Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 80, item 13

13 Eindverslag informateur

Aan de orde is het debat over het eindverslag van de informateur. 

De voorzitter:

Ik heet de informateur in vak-K van harte welkom en geef de heer Mark Rutte namens de VVD-fractie als eerste spreker het woord. 

De heer Mark Rutte (VVD):

Voorzitter. Mag ik beginnen met de informateur, Edith Schippers, te bedanken voor haar werk in de afgelopen weken en maanden en ook voor dit eindverslag met een buitengewoon helder advies. 

Het heeft steeds de voorkeur van de VVD en ook de meeste andere partijen in deze Kamer gehad om te komen tot een kabinet met een meerderheid in beide Kamers. Die voorkeur van de VVD is nog steeds ongewijzigd. Wij denken nog steeds dat het goed zou zijn dat er een kabinet komt met een meerderheid in beide Kamers van de Staten-Generaal. Gegeven de verkiezingsuitslag moet je echter vaststellen dat na 75 dagen er een ingewikkelde klus ligt om ook echt te komen tot zo'n meerderheidskabinet. Er zijn minimaal vier partijen nodig. Veel opties stuiten op de bezwaren van ten minste een partij of lijken inhoudelijk ingewikkeld tot stand te brengen. 

Ik moet dan ook zeggen dat ik vorige week een wenkbrauw optrok, toen ik zag hoe snel een van de mogelijke combinaties voor een kabinet met een meerderheid in beide Kamers van de Staten-Generaal weer van tafel is verdwenen. Misschien moet ik zeggen: van tafel is gehaald. Ik kijk niemand in het bijzonder aan. 

Het advies van de informateur om een gerichte tussenstap te maken waarin partijen nieuwe bereidheid kunnen vinden om zonder voorwaarden vooraf het onderlinge gesprek aan te gaan, ondersteunt de VVD zeer. Het is belangrijk dat wij nu allemaal, in deze nieuwe fase waarin de formatie is beland, openstaan voor meer dan alleen de voorkeurscoalities van de eigen partij. Dat geldt dus ook voor de VVD. Wij zagen in de afgelopen maanden en zien ook vandaag meerdere mogelijke combinaties, ook met partijen die niet onze natuurlijke bondgenoten zijn. Het land moet nu eenmaal geregeerd worden. Wij moeten dus echt aan de slag. 

De VVD onderschrijft het advies in het eindverslag dat een nieuwe informateur wordt aangewezen met de opdracht de mogelijkheid te onderzoeken van een kabinet dat in voldoende mate op steun in de volksvertegenwoordiging kan rekenen en hierin de mogelijkheden voor zowel een meerderheidskabinet als een minderheidskabinet in welke vorm dan ook mee te nemen. Ik dien daarover in de tweede termijn een motie in. 

Dat was mijn spreektekst. Dat is meestal het moment dat de heer Asscher mij een vraag gaat stellen. 

De voorzitter:

U hebt het goed gezien. 

De heer Asscher (PvdA):

Ziet de heer Rutte nog een mogelijkheid om een coalitie te vormen die hij niet als "heel ingewikkeld" zou kenschetsen? 

De heer Mark Rutte (VVD):

Dat is een vraag met zo veel lagen, zeker als die van de heer Asscher komt, dat ik even ga nadenken over wat hij daarmee kan bedoelen. Laat ik het in mijn eigen woorden samenvatten, want dit is geen vraag waarvan Sir Humphrey zou zeggen dat je die met een simpel ja of nee kunt beantwoorden. Daarvoor is de situatie te ingewikkeld. Ik denk dat er simpelweg geen eenvoudige uitkomsten te bedenken zijn. Dat blijkt wel uit de afgelopen 75 dagen. 

De heer Asscher (PvdA):

Het was de heer Rutte die op vrij kritische toon om openheid vroeg nadat Pechtold en Segers inderdaad vrij snel hun gesprek hadden beëindigd. Nu vraag ik hem of hij een mogelijkheid ziet die niet heel ingewikkeld is. Het antwoord daarop is volgens mij nee. Als hij die mogelijkheid wel zag, dan had hij die ongetwijfeld geschetst, want hij is de voorman van de grootste partij. De conclusie is dan ook dat het hervatten van de besprekingen met GroenLinks, in eerste instantie door Rutte gekenschetst als "heel ingewikkeld", een logische mogelijkheid is om met Tjeenk Willink te bespreken. 

De heer Mark Rutte (VVD):

De VVD ziet vier wegen naar een meerderheidskabinet bestaande uit vier partijen. Een van die routes loopt via de Partij van de Arbeid. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV … O, ik dacht: eindelijk heeft de heer Asscher een korte vraag. 

De heer Asscher (PvdA):

Fantastisch om dat te horen. De heer Rutte ziet vier mogelijkheden die hij blijkbaar niet heel ingewikkeld vindt. Dan heb ik toch even één vervolgvraag, want dan moet ik er meer van weten. Acht de voorman van de VVD het denkbaar dat hij komt tot afspraken over het onderwerp migratie, met welke partij dan ook, die niet inhouden een schending van de mensenrechten of een schending van het Vluchtelingenverdrag? Acht de VVD-leider dat denkbaar? 

De heer Mark Rutte (VVD):

Ja, uiteraard. De VVD gaat geen verdragen of de wet schenden. 

De heer Asscher (PvdA):

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Wilders namens de PVV. 

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Wat een puinhoop! Wat een bende! Een bananenrepubliek kan er wat van leren. Het verslag van de informateur is door geen normaal mens te lezen of te begrijpen en dat ligt niet aan haar. Dat ligt aan alle blokkades, alle uitsluitingen, alle kinderachtige partijpolitieke spelletjes. Emile wil niet met Mark. Mark wil niet met Geert. Sybrand en nog een hoop anderen ook niet. Alexander wil niet met Gert-Jan. Jesse wil niet met Sybrand of misschien toch weer wel. Sybrand wil wel met Emile maar niet als premier. Lodewijk zegt met niemand te willen spelen, voorlopig althans. 

Wat een kleuterklas! Wat een blamage! Geen wonder dat mevrouw Schippers ermee ophoudt. Dat krijg je er ook van als je bijna collectief de tweede partij van Nederland en bijna 1,5 miljoen kiezers bij voorbaat uitsluit. Als je dat doet met z'n allen, krijg je deze puinhoop. Als je een groot deel van de uitkomst van democratische verkiezingen buiten de orde verklaart, dan krijg je dit. Als je vervolgens na tweeënhalve maand politieke spelletjes met een PvdA-informateur komt, zo ongeveer uit de middeleeuwen, dan is dat te gênant voor woorden. 

De heer Asscher (PvdA):

De heer Wilders kruipt hier weer in zijn vertrouwde slachtofferrol. Hij praat over een kleuterklas en niemand, niemand wil met hem spreken. Niemand wil met Wilders spelen, om in zijn eigen beeldspraak te blijven. Ik vind dat je nogal lef hebt als je een dag na aanslagen met ranzige tweets misbruik maakt van afschuwelijke ellende door te zeggen dat de premier maar moet wegblijven bij de herdenking, door te zeggen dat hij verantwoordelijk is voor de misdaad die daar gepleegd is, als je denkt je via tweets op die manier te kunnen opstellen en in deze vergaderzaal anderen te kunnen verwijten kleuters te zijn. Probeer eens een week lang normaal met andere mensen en andere partijen om te gaan en begin dan nog eens te klagen dat mensen niet met u willen samenwerken, mijnheer Wilders! 

De heer Wilders (PVV):

Als je een knecht zoekt, dan moet je inderdaad de heer Tjeenk Willink hebben. Dan moet je niet bij mij zijn. Ik maak van mijn hart inderdaad geen moordkuil: ik kan het bijna niet meer aanhoren als de heer Rutte in zijn rol als minister-president hier keer op keer, na iedere aanslag, of het nou is na Berlijn, of het nou is na Nice, of het nou is na waar dan ook — nu laatst in Manchester — dezelfde holle frasen uit en niets doet om dat te voorkomen. Hij doet niets om dat te voorkomen, voert geen administratieve detentie in, sluit de grenzen niet en laat Syriëgangers gewoon terugkomen zonder ze op te sluiten. En ja, als je dat doet — en helaas doen de meeste regeringsleiders in Europa dat, niet allemaal maar de meesten wel — dan ben je medeverantwoordelijk voor alle rotzooi die daar het gevolg van is. Ik vind dat, ik sta daarachter en ik ga mij niet in één keer inhouden of slijmen in de hoop dat ik aan tafel kom. Weet u waarom wij een plek aan tafel verdienen? Omdat wij hier, deze twintig helden, 1,5 miljoen mensen vertegenwoordigen en wij de tweede partij van Nederland zijn geworden. Daarom verdienen wij een plek aan tafel. Het kan niet zo zijn dat er iedere week een andere smoes komt. De ene keer is het dat wij uit het Catshuis zouden zijn weggelopen. De andere keer is het dat ik "minder, minder" terug moet nemen. Nu is het weer een tweet. Er wordt iedere week een andere smoes verzonnen. Wees nou volwassen, zet die spelletjes opzij, geen blokkades! Daar zit de PVV: anderhalf miljoen mensen. Het is een schande dat we niet worden uitgenodigd. 

De heer Asscher (PvdA):

Volgens mij zit de heer Wilders al 20 of 25 jaar in de Tweede Kamer en er is één constante lijn: het is altijd de schuld van iemand anders. Het ligt altijd aan een ander. Het ligt aan de Marokkanen, aan de Turken, aan de moslims, aan Tjeenk Willink, aan Mark Rutte en nooit aan hemzelf. En ja, ik vind dat democratische partijen een kans moeten krijgen in het debat. Maar nee, het past absoluut niet anderen te verwijten kinderachtig gedrag te vertonen als je zelf met ranzige tweets, en de heer Wilders weet best dat die tweets ranzig zijn, … 

De heer Wilders (PVV):

Het is de waarheid, het is de waarheid! 

De heer Asscher (PvdA):

… de premier gaat verwijten verantwoordelijk te zijn — hij is van een andere partij en ik zal hem bestrijden waar nodig — voor een afschuwelijke misdaad. De heer Wilders weet dat, omdat hij weet dat Rutte, ik en heel veel anderen iedere dag ons best doen om dit land veilig te houden. Ik vind het echt geen pas hebben om kinderachtig slachtoffergedrag te vertonen. De keuze is aan Wilders. Of je bent een partij die wil meedoen. Dan heb je op z'n minst de plicht om te proberen, een week lang, om normaal met anderen om te gaan. Of je gaat gewoon weer zitten, met je twintig helden op sokken. 

