Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 36, item 10

10 Studiefinanciering BES

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Aanpassing van onder meer de Wet studiefinanciering BES met het oog op codificatie van de ontstane uitvoeringspraktijk van de studiefinanciering BES, verruiming van het toepassingsbereik van de studiefinanciering BES naar Canada en doorvoering van diverse technische verbeteringen en kleine beleidsmatige wijzigingen (Aanpassingswet studiefinanciering BES) ( 34331 ).

De voorzitter:

Er hebben zich zes sprekers aangemeld voor deze wetsbehandeling. Wij beginnen met de heer Van Meenen van D66.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Na de tweede nota van wijziging van de minister op dit wetsvoorstel zitten we nu in de eigenaardige situatie dat we vooral gaan debatteren over amendementen op de Wet studiefinanciering, terwijl het wetsvoorstel zelf niets meer verandert aan de wet. Sowieso wil ik de minister vragen of zij het met mij eens is dat het niet zo netjes was om de boeteverhoging op het niet-inleveren van de ov-jaarkaart zo te verstoppen in de Wet studiefinanciering op de BES-eilanden. We hebben hier dus vandaag een debat dat eigenlijk gaat over het amendement van CDA en VVD. Zij willen ex-studenten straffen voor het feit dat de overheid en de NS deze systemen niet op orde hebben. Mijn fractie vindt dat niet netjes. Deze mensen zijn net afgestudeerd en hebben het al niet zo breed, en dan ga je ze zo pesten, terwijl we allemaal weten dat hooguit 10% van hen misbruik maakt van de ov-jaarkaart.

Tegen het CDA zeg ik: ik hoop dat jullie originelere manieren bedenken om plannen voor de terugkeer van de basisbeurs te financieren dan dit plan om het over de ruggen van oud-studenten te doen. Tegen de VVD zeg ik dat ik niet begrijp hoe de VVD eerst voorstander kan zijn van het niet-verhogen van de boete, en vervolgens wel voorstander wordt van het verhogen van de boete. Maar goed, dat mag de heer Duisenberg straks aan ons allemaal gaan uitleggen.

De heer Rog (CDA):

Ik zal me niet laten verleiden tot een discussie over het leenstelsel dat dankzij D66 geïntroduceerd is. Ik wil de heer Van Meenen een vraag stellen. Wat is de reden dat de heer Van Meenen van D66 vindt dat hoogopgeleide studenten die onterecht een ov-kaart blijven bezitten, niet de daadwerkelijke kosten daarvan zouden moeten dragen? Ik ken D66 als een partij die inzake arbeidsmarktfraude of uitkeringsfraude juist roept: we moeten het uitzoeken! Als hiervan 10% aantoonbaar misbruik maakt, dan is dat toch een reden om dat aan te pakken?

De heer Van Meenen (D66):

Er is ook een boete, maar zolang de overheid zelf faalt in het geven van voorlichting aan studenten over het eindigen van hun ov-jaarkaart, gaat het in onze ogen niet aan om kosten te verhalen op studenten die daar te goeder trouw in zijn en die, uiteraard ten onrechte, hun ov-jaarkaart nog niet hebben opgezegd.

De heer Rog (CDA):

Dit is een interessant punt. Nu hebben we twee zaken. De heer Van Meenen zegt: de overheidscommunicatie moet beter. Ik ben dat met hem eens en ik kan hem verklappen dat ik daarover twee moties zal indienen, die ervoor zorgen dat die communicatie voortaan op orde is. Tegelijkertijd heeft de heer Van Meenen het over een boete. We zien echter dat de waarde van de kaart hoger ligt dan die zogenaamde boete waar hij het over heeft.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Rog (CDA):

Mijn vraag is of de heer Van Meenen het eerlijk vindt ten opzichte van andere ov-reizigers dat oud-studenten goedkoper dan een trajectkaart hun studentenreisproduct kunnen blijven gebruiken, terwijl die andere ov-reizigers het volle pond betalen.

De heer Van Meenen (D66):

Wat D66 onrecht vindt, is dat er boetes uitgedeeld worden voor iets wat vooral te wijten is aan het falen van de overheid zelf. Blijkbaar heeft het CDA daar geen problemen mee, maar wij hebben dat wel.

De heer Duisenberg (VVD):

Negen van de tien studenten zetten gewoon uitstekend op tijd hun kaart stop. In het onderzoek van ResearchNed zeggen zij dat dat komt doordat zij gewoon weten dat je hem zelf moet stopzetten. Daar zijn zij namelijk goed over geïnformeerd. Is de heer Van Meenen dan van mening dat de overheid heeft gefaald?

De heer Van Meenen (D66):

Ik vind inderdaad dat de overheid faalt. In heel veel gevallen, namelijk 90%, waarin de kaart niet op tijd wordt stopgezet, is duidelijk dat dat te wijten is aan communicatiefouten en niet aan bewust misbruik.

De heer Duisenberg (VVD):

ResearchNed geeft een opsomming van bijna een bladzijde, met alle verschillende communicatiemomenten en zegt eigenlijk dat er uitgebreid wordt gecommuniceerd: via meerdere kanalen worden de studerenden hierop geattendeerd, studerenden krijgen doorgaans via e-mail een melding dat er een bericht klaarstaat, twee maal ontvangen de studerenden hierover een melding van DUO en een volgende melding ontvangen ze nog een maand voordat het product stopgezet moet worden. Ik kan nog heel lang doorgaan over wat er wordt gedaan, maar nog steeds zegt de heer Van Meenen dat studenten slecht worden geïnformeerd, terwijl negen van de tien de kaart uitstekend op tijd stopzetten en zeggen dat gewoon te weten.

De heer Van Meenen (D66):

Het feit dat de overheid je meldt dat er een bericht voor je klaarstaat, is net zoiets als de bank die meldt dat er berichten voor je klaarstaan. Dat is niet direct een uitnodiging om die berichten ook te gaan openen. Er worden talloze berichten verstuurd. Waar het om gaat — daar wordt van verschillende kanten op gewezen — is dat je echt actief en persoonlijk bericht krijgt en dat gebeurt allemaal niet. Dat is de ene kant. De voorkeur van D66 heeft echter uitdrukkelijk dat de kaart gewoon automatisch stopgezet wordt. Dat moet anno 2016/2017 toch mogelijk zijn?

De heer Beertema (PVV):

Moeten we dan concluderen dat het feit dat 90% zich wel aan die wet houdt stom toeval is, dat dat dat mensen zijn die het licht zien en die zich toch maar aan de wet houden en dat ding stopzetten? Of moeten we concluderen dat we hier gewoon te maken hebben met cultuurrelativisme in de praktijk? Dat bijna grenst aan racisme, mag ik er even aan toevoegen. Want zijn die mensen nou echt zo dom dat ze dit niet zien, mijnheer Van Meenen? Kom nou toch op!

De heer Van Meenen (D66):

Nee, zeker niet. Zo dom zijn ze niet. Wat dit nu te maken heeft met racisme, ontgaat me helemaal. Blijkbaar moet dat voor de PVV altijd even in een debat, want anders hebben we voor niets geleefd. Nou ja, hier kan ik geen antwoord op geven.

Ik heb een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat je als je geen gebruikmaakt van je ov-product ook geen boete betaalt. Dat lijkt me wel zo eerlijk. Het probleem — het is al eerder aan de orde geweest — zit niet bij de ex-studenten. Het probleem zit aan de kant van de overheid en de NS. Dat het anno 2016, bijna 2017, nog steeds niet mogelijk is om het product automatisch stop te zetten of het online stop te zetten, is heel raar. Laten we er gewoon voor zorgen dat het reisproduct automatisch stopt. Dan hebben we deze hele discussie over boetes niet meer nodig. Als dat niet kan, kunnen we toch ten minste gewoon inzien hoeveel gebruik iemand heeft gemaakt van het product en hem daarvoor al dan niet laten betalen.

De heer Rog (CDA):

Dit is heel interessant. Ik ben het hiermee wel eens, hoor. Ik zal ook met een motie komen waarmee ik wil bevorderen ...

De voorzitter:

Mijnheer Rog, aan de interruptiemicrofoon hoeft u niet te vertellen met welke moties u straks gaat komen. Aan de interruptiemicrofoon moet u een interruptie plegen.

De heer Rog (CDA):

Ik interrumpeer de heer Van Meenen, dus ik zeg dat ik het met hem eens ben. Maar nu verbeteren we de communicatie. Ik vind het wonderlijk dat de heer Van Meenen desondanks kennelijk nog steeds het amendement afwijst dat wij indienen. Daarin staat dat er, nadat de communicatie is verbeterd, gewoon een faire boete na één maand komt van ten minste het bedrag van de werkelijke kosten. Kan de heer Van Meenen uitleggen waarom hij dit dan nog steeds afwijst?

De heer Van Meenen (D66):

Dat zijn de gemaakte reiskosten. Ik dien een amendement in waarin staat: als er geen kosten zijn gemaakt, dus het product feitelijk niet is gebruikt, dan volgt er ook geen boete. Ik suggereer dat als je nog niet zover bent dat het allemaal online of automatisch kan worden stopgezet, je zou kunnen kijken naar het feitelijk gebruik. Dan ga je dus geen boete, maar gewoon het gebruik dat er was in rekening brengen. Dat lijkt me fair. Dat is echt iets anders dan een boete die voor iedereen hetzelfde is, dus ongeacht of je hebt gefraudeerd, of volkomen te goeder trouw hebt gehandeld.

De heer Rog (CDA):

Ik ben erg benieuwd naar de reden voor D66 om dit te doen. De heer Van Meenen legt dus nu een hoop extra administratieve lasten neer bij de partij die gewoon verantwoordelijk is voor de uitvoering. Studenten en oud-studenten zijn toch zelf verantwoordelijk? In het gros van de gevallen weten ze dat goed en nemen ze die verantwoordelijkheid ook. Wat is er in de heer Van Meenen gevaren waardoor hij die studenten ineens wegzet als een stelletje zielenpieten, als mensen die het allemaal niet begrijpen?

De heer Van Meenen (D66):

Dat doe ik helemaal niet. Voor mij is dan weer onbegrijpelijk dat er hier in de Kamer een paar partijen is waar men koste wat het kost studenten wil beboeten, ook studenten die geen enkele blaam treft vanwege zeer gebrekkige communicatie van de overheid. Voor die communicatie is de overheid, dus uiteindelijk wij en ook de partij van de heer Rog, verantwoordelijk.

De heer Mohandis (PvdA):

Voorzitter. Begin dit jaar hebben we een discussie gevoerd over het wel of niet verhogen van de boete op het niet stopzetten van de ov-kaart. Die boete is er en die is fors. In de media is indertijd gesproken over alternatieven en ook over het huidige systeem. De heer Van Meenen heeft al verwoord hoe je dat systeem, ook via mogelijkheden online, zou kunnen verbeteren. Maar ook de voorlichting liet te wensen over. Uit het rapport van ResearchNed, maar ook uit signalen die wij eerder kregen, bleek heel duidelijk dat een en ander te wensen overlaat en dat het strakker, persoonlijker en gerichter kan.

