Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 106, item 5

5 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

- maandag 9 september 2013 van 11.15 uur tot 16.15 uur van de vaste commissie voor Financiën over de Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014) (33632);

- maandag 30 september 2013 van 14.00 uur tot 21.00 uur van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van de kwaliteitswaarborgen voor het hoger onderwijs alsmede tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met de introductie van een aanwijzingsbevoegdheid voor de minister (Wet versterking kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs) (33472);

- maandag 11 november 2013 van 10.00 uur tot 18.00 uur van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het onderdeel cultuur van de begroting OCW.

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor het debat over het mislukken van de filmtop van de agenda af te voeren.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: nader gewijzigde motie-Thieme (33400-XIII, nr. 133); motie-Thieme (33410, nr. 60); motie-Ouwehand (33037, nr. 58); motie-Ouwehand/Thieme (21501-32, nr. 687); motie-Ouwehand (27858, nr. 127); motie-Ouwehand/Van Gerven (27858, nr. 126); motie-Ouwehand/Schouw (27858, nr. 128); motie-Ouwehand c.s. (27858, nr. 125); motie-Ouwehand (28694, nr. 106); motie-Ouwehand (28694, nr. 107).

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de D66-fractie benoem ik in de commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven het lid Berndsen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Veldhoven.

Op verzoek van de PvdA fractie benoem ik:

- in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Rebel tot lid en het lid Leenders tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

- in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken de leden Van Laar en Günal-Gezer tot lid in de bestaande vacatures;

- in de vaste commissie voor Defensie het lid Van Dekken tot lid in de bestaande vacature;

- in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Maij tot lid in de bestaande vacature en het lid Rebel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Maij;

- in de vaste commissie voor Financiën het lid Bouwmeester tot lid in de bestaande vacature en het lid Rebel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Laar;

- in de vaste commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport het lid Bouwmeester tot lid in plaats van het lid Van Laar en het lid Van Laar tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Nijboer en het lid Rebel tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

- in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de leden Van Laar en Mei Li Vos tot lid in de bestaande vacature en het lid Albert de Vries tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

- in de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst het lid Yücel tot lid in de bestaande vacature en het lid Leenders tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

- in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties de leden Van Laar en Servaes tot lid en het lid Rebel tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

- in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Bouwmeester tot lid in plaats van het lid Van Laar en het lid Leenders tot lid in de bestaande vacature;

- in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Leenders tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

- in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Rebel tot lid in de bestaande vacature.

Het woord is aan de heer Koolmees.

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Op 8 mei 2013 heb ik schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Financiën over het niet-afbouwen van de staatssteun aan de ING. Het ging over de Amerikaanse hypotheekportefeuille. Tussentijds heeft de Kamer een brief ontvangen waarin staat dat de vragen niet beantwoord konden worden omdat de minister over deze portefeuille in onderhandeling was met de ING. Dat heb ik gerespecteerd. Twee weken geleden heeft de minister van Financiën een interview gegeven aan de Volkskrant, waarbij hij voor de krant een deel van de vragen heeft beantwoord. Hij heeft deze antwoorden echter niet naar de Kamer gestuurd. Ik zie u heel zorgelijk kijken, voorzitter. Daar ben ik het mee eens. Ik doe een rappel aan de minister van Financiën en verzoek hem deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Krol.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. Ik las gisteren in de krant dat wij van 50PLUS niet al te veel Kamervragen stellen, maar als we ze stellen, hebben wij daar graag antwoord op. Wij hebben vragen gesteld over de uitzending Zwarte zwanen op 5 juli. Misschien kunt u iets doen opdat wij binnenkort antwoord krijgen.

De voorzitter:

Dat hebt u zelf al gedaan. Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zal ik doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Het onderwerp "schaliegas" geeft nogal wat beroering, in de maatschappij en bij het bedrijfsleven. Voor het zomerreces heb ik een voorstel voor een plenair debat gedaan, waar een overweldigende meerderheid van deze Kamer mee heeft ingestemd. Ik wil nu voorstellen om dat debat spoedig te houden. Bij dit "spoedig" geldt wel een klein voorbehoud: wij willen dat de mening van de commissie voor de m.e.r. over het huidige rapport van EZ over de veiligheid van schaliegas klaar is. De minister heeft toegezegd dat dit in de derde of de vierde week van september het geval zal zijn. Ik zou dit debat daarom graag in de eerste week van oktober willen voeren, nog voor de begrotingsbehandelingen.