De heer Wilders (PVV):

Nogmaals, mijn tweet was de waarheid en niets dan de waarheid. Ik zal de waarheid nooit voor mij houden. 

Ik was voor de interruptie van de collega van de Partij van de Arbeid gebleven bij de heer Tjeenk Willink. Bij het afscheid van de Raad van State noemde de heer Rutte hem zijn beste knecht, of iets dergelijks; in mijn eigen woorden. Hij was de meest betrouwbare knecht die er was geweest. Ik vind het ongelooflijk, een informateur van de zevende partij van Nederland, de grootste verliezer van de verkiezingen! Weet u nog, de Partij van de Arbeid ging van 38 naar 9 zetels. De heer Asscher zit inmiddels zo ver achterin de zaal dat ik hem nauwelijks nog kan zien vanaf deze plek. Daar zit-ie, negen zetels, ergens naar de achterste rij verbannen. En zijn partij komt nu wel met de informateur. Want wat je er ook van zegt, minister van staat of niet, de man is lid van de Partij van de Arbeid; een van de weinigen nog, maar goed, hij is het. Wat is dat voor gekkigheid! Het lijkt ook allemaal al voor dit debat te zijn bekokstoofd. Iedereen gisteren, ongeveer iedereen juichte een halfuur nadat mevrouw Schippers bekend had gemaakt dat haar advies zou zijn de heer Tjeenk Willink aan te stellen. Iedereen, alle partijen waren het eens, waarom hebben we dit debat nog? Het is schijnbaar allemaal al besloten en beklonken. 

Nederland kent grote problemen met immigratie, met integratie en met de dreiging van islamitisch terrorisme. Die dreiging is groter dan ooit. Nu is er een partij — ik heb het twee weken geleden ook gezegd — namelijk de Partij voor de Vrijheid, die zo ongeveer is opgericht om deze kwesties hard aan te pakken en om Nederland veiliger te maken. Als er mensen zijn, zoals de leiders van de VVD en het CDA, die zeggen "ik wil niet met de PVV samenwerken, maar ik wil wel de problemen met immigratie en terreur aanpakken", dan weet heel Nederland nu dat zij de boel gewoon voor de gek houden. Want die problemen los je niet op met de PvdA, GroenLinks, de SP of D66. Met die partijen maak je het alleen maar erger. Dan gaan de grenzen nog verder open en wordt er niets gedaan aan terreur of immigratie. Het gaat partijen zoals de VVD en het CDA dan dus niet om een veiliger Nederland, maar om hun eigen macht. Zij, en niet wij, stellen dan het partijbelang boven het landsbelang. Dat is fout. Ik vind dat ze op z'n minst die poging zouden moeten wagen om het gesprek aan te gaan. Vandaar dat ik namens de PVV heb voorgesteld — maar dat was helaas tevergeefs — om drie informateurs te benoemen: een van de VVD, een van het CDA en onze eigen onvolprezen Fleur Agema namens de PVV. 

Het mocht niet zo zijn. De keuze voor een PvdA'er als informateur, de grootste verliezer van de verkiezingen, maakt glashelder dat de Nederlandse kiezer gewoon geschoffeerd wordt, dat de elite lak heeft aan de bevolking. Dat hebben we eerder gezien. Vandaag nog, toen de Eerste Kamer op initiatief van premier Rutte met dat inlegvelletje gewoon het Oekraïneverdrag doordrukte en de kritiek de prullenbak in mieterde. Wat heeft dat met democratie te maken? Wat heeft dat nou met democratie te maken? We zien het nu opnieuw, in dit proces. De tweede partij van Nederland wordt ook opzij gezet. Dat zijn twee voorbeelden: het Oekraïneverdrag en de PVV. Het gros hier wil dus niets met democratie te maken hebben en neemt de kiezer gewoon niet serieus. Het lijkt dus wel alsof de democratie ook bij het grofvuil is gezet. Dat is een heel trieste constatering. 

De heer Pechtold (D66):

Geïnspireerd door de heer Asscher, die deze vraag aan de heer Rutte stelde, zou ik de heer Wilders willen vragen: zouden er met de heer Rutte afspraken te maken zijn op het gebied van migratie, binnen de internationale verdragen en binnen de rechtsstaat? 

De heer Wilders (PVV):

Volgens mij heet ik nog niet Rutte. 

De heer Pechtold (D66):

Rutte had al geantwoord, maar ik krijg nu graag het antwoord van de heer Wilders. 

De heer Wilders (PVV):

Maar u stelde de vraag aan de heer Rutte. 

De heer Pechtold (D66):

Ik zal u juist adresseren. U bent er ook altijd van gediend dat we elkaar netjes aanspreken. Zouden er afspraken met de heer Wilders te maken zijn binnen de internationale rechtsorde, verdragen en onze rechtsstaat, ook op het gebied van migratie? 

De heer Wilders (PVV):

Natuurlijk, maar als u het niet probeert, komt u er nooit achter. 

De heer Pechtold (D66):

Dus als u de komende jaren voorstellen op het gebied van migratie en asiel doet, dan kunnen we die altijd toetsen aan internationale verdragen en onze eigen rechtsstaat? 

De heer Wilders (PVV):

U mag toetsen wat u wilt. Ook wij als PVV zijn daartoe bevoegd. Sterker nog, het is onze rol als grondwetgever om een grondwetswijziging voor te stellen. Dat mag. Als u vindt dat iets in strijd is met de Grondwet, dan kunnen wij het er niet mee eens zijn en zeggen dat dat niet zo is. Maar stel dat wij het een keer met u eens zijn, dan mogen wij — als wij het niet mogen, wie kan het dan? — ook een voorstel doen om de Grondwet te wijzigen. Dat zijn heel interessante vragen, maar u komt daar pas achter als u, en de rest ook, het lef hebt om met ons aan tafel te gaan zitten. Dat betekent niet simpel aan de interruptiemicrofoon een makkelijk vraagje stellen en weer lekker gaan zitten, maar ons uitnodigen. Dat is wat u moet doen; dan hebt u lef. Als u dat niet doet — ik kan het niet laten, voorzitter — dan is dit opnieuw een groot nepparlement. 

De voorzitter:

Nou, mijnheer Wilders. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik dank allereerst de informateur voor het eindverslag en de werkzaamheden die zij de afgelopen maanden heeft verricht. Tweeënhalve maand zijn er alweer verstreken sinds de verkiezingen en de formatie is terug bij af. Alle mogelijke opties om te komen tot een stabiel meerderheidskabinet zijn een voor een afgevallen. 

Na de eerste verkenning begonnen onderhandelingen tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks. Dat overleg liep vast door onoverbrugbare verschillen op het terrein van migratie. Die breuk was helaas onvermijdelijk, want een coalitie die niet uit dit thema komt, heeft geen kans van slagen. Migratie is een van de grootste zorgen van de Nederlanders. 

In de tweede verkennende fase bleek al snel dat de SP de VVD bleef blokkeren. Ik heb vorige week, na mijn gesprek met de informateur, de SP opgeroepen om ieder geval een gesprek aan te gaan met VVD, CDA en D66, maar daar was de SP helaas niet toe bereid. Ook de Partij van de Arbeid heeft andermaal duidelijk gemaakt niet aan een coalitie te willen deelnemen. Ik betreur dat, maar tegelijkertijd begrijp ik dat na de verkiezingsnederlaag die de Partij van de Arbeid heeft geleden. Zo bleef er in die tweede verkennende ronde uiteindelijk maar één niet geblokkeerde meerderheidsvariant met vier partijen over: VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Mijn fractie was bereid om zonder voorwaarden vooraf in deze samenstelling te gaan onderhandelen. Dat gold ook voor de VVD. Deze optie is ook, zo blijkt uit het verslag van de informateur, met een positief advies door de collega's Pechtold en Segers aan hun fracties voorgelegd. De uitkomst van de interne fractievergaderingen was dat beide fracties ruimte boden voor een onderling verkennend gesprek bij de informateur. Over dat gesprek is inmiddels van alles gezegd. Het beeld komt naar voren dat D66 voorafgaand aan de onderhandelingen eisen en voorwaarden stelde, deels op heel gevoelige medisch-ethische onderwerpen. De ChristenUnie zou daar onmogelijk aan kunnen voldoen. Wat mij betreft is het stellen van zulke eenzijdige eisen op inhoud vooraf niet de manier om met gewetenskwesties van andere partijen om te gaan. Een gezamenlijk gesprek van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie had wellicht opheldering kunnen geven. Wat was er precies aan de hand en is het herstelbaar? Maar dat voorstel werd door D66 per kerende post afgewezen. Ik wil daar heel duidelijk over zijn: zo bouw je geen vertrouwen. 

Het verloop van deze formatie, als je alles afpelt wat tot nu toe is gebeurd, moet wel leiden tot toenemend onbegrip over de politiek in Den Haag. Want ondertussen schreeuwen grote kwesties om een antwoord. Zo is er de terreurdreiging, die actueel is door de aanslag in Manchester. Zo zijn er onze veiligheid en onze identiteit. Denk aan de totaal mislukte G7-top vorige week op Sicilië. Zo moet er een eerlijke arbeidsmarkt bereikt worden. Zo is er de toekomst van onze zorg. Ondertussen lijkt een stabiel meerderheidskabinet verder weg dan ooit. 

In 2012 plaatste de Haagse politiek de Koning buiten de formatie. In een vlaag van hooghartige zelfbewustheid dacht de Kamer: dat lossen we zelf wel op. Maar nu, de tweede formatie sinds dat moment met de eerste tussentijdse breuk, komt de Kamer er niet meer uit. Wat het CDA betreft is een verkenner van buiten de politiek nu nodig, iemand met afstand, iemand van wie niet de politieke kleur maar het gezag en de ervaring bepalend zijn. De informateur adviseert om Herman Tjeenk Willink, oud-vicepresident van de Raad van State en minister van staat, aan te wijzen als informateur. Het CDA steunt dat voorstel. Ik spreek de hoop uit dat hij in staat zal zijn om posities los te trekken zodat een stabiel meerderheidskabinet alsnog mogelijk wordt. 

