Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter. De zaak-Kahn houdt de gemoederen nu na 25 jaar nog steeds bezig. Ik heb begin van dit jaar schriftelijke vragen gesteld, waaronder de vraag of de regering bereid was om geheime rapporten over het onderzoek naar de zaak-Kahn naar de Kamer te sturen. De bewindslieden hebben geantwoord dat zij daartoe bereid waren en dat zij die rapporten zouden voorleggen aan de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. In overleg met de voorzitter van die commissie, de heer Verhagen, mag ik refereren aan een besluit dat de commissie heeft genomen. De rapporten zijn inderdaad aan de commissie voorgelegd en stonden op 28 april jongstleden op de agenda van de commissie. De commissie heeft besloten om de rapporten terug te sturen aan de regering met de mededeling dat zij niet bevoegd is om die rapporten te behandelen, omdat zij alleen is belast met het toezicht op de operationele activiteiten van de inlichtingendiensten. De commissie heeft de regering gevraagd om die rapporten ter vertrouwelijke inzage aan de vaste commissies voor Economische Zaken en voor Buitenlandse Zaken voor te leggen.

Nu, vijf maanden later, is dit nog steeds niet gebeurd. Daarom vraag ik de regering via u om die rapporten voor aanstaande dinsdag naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen met de aantekening dat het uiteraard aan de regering is om te bepalen of dit vertrouwelijke of niet-vertrouwelijke rapporten zijn.

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de ministers van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken.

Daartoe wordt besloten.

Naar boven