4 Toerisme

Aan de orde is het VAO Toerisme (AO d.d. 25/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Toerisme. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Wij hebben een aantal sprekers; er zijn zeven deelnemers aan dit debat. De eerste is de heer Von Martels van de fractie van het CDA. Het woord is aan hem, en hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd.

De heer Von Martels (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Tijdens het AO Toerisme zijn tal van zaken aan de orde gekomen, onder andere spreiding van toerisme en kwaliteitstoerisme. We hebben het ook gehad over de graag geziene gast. Alles wat ter sprake gekomen is, probeer ik te combineren in twee moties. Daarnaast heeft Nederland in de tijd tussen het AO en dit VAO nog het Songfestival gewonnen. Dat biedt volgend jaar natuurlijk een uitgelezen mogelijkheid voor ons land om zich te presenteren en te profileren. Dat probeer ik in de eerste motie te verwoorden. Die luidt als volgt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland de grote winnaar van het Eurovisie Songfestival is geworden;

constaterende dat Nederland nu in 2020 het Songfestival mag organiseren;

overwegende dat dit uitgelezen mogelijkheden biedt om ons land extra te presenteren en te profileren;

verzoekt de regering te bekijken op welke wijze(n) dit zou kunnen en hierbij de toeristische sector te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 76 (26419).

De heer Von Martels (CDA):

Mijn tweede motie luidt als volgt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal toeristen en zakenmensen in Nederland blijft groeien;

overwegende dat dit banen en inkomsten oplevert, maar op sommige plekken ook leidt tot overlast en drukte;

overwegende dat de overheid via het NBTC inzet op spreiding van toerisme en op verhoging van de kwaliteit van een toeristisch bezoek;

spreekt uit dat in Nederland duurzaam kwaliteitstoerisme, gericht op het verleiden van welkome gasten en waarin het verhaal van Nederland centraal staat, de norm moet zijn;

verzoekt de regering deze focus niet alleen te laten terugkomen in de relevante beleidsstukken, maar ook in de ondersteuning van regio's door het NBTC, met als doel dat meer regio's van dit kwaliteitstoerisme gaan profiteren;

verzoekt de regering tevens het thema kwaliteitstoerisme en de vraag wie voor de regio's en de toeristische bestemmingen de passende kwaliteitstoerist is en hoe deze te bereiken, te agenderen voor de eerstvolgende toerismetop in Zeeland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 77 (26419).

Dank u wel. Dan de heer Wörsdörfer van de fractie van de VVD.

De heer Wörsdörfer (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Tijdens het algemeen overleg heb ik op het laatst nog iets gezegd over de problematiek van de last mile, toeristen die voor het bereiken van toeristische gebieden net buiten de grote steden aanlopen tegen hoe ze daar moeten komen. Ik wees toen op allerlei hartstikke toffe nieuwe concepten — e-scooter, e-bikes, maar ook elektrische steps — en heb opgeroepen dat we dat zo veel mogelijk zouden moeten omarmen met elkaar. Niet alleen omdat het door een economische bril gezien goed is om die bedrijven een kans te geven, maar ook omdat het natuurlijk goed is voor het verbeteren van de luchtkwaliteit, het tegengaan van parkeerproblemen; afijn, u kunt het zich voorstellen.

Voorzitter. Wat ons betreft brengen die initiatieven veel goeds. Onlangs is er een voorbeeld voorbijgekomen van een experiment dat Breda graag actief zou willen doen. Nu ligt dat natuurlijk bij een ander ministerie, namelijk IenW, maar mijn verzoek aan de staatssecretaris zou zijn om zich daar ook vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, door de economische bril gezien, positief tegenaan te gaan bemoeien, om te kijken hoeveel ruimte we kunnen bieden aan al dat soort bedrijven. Dus ik weet dat het niet de bevoegdheid is van EZK, maar een enthousiast geluid richting IenW zou ik zeer op prijs stellen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Futselaar van de fractie van de SP.

De heer Futselaar (SP):

Dank u, voorzitter. In mijn bijdrage in de commissie heb ik onder andere gesproken over de positie van nationale parken. Als commissie zijn wij ook in Giethoorn geweest, een plek met grote toerismedruk, waaromheen een nationaal park ligt dat eigenlijk veel minder van dat toerisme meekrijgt, en dat is doodzonde. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de nationale parken een grote ecologische waarde en een grote toeristische potentie hebben;

van mening dat de toeristische potentie van sommige nationale parken nog niet ten volle behaald wordt;

van mening dat juist een goede economische basis in nationale parken kan helpen om de ecologische doelen te bereiken;

constaterende dat de Kamer al enige tijd wacht op een nieuwe strategie rondom de nationale parken van de minister van LNV;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is komende jaren vanuit de portefeuille EZ middelen vrij te maken voor het verder ontwikkelen van toerisme in nationale parken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 78 (26419).