De heer Pechtold (D66):

Collega Buma benoemt de gewetenskwesties. Gewetenskwesties zijn belangrijk. Kunnen gewetenskwesties naast uit een geloof ook voortkomen uit idealen? 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik zou niet willen beweren dat geloof geen ideaal kan zijn. Ik meen wel dat het niet zo kan zijn dat je anderen over tafel probeert te trekken door voordat je begint aan normale onderhandelingen te zeggen dat anderen maar iets moeten loslaten of toestaan. Ik vind dat zelf niet kunnen en ik zou het me ook niet laten overkomen. 

De heer Pechtold (D66):

Mijn vraag was een andere en ging over gewetenskwesties. Ik ben blij dat de heer Buma zegt dat gewetenskwesties iets kunnen zijn wat je meekrijgt vanuit een geloof. Maar je kunt ook als humanist of agnost kwesties in je leven hebben die je zeer diep raken, bijvoorbeeld uit eigen ervaring of uit gesprekken met mensen aan wie je gemerkt hebt dat iets een belangrijk onderdeel van hun bestaan is. Je kunt dus niet zeggen dat het een daarmee gewetensvoller dan het ander. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik begrijp niet zo goed wat de heer Pechtold bedoelt, want hij kan toch niet menen dat hij het recht heeft om een ander over de tafel te trekken over zijn gewetensbezwaren? Als daar verschillende opvattingen over zijn — dat kan; we hebben twee maanden samen aan tafel gezeten — dan praat je daarover aan een onderhandelingstafel. Mijn beeld is dat iedere partij in de Tweede Kamer gesprekken moet willen voeren over alle thema's. Het kan niet zo zijn dat een partij, zeker een partij die zichzelf "liberaal" noemt, tegen een andere partij zegt: lever maar een aantal dingen in voordat we beginnen. Dat kan niet en dat siert u niet, mijnheer Pechtold. 

De heer Pechtold (D66):

Over het avontuur van het CDA met de PVV wordt nog veel gesproken. Ik heb daarover weleens gehoord dat er inderdaad van alles gebeurde aan tafel, zoals trekken en met glazen gooien. Ik geloof niet dat u aan tafel zat vorige week. Ik geloof ook niet dat u ergens gelezen hebt dat er iemand over de tafel is getrokken. Uw teleurstelling zal ik respecteren, maar bij een volwassen gesprek aan een onderhandelingstafel, waaraan drie mensen zaten, mogen de twee die daarom gevraagd worden hun mening geven. Dát hoort bij liberalisme, bij christendemocratie en bij vele stromingen in deze Kamer. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik snap het allemaal niet zo goed. Uiteindelijk zijn wij met z'n allen bezig met proberen om een kabinet te vormen. Dat is het doel. Dat doen we met partijen met grote verschillen van mening. De vraag is of je verschillen probeert te overbruggen of dat je probeert om muren te bouwen. Volgens mij was de gedachte om bij een verkennend gesprek, zoals de afgelopen tijd zo vaak mogelijk was, muren te slechten. Als het de bedoeling was om dat te doen, dan had dat gesprek wellicht anders kunnen lopen of — dat was het andere punt dat ik maakte — dan had daarna een gesprek kunnen plaatsvinden met twee andere partijen erbij. De houding om dat niet te willen, wekt bij mij niet de indruk dat je wilt zoeken naar iets wat bindt. Dat vind ik risicovol in een tijd waarin het in Nederland al zo moeilijk is om een kabinet te bouwen. Het gaat hierbij ook nog eens om het geweten en om gevoelens die diep liggen. Dat zorg je ervoor dat je elkaar wat ruimte geeft, dat je het gesprek normaal aangaat, dat je dat in een formatie normaal bespreekt en dat je dat niet op tafel legt om het van tafel te vegen. 

De heer Asscher (PvdA):

De sfeer zit er in het motorblok lekker in. We weten nu heel veel over die drie uur van Pechtold en Segers, maar nog steeds heel weinig van de twee maanden van de eerste poging. Ik krijg het gevoel dat die gevoelige medisch-ethische gewetenskwesties niet zijn besproken in die eerste poging. Klopt dat? Anders hadden we hier niet zo veel mist over kunnen hebben. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik snap de vraag wel, maar ik ga niet spreken over die eerste twee maanden. Het enige wat ik kan zeggen, is dat het CDA gewoon twee maanden met D66 aan tafel heeft gezeten. Ik ga verder helemaal niet praten over wat inhoudelijk besproken is aan die tafel. Ook over wat er die avond van 24 mei is gebeurd, kennen we alleen de berichten van buiten. Nogmaals, het had mij wijs geleken om met vier partijen te praten. Ik zei zojuist al in mijn inbreng dat dit wel de laatste variant was die nog over was. U staat mij wel te bevragen, maar u doet niet mee. Daar heb ik op zichzelf begrip voor. U zegt dat u aan de kant staat. Dan kunt u wel zeggen dat u alles wilt weten, maar dan vanuit een positie alsof u bij wijze van spreken oppositie voert tegen het motorblok. Ten eerste is er geen motorblok en ten tweede is dit geen tijd voor het voeren van oppositie. We moeten samen een kabinet bouwen. Volgens mij is dat de taak die wij hebben. 

De heer Asscher (PvdA):

U wilt daar niets over zeggen, maar u hebt wel gezegd dat het u nooit zou overkomen. Dat is duidelijk. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nou, ik laat mij niet … 

De heer Asscher (PvdA):

In het theoretische geval dat u daarover gesproken zou hebben, zou het u niet zijn overkomen dat u over de tafel was getrokken. Dat mag ik concluderen. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Daar hoeft u mij niet over te bevragen. Dat gebeurt sowieso niet. 

De heer Asscher (PvdA):

Precies. Dan nog één … 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar los van de vraag of het een collega wel overkomt en mij niet, heb ik in het verslag gelezen dat collega Pechtold en collega Segers met een positief advies naar hun fracties zijn gegaan. Dan denk ik dat men ervan uitgaat dat er een gesprek vooraf moet komen. De heer Segers laat in het verslag zetten dat er bij D66 geen bereidheid was. Dat staat erin. Dat laat wel zien dat het gesprek niet zo van twee kanten was als wordt gesuggereerd. Dat is ongeveer wat ik daar kort en concreet over zou willen zeggen. 

De heer Asscher (PvdA):

Heel concreet. Een kort tweede vraagje: klopt het dat het CDA het denkbaar zou vinden om afspraken te maken over migratie, het grote thema van deze tijd, die niet een schending van de mensenrechten of een wijziging of opzegging van het Vluchtelingenverdrag inhouden? 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

U zegt "niet", maar het CDA maakt geen afspraken die dat inhouden, als u dat bedoelt. 

De heer Asscher (PvdA):

Ja. Dank u. 

De heer Roemer (SP):

Iedere partij is natuurlijk vrij om keuzes te maken. Dat doen wij ook, maar de heer Buma verwijt hier nu een aantal partijen dat zij niet bij drie partijen willen aanschuiven of dat dat niet lukt. Zelf doet hij echter exact hetzelfde. Ik heb de afgelopen weken de blaren op mijn tong gekletst om een verkennend gesprek te krijgen over een andere variant, waarin het CDA een hoofdrol zou kunnen spelen. Tot de dag van vandaag weigert het CDA om zelfs een verkennend gesprek te organiseren. Gaat de heer Buma ook dat de komende tijd wijzigen? 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik denk dat u doelt op de variant die bij ons thuis inmiddels "Buma en de zeven dwergen" wordt genoemd. 

(Hilariteit) 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het zijn er geen zeven; het zijn er vijf, maar voordat je het weet, zijn we met z'n zevenen. Ik blijf zeggen wat ik aan het begin zei: wees reëel. Als je met een kabinet begint, is het volgens mij niet alleen de bedoeling om een kabinet te maken maar om een kabinet te maken dat gedurende vier jaar enige kans van slagen heeft. Vier partijen is al bijna ondoenlijk; we hebben twee maanden gezeten. Vier partijen is dus echt het maximum. Waarom komt u met die rare variant van u? Omdat u niet de normale handeling wilt verrichten om met de VVD aan één tafel te gaan zitten. Je moet je indenken: de SP die überhaupt niet met de VVD aan een tafel wil zitten. Dat ga ik natuurlijk niet faciliteren; dat is echt belachelijk. U moet daar gewoon van terugkomen. Een vierpartijencoalitie is al moeilijk genoeg. Ik heb eerder ook gezegd dat er genoeg raakvlakken zijn tussen de SP en het CDA. Die varianten van u? Blijf dromen. Eerst was het er een met D66 en ChristenUnie. Toen kwam er een horde en was het ineens: met gedoogsteun van 50PLUS. De enige winst van de afgelopen weken is dat deze variant iets dichterbij is gekomen doordat eindelijk de Partij voor de Dieren het CDA niet meer uitzondert. Dat is de enige partij die in de afgelopen twee weken een blokkade heeft opgeheven. Maar daarmee is deze variant nog steeds onzinnig. 

De heer Roemer (SP):

Eigenlijk doet de heer Buma precies wat hij de anderen verwijt. Hij probeert ze een beetje in het belachelijke te trekken door er een opmerking over te maken. Als het probleem is dat de heer Buma niet graag premier van dat kabinet wil worden, dan vraag ik de heer Pechtold wel. Die heeft net zo veel zetels. Die is er misschien wel toe bereid. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nou ja, best. Doen. 