Op verzoek van mijn fractie hebben we destijds het debat hierover uitgesteld. We zeiden toen: laten we, voordat we harde conclusies trekken, eerst even kijken hoe dat onderzoek kan worden gedaan op een ordentelijke manier. Er lag ook een amendement van ondergetekende en mijn collega Duisenberg waarin werd voorgesteld om die verhoging niet toe te staan. Ik trek dit amendement nu officieel in, omdat er een nota van wijziging ligt waarin niet meer wordt gesproken over een verhoging van de boete. Het gaat om amendement 34331, nr. 8. Dit amendement is dus nu overbodig. Immers, uit de nota van wijziging blijkt dat men heeft geluisterd naar de motivatie. Het niet op tijd stopzetten van de ov-kaart heeft namelijk met allerlei zaken te maken. Slechts bij 10% van de studenten die de kaart niet op tijd stopzetten, kan worden gezegd dat het daarbij om strategisch gedrag gaat.

Nu wordt bekeken hoe die communicatie kan worden herzien. Ook het ISO en de LSVb zijn daarbij betrokken. Het systeem moet klantvriendelijker worden. Ik weet als oud-student dat de ov-kaart vroeger via het postkantoor werd verstrekt. Dat was allemaal heel overzichtelijk. Maar tegenwoordig moet je bij het beëindigen van de ov-kaart naar een station gaan. Er zal maar geen station zijn in je gemeente. Je moet dus naar een station toe om daar een handeling te verrichten. Jongens, het is 2016! Ik zie dat de woordvoerders van die ouderwetse partijen nu zitten te lachen, maar dit zou toch ook gewoon online moeten kunnen? Dat zouden die woordvoerders toch met mij eens moeten zijn? Maar zij stellen nu maar even voor om een boete op te leggen.

Collega's Rog en Duisenberg komen met een amendement om de boete gewoon voor iedereen te verdubbelen. De onderbouwing daarvan ontgaat mij, want in het amendement van collega's Rog en Duisenberg staat ook dat iemand die geen gebruik van de ov-kaart heeft gemaakt, wordt beboet. Dan denk ik: waarom zou je iemand beboeten die aantoonbaar geen gebruikmaakt van de ov-kaart? Ik vraag de minister of wij trouwens kunnen inzien of iemand wel of niet heeft gereisd. Je gaat je ook bijna afvragen waarom iemand bij het controleren van de kaartjes geen melding van de conducteur krijgt als hij of zij afgestudeerd is en nog een ov-kaart heeft. Kortom: het systeem anno 2016 moet stukken beter. Als we het systeem veranderen, is de boete in de toekomst waarschijnlijk helemaal overbodig. Ik ben voor gerichte communicatie, maar het gaat mij veel te ver om in de blessuretijd van deze kabinetsperiode alle studenten een trap na te geven door de boete te verdubbelen.

Uit het onderzoek uit juni blijkt ook duidelijk dat dat nergens voor nodig is. Wij zullen in tweede termijn met twee moties komen. In de ene motie wordt gevraagd om de boete niet te verhogen. Dat is dus het tegenovergestelde van het amendement van collega's Rog en Duisenberg. In de andere motie vragen we om te bekijken hoe we anno 2016 een alternatief systeem kunnen invoeren. Jongens, kom op, het zou toch vreemd zijn als studenten die naar het buitenland vertrekken, hun ov-kaart niet online kunnen stopzetten, maar naar een of andere laadpaal moeten gaan? Dat is ooit zo bedacht door een paar technici, maar die regeren dit land niet. Daar weiger ik me dus bij neer te leggen.

Tot slot nog een vraag. De minister heeft in de brief van 17 juni aangekondigd om afspraken met de studentenorganisaties te maken over de verbetering van de communicatie en om te kijken naar maatregelen om juist het kleine deel van de afgestudeerden aan te pakken dat bewust strategisch gedrag vertoont bij het niet stopzetten van de ov-kaart. Ik vraag aan de minister hoe het daarmee staat en waar dat nu staat. Hebben die gesprekken plaatsgevonden? Wanneer kan de Kamer iets verwachten? Ik herhaal: wij zullen nooit en te nimmer instemmen met deze boeteverhoging, die heel slecht onderbouwd is in het amendement en die ook geen recht doet aan het onderzoek waarom mede door collega Duisenberg is gevraagd.

De voorzitter:

Heb ik goed begrepen dat u het amendement op stuk nr. 8 intrekt?

De heer Mohandis (PvdA):

Dat is dus het amendement van ...

De voorzitter:

Van de leden Mohandis en Duisenberg.

De heer Mohandis (PvdA):

Ja, dat is het goede amendement, voorzitter.

De voorzitter:

Het amendement-Mohandis/Duisenberg (stuk nr. 8) is ingetrokken.

De heer Duisenberg (VVD):

Ik vond het een vrij warrig betoog, zelfs zo warrig dat ik de conclusie van de heer Mohandis niet begrijp. Als hij consistent is, zou hij de boete helemaal moeten afschaffen.

De heer Mohandis (PvdA):

Als we een fantastisch systeem hadden, had dat gekund. Nu is er een forse boete van bijna €200. Mijn voorstel is: laten we het systeem veranderen en dan spreken over een boeteverhoging voor de groep die de ov-kaart heel bewust niet stopzet. Maar de heer Duisenberg draait het om. Hij zegt: we gaan de boete aan iedereen geven en als mensen te goeder trouw hebben gehandeld, dan zal ons dat worst wezen. Dat is wat ik hoor uit de mond van collega Duisenberg.

De heer Duisenberg (VVD):

De heer Mohanis heeft het onderzoek gekregen waar hij om heeft gevraagd, maar zijn conclusie leidt tot het voortzetten van een heel inconsistent beleid. In het verleden pleitte hij nog voor een getrapte verhoging; ik heb hier een artikel waarin dat staat. Dat was heel consistent. Dat stellen de heer Rog en ik ook voor. Maar nu laat de heer Mohandis de boete op €100 staan. Wij stellen voor om de boete in de eerste maand te verlagen en hem na die maand te verhogen. Dat is de vertrapte verhoging, waar de heer Mohandis destijds zelf voor heeft gepleit. Nu — ik weet het, 15 maart nadert — zegt hij: ik wil geen boeteverhoging. Of wees consistent met het verhaal van vandaag en zeg: ik wil helemaal geen boete, want ik vind het zo zielig en die studenten kunnen niks. Dat is onzin: in de meeste gevallen zijn het hoogopgeleide afgestudeerden. Kom dan met een voorstel om de hele boete in te trekken. Leg dat dan ook uit aan alle belastingbetalers, want het gaat wel om publieke middelen. Of blijf bij het voorstel van de getrapte verhoging, waar de heer Mohandis eerder zelf voor pleitte.

De heer Mohandis (PvdA):

Als we een getrapt systeem zouden kunnen invoeren dat is gericht op de groep die aantoonbaar misbruik maakt — dat is heel moeilijk te controleren, helaas — dan zou ik daar heel erg geïnteresseerd in zijn. Maar u pakt hiermee ook de groep studenten van wie is gebleken dat zij geen strategisch gedrag vertonen. Ik ben dus consistent. Uw naam stond onder het amendement, mijnheer Duisenberg, en nu niet. Ik heb een heel consistente lijn. Ik begrijp niet helemaal waar u naartoe wilt. Ik probeer juist heel consistent te blijven redeneren. We hebben gevraagd om een onderzoek. We hebben daarin geen gelijk gekregen. Daaruit blijkt toch dat er een groep is die aangeeft dat dat systeem anders moet; dat is in ieder geval de conclusie die ik daaruit haal. Volgens mij is dat dus de eerste stap die we moeten zetten. Als we naar een getrapt systeem gaan, dan moet dat gericht zijn op die groep die bewust misbruik maakt. Het moet niet zijn "iedereen effe een boeteverhoging", want dat vind ik een vorm van "15 maart is dichtbij; laten we effe streng zijn met zijn allen".

De heer Rog (CDA):

Ik heb dat onderzoek dat de minister van de heer Mohandis heeft moeten laten uitvoeren bij me. Ik lees daarin over een student die, nadat hij een paar keer met DUO heeft gebeld om te vragen of de boete die hij moet betalen echt maar €97 is en of er echt geen bijkomende kosten zijn, de ov-kaart, die hij onterecht heeft, houdt om daar per maand €200 mee te verdienen. Wat is het argument voor de heer Mohandis om dit te legitimeren? Hoe legt hij dat uit aan andere openbaarvervoerreizigers?

De heer Mohandis (PvdA):

Die boete is fors: die is afgerond bijna €200. Volgens mij wordt het niet ontkend dat die ov-kaart soms bewust niet wordt stopzet, maar het gaat om ongeveer 10%. De vraag is dus hoe je die groep het effectiefst aanpakt. Wat u voorstelt, is niet effectief. U zegt in uw amendement gewoon heel vrolijk of heel serieus dat dat voor iedereen geldt, ook voor degenen die geen gebruik hebben gemaakt van het systeem. Maar zolang het systeem hier geen inzicht in verschaft, vind ik een boeteverhoging een heel verkeerd begin om het probleem op te lossen. Laten we het systeem veranderen. Laten we allerlei zaken zoals online of op afstand uitchecken, mogelijk maken. Als we dat op een zorgvuldige manier doen en die boete handhaven, dan kunnen we die groep uiteindelijk gericht aanpakken.

De heer Rog (CDA):

Ik constateer dus dat de Partij van de Arbeid en D66 vinden dat hoogopgeleide studenten gebruik mogen blijven maken van hun ov-kaart nadat zij het recht op die kaart hebben verloren, terwijl andere treinreizigers het volle pond moeten betalen. Ik vind dat niet uit te leggen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Rog (CDA):

Waarom spreekt de heer Mohandis steeds over een "boete"? Het gaat over de werkelijke kosten van het ov-recht, die andere ov-reizigers ook moeten betalen.

De heer Mohandis (PvdA):

Omdat iedereen over een boete spreekt. Als je daar een andere benaming aan wilt geven, krijg je weer een heel semantische discussie. Ik deel de conclusie van de heer Rog niet. Ik kan dat ook niet concluderen uit wat de heer Van Meenen heeft gezegd. Het gaat erom dat je serieus kijkt naar het systeem. Er is een boete, die moet worden betaald en studenten zijn hoogopgeleid, maar dat kan niet het enige argument zijn om achterover te leunen en te denken "laten we de boete dan maar verdubbelen". Wat de indieners hiermee zouden moeten beogen, namelijk dat die groep wordt aangepakt, wordt daar niet mee bereikt, want hiermee pak je juist iedereen. In dat opzicht vind ik het voorstel dat u doet onrechtvaardig.

Ik kom in mijn tweede termijn met twee moties. Een daarvan gaat over het niet verhogen van de boete, in tegenstelling tot wat de collega's Rog en Duisenberg voorstellen.

