Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 48, item 11

11 Wijziging Tabakswet

Aan de orde is de behandeling van: 

  • - Wijziging van de Tabakswet ter implementatie van Richtlijn 2014/40/EU, inzake.

De algemene beraadslaging wordt geopend. 

De voorzitter:

We voeren overleg over wetgeving, dus eenieder heeft de ruimte om te interrumperen, zonder dat we dit op voorhand limiteren. Het is u van harte gegund, maar beschouwt u dit niet als een uitnodiging om het zo veel mogelijk te doen. We hopen in staat te zijn het debat op tijd af te ronden. Als eerste geef ik het woord aan de heer Van Gerven die mevrouw Leijten vervangt en spreekt namens de Socialistische Partij. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Het meest pregnante gegeven bij de behandeling en invoering van de implementatie van de Europese tabaksproductierichtlijn is het feit dat in Nederland elke dag ten minste 100 jongeren verslaafd raken aan roken. Klopt dat cijfer? Vindt de staatssecretaris dat cijfer ook schokkend? Met de tabakswetgeving die we vandaag behandelen, moeten we een volgende stap zetten in de goede richting. Een stap naar een Nederland waar steeds minder mensen roken en steeds minder mensen beginnen met roken. Alles moet erop gericht zijn dat onze jeugd er niet mee begint. De SP wil zich daar volledig voor inzetten. Dat geldt ook voor het ondersteunen van mensen die willen stoppen met roken. Ook het aspect van meeroken mag niet uit het oog verloren worden, want dat levert duizenden doden per jaar op. 

Vandaag gaat het over de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten en daaraan verwante producten. De SP is er groot voorstander van dat op deze onderdelen strengere regels worden ingevoerd. De presentatie is een vorm van reclame voor een product waaraan jaarlijks zo'n 20.000 mensen in Nederland overlijden. Hoe minder onze jeugd wordt blootgesteld en hoe minder confrontatie met tabak en tabaksproducten, des te beter. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn. Naar verwachting zal de invoering van de richtlijn leiden tot een afname van het aantal rokers. De vraag is hoeveel. De staatssecretaris zegt 2%, dat is het doel in 2020. Is dit wel ambitieus genoeg en kan de staatssecretaris nog eens nader op dat percentage ingaan? We hebben nu 3,6 miljoen rokers. Wat moet het aantal rokers zijn in 2020 in absolute getallen? Als we dat vaststellen, kunnen we zien met hoeveel honderdduizenden mensen het aantal rokers moet afnemen tot 2020. Wij vinden 2% in vier jaar eigenlijk veel te mager. Op deze manier duurt het decennia voordat Nederland rookvrij is. Wat is het concrete doel van de staatssecretaris? 

Elke dag beginnen ten minste 100 jongeren met roken. Dat moeten we voorkomen. Een van de maatregelen die daarvoor geschikt is, is de invoering van volledige plain packaging: geen pakjes met mooie kleurtjes die het roken een gezellig tintje geven. Een eerste stap is om te kiezen om 65% van de verpakking neutraal te maken. De SP wil naar 100%. De staatssecretaris zei hierover eerder dat de eerste onderzoeksresultaten uit Australië positief leken, maar dat er geen conclusies uit getrokken konden worden. Longarts Wanda de Kanter bestrijdt de visie van de staatssecretaris en zegt dat plain packaging wel degelijk effectief is in Australië. Als we kijken naar de cijfers, spreken die in haar voordeel. 12% rookt nog in Australië. Dat is de helft van wat in Nederland het gemiddelde is. Dat moet toch te denken geven. Waarom kan het daar wel en waarom kan het in Nederland niet? 

Ook zei de staatssecretaris op dat punt dat hij niet weet wat de langetermijneffecten van plain packaging zijn. De staatssecretaris wacht een rechtszaak af die een sigarettenfabrikant in Engeland tegen de 100% neutrale pakjes, de plain packaging, heeft aangespannen. We gaan dus afwachten. Ik begrijp niet waarom, temeer daar op 23 december jongstleden het Europese Hof van Justitie de uitspraak heeft gedaan dat plain packaging gewoon kan worden ingevoerd. Om dat te bewerkstelligen hebben we een amendement ingediend. Graag krijg ik een reactie van de staatssecretaris op die uitspraak en op de vraag of we niet gewoon moeten doorpakken en plain packaging moeten invoeren. Denkt de staatssecretaris dat plain packaging averechts kan werken? Ik zou niet weten op welke wijze dat kan. Of is het een maatregel tegen het zere been van de tabaksfabrikanten? Wij laten ons toch niet beïnvloeden door de industrie? De SP zegt: pak dat marketingmiddel van hen af! Doe het voor onze kinderen! De staatssecretaris laat zich adviseren over nieuwe onderzoeksresultaten. Welke resultaten wil de staatssecretaris dan zien voordat hij voor 100% plain packaging kiest? Hoeveel aanwijzingen voor het feit dat dit een goede ontwikkeling is, wil hij nog hebben? 

Dan kom ik bij een andere maatregel: de display ban, zodat tabak uit het zicht wordt verkocht. Eerder is afgesproken dat de staatssecretaris hierover een convenant met de branche zal afsluiten. Deze onderhandelingen moeten uiterlijk 1 juli 2016 resultaat opleveren. In de beantwoording van onze inbreng lees ik dat we hierover pas eind 2016 worden geïnformeerd. Is de onderhandelingstermijn uitgelopen of duurt het zo lang om de afspraken openbaar te maken? Welke stappen zijn er al gezet? Gaan we 1 juli 2016 halen? Mochten de onderhandelingen nergens toe leiden of tot afspraken die niet voldoende ver gaan, is de staatssecretaris dan wel bereid om een display ban te verplichten? Hij concludeert immers zelf ook dat blootstelling aan tabaksdisplays de kans lijkt te vergroten dat jongeren gaan roken. Het is aannemelijk dat een display ban er op langere termijn aan zal bijdragen dat het aantal rokers afneemt. Ik heb hierover een motie in voorbereiding. 

Kan de staatssecretaris ook nog ingaan op het volgende? Hij schrijft in december dat een belangrijke voorwaarde voor het CBL en de supermarkten is dat de overige verkooppunten van tabaksproducten meedoen, bijvoorbeeld die in stations of langs de snelweg. De tabaksdetailhandel en de achterban hebben in november al laten weten daar niet voor te voelen. Waarom heeft de staatssecretaris dat niet aan de Kamer gemeld, terwijl dat in november al bekend was? Waarom heeft hij niet gemeld dat aan de voorwaarde van de supermarktbranche niet werd voldaan en dat het dus een mission impossible lijkt? 

Hoe zorgen we echt voor minder rokers? Het is heel simpel: door het moeilijker te maken en te beginnen met het beperken van het aantal tabaksverkooppunten. Maar op het verminderen van het aantal verkooppunten staan niet echt sancties. Wel lees ik dat de staatssecretaris dit voorstel nogal ingrijpend vindt en dat er economische consequenties zijn. Tja, ingrijpend is het zeker. Maar we hebben het toch over de gezondheid van vele mensen? We hebben het toch over de gezondheid van onze kinderen? Nogmaals, elke dag beginnen 100 mensen, 100 kinderen, met roken. Dat moet toch zwaarder wegen dan economische consequenties? 

De staatssecretaris gaat wel een onderzoek houden naar de handhaving op leeftijd bij verkoop via een automaat. Bij het uitblijven van een betere naleving zal hij daaraan consequenties verbinden, maar die handhaving en naleving zijn een farce. Minder verkooppunten: dat zorgt ervoor dat er minder tabakswaren beschikbaar zijn. Dat maakt het ook veel eenvoudiger om te handhaven. De SP heeft dan ook een amendement ingediend waarmee wordt beoogd de verkoop van tabakswaren via automaten te verbieden. Die maatregel is buitengewoon belangrijk, ook voor jongeren beneden de 18 jaar. De automaat maakt de toegang tot tabakswaren voor hen immers makkelijk. Nogmaals: dagelijks beginnen 100 kinderen met roken. 

De richtlijn schrijft voor dat administratieve sancties hoog genoeg moeten zijn om het beoogde financiële voordeel te neutraliseren. Ik vind dit een vreemde formulering. Daardoor lijkt het immers geen straf. Het financiële voordeel wordt geneutraliseerd, maar je gaat er dus niet op achteruit. Sancties en boetes zouden toch moeten afschrikken? De huidige boetes doen dat kennelijk niet. Het is een straf waar je alleen maar niet beter van wordt; je wordt er niet slechter van. Graag hoor ik een beschouwing van de staatssecretaris over de hoogte van de boetes en de effectiviteit daarvan. Waaruit blijkt bijvoorbeeld dat de boetes die wij nu hebben, voldoende werken? 

Ik ga in op het leeftijdsverificatiesysteem. Straffen kan alleen als goed wordt gehandhaafd en als er een goed handhavingssysteem is. Met een leeftijdsverificatiesysteem kun je bijvoorbeeld controleren of iemand 18 jaar is of jonger of ouder. De staatssecretaris heeft lang de ID-scanners gepromoot. Hij koos daarmee voor een systeem dat fraudegevoelig en ineffectief is. Dat blijkt uit zijn antwoord op onze Kamervragen. Nu blijken deze ook nog eens in strijd te zijn met de Wet bescherming persoonsgegevens. Wat gaat de staatssecretaris nu doen? In een recente uitzending van Argos werd gesteld dat het ministerie van VWS een deel van de correspondentie die door Argos was opgevraagd, na een WOB-procedure niet openbaar heeft gemaakt. Het ging daarbij om de leeftijdscontrole bij verkoop van tabak. Het had te maken met het rapport getiteld Leeftijdsverificatie in het vizier, van het Trimbos-instituut. Bepaalde documenten daarvan zijn niet openbaar gemaakt. Ik vraag de staatssecretaris of dit klopt. Wil hij deze alsnog openbaar maken en naar de Kamer zenden? 

Argos heeft bericht dat bij de totstandkoming van het rapport van het Trimbos-instituut op aandrang van het ministerie een hoofdconclusie is afgezwakt, een hoofdconclusie waarin stond dat het controlesysteem Ageviewers er als enige systeem goed uit was gekomen. Kan de staatssecretaris dit bericht van Argos bevestigen? Hoe kan een Kamer nu functioneren als het ministerie haar belangrijke informatie onthoudt? Wordt door een dergelijke handelwijze — ik heb het over de beïnvloeding van het Trimbos-instituut inzake de conclusies in het rapport — de integriteit van de onderzoekers niet zwaar op de proef gesteld? Ik vraag de staatssecretaris dan ook of de correspondentie per e-mail en de conceptversie of conceptversies van dat rapport naar de Kamer kunnen worden gestuurd. 

Ook de illegale handel in tabakswaren moet worden bestraft. Op dit vlak hoeven wij echter pas over een aantal jaren iets te verwachten. Er is immers een gebrek aan actie op het gebied van de aanpak van illegale handel en de staatssecretaris wil ook niet veel doen om de grensoverschrijdende verkoop aan te pakken. Nederland heeft in Europa zelfs kritiek geuit op een verbod op grensoverschrijdende verkoop onder het mom van een slechte handhaafbaarheid. Is de staatssecretaris trots op dit resultaat? In plaats van het belang te benadrukken van de aanpak van het aantal rokers of wat dan ook, moet Nederland benadrukken dat het geen verbod wil op grensoverschrijdende verkoop. De staatssecretaris doet ook niet veel aan grensoverschrijdende zorg omdat hij bang is dat hierdoor de illegale handel toeneemt. Is het idee hierachter het voorkomen van illegale handel of is het om niet echt iets te hoeven doen aan de grensoverschrijdende verkoop? Is het niet wenselijk om verkoop via internet te verbieden? Ik vergelijk het met wat wij doen bij de verkoop van cannabis. Is dat mogelijk en wenselijk? Graag een reactie van de staatssecretaris. Ik heb op dat punt een motie in voorbereiding. 

De staatssecretaris geeft aan dat het bij de inwerkingtreding van de richtlijn niet wenselijk is om de regels eerder dan 20 mei 2016 in werking te laten treden, omdat de Europese Commissie nog enkele uitvoeringshandelingen moet vaststellen. Om welke uitvoeringshandelingen gaat het? Wat betekent dit voor het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen? De ministeriële regeling met betrekking tot bijsluiters is ook nog niet definitief. Waarom is zij nog niet gereed? Wat is hierover al wel bekend? Moeten we dit onderdeel niet ook bij de behandeling betrekken? 

Ik ga nu over op een ander onderwerp: de elektronische sigaret. Hierbij is gekozen voor de waarschuwing: "Dit product bevat de zeer verslavende stof nicotine. Het gebruik ervan wordt afgeraden voor niet-rokers". Begrijp ik hieruit dat elektronische sigaretten niet worden afgeraden voor mensen die wél roken? Dat is toch vreemd, want het is een schadelijk product. Als e-sigaretten leiden tot minder rokers, dan zou de producent dit toch moeten aantonen? Dan zouden deze sigaretten ook verstrekt moeten worden onder het regime van de Geneesmiddelenwet en niet op de vrije markt. Het moet gezegd worden, de staatsecretaris zet stappen met de e-sigaret. Wellicht kan hij hier ook wat aan doen? Als hij van mening is dat het helpt in het naar beneden brengen van het aantal rokers en dat het slecht is voor mensen, waarom kiest hij dan niet voor dezelfde waarschuwing als bij gewone sigaretten: "Roken is dodelijk, Stop Nu"? 

Mevrouw Agema (PVV):

Dat laatste is een voorstel van de heer Van Gerven voor de elektronische sigaret? 

De heer Van Gerven (SP):

Zeker. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik wil de heer Van Gerven vragen of hij bekend is met de enorme hoeveelheid e-mails die de commissie voor VWS in de afgelopen dagen heeft gekregen van mensen die vaak hun hele leven hadden gerookt en soms door al hun gehoest niet eens meer uit hun woorden konden komen. Zij schreven wat het voor hen had betekend toen ze de mogelijkheid kregen om over te stappen op de elektronische sigaret. Maar kennelijk heeft de heer Van Gerven die e-mails niet gelezen. Ik vraag hem om daar in tweede termijn op terug te komen. 

De heer Van Gerven (SP):

Natuurlijk heb ik die mails gelezen. Ze tonen eens te meer aan hoe verschrikkelijk die verslaving is en dat we die zo veel mogelijk moeten terugdringen. Het punt is alleen of die e-sigaret daartoe het geëigende middel is. Natuurlijk heb ik al die mails gelezen. Als mevrouw Agema van de PVV van mening is dat roken een verslaving is en dat we van die sigaretten af moeten komen, nodig ik haar van harte uit om alle amendementen en moties van de SP te steunen, en bijvoorbeeld ook die van mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie. Dat lijkt me heel goed. 

Nog even iets over de elektronische sigaret. Als die werkt, laat de producenten dan gewoon een registratie aanvragen bij de geneesmiddelenautoriteit om haar als geneesmiddel geregistreerd te krijgen. 

Mevrouw Agema (PVV):

Dit vind ik echt verbijsterend. We hebben het over een legaal product. De sigaret is legaal, de elektronische sigaret ook. We hebben zo veel persoonlijke verhalen ontvangen. Dit was geen e-mailbombardement waarbij iedereen op "enter" had gedrukt om hetzelfde verhaal op te sturen. Nee, het waren persoonlijke verhalen van mensen die 40 jaar hadden gerookt, soms al vanaf hun 9de, niet meer uit hun woorden konden komen, en voor wie er een heel nieuwe wereld openging toen ze met de elektronische sigaret konden gaan dampen. De SP heeft daar helemaal geen boodschap aan. Wat zou er met de zorgkosten gebeuren als alle rokers overstapten op die elektronische sigaret, meneer Van Gerven? 

De heer Van Gerven (SP):

Luister, die elektronische sigaret is een meganieuwe markt, waar heel veel geld wordt verdiend door degenen die haar produceren. Als die producenten van mening zijn dat ze werkt, laten ze dan vooral een registratie aanvragen om haar als geneesmiddelproduct te registreren. Ik heb de mails gelezen van deze mensen, die buitengewoon graag van hun verslaving af zouden komen. De elektronische sigaret heeft als bijwerking dat mensen ook daaraan verslaafd kunnen raken. Ze kan ook een opstap vormen voor nieuwe verslaafden. Mevrouw Agema heeft het niet over die route, en dat wil ik coûte que coûte voorkomen. Als mensen van het roken af willen komen, dan zijn er daarvoor de geëigende kanalen van de hulpprogramma's, de hulpverlenende sector en ook allerlei hulpmiddelen zoals nicotinepleisters. Die kunnen ook gebruikt worden. Dat vind ik een veilige weg. Het gaat om een product dat onveilig en ongezond is. Wie kan er nu blij zijn dat niet-rokers de elektronische sigaret gaan gebruiken? Dat kan mevrouw Agema niet voorkomen. Dat is een bijwerking die ook coûte que coûte voorkomen moet worden. Nicotineverslaving is ongezond. 

De voorzitter:

Dat is helder. U vervolgt uw betoog. 

De heer Van Gerven (SP):

Een volgend punt. Kan de staatssecretaris zijn plannen voor het communicatietraject preciezer toelichten? Zit er bijvoorbeeld een massamediale component in de aanpak? En hoe wordt meeroken aangepakt? Roken moet niet aantrekkelijk zijn. Dat betekent ook geen lekkere geurtjes of smaakjes. Vanille wordt bijvoorbeeld als toegevoegde smaak verboden, maar menthol wordt pas in 2020 verboden. Waarom is er niet voor gekozen om alle additieven, alle toevoegingen die bijdragen aan verslaving of de gezondheid verslechteren per direct te verbieden? 

Ik vind het een goede ontwikkeling dat alle gegevens en mogelijk negatieve effecten van producten worden bijgehouden in het systeem. Ik begrijp echter niet waarom we er niet naar streven om één systeem te ontwikkelen. Het staat de partijen vrij om een gezamenlijk systeem te ontwikkelen, maar ik zou de staatssecretaris willen vragen waarom we dat niet verplichten. Waarom is de wijze waarop partijen het systeem gaan vormgeven, ook geheel vrijblijvend? Als we constateren dat het systeem niet voldoende wordt bijgehouden, gaan lidstaten waarschijnlijk eisen stellen. Staatssecretaris, ik vind dit wel erg slappe hap. 

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gaat hierop toezien. Hoe kunnen we hier goed op toezien als er geen enkel kader is om dat goed te beoordelen en als er geen regels zijn en we volledig vertrouwen op de industrie? De systemen worden niet automatisch openbaar. Wie hebben er wel toegang toe? Alleen de bedrijven zelf? De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit? VWS? Wij allemaal? Ik krijg daar graag een toelichting op. Kan er toch niet één onomstreden systeem komen? 

Cijfers van TabakNee laten zien dat Nederland zich op financieel gebied minimaal inspant voor tabakspreventie. We geven €0,12 uit per hoofd van de bevolking tegen bijna €2 per hoofd van de bevolking in IJsland. Ik geef toe dat in IJsland minder mensen wonen, maar ook in Zwitserland gaat het om €1,50 per hoofd van de bevolking. Verhoudingsgewijs is dat tien keer zoveel als in Nederland. Als bij geen andere verslaving, loont tabakspreventie. Daarom stellen wij ook voor om 1% van de tabaksaccijnsopbrengsten toe te voegen aan het budget voor tabakspreventie. Ik zal daartoe ook een motie indienen. 

Ik rond af. 100 kinderen starten elke dag met hun rookverslaving. Dit feit moet reden zijn voor een effectieve preventieve aanpak, waarbij een forse budgetverruiming voor tabakspreventie onontbeerlijk is. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Elke dag beginnen ongeveer 125 minderjarige kinderen met roken. De SP had het over ongeveer 100 kinderen per dag. Of het er nu 100 of 125 zijn, het zijn er gewoon 100 of 125 te veel. Het is zorgelijk. Alle inzet moet erop gericht zijn om te voorkomen dat een nieuwe generatie verslaafd raakt. Als je als tiener begint met roken, is het veel moeilijker om later te stoppen. 

Gelukkig is er geen discussie meer over de risico's van roken. Roken is heel erg slecht voor je gezondheid. Elk jaar sterven in Nederland 19.000 mensen door aandoeningen die veroorzaakt zijn door roken. En dan heb ik het nog niet eens over het aantal mensen dat overlijdt als gevolg van meeroken. Afgelopen jaar is een aantal belangrijke stappen gezet om het tabaksgebruik in onze samenleving terug te dringen. Ik denk aan het rookverbod in de horeca en aan het convenant over een display ban waar de staatssecretaris nu aan werkt, na een motie van de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie. Heel goed, want tabak zien, doet roken. Maar er kan nog veel meer gebeuren en dat is ook nodig, want roken is niet stoer en verslaving is geen vrije keuze. Laten wij er met elkaar voor zorgen dat onze jongeren gezond opgroeien, vrij van verslavingen. 

Vandaag spreken wij over de implementatie van de Europese tabaksproductenrichtlijn. Mijn fractie is hierover in het algemeen zeer te spreken omdat deze richtlijn het ontmoedigingsbeleid ondersteunt. Eén van de onderdelen van de richtlijn bepaalt dat verpakkingen van tabaksproducten voor twee derde bedekt moeten zijn met gezondheidswaarschuwingen, afschrikwekkende plaatjes en informatie over diensten die helpen om te stoppen met roken. Ook het toevoegen van kenmerkende aroma's wordt aan banden gelegd. Dat is allemaal mooi, maar wat mijn fractie betreft kan de implementatie van de richtlijn op onderdelen scherper. Ik heb hiertoe een aantal amendementen ingediend. 

Zo las ik in de richtlijn dat de tabaksindustrie zelf een systeem moet opzetten om informatie te verzamelen over vermoedelijk schadelijke effecten van roken. Dit is toch de slager die zijn eigen vlees keurt. Ter vergelijking: de NAM, de Nederlandse Aardoliemaatschappij, heeft bij wet de taak om onderzoek te doen naar de gevolgen van gaswinning. Een paar dagen geleden nog heeft de Kamer hierover in deze zaal gesproken. We zien dat deze taakopdracht aan de NAM resulteert in onderzoeken die onvoldoende zijn of onderzoeken die helemaal niet uitgevoerd worden. Hebben wij hiervan dan niets geleerd? Dit laten wij toch bij de tabaksindustrie niet gebeuren? En we zadelen de NVWA, die hierop moet toezien, met een onmogelijke opdracht op. Het opzetten van een onderzoeksysteem door de tabaksindustrie is voorgeschreven in de Europese richtlijn en wij kunnen daarvan dus ook niet afwijken. Laten wij dan in ieder geval bij AMvB hiervoor regels opstellen. Ik heb hierover een amendement ingediend en hoop uiteraard op een positieve reactie van de staatssecretaris. 

Er staat een bepaling in de wet dat bedrijfs- of fabricagegegevens niet openbaar gemaakt hoeven te worden als dat niet opweegt tegen het belang van openbaarmaking. Dus: stofjes die het roken aantrekkelijk maken, moeten worden geregistreerd, maar als dit het bedrijfsbelang schaadt, dan hoeft dat ineens niet. Er is geen ander belang voor openbaarmaking dan het belang van de volksgezondheid. Voor mijn fractie weegt volksgezondheid altijd zwaarder dan bedrijfsbelangen. Ik heb dan ook een amendement ingediend om dit artikel aan te passen. 

In de wet wordt ook een en ander geregeld voor reclame voor tabaksproducten. Reclame is in principe verboden, maar dan volgt een hele trits uitzonderingen. Wat de ChristenUnie betreft, is reclame in tabaksspeciaalzaken te billijken, maar in levensmiddelenzaken en in warenhuizen zeker niet. Daarom heb ik een amendement ingediend om de mogelijkheid van tabaksreclame in levensmiddelenzaken en warenhuizen uit de wet te halen. De staatssecretaris werkt aan een display ban in levensmiddelenzaken, maar reclame zou dan wel toegestaan zijn? Dat is tegenstrijdig. Ik kan mij dan ook niet anders voorstellen dan dat de staatssecretaris dit amendement omarmt. 

Het valt mij op dat de wet bol staat AMvB's, ministeriële regelingen et cetera et cetera. Er moet nog heel erg veel worden uitgewerkt. Gaat dat het komende jaar nog gebeuren? Het lijkt een mooie opdracht voor de staatssecretaris in het laatste zittingsjaar van het kabinet. Graag een reactie. Waar gaat de staatssecretaris dit jaar nog meer mee aan de slag of is hij nu klaar met zijn tabaksontmoedigingsbeleid? Ik las in de schriftelijke antwoorden dat de implementatie van de richtlijn naar verwachting zal leiden tot 2% minder rokers in 2020, naast de eventuele effecten van het tabaksontmoedigingsbeleid dat al is ingezet. Wat is de ambitie van dit kabinet? Durft de staatssecretaris die concreet te maken? 

Ik noemde al een aantal keren het belang van kinderen die opgroeien in een gezonde omgeving. Hoe staat het met de ambitie voor rookvrije scholen en rookvrije schoolpleinen? Ik weet dat de staatssecretaris hierover met scholen in gesprek is, maar werkt deze zachte hand wel voldoende? Uit de meest recente cijfers die ik kon achterhalen blijkt dat 53% van de scholen in het voortgezet onderwijs en maar 6% van het mbo volledig rookvrij is. Dat gaat te langzaam. Tot mijn spijt werd een motie van de ChristenUnie en de Partij van de Arbeid om een stok achter de deur te introduceren weggestemd. Daarom heb ik een amendement ingediend om met elkaar af te spreken dat alle scholen in Nederland vanaf 2020 volledig rookvrij zijn. Ik zie namelijk dat scholen wel willen, maar een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken. Laat dit dan dat steuntje zijn. 

Plain packaging wordt niet ingevoerd omdat het positieve resultaat uit Australië ten aanzien van plain packaging mogelijk beïnvloed is door andere elementen van tabaksontmoedigingsbeleid. Ook heeft de tabaksindustrie in de US en de UK rechtszaken aangespannen tegen voorgenomen plain packaging door de overheid. De staatssecretaris wijst naar deze ontwikkelingen in het buitenland. Natuurlijk moeten we kijken wat we daarvan kunnen leren. Het Europees Hof heeft echter intussen een claim van de tabaksfabrikanten afgewezen. Bovendien hebben wij, de staatssecretaris en de Tweede Kamer, een verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de Nederlandse samenleving. Met de richtlijn is gekozen voor eisen aan het uiterlijk van de verpakkingen. Plain packaging staat daar natuurlijk haaks op. Wil de staatssecretaris dan in elk geval de Kamer op de hoogte houden van de situatie in het buitenland en plain packaging als reële optie voor de nabije toekomst houden, bijvoorbeeld als blijkt dat de nieuwe richtlijn onvoldoende werkt? Wanneer worden de effecten van de richtlijn trouwens getoetst? 

Additieven zijn binnenkort verboden. Voor menthol als additief geldt echter een overgangsperiode tot 2020, omdat — ik citeer uit de memorie van toelichting — consumenten dan de tijd krijgen om op zoek te gaan naar alternatieven. Dat is een heel wonderlijke opmerking van de staatssecretaris, want additieven zijn na 2020 helemaal niet meer toegestaan. Welk alternatief bedoelt de regering dan? Ik vind eerlijk gezegd dat de overgangsperiode veel te lang is en heb hierover een motie klaarliggen. 

Eerder heb ik veel aandacht gevraagd voor rookruimten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de rookruimte een soort kroeg in de kroeg is. In de praktijk zien we namelijk dat in rookruimten niet alleen gerookt wordt, maar ook hapjes en drankjes geserveerd worden, speeltafels worden neergezet, et cetera. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik hoor van horecaondernemers dat zij oneigenlijke concurrentie ervaren. Niet iedereen heeft immers de ruimte om een aparte gelegenheid voor rokers in te richten. Ik heb een motie klaarliggen die de staatssecretaris oproept om het Besluit uitvoering Tabakswet zodanig te wijzigen dat in rookruimten alleen roken is toegestaan. Daar zijn ze immers voor bedoeld. Wellicht wil de staatssecretaris toezeggen dat hij hiermee aan de slag gaat en is een motie helemaal niet nodig. 

Over het aantal verkooppunten heeft mijn fractie talloze malen gesproken. Het liefst zien wij dat de verkoop wordt beperkt tot de tabaksspeciaalzaken. In ons land kun je op ongeveer 9.000 plekken brood kopen. Er zijn nu echter zo'n 30.000 verkooppunten van tabak. Hoe vaak heeft de staatssecretaris niet gezegd toe te werken naar een nieuwe norm en dat die is dat je niet rookt? Dan helpt het niet als je op 30.000 plekken in ons land tabaksproducten kunt kopen. Tabak is everywhere. Er wordt verkocht aan minderjarigen, want de NVWA kan die 30.000 verkooppunten onmogelijk allemaal controleren. Ook zijn er nog de tabaksautomaten in de horeca. Dat zijn plekken waar je niet mag roken, maar waar wel een automaat staat overdekt met reclame met maar één boodschap: kom, koop een pakje en steek een sigaret op. Wil de staatssecretaris ook de verkoop in de horeca aan banden leggen? Ik ben heel erg benieuwd naar het amendement van de SP op dit punt. 

De staatssecretaris heeft op vragen van de SP geantwoord dat de verkoop van wijn in boekhandels in strijd is met de Drank- en Horecawet. Dat is heel interessant. Waarom zou je in een boekhandel geen wijn mogen verkopen en wel tabak? Ik hoor graag van de staatssecretaris wat het onderscheid in wetgeving rechtvaardigt. Als wij blurring, het vermengen van functies, niet toestaan bij de verkoop van alcohol, waarom dan wel bij tabak? Ik ben benieuwd welk antwoord de staatssecretaris op deze vraag weet te bedenken. 

Tot slot wil ik aandacht vragen voor goede voorlichting, voorlichting aan onze tieners over de schadelijke effecten van roken en meeroken. Ik las dat de staatssecretaris in 2016 met een nieuwe campagne start. Heel goed. Wil hij daarbij KWF Kankerbestrijding en de KNMG betrekken en ook de evaluatie van de campagne NIX18? Ik zie uit naar de antwoorden van de staatssecretaris. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. Roken is slecht voor de gezondheid. Daarom heeft de fractie van D66 in eerdere debatten al gezegd dat zij voorstander is van een stevig tabaksontmoedigingsbeleid. De feiten liegen er namelijk niet om. Van de volwassenen die roken, is 80% begonnen met roken voor zijn of haar 18de levensjaar. In 2013 rookte van de jongeren 9% dagelijks. Het percentage mensen dat tabak rookt, daalt in Nederland. Dat lijkt positief, maar het gebruik van de e-sigaret stijgt. Ik heb al eerder gezegd dat we er nog niet zijn en dat er nog een hoop werk te doen is. Ik zal dat blijven zeggen en de staatssecretaris is het wat dat betreft gelukkig met mijn fractie eens. 

De EU-richtlijn en het wetsvoorstel dat voorligt, vormen een belangrijke stap in het beschermen van onze jeugd tegen de gevaren van tabak. De verleidingen, zoals aantrekkelijke verpakking en verheerlijkende smaakjes, worden aan banden gelegd. Dat is een goede ontwikkeling, want jongeren weten bijvoorbeeld vaak niet dat menthol, een van die "smaakjes", het bovenste gedeelte van de luchtwegen verdooft en daarmee de ruwheid van tabak maskeert. 

Mijn fractie heeft al eerder gezegd dat de informatie over de gevaren van roken centraal moet staan. Daarvoor is goede voorlichting nodig, om effecten op lange termijn te behalen en om die rookvrije generatie te realiseren. We willen tot zo'n rookvrije generatie komen. Die voorlichting moet op nationaal en Europees niveau worden geregeld. D66 wil voorkomen dat consumenten en producenten effectieve maatregelen omzeilen door uit te wijken naar andere lidstaten. De EU-richtlijn zet daar een grote stap in. Daarom is D66 voorstander van de implementatie van de richtlijn. 

Ik heb al eerder gehamerd op het belang van voorlichtings- en informatiecampagnes. In de schriftelijke ronde heeft mijn fractie daar ook nog naar gevraagd. Wordt de invoering van de leeftijdsgrens in dit wetsvoorstel gekoppeld aan specifieke voorlichting of een campagne? In de beantwoording was te lezen dat nog bezien moest worden hoe dat vormgegeven zou worden. Vandaar dat ik er nu weer naar vraag. Hoe gaat de staatssecretaris die campagne vormgeven? Waar komt hij dit jaar mee op dit vlak, nog afgezien van de campagnes die al lopen? 

In het voorliggende wetsvoorstel wordt meer geregeld dan waar in de EU-richtlijn om wordt gevraagd. Die keuze brengt consistentie in het Nederlandse beleid. D66 erkent dat de schadelijke gevolgen van de e-sigaret kleiner zijn dan de schadelijke gevolgen van tabak. Dat betekent echter niet dat die e-sigaret helemaal geen schade toebrengt. D66 wil ook voorkomen dat de e-sigaret jongeren juist aanzet om te beginnen met roken. Mijn fractie vindt het dus prima dat deze e-sigaret onder de Tabakswet valt. 

De richtlijn focust op importeurs, producenten, distributeurs en detaillisten. Maar de richtlijn reikt verder door het verplicht stellen van een 65%-norm voor pakjes. Dat houdt in dat 65% van de opdruk van het pakje moet bestaan uit gecombineerde gezondheidswaarschuwingen, wat eigenlijk betekent dat er afschrikwekkende plaatjes en teksten op de verpakking staan. Door die maatregel focust de richtlijn zich sterk op ontmoedigingsbeleid, specifiek voor jongeren. De staatssecretaris heeft eerder al aangegeven dat kortetermijneffecten hiervan wetenschappelijk zijn aangetoond. Op de huidige pakjes staan ook waarschuwingen over gevolgen voor de gezondheid. Kan de staatssecretaris zeggen om hoeveel procent van de opdruk het daarbij gaat? En in hoeverre bevat die opdruk informatie over de gevolgen voor de gezondheid? Gaat de staatssecretaris meten wat de effecten van de invoering en implementatie van de Europese richtlijn in Nederland zijn? Mijn fractie wil graag dat gemeten wordt wat die effecten zijn. 

Al een aantal keren is gezegd dat in Australië binnen drie jaar het aantal rokers met 15% is gedaald. Behalve dat de accijnzen werden verhoogd, werd daar ook plain packaging ingevoerd. In Nederland zijn er hoogleraren die zeggen dat die afschrikwekkende plaatjes misschien niet het gewenste effect hebben. Zij zeggen dat mensen bang maken alleen helpt als zij ook denken dat er een oplossing is die voor henzelf uitvoerbaar is. Bang maken zou kunnen leiden tot defensief gedrag, vrezen deze hoogleraren. Zij stellen voor om de pakjes saai te maken. Zet er bijvoorbeeld adviezen op over stoppen met roken, zodat rokers op een positieve manier gestimuleerd worden om te stoppen. Ik zou graag van de staatssecretaris willen horen wat hij daarvan vindt. Dat is immers een vorm van plain packaging. Overigens is hierover binnen de EU wat verwarring ontstaan. Italië dacht dat deze EU-richtlijn via wetsvoorstellen tot doel had om plain packaging in te voeren. Mevrouw Faber zei al dat hierover ook rechtszaken worden gevoerd. Heeft de staatssecretaris zicht op de manier waarop andere Europese landen tegenover plain packaging staan? Vindt hij plain packaging wel een optie op de lange termijn? 

Ik ga even terug naar die hoogleraren in Maastricht die zeggen dat er goede manieren zijn om van die nicotineverslaving af te komen, vooral door effectieve vormen van hulp en begeleiding. Is de staatssecretaris het met D66 eens dat de stoppen-met-rokenprogramma's juist daarom in het basispakket thuishoren? 

In 2013 gaf de staatssecretaris aan, zich af te vragen of die afschrikwekkende plaatjes ook voor pijptabak, pruimtabak en sigaren moesten gelden. Hij vroeg zich af of dat wel proportioneel was. Kan hij aangeven hoe hij dat nu ziet? Ik begrijp dat op grond van artikel 11 van de EU-richtlijn verpakkingen van andere tabaksproducten dan sigaretten, shag en waterpijptabak kunnen worden vrijgesteld van gecombineerde waarschuwingen. Ik heb ook begrepen dat buurlanden van ons van plan zijn om dat artikel een-op-een te implementeren. Wat vindt de staatssecretaris hiervan? Hoe kijkt hij aan tegen de keuze van de buurlanden en de mogelijke grenseffecten? 

Tot slot heb ik nog een vraag over de AMvB's. Ik wil graag weten wat wij als Kamer kunnen verwachten. Wat wil de staatssecretaris daarin concreet gaan regelen? Welke keuzes denkt hij daarin te gaan maken? Ik hoor het graag. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Wat leuk om u eens op die stoel te zien! 

De voorzitter:

De vreugde is geheel wederzijds. 

Mevrouw Agema (PVV):

Mooi is dat. 

Voorzitter. Natuurlijk is het goed om mensen en vooral jongeren te ontmoedigen om te beginnen met roken. Laat ik vooropstellen dat ook de Partij voor de Vrijheid wil dat zo weinig mogelijk jongeren beginnen met roken en zo veel mogelijk volwassenen ermee stoppen. Wij zijn alleen tegen de Brusselse bemoeienis via deze richtlijn. Wij weten ook niet waar het stopt. Wie zegt dat de vreselijke plaatjes van ontstoken tandvlees en vervuilde longen ervoor zullen zorgen dat mensen straks stoppen met roken? Iedereen weet toch al dat roken slecht is voor de gezondheid? Wat gaat Brussel daarna doen? Gaan wij op bevel van Brussel een doosje bonbons voorzien van een waarschuwingssticker voor obesitas? Gaat Brussel straks van ons eisen dat wij op snoepjes een foto aanbrengen van een verrot gebitje, of op een fles whiskey een plaatje van een vervette lever? 

Deze regels rondom etikettering zijn voor mijn fractie een veel te zwaar middel. En waar stopt het? Ook zonder Brusselse bemoeienis zijn wij er niet voor. Wij zijn er niet voor dat de gezondheidswaarschuwing 65% wordt, dat smaakjes worden verboden, dat er gezondheidswaarschuwingen op rookloze tabaksproducten moeten worden aangebracht, dat nieuwe soorten tabaksproducten op voorhand moeten voldoen aan de richtlijn, dat lidstaten grensoverschrijdende verkoop mogen verbieden en dat de boetebedragen gelijkgetrokken worden met die voor alcoholhoudende dranken, mits dat op het oude niveau kan. 

Ik wil de staatssecretaris eraan herinneren dat wij het nog steeds hebben over een legaal product. Ik heb hem daar vanmorgen in het debat over drugs ook op gewezen. Terwijl er een war on tabak gaande is in ons land, gaat de jeugd massaal aan de harddrugs. Ik vraag mij af waar de prioriteiten liggen in dit huis. 

Wat ik ook te gek voor woorden vindt, is het voorstel om een legaal product onder de toonbank te gaan verkopen. Rokers worden weggezet als criminelen en winkeliers als dealers. Gaat dit allemaal niet veel te ver? 

Ik ben ook tegen nationale koppen, zoals plain packaging en een display ban. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik vond het verhaal van mevrouw Agema in het begin zo slecht nog niet. Zij zei: ik ben ervoor dat jongeren niet beginnen met roken en ik ben er ook voor dat volwassenen stoppen met roken; dus dat in Nederland nog zo min mogelijk mensen roken en als het kan niet één. Maar vervolgens houdt ze een hele tirade tegen allerlei plannen en allerlei voorstellen waarmee juist wordt gepoogd om te bewerkstelligen dat het aantal mensen dat rookt vermindert en ook dat het aantal kinderen dat rookt — het is zojuist al gezegd: elke dag raken 100 kinderen rookverslaafd — vermindert. Mevrouw Agema kan wel een tirade houden dat het allemaal niet deugt, maar hoe lost zij het dan op? 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik maakte daar zojuist al een opmerking over. Terwijl de SP bezig is met deze war on tabak en war on alcohol, is tegelijkertijd een war on drugs verloren. We hadden vanmorgen een debat over drugs, waaruit blijkt dat een meerderheid van de jongeren aan de harddrugs zit in ons land, maar de SP is bezig met een display ban! Zou de SP niet eens de aandacht moeten gaan verleggen? Over dat punt maak ik mij zorgen als we het over jongeren hebben. Natuurlijk moeten jongeren niet stiekem achter een schuurtje gaan roken zoals vroeger gebeurde, maar er worden nu pillen naar binnen gewerkt; het gaat om harddrugs, om illegale producten. Het enige wat ik nog tegen de SP zou willen zeggen, is: u trekt de hele kast open; u grijpt alle mogelijkheden aan, maar waarom verbiedt u het roken niet gewoon? 

De heer Van Gerven (SP):

Ik zie graag de rapporten tegemoet waarin staat dat de meerderheid van de jongeren aan de harddrugs zit. 

Mevrouw Agema (PVV):

Vanmorgen ging het om het Trimbos-instituut. 

De heer Van Gerven (SP):

Dat er een keer een pilletje wordt geslikt, is nog heel wat anders dan dat men systematisch aan de harddrugs zit en verslaafd is en dat de helft van de jongeren dat doet. 

Mevrouw Agema (PVV):

De SP staat hier … 

De voorzitter:

De heer Van Gerven heeft het woord, mevrouw Agema. Daarna mag u nog reageren. Stelt u uw vraag, mijnheer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

Er is niemand voor harddrugs. Niemand hier in de politiek in Nederland zegt: dat moeten we gaan stimuleren; dat is oké zo. Mevrouw Agema moet dus niet aankomen met die vluchtweg. Ik vraag mevrouw Agema om eens gewoon in te gaan op het feit dat de PVV beweert dat zij voor een tabaksontmoedigingsbeleid is, maar dat zij vervolgens alle voorstellen om tabak te ontmoedigen in de prullenbak werpt en dus eigenlijk die verslaving maar gewoon laat bestaan. Er raken per dag 100 kinderen verslaafd. 

Mevrouw Agema (PVV):

De heer Van Gerven blijft heel lang doorpraten, maar ik neem er aanstoot aan dat mijn collega hier in de Tweede Kamer het feit dat de jeugd massaal aan de harddrugs gaat, bagatelliseert. We hebben daar vanmorgen een debat over gevoerd. Het Trimbos-instituut kwam uit op 60%. Ik vind dat illegale harddrugs harder aangepakt moeten worden dan een legaal tabaksproduct. Ik vind dat de Tweede Kamer haar prioriteit moet verleggen. Voor de rest mag de SP haar standpunten hebben. Ik ben van de oude stempel. Ik ben van "roken, we komen er samen wel uit". We hebben er een goed gesprek over. Je haalt mensen van wie je houdt over om te stoppen met roken. Er zijn ook gewoon mensen die ermee stoppen. Ik ben er zelf mee gestopt. Mensen stoppen gewoon met roken zonder plain packaging en zonder al die dingen die de SP uit de kast trekt. Als de SP al die dingen doet, dan roep ik haar toch tot het volgende op: verbied het roken dan gewoon en maak er ook een illegaal product van, net als die harddrugs. 

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik plaatste zojuist een interruptie over het dampen en over alle persoonlijke verhalen die wij over de e-mail kregen. Die verhalen zijn aan ons gestuurd en niet aan het ministerie. Ik wil ze hierbij aan u overhandigen, voorzitter. Misschien kan de staatssecretaris daarop reageren. Mocht hem dat niet lukken, dan kan ik mij ook voorstellen dat hij daar later in een brief nog op terugkomt. Ik vind deze persoonlijke verhalen van mensen die eigenlijk een heel groot deel van hun leven terugkregen nadat ze stopten met het roken van tabak en overgingen op de elektronische sigaret, enorm belangrijk. 

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer. 

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.) 

Het zal niet de bedoeling zijn dat de staatssecretaris op elk persoonlijk verhaal reageert. 

Mevrouw Agema (PVV):

Nee, maar op het beeld dat eruit naar voren komt. 

De voorzitter:

Het is dus niet de bedoeling dat hij op elke overtuiging of getuigenis reageert, maar op het algemene beeld. Misschien kan de staatssecretaris dat straks meenemen in zijn eerste termijn. 

Mevrouw Agema (PVV):

Dan kom ik nog op het onderwerp dat mij binnen deze discussie al zo lang zo mateloos irriteert. Op 24 juni 2014 bevestigde de staatssecretaris dat de waterpijp valt onder de Tabakswet en als er geen nicotine in zit, dan valt die nog altijd onder de Tabaksrichtlijn en daarmee onder het rookverbod in de horeca. Dat was op 24 juni 2014. Vorig jaar hadden we hier ook een debat over. De staatssecretaris bevestigde toen op basis van stukken dat er een paar boetes waren uitgedeeld. Toch zie je iedere keer meer shishalounges de deuren openen. Het is materieel onmogelijk dat shishalounges bestaan als je een rookverbod hebt in de horeca. Maar er is er niet eentje dicht; er gaan er alleen maar meer open. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe hij dit gaat oplossen in een land waarin kleine cafés het toch moeilijk hebben gehad met het rookverbod en er allemaal in mee zijn gegaan, aangezien de uitzondering voor de kleine cafés niet meer bestaat. Hoe kan het dat er steeds meer shishalounges komen? Het kan materieel niet! De waterpijp valt onder de Tabakswet. Zelfs als er geen nicotine zit, vallen ze onder de tabaksproductenrichtlijn. Dat heeft de staatssecretaris reeds in de zomer van 2014 bevestigd. Wanneer sluiten die shishalounges? 

Ik sluit af met wat ik zojuist al zei. Ik ben van de oude stempel. We komen er samen wel uit. Ik ben er niet voor dat rokers crimineel zijn en verkopers hun dealers. Daar ben ik op tegen. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Het CDA steunt de wetgeving die we vandaag bespreken. Het is goed dat de tabaksrichtlijn wordt omgezet in nationale wetgeving. Om te voorkomen dat kinderen en jongeren gaan roken, mogen wat het CDA betreft deze harde maatregelen worden genomen. Het verbod op aroma's, additieven en andere misleidende producten waarmee gesuggereerd wordt dat er ook gezonde aspecten aan roken zitten, mag van het CDA liever vandaag dan morgen worden ingevoerd. Ook steunt het CDA de gelijkschakeling van de eisen naar de e-sigaretten, waaronder de verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar. Uiteraard kan de gecombineerde gezondheidswaarschuwing die op de verpakkingen zal moeten staan, ook op steun van het CDA rekenen. 

Zoals tijdens het AO over tabaksontmoedigingsbeleid van vorig jaar juni is aangegeven, mag de staatssecretaris wat het CDA betreft nog best wel wat ambitieuzer zijn. Het gaat dan over verschillende zaken. Tabaksfabrikanten doen er alles aan om de verpakkingen van hun producten er zo vrolijk mogelijk uit te laten zien. Waar het tot nu toe ging om vrolijke kleuren en stoere plaatjes, wordt nu zelfs geëxperimenteerd met verpakkingen met ledlampjes en geluidseffecten. Deelt de staatssecretaris de opvatting dat dit geen wenselijke ontwikkeling is? Klopt het dat dit soort verfraaiingen er vooral op gericht zijn om ervoor te zorgen dat kinderen een positieve indruk van roken krijgen en daardoor minder bevattelijk zijn voor voorlichting en sneller zullen starten met roken? Het CDA zou graag zien dat in dit wetsvoorstel in ieder geval de mogelijkheid wordt opgenomen om in de toekomst wel over te gaan tot plain packaging. Het CDA zou graag zien dat al die nieuwe verfraaiingen met lichtjes en geluidseffecten vanaf dit moment niet meer kunnen. Als het gaat om de net genoemde verfraaiingen, de ontwikkeling die klaarblijkelijk eraan zit te komen, is het goed om in dit wetsvoorstel al vast te leggen dat dit in ieder geval de komende periode niet kan gebeuren. Daarom bekijkt het CDA samen met de PvdA of we een iets bredere grondslag voor de AMvB in de wet kunnen opnemen om dat alvast te regelen. Dat amendement is nog in ontwikkeling omdat het juridisch nauw luistert, maar we hopen het zo snel mogelijk aan de Kamer te sturen, zodat iedereen het amendement kan lezen. 

De staatssecretaris zegt zelf over plain packaging: ik doe dat op dit moment nog niet, maar doe dat pas op het moment dat de gecombineerde gezondheidswaarschuwing onvoldoende resultaat oplevert. Maar wat is onvoldoende resultaat? Bij welk resultaat van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing is hij tevreden? Welke afwegingsfactoren gebruikt hij daarvoor? 

De staatssecretaris kiest er heel expliciet voor om grote sigaren die nu in de handel zijn, uit te zonderen van de verplichting van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing. Reden daarvoor is dat hoofdzakelijk een kleine groep oudere consumenten deze sigaren rookt. Doelt de staatssecretaris daarmee op de leden van de Eerste Kamer? Dat is natuurlijk gekscherend bedoeld. De staatssecretaris voert de gecombineerde gezondheidswaarschuwing op die grote sigaren wel in als het volume verandert of als meer jongeren deze gaan roken. Maar hoeveel oudere mensen roken die sigaren nu en hoeveel roken de jongeren er dan? De staatssecretaris moet dat wel weten als hij tot deze beslissing komt. Wanneer beschouwt de staatssecretaris een sigaar als een "grote" sigaar? Kan hij aangeven hoeveel millimeter zo'n sigaar dan precies is? Zijn deze sigaren minder schadelijk, zodat een waarschuwing niet nodig is? En ik heb nog een laatste vraag hierover: hoe is de staatssecretaris op dit idee gekomen? Want in het oorspronkelijke wetsvoorstel dat in consultatie is gegaan, was dit niet opgenomen. 

Verschillende onderzoeken hebben laten zien dat het aannemelijk is dat een display ban op de lange termijn kan bijdragen aan een afname van het aantal rokers. Het CDA zou het goed vinden als ondernemers hier zelf hun verantwoordelijkheid in nemen, om te beginnen bij plekken waar kinderen vaak geconfronteerd worden met power walls. Daarom heeft het CDA vorig jaar de motie van de ChristenUnie en de PvdA gesteund om hierover met supermarkten een convenant te sluiten. De in de motie opgenomen termijn om dat convenant te sluiten is inmiddels naar 1 juli gegaan. De supermarkten stellen nu ook de eis dat ook de overige verkooppunten van tabaksproducten bij het convenant worden betrokken. Het begon zo mooi. Ik zag nog een enorm persbericht van een aantal supermarkten waarin stond dat zij een bijdrage gingen leveren aan de volksgezondheid en dat zij gingen voorkomen dat jongeren zouden gaan roken. Nu we echter wat verder in het proces zijn, verschuift de deadline, worden complicerende eisen gesteld en moet iedereen plotseling meegaan. Hoe groot schat de staatssecretaris de kans in dat men überhaupt nog tot een convenant gaat komen? Welke stok achter de deur is hij van plan te gebruiken als de sector er zelf niet uitkomt? 

Naar aanleiding van de motie van de PvdA, D66 en het CDA, heeft de staatssecretaris inmiddels aangegeven dat hij het kennistekort over de schadelijke gevolgen van meeroken gaat aanpakken. Het is goed om te zien dat de staatssecretaris daarbij de campagne Op weg naar een rookvrije generatie van de Alliantie Nederland Rookvrij ondersteunt. Ook is het goed dat hij heeft gezegd dat hij aandacht zal besteden aan zwangere vrouwen die doorroken tijdens hun zwangerschap. Vandaag hebben we daar het eerste resultaat van kunnen zien, in ieder geval per persbericht. Het is mooi dat de staatssecretaris op deze dag hier de eerste stappen in wil zetten. 

Ik heb echter nog wel een paar vragen bij de voorlichtingscampagne. Uit internationale onderzoeken blijkt dat dit soort campagnes het meest effectief zijn als ... Ik wil nu het woord "crossmediaal" gebruiken, voorzitter, maar misschien hebt u daar als oud-docent nog een goede Nederlandse vertaling voor. 

De voorzitter:

Misschien kunt u "verschillende media" zeggen. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Dat vind ik wel mooi. Iets is crossmediaal als verschillende media gebruikt worden. Die campagnes zijn het meest effectief als zij met gebruik van verschillende media en langdurig gevoerd worden. Die voorlichtingscampagnes hebben dus eigenlijk alleen maar zin als zij langdurig zijn en als er goed gebruik wordt gemaakt van verschillende soorten media. Mijn vraag aan de staatssecretaris is de volgende. Mogen we ervan uitgaan dat hij die voorlichtingscampagne echt langjarig gaat inzetten, ondanks het waarschijnlijke einde — je weet het nooit — van de kabinetsperiode in 2017? Is hij echt van plan om dit voor meerdere jaren vast te leggen? Mogen we er ook van uit gaan dat het geen voorlichtingscampagne wordt met enkel wat foldertjes, maar dat nieuwe soorten media worden bekeken en gebruikt, zoals social media, Instagram en alle andere nieuwe mogelijkheden waarmee jongeren communiceren en waar we jongeren goed kunnen gebruiken? 

In de antwoorden over de acties gericht op vmbo-leerlingen verwijst de staatssecretaris vooral weer naar de NIX18-campagne. Kan de staatssecretaris bevestigen dat ook bij die doelgroep grotendeels op kennisvergroting gemikt wordt? Zeker bij de vmbo-categorie en bij de mbo-leerlingen zien we dat het aantal jongeren dat rookt, ook langjarig, vele malen groter is dan het geval is bij leerlingen die op andere scholen zitten. Daar is dus voornamelijk een heel specifieke aanpak voor nodig. 

Ik ga bijna afronden. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij scholen die achterblijven, in 2016 zal wijzen op het ondersteuningsaanbod en de extra ondersteuning die hij beschikbaar stelt om tot rookvrije scholen te komen. Aan welk soort ondersteuningsaanbod moeten we dan denken? 

Kortom, er liggen hier een aantal heel goede maatregelen die er een bijdrage aan kunnen leveren dat jongeren niet beginnen met roken. Elke jongere die niet begint met roken, is winst. 

De voorzitter:

Alvorens u het spreekgestoelte verlaat: er komt nog een interruptie van de heer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

Het CDA sprak over de crossmediale campagnes, verschillende campagnes richting de media, terwijl het eigenlijk om de vraag ging hoe we de jeugd zo effectief mogelijk kunnen bereiken om te voorkomen dat zij gaat roken. De daarvoor beschikbare middelen zijn vrij beperkt. Zo komt TabakNee op €0,12 per persoon in Nederland. Voelt het CDA iets voor het voorstel van de SP om 1% van de tabaksaccijnzen extra toe te voegen aan de "pot tabakspreventie" om dit soort initiatieven te intensiveren teneinde het roken onder jongeren fors terug te dringen? 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Het CDA heeft volgens mij met mevrouw Dijkstra van D66 eerder gepleit voor een preventiefonds. Zij hebben zelfs een motie ingediend om te kijken of dat ontwikkeld kon worden, inderdaad met de opbrengsten van accijnzen. Helaas heeft de staatssecretaris toen gezegd daaraan niet te willen beginnen. Het idee is heel sympathiek. Ik weet niet of het 1% moet zijn of wat dan ook. Het CDA heeft eerder aangegeven dat het interessant is om dat idee te ontwikkelen en om na te gaan wat de haalbaarheid ervan is. Helaas heeft de staatssecretaris dat op subtiele wijze afgeschoten, om het zo maar te zeggen. 

De voorzitter:

Helder. Een vervolgvraag van de heer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

Het antwoord van het CDA is mooi. In de tweede termijn komen wij met een motie. Wellicht ontwikkelt de staatssecretaris dan andere gedachten. We zullen zien. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik dacht bijna dat de heer Van Gerven zou zeggen dat het mooi was dat de staatssecretaris het had afgeschoten omdat hij daardoor nu de kans heeft om het nog een keer te doen. 

De heer Van Gerven (SP):

Nee. 

De voorzitter:

Wie weet wat er nog voor moois uit deze motie kan opbloeien. 

Mevrouw Dik-Faber, u wilt nog een interruptie plaatsen. Ga uw gang. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik kom terug op de laatste zinnen van het CDA aangaande het ondersteuningsaanbod om rookvrije scholen te maken. Hoe belangrijk is het voor het CDA dat scholen en schoolpleinen rookvrij worden? 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Het doel van het rookvrij maken van schoolpleinen ondersteunt het CDA helemaal. Ik weet alleen dat de ChristenUnie en het CDA over het middel van mening verschillen. Volgens mij hebt u eerder een motie ingediend om het wettelijk te regelen. Daar zijn wij toen niet voor geweest, wel voor alle andere ondersteuningsmaatregelen die de staatssecretaris heeft. Daarom vraag ik daarop expliciet door. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Die motie heeft het inderdaad niet gehaald doordat het CDA er niet voor was. Dat was bijzonder jammer, want de staatssecretaris moest toen samen met de minister van Onderwijs de mogelijkheden inventariseren om toch een soort stok achter de deur te creëren. Ik zie dat scholen wel willen, maar ook echt een soort zwartepiet nodig hebben in de zin dat ze willen kunnen zeggen: het moet van hen en daarom doen wij dat hier. Dat geeft ouders en leerlingen een sterkere positie. 

De voorzitter:

Uw vraag? 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Als die ondersteuningsmaatregelen goed werken, kunnen we bijvoorbeeld met elkaar afspreken om ermee aan de slag te gaan, zodat scholen in 2020 rookvrij zijn. Is het voor het CDA een begaanbare weg om een deadline te stellen en ondertussen scholen actief te steunen? 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

In die motie werd toen ook gesproken over wettelijke maatregelen, misschien niet in het dictum, maar wel in de overwegingen. Dat was voor het CDA de reden om haar niet te steunen. Eigenlijk heb ik er wel heel veel vertrouwen in dat deze staatssecretaris met zijn collega van OCW echt nagaat hoe hij scholen daarin mee kan krijgen. Ik vind het heel mooi dat scholen de afgelopen jaren een toenemende bewustwording aan de dag leggen van het feit dat zij eigenlijk ook een voorbeeldfunctie hebben. Dat gaat vooral bij middelbare scholen vrij aardig. Op een aantal andere scholen zie je dat het nog vrij traag gaat. Ik hoor graag welke kansen de staatssecretaris nog ziet. Het lijkt erop dat mevrouw Dik-Faber ook met een motie op dit punt komt. Daar gaan we gewoon goed naar kijken. 

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee is uw eerste termijn afgerond. 

Het woord is aan mevrouw Volp. Zij spreekt namens de Partij van de Arbeid. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Voorzitter. Een lange adem, dat is wat wij in de strijd tegen tabak nodig hebben. Die adem moeten wij soms langer inhouden dan goed voor ons is. In de afgelopen periode hebben we wel stappen gezet. Ik noem de leeftijdsverhoging, het verbod in de horeca en de voor de zomer ingediende motie over het convenant inzake de display ban. Het zijn kleine stapjes en het kan harder, het moet harder, maar degenen met de langste adem winnen uiteindelijk wel. Het aantal jonge rokers neemt langzaam af. Helaas is het aantal startende jonge rokers nog steeds schrikbarend hoog. De implementatie van de maatregelen uit de EU-richtlijn betekent wederom een kleine stap om sigaretten minder aantrekkelijk te maken en te voorkomen dat jongeren beginnen met roken. Mijn partij wil de verantwoordelijkheid nemen voor een nieuwe, rookvrije generatie. We zien dat de staatssecretaris dat ook doet en heeft gedaan in de afgelopen periode. Soms ging dat met wat lichte druk uit de Kamer, maar het is ook het wegwerken van achterstallig onderhoud geweest, want daarvan was wel degelijk sprake. 

Het is niet normaal als jongeren roken. We moeten het niet normaal vinden als ouders in het bijzijn van hun kinderen een sigaret opsteken. We moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat iedereen een gelijke kans krijgt om rookvrij en gezond op te groeien, zonder continu geconfronteerd te worden met het aantrekkelijk gepresenteerde aanbod van tabak. 

Ik heb een zoon van 13 jaar en die vindt roken op deze leeftijd ontzettend stom en dom. Toch maak ik me zorgen over hem als hij 16, 17 jaar wordt. Laat staan als hij misschien gaat studeren, waarbij roken er gezellig bij hoort. Hij groeit op in een omgeving waar niet gerookt wordt. Zijn school en het schoolplein zijn rookvrij. Op de stoep voor de school wordt echter wel degelijk door oudere scholieren gerookt. Als hij te veel op de Playstation zit, dreig ik wel eens dat ik — net als het rookverbod en het verbod op alcohol onder de 18 jaar — ook een gameverbod onder de 18 jaar ga realiseren. Dat werkt heel even heel goed, maar ik weet ook dat wetgeving alleen niet werkt. Wetten bieden kaders, maar we hebben een goed samenhangend pakket van maatregelen nodig. 

Daarnaast is er maatschappelijk draagvlak nodig en steun vanuit het veld. Wat dat betreft was het briefje dat we gisteren van VNO-NCW kregen, weer een gemiste kans. Ik denk dat het draagvlak wel degelijk een grote rol moet en kan spelen bij het realiseren van een totaalpakket aan rookontmoedigingsmaatregelen. Ik zie dat mijn aangenomen motie over de invoering van een display ban ertoe heeft geleid dat partijen die daadwerkelijk voor draagvlak kunnen zorgen, in beweging komen, zij het onder lichte dwang. Rookwaren staan niet meer in het zicht in de supermarkten. Ik nodig vanaf deze plek nogmaals alle andere tabaksverkopers uit om zich daarbij aan te sluiten. Als ik met mijn kinderen naar de supermarkt ga, wil ik in plaats van de dierenplaatjes bij de kassa liever dat mijn kinderen niet beïnvloed worden door de uitstalling van prachtige pakjes waar rommel in zit. Het is mooi om te zien dat er stappen gezet worden. De staatssecretaris leidt de tango, om maar even in de bewoording te blijven die we in het vorige VAO hebben gebruikt, maar het is wat mij betreft niet vrijblijvend. Hij geeft in zijn brief aan dat hij verdere afspraken wil maken. Ik wacht daar met smart op. Als dat niet voldoende is, ben ik nog steeds van mening dat aanvullende wetgeving nodig is op dat punt. 

Een andere, heel mooie, ontwikkeling is het verbod op de e-sigaret onder de 18 jaar. Ik heb er al heel lang geleden voor gepleit om de leeftijdsgrens van 18 jaar ook voor e-sigaretten in werking te stellen. Het is mooi dat dit nu binnen handbereik is. Binnenkort staan we hier hopelijk weer als het verbod ook gaat gelden voor e-sigaretten zonder nicotine, want wat mij en mijn partij betreft is het simpel: alles wat lijkt op een sigaret of een e-sigaret, is niet geschikt voor jongeren. Ik heb, net als mijn collega's, de afgelopen dagen veel e-mails ontvangen van dampers, ex-rokers die met behulp van de e-sigaret van hun tabaksverslaving zijn afgeraakt. Mevrouw Agema refereerde er al aan. Laat ik vooropstellen dat ik er heel blij om ben dat zij van hun verslaving af zijn. Dat gun ik ze, zeker omdat ik als huisarts in het verleden te vaak heb gezien en nog steeds zie welke negatieve effecten roken heeft op de gezondheid. 

Laat ik ook heel duidelijk zijn. Ik sta achter de eisen die de staatssecretaris stelt aan het product en aan de leeftijdsgrens. Het product dient veilig te zijn. Zo lang niet onomstotelijk bewezen is dat de e-sigaret een meerwaarde heeft bij het vervangen van de gewone sigaret, moeten we voorzichtig zijn. Bovenal moeten we voorkomen dat het een hip alternatief is voor jongeren en een opmaat voor het roken van tabak. Nicotineverslaving en de tabak dood! We kennen bovendien de rapporten van de RIVM en de NVWA waarin wordt geconcludeerd dat e-sigaretten ook schadelijke stoffen bevatten. Als we het dan toch hebben over stoppen met roken zou ik, als huisarts, liever de effectieve methodieken om te stoppen met roken die vergoed worden, aanbevelen. 

De nu voorliggende EU-maatregelen zijn een stap in de goede richting: je gaat namelijk zien wat je koopt. Een gecombineerde verpakking met een afschrikwekkende foto en tekst die 65% van de verpakking beslaan, is duidelijk: je weet wat je koopt en je weet dat dit product niet goed voor je is. Het is belangrijk om, naast het afschrikwekkende effect, ook de waarschuwing en de hulp die kan worden geboden, te benadrukken. Angst is misschien niet de beste raadgever, maar je biedt ook de mogelijkheid om te wijzen op de manier waarop mensen ervan af kunnen komen. Daar ben ik erg blij mee. Vraag daarbij is ook of we voldoende weten over wat mensen motiveert om te starten met roken en over wat hen motiveert om te stoppen. Is het geen zaak om dat leidend te laten zijn bij de wijze waarop we dat pakket van rookontmoedigingsmaatregelen samenstellen? Graag een reactie daarop van de staatssecretaris. 

De voorzitter:

Voordat u aan het volgende punt begint, is er een interruptie van mevrouw Agema. 

Mevrouw Agema (PVV):

Mevrouw Volp is voor de Tabakswet, voor de Tabaksproductenrichtlijn, voor het rookverbod in de horeca, voor de werkvrije werkplek, voor allerlei maatregelen als het gaat om de e-sigaret, ook voor minderjarigen, en noem maar op. Eigenlijk wil ze nog veel verder gaan dan wat er allemaal al mogelijk is en geregeld wordt. Mijn vraag aan mevrouw Volp is: moeten de shishalounges dicht? 

Mevrouw Volp (PvdA):

We zetten een volgende stap in de mogelijkheden van controle op leeftijd. Straks kunnen we dat uitbreiden als we het gebruik van de e-sigaret zonder nicotine en eventueel ook de shisha zonder nicotine of tabak kunnen controleren op leeftijd. Dat is een mogelijkheid om te controleren. Ik weet het antwoord van de staatssecretaris op de vraag van mevrouw Agema. Ik deel haar zorg ook wel want, laat ik heel eerlijk zijn, de shishalounge moet geen verkapte plek zijn waar jongeren op een hippe manier worden geconfronteerd met producten die ertoe kunnen leiden dat ze tabak gaan roken. 

De voorzitter:

Een vervolgvraag van mevrouw Agema. 

Mevrouw Agema (PVV):

Mevrouw Volp stelt zelfs voor om e-sigaretten waar geen nicotine in zit te verbieden. Ze geeft echter geen klip-en-klaar antwoord op de vraag of een horecagelegenheid waar de waterpijp wordt gerookt, en die dus onder de Tabakswet valt, nu dicht moet of niet. Minimaal moet de waterpijp weg en daarmee verdwijnt ook het bestaansrecht van die tent. Dus: moet die dicht? 

Mevrouw Volp (PvdA):

We hebben gezien, en de staatssecretaris heeft ook aangegeven, dat dit ingewikkeld ligt. Ik ben het met mevrouw Agema eens dat alles wat doet roken of aantrekkelijk is en lijkt op roken, in ieder geval voor jongeren moet worden verboden. Voor mij en mijn partij hoort een e-sigaret zonder nicotine daarbij. Het lijkt op een sigaret, dus laten we dat vooral niet mogelijk maken voor jongeren. Het is verstandig om de staatssecretaris wederom te vragen wat hierbij nu precies de belemmeringen zijn. 

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. 

De voorzitter:

Nee, we doen de interrupties in tweeën. Mevrouw Volp vervolgt haar betoog. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Dank u, voorzitter. 

Mevrouw Bruins Slot van het CDA gaf al aan dat zij ziet dat de fabrikanten trachten op alle mogelijke manieren nieuwe rokers te creëren. Een nieuwe generatie wordt verleid met designerpakjes, toeters en bellen, glitters en handige formaatjes. Ik ben voornemens om met mijn collega van het CDA een amendement in te dienen om, door middel van een AMvB, te voorkomen dat dit soort verleidingen op nieuwe pakjes komen te staan. Wat mij betreft zou er met de nieuwe EU-maatregelen, nog meer dan nu, versoberd mogen worden, en in ieder geval: geen nieuwe glam en glitter erbij. Deze AMvB voor nieuwe pakjes zou er wat ons betreft in het najaar moeten liggen, waarna snel tot Europese notificatie kan worden overgegaan. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris, alsook of hij op termijn met een plan komt voor plain packaging voor alle pakjes en op welke wijze hij daaraan gaat werken. 

In het voorafgaande debat heb ik een motie ingediend over het convenant om met de sector te komen tot een display ban. Ik heb daar net al over gesproken. Tabak moet uit het blikveld van de minderjarigen. Zij zijn immers zeer gevoelig voor reclame en zij verbinden al op vroege leeftijd een goed gevoel aan bekende, aantrekkelijk gepresenteerde merken. Denk aan de grote gele M langs de snelwegen. Als die ook maar enigszins in zicht is, krijg ik een onrustige achterbank. Het is een mooi streven om met de sector voor 1 juli met een convenant te komen. Ik doe echter nogmaals een dringend beroep op alle tabaksverkopers om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Er worden goede stappen gezet door bekende supermarkten en een aantal benzinestations. Staatssecretaris, laten we het urgentiegevoel niet verliezen. Houd koers en zet u in samen met de sector, om uiterlijk 1 juli dat ambitieuze convenant te hebben. Kunt u dat toezeggen? Hoe houdt u de druk erop? Als de sector niet zelf over de brug komt, ben ik voornemens een display ban wettelijk af te dwingen. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik wil even terugkomen op het vorige punt: de plain packaging. Ik begrijp dat er een amendement in voorbereiding is. De SP heeft ook een amendement ingediend over plain packaging. Kan mevrouw Volp aangeven wat de verschillen dan wel overeenkomsten zijn tussen die twee amendementen? 

Mevrouw Volp (PvdA):

Het amendement, dat ik samen met het CDA indien, voorziet er in ieder geval in dat er geen nieuwe pakjes geproduceerd kunnen worden met glimmer, glitters en dergelijke. De pakjes moeten gaan voldoen aan de voorschriften die we nu met elkaar gaan afspreken. Ik vind dat de ruimte die daarop overblijft niet mag worden bestickerd, beplakt en beglitterd of voorzien van knipperende lampjes. Daarmee zouden we de tabaksfabrikanten toelaten om nieuwe doelgroepen aan te boren. 

De heer Van Gerven (SP):

Waarom zo'n ingewikkeld amendement als in ieder geval drie partijen, en wellicht een Kamermeerderheid, voor plain packaging zijn? Zou het niet veel eenvoudiger zijn om te zeggen dat twee derde Europees afgesproken moet worden en de overige een derde neutraal? Punt. Dat is eigenlijk ook de bedoeling van plain packaging. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik begrijp de wens van de heer Van Gerven: er uiteindelijk voor zorgen dat we verkopen wat het is en op de manier waarop het is. Het is namelijk iets wat niet aantrekkelijk is en dat niet hoort te zijn. Bij de manier waarop we een display convenant proberen te realiseren, zie ik dat het draagvlak heel belangrijk is. De staatssecretaris heeft aangegeven dat het in Australië juist het samenhangende pakket is; de plain packaging is niet het enige. Als we rechtszaken gaan krijgen die de boel enorm vertragen, is het zaak dat we ons zo goed mogelijk daarop voorbereiden. Samen met collega Bruins Slot van het CDA vraag ik de regering hoe we zo snel mogelijk kunnen toewerken naar een totaal plain-packagingpakket. Ik denk wel dat dat draagvlak enorm belangrijk is. Ik deel dus de wens om uiteindelijk tot het verkopen van een reëel product te komen, maar de manier om dat te bereiken heeft echt draagvlak nodig. 

De voorzitter:

Wie weet kunt u nog wat voor elkaar betekenen. 

Mevrouw Volp (PvdA):

De naleving van de leeftijdsgrens moet beter en daarvoor moeten de verkopers meer verantwoordelijkheid nemen. We hebben eerder gesproken over de tabaksverkoopautomaten. Die slagingskans van minderjarigen van nagenoeg 100% vind ik niet acceptabel. Naar aanleiding van een PvdA-motie werkt Horeca Nederland hard aan naleving. We wachten ongeduldig op de resultaten daarvan. Verwacht de staatssecretaris daar zelf een grote verbetering van? Voor onze partij geldt: als de sector het zelf niet goed op orde heeft, vinden wij wettelijk ingrijpen gerechtvaardigd. In dertien lidstaten geldt er inmiddels een verbod. Laten we niet te lang wachten met ingrijpen op de manier die nodig is. 

Hoe staat het met de voorlichtingscampagne die is gericht op de jongeren die het meest at risk zijn? Mevrouw Dik-Faber vroeg daar ook naar. Ik zei het al: bij ons thuis wordt er niet gerookt en het schoolplein van de school van mijn oudste zoon is rookvrij. Er zijn echter gezinnen waarin wel wordt gerookt en een heleboel scholen zijn helaas nog niet rookvrij. Hoe kunnen we die jongeren van vmbo- en mbo-scholen bereiken? Hoe gaat die campagne eruitzien? Er is al aangegeven welke media hiervoor worden gebruikt. Kan de staatssecretaris bijvoorbeeld toezeggen dat hij rolmodellen gaat inzetten bij het overbrengen van de boodschap? 

Ik rond af. "Moedig voorwaarts!" is het adagium. Ik wacht, zij het ongeduldig, tot de zomer, om te kunnen zien waartoe deze stappen hebben geleid. Ik wil dan echt een ambitieus convenant zien, een solide AMvB, liefst een enorme verbetering van de naleving en een significante afname van met name het aantal beginnende rokers. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik beveel de Partij van de Arbeid van harte onze motie aan waarin 1% van de tabaksaccijns wordt gereserveerd voor tabakspreventie. Ik wacht met spanning af hoe de PvdA daarin staat. 

Ik heb een vraag over een blog van mevrouw Rebel, waarin staat: "De PvdA zou graag zien dat verkoopautomaten in de horeca verdwijnen. Als er in het café toch niet meer gerookt mag worden, waarom dan wel verkopen? En het scheelt enorm in handhaving: juist in de horeca is de controle op leeftijd vaak slecht". Laat dat nu de argumentatie zijn in een amendement dat ik vandaag heb ingediend. Steunt de Partij van de Arbeid dat amendement? 

Mevrouw Volp (PvdA):

De heer Van Gerven refereert aan een blog dat ik nog onder mijn vorige naam schreef. Ter geruststelling: dat is niet een vorig leven en ik sta nog steeds achter het blog. Ik wil inderdaad graag zien dat jongeren niet kunnen kopen. Wij hebben gezien dat dat vrij makkelijk gaat bij een tabaksautomaat in de horeca. De brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland heeft aangegeven dat zij hiertegen maatregelen neemt. Ik heb net aangegeven dat ik daar zeer ongeduldig op wacht. Ik deel het gevoel van urgentie dat als dat niet voldoende is, we dan andere maatregelen moeten nemen. Hierbij geldt ook opnieuw dat er draagvlak moet zijn. Ik denk dat het nu massaal weghalen van automaten een enorme onrust zou geven. We geven hun nog één kans. Als die kans niet gegrepen wordt, moeten we vervolgstappen zetten. 

De voorzitter:

Geeft dit nog aanleiding tot een vervolgvraag? 

De heer Van Gerven (SP):

Jazeker, want daar begrijp ik niets van. Mevrouw Volp was heel duidelijk in haar blog. Ze zei: er mag toch niet gerookt worden in die cafés, dus haal die verkoopautomaten maar weg. En wat blijkt: de handhaving is een farce. Negen van de tien jongeren kunnen gewoon sigaretten kopen, want de age coins staan gewoon bovenop de automaten en men zegt: ga je gang. Het is niet handhaafbaar. Er staan overal automaten. Waarom nemen we dan niet een maatregel waarvoor juist wel veel draagvlak is, behalve dan bij de groep die eraan verdient? Heel veel cafés zitten er echt niet op te wachten. Waarom steunt mevrouw Volp haar eigen voorstel van een jaar geleden niet? 

Mevrouw Volp (PvdA):

Het is een wens, een wens om ervoor te zorgen dat in ieder geval jongeren geen sigaretten kunnen kopen in de horeca. Ik zie dat Horeca Nederland nu met een nieuw plan komt. Dat nieuwe plan heeft ook de steun van de horecaondernemers. Ik denk dat dit belangrijk is. Het heeft niet alleen de steun van de fabrikanten van tabaksautomaten, maar ook de steun van de ondernemers. Laten we dit een kans geven. Ik deel het gevoel van urgentie van de heer Van Gerven. Er moet niet meer sprake zijn van een 100% verkrijgingskans voor jongeren. Als dat het geval is, is het plan mislukt en zijn, wat mij betreft, vervolgstappen noodzakelijk. 

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Aan de orde is de wijziging van de Tabakswet ter implementatie van een Europese richtlijn. De discussie rondom de verkoop en het gebruik van tabak blijft actueel. Ieder jaar laait de discussie weer op, al dan niet ingegeven door nieuwe maatregelen om het roken te ontmoedigen. De VVD steunt het ontmoedigingsbeleid om jongeren onder de achttien jaar van het roken af te houden. 

Ik neem u even mee terug in de tijd. Als jochie werd ik op pad gestuurd om sigaretten te gaan halen voor de verjaardagsvisite van mijn vader of moeder. Vrijwel alle ooms en tantes rookten, en meestal ook nog hun eigen merk. Bij bruiloften en partijen stond het rookwerk voor de gasten in van die glaasjes op tafel. U kent het wel. In cafés maar ook in restaurants werd volop gerookt. En dat is nog maar een generatie terug. Generaties die komen, zullen zich afvragen hoe dit allemaal kon. De gezondheidsrisico's waren toen nog niet volledig in beeld. Inmiddels zijn er de nodige resultaten bereikt, en dat is maar goed ook. 

Vaak wordt het beeld geschapen dat verkopers van tabaksproducten het niet zo nauw willen nemen met de wettelijke regels. Mijn ervaring is anders. Sinds de zomer van 2015 ben ik namens de VVD woordvoerder op dit dossier. Als oud-ondernemer was ik toch wel benieuwd welke impact de wet- en regelgeving had op de winkeliers die zich bezighouden met de verkoop van tabaksproducten. Ik was ook wel heel benieuwd hoe zij de regels naleven. Ik bezocht een winkelier in Groningen die zich had gespecialiseerd in tabaksproducten, maar daarnaast ook lectuur en loten verkocht. Hij vertelde met enthousiasme over zijn winkel en over de wijze waarop hij de leeftijdscontrole uitvoerde en gaf daarbij aan dat niemand vanuit de politiek met hem wilde spreken. Europese regels zouden dat verhinderen. In mijn eerste algemeen overleg over het onderwerp tabak heb ik dit nog ter sprake gebracht. Als volksvertegenwoordiger moet je toch weten wat er op de werkvloer gebeurt. 

Bedrijven hebben de laatste jaren laten zien dat ze bereid zijn om hun verantwoordelijkheid te nemen. Kijk naar de horeca. Het rookbeleid heeft daar tot enorme gevolgen geleid. Om de rokende gast toch van dienst te zijn, is er enorm geïnvesteerd in rookruimtes. Het personeel mocht immers niet blootgesteld worden aan rook. Als service voor de gasten staan er tabaksautomaten, maar daarmee gaat het niet goed. De nalevingscijfers zijn abominabel. De branche heeft de handschoen opgepakt en de eerste aangepaste automaten worden geplaatst voorzien van een goede ID-controle. Supermarkten doen inmiddels proeven met een andere wijze van uitstalling van de rookwaren. Zij pakken de handschoen dus ook op. Pomphouders zetten mystery guests in om te checken of hun medewerkers zich aan de regels houden bij de verkoop van tabak. Voorlichting en training van medewerkers staan hoog op de lijst van prioriteiten van deze bedrijven. Herkent de staatssecretaris deze inspanningen van de branche? Is hij bereid bij de evaluatie van het convenant dat met de supermarkten is gesloten rekening te houden met de verschillende verkoopkanalen, zoals de 18-plusomgeving? 

De afgelopen jaren is een aantal illegale sigarettenproducenten opgerold. Dat die producenten er zijn, is een kwalijke ontwikkeling. Cijfers geven aan dat er 850 miljoen illegale sigaretten worden gerookt. Is de staatssecretaris het met mij eens dat hij beter hand in hand kan optrekken met de ondernemers die zich wel aan de regels houden om zo uiteindelijk het doel te bereiken? De boetes zijn stevig en de verkooppunten waar men zich niet aan de regels houden, kunnen en moeten stevig worden aangepakt. Dat moet echt beter. Is de staatssecretaris met mij van mening dat daar nog wel winst te behalen is? Het is niet aan ondernemers die zich wel aan de regels houden te verkopen dat mensen die de regels met voeten treden, daarmee weg kunnen komen. De nalevingscijfers moeten gewoon beter, maar ook de tijd speelt daarin een rol. Verkopers van drank en rookwaren weten mij te melden dat er al gewenning ontstaat om een ID te tonen bij aankoop van een product. Zo moet het ook gaan. Er moet tijd zijn om de maatregelen die nu worden genomen goed te laten landen. 

Maar de naleving bij tabaksautomaten en restaurants die thuis bezorgen en dergelijke moet beter, om beter aan te sluiten bij de inspanningen van bijvoorbeeld supermarkten, tankstations en tabaksspeciaalzaken. En wel in de fout, dan handhaving! Mijn collega Arno Rutte heeft dit ook ingebracht: drie keer fout is dicht. 

Het opplussen van de richtlijn uit Europa met nog niet bewezen effecten van extra maatregelen legt nog meer druk op de branche. De VVD vindt dat niet wenselijk. Eerst de richtlijn implementeren en vervolgens de effecten meten. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegen aan? 

Er zijn ook geluiden om de branche te verplichten om ID-verificatiesystemen aan te schaffen. Het maakt de VVD niet uit hoe de leeftijdsverificatie zal plaatsvinden. Als een ondernemer besluit om dat te doen middels een beveiliger voor de deur is dat zijn of haar zaak. De opdracht is simpel: geen verkoop onder de 18 jaar. 

Een mooi voorbeeld is brood. In 1960 telde Nederland meer dan 10.000 warme bakkers. Tegenwoordig zijn dat er nog zo'n 2.500. Toch is er niet minder brood verkocht. Het indammen van het aantal verkooppunten schijnt volgens onderzoek geen effect te hebben op de hoeveelheid tabak die verkocht wordt. Daar moeten wij dan de oplossing ook niet in zoeken. 

De voorzitter:

Dat geeft mevrouw Dik-Faber aanleiding voor een interruptie. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dit is toch wel een beetje appels met peren vergelijken. Het aantal verkooppunten van brood is fors verminderd, maar Nederland eet er niet minder brood om. Volgens mij is een brood dagelijkse levensbehoefte. Wil de VVD nu zeggen dat tabak vergelijkbaar is met een dagelijkse levensbehoefte? 

De heer Ziengs (VVD):

Ik zat op deze interruptie te wachten. Mevrouw Dik-Faber gebruikte eerder ook het voorbeeld van brood. Vandaar dat ik dit inbracht. Zo krijgt mevrouw Dik-Faber het even stevig terug. Wat is het geval? In haar inbreng noemde zij het voorbeeld dat in Nederland op 9.000 plekken brood gekocht kon worden, maar op veel meer plekken tabak. Ik ben daar even ingedoken. Vandaar dat ik het voorbeeld noemde. Het ging namelijk niet om brood, maar om bruin brood. Daar begon het al mee, mevrouw Dik-Faber. Vervolgens werden in de vergelijking van de KWF bij de verkooppunten van tabak ook de tankstations meegenomen, terwijl diezelfde tankstations ook brood verkopen, maar als broodverkooppunt werden zij weer niet meegerekend. Dus als het over appels en peren gaat, wilde ik hem even teruggeven. Als wij een bijdrage geven aan KWF die bedoeld is voor onderzoek, denk ik dat het dergelijke misleidende reclame beter niet kan doen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Laat ik teruggaan naar het onderliggende punt. Mensen hebben bepaalde producten nodig voor hun voedselvoorziening. Dat kan van tabak niet worden volgehouden. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat zien roken doet roken. Beschikbaarheid van tabak zet mensen aan om tabak aan te kopen. Ze zien het, ze kopen het. Om die inhoudelijke reden, en omdat het geen dagelijkse behoefte is, is het toch alleszins gewenst om het aantal verkooppunten omlaag te brengen? 

De heer Ziengs (VVD):

Wij staan daar toch anders in. Ik zei net al dat uit onderzoeken blijkt dat het verminderen van het aantal verkooppunten de hoeveelheid tabak die verkocht wordt niet indamt. Vandaar de stelling dat dat niet nodig is. Ik weet dat mevrouw Dik-Faber ook dolgraag de automaten in de horeca wil doen laten verdwijnen. Zij stelt dat er tenslotte niet meer wordt gerookt in de horeca. Dan stel ik haar de vraag: wat doen we dan met de condoomautomaten? 

De voorzitter:

Wij beperken ons tot het onderwerp dat op de agenda staat. Dit is vreemd aan de orde van de dag. Vervolgt u uw betoog, mijnheer Ziengs. 

De heer Ziengs (VVD):

We hadden het toch echt over de automaten. Vandaar dat ik een vergelijking maakte. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter … 

De voorzitter:

Voelt u zich persoonlijk aangesproken, mevrouw Dik? Het is namelijk niet de bedoeling dat een interruptie in drie termijnen wordt gedaan. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik weet het voorzitter. Maar ook hier is het weer appels en peren, want roken is slecht voor de volksgezondheid. De VVD wil toch niet zeggen dat vrijen slecht is voor de volksgezondheid? 

De voorzitter:

Dit is een derde termijn in deze interruptie, dus dit beschouwen we als een mededeling. Ik geef het woord aan de heer Van Gerven voor een interruptie. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik neem aan dat de VVD geen bezwaar heeft tegen een coffeeshop in elke straat in Nederland. 

De heer Ziengs (VVD):

In mijn tijd was een coffeeshop een zaak waar je een kopje koffie kocht, maar ik neem aan dat de heer Van Gerven een ander soort coffeeshop bedoelt. 

De heer Van Gerven (SP):

Zeker. Dat weet de heer Ziengs ook. Laat hij gewoon antwoord geven op mijn vraag. 

De heer Ziengs (VVD):

Ik begrijp heel goed dat de heer Van Gerven mij deze vraag stelt, maar ik begrijp niet helemaal waarom ik dan een uitspraak over een coffeeshop in elke straat. Volgens mij zijn daar ook richtlijnen voor. 

De voorzitter:

Nee, mijnheer Van Gerven. Dit is de derde termijn. De heer Ziengs gaat over zijn eigen antwoorden. 

De heer Van Gerven (SP):

Daar maak ik bezwaar tegen. Hij doet net alsof hij mijn vraag niet begrijpt en ontloopt zo een tweede termijn. Ik zou graag mijn tweede termijn in deze interruptie willen plaatsen. 

De voorzitter:

Hij gaat over zijn eigen antwoorden. Er zijn twee termijnen. Ik zou dan uitwijken en op een ander moment een nieuwe interruptie plaatsen. De heer Ziengs vervolgt zijn betoog. 

De heer Ziengs (VVD):

Een verstandig besluit van de voorzitter. 

De voorzitter:

Dat is niet ter beoordeling van de spreker. Gaat u verder. 

De heer Ziengs (VVD):

Dan de uitzondering. Rokers van sigaren zijn over het algemeen niet de jongeren onder 18 jaar. De staatssecretaris heeft dat ook onderkend en maakt gebruik van artikel 11 om deze producten te vrijwaren van zogenaamde "enge plaatjes", met uitzondering van de tekstuele waarschuwingen. Dezelfde argumenten gelden voor pijptabak. Dat is een zeer klein percentage van de tabaksmarkt. Een aantal bedrijven in Nederland houdt zich nog bezig met de productie daarvan. Hoewel niet specifiek genoemd, lijkt het de VVD dat deze productgroep ook onder artikel 11 kan vallen. Ik zou graag een bevestiging van de staatssecretaris hierover horen. 

In de stukken wordt ook gesproken over nieuwe producten. Kan de staatssecretaris nader definiëren wat hij daaronder verstaat? Er werd zostraks bijvoorbeeld gesproken over het volume. Het zal toch niet zo zijn dat een sigarenfabrikant die het aantal sigaren in het cederhouten doosje vermeerdert, belemmerd gaat worden door een onjuiste interpretatie van deze definitie? Graag een reactie van de staatssecretaris. 

Tot slot de vraag aan de staatssecretaris wanneer het definitieve Rookwarenbesluit en de daarbij behorende ministeriële regelingen bekend worden gemaakt. De VVD steunt de maatregelen zoals in de richtlijn beschreven en zal een-op-eenimplementatie in de wet steunen, waarbij de uitzondering artikel 1.11 opgenomen is. Maar meer, en nog eens meer, en nog eens meer is wat de VVD betreft op dit moment niet aan de orde. 

Wel zal ik nog een subamendement indienen. Dat doe ik waarschijnlijk samen met collega Van Vliet, die weliswaar vanavond niet aanwezig is, maar mij hiervoor wel heeft gemachtigd. Met dat subamendement willen wij een lichte voorhang bewerkstelligen, zodat de Kamer nog kan reageren op een AMvB van de staatssecretaris. Daarbij gaat het met name om het aangekondigde amendement van het CDA en de PvdA. 

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft mij gezegd dat hij enige tijd nodig heeft. Ik schors de vergadering tot 21.30 uur. Is dat voldoende, vraag ik de staatssecretaris. Ik zie dat dat zo is. 

Mevrouw Agema (PVV):

Kunnen we niet tot 21.15 schorsen, voorzitter? 

De voorzitter:

Nee, dat is te kort. Ik schors de vergadering tot 21.30 uur. 

De vergadering wordt van 21.05 uur tot 21.40 uur geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Dat roken een dodelijke verslaving is, is welbekend. Jaarlijks sterven er in Nederland ongeveer 20.000 mensen door roken en enkele duizenden door meeroken. Dat zijn op zich zorgwekkende aantallen. Minder bekend is dat thuis meeroken bij kinderen kan leiden tot middenoorontsteking, astma en erger. Bovendien hebben deze kinderen een grotere kans om later zelf te gaan roken, met alle gevolgen van dien. Mijn ambitie is dat jongeren in de toekomst niet meer beginnen met roken en dat kinderen niet langer worden blootgesteld aan meeroken. 

Vandaag bespreken wij een wetsvoorstel tot implementatie van de tabaksproductrichtlijn, een pakket aan tabaksontmoedigingsmaatregelen dat op zich een vrij stevig pakket is. Bij wet wordt het volgende voorgesteld. Voor tabaksproducten: een verplichte kennisgeving bij het in de handel brengen van nieuwe tabaksproducten. Voor e-sigaretten: een verbod op merkextensie, de verplichting een bijsluiter toe te voegen aan de verpakking van deze sigaretten en aan navulverpakkingen. De verplichting voor producenten, importeurs en distributeurs om een systeem op te zetten voor het vergaren van informatie over schadelijke effecten. Op twee punten wordt een slagje verder gegaan. Voor e-sigaretten en navulverpakkingen komt er een leeftijdsgrens van 18 jaar en een reclameverbod. Daarnaast wordt per AMvB een algemene waarschuwing op tabaksproducten geregeld, met vermelding van de website. En verder: een verplichte gecombineerde gezondheidswaarschuwing in de vorm van foto's en teksten op verpakkingen van sigaretten, shag, pijptabak, cigarillo's en waterpijptabak; een verbod op kleine verpakkingen met minder dan twintig sigaretten; een verbod op misleidende informatie; een verbod op sigaretten en shag met kenmerkende smaken en een verzwaring van de informatieverplichting en een registratieplicht voor ondernemers bij grensoverschrijdende verkoop. Voor e-sigaretten geldt: een algemene waarschuwing op de verpakkingen en regels voor veilig gebruik. Voor navulverpakkingen geldt: een informatieverplichting voor producenten en ook een registratieverplichting bij grensoverschrijdende verkoop. 

Dit is een vrij stevig pakket, zeker als je het zo onder elkaar ziet. Maatregelen die aansluiten bij het tabaksontmoedigingsbeleid dat wij al enige tijd voeren, gericht op het voorkomen dat jongeren gaan roken, het helpen van rokers die willen stoppen en het beschermen van omstanders tegen de gezondheidsschade door meeroken. Ik denk dat er met dit wetsvoorstel een stevig pakket maatregelen ligt. Daarmee zetten wij belangrijke stappen om met name jongeren beter te beschermen tegen de gezondheidsrisico's van tabaksproducten. Het is goed dat hier op Europees niveau wordt samengewerkt. 

Hoewel het aantal Nederlanders dat tabak rookt daalt, stijgt tegelijkertijd het aantal gebruikers van de e-sigaret. In 2014 gebruikte ruim 4% van de Nederlanders e-sigaretten, terwijl dit in 2013 nog 2,5% was. Op zich is het goed dat mensen die jarenlang hebben gerookt — dat blijkt ook uit de mails die ik van mevrouw Agema kreeg — de e-sigaret zien als alternatief voor het roken. Voor hen is het dus een uitkomst. Ik waardeer het dat deze mensen — vaak hebben ze vele malen gepoogd om te stoppen — op deze wijze pogen te stoppen. Wellicht lukt dat met de e-sigaret wel. Daar is helemaal niks mis mee. Uit onderzoek van het RIVM blijkt echter dat de e-sigaret ook risico's voor de gezondheid oplevert, misschien nog wel meer dan aanvankelijk werd gedacht. Dus hoewel de e-sigaret minder ongezond is dan de tabakssigaret, bevat de damp van de e-sigaret stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Daar komt nog bij dat de e-sigaret een nicotineverslaving creëert dan wel in stand houdt. Daarom is het belangrijk dat gebruikers zich daar in ieder geval van bewust zijn. Ik wil voorkomen dat jongeren verslaafd raken aan nicotine door de e-sigaret en dat de e-sigaret dient als opstapproduct voor de tabakssigaret. Mevrouw Volp wees daar ook op. Om die reden tref ik maatregelen om het gebruik van de e-sigaret onder jongeren te ontmoedigen. In april 2016 verwacht ik de resultaten van het onderzoek door het RIVM naar de schadelijke effecten van meedampen met een e-sigaret. Op basis daarvan zal ik bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn om omstanders hiertegen te beschermen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen rondom andere rookwaren zoals de waterpijp en de e-sigaret zonder nicotine. Die wil ik ook nauwlettend in de gaten houden, want het is zeer onwenselijk als jongeren deze producten gebruiken, ook omdat deze producten schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Op dat punt bereid ik ook wetgeving voor. Naar verwachting wordt dit wetsvoorstel medio 2016 aan de Kamer voorgelegd. 

De heer Van Gerven (SP):

De staatssecretaris constateert terecht dat het gebruik van de e-sigaret procentueel zeer sterk toeneemt, van 2,5 naar 4 nu, en dat het aantal rokers eigenlijk niet afneemt. Je zou dan eigenlijk zeggen: dan werkt het dus kennelijk niet. Als het gebruik van de e-sigaret toeneemt, zou je immers graag zien dat het aantal rokers in gelijke mate afneemt. Dat is niet zo. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Hoe verklaart hij dat? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Het is misschien simpelweg nog te vroeg om dat te zeggen. Je merkt wel uit reacties — mevrouw Agema verwees al naar de e-mails die zij daarover heeft gekregen — dat veel mensen de e-sigaret ervaren als een manier om van het roken af te komen. Dat zie je in de cijfers nog niet terug, maar het is op zich natuurlijk voorstelbaar dat veel mensen zeggen: in plaats van het roken van teer, ga ik over tot het dampen van de e-sigaret. Laten we hopen dat een eventuele toename van het gebruik van de e-sigaret, ook leidt tot een afname van het gebruik van sigaretten. We zien dat inderdaad nog niet zo goed in de cijfers. Ik wil dus twee zaken benadrukken. Ik denk dat het een goede zaak is voor mensen die van het roken af willen en dat de e-sigaret een alternatief is voor mensen die gerookt hebben. Het zou echter slecht zijn als de e-sigaret voor jongeren een opstapproduct is. Laten we ook kijken naar het feit dat er in de e-sigaret waarschijnlijk nog stoffen kunnen zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid. Daar laat ik onderzoek naar doen. Ik zeg dus niet dat het over de hele linie helemaal verkeerd is. Het kan helpen, maar we moeten ervoor oppassen dat jongeren dit als een opstap zien en vervolgens een schadelijk product gaan gebruiken, wat strijdig zou zijn met mijn beleid ten aanzien van de gezondheid van jongeren. 

De heer Van Gerven (SP):

Als de e-sigaret zou helpen om van het roken af te komen, zou die dan niet gewoon als een geneesmiddel geregistreerd moeten worden, net als alle andere middelen die ook bedoeld zijn om van het roken af te komen? We kennen ook nicotinepleisters en dergelijke. Daar is toch ook registratie voor nodig. Mijn tweede vraag is: wordt er ook nadrukkelijk onderzocht of de e-sigaret eigenlijk niet een opstap is om te gaan roken? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Daar heeft de heer Van Gerven gelijk in. Het staat eenieder die denkt dat hij een geneesmiddel heeft, vrij om dat te laten registreren. Daar zijn zorgvuldige onderzoeksprocedures voor in het leven geroepen, zoals u weet. Kennelijk is het nog niet zover dat het als een geneesmiddel beschouwd kan worden of dat iemand het als zodanig wil laten registreren. Wat de heer Van Gerven zegt, klopt dus: het is nog niet geregistreerd. 

Dan kom ik op de tweede vraag van de heer Van Gerven. We zullen inderdaad goed volgen in hoeverre e-sigaretten als een opstap worden gebruikt en gezien door jongeren. Dat is precies de reden waarom ik de maatregelen rondom e-sigaretten neem zoals ik ze neem. 

Ik denk dat het duidelijk is dat met dit wetsvoorstel de plichten voor producenten, importeurs, distributeurs en verstrekkers van tabaksproducten en e-sigaretten veranderen. Ik vind het erg belangrijk dat deze groepen weten welke nieuwe regels er gaan komen en wat dit voor hen betekent. Op korte termijn worden er daarom middelen voorbereid om hen te informeren over de voor hen belangrijke wijzigingen. Dat is als het ware de voorlichting over de wetgeving. Daarnaast vind ik het belangrijk — diverse Kamerleden hebben daar ook op aangedrongen — dat rokers en niet-rokers begrijpen waarom er nieuwe maatregelen, zoals de afschrikwekkende foto's op de sigarettenverpakkingen, worden genomen. Ook daarvoor bereid ik middelen voor die mede gericht zijn op het verhogen van het kennisniveau over de schadelijke effecten van roken en meeroken. Kennis over de schadelijkheid van meeroken en roken is nodig om meer draagvlak te creëren voor tabaksontmoediging. Ook zet ik in op de deelcampagne NIX18, waarbij we socialmedia-acties en vloggers benutten, zodat jongeren elkaar niet meer aansteken — dat is een mooie woordspeling trouwens — om te beginnen met roken. Daarnaast betrek ik de brugklassen van het vmbo hierbij met een aantal acties, waaronder de Actie Tegengif en de interventie Frisse Start. Ik kom straks nog even specifiek terug op de voorlichtingscampagne, maar u zult zien dat we naast voorlichting over de regels, specifieke campagnes gaan starten om ervoor te zorgen dat jongeren, en met name deelgroepen daarbinnen, goed worden voorgelicht en op de hoogte worden gebracht van de nadelen van het roken. Ik informeer ondernemers en werkgevers over wat ze zelf kunnen doen om gezondheidsschade door roken of meeroken te voorkomen. Zo zijn rookruimtes niet verplicht en kunnen ondernemers zelf het roken inperken op het terras. 

De Kamer heeft gezien dat ik in mijn benadering ook bijzondere aandacht geef aan zwangere vrouwen en aanstaande ouders opdat baby's en kleine kinderen een betere start krijgen en niet meeroken. Ook het eerdere initiatief van mevrouw Bruins Slot steun ik zeer. 22% van de laagopgeleide vrouwen rookt tijdens de zwangerschap. Het is daarom ontzettend belangrijk om alles uit de kast te halen om dat percentage naar beneden te krijgen. Met name bij ongeboren baby's zijn de gevolgen van het meeroken groot: vroeggeboorte, laag geboortegewicht, groter risico op perinatale sterfte en soms blijvende schade. Het is een dure plicht van ons allemaal om dat te veranderen, om de kennis te vergroten en om de professionals meer de moeders te laten steunen. Dat moet echt veranderen. Daarom heb ik het afgelopen jaar een bijeenkomst georganiseerd met onder meer artsen, kinderartsen, fondsen en verpleegkundigen om samen tot een aanpak te komen. Op die gezamenlijke aanpak blijf ik inzetten. De prevalentie moet nadrukkelijk naar beneden. Het is een cijfer waarvan je ontzettend schrikt, terwijl iedereen weet dat het ongezond is. Ik denk dat ook de aanstaande moeders weten dat het ongezond is. Misschien zitten ze in een situatie waarin het heel moeilijk is om ervan af te komen. Ook als de verslaving zo groot is dat het ongelofelijk moeilijk is om ervan af te komen, moeten we toch alles uit de kast halen om deze moeders beter te steunen opdat dit cijfer naar beneden gaat. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Op dit punt had ik het inhoudelijk niet beter kunnen zeggen. Ik heb ook al een mooi persbericht voorbij zien komen. Ik heb alleen nog geen brief aan de Tweede Kamer gezien waarin de precieze invulling staat van de stappen die de staatssecretaris nu gaat zetten. Wanneer krijgt zij die brief? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik wil die brief in samenspraak met de beroepsgroep opstellen. Ik heb niet helemaal precies een datum voor ogen, maar laat ik vooropstellen dat ik ernaar streef om voor de zomer een brief hierover aan de Kamer te sturen. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik wil mijn waardering uitspreken voor de aandacht voor deze specifieke, heel kwetsbare groep, een groep die zichzelf ook niet kan wapenen hiertegen. Ik vraag mij in dat kader het volgende af en formuleer het maar als een open vraag. Een aantal landen om ons heen hebben bijvoorbeeld een rookverbod in de auto voor ouders wanneer zij kinderen vervoeren. Hoe staat de staatssecretaris daartegenover? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik hoop dat iedereen weet hoe slecht het is om te roken in een gesloten ruimte, zoals een auto, waardoor baby's en kleine kinderen de rook inademen. Ik ben heel benieuwd wat de echte effecten, de nalevingseffecten en de handhavingseffecten daarvan kunnen zijn. Ik denk dat het erg ver gaat en weinig effectief is, maar ben wel heel benieuwd naar de resultaten daarvan. Ik ben geneigd mij meer te richten op het bewustzijn dat je het niet alleen in de auto niet moet doen, maar ook niet thuis, niet in het bijzijn van kinderen en niet in de speeltuin. Dat lijkt mij beter dan dat je een soort deelverbod hebt in een privéomgeving. Ik denk dat duidelijk is dat ik van mening ben dat het voor iedereen helder moet zijn dat je dit niet moet doen. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik ben ook niet van mening dat dit dé oplossing is, maar het is wel een vrij specifieke wens van bijvoorbeeld de beroepsgroep van de kinderartsen. Ik kan mij voorstellen dat ook dit een specifiek stukje is dat met behulp van de verschillende beroepsgroepen, zoals de verloskundigen en consultatiebureaus, onder de aandacht kan worden gebracht. Misschien kan de staatssecretaris dit wel als specifiek onderdeel meenemen. Juist vanwege de kleine ruimte is de blootstelling aan de schadelijke stoffen in een auto nog groter. Ik wil de staatssecretaris dat op het hart drukken. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Daarmee ben ik het eens. Ik kan mij voorstellen dat het inderdaad kan helpen wanneer artsen en professionals, die tijdens de zwangerschap weliswaar niet dagelijks maar wel heel frequent omgaan met de zwangere vrouwen, waarschuwen en nadrukkelijk voorlichten door te zeggen "doe het daar niet" of "doe het helemaal niet, en daar in ieder geval niet". Ik zal dat dus graag meenemen in de discussies die wij met hen zullen voeren. 

De voorzitter:

Ik maak graag even van de gelegenheid gebruik om een verzuim te herstellen. Mevrouw Dijkstra heeft mij verzocht te melden dat zij zich moest afmelden. Dat had ik natuurlijk aan het begin moeten doen, maar bij dezen. Ik geef nu graag de staatssecretaris weer het woord voor zijn betoog. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Een aantal van uw leden heeft opmerkingen gemaakt over toezicht en handhaving. Dat is een punt van voortdurende aandacht. Om te voorkomen dat producten die niet aan de eisen voldoen bij de consument terechtkomen, wordt met het wetsvoorstel het sanctie-instrumentarium voor bestuursrechtelijke handhaving uitgebreid met de mogelijkheid tot bestuursdwang. Verder blijf ik inzetten op een verbetering van de naleving van de leeftijdsgrenzen. Ik wijs erop dat in 2015 ongeveer 1.200 extra inspecties zijn uitgevoerd. In 2016 blijf ik scherp toezicht houden op de naleving van het rookverbod in de horeca, ook in de shishalounges. Daar zal ik ook onderzoeken of er tabak wordt gerookt met de waterpijp. Ik kom daar straks nog even specifiek op terug. 

Bij een dergelijk pakket kun je altijd discussiëren over de vraag of het genoeg is en over de vraag wat de ontwikkelingen zijn. Er zijn met name drie onderwerpen aan de orde geweest: hoe het zit met de display ban, hoe het zit met de automaten en hoe het zit met plain packaging. Ik sta hier ongeveer in zoals mevrouw Volp het verwoordde. Aan de ene kant moeten we af en toe een beetje verleid worden om verder te denken dan we tot nu toe hebben gedaan. Tegelijkertijd moeten we ook oog hebben voor de implementatietijd en het draagvlak van de maatregelen die we nemen. Er ligt hier een heel stevig pakket. 

Natuurlijk is er een discussie gaande over de display ban. Mevrouw Volp heeft daar ook op gewezen. De sectoren hebben daarover gezegd dat zij best willen nadenken over de vraag of het tot een convenant kan komen. Ik vind het belangrijk dat wij maatregelen kunnen nemen met steun van de sector. 

De heer Ziengs vroeg of we zij aan zij en schouder aan schouder willen werken met bonafide ondernemers die met elkaar en met de overheid meedenken over een verantwoorde bedrijfsvoering. Dat vind ik heel belangrijk. Dat versterkt het draagvlak voor allerlei maatregelen. Daarom wil ik bekijken of we tot zo'n convenant kunnen komen. Ik ga daar straks nog even specifiek op in. Een display ban kan echter werken; er zijn goede ervaringen mee in het buitenland. Ik zou er zeer aan hechten om dit samen met de sectoren te kunnen doen. Ik heb met de sectoren afgesproken dat zij met nadere voorstellen zullen komen. Ik heb daar een termijn van 1 juli voor afgesproken. Het is echter niet vrijblijvend. Ik wil dat de sectoren nadenken over de vraag hoe ze tot dat convenant kunnen komen. Ik ben zeer bereid om met hen in overleg te treden. Maar als het niet lukt, moeten we misschien verdergaande maatregelen overwegen. In de diverse bijdragen is daar ook aandacht voor gevraagd. 

Een soortgelijke benadering geldt voor de automaten. Bij de automaten wordt slecht nageleefd, heel slecht. Ik heb gevraagd om duidelijk betere nalevingscijfers. Er wordt ook over andere technieken nagedacht. Ook hier geldt dat het belangrijk is om te bekijken of dit een bijdrage kan leveren aan het verder terugdringen van het roken, met name bij jongeren. De naleving bij automaten moet beter. Dat is geen vrijblijvende afspraak; als een betere naleving uitblijft, zullen we nadere maatregelen overwegen. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb een vraag over de display ban; laat ik me daar even toe beperken. De staatssecretaris is wat vaag over wat er gaat gebeuren als er na 1 juli 2016 geen convenant ligt. Waarschijnlijk komt men er niet uit, maar we zullen het zien. De staatssecretaris zegt echter dat hij dan misschien iets gaat doen. Moeten we niet gewoon zeggen: als het op 1 juli 2016 niet is opgelost, dan komt die display ban er? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik vind dat eigenlijk — hoe moet ik dat zeggen? — niet zo chic. Aan de ene kant zit ik namelijk aan tafel met de sectoren. Die hebben tegen mij gezegd dat ze best willen nadenken over zo'n convenant en dat ze in hun kring willen bekijken hoever ze kunnen komen. We hebben de afspraak gemaakt dat ze laten zien waar ze toe in staat zijn binnen een bepaalde termijn. En aan de andere kant zou ik dan, voordat die termijn is afgelopen, al zeggen dat ik wat anders ga doen als het niet lukt. Maar het is niet vrijblijvend. Ik ga ervan uit dat het lukt. Waarom zou het niet lukken? In andere landen kan het ook. Dat betekent dat ik erop reken dat het gebeurt. Maar gebeurt het niet, dan zullen we dus nadere maatregelen moeten treffen. 

De heer Van Gerven (SP):

Als men echter al aanvoelt dat de staatssecretaris na 1 juli toch weer een systeem gaat volgen van pappen nathouden, zal het niet opschieten. De SP is het er niet mee eens, maar heeft gezegd: oké, we gaan de weg van het convenant proberen. Dan moet men ook leveren. Als men 1 juli niet levert, zou ik zeggen: als jullie het niet voor elkaar krijgen, komt die display ban er, want die dient gewoon een doel dat wij met zijn allen nastreven. 

Staatssecretaris Van Rijn:

U verwoordt het eigenlijk keurig. De sectoren willen hun verantwoordelijkheid nemen. Dat is gebleken, ook in de gesprekken die ik heb gehad. Het is allemaal best lastig. Er is sprake van een level playing field. De sector wil natuurlijk niet in haar eentje bezig zijn, maar wil dat anderen ook meedoen. Dat begrijp ik goed. Zo'n display ban en de acties die de sectoren daarop hebben ondernomen om te kijken wat ze daarmee konden, neem ik heel serieus. Ik denk dat zij mij ook heel serieus nemen en weten, mij kennende, dat er nadere maatregelen volgen als hun acties onvoldoende resultaat opleveren. Dat heb ik ook tegen ze gezegd. Ik neem hen serieus. Dat betekent dat zij mij ook serieus zullen nemen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik pak het andere onderwerp dat de staatssecretaris naar voren bracht: de tabaksautomaten die in de horeca staan. Door de performance is dat toch al een vorm van reclame. Ze staan op een plek waar veel jongeren komen, waar amper toezicht is en waar bovendien niet mag worden gerookt. De ChristenUnie ziet ze dus graag verdwijnen. Kan de staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is? Verbetert de naleving inderdaad? Komen jongeren veel minder gemakkelijk aan sigaretten via de tabaksautomaten? We spreken hier echt al behoorlijk lang over. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik heb nog geen cijfers. De cijfers die er waren, waren gewoon slecht. De handhaving moet dus verbeteren, substantieel. Ik heb de ondernemers daarop via de brancheorganisaties aangesproken. Zij vonden dat eigenlijk ook en zijn nu met elkaar aan het bespreken welke maatregelen er kunnen worden genomen om de handhaving sterker te maken. Dat gaan we dan weer meten. Op grond daarvan hebben we gewoon een zakelijk gesprek. Is het voldoende verbeterd, zodat we daarin vertrouwen kunnen hebben of niet, waardoor we nadere maatregelen moeten nemen? Ik denk dat dit een fair deal is. Het is eenzelfde soort afspraak. Ik neem hen serieus en verwacht dat zij mij serieus nemen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Wanneer is het voldoende verbeterd? Op welke datum gaan we dat met elkaar meten? Is dat bijvoorbeeld 31 december van dit jaar? Kijken we de komende maanden hoe het gaat en of er inderdaad geen tabaksverkoop via de tabaksautomaten aan jongeren onder de 18 jaar plaatsvindt? Vindt de staatssecretaris het oké als de helft van de automaten goed functioneert en de andere helft nog niet? Vindt hij dat we dan met elkaar voldoende stappen hebben gezet? Waar ligt de grens waarop het voldoende is? Wanneer nemen wij daarover een besluit? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik kijk even naar mijn externe gedachten en meen daar te zien dat we na de zomer nieuwe cijfers krijgen. Op basis daarvan kunnen we beoordelen of de naleving verbeterd is. 

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog. 

Staatssecretaris Van Rijn:

De maatregelen waarover wij vandaag spreken, zijn noodzakelijk als we willen dat jongeren in de toekomst niet meer beginnen met roken en niet meer worden blootgesteld aan meeroken. Hier ligt een in mijn ogen stevig pakket, al snap ik dat daarover in de Kamer verschillend wordt gedacht. Er zijn mensen voor wie het niet op kan, maar er zijn ook mensen die dit een heel stevig pakket vinden en voorstellen om eerst te bekijken wat het allemaal betekent. De regering denkt met dit pakket een redelijke balans te hebben gevonden. Het is een stevig pakket aan maatregelen ter implementatie van de EU-richtlijn met aanvullende maatregelen die genomen zijn op grond van Nederlandse ervaringen. 

Daarnaast geldt dat we de ontwikkelingen rondom het convenant inzake de display ban nauwlettend in de gaten houden evenals het naleven van de automaten en de mogelijkheden die er zijn en misschien nog komen rondom de plain packaging. Plain packaging wil ik ook heel serieus bekijken. Ik wijs er wel op dat daarover in andere landen nog heel veel discussie gaande is en dat er ook rechtszaken zijn. Voordat we plain packaging overwegen wil ik in juridische zin zekerheid hebben over de vraag wat de effectiviteit aan de ene kant is en de juridische haalbaarheid aan de andere kant. Dit is typisch zo'n maatregel die we moeten overwegen. We moeten haar niet weggooien, maar het draagvlak ervoor en de juridische houdbaarheid ervan moeten wel stevig zijn. Wetgeving is niet voldoende. Daarom blijf ik inzetten op voorlichting en het vergroten van het maatschappelijke draagvlak voor tabaksontmoediging om ervoor te zorgen dat de positieve trend dat het aantal rokers daalt en dat steeds minder jongeren met roken beginnen de komende jaren aanhoudt op weg naar een rookvrije generatie in de toekomst. 

Ik kom nu tot de bespreking van de specifiek gestelde vragen. De heer Van Gerven vroeg of het klopt dat ongeveer 100 jongeren per dag beginnen met roken. Dat cijfer klopt. Het is precies de reden dat we zo hard inzetten op het ontmoedigen van roken onder jongeren. We hebben al veel maatregelen genomen voor deze groep, zoals het instellen van de leeftijdsgrens, de NIX18-campagne en de rookvrije schoolterreinen. Met de implementatie van de tabaksproductenrichtlijn, de foto's en de smaakjes om het maar even simpel te zeggen, en een groot communicatietraject doen we daar een flinke inspanning bij. We richten ons daarbij natuurlijk ook op de ouders. 

De heer Van Gerven vroeg ook of de doelstelling van 2% minder rokers in 2020 ambitieus genoeg is. De 2% is een soort optelsom van de verwachte effecten van de afzonderlijke maatregelen uit de tabaksproductenrichtlijn. De maatregelen versterken elkaar waardoor het uiteindelijke effect waarschijnlijk groter zal zijn dan deze optelsom. We hebben nog geen rekening gehouden met het effect van eventuele nationale maatregelen die de lidstaten tot 2020 invoeren, zoals bij ons de leeftijdsgrens en het reclameverbod. Die zullen nog consequenties hebben voor de aantallen die we in Nederland gaan zien. Het is een Europese ambitie, een voorzichtige voorzet, die we met alles wat we doen zeker zullen halen. Ze staat los van de nationale maatregelen die in het spoor van de Europese maatregelen worden genomen. Ik denk overigens dat het terugdringen van roken bij de generatie verstokte rokers ingewikkelder is dan de slag maken naar een rookvrije generatie. We zetten op allebei in, maar de rookvrije generatie is het allerbelangrijkste. Het ontmoedigen en het helpen van mensen om te stoppen is ook belangrijk. Daardoor lopen de cijfers een beetje uit elkaar. Ik constateer dat die 2% in het ombuigen van grote trends misschien geen heel ambitieuze doelstelling is, misschien is ze zelfs redelijk voorzichtig. Ze houdt immers geen rekening met alle maatregelen die op nationaal niveau worden genomen. 

De heer Van Gerven (SP):

Kan de staatssecretaris een concreet aantal noemen? Dat vroeg ik in mijn betoog. Er zijn nu 3,6 miljoen rokers. Ik geloof dat het aantal rokers boven de 15 jaar 24% is. Als we uitgaan van 2% vermindering, moet dat 22% worden, begrijp ik uit de woorden van de staatssecretaris. Betekent dit dat die 3,6 miljoen bijvoorbeeld 3,3 miljoen wordt? Ik wil graag horen hoeveel honderdduizend minder rokers er in 2020 zijn. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Volgens mij is het een wat ingewikkelder rekensom, omdat je ook naar de demografische effecten moet kijken. Er zitten bovendien grote verschillen tussen de getallen die je hebt voor de ouderen en voor de jongeren. Op die laatste doelgroep zetten we veel harder in. Ik weet niet precies waar de heer Van Gerven naartoe wil, maar een absoluut getal zegt niet zo veel. De hoofdlijn is dat er minder rokers komen onder de ouderen, maar vooral dat we toegroeien naar een rookvrije generatie. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik wil graag een concreet aantal horen. Dat zegt namelijk heel veel. Als er 3,6 miljoen mensen roken, weten we dat die groep aan schadelijke effecten wordt blootgesteld. Als dat substantieel vermindert qua aantal, als het 3,3 miljoen wordt, is dat duidelijk. De demografische ontwikkeling tot 2020 is redelijk bekend. Volgens mij is het heel goed om naast het percentage, wat prima is, ook concrete aantallen te noemen, zowel voor de 18-plussers als voor de categorie eronder. Dat zijn heel goed vergelijkbare cijfers. Zo kun je tussentijds heel goed zien of het doel werkelijk gerealiseerd wordt. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Laten we kijken of dit in de diverse rapportages verder ingekleurd kan worden. Of je nu doelstellingen formuleert in percentages of in aantallen, maakt niet zo veel uit. Ik zie de meerwaarde niet precies. Het gaat erom wat er gebeurt als we de maatregelen treffen. Laten we kijken of we dat op een andere manier kunnen presenteren, als de heer Van Gerven dat beter uitkomt. Het gaat er natuurlijk om dat we de trend ombuigen en werken naar een rookvrije generatie. 

De heer Van Gerven heeft gevraagd of het convenant geen mission impossible is. Dat is voor mij zeer de vraag. Als de sectoren tegen mij zeggen dat ze een poging willen wagen om het convenant uit te voeren, neem ik ze heel serieus, zoals ik hoop dat zij mij ook serieus nemen. Ik ga ervan uit dat alle inspanningen door hen worden verricht om dat ook voor elkaar te krijgen. 

De heer Van Gerven vroeg naar een reactie op de uitspraak van 23 december van het Europese Hof over plain packaging. Op 23 december heeft de advocaat-generaal een advies gegeven aan het Europese Hof; dat is nog geen definitieve uitspraak. We wachten nog op de definitieve uitspraak van het Hof, maar die is nu dus nog niet bekend. 

De heer Van Gerven vroeg ook naar een beschouwing op het boeteniveau en de sancties die we in Nederland gaan opleggen. Er zijn nu natuurlijk verschillende sanctiemogelijkheden. De ervaring heeft geleerd dat deze over het algemeen voldoende effect hebben. Met de Tabaksproductenrichtlijn wordt dat nog verder uitgebreid en aangescherpt. Als sanctie kunnen onder andere ook bestuurlijke boetes worden opgelegd, zoals opgenomen in de bijlage bij de Tabakswet. Bij overtreding van het verbod op reclame en sponsoring kan een maximumboete van €450.000 worden opgelegd aan fabrikanten, groothandels en importeurs, en een maximumboete van €4.500 aan anderen. De boete voor overtreding van de leeftijdsgrens is met ingang van 1 januari 2016 verhoogd en gelijkgesteld aan de boete voor overtreding van de leeftijdsgrens voor alcohol. Voor bedrijven met meer dan 50 werknemers gaat een verdubbeling van de boetebedragen gelden. De heer Ziengs noemde het ook al: als de leeftijdsgrens binnen twaalf maanden drie maal wordt overtreden, is er sprake van "three strikes out". We moeten natuurlijk in de gaten houden of deze sancties effectief zijn, maar ik constateer dat hier een stevig verhaal ligt, met vrij stevig boetes. We zullen de effectiviteit dus goed in de gaten houden, maar ik meen dat hier een stevig boeteverhaal ligt. 

De heer Van Gerven heeft verder nog gevraagd of de hoofdconclusies in de rapporten zijn afgezwakt. We hebben daarover eerder ook al gesproken. De betreffende documenten zijn in het kader van het WOB-verzoek aangeleverd. Ik weet niet of er nog een mail ontbreekt, maar dat is uiteraard geen opzet. Ik wijs erop dat de hoofdconclusie niet is afgezwakt. De conclusie van het rapport is nog steeds dat er maar één systeem effectief is bewezen: Ageviewers. Die conclusie staat er nog steeds in. Overigens staan de verstrekte data naar aanleiding van het WOB-verzoek ook op rijksoverheid.nl. Ik wijs er ook op dat het programma Argos destijds twee hoogleraren heeft laten kijken of de conclusies zijn afgezwakt. De conclusie was dat dit niet het geval is. 

Dan kom ik bij de vraag waarom we bij de e-sigaret niet kiezen voor de waarschuwing "Roken is dodelijk". 

De voorzitter:

Een moment, de heer Van Gerven heeft op het vorige punt nog een interruptie. 

De heer Van Gerven (SP):

In de slotconclusie in de conceptversie stond dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat alleen Ageviewers leidt tot een hoge mate van naleving: 96%. Alsook dat er slechts één studie bekend is, uit 2010. In het definitieve rapport staat die conclusie niet meer op nummer één. Een eind verderop staat … 

Staatssecretaris Van Rijn:

Staat die bij nummer vier? 

De heer Van Gerven (SP):

Een eind verderop wordt die conclusie vermeld. Er staat echter niet dat het is gebaseerd op één onderzoek, maar dat het bewijs dun is. De term "dun" wordt hier ingevoerd. Daarmee is de kleuring een heel andere en is de prominente plek van dit systeem naar onderen geschoven en wat weggemoffeld. Mijn punt is dat dit kennelijk is voorgesteld in een overleg van ambtelijke zijde met het Trimbos-instituut. Mijn vraag aan de staatssecretaris was of hij dat een goede gang van zaken vindt en of daarmee de integriteit van de onderzoekers niet onder druk komt te staan, omdat er toch invloed wordt uitgeoefend op de inkleuring van de conclusies. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Mijn ervaring met de onderzoekers van het Trimbos-instituut is dat het wetenschappelijk verantwoorde en hoogprofessionele onderzoekers zijn. Natuurlijk gaan zij met iedereen in discussie over welk onderzoeksrapport dan ook en komen zij tot een conclusie op grond van hun wetenschappelijke inzichten. Ik heb echter geen enkele reden om aan de integriteit van de onderzoekers van het Trimbos-instituut te twijfelen. 

De heer Van Gerven (SP):

Nee, dat was ook niet de portee van mijn opmerking. Dat heb ik ook niet gezegd. Ik heb gevraagd of de integriteit niet op de proef wordt gesteld door het handelen van ambtenaren die proberen de conclusies in het conceptrapport af te zwakken of anders in te kleuren. Mijn andere vraag was of het conceptrapport van het Trimbos-instituut en de correspondentie naar de Kamer kunnen worden gestuurd, waarmee het een officieel document is waarvan de Kamer kennis kan nemen, zodat de Kamer haar taak als controleur van het kabinet kan uitoefenen. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Als wetenschappers in discussie gaan over hun bevindingen, met wie dan ook, denk ik niet dat de integriteit van die wetenschappers zal worden aangetast. Als het goede wetenschappers zijn, zullen zij achter hun conclusies staan. Nogmaals, ik heb geen enkele reden om daaraan te twijfelen. En de in het kader van de WOB-procedures verstrekte informatie staat gewoon op rijksoverheid.nl. Die is dus openbaar en iedereen kan die gewoon inzien. 

Ik ga verder over de e-sigaret en op het voorstel voor de waarschuwing "Roken is dodelijk". De waarschuwingstekst voor e-sigaretten is vastgesteld in de Tabaksproductenrichtlijn. Dat is implementatiewetgeving waarvan ik niet kan afwijken. 

De heer Van Gerven vroeg of het idee achter het verbod van grensoverschrijdende verkoop op afstand te maken heeft met het voorkomen van illegale handel, of gewoon met zelf niets te hoeven doen. De reden waarom wij niet kiezen voor een verbod is de kans op groei van illegale handel via internet daardoor. Ik wil voorkomen dat die handel groter wordt. Effectief handhaven bij grensoverschrijdende internetverkoop is zeer lastig. Het alternatief is een registratieplicht met een leeftijdsverificatiesysteem. Met die registratieplicht wordt het aanbod voor grensoverschrijdende verkoop op afstand zichtbaar en in potentie beter reguleerbaar. Bij een verbod is dat niet het geval. Daarom is er gekozen voor een registratieplicht. 

Ik heb het volgens mij al gehad over de e-sigaretten en de geneesmiddelen. De heer Van Gerven vroeg verder waarom er bij de e-sigaret nog geen bijsluiter is vastgesteld en wat hierover al bekend is. De regels voor de bijsluiter zijn al vastgesteld in het Tijdelijk warenwetbesluit e-sigaretten. Deze regels worden straks opgenomen in de ministeriële regeling bij de Tabakswet. 

De heer Van Gerven vroeg ook waarom wij niet per direct alle additieven verbieden. Op basis van dit wetsvoorstel zullen uiteraard alle additieven worden verboden die de verslavings- of gezondheidsschade in significante mate vergroten, behalve de aanwezigheid van nicotine en teer. Voor smaakstoffen geldt dit niet zonder meer. Als de smaak een kenmerkend aroma bevat, vergroten ze wel de aantrekkelijkheid. Daarom worden ze ook niet langer toegestaan voor sigaretten en shag. De heer Van Gerven wijst waarschijnlijk op de overgangstermijn voor smaakstoffen met een marktaandeel groter dan 3%. Die is inderdaad vastgesteld in de Europese richtlijn en daarvan kunnen wij niet verder afwijken. 

Ik kom vervolgens op de vraag waarom er voor de ingrediënten niet één systeem kan zijn. Ik denk dat de heer Van Gerven en mevrouw Dik-Faber hiernaar vroegen. Ik zeg het even voor de scherpte: alle tabaksingrediënten worden openbaar gemaakt. Nu gebeurt dat al via de website tabakinfo.nl. Deze informatie zal openbaar blijven, en wel via een common entry gate, waarin wordt voorgeschreven in welk format de ingrediënten in tabak en elektronische sigaretten worden weergegeven. Dat zijn vaste formats, waardoor ze heel goed vergelijkbaar zijn. Voor de e-sigaretten is er nog geen format omdat de beoordeling van de productenkenmerken nog sterk in ontwikkeling is, maar voor tabak en sigaretten is er al wel een format. De vraag of de NVWA hierop kan toezien, moet ook in dit licht worden bezien. De NVWA heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid om inzage in de systemen te vragen en om documenten op te vragen. Dat kan via die formats. Voor de e-sigaretten is het dus in ontwikkeling, maar eigenlijk is dat niet nodig, zolang die informatie maar aanwezig is. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

In de wet staat toch echt de bepaling dat bedrijfs- en fabricagegegevens niet openbaar hoeven te worden gemaakt als dat niet opweegt tegen het belang van openbaarmaking. Wat mij betreft is dat belang van openbaarmaking de volksgezondheid en voor mij gaat dat altijd boven het belang van bedrijven, dus van de tabaksindustrie. Dit staat dus gewoon letterlijk in de wet. Ik vraag me nu echt af of ik die verkeerd heb begrepen, want de staatssecretaris beweert nu iets heel anders. Ik hoor hier graag nog een toelichting op. Als bedrijfsbelangen op enig moment overwegend zijn en bepaalde zaken niet kunnen worden gepubliceerd, lijkt het me voor de NVWA inderdaad heel lastig om hierop toe te zien. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Nu even heel precies: dit gaat om bedrijfsgeheimen. De Tabaksproductenrichtlijn verplicht ons om die bedrijfsgeheimen te beschermen. Bij de implementatie hebben we deze voorschriften uit de Tabaksproductenrichtlijn gewoon overgenomen. Dat is wat anders dan de informatie die over ingrediënten wordt gegeven. In het geval van tabak en sigaretten moet deze geformatteerd zijn en bij e-sigaretten moet de samenstelling worden aangegeven. De NVWA kan daar dus gewoon op toezien. Het is zeker in de richtlijnen van de Europese Unie standaardgebruik dat bedrijfsgeheimen beschermd worden. Dit betekent dat die bepaling in onze wet is overgenomen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik begrijp dat we met handen en voeten gebonden zijn aan de Europese richtlijnen en dat we daar wel aan zullen moeten voldoen, maar ik heb voorgesteld om op voorhand al met een AMvB aan te geven wat in dat systeem dat de tabaksindustrie moet opzetten, moet worden opgenomen. Er staat nu dat nadere regels kunnen worden opgesteld via een AMvB. Zou het niet behulpzaam zijn, ook voor de NVWA, als we met elkaar afspreken dat we dat ook gewoon sowieso gaan doen en dat we dat niet aan de tabaksindustrie overlaten? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik wil even heel precies zijn. Ik zei net al dat die gegevens zijn geformatteerd via die common entry gate, zowel voor de tabak als voor de sigaretten. Daar wordt gewoon precies in de kolommen aangegeven wat de bedrijven moeten invullen. Het is overigens ook niet zo dat de NVWA en de RIVM de bedrijfsgeheimen niet kunnen zien. Ze kunnen die wel zien, ze moeten alleen niet openbaar gemaakt worden. Dat betekent dat er voor de toezichthouders wel zicht is op wat er in zo'n bedrijf gebeurt, inclusief wat zij zelf moeten publiceren. De bedrijfsgeheimen worden echter niet openbaar gemaakt. De toezichthouders kunnen die echter wel zien. 

Ik ben al uitvoerig ingegaan op de vraag van de heer Van Gerven over plain packaging, automaten en displays. Hij vroeg ook nog welke uitvoeringsbesluiten nog niet zijn vastgesteld en wat de consequenties daarvan voor het wetsvoorstel zijn. De volgende uitvoeringshandelingen zijn nog niet vastgesteld. Ik noem de uitvoeringshandeling voor het vaststellen van een kenmerkend aroma, de invoeringshandeling voor een format voor de kennisgeving van technische normen voor de navulverpakking van elektronische sigaretten en de uitvoeringshandelingen voor het opstellen en bijhouden van een prioriteitenlijst van additieven. Die zullen zo snel mogelijk worden opgesteld. Dat zal nog voor de inwerkingtredingsdatum kunnen plaatsvinden. 

Ik kom nu op de vragen van de ChristenUnie. Mevrouw Dik-Faber vroeg of ik zou willen toezeggen dat er maatregelen genomen worden om rookruimtes alleen nog voor roken toe te staan, en niet meer dan dat. Ik denk dat wij met elkaar hebben gewisseld dat we uiteindelijk streven naar een rookvrije samenleving, waarvoor een pakket aan maatregelen moet worden genomen. Rookruimtes vormen een uitzondering op het rookverbod. Zij zijn ingesteld om destijds in ieder geval het draagvlak voor een rookvrije horeca te vergroten en om rokers een gelegenheid te bieden om te kunnen roken zonder anderen schade toe te brengen. Ik vind het belangrijk dat rookruimtes dat doel dienen, en geen andere doelen. Ik wil mevrouw Dik-Faber toezeggen dat ik in overleg met de branche wil bekijken welke mogelijkheden er zijn om dat met elkaar af te spreken. 

Mevrouw Dik-Faber vroeg ook hoe het zit met plain packaging in het buitenland en hoe het zit met de rechtszaken. Ik noemde dat al even in mijn algemene betoog. Australië heeft een rechtszaak die was aangespannen door Philip Morris gewonnen. De hoorzittingen van de rechtszaak die British American Tobacco, Imperial Tobacco Group, Japan Tobacco Group International en Philip Morris hebben aangespannen tegen het Verenigd Koninkrijk zijn op 17 december afgerond. De uitspraak daarvan is nog niet bekend. Naar aanleiding van de zaak die de tabaksindustrie heeft aangespannen tegen de Europese Commissie heeft de advocaat-generaal een rapport opgesteld. Daarin is geoordeeld dat de TPD op zich ruimte laat voor lidstaten om regels te stellen. In maart doet het Europees Hof van Justitie een uitspraak over deze zaak. Het lijkt mij verstandig om de uitspraken van deze rechtszaken af te wachten. 

Mevrouw Dik-Faber heeft gevraagd naar de ambitie van het kabinet. In mijn algemene verhaal heb ik gezegd: het voorkomen dat jongeren gaan roken, is het allerbelangrijkste. Die rookvrije generatie is een heel belangrijk ankerpunt waarop al het beleid is gericht. Tegelijkertijd kijken we in het spoor daarvan hoe we rokers die willen stoppen met roken, kunnen helpen en hoe we meerokers kunnen beschermen. 

Naast dit pakket houden wij een communicatiecampagne, niet alleen over de regels maar vooral ook om de kennis en kunde bij ouders en kinderen te vergroten. De Kamer heeft al kennis kunnen nemen van mijn opvattingen en mijn vergrote inspanning ten aanzien van zwangere vrouwen. 

Mevrouw Faber heeft ook gevraagd waarom een overgangstermijn is ingesteld om consumenten de tijd te geven om op zoek te gaan naar alternatieven. Dat gaat over de tabaksproducten met een kenmerkend aroma. Dat is in Europees verband vastgesteld en dat betekent dat het een verbindend voorschrift is, waar ik inderdaad niet van kan afwijken in het kader van deze wetgeving. 

Mevrouw Faber vroeg ook of ik het KWF en de KNMG wil betrekken bij de campagne en bij de evaluatie van NIX18. Het antwoord daarop is uiteraard: ja. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Met die laatste toezegging ben ik uiteraard heel blij. Ik ga even terug naar het vorige punt ... het ontschiet mij nu even. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Boven de 3% additieven. Al die smaakjes, kan ik beter zeggen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Precies, ja, de additieven. In de memorie van toelichting heb ik gelezen dat additieven na 2020 gewoon niet meer zijn toegestaan. De staatssecretaris schrijft ook in de memorie van toelichting: wij gebruiken een overgangsperiode voor menthol tot 2020 om consumenten de kans te geven om op zoek te gaan naar alternatieven. Maar als additieven niet meer zijn toegestaan, hoe kun je dan op zoek gaan naar alternatieven? Ik vind dat zo'n rare zin in de memorie van toelichting. Als de consumenten toch geen alternatieven kunnen vinden, kan wat ons betreft die termijn wellicht wat korter. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Aan die termijn kan ik niet tornen, want die is voorgeschreven in de Europese richtlijn. In de tweede termijn zal ik even kijken of wij dezelfde duiding geven aan die zin. Als u hem zo voorleest, vraag ik mij ook even af wat wij eronder kunnen verstaan. Ik zal dat voor de tweede termijn nakijken. 

Dan kom ik op de vraag van mevrouw Faber waarom in de boekhandel wel tabak mag worden verkocht, maar geen alcohol, als blurring niet mag. Het blurringvraagstuk wil ik bekijken in het kader van de evaluatie van de Drank- en Horecawet. Dat is één. Het tweede punt is dat de Tabakswet en de Drank- en Horecawet wel andere wetten zijn. Op grond van de Tabakswet is het niet nodig om een vergunning te hebben om tabaksproducten te verkopen. Dat is op grond van het regime van de Drank- en Horecawet wel het geval voor alcohol. Dat heeft onder andere te maken met eventuele effecten voor de openbare orde. Dat is ook de reden waarom er een verschillend regime is ten aanzien van de gecombineerde verkoop. 

Verder vroeg mevrouw Dik of ik de verkoop van tabak in de horeca ook verder aan banden zou willen leggen. Wij hebben een discussie met de industrie over de onvoldoende naleving. Die ga ik ook herhalen. Er worden consequenties aan verbonden. Koninklijke Horeca Nederland heeft mij toegezegd dat zij haar leden gaat informeren over het belang van die goede naleving, inclusief de best practices die er zijn en inclusief dus de verkoop van tabak in de horeca zelf. In juni verwacht ik inzicht te hebben in de nieuwste cijfers over de naleving. Direct na de zomer kunnen wij daarover dan van gedachten wisselen. 

Mevrouw Dijkstra had een aantal vragen over de gezondheidswaarschuwingen. Sommige landen kiezen voor dezelfde uitzondering als wij ten aanzien van sigaren. Ten aanzien van de populariteit van cigarillo's, dat zijn de zogenaamde kleine sigaren, onder jongeren acht ik het wenselijk dat de gecombineerde gezondheidswaarschuwing verplicht blijft. 

Dan kom ik op het verschil tussen de sigaren en pijptabak. Dat was ook een vraag van de heer Ziengs. Bij de sigaren spelen twee aspecten: enerzijds de uitvoeringsaspecten. Bij de grote verpakkingen zou de waarschuwing uitvoeringstechnisch tamelijk ingewikkeld zijn. Anderzijds noem ik de kleine doelgroep. Uitvoeringsproblemen waren er bij de pijptabak niet. 

Over de plain packaging hebben wij, denk ik, nu voldoende gesproken. 

Mevrouw Dijkstra vroeg ook of ik het ermee eens ben dat stoppen met roken in het basispakket hoort. Daar hebben wij met recht en reden niet voor niets toe besloten. Het is belangrijk om te stoppen met roken. Dat het in het basispakket zit en daarin blijft, is nu gelukkig goed geregeld. 

Zij vroeg ook of ik de effecten van de Tabaksproductenrichtlijn en de invoering daarvan ook in Nederland wil meten. Dat is inderdaad het geval. Met de leefstijlmonitor houden wij de vinger aan de pols. Wij zullen de Kamer daarover regelmatig informeren. Zij vroeg ook of er specifieke voorlichting wordt georganiseerd voor de invoering van de leeftijdsgrens voor de e-sigaret. In de communicatie over alle wijzigingen die door dit wetsvoorstel zijn ontstaan neem ik de voorlichting over de leeftijdsgrens voor de e-sigaret mee. Op dit moment ben ik aan het bekijken, samen met de deskundigen, op welke wijze ik dat zal gaan doen. 

Zij vroeg mij ook aan te geven hoeveel van de huidige pakjes er wordt gebruikt om te wijzen op de gevaren van roken. De gezondheidswaarschuwing moet op de huidige pakjes 30% van de voorkant beslaan en de waarschuwing moet 40% van de achterkant bedekken. Na invoering van de wet wordt dat 65% van zowel de voorkant als de achterkant. 

Mevrouw Bruins Slot vroeg wat voor soort ondersteuning er aan scholen wordt geboden. Het antwoord is dat die ondersteuning zeer divers is en afhangt van de behoefte van de school. De methode van de Gezonde School is dat eerst met de school gesproken wordt over de vraag welke prioriteiten zij zelf stelt. Schooladviseurs inventariseren de behoefte en bieden daarbij passende begeleiding aan. Op www.gezondeschool.nl zijn alle handreikingen, flyers en stappenplannen te zien die de scholen kunnen gebruiken en ook daadwerkelijk gebruiken. Het antwoord op de vraag is dus: een zeer gedifferentieerd aanbod dat per school wordt vastgesteld. 

Mevrouw Bruins Slot vroeg mij of de voorlichtingscampagne crossmediaal is, of die langdurig is en of er niet alleen maar folders worden gebruikt, maar ook social media. De komende twee jaar wordt ingezet op actieve communicatie. Daarbij worden ook de social media gebruikt. Ik heb onlangs onderzoek laten doen naar het socialmediagedrag van jongeren, om ervoor te zorgen dat we daar zo goed mogelijk op kunnen inspelen. Dus het antwoord op de vraag van mevrouw Bruins Slot is: ja. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Goed in ieder geval dat dat zeer divers wordt gedaan, alleen is twee jaar eigenlijk helemaal niet zo lang. Waarom heeft de staatssecretaris gekozen voor een termijn van twee jaar? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Niet om na afloop ervan te zeggen dat het dan allemaal moet stoppen, maar meer omdat je een bepaalde periode in acht moet nemen en dan moet terugkijken in een evaluatie. Misschien moet je dan het concept van de campagne of de vorm weer veranderen. De bedoeling is dus niet dat het dan stopt. We kiezen een bepaalde inzet voor een zekere periode en gaan daarna kijken hoe er geëvalueerd moet worden. 

Dan de vraag of de uitzondering voor sigaren te maken heeft met de meerderheid die we voor dit wetsvoorstel ook proberen te krijgen in de Eerste Kamer. Dat is niet de opzet. Tijdens de internetconsultatie van de wijziging van het Besluit uitvoering Tabakswet is naar voren gekomen dat het plaatsen van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing op grote sigarenverpakkingen ook een aantal technische problemen oplevert. En nogmaals, gecombineerd met de kleine doelgroep denk ik dat we met deze uitzondering ook uitvoeringstechnisch een goede balans hebben gevonden. 

Mevrouw Bruins Slot vroeg nog wat dikke sigaren zijn. Ik heb daar nog even over nagedacht, maar gelukkig is dat ook geregeld. Dat zijn sigaren van 3 gram of zwaarder. 

Over de display hebben we al gesproken. 

Mevrouw Bruins Slot vroeg ook hoeveel jongeren nu precies sigaren roken. Uit de factsheet Continu Onderzoek Rookgewoonten 2014 van het Trimbos-instituut blijkt dat ongeveer 4% van de Nederlanders sigaren rookt. Het is niet bekend welk percentage jongeren regelmatig sigaren gebruikt. Uit de trendanalyse additieven van Nederlandse tabaksproducten van het RIVM komt het beeld naar voren dat het gebruik van cigarillos, dus die kleine sigaren, wereldwijd toeneemt onder jongeren. Dat is precies de reden waarom we op dat punt geen uitzondering willen maken. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik kon het namelijk ook niet vinden, terwijl in de antwoorden van de staatssecretaris wel heel duidelijk staat: als het aantal jongeren groeit dat grote sigaren rookt, dan gaan we het beleid misschien heroverwegen. Maar als je niet weet hoeveel jongeren die sigaren roken, hoe kun je dan je beleid heroverwegen? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat betekent dat we daar dus een speciale monitor op zullen zetten. Er is ook een Europese barometer die dat in de gaten houdt. 

Mevrouw Agema (PVV):

De staatssecretaris gaat netjes het sprekerslijstje af, maar hij zou nog terugkomen op de vragen die ik had gesteld over waterpijpen. Ik vraag me af waarom ik nu overgeslagen word. 

De voorzitter:

Misschien liggen de antwoorden in verkeerde volgorde in het mapje. Misschien is het goed dat u de vraag van mevrouw Bruins Slot afrondt en dan even kijkt naar de vraag van mevrouw Agema. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Mijn excuus, voorzitter. Ik kom nog uitgebreid toe aan de vragen van mevrouw Agema. Ik ben u niet vergeten, mevrouw Agema. Dat zou ik ook nooit doen. Hoe kan ik u vergeten? Dat zou me helemaal niet lukken. 

Mevrouw Bruins Slot vroeg mij of er een speciale inzet is bij vmbo-leerlingen, gericht op meer kennis van NIX18. Ja, voorzitter, dat is het geval. Wij gaan inzetten op specifieke acties en interventies die met name te maken hebben met verschillende doelgroepen, waaronder vmbo-leerlingen. Dat betekent dat die onderdeel uit zullen gaan maken van de campagne. Hoe gaan wij de resultaten meten? Zoals ik al tegen mevrouw Dijkstra zei, ga ik via de Leefstijlmonitor de effecten van alle maatregelen volgen. Aan de hand daarvan kunnen we dan zien of trends worden omgebogen. 

Dan kom ik toe aan de vragen van mevrouw Agema. Zij vroeg of de waterpijp onder de Tabaksproductenrichtlijn valt. De waterpijp valt als product onder de Warenwet. In de Tabaksproductenrichtlijn zijn wel regels gesteld voor waterpijptabak en de kruidenrookproducten voor de waterpijp. Met dit wetsvoorstel implementeer ik die regels. Zij vroeg hoe het komt dat er steeds meer shishalounges komen, terwijl een rookverbod geldt. Kan dat eigenlijk wel? Er is geen verbod op de shishalounges op grond van de Tabakswet. Wel dienen alle shishalounges zich aan de Tabakswet te houden. Dat betekent voor tabak een rookverbod, behalve in rookruimtes, en voor kruidenmengsels geen rookverbod. Die mogen dus buiten rookruimten worden gebruikt. 

Overigens houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wel degelijk toezicht op naleving van de Tabakswet in shishalounges. Ik noem wat cijfers. In 2015 zijn 113 shishalounges bezocht en 89 horecabedrijven met een shishafunctie. Er zijn 83 boeterapporten opgelegd en 11 waarschuwingen gegeven. De NVWA zal in 2016 toezicht blijven houden op de naleving van de Tabakswet in de shishalounges. Daarbij staat de veiligheid van de toezichthouders trouwens voorop. Zo zal bij hoge CO-waarden de gemeente worden geïnformeerd, zodat die kan handhaven met het doel eerst een veilige omgeving te creëren voor werknemers en bezoekers. Naast de producten wordt ook gekeken naar de uitstoot van CO. Dat wist ik zelf ook niet. Daar zullen wij dus ook bij het toezicht op blijven letten. 

Ik bedank mevrouw Agema voor de mails die ik van haar heb gekregen. Ik zeg haar toe dat ik daar een reactie op zal schrijven. Ik vind het belangrijk dat de vragen worden beantwoord en ik erken ook zeer dat de e-sigaret voor veel mensen een alternatief is voor jarenlang roken. Ik zal proberen om, zoals zij vroeg, het beeld in de mails zo goed mogelijk te analyseren en van een antwoord te voorzien. 

Mevrouw Agema (PVV):

Superbedankt daarvoor. Voor veel mensen is de elektronische sigaret echt een redding. 

Ik had nog een vraag met betrekking tot de shishalounges. De beantwoording van de staatssecretaris is bekend. Dit is wat wij een jaar geleden al bespraken. Wat mij toen zo opviel, was dat er in een groot aantal gevallen boetes zijn uitgedeeld. Dus ja, ze houden zich niet aan het rookverbod, en ja, er worden boetes uitgedeeld. Wat echter ook opvallend was, was dat er ook door de vingers werd gezien. Ik heb een jaar geleden al gepleit voor 100% boetes in het geval dat men over de schreef gaat. Het kleine café op de hoek heeft ook de zweep erover gekregen: boete op boete op boete op boete. Mijn vraag aan de staatssecretaris was een jaar geleden om shishalounges gelijk te behandelen als de kleine cafés, waar echt de zweep overheen is gegaan. Als dit niet kan, kan het dus gewoon niet. Dan blijf je controleren en dan blijf je boetes uitdelen. Dan houden we uiteindelijk dus geen shishalounges over. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik wil nog even precies zijn. Ik zei net dat op grond van de Tabakswet geen verbod op de lounges mogelijk is, maar wel op de producten die worden gebruikt. Daar wordt ook op gehandhaafd. Ik heb de cijfers gegeven. Daarvoor geldt hetzelfde regime als voor alle andere bedrijven, namelijk dat er boetes worden opgelegd en dat er risicogericht toezicht plaatsvindt. Als je tot de overtreders behoort, word je vaker bezocht. Daar geldt ook "three strikes out" op het moment dat dat wordt geconstateerd. Wij maken wat de handhaving van de tabaksproducten betreft dus geen onderscheid. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik kan dat niet controleren. Dit is vorig jaar vrij specifiek naar de Tweede Kamer gestuurd, in 2015. Daar komen ook die cijfers uit van 113 bezoeken en 83 boetes. Ik zou graag van de staatssecretaris in een volgende voortgangsrapportage of wat dan ook daar opnieuw een overzicht van ontvangen. Ik wil graag controleren dat dat kleine café gelijkwaardig wordt behandeld aan de shishalounge. In 2015 bleek immers al dat er vaak door de vingers wordt gezien en dat niet altijd tot het opleggen van een boete wordt overgegaan. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In de voortgangsrapportages zal ik de cijfers van de shishalounges ten aanzien van 2016 gewoon verstrekken. 

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik kom bij de vragen en opmerkingen van mevrouw Volp en vul daarbij de antwoorden aan die ik al gegeven heb. Mevrouw Volp vroeg of wij overwegen om met rolmodellen te gaan werken in de campagne voor jongeren. Volgens mij brengt zij dat punt zeer terecht in. Vooral in de deelcampagne gericht op onder andere mbo'ers en vmbo'ers zullen we juist gebruik moeten maken van rolmodellen. Uit onderzoeken weten we welke rolmodellen jongeren aanspreken. We bekijken of we die kunnen inzetten om jongeren te motiveren om geen sigaretten uit te delen of aan te nemen. Overigens zijn ouders ook nog steeds rolmodellen, ondanks dat sommigen dat misschien in twijfel trekken. Wij hebben hierover deze ochtend ook opmerkingen gemaakt toen het ging over het drugsbeleid. Het is uiteraard ook een beetje afhankelijk van de leeftijd. Ouders zijn dus goede rolmodellen, maar we zullen dus ook rolmodellen gaan inzetten bij de campagnes. 

Mevrouw Volp vroeg verder of ik een grote verbetering verwacht bij de naleving in de horeca. Het moet blijken of die verbetering er komt. Tegen de sector heb ik gezegd: het is echt onvoldoende. In het onderzoek naar de naleving zijn hierover ook een aantal opmerkingen gemaakt. In de tussentijd zijn er 1.200 extra inspecties voor de leeftijdsgrens uitgevoerd. Daarbij is de aandacht ook uitgegaan naar verkoop via de tabaksautomaten. Ik heb gesproken met mensen van Koninklijke Horeca Nederland en van de branchevereniging van houders van automaten voor tabak en voor zoetwaren, om te komen tot een betere naleving. De Kamer is in december geïnformeerd over de uitkomsten van deze gesprekken. Ik heb in ieder geval gemerkt dat de brancheorganisaties mijn oproep uitermate serieus nemen, omdat men daar ook wel ziet en vindt dat die cijfers over de naleving gewoon te laag zijn. Dat vindt men daar dus zelf ook. Dat stel ik op prijs, maar ook hierbij geldt natuurlijk dat er niet alleen over gepraat moet worden, maar dat men ook resultaten moet laten zien. Dat zullen we dus na de zomer merken. 

Mevrouw Volp wees erop dat het belangrijk is dat we voldoende weten wat mensen motiveert om te starten en wat mensen motiveert om te stoppen. Zij vindt dat dat meer leidend moet zijn in het tabaksontmoedigingsbeleid. Ik onderschrijf haar opmerkingen. Er is namelijk de algemene tabaksontmoediging, maar we stuiten volgens mij nu ook op grenzen waarbij we moeten zorgen dat we doorpakken. We komen nu misschien bij de hardnekkige rokers en de hardnekkig verslaafden. Er is een vergrote inspanning nodig bij jongeren, en misschien wel specifieker bij jongeren op de mbo- en de vmbo-scholen. Daarom ben ik er zeer voor om te gaan bekijken welke differentiatie er in die "campagne nieuwe stijl" moet plaatsvinden. Welke specifieke boodschappen moeten erin worden gegeven? Mevrouw Volp heeft het ook over het belang van de rolmodellen gehad. Kort gezegd ben ik het dus met haar eens. We moeten beter weten waarom bepaalde doelgroepen starten met roken en waarom ze stoppen met roken. Op die manier kunnen we heel specifieke voorlichting gaan ontwikkelen. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik dank de staatssecretaris. Volgens mij is het heel belangrijk om het rationale en de motivatie om te starten heel goed te kennen. Daar kunnen we zaken specifiek op inrichten als we starters willen motiveren om dat niet te doen, en daarmee kunnen we mensen ook helpen om van het roken af te komen. Op welke manier gaat de staatssecretaris bijvoorbeeld de opbrengst van de campagne ook weer aan de Kamer terugkoppelen? Met zo'n terugkoppeling kan de Kamer beter onderbouwd bepalen welke maatregelen zij graag nog wil nemen. Ik wil graag dat die informatie helder verwoord naar de Kamer komt. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat zeg ik graag toe. Ik heb zelf ook nog een ander idee. Tijdens de ontwikkelfase van de campagne NIX18 hebben we ook een specifieke briefing georganiseerd voor geïnteresseerde Kamerleden, waar zij met ons konden meedenken en zij de resultaten konden zien van de onderzoeken die op dit punt waren verricht. Op die manier konden we voor de start van de campagne laten zien wat we van plan waren. Als de Kamer daar prijs op stelt, wil ik zo'n briefing graag ook organiseren voor de nieuwe campagnes die we gaan ontwikkelen. Dan kan de Kamer het én aan de voorkant, én aan de hand van de resultaten bekijken. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik dank de staatssecretaris voor die uitnodiging en ga erop in. Ik wil daarbij graag aantekenen dat we vooral ook de doelgroepen erbij moeten betrekken. We moeten dus vooral ook inzetten op het betrekken van deze groepen bij de campagnes die de staatssecretaris gaat starten. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Zeker. Het moet werken voor de doelgroepen. Die moeten het mooi vinden. 

Ik kom bij de opmerkingen en vragen van de heer Ziengs. Hij vroeg mij wanneer het definitieve rookwarenbesluit en de ministeriële regeling bekend en gepubliceerd zullen zijn. Dat moment zal naar verwachting vlak voor de datum van inwerkingtreding zijn. De AMvB moet na aanname van het wetsvoorstel naar de Raad van State, en na het advies van de Raad van State worden vastgesteld. De ministeriële regeling is in voorbereiding en wordt na vaststelling gepubliceerd. 

De heer Ziengs vroeg mij of ik de inspanningen van de supermarkt- en de automatenbranches erken en daarmee rekening wil houden bij het convenant. Ik heb in mijn gesprekken erkend dat ook de branche zijn verantwoordelijkheid wil nemen, wat ik op prijs stel. Ik verwacht ook wat van hen en dat weten zij ook. Ik stel het echter zeer op prijs dat men het zeer serieus neemt. Het is goed dat dit ook is uitgesproken. Ik heb gezegd: met deze cijfers kunnen jullie echt niet voor de dag komen. Zij hebben gezegd: dat snappen wij, dat vinden wij zelf ook, dus zullen wij een extra inspanning doen. Nogmaals, dat stel ik op prijs. Ik zie ook dat men zich hiervoor wil inspannen. Ik reken erop dat dit aanleiding geeft tot betere resultaten. 

De heer Ziengs vroeg mij ook of ik kan uitleggen wat ik bedoel met "nieuwe producten" en wat het volume daarbij is. Nieuwe producten zijn producten die nog niet zijn aangemeld op grond van de huidige Tabakswet. Dat is eigenlijk het criterium voor de term "nieuwe producten". 

Over pijptabak heb ik al enkele opmerkingen gemaakt. 

De heer Ziengs vroeg mij verder specifiek of ik het ermee eens ben dat moet worden opgetrokken met ondernemers die het goed doen en dat ondernemers die het verkeerd doen daar niet mee weg mogen komen. Dat vind ik inderdaad een belangrijk punt. In ander verband heb ik met ondernemers over de Drank- en Horecawet gesproken. Daarbij ging het om ondernemers die heel verantwoord bezig zijn met het runnen van hun bedrijf. Ze zijn gastvrij voor hun gasten en trekken zich wel degelijk iets aan van wat wij allen vinden van hun prestaties. Ook zij zeiden tegen mij: wat ons het meeste steekt, is dat goedwillende ondernemers die hun best doen om een goed beleid te voeren, geen waardering krijgen en dat ondernemers die er met de pet naar gooien, daarmee wegkomen. Dat lijkt mij inderdaad heel vervelend, om het zacht te zeggen. Als ondernemer wil je een level playing field. Je wilt honorering voor het feit dat je investeert. Je wilt niet voorbijgestreefd worden door iemand die niet investeert en daardoor een beter bedrijfsresultaat boekt. Ik hecht er zeer aan om met de sector in overleg te zijn en te blijven. Ik heb gemerkt dat men die verantwoordelijkheid ook neemt. Ik vind het vanzelfsprekend dat iedereen de wet moet naleven, niet alleen degenen die hun best doen. Dat kan iets betekenen voor de wijze van de inrichting van het risicogerichte toezicht door de NVWA. Met de NVWA zal ik dit ook bespreken. 

Ik kom tot slot op de ingediende amendementen. Ik kijk even in uw richting, voorzitter. Ik heb begrepen dat de tweede termijn wellicht volgende week plaatsvindt. Ik kan mij voorstellen dat ik de Kamer apart bedien door een schriftelijke reactie te geven op de amendementen. 

De voorzitter:

Ik stel voor dat ik de vergadering even schors en de woordvoerders bij mij uitnodig om even te overleggen. Wij naderen de klok van elf en volgens het Reglement van Orde is dat zo ongeveer het tijdstip van ter bedde gaan. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Als de staatssecretaris bereid en in de gelegenheid is om de amendementen mondeling te becommentariëren, compact, willen wij daarna graag de tweede termijn houden, dus vanavond nog. Wij verwachten het met een halfuur of drie kwartier af te ronden. Ieder houdt zich enorm in bij het interrumperen. Dat is geen wettelijk voorschrift, maar een soort agreement. Het woord is aan de staatssecretaris ter becommentariëring van de amendementen. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik hoop dat ik ze allemaal heb, inclusief de nummering. 

Ik begin met het amendement op stuk nr. 9 van mevrouw Dik-Faber. In dat amendement wordt vanaf 2020 een rookverbod voor schoolterreinen geïntroduceerd. Ik heb sympathie voor het amendement, maar ik maak er ook een kanttekening bij. Ik denk dat een rookvrij schoolterrein belangrijk is voor de bescherming van jongeren. Steeds meer scholen staan daarachter. 53% van de scholen is rookvrij. Ook in het mbo worden stappen gezet. De onderwijsraden, het Longfonds, de GGD en VWS trekken er twee jaar lang extra hard aan om die adviezen en ondersteuning op maat te gaan bieden. Ik verwacht dat met deze ondersteuning het overgrote deel van de scholen rookvrij wordt en daar stevig achter staat. Het is even de vraag wat deze aanvulling in het wetsvoorstel daaraan toevoegt, want we moeten te zijner tijd nadenken over de vraag wat we onder de handhaving verstaan. Gaat het dan om boetes? Gaat het om boetes voor de scholen of voor degenen die op de schoolpleinen zitten? Dat wordt in dit amendement niet geregeld. Het streven is echter hetzelfde. Ik acht de motie sympathiek. Met de kanttekening dat we te zijner tijd wel moeten nadenken over de vraag wat het betekent voor de handhaving en het toezicht, laat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer. 

De voorzitter:

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 9 laat u aan de Kamer, waarbij eventuele tekstuele aanpassingen kunnen worden overwogen. Dat wachten we af. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In het amendement op stuk nr. 10 van mevrouw Dik-Faber wordt voorgesteld om in een AMvB ook regels te stellen voor de binnenlandse verkoop op afstand. De Tabaksproductenrichtlijn verplicht niet tot het stellen van regels aan de binnenlandse verkoop. De registratieplicht acht ik niet nodig voor de binnenlandse internetverkoop, omdat deze markt voldoende zichtbaar is. Ik denk dat een verplichting tot een leeftijdverificatiesysteem niet nodig is omdat in de Tabakswet nu ook al wordt geregeld dat de ondernemer de leeftijd moet verifiëren op het moment van aankoop en op het moment van levering. Ik maak deze kanttekening daarbij, maar dat neemt niet weg dat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer laat. 

De voorzitter:

U laat het oordeel over het amendement op stuk nr. 10 aan de Kamer. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Over het amendement op stuk nr. 11 van mevrouw Dik-Faber hebben we al even gesproken. De Tabaksproductenrichtlijn verplicht ons om het bedrijfsgeheim te beschermen. Het gaat om de openbaarheid. Het schrappen van de mogelijkheid op grond van de richtlijn is dan ook niet mogelijk. Ik ontraad dit amendement. 

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 11 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In het amendement op stuk nr. 12 van mevrouw Dik-Faber wordt gevraagd om een AMvB op te stellen over het systeem waarin marktdeelnemers van e-sigaretten vermoedelijk schadelijke stoffen moeten bijhouden. De Tabaksproductenrichtlijn legt de verantwoordelijkheid voor het opzetten van het systeem bij de marktdeelnemers van e-sigaretten. Het systeem geeft de vrijheid om zelf te bepalen hoe dat zit. Het lijkt mij op dit moment niet goed mogelijk om extra regels te formuleren, omdat de ontwikkeling van de productvoorwaarden en de productinhoud van de e-sigaretten gaande is. Om die reden ontraad ik het amendement. 

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 12 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In het amendement op stuk nr. 13 van mevrouw Dik-Faber wordt de reclame in supermarkten beperkt. Op dit moment zijn er al veel beperkingen aan de mogelijkheid voor reclame voor tabaksproducten in speciaalzaken. Het gaat om het aantal vierkante meters. Met dit wetsvoorstel worden deze regels ook van toepassing op speciaalzaken voor elektronische sigaretten. Gelet op de regels die we al hebben en het feit dat die van gelijke toepassing zijn, laat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer. 

De voorzitter:

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 13 wordt aan de Kamer gelaten. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 14 van de heer Van Gerven. Dat gaat over het invoeren van plain packaging. Ik heb daar uitgebreid over gesproken. Er is gezegd: laten we nu eerst dit pakket doen en vervolgens bekijken wat de effecten daarvan zijn. Dit amendement gaat overigens nog wat verder, omdat het ook voor elektronische sigaretten zou gelden. We hebben daar uitgebreid over gediscussieerd. Ik ontraad dit amendement. 

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 14 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Het amendement op stuk nr. 15 van de heer Van Gerven gaat over de tabaksautomaten. Ook over dit punt hebben we uitgebreid gediscussieerd. We hebben afgesproken dat de naleving nu onvoldoende is, dat de sector in de gelegenheid is om ervoor te zorgen dat die nalevingscijfers verbeteren. In de tussentijd houdt de NVWA extra toezicht. In 2016 herhaal ik het nalevingsonderzoek. Ik wacht de resultaten eerst af voordat ik maatregelen neem. Ik ontraad het amendement. 

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 15 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 16 van mevrouw Bruins-Slot en mevrouw Volp over plain packaging. Ik vind het inderdaad ook niet wenselijk dat er glimmende pakjes komen, laat ik het zo maar even noemen. Op het terrein van plain packaging zijn er nog steeds rechtszaken. Ik heb ze al even genoemd. Ik heb al gezegd dat we daarna een beslissing zouden willen nemen rondom plain packaging. Er zijn al veel nieuwe eisen aan verpakkingen. Gelet op de toelichting van mevrouw Volp en mevrouw Bruins-Slot laat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer. 

De voorzitter:

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 16 is oordeel Kamer. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In combinatie daarmee is het amendement van de heren Ziengs en Van Vliet ingediend, namelijk dat op stuk nr. 17. Daarin wordt een lichte voorhang voorgesteld, zoals de heer Ziengs die in het debat noemde. Ik laat het oordeel over dit amendement aan de Kamer. 

De voorzitter:

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 17, in samenhang met dat op stuk nr. 16, is "oordeel Kamer". Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn. We gaan direct door met de tweede termijn. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik wil nog een aantal zaken aan de orde stellen. Allereerst ga ik in op de discussie met de staatssecretaris over de uitzending van Argos over Ageviewers. Ik begrijp uit zijn antwoord dat in het rapport van het Trimbos-instituut helder naar voren kwam dat het systeem van Ageviewers het beste is bij de leeftijdsverificatie. Waarom mocht het dan van de ambtenaren niet ook op die wijze opgeschreven worden? De staatssecretaris zei daarop dat het wel in de slotconclusies van het definitieve rapport staat, maar het staat daar niet in. Het staat wat verder daaronder verwerkt. Is de staatssecretaris bereid om het conceptrapport plus alle mails daaromtrent, waarvan er ondanks het WOB-verzoek een aantal niet meegestuurd zijn, aan de Kamer te sturen zodat zij daarvan officieel kennis kan nemen en haar oordeel daarover kan vellen? 

Ik had een dispuut met mevrouw Agema van de PVV. Zij beweerde dat 60% van de jongeren harddrugs gebruikt. Ik heb haar gevraagd om dat te bewijzen, maar zij heeft dat bewijs niet geleverd. Ik heb hier de cijfers van het Jaarbericht 2015 van de Nationale Drug Monitor: cannabis 7,7%, cocaïne 0,8%, opiaten 0,2%, xtc 0,9%, amfetamine 0,6% en GHB 0,1%. Hoe komt mevrouw Agema dan aan 60%? Ik heb ook uitgezocht wat het percentage rokers is onder jongeren in Nederland: 30. Dat is substantieel meer. De SP is geen voorstander van harddruggebruik — zeker niet — maar zij is er ook geen voorstander van om het probleem van het roken te bagatelliseren, zoals de PVV doet. 

De voorzitter:

Een dergelijke persoonlijke uitnodiging is zo helder en duidelijk dat u hierop mag reageren, mevrouw Agema. 

Mevrouw Agema (PVV):

We hebben vanochtend een uitgebreid debat gehad over drugs. Dit is het derde debat dat we vandaag hebben met de staatssecretaris. In het debat van vanochtend heeft mevrouw Kooiman namens de SP haar zorgen geuit over de explosieve toename van harddruggebruik, namelijk van xtc en MDMA. Het onderzoek van het Trimbos-instituut is daarin uitgebreid aan de orde geweest. Ik vind het dus erg jammer dat de heer Van Gerven … 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik heb geen vraag, voorzitter. De heer Van Gerven komt op hoge poten aanzetten met een onderwerp dat we vanochtend uitgebreid hebben besproken en waarover de SP vanochtend ook haar zorgen heeft geuit. Ik denk dat de heer Van Gerven in plaats van nog weer een stapje verder te doen er misschien beter bij zou kunnen stilstaan dat het gebruik van harddrugs onder jongeren explosief is toegenomen. 

De voorzitter:

Het is geen vraag, maar u kunt desgewenst reageren, mijnheer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

Dat doe ik zeker, voorzitter. Mevrouw Agema weerlegt mijn cijfers niet. Ik hoor wat u buiten de microfoon roept, mevrouw Agema, maar u weerlegt het niet. We hebben daar vanmorgen over gedebatteerd … 

De voorzitter:

We doen dit via de voorzitter, mijnheer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

Via de voorzitter: kom dan met de cijfers waaruit blijkt dat 60% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar geregeld harddrugs gebruikt. Het ging vanmorgen om het volgende. Het is bekend dat er op dancefeesten massaal gebruikt wordt, maar het gaat mij om een ordentelijke vergelijking met de net genoemde categorie. De cijfers die ik net noemde komen uit de Nationale Drug Monitor. Die kunt u dus niet wegpoetsen. 

En dan kom ik terug op het roken. U maakt zich druk over het harddrugsgebruik, maar u zou zich ook wat meer aan moeten trekken van het massale gebruik van tabaksproducten onder jongeren. 30% gebruikt die producten! In Australië hebben ze een heel ander beleid dan de PVV voorstaat, maar daar is het tabaksgebruik onder tieners 6,7%. Dat is dus 6,7% versus 30%. 

De voorzitter:

Mevrouw Agema, u mag een vervolgvraag stellen. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter, we hadden aan u beloofd dat het debat niet lang meer zou duren en het spijt me echt werkelijk dat deze gênante vertoning hier nu plaatsvindt, maar de heer Van Gerven houdt voet bij stuk. Hij blijft harddrugsgebruik, dus illegale producten, vergelijken met een legaal product als tabak. Het is werkelijk waar stuitend dat de SP hier die explosieve toename van harddrugsgebruik onder jongeren blijft bagatelliseren, terwijl die partij er vanmorgen nog zo veel zorgen over had. 

De voorzitter:

De heer Van Gerven mag reageren. 

De heer Van Gerven (SP):

Wij bagatelliseren niks. Ik zeg alleen dat u de verkeerde vergelijking maakt en de verkeerde cijfers hanteert, en dat de PVV de schadelijke effecten van het roken bagatelliseert. Het gaat niet om de vraag of roken legaal of illegaal is. Dat weten we allemaal wel. Het gaat om de vraag of het schadelijk is. Daar zou u zich wat meer zorgen over moeten maken. 

Mevrouw Agema (PVV):

Die 60% komt van het Trimbos-instituut. Ik heb geen 12- tot 18-jarigen genoemd. Het ging om de jongeren die heel veel naar dancefeesten gaan en dat doen steeds meer jongeren. 

De heer Van Gerven (SP):

Aha! Aha. 

Mevrouw Agema (PVV):

In de jaren tachtig was dat een aparte scene, maar tegenwoordig is dat wijdverbreid. En u hoeft niet "aha" te zeggen, want ik heb dat niet gezegd in mijn termijn. Ga mij niet betichten van het verkeerd gebruik van feiten, want dat doe ik niet! 

De voorzitter:

Dit was even een persoonlijk feit en daar hoeft niet op gereageerd te worden. De heer Van Gerven kan zijn betoog vervolgen. 

De heer Van Gerven (SP):

Wij constateren dus dat het punt van die 60% van de 12- tot 18-jarigen ... 

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, mijnheer Van Gerven! 

De heer Van Gerven (SP):

We gaan verder om het beleid, wat betreft het terugdringen van het roken, verder aan te scherpen, want dat is dringend nodig. We zetten stappen vooruit, maar dat is niet genoeg. Vandaar dat ik een drietal moties zal indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het voor minderjarigen relatief gemakkelijk is rookwaren aan te schaffen via het internet; 

constaterende dat de richtlijn zoals die er nu ligt tabaksverkoop via internet, en dus ook aan minderjarigen, niet aanpakt; 

verzoekt de regering, tabaksverkoop via internet te verbieden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 18 (34234). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er jaarlijks circa 2,5 miljard aan tabaksaccijnzen binnenkomt; 

constaterende dat Nederland naar verhouding weinig middelen inzet voor rookpreventie; 

constaterende dat jaarlijks in Nederland 20.000 mensen overlijden aan de gevolgen van roken en er dagelijks 100 jongeren beginnen met roken; 

van mening dat we sterk in moeten zetten op de preventie van het beginnen met roken; 

spreekt uit dat 1% van de tabaksaccijnzen extra dient te worden ingezet voor rookpreventie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 19 (34234). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat een displayban de zichtbaarheid van rookwaren sterk vermindert en daarmee rokers en potentiële rokers minder in de verleiding brengt; 

constaterende dat er nu gesprekken gaande zijn tussen het ministerie en de supermarktbranche, die op 1 juli 2016 tot een convenant over de displayban moeten leiden; 

verzoekt de regering om bij het niet komen tot een convenant per 1 juli 2016, alsnog over te gaan tot het verplichten van een displayban, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 20 (34234). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik had iets meer tijd genoemd dan hier op de display staat. 

De voorzitter:

Ik weet niet hoeveel tijd daar staat. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Er staat drie minuten. Ik hoop dat dit geen probleem is. 

Ik wil de staatssecretaris heel graag bedanken voor de antwoorden die hij gegeven heeft. Een paar onderdelen wil ik nog even nalopen. Ik zal proberen mijn eigen handschrift te lezen. 

Allereerst wil ik nog iets zeggen over de tabaksautomaten. Na de zomer komt er een rapportage over de vraag of de verkoop op orde is en er dus geen verkoop plaatsvindt aan jongeren onder de 18 jaar. De staatssecretaris gaf aan dat hij na de zomer zal nagaan of er voldoende verbeteringen zijn. Mijn vraag blijft wat voldoende is. Daarop heeft de staatssecretaris nog geen antwoord gegeven. Misschien kan hij dat zo meteen in de tweede termijn doen. Mijn fractie vindt dat de naleving gewoon op orde moet zijn en dat er geen verkoop meer mag plaatsvinden aan jongeren onder de 18 jaar. 

Ik heb begrepen dat de automatenbranche scanners wil inzetten voor de leeftijdsverificatie. Volgens een van de rapporten van het Trimbos-instituut zijn die echter niet effectief. De staatssecretaris noemt de mensen van het Trimbos-instituut zeer professioneel en hun rapporten wetenschappelijk verantwoord. Als we dat dan weten en er zo'n rapportage is, geef dan de automatenbranche niet de tijd om te werken aan een systeem waarvan we eigenlijk al weten dat het niet zal werken. De SP heeft op dit punt een amendement ingediend. Dat ondersteun ik van harte. 

In de eerste termijn heb ik van alles over plain packaging gezegd. Ik zal het amendement van de Partij van de Arbeid en het CDA op dit punt ondersteunen. 

Ik dank de staatssecretaris voor zijn toezegging dat hij met de branche in overleg zal gaan over de rookruimte, want ik zie nu echt dat er wordt bediend in rookruimten en dat er speelautomaten staan. De rookruimte is dus echt een kroeg in de kroeg. Ook horecaondernemers zelf is het echt een doorn in het oog. Er ontstaat oneigenlijke concurrentie. Ik vraag de staatssecretaris dus of hij een brief naar aanleiding van het gesprek naar de Kamer wil sturen. Ik dien toch een motie in. Wellicht houd ik die aan, maar ik geef haar als inspiratie voor het gesprek mee. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de horeca in een afgesloten en daarvoor aangewezen ruimte, een rookruimte dus, nog wel gerookt mag worden; 

constaterende dat de huidige formulering van het Besluit uitvoering Tabakswet ruimte voor de horeca biedt om een consumptie mee naar binnen te nemen en/of een speelautomaat te plaatsen; 

overwegende dat het omwille van de volksgezondheid, maar ook vanwege oneigenlijke concurrentie onwenselijk is dat rookruimten aantrekkelijk gemaakt worden; 

van mening dat het van belang is om een "kroeg in de kroeg" te voorkomen; 

verzoekt de regering, het Besluit uitvoering Tabakswet zodanig te wijzigen dat in rookruimten enkel gerookt mag worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 21 (34234). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik kom op het punt van de blurring. De staatssecretaris zei dat de Tabakswet een andere wet is dan de Drank- en horecawet. Dat weet ik natuurlijk. De staatssecretaris gaf ook aan dat er bij de Tabakswet geen vergunningstelsel aan de orde is en bij de Drank- en horecawet wel, ook vanwege de openbare orde. Ik heb er eerder voor gepleit om ook maar een vergunningstelsel voor de Tabakswet te introduceren, omdat het in beide wetten gaat om verslavende middelen waarvan je de verkoop in de hand wilt houden. Helaas is dat voorstel toen niet door de Kamer gekomen. Daarom heb ik een motie om te proberen een stap in de richting te zetten om blurring bij tabak te voorkomen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Drank- en horecawet geen ruimte biedt voor "blurring", het vermengen van functies, waardoor verkoop van alcohol in bijvoorbeeld boekenwinkels niet is toegestaan; 

overwegende dat er ondanks de bewezen schadelijke effecten van tabak op de volksgezondheid geen beleid wordt gevoerd om het aantal verkooppunten terug te dringen; 

van mening dat het niet consistent is als "blurring" bij alcohol niet mag, maar bij tabak wel; 

verzoekt de regering, in kaart te brengen op welke wijze "blurring" bij tabak tegengegaan kan worden en de regering daarover voor de zomer van 2016 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 22 (34234). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik kom bijna aan het eind. Drie amendementen van mij zijn positief beoordeeld door de staatssecretaris. Daar ben ik echt ontzettend blij mee. Ik hoop dat die amendementen de steun van de meerderheid van de Kamer krijgen. Ze gaan over de regels voor internetverkoop, geen reclame voor tabaksproducten in warenhuizen en levensmiddelenzaken en 100% rookvrije schoolterreinen in 2020. Bij het laatste amendement plaatste de staatssecretaris een kanttekening. Ik bezie uiteraard graag in het overleg met het ministerie of we nog een stap in de goede richting kunnen zetten om daarover onduidelijkheid te voorkomen. 

Ik dien nog een motie in over additieven en in het bijzonder menthol. De staatssecretaris zei dat hij met handen en voeten gebonden was aan de richtlijn, maar het is nog niet 2020. Als het gaat om uitzonderingen voor lidstaten is er wellicht toch nog een route mogelijk in Europa. Ik dien de motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Tabaksproductenrichtlijn voorziet in een overgangstermijn voor sigaretten en shagtabak met een kenmerkend aroma, waarvan het verkoopvolume in de Europese Unie meer dan 3% in die bepaalde productcategorie bedraagt; 

constaterende dat men een overgangstermijn regelt om consumenten tot 2020 de tijd te geven om op zoek te gaan naar alternatieven; 

verzoekt de regering, zich ervoor in te spannen om deze overgangstermijn te verkorten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Pia Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 23 (34234). 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik zie af van een inbreng. Mijn vragen zijn allemaal beantwoord. We krijgen later nog informatie. Tegen de heer Van Gerven zeg ik tot slot dat ik 12- tot 18-jarigen niet heb genoemd. Over die leeftijdscategorie hebben we het helemaal niet gehad. Zij gaan niet naar dancefeesten, ze komen niet in discotheken. Ik heb dat niet gezegd. 

De voorzitter:

Helder, dat punt is gemaakt. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden die hij heeft gegeven en voor de positieve waardering voor het amendement dat mevrouw Volp en ik hebben ingediend. Mevrouw Volp gaat nog twee moties indienen die ik medeondertekend heb. Die moties zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat het amendement zorgvuldig wordt ingevoerd en dat we dit kunnen doen op een wijze die met waarborgen is omkleed. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Voorzitter. Ik zal het heel kort houden. De staatssecretaris heeft zojuist nogmaals uiteengezet dat er een stevig pakket maatregelen komt met deze wetswijziging. Daar ben ik het mee eens, maar hij kent het ongeduld van mij en mijn partij. Hij noemde de e-sigaret een afstapproduct. Ik denk dat wij delen dat dit van belang is. Het mag geen opstapproduct worden. Wat nu voorligt, kan daaraan bijdragen. Daarnaast noemde de staatssecretaris het belang van en-en. Het gaat om voorlichting geven over de nieuwe regels; wat houden ze in? Neem fabrikanten en verkopers daarin mee. Het gaat ook om kennis vergroten bij de consumenten. Ik deel de analyse dat het beide nodig is. 

Ik waardeer de inzet van de staatssecretaris op de specifieke risico's voor ongeboren baby's en ook het meenemen van het belang van voorlichting over rokende ouders. Ik wil nog een suggestie meegeven: vergeet de vaders niet. Dat betreft zowel voor als na conceptie. Bij dezen dus nog een gratis medisch advies voor het overleg dat de staatssecretaris gaat voeren. 

Hij zegt gelukkig ook dat het displayconvenant niet vrijblijvend is. Ik vind het heel fijn om dat te horen. De staatssecretaris weet dat ik naast hem sta, of hijgend in zijn nek, maar ik wil inderdaad een stevig convenant per 1 juli. In de motie die ik naast de andere twee ga indienen, neem ik daarop een voorschotje. Om de heer Van Gerven gerust te stellen: het is zeker geen pappen en nathouden. 

Over de naleving van de regelgeving voor automaten gaf de staatssecretaris aan dat hij geen verwachtingen heeft. Laten we dan de hoop uitspreken dat ze leidt tot een significante verbetering. Ook daarvoor geldt dat de fase van vrijblijvendheid voorbij is. Ik wil het vooralsnog hoopvol afwachten. 

Ik wil dat mijn kinderen en hun leeftijdsgenoten deel gaan uitmaken van een rookvrije generatie. Het amendement dat wij samen met mevrouw Bruins Slot van het CDA hebben ingediend, moet ertoe bijdragen dat er in ieder geval geen nieuwe verleiding wordt gecreëerd. Ik ben daarom blij met het oordeel van de staatssecretaris, alsook met zijn toezegging om te komen tot meer inzicht in en kennis over wat maakt dat mensen starten en stoppen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat verkopers van tabaks- of aanverwante producten werken aan een convenant om een displayban in te voeren; 

van mening dat blootstelling van kinderen aan tabaksproducten ongewenst is, omdat kinderen fijngevoelig zijn voor merkherkenning; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat het convenant om een displayban in te voeren uiterlijk 1 juli 2016 wordt vastgelegd en de Kamer daarover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Volp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 24 (34234). 

Mevrouw Volp (PvdA):

Dan de twee moties met collega Bruins Slot van het CDA. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de tabaksindustrie regelmatig aantrekkelijke verpakkingen met nieuwe onderscheidende merkelementen voor tabaks- of aanverwante producten op de markt brengt; 

verzoekt de regering, de Algemene Maatregel van Bestuur waarmee voor nieuwe verpakkingen en bestaande (verpakkings)producten eisen moeten worden gesteld, die zien op nieuwe ontwikkelingen en/of onderscheidende merkelementen, uiterlijk 1 oktober 2016 in werking te stellen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Volp en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 25 (34234). 

Mevrouw Volp (PvdA):

Dank, voorzitter. Dan dien ik nu de laatste motie in, wederom met mevrouw Bruins Slot van het CDA. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat internationale ervaring toont dat eerlijke standaardverpakkingen (plain packaging) voor tabaks- of aanverwante producten als minder aantrekkelijk worden gezien; 

van mening dat verpakkingen voor tabaks- of aanverwante producten zo onaantrekkelijk mogelijk behoren te zijn voor jongeren die overwegen te beginnen met roken of voor rokers die overwegen te stoppen; 

verzoekt de regering, toe te werken naar verplichte eerlijke standaardverpakkingen voor álle verpakkingen en (verpakkings)producten van tabaks- of aanverwante producten (mits producten wettelijk zijn uitgezonderd) en uiterlijk 1 juli 2016 een plan van aanpak met tijdspad naar de Kamer te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Volp en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 26 (34234). 

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ik heb tijdens mijn eerste termijn ook aandacht gevraagd voor pijptabak. In Nederland produceert een zeer beperkt aantal bedrijven dat nog. Een minimaal percentage van de totale tabaksproductie op dat gebied vindt nog in Nederland plaats. Pijproken is zelfs op de nationale inventarislijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed gezet. In de consultatie hebben ze weliswaar niet gereageerd, maar het ging om een aantal bedrijven. Gezien het feit dat voor sigaren met dezelfde motivatie een beroep op artikel 11 kan worden gedaan, zou dat in feite ook moeten kunnen voor pijptabak. Om die reden dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in Nederland grote sigaren middels artikel 11 van de Europese Tabaksproductenrichtlijn worden uitgezonderd van de verplichting een gecombineerde gezondheidswaarschuwing te gebruiken; 

constaterende dat grote sigaren hoofdzakelijk worden gebruikt door een kleine groep oudere consumenten; 

overwegende dat dezelfde argumentatie opgaat voor pijptabak; 

overwegende dat een meerderheid van de Europese lidstaten gebruikmaakt van artikel 11 van de Europese Tabaksproductenrichtlijn om producten uit te zonderen; 

verzoekt de regering, pijptabak ook uit te zonderen van de verplichting een gecombineerde gezondheidswaarschuwing te gebruiken onder artikel 11 van de Europese Tabaksproductenrichtlijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ziengs en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 27 (34234). 

De heer Van Gerven (SP):

Kan de VVD ons uitleggen welk gezondheidsdoel deze motie dient? 

De heer Ziengs (VVD):

De relatie met de motie heeft te maken met de relatie die gelegd is in de beantwoording door de staatssecretaris als het gaat om sigaren. Met dezelfde motivatie kunnen we daar ook pijptabak aan toevoegen. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik verwachtte dat antwoord al. Dat antwoord wil de VVD niet geven, omdat het geen gezondheidsdoel dient, maar economische belangen. Hierdoor wordt de gezondheid geschaad. Dat is een trieste conclusie. De gezondheid rookt op dit punt via de VVD wel een heel zware pijp. 

De voorzitter:

Een interruptie is bedoeld voor een vraag. Die hoor ik niet. 

De heer Ziengs (VVD):

Ik heb de vraag ook niet gehoord. Ik kan dan ook niet komen tot een antwoord. 

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. De staatssecretaris heeft aangegeven korte tijd nodig te hebben om zijn reactie voor te bereiden. 

De vergadering wordt van 23.16 uur tot 23.26 uur geschorst. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Mevrouw Dik-Faber vroeg in de eerste termijn naar de zin met de overgangstermijn. Die zin staat niet in de memorie van toelichting. In de Tabaksproductierichtlijn staat verwoord waarom er een uitzondering op moest worden gemaakt. In de overwegingen stond inderdaad dat consumenten de tijd zouden moeten krijgen om te wennen aan een alternatief, of zo moesten kunnen stoppen. Dit staat dus niet in de memorie van toelichting, maar is onder andere een motivering in de richtlijn over de additieven. Om die reden staat deze zin in het verslag. 

De heer Van Gerven had nog een vraag over een rapport. Ik denk niet dat het goed is om nu allerlei conceptrapporten nog een keer te gaan bespreken. Het is ook heel ongebruikelijk om over conceptrapporten te praten. Ik wijs erop dat de conclusie dezelfde is. Ik wijs er nogmaals op dat alles al is gepubliceerd op rijksoverheid.nl en dus voor iedereen zichtbaar is. 

Ik kom nu toe aan mijn duiding van de moties. 

De heer Van Gerven (SP):

De staatssecretaris herhaalt wat hij heeft gezegd, namelijk dat het daar en daar al is te zien. Bij mijn weten staat dat conceptrapport daar niet in zijn geheel op. Bij mijn weten staan een aantal niet-geopenbaarde mails daar niet op. Bovendien is een stuk dat ergens openbaar is, nog geen stuk dat kan worden gebruikt in het officiële verkeer tussen Kamer en kabinet. Ik verzoek de staatssecretaris dus nogmaals om dit te doen. Is hij het niet met mij eens dat wij bepaalde dingen niet via WOB-verzoeken tot ons zouden moeten krijgen, maar dat zoiets gewoon zou moeten geschieden in het ordentelijke verkeer tussen kabinet en Kamer? 

Staatssecretaris Van Rijn:

U praat over een zaak uit het verleden die uitgebreid is uitgezocht. In het normale verkeer is er een discussie over rapporten, staan bevindingen ter discussie en leidt dat al dan niet tot wijzigingen. De Kamer krijgt uiteindelijk de rapporten die zijn vastgesteld door degenen die het onderzoek hebben geleid. Daarover discussiëren we in de Kamer. We gaan natuurlijk geen discussie voeren over welke conceptrapporten er allemaal zijn en tot welke discussies die hebben geleid. De Kamer krijgt de rapporten die zijn vastgesteld. Ik constateer dat er een WOB-verzoek is geweest en dat het allemaal gewoon openbaar is. Als u daar vragen over hebt, kunt u die stellen. U kunt ook gewoon kijken. Het lijkt me erg overdreven dat wij een briefje sturen over zaken die al openbaar zijn, met informatie waar het allemaal staat en waar het kan worden gevonden; al doen wij dat ook vaak. Nadere vragen daarover kunt u gewoon stellen. 

De voorzitter:

Dit punt lijkt mij een- en andermaal voldoende besproken. Ik stel voor dat de staatssecretaris verdergaat met zijn appreciatie van de moties. 

Staatssecretaris Van Rijn:

De motie op stuk nr. 18 gaat over het verbieden van tabaksverkoop via internet. Ik heb aangegeven dat een verbod de kans op illegale handel doet toenemen, terwijl een registratievereiste dat niet doet. Om die reden wil ik deze motie ontraden. 

De voorzitter:

Deze motie op stuk nr. 18 wordt dus ontraden. Dit geeft de heer Van Gerven aanleiding tot het stellen van een vraag. 

De heer Van Gerven (SP):

Mag ik uit het antwoord van de staatssecretaris concluderen dat dit wel kan, maar dat hij het niet wil? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Wij kiezen niet voor die variant vanwege de nadelen die eraan vastzitten. 

De heer Van Gerven (SP):

Dan klopt mijn constatering dus. 

Staatssecretaris Van Rijn:

De bewering dat die constatering klopt, laat ik voor rekening van de heer Van Gerven. 

Nu de motie op stuk nr. 19. Er is een scheiding van inkomsten en uitgaven. Tabaksaccijnzen vloeien naar de rijkskas. We hebben een goed begrotingsbeleid afgesproken, waarin inkomsten en uitgaven niet worden vermengd. Om die reden ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

Ook dit ontraden van de staatssecretaris geeft de heer Van Gerven aanleiding tot een vraag. 

De heer Van Gerven (SP):

Dat is een procedureel antwoord. Het gaat mij om de inhoud van de motie. Daarachter zit dat er veel te weinig geld gaat naar tabakspreventie. Het gaat pak 'm beet om 25 miljoen extra. Is de staatssecretaris dan bereid om structureel 25 miljoen op een andere wijze boven tafel te halen, zodat we er ook echt werk van kunnen maken? 

De voorzitter:

Daar gaat deze motie niet over. Maar de staatssecretaris mag er uiteraard op reageren. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Als de heer Van Gerven de aanvechting voelt om bij onze eerstvolgende begrotingsbespreking voor te stellen dat we meer geld uittrekken voor tabaksbestrijding, dan zie ik de voorstellen van hem tegemoet, mits die zijn voorzien van voldoende dekking. 

De voorzitter:

Is dat voldoende uitnodiging? 

De heer Van Gerven (SP):

Dat is zeker voldoende uitnodiging, ook om te reageren. Deze motie geeft namelijk een dekking aan. Er staat namelijk: "spreekt uit dat 1% van de tabaksaccijnzen extra dient te worden ingezet voor rookpreventie". De staatssecretaris weet ook best dat in het kabinet ook weleens voorstellen zijn gedaan om de accijnzen te verhogen om bepaalde zaken te financieren. Ik vind het dus een erg flauw argument. Laat ik het zo maar formuleren. 

De voorzitter:

Ik hoor er geen vraag in. De staatssecretaris kan ingaan op de volgende motie. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Laten we elkaars argumentatie niet kwalificeren! 

Ik kom te spreken over de motie op stuk nr. 20, waarin de regering wordt verzocht om bij het niet-komen tot een convenant per 1 juli alsnog over te gaan tot het verplichten van een display ban. Wij hebben nu juist afgesproken om de branche de gelegenheid te geven om tot een convenant te komen. Om dan nu bij motie te stellen dat er dan een display ban moet worden afgekondigd, acht ik niet in lijn met de afspraken die we op dat punt gemaakt hebben. Bovendien hebben we ook een andere motie die oproept tot drang op de display ban, om het maar zo te zeggen. Daar kom ik straks nog over te spreken. Om die reden ontraad ik de motie. 

In de motie op stuk nr. 21 wordt voorgesteld om het Besluit uitvoering Tabakswet zodanig te wijzigen dat in rookruimten enkel gerookt mag worden. Ik heb in het debat aangegeven dat ik met de branche wil gaan praten. Ik heb afgesproken dat ik de Kamer daarover informeer. Ik wil de indienster vragen om de motie aan te houden. 

De voorzitter:

Dat is een vraag aan mevrouw Dik-Faber. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik wil de motie graag aanhouden. Wanneer verwacht de staatssecretaris de Kamer te kunnen informeren. Is dat bijvoorbeeld voor de zomer? Dat zou mooi zijn. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor, haar motie (34234, nr. 21) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat durf ik niet te zeggen. Laat ik proberen om dat rond de zomer te doen. 

In de motie op stuk nr. 22 wordt verzocht om in kaart te brengen op welke wijze blurring bij tabak tegengegaan kan worden. Er zit toch een principieel kantje aan. Die discussie over blurring is opgeroepen. Men vraagt: hoe zit het dan met het vergunningsstelsel en met de vermenging van vergunningen met zaken waar je geen vergunning voor nodig hebt? Dat ligt bij tabak echt anders. Daar kun je eigenlijk niet van blurring spreken, omdat er sprake is van verschillende systemen. Het zijn gewoon producten die je kunt verkopen, waar geen vergunning voor nodig is. Je kunt niet aangeven waar dat wel of niet mag, zoals dat wel kan in de Drank- en horecawet. Om die reden lijkt het me ook ongelooflijk ingewikkeld om dat allemaal in kaart te brengen. Ik wil de motie dan ook ontraden. 

De voorzitter:

Mijnheer Ziengs, ik zie dat u hierop wilt reageren. Het is niet uw motie. 

De heer Ziengs (VVD):

Ik vraag om een verheldering. Het is een heel vreemde motie. In het dictum staat namelijk "verzoekt de regering, in kaart te brengen op welke "blurring" bij tabak tegengegaan kan worden en de regering daarover voor de zomer 2016 te informeren". Dat kan toch helemaal niet. 

De voorzitter:

Dat vraagt dan ongetwijfeld om een redactionele aanpassing. Goed dat u ons daarop attendeert. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In ieder geval is de regering dan heel goed geïnformeerd! 

De voorzitter:

Ik neem aan dat "de regering" moet worden gewijzigd in "de Kamer". 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zal dat uiteraard tekstueel aanpassen. Mijn excuses daarvoor. Laat duidelijk zijn dat de staatssecretaris en ik het inhoudelijk gewoon niet eens zijn. Voor mij zijn niet de vraag of er wel of geen vergunning nodig is, de regeltjes en alles daaromheen leidend, maar gewoon het feit dat producten verslavend zijn. 

De voorzitter:

Dat is helder. De conclusie is dat de motie op stuk nr. 22 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

We hebben in het debat ook gesproken over het gestelde in de motie op stuk nr. 23. De overgangstermijn is iets wat rechtstreeks voortvloeit uit de tabaksproductenrichtlijn. Die wil ik ook implementeren. Om die reden wil ik de motie ontraden. 

In de motie op stuk nr. 24 wordt een ander verzoek gedaan over het convenant ten aanzien van de display ban. Daarin staat dat afgesproken is om tot een convenant te komen, dat we uiterlijk 1 juli kijken wat de stand van zaken is en dat de Kamer op dat punt dan geïnformeerd zal moeten worden. Als ik de motie zo mag lezen, laat ik het oordeel aan de Kamer. Ik wil de Kamer uiteraard informeren over de uitkomsten van het overleg over het convenant. 

De voorzitter:

Non-verbaal zie ik dat dit de juiste interpretatie is. Daarmee heeft de motie op stuk nr. 24 het advies "oordeel Kamer" gekregen. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In de motie-Volp/Bruins Slot op stuk nr. 25 wordt een termijn gesteld aan de gevraagde AMvB. Er staat "uiterlijk 1 oktober 2016 in werking te stellen". Ik vraag of dat veranderd zou kunnen worden in "voor te hangen". Waarom? Omdat vanwege notificatie van de regels bij de Europese Commissie inwerkingtreding op 1 oktober naar verwachting niet haalbaar is. Als de tekst in die zin kan worden aangepast, zou ik het oordeel over de motie aan de Kamer willen laten. 

De voorzitter:

Ik concludeer uit de non-verbale communicatie dat de redactie op die wijze wordt aangepast. Dus in plaats van "in werking te stellen", wordt het "voor te hangen". Daarmee heeft deze motie op stuk nr. 25 het advies "oordeel Kamer" gekregen. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In de motie-Volp/Bruins Slot op stuk nr. 26 staat eigenlijk dat wij op 1 juli 2016 een plan van aanpak met een tijdpad naar de Kamer zullen sturen. Dat is een voortvarende motie. Er is een amendement ingediend om een AMvB te maken, met een lichte voorhang als het amendement het haalt. Ik zou de indiensters de suggestie willen doen om deze motie aan te houden totdat wij de discussie over de AMvB voeren. 

De voorzitter:

Zijn de indiensters bereid om deze motie aan te houden tot dat moment? 

Mevrouw Volp (PvdA):

Misschien mag ik dan heel even terugkomen op de vorige motie. Kunnen wij de termijn iets naar voren schuiven? Wij hebben het nu over 1 oktober. Dat was deels ook op basis van de tijd die mogelijk hiervoor nodig zou zijn. Nu komt die voorhang erbij. Dat begrijpen wij, maar kan dat dan naar 1 juli? Dan kunnen wij deze motie aanhouden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dan komen wij in de problemen vanwege de notificatieprocedures die nodig zijn voor de invoeringstermijnen. Wij hebben de tijd tot 1 oktober echt wel nodig, wegens de notificatie. 

Mevrouw Volp (PvdA):

Ik druk de staatssecretaris nogmaals op het hart om dit zo snel mogelijk te doen, met dien verstande dat wij de notificatie daarbij ook in de gaten houden, zodat wij zo snel mogelijk deze motie wel in stemming kunnen brengen. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Volp stel ik voor, haar motie (34234, nr. 26) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dan kom ik ten slotte op de motie-Ziengs/Van Vliet over de pijptabak. Ik begrijp de beweegredenen van de heer Ziengs. Ik acht het wel lastig, omdat in de consultatie is gebleken dat er een argument is ten aanzien van de uitvoeringsconsequenties en de doelgroep, terwijl de uitvoeringsproblemen bij deze categorie niet zijn gebleken en het dus een juridisch risico geeft voor een precedent. Om die reden zou ik de motie willen ontraden. 

De algemene beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank u allen voor de inbreng, de belangstelling en de ondersteuning. Ik dank de bewindspersoon voor zijn beantwoording. 

De stemmingen over de amendementen, het wetsvoorstel en de moties vinden volgende week dinsdag plaats. 

Ik wens u een goede reis huiswaarts en een goede, gezegende nachtrust.