De heer Roemer (SP):

Nu even alles op een rijtje. Een motorblok over rechts hebben we nu meer dan twee maanden geprobeerd. Het lukt u niet om daar een partij bij te krijgen om u aan een meerderheid te helpen. U wilt niet met de PVV. U wilt geen andere variant. Ze komen er niet uit met de ChristenUnie. U komt er niet uit met GroenLinks. Dan wordt het de hoogste tijd dat andere varianten — dat zijn niet de makkelijkste — eerlijk en oprecht besproken worden. Dat zijn partijen die inhoudelijk dichter bij elkaar staan dan de SP en de VVD. Wij willen namelijk straks een kabinet vormen dat niet alleen een optelsom van een aantal zetels is. Wij willen dat kabinet in de komende jaren een doel, een richting en uitgangspunten meegeven die fundamenteel zijn. De SP wil op grote thema's als inkomenspolitiek, klimaat en marktwerking in de publieke sector een andere kant op dan de afgelopen 30 jaar onder leiding van de VVD. Dan is het absurd om te veronderstellen dat de SP gewoon aanschuift voor dat beleid dat zij altijd bestreden heeft. Dan ga ik inderdaad achter de schermen op zoek naar een partij die in haar beginselprogramma heeft staan wat ik graag zou willen dat een volgend kabinet gaat uitstralen. U kunt grapjes maken en proberen om mensen belachelijk te maken, maar ik had gehoopt dat het CDA eindelijk de VVD eens zou loslaten en een verkennend gesprek over deze onderwerpen zou willen voeren, in plaats van weg te blijven lopen en hier alle andere partijen belachelijk te maken of verwijten te maken. Begin met uzelf. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik moet zeggen: dit is een hartelijke uitnodiging. Laat ik daarmee beginnen. Ik voel me nu echt geroepen om die kant uit te gaan, maar dat terzijde. We verschillen hierover gewoon van mening. In mijn ogen moet een kabinet dat begint, enige stabiliteit in zich hebben. Dit kabinet zou bestaan uit CDA — de enige stabiliteit is de CDA-premier — D66, GroenLinks, PvdA, die al gezegd heeft dat ze niet meedoet, en ChristenUnie, die inmiddels niet meer kan. Dat vergeet u allemaal even, maar dat is in de afgelopen week gebeurd. Nu heeft dit kabinet bij u niet eens een meerderheid meer en moet het gedoogd worden door 50PLUS of de Partij voor de Dieren. Een knappe kop die daarvan het kabinet maakt dat u in uw dromen hebt. Dat is de simpele reden waarom ik er niet in geloof. Er zijn wiskundig gezien duizenden varianten denkbaar, maar het gaat mij maar om één doel. Het kabinet dat er zit, moet houdbaar zijn, ook wat betreft het aantal partijen. Anders moet je er gewoon niet aan beginnen. Ik geloof er totaal niet in en daarom begin ik er niet aan. Het hele sprookje van loslaten vind ik niet interessant. Het gaat niet werken. Ik denk dat u, als het zou beginnen, achteraf blij zou zijn dat ik het gezegd heb. 

De heer Roemer (SP):

Dan hebben we het in ieder geval geprobeerd met een fatsoenlijk gesprek … 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wat bedoelt u? 

De heer Roemer (SP):

… en niet met rare fratsen hier in de Kamer. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wat bedoelt u met rare fratsen hier in de Kamer? 

De heer Roemer (SP):

En het tweede is: als je een stabiel kabinet wilt hebben, moet het een kabinet zijn met partijen die ook op basis van uitgangspunten dichter bij elkaar staan. Als je er al niet eens met GroenLinks uit komt, omdat je echt door principiële ondergrenzen gaat, wat moet een partij die nog linkser staat daar dan bij doen? Dat is heel instabiel. Dat betekent óf bij de ene partij óf bij de andere partij ongelofelijke onrust in de achterban. U weet net zo goed als ik dat dat niet gaat werken. Denk aan de vorige periode. Het kabinet was nog geen twee weken bezig of het was al bijna gevallen over de inkomensafhankelijke zorgpremie. En dan heb ik het alleen nog maar over die twee partijen. Ik ben het dus met u eens en ik respecteer ook dat u zegt: ik vind het een heel lastige en op dit moment zou ik er nog niet aan beginnen omdat ik andere opties voorrang wil geven. Dat respecteer ik. Maar laten we op z'n minst een keer, als u er steeds niet in slaagt om dat blok aan een meerderheid te helpen, een verkennend gesprek voeren. Als we samen tot de conclusie komen dat het niks wordt, hebben we het in ieder geval geprobeerd. Dat zijn we beiden aan onze kiezers verschuldigd volgens mij. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dit debat is geen kwestie van fratsen of zo, want volgens mij gaat het om dit debat. Het sprookje van Buma en zijn zeven dwergen zal een sprookje blijven. 

De voorzitter:

De heer Roemer heeft nog een vraag, mijnheer Buma. 

De heer Roemer (SP):

De heer Buma probeert hetzelfde, maar een groot deel van die partijen probeert de heer Buma wel elke keer bij dat rechtse blok te betrekken. Als we met het rechtse blok mee gaan doen, zijn we volwaardige partijen omdat we zo veel zetels meenemen. Maar als we zeggen "zullen we eens met een groot deel van dat blok gaan praten, maar dan zonder de VVD", gaat hij er sprookjes bij halen. Daarmee doet hij al die partijen echt onrecht. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het is grappig dat u het uzelf zo moeilijk maakt door zelf in uw hoofd de woorden "rechts blok" te stoppen. Het is zo rechts als u het zelf maakt. Dat is onderhandelen. Ik zou zeggen: doe een poging. Zo niet, dan proberen we andere varianten te verzinnen. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pechtold namens D66. 

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Er zit bij de heer Buma nog wat in de keel. In het sprookje kreeg Sneeuwwitje een kus en schoot het los. Daarna ging het leven met de zeven dwergen voort. 

Over ons doen en niet-doen in de verkennende gesprekken onder leiding van de informateur leg ik in deze Kamer graag verantwoording af. We hebben actief meegewerkt aan de verkenningen naar een andere coalitie dan die van onze eerste voorkeur, een coalitie die kan rekenen op een stabiele meerderheid in beide Kamers en evenwichtig van samenstelling is tussen progressief en conservatief. Deze uitgangspunten waren en zijn voor mijn fractie cruciaal. Tot mijn spijt bleek er bij SP en PvdA geen draagvlak voor onderhandelingen voor een vierpartijenkabinet met VVD, CDA en D66. Ook de vijfpartijenvariant met dezelfde fracties stuitte op blokkades. Onze creativiteit in het formatieproces werd niet beloond met een verkennend gesprek naar door ons voorgestelde coalities. 

De informateur vroeg mij een verkennend gesprek aan te gaan met collega Segers van de ChristenUnie. De combinatie VVD, CDA, D66 en ChristenUnie had ik eerder onwenselijk genoemd. Waarom? Deze combinatie is niet stabiel met 76 zetels in de Tweede Kamer en 38 in de Eerste. Dit kabinet levert ook niet het evenwicht tussen progressieve en conservatieve deelnemers. ChristenUnie en D66 hebben inderdaad goed samengewerkt bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën, maar een stabiele samenwerking in een coalitie vraagt meer. Zowel nationaal als internationaal leven we in onzekere tijden. De houding waarmee beide partijen omgaan met deze onzekerheid verschilt. Dat is geen aanlokkelijk vooruitzicht voor een kabinet met zo'n krappe meerderheid, dat met ambitie, elan en politieke moed wil presteren. 

Na grondig overleg met mijn fractie ging ik kijken of het er toch in zat; goed voorbereid. De heer Segers wilde immers — terecht — geen pauzenummer in de onderhandelingen zijn. We hebben indringend gesproken onder leiding van de informateur, met wederzijds respect en onder goede persoonlijke verhoudingen. Iets anders heb ik toen bij collega Segers niet ervaren. Samen zijn wij tot de conclusie gekomen dat de verschillen te groot zijn om in de onderhandelingen te overbruggen. Samen hebben we die conclusie kenbaar gemaakt aan de buitenwereld, ieder in zijn eigen, niet mis te verstane woorden. 

Mijn fractie houdt een sterke voorkeur voor een stabiel meerderheidskabinet. Daarmee is ons land het beste gediend. Ik heb er vertrouwen in dat we onder leiding van informateur Tjeenk Willink goede stappen kunnen zetten in die richting. 

Tot slot heb ik nog enkele woorden voor mevrouw Schippers en haar staf. Ik dank hen voor de niet-aflatende inzet en betrokkenheid. Aan de gesprekken onder haar leiding bewaar ik de beste herinneringen. 

De heer Asscher (PvdA):

Dit betoog roept toch een vraag op. Er is in heel goede sfeer en met respect met elkaar gesproken. Heeft de heer Pechtold aan de heer Segers gevraagd om toezeggingen, bewegingen of andere uitlatingen die normaal pas in de onderhandelingen plaatsvinden, te doen ten aanzien van gevoelige punten of niet? 

De heer Pechtold (D66):

Het is geen kennismakingsgesprek als je bij de informateur gaat zitten. Daarvoor is de tijd van zo'n instituut te belangrijk en ook het gewicht dat aan zo'n gesprek gehecht wordt. Naar mijn beste weten waren alle deelnemers aan het gesprek er van tevoren van op de hoogte dat het een gesprek moest zijn op de inhoud. Natuurlijk verken je daar zaken waar je het over eens kunt worden, maar je bent ook op zoek naar dingen die in een instabiele samenstelling van 76 en 38 tot problemen kunnen leiden. Dat is in beide fracties — dat hebt u kunnen waarnemen — zo'n drie uur besproken en gedurende zo'n drieënhalf uur met de informateur gewisseld. 

De heer Asscher (PvdA):

Dat begrijp ik. Je gaat daar niet zomaar zitten kletsen, ook al was daar overal rauwkost beschikbaar en noem het maar op. De vraag is natuurlijk of het gerechtvaardigd is om eisen te stellen aan een andere partij, zoals toezeggingen en beweging. Ik heb begrepen — maar misschien zullen wij straks horen dat het anders was — dat er geen voorwaarden vooraf werden gesteld, ook niet door de ChristenUnie. De indruk werd gewekt dat D66 wel vormen van voorwaarden heeft gesteld in dat gesprek. Dat mag, maar dan zou het goed zijn om dat hier ook te erkennen. 

De heer Pechtold (D66):

Bij onderhandelingen, een stap verder, kun je afspraken maken. Ik herken me niet in de woorden "eisen" of "toezeggingen". Maar je verkent wel diepgaand de zaken waarvan je vermoedt dat je daarmee iedereen, vanwege de 76 zetels hier, eigenlijk verantwoordelijk maakt voor het succes van zo'n kabinet. Je onderzoekt dus ook diepgaand waar de verschillen zitten. 

De heer Asscher (PvdA):

Laatste keer, voorzitter. Die verschillen waren natuurlijk zichtbaar. Daarom vond u het in de eerste plaats onwenselijk. 

De heer Pechtold (D66):

Ja. 