De heer Leegte (VVD):

Ik denk dat wij, zeker bij dit onderwerp, ervoor moeten oppassen dat wij niet te hyperig en te emotioneel reageren. Ik stel voor de minister om een procedurebriefje te vragen. Dan kan hij meedelen wanneer de verschillende rapporten er naar zijn verwachting zijn. Dan kunnen we de boel in één keer behandelen. De planning is natuurlijk afhankelijk van de beschikbaarheid.

De heer Jan Vos (PvdA):

Schaliegas is een belangrijk maatschappelijk onderwerp. Ik begrijp het verzoek van de fractie van GroenLinks, maar ik denk dat het heel redelijk is om het voorstel van de VVD daarbij in acht te nemen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voor de VVD is de maatschappelijke onrust misschien geen aanleiding tot urgentie, maar ik denk dat die mensen er recht op hebben om te weten welke kant het debat op gaat. Daarom steunen wij het verzoek van GroenLinks.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ook het CDA steunt het verzoek van GroenLinks. Niet alles wat emotievol is, is feitenloos.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Daar is de ChristenUnie het helemaal mee eens. Wij steunen GroenLinks van harte in dit verzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor het verzoek. Ik begrijp niet zo goed dat de VVD bang is voor hyperigheid. Als zij een onderkoelde toon wil aanslaan, is daar, lijkt me, alle ruimte voor in een debat in de eerste week van oktober.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor het verzoek.

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, ik vind het wel grappig dat u vraagt om spoed en vervolgens zegt dat u het niet voor oktober wilt. Het is echter wel terecht als je kijkt naar de lijst van debatten. Dan snap ik dit verzoek heel goed. Ik zal rekening houden met uw verzoek, maar ik weet ook dat er tussen nu en begin oktober ook nog procedurevergaderingen zijn. Misschien kunnen jullie daarin met elkaar praten over de vraag welke stukken precies geagendeerd moeten worden. Voorlopig ga ik ervan uit dat het verzoek dat er nu ligt de kern is voor het debat dat u nu hebt aangevraagd. Het debat was ook al eerder aangevraagd.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik sta hier vandaag omdat ik hetzelfde verzoek gisteren in de procedurevergadering heb neergelegd. Daar ben ik verwezen naar de plenaire zaal. Daarom sta ik hier nu. Het enige document waar de meerderheid van de collega's om gevraagd heeft, is het toegezegde document over het m.e.r.-advies. Dat heeft de minister al toegezegd voor de derde of vierde week van september. Ik heb dus rekening gehouden met de verzoeken van de verschillende partijen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de algemene politieke beschouwingen worden verschoven voor een schaliegasdebat en dan is, kijkende naar de agenda, de eerste beschikbare plek er in de eerste week van oktober. Als de voorzitter naar die mogelijkheid wil kijken, zou ik dat enorm op prijs stellen, net als de meerderheid van mijn collega's hier in de Kamer.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden naar het kabinet, maar de heer Vos heeft nog een vraag.

De heer Jan Vos (PvdA):

Voor de zorgvuldigheid denk ik dat het goed is als we een procedurebriefje vragen van de minister, zoals is voorgesteld door de fractie van de VVD. Dan denk ik dat het geen probleem is om het debat voor de eerste week van oktober in te plannen. Om de zorgvuldigheid hier te bewaren, lijkt het me echter wel zo handig.

De voorzitter:

Dat doe ik altijd en dat had ik al gedaan voordat ik u het woord gaf. Het stenogram, ook van dit gedeelte van de vergadering, wordt namelijk doorgeleid naar het kabinet. Ik zal me inspannen om het verzoek uit te voeren.

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Wij weten sinds deze week dat onze premier niet houdt van visies maar wel van ranglijstjes. Nu gaat het echter op het gebied van de ranglijstjes direct mis. Nederland zakt op een belangrijke lijst, namelijk die van The World Economic Forum, en dat is tragisch. Dit heeft alles te maken met algemeen kabinetsbeleid. Het gaat namelijk over het financieringstekort, over financiële markten, over zorgen over de stabiliteit van banken. Het gaat over de arbeidsmarkt en over investeringen in innovatie. Als een minister van Algemene Zaken graag pronkt met ranglijsten en wij daar vervolgens op zakken, wil ik heel graag met deze minister-president daarover in debat.

