Aan de orde zijn:

de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2003 (28600, nr. 1).

De voorzitter:

Afgesproken is dat in de eerste termijn van de fractievoorzitters gedurende de eerste tien minuten niet geïnterrumpeerd zal worden. Beschouwt u het niet als een uitnodiging om meteen daarna alleen maar te interrumperen. Na die tien minuten zal het bekende milde regime van het toestaan van korte interrupties gelden.

De beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Voorzitter. Vlak voor de verkiezingen sprak een man mij aan met de woorden: mevrouw Van Nieuwenhoven, ik weet nog niet aan wie ik mijn stem toevertrouw. Ik vind dat een mooie uitdrukking: je stem toevertrouwen. Kiezers schenken hun vertrouwen aan een politicus of een politieke partij om voor hun problemen goede oplossingen te bedenken. De regeringspartijen hebben het nodige beloofd en er wordt dus ook veel verwacht. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het cynisme over politiek en politici toeneemt. Het kabinet draagt dus een grote verantwoordelijkheid.

Kiezers willen dat hun concrete problemen worden verholpen. Als hun vertrouwen wordt beschaamd, dan schaadt dat niet alleen het kabinet, maar dan schaadt het de gehele politiek. Het kabinet moet duidelijkheid geven over wat de politiek kan en wat ze niet kan. Daarom heeft de fractie van de Partij van de Arbeid bij de debatten over het conceptregeerakkoord en de regeringsverklaring aan het kabinet gevraagd om in de Miljoenennota te komen met concrete doelen om urgente problemen aan te pakken.

In de troonrede noemt het kabinet als opdracht voor zichzelf: veiligheid verhogen, integratie van minderheden versnellen, regels naleven, kwaliteit en organisatie van collectieve voorzieningen verbeteren. In dit debat kunnen wij beoordelen of het kabinet zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door deze woorden in daden om te zetten. De fractie van de Partij van de Arbeid richt zich vandaag op de keuzes die dit kabinet maakt en de gevolgen die deze hebben voor mensen: mensen die zorg nodig hebben, mensen die veilig over straat willen lopen en mensen die willen dat hun kind voldoende aandacht krijgt op school. Al deze mensen is verteld dat alles anders en beter zal worden. Wij kijken met die mensen mee, eerst naar de veiligheid.

Nederland moet veiliger worden. Het kabinet maakt geen vliegende start, want in feite zijn dit jaar en volgend jaar verloren jaren. Als het dit kabinet echt ernst is, moet het nu investeren in het werven en opleiden van politieagenten, officieren van justitie en rechters. Alle schakels in de keten moeten worden versterkt, want anders kun je criminelen nooit snel oppakken en berechten. Er zijn meer agenten bijgekomen en minder zaken opgelost. Dat moet dus anders: minder bureaucratie en meer prestaties van politie en justitie.

In de kabinetsplannen wordt veel doorgeschoven naar studie. Waar is de vereiste duidelijkheid en de daadkracht? De fractie van de Partij van de Arbeid wil het kabinet wel een handje helpen. Het zou goed zijn als voor 2006 de volgende doeleinden op het gebied van de veiligheid worden vastgesteld. Mensen moeten binnen 24 uur aangifte kunnen doen. Slachtoffers moeten altijd een beroep kunnen doen op slachtofferhulp. Elke buurt krijgt een eigen, vaste buurtagent. Het aantal opvangplaatsen voor dak- en thuislozen en psychiatrisch gestoorde zwervers wordt uitgebreid met 1500 plaatsen. Het ophelderingspercentage wordt verdubbeld van 15% naar 30%, vooral door die zaken op te lossen die nu zijn blijven liggen. Strafzaken komen in de regel binnen drie maanden voor de rechter, geweldzaken en zaken waarbij jongeren zijn betrokken binnen een maand. Elke jongere die voor de eerste keer vast heeft gezeten, krijgt een coach die hem of haar begeleidt totdat de jongere een baan heeft gevonden.

Repressief optreden is dus nodig. Jongeren die keer op keer in de fout gaan, moeten hard en snel worden gestraft. Maar waarom koppelt het kabinet repressie niet aan preventie? Dit kan bijvoorbeeld door het project nachtdetentie uit te breiden. Daarbij worden criminele jongeren in voorlopige hechtenis genomen, maar overdag gaan zij wel naar werk of naar school. Dat is dus straf en kans tegelijk. Preventie krijgt in de kabinetsplannen weinig aandacht en geen geld. Het enige concrete punt is het digitale preventieplein. En nu maar hopen dat cybercrime niet plaatsvindt.

Duurzame veiligheid ontstaat alleen als je mensen het besef bijbrengt van wat wel en niet hoort. Op veel plekken in dit land zijn mensen daar al mee bezig, zoals bijvoorbeeld Ton Huyskens in Rotterdam. Hij leent speelgoed uit aan kinderen en brengt hen tegelijkertijd fatsoen bij: niet discrimineren; houd rekening met de kleintjes; netjes je beurt afwachten en niet schelden. Dat project is inmiddels uitgewaaierd over het hele land. De mensen die dat doen, vaak met een gesubsidieerde baan, hebben van het kabinet geen commissie of studie nodig. Zij hebben steun nodig.

Na 11 september zijn ook in Nederland de alom aanwezige gevoelens van onveiligheid en wantrouwen tegenover mensen met een ander achtergrond toegenomen. Daar kwamen reeds bestaande grote problemen met integratie in de grote steden bij. Om de sociale samenhang te versterken moet het kabinet de integratie met kracht bevorderen en werken aan het vergroten van wederzijds respect. De kabinetsplannen stellen echter buitengewoon teleur. Integratie wordt alleen summier genoemd, in de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid en in een kleine bijlage bij de begroting van Justitie. Voor het kabinet geldt blijkbaar – ik citeer uit de begroting van Justitie – voor het belangrijke probleem van de integratie verwijzen wij u naar de bijlage. Het kabinet stelt alleen concrete maatregelen voor op het gebied van gezinsvorming. Een zorgvuldige onderbouwing hiervan is naar onze mening zeer gewenst. Begrijp ik het bijvoorbeeld goed dat mensen met een hoog inkomen wel een partner uit het buitenland mogen halen, maar mensen met een laag inkomen niet? Als je de integratie echt wilt bevorderen, moet je de wachtlijsten voor de inburgering wegwerken. Dan moet je in het onderwijs achterstanden voorkomen door meer voorschoolse opvang en het tegengaan van spijbelen en schooluitval. Meer allochtonen moeten werk vinden. Komt er bijvoorbeeld een vervolg op het succesvolle MKB-project dat 45.000 banen voor allochtonen heeft opgeleverd? Weet het kabinet dat door het schrappen van gesubsidieerde banen veel allochtonen uit het arbeidsproces zullen worden gejaagd?

Ten opzichte van de vorige begroting is het bedrag dat in 2003 voor integratie wordt uitgetrokken nagenoeg gelijk gebleven. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat buurten weer leefbaar worden? De Rotterdamse CDA-wethouder Van der Tak zegt: "Net als in de negentiende eeuw is een sociale kwestie ontstaan." Wat doet het kabinet hier nu concreet aan? Wat betreft het naleven van regels wil het kabinet dat dit gebeurt. Ondertussen zegt minister Heinsbroek over de maximumsnelheid dat hij daar niet vrolijk van wordt. Van minister De Boer mag het ook allemaal wel wat harder. Hij wilde toch al geen prioriteit geven aan het terugdringen van het aantal verkeersdoden en zwaargewonden. Twee ministers doen dus uitspraken over het naleven van regels, terwijl de minister van Justitie daar direct voor verantwoordelijk is. De vraag van de PvdA-fractie moet vandaag dus zijn: wil de echte minister van Justitie opstaan? Waarom hebben wij minister Donner in de discussie niet gehoord? Heeft hij misschien gedoogd dat er voorstellen worden gedaan om overtredingen van regels te gedogen? Maar dit kabinet was toch tegen het gedogen van gedogen?

Wat betreft de collectieve voorzieningen moeten wij vaststellen dat de overheid er is voor de mensen en niet andersom. Het vorige kabinet heeft daarom een begin gemaakt met de verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening door te investeren in zorg, onderwijs en politie. De arbeidsvoorwaarden werden verbeterd met als doel het verhogen van de status van werk, zodat uiteindelijk de beste mensen voor de klas staan of voor ouderen zorgen. Het kabinet-Balkenende verlaat echter die ingeslagen weg. Het bezuinigt op collectieve voorzieningen en op arbeidsvoorwaarden. Of dat niet genoeg is, schrapt het ook nog 20.000 gesubsidieerde banen van mensen die op scholen, in de zorg of in de buurt werk verrichten. Het kabinet dat zegt de kwaliteit van de collectieve voorzieningen te willen verbeteren, zorgt in feite voor kaalslag!

Het is moeilijk om het lerarentekort in het onderwijs aan te pakken. Wij weten al heel lang dat het beroep aantrekkelijk moet worden gemaakt en dat de werkdruk moet worden verlaagd. Het helpt dan natuurlijk niet als je bezuinigt op de salarissen en ook nog eens de onderwijsassistenten naar huis stuurt. De minister van OCW heeft dat kennelijk nog niet begrepen. Zij wil een taakgroep instellen die onderzoekt hoe het lerarentekort kan worden opgelost. Scholen krijgen wel verantwoordelijkheid voor hun eigen huisvesting, maar geen geld voor achterstallig onderhoud. Ook moeten ze zelf opdraaien voor investeringen in computers. Eigen verantwoordelijkheid kent een prijs, maar die prijs wordt door dit kabinet niet betaald.

In het beroepsonderwijs is de uitval nog steeds schrikbarend hoog. Onderzoek toont keer op keer aan dat vroegtijdig schoolverlaten een van de beste aanwijzingen is voor crimineel gedrag. Het kabinet moet daarom meer investeren in het beroepsonderwijs, anders krijgt het straks de rekening dubbel en dwars gepresenteerd.