De heer Asscher (PvdA):

Er zijn verschillen tussen partijen. Dat is een probleem dat in een formatie moet worden opgelost. Dat is helder. Als je een verkenning hebt, is het de vraag of het gerechtvaardigd is dat je meer vraagt dan het onderzoeken van die verschillen. Dit wekt toch de indruk — in ieder geval de uitlatingen van de heer Segers wekken die indruk — dat de heer Pechtold meer heeft gevraagd dan alleen maar het verkennen van de verschillen. Dit is belangrijk, omdat bij iedere fase in de formatie die wordt afgesloten, duidelijk moet zijn of die echt beproefd is — zo begreep ik Rutte en Buma — of dat er vanwege de onwenselijkheid eigenlijk al in een voortijdige fase is gezegd: wij doen het maar niet. 

De heer Pechtold (D66):

Het is beproefd. Er is gezocht. Er is gezocht naar overeenstemming. Er is afgetast waar verschillen zitten en zouden kunnen optreden. Maar nogmaals, naar beste eer en geweten herken ik me niet in begrippen als "eisen", "harde toezeggingen" of een "soort vooronderhandeling". 

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik lees in het verslag van de informateur dat de heer Pechtold op dinsdag 23 mei, een week geleden dus, het verkennen van de combinatie VVD, CDA, D66 en ChristenUnie positief heeft voorgelegd. Op welke gronden of overwegingen kwam hij tot dit positieve advies? 

De heer Pechtold (D66):

Ik vind het in een tijd van grote versplintering en polarisatie van belang dat een partij, een democratische partij, een progressief-liberale partij heel bewust omgaat met "met wie wel" en "met wie niet". Het beeld tussen de PVV en D66 is al jaren heel duidelijk, over en weer. Met andere partijen hebben wij incidenteel samengewerkt. Ik vond het dus van groot belang om de voltallige D66-fractie mee te nemen, als ik tot zo'n gesprek over zou gaan. Dan heeft het geen zin dat je tegen je fractie zegt: ik heb er absoluut geen zin in, maar ja, jongens, verzin nog eens wat redenen waarom niet. Nee, in het weekend toen ik dacht dat het die kant weleens op zou kunnen gaan, heb ik zelf de afweging gemaakt of ik mogelijkheden zag om zo'n gesprek te houden. En ik had met mijn fractie ook de afspraak gemaakt om daarna terug te koppelen voordat ik zou doorgaan naar echte onderhandelingen. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Is dat niet precies de onduidelijkheid die nu is ontstaan doordat er zo veel tegenstrijdige signalen zijn afgegeven door D66? Aan de ene kant: adviseer positief, aan de andere kant: het is eigenlijk ongewenst; dus: ik blokkeer het niet, ik adviseer positief, maar uiteindelijk wil ik het gewoon niet. Kun je dan niet beter de Roemervariant kiezen en dat klip-en-klaar zeggen? Waar is de doorzichtigheid, de transparantie waarop D66 nu juist altijd zo tuk is? 

De heer Pechtold (D66):

Ik vind dit uiterst transparant en ik vind het hele proces van de afgelopen 75 dagen uiterst transparant. Sommigen kijken nostalgisch naar eerdere procedures. Ja, dan is er een auto achter een hek en worden je wat minder vragen gesteld. Nu vind ik het heel goed dat er wordt doorgevraagd. Dat zaken hier en daar schuren, dat er soms een verschil van perceptie is, dat iemand die helemaal niet aan tafel heeft gezeten, heel grote beeldspraak weet te uiten, dat kan en mag allemaal. Ik ben na overleg met mijn fractie, goede bestudering en goede voorbereiding te werk gegaan. Ik hoorde dat ik goed was voorbereid. Dat klopt, dat ben ik over het algemeen als ik met iemand een serieus gesprek aanga, ook in de wetenschap dat het geen gesprek voor de bühne moet zijn, geen pauzenummer, maar een inhoudelijk gesprek. Wij hebben het gesprek met veel respect gevoerd, ik van mijn kant maar dat heb ik ook getroffen bij de heer Segers. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Tot slot, een week geleden nam de heer Pechtold hier de heer Roemer de maat. Hij zei: wees toch bereid om inhoudelijke gesprekken te voeren, en: zeg niet op voorhand dat je dat uitsluit. Doet de heer Pechtold nu op een veel minder doorzichtige manier eigenlijk niet precies hetzelfde door wel te zeggen: eigenlijk moeten wij gaan praten, maar tegelijkertijd: ik wil het eigenlijk helemaal niet? 

De heer Pechtold (D66):

En dat uit de mond van de heer Van der Staaij. Ik vind dit toch wel een beetje moeilijk. Nee, voorzitter, je weegt af en je bepaalt de belangrijke zaken die niet alleen op het moment van de onderhandelingen maar ook in de jaren daarna van grote invloed kunnen zijn op de stabiliteit. Ik ben vooraf heel duidelijk geweest en ik heb het een kans gegeven. Ik ben op basis van inhoud uitvoerig, ja, uitvoerige inhoud, het gesprek ingegaan. Maar het staat in deze democratie partijen nog wel altijd vrij om dan omwille van de stabiliteit een conclusie te trekken, gezamenlijk. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil mijn bijdrage beginnen met de informateur van harte te danken voor de tijd die zij heeft gestoken in het zoeken naar werkbare meerderheden. Ik heb haar bijna twee maanden aan tafel mogen meemaken en ik kan zeggen: aan haar heeft het niet gelegen en ook niet aan haar staf die zich zo hard heeft ingezet om ervoor te zorgen dat wij verder zouden komen. 

Het is spijtig dat het niet is gelukt. Wij hebben allemaal kunnen constateren dat iedere variant die zo'n beetje is voorgesteld, stuit op bezwaren bij tenminste een van de betrokken partijen. Bij elke variant is er wel een partij die deelname aan juist deze coalitie uitsluit. Bij de coalitie waarvan GroenLinks deel uitmaakte en waarover wij hebben onderhandeld, was sprake van een inhoudelijke impasse. Daarbij zit het op dit moment muurvast. Ik vind het dan ook verstandig om een tussenfase in te lassen. Wij zijn dan ook blij met het voorstel van de informateur om een nieuwe informateur aan te wijzen in deze fase. Wij kunnen ons ook zeker vinden in de suggestie om minister van staat Herman Tjeenk Willink voor deze taak te vragen. Hij is iemand die boven alle partijen staat en met zijn enorme ervaring wellicht een nieuw licht op de zaak kan doen schijnen. 

Voor ons blijft een kabinet dat kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal de voorkeur houden. Maar als dat onmogelijk blijft, kunnen wij ons ook voorstellen dat een minderheidscoalitie een optie wordt om verder te onderzoeken. Het is aan de nieuwe informateur om te bedenken welke stappen hij zal zetten om beweging te krijgen in de formatie. Wij wensen hem daarbij veel succes en wij zien dit met vertrouwen tegemoet. 

De heer Asscher (PvdA):

Ik denk dat de heer Klaver een compliment verdient voor de manier waarop hij spreekt over de formatiepogingen. Twee weken geleden zei hij: het is geen komma, maar een punt. Ik denk dat we allemaal horen dat het een puntkomma is. Het probleem rond migratie, waarbij er toen sprake leek te zijn van een principiële ondergrens, is nu een impasse. We hebben ook gehoord dat CDA en VVD geen eis stellen dat mensenrechtenverdragen of vluchtelingenverdragen worden aangepast. Ik ga de heer Klaver niet vragen om hier te onderhandelen, maar ik geef in overweging dat gezien de bestaande situatie, de impasse misschien kan worden opgeheven en dat het dus ook tijd is om met de komst van een nieuwe informateur te proberen alsnog te doen wat er had moeten gebeuren: een nog serieuzere poging. Als dat zo zou zijn, zou ik hem daar zeer veel succes bij wensen. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Allereerst dank voor het succes dat ons wordt toegewenst. Ik denk dat voor alle partijen in de Kamer geldt, in de fase waarin we zitten, dat zij bereid moeten zijn, als zij door de informateur worden uitgenodigd voor gesprekken, om te bekijken wat zij nog kunnen doen. Ik heb aan informateur Schippers heel duidelijk laten weten — dat staat ook in het verslag — dat wij overal toe bereid waren, maar het is op de inhoud stukgelopen. Als er inhoudelijk verder geen ruimte is, dan wordt het ook lastig om tot een uitkomst te komen, maar we gaan nu rustig afwachten waar de nieuwe informateur mee komt. 

De heer Asscher (PvdA):

Twee weken geleden verliet ik de zaal ongerust, omdat er een principiële, morele ondergrens dreigde te worden overschreden. Inmiddels wordt er gesproken over een inhoudelijke impasse, waar partijen zonder voorwaarden vooraf over zouden kunnen praten. Is de heer Klaver het met mij eens dat er een andere toonzetting is, een andere manier van praten over die onderhandelingen dan twee weken geleden? 

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb ook nog even gekeken naar het verslag van twee weken geleden en naar welke woorden daar precies werden gebruikt en welke toon daar werd aangeslagen. Ook daarin zag ik dat iedereen zei dat het op een inhoudelijk punt vastzat en daar zagen we het ook niet verder komen. Ik heb niemand met de deur horen smijten en horen zeggen dat er nooit meer gesprekken mogelijk zouden zijn, maar het was wel heel helder dat het op een inhoudelijk punt vastzat. Daarin heb ik vandaag ook geen beweging gehoord bij de andere partijen en die beweging is er op dit moment ook niet bij ons. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Asscher (PvdA):

Ik heb het verslag ook teruggelezen. We doen alsof het woord "principieel" niet gebruikt is, twee weken geleden, maar er was een inhoudelijk probleem. Volgens mij was er toen sprake van een ondergrens waar u niet onderdoor wilde. Dat vond ik een groot probleem; eigenlijk een hypotheek op het vervolg van de formatie. Als je niet wilt vertellen wat deze dan is en anderen zouden daar wel onderdoor moeten, dan komt het stil te staan, en dat is ook gebeurd. Nu hoor ik iets anders, zowel van de heer Klaver als van zijn collega's ter rechterzijde. Volgens mij is dan de conclusie dat een punt een puntkomma wordt. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Bij het probleem dat er toen was, heb ik gezegd dat er grenzen zijn waar je niet overheen moet gaan. Alle partijen hebben principes en grenzen waar zij niet overheen willen gaan. Dat is nog steeds het geval, zoals ik het nu beluister. In die zin is de situatie hetzelfde, maar ik ben blij met de toon die alle partijen aanslaan op dit moment, want volgens mij zit het muurvast en daarin hebben we allemaal een verantwoordelijkheid 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Roemer. 