De heer Duisenberg (VVD):

Voorzitter. Het zal u niet zijn ontgaan: het belangrijkste discussiepunt bij dit wetsvoorstel heeft betrekking op de ov-kaart voor studenten. Enerzijds is het duidelijk: je hebt een recht om gratis met het ov te reizen, dat wordt bekostigd uit publieke middelen, en als dat na vijf jaar ophoudt, moet je net als ieder ander gewoon betalen voor je ov. Dat is simpel. Het zou onrechtvaardig zijn als dit niet zo was. Anderzijds begrijp ik ook wel dat je enorm baalt als je vergeten bent je kaart stop te zetten en je een boete krijgt van €97. Je wist het, maar toch ben je het vergeten of je hebt de berichten gemist. Waarom kan de kaart niet automatisch stoppen, denk je dan. Maar er zijn ook studenten of ex-studenten die bewust hun kaart laten doorlopen, omdat het goedkoper is om een boete van €97 te betalen dan zelf voor het ov te betalen. Gecalculeerd misbruik, noem ik dat.

Ik wil nog even stilstaan bij hoe het werkt. Studenten krijgen een ov-kaart waarmee ze door het hele land kunnen reizen. Deze ov-kaart heeft een waarde van €340 per maand. Dat is meer dan €4.000 per jaar. Dus zij krijgen een gratis reisrecht bij vijf jaar ter waarde van €20.000. De totale publieke middelen voor studenten-ov lopen op van 0,75 tot 1 miljard euro. Je kunt de kaart heel eenvoudig aanvragen bij DUO. Daar staat tegenover dat je de kaart weer stopzet als je reisrecht verloopt. Dit wordt uitgebreid uitgelegd. Daarnaast wordt de student vervolgens ook nog op allerlei extra andere manieren geïnformeerd. Negen van de tien studenten zeggen hun reisproduct prima op tijd op. Dus dan werkt het allemaal prima zoals het bedoeld is. De reden die zij bijna allemaal opgeven volgens het onderzoek van ResearchNed is: je weet gewoon dat je het reisproduct zelf moet opzeggen. Zo simpel is het, mijnheer Mohandis.

Er is ook een groep die de kaart niet op tijd stopzet. Van deze groep zet de helft binnen een maand de kaart alsnog stop. Dan is er nog een laatste restgroep die het reisrecht nog veel langer gratis laat doorlopen. Hier is het motief in veel gevallen calculerend, strategisch en financieel. Dus denk ik dan: wat te doen met die boete? Want die werkt niet voldoende preventief. Het is de verantwoordelijkheid van de student om het reisproduct stop te zetten. Dat is klip-en-klaar. Op de site van DUO staat dat overal. Net zoals de minister dit verwoordde in de nota naar aanleiding van het verslag is het principieel dat onterecht bezit van het studentenreisproduct per definitie onwenselijk is. Het meest eenvoudige is hier de oplossing te pakken die de minister in eerste instantie in haar wetsvoorstel had. Dat is gewoon een heel eenvoudige maatregel, namelijk de boete vanaf dag één verhogen naar €150. Want, zo stelde de minister, gezien de huidige hoogte van dit bedrag is het te vaak lonend om het reisproduct niet stop te zetten.

De studentenorganisaties vonden deze boete van de minister disproportioneel. Zij wilden een getrapte boete van bijvoorbeeld eerst €50 oplopend naar €150. Nu ik de onderzoeken van ResearchNed heb gezien begrijp ik dat gevoel wel. Daarom stelt de VVD samen met het CDA nu ook een getrapte boete voor. Voor de eerste maand hebben we een zeker begrip. We verlagen de boete van €97 naar €75. Daarna gaat de boete omhoog naar €150, simpelweg om misbruik te voorkomen. We verzachten hiermee het eerdere voorstel van de minister, die de boete vanaf dag één wilde verhogen. Hiermee doen we recht aan het principe dat onterecht bezit onwenselijk is, maar we doen ook recht aan het gevoel bij studenten die in eerste instantie de deadline van het stopzetten even hadden gemist en enorm balen van die boete. De prikkel tegen gecalculeerd misbruik moet er echter zo spoedig mogelijk uit.

Tot slot: nog betere informatie is natuurlijk altijd een goed idee. Het zou ultiem het mooiste zijn als de kaart helemaal automatisch stopt en te laat stopzetten helemaal tot het verleden gaat behoren.

De heer Mohandis (PvdA):

Ik kan mij nog een quote herinneren van de heer Duisenberg eerder dit jaar toen allerlei collega's hierover werden bevraagd — volgens mij was het in het AD of op Nu.nl — waarin hij aangaf dat het hem iets te snel ging. Dan heb ik het over de verhoging van de andere boete. Hij stelde voor om eerst andere dingen uit te proberen. Dat was ongeveer wat hij zei. Ik constateer dat hij eigenlijk zegt dat die andere dingen ook belangrijk zijn, maar dat we eerst even de boete moeten verdubbelen om daarna die andere dingen te doen. Dat vind ik een verkeerde volgorde. In het amendement staat ook het zinnetje "ongeacht of gebruik is gemaakt van het reisrecht". Vindt hij het gerechtvaardigd om oud-studenten een dubbele boete te geven — dus een verdubbeling van wat het nu is — terwijl zij geen gebruik hebben gemaakt van het reisrecht? Is dat gerechtvaardigd, gelet op zijn eerdere uitspraken dit jaar?

De heer Duisenberg (VVD):

Ik heb eerder dit jaar hetzelfde gezegd als wat ik nu zeg. Ik zal aangeven wat de reden is om dit amendement in te dienen. Ik heb eerder dit jaar gezegd dat ik niet principieel tegen een verhoging van de boete ben. Als jij de verantwoordelijkheid hebt om dat ding in te leveren of stop te zetten, moet je gewoon een boete betalen. Eerder dit jaar vond ik de redenatie, de manier waarop de minister dat deed, een schot hagel en niet helemaal doordacht en voldoende onderbouwd. Zij wilde het namelijk vanaf dag één met €150 verhogen. Daarom was ik ook wel blij met het onderzoek dat de heer Mohandis heeft aangevraagd en dat nu voor ons ligt. Daaruit blijkt dat er verschillende redenen voor zijn. Dat is ook de aanleiding waarom ik nu zeg dat we een genuanceerder voorstel kunnen doen, waarbij je in eerste instantie een lagere boete betaalt dan in ons eerdere voorstel. Wij stellen voor dat de boete in de eerste maand wat omlaag gaat. Daar heb ik dan coulance of begrip voor het feit dat je het vergeten bent. Het uitgangspunt is namelijk dat het klip en klaar de verantwoordelijkheid van de hoger opgeleide student is om die kaart stop te zetten. Dat is ook het antwoord op de vraag van de heer Mohandis. Daarom is dit een redelijk voorstel. Dit is het getrapte voorstel waar de studenten in eerste instantie om gevraagd hebben en waar de heer Mohandis ook voor was.

De heer Mohandis (PvdA):

Volgens mij hebben studenten gevraagd om een getrapt voorstel. Dat klinkt interessant, maar het is niet gericht op de groep die daar bewust misbruik van maakt. Dat zou je bijvoorbeeld kunnen regelen om te bezien wie er wel en wie geen gebruik maakt van die kaart. Zo ver zijn we niet; dat geef ik toe. De systemen laten dat anno 2016 niet toe.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Mohandis (PvdA):

Mijn vraag is of de heer Duisenberg het gerechtvaardigd vindt dat het voorstel voor iedereen, over de gehele linie, geldt. De heer Duisenberg noemt het een getrapt voorstel. Dat vind ik niet fair. Ik vind het onrechtvaardig. Hij kan niet zeggen dat studenten of studentenorganisaties dat ook willen, want die wilden echt iets anders.

De heer Duisenberg (VVD):

De studentenorganisaties hebben gezegd dat zij een getrapt voorstel willen. Zij willen €50 in de eerste maand om daarna naar €150 te gaan. Dat is wat zij hebben gezegd. Wij komen nu op €75. Dat was ook voor iedereen. Ik vind het terecht dat het voor iedereen is, omdat ik hier twee dingen heel belangrijk vind. In de eerste plaats ligt de verantwoordelijkheid bij de student. Of het nu bewust is of niet bewust, het is een hoogopgeleide student. Ik heb het zojuist voorgerekend. Je hebt vijf jaar lang een gratis ov-reisrecht gehad, dus op kosten van ons allemaal, €4.000 per jaar. Heb je dat ontvangen? Heel fijn. Daar wordt echter één ding tegenover gezet en dat is de eigen verantwoordelijkheid van de hoogopgeleide student om dat ding stop te zetten. Iedereen weet dat apparaat te vinden, dus zo moeilijk is dat niet. Het tweede dat ik heel belangrijk vind — en dat is cruciaal — is dat wat mij betreft liefst morgen de boete dermate hoog wordt gesteld dat het voor al die calculerende studenten echt niet meer loont.

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. Ik beperk mij tot het meest in het oog springende onderdeel van deze wet. De SP vindt het goed dat de minister op aandringen van de Kamer en de studentenbonden onderzoek heeft gedaan naar de redenen waarom de ov-kaart niet door iedereen op tijd wordt stopgezet. We vinden het nog beter dat zij de boeteverhoging op dit moment niet wil doorzetten. Natuurlijk, een oud-student moet zijn verantwoordelijkheid nemen, maar dat doet niet iedereen. Maar er is eerst nog werk te verrichten door DUO en de onderwijsinstellingen. Daarna kan een oud-student pas effectief worden aangesproken.

Uit het rapport blijkt dat een meerderheid van de oud-studenten niet goed wist dat het product stopgezet had moeten worden. Dat blijkt best begrijpelijk te zijn. Het onderscheid tussen het stopzetten van studiefinanciering en van het studentenreisproduct is niet duidelijk, constateerden de onderzoekers. Volgens hen is er onduidelijkheid over de feitelijke afstudeerdatum. De officiële einddatum van de studie is niet altijd duidelijk en wordt soms verward met de datum van de diploma-uitreiking. Dat geldt zeker als hier een langere periode tussen zit of als de afstudeerdatum met terugwerkende kracht wordt bepaald. De onderwijsinstelling geeft de afstudeerdatum wel door aan DUO, maar niet aan de studerende in kwestie. Ook in het mbo hebben ze daar last van. Dan zal de oud-student dus tot zijn stomme verbazing opeens een boete op de mat vinden.

Ook gegevens op het reisproduct kunnen misleidend zijn. Als een ov-chipkaart is geblokkeerd of verlopen, denkt men dat het studentenreisproduct automatisch is stopgezet. Ik ga ervan uit dat de minister het ermee eens is dat de oud-student recht heeft op goede en vooral eenduidige informatie, maar die ontbreekt nogal eens. Is de minister dat met de SP-fractie eens? Zo ja, welke maatregelen gaat zij nemen voor betere informatieverstrekking?

De vraag blijft waarom de ov-studentenkaart niet automatisch kan worden stopgezet wanneer een student afstudeert. Dan zijn al deze boetes sowieso overbodig. Kan de ov-kaart na afstuderen niet op een soort zwarte lijst komen of onbruikbaar worden, zoals de onderzoekers suggereerden? Dat zou de SP-fractie helemaal een goede oplossing vinden. Hierover hoor ik graag de mening van de minister. Heeft zij al contact met hen laten opnemen?

