10 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet

Aan de orde is de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met wijziging van de voorwaarden voor de vrijwillige verzekering over een achterliggende periode en wijziging van de Participatiewet in verband met wijziging van de berekening en de periodieke aanpassing van de bijstandsnormen voor pensioengerechtigden ( 33928 ).

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van harte welkom, evenals de collega's die nu allemaal wel in de zaal zitten. 

Ik geef de heer Ulenbelt van de SP als eerste het woord voor zijn bijdrage in eerste termijn. 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Arbeidsmigratie brengt vele problemen mee. Dat was vroeger al zo en dat is nu ook zo, vooral door de opening van de grenzen voor de landen in Oost-Europa. Er is nu kennelijk een probleem bij gekomen, en wel een rond de AOW. Bij de introductie van de AOW in 1957 kwam er een vrijwillige inkoopregeling. Die was bedoeld voor de mensen uit de voormalige koloniën die naar Nederland waren teruggekomen. Zij hadden daar geen AOW-rechten opgebouwd. Zij konden op die manier voor een lage premie alsnog AOW-rechten inkopen. Het doel was dat zij later niet in Nederland in armoede zouden eindigen. 

Die regeling uit 1957 is in de kern nooit veranderd. Voor mensen met een laag inkomen was het heel onverstandig om die regeling niet te gebruiken. Je kon voor een bedrag van €9.600 namelijk ieder jaar, tot aan je dood, €8.800 AOW ontvangen. Je zou kunnen zeggen dat dat nog eens waar voor je geld was! Toch is er niet veel gebruik van die regeling gemaakt. Uit de cijfers van de regering blijkt dat tussen 1998 en 2013 slechts 2.800 mensen AOW-rechten hebben ingekocht. 700 van hen zijn weer naar het buitenland vertrokken, van wie 100 permanent. De regering heeft in de stukken niet duidelijk gemaakt of in deze 100 of 700 gevallen sprake was van onbedoeld gebruik. Kan de regering uitleggen in hoeveel van deze gevallen sprake is geweest van onbedoeld gebruik, en hoe groot het deel van de 2.800 mensen is dat in Nederland is blijven wonen? 

De regering geeft als voorbeeld van onbedoeld gebruik iemand uit Oost-Europa. Ik heb uit de tekst opgemaakt dat dit geen verzonnen voorbeeld is, maar dat dit echt is gebeurd. Het gaat om iemand die hier op zijn zestigste als zzp'er is komen werken. Hij — of zij, dat wordt er niet bij vermeld — heeft voor €9.600 44 AOW-jaren ingekocht. Als deze persoon na zijn pensionering tien jaar leeft, ontvangt hij tien jaar €8.800, dus €88.000. Dat is bijna tien keer zo veel als wat hij heeft betaald. Daar gaan je wenkbrauwen natuurlijk van fronsen. Het is begrijpelijk dat daar iets aan moet gebeuren. De regering zegt dat er bureaus actief zijn die zich richten op hier aanwezige Oost-Europese arbeiders, om AOW-rechten in te kopen. Het gaat daarbij om de constructie die ik zojuist noemde. Ik zou graag willen dat de regering daar iets meer over zei. Hoe opereren die bureaus? Wie zitten daarachter? Zijn het onderdelen van criminele of half-criminele uitzendbureaus? Door wie worden die gerund? Zijn dat Oost-Europeanen of zijn er ook Nederlandse pensioenadviseurs die dit soort adviezen geven? Ik zou daar graag meer informatie over krijgen. 

De regering signaleert een stijging van de inkopen: van 150 in 2008 naar 836 in 2013. Ik heb het toch juist dat die stijging niet komt door de bureaus waarop de regering wijst, maar door de SVB zelf, in 2013? Die had namelijk aan al die buitenlandse arbeiders brieven gestuurd met de boodschap dat zij heel goedkoop AOW-rechten konden inkopen. Mijn vraag is dus: waarom stuurde de SVB toen die brief? Service van de zaak? Mensen wijzen op hun rechten? Een klantvriendelijke overheid? Of is toen, na die brief, ontdekt dat er van onbedoeld gebruik sprake was? 

Ik ben ook benieuwd naar de nationaliteit van de inkopers. Is mijn veronderstelling juist dat de mensen met een Nederlandse nationaliteit die terug zijn gekomen, repatrianten zijn zoals indertijd de mensen die uit de koloniën terugkwamen? En is mijn veronderstelling juist dat de mensen uit het buitenland die hier kort zijn komen werken, degenen zijn die hoogstwaarschijnlijk onbedoeld gebruik konden maken van de regeling? Wat is de verhouding tussen Nederlanders die terug zijn gekomen en willen inkopen, en buitenlanders die hier maar even zijn en dan willen inkopen? 

De SP is het met de staatssecretaris eens dat de inkoop kostendekkend moet zijn of daar in ieder geval dicht bij in de buurt moet komen. Dat zit in dit voorstel en dat steunen wij. Wij steunen ook dat de inkoop niet geldt voor de jaren dat je ouderdomspensioen hebt opgebouwd in het buitenland. De vraag is daarbij wel hoe dit gecontroleerd gaat worden. Moet iemand die wil inkopen, zelf aantonen dat hij in het buitenland niets heeft opgebouwd? Het lijkt me moeilijk om te bewijzen dat er iets niet is. Dat roept de vraag op hoe de SVB in die landen kan controleren of er ouderdomsrechten, pensioenrechten, zijn opgebouwd. 

Mijn partij zet, net als de Raad van State, grote vraagtekens bij de arbeidsverledeneis. De Raad van State constateert terecht dat het stellen van arbeid als voorwaarde wezensvreemd is aan de AOW. Dit voorstel richt zich op buitenlanders die hiernaartoe komen om AOW in te kopen. Maar wat gebeurt er met Nederlanders die terugkomen en AOW willen inkopen? Daar wordt in het voorstel helemaal niet over gerept. Ik ben benieuwd hoe dit voor hen uitpakt. Waarom moeten zij vijf of zeven jaar werken om in te kunnen kopen? Ik vrees dat die arbeidsverledeneis een te hoge drempel is. Die drempel hebben wij niet nodig, omdat het verhogen van de premie voor de vrijwillige inkoop op zichzelf voldoende garantie biedt om onbedoeld gebruik te stoppen. Daarom heb ik een amendement ingediend om die eis te schrappen. 

Er is nog een bezwaar tegen die arbeidsverledeneis. Stel dat iemand trouwt met iemand uit het buitenland. Diegene komt hiernaartoe met de uitdrukkelijke wens om hier te blijven en moet volgens dit voorstel hier zeven jaar werken. Stel dat die persoon werkeloos of arbeidsongeschikt wordt in die periode, dan is het toch veel te hard dat zo iemand het recht op de inkoop van AOW-rechten verliest? Ik hoop dat er een meerderheid is om deze arbeidsverledeneis te schrappen. Mocht dat niet het geval zijn, dan pleit ik ervoor om deze eis niet op deze manier te formuleren, maar om te zeggen: als je in die zeven jaar AOW-premie hebt betaald — dat doe je namelijk als je in de WW zit of arbeidsongeschikt wordt — blijft het recht op inkoop bestaan. Ook daarvoor heb ik een amendement ingediend. 

Het lijkt mij uit het oogpunt van de gelijke behandeling van zzp'ers en werknemers ook terecht, want als een zzp'er uit het buitenland hier zeven jaar werkt, kan het voorkomen dat hij in één jaar maar één maand werk heeft. Dan heeft hij één maand inkomen en is hij eigenlijk elf maanden werkeloos. Dat jaar telt echter wel mee voor het opbouwen van het recht om AOW in te kopen. Als een werknemer echter in een jaar één maand werkt en elf maanden werkeloos is, verliest hij dat recht. Dat is nog een reden om dat tweede amendement in ieder geval te steunen. Het gaat om een kleine groep mensen die AOW inkopen of zullen inkopen. Mijn indruk is dat het kabinet onbedoeld gebruik wil voorkomen — dat is terecht en dat steun ik — maar niet goed genoeg heeft nagedacht over de gevolgen die dit heeft voor de mensen die wel zijn gericht op definitief verblijf in Nederland, voor wie de inkoopregeling eigenlijk bedoeld is. 

Bij de nota van wijziging wordt nog een heel ander onderwerp aan de orde gesteld. Dat is de aanpassing van de berekening van de hoogte van de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen. Dat is de aanvulling tot bijstandsniveau voor mensen met een onvolledige AOW. Over dit deel van het voorstel is er geen schriftelijke ronde met de Kamer geweest. Dat moet de Kamer zichzelf trouwens verwijten; dit is geen verwijt aan het kabinet. Deze aanpassing gaat 17 miljoen euro kosten. Wat is de achtergrond van dit voorstel? Gaat het hier enkel en alleen om een vereenvoudiging van de berekening, om een logische berekening te maken? Wat daar staat, komt mij namelijk heel logisch voor, maar we zitten met een kabinet dat voor andere uiterst logische zaken geen geld overhad. Waarom heeft het hier wel 17 miljoen euro voor? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik reageer even op dat laatste punt. Op grond van de nieuwe berekeningssystematiek gaat de gemiddelde persoon met een AIO — dat is een aanvulling op de AOW voor mensen zonder aanvullend pensioen die echt een AOW-gat hebben en die dus echt op het minimum van het minimum zitten — er 300 euro per jaar op vooruitgaan. Dat is toch goed nieuws? Dat moet de SP toch omarmen? 

De heer Ulenbelt (SP):

Voor ons is het volstrekt logisch dat mensen erop vooruit horen te gaan. Daar zit het probleem hem ook helemaal niet in. Het probleem zit hem in hetgeen ik heb geprobeerd te formuleren in mijn vraag aan de regering. Wat is nu de rationale geweest om dit voorstel te doen? We hebben heel veel goede en logische voorstellen gedaan. Die werden allemaal afgewezen met de boodschap: er is geen geld. In dit geval zie ik één keer dat het structureel 17 miljoen euro gaat kosten. Ik ben gewoon benieuwd naar de motieven van het kabinet om in deze tijd dit voorstel te doen. Ik heb niet gezegd dat ik het afwijs. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Nee, dat lijkt mij ... Ik wilde nog iets zeggen, maar laat maar zitten. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. We bespreken vandaag de AOW-inkoopregeling en de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De PVV is blij dat de regels voor de AOW-inkoop worden verscherpt en dat de minimumpremie voor die inkoop fors omhoog gaat. De AOW is immers een volksverzekering die wordt betaald door alle belastingbetalers in Nederland. Wij moeten dus heel voorzichtig omgaan met AOW-gelden. De AOW-inkoop was vooral heel gunstig voor immigranten, want de inkooppremie stond absoluut niet in verhouding tot de uitkering. Het was een soort cadeautje voor immigranten, betaald door Nederlandse belastingbetalers. De PVV had het liefst helemaal geen inkoopregeling gehad. Dat heeft de SVB ook nog voorgesteld. Je kunt je onvolledige AOW natuurlijk ook aanvullen met een particulier derdepijlerpensioen. Dan betaal je een dekkende premie. Dat is helemaal niet op kosten van de belastingbetaler. Nu gaat de minimumpremie weliswaar fors omhoog, maar het is nog steeds niet kostendekkend. Waarom heeft de staatssecretaris niet voor een echt kostendekkende premie gekozen? Waarom geven wij nog steeds een cadeautje, zij het een kleiner cadeautje, aan immigranten? Misschien wil de staatssecretaris daar uitgebreid op ingaan. 

Ik kom op de aanvullende inkomensvoorziening ouderen. Voor de mensen die dit debat volgen, zeg ik er even bij dat dit een regeling is voor mensen die een onvolledige AOW-opbouw hebben en ook nooit een pensioen bij elkaar gespaard hebben. Zij hebben geen aanvullend pensioen geregeld voor zichzelf. Zij krijgen van de belastingbetaler een pensioen dat is aangevuld tot AOW-niveau. Het betreft voornamelijk allochtonen die niet voor hun pensioen hebben willen sparen; bewust. Het is immers een keuze. Als je naar Nederland komt, weet je dat de regels zo zijn en kun je ervoor kiezen om wel of geen aanvullend pensioen op te bouwen. Het gaat om mensen die ervoor gekozen hebben om dat niet te doen. De PVV vindt het dan ook oneerlijk om deze immigranten, die er bewust voor kiezen om hun pensioen niet aan te vullen, te spekken met Nederlands belastinggeld en hun pensioen automatisch aan te vullen tot AOW-niveau. Als je naar Nederland komt en ervoor kiest om geen pensioen op te bouwen, is dat je eigen verantwoordelijkheid. 

Ik zie de PvdA-woordvoerster al opstaan; uiteraard, want zij is het er vast niet mee eens. De PvdA wil iedereen maar lekker een AOW'tje geven. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

We hebben een prachtige volksverzekering: de AOW. De heer Madlener begaat een denkfout. Veel mensen die hier zijn gekomen, hebben hier buitengewoon laagbetaalde arbeid verricht waar geen pensioenregeling aan vastzat. Het was dus helemaal geen keuze. Het ging om het langdurig verrichten van laagbetaalde arbeid zonder pensioenopbouw, met een AOW-gat. Dat wij dat aanvullen tot bijstandsniveau, vind ik een groot goed in Nederland. 

De heer Madlener (PVV):

Het verbaast me niet dat de PvdA dat een groot goed vindt, maar het staat die mensen natuurlijk ook vrij om een aanvullend pensioen op te bouwen. Dat is niet verboden. Het is iedere Nederlander toegestaan om naar een verzekeraar te gaan en te zeggen: ik heb een AOW-gat en ik ga spaargeld inleggen om mijn aanvullende pensioen te regelen. Wat u doet, is mensen die hierheen komen, gewoon spekken met belastinggeld en zeggen: u hoeft helemaal geen pensioen te sparen; doet u het niet, dan krijgt u lekker van de belastingbetaler een extraatje tot aan AOW-niveau. De PVV wil dat niet. Wij vinden dat daarmee slecht gedrag wordt uitgelokt. Laat die mensen lekker zelf voor hun pensioen sparen of — het betreft 90% allochtonen — teruggaan naar het land van herkomst. Misschien is die €300 AOW die ze hier hebben opgebouwd, in Marokko wel een heel goed bedrag om van te leven. 

De voorzitter:

Bedoelt u met "u" mij of mevrouw Vermeij? 

De heer Madlener (PVV):

Ik bedoel mevrouw Vermeij. Ik gaf een reactie op haar interruptie. Ze staat ook alweer bij de microfoon. 

De voorzitter:

Dan spreken we nog altijd via de voorzitter. Dat is de gewoonte in dit huis. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik begrijp dat de PVV opkomt voor zichzelf en voor de duurbetaalde baantjes. Mijnheer Madlener, u en ik hebben geen problemen, maar mensen die rond moeten komen van €1.000 per maand hebben dat wel en konden vaak met 40-urige werkweken gewoon geen pensioen opbouwen. Dat is geen keuze en dat was geen keuze. 

De heer Madlener (PVV):

En het goede nieuws voor die mensen, die dat bewust niet hebben gedaan, is dat ze terug kunnen gaan naar het land van herkomst. In Marokko zijn de kosten van levensonderhoud vele malen lager. Dan hebben ze voor €300 een prima leven in Marokko. Die keuze hebben zij. Die hebben Nederlanders natuurlijk niet. Daarom wil ik dat onderscheid wel maken. 

We moeten zuinig omgaan met AOW-geld. De AOW staat al onder druk. De vergrijzing, we kennen het allemaal. Dan moeten we stoppen met het hierheen halen van mensen die geen pensioen wensen op te bouwen en hun inkomens vervolgens aanvullen en spekken met belastinggeld. Dat moeten we niet doen. Het is des PvdA's om dat wel te doen. De PVV kiest daar niet voor. Het is je eigen verantwoordelijkheid. Ga je naar een ander land, dan zorg je ervoor dat je ook je pensioen regelt. En waarom zou een Canadese immigrant die hier een paar jaar werkt en geen pensioen opbouwt, gecompenseerd moeten worden? Dan kan hij beter teruggaan naar Canada of, in het geval van een Marokkaan, teruggaan naar Marokko. 

Deze regeling kost inmiddels ruim 200 miljoen per jaar. De PVV vindt dat deze regeling alleen moet gelden voor mensen die alleen de Nederlandse nationaliteit hebben, en niet voor buitenlanders die het zelf hebben nagelaten om voor hun pensioen te zorgen. Is de staatssecretaris bereid om deze regeling aan te passen op de manier die ik zojuist schetste? Is zij bereid om de regeling alleen open te stellen voor mensen die alleen de Nederlandse nationaliteit hebben en te stoppen met het spekken van allerlei immigranten die hun pensioen niet hebben willen regelen? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. Het is op zich best bijzonder dat we een regeling bespreken die sinds de jaren vijftig eigenlijk nog nooit is gewijzigd. Het betreft de AOW-inkoopregeling die op zich een mooie geschiedenis heeft. De regeling is ooit ontworpen voor de mensen uit de Oost die terug wilden keren naar Nederland. 

Er is nu wel reden om de regeling te wijzigen. Dat heeft ook te maken met het oneigenlijke gebruik van de regeling. Anderen hebben ook al gememoreerd dat een oneigenlijk gebruik de solidariteit in onze oudedagsvoorziening ondermijnt. Dan is het logisch om te kijken naar de inkoopvoorwaarden en naar de manier waarop we die het beste kunnen aanscherpen, waarbij de mogelijkheid tot inkoop blijft bestaan en oneigenlijk gebruik juist wordt tegengegaan. Alleen dan houden we onze sociale zekerheid in de optiek van de Partij van de Arbeid ook echt goed overeind. 