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Allereerst dank aan de informateur voor het verslag. De uitslag van de verkiezingen heeft het vormen van een kabinet er niet gemakkelijker op gemaakt. Dat hebben we de afgelopen weken ook kunnen zien. Dat is op zichzelf niet vreemd. De samenstelling van een nieuw kabinet bepaalt namelijk de koers voor de komende vier jaar. Het gaat dus om fundamentele keuzes die gemaakt moeten worden; over uitgangspunten en prioriteiten. Formeren is meer dan alleen tot 76 zetels tellen. 

Mijn partij beloofde tijdens de campagne een koerswijziging voor ons land. Wij willen bouwen aan een land waarin wij breken met de politiek van "ieder voor zich". Daarom willen we kiezen voor gemeenschapszin, voor een samenleving die niet wordt gedicteerd door de wetten van de markt, waarin menselijke waardigheid vooropstaat, waarin we de commercie uit de zorg halen en opkomen voor mensen die nu achterblijven. We willen een kabinet dat investeert in gelijke kansen voor iedereen, in onderwijs, in zorg, in recht voor iedereen, in meer zeggenschap over je buurt, je werk, de economie en grote politieke besluiten. Het liefst zie ik dat partijen die hierin willen investeren de krachten bundelen en samen op zoek gaan naar een meerderheid om dit te realiseren. Dit realiseren gaat ons inziens niet lukken door aan te mogen schuiven bij een partij die decennia lang verantwoordelijk is voor de grillen van de markt en een politiek van ieder voor zich. 

Mevrouw Schippers heeft heel wat koffie moeten wegwerken om te zien dat vrijwel alle partijen een of meerdere partijen uitsluiten, er samen niet uitkomen of op dit moment niet over opties willen spreken. Het blok op rechts zoekt een linkse aanhangwagen om een meerderheid mogelijk te maken. Ze gaan er blijkbaar van uit dat hun verbond op rechts heilig is en dat er zonder dit blok geen regering te vormen is. Ik waag dat te betwijfelen. Daarom heb ik de afgelopen week ook mijn nek uitgestoken, niet om te kijken wie er kan aanschuiven bij dit blok maar om een meerderheid te krijgen, een alternatief te zoeken en een impasse te doorbreken. Wat mij betreft blijft dat het onderzoeken waard, al besef ik dat geen enkele variant eenvoudig zal blijken te zijn, zeker na het debat van vandaag niet. 

Een nieuwe informateur biedt wellicht nieuwe kansen, een nieuwe kijk en hopelijk ook nieuwe combinaties die onderzocht kunnen worden. We steunen daarom het voorstel om Herman Tjeenk Willink te benoemen, al heeft het debat van vandaag het er voor hem waarschijnlijk niet makkelijker op gemaakt. 

Ik wens de nieuwe informateur en ons allen veel wijsheid, maar roep de Kamer tegelijkertijd op om nu niet op haar handen te gaan zitten. Veel mensen rekenen erop dat de Kamer ook in formatietijd niet blind is voor wat er in de samenleving speelt. Laten we de komende tijd dan ook blijven kijken wat we kunnen doen en waarin we kunnen investeren om problemen op te lossen. Denk aan de zorg, het onderwijs, de politie, de WSW, het eigen risico, enzovoorts. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Asscher. 

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. De verkiezingsuitslag maakt het moeilijk om een stabiel meerderheidskabinet te vormen. Dat wisten we op de avond van 15 maart en dat weten we nu. 

Twee weken geleden sloot ik het debat af met de conclusie dat er een patstelling dreigde, als gevolg van de heel goede sfeer tussen de vier partijen, VVD, CDA, D66 en GroenLinks, die waren vastgelopen, en het volstrekte gebrek aan openheid. Het beeld was dat er een heel principieel probleem lag of een inhoudelijk probleem, waar iedere coalitie nu eenmaal — dat ben ik met de heer Buma eens — oplossingen voor moet vinden. Vandaag zien we dat wat ik toen vreesde voor Gert-Jan Segers van de ChristenUnie, ook is gebeurd. Hij was niet alleen een pauzeact, maar hij was een pauzeact die niet eens het podium op mocht, voordat hij weer weg moest. Dat betekent dat we terug zijn bij de situatie van dat debat. 

Ik steun het voorstel van de VVD en de informateur om Herman Tjeenk Willink aan te wijzen als informateur, maar niet omdat het een PvdA'er is. Ik vind echter ook dat je dat niet tegen mensen moet gebruiken. Ik zal hem adviseren alsnog een poging te doen om de in dit debat geboden ruimte van GroenLinks, VVD en CDA te gebruiken om te bezien of er toch niet een constructievere poging kan worden gedaan tot het vormen van een logische maar ingewikkelde coalitie na de uitslag van 15 maart, hoe moeilijk dat ook is. Dat beseffen we allemaal. 

De heer Segers (ChristenUnie):

Voorzitter. De huidige formatie is buitengewoon complex. Dit vraagt om een nieuwe afweging van alle partijen, om nieuwe keuzes die kunnen leiden tot een nieuw kabinet. 

Ik heb in deze dagen met mijn soms zeer gemengde gevoelens regelmatig teruggedacht aan de afscheidsbrief van collega Samsom. Die brief is door u, mevrouw de voorzitter, voorgelezen bij zijn vertrek uit de Kamer in december vorig jaar. Hij herinnerde ons in die brief aan het lenteakkoord van 2012, waarbij de PvdA destijds langs de kant bleef staan terwijl andere partijen, waaronder de ChristenUnie, wel gingen samenwerken. Hij leerde toen, zo schreef hij in zijn brief, wat er van politici wordt gevraagd en dat is volgens Samsom — en ik citeer —: "Het vermogen om een eindje met elkaar op te lopen, om ook een deel van elkaars gelijk te accepteren, om taboes te slechten en om grenzen tussen coalitie en oppositie te doorbreken. Om het eigen electoraal belang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang". Diederik Samsom erkende in zijn brief dat het hem onvoldoende gelukt was om mensen te winnen voor de kracht van het compromis, van het met elkaar samenwerken in plaats van elkaar naar het leven staan. En toch, met zijn voorlopig laatste woorden hier in de Tweede Kamer moedigde Samsom ons allen en dus ook mij aan het te blijven proberen. Hij schreef: "Blijf elkaar zoeken. Blijf elkaar vinden. In het belang van de toekomst". 

Zijn woorden maakten toen in december vorig jaar indruk op mij en ik kan ze ook nu moeilijk naast mij neerleggen. Het is waar. Het is in het gesprek tussen collega Pechtold en mij de vorige week ons niet gelukt en dus ook mij niet gelukt om elkaar wel te vinden, maar dat doet niets af aan de wil van de ChristenUnie-fractie om anderen de hand te reiken en samen ons land beter te maken. Dat is wat ik vorige week wilde, wat ik nog steeds wil. Ik geloof niet in heilloze polarisatie maar wel in hoopvolle samenwerking. 

Na het beëindigen van de onderhandelingen met VVD, CDA, D66 en GroenLinks is de houding van de ChristenUnie-fractie er steeds een geweest van bereidheid om te onderhandelen mits we gewenst waren. En dat zou wat ons betreft een gesprek zonder voorwaarden vooraf zijn geweest. Dat heb ik ook aan de informateur meegedeeld. Het doel van het verkennende gesprek van vorige week was om te bepalen of de politieke wil en het onderlinge vertrouwen er waren om onderhandelingen te beginnen. Dat gesprek kreeg in mijn perceptie het karakter van pre-onderhandelingen, waarbij een scala aan inhoudelijke en voor ons aangelegen onderwerpen langskwam. Ik vond dat ontijdig omdat we met vier partijen zouden moeten onderhandelen en niet met twee partijen. Mijn conclusie was aan het einde van het intensieve gesprek dat er onvoldoende politieke wil was om de onderhandelingen met de ChristenUnie-fractie te starten. 

De formatie gaat nu een volgende fase in. Mijn fractie dankt de informateur voor het vele werk en steunt het voorstel van haar om met de heer Tjeenk Willink als nieuwe informateur een nieuwe ronde in te gaan en daarbij naar meerderheids- en minderheidsvarianten te kijken. De ChristenUnie-fractie wenst de nieuwe informateur veel sterkte en ons allemaal hier de moed en de wil om met elkaar te blijven samenwerken, want dat zijn we verplicht aan onze kiezers en dit prachtige land. 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Na 75 dagen rondjes om de kerk is er een patstelling ontstaan die alle reden geeft de formatie over een andere boeg te gooien. Een meerderheidskabinet lijkt onmogelijk, schrijft informateur Schippers in haar verslag, dat leest als het pamflet van een pessimist. Hoogste tijd om het pamflet van een optimist uit 2008 eindelijk uit de kast te laten komen, waarin Mark Rutte schreef dat een groen-rechtse koers zijn grootste ambitie was. Want alleen het overstijgende belang kan de impasse doorbreken. Een kansrijke inspiratie daarvoor kan gevonden worden in onconventioneel en onconfessioneel denken. Het seculiere kabinet-Pierson dat geheel uit liberalen bestond, stond bekend als het kabinet van de sociale rechtvaardigheid. Een liberaal kabinet dat onder meer zorgde voor diverse Kinderwetten, de Gezondheidswet, de Woningwet en de voorbereiding van het algemeen kiesrecht, inclusief het vrouwenkiesrecht dat dit jaar zijn eeuwfeest viert. Het was geen kabinet van louter partijgenoten. Het steunde op de oud-liberalen of Vrije Liberalen, de partijloze liberaal Cort van der Linden en de Liberale Unie van onder meer Pierson en Goeman Borgesius. Wat ons betreft is het kabinet-Pierson, het kabinet van de sociale rechtvaardigheid, een mooie inspiratiebron voor een nieuw kabinet. De SP heeft weliswaar de VVD uitgesloten, maar moet zeker open kunnen staan voor een heroverweging wanneer sociale rechtvaardigheid en groen beleid het uitgangspunt vormen. Ook de wens van collega Pechtold om een kabinet te formeren dat van links tot rechts op steun kan rekenen, komt daarmee in beeld. VVD, D66, GroenLinks, SP en de Partij voor de Dieren zijn bij elkaar goed voor 85 zetels in de Tweede Kamer en 38 in de Eerste Kamer, nog afgezien van mogelijke steun van 50PLUS en de Partij van de Arbeid. Zo geformeerd, kan het groenrechtse beleid vorm krijgen zonder dat de VVD voortdurend over de rechterschouder hoeft te kijken naar de klimaatontkenners in dit huis, die niet van vluchtelingen houden, maar tegelijkertijd wel medeveroorzakers zijn van de grootste vluchtelingenstroom uit de geschiedenis. We kunnen ons niet voorstellen dat een wijs, kundig en behendig man als de heer Tjeenk Willink voor een herhaling van zetten zal kiezen. Ik zal hem dan ook graag het Pamflet van een optimist van de heer Rutte sturen, samen met ons plan B, waarin ook staat dat wij voorts van mening zijn dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. 