Het kabinet bezuinigt op het hoger onderwijs, terwijl daar nu juist de leraren, de rechters en de dokters van de toekomst worden opgeleid. Juist nu het economisch minder gaat, is het onverstandig om te bezuinigen op wetenschappelijk onderzoek. Het is de basis van iedere vooruitgang. Zo is de ontwikkeling van nieuwe producten goed voor de werkgelegenheid. Met nieuwe medicijnen kunnen duren ziekenhuisopnames worden voorkomen. De bezuiniging die het kabinet voorstelt, is dan ook penny wise, pound foolish. Eurogekte dus.

Het kabinet belooft de wachtlijsten in de zorg op te lossen. In de volksgezondheidsbegroting wordt alleen gesproken van het terugdringen van te lange wachttijden. Dat is niet hetzelfde als het oplossen van wachtlijsten. Wie wil het kabinet nu eigenlijk voor het lapje houden? Graag duidelijkheid van de minister-president over wat het kabinet zich concreet ten doel stelt.

De PvdA-fractie steunt minister Bomhoff graag in zijn streven naar minder bureaucratie en minder wachtlijsten. Het zou goed zijn als hij ons op korte termijn een nulmeting stuurt op het terrein van de wachtlijsten en het tekort van verpleegkundigen, artsen en verzorgers. Geen misverstand: een minister die deze problemen op een effectieve en rechtvaardige manier aanpakt, verdient onze steun. Wij moeten echter wel de voortgang kunnen meten. Meer nog dan steun zal minister Bomhoff, vrees ik, extra geld nodig hebben. Maar veel extra geld krijgt hij niet van zijn goede vriend Hoogervorst. De extra investeringen in de zorg zijn vrijwel volledig bedragen die al door het vorige kabinet zijn afgesproken voor het wegwerken van de wachtlijsten. Dat heette toen ook al "recht op zorg". Premier Balkenende noemde deze bedragen eerst een tegenvaller, daarna een lijk in de kast en nu stelt hij de bedragen voor als extra investeringen. Tsja.

De heer Verhagen (CDA):

Is het u opgevallen dat de extra uitgaven in de zorg nu wél deugdelijk zijn gefinancierd?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ja, ze zijn gefinancierd, maar minister Bomhoff heeft extra geld nodig voor het wegwerken van de wachtlijsten.

De heer Verhagen (CDA):

U zegt dat deze investeringen voortbouwen op wat al is toegezegd is door het vorige kabinet.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat klopt.

De heer Verhagen (CDA):

Mijn vraag is nu of het u niet is opgevallen dat ze nu wél deugdelijk zijn gefinancierd en niet uit het wegvallen van rentelasten.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Volgens mij ontgaat het u wat ik hierover heb gezegd. Ik bestrijd helemaal niet wat u nu zegt.

De heer Verhagen (CDA):

Het is wel gemakkelijk om te suggereren dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. Het punt is dat het vorige kabinet de extra investeringen heeft gefinancierd uit het wegvallen van rentelasten, maar die vallen door de tegenvallende economische groei niet weg. Met andere woorden: om de toezeggingen op dit punt te kunnen waarmaken, heeft dit kabinet wel zijn huiswerk gedaan.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Volgens mij heb ik dit zojuist gezegd. Ik wil in antwoord op uw interruptie graag nog een keer herhalen dat premier Balkenende het eerst tegenvallers noemde, daarna lijken in de kast en nu extra investeringen. Daarin heeft hij gelijk. Als de heer Verhagen dit van mij wil horen, wil ik dit best zeggen, maar dan wil ik ook nog een keer zeggen dat het recht op zorg ook al door het vorige kabinet was vastgesteld en dat daarvoor toen ook extra geld is gekomen. Er zijn dus twee zaken en als ik over de wachtlijsten spreek, dan zeg ik dat ik denk dat minister Bomhoff daarvoor nog extra geld nodig heeft. Dat denkt hij zelf trouwens ook; wij hebben dit al verschillende malen gehoord. Vervolgens zegt minister Hoogervorst dat hij dit extra geld niet zal geven. Dit hield ik de minister-president voor en ik vraag hem hoe hij dit probleem denkt op te lossen.

Ik ga nog even verder over de begroting van Volksgezondheid. Daarin wordt nog vrolijk gesproken over het recht op zorg, maar in de troonrede staat: het recht op verzekerde zorg op een financieel verantwoorde manier. Je vraagt je af of het recht op zorg al meteen weer wordt uitgekleed. Betekent het recht op verzekerde zorg dat de verzekeringsvoorwaarden worden veranderd als het geld op is? Komt het oplossen van wachtlijsten neer op het steeds maar weer verhogen van de eigen bijdrage zodat niemand het zich nog kan veroorloven om op een wachtlijst te staan?

Ik denk dat er te weinig geld is om de problemen te lijf te gaan. Als je de plannen van het kabinet op een rijtje zet, blijkt uit niets dat urgente problemen met duidelijkheid en daadkracht worden aangepakt. Het stellen van doelen is wederom uitgesteld. In de Miljoenennota wordt verwezen naar voorbeelden in de begrotingen en de rest volgt later. Veel zaken worden eerst bestudeerd in een taakgroep of een commissie. Dit zorgt op korte termijn natuurlijk niet voor een duidelijke verbetering in het leven van mensen. Dit kabinet lijkt uitstelgedrag te vertonen, omdat het domweg te weinig geld uittrekt om de problemen echt te lijf te gaan.

In het conceptregeerakkoord van CDA, LPF en VVD stond dat er in het komende jaar – 2003 – niets extra's zou worden geïnvesteerd. Tijdens het debat hierover heb ik dan ook gezegd: extra investeringen in veiligheid, zorg, onderwijs en mobiliteit, vier keer nul. Uit de nu gepresenteerde plannen blijkt: extra investeringen in veiligheid, min, extra investeringen in zorg, min, extra investeringen in onderwijs, min en extra onderwijs in mobiliteit, min. Door te bezuinigingen waar investeringen nodig zijn, is het kabinet er direct verantwoordelijk voor dat de problemen van integratie, wachtlijsten, lerarentekorten en veiligheid op onvoldoende wijze worden aangepakt.

Het kabinet bezuinigt een ongekend bedrag van 5 mld euro, dit is 11 mld gulden. Een ding is zeker: daarmee is het kabinet Balkenende nu al verzekerd van een vermelding in de geschiedenisboekjes van de toekomst. Deze zullen namelijk vermelden: het kabinet dat verantwoordelijk was voor de grootste bezuiniging aller tijden was het kabinet Balkenende dat regeerde van 2002 tot 2003. Dit laatste kan een verspreking zijn.

Het kabinet is door zichzelf gedwongen om grootscheeps te bezuinigen.

Voorzitter. Ik begrijp best dat men onderling moet overleggen, maar het is voor een spreker die zich probeert tot het kabinet te wenden, ontzettend irritant als er onderling zo luid wordt gesproken dat ik het zelfs bijna kan verstaan. Dit is misschien wel gemakkelijk voor mijn tweede termijn, maar ik vind dit niet prettig. Ik vraag uw hulp.

De voorzitter:

Ik heb u gehoord en ik maak uw woorden tot de mijne.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik vrees dat de minister-president niet heeft gehoord dat ik zojuist heb gezegd dat het kabinet Balkenende regeerde van 2002 tot 2003, maar dat ik dit op dit moment nog wel als een verspreking wilde aanmerken.

Ik herhaal dat het kabinet door zichzelf is gedwongen om grootscheeps te bezuinigen, doordat het een onevenwichtig totaalpakket voor de gehele kabinetsperiode heeft vastgesteld. Het geld wordt niet uitgegeven – ik zei dit al eerder – maar weggegeven, vooral aan mensen die het toch al goed hebben. De afschaffing van de onroerendezaakbelasting, die vooral ten goede komt aan mensen met een groot huis, kost miljarden. De invoering van het ziektekostenstelsel zonder een premie naar draagkracht kost miljarden. De vervuiler in het verkeer niet laten betalen maar geld geven, kost miljarden. Zo blijft er weinig geld over.

In het Strategisch akkoord staat dat het kabinet een voor burgers lastenneutraal beleid voert. Eerst zou het zuur komen, daarna het zoet. Nu het zuur in de huidige plannen zo veel meer is, komt er dan ook meer zoet? Komen er nog meer cadeautjes voor mensen die het misschien niet nodig hebben? Kan de minister-president aangeven of het kabinet nu wel of niet een over de gehele periode lastenneutraal beleid voert?

Ik weet dat enkele kabinetsleden nogal bijbelvast zijn, dus ik heb weer eens even gezocht. Jesaia 5 vers 20: "Wee degenen die wat bitter is, voorstellen als zoet". Volgens het kabinet zijn de huidige bezuinigingen nodig vanwege de mindere economische groei van dit moment. In werkelijkheid valt de economische groei door die bezuinigingen volgend jaar juist nog lager uit. Het kabinet knijpt de economie namelijk af. Nederland komt hierdoor terecht in een economische spiraal van meer werkloosheid, hogere premies en daardoor hogere loonkosten en minder banen. Een paar jaar geleden leek het nog ondenkbaar, maar nu is het toch mogelijk gebleken: per maand komen er 8000 werklozen bij. Het motto "werk, werk, werk" van het kabinet-Kok wordt op deze manier "uitkering, uitkering, uitkering" van het kabinet-Balkenende.

In plaats van het tij van de oplopende werkloosheid te keren, neemt het kabinet maatregelen die de werkloosheid alleen maar verhogen. Werkgevers krijgen geen subsidie meer die hen in staat stelt, langdurig werklozen of mensen in lage loonschalen in dienst te nemen. De bonus voor mensen die vanuit een uitkering aan het werk gaan, verdwijnt. Er wordt bezuinigd op stadswachten, conciërges, klassenassistenten en zorghulpen, waardoor 20.000 mensen in de bijstand terechtkomen.