De heer Futselaar (SP):

Het probleem is namelijk een beetje dat er heel veel goodwill is als het gaat om nationale parken, maar er alleen heel weinig geld is. Dat moet misschien toch ietsje beter.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Moorlag van de fractie van de Partij van de Arbeid. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. In de commissie was er grote consensus over de noodzaak van betere spreiding van toerisme. Er is een aantal plekken met geweldige toeristische overdruk, en er zijn andere plekken met potentie waar nog heel veel toeristen terechtkunnen. Maar het is wel van belang dat we nu een aantal concrete projecten gaan realiseren en dat initiatieven die in den lande worden ontwikkeld, ook worden ondersteund. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het een nationaal belang is om de toeristische druk op Nederland beter te spreiden ter verbetering van de leefbaarheid in de plaatsen met overdruk, en om de toeristisch-economische potentie van gebieden met onderdruk beter te benutten;

overwegende dat de gezamenlijke aanpak van de gemeente Steenwijk en de provincie Overijssel om de toeristische druk op Giethoorn te verminderen een waardevol proefproject is voor betere spreiding van toerisme;

verzoekt de regering actief bij te dragen aan het welslagen van dit project en samen met de provincies proefprojecten te ontwikkelen en te ondersteunen voor betere spreiding van toerisme en ter versterking van het toerisme en de leefbaarheid in krimpgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 79 (26419).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ik heb ten slotte nog één vraag aan de staatssecretaris. De heer Von Martels wees al op het Eurovisie Songfestival, dat volgend jaar door Nederland wordt georganiseerd. Wij moeten verhoging van toeristische druk voorkomen op plekken waar al overdruk is. Wil de staatssecretaris bevorderen dat het Eurovisie Songfestival niet in Amsterdam, en ook niet in Giethoorn wordt gehouden?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan komen we in Volendam uit; u weet waar u naar hengelt, meneer Moorlag.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Keijzer:

Dank u wel, voorzitter. In zijn eerste motie, op stuk nr. 76, vraagt de heer Von Martels mij eigenlijk om, net als hij, heel blij te zijn met het feit dat Nederland eindelijk weer het Songfestival gewonnen heeft, te kijken hoe we ons land kunnen presenteren, hoe we hiervan kunnen profiteren, en om daarbij de toeristische sector te ondersteunen. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer. Er zijn vele mogelijkheden om dat te doen, bijvoorbeeld door hulp vanuit de RVO bij het organiseren van side events. Het evenement biedt een uitgelezen kans om onze culturele en creatieve sector te laten zien. Dus ik draag daar graag aan bij, uiteraard wel binnen de financiële kaders die ervoor zijn. Richting de heer Moorlag wil ik alleen maar aangeven dat ik mij met hem vele andere mooie plekken in Nederland kan voorstellen waar dit prachtige evenement moet worden gehouden. Tegelijkertijd is dat ook een afweging die vooral bij de minister van OCW ligt. Maar ik zal hiervoor uiteraard aandacht vragen in het overleg met het toerisme.

De tweede motie van de heer Von Martels, op stuk nr. 77, gaat wél over het thema kwaliteitstoerisme. Ik laat het oordeel over die motie ook aan de Kamer. Het is wel goed om ons te realiseren dat de regio's zelf de regie hebben over hun toeristisch profiel, de doelgroepen die ze willen bereiken en het aanbod dat ze daarvoor willen verbeteren en ontwikkelen. Maar vanuit mijn landelijke verantwoordelijkheid ondersteun ik de regio's daarbij graag met kennis en kunde, datafaciliteiten, marketing en communicatie. Op de Toerismetop van 2019 zal er zeker aandacht zijn voor dit onderwerp, dus oordeel Kamer.

Dan kan ik ja antwoorden op de vraag van de heer Wörsdörfer.

Ik kom toe aan de motie van de heer Futselaar op stuk nr. 78, waarin hij een pleidooi houdt voor nationale parken. Om de buitenlandse toerist kennis te laten maken met deze parels — dat oordeel deel ik met hem — is het Nationale Parken Bureau, in samenwerking met het NBTC een campagne gestart: "Holland National Parks". Maar op zijn vraag of ik mij daar nog verder tegenaan wil bemoeien, kent hij het antwoord natuurlijk vanuit het AO: dit is een verantwoordelijkheid van de minister van LNV. Zij heeft toegezegd, uw Kamer daarover binnenkort te informeren.

De heer Futselaar (SP):

De staatssecretaris mag natuurlijk adviseren hoe zij wil, maar ik laat mij niet weerhouden door departementale verkokering. Want ja, de minister van LNV gaat over nationale parken, maar niet over toerisme. Dus als ik daar langskom, zal ze zeggen: ik ga over natuurwaarden in de nationale parken, en niet over ontwikkeling van de toeristische aantrekkelijkheid. Dat is juist wat daar nodig is. Ik zal deze motie dus wel in stemming brengen.

De voorzitter:

Dan wil ik nog even een oordeel hebben van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Keijzer:

Ontraden, voorzitter.

De voorzitter:

Helder. De vierde motie.

Staatssecretaris Keijzer:

Dan heb ik een motie van de heer Moorlag op stuk nr. 79, waarin hij de regering verzoekt actief bij te dragen aan het welslagen van het project met betrekking tot Giethoorn. De provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland zijn voortvarend aan de slag met een meerjarenprogramma, waarbij zeker ook aandacht is voor de leefbaarheid in Giethoorn en de ontwikkeling van de hele regio. Een belangrijk onderdeel daarvan is bestemmingsmanagement, waarbij wij zeker de helpende hand kunnen bieden. Ik zeg er wel direct bij, zoals ik ook al tijdens het AO heb aangegeven, dat het binnen de bestaande financiële kaders moet, met nadrukkelijk de verantwoordelijkheid bij de twee genoemde overheden zelf. Maar met deze nuancering kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

De voorzitter:

Helder. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dinsdag stemmen we over de moties. Ik schors twee minuutjes, waarna we onder andere gaan praten over het Handelsregister.

De vergadering wordt van 10.54 uur tot 11.00 uur geschorst.

Naar boven