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Allereerst mijn complimenten aan mevrouw Schippers. 50PLUS heeft de gesprekken met haar als uiterst constructief ervaren. We zijn ervan overtuigd dat ook de heer Tjeenk Willink een goede bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van een nieuw kabinet, maar ik mag toch hopen dat het geen vast gebruik wordt dat de vertrekkende informateur de volgende aanwijst. 50PLUS pleit ervoor dat bij een vertrekkende informateur, net als bij de start van de formatie, de Voorzitter de fractievoorzitters bijeenroept om te besluiten wie wordt benoemd en hoe we verdergaan. 

De afgelopen weken heb ik van mensen thuis gehoord dat ze niet begrijpen dat veel van mijn collega's elkaar uitsluiten, zeker als dat voorafgaand aan de verkiezingen niet duidelijk was. Je zult maar gestemd hebben op een van die nu uitgesloten partijen; je voelt je dan als kiezer buitenspel gezet. Daarom wil ik bijvoorbeeld van collega Pechtold weten of D66 kleine fracties zoals 50PLUS uitsluit. Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat 50PLUS niemand uitsloot en niemand uitsluit. 

De heer Pechtold (D66):

Het antwoord is nee. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik ben heel blij met dat antwoord. Ik herhaal toch nog even de uitspraak die de heer Pechtold afgelopen vrijdag deed. Toen zei hij voor de radio: voor D66 is het bespreekbaar om een stabiele meerderheid te vormen uit de zeven grootste partijen, behalve de PVV. Ik ben blij dat hij die woorden nu terugneemt. 

Daarbij zullen we allemaal moeten bewegen: zonder beweging geen vooruitgang. Wat ons betreft, komt er nu geen nieuwe gespreksronde met alle fracties. Laat de nieuwe informateur snel beginnen: laat hij de gesprekken starten en opdrachten geven aan combinaties van fracties. Zoals eerder gemeld, is 50PLUS graag bereid om constructief mee te werken. Het verheugt mij dat in de brief van mevrouw Schippers nu ook de mogelijkheid van een minderheidskabinet wordt genoemd. Wij suggereerden dat al in ons eerste advies, mocht een meerderheidskabinet binnen afzienbare tijd niet lukken. Overigens biedt de uitslag de mogelijkheid om te kiezen voor een variant zonder meerderheid en zonder minderheid: een motorblok uitgebreid met 50PLUS telt precies 75 zetels. Dat is genoeg om voorstellen krachtig te verdedigen en extra interessant voor de oppositie, waarmee dan meer rekening moet worden gehouden. 

Tot slot, 50PLUS steunt de aanstelling van de heer Tjeenk Willink als nieuwe informateur. Wij gaan ervan uit dat hij op zijn bekende wijze voortvarend, sturend aan het werk zal gaan. Laat deze informatieronde zo kort mogelijk duren, want het land is niet gediend met een Kamer zoals nu, met zo'n enorme lijst van controversiële onderwerpen. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Wat mooi. Zo kort na de verkiezingen, en al een kabinet geformeerd! Het kan! U begrijpt dat ik het heb over Curaçao. Maar voor ons land is het een ander beeld. Voorlopig wordt er meer gedebatteerd dan geformeerd. Kostbare tijd gaat ook verloren doordat tegenwoordig elke nieuwe stap in het formatieproces om een Kamerdebat vraagt. Dat werkt vertragend. 

Na het mislukken van de besprekingen met GroenLinks leek het voor de hand te liggen dat een kabinet met de ChristenUnie zou worden onderzocht. Dat is ook wat de SGP-fractie heeft geadviseerd in deze verkenningsronde. Zover is het helaas nog niet gekomen. Wat ons betreft, is het nog steeds de moeite waard om deze mogelijkheid serieus te onderzoeken. Ik heb al in het interruptiedebat met de heer Pechtold gewisseld dat ik de nieuwe figuur van de ongewenstverklaring die D66 heeft geïntroduceerd, niet fair en transparant vind, maar juist ondoorzichtig. Zoals het nu ging, is het niet alleen onheus tegenover de ChristenUnie, maar ook beledigend tegenover het CDA. Alsof het CDA wel zomaar de wietwet wil slikken, orgaandonaties zonder toestemming mogelijk wil maken en mee wil gaan in de klaar-met-levenplannen van D66! 

Hoe kijkt de informateur eigenlijk terug op deze bijzondere gang van zaken en op haar eigen rol hierin? Ik heb nog een tweede vraag aan de informateur. Blijft de conclusie van de vorige ronde nu wel staan, dat een formatie van enerzijds VVD en CDA en anderzijds GroenLinks niet mogelijk is? Of ligt alles weer open? Wat ons betreft, is er geen reden om die conclusie uit de eerste fase weer ter discussie te stellen. Formeren is niet alleen faseren maar toch ook elimineren, wil je vooruitgang boeken. 

Het lijkt de SGP-fractie een verstandig advies om in de gegeven patstelling een nieuwe impuls aan het formatieproces te geven door het stokje over te dragen aan een nieuwe informateur. We kunnen ons goed vinden in de keuze voor de vroegere onderkoning Tjeenk Willink, juist omdat de argumenten die mevrouw Schippers gaf niet zozeer met zijn partijkleur te maken hebben, maar met zijn lange ervaring, onafhankelijke opstelling en afstand tot de hedenHaagse partijpolitiek. Dat zijn inderdaad precies de waarden die in het delicate formatieproces royaal aan hun trekken moeten komen. Laten we hopen dat de wijsheid van de grijsheid hier nieuwe wegen kan vinden! Ik dank informateur Schippers voor alle verkenningen en haar eindverslag. 

Niet alleen een nieuwe informateur, maar ook een nieuwe methode in deze fase kan helpen. Ik noem gerichte combinaties van partijen uitnodigen. En het kan ook helpen om het visnet eens aan de andere kant van de boot uit te werpen door bijvoorbeeld VVD en CDA een proeve van een regeerprogramma te laten schrijven en daarna te bezien welke steun hiervoor bij andere partijen te vinden is. Wat de SGP betreft, is het goed dat eerst de mogelijkheden voor een meerderheidskabinet daadwerkelijk beproefd worden. We voelen er niets voor om gemakkelijke uitsluitingen of ongewenstverklaringen te belonen met het mogelijk maken van een minderheidskabinet. 

Vanuit Curaçao kwam nog een tip voor een Nederlandse formatie. Zoom niet alleen in op de verschillen, maar kijk juist ook naar de overeenkomsten in formatiegesprekken. Met dat recept kon daar een coalitie met drie partijen gesloten worden. Dan moet dat in Nederland met vier of vijf partijen toch ook kunnen lukken. 

Laat ik met een lichtpunt eindigen. Het duurt lang. Dat is niet voor het eerst. Het verhaal gaat — ik citeer prof. Van den Berg — dat W. Drees sr. in 1956 tegen een door een ellelange duur van een formatie langzaam wanhopig geworden Koningin Juliana zou hebben gezegd: Ach, Majesteit, uiteindelijk komt er altijd een kabinet. 

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Ik wil om te beginnen de informateur bedanken voor haar vergeefse pogingen om in deze fase de informatieronde tot een goed einde te brengen. Inmiddels zijn er al 75 dagen voorbij. Dat zijn 75 dagen waarin er niet is gewerkt aan oplossingen voor de werkdruk van docenten in het onderwijs, oplossingen voor de enorme zorgkosten en het torenhoge eigen risico, of oplossingen voor de armoede, voor discriminatie, racisme en andere vormen van uitsluiting. 

De mensen in het land willen dat deze uitdagingen worden aangepakt, maar de politiek zit al 75 dagen verstrengeld in een hardnekkige impasse. De politiek permitteert het zich om meer dan twee maanden lang te kissebissen, af te tasten en perspraatjes te houden, terwijl het aan de politiek is om hoop, visie en perspectief te bieden. Daar komt de gevestigde politieke orde niet aan toe. De redenen die de heren daarvoor hebben, zijn eigenlijk niet meer relevant. Zij willen het gewoon niet. Maar het land moet vooruit. De combinatie met de ChristenUnie wordt geblokkeerd. Een combinatie met de PVV wil niemand. Bij een combinatie met GroenLinks zijn er inhoudelijke blokkades. Een combinatie zonder de VVD is niet realistisch. 

Wat wordt er dus gedaan? Er wordt een nieuwe informateur voorgesteld, een informateur van PvdA-huize, om die ene optie, die Mark Rutte net de "vierde route" noemde, misschien toch voor elkaar te krijgen. Dit is de optie van de PvdA. Maar Lodewijk Asscher speelt hard to get. Minister Dijsselbloem riep gisteren al in Het Financieele Dagblad: wij sluiten onszelf uit; wij hebben vaak het land gered, maar nu gaan we de partij redden. De PvdA stelt het partijbelang nu dus boven het landsbelang. 

DENK vindt daarom dat de eerste stap in de nieuwe informatieronde moet dienen om duidelijkheid te krijgen van de PvdA. Want dat is op dit moment de enige werkbare route voor een meerderheidscoalitie van vier partijen. Om deze gesprekken soepel te laten verlopen, kan DENK zich volledig vinden in de keuze voor Herman Tjeenk Willink als informateur. Hij is een man met een schat aan ervaring, die weet hoe je impasses moet overbruggen. 

Wij wensen wel dat dit snel gebeurt, graag zelfs binnen een week. Want als vervolgens blijkt dat deze mogelijkheid er niet is, als de PvdA niet wenst deel te nemen aan een coalitie met het motorblok, dan is er eigenlijk nog maar één werkbare optie, namelijk een minderheidscoalitie. Een minderheidscoalitie zal uiteindelijk leiden tot een regeerakkoord op hoofdlijnen, gecombineerd met deelakkoorden die berusten op meerderheden in beide Kamers: een arbeidsmarktakkoord, een zorgakkoord, een pensioenakkoord, een antidiscriminatieakkoord en ga zo maar door. Het motorblok moet dan nu al constructief zoeken naar meerderheden in beide Kamers. DENK zou in dat geval de coalitie, het motorblok, ertoe oproepen om zich niet blind te staren op alleen de SGP of de ChristenUnie. Er zijn zo veel meer partijen in de Kamer die constructief kunnen samenwerken dan alleen de conservatieve garde. Dan denk ik natuurlijk in de eerste plaats aan DENK, maar ook aan de collega's van de Partij voor de Dieren, 50PLUS, GroenLinks en de SP. Op deze manier hoopt DENK dat er zo snel mogelijk oplossingen komen voor de problemen in ons land, want dat verdient Nederland. 

De heer Baudet (FvD):

Voorzitter. Op 15 maart waren er verkiezingen. Het is nu 30 mei. De formatie in de achterkamertjes duurt dus al tweeënhalve maand voort, waarbij die wel met die wil en die dan weer niet met die en waarbij wordt gezegd: als jij gaat met hem, wil ik niet met jou. In paniek heeft men nu toevlucht gezocht tot kartelkardinaal Tjeenk Willink, een man die zich al meer dan 40 jaar in de achterkamertjes ophoudt en die al meedraaide in de tijd van Den Uyl. Is er in de huidige generatie politici niemand die de koe bij de hoorns kan vatten? Dat is blijkbaar niet het geval. Dat zegt iets over de kwaliteit van de mensen die in het huidige systeem naar boven komen. Dat zegt iets over het politieke stelsel dat blijkbaar is vastgelopen en dat onvoldoende frisse gezichten toelaat. Daarom moeten we iets nieuws gaan omarmen. De luiken moeten open. 

Juist hierom is Forum voor Democratie opgericht. Wij willen de noodzakelijke upgrade van ons politieke stelsel vormgeven. We reizen immers ook niet meer met de stoomtreinen uit 1848 en versturen onze brieven ook niet meer per postkoets. Ideaal zou zijn om de bevolking direct de minister-president te laten kiezen. Maar zolang die maatregel die we hebben uitgewerkt in ons verkiezingsprogramma nog niet is doorgevoerd, is er een tussenvorm mogelijk, namelijk uit ons eigen midden een formateur aanwijzen, zoals we als parlement ook een Kamervoorzitter benoemen. Alle Kamerleden kunnen zich dan kandideren en in twee blinde stemrondes kiezen we dan iemand uit. Eerder hebben wij al geopperd dat iemand als Pieter Omtzigt in onze ogen een uitstekende kandidaat zou zijn voor deze functie. 

In het voorstel van Forum voor Democratie stemmen wij ook als parlement over de grote thema's die nu spelen: immigratie, EU, eigen risico in de zorg. Wij stippelen hoofdlijnenbeleid uit. Dan zijn er geen controversieelverklaringen en geen vaste allianties, waarbij via uitruil verkiezingsbeloftes worden geslachtofferd. De door ons als Kamer aangewezen premier stelt vervolgens een ministersploeg met vakmensen samen, die op basis van deze door ons via algemene stemmingen aangereikte stippen op de horizon beleid gaat maken. Een kenniskabinet dus, met praktijkmensen en verfrissende oplossingen! Er is geen enkele staatsrechtelijke reden om dit niet te doen. Er is ook geen enkele praktische reden om dit niet te doen. Vernieuwing, open luiken, onorthodoxe oplossingen; dit zijn precies de zaken die we nu nodig hebben in Nederland en in Den Haag. 

De vraag is dus: waarom gebeurt dit niet? Het antwoord: de baantjescarrousel van het partijkartel. De machtspartijen hebben allemaal partijbaronnen die vinden dat ze aan de beurt zijn voor een positie in het kabinet. Bovendien hopen de mensen op de lijst die helaas net niet in de Kamer zijn gekomen dat huidige Kamerleden het kabinet in gaan, zodat er via doorschuiven nieuwe Kamerzetels beschikbaar komen. 

Ook zouden deze nieuwe mensen uit de praktijk staand beleid onbevangen gaan bekijken en doodgezwegen fouten uit het verleden kunnen tegenkomen. Zij doen immers niet mee met doofpotpraktijken en zij kunnen wel eens gaan kijken onder de tapijten. Dat brengt de positie van het kartel in gevaar. 

Zo houden de bestaande belangen van de gevestigde politiek de noodzakelijke vernieuwing tegen. De oproep van FvD aan de rest van de Kamer is simpel. Spring over uw schaduw heen, houd op met deze poppenkast en kies voor een kenniskabinet in plaats van een kartelkabinet. 

De voorzitter:

Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van een democratisch gekozen parlement, waarvan de heer Wilders ook lid is. Ik begrijp dat mevrouw Schippers direct kan antwoorden. Het woord is aan de informateur. 

Mevrouw Schippers:

Voorzitter. Het was mijn opdracht om meerderheidsvarianten voor een volgend kabinet te onderzoeken. Ik rond die opdracht af met de conclusie dat op dit moment iedere geopperde variant stuit op bezwaren van op zijn minst een van de betrokken partijen. Dat is de feitelijke situatie die wij moeten markeren, maar niet accepteren als eindpunt. Ik zie dit als ieders eerste positie. Wij hebben immers te maken met een uiterst complex politiek landschap, waardoor vier partijen nodig zijn voor een meerderheidscoalitie. Er is een combinatie van partijen nodig die in staat is grote politieke tegenstellingen te overbruggen. Dat heeft tijd nodig. 

Tegelijkertijd hebben veruit de meeste fractievoorzitters aangegeven een sterke voorkeur te houden voor een meerderheidscoalitie. Dan zal er toch moeten worden bewogen. Mijn advies is dan ook gericht op beweging. Ik herhaal mijn optimisme dat dat mogelijk is. Een tussenfase is nodig. Vanaf dit punt belanden we niet in één volgende ronde op het bordes. Ik stel in de kern drie dingen voor om de beweging in een tussenstap op gang te krijgen. 

Ten eerste adviseer ik de opdracht te verbreden. Een meerderheidscoalitie heeft de voorkeur van bijna iedereen, maar we hebben niet de luxe om nog langer een minderheid uit te sluiten. Met het advies dat ik heb gegeven over voldoende draagvlak in het parlement sluit ik aan bij de formatie van 1972-1973. Dat was de laatste keer dat het niet mogelijk was om met maximaal drie partijen een meerderheid te vinden. 

Ten tweede adviseer ik zonder voorwaarden vooraf in combinaties van partijen aan tafel te gaan. Iedere denkbare coalitie begint met een open gesprek. Een andere mogelijkheid is er niet. 

Tot slot adviseer ik minister van staat Tjeenk Willink deze volgende ronde te laten begeleiden. 

Met mijn conclusies en dit advies rond ik mijn opdracht af. Ik dank alle fracties voor hun vertrouwen en alle fractievoorzitters voor de intensieve gesprekken, de vele kopjes koffie die zij met mij hebben willen drinken en de gesprekken die nodig waren om mijn opdracht goed te kunnen uitvoeren. Ik dank de staf hartelijk voor zijn inzet. 

Ik heb één vraag gekregen, namelijk van de heer Van der Staaij over het tweegesprek tussen de fractievoorzitters van D66 en de ChristenUnie. Dat tweegesprek heeft plaatsgevonden op verzoek van beide partijen. Voordat ik dat gesprek aanging, heb ik eerst bij beide partijen geverifieerd of er een positief mandaat was voor een gesprek. Een viergesprek heeft nooit tot de mogelijkheden behoord, niet voor, niet tijdens en niet na dit tweegesprek. En weet u wat de situatie is? Fractievoorzitters gaan uiteindelijk zelf over de posities die zij innemen. Natuurlijk heb ik drieënhalfuur uur lang geprobeerd om de verbinding te krijgen, om oplossingen te zoeken, om voorstellen te doen, maar die ruimte heb ik eenvoudigweg niet kunnen vinden. Die ruimte was er in mijn opinie ook niet in een andere setting, op dit moment, zeg ik er expliciet bij. Net zo goed is die ruimte er op dit moment niet bij anderen voor verschillende andere meerderheidscoalities. Omdat er bij de meesten van u in de Kamer wel een sterke voorkeur is voor meerderheidscoalities adviseer ik dus ook nu een tussenfase waarin een en ander in combinaties van partijen kan worden verkend. 

Dank u wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn. Dan geef ik nu het woord aan de heer Rutte namens de VVD. 

De heer Mark Rutte (VVD):

Voorzitter. Ik zou graag deze gelegenheid aangrijpen om een motie in te dienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

kennisgenomen hebbende van het eindverslag van informateur Schippers en het daarin opgenomen advies met betrekking tot de kabinetsformatie; 

neemt de inhoud van dit advies over; 

wijst Herman Tjeenk Willink aan tot informateur met als opdracht om, met inachtneming van dit verslag, de mogelijkheid te onderzoeken van een kabinet dat in voldoende mate op steun in de volksvertegenwoordiging kan rekenen, hierin zowel de mogelijkheden van een meerderheidskabinet als een minderheidskabinet in welke vorm dan ook mee te nemen, daarbij aan te geven op welke wijze dit tot stand kan komen en hierover verslag uit te brengen aan de Kamer met een advies over de voortgang van de kabinets(in)formatie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mark Rutte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 20 (34700). 

Ik kijk even of er nog mensen behoefte hebben aan een tweede termijn. Niemand? Dan zijn wij aan het eind gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. 

Voordat ik ga schorsen, wil ik een woord van dank uitspreken aan de informateur. Namens de Kamer dank ik u zeer voor uw bereidheid om eerst als verkenner en later als informateur uw verantwoordelijkheid te nemen. Wij zijn u daar zeer erkentelijk voor en wensen u veel succes straks met uw demissionaire status als minister. Wij zullen u hier zeker weer terugzien. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.