Waar het kabinet verzuimt om zelf de verantwoordelijkheid te nemen om de economie er bovenop te helpen, heeft het zijn kaarten gezet op werkgevers en werknemers. Die moeten de loonkosten zien te matigen. Natuurlijk is een gematigde loonkostenontwikkeling nu gewenst, maar het kabinet lijkt niet in de positie, om die gunst te vragen. Het heeft werkgevers en werknemers namelijk eerst tegen zich in het harnas gejaagd door selectief te winkelen in het SER-akkoord over de WAO. Werknemers worden geconfronteerd met hogere ziektekostenpremies, de afschaffing van het spaarloon, het schrappen van aftrekposten, een slechter pensioen en een lagere koopkracht. Desondanks wordt aan hen gevraagd om met een lage looneis genoegen te nemen. Het moet gezegd: het is lef hebben.

De heer Verhagen (CDA):

Kent mevrouw Van Nieuwenhoven het verkiezingsprogramma van haar eigen partij?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Jazeker.

De heer Verhagen (CDA):

Daarin werd de afschaffing van het spaarloon bepleit.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Jazeker.

De heer Verhagen (CDA):

Waarom is zij er dan ineens tegen?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Misschien weet de heer Verhagen dan ook nog wat ervoor in de plaats kwam in het verkiezingsprogramma?

De heer Verhagen (CDA):

Ik begrijp dat mevrouw Van Nieuwenhoven deze vraag heeft voorbereid. Het is gemakkelijk om vanuit de oppositie te roepen dat het spaarloon niet mag worden afgeschaft. Zij wilde het evenwel zelf afschaffen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Nee, de PvdA wilde het spaarloon vervangen door een regeling waarvan ook de lagere inkomens meer profijt zouden hebben.

De heer Verhagen (CDA):

Dat zijn heel mooie woorden, maar mevrouw Van Nieuwenhoven loopt weg voor haar eigen uitspraken ten aanzien van met name het begrotingsevenwicht, maar nu ook weer ten aanzien van het spaarloon. Het is gemakkelijk om kritiek te hebben, maar daarbij moet ook het alternatief worden aangegeven.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat ga ik nog doen. Overigens werd in het CDA-programma, net als in het PvdA-programma, gepleit voor het op nul uitkomen van de staatsschuld. Wat dat betreft, bevind ik mij in heel goed gezelschap. Door de economische neergroei is het kabinet evenwel genoodzaakt om daar iets anders tegenover te stellen. Waarom zou dat voor de PvdA-fractie anders zijn?

De heer Verhagen (CDA):

Precies! Daarom moeten er maatregelen worden getroffen. Dat betekent dus niet dat het spaarloon moet worden gehandhaafd, want daarmee wordt het probleem alleen maar groter.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Zoals ik aan het begin van mijn betoog aankondigde, ben ik bezig met een opsomming van hetgeen dit kabinet allemaal doet. Natuurlijk rust op mij dan de verantwoording om daar vervolgens de PvdA-alternatieven tegenover te zetten. Ik ben echter volgens mij nog niet eens op de helft van mijn spreektijd. De heer Verhagen krijgt nog voldoende gelegenheid om zich aan te sluiten bij onze goede alternatieven.

De voorzitter:

De heer Verhagen mag nog één keer reageren op dit punt.

De heer Verhagen (CDA):

Dat is uitstekend, maar mevrouw Van Nieuwenhoven moet nu niet goedkoop oppositie voeren tegen zaken waarvoor zij zich heeft uitgesproken in het kader van de verkiezingen. Bovendien is de economische situatie verergerd sinds het opstellen van de verkiezingsprogramma's.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Zal ik de heer Verhagen nog een beetje helpen? Oppositie voeren is hartstikke duur. In een tijd van economische neergang hebben zowel de PvdA-fractie als het kabinet en de heer Verhagen ermee te maken dat er moet worden gezocht naar alternatieven en dat je moet aangeven waarin je wel of niet investeert. Ik begrijp absoluut niet waarom de heer Verhagen in verwijtende zin interrumpeert.

De voorzitter:

Nog één keer.

De heer Verhagen (CDA):

Omdat u het kabinet iets verwijt wat u zelf ook wil.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Wij hebben het kabinet al veel verweten, maar ik geef nu slechts een opsomming van wat er volgens mij in dit land gebeurt. Vervolgens zal ik zeggen wat de PvdA-fractie daaraan wil doen. Het is spannend, dat geef ik toe, maar de heer Verhagen moet even afwachten.

Voorzitter. Ook de PvdA-fractie wil een najaarsakkoord, maar dan op basis van een pakket waar werkgevers en werknemers ook wat aan hebben.

Veel mensen gaan er de komende jaren in koopkracht op achteruit. Omdat zij werkloos worden, omdat hun arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verlaagd, of omdat ze geen bijzondere bijstand meer ontvangen. Ook de koopkracht van werknemers en ouderen wordt bedreigd. Het kabinet zegt: "de effecten op het inkomensbeeld worden evenwichtig verdeeld." Je zou denken dat dan de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, maar niets is minder waar. De groep die er het meest op achteruit gaat, zijn de minima zonder kinderen: 0,75%. Is dat nu "fatsoen moet je doen"? De meest kwetsbare groep het hardst pakken? AOW'ers met geen of een klein aanvullend pensioen zitten gemiddeld op de nul. Bij de minste of geringste tegenvaller zullen ook zij er op achteruitgaan; dat verdienen ze niet.

De heer Zalm (VVD):

Herinnert mevrouw Van Nieuwenhoven zich nog de vorige keer dat er drie slechte jaren waren? Destijds, begin jaren '90 zat de PvdA in de regering.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Het is mij niet ontgaan.

De heer Zalm (VVD):

Toen werden de uitkeringen bevroren en ging de koopkracht veel harder achteruit dan bij de voorstellen van dit kabinet. Bovendien was het verschil in koopkrachtontwikkeling tussen iemand met een uitkering en een modale werknemer veel en veel groter.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat heeft toen anderen, misschien de heer Zalm zelf wel, nooit belet om vast te stellen wat er gebeurde. Ik ben nu slechts aan het vaststellen wat er gebeurt, op basis van de plannen die het kabinet heeft gepresenteerd.

De heer Zalm (VVD):

Zeker, maar dan past enige bescheidenheid in het licht van de geschiedenis van de PvdA.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Gemiddeld ben ik een nogal bescheiden mens. Ik heb wel eens gezegd: mijn moeder heeft mij geleerd dat je onder alle omstandigheden altijd moet proberen als mens nederig te blijven. Als ik dat vandaag dus naar de mening van de heer Zalm onvoldoende uitstraal, maak ik mijn excuses.

De belofte was: niemand er op achteruit. Het kabinet doet in de Miljoenennota alsof de koopkrachtcijfers in 2003 voor iedereen positief uitpakken, behalve voor de minima zonder kinderen. Als rekening wordt gehouden met de afschaffing van het spaarloon, de afschaffing van de kindertoeslag in de huursubsidie en de stijging van de ziektekostenpremie, ontstaat een totaal ander beeld. Dan blijkt dat praktisch iedereen er op gaat. De typering van Gerrit Zalm bij het vorige debat was dus raak. Het is met dit kabinet inderdaad: "armoe troef". Mensen zullen ook snel merken dat zij voor allerlei zaken meer moeten betalen. De nominale ziekenfondspremie gaat per 1 januari aanstaande met 109 euro per jaar omhoog. Maar, zo vraag ik de minister-president, breekt u hier niet een dure belofte? U had toch persoonlijk beloofd dat invoering van een nominale premie gecompenseerd zou worden? Nu begint u twee jaar eerder met het verhogen van deze premie. Voorzover ik in de stukken heb kunnen zien – ik wordt daarover graag nader ingelicht – is er nog geen compensatie aanwezig.

Het tram- en busvervoer in de regio wordt duurder. Mensen die hiervan afhankelijk zijn, met name scholieren en ouderen, moeten minimaal 10%, maar misschien wel 20% meer gaan betalen voor hun strippenkaart.

Afgelopen zomer kregen meer dan 150.000 huishoudens hun huursubsidie niet uitbetaald. Tot op de dag van vandaag is dit probleem niet opgelost. Hier gaat het nog om tijdelijke ellende. Althans, daar ga ik van uit. Het is nog niks vergeleken met de forse bezuiniging die het kabinet nu voorstelt in de begroting. Het wil geen subsidie meer geven op de werkelijke huurprijs, maar op een genormeerde huurprijs. Mooie woorden voor "u woont te duur en daar gaan wij niet voor betalen". Mijn vraag is dan of er wel voldoende goedkope huurwoningen zijn.

Wij hebben nu de maatregelen van het kabinet doorgenomen. De PvdA heeft een aantal alternatieven voor deze plannen. Ik zeg er maar meteen bij dat het mooie van die alternatieven is, dat zij kunnen worden gebruikt zonder een hoger financieringstekort in 2006 te veroorzaken en zonder de middellange termijn te verwaarlozen als doel voor de aflossing van de staatsschuld. Op korte termijn wordt het tekort wel iets hoger als onvermijdelijk gevolg van het feit dat de economie niet nog verder willen afknijpen. Iets wat minister Heinsbroek ook heel goed heeft begrepen en wat hij gisteren ook direct na de troonrede heeft uitgesproken.

Mevrouw Giskes (D66):

Mevrouw Van Nieuwenhoven zegt dat zij het financieringstekort wat wil laten oplopen, kan zij mij aangeven met hoeveel dat zal zijn? Heeft zij cijfers bij dit voorstel?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ja, ik meen dat het kabinet in 2006 uitkomt op 0,6%. Wij komen uit op 0,5.

Mevrouw Giskes (D66):

Blijkt dat uit een overzicht dat u hebt opgesteld?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ja.