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. Ik geef toe dat de minister heeft gekozen voor een wat roekeloze invoering door meteen vanaf de eerste maand €150 boete op te leggen. Het is goed dat de heer Mohandis nog even een onderzoek heeft gevraagd. Er zijn veel interessante dingen uit dat onderzoek naar voren gekomen, onder andere dat het leeuwendeel van alle studenten de kaart keurig op tijd inlevert. 90% van de studenten weet ook dat men zelf de kaart moet stopzetten. 10% van de studenten levert de kaart bewust niet in, om er voordeel van te hebben. Uit onderzoek blijkt dat een hogere boete ook van invloed zou zijn op het aantal studenten dat de ov-studentenkaart tijdig zou stopzetten. Een hogere boete leidt dus tot eerder stopzetten.

Het is glashelder dat er oud-studenten zijn die calculerend gedrag vertonen. Dat kun je ze ook niet kwalijk nemen. Er was een student die navroeg of de boete die thans €97 is, echt de enige kostenpost is en die daarna zijn ov-kaart niet stopzette, om er voordelig gebruik van te blijven maken, maar volstrekt onterecht, omdat hij geen student meer was. In dat prachtige onderzoek dat de heer Mohandis heeft laten opleverden, rekende een andere student voor dat hij nu werkt en een reiskostenvergoeding krijgt, maar dat hij dankzij het niet stopzetten van de studentenkaart €200 per maand verdient. Dat is hartstikke mooi voor de betrokken oud-student.

Er zijn partijen in deze Kamer die dat calculerende misbruik willen faciliteren. Deze partijen stellen tijdens andere debatten dat fraude niet mag lonen. Dat doet D66 bijvoorbeeld bij Sociale Zaken. Deze partijen willen de opsporing daarvan intensiveren. Die partijen zijn nu bevangen door verkiezingskoorts en proberen nu in het gevlei te komen bij studenten, die zij daarmee eigenlijk wegzetten als lieden die kwetsbaar zouden zijn en beschermd moeten worden omdat zij niet zouden begrijpen dat zij zelf ook een verantwoordelijkheid hebben. Uit het onderzoek blijkt echter dat zij precies weten wat hun verantwoordelijkheid is. En gelukkig maar, want het zijn allemaal hoogopgeleide mensen.

Mevrouw Siderius (SP):

Wij weten dat het CDA niet zo van reisproducten voor studenten houdt. Dat is ondertussen wel duidelijk. De heer Rog maakt zich heel erg druk over de 10% die het studentenreisproduct mogelijk expres houdt. Waarom maakt de heer Rog zich niet druk over de 90% die wel een boete krijgt maar er zich door de onduidelijke informatie van DUO niet van bewust is dat dit product voor een bepaalde tijd moet zijn ingeleverd? Dan zou hij zich daar toch ook druk over moeten maken?

De heer Rog (CDA):

Dat doe ik wel degelijk. Voordat mevrouw Siderius mij tot de orde riep, heb ik volgens mij al in de interruptie aangekondigd dat ik daar samen met de heer Duisenberg in twee moties aandacht voor zal vragen.

Mevrouw Siderius (SP):

Dan zou het wel netjes zijn als de heer Rog hier ook zegt wat zij gaan doen voor die 90%. Wat is het precieze voorstel dan? Gaat de heer Rog ervoor zorgen dat het reisproduct automatisch voor alle studenten wordt stopgezet? Mij lijkt dat wij het dan helemaal niet meer over boetes hoeven te hebben.

De heer Rog (CDA):

Dat is precies wat wordt beoogd met een van de twee moties die ik zal indienen. Ik heb aanleiding om te vermoeden dat de minister zal zeggen dat dit niet zal werken, want anders had zij daar zelf al wel voor gezorgd, maar dat is inderdaad wel de hoofdintentie die wij zouden moeten hebben. In antwoord op de interruptie van mevrouw Siderius kan ik vast aankondigen dat mijn andere motie verband houdt met een punt dat studenten naar mijn mening terecht naar voren hebben gebracht, namelijk dat zij voldoende en op tijd geïnformeerd willen worden. Met name bij de eerste boete worden zij thans niet onverwijld geïnformeerd. Ik zou dat willen aanpassen. Daartoe heb ik dus een motie opgesteld. Volgens ons voorstel worden studenten twee keer gewaarschuwd. DUO informeert hen dat het reisproduct stopgezet moet worden. Het amendement van de heer Duisenberg en mij strekt er overigens toe dat de boete wordt verlaagd voor de eerste twee periodes van twee weken. In die periode wordt hun nogmaals meegedeeld dat de boete er is en dat zij het reisproduct moeten inleveren. Doen zij dat dan niet, dan geldt de eigen verantwoordelijkheid, mevrouw Siderius. Na die twee perioden van twee weken, dus met ingang van de derde periode, gaat de boete naar het niveau van de daadwerkelijke kosten. Wij spreken hier van een boete, maar wij brengen gewoon de kosten in rekening bij degene die het product onterecht in bezit heeft.

Mevrouw Siderius (SP):

Stel dat een student onomstotelijk kan bewijzen dat hij of zij niet heeft gereisd nadat de studie werd afgerond. Je kunt tegenwoordig gewoon inloggen en dan kun je zien wat je hebt gedaan. Dat kunnen studenten dus ook. Is het CDA dan bereid om te zeggen dat die student die boete dan niet hoeft te betalen? Dat zou immers niet eerlijk zijn.

De heer Rog (CDA):

Het is wel leuk dat mevrouw Siderius dit koppelt aan de uitspraak dat dat niet eerlijk zou zijn, maar ik heb nieuws voor mevrouw Siderius. Wij zijn in dit huis om regels te maken. De regel die wij nu maken, is dat studenten een reisproduct krijgen dat eindigt op het moment waarop de studie is afgelopen. Wij zorgen ervoor dat DUO dat op tijd en duidelijk aan de student meldt. Maken zij onverhoopt een vergissing, dan krijgen zij respijt en betalen zij een zeer beperkt bedrag, namelijk de helft van de daadwerkelijke kosten. Dat gebeurt zelfs tot twee keer toe, namelijk twee keer voor twee weken. Daarna moet hij of zij de daadwerkelijke kosten betalen. Ik weet niet wat daar niet eerlijk aan is. De regel is: je levert hem in en daarna volgt het in rekening brengen van de daadwerkelijke kosten. Ik zie niet in wat daar niet eerlijk aan is.

Oud-studenten mogen van de Partij van de Arbeid en D66 best onder de daadwerkelijke kosten gebruik blijven maken van een reisrecht waarover zij eigenlijk niet meer beschikken. Deze partijen zouden eens aan Nederland mogen uitleggen waarom alle andere Nederlanders wél het volle pond mogen betalen voor openbaar vervoer, maar uitgerekend hoogopgeleide twintigers uit de wind worden gehouden. De studentenorganisaties willen deze verworvenheid natuurlijk niet kwijt. Ik snap dat wel. Uitkeringsgerechtigden echter die een baan vinden, zouden ook liever hun uitkering daarnaast behouden.

Tegelijkertijd vind ik dat studentenorganisaties een punt hebben over de communicatie. Ik heb het net al bij interruptie gezegd, maar zeg het nu ook nog een keer. We lazen dat DUO — we lazen dit in het onderzoek van mijnheer Mohandis — soms onduidelijke aanhefregels hanteert en in de informatie pas laat communiceert dat studenten een boete hebben gekregen voor het onterecht bezitten van dat ov-reisproduct. Het CDA ziet het liefst — ik zeg dit tegen mevrouw Siderius — dat de ov-studentenkaart automatisch stopt nadat het recht op deze kaart vervalt. Ik zal daartoe samen met de heer Duisenberg een motie indienen. Bovendien denken wij dat de communicatie beter kan, mocht automatische stopzetting onverhoopt niet mogelijk blijken. Het amendement van CDA en VVD in combinatie met deze moties levert een evenwichtige benadering op die gecalculeerd misbruik voorkomt. Dat is ook een taak van de overheid!

De heer Mohandis (PvdA):

De vergelijking met uitkeringsgerechtigden gaat niet op, want het waren juist de Partij van de Arbeid en D66 die een heel constructief voorstel hebben gedaan om te kijken hoe bijverdienen mogelijk is zonder te beboeten. Het zou mooi zijn als de CDA dit gaat omarmen, maar dat is een andere discussie. De vergelijking gaat niet op.

De heer Rog heeft het vooral over het aanpakken van die calculerende studenten. Dat is de kern van zijn betoog. In reactie daarop zeg ik: waarom pakt hij dan ook de studenten aan die kunnen aangeven dat ze niet hebben gereisd? De heer Rog zegt namelijk in zijn amendement: ongeacht of er gebruik is gemaakt van het reisrecht. Hij haalt daarmee zijn eigen betoog onderuit.

De heer Rog (CDA):

Ik denk niet dat het fijn is als ik ga herhalen wat de reden is. Ik heb dat in interruptie en in mijn eigen termijn al gedaan.

De heer Mohandis (PvdA):

Ik zet het even scherp. Uw amendement focust zich op iedereen. In het amendement zegt u dat het in het bezit hebben van de kaart, het in de binnenzak hebben, zonder hem te hebben gebruikt, zonder hem te hebben ingecheckt, ook beboet moet worden. Is dat rechtvaardig?

De heer Rog (CDA):

Ik zal het nu nog een keer zeggen: wij hebben in Nederland regels. Studenten krijgen een ov-reisrecht gedurende vijf jaar; dat is heel erg lang. Op enig moment gaat DUO de student vertellen dat het reisrecht stopt. 90% van de studenten let dan op, weet het en levert de kaart in. Vervolgens is er een klein deel dat dat niet doet en daarvan is er weer een deel dat dit, calculerend, bewust niet doet. De heer Duisenberg en ik willen het deel van die groep dat het niet bewust doet, tegemoetkomen en verlagen de boete gedurende de eerste maand. Overigens zal daardoor 50% van de te oud-studenten die de kaart te laat inleveren met ons voorstel beter af zijn dan met dat voorstel van de linkse partijen die het allemaal maar willen laten waaien en in het gevlei willen komen bij studenten. 50% van de "te-laat-inleveraars" zal dankzij ons amendement beter af zijn. Zij leveren in de eerste maand alsnog de kaart in en betalen in die eerste maand een lagere boete dan in het voorstel van de minister.

De heer Mohandis (PvdA):

Als ik naar dat onderzoek kijk, snap ik dat laatste echt niet. Dit is weer zo'n aanname. Er wordt gekeken naar de eerste maand, zonder daarbij te zeggen dat in de tweede maand de boete gewoon wordt verdubbeld. De heer Rog zegt dat hij zo trots is op dat ov-reisrecht. Ik zal hem er in de komende jaren aan houden om dat ov-reisrecht voor alle studenten in Nederland te garanderen. Zij zullen daar zeker op letten.

De voorzitter:

Wij zijn nu aan het einde gekomen ...

De heer Rog (CDA):

Staat u mij nog een opmerking toe, voorzitter.

