

De heer Kuzu (DENK):

Minister Koolmees, straks krijgen we nog het stukje over de pensioenen, maar eerst nog even de staatssecretaris. Zij heeft het gehad over de mysteryguests van de Inspectie SZW. Wij hebben daar in het verleden heel vaak om gevraagd, maar ook hier geldt "eerst zien, dan geloven". Met mysteryguests zou het effect heel snel zichtbaar moeten zijn. Kan de Kamer zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van deze wet op de hoogte worden gebracht van de effecten ervan?

We vragen ons ook af of de Inspectie SZW constateringen en misstanden aan het College voor de Rechten van de Mens zal melden en aan het Openbaar Ministerie wanneer er sprake is van een strafrechtelijk feit. Zo nee, waarom niet? Hoe verloopt dan de samenwerking met het College voor de Rechten van de Mens en het Openbaar Ministerie?

Vandaag kwam er een wat ons betreft teleurstellend bericht over de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie. De motie met een meldplicht voor discriminerende verzoeken van een uitzendbureau wordt niet uitgevoerd zoals de Kamer heeft gevraagd. De heer Van Weyenberg heeft aangegeven daarover in conclaaf te gaan met de staatssecretaris, op zoek naar een werkbare oplossing. Ik sluit me daar graag van harte bij aan.

Voorzitter. Ik kom bij de pensioenen. Vorige week hakte minister Koolmees dan toch de knoop door: in 2020 komen er geen pensioenkortingen voor de meeste pensioenfondsen, als er maar een dekkingsgraad van 90% of hoger is. De adviezen van DNB worden gelukkig in de wind geslagen. Ruim 7 miljoen gepensioneerden en werkende deelnemers kunnen voorlopig opgelucht adem halen. Waarom zijn ze eigenlijk maandenlang onnodig in spanning gehouden? Waarom ging het zo moeilijk? Vindt de minister dat het zijn taak is om maatschappelijke onrust te veroorzaken? En waarom zit de minister eerst maandenlang te hameren op de noodzaak van kortingen omdat er anders geen geld voor jongeren overblijft om vervolgens op een achternamiddag de kortingen toch op de lange baan te schuiven? De mooiste overwinningen worden in Den Haag vaak op een achternamiddag geboekt. Waarom eerst lang wachten en drammen om vervolgens op een achternamiddag toch een besluit te nemen? Dit doet de geloofwaardigheid van de politiek geen goed.

Nog steeds dreigen er pensioenkortingen voor een kleinere groep van zo'n 600.000 mensen. Zij zitten bij pensioenfondsen met een dekkingsgraad die lager is dan 90% en dreigen alsnog het slachtoffer te worden van de hysterische rekenrente. Alleen in Nederland is de rekenrente voor de pensioenen zo extreem laag afgesteld dat het op papier lijkt dat fondsen niet genoeg geld hebben. In werkelijkheid heeft geen enkel pensioensysteem in de wereld zo veel geld in kas als het Nederlandse. 1600 miljard euro hebben en dan met droge ogen zeggen dat je geen geld hebt, rekenen met een rekenrente van minder dan 1%, terwijl er al jaren gemiddeld 7% rendement wordt gemaakt, het is wat. De rekenrente is een hysterische voorzichtigheidsnorm, vergelijkbaar met de PFAS-discussie. Safety first, zegt de overheid dan. Dat wordt soms wel heel erg letterlijk genomen. En dat heeft helaas weer een ontwrichtend effect. Zelfs Dagobert Duck is niet zo'n hebberige persoon als degene die met droge ogen durft te zeggen dat de pensioenfondsen geen geld hebben om te indexeren. Kan de minister voor deze groep van 600.000 mensen de volkomen onnodige onzekerheid wegnemen en de pensioenkortingen van tafel halen? Het hoeft niet vandaag, tijdens dit debat. Als de minister dat fijner vindt, kan het ook op een achternamiddag. De absurd lage rekenrente zal uiteindelijk onhoudbaar blijken te zijn. Die gaat de komende jaren zeker op de helling; waarschijnlijk ook op een achternamiddag, of op een moment dat niemand het verwacht. Op achternamiddagen worden de grootste doorbraken bereikt en niet tijdens Kamerdebatten. Dat is jammer.

Voorzitter. Ik heb nog een ander punt over de pensioenen. Twee weken geleden was er een heel rare uitzending van Nieuwsuur over pensioenen die verkeerd berekend zijn. Mensen kregen te veel of te weinig pensioen. Ze moesten hun pensioen via de rechter alsnog afdwingen. Als er iets is wat maatschappelijke onrust veroorzaakt, dan is het wel dat pensioenen niet goed geadministreerd worden. De meeste mensen hebben geen tijd en geen zin om dit bij te houden. Zij vertrouwen hierin op de overheid. Graag opheldering hierover van de minister. Kan de minister garanderen dat iedereen precies het pensioen krijgt waarvoor hij of zij heeft ingelegd? Welke acties gaat de minister daarvoor ondernemen?

Voorzitter. Ik kom dan op de AOW. Ik zie dat de minister al popelt om antwoord te geven. U moet nog even geduld hebben. Morgen mag u.

De voorzitter:

Niks van aantrekken. Gaat u verder.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Ik kom op de AOW. Deze is ingesteld in 1957, onder PvdA-premier Willem Drees. Toen was de PvdA niet alleen links in de oppositie, maar ook in de regering. Curieus genoeg gaat nu juist dit centrumrechtse kabinet in 2020 de AOW flink verhogen. Dat doet D66'er en sociaalliberaal Koolmees beter dan Asscher de sociaaldemocraat. Ik geef hiervoor een compliment aan de minister van Sociale Zaken.

Helaas kan niet iedereen volledig meedelen in de verhoging van de AOW. Waarom niet? Omdat voor de AOW als regel geldt dat je 50 jaar lang op Nederlandse bodem moet hebben gewoond. Mensen met een migratieachtergrond kunnen hier helaas niet altijd aan voldoen. Zij hebben een AOW-gat. Dan zijn ze afhankelijk van inkomensafhankelijke aanvullingen zoals de AIO. Die regeling leidt weleens tot schrijnende situaties. Mensen moeten op hun oude dag bijna al hun spaargeld en hun huis opeten, om daarna op het sociaal minimum uit te komen en aanspraak te kunnen maken op die aanvullende regeling. Dat is onvoorstelbaar in het welvarende Nederland anno 2019, waarin mensen jarenlang keihard hebben gewerkt op het niveau van het minimum. Dit is extra wrang voor mensen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Zij woonden al die jaren wel in het Nederlandse Koninkrijk, alleen niet in het Europese deel van Nederland. De jaren vóór 1980 worden niet meegeteld. Dit moet veranderen. Nederland heeft ook een ereschuld richting Caribisch Nederland, de Antillen en Suriname gezien de eeuwenlange geschiedenis van slavernij. Die duurde van de zeventiende eeuw tot 1 juli 1863. Honderden jaren van uitbuiting en vernedering zijn voorbijgegaan, maar serieuze compensatie is er nog nooit gekomen. Daarom vraag ik of en hoe de minister deze compensatie zou kunnen realiseren. Het schenken van de ontbrekende AOW-jaren zou hierin een eerste bescheiden stap kunnen zijn. Ik overweeg op dit punt een motie.

Maar er is nog meer niet in orde rondom de AOW. Daar heeft de collega van 50PLUS ook aandacht voor gevraagd. Dat stukje ga ik overslaan.

Voorzitter. Ik kom eigenlijk op mijn laatste punt. Dat is dat we van wensdenken naar mensdenken moeten gaan. De realiteit van de Haagse tekentafel werkt vaak zo uit dat deze desastreuse effecten heeft voor de samenleving. De Haagse plannen om de zorg betaalbaar te houden, zorgen er in de praktijk voor dat mensen zorg mijden en hun zorgpremie niet kunnen betalen. De Haagse plannen voor de participatiesamenleving zorgen er juist voor dat er meer mensen langs de kant staan dan ooit. De Haagse plannen over de toegankelijkheid van het onderwijs zorgen er juist voor dat het onderwijs minder toegankelijk is dan ooit. Ik roep dit kabinet daarom op om uit de Haagse werkelijkheid te treden en om uit de Haagse bubbel te treden. Zie wat er in het land gebeurt en ga van wensdenken naar mensdenken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Voorzitter, dank u wel. Er moet ook mij eerst iets van het hart. Er moet mij veel van het hart, maar allereerst dit. Wat is er met het vermogen tot mededogen van dit kabinet gebeurd? Met het gevoel van mededogen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, voor mensen met het recht op toeslagen, voor mensen bungelend op of onder de armoedegrens, voor mensen met pensioenen en de dreigende kortingen daarop, voor arbeidsgehandicapten en voor mensen met een bijstandsuitkering? De participatiesamenleving is doorgeslagen, de Participatiewet is volledig mislukt. Als reactie op het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat vernietigend was en oproept tot heroverweging van de uitgangspunten van de Participatiewet, wil de staatssecretaris een dwingende tegenpresentatie verplicht stellen. Een dwangmiddel en een verplichting, terwijl uit de evaluatie van de Participatiewet nu juist onomwonden blijkt dat dit niet bijdraagt aan het vinden van werk voor mensen in de bijstand, die vaak worstelen met de complexe problematiek.

Voorzitter. Dit aangekondigde beleid is ook wel aan te duiden als een soort Pavlovreactie van wantrouwen, zoals vijf wethouders dat gisteren in het Dagblad van het Noorden citeerden. Ze schrijven: "Het is vooral een blijk van wantrouwen richting de kwetsbare groep mensen die het vaak niet gemakkelijk heeft en die wel wat liefde kan gebruiken, maar die je in de ogen van het kabinet alleen met een dwingend paardenmiddel als de tegenprestatie in beweging zou kunnen krijgen." Met die analyse ben ik het van harte eens. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een arbeidshandicap, met gezondheidsproblemen zowel fysiek als mentaal, of om mensen die in de schulden zitten. Ik ben vast niet de enige volksvertegenwoordiger die brieven en e-mails heeft ontvangen van mensen die zich helemaal rot geschrokken zijn. Ik kreeg een bijzonder verdrietige e-mail van iemand die veel pech heeft gehad in zijn leven en die diep in de ellende zit. Hij heeft mensen verloren van wie hij hield en hij heeft een ernstig ongeluk gehad, waardoor hij veel pijn heeft en niet meer werkt. Hij ontvangt een bijstandsuitkering. Hij dacht dat het misschien maar beter was om een einde aan zijn leven te maken als de staatssecretaris haar hardvochtige plannen doorzet. Wat vindt de staatssecretaris daarvan? Wat wil de staatssecretaris zeggen tegen mensen zoals hij?

Voorzitter. Is het überhaupt bij de staatssecretaris opgekomen dat je kwetsbare mensen beter kan motiveren met aandacht, door een goed gesprek over hun problemen en mogelijkheden en door hen het vertrouwen te geven dat zij, met intensieve begeleiding vanuit de gemeente en de Rijksoverheid, hun misère kunnen ontstijgen en hun leven weer op de rit kunnen krijgen in plaats van meteen vanuit wantrouwen mensen hard aan te pakken en te verplichten om dingen te doen waar zij hoogstwaarschijnlijk niet toe in staat zijn? Maar dan ook echt niet toe in staat zijn, omdat de afstand tot de arbeidsmarkt te groot is om eenvoudig te overbruggen. En hen te korten op de bijstand, waarmee zij toch al onder de armoedegrens zaten. Niemand leeft voor de lol in de armoede, echt niet. Veel mensen in de bijstand willen echt werken, maar het lukt niet. Het zou de staatssecretaris sieren als zij uitgaat van het goede in de mens tot het tegendeel bewezen is en als zij inzet op hulp in plaats van straf. Bijvoorbeeld het voorstel van 50PLUS: het recht op een jobcoach. Dat is positieve, intensieve begeleiding. Dat ondersteun ik van harte. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Maar zoals de waard is, vertrouwt hij blijkbaar zijn gasten. Als we dan kijken naar de grootste partij van dit kabinet, de partij van de staatssecretaris, dan geeft het toch geen pas — het is al eerder genoemd — dat de fractievoorzitter van de partij van de participatie, van de "handen uit de mouwen" en "hou je eigen broek op", schaamteloos wachtgeld opstrijkt omdat hij vier weken minister was. €37.000 wachtgeld per jaar, bovenop zijn vergoeding als Kamerlid en zijn extra vergoeding als fractievoorzitter. En wat is de reactie? "Ik heb er recht op." Tja, dat is tweeënhalf keer een bijstandsuitkering extra per jaar.

Voorzitter. Mensen hebben het vertrouwen in de politiek al lange tijd verloren. Dit hardvochtige beleid voor kwetsbare mensen aan de ene kant staat toch heel lelijk haaks op het vullen van de eigen zakken aan de andere kant? Mag ik het kabinet wijzen op de voorbeeldfunctie die het heeft? Onder het VVD-bewind zijn velen in Nederland gedwongen zzp'er, schijnzelfstandige, zitten werknemers met tijdelijke contracten, zijn ontslagregelingen versoepeld en sociale vangnetten uitgekleed. Het getuigt van wereldvreemdheid, egocentrisme en een gebrek aan mededogen. Graag een reactie van de bewindslieden.

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij al hetgeen is gezegd over het sluiten van de sociale werkvoorzieningen. Dat was een historische fout. Dat moet in ere hersteld worden.

Voorzitter. De staatssecretaris en de minister kunnen beter iets doen aan het feit dat gemeenten een woud aan regelingen voor minima optuigen, terwijl mensen nog altijd in armoede leven en door de bomen het bos niet meer zien. Er zijn 700.000 mensen met problematische schulden. Daarvan zijn er slechts 200.000 in beeld van gemeenten en schuldhulpverlening. Ik noem bijvoorbeeld Leeuwarden. Daar zijn 63 regelingen voor minima, waar geen chocola van te maken is. Hulp moet veel toegankelijker worden. Zijn de bewindslieden dat met mij eens? Zo ja, hoe willen zij dit oplossen?

Ik wil mij graag aansluiten bij de vragen die zijn gesteld over kinderen die in armoede leven. Geen enkel kind zou in dit welvarende land in armoede op mogen groeien. Dat moet stoppen. Graag een reactie.

Voorzitter. Er is ook veel verborgen armoede bij ouderen. Denk aan alle pensioenperikelen en de uitblijvende indexering, en aan de dreiging van onnodige kortingen, met dank aan de ECB en de rekenrente. Ik sluit me graag aan bij de vragen die daar al over gesteld zijn.

Voorzitter. Uit het rapport "Ouderdomsregelingen ontleed" van de Algemene Rekenkamer blijkt dat ongeveer de helft van de ouderen die recht hebben op een aanvulling van de AOW, deze aanvulling misloopt en daardoor onder de bijstandsgrens leeft. Hoe is dat op te lossen, zo vraag ik de minister.

Voorzitter. De overheid moedigt mensen die leven van een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld alleenstaande bijstandsmoeders, aan om zzp'er te worden en zelf te gaan ondernemen. Nederland staat in de EU op de zevende plek met ruim 12% zzp'ers in 2018. Nederland hoort tot de grootste groeiers binnen Europa, met een groei van 2,5 procentpunt. In 2018 waren er 1,1 miljoen zzp'ers. In de eerste drie kwartalen van dit jaar kwamen er maar liefst 132.000 nieuwe zzp'ers bij. Dat is 13% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Het is hard nodig om de zaken voor deze mensen goed te regelen. De één kiest bewust voor het ondernemerschap. Voor de ander is het een gedwongen stap.

Voorzitter. Steeds meer zzp'ers zijn vrouw. Is de minister het met mij eens dat het oog hebben voor de verschillende kenmerken en belangen zou moeten leiden tot maatwerk? Zo pleit onder andere de Nederlandse Vrouwen Raad voor het bekijken van arbeidsregelgeving door een zogenaamde genderbril. Omdat de omstandigheden voor vrouwen nu eenmaal anders zijn, pakt de regelgeving echt anders voor hen uit. Is de minister zich daarvan bewust? Wat wil hij daaraan doen? Zo kiezen vrouwen vaker dan mannen voor het zzp-schap om zorg en werk te combineren. Ze leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan de participatiemaatschappij, die juist dit kabinet zo aan het hart gaat.

Voorzitter. Werkgevers en vakbonden keren zich tegen de zzp-plannen van dit kabinet. Volgens de sociale partners is het voorstel zo complex dat het zorgt voor meer onduidelijkheid in hun uitvoeringsproblemen. Het is vandaag al vaak genoemd. De Stichting van de Arbeid fakkelde de zzplee ... Nou, dat is een mooi woord! ... zzp-plannen gemotiveerd af. Sorry, voorzitter.

Van de werkenden loopt de zzp'er het meeste risico op armoede. In september luidde de Raad van State al de noodklok over deze groeiende groep werkende armen. De afkorting zzp staat maar al te vaak voor zelfstandige zonder poen. Veel zzp'ers denken dat zij er alleen voor staan. Gemeentelijke minimaregelingen zijn er vaak ook voor zzp'ers, maar onbekendheid met die regelingen zorgt ervoor dat zzp'ers daar geen gebruik van maken. Is daar een bewustwordingscampagne voor op te zetten, zo vraag ik de minister. Maar liefst twee derde van de gemeenten doet niets aan schuldhulpverlening voor zzp'ers. De 90 miljoen euro die het kabinet hiervoor reserveerde is niet geoormerkt, waardoor het overgrote deel naar de particulieren gaat en niet naar de zzp'ers met geldproblemen. Wil de minister dit rechtzetten?

Voorzitter. Een basisvoorziening als vangnet ontbreekt. Voelt de minister iets voor een basisvoorziening voor alle werkenden met de mogelijkheid voor zzp'ers om zich afhankelijk van de individuele situatie vrijwillig bij te verzekeren? Veel zzp'ers verzetten zich tegen het idee van een verplicht pensioen. Zij stevenen af op een enorm pensioengat, omdat ook sparen vaak niet mogelijk is. Wil de minister onderzoeken hoe de kosten van pensioenopbouw voor zzp'ers op een simpele wijze in rekening gebracht kunnen worden bij opdrachtgevers, op dezelfde manier als de btw, en kunnen worden afgestort naar een zzp-pensioenfonds? Graag een reactie.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Tielen.

Mevrouw Tielen (VVD):

Voorzitter, ik heb geloof ik maar één interruptie, dus ik ga proberen om het kort te houden. Ik hoor van mevrouw Van Kooten-Arissen een hoop ach en wee en heel veel ellende. Er worden ook grote oorzakelijke verbanden gelegd tussen politieke partijen en toestanden in het land. Ik hoor de zzp-groep in z'n totaliteit, dus meer dan een miljoen mensen, weggeduwd worden in armoe en afhankelijkheid. En daar heb ik echt veel moeite mee, ook omdat ik mevrouw Van Kooten-Arissen helemaal geen enkel constructief voorstel hoor doen dat wij dan met haar moeten bespreken. Sterker nog, ik heb haar het grootste deel van de dag ook niet gehoord of gezien in het debat.

De voorzitter:

En de vraag?

Mevrouw Tielen (VVD):

De vraag is dus of mevrouw Van Kooten-Arissen de volgende keer als ze met ons in debat gaat iets minder ach en wee en iets meer constructieve oplossingen voor de mensen in het land met ons wil delen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Ik heb alleen een verzoek gehoord en geen vraag, maar ik wil toch graag reageren. Ik heb heel veel voorstellen gedaan. Ik heb juist heel veel voorstellen gedaan om de situatie op te lossen van zzp'ers, die niet alleen door mij maar ook door de Raad van State als werkende armen worden getypeerd. Ik heb voorstellen gedaan om van een verplichting om regelingen op te zetten, te gaan naar een mogelijkheid voor pensioenafdracht die via de opdrachtgever loopt. Zzp'ers hoeven dan niet zelf vooraf heel veel geld te betalen, waarvoor zij weinig terugkrijgen. Ik doe juist heel veel voorstellen. Ik stel bijvoorbeeld voor dat de minister moet kijken naar vrouwen die vaak op een andere manier last hebben van de regelgeving. Ik denk juist dat ik heel veel oplossingen bied, waar de minister morgen op mag reageren. Ik was inderdaad helaas niet heel de dag aanwezig bij dit debat. Dat komt omdat ik een eenvrouwsfractie ben, die helaas nog meer debatten heeft vandaag en dat allemaal alleen moet doen.

De voorzitter:

Ik wil eigenlijk dat er kort wordt geïnterrumpeerd. Maar ik zeg het nu wel tegen de verkeerde persoon, want u hebt nog helemaal niet geïnterrumpeerd, meneer Peters. U krijgt het woord.

De heer Peters (CDA):

Ik weeg het verhaal van mevrouw Van Kooten-Arissen toch iets anders. Ik vind het mooi dat ze zo veel pathos en gevoel heeft voor mensen die kwetsbaar zijn. Ik heb er ook echt wel begrip voor dat u als eenvrouwsfractie hier niet de hele dag kan zitten. Maar ik vind eerlijk gezegd wel dat u heel veel zware woorden gebruikt in de richting van de staatssecretaris. Wat ik in de brief lees, weeg ik echt anders. Ik zou u willen vragen — u hoeft alleen maar te knikken — om morgen na de beantwoording van de vragen uw beeld toch een beetje bij te stellen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Ik hoop dat dat mogelijk is. Ik ben blij dat u het waardeert dat ik gevoel heb voor de werkende armen en voor mensen in de bijstand, die daar echt helemaal niets aan kunnen doen en afhankelijk zijn van regelingen die wij voor hen verzinnen. Ik doe alleen een beroep op de medemenselijkheid en het mededogen van het kabinet om mensen die zonder hun schuld in de bijstand zitten en heel graag willen werken, niet nog meer te benadelen door een verplichte tegenprestatie.

De voorzitter:

Dat heeft u duidelijk gemaakt.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Dat gaat gewoon echt ...

De voorzitter:

Dat heeft u duidelijk gemaakt, mevrouw Van Kooten. Anders gaat u uw betoog herhalen en daar heeft iedereen naar geluisterd, denk ik.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Maar ik ga morgen goed luisteren.

De heer Peters (CDA):

Ik lees de brief van de staatssecretaris heel anders dan het nieuws dat ik in de krant of op een Facebookpagina ergens lees. En dat gun ik u ook.

De voorzitter:

Goed. Morgen komen de antwoorden en dan kunt u daar iets over zeggen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Ik hoop dat het meevalt morgen.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik waardeer de woorden van mevrouw Van Kooten-Arissen over kwetsbare zzp'ers enorm; zzp'ers die maar weinig uren hebben of gedwongen een laag tarief moeten vragen. Maar er is ook heel veel fiscaal gedreven zzp-schap. Dit kabinet zet een hele mooie stap door de zelfstandigenaftrek iets te verlagen en dat terug te geven in de inkomstenbelasting om de kloof tussen werknemers en zzp'ers wat te verkleinen.

De voorzitter:

En uw vraag is?

De heer Bruins (ChristenUnie):

Vind ik mevrouw Van Kooten-Arissen aan mijn zijde als in de toekomst verder stappen in die richting zouden worden genomen?

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

U zult mij aan uw zijde vinden bij alle regelingen waarmee de positie van de zzp'er versterkt wordt. We moeten uitkijken dat de zzp'er die juist voor meer zelfstandigheid gaat — en dan heb ik het niet over gedwongen zzp'ers, de schijnzelfstandigen, maar over mensen die bewust kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap — niet wordt gedwongen in allerlei regelgeving die de zelfstandigheid uitholt. Ik zou heel graag willen dat de zzp'er juist niet onder de armoedegrens duikt en dat er voor hen een vangnet wordt gemaakt.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 18.23 uur tot 19.04 uur geschorst.

Naar boven