Mevrouw Giskes (D66):

Gaat u ons dat overzicht overhandigen?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Als u dat op prijs stelt, is daar niets op tegen. Ik wil ons alternatief graag even toelichten.

De heer Zalm (VVD):

Een partij die in de oppositie zit, is niet gebonden aan een regeerakkoord of iets dergelijks en kan gewoon het eigen verkiezingsprogramma volgen, niet waar?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Nee, niet in tijden van economische neergang. Dat hoef ik u toch niet te vertellen.

De heer Zalm (VVD):

Nee, tenzij dat verkiezingsprogramma daarmee al rekening houdt. Uit het verkiezingsprogramma van de PvdA citeer ik nu: Als de economische groei tegenvalt, blijft de trendmatige aflossing van de staatsschuld vooropgaan. Als een tekort dreigt, is een nieuwe afweging door het kabinet nodig. Terugkeer naar de oude situatie van financieringstekorten is geen optie; het zou ons van de regen in de drup brengen.

Ik verwacht van u dus eigenlijk voorstellen om de begroting te sluiten, omdat dat in uw verkiezingsprogramma staat. U gaat daarentegen het tekort alleen maar vergroten; althans in 2003 in de hoop dat het in 2006 wel weer goed komt.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik zal ook aangeven, hoe wij dat denken te doen.

De heer Zalm (VVD):

U wijkt dus af van uw verkiezingsprogramma. U hebt immers de kiezers die hun vertrouwen aan u hebben gegeven, beloofd dat – ook als het economisch tegen zou vallen – het gegarandeerd nooit tot een financieringstekort komt.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik moet de heer Zalm, net als bij het vorige debat, prijzen dat hij het verkiezingsprogramma van de PvdA zo goed uit zijn hoofd kent. Dat kennen wij ook uit ons hoofd, maar bij het vorige debat heb ik al gezegd dat economische neergang voor de PvdA eveneens geldt. Dat geldt niet alleen voor u of voor het kabinet. Wij hebben op 15 december van het vorige jaar ons verkiezingsprogramma vastgesteld. Ik behoef er niet met u van mening over te verschillen dat de tijden toen anders waren en op een andere manier een inzet werd gekozen in de verkiezingsprogramma's, in elk geval in het onze. In het vorige debat heb ik tegen u gezegd dat de teller op nul staat, dat wij naar de toekomst moeten kijken en moeten proberen goede voorstellen te doen. Ik vind dat u mij moet prijzen, omdat ik niet zeg dat de bomen vanzelf tot in de hemel zullen groeien als wij voorstellen doen. Ik reken uit wat de gevolgen van onze voorstellen zijn.

De heer Zalm (VVD):

Als de opmerking dat de teller op nul staat, betekent dat het verkiezingsprogramma wordt verscheurd, acht ik dat kiezersbedrog. In het verkiezingsprogramma slaat deze passage niet op normale omstandigheden; dit slaat op tegenvallende economische omstandigheden. Daarvan heeft u de kiezer in het vooruitzicht gesteld dat er geen financieringstekort komt. Dan mag de kiezer ook verwachten dat u nu met voorstellen komt waarin dit niet gebeurt. In mijn programma staat dat niet.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat is waar. Ik zei al eerder tegen de heer Verhagen dat ik mij in het goede gezelschap van het CDA-verkiezingsprogramma bevind. Het CDA vond dit, evenals de PvdA.

De heer Zalm (VVD):

In het Strategisch akkoord en in het beleid dat wij hebben afgesproken, zit wel iets meer flexibiliteit dan in het CDA-verkiezingsprogramma. U heeft nog het originele verkiezingsprogramma en u wordt geacht, dat te verdedigen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Maar mijnheer Zalm, ik weet niet wat u nu van mij wilt horen. Ik ga toch niet achteraf mijn gelijk of ongelijk bewijzen, als ik u zeg dat wij op 15 december in de veronderstelling waren dat het verkiezingsprogramma dat wij financieel hadden doorgerekend, ook op die manier uitvoerbaar zou zijn? Ik moet na meer dan een half jaar constateren, dat de situatie in Nederland totaal anders is en ook anders dan wij op het moment van de tekstvaststelling van ons verkiezingsprogramma verwacht hadden. Wij hebben in elk geval nog het voordeel dat wij met ons programma iets gunstiger uitkomen dan het kabinet. U moet dus heel nieuwsgierig zijn hoe wij dat voor elkaar hebben gekregen.

De heer Zalm (VVD):

Deze passage sloeg juist op het geval dat het anders zou gaan dan gedacht, als het zou tegenvallen. Dan zou er minder uitgegeven worden en er zou ook minder lastenverlichting plaatsvinden of er zou worden vertraagd, maar in ieder geval géén financieringstekort meer. Dat heeft de PvdA beloofd. Als ik het echter goed begrijp, betekent die vertaling dat wij een nog hoger tekort in 2003 gaan krijgen dan het kabinet voorstelt. Nu, ik wacht verder uw verhaal en de doorrekening van het CPB af.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik vind het heel merkwaardig dat de heer Zalm mij nu eigenlijk tegenstreeft, als ik probeer te zeggen dat de situatie in Nederland op dit moment totaal anders is dan zij vorig jaar was en in ieder geval totaal anders dan de PvdA in haar verkiezingsprogramma verwacht had. Dat is toch duidelijkheid? Dat is toch de eerlijkheid die gebiedt om dat nu te zeggen en waardoor wij proberen om binnen die context een alternatief aan te bieden?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Zou de conclusie naar aanleiding van de reactie van mevrouw Van Nieuwenhoven kunnen zijn dat de PvdA-fractie op een andere manier tegen het begrotingsbeleid aan kijkt dan de afgelopen maanden?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dan de afgelopen maanden? U bedoelt waarschijnlijk de afgelopen jaren?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ook nog, maar laat ik het maar een beetje dicht bij huis houden, want dat kan ik in ieder geval overzien. Wij lopen hier allemaal jaren mee maar de kijkers zien dat allemaal niet al jaren.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Welnu, in ieder geval anders dan in de tekst van het verkiezingsprogramma en dus ook anders dan in de tijd die daarachter ligt. Dat klopt.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik stel die vraag ook, omdat ik met collega Melkert, de lijsttrekker indertijd, ook over dit thema gediscussieerd heb. Daar waar wij de mogelijkheid van het tijdelijke tekort openhielden, zei hij altijd namens de PvdA-fractie tegen mij: wij gaan de erfenis van Wim Kok niet verkwanselen. Maar als u nu zo tegen het begrotingstekort aan kijkt dat een tijdelijk tekort wel acceptabel is als je maar structureel aankoerst op een overschot, dan zitten wij ook dichter bij elkaar en dat schetst ook de nodige verwachtingen voor de toekomst. De oppositie tegen dit kabinet wordt dan ook breder en krachtiger.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik denk dat u inderdaad verrast zult zijn met de uitkomst van mijn voorstellen die ik nu graag zou willen doen.

Voorzitter. Wat wij zouden willen, is ten eerste een effectief economisch beleid, een beleid dat de economische malaise niet versterkt maar beperkt en dat ruimte geeft voor meer publieke en particuliere investeringen. Dat betekent op sommige punten dat er méér geïnvesteerd zal moeten worden, maar op andere punten minder bezuinigd. Er zijn extra investeringen in zorg, veiligheid en onderwijs nodig, omdat de achteruitgang van de kwaliteit van de voorzieningen én van de mensen die in die sectoren werken anders met rente moet worden terugbetaald.

Ten tweede willen wij een stimulerend arbeidsmarktbeleid...

Mevrouw Giskes (D66):

Ik wacht de voorstellen af en denk: nu komen de cijfers. Ik hoor echter geen cijfers. U zei dat u zo meteen ging vertellen wat het allemaal betekent. Ik ben dan ook benieuwd wat het voor het aanstaande jaar betekent, want u heeft alleen een getal voor 2006 genoemd.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik heb zo-even mijn "ten eerste" gezegd.

Mevrouw Giskes (D66):

U gaat nu naar het volgende punt en mijn vraag is: wat gaat dit eerste punt betekenen?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik zou graag mijn eigen betoog willen volgen!

Mevrouw Giskes (D66):

Natuurlijk, maar ik probeer het ook te volgen en u gaat nu naar een volgend punt waar u ook geld voor wilt uittrekken. Mijn vraag is: hoeveel geld gaat er in dat eerste punt om en wat betekent dat?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat zal ik u straks vertellen, maar ik wilde nu eerst even de punten langs lopen.

De voorzitter:

U krijgt kennelijk antwoord op uw vraag, mevrouw Giskes.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik wacht dan nog één keer!

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik blijf gewoon even doorgaan, hoor!

Voorzitter. Ten tweede willen wij een stimulerend arbeidsmarktbeleid. De kabinetten-Kok hebben bewezen dat je hiermee de economische spiraal de goede kant op kunt buigen. Het kabinet moet de Nederlandse banenmachine opnieuw goed afstellen. De investeringen in het scheppen en het behouden van banen worden dubbel en dwars terugverdiend doordat meer mensen in hun eigen onderhoud kunnen voorzien en minder een beroep op een uitkering hoeven te doen. Dus, behoud van de subsidies voor werkgevers om langdurig werklozen of mensen in lage loonschalen in dienst te nemen en behoud van de gesubsidieerde banen.

Ten derde, maak een fonds voor leefbaarheid en mobiliteit. De PvdA-fractie stelt voor, het kwartje van Kok terug te geven aan de burger door een helder en controleerbaar fonds voor leefbaarheid en mobiliteit te stichten. Daaruit kunnen de projecten die nu door het kabinet geschapen worden zoals de Hanzelijn, de A2 bij Maastricht en de spoortunnel bij Delft, gefinancierd worden. Er is dan ook geld voor leefbaarheid en natuuraankopen. De NS kan een impuls krijgen en de bezuinigingen op het streekvervoer kunnen worden teruggedraaid.