De voorzitter:

Ik hoorde geen vraag meer.

De heer Rog (CDA):

Nee, maar de heer Mohandis staat hier een beetje campagne te voeren en dan ken ik er zelf ook nog wel een paar. Meneer Mohandis, een basisbeurs levert meer op dan een beperking van het ov-recht.

De voorzitter:

Nu zijn we wel aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik zie dat de minister direct aan haar eerste termijn kan beginnen. Het woord is daarom nu aan onze minister van OCW.

Minister Bussemaker:

Voorzitter. Laten we vaststellen dat de ov-kaart voor studenten een groot goed is en dat de studenten dat zelf ook vinden. Zij hebben in het kader van het studievoorschot hard gevochten voor het behoud van die ov-kaart. Verder is het van belang om vast te stellen dat we moeten proberen om de kosten terug te vorderen op mensen die zo'n kaart oneigenlijk gebruiken of bewust uit zijn op calculerend gedrag. Zoiets geldt voor studenten net zo goed als voor andere burgers, daar wil ik geen misverstand over laten ontstaan. De suggestie dat wij studenten niet zouden aanpakken maar andere burgers wel, vind ik ook oneigenlijk. Het is mijn uitgangspunt dat er maatregelen moeten komen tegen studenten die de ov-kaart oneigenlijk gebruiken. Dat was ook mijn uitgangspunt bij het oorspronkelijke voorstel.

Aan het begin hadden wij hier een debat over. Ik stelde de Kamer daarin voor om de boete te verhogen. Via een amendement op initiatief van de twee coalitiefracties, in casu van de leden Mohandis en Duisenberg, gaf de Kamer toen aan dat dat onterecht en te snel zou zijn. Vervolgens heb ik ResearchNed onderzoek laten doen. Daaruit is gebleken dat het probleem niet alleen ligt bij studenten die deze kaart bewust op een verkeerde manier gebruiken, maar dat er ook nog wat schortte aan de voorlichting. Ik trek mij dat aan. Ik vind dat de studenten heldere voorlichting moeten krijgen en dat zij zich ook bewust moeten kunnen zijn van het feit dat zij iets moeten doen. De meeste studenten doen dat netjes, wat ook terecht werd gememoreerd. Een groep van 10% doet dat echter niet.

Eerder ging de discussie over hoe we ervoor kunnen zorgen dat de goeden niet onder de kwaden lijden. Volgens mij is dat de kern van het debat. Ik heb goed naar de Kamer geluisterd. Indachtig het amendement-Mohandis/Duisenberg en wat de Kamer hier eerder en verder over heeft ingebracht, en indachtig de resultaten van het onderzoek van ResearchNed, heb ik geconcludeerd dat mij het volgende te doen staat: ik moet er samen met DUO voor zorgen dat de informatievoorziening aan studenten wordt verbeterd, voordat wij de boete gaan verhogen. Dat is wat ik nu doe; niets meer en niets minder. Ik sta daarom open voor verdere stappen, als we de goeden beter van de kwaden zullen kunnen onderscheiden. Naar mijn vaste overtuiging is hetgeen ik nu doe, volledig in lijn met het amendement van de heren Mohandis en Duisenberg.

Ik stel vast dat studenten nu ook op verschillende manieren en op verschillende momenten worden geïnformeerd over de noodzaak van stopzetting. Hoe worden studenten nu geïnformeerd? De heer Van Meenen en mevrouw Siderius vroegen daarnaar. Veel Kamerleden, ook de heer Mohandis, vroegen of het allemaal niet simpeler kan en of we studenten niet nog preciezer kunnen informeren.

De heer Duisenberg (VVD):

Ik wil de minister een heel simpele vraag stellen. Hoe lang duurt het om die informatievoorziening te verbeteren?

Minister Bussemaker:

Dat gaat nog wel even duren, want dat is knap ingewikkeld. Dat was eigenlijk de kern van het onderdeel waarover ik nu wilde vertellen. Hier wordt gevraagd waarom we er niet gewoon voor kunnen zorgen dat een ov-kaart aan het eind van de studieperiode automatisch wordt stopgezet. Ik snap die suggestie heel goed. Ik ben het helemaal met de Kamer eens dat dit de meest logische optie zou zijn. Dan kan er nooit meer iets gebeuren. De tweede optie is om de informatie te verbeteren. Daar zijn wij mee bezig, maar ook dat is helaas niet zo simpel als we misschien denken.

De heer Duisenberg (VVD):

Mag de minister eerst even dat stuk over die informatie ... Ik wil eerst even horen waarom dat nou niet simpel is.

De voorzitter:

Heel graag. Als u weer gaat zitten, gaat de minister verder. Ga uw gang.

Minister Bussemaker:

Ik wilde aangeven hoe we studenten nu informeren. Indien de einddatum van de opleiding bij DUO bekend is, wordt de studerende in oktober of november van het daaraan voorafgaande jaar gewezen op de verplichting om het reisproduct tijdig stop te zetten. Daarnaast krijgen studerenden een maand voordat het reisproduct stopgezet moet worden hierover nogmaals een bericht. Ook krijgen studerenden die hun studiefinanciering via Mijn DUO stopzetten direct de melding dat het reisproduct stopgezet moet worden bij een ophaalautomaat. De heer Mohandis had het daarover. Dit wordt herhaald in de bevestigingsmail van Mijn DUO die studerenden vervolgens ontvangen. DUO controleert maandelijks of de student nog staat ingeschreven. Als de student niet staat ingeschreven en het studentenreisproduct niet op tijd heeft stopgezet, krijgt de studerende een bericht van DUO waarin wordt geadviseerd het reisproduct stop te zetten.

Naast deze persoonlijke berichtgeving wordt op andere manieren de noodzaak van het tijdig stopzetten van het reisproduct onder de aandacht van studerenden gebracht. Zo wordt de wijze waarop het reisproduct kan worden stopgezet duidelijk uitgelegd op de website van DUO en op de website www.studentenreisproduct.nl. Verder krijgen 260.000 studenten vier keer per jaar een nieuwsbrief waarin hier aandacht aan wordt besteed. Ook zendt DUO maandelijks een bericht via Twitter richting de DUO-volgers, met daarin de oproep het reisproduct tijdig stop te zetten bij een ophaalautomaat. Ten slotte informeren de studentenorganisaties hun achterban hier regelmatig over en hebben de openbaarvervoerbedrijven op hun websites en in hun folders informatie opgenomen over de verplichting om het reisproduct tijdig stop te zetten.

We doen dus al heel veel. Studenten moeten die informatie op vele manieren kunnen lezen. Het grote probleem is dat de meeste van die berichten gestuurd worden naar Mijn DUO. Ze komen indirect bij studenten aan. Zij horen alleen dat ze naar Mijn DUO moeten gaan en krijgen niet direct een boodschap waarin staat dat ze nu moeten handelen. Dat zou ik het liefste doen. Dat kan echter niet, omdat ik dan met allerlei regelingen over privacygevoeligheid te maken heb. Ik mag dat niet zomaar doen. Het is dus niet zo simpel als we misschien denken.

Om het verhaal compleet te maken ga ik ook in op vorderingen. Als er daadwerkelijk een vordering bestaat, volgt er een beschikking waarin het ontstaan van de schuld wordt vermeld, de reden ervan en hoe je een hogere schuld kunt voorkomen. Als de student nog studiefinanciering ontvangt, wordt de vordering verrekend. Als er geen betalingen meer zijn, wordt een betalingsverzoek gestuurd. Bij geen reactie volgt een herinnering. Wanneer er nogmaals niet wordt gereageerd, volgt een aanmaning. Bij verhoging van de schuld begint deze cyclus opnieuw, elke keer weer.

In het kader van de voorlichting vroeg de heer Van Meenen of het bericht niet iets minder algemeen kan en of de student niet gewoon een bericht kan krijgen via e-mail, whatsapp, sms of wat dan ook, met daarin: "U moet nu wel iets doen, want anders krijgt u een boete." Ik zou zeggen: kon dat nu maar. Ik heb aangegeven in mijn brief van juni dat ik bezig ben om de communicatie te verbeteren. Aan die communicatie, zo zeg ik ook tegen de heer Duisenberg, wordt momenteel gewerkt samen met DUO, de vervoerders en de studentenorganisaties. Onderdeel daarvan is om te bezien of een notificatiebericht minder algemeen kan. Thans verhindert de privacywetgeving dat nog. Wij mogen studenten niet zomaar een mail of sms sturen met de boodschap: pas op, u krijgt een boete als u nu niets doet. Het is overigens ook niet zo dat een student opeens een vordering krijgt opgelegd. Voordat het zover is en ook als de vordering al is opgelegd, krijgt de student herhaaldelijk bericht. We hebben dus een heleboel manieren om studenten te informeren.

De heer Mohandis vroeg of we bij studenten die de ov-kaart niet opzeggen — dat gebeurt al dan niet bewust; de een zegt de ov-kaart niet op omdat de informatievoorziening niet voldoet, de ander doet het misschien bewust niet — kunnen zien of zij hebben gereisd met hun ov-kaart. Nee, DUO kan die gegevens zelf niet inzien. Als dat wel zou kunnen, zou het ook makkelijker zijn. Dan zou je namelijk makkelijker kunnen achterhalen of een oud-student echt calculerend verdrag toont om misbruik te maken van de ov-kaart. Als DUO die gegevens wel wil inzien, moeten die individueel opgevraagd worden. Het gaat hier om 100.000 studenten per jaar en DUO zou die studenten dan een heel jaar lang elke twee weken moeten blijven volgen.

Belangrijker is nog dat wij het ook niet wenselijk zouden vinden, omdat de overheid dan zeer gedetailleerd het reisgedrag zou gaan volgen van een enorme groep burgers. Laten we niet vergeten dat de studenten meer dan 30% van de ov-reizigers zijn. De studenten zijn dus cruciaal voor het voortbestaan van alle ov-partijen. Het zou, vanwege alle wetgeving en advisering op het gebied van privacy, niet lukken om zo'n groot deel van de reizigers onderhevig te maken aan een zeer vergaande gegevenscheck.

Verschillende leden, onder wie de heer Mohandis, de heer Van Meenen, de heer Rog en mevrouw Siderius, hebben gevraagd waarom er geen automatische beëindiging kan plaatsvinden. Dat is een cruciale vraag. Ik zei al dat dat de absolute voorkeursoptie is. Het zou het simpelst zijn als wij in staat zouden zijn om met de ov-partijen te zeggen: als u stopt met uw studie, leidt dat automatisch tot het stopzetten van de ov-kaart. Dat kan helaas niet om technische redenen. Kon dat maar! Daar wil ik heel graag met de ov-partijen over praten. Ook hiervoor geldt dat het om een enorm grote groep reizigers gaat. De ov-vervoerders schatten namelijk dat jaarlijks van maar liefst 160.000 studenten het gebruiksrecht van de ov-kaart verloopt. Dat is een enorm aantal.