Wij hebben ons verdiept in de voorwaarden die nu gesteld worden en hebben daarover nog een tweetal vragen. Die hebben vooral betrekking op de arbeidsverledeneis. Dat is ook al gememoreerd door de eerste spreker. Ik heb allereerst een vraag over het effect van deze verscherping op met name vluchtelingen. Hoe werkt precies de regeling voor hen op het moment dat zij in Nederland komen en in een asielprocedure terechtkomen? Het moment van toekenning van de verblijfsvergunning geldt dan vaak, maar het Nederlanderschap volgt later. Wanneer vallen deze mensen onder de tienjaarstermijn waarbinnen je vijf jaar moet hebben gewerkt? 

Die arbeidsverledeneis kent verder geen enkele nadere voorwaarden. Dat betekent dat ook bijbaantjes daaronder vallen, ook al zijn dat bijbaantjes van enkele uren per week. Klopt dat? 

Wat gebeurt er verder wanneer mensen die in dat proces van opbouw van jaren zitten onverwacht werkloos of arbeidsongeschikt raken? Het betreft hier immers werknemersverzekeringen. Wordt dan de periode opgeschort of telt die periode mee? Dit zijn de drie vragen die wij hebben rond de aanscherping van deze eisen. 

Wij vragen ook nog steeds aandacht, net als wij hebben gedaan in het eerdere AO, voor jongeren die na hun vijftiende in Nederland komen, nadat zij bijvoorbeeld met hun ouders een tijdlang in het buitenland hebben verbleven. Hoe gaat dat nu precies in zijn werk als het gaat om de AOW-inkoop? 

Er worden vanavond nog enkele andere dingen geregeld in dit wetsvoorstel. Het behoeft geen betoog dat de PvdA, zoals ik net eigenlijk ook al tegen collega Madlener heb gezegd, steeds een pleitbezorger is geweest van de inkomenspositie van juist mensen met een AIO-uitkering, omdat zij echt aan de onderkant van de loonschaal hangen. Wij zijn dus blij met deze nieuwe berekeningssystematiek voor de AIO-norm. 

De heer Ulenbelt (SP):

Mevrouw Vermeij maakt nogal wat bezwaren bij de eisen rond het arbeidsverleden. De antwoorden van de staatssecretaris ken ik al, denk ik, want daarnaar is al eerder gevraagd. Is de PvdA er dan ook voorstander van om als de staatssecretaris niet van gedachten verandert die arbeidsverledeneis te schrappen of aan te passen? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Nee, volgens mij heb ik aanvullende vragen gesteld over zaken die mij complicerend lijken in de opbouw van dat arbeidsverledeneis. Ik ben er wel een voorstander van, omdat je als die arbeidsverledeneis wordt geschrapt mijns inziens nog steeds één dag hier kunt komen werken en terug kunt keren naar het land van herkomst, zeker als dat een land in de EU betreft, met medeneming van de hele inkoop-AOW. Als dat het geval is, zouden we dat gat toch echt willen dichten. Daarbij speelt deze eis wel een belangrijke rol. Dat neemt niet weg dat dit groepen ongewild kan treffen. Daarvan heb ik er twee genoemd, namelijk vluchtelingen en mensen die onverwacht in de WW-werknemersverzekering vallen of arbeidsongeschikt raken. Daarover heb ik aanvullende vragen gesteld. 

De heer Ulenbelt (SP):

Ik heb toch goed beluisterd dat mevrouw Vermeij ook zei dat als je hier zeven jaar werkt en dan arbeidsongeschikt wordt, dat dat niet mee zou tellen voor het recht op opbouw? Dat is toch te hard? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik heb daar vragen over gesteld. Het gaat trouwens niet om zeven jaar maar om vijf jaar in dit wetsvoorstel. Het zou eventueel naar zeven jaar worden verhoogd. Ik wil weten hoe dit werkt. Vooralsnog heb ik de staatssecretaris daar nog niets over horen zeggen, dus daar ben ik benieuwd naar. 

De heer Madlener (PVV):

Ik heb een vraag over de AIO. Het gaat daarbij voor 90% om buitenlanders, mensen die hier naartoe zijn gekomen en die hebben geprofiteerd van de faciliteit die Nederland hun biedt. Deze mensen hebben er bewust voor gekozen om geen pensioen op te bouwen en vallen nu terug op deze regeling. Deze nieuwe regeling geeft hun eigenlijk een extraatje van 17 miljoen. Dat is ervoor begroot, dat kost het extra. Waarom gaat de PvdA deze immigranten, deze allochtonen, spekken of bevoordelen met 17 miljoen op een moment dat heel veel Nederlandse ouderen er zwaar op achteruitgaan in koopkracht? Waarom kiest de PvdA ervoor om Marokkaanse immigranten meer te geven terwijl de Nederlandse pensioengerechtigden in zwaar weer verkeren door het kabinetsbeleid? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

En nu even heel precies, mijnheer Madlener, zeg ik via de voorzitter. Het gaat om Nederlanders die hier vaak in de jaren zestig, zeventig of tachtig zijn komen werken, die heel lang heel zware arbeid hebben verricht, die hier kinderen hebben grootgebracht die zelf kinderen hebben die inmiddels ook weer kinderen hebben. Dat zijn allemaal Nederlandse families, allemaal ouderen. De AIO zit nog steeds 10% onder het niveau van de AOW, dus komt u er niet mee aan dat wij die aan het spekken zijn. Die ligt echt fors lager. 

De heer Madlener (PVV):

Dat is niet waar. Er wordt een extra bedrag begroot omdat dit geld kost. Dat geld gaat vooral naar allochtonen met een onvolledige AOW. Dat zijn gewoon Marokkanen en Turken die in Nederland zijn. Zij hebben nagelaten om een pensioen op te bouwen. Die gaat de PvdA op dit moment spekken, nu zo veel ouderen in de min zitten? Ik vind het werkelijk te gek voor woorden dat de PvdA dit verdedigt en de Nederlandse ouderen in de kou laat staan. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Het zijn mijn Nederlandse ouderen, net zo goed als dat mijn ouders mijn Nederlandse ouderen zijn. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het was weer verheffend wat we hoorden van de PVV. Ik heb een vraag over de arbeidsverledeneis. Mevrouw Vermeij zegt dat we die erin moeten houden, omdat het anders kan voorkomen dat iemand na een dag hier te zijn toch kan inkopen. Maar er zit toch ook een verzekeringseis in dit wetsvoorstel, die inhoudt dat je al vijf jaar in Nederland moet zijn? Stel dat je dat behoudt en die arbeidsverledeneis loslaat. Ik zeg niet dat ik daarvoor pleit, maar ik ga daar zo meteen vragen over stellen. Het is toch niet zo dat je door het loslaten van de arbeidsverledeneis de oude situatie terugkrijgt, die wij, denk ik, beiden onwenselijk vinden? 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Als ik de wet goed lees, is dat wel het geval. Maar mocht dat niet zo zijn, dan wil ik mij daar zeker in verdiepen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. We bespreken hier een wetsvoorstel dat al in maart in werking is getreden. Dat is op zich wel bijzonder. We gaan het nu met terugwerkende kracht regelen. Het wetsvoorstel is bedoeld om de regels aan te scherpen ten aanzien van de inkoop van AOW. 

Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: voor die aanscherping zelf valt wat te zeggen. Het komt nu voor dat mensen kort in Nederland zijn, gunstig AOW inkopen en die vervolgens meenemen naar het buitenland. Dat blijkt uit de cijfers. Daar blijkt ook uit dat het aantal mensen dat gebruikmaakt van de regeling de afgelopen tijd behoorlijk sterk is toegenomen, van 150 mensen in 2008 tot ruim 800 mensen in 2013. In de afgelopen vijftien jaar zijn ongeveer 700 van die mensen weer vertrokken naar het buitenland. Kan de staatssecretaris verklaren waarom dit aantal zo snel is toegenomen? Deze regeling bestaat al heel lang, maar opeens is er toch sprake van een soort vlucht. Heeft zij daar nader onderzoek naar gedaan? 

Opvallend is dat de staatssecretaris ervan uitgaat dat met die aanscherping er in de toekomst nog maar heel weinig gebruikgemaakt zal worden van de regeling. Zij denkt zelfs dat het om ongeveer 60 mensen zal gaan. Het is nogal wat om zo'n regeling op te tuigen voor 60 mensen. Heeft de staatssecretaris dat meegenomen in haar overwegingen? Ik pleit er niet voor om die mogelijkheid zomaar af te schaffen, maar om bij de SVB voor 60 mensen een hele operatie op te tuigen, vind ik wel een beetje veel van het goede. Kan de staatssecretaris aangeven welke overwegingen zij daar zelf bij heeft gehad? 

Een opmerkelijk punt in het wetsvoorstel is dat de regeling alleen geldt voor mensen die geen binding hebben met Nederland. Niet alleen wij maar ook andere partijen in dit huis hebben dat al vaker gezegd. Het gaat dus om mensen die geen AOW-verleden in Nederland hebben, die hiernaartoe komen en vervolgens kunnen inkopen. Er zijn ook mensen die gewoon Nederlander zijn, maar die in een bepaalde periode in het buitenland gaan werken, in het algemeen belang. Dan kun je denken aan mensen in dienst van vredesorganisaties, ontwikkelingsorganisaties et cetera. In artikel 38 van de AOW wordt dat rijtje ook genoemd. Die mensen kunnen zich wel vrijwillig verzekeren op het moment dat zij in het buitenland zijn, maar zij kunnen niet achteraf inkopen. Met andere woorden, we hebben hier een regeling gemaakt die we openstellen voor immigranten, maar voor de autochtone bevolking — laat ik haar zo maar noemen — scheppen we die mogelijkheid niet. De staatssecretaris zegt dan: zij kunnen zich vrijwillig verzekeren als zij in het buitenland zijn. Er zijn echter situaties — die zijn er niet weinig — waarin mensen die in het buitenland zitten, maar die wel echt een band hebben met Nederland, helemaal niet de middelen hebben om op dat moment in te kopen. Wij vinden het opmerkelijk dat je wel een regeling voor de allochtonen maakt, maar dat die voor de autochtone Nederlanders is uitgesloten. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Ik vraag mij af waarom de ChristenUnie twee verschillende regelingen wil openstellen voor mensen die in het buitenland zijn: de vrijwillige voortzetting van de AOW-verzekering en de inkoopregeling. Ook bij die eerste regeling, de vrijwillige verzekering als je naar het buitenland gaat, is de premie die je betaalt toch afhankelijk van het inkomen? Waarom zou je nog een andere regeling nodig hebben, als er al een goede regeling is? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Zeker, die regeling is inderdaad inkomensafhankelijk, maar ik weet niet of mevrouw Schut weet wat bijvoorbeeld bepaalde ontwikkelingswerkers verdienen. Dat is heel vaak bijna niets. Zij zijn afhankelijk van giften van thuisfrontcommissies of iets dergelijks, die ervoor zorgen dat zij überhaupt in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dat is geen vetpot. Die mensen kunnen die bedragen op dat moment niet missen, terwijl zij werk verrichten in het algemeen belang, zoals dat in artikel 35 van de AOW wordt genoemd. Het is werk dat wordt gewaardeerd. Zij komen terug in Nederland, krijgen hier weer een normale dienstbetrekking, maar hebben vervolgens, in tegenstelling tot immigranten, niet meer de mogelijkheid om achteraf in te kopen. Ik kan dat niet uitleggen. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Het amendement dat mevrouw Schouten heeft ingediend kost geld. Eigenlijk wil zij aan mensen die daarvoor niet zelf de middelen hebben, iets ter beschikking stellen. Hoe gaat mevrouw Schouten dit amendement dekken? Zij heeft zojuist de algemene financiële beschouwingen gedaan. Heeft zij daarbij voorstellen gedaan? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Wij hebben contact gezocht met het ministerie over de vraag wat die dekking zou moeten zijn. Uiteraard kent u ons als een partij die altijd haar amendementen dekt. Het wonderlijke is dat helemaal niet bekend is hoeveel dit zou moeten kosten. Dat is voor ons dus een vraag aan de staatssecretaris. Het gaat mij meer om het principe. Het verbaast mij dat de VVD juist op dit punt aan immigranten wel rechten wil geven en aan Nederlanders die hier straks weer gewoon een inkomen verdienen niet, terwijl een en ander wel op hen is gericht. Ik vind dat verbazingwekkend. Maar goed, als wij inzicht hebben in de budgettaire derving, zullen wij uiteraard zoeken naar de dekking. Ik denk echter dat die nihil is, omdat de omvang van de groep niet zo heel groot is. Wij ontnemen hun nu rechten die andere mensen wel krijgen. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Voorzitter ... 

De voorzitter:

Wij doen interrupties in tweeën, dus ik zou het daartoe echt willen beperken, ook gezien de beperkte tijd die wij voor dit debat hebben. U kunt altijd in tweede termijn nog dingen aan de orde stellen. 

De heer Ulenbelt (SP):

Mijn vraag aan mevrouw Schouten is de volgende. Waarom beperkt zij het alleen tot de gevallen van algemeen belang, de zendelingen en de ontwikkelingswerkers? Er zijn meer mensen die in het buitenland gaan werken tegen lage inkomens, dan terugkomen en zien: hé, ik heb een gat en ik kan het niet dichten. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het gaat niet alleen om zendelingen en ontwikkelingswerkers. Wij hebben bezien bij welke groep je kunt aansluiten zonder dat je bij de SVB een heel apparaat moet optuigen om allerlei controles uit te oefenen. Het is best lastig om het helemaal goed af te bakenen. In artikel 35 van de AOW is duidelijk omschreven welke groepen voor de vrijwillige inkoop in aanmerking komen. Wij hebben daarbij aangesloten. Het is een groep die nu al is afgebakend voor de vrijwillige inkoop. Wij hebben gezegd: laat die mensen de keuze tussen vrijwillig inkopen of achteraf inkopen. Het zijn mensen die een dienstbetrekking hebben en in het nationaal belang werkzaamheden verrichten. Het gaat dan ook om volkenrechtelijke organisaties. Er is dus een lijst, die nu al heel lang bestaat, van organisaties waarvoor die mensen werken. Daar willen wij bij aansluiten. 

De heer Ulenbelt (SP):

Wat zijn uw overwegingen om het niet uit te breiden? Als uw hoofdbezwaar is dat de regeling alleen voor migranten geldt, maar niet voor autochtonen in het buitenland, zeg ik: die autochtonen in het buitenland zijn niet alleen de mensen die in artikel 35 worden bedoeld. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat klopt, er zijn natuurlijk meer mensen die dat werk verrichten. Diep in mijn hart zeg ik: de heer Ulenbelt heeft een punt, maar wij willen niet dat er een heel grote administratieve organisatie moet worden opgetuigd om te bezien welke personen er wel of niet voor in aanmerking komen. Daarmee beperk ik mezelf, dat ben ik mij bewust, maar dat is de afweging geweest bij dit amendement. Wij willen zo veel mogelijk aansluiten bij een bestaande situatie, zodat we niet heel veel overhoop hoeven te trekken. Aan de andere kant willen we de groep die dit nu al heeft en er soms helemaal geen gebruik van kan maken, toch al die rechten geven. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Mevrouw Schouten refereerde er al aan dat de vrijwillige voortzetting ook inkomensafhankelijk is. Die bedragen zijn niet aangepast. De bedragen van de inkoopregeling wel, maar die van de vrijwillige voortzetting niet. Dat betekent dat de bedragen bij iemand met geen inkomen of een minimuminkomen nog steeds de oude bedragen zijn. Het gaat dan om een bedrag van ruim €500, €507 per jaar voor de vrijwillige voortzetting. De achterafinkoop is, zoals u weet, met het nieuwe minimumbedrag €2.408. Ik weet het niet, maar als ik heel weinig had en als ik niet zeker wist dat ik daarna heel veel zou hebben, zou ik toch echt kiezen voor de vrijwillige voortzetting, want dat is een vijfde deel. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Mevrouw Vermeij zegt het zelf al: "als ik heel weinig had". Als je geen inkomen hebt, dan kun je heel moeilijk ruim €500 per jaar missen om je in te kopen. Nee. Er zijn gevallen van mensen die op dat moment echt geen middelen hadden en die zeiden: als ik terugkom, heb ik weer gewoon een baan en kan ik dat prima doen. Had mij die mogelijkheid tot achterafinkoop maar gegeven! Het gaat mij meer om het principiële punt. Mevrouw Vermeij heeft zelf in 2009 een motie met ons ingediend om dit punt juist aan te kaarten. Zij zag toen het probleem ook. Kennelijk is dat nu veranderd. Ik ben wel benieuwd waar die verandering dan precies in zit. Ik weet niet of ik een vraag terug mag stellen, voorzitter. 

De voorzitter:

Nou, eigenlijk niet, maar mevrouw Vermeij heeft nog een tweede mogelijkheid. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik heb nu wel heel goed gekeken wat we aan het veranderen zijn ten opzichte van de vrijwillige voortzetting. De vrijwillige voortzetting is dermate goedkoop dat u mij niet wijsmaakt dat iemand iets anders wil. Achter veel uitzendingen zitten ook organisaties. Als je een vrijwillige voortzetting kunt regelen voor €500 per jaar in plaats van een inkoop achteraf, die in korte tijd moet plaatsvinden en die voor elk in te kopen jaar €2.500 kost, dan moeten we toch met elkaar wijs zijn? Dan moet er toch altijd voor de vrijwillige voortzetting gekozen worden? Dat lijkt mij vele malen effectiever voor iedereen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Mevrouw Vermeij heeft haar calculatie gemaakt, maar ik constateer in de praktijk dat het niet altijd zo is. Waarom is het een probleem om de inkoop achteraf ook voor die groep open te stellen? Dan kun je kiezen, of het één, of het ander. Mevrouw Vermeij zegt: ik heb gerekend, ik zou de vrijwillige voortzetting doen. Top! Iemand anders zegt misschien: op dat moment kan ik het echt niet missen, doe mij maar de inkoop achteraf. Wat is dan het probleem? We geven die rechten wel aan mensen die uit het buitenland hier naartoe komen en geen binding hebben met Nederland, maar aan onze eigen Nederlanders geven we die rechten niet. Ik zie de logica daar niet van in, en ik wil dat met dit amendement gewoon geregeld hebben. Vandaar dat ik een amendement heb ingediend op dit punt, zodat Nederlanders die aan de voorwaarden voldoen die in het aangescherpte wetsvoorstel staan, zich eveneens achteraf in de AOW kunnen inkopen, weliswaar tegen een hoger tarief, maar dat is hun eigen keuze, zeg ik tegen mevrouw Vermeij. Misschien is dat nog wel beter voor de Staat, omdat die dan meer middelen binnenkrijgt. Wij willen de keuzevrijheid vergroten. 

Tot slot … Ik moet even terugzoeken in mijn blaadjes. 

De voorzitter:

Om dit even duidelijk te maken: het gaat om het amendement op stuk nr. 10 van de leden Schouten en Dijkgraaf. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat klopt. Ik moet inderdaad ook nog melden dat het amendement mede namens de SGP is ingediend. 

Wij hebben ook opgemerkt dat er met de nota van wijziging opeens een voorstel rondom de AIO in het wetsvoorstel kwam. De procedure is wat wonderlijk om er naast het wetsvoorstel nog een ander onderwerp hierin te fietsen, maar inhoudelijk kunnen wij het meedragen, dus zullen wij daar ook geen probleem van maken. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Vanavond bespreken we eigenlijk een dossier dat pijnlijk is. We willen weten wie we toelaten tot de vrijwillige verzekering van de AOW. Zoals mijn collega's al memoreerden, is het niet de eerste keer dat we hierover spreken. We hebben een dik dossier hierover. Vooral de ChristenUnie, maar ook de PvdA en mijn partij hebben er in het verleden een behoorlijk punt van gemaakt dat we een aantal mensen tot deze regeling zouden willen toelaten die er niet in kwamen. Dat waren voornamelijk mensen uit voormalige delen van het Koninkrijk, Indonesië en Suriname, die hier kwamen op hun 30ste of 35ste, vijftien AOW-jaren misten en destijds in het Koninkrijk der Nederlanden woonden. Zij konden geen AOW inkopen. Deze mensen hebben een onvolledig pensioen, een onvolledige AOW. Ik heb er buitengewoon veel begrip voor dat voor deze groep de AIO-regeling een stukje wordt verruimd. Ze hebben hun hele leven in het Koninkrijk der Nederlanden gewoond en belasting betaald en ze hebben toch een onvolledige AOW. Ondanks vele pogingen, de voorganger van de staatssecretaris, Aboutaleb, heeft daar ook een poging toe ondernomen, is het niet gelukt om voor die groep de regeling te repareren. 

Nu is de regeling vrij soepel toegepast, mede naar aanleiding van de debatten die toen gevoerd zijn. Er is een groep waarvoor wij wat minder voelen dat die er aanspraak op kan maken, namelijk de groep mensen die hier voor een korte periode komen werken. Over die korte periode dat ze hier komen werken, bouwen ze gewoon AOW-rechten op en betalen ze hier belasting. Als ze weer teruggaan — het land Polen is hier al genoemd — hebben ze als ze hier vier jaar hebben gewerkt gewoon vier AOW-jaren. Dat is een interessant pensioen en dat moet op een fatsoenlijke wijze worden uitbetaald. De vraag die voorligt, is of we die mensen de gelegenheid willen geven om ook over de achterliggende 30 tot 40 jaar AOW-rechten op te bouwen. Het duidelijke antwoord van de CDA-fractie is: dat willen we niet. Wij hebben er begrip voor dat de regering een wetsvoorstel heeft ingediend — hoe pijnlijk het ook is — om dat met terugwerkende kracht voor die groep onmogelijk te maken, omdat die niet binnen de kring valt die wij als solidariteitskring zien waarbinnen wij onze sociale zekerheid vormgeven. Wij kunnen dus dat gedeelte van deze regeling dus heel prima steunen. 

Ik wacht nog wel even op een inhoudelijk antwoord op de vraag van de heer Ulenbelt en ook mevrouw Vermeij, namelijk wat er gebeurt als iemand hier komt werken en wonen en na drie jaar bijvoorbeeld permanent arbeidsongeschikt wordt. Is dan inkoop niet meer mogelijk? Dat vind ik een zeer valide vraag. Ik hoop de staatssecretaris daar een antwoord op geeft. 

Mijn fractie vindt — daar zal ik eerlijk over zijn — dat er harde kantjes aan deze wet blijven zitten. We kunnen niet precies knippen zoals we zouden willen, waardoor we iedereen die we het zouden gunnen, van wie we zeggen dat die echt deel uitmaakt van de Nederlandse samenleving, die AOW-rechten laten opbouwen en de anderen niet. Ik zal nog één voorbeeld geven van een punt dat ik vrij pijnlijk vind in het voorstel dat voorligt. Er staat als een van de voorwaarden dat je in een ander land geen AOW-rechten hebt opgebouwd. Er zijn landen waar je wel ouderdomspensioenrechten opbouwt, maar waar die erg karig zijn. Als je bijvoorbeeld op je 40ste als bruid met een Nederlander trouwt en je hebt een paar euro pensioen opgebouwd, word je daarmee wel uitgezonderd van het mogen inkopen van AOW terwijl je materieel niets hebt aan wat je hebt opgebouwd in je oude eigen land. Was het niet duidelijker geweest als er een minimum in gezet was? Als iemand hier komt omdat hij of zij trouwt met een Nederlander en dat echtpaar zegt dat het graag voor de achterliggende jaren dat verhoogde bedrag — het is terecht dat dat verhoogd is — wil betalen om in de toekomst geen aanspraak te hoeven maken op de Nederlandse AOW, is het dan een belemmering als er een of twee jaar voor een paar euro pensioen in een ver land is opgebouwd dat je hier materieel hier niet uit de armoede kan helpen? Het is een lastige vraag, maar ik wil hem hier wel gesteld hebben. 

Ik kom nu op het meer algemene punt. Ik had het er net al over. Het is lastig om in al die wetten vast te leggen wat de solidariteitskring is. We hebben de afgelopen jaren echter meerdere problemen gehad met de sociale zekerheid die in Nederland wat te royaal was vormgegeven. We kwamen er dan achteraf achter dat we iets hadden uitgekeerd, terwijl dat niet de bedoeling was. Ik noem bijvoorbeeld maar even toeslagen die wel eens naar Bulgarije en dergelijke zijn overgemaakt. Ik noem de aanscherping van de wachttijden voor de AWBZ. Sommigen van ons hebben nog steeds moeite met de WW-cumulatie op het moment dat je hier komt en werkloos wordt en dan een zeer lange periode een WW-uitkering krijgt die op Nederlandse hoogte wordt vastgesteld, ook al ga je terug naar een land waar de levensstandaard veel lager is. Dat is niet echt een prikkel om te gaan werken. Formeel moet je wel solliciteren, maar dat is voor het UWV niet elke dag bij te houden. 

We krijgen straks het studievoorschot. Dan gaat het ook om grote bedragen aan voorschotten. Als die net zoals op dit moment het collegegeldkrediet, ook beschikbaar komen voor mensen uit het buitenland en als de terugbetaling vastgelegd wordt op het Nederlandse welvaartsniveau, namelijk het verdienen van minimaal het wettelijke minimumloon, dan kan dat zomaar een zeer aantrekkende werking hebben op mensen uit andere lidstaten van de Europese Unie. 

We hebben verder de Wet langdurige zorg. We zetten wel eens vraagtekens bij de kwaliteit van de Nederlandse zorg, maar ik heb een aantal jaren in andere Europese landen gewoond en ik kan verzekeren dat de zorg voor mensen die langdurig zorg nodig hebben, zoals mensen met dementie of zieke kinderen, hier een heel stuk beter is dan in een aantal andere Europese landen. Als mensen uit andere landen daarvoor hier komen wonen, kan dat heel duur uitpakken. Datzelfde geldt voor de Zorgverzekeringswet. 

Mijn algemene vraag aan de regering is dan ook of zij bereid is om binnen een half jaar de sociale zekerheid eens door te lichten en te kijken of er nog plekken zijn waarvoor we niet achteraf regels moeten willen dichtgooien, maar waarvoor we van tevoren al maatregelen kunnen nemen. Mensen kunnen gebruikmaken van de regels en ik neem de mensen die hier ingekocht hebben op zich ook niets kwalijk, want ze hebben gebruikgemaakt van de Nederlandse wet, maar er moet wel gekeken worden of er gaten in zitten die niet de bedoeling zijn. Dat moet vervolgens worden teruggekoppeld aan de Tweede Kamer, zodat we het liefst vooraf maatregelen kunnen nemen. 

Mijn laatste vraag ligt een beetje in het verlengde van de vraag van mevrouw Schouten: hoeveel levert dit wetsvoorstel eigenlijk precies op? Het gedeelte dat je minder gaat inkopen en de inkoop die fors daalt, leveren natuurlijk een vorm van besparing op die wellicht van toepassing kan zijn op het amendement dat mevrouw Schouten heeft ingediend. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Deze wet wil onbedoeld gebruik van de inkoop van de AOW voorkomen. Die inzet wordt door mijn fractie gesteund, want het is niet de bedoeling dat mensen even kort naar Nederland komen, puur om voor een schijntje jarenlange AOW in te kopen. Dat kon echter wel degelijk gebeuren. De heer Ulenbelt noemde het voorbeeld ook al. Je betaalt eenmalig €9.600 en dan koop je 44 AOW-jaren in en krijg je elk jaar €8.800 uitgekeerd. Dat is nog eens een kansspel waar je aan mee zou moeten doen. Het is goed dat het kabinet dit oplost door de premie voor de inkoop nu zeer fors te verhogen. Die verhoging van de minimuminkooppremie kan dan ook op de steun van D66 rekenen. 

Toch heeft mijn fractie een ongemakkelijk gevoel bij dit wetsvoorstel. Dat ongemak zit op drie punten. De eerste is het vertrekpunt van het kabinet. Dat is dat er een sterke toename van de vrijwillige inkoop is. Maar die piek in het aantal mensen dat wil inkopen is eigenlijk door de overheid zelf veroorzaakt. De Sociale Verzekeringsbank, die deze regeling uitvoert, heeft een oproep gedaan aan heel veel mensen om nog eens goed te kijken of men een AOW-gat heeft en heeft gezegd: als dat zo is, dan kunt u dat repareren. Dat leidde tot dit opmerkelijke beeld. De overheid wijst mensen op hun AOW-gat, de overheid suggereert vrijwillige inkoop om het gat te repareren, een flink aantal mensen schrikt en gaat vrijwillig inkopen en dan is er paniek bij het kabinet over de toename van het aantal mensen dat vrijwillig de AOW aanvult. Ergens wringt deze gang van zaken. Ik krijg hierop graag een reactie van de staatssecretaris. 

Het hoofdargument is onbedoeld gebruik van deze AOW-inkoop omdat het zo ongelofelijk aantrekkelijk was. De heer Ulenbelt had het al over een Pools bureautje dat bezig was om een 60-jarige Pool hier nog even aan wat AOW-jaren te helpen. Maar toch kan het kabinet zelf niet aangeven of dat misbruik substantieel is. Sterker nog, in de nota naar aanleiding van het verslag stelt het kabinet tot mijn lichte verbazing dat onbedoeld gebruik tot nu toe nog beperkt is, maar dat het in potentie in de toekomst veel groter kan worden. Dat roept de vraag bij mijn fractie op wat dan de reden was om zo opeens op de rem te gaan staan en een wet in te dienen die zelfs met terugwerkende kracht in werking moet treden. Ofwel is het echt een probleem en is er een indicatie dat, als we niet meteen ingrijpen, het op korte termijn de spuigaten uitloopt. Ofwel is het iets wat misschien op termijn, in de toekomst, vele malen groter kan worden, in de woorden van het kabinet. Hoe groot is het onbedoeld gebruik? Vanwaar deze abrupte actie? Mijn fractie zou het steunen als er indicaties waren dat het de spuigaten uitloopt. Maar in de stukken van het kabinet is daarover tot mijn verrassing eigenlijk weinig te vinden. 

Zoals ik al zei, steunen wij het kostendekkend maken van de prijs van vrijwillige inkoop, maar het kabinet gaat in dit wetsvoorstel veel verder. Het stelt zelfs drie aanvullende voorwaarden aan inkoop. In twee van die eisen kan ik mij wel vinden. Volgens de eerste moet je minimaal vijf jaar in Nederland verzekerd zijn geweest voor je kunt inkopen. Dat kan zelfs zeven jaar worden als het wetsvoorstel inzake de Rijkswet op het Nederlanderschap wordt aangenomen door de Kamer. Daarin wordt de termijn verhoogd naar zeven jaar. Overigens is dit een wetsvoorstel waarover mijn fractie heel kritisch is, maar dat terzijde. Nu is er sprake van vijf jaar en de termijn wordt eigenlijk gekoppeld aan de naturalisatietermijn. 

Ik kan mij wel vinden in de eis dat je een aantal jaar in Nederland moet zijn voordat je mag inkopen. Maar was die vijf jaar eigenlijk niet lang genoeg? Zeven jaar vind ik wel een heel lange periode, nog even los van hoe ik over die rijkswet denk. Iemand moet dus zeven jaar wachten voordat hij een AOW-gat mag vullen. Wat is daar nu eigenlijk de argumentatie achter? 

De tweede eis houdt in dat je niet mag inkopen als je in een ander land al verplicht verzekerd was voor pensioen. Daar kan ik mij wat bij voorstellen. In heel Europa ben je verplicht verzekerd. Over die jaren mag je dus niet vrijwillig inkopen. 

Mijn fractie heeft de meeste twijfels over de derde eis. Dit is zowel een arbeidsvoorwaarden- als een arbeidsverledeneis. Het kabinet zegt: je moet op dit moment in Nederland verzekerd zijn en dat vijf jaar lang. Die twee eisen steunen wij. Het kabinet voegt eraan toe: je moet nu werken en ook vijf jaar gewerkt hebben. De Raad van State zegt dat niet nodig te vinden. Immers, met de scherpe verhoging van de inkooppremie is het hele probleem eigenlijk al opgelost. Mijn fractie vraagt zich dat ook af. Na het lezen van de reactie van het kabinet op het advies van de Raad van State en de antwoorden in het schriftelijk verslag op de vragen van vrijwel alle fracties hier aanwezig, is die twijfel bij mijn fractie niet verdwenen, zeker niet als je bedenkt dat de eis van het arbeidsverleden wel degelijk op gespannen voet lijkt te staan met het karakter van de AOW als volksverzekering. Naar mijn mening stapt het kabinet wel erg makkelijk heen over die spanning. Ook de Raad van State wijst nadrukkelijk op deze spanning. Ik krijg graag een uitgebreide reactie van de staatssecretaris op dit punt. Ik hoop dat ze daarbij ook ingaat op het interruptiedebatje tussen mevrouw Vermeij en mij over de vraag in hoeverre je die arbeidsverledeneis nodig hebt om te voorkomen dat iemand die naar Nederland komt al op de eerste dag kan inkopen. Ik heb het wetsvoorstel zo gelezen dat dit überhaupt niet kan, omdat je ook vijf jaar verzekerd moet zijn. Ik krijg hierover graag duidelijkheid van de staatssecretaris. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Wat heeft die AOW-inkoop van rechten over het verleden te maken met het feit dat de AOW een volksverzekering is? Het gaat over de inkoop van rechten uit het verleden. 

De heer Van Weyenberg (D66):

We hebben een volksverzekering omdat wij het heel belangrijk vinden dat mensen AOW kunnen opbouwen. We hebben een regeling — misschien wilt u die liever afschaffen, maar ik hecht er wel aan — volgens welke mensen die hier komen met terugwerkende kracht zich vrijwillig kunnen verzekeren. Ik vind dat sterk in het verlengde liggen van een volksverzekering. Ik ben het met u eens dat het niet exact hetzelfde is, maar ik vind wel degelijk dat dit wetsvoorstel een zekere spanning oproept doordat het arbeidsverleden wordt toegevoegd aan de inkoop, waar dat bij het opbouwen van AOW niet het geval is. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Waarom is D66 het niet met de VVD eens dat je moet bijdragen door middel van werk of activiteit in Nederland voordat je dat dure recht dat wij in Nederland hebben opgebouwd, sociale zekerheid in de vorm van AOW, kunt inkopen? Het is toch niet meer dan normaal dat je eerst werkt voordat je rechten kunt opbouwen en ook kunt inkopen? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ja, voor de werknemersverzekeringen zoals de WW vind ik dat absoluut normaal. We hebben het hier echter over een volksverzekering. We hebben al de eis dat je een aantal jaren in Nederland moet zijn. Die eis wordt met dit wetsvoorstel toegevoegd. Die steun ik. We maken de premie zo ongeveer kostendekkend. Dat vind ik ook verstandig. Maar als je die dingen doet, heb je de arbeidsverledeneis niet meer nodig. Niet alleen ik zeg dat, het is ook het dringende advies van de Raad van State. 

De heer Madlener (PVV):

Ik wil toch nog even van de heer Van Weyenberg horen wat volgens hem de definitie van "volksverzekering" is. We hebben het hier over een voorbeeld waarin Polen gebruikmaken van volksverzekeringen. Sinds wanneer vindt D66 Polen tot ons volk behoren? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is overduidelijk dat de heer Madlener en ik hierover van mening verschillen. Mensen moeten die premie betalen om in te kopen. Dat vind ik heel verstandig. In tegenstelling tot de heer Madlener kijk ik naar mensen die hier zijn, die zich hier aan de wetten houden, die hier belasting betalen, die hier ingezetenen zijn en die dus ook verplicht AOW opbouwen. Ja, dan vind ik dat die vrijwillige inkoop hun ook toekomt. Het negatieve beeld van de heer Madlener over iedereen wiens wieg niet in Nederland staat, deel ik niet. 

De heer Madlener (PVV):

We hebben een volksverzekering waar heel veel belastinggeld naartoe gaat. Daaraan dragen wij met zijn allen bij. Wij betalen die met zijn allen. Wij weten allemaal dat de kosten oplopen. Wij moeten heel zuinig omgaan met onze sociale zekerheid. Het verhaal dat u hier houdt, is: laat die Polen allemaal maar profiteren van ons socialezekerheidsstelsel. Wat u doet namens D66, is onze sociale zekerheid te grabbel gooien aan het buitenland. Ik snap niet dat u met een verhaal komt van: waarom doet de regering dit met terugwerkende kracht? Natuurlijk doet de regering dit! Als mensen van 60 jaar uit Polen dit horen, gaan ze allemaal gebruikmaken van die regeling. Het is toch logisch dat we daarmee stoppen? Waarom houdt u hier een verhaal dat Polen tot ons volk behoren en dat zij gebruik moeten maken van onze volksverzekering? 

De voorzitter:

Uw vraag is helder, maar we spreken nog steeds via de voorzitter. 

De heer Van Weyenberg (D66):

De heer Madlener moet net even wat beter luisteren, want ik heb gezegd dat ik de voorwaarde steun dat je hier een aantal jaren moet zijn en dat je ongeveer een kostendekkende premie moet betalen. Daarover heeft volgens mij de hele Kamer geen verschil van opvatting. Het verschil van opvatting betreft het volgende punt. Als je mensen toestaat om te betalen om vrijwillig AOW in te kopen, vind ik dat juist een mooie regeling. Dan hebben die mensen ook extra pensioen en hoeven zij niet aanmerking te komen voor allerlei andere minimaregelingen om hun inkomen aan te vullen. De heer Madlener wil dat blijkbaar niet. Dat is zijn keuze. Ik zie niet hoe dat ons land verder helpt. 

Voorzitter. Ik vroeg de reactie van de staatssecretaris op de spanning met het karakter van de volksverzekering. De arbeidseis en de arbeidsverledeneis komen op twee plekken in het wetsvoorstel terug. Op het moment dat je wilt inkopen, moet je arbeid verrichten en moet je een arbeidsverleden van vijf jaar hebben. Als iemand arbeidsongeschikt wordt of in de WW belandt, mag hij derhalve geen AOW meer inkopen. Vindt de staatssecretaris dat een wenselijke situatie? Mevrouw Vermeij stelde terecht een vraag die ik ook had willen stellen over de positie van vluchtelingen. Hoe zit het met hun recht op inkoop? Bij die vraag sluit ik mij graag aan. 

Mijn twijfel over de arbeidseis en de arbeidsverledeneis wordt extra vergroot omdat blijkt dat arbeid in het verleden in andere Europese landen, de Europees Economische Ruimte of Zwitserland ook al meetelt. Uit jurisprudentie blijkt dat er eigenlijk geen eis mag worden gesteld aan de omvang van de dienstbetrekking. Al met al vraag ik mij af wat dit toevoegt aan de eis dat je op het moment dat je wilt inkopen vijf jaar in Nederland verzekerd moet zijn voor de AOW en dat je dat ook op het moment zelf moet zijn. Graag een reactie hierop. Ik herhaal dat de Raad van State zegt dat het niks toevoegt. Ik overweeg op dit punt een amendement. De heer Ulenbelt heeft er al een ingediend. Ik heb er een op de plank liggen, maar daar komen we wel uit. Ik wacht eerst graag de reactie van de staatssecretaris af. 

Je mag geen AOW inkopen over jaren dat je al in een ander land verplicht ouderdomspensioen opbouwt. Die eis klinkt op zichzelf wel redelijk. Maar stel dat iemand bijvoorbeeld drie jaar in Duitsland heeft gewerkt. Diegene heeft dan verplicht pensioen opgebouwd, maar in Duitsland krijg je pas na vijf jaar pensioen opbouwen ook echt pensioenrechten. Als diegene naar Nederland komt, hoe worden die drie jaren in Duitsland dan gekenmerkt? Diegene is weliswaar verplicht verzekerd geweest, maar daar is geen recht in opgebouwd. Graag krijg ik een reactie op dit specifieke voorbeeld. 

Ik heb tot slot een vraag over de vrijwillige voortzetting. In de stukken staat dat het kabinet daar ook naar kijkt. Ik ben nieuwsgierig met welke insteek dat gebeurt. Is de insteek bijvoorbeeld om daar ook de kostprijs van te verhogen? Het kabinet laat dat in het midden. Ik ben erg nieuwsgierig, want daarbij worden wel teksten geuit als "in het verlengde van dit wetsvoorstel kijken we naar". Ik ben nieuwsgierig of er nog een kleine camel's nose achter het voorstel vandaan komt. Graag krijg ik daarover openheid van het kabinet. Ik overweeg nog een motie om de regering te vragen in den brede te kijken naar het punt dat mevrouw Schouten heeft opgebracht. Zij heeft het over mensen die weg zijn uit Nederland, die om welke reden dan ook geen gebruik hebben gemaakt van de vrijwillige voortzetting, en dan later tegen een veel hogere prijs besluiten om bij terugkeer toch nog vrijwillig het AOW-gat te vullen. Zij beperkt dat tot een specifieke groep, op basis van de huidige wetgeving. Ik ben wel nieuwsgierig wat het zou betekenen als wij überhaupt mensen zouden toestaan om tegen een hogere prijs vrijwillig in te kopen, dus ook Nederlanders die naar het buitenland zijn vertrokken, in de wetenschap dat mensen tegenwoordig steeds mobieler zijn en vaker jaren in het buitenland doorbrengen. Ik zou ook niet weten welke conclusie je daaraan moet verbinden, maar een onderzoek daarnaar lijkt mij geen gek idee. Ik sluit niet uit dat ik in tweede termijn met een voorstel hierover kom. 

Al met al steun ik de verhoging van de minimumpremie tot deze kostendekkend is. Mijn fractie is blij met de eis dat je een aantal jaren in Nederland moet zijn. Je mag niet dubbel verzekerd zijn voor de AOW. Wij hebben nog wel een flink aantal vragen over de eisen op het gebied van het arbeidsverleden en van de arbeidsvoorwaarden. 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Van Weyenberg. De laatste spreker in eerste termijn van de Kamer is mevrouw Schut van de VVD. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Voorzitter. De AOW moet voor onze kinderen en kleinkinderen betaalbaar blijven. De AOW is bedoeld voor mensen die hiervoor elk jaar premie betalen, zoals de meeste gepensioneerden ook hebben gedaan. Wij moeten er alles aan doen om oneigenlijk gebruik van onze sociale zekerheid te voorkomen, om zo de AOW te behouden voor wie ervoor gespaard heeft. Daarom is de VVD ook voorstander van dit wetsvoorstel. 

Door de open grenzen verblijven mensen steeds minder lang in één land. Er is door anderen ook al gesproken over mensen die zich op hun 60ste in Nederland vestigen en voor slechts €9.600 verzekerd zijn van een AOW van €8.800 per jaar, vanaf pensionering tot overlijden. Iemand die in Nederland zijn hele leven op het minimumloon gewerkt heeft, heeft €63.000 premie betaald. Het is dan ook niet meer dan terecht dat de minimumpremie meer kostendekkend wordt gemaakt. Voor iedereen die daarover heeft gesproken: deze is niet volledig kostendekkend, alleen iets meer kostendekkend. 

De VVD vindt het dan ook positief dat mensen die zich in Nederland vestigen en niet werken, door dit wetsvoorstel niet langer de mogelijkheid krijgen om goedkoop AOW-rechten in te kopen, zodat zij vervolgens op kosten van Nederland, want dat is het geval, in hun thuisland van hun oudedag gaan genieten. 

Ik dank de staatssecretaris dat zij de aangehouden motie-Schut-Welkzijn van 28 mei 2014 heeft verwerkt in de nota van wijziging op dit wetsvoorstel. Hierdoor zal het nu zeven jaar duren voordat mensen die zich in Nederland hebben gevestigd en daar hebben gewerkt, AOW kunnen inkopen. Zo wordt aangesloten bij de termijn voor het verkrijgen van het Nederlanderschap, zoals in het oorspronkelijke wetsvoorstel ook bedoeld was. 

De vraag aan de staatssecretaris is: waarom is er nog een volgende nota van wijziging nodig? Wat is de reden daarachter? Hadden de technische wijzigingen niet in de eerste nota van wijziging kunnen worden meegenomen? 

De VVD wil dat regelingen zo veel mogelijk op elkaar aansluiten. Die termijn van zeven jaar wordt door mensen beter begrepen en eenvoudiger, als die ook in andere regelingen terugkomt. Die is richtinggevend voor het hebben van een band met Nederland. 

Ten slotte. Het is een goede zaak dat je eerst bijdraagt aan de Nederlandse maatschappij — en voor de VVD is dat door in Nederland te werken — voordat je rechten op AOW kunt inkopen over een periode waarin je niet in Nederland hebt gewerkt. 

De voorzitter:

Dank u wel. De staatssecretaris heeft gevraagd om een schorsing. 

De vergadering wordt van 20.06 uur tot 20.26 uur geschorst. 

De voorzitter:

Wij gaan nu luisteren naar de eerste termijn van de staatssecretaris van Sociale Zaken. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. Ik dank de leden van de Kamer voor hun inbreng. Eigenlijk heb ik uit al hun monden opgetekend dat zij het een goed idee vinden om de maatregelen nu te nemen, en ook om dit onmiddellijk na het overleg met terugwerkende kracht in te voeren. Daardoor wordt dit ordentelijk bij wet geregeld, en ik denk dat dat prima is. Ik kan hier nog enorm lang over uitweiden, maar dat zal ik niet doen, omdat de leden het goed hebben ingekleurd. 

Kortheidshalve zeg ik maar dat het mij wijs lijkt om te beginnen met de vraag die ieder lid heeft gesteld en waar dit debat eigenlijk om draaide: wat is de consequentie van de arbeidsverledeneis en wat zou de consequentie zijn van het schrappen van die arbeidsverledeneis? Ik denk dat het heel helder is dat het inkopen is bedoeld voor mensen die hier een bestaan opbouwen en hier willen blijven. We weten allemaal dat de migratiepatronen veranderen, maar dat is wel de gedachte achter het inkopen van AOW-rechten. Om ongewenste financiële effecten te voorkomen, is die arbeidsverledeneis noodzakelijk. Men moet een langere periode een bijdrage door arbeid aan het Nederlandse socialezekerheidsstelsel hebben geleverd, en zo een duidelijke band met Nederland hebben opgebouwd. Als de arbeidsverledeneis wordt geschrapt en er alleen een ingezeteneneis wordt gesteld, kan iemand die van buiten Europa komt na vijf jaar ingezetenschap inkopen, zonder via arbeid enige bijdrage aan het socialezekerheidsstelsel te hebben geleverd. Aan mensen van binnen Europa, voor wie het vrije verkeer van werknemers geldt, kan dan geen enkele eis meer worden gesteld, want zij mogen bij wijze van spreken al na één dag inkopen. Na te hebben ingekocht, zouden deze mensen direct weer naar het buitenland kunnen vertrekken. Bovendien kunnen zij dan ook gebruikmaken van de voortzettingsverzekeringen, en tien jaar lang elk jaar AOW inkopen. Om het zo te zeggen: voor hen geldt dan en-en. Al de door hen ingekochte AOW kan ook worden geëxporteerd. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat voor iemand die uit Europa komt, de vijf jaar in dat Europese land meetellen. Maar dat geldt toch net zo goed voor de arbeidsverledeneis? We hebben allemaal het voorbeeld gehoord van die 60-jarige Poolse meneer. Ik neem aan dat hij ook in Polen aan het werk is geweest, dus met dit wetsvoorstel mag hij dan toch gewoon op de eerste dag dat hij in Nederland is, AOW inkopen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat geldt. Tegelijkertijd geef ik aan de heer Van Weyenberg terug dat hij ook de Duitse casus over het voetlicht heeft gebracht, en die is ook een punt van aandacht. Het gaat er natuurlijk om dat wij graag willen dat de mensen ook in ons socialezekerheidsstelsel hun partij meeblazen. Als zij hier uitsluitend ingezetene zijn, en dus niet werken, doen zij dat niet. Ik weet dat een aantal leden heeft gevraagd of ingezeten zijn eigenlijk voldoende zou moeten zijn; je bouwt dan immers AOW-jaren op. Dat zou ik niet als leidmotief willen zien. Het gaat er echt om dat mensen meedoen, in de context van arbeid. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Op de relatie met de voorverstrekking komt de staatssecretaris vast nog te spreken, dus ik ga verder met de onduidelijkheid over de regels. Die eis van vijf jaar ingezetene zijn, geldt apart van de arbeidsverledeneis. Die blijft dus staan als je de arbeidsverledeneis zou weghalen. Maar voor iemand die vijf jaar in een ander Europees land ingezetene is geweest en heeft gewerkt, geldt dat hij ook met dit wetsvoorstel straks op de eerste dag gewoon AOW mag inkopen. Begrijp ik dat goed? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ja, dat klopt. 

De heer Ulenbelt (SP):

Laat ik een simpele vergelijking maken. De vrouw van een specialist in 't Gooi, die haar hele leven niet heeft gewerkt — die zijn er — bouwt op. Dat geldt echter niet voor een Griekse die trouwt met een Nederlandse arts. Dat is toch raar? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Mag ik even vragen of de Griekse partner van de Nederlandse man hier dan komt wonen? Als ze hier komt wonen, bouwt ze namelijk wel op. Als ze echter in Griekenland blijft, bouwt ze niet op. 

De heer Ulenbelt (SP):

Het gaat erom dat de vrouw van de Nederlandse specialist, die hier al woonde, gewoon AOW krijgt, terwijl de Griekse die trouwt met de buurman die ook specialist is, niet kan inkopen. Dat is toch raar? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Maar zo is het wel. Als die Griekse hier niet vijf jaar heeft gewerkt, kan ze niet inkopen. Neem me niet kwalijk, een Griekse is natuurlijk ingezetene van de EU. Als het echter een Chinese mevrouw betreft, moet ze hier echt vijf jaar gewerkt hebben. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Heel even voor de duidelijkheid. Ik denk namelijk dat er een misverstand is dat ik ook graag opgehelderd wil zien. Als een buitenlandse trouwt met iemand van hier, bouwt ze tot het pensioen AOW op voor de periode dat ze hier woont. Dan geldt dus hetzelfde voor de artsenvrouw en de Griekse vrouw of wie dan ook. In de periode dat ze hier wonen, bouwen ze gewoon AOW op. Voor de jaren dat ze in het buitenland geweest zijn, worden ze echter geacht daar AOW te hebben opgebouwd. Ik vind dat heel logisch. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de staatssecretaris? Of ze dat bevestigt? 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Ja. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat zei ik net ook, dus ja, dat bevestig ik. 

De voorzitter:

Dan hebben we hier helderheid over. De staatssecretaris vervolgt haar betoog. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Aanvullend op deze vraag kom ik op de vraag van de heer Omtzigt. Die zit natuurlijk ook in deze constellatie. Wat gebeurt er als iemand hier komt wonen en werken en na enige tijd arbeidsongeschikt raakt of in de WW terechtkomt? Als deze man of vrouw vijf jaar in Europa heeft gewoond en gewerkt, worden deze vijf jaar in aanmerking genomen en meegeteld om te voldoen aan de verzekerings- en arbeidsverledeneis. Dan kan die persoon gebruikmaken van de mogelijkheid om in te kopen. Als de persoon buiten de EU heeft gewerkt, behoeven de buitenlandse jaren niet te worden meegenomen. Als de persoon niet kan voldoen aan de verzekerings- en arbeidsverledeneis van vijf jaar, kan hij niet inkopen. Als iemand tijdelijk arbeidsongeschikt raakt en later weer gaat werken, kan hij gewoon inkopen, als hij in totaal tenminste vijf jaar verzekerd is geweest en heeft gewerkt. De perioden waarin hij heeft gewerkt, worden bij elkaar opgeteld. Dat is het antwoord op de vraag van de heer Omtzigt. De heer Van Weyenberg heeft deze vraag overigens ook gesteld. 

Mevrouw Vermeij heeft in deze context, en met haar de heer Van Weyenberg, gevraagd hoe het staat met vluchtelingen … 

De voorzitter:

Voor u verdergaat, is er nog een vraag van de heer Van Weyenberg. 

De heer Van Weyenberg (D66):

De staatssecretaris erkent met dit antwoord dat inkoop alleen mogelijk is als iemand na de arbeidsongeschiktheid wel weer gaat werken. Iemand die permanent arbeidsongeschikt is geworden, mag dus niet inkopen, ten eerste omdat er niet wordt voldaan aan de eis van vijf jaar arbeidsverleden en ten tweede omdat je volgens dit wetsvoorstel op het moment van inkopen nog moet werken. Begrijp ik dat goed? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ja. Als je bij elkaar opgeteld vijf jaar arbeid hebt verricht, kun je inkopen. 

De voorzitter:

Mevrouw Vermeij is nog niet helemaal overtuigd. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Dit is omdat er een paar zinnen zijn gewijzigd in de nota naar aanleiding van het verslag waarin ook werd gewezen op de hardheidsclausule die de SVB tot zijn beschikking heeft. Betekent dit dat de SVB dit besluit alsnog kan nemen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

De SVB heeft altijd de beschikking over een hardheidsclausule en bekijkt in die context natuurlijk altijd of er maatwerk kan worden geleverd. De vraag was gewoon heel sec: wat doe je bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid? Die vraag heb ik beantwoord. 

Mevrouw Vermeij heeft gevraagd hoe het zit met vluchtelingen. Die mogen natuurlijk niet direct na aankomst werken. De inkoopperiode van tien jaar begint zodra de verplichte verzekering ingaat. Dat is op het moment dat men ingezetene is van Nederland. Voor vluchtelingen ligt dit moment rond de datum waarop zij als vluchteling worden toegelaten. Dat is dus niet vanaf het eerste moment dat zij in Nederland komen, maar vanaf het moment dat ze als vluchteling worden toegelaten en ze een status krijgen. Het moment waarop vluchtelingen mogen gaan werken valt daarmee dus nagenoeg gelijk met het begin van de tienjaarsperiode. Dat is niet anders dan bij andere mensen die een beroep doen op de inkoopregeling. Zij hebben net als deze mensen een periode van tien jaar om de benodigde vijf jaar in te werken. 

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, is er op dit punt nog een interruptie van mevrouw Vermeij. 

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik ben geneigd om de voorzitter een vraag te stellen, maar ik zal dat niet doen. Laat ik mijn wens maar duidelijk maken. Bij mijn weten is er een periode waarin je niet kunt werken. Mij zou het een lief ding waard zijn als de periode pas zou ingaan op het moment dat er ook recht op werk bestaat. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat heb ik getracht te zeggen. Vluchtelingen mogen natuurlijk niet werken als zij hier als asielzoeker aankloppen. Ze mogen hier pas werken als ze een status hebben gekregen. Vanaf dat moment gaat de periode van tien jaar ook in. 

Dat was mijn beantwoording van de vragen over het schrappen van de arbeidsverledeneis. De Kamer zal begrijpen dat ik de amendementen die hierover zijn ingediend en die ik al heb kunnen bekijken, ontraad op basis van hetgeen ik net naar voren heb gebracht. Dat kan ik nu alvast zeggen in de eerste termijn. 

Voorzitter, met uw welnemen loop ik de verschillende sprekers even langs, omdat zij nog aanvullende vragen hebben gesteld. 

De heer Ulenbelt heeft gevraagd of ik wat meer kan zeggen over de bureaus die mensen helpen met de inkoop. We weten dat er inderdaad twee bureaus binnen de Poolse gemeenschap in Nederland waren die mensen adviseerden over de aanvraag van de AOW-inkoop. Die aanvragen voldeden keurig aan de voorwaarden. Er was dus geen sprake van fraude, maar wel van mogelijk onbedoeld gebruik, zoals we dat netjes noemen. Dat was een van de redenen waarom wij deze maatregel hebben voorgesteld en ingevoerd. 

De heer Ulenbelt heeft ook gevraagd hoe het zit met Nederlanders die repatriëren. Wat is de verhouding tussen Nederlanders die repatriëren en buitenlanders? Die vraag is ook breder gesteld. Nederlanders die naar het buitenland vertrekken en vervolgens naar Nederland terugkeren, kunnen geen AOW inkopen. Dat is ook het antwoord op de vraag van mevrouw Schouten. De mogelijkheid om in te kopen bestaat alleen voor verzekerden die voorafgaand aan de verplichte verzekering niet eerder verplicht verzekerd waren. Omdat de verplichte verzekering begint zodra men ingezetene van Nederland is, zijn Nederlanders voor vertrek naar het buitenland altijd verplicht verzekerd. Voor Nederlanders die naar het buitenland vertrekken, bestaat de mogelijkheid om de verplichte verzekering vrijwillig voor maximaal tien jaar voort te zetten. Dat is de voortzettingsregeling. Daar heeft het debat in de eerste termijn van de Kamer zich ook op toegespitst. Tot zover de vraag van de heer Ulenbelt. Ik kom zo nog op de vraag van mevrouw Schouten. 

De heer Ulenbelt heeft ook een vraag gesteld over de controle van de buitenlandse pensioenrechten bij de AOW-inkoop. De klant die wil inkopen, moet bij de SVB aantonen dat hij geen ouderdomspensioen heeft in het buitenland. De SVB verifieert de aangeleverde gegevens bij de zusterorganisaties in het buitenland. 

De heer Ulenbelt (SP):

Is dat dan geen probleem? Je moet namelijk aantonen dat je iets niet hebt. Of kan de sociale verzekeringsbank in het land van herkomst gewoon een papiertje afgeven waarop staat dat je in dat land geen rechten hebt? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Het gaat erom dat je zelf aangeeft dat je geen rechten hebt opgebouwd. Dat kan de SVB dan verifiëren en dat doet hij ook. Als je zelf vertelt dat je altijd hebt gewerkt in je land van herkomst en dus wel een voorziening hebt opgebouwd, kom je er niet voor in aanmerking. 

De heer Ulenbelt (SP):

Ik kan geen document overleggen als ik niets heb opgebouwd. Of kan ik dan in mijn land van herkomst een document krijgen waarop staat dat mijn opbouw nul is? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Volgens de kennis die ik nu heb, zit het als volgt. Als een man of vrouw uit het buitenland die een inkoopregeling wil, daarbij meldt dat hij of zij nog niets heeft opgebouwd, gaat de SVB dat verifiëren. 

De heer Ulenbelt zegt dat de stijging van het aantal inkomens eigenlijk is veroorzaakt door de SVB zelf, omdat de SVB een brief gestuurd heeft waarin iedereen nog eens op de aankoopregeling werd gewezen. Ook de heer Van Weyenberg heeft daarover een opmerking gemaakt. De SVB stuurde maandelijks een brief naar iedereen die langer dan drie jaar terug is in Nederland en wees daarin op de inkoopmogelijkheid. De SVB is daarmee begonnen op verzoek van de Kamer en toenmalig staatssecretaris Aboutaleb. Er heeft eenmalig in 2013 een inhaalactie plaatsgevonden. Toen zijn in één keer de mensen aangeschreven die langer dan drie jaar in Nederland waren. Daarmee wordt de stijging in 2013 verklaard. Ik kan dat ruiterlijk toegeven. De SVB heeft de mensen er zelf op gewezen. 

De heer Madlener heeft gevraagd waarom niet is gekozen voor een volledig kostendekkende premie. Als we de premie kostendekkend zouden maken, heeft het eigenlijk geen nut meer voor mensen om in te kopen. De regering wil wel de mogelijkheid stimuleren dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor de reparatie van hun AOW-tekort. Dan is het niet gek om de minimumpremie te verhogen, maar we kunnen de premie niet geheel kostendekkend maken. 

De inkoopregeling ondersteunt bijvoorbeeld kinderen van expats die met hun ouders naar het buitenland gaan voor aanvang van de AOW-leeftijd, dus als ze 13 jaar of 14 jaar zijn, en daarna terugkeren naar Nederland. Zij hebben een AOW-tekort. Wij vinden gewoon dat die kinderen dat wel moeten kunnen repareren. 

Mevrouw Vermeij heeft gevraagd hoe het nu precies met de intensiteit van het werk zit. Het ging haar om de bijbaantjes. Er moet een dienstbetrekking zijn of zijn geweest. Dat begrip is ontleend aan het huidige artikel 6 van de AOW. Uit de jurisprudentie over het begrip "dienstbetrekking" blijkt dat geen eisen mogen worden gesteld aan de omvang van de dienstbetrekking. Ook met een dienstbetrekking van minder dan het gangbare aantal uren per week kan dus worden voldaan aan het arbeidsverledencriterium. Ook met een bijbaantje kan dus aan het arbeidsverledencriterium worden voldaan. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat zijn de feiten. De grote vraag is natuurlijk wat dit dan nog in hemelsnaam toevoegt. Dat betekent dus dat ik mag inkopen als ik een uur bij mevrouw Vermeij in dienst ben getreden. Als ik er maar voor zorg dat ik dat ene uur in het jaar een paar jaar volhoud, ben ik er dus al. Dit wordt toch een complexe administratieve uitvoering voor iets wat maar heel weinig toevoegt? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik ben daar al op ingegaan bij mijn beantwoording van de vragen over de arbeidsverledeneis. De hoeveelheid uren die aan de orde is, is gewoon netjes in lijn met wat we in de AOW geregeld hebben. We blijven dus gewoon netjes recht in de leer ten opzichte van artikel 6 van de AOW. 

Mevrouw Vermeij heeft gevraagd of inkoop door jongeren die terugkeren naar Nederland, nog mogelijk is. Ik ben daar eigenlijk al op ingegaan. Ook deze jongeren moeten natuurlijk voldoen aan de eis dat er vijf jaar gewerkt is. Zij hebben na terugkeer in Nederland tien jaar de tijd om in te kopen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb nog een vraag over het antwoord op de vraag van mevrouw Vermeij. De staatssecretaris haalde zelf net al de kinderen van de expats aan. Ik denk dat er nog wel meer kinderen zijn die hier komen. Als de kinderen die hier komen 16 jaar oud zijn, hebben ze al een AOW-gat. Dat is weliswaar maar een gat van één jaar, maar er is een AOW-gat. Moeten die kinderen dan ook inderdaad echt binnen die tien jaar vijf jaar gaan werken? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is wel aan de orde. Het kan dus ook een bijbaantje zijn. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als je straks dan ook nog moet gaan lenen voor je studie, wordt het wel ingewikkeld. Dan ga je nog studeren en kun je er dus niet meer bij werken en kun je ook geen AOW-gat meer opvullen. Waarom doen wij dat voor die kinderen? Dat is op dit moment toch ook niet aan de orde en dat is toch een beetje buiten de geest van dit artikel? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik zou het ook niet willen afdichten, want als je met je vader en moeder naar het buitenland gaat en terugkomt en je vader en je moeder je willen helpen om ook je oudedagsvoorziening goed te borgen, zou ik me kunnen voorstellen dat dat ook gewoon gebeurt. Of je gaat inderdaad werken en niet studeren. Dat gebeurt soms ook met kinderen. Dan kun je er ook voor kiezen om het gat te dichten. Dus ik zou dit niet willen afsluiten. 

De voorzitter:

Wij houden interrupties nog steeds in tweeën, zeg ik tegen mevrouw Schouten. Dat heb ik bij de anderen ook zo gedaan. Misschien kan mevrouw Schut het overnemen of een aanvullende vraag stellen? 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Het gaat over hetzelfde onderwerp. Ik sluit mij aan bij mevrouw Schouten. Als jongeren weinig verdienen, wordt dan toch ook aangesloten bij het jeugdminimumloon? Heb ik dat goed gelezen en betekent dit dus ook dat de premie die ze betalen, aansluit bij wat ze verdienen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat heeft mevrouw Schut-Welkzijn heel goed gelezen, want er wordt inderdaad aangesloten bij het wettelijk minimumjeugdloon. Dat is natuurlijk een navenante premie, dus die premie is beduidend lager dan het wettelijk minimum volwassenenloon. Dat klopt. 

De heer Ulenbelt (SP):

Aansluitend op mevrouw Schouten, dat betekent dus in de praktijk dat die 16- of 17-jarige jongeren hier vijf jaar, straks zeven jaar, werken. Dan zegt de PvdA achter mij: dat is maar één uur per week. Daarmee wordt dus bewezen dat die arbeidsverledeneis echt lariekoek is, want het kan met één uur in de week. Dat kan iedere buitenlander dan dus ook doen. Bovendien wordt het nog makkelijker. Hij gaat gewoon als zzp'er aan het werk. Een beetje inkomen en je hebt het. Dus hiermee is het bewijs geleverd, naar aanleiding van de terechte vraag van mevrouw Schouten, dat het een onzinregeling is en dat het afwijzen van dat amendement uitermate onverstandig is. 

De voorzitter:

We gaan het horen van de staatssecretaris. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dit is een statement van de heer Ulenbelt. Daar laat ik het even bij, want ik was bezig met de beantwoording van mevrouw Schouten. Zij heeft de vraag gesteld of de stijging van het aantal inkopers kan worden verklaard. Ja, dat komt natuurlijk ten eerste doordat de migratie naar Nederland is toegenomen. Er zijn meer mensen met een AOW-tekort. In de tweede plaats is in 2010 de beslisperiode waarbinnen mensen, nadat zij in Nederland verplicht verzekerd waren geraakt, konden beslissen of zij wilden inkopen verruimd van vijf jaar tien jaar. Dat gaf mensen dus gewoon meer ruimte om te sparen. 

Tot slot is de belangrijkste reden voor de recente stijging, waar ik het al over had, dat er echt actief geïnformeerd is naar potentiële kopers. Dus de SVB heeft inderdaad door die brief aan iedereen te schrijven mensen daar nog eens extra op geattendeerd. 

Verder heeft mevrouw Schouten gevraagd — dat is natuurlijk voor haar voor vanavond het belangrijkste — of ik de mogelijkheid zou willen creëren voor ontwikkelingsmedewerkers, zendelingen en mensen die voor dit soort instellingen actief zijn om achteraf de AOW in te kopen. Zij heeft gevraagd hoeveel dat gaat kosten. Ik weet, ook omdat mevrouw Schouten dit al eerder heeft aangekaart, ook in schriftelijke vragen, dat dit onderwerp de ChristenUnie na aan het hart ligt. Wij hebben ook in een brief van 9 juni 2010 aangegeven welke belangrijke overwegingen er een rol spelen. Het komt er kort gezegd op neer dat de mogelijkheid waar mevrouw Schouten naar vraagt niet kan worden beperkt tot alleen ontwikkelingsmedewerkers en zendelingen. Ik heb al geschreven dat ik nog bezie of de voortzettingsverzekering moet worden aangepast. Daarbij wil ik ook de kosten in kaart brengen. Laat ons daar nog even heel stevig naar kijken, ook naar de kosten van het geheel, zeg ik tegen mevrouw Schouten. Ik vind het namelijk ongewenst om dit nu al wettelijk te regelen. 

De voorzitter:

Ik denk dat mevrouw Schouten daar nog niet tevreden mee is. Zij heeft ongetwijfeld nog een vraag. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik wil er eerst op wijzen dat wij dit niet beperken tot zendelingen en ontwikkelingswerkers. Wij sluiten aan bij artikel 35 van de AOW, waarin wordt gewezen op werk in het algemeen belang. Het is dus breder. Het is gedefinieerd; de SVB heeft zo'n lijst en weet precies waar het over gaat. Wij doen dus helemaal niets nieuws. Wij behandelen nu een wet die juist over de AOW-inkoop gaat. Dit lijkt mij het geëigende moment om ook dit punt goed te regelen. Bovendien plugt de staatssecretaris zelf nog een onderwerp in het wetsvoorstel, namelijk de AIO, waarvan je ook kunt zeggen: moet dat nu? Het argument van de staatssecretaris is: nu is niet het juiste moment. Maar ik zou graag een meer inhoudelijke appreciatie van de staatssecretaris hebben. Hoe kijkt zij tegen het amendement op stuk nr. 10 aan? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Als mij dat op de vrouw af gevraagd wordt, zou ik het amendement ontraden, omdat deze inkoopregeling niet in lijn is met wat wij nu voorstellen. Ik begrijp heel goed wat mevrouw Schouten in haar amendement wil bewerkstelligen. Van de kant van de regering kan ik dat echter niet onderschrijven. Ik wil het amendement dus ontraden op dat punt. Mevrouw Schouten heeft in het verlengde hiervan gevraagd of ik wil bekijken wat dit zou kunnen kosten. Als het amendement in stemming zou worden gebracht en zou worden aangenomen, moeten we natuurlijk ook weten hoeveel dekking we zouden moeten regelen. Ik wil best wel proberen om dat uit te zoeken, want dit vind ik een legitieme vraag van mevrouw Schouten. Maar als zij mij vraagt of ik het amendement wil overnemen, dan zeg ik nee. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat is jammer, maar ik wil graag de mening van de staatssecretaris horen: hoe kijkt zij aan tegen het feit dat we nu twee verschillende situaties hebben? Die hadden wij al, maar wat vindt zij ervan dat iemand die nog nooit in Nederland is geweest, wel kan inkopen, terwijl iemand die van Nederlandse afkomst is en die een tijdje in het buitenland werkt en dan ook nog in het algemeen belang, niet kan inkopen? Hoe duidt zij die onrechtvaardigheid? 

Mijn volgende vraag is: kan de staatssecretaris misschien inzicht in de kosten geven en kan zij daarover voor de stemmingen een brief sturen? Zij heeft meer informatie. Zij heeft er kennelijk al vaker naar gekeken. De regels worden nu aangescherpt. Daarmee zal het bedrag waarschijnlijk nihil worden, schat ik. Kan de staatssecretaris in een brief voor de stemmingen aangeven wat de kosten van dit voorstel zouden zijn? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat laatste wil ik graag toezeggen. Ik zal mijn uiterste best doen om dat voor de stemmingen naar de Kamer te sturen. 

Ik kom op de eerste vraag van mevrouw Schouten. Ik heb het debat goed gevolgd en ook ik ben van mening dat het zeer voor de hand zou liggen als de mensen over wie we nu spreken, gebruikmaken van de voortzettingsverzekering. Ik denk dat achteraf kunnen inkopen, ook financieel, veel meer voor de hand ligt dan nu repareren. Praktisch en pragmatisch gezien zie ik geen reden om dit amendement over te nemen. 

Ik kom op de volgende vraag van mevrouw Schouten. Heeft de staatssecretaris in overweging genomen dat de regeling in stand blijft voor slechts 60 personen? Zou je die regeling dan niet moeten afschaffen? Ik zou de regeling niet helemaal willen afschaffen, want de overheid blijft mensen natuurlijk stimuleren om eigen verantwoordelijkheid te nemen voor een eventueel te repareren AOW-tekort. De mogelijkheid van inkoop ondersteunt bijvoorbeeld kinderen van expats. Dat hadden we net al bij de kop gevat. Zij hebben bij terugkeer een AOW-tekort en kunnen dan AOW inkopen. Ik overweeg niet om de hele regeling op te doeken, als ik mij zo mag uitdrukken. 

Mevrouw Schouten vroeg of de stijging van het aantal inkopers over de afgelopen jaren kan worden verklaard. Ik ben daarop eigenlijk al ingegaan. 

De heer Omtzigt vroeg waarom iemand met een paar euro pensioen in het buitenland niet kan inkopen. Hij kwam met het voorbeeld van de bruid. Moet je eigenlijk niet een minimum aanhouden? Iemand die naar Nederland komt mag wel inkopen, maar niet over de jaren waarin hij pensioen in het buitenland had. Over de andere jaren mag het dus wel. Als de bruid in kwestie een paar jaar heeft gewerkt, kan zij over die jaren geen AOW inkopen, maar over de andere jaren wel. Ik zou er niet voor zijn om een minimum aan te houden. 

De heer Omtzigt vroeg ook of het kabinet een brede verkenning kan uitvoeren in de sociale zekerheid, om te bezien waar er nog meer onbedoelde "mazen" zitten — het zijn mijn woorden — die ertoe kunnen leiden dat er een groter beroep wordt gedaan op de sociale zekerheid. Ik denk dat wat wij vanavond behandelen, een voorbeeld is van het feit dat wij echt zeer proactief iedere keer opnieuw bezien welke aangelegenheden in de sociale zekerheid aan de orde kunnen zijn. Wij kijken iedere keer nauwgezet of er mazen zijn. Ook bezien wij of er maatschappelijke ontwikkelingen zijn — dat kan natuurlijk ook —- die ertoe leiden dat het beroep op een wet onevenredig toeneemt. Wij nemen dan onmiddellijk maatregelen om dat een halt toe te roepen. Een brede verkenning in de hele sociale zekerheid op dat punt acht ik niet noodzakelijk. 

De heer Omtzigt vroeg hoeveel de besparing van het wetsvoorstel bedraagt. Wij hebben berekend dat op de lange termijn de uitkeringslasten afnemen met 26 miljoen euro. Op de korte termijn is er geen budgettair effect. Minder mensen kopen in, maar tegen een hogere premie. 

De heer Omtzigt (CDA):

Dat is een helder antwoord. Als die heldere budgettering kan worden aangegeven, hoop ik dat wij voor de stemming een schatting krijgen van wat het amendement van mevrouw Schouten zou kosten. Dit zou een potentiële dekking zijn. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik denk dat het goed is om dit over de verschillende jaarschijven aan u te doen toekomen, omdat die 26 miljoen op de lange termijn wordt gerealiseerd. Wij zullen nauwgezet laten zien hoe een en ander over de verschillende jaarschijven is verdeeld. Dat geldt zowel voor de besparing van het wetsvoorstel als voor de onderbouwing van de dekking van het amendement van mevrouw Schouten. 

De voorzitter:

Kunnen wij die brief nog voor de stemmingen verwachten? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Zeker. 

De heer Van Weyenberg heeft gevraagd waarom de wet met terugwerkende kracht in werking treedt. Ik ben daarop al een beetje ingegaan, maar voor de Handelingen vind ik het belangrijk om te zeggen dat dit alles te maken heeft met het aankondigingseffect. Het bekend worden van het ontwerpbesluit had kunnen leiden tot een eenmalige toeloop op de regeling van mensen die nog snel even van de huidige gunstige voorwaarden gebruik hadden willen maken. Dat is natuurlijk ongewenst, want daardoor neemt het onbedoelde gebruik toe. Dat willen wij met zijn allen niet. 

De heer Van Weyenberg heeft mij ook gevraagd waarom ik in de nota van wijziging voorstel om de duureis te verlengen van vijf naar zeven jaar. Dat doen wij om aan te sluiten bij de periode die in de Rijkswet op het Nederlanderschap wordt gehanteerd. Die termijn speelt een belangrijke rol voor het hebben van een band met Nederland. De regering heeft een voorstel tot wijziging van de Rijkswet ingediend. Daarin wordt voorgesteld om de termijn te verlengen. Daarom heb ik de nota van wijziging naar de Kamer gestuurd. Er zit een samenloopbepaling in met dat wetsvoorstel. Dat is ook conform de aangehouden motie van mevrouw Schut. 

De heer Van Weyenberg vraagt naar de arbeidsverledeneis. Daar ben ik eigenlijk al op ingegaan. 

Last but not least ... 

De heer Van Weyenberg (D66):

De staatssecretaris is vandaag wel erg van het "kort en bondig". Daar ben ik normaal ook van, maar er zijn vele vragen gesteld over het karakter van een volksverzekering. Ik denk dat de Kamer een wat uitgebreider antwoord, dat iets meer recht doet aan de gestelde vragen, wel zou waarderen. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat wil ik met alle plezier doen. Als je het hebt over de arbeidsverledeneis bij vrijwillige inkoop, verandert er niets aan de collectieve verplichte AOW-verzekering. Iemand die voor het eerst in Nederland komt wonen, blijft vanaf dat moment verplicht verzekerd. Daarvoor gaat geen arbeidsverledeneis gelden. Dat is inderdaad gewoon onze volksverzekering. 

Wij hebben het hier over de inkoop, een faciliteit waar mensen vrijwillig en op individuele basis gebruik van kunnen maken. Deze heeft, zo vinden wij, een ander karakter dan de verplichte verzekering. Daar kunnen dan ook andere voorwaarden aan gesteld worden, zonder inbreuk te maken op het uitgangspunt van de verplichte AOW-verzekering dat men verzekerd is door hier gewoon te wonen. Aangezien een inkoper uit eigen beweging gebruikmaakt van een faciliteit van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel, is het redelijk om te verlangen dat hij ook een actieve bijdrage aan dat stelsel levert door hier voldoende gewerkt te hebben. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Die actieve bijdrage zit wat mij betreft ook in het feit dat je een aantal jaren in Nederland moet zijn voordat het überhaupt mag. Even iets ten principale. De staatssecretaris zegt eigenlijk: dat is een heel andere regeling dan de opbouw van de AOW als je hier bent. Echter, de hele AOW is erop gericht dat mensen gedurende hun leven tot aan de pensioengerechtigde leeftijd een goed basispensioen kunnen opbouwen in een omslagstelsel. Dan vind ik de knip die de staatssecretaris legt tussen het verleden en de actuele opbouw wel heel digitaal. Dat vind niet alleen ik, dat vindt ook de Raad van State. Heeft de Raad van State het dan helemaal bij het verkeerde end? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is misschien een appreciatie — daarom is het ook goed dat de heer Van Weyenberg dat bij interruptie nog een keer aan de orde stelt — van de volksverzekering en het inkopen op individuele basis, die net wat anders is. Ik kies ervoor om te zeggen: als je uit eigen beweging gebruikmaakt van de mogelijkheid om je in te kopen, dan draagt dat een andere appreciatie in zich dan als je hier die volksverzekering, die AOW, opbouwt doordat je gewoon in Nederland woont. 

De heer Ulenbelt (SP):

De bijdrage van iemand bestaat toch uit de premie die hij of zij betaalt voor de inkoop? Dat werken, die arbeidsverledeneis, stelt toch niets voor? Je kunt zelfs maar één uur per jaar, zeven jaar lang als zzp'er gewerkt hebben. Dan is dat toch een wassen neus? Dan houdt de staatssecretaris zichzelf toch voor de gek? Als je één uur per jaar werkt, is dat geen wezenlijke bijdrage aan de sociale zekerheid in Nederland, maar het geeft wel recht op opbouw. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik heb helder, duidelijk en eerlijk willen vertellen wat de arbeidsverledeneis precies behelst, ook naar aanleiding van vragen van de kant van de Kamer. Het minimale is dat ene uur. Mevrouw Vermeij vroeg of dat ook kan gelden voor een bijbaan, zeker als het gaat om jonge mensen. Het antwoord daarop is ja, maar de arbeidsverledeneis kan ook meerdere uren in zich dragen. Dat is aan de mensen zelf. Ik vind alleen wel dat ik de helderheid moet verschaffen dat het in theorie ook één uur kan zijn. Op de terechte vraag van de heer Van Weyenberg over het karakter van de volksverzekering en het karakter van die individuele basis heb ik geantwoord. 

De heer Ulenbelt (SP):

Het is een antwoord, maar het is natuurlijk wel wegkijken van de realiteit. De bedoeling is om onbedoeld gebruik ongedaan te maken, maar dat kun je dus ontduiken — misschien mag ik dat niet eens zeggen, omdat ik dan iemand weer op een idee breng — door één uur per jaar in Nederland te werken. Dat is dan toch schijn? Dan kan de staatssecretaris veel beter de premie echt kostendekkend maken. Daar bestaat dan de bijdrage uit aan de Nederlandse sociale zekerheid, in dit geval AOW. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar kies ik niet voor. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Heeft de staatssecretaris berekend hoeveel het kost aan administratieve lasten om na te gaan of dat uur is gewerkt? Dat gaat immers voor al die mensen gelden, dus dat moet de SVB allemaal gaan controleren. Heeft zij berekend wat de kosten zijn? 

Staatssecretaris Klijnsma:

We hebben natuurlijk een uitvoeringstoets laten doen bij de SVB, dus daar is inzicht in geboden. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Kan de staatssecretaris aangeven hoe hoog die kosten zijn? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat heb ik hier niet paraat, zeker niet per uur dat is gewerkt. Die uitvoeringstoets leidt er toe dat de SVB dat per mens heel goed inzichtelijk kan maken. Het maakt dan natuurlijk niet zo veel uit of iemand nu 1 uur of 36 uur per week werkt. 

De voorzitter:

Ik zou u willen meegeven dat u dit in uw tweede termijn mee kunt nemen, mevrouw Schouten. Die krijgen we immers ook nog. Wellicht kan de staatssecretaris er in haar tweede termijn ook op terugkomen en daar meer helderheid over geven. Ik wil de staatssecretaris de ruimte geven om nu haar verhaal af te maken. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik vind het een goed idee om in tweede termijn nog even iets te zeggen over de uitvoeringskosten van de SVB. Dat is prima. 

Mevrouw Schut-Welkzijn van de VVD-fractie heeft gevraagd waarom we die nota van wijziging nodig hadden en waarom we het niet al eerder hebben geregeld. Dit is gewoon een technische aanpassing. Het gaat om de onbedoelde terugwerkende kracht tot 24 maart. We hebben dit gewoon niet eerder gezien, daarom hebben we het middels die nota van wijziging gedaan. 

Ik denk dat ik hiermee aan het eind ben gekomen van de beantwoording van de vragen van de leden in eerste termijn. 

De voorzitter:

Daar denken twee leden iets anders over. Misschien staan er nog vragen van hen open. 

De heer Madlener (PVV):

Ik meen dat er ook is gevraagd om de achtergrond van die toename inzichtelijk te maken. Welke mensen hebben de laatste jaren gebruik gemaakt van deze regeling, nadat de heer Aboutaleb er reclame voor heeft gemaakt? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar ben ik op ingegaan. Ik heb ook in de nota naar aanleiding van het verslag goed geschetst hoe groot de toename was. Daarnaast heb ik aangegeven dat we niet heel erg eenduidig kunnen melden waar dat onbedoelde gebruik nu precies aan de orde is geweest. Er waren echter wel tendensen, zoals ik ook net mijn beantwoording al naar voren heb gebracht. We hebben in elk geval twee bureaus dienaangaande bespeurd. We hebben natuurlijk zeer proactief geacteerd. 

De heer Madlener (PVV):

Daarmee is mijn vraag niet beantwoord. Ik wil weten welke mensen gebruik hebben gemaakt van deze regeling de laatste jaren, nadat de heer Aboutaleb daar reclame voor heeft gemaakt. Zijn dat mensen uit Polen, uit Marokko en noem maar op? Ik wil graag weten wat de etniciteit of de nationaliteit is van de mensen die deze regeling hebben benut. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is heel divers. Mensen komen van overal en nergens naar Nederland, zou ik willen zeggen. Ik weet dat ook een aantal Chinese mensen een beroep heeft gedaan op deze regeling. Diversiteit is echt aan de orde. Het is niet uitsluitend vanuit één land. 

De voorzitter:

Ik wil u voor uw verdere vragen doorverwijzen naar uw tweede termijn, mijnheer Madlener. 

De heer Ulenbelt heeft nog een vraag. 

De heer Ulenbelt (SP):

Mijn vraag gaat over de wijziging van de Participatiewet, die 17 miljoen gaat kosten. Waarom? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat betreft de AIO. De heer Ulenbelt heeft daar ook een interruptiedebatje met mevrouw Vermeij over gevoerd. Met de nota van wijziging wordt de berekeningssystematiek van de bijstandsnorm voor ouderen verbeterd. Dat is de reden. Ik heb dat aangekondigd in de brief van 30 juni, waar verschillende maatregelen voor ouderen in stonden. We willen deze berekeningssystematiek verbeteren en dat kost inderdaad 16 miljoen. Dat geld komt terecht bij ouderen met de allerkleinste portemonnees. 

De heer Ulenbelt (SP):

De enige reden is dus het stroomlijnen van de berekeningssystematiek. Dat is het. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ja, want op dit moment wordt de bijstandsnorm voor AOW-gerechtigden als een nominaal bedrag vastgelegd, terwijl de hoogte van de AIO-norm wordt bepaald door het bedrag periodiek te verhogen met hetzelfde percentage als de bijstandsnorm voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Het is een beetje technisch, maar door die systematiek worden wijzigingen in de hoogte van de ouderenkortingen niet verdisconteerd in de bijstandsnorm voor ouderen. Daarom wil het kabinet de vaststelling van de AIO-norm op dit punt verbeteren. Het is echt een verbetering. 

De heer Ulenbelt (SP):

Dat ben ik met de staatssecretaris eens, maar het werd niet echt toegelicht waarom het allemaal gebeurde. Daar heb ik nu een antwoord op, hoewel dat wat moeilijk kwam. Hoe het in elkaar zit, had ik zelf al wel gelezen en dat hoeft de staatssecretaris wat mij betreft hier niet te herhalen. Het gaat dus om het synchroniseren van berekeningen. Dan weet ik er voor de toekomst nog wel een paar! 

Staatssecretaris Klijnsma:

Waarom is de heer Ulenbelt nou niet gewoon blij met het feit dat we deze berekeningen in ieder geval synchroniseren? Dat is toch wel plezierig, denk ik, voor de mensen die het betreft. 

De voorzitter:

Ik kijk even of er nog dringende vragen zijn blijven liggen. Daar zouden we dan de tweede termijn voor kunnen gebruiken. De heer Madlener heeft nog een vraag die in eerste termijn is blijven liggen. 

De heer Madlener (PVV):

Er is volgens mij over de AIO veel meer gezegd en gevraagd. Ik heb bijvoorbeeld gevraagd of de staatssecretaris bereid is om die regeling te stoppen voor mensen met een andere nationaliteit dan de Nederlandse. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Het antwoord daarop is nee. 

De heer Madlener (PVV):

Vindt u dat dan fair ten opzichte van de Nederlandse gepensioneerden die erop achteruitgaan, terwijl mensen, vaak uit Marokko, van u een cadeautje van de belastingbetaler krijgt? Dat bedrag wordt nu zelfs nog verhoogd. Kunt u uitleggen dat Nederlandse gepensioneerden erop achteruitgaan, terwijl mensen uit Marokko erop vooruitgaan? En dat terwijl mensen uit Marokko heel vaak nog een eigen huis bezitten, waar geen controle op is. Dat is namelijk nog steeds niet mogelijk. Kunt u uitleggen dat Nederlandse gepensioneerden wel streng beoordeeld worden, maar Marokkaanse niet? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Iedereen die in Nederland woont en die hier AOW heeft opgebouwd, hetzij volledig, hetzij onvolledig, heeft daar gewoon recht op. Als die AOW onvolledig is opgebouwd en men onder het bijstandsniveau zit, dan is het een groot goed in ons land dat dat wordt bijgeplust met de AIO. Ik vind het ook plezierig — dat hebben we net ook gewisseld — dat we dat dan ook ordentelijk doen, voor iedereen die in Nederland woont. 

De voorzitter:

Ik wil nu overgaan tot de tweede termijn. U kunt uw vragen daarin meenemen. Ik zie dat er geen behoefte is aan een schorsing. Ik geef voor de tweede termijn van de Kamer als eerste het woord aan de heer Ulenbelt. 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. De staatssecretaris moet uit mijn woorden niet opmaken dat ik niet blij zou zijn met het bedrag waarmee de aanvullingsregeling inkomen ouderen wordt verbeterd. Het was een vraag: waarom doe je het op deze manier? Geen misverstand hierover dus. 

Volgens mij is uit dit debat gebleken dat de arbeidsverledeneis en die arbeidsvoorwaardeneis werkelijk helemaal niets toevoegen aan de effectiviteit van deze wet. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is wel het feit dat je, als je straks eventueel vijf of zeven jaar een uurtje als zzp'er werkt, volgens de Nederlandse wet voldoet aan de eisen om te kunnen inkopen. Dat soort wanstaltige wettelijke bepalingen moeten we niet willen, zeker niet omdat daarmee de indruk kan worden gewekt dat het arbeidsverleden iets te maken heeft met de AOW. De Raad van State wijst daar terecht op. Waarom moeten wij nu een wettelijke bepaling opnemen die ontdoken kan worden op de meest simpele manier, bovendien tegen het advies van de Raad van State in? Ik vind niet dat je adviezen van de Raad van State altijd over hoeft te nemen, maar dit is natuurlijk echt een juweeltje van een advies. Schrap dit alsjeblieft! Voordat je het weet, verander je het karakter van de AOW. Waarom geen woonlandbeginsel in de AOW? Er komt vast een keer iemand op dat idee. Ik ben er niet voor. Maar hier wordt wel gezegd: deze mensen nemen de Nederlandse AOW mee naar Polen, Spanje of waar dan ook, landen waar het levensniveau lager is. Dan is er nog één stap. Daar moeten we weg bij blijven. 

Meer reclame voor mijn eigen amendement kan ik niet maken, voorzitter. Hier laat ik het dan ook bij. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb een vraag van technische aard. Er liggen twee amendementen van het lid Ulenbelt. Stel dat het ene amendement wordt aangenomen, dan is het andere toch niet meer nodig? Heb ik dat goed begrepen? 

De heer Ulenbelt (SP):

Dat klopt. Het voorstel is om het verst strekkende amendement eerst in stemming te brengen. Als dat wordt verworpen, kan het tweede in stemming worden gebracht. De heer Van Weyenberg heeft een soortgelijk amendement. We gaan nog samen overleggen over de vraag of we ze in elkaar kunnen schuiven. Daar ziet het wel naar uit. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is de avond van de verbazingen. Ik zag dat de heer Van Weyenberg een amendement had ingediend dat nog verder ging dan het amendement van de SP. D66 is vandaag dus nog socialistischer dan de SP, dat moet toch even gemeld worden! 

De heer Ulenbelt (SP):

Dat is in dit geval niet, en eigenlijk nooit, waar. Onze intentie op dit punt spoort volledig met die van D66. 

De voorzitter:

Dat gaan de beide heren dan nog uitvogelen met elkaar en mogelijk komt er een gezamenlijk amendement. We gaan luisteren naar de tweede spreker, de heer Madlener. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik begin met het herhalen van mijn vraag in eerste termijn. We hebben kunnen horen dat de enorme toename van het ongewenste gebruik van de regeling te maken heeft met een oproep uit deze Kamer. De heer Aboutaleb ging in feite reclame maken voor deze regeling. Ik wil weten wie deze mensen zijn. Dat is een heel simpele vraag. Het gaat om de nationaliteit van deze mensen. Het lijkt mij dat deze feitelijke vraag gewoon beantwoord moet kunnen worden door de staatssecretaris. Als Kamerlid heb ik recht op informatie en zo moeilijk is de vraag niet. Ik herhaal mijn vraag: is de staatssecretaris bereid om, desnoods in een brief aan de Kamer, dit mede te delen, zeker gezien het feit dat een partijgenoot van haar verantwoordelijk is voor de enorme kostenstijging in verband met deze regeling? 

Het tweede punt waar mijn partij zich enorm aan stoort, is de bijzonder ruimhartige manier waarop Nederlandse voorzieningen ter beschikking worden gesteld aan mensen die hier maar tijdelijk zijn: de AOW en de aanvullingsregeling. Ik noemde in dit kader Marokkanen. De regeling bevat namelijk een vermogenstoets, maar Marokko is niet bereid om de controles hierop mogelijk te maken. We vinden het bijzonder pijnlijk dat Nederlandse mensen met een AOW en een klein vermogen niet die aanvulling krijgen. Zij moeten eerst hun vermogen opmaken. Marokkanen krijgen die aanvulling wel omdat er geen controle mogelijk is. Een heleboel mensen die hiernaartoe zijn gekomen vanuit Marokko hebben ervoor gekozen om niet in hun pensioen te investeren, maar in een huis in Marokko of om op een andere manier bezittingen in Marokko erop na te houden. Daarom wil de PVV af van deze inkomensondersteuning van mensen met een dubbele nationaliteit. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, de aanvullende inkomensvoorziening ouderen enkel ter beschikking te stellen aan mensen met alleen de Nederlandse nationaliteit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 14 (33928). 

Mevrouw Vermeij ziet af van haar inbreng in tweede termijn. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording, maar het is een beetje wonderlijk: tijdens het debat ben ik kritischer geworden op het wetsvoorstel dan ik in beginsel was. Dat is met name over de discussie over de arbeidsverledeneis en de arbeidsvoorwaardeneis. We hebben een aantal voorbeelden gekregen, bijvoorbeeld van jonge kinderen van 16, 17 jaar die straks aan de arbeidsvoorwaardeneis en de arbeidsverledeneis moeten gaan voldoen. Daarbij kunnen ze dat ook doen als ze gewoon een klein baantje hebben. Dan vraag ik mij af waarvoor we dit allemaal optuigen. Als het substantie had, kun je het nog verklaren, maar als het maar gewoon voor een uur is en je al die mensen moet gaan uitleggen dat dit de bedoeling is, en als jongeren die aan het begin staan van hun studie, en dus nog niet eens gestudeerd hebben, dit ook nog allemaal moeten gaan bewijzen, dan wordt wetgeving bijna een farce. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Is de ChristenUnie het niet met de VVD eens dat het, zolang we een AOW-inkoopregeling hebben die niet kostendekkend is, waardoor de Nederlandse Staat bijdraagt aan die inkoop, niet meer dan normaal is dat je kunt vragen dat mensen iets bijdragen aan de Nederlandse samenleving in de vorm van werk om daar aanspraak op te mogen maken? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zou bijna zeggen: had dat dan substantieel gemaakt. Dan hadden ze echt een bijdrage geleverd aan de premieafdracht waarmee de AOW wordt betaald. Maar als je met één uur per jaar al aan die voorwaarde kunt gaan voldoen, dan wordt het bijna een soort wettekst voor de bühne en dan gaat het niet meer om het doel waar mevrouw Schut nu op wijst. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Maar dan wel vijf jaar lang, en als het aansluit bij de Wet op het Nederlanderschap zeven jaar lang. Natuurlijk kun je zeggen "mensen kunnen één uur werken gedurende zeven jaar", maar het lijkt mij een heel theoretische situatie dat mensen dat alleen zouden doen om AOW in te kopen. Het gaat er natuurlijk om dat je vanuit het principe werkt dat je, als de overheid bijdraagt aan jouw inkoop, daar iets voor teruggeeft. Die wederkerigheid zou ik toch bij de ChristenUnie verwachten. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Nogmaals, ik was positiever voordat ik aan het debat begon. Maar juist door het debat hier ben ik eigenlijk van mening veranderd, omdat ik zie dat die zogenaamde wederkerigheid eigenlijk helemaal niks voorstelt. Ik vind dat we geen wet moeten maken voor de symboliek. Het moet echt substantie hebben. Dan had de staatssecretaris beter een aantal uren kunnen opnemen. Daarbij zie ik overigens ook weer allerlei bezwaren. Een voorbeeld daarvan is een jongere die straks uit het buitenland komt en eerst zijn studie wil afmaken. Als hij vervolgens een periode misschien geen werk kan vinden en hij over die periode heen is gegaan, kan hij helemaal geen AOW meer inkopen. In alle gevallen leidt dit tot heel kromme situaties. Moet je dat dan op deze manier willen organiseren? Ik ben daar niet van overtuigd geraakt. Sterker nog, ik was er eerst van overtuigd, maar ik ben er vanavond vanaf geraakt. 

De voorzitter:

Heel kort. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Ik constateer dat de ChristenUnie dus ook niet hecht aan wederkerigheid. Uiteindelijk wil de ChristenUnie helemaal niet dat er iets voor in de plaats komt, want daar zijn ook weer bezwaren tegen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Laat ik het politiek maken. Ik denk dat er is gezocht naar een compromis tussen de PvdA en de VVD, maar uiteindelijk stelt dat helemaal niets voor. Ik probeer met wetgeving een situatie te bereiken die eerlijk en rechtvaardig is, waardoor aan alle groepen gelijke rechten worden gegeven, vandaar ook mijn amendement. Dat zou de VVD buitengewoon moeten aanspreken. Ik zie nu dat we een soort gedrocht aan het bouwen zijn dat zijn doel voorbijschiet. Daar ben ik geen wetgever voor. Volgens mij moeten we daar kritisch op zijn. Sterker nog, de Raad van State heeft dat zelf ook geconstateerd. Ik verwacht dat dit in de senaat ook nog kan gebeuren. 

De staatssecretaris zegt over mijn amendement dat het nu niet het moment daarvoor is. Ik ben dat niet met haar eens, maar dat had zij kunnen verwachten. Ik denk dat dit juist wel het moment is. Deze discussie loopt al sinds 2009. De motie van mijn voorganger, mevrouw Ortega-Martijn, om te bekijken wat de mogelijkheden hiervoor zijn, is bijna Kamerbreed ondersteund. Het kabinet werd toen demissionair. Er werd toen gezegd dat men het overliet aan een nieuw kabinet. Vervolgens is er niets meer mee gedaan. Ik vind het een rechtvaardig principe, als we inkoop toestaan voor mensen die nog geen binding hadden met Nederland, om dat ook te doen voor mensen die wel een binding hebben met Nederland. Dat is de kern van het amendement. Naar ik hoop, krijgen we inzicht in de kosten, en niet pas op dinsdag, een uur voor de stemming, maar bijvoorbeeld al op maandag. Dan kunnen wij nog serieus naar dat amendement kijken. De heer Omtzigt heeft een oplossing genoemd om de opbrengst van dit wetsvoorstel op korte termijn in kaart te brengen. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden. Ik wil een paar wedervragen stellen. De staatssecretaris stelt dat de SVB gaat verifiëren of iemand elders pensioen heeft opgebouwd. Ik pak even het uitvoeringsadvies van de SVB erbij. De SVB acht de wijzigingen uitvoerbaar, maar adviseert om in overweging te nemen de AOW-inkoopregeling af te schaffen. Dat is namelijk aanzienlijk eenvoudiger te realiseren. Tot zover over de uitvoerbaarheid. 

Indien de staatssecretaris desondanks besluit de inkoopmogelijkheden in stand te houden, doet de SVB het verzoek om in ieder geval de voorwaarde te schrappen dat buitenlandse verzekerde tijdvakken niet kunnen worden ingekocht. De SVB dient voor elk tijdvak waarvoor de persoon zich wil inkopen, te onderzoeken of deze persoon verzekerd is geweest voor een verplichte ouderdomsverzekering, in theorie waar ook ter wereld. Dat is in de praktijk onmogelijk. 

Hoe duidelijk wil je het hebben dat het niet gaat gebeuren, terwijl de staatssecretaris dat hier wel zegt? Ik kan mij zomaar voorstellen dat de SVB bij iemand die uit Thailand komt, niet onmiddellijk weet hoe bij de sociale zekerheidsdienst te checken of iemand op een bepaald tijdstip wel of niet verzekerd was. Dat staat wel in deze wet. Dat was de vraag die ik stelde. Dit is niet echt lekker uitvoerbaar. Ik vraag de staatssecretaris om daar nog naar te kijken. 

Ten tweede. We hebben onder andere over de WW en de WIA vragen gesteld. Ik heb toch een dringend verzoek aan de staatssecretaris. Deze wetgeving is van toepassing op wel 50 personen per jaar. Bij grote uitzondering is er ook nog een hardheidsclausule. Als de voorwaarden onbillijk zijn, mag de SVB daarvan afwijken. Kan de staatssecretaris in de brief die zij maandag stuurt, even kort aangeven op welke een of twee zaken deze van toepassing kan zijn? Als dat duidelijk is, hoeven we de wet niet meer te wijzigen. 

Misschien kan de staatssecretaris overwegen om ook het derde nog vóór maandag te doen. We hebben het hier al zo vaak gehad over de kinderen van expats. Het zijn overigens niet alleen expats, maar ook mensen die een tijdje in Duitsland kunnen werken. De staatssecretaris hoeft dus niet te denken aan inkomens van honderdduizenden euro's. In de AOW zit een uitzondering voor studie. Het staat gewoon in de wet: is iemand voor studie in het buitenland, dan blijft hij AOW-rechten opbouwen. Voeg daar gewoon het zinnetje "en voor middelbare school" aan toe, en je bent van het hele probleem af. Het is toch bizar dat wij tegen jongeren zeggen dat ze voor hun 15de, 16de of 17de levensjaar een forse som moeten nabetalen. Het is toch bizar dat de staatssecretaris hier met droge ogen zegt: dat doet een ouder voor zijn kind. Nee, dat doet een ouder niet voor zijn kind, als die ouder een paar jaar in Duitsland moet werken en daar moet wonen, en daar gewoon een modaal inkomen heeft. Ik vind dat wij die verwachting dus niet hoeven hebben. Wellicht kan de staatssecretaris dit overwegen. Het gaat maar om twee extra woordjes in die wet, maar ze zouden zo veel van die vervelende problemen voorkomen. 

Tot slot. Wij volharden in de vraag om een brede verkenning van waar er nog meer problemen zijn. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat meerdere keren mensen, die kortdurend in Nederland aanwezig waren, te gemakkelijk toegang hadden tot sociale zekerheid en toeslagen; 

constaterende dat Nederland een zorgstelsel en sociale zekerheid heeft, dat in vergelijking met andere landen, vaak royaler en beter is; 

van mening dat voorkomen beter is dan spoeddebatten, Kamervragen en noodwetgeving met terugwerkende kracht; 

verzoekt de regering, te bestuderen welke onderdelen van de zorg, sociale zekerheid, toeslagen en het studievoorschot, kunnen leiden tot onwenselijk hoge aanspraken bij een kortdurende aanwezigheid in Nederland en daarover binnen zes maanden te rapporteren aan de Kamer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Schut-Welkzijn. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 15 (33928). 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Voor mij was dit ook een wat onbevredigend debat. Het was een debat waarin het aantal vraagtekens gedurende het debat toenam, niet afnam. Naar dat laatste streef ik wel altijd. Ik vind dat de staatssecretaris heel makkelijk weggaat van de vele vragen over het arbeidsverleden. We hebben een aantal gevallen gehoord waarin dit echt vragen oproept. De heer Omtzigt had het net over het voorbeeld van de jongen die meegaat met zijn ouders, die ergens anders gaan werken. Ik vind dat een interessante casus, evenals de casus van de WW'er of de persoon die arbeidsongeschikt wordt, net op het moment dat hij wilde inkopen. 

De Sociale Verzekeringsbank is daar zelf ook heel uitgesproken over in de uitvoeringstoets. De SVB zegt het volgende over het feit dat WW of WIA niet voor het arbeidsverleden van mensen geldt. Ik citeer: "De vraag is of dit zo strikt bedoeld is. Een strikte uitleg kan onevenredig uitpakken, bijvoorbeeld in het geval dat iemand vijf jaar in Nederland heeft gewerkt, maar kort voordat hij een aanvraag voor inkoop wil indienen werkloos of arbeidsongeschikt wordt. De SVB acht het redelijk om personen die een uitkering ontvangen op grond van de werknemersverzekering gelijk te stellen aan personen die werken in dienstbetrekking of als zelfstandige". Persoonlijk zou ik daarvan maken: we schrappen die eis gewoon; iedereen die vijf jaar AOW opbouwt, mag gewoon inkopen. De SVB vervolgt nota bene nog met het volgende zinnetje: als dit niet in de praktijk zou worden overgenomen, zou hier vast de nodige discussie over ontstaan. Nou, dat deel van het advies is volgens mij in ieder geval bewaarheid. 

Er waren heel wat voorbeelden waarvan ik me echt afvroeg wat ze toevoegden en of een en ander niet onevenredig zou uitpakken voor mensen die volgens ons gewoon vrijwillig AOW-jaren zouden moeten kunnen inkopen. Daarnaast is er natuurlijk de meer algemene vraag of het überhaupt nog wel opschiet met die eis. De heer Ulenbelt had het over iemand die zzp'er is. Ik heb daar altijd een heel andere connotatie bij dan de heer Ulenbelt; ik vind het prima als iemand als zzp'er aan de slag gaat. We hebben nu echter een systeem gecreëerd dat een papieren tijger is. Ik denk dat mevrouw Schouten het terecht zei. Dit is blijkbaar een politiek compromis; qua wetgeving word ik her allerminst vrolijk van. En het lijkt me buitengewoon ingewikkeld in de uitvoering. Ook over de gevolgen ben ik niet enthousiast. Ik dank de staatssecretaris natuurlijk voor haar antwoorden, maar desondanks heb ik een amendement ingediend. Ik zal met de heer Ulenbelt bekijken of wij onze amendementen kunnen zwaluwstaarten. 

Er was ook nog een discussie over mensen die in Nederland wel AOW opbouwen en toch het land verlaten. Ik dien de volgende motie in om daar wat beter naar te laten kijken. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat mensen kunnen kiezen voor vrijwillige voortzetting van de AOW op het moment dat zij Nederland verlaten maar niet voor vrijwillige inkoop over de achterliggende periode bij terugkeer; 

overwegende dat er steeds meer mensen tijdelijk in het buitenland verblijven; 

verzoekt de regering, de voor- en nadelen in kaart te brengen van het mogelijk maken van het vrijwillig inkopen van AOW over een achterliggende periode, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg en Vermeij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 16 (33928). 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Deze motie is ooit al ingediend, namelijk op 10 december 2009. Wat voegt dit nog toe? We weten het nu. Er is al een brief over verschenen. Het is nu nog een kwestie van uitvoeren. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Maar mijn vraag is wel wat breder. Ik ga welwillend kijken naar het amendement van mevrouw Schouten. Dit richt zich echter nog op een specifieke groep. In een arbeidsmarkt die zo veel flexibeler is, wil ik dat het kabinet hier in den brede naar kijkt. Is het wel passend om het mensen niet toe te staan om dit te doen? Dat is overigens veel duurder dan te kiezen voor vrijwillige voortzetting. Ik kan mij echter voorstellen dat mensen die Nederland verlaten en denken dat ze na een jaar zullen terugkeren, toch vijf jaar in het buitenland blijven omdat het hun daar bevalt. Ik vind het interessant om nog eens te verkennen of hun die mogelijkheid geboden kan worden. De arbeidsmarkt is ook weer fors veranderd. Dat gaat rap. Het amendement van mevrouw Schouten richt zich op een bepaalde groep en deze motie vraagt om een wat breder onderzoek. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Die zaken sluiten elkaar dus niet uit. Mijn amendement geldt inderdaad voor een wat beperktere groep. Dat heb ik ook gedaan om aan te sluiten bij al bestaande situaties. Ik erken met de heer Van Weyenberg dat we moeten bekijken of het überhaupt nog op deze manier moet. Ziet de heer Van Weyenberg mijn amendement als een goede eerste stap in de richting die we moeten ingaan? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik vind in ieder geval dat uw amendement op geen enkele wijze strijdig is met mijn motie. Die twee kunnen dus prima allebei aangenomen worden. 

De voorzitter:

Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn van de Kamer. Mevrouw Schut ziet namelijk af van haar tweede termijn. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris meteen kan antwoorden. We gaan luisteren naar de beantwoording van de staatssecretaris en haar reactie op de moties. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng in tweede termijn. Ik constateer dat we wat het pièce de résistance betreft nog niet onmiddellijk op één lijn zitten. Ik loop even de verschillende woordvoerders af. 

Ik heb goed begrepen van de heer Ulenbelt dat hij samen met de woordvoerder van D66, de heer Van Weyenberg, zal kijken naar de stroomlijning van ingediende amendementen. Ik heb al in mijn eerste termijn gezegd dat ik de strekking van de amendementen ontraad. Ik kom zo nog even terug op de arbeidsverledeneis in mijn reactie op de inbreng van mevrouw Schouten. 

De heer Madlener vraagt naar de nationaliteit van de inkopers. Ik neem aan dat hij bedoelt van de afgelopen jaarschijven. Ik ben voornemens om de Kamer maandag aan het einde van de dag een brief te sturen. Mevrouw Schouten heeft daar ook om gevraagd, zodat de Kamer niet op het laatste nippertje de informatie krijgt. Ik zal echt mijn best doen om maandag voor het einde van de dag die brief te sturen. Dan kan ik, denk ik, ook inzicht bieden in de nationaliteit van de verschillende inkopers. Daar hebben wij namelijk wel inzicht in. Overigens gaat het — ik zou bijna willen zeggen per definitie — voor het grootste gedeelte om een buitenlandse nationaliteit. 

De heer Madlener heeft nog eens per motie beklemtoond dat de AIO alleen moet worden ingezet voor mensen met de Nederlandse nationaliteit. Het zal u niet verbazen dat ik die motie ontraad. Wij hebben artikel 1 van de Grondwet namelijk hoog in het vaandel staan. Wij willen dat dus gewoon overeind houden. 

Dan kom ik op de arbeidsverledeneis, in het kader van de vraag van mevrouw Schouten. We hebben daar een heel debat over gehad. Ik denk dat de zaak van kant mijn helder is. Ik heb goed geluisterd naar de Kamer. Ik heb haar mitsen en maren ook goed beluisterd, maar blijf erbij om de amendementen te ontraden. 

Mevrouw Schouten heeft gevraagd wat die wederkerigheid nu allemaal precies is. Je kunt die natuurlijk minimaliseren, maar ik zou dat niet willen doen. We hebben jurisprudentie waaruit blijkt dat er sprake is van een dienstbetrekking als er in ieder geval 1 uur per week, 4 uur per maand en 208 uur per jaar wordt gewerkt. Die arbeidsverledeneis zou je ook daarop moeten stoelen, want het is natuurlijk inderdaad ridicuul als er al een arbeidsverhouding zou zijn als je 1 uur per jaar werkt. 

De voorzitter:

Ik onderbreek u even, staatssecretaris. Er is nog een vraag van de heer Madlener over het vorige onderwerp, denk ik. 

De heer Madlener (PVV):

Dat klopt, voorzitter. 

De staatssecretaris heeft gezegd dat mijn motie strijdig is met artikel 1 van de Grondwet. Ik wil graag weten waarom zij dat vindt. Ik betwijfel of dat zo is, want in de motie wordt een onderscheid gemaakt naar nationaliteit en in heel veel wetgeving wordt een onderscheid gemaakt naar nationaliteit. Waarom zou dat strijdig zijn met artikel 1 van de Grondwet? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Het gaat hier over de AIO. Die is natuurlijk een vorm van bijstand. De bijstand is van iedereen die in Nederland woont. Dat is gewoon een groot goed. De bijstand is een vangnet voor iedereen en er is geen onderscheid naar nationaliteit. Ik vind dat een groot goed. Dat is ook wat artikel 1 van de Grondwet beoogt. 

De heer Madlener (PVV):

Ik kan mij er alles bij voorstellen dat de staatssecretaris dit een groot goed vindt. Ik weet dat zij dat vindt. Voor ons is een andere afweging van toepassing. Wij vinden dat we wel een verschil kunnen maken in nationaliteit. Dat doen we ook in tal van wetten. Waarom zou dat in dit geval dan niet kunnen? Ik blijf bij mijn twijfel of artikel 1 van de Grondwet wel van toepassing is. Ik begrijp dat de staatssecretaris de motie niet ziet zitten. Gelet op haar partijachtergrond kan ik dat helemaal begrijpen. Het argument over artikel 1 van de Grondwet lijkt mij echter niet op zijn plaats. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dit is gewoon een constatering. Wij worden het daar niet over eens. Ik moet dat ook van mijn zijde constateren. Dat laat onverlet dat ik dat motie ontraad. 

De motie-Omtzigt/Schut-Welkzijn op stuk nr. 15 acht ik overbodig. 

Wij zijn natuurlijk continu doende om dit soort zaken aan de kaak te stellen. Als het aan de orde is, wordt er onmiddellijk ingegrepen. Dat blijkt vandaag ook. Deze motie acht ik dus overbodig. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Volgens mij is "overbodig" geen oordeel van het kabinet. Het is altijd "ontraden" of "oordeel Kamer". 

Staatssecretaris Klijnsma:

Het is terecht dat de heer Van Weyenberg dat zegt. Ik ontraad de motie dus omdat ik haar overbodig vind. 

De heer Omtzigt refereerde aan de uitvoeringstoets van de SVB. De SVB heeft in zijn brief over de uitvoeringstoets inderdaad geschreven dat je zou kunnen overwegen om de AOW-inkoopregeling af te schaffen. Daar hebben wij niet voor gekozen. De SVB voert deze regeling dus uit. 

De heer Omtzigt heeft ook gevraagd naar de hardheidsclausule van de SVB. De eis is dat iemand moet werken op het moment van de inkoop. Als iemand dan werkloos of arbeidsongeschikt is, maar wel aan de arbeidsverledeneis van vijf jaar voldoet, kan de SVB de hardheidsclausule gebruiken om mensen toch de inkoopregeling te laten benutten. 

De heer Ulenbelt (SP):

Ik ben voor hardheidsclausules, maar meestal is dan voor de rechter in de parlementaire stukken te zien wat er met de hardheidsclausule wordt bedoeld. De staatssecretaris heeft daar niets over gezegd. Ik los dat op via mijn amendement door te stellen dat je bij arbeidsongeschiktheid en WW gewoon kunt opbouwen. Er wordt gezegd "aan het einde". Is dat dan het vijfde jaar? Is dat na vierenhalf jaar? Waar moet de rechter dan aan denken? 

Staatssecretaris Klijnsma:

De SVB hanteert die hardheidsclausule als die arbeidsverledeneis van vijf jaar wel gewoon aan de orde is geweest. Als een persoon op het moment dat hij de inkoopregeling wil gaan gebruiken, arbeidsongeschikt of werkloos is, maar hij wel vijf jaar gewerkt heeft en dat ook kan aantonen, kan de SVB die hardheidsclausule hanteren. 

De heer Ulenbelt (SP):

Nu snap ik het niet meer. Ik had het idee dat de hardheidsclausule betrekking had op de periode van vijf jaar, waarbij je net een half jaar werken mist vanwege arbeidsongeschiktheid. De staatssecretaris zegt nu: nee, de hardheidsclausule gaat pas in als je na de periode van vijf jaar arbeidsongeschikt of werkloos bent geworden. Dan is het dus helemaal geen hardheidsclausule. 

Staatssecretaris Klijnsma:

De hardheidsclausule geldt voor de eis dat wanneer je de inkoopregeling wilt gaan hanteren, je aan het werk moet zijn. De SVB kan die hardheidsclausule gebruiken als mensen op dat moment werkloos of arbeidsongeschikt zijn. Daar is die hardheidsclausule ook van toepassing op. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik wil het even goed begrijpen. Er zitten in dit wetsvoorstel eigenlijk twee arbeidseisen. De hardheidsclausule ziet wel op het feit of je op het moment van de aanvraag werkt, maar er is geen hardheidsclausule op de vraag of je al vijf jaar hebt gewerkt. Heb ik dat goed begrepen? De hardheidsclausule geldt dus maar voor een van die twee gevallen? Ik heb het voorbeeld genoemd van iemand die net voordat hij vijf jaar heeft gewerkt, arbeidsongeschikt wordt of in de WW terechtkomt. Die valt dus buiten de boot en kan ook niet onder de hardheidsclausule vallen. Heb ik dat goed begrepen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat heeft de heer Van Weyenberg goed begrepen. 

De motie van de heer Omtzigt op stuk nr. 16 vraagt de regering om de voor- en nadelen in kaart te brengen van het mogelijk maken van het 

vrijwillig inkopen van AOW over een achterliggende periode. Ik heb daar ook even een debat over gevoerd met mevrouw Schouten. De motie heeft inderdaad een soortgelijke strekking als de motie die destijds is ingediend, met dien verstande dat we deze inkoopregeling nu natuurlijk anders hebben geïmplementeerd. De motie vraagt echt om een onderzoek en om het in kaart brengen van de voor- en nadelen. De regering wordt niet verzocht om dit onmiddellijk en onverwijld in te voeren. Ik wil de voor- en nadelen in kaart brengen onder het gesternte van nu, onder het gesternte van het feit dat we de inkoopregeling hebben veranderd. Ik laat het oordeel over de motie derhalve aan de Kamer. 

De voorzitter:

Nog even voor de duidelijkheid. U hebt het nu over de motie op stuk nr. 16. U zei dat het een motie van de heer Omtzigt was, maar dat is een motie van de heer Van Weyenberg en mevrouw Vermeij. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat klopt. De heer Omtzigt heeft ook een motie ingediend, maar die heb ik inderdaad al besproken. 

Hiermee ben ik aan het einde van mijn tweede termijn gekomen. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Er staan nog twee vragen open. Dat gaat niet over het eerste onderdeel van de SVB, maar over het tweede. De SVB zegt: wij gaan helemaal niet verifiëren of iemand elders pensioen heeft opgebouwd. Het wordt dus een dode letter. Zij kunnen het niet. Wellicht kan de staatssecretaris maandag in een brief aangeven of dit inderdaad het geval is en of het dan wel in de wet moet blijven staan. Dan staat er immers iets in de wet waarvan de SVB zegt dat hij het niet uit kan voeren. 

Ik wil voorts weten of de staatssecretaris bereid is om ook een uitzondering voor studie aan een middelbare school in het buitenland in de wet op te nemen. Er wordt nu in de wet alleen gesproken over universitaire studies in het buitenland. Als je ook een studie aan een middelbare school erin opneemt, ben je in één keer af van het hele probleem van kinderen die tijdelijk bij hun ouders in het buitenland verblijven en vervolgens achteraf duizenden euro's moeten betalen, met dat hele bijbaantjescircus waar niemand op zit te wachten. Ik heb er begrip voor als het antwoord daarop maandag komt. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat laatste wil ik trachten uit te zoeken. Ik weet niet zeker of ik dat voor maandagavond haal, maar ik doe mijn best. Ook ik vind het interessant om dat goed te doorgronden. 

Ik geef nu een reactie op de eerste vraag van de heer Omtzigt. De SVB dient inderdaad de zaak te verifiëren. Die kan dat tot op zekere hoogte ook doen bij de meeste landen die het betreft, niet bij alle. Ik zal verifiëren bij welke landen dat niet zou kunnen en de Kamer dat ook laten weten. 

De voorzitter:

De heer Madlener nog heel kort? Ik wil echt tot een afronding komen. 

De heer Madlener (PVV):

Het was mij nog even onduidelijk welke informatie ik nog zou krijgen over de nationaliteit van de aanvragers en of het nu over één of drie jaar gaat. Ik verwacht over de laatste drie jaar, dus vanaf 2011, 2012 en 2013 de informatie en niet over één jaar. Ik had het idee dat dat niet helemaal helder was. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik kijk even welke gegevens er zijn. Ik heb toegezegd dat ik in de brief de gegevens die er zijn aan de Kamer zal doen toekomen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik had nog een vraag over de uitvoeringskosten. Die zou ook in de tweede termijn worden beantwoord. 

De voorzitter:

Dat klopt. Staatssecretaris, kunt u daar nu op ingaan of neemt u dat ook mee in uw brief van maandag? 

Staatssecretaris Klijnsma:

De extra kosten voor de SVB bedragen €1.225 en de uitvoeringskosten dalen structureel met zo'n 29 miljoen, dus €1.225 per casus. De uitvoeringskosten dalen structureel met die 29 miljoen als gevolg van de verwachte afname van het aantal inkopers, dus je zou kunnen zeggen dat dit meer dan tegen elkaar wegloopt. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit ligt meer aan het beperken van de instroom en van de inkoop, maar ik had specifiek gevraagd naar de uitvoeringskosten op het onderdeel van de arbeidsverledeneis. Is bekend hoeveel dat aan extra uitvoeringskosten zou opleveren? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Wat ik daarvan weet is dat dit zo'n €1.200 per casus bedraagt. 

De voorzitter:

Dan nog een laatste vraag. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik hoop dat u dat alsnog kunt uitzoeken, staatssecretaris, want ik heb die €1.200 gelezen als het totale bedrag voor 50 gevallen omdat dit 82 minuten per persoon zou kosten om uit te zoeken; dit waren de 30 extra minuten die door het wetsvoorstel zijn toegevoegd. Maar misschien kunt u dat nog even op papier zetten. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat zijn 30 minuten voor 50 gevallen, bedoelt u. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ja, maar u zei €1.100 per geval, terwijl het daarbij volgens mij ging om het totale jaarbedrag waar wij het over hadden. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Om het even echt goed te finetunen, het gaat om €1.225 voor ongeveer 30 minuten meer behandeltijd voor 50 gevallen. 

De heer Omtzigt (CDA):

Dan wacht ik met grote belangstelling af op welke wijze een medewerker van de SVB in 30 minuten extra kan checken in Thailand of in Griekenland of iemand en in welke tijdvakken, want het gaat per tijdvak, een staatspensioen heeft opgebouwd. Dat lijkt me een interessante uitdaging. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar nemen we kennis van. 

De voorzitter:

Dat is dan een mooie cliffhanger. Dat antwoord blijven we nog schuldig. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en de reacties op de moties en de amendementen. Ik heb begrepen dat we nog een brief mogen verwachten voor de stemming. Die brief is toegezegd voor maandag. Kan de staatssecretaris daarvoor ongeveer een tijd aangeven? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik heb gezegd eind van de dag. 

De voorzitter:

Laten we dat dan op 18.00 uur zetten. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van het wetsvoorstel. De stemmingen zijn volgende week dinsdag. 

De (algemene) beraadslaging wordt gesloten. 

Naar boven