Ten vierde: milieuvriendelijk gedrag moet beloond worden. Premier Balkenende hield op de Wereldconferentie in Johannesburg een gloedvol betoog over duurzame ontwikkeling: "We've done the talking, so let's start walking", in mijn vertaling: geen woorden, maar daden. Terug in Nederland was zijn eerste daad het bezuinigen op de stimulans voor duurzame energie, schone auto's, schone technologie en groen beleggen. Ik zou zeggen: "Put your money where your mouth is", een ander citaat uit de rede van premier Balkenende in Johannesburg. Boter bij de vis dus: blijf milieuvriendelijk gedrag belonen en dus de bezuinigingen terugdraaien. Iedere euro die de overheid sinds 1995 in groen beleggen investeerde, leverde 40 euro op aan investeringen in groene projecten. Het levert dus geld op. Aanvullende maatregelen om alsnog het Kyoto-doel van vermindering van het broeikaseffect te halen, zullen alleen maar meer geld kosten.

Ten vijfde: maak een verlofparaplu. Met het kabinetsvoorstel voor de verlofknip ontstaan twee verlofspaarregelingen. De Partij van de Arbeid wil deze laten samengaan in één verlofparaplu, een geïntegreerde fiscale regeling. Door deze aan te vullen met een basisverzekering voor verlof is het mogelijk dat iedereen, ongeacht inkomen of geslacht, zo nodig voor een ander kan zorgen. Laat de regering zo'n visie eerst eens uitwerken, voordat ze mensen dupeert door het spaarloon en bestaande verlofregelingen te schrappen.

Het is jammer, voorzitter, dat de heer Verhagen dit nu niet hoort, wat dit komt heel dicht bij zijn plannen.

De heer Verhagen (CDA):

Ik heb twee oren.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

U heeft het dus gehoord. Gelukkig!

Ten zesde: koopkrachtbehoud voor de laagste en de middeninkomens. Met het schrappen van de hogere nominale premie in het ziekenfonds bereiken we dat in één klap. Met dit voorstel dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten en gaan de laagste en de middeninkomens niet in de min.

Misschien stel ik mevrouw Giskes nu teleur, omdat ik aan het eind van deze reeks een papiertje wil indienen dat aan de Handelingen toegevoegd kan worden en dat misschien ook uitgedeeld kan worden. Dan kan iedereen zien wat de cijfers zijn. Die staan allemaal op dit ene A-viertje, mevrouw Giskes. Gelet op de beperkingen die mijn spreektijd met zich brengt, ga ik wat erop staat niet allemaal voorlezen. Overigens zie ik dat de heer Crone u het papiertje al aanreikt.

Mevrouw Giskes (D66):

Maar ik zou het toch wel aardig vinden, ook voor de Handelingen, als u een tipje van de sluier oplichtte en als u zei wat dit financieel betekent. Ik neem aan dat u uw voorstellen heeft laten doorrekenen. Wij hebben onze voorstellen ook door het CPB laten doorrekenen. Op die manier weten wij wat de effecten zijn, niet alleen voor 2006, maar ook voor het aanstaande jaar.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Mevrouw Giskes, u kent de heer Crone net zo goed als ik en dan weet u dat hij bij het CPB is geweest. Alleen, wij hebben geen alternatieve begroting gemaakt. Dat wist u, want wij hebben dit van tevoren aangekondigd. Op een aantal onderdelen hebben wij alternatieven. Daarover gaan de voorstellen die ik net heb gedaan. Deze alternatieven staan op één A4'tje en daarmee is de heer Crone dus naar het CPB geweest. Voorzover ik hem heb begrepen, klopt hetgeen daarop staat.

De voorzitter:

De notitie zal worden rondgedeeld door de bodes. Dank, mijnheer Crone, dat u iedere fractie een exemplaar heeft gegeven.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Mijnheer Crone is erg enthousiast, voorzitter.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik ook. Ik zou zo graag uit uw mond horen wat de voorstellen precies voor 2003 betekenen. Loopt het tekort op en, zo ja, hoeveel? Uit de discussie van zo-even begrijp ik dat het tekort oploopt, maar ik weet niet hoeveel het gaat worden. Wat is het effect voor de werkgelegenheid?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Zoals u op de notitie kunt zien, komt het tekort hoger uit in 2003. Daar had de heer Zalm al enige kennis van. In 2006 komt het kabinet uit op 0,6 mld en wij op 0,5 mld.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik meen dat er op het overzichtje wat anders staat.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Nee hoor. Dan heeft de heer Crone u het verkeerde papiertje gegeven.

Mevrouw Giskes (D66):

Als ik het goed begrijp zal met de voorstellen van de PvdA volgend jaar het financieringstekort flink oplopen en wordt er een voorschot genomen op wat komen gaat.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Voorzitter. Ik wil best bij interruptie het papier gaan voorlezen. Eigenlijk maakt u het mij heel gemakkelijk, mevrouw Giskes.

De voorzitter:

Mevrouw Van Nieuwenhoven. U zegt dat de heer Crone het verkeerde papiertje zou kunnen hebben gegeven, maar dat papiertje laat ik ronddelen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Nee, als mevrouw Giskes nog even doorleest, ziet zij wel dat bijna onderaan, bij "resultaat voor financieringssaldo" de exacte cijfers staan, de cijfers die ik zojuist noemde.

De heer Zalm (VVD):

De lijsttrekker van de Partij van de Arbeid heeft steeds gezegd: er komt nooit meer een begrotingstekort. Ik heb er begrip voor dat zij nu tot de conclusie komt dat die uitspraak niet zo verstandig is geweest.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Maar dat u dat zegt is nog veel opmerkelijker.

De heer Zalm (VVD):

Ja, ik heb dat altijd al gevonden. Met ons programma waren we al verstandiger. Ik weet namelijk hoe onzeker de economische ontwikkelingen zijn. Wat de Partij van de Arbeid nu doet is niet alleen haar belofte intrekken, maar ook het tekort verder laten oplopen. Ook ten opzichte van 2002 gaat het tekort omhoog, naar 0,7% BBP. Als je dan ziet wat er in 2006 aan verbeteringen zou worden bereikt, is dat alleen maar het schrappen van de uitgavenreserve van het kabinet. Ja, dat is ook een makkie! Bovendien heb je dan echt geen reserve meer.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik heb in het debat over het strategisch akkoord en in het debat over de regeringsverklaring al een en ander maal gezegd dat het niet aangaat om net te toen alsof de PvdA-fractie niet met dezelfde zaken wordt geconfronteerd als het kabinet.

De heer Zalm (VVD):

U maakt het een graadje erger.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Wij zoeken nu alternatieven. Ik heb steeds gezegd dat er moet worden geïnvesteerd, dat moet worden geprobeerd hierop te sturen en dat men de resultaten moet proberen te halen die men wil. Kennelijk wilt u andere resultaten dan de PvdA-fractie. Dat is een politiek verschil van mening.

De heer Zalm (VVD):

Wij willen financiële discipline.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Die willen wij ook nog steeds. Dat hebben wij heel goed van u geleerd in de afgelopen acht jaar.

De heer Zalm (VVD):

Dan bent u het gauw kwijtgeraakt. Het tekort gaat omhoog, zowel in de tijd als in vergelijking met de voorstellen van het regeerakkoord en zeker ten opzichte van de belofte dat er nooit meer een begrotingstekort zal komen. Ik vind dit een sterke afwijking van de lijn die u in uw verkiezingsprogramma had uitgezet. Het is natuurlijk heel makkelijk: als er weer een schep geld bovenop wordt gegooid, kan men altijd leukere dingen aan de kiezers laten zien dan de regering kan.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Nee, er wordt een andere politieke keuze gemaakt wat betreft de investeringen.

De heer Zalm (VVD):

Het zou echt kiezen zijn als voor wat ergens extra wordt gedaan ergens anders iets wordt geschrapt. Dat noem ik echt kiezen. Ergens iets bovenop zetten is makkelijk.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat is precies wat er gebeurt, mijnheer Zalm. Als men de onroerendezaakbelasting afschaft, wat wij dus niet doen, kan men dat dus gebruiken. Als het kwartje van Kok in een fonds wordt gestopt waarmee mobiliteit en leefbaarheid kunnen worden versterkt, is dat een andere keuze dan als het kwartje wordt teruggegeven aan de burger. Wij geven het ook terug aan de burger, maar op een andere manier. Wij denken dat mensen graag leefbaarheid en mobiliteit willen in dit land en dat zij minder behoefte hebben aan enkele eurodubbeltjes op een liter benzine. Dat is dus het verschil van mening, daar hebben wij het over.

De heer Zalm (VVD):

Dat is helemaal niet aan de orde in 2003, dat is pas in 2004. Ik constateer dat er in 2003 voor anderhalf miljard aan leuke dingen wordt gedaan zonder dekking. Er wordt een half miljoen inverdieneffect afgetrokken, maar dan blijft er toch nog een miljard belasting van het begrotingstekort over. Ik vind dat niet zo sterk.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik weet dat u mij graag uit wilt lokken tot een cijfertjesdebat met drie cijfers achter de komma. Ik geef u graag toe dat u daarin beter bent dan ik. Dat heb ik afgelopen jaren heel vaak gehoord en daar zal ik u ook niet op gaan bestrijden.

Ik probeer nu duidelijk te maken dat dit de algemene politieke beschouwingen zijn. Hierin geven fracties aan welke politieke keuzes zij maken en welke investeringen zij willen doen. Ik leg dan ook nog op een A4'tje met cijfers uit hoe ik dat allemaal doe, omdat ik dacht dat u anders toch allemaal zou zeggen dat het niet zomaar kan. Dat dit anders is dan u van de Partij van de Arbeid had verwacht op basis van ons verkiezingsprogramma, heb ik u al drie keer toegegeven. Veel meer dan dat kan ik niet doen op dit moment.