Nu is het zo dat onterecht bezit van het studentenreisrecht na twaalf maanden eindigt met het stopzetten van de ov-kaart. Na die tijd komt de kaart op de zogenaamde black list van de ov-vervoerders. 10% van de oud-studenten die hun reisrecht niet bijtijds stopzetten, houdt dit de volle twaalf maanden in bezit. Zo veel zijn dat er. Het systeem van de black list is technisch zeer complex. Ov-vervoerders hanteren dat ook om bijvoorbeeld gestolen kaarten of kaarten waarmee wordt gefraudeerd uit het ov te weren en ongeldig te maken. Wordt een op de black list belande kaart tegen een paaltje aangehouden, dan wordt het abonnement dat onterecht in bezit is, verwijderd. Zo werkt het nu.

Het systeem is volgens de ov-vervoerders oorspronkelijk niet bedoeld om het studentenreisrecht te verwijderen van kaarten van oud-studenten. Dat is jammer. Je zou kunnen zeggen: als we het toen beter bedacht hadden met elkaar, waren we nu misschien heel veel stappen verder geweest. We kunnen heel veel met techniek, maar we kunnen niet alles. We moeten ontzetten oppassen dat we daarmee systemen ook niet helemaal gek maken. Ik heb daar als verantwoordelijk minister voor DUO ervaring mee. Ik weet hoe ingewikkeld dat is. Ik ben blij dat DUO het heel goed doet, dat wij tot de beste uitvoerders behoren. En dat wil ik ook zo houden. Ik wil ook niet het hele openbaar vervoer in de war schoppen.

Kortom, ik vind dit de principieel meest wenselijke optie. Ik zou ook heel graag willen dat het kan. We moeten daarnaar streven. Maar wat ik nu niet wil, is dat zolang we dat nog niet kunnen en zolang we ook die informatievoorziening nog niet 100% op orde hebben, de goeden onder de kwaden gaan lijden. We moeten ons, wat dat betreft, niet laten afleiden. Ik vind ook dat dat we, wat dat betreft, ons niet moeten laten afleiden van waar het om gaat: een goede ov-voorziening voor studenten. We moeten studenten erop blijven wijzen dat als ze afstuderen, ze hun ov-kaart moeten inleveren. We moeten de informatievoorziening daarover verbeteren. Als die informatievoorziening verder verbeterd is, staat wat mij betreft ook de mogelijkheid open om meer te differentiëren, en dus ook om een hogere boete toe te passen. Volgens mij is dat ook in lijn met het verzoek dat de Kamer ruim een halfjaar geleden heeft gedaan. Op dat moment gaan we dus over tot een verhoging van de boete.

De heer Rog (CDA):

Ik blijf mezelf verwonderen over het feit dat het kennelijk niet mogelijk is om een ov-studentenreisproduct automatisch stop te zetten, terwijl de minister en de hele Kamer dat willen. Maar dat is dan de werkelijkheid waarmee ik heb te leven. We gaan gewoon die motie wel indienen. De minister zegt dat de informatievoorziening zal worden verbeterd. 90% weet het al, dus dat is al helemaal goed. Toch zal het nóg beter worden. Wanneer heeft de minister dat op orde? Zou het dan helpen als wij ons amendement zodanig wijzigen dat daar een reële datum aan gekoppeld wordt waarop de minister haar informatievoorziening op orde moet hebben?

Minister Bussemaker:

Sta mij dan toe om eerst even over te gaan tot de bespreking van de amendementen. Dan heb ik op alles antwoord gegeven, ook in het kader van de techniek en kunnen we wellicht tot een overall conclusie komen.

Ik kom te spreken over het amendement op stuk nr. 9 van de heer Van Meenen. De indiener wil met dit amendement regelen dat studenten de eerste maand nog geen boete krijgen. Voorts wordt erin geregeld dat het aantal werkdagen waarin er duidelijkheid moet komen wordt verhoogd naar twintig. Ik moet dit amendement ontraden. Studenten zijn zelf verantwoordelijk voor het opzeggen van hun reisproduct. Ze worden daar via verschillende kanalen en op verschillende manieren op gewezen. Als ze hun studentenreisproduct niet tijdig stopzetten, volgt er een vordering. Feitelijk kunnen studenten nu al maximaal vijf werkdagen langer in het bezit blijven van een studentenreisproduct dan ze er recht op hebben zonder dat zij daarvoor een vordering krijgen. Ik zie er dus niets in om de termijn te verhogen, ook omdat het financiële consequenties zou hebben. Het leidt ook af van het principiële uitgangspunt dat ik eerder met de Kamer gewisseld heb. Studenten moeten gewoon hun kaart stopzetten als ze geen student meer zijn. Daar wil ik mijn energie op richten. Ik wil die richten op de verbetering van de informatiepositie en ik wil vervolgens, als we dat kunnen, ook een onderscheid maken tussen degenen die te goeder trouw zijn en degenen die echt bewust die kaart misbruiken.

In het amendement op stuk nr. 10 van de heer Van Meenen wordt geregeld dat studenten geen boete betalen als zij niet gebruikmaken van het reisproduct nadat het reisrecht is beëindigd. Dat amendement ontraad ik. Als je recht hebt op een studentenreisproduct, dan kun je die op je ov-chipkaart laden. Als je er geen recht meer op hebt, moet je het reisproduct gewoon van je ov-kaart af halen. Zo simpel is het. En als je dat niet op tijd doet, moet je als student een vordering betalen. Door nu te gaan kijken of studenten uiteindelijk wel of niet die kaart gebruiken, zijn we alleen maar verder van het pad en af van het heldere onderscheid dat onterecht gebruik uiteindelijk bestraft moet worden. Ik ben dat met de heren Duisenberg en Rog eens.

Volgens mij is het ook de inzet van de heer Mohandis dat onterecht gebruik uiteindelijk bestraft moet worden. Er zijn grenzen aan de mate waarin wij studenten daarin tegemoet kunnen komen. Los daarvan zou het ook heel erg ingewikkeld zijn in de praktijk. Het zou nauwelijks uit te voeren zijn. DUO moet dan, voordat het een vordering kan opleggen, een heel jaar lang elke twee weken voor op dit moment meer dan 100.000 studenten nagaan of een student nog met het studentenreisproduct reist. Als wij toch al voor zo veel studenten iets zouden nagaan, zou ik liever de eerdere optie volgen, namelijk bezien of je ze op die zwarte lijst kunt zetten. Ook daarvan heb ik al gezegd dat dit onuitvoerbaar is. Dit vind ik echt geen goede optie.

Dan kom ik op het amendement-Rog/Duisenberg op stuk nr. 13. Dit amendement ontraad ik ook. Wij hebben eerder met elkaar gediscussieerd, ook op grond van het amendement Mohandis/Duisenberg. Toen is door de Kamer gezegd dat de informatievoorziening nog niet op orde is, zodat wij nu nog niet tot verhoging moeten overgaan. De Kamer heeft toen gezegd dat het onwenselijk is om nu die verhoging in te voeren. Ik heb getracht om daar naar eer en geweten te luisteren. Ik heb dat onderzoek laten uitvoeren, waaruit wij de conclusie kunnen trekken dat minder dan één op de tien studenten strategisch gedrag vertoont. In de andere gevallen is echt nog betere communicatie en voorlichting mogelijk. Aan die voorlichting wordt nu gewerkt. Er zijn gesprekken gevoerd met DUO, vervoerders en de studentenorganisaties. Ook is vertegenwoordigers van decanen in het mbo en het hoger onderwijs gevraagd om voorstellen voor verbetering te doen. Op basis van die gesprekken worden nu acties uitgewerkt.

Op het moment dat de communicatie daadwerkelijk is verbeterd ben ik bereid om met de studentenorganisaties in gesprek te treden, met als doel, strategisch gedrag tegen te gaan. Dan komt het verhogen van de vordering als reële optie naar voren. Dan ben ik niet principieel tegen een staffeling, in de trant van: we geven je nog twee weken of twee keer twee weken om daarover goed te communiceren. Ik wil daar echter niet op vooruitlopen.

Mij is gevraagd wanneer dit dan gebeurt. Welnu, ik weet dat wij het nu nog niet voldoende op orde hebben, omdat het een heel complex proces is. Het zou kunnen dat het eind 2017 wel kan. Ik zou wel de goede volgorde willen aanhouden, namelijk dat de Kamer mij in staat stelt om de voorlichting en communicatie verder te verbeteren, waarmee wij al aan de slag zijn. Dan ben ik graag bereid, op het moment dat wij dat hebben gedaan, de Kamer een voorstel te doen om een scherper onderscheid te maken tussen de groep die te goeder trouw is en de groep die de ov-studentenkaart om verkeerde redenen gebruikt c.q. misbruikt. Daarin zou heel goed een verhoging van de vergoeding voor het gebruik van die kaart kunnen passen.

De heer Rog (CDA):

De minister had het in het begin van haar betoog herhaaldelijk over de eigen verantwoordelijkheid van studenten om die kaart in te leveren en gaat vervolgens helemaal mee met de zieligheidscultus van de Partij van de Arbeid en D66. Ik snap dat niet. Wat is de reden waarom de minister accepteert dat 16.000 oud-studenten op jaarbasis gecalculeerd misbruik kunnen blijven maken van deze kaart?

Minister Bussemaker:

Ik moet zeggen dat ik een beetje verbaasd ben over dit verwijt. Ik heb dit mede gedaan op grond van het debat dat ik eerder met de Kamer heb gevoerd. Daarin is heel duidelijk aangegeven dat het boetebedrag overeind moet blijven en dat moet worden afgezien van de verhoging van de boete: zie het amendement-Mohandis/Duisenberg. Wij hebben toen gezegd: laten wij eerst maar eens kijken hoe het in elkaar zit. Ik ben in zeker opzicht best geschrokken van het onderzoek van ResearchNed, omdat dit aangaf dat meer dan in mijn oorspronkelijke verhaal zat, er bij ons nog wat schortte aan de voorlichting. Dat erken ik ruiterlijk. Ik vind dat de overheid haar zaakjes op orde moet hebben voordat we studenten die te goeder trouw zijn onder de verhoging van de boete laten vallen. Zodra we het op orde hebben, ben ik wel bereid om maatregelen te nemen. Zie ook mijn oorspronkelijke wetsvoorstel. Zo ver liggen we wat dat betreft ook niet uit elkaar.

De heer Rog (CDA):

Was de minister maar zo zorgvuldig geweest in de communicatie bij de invoering van het leenstelsel, maar dat terzijde. De minister zegt dat zij denkt dit op 1 januari 2018 rond te hebben, maar dat zij nu toch nog niet wil spreken over een wet waarin dat geregeld kan worden. Ze wil dat amendement nog niet met een nieuwe datum vaststellen, zodat de studenten zich daar vast op kunnen voorbereiden. Ik hecht eraan dat de minister dat nog een keer toelicht, vooral in relatie tot die eigen verantwoordelijkheid van studenten.