De voorzitter:

Ook u benoemt in ieder geval de olifant die in de Kamer staat.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Geen steun van de SP voor het debat, hoewel ik de wil van de heer Pechtold begrijp om hierover te spreken. Als de fractievoorzitters het hierover willen hebben, kan dit volgens mij heel goed tijdens de algemene politieke beschouwingen. Anders kan het ook nog bij de financiële beschouwingen of zelfs bij de behandeling van de begroting van EZ.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wij ondersteunen het verzoek van de D66-fractie. Het gaat namelijk om de toekomst van Nederland en die moeten we niet nu al laten varen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik vrees dat het voorbeeld van dit lijstje niet op zichzelf staat. Er zijn nogal wat lijstjes waarop Nederland de laatste jaren aan positie heeft ingeboet. Ik denk aan het milieubeleid, schone energie en economische groei. Ik steun het verzoek om hierover eens goed met de minister-president te praten van harte.

De heer Jan Vos (PvdA):

De concurrentiepositie van Nederland is een belangwekkend onderwerp dat de Partij van de Arbeid zeer na aan het hart ligt. Het lijkt ons dan ook van groot belang dat we dat tijdens de algemene politieke beschouwingen uitgebreid bespreken. Derhalve geven we geen steun aan dit verzoek van de fractie van D66.

Mevrouw Lucas (VVD):

Kortheidshalve sluit ik mij daarbij aan.

Mevrouw Klever (PVV):

Ook de PVV wil dit onderwerp graag in de algemene politieke beschouwingen meenemen.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, u hebt niet de steun van een meerderheid voor het houden van een debat.

De heer Pechtold (D66):

Dat verbaast mij weinig, voorzitter, maar dat is wel treurig. Met name van de VVD verbaast mij dat. Vanochtend merkte ik wel dat mevrouw Lucas uitgebreid kritiek heeft en het ronduit zorgelijk noemt, waarbij zij schermt met de arbeidsmarkt. We staan op de achtste plaats totaal maar wat betreft de arbeidsmarkt staan we op de 128ste plek, en dat is puur door kabinetsbeleid. Je kunt alles bij de algemene politieke beschouwingen bespreken, want de term zegt het al, maar waar het mij om gaat is dat het echt een-op-een gekoppeld wordt. Dan heb ik het niet alleen over de voorstellen voor volgend jaar maar juist ook over die voor de langere termijn. Dit zijn ranglijsten waar je niet zomaar op stijgt of zomaar op daalt. Het ligt niet alleen aan het kabinetsbeleid van één jaar, zo zeg ik tegen de coalitiepartijen. Het gaat juist over visie en daar wil ik dan dus met de minister-president in brede zin over praten en dus niet wanneer wij hier allemaal over €100 voor de minima en andere zaken praten. Ik doe dus een klemmend beroep op de collega's om nu eens niet aan de hand van cijfertjes van een begroting maar bréder met de minister-president over deze ontwikkelingen te praten. Ik zou niet weten wat zo'n debat onder fractievoorzitters en met de minister-president in de weg staat. Dus, voorzitter, ik herhaal mijn verzoek.

Mevrouw Lucas (VVD):

Wij doen niets af aan het belang van het debat. Ik denk ook dat het debat gevoerd moeten. Alleen, wij vinden dat daar bij de algemene politieke beschouwingen alle ruimte voor is. Ik nodig de heer Pechtold dan ook uit om het daar te doen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ook wij betreuren het dat er geen meerderheid in deze Kamer is voor dit debat. Wij zouden het wel waarderen wanneer het kabinet ruim voor de algemene politieke beschouwingen kwam met een uitgebreide reactie op deze ranking en de terugval van Nederland daarin, zodat wij er ons tijdig over kunnen buigen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Het is echt heel raar om te zeggen: wij steunen dit debat niet want dat kan bij de algemene beschouwingen wel. Uiteraard kan het bij de algemene beschouwingen, alles kan bij de algemene beschouwingen, dat bepalen we nou gelukkig helemaal zelf, maar hier ligt nu juist een verzoek om specifiek over deze kwestie met z'n allen te spreken. Met alle respect, maar het argument dat het ook bij de algemene beschouwingen kan, slaat nergens op.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik wil het verzoek om een debat vooralsnog niet steunen. Ik steun wel het voorstel van mevrouw Mulder om een uitgebreide reactie te vragen. Dan kan die ook bij de verdere debatten betrokken worden.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik steun ook het verzoek om een reactie van het kabinet te krijgen, zodat we het er in ieder geval bij de algemene politieke beschouwingen uitgebreid over kunnen hebben. Mijn inschatting is dat het zeker ook gaat gebeuren. Mocht dat onvoldoende zijn, dan zouden wij er alsnog steun aan kunnen geven om over dit onderwerp zelfstandig door te spreken.

De voorzitter:

Dan kan tegen die tijd alsnog bij de regeling van werkzaamheden dit debat opnieuw aangevraagd worden. Mijnheer Pechtold, ik zie nog steeds geen meerderheid voor een debat, ook niet voor een dertigledendebat, maar er zijn wel een aantal leden die om een brief hebben gevraagd aan het kabinet.

De heer Pechtold (D66):

Ik neem aan dat ik met enige pogingen echt wel op 30 leden kom, want ik zit nu al op 29.

De voorzitter:

27.

De heer Pechtold (D66):

27. Uitgaande van CDA, D66 en GroenLinks zit ik volgens mij op 29.

De heer Jan Vos (PvdA):

Dat zijn twee plaatsen, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Als ik mevrouw Ouwehand aardig aankijk zal zij zeker bereid zijn en, naar ik aanneem, de heer Krol ook, maar dat gaan we niet doen. Ik zou het voorstel van het CDA willen omarmen, maar dat betekent dan wel — ik kijk ook naar u, voorzitter — een serieuze brief ruim voor Prinsjesdag, dus niet in de trant van "we vinden het jammer en we komen er wel in de stukken op terug". Het rapport is namelijk meer dan een rapportcijfer in de zin van dat men van plaats 5 naar plaats 8 gaat. De brief moet echt specifiek ingaan op de onderdelen van onze economie en alles wat daarmee te maken heeft, zoals groei en concurrentie, en op de vraag waarom die veranderingen hebben plaatsgevonden en in welke zin ze aansluiten op het kabinetsbeleid, hoewel er naar mijn idee wel degelijk flinke discrepanties tussen zitten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie had dit verzoek om een debat zeker kunnen steunen, want het is een belangwekkend debat. Ik ben ook geschrokken van de berichten in de kranten vandaag. Wij kunnen steun geven aan de nu gekozen route van de brief, zodat wij die kunnen betrekken bij de algemene beschouwingen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De Partij voor de Dieren heeft andere ideeën dan D66 over waar het economisch naartoe moet, maar er zijn wel vragen te stellen. Als deze route niet bevredigend is, steunen wij het verzoek om een debat alsnog.

De voorzitter:

Verschillende leden hebben al aangeven dat zij daarvoor terugkomen. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering, inclusief het verzoek van de heer Pechtold om een uitgebreide reactie niet alleen op het lijstje, maar ook op het rapport, doorgeleiden naar het kabinet.

De heer Pechtold (D66):

Voor Prinsjesdag.

De voorzitter:

Ja, die schriftelijke reactie moet dan voor Prinsjesdag in de Kamer zijn.

Het woord is aan de heer Merkies.

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. Ik wil graag onbeantwoorde vragen rappelleren over de uitreiking van hogere gouden handdrukken dankzij sluiproutes. Ik heb die vragen op 7 juni gesteld.

De voorzitter:

Ik zal ook dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand. Op mijn blaadje staat mevrouw Thieme, maar ik zie mevrouw Ouwehand hier.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De Partij voor de Dieren heeft een debat aangevraagd over de intensieve veehouderij in Nederland. Dat debat staat al op de agenda. Wij hebben toen gevraagd om de aanwezigheid van de staatssecretaris van Economische Zaken, die primair verantwoordelijk is voor dit beleidsterrein, en van de minister voor Buitenlandse Handel. Wij doen een wijzigingsvoorstel. Wij hebben een brief gekregen van de staatssecretaris van EZ. Er zijn veel volksgezondheidsaspecten die meer aandacht verdienen, dus wij stellen de Kamer voor om de minister van Volksgezondheid uit te nodigen. Omdat drie bewindspersonen misschien wat veel wordt, zouden wij de minister voor Buitenlandse Handel vrijaf willen geven, maar dan gaan wij er natuurlijk wel van uit dat de vragen die wij stellen over de financiering van megastallen in het buitenland met ontwikkelingsgeld — daarvoor hadden wij de minister voor Buitenlandse Handel uitgenodigd — worden beantwoord door de staatssecretaris van EZ.

De voorzitter:

Zoals u weet, gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging, maar ik zal uw wensen doorgeven aan het kabinet en daartoe het stenogram van dit gedeelte van het debat doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Hartelijk dank.

De voorzitter:

Ik kijk even rond en stel vast dat er geen andere mensen zijn die nog iets willen zeggen bij de regeling van werkzaamheden, waarmee er dan ook een einde is gekomen aan de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.