Mevrouw Giskes (D66):

Kan mevrouw Van Nieuwenhoven toelichten waarom de PvdA ervoor heeft gekozen om haar voorstel niet te laten doorrekenen en om het maar op één A4'tje te doen?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Omdat dit de algemene politiek beschouwingen zijn. Wij vinden dat het hierin aankomt op politieke keuzes inzake investeringen die men wil doen. Wij hebben in de afgelopen jaren heel vaak gezien, en wij hebben daar met het CDA vaak over gediscussieerd, dat heel grote alternatieve begrotingen die heel veel werk hadden gekost binnen de algemeen politieke beschouwingen al weg waren. Hierdoor moest men zich bij de begrotingsbehandelingen voortdurend afvragen hoe er kon worden geamendeerd en hoe zaken moesten worden gedaan. Wij willen een opgaande lijn en noem dat dan maar de nieuwe politiek van de fractie van de Partij van de Arbeid. Wij willen bij de algemene politieke beschouwingen de politieke keuzes aangeven, inclusief de daarbij behorende investeringen. Mijn collega Crone zal daar over een paar weken met veel genoegen de financiële beschouwingen aan toevoegen, waarna mijn collega's bij de begrotingsbehandelingen iedere keer weer de financiële onderbouwingen zullen geven en amendementen zullen indienen. Dat ga ik dus nu niet doen.

De heer Verhagen (CDA):

Dat is op zich helder. Maar bij deze algemene beschouwingen, die gaan over de grote lijnen, zou ik graag uitgelegd krijgen hoe je uitgaven voor het komende jaar denkt te kunnen financieren met het schrappen van bepaalde uitgaven in 2005. Het kwartje van Kok en de OZB worden gebruikt ter financiering voor 2003. Dat is geen detail meer, dat is gewoon een grote lijn. Dan leeft u dus op de toekomst.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Maar ik zei ook dat het een grote lijn was, ik zei ook dat ik niet op details in zou gaan.

De heer Verhagen (CDA):

U leeft dus op de pof!

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Neen, dat is natuurlijk echt niet waar. Als je de uitgaven op een andere manier verhoogt dan het kabinet doet, als je minder bezuinigt dan het kabinet wil, als je lastenverlagingen schrapt die het kabinet voorstelt, kom je op een ander eindresultaat uit. Dat is toch niet zo moeilijk?

De heer Verhagen (CDA):

U schrapt lastenverlichtingen die niet zijn voorzien voor 2003, maar voor 2005.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Neen hoor, het vervallen van de geconditioneerde lastenverlagingen staat al veel eerder gepland. Het vervallen van de OZB is voor 2004 aangekondigd.

De heer Verhagen (CDA):

Neen, dat is aangekondigd voor 2005. Hetzelfde geldt voor het kwartje van Kok.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Neen.

De heer Verhagen (CDA):

Het kwartje van Kok is aangekondigd voor 2004, maar het staat in ieder geval niet in de begroting voor komend jaar. Het gaat in bij de wijzigingen in het kader van het zorgstelsel.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik bestrijd dit op zichzelf genomen niet, maar het kwartje van Kok speelt in 2004. Daarin vergist u zich.

De heer Verhagen (CDA):

Maar niet in 2003.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Als je dit op een andere manier zou besteden dan op de wijze die het kabinet nu aankondigt, dan kun je 500 mln op een andere manier in een fonds storten, waardoor het ook nog geld genereert. Het bedrag wordt dan ook ieder jaar bijgevuld.

De heer Verhagen (CDA):

Maar dat gebeurt niet volgend jaar.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Neen, maar als je nu de beslissing neemt dat je dit in 2004 op die manier voor elkaar hebt, dan weet je ook wat je volgend jaar in gang kunt zetten. Dat is toch niet zo moeilijk te volgen? Je kunt hieruit dus wel degelijk precies opmaken wat wij doen. Ik heb niet gezegd dat het een alternatieve begroting is. Wij zijn ermee naar het CPB gegaan en hebben gevraagd of deze cijfers klopten. Volgens het CPB klopten de cijfers en de berekening op zichzelf genomen. Het schijnt dat je hier altijd beter wordt geloofd als je het CPB aanhaalt dan wanneer je het zelf hebt uitgerekend, dus daaraan zijn wij tegemoet gekomen.

De voorzitter:

De heer Zalm mag nog een vraag stellen, want hij is in deze ronde al een keer aan de beurt geweest.

De heer Zalm (VVD):

Mevrouw Van Nieuwenhoven heeft gelijk. Zij heeft de OZB-kwestie pas voor 2006 in de boeken staan. Er worden geen lastenverzwaringen of -verlichtingen uit latere jaren naar voren gehaald. Wel blijft overeind dat het per saldo gaat om 1,5 mld extra uitgaven of minder lasten.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat geldt voor het eerste jaar. Daarna loopt het weer af naar de rest van de jaren.

De waarden en normen vormen een heel belangrijk onderwerp. De PvdA gaat het debat over de waarden en normen graag aan. Zoals u wellicht in mijn bijdrage hebt gemerkt, zit de sociaal-democratie vol met waarden en normen: eerlijk delen, gelijke kansen, emancipatie, opkomen voor de zwakkeren in de samenleving en internationale solidariteit. Wellicht kunnen deze waarden en normen een nuttige bijdrage leveren aan de discussie die de premier is gestart; nuttiger in elk geval dan de begrotingsnorm die volgens de minister van Financiën in dat debat een prominente plaats verdient. Met zijn opmerking maakt de minister van Financiën het initiatief van de premier in onze ogen in feite belachelijk. Dat is jammer, want een goed debat over normen en waarden kan veel opleveren. De PvdA heeft dat ook gemerkt toen zij in haar verkiezingsprogramma een pleidooi hield tegen de hufterigheid. Van mij hoeft de discussie niet per se in een commissie te worden gevoerd. Ik heb overigens begrepen dat ik mij daarmee aan de zijde van enkele ministers schaar. Het debat kan hier worden gevoerd worden. Als dat tot wetgeving leidt, dan is er zelfs sprake van regels waaraan iedereen zich moet houden. Zijn dat de normen waar de premier op doelt? Of heeft hij het over andere waarden en normen? En moeten die in wetgeving worden vertaald?

Over de waarden en normen in het bedrijfsleven valt het nodige te zeggen. Na de Enron-zaak staat ook in Nederland de betrouwbaarheid van beursgenoteerde ondernemingen ter discussie. Sinds de enquête naar de bouwfraude weten wij dat de meeste topmannen van de bouwbedrijven doen alsof zij niet van de illegale prijsafspraken hebben geweten. Dat die topmannen echt van niks wisten, gelooft natuurlijk bijna niemand. Bijna niemand, want minister-president Balkenende verklaarde eerder dat minister Heinsbroek als topman in de cd-branche niks wist van de illegale prijsafspraken die daar plaatsvonden. "Het moeten de medewerkers van Heinsbroek zijn geweest die het zonder zijn medeweten deden", aldus de premier. Dezelfde minister is nu verantwoordelijk voor de NMa, die onderzoek doet naar illegale prijsafspraken. Ik denk dat dit een groot beroep doet op zijn integriteit.

Voorzitter. Ik heb van huis uit meegekregen: verbeter de wereld en begin bij jezelf. Dat wil ik ook graag dit kabinet voorhouden. Ministers zijn gezagdragers. Zij spreken met gezag over de onderwerpen waar zij een zware verantwoordelijkheid voor dragen. Het is niet goed als ministers met hun uitlatingen twijfel zaaien over de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat. Ook het stigmatiseren van bepaalde bevolkingsgroepen hoort wat de PvdA-fractie betreft niet tot hun taakomschrijving. Wil het kabinet gezag verwerven, dan zal het bovenal betrouwbaar moeten zijn. Ik citeer uit het boek van de premier: het afschaffen van het spaarloon versterkt het beeld van de onbetrouwbare overheid. En wat doet hij? Hij schaft het spaarloon af. Het groen beleggen is nog niet ingevoerd of dit kabinet schaft het weer af. Dat is ook een voorbeeld van een overheid waar mensen niet op kunnen rekenen.

Het kabinet zit er om problemen op te lossen, niet af te schuiven. Dat is wel wat er in onze ogen teveel gebeurt. Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheden, maar te weinig middelen om die waar te maken: minder geld uit het Gemeentefonds, bezuiniging op gesubsidieerde arbeid, korting op jeugdzorg, hogere kosten voor bijstand en reïntegratie. Meer problemen, minder geld. VVD-wethouder Dales in Amsterdam zei gisteren: het nieuwe kabinet gooit teveel problemen over de muur. Zijn CDA-collega Maij zei: als je staat voor veiligheid, zorg en onderwijs, maar daar vervolgens nauwelijks in investeert, maak je je belachelijk.

In het buitenland liggen voor Nederland enorme kansen. Nederland heeft traditioneel een belangrijke rol gespeeld in de Europese integratie. Dat moet zo blijven. Er is altijd voor gekozen om de weg van de gezamenlijkheid te bewandelen. Uit verlicht eigenbelang, dat zeg ik er in de richting van het kabinet bij. Dat vereist wel een activistische benadering. Het kabinet gaat daar in onze ogen te slordig mee om. Onze onderhandelingspositie wordt schimmig en onhelder verwoord. Heeft de premier al aan zijn buitenlandse collega's uitgelegd dat minister Veerman het toch niet zo bedoeld had? Wat is de positie van het kabinet ten aanzien van de discussie over de toekomst van Europa in de Europese Conventie? Vindt de premier het achteraf ook niet ongelukkig dat het nieuws na zijn eerste buitenlandse reis, nog wel naar Brussel, was dat hij de vertegenwoordiger namens de regering, minister van Staat Hans van Mierlo, min of meer de wacht had aangezegd?