Minister Bussemaker:

Ik heb onder andere uit het rapport van ResearchNed geleerd dat de werkelijkheid weerbarstig is en ik hoop dat we dit eind 2017 op orde hebben, maar ik kan het niet garanderen. We hebben het hier wel over wetgeving. Ik wil de dingen wel in de goede volgorde doen. Ik vind dat ik eerst tegen de Kamer moet zeggen dat het zover is en dat we het op orde hebben. Dan is het ook helemaal niet zo ingewikkeld om dat in een wetsvoorstel te regelen. Daar heb je niet een eigen wet voor nodig.

Overigens hebben we het onderdeel ov-kaart in het wetsvoorstel studiefinanciering BES meegenomen. De heer Van Meenen zegt dat oneigenlijk te vinden. Dat vind ik niet, want wij zijn daar heel expliciet en transparant over geweest. Dat doen wij wel vaker. We nemen ook onderdelen op in de aanpassing van de WHW. Dat zou hier ook heel goed kunnen. Dat is dus niet iets waarvoor we een heel wetstraject met jarenlange procedures hoeven te doorlopen. Als wij, uw Kamer en ik, met elkaar vinden dat het moment er is dat wij alles op orde hebben en dat de overheid een goed en scherp onderscheid kan maken tussen degenen die te goeder en degenen die te kwader trouw zijn, dan kost het echt niet veel tijd om dat ook in de wet te regelen.

De voorzitter:

Hartelijk dank.

Minister Bussemaker:

Maar het moet wel in die volgorde.

De voorzitter:

Mijnheer Duisenberg, eigenlijk zou ik willen doorgaan naar de tweede termijn, of hebt u nog een zeer dringende interruptie?

De heer Duisenberg (VVD):

DUO heeft al vrij gemakkelijk de aanhef gewijzigd van de mail die je krijgt. Er staat namelijk gewoon in die mail: er staat een betaalverzoek voor je klaar. Zo simpel is het. Ik vraag de minister dus nogmaals hoe moeilijk het is om die informatievoorziening te verbeteren en hier met elkaar af te spreken dat het voor 1 januari 2018 gewoon klaar is.

Minister Bussemaker:

Ik snap dat het simpel lijkt, maar ik heb te maken met informatie die ik ook vanuit privacyoverwegingen wel of niet mag doorgeven en die DUO wel of niet mag doorgeven. Het is bij dit soort dingen dus niet alleen een kwestie van iets veranderen in een mailtje van DUO. We moeten ons er ook heel goed van vergewissen hoe we het doen, zodat we niet tegen privacyregels aan lopen. Als we het namelijk onzorgvuldig doen, dan zijn we met zijn allen nog veel verder van huis. Er hoeft maar één student te zijn die daartegen in beroep gaat en dan mag er helemaal niets meer. Het is niet anders. We moeten in de wetgeving en in de voorlichting terdege rekening houden met wat er geoorloofd is en wat niet.

De heer Duisenberg (VVD):

Als ik de minister zo aanhoor, dan is haar conclusie — wat mij betreft onterecht, maar ik wil daar graag een toelichting op — dat je dus de boete moet laten zoals die is. Haar eerdere voorstel van die €150 op dag één was misschien wat kort door de bocht. Dat was ook de reden waarom ik zelf heb gezegd: dat moet je niet doen, want dat is te kort door de bocht en niet goed onderbouwd. Gezien dit rapport begrijp ik helemaal niet waarom de minister die €100 in stand houdt. Waarom houdt zij bewust, willens en wetens, misbruik in stand van die kaart door studenten die hoger opgeleid zijn en die vijf jaar lang een gratis reisrecht hebben gehad? Wat is de basis voor die €100? Waarom niet €50, €25, waarom niet €200? Die €150 had misschien nog wel een goede reden. Die was misschien nog rationeel, want dat waren de echte kosten. Die €100 snap ik echter gewoon niet.

Minister Bussemaker:

Ik vind het echt een beetje flauw wat de heer Duisenberg nu doet. Ik kan nu heel flauw zijn amendement nog eens een keer naar voren halen. Het amendement op stuk nr. 8 van de heer Mohandis en Duisenberg zegt dat moet worden afgezien van een verhoging naar €150 per halve maand. Waarom was dat?

De heer Duisenberg (VVD):

Ik heb een punt van orde, voorzitter. Een punt van orde.

Minister Bussemaker:

Omdat het onderscheid tussen degenen die te goeder trouw en die te kwader trouw zijn niet scherp was. Wat we dus nu aan het doen zijn, is ervoor zorgen dat we dat onderscheid wel scherp kunnen maken.

De voorzitter:

Ik laat de minister wel even haar zin afmaken, mijnheer Duisenberg. Luister even, collega's. Ik zeg even in zijn algemeenheid dat het vijf voor acht is. Ik weet dat iedereen moe is en dat we een drukke onderwijsweek hebben gehad. Ik wil dus eigenlijk zo snel mogelijk doorgaan naar de tweede termijn. Ik geef nu de heer Duisenberg het woord voor een punt van orde.

De heer Duisenberg (VVD):

Ik wil eigenlijk gewoon even hierop reageren. Het was gewoon een heel dom voorstel dat de minister deed. Sorry, ik kan het niet anders stellen. Daarom is het amendement ingediend. Dan kan de minister allemaal andere redenen hebben bedacht, maar het was gewoon een dom voorstel.

De voorzitter:

Oké. Als we op deze manier met elkaar gaan praten, ga ik toch ingrijpen. Ik vraag de minister of zij al aan het einde van haar betoog is gekomen.

Minister Bussemaker:

Ik kan hier weer op ingaan, maar ik geloof niet dat dat erg bijdraagt aan de kwaliteit van het debat. Ik vind het ook weinig inhoudelijk beargumenteerd en onderbouwd, moet ik zeggen. Ik heb de heer Duisenberg weleens beter gezien. Doorgaans zijn zijn redeneringen heel goed onderbouwd.

Laten we het, zo zeg ik nog maar een keer, niet groter maken dan het is. Ik sta heel erg open voor een staffel. Ik sta heel erg open voor een verhoging van de boete. Als ik helderder onderscheid kan maken tussen die degenen die nu aangeven dat zij onvoldoende informatie hebben gekregen en dat als zodanig ervaren — dat is een grote groep, die eigenlijk gewoon te goeder trouw is — en degenen die bewust misbruik maken van die kaart, zal ik niet aarzelen, met de heer Duisenberg, met de heer Rog en ik denk ook met anderen in de Kamer, om daar een hogere vergoeding voor te vragen. Nogmaals, studenten zijn niet beter, zijn niet anders en zijn zeker niet zieliger dan andere burgers. Zij moeten dus ook gewoon, net zo goed als iedereen, als het erop aankomt de kosten voor een ov-kaart betalen. Dan zijn we het toch weer over een heel groot deel van de centrale redenering eens, als ik zo de non-verbale bewegingen zie in de Kamer.

De voorzitter:

Gelukkig. Hartelijk dank, minister. Dan gaan we door naar de tweede termijn. Van de zijde van de Kamer geef ik als eerste het woord aan de heer Mohandis.

De heer Mohandis (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor haar uitvoerige beantwoording. Ik heb twee moties, zoals ik al eerder heb aangekondigd. Gelet op de tijd zal ik ze gelijk voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek door ResearchNed in opdracht van de regering heeft vastgesteld dat slechts 10% van de oud-studerenden die het studentenreisproduct niet of te laat stopzet dit vanuit strategische (financiële) overwegingen doet;

constaterende dat de regering op basis van het hoge aantal oud-studenten dat onbewust en zonder intentie het reisproduct niet stopzet, terecht afziet van deze forse verhoging, die veel oud-studenten onterecht en extra zou raken, bovenop de al bestaande boete van €97 per halve kalendermaand;

van mening dat er eerst moet worden ingezet op het wegnemen van de redenen waardoor oud-studenten hun reisproduct te laat stopzetten, zoals inzet op verbeterde voorlichting en een eenvoudige (online) methode om het reisproduct stop te zetten;

spreekt uit dat er geen verhoging van de boete dient plaats te vinden en dat er eerst gewerkt moet worden aan oplossingen om studenten bewuster en beter geïnformeerd te maken en om hierbij ook op vereenvoudiging van beëindiging van het reisproduct in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Jasper van Dijk, Grashoff, Ouwehand, Van Meenen en Krol.

Zij krijgt nr. 14 (34331).

De heer Mohandis (PvdA):

Over het thema van mijn tweede motie is in het debat al eerder gesproken. Die motie gaat over de mogelijkheid om de ov-kaart online te beëindigen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek door ResearchNed in opdracht van de regering aangeeft dat gebrek aan kennis de reden voor de meeste studenten is om het reisproduct niet of niet tijdig stop te zetten;

constaterende dat de minister in haar brief van 17 juni jl. in reactie op het rapport aangeeft af te zien van verhoging van de boete voor onterecht bezit van het studentenreisproduct en om eerst meer in te zetten op communicatie en voorlichting;

van mening dat hiermee de goede volgorde gehanteerd wordt, eerst inzet op voorlichting en communicatie en daarna bekijken hoe er verder ingezet kan worden op het tegengaan van "strategisch gedrag" door een kleine groep van 10% van de oud-studenten;

van mening dat hierbij ook naar alternatieve technische methoden gekeken dient te worden om het reisproduct eenvoudiger stop te zetten, bijvoorbeeld via online of automatische beëindiging van het studentenreisproduct als het ov-reisrecht vervalt;

verzoekt de regering, hierover in gesprek te gaan met de betreffende ov-bedrijven en om tot vereenvoudiging van het stopzetten van het reisproduct te komen, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2017 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Jasper van Dijk, Grashoff, Ouwehand, Van Meenen en Krol.

Zij krijgt nr. 15 (34331).

De heer Duisenberg (VVD):

Voorzitter. Wat zou het fijn zijn als we dit debat niet zouden hoeven te voeren omdat de kaart vanzelf zou worden beëindigd en het allemaal automatisch zou gaan in 2016. Dat zou mooi zijn. Maar ik vind dit wel een redelijk principieel debat, ook omdat het hierbij gewoon gaat over publieke middelen.

Laten we daarom heel even uitzoomen. De minister zei het al: studenten zijn niet zielig. Daar zijn we het volgens mij allemaal over eens. Het gaat hierbij om de hoogst opgeleide mensen van Nederland. Ze krijgen onderwijs van het allerhoogste niveau. Dat verdedigt de minister elke dag. Volgens mij kunnen we hier wel stellen dat deze studenten echt wel heel wat aankunnen. Zij krijgen gratis vijf jaar ov-reisrecht ter waarde van €4.000 per jaar. Van deze studenten is 90% op tijd met het stopzetten, maar 10% lukt dat niet. De minister zei eerder dat dat laatste ook te maken heeft met laksheid. Dat zei ze niet tijdens dit debat, maar ze heeft dat eerder in de media wel gezegd. Voor een ander deel heeft het gewoon met bewust misbruik te maken.

Het eerste voorstel van de minister, van nu bijna een jaar geleden, heb ik "onverstandig" gevonden; ik zeg het parlementair. Maar het voorstel dat nu voorligt, is mogelijk nóg onverstandiger. Ik begrijp niet dat de minister, de PvdA, D66 en de SP het bewuste misbruik gewoon blijven toestaan met dit voorstel om de boete te handhaven, iets waar gewoon geen grond voor is.

Ik vind het goed dat er wordt gewerkt aan een verdere verbetering van de informatievoorziening. Ik hoor ook dat we openstaan voor een staffel en dat daar brede steun voor is.

Tot slot wil ik nog voorstellen, ook aan mijn collega's, om in ons amendement op te nemen dat dit in werking zal treden op een nader te bepalen datum als de informatievoorziening op orde is, bijvoorbeeld op 1 januari 2018 of zo veel eerder als mogelijk is. Ik hoop dat we daarmee recht kunnen doen aan beide kanten van dit verhaal. Ik hoop dat we daarmee ervoor kunnen zorgen dat het misbruik niet langer wordt toegestaan door partijen aan de linkerzijde van de Kamer. Voor dat misbruik moet de belastingbetaler opdraaien.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Het woord is nu aan mevrouw Siderius. Ik zie dat zij afziet van haar spreektijd in de tweede termijn. Het woord is aan de heer Rog.

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. Ik denk dat Nederland er helemaal niets van begrijpt. Wij spreken hier nu in Den Haag over een zogenaamde "boete", terwijl we eigenlijk studenten de werkelijke kosten in rekening willen brengen van een ov-reisrecht dat zij onterecht hebben.

De minister heeft zich uitgeput in de beantwoording, waarvoor dank, over de wijze waarop DUO thans reeds communiceert met studenten. De discussie lijkt zich nu toe te spitsen op iets heel vreemds. De minister maakt ineens een onderscheid tussen studenten die te goeder trouw de kaart niet inleveren en studenten die te kwader trouw de kaart niet inleveren. Er is echter sprake van het terecht hebben van een studentenreisproduct of het onterecht hebben van een studentenreisproduct. Als oud-studenten geen recht meer hebben op het studentenreisproduct, wil ik dat ze daar gewoon de rekening voor gepresenteerd krijgen. Ik begrijp niets van de houding van D66 en de Partij van de Arbeid, maar het zij zo.

Ik heb twee moties, die ik samen met de heer Duisenberg indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een deel van de studenten de ov-studentenkaart niet stopzet omdat zij de communicatie van DUO over het stoppen van het recht op de ov-kaart onduidelijk vinden en de berichtgeving over de eerste boete laat ontvangen;

verzoekt de regering, te bevorderen dat DUO op een duidelijke en onderscheidende wijze het naderende einde van het recht op gebruik van de ov-kaart communiceert, alsmede oud-studenten, wanneer zij een boete krijgen wegens het onterecht bezitten van een ov-studentenkaart, daarover onverwijld informeert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog en Duisenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (34331).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in 2014 60.000 studenten een boete van ten minste €97 hebben betaald voor het niet tijdig stopzetten van hun ov-studentenkaart;

constaterende dat DUO van elke student op de hoogte is wanneer het recht op studiefinanciering wordt beëindigd en dat dit recht is gekoppeld aan het recht op een ov-studentenkaart;

verzoekt de regering, in overleg met betrokken partijen zoals DUO en de NS, te komen tot automatische stopzetting van de ov-studentenkaart indien het recht hierop is beëindigd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog en Duisenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (34331).

De heer Rog (CDA):

Als automatische stopzetting niet lukt, hecht ik zeer aan aanname van het amendement dat ik samen met de heer Duisenberg heb ingediend. Anders legitimeren wij als Kamer oneigenlijk, calculerend gebruik van de ov-kaart door 10% van de oud-studenten. Als ik de minister goed begreep dat het om een groep van 160.000 oud-studenten gaat, betreft het dus 16.000 oud-studenten. Ik zou het een gotspe vinden als dit huis dat misbruik legitimeert.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan de minister.

Minister Bussemaker:

Voorzitter. Ik loop de moties langs.

In de motie-Mohandis c.s. op stuk nr. 14 wordt uitgesproken dat er eerst moet worden gewerkt aan oplossingen om studenten bewuster te maken en beter te informeren, waarbij er ook wordt ingezet op vereenvoudiging van de beëindiging van het reisproduct. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Een en ander sluit aan bij wat ik eerder heb aangegeven, namelijk dat het van groot belang is dat die communicatie inderdaad verbeterd wordt. De indieners geven hierin aan dat er geen verhoging van de boete of, formeel, van het terugvragen van de kosten van het ov-product mag worden ingezet en dat er eerst gewerkt moet worden aan die oplossing. Dat is in lijn met wat ik heb aangegeven. Ik zou dus kunnen zeggen dat dit ondersteuning van het beleid is. Ik laat daarmee het oordeel over deze motie aan de Kamer. Ik ben zelf echt van mening dat er ook echt terugvordering moet plaatsvinden op het moment dat we dat hebben verbeterd, maar ik lees dat met zoveel woorden ook in de motie.

De heer Rog (CDA):

Even voor de duidelijkheid, zodat ik mijn fractie goed kan adviseren: wat gaat de minister nu precies veranderen naar aanleiding van deze uitspraak van de Kamer?

Minister Bussemaker:

Zoals ik al zei, is het ondersteuning van het beleid.

De heer Rog (CDA):

Het is dus een overbodige motie?

Minister Bussemaker:

Nou ja, ik vind haar niet helemaal overbodig, omdat de plek waar we nu staan daarin gemarkeerd wordt. In de motie wordt ook aangegeven wat de volgorde der dingen is en die is anders dan in de amendementen wordt aangegeven. Ik moet toegeven dat het naar mijn idee allemaal niet ver bij elkaar vandaan ligt, maar er wordt hierin wel net een ander accent gelegd. Daarom zie ik deze motie als ondersteuning van het beleid en laat ik in dit geval het oordeel aan de Kamer.

In de motie-Mohandis c.s. op stuk nr. 15 wordt de regering verzocht om in gesprek te gaan over alternatieven om tot vereenvoudiging van het stopzetten van het reisproduct te komen en de Kamer hierover in het voorjaar van 2017 te informeren. Ik acht deze motie sympathiek, maar ik heb wel een probleem met "het voorjaar van 2017". Ik heb in een interruptiedebatje met de heer Rog en de heer Duisenberg eerder al gezegd dat ik hoop dat we eind 2017 alles op orde hebben, maar dat helaas niet alles wat we zouden willen technisch haalbaar is. We werken daar met spoed aan, maar dat is niet een-twee-drie opgelost. We moeten overleggen over de vraag hoe je dat kunt doen, niet alleen met DUO, maar ook met de ov-partijen en dat zijn er weer verschillende. Het voorjaar van 2017 is dus echt niet haalbaar, maar de zomer van 2017 zou wel haalbaar zijn. Met de kanttekening dat van "het voorjaar van 2017" "de zomer van 2017" gemaakt kan worden, laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De voorzitter:

De zomer van 2017.

De heer Mohandis (PvdA):

Ik kan leven met die kanttekening. Het gaat ons om het resultaat en de zorgvuldigheid. Met deze aanvulling kan ik en kunnen de overige indieners leven.

De voorzitter:

Dus als ik u goed begrijp, wilt u de motie hier wijzigen en er "in de zomer van 2017" van maken? Want dan is dat bij dezen geregeld. Klopt dat? Ik zie dat dit het geval is. Dan gaan we dat voor u doen.

De voorzitter:

De motie-Mohandis c.s. (34331, nr. 15) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek door ResearchNed in opdracht van de regering aangeeft dat gebrek aan kennis de reden voor de meeste studenten is om het reisproduct niet of niet tijdig stop te zetten;

constaterende dat de minister in haar brief van 17 juni jl. in reactie op het rapport aangeeft af te zien van verhoging van de boete voor onterecht bezit van het studentenreisproduct en om eerst meer in te zetten op communicatie en voorlichting;

van mening dat hiermee de goede volgorde gehanteerd wordt, eerst inzet op voorlichting en communicatie en daarna bekijken hoe er verder ingezet kan worden op het tegengaan van "strategisch gedrag" door een kleine groep van 10% van de oud-studenten;

van mening dat hierbij ook naar alternatieve technische methoden gekeken dient te worden om het reisproduct eenvoudiger stop te zetten, bijvoorbeeld via online of automatische beëindiging van het studentenreisproduct als het ov-reisrecht vervalt;

verzoekt de regering, hierover in gesprek te gaan met de betreffende ov-bedrijven en om tot vereenvoudiging van het stopzetten van het reisproduct te komen, en de Kamer hierover in de zomer van 2017 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 18, was nr. 15 (34331).

Minister Bussemaker:

De motie-Rog/Duisenberg op stuk nr. 16 bevat onderdelen van de motie-Mohandis c.s. op stuk nr. 14, maar in deze motie wordt de regering eigenlijk verzocht om te bevorderen dat DUO op een duidelijke en onderscheidende wijze over het nadere einde van het recht op het gebruik van de ov-kaart communiceert en studenten ook over het onterecht bezit ervan informeert. Ik zie deze motie ook als ondersteuning van het beleid, maar ik kan hier echt geen enkel ander accent meer vinden dan wat er ook al in mijn brief staat. Om die reden ontraad ik deze motie.

In de motie op stuk nr. 17 wordt de regering verzocht, in overleg met betrokken partijen te komen tot een automatische stopzetting van de ov-studentenkaart indien het recht hierop is beëindigd. Over deze motie laat ik het oordeel aan de Kamer. Ook dit is ondersteuning van beleid, maar er zit ook nog een extra stimulans in om tot de specifieke oplossing van een automatische stopzetting te komen. Ik zou het helemaal mooi vinden als de Kamer in staat zou zijn om de motie op stuk nr. 15 en de motie op stuk nr. 17 in elkaar te schuiven. Feitelijk liggen die heel dicht bij elkaar. Dan kan ik de Kamer beloven dat ik haar ook over het automatische stopzetten in de zomer van 2017 zal informeren.

De heer Duisenberg kondigde aan dat hij misschien bereid is om het amendement aan te passen. Ik vind het ingewikkeld. Het is een amendement dat vraagt om de wet te wijzigen. Daar kan dan wel een nader te bepalen datum in staan, maar dat maakt wel dat je er dan niet meer onderuit kan. Ik wil de dingen in de volgorde doen zoals ik hier heb aangegeven. Dat komt het meeste overeen met de motie op stuk nr. 14 van de heer Mohandis c.s. Nogmaals, mochten we het er eind 2017 met elkaar over eens zijn dat het verantwoord is om het dan te doen, dan is het ook niet echt ingewikkeld, gezien al het voorafgaande, om het bij een van de wetten die betrekking hebben op studiefinanciering c.q. hoger onderwijs op vrij korte termijn te regelen. Dat heeft echt mijn voorkeur boven het nu al wijzigen van de wet, want daarmee geven we toch verkeerde signalen. Ik heb in dat kader een meer positieve appreciatie bij de motie van de heer Mohandis. Nogmaals, ik zie dat de Kamer en ik uiteindelijk niet heel ver bij elkaar vandaan liggen. Het zijn accentverschillen.

Voorzitter. Hier laat ik het bij.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de amendementen, de moties en het wetsvoorstel zullen aanstaande dinsdag plaatsvinden.