De heer Verhagen (CDA):

Ik las dat collega Timmermans, ook van de PvdA, vond dat de inbreng van Nederland in de conventie niet bestaand was. Hoe verhoudt dat zich met uw uitspraak? Collega Timmermans heeft gisteren toch duidelijk gemaakt dat er op geen enkele wijze ook maar iets te merken was van een Nederlandse inbreng in de conventie.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Het zal u niet ontgaan zijn dat ik het daar niet over had. Ik sprak over het ongelukkige optreden van de premier. Hij ging naar Brussel en het nieuws was vervolgens dat oud-minister Hans van Mierlo misschien niet langer meer de regeringsvertegenwoordiger moet zijn. Ik heb mij niet uitgesproken over de inhoud. Ik weet alleen heel zeker, omdat ik het hem zelf gevraagd heb, dat op het moment dat het nieuws naar buiten kwam, er in ieder geval door de regering nooit met oud-minister Van Mierlo over was gesproken. Dat vind ik ongelukkig. Ik vraag de minister-president daarom of dat inderdaad zo is en of hij dat vandaag op wil helderen. Dat is waar ik het over heb.

De heer Verhagen (CDA):

Mevrouw Van Nieuwenhoven winkelt wel erg selectief in het nieuws over de reis naar Brussel. Ik wil graag een helder antwoord krijgen op de volgende vraag. Vindt de fractie van de PvdA dat de regeringsvertegenwoordiger in de conventie het standpunt van de Nederlandse regering moet vertegenwoordigen?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat lijkt mij wel.

Voorzitter. Ik wil nu iets zeggen over de dreigende oorlog tegen Irak. Wie in Irak geen reëel veiligheidsprobleem ziet, is beangstigend naïef. Maar oorlogsretoriek mag niet de overhand krijgen. Geen enkele oorlog is onafwendbaar. Militaire actie mag absoluut geen automatisme zijn. In de Veiligheidsraad is bij mijn weten niet aangetoond dat de huidige strategie van afschrikking slechter zou zijn dan het precedent van een preventieve oorlog. Ik denk maar aan de betrekkingen met alle landen in het Midden-Oosten en de enorme risico's voor de mensen daar. Ook in Nederland maken veel mensen zich ernstige zorgen over een mogelijke nieuwe oorlog, met alle consequenties van dien. Zet het kabinet zich in voor een gezamenlijke Europese positie, waarbij wordt aangedrongen op het belang van de Veiligheidsraad of loopt men voor de troepen uit, zoals eerder deze maand, toen minister De Hoop Scheffer zei een Veiligheidsraadresolutie eigenlijk niet nodig te vinden? De PvdA vindt dat het Nederland van Hugo de Groot ondubbelzinnig moet kiezen voor de Verenigde Naties.

De voorzitter:

De alternatieve begroting van de PvdA zal als noot aan de Handelingen worden toegevoegd.

(De noot is opgenomen aan het eind van deze editie.)1

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Herstel van vertrouwen, een kwestie van aanpakken! De knelpunten in de samenleving op het gebied van zorg, veiligheid, onderwijs, integratie en de uitdagingen van morgen, zoals de vergrijzing, vragen inderdaad om een aanpak. Ze vragen om het nemen van verantwoordelijkheid en het geven van vertrouwen. Problemen moeten bij de naam worden genoemd en samen worden opgelost. Dat vraagt om een sterke sociale cohesie waarin sprake is van wederzijds respect en waarin mensen tijd en belangstelling hebben voor elkaar en niet gedwongen moeten afhaken. Dat vraagt ook om het naleven van waarden en normen, maar dan is het wel nodig, te weten wat onze waarden en normen zijn en daarvoor te durven uitkomen. Het zijn uitdagingen waar dit kabinet voor staat, maar niet alleen het kabinet. Het zijn uitdagingen voor de gehele Nederlandse samenleving; organisaties, verenigingen, verbanden en individuen. Alleen wanneer iedereen zich ervan bewust is dat hij of zij verantwoordelijkheid moet nemen om bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, kunnen deze ook daadwerkelijk worden opgelost. Pas dan ontstaat een samenleving waarin ook samen wordt geleefd. Dat gebeurt niet vanzelf, dat vraagt om inzet, bijdragen en keuzes. Dat gebeurt ook niet van vandaag op morgen. Daarom moeten wij kiezen voor de toekomst, want morgen is zo voorbij.

Het kabinet toont keuzes te durven maken, ook wanneer het resultaat niet morgen maar in de toekomst wordt bereikt. Gezien de uitdagingen en de huidige economische situatie is het een knappe prestatie van het kabinet dat het erin is geslaagd, ons een pakket te presenteren waarin aflossing van de staatsschuld gerealiseerd kan worden, gecombineerd met extra geld voor onderwijs, veiligheid en zorg.

Het kabinet kiest ook voor een nieuwe aanpak. Daarbij past dat het debat wordt opengebroken en nieuwe ideeën gelanceerd worden. Bij sommige plannen die door de individuele ministers werden gelanceerd, heb ik de afgelopen tijd geglimlacht en bij andere heb ik mijn wenkbrauwen gefronst. Dat past ook bij een open debat. Ik ga er echter wel van uit dat het kabinet op basis van de voorstellen die wij deze week accorderen, eensgezind aan de slag gaat.

Het nieuw aangetreden kabinet heeft het economische tij vooralsnog niet mee. De economische groei nam in de afgelopen tijd sterk af. Wij mogen elkaar natuurlijk geen recessie aanpraten, maar wij moeten de verwachtingen voor dit en volgend jaar wel serieus nemen. Er zal een lage economische groei zijn, een hoge inflatie en dito looneisen en een toenemende werkloosheid. Deze ontwikkelingen schetsen een beduidend slechtere economische situatie dan in de afgelopen acht jaar. Wij wennen nu eenmaal sneller aan meevallers dan aan tegenvallers. Nu wreekt zich dat onder de vorige kabinetten veel geld is besteed aan algemene lastenverlichting en te weinig aandacht is besteed aan het terugdringen van de schuld. Hierdoor is de rentemeevaller, waaruit intensiveringen waren betaald, geringer en zijn aanvullende bezuinigen noodzakelijk. Wij zullen ermee moeten leren leven dat het wel eens wat minder is dan waaraan wij gewend zijn geraakt en waarop wij hadden gerekend.

Ondanks de moeilijke economische situatie kiest het kabinet ervoor, vast te houden aan het uitgangspunt om binnen één generatie de staatsschuld af te lossen. De CDA-fractie ondersteunt deze lijn. Wij zijn ons ervan bewust dat dit om keuzes vraagt, met uitkomsten die wij in sommige gevallen ook liever anders hadden gezien. Wij mogen onze ogen echter niet sluiten voor die hardere economische situatie. Ook mogen wij met het oog op die naderende vergrijzing geen ongedekte cheques op het bordje van onze kinderen en kleinkinderen leggen. We mogen niet op de pof leven.

Om het aflossen van die staatsschuld binnen een generatie mogelijk te maken, is een positief EMU-saldo van minimaal 0,6% BBP in 2006 noodzakelijk. Daarmee wordt, hoe je het ook wendt of keert, de speelruimte voor volgend jaar beperkt. Een aanvullend pakket van bezuinigingen en lastenverzwaring is voor volgend jaar noodzakelijk en iedere verandering zul je dus binnen die begroting, binnen dat kader, moeten dekken. Wij gaan er dan ook van uit dat het voltallige kabinet achter het volledige begrotingsbeleid staat. Dat is immers het motorblok en liefhebbers van auto's weten, dat je een motor niet oneindig kunt opvoeren, omdat er dan ontploffingsgevaar dreigt. Dat geldt zelfs voor een Bentley.

De Nederlandse economie herstelt zich minder sterk dan in de rest van de wereld. Onze groei is fors lager dan in de Verenigde Staten en dan in de rest van Europa, terwijl onze inflatie boven de internationale ontwikkeling ligt.

Als wij onze concurrentiepositie bekijken, zien wij dat die enorm verslechtert in de jaren 2001 tot 2003, namelijk met 11,5%. Dit is mede het gevolg van de veel hogere loonkosten ten opzichte van het buitenland. Desondanks werden er eergisteren onverantwoord hoge looneisen gesteld. Te hoge looneisen kosten banen. Dat moeten wij ons allemaal realiseren. Met een slechter wordende concurrentiepositie en een oplopende werkloosheid zullen alle partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Als er straks een half miljoen werklozen zijn, is het namelijk te laat. Het is dan ook bittere noodzaak dat er een nieuw akkoord van Wassenaar komt. Het najaarsoverleg zal moeten slagen.

De tijd van kennismaken en elkaar de zwarte piet toespelen is voorbij. Het is mooi dat men het op zichzelf eens is over die economische analyse. Het is nu echter zaak dat werkgevers, werknemers en kabinet hun verantwoordelijkheid nemen en afspraken maken over die loonmatiging. Dat vraagt van alle partijen verantwoordelijkheid en inzet. Als wij van de bonden vragen, hun looneisen te matigen, mogen wij de werkgevers aanspreken op de prijsstijgingen door de euro. Deze zijn overigens lang ontkend door de minister van Financiën, maar zijn wel een feit. Wij mogen die werkgevers aanspreken op excessieve verrijking aan de top. Wij mogen hen ook aanspreken op vergroting van arbeidsproductiviteit.

De overheid mogen wij ook aanspreken. Wij mogen verwachten dat zij de loonstijging in de overheidssector beperkt tot 2,5%. Wij mogen van haar ook verwachten dat zij de administratieve lasten en regels daadwerkelijk vermindert en het overleg serieus neemt. Dat laatste betekent dat plannen helder gecommuniceerd moeten worden. De overheid moet tijd en ruimte bieden voor meedenken. Het mag niet gaan zoals bij de voorstellen over de WAO en de verlofknip. Het gaat om onze concurrentiepositie en de werkgelegenheid. Daaraan zal iedereen een bijdrage moeten leveren, ook aan de sfeer. Daarin passen mijns inziens geen uitspraken als een bus die vol gas naar de afgrond rijdt of een financiële gevangenis.

In het overleg en het akkoord zullen ook andere onderwerpen aan de orde moeten komen, zoals de prijsstijgingen, lastenverlichting, levensloopbeleid, ziekteverzuim, arbeidsmarkt en pensioenen. Kan die voorwaardelijke lastenverlichting van 500 mln bij het Najaarsoverleg ook anders worden toegepast? Hoe kan het kabinet bijdragen aan het vergroten van de arbeidsproductiviteit? Een extra impuls aan onderzoek en deregulering kunnen hierbij een rol spelen.

Innovatie is van groot belang. De fractie van het CDA pleit ervoor, de verdeling van de middelen uit de begroting voor het ministerie van Economische Zaken voor het bevorderen van innovatiekracht en het ondernemingsklimaat eens goed tegen het licht te houden. Er moet orde geschapen worden in het woud van subsidies en fondsen waarmee dit ministerie probeert te sturen. Een drastische vereenvoudiging van deze regelingen is nodig, waarbij een versterking van de innovatiekracht en verlaging van de administratieve lastendruk een substantiële productiviteitsverhoging uitgangspunt dienen te zijn. De begroting van het ministerie van Economische Zaken biedt hiervoor te weinig houvast.

Over administratievelastenverlichting gesproken: weet u hoeveel formulieren een boer moet invullen die drie kippen wil vervoeren? 82! De regelgeving vanachter de Haagse bureaus is veel te ver doorgeschoten. Dat is ook het verlagen van administratieve lastendruk.

Een ander zorgwekkend punt zijn de pensioenen. De premies stijgen mede als gevolg van de hoge looneisen, terwijl de pensioenfondsen op tekorten afkoersen. Mijn vraag is dan ook: is het geld wel verantwoord belegd? Welke toezichthoudende rol heeft met name de Pensioen- en Verzekeringskamer hier gespeeld?

De heer Marijnissen (SP):

Voorzitter. Fijn dat de tien minuten om zijn. Ik vind het een rare regel, want ik wilde de heer Verhagen al veel eerder interrumperen. Ik heb een vraag over wat hij net gezegd heeft. Misschien denkt hij dat hij hierdoor de dans ontspringt, maar dan heeft hij het toch mis. Ik neem aan dat ik de heer Verhagen een vraag mag stellen over wat hij vijf minuten geleden heeft gezegd.

De voorzitter:

U mag nu interrumperen. Ik vind het een beetje flauw om dat te zeggen, maar laten wij onze tijd niet verdoen met een discussie over de uitspraak dat u het een rare regel vindt. Namens u heb ik deze regel ook afgesproken. Ga uw gang.

De heer Marijnissen (SP):

Ik hoorde de heer Verhagen een dramatisch appel doen op de vakbeweging en daarbij verwijzen naar de slechte concurrentiepositie van ons land. Wat is nu het geval? De grootste krant van Nederland had vanmorgen een aardig bericht. Daar stond boven: Nederland nummer één op hitparade van The Economist. Dat is op zichzelf niets nieuws. The Economist komt jaarlijks, tweejaarlijks, driejaarlijks met een "ranking" van de verschillende landen in deze wereld op het gebied van de concurrentiekracht en vooral het investeringsklimaat. Het toonaangevende weekblad The Economist heeft Nederland gekozen tot het beste land ter wereld voor het bedrijfsleven. Daarmee heeft ons land de Verenigde Staten van de troon gestoten. Kan de heer Verhagen mij uitleggen hoe dit zich verhoudt tot zijn dramatische oproep?

De heer Verhagen (CDA):

Gewoon op basis van de cijfers. Op het punt van de export is er een verslechtering te zien. Er is namelijk een verandering te zien van het eigen, binnenlandse product in doorvoer. Met andere woorden, de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid staan onder druk. Wij hebben hier een lagere economische groei. Wij kunnen wel mooi op een lijst staan, maar wij moeten nog werken aan de verbetering van het fraaie investeringsklimaat, bijvoorbeeld in het kader van filebestrijding en een minder hoge lastendruk, ook voor het bedrijfsleven. Onze economische groei staat op 1,5% ten opzichte van 2,5% in de rest van het eurogebied en 3,5% in de Verenigde Staten. Je kunt mij veel wijsmaken, maar dat is gewoon een slechtere investeringssituatie.

De heer Marijnissen (SP):

Ik vind het knap dat u het beter denkt te weten dan de Intelligence Unit van de Economist, dat toch een wereldwijd gerenommeerd neoliberaal blad is, niet waar, mijnheer Zalm. Neemt u van mij aan dat men daar meer kennis van de internationale markt heeft dan de CDA-fractie bij elkaar. Die dramatische oproep aan de vakbeweging houdt voor mij een grote onrechtvaardigheid in. Dit kabinet komt met het plan om de spaarloonregeling en de lijfrenteaftrek af te schaffen. Het kabinet komt met tal van verslechteringen, waar de vakbeweging woest over is. Dit kabinet heeft er alles aan gedaan om het klimaat tussen de vakbeweging en de regering te verslechteren. Ik vind het eigenlijk ongepast om hier zo'n dramatische oproep te doen zonder verantwoording af te leggen over die beslissingen en om de vakbeweging te dwingen akkoord te gaan met de achteruitgang van de inkomens van mensen, zoals wij hebben gezien in de macro-economische verkenningen van het CPB. Wat is uw reactie daarop?

De heer Verhagen (CDA):

U luistert wel heel selectief, ook al hebt u al die tijd niet geïnterrumpeerd. Ik heb namelijk alle drie de partijen aangesproken. Ik heb werkgevers aangesproken op de prijsstijgingen, op de excessieve verrijking aan de top en op de noodzaak om te komen tot verhoging van de arbeidsproductiviteit door te investeren in innovatie. Ik heb het kabinet aangesproken op de bijdragen die het kabinet moet leveren, namelijk open overleg en communicatie en verlichting van de administratieve lastendruk. Ik doe een klemmend beroep op alle drie de partijen, zodat het Najaarsoverleg kans van slagen heeft. Wij kunnen het ons niet permitteren dat er geen akkoord komt. Wij hadden het net over een bus naar de afgrond. Als er geen akkoord komt, dan gaat het ten koste van de banen van mensen. Het resultaat zal zijn dat die mensen iedere dag in de bijstand zitten. Het gaat erom zeker te stellen dat er voldoende banen blijven in dit land. Dat is beter voor de mensen dan de elementen die u opnoemt. Om dat te bereiken zullen wij de productiekosten concurrerend moeten maken, want anders kan onze economische groei niet gelijk opgaan met die van andere landen.

De heer Marijnissen (SP):

U doet een beroep op de drie partijen. Wat u van de werknemers verlangt, is duidelijk: er mag niets boven de prijscompensatie bijkomen. Zij mogen er niet op vooruit gaan en moeten dus weer betalen. Wat betreft de werkgevers zou ik tussen twee haakjes graag willen weten of u voor een prijsmaatregel bent met betrekking tot de euro. En wat betreft het kabinet volstaat u met de oproep tot een open gesprek met werkgevers en werknemers. Maar wat moet volgens u het kabinet meebrengen in het overleg om de vakbeweging en voor een deel ook het MKB tegemoet te komen?

De heer Verhagen (CDA):

Daar kom ik deels nog over te spreken. Ik heb overigens al een paar elementen genoemd, bijvoorbeeld de levensloopverzekering, het terugdringen van de administratieve lastendruk opdat het bedrijfsleven een grotere bijdrage kan leveren aan de economie, het bevorderen van innovatie e.d.

De heer Marijnissen (SP):

Ik had het over werknemers. U hebt nog maar één ding genoemd.

De heer Verhagen (CDA):

Het is allemaal zo simpel wat u voorstelt. Het gaat u vooral om extra belasting van de topinkomens. Nederland profiteert echter momenteel in onvoldoende mate van het aantrekken van de wereldeconomie omdat het te weinig concurrerend is. In de MEV staat een buitengewoon heldere analyse van de situatie van onze economie ten opzichte van die van de overige landen. Er moeten dus bepaalde maatregelen worden genomen. Je moet dan niet je kop in het zand steken en zeggen dat dat niet nodig is. Het kabinet komt met maatregelen, maar ik zeg er wel bij dat er boter bij de vis moet komen en dat het een open overleg behoort te zijn. Het gaat daarbij dan om zaken als de WAO, het levensloopbeleid e.d.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De heer Verhagen zal het met mij eens zijn dat de vakbeweging in Nederland een grote mate van verantwoordelijkheid kent, ook als het gaat om de loonontwikkeling. Als dat niet zo is, hoor ik het graag. Minister De Geus heeft gisteravond gewezen op het belang van beperking van de loonkosten, zoals die overigens in de loop der jaren al heeft plaatsgevonden. Hij zei voorstander te zijn van een akkoord met de sociale partners als dat een zekere meerwaarde heeft. Hij was er niet voor om in die situatie krampachtig vast te houden aan het regeerakkoord. Bent u dat met hem eens?

De heer Verhagen (CDA):

In de discussie met de bonden kan er ook op worden gewezen dat de afgelopen jaren een koopkrachtstijging van 7% heeft plaatsgevonden. Vervolgens stel ik vast dat er looneisen worden gesteld die oplopen tot 6% in een periode van economische neergang. Ik vind dus dat wel degelijk een oproep kan worden gedaan tot loonmatiging. Het Strategisch akkoord was een afspraak tussen de drie regeringspartijen. Zij zullen het kabinet daarop dan ook aanspreken. Als het kabinet meent met voorstellen te moeten komen die daarvan afwijken, zal het de drie partijen van de noodzaak daarvan moeten overtuigen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

2001 was een specifiek jaar, gezien de miljarden aan lastenverlichting die verbonden waren met het belastingplan. Dat weet u net zo goed als ik; dat behoort u althans te weten. Het was meer overheidsbeleid dan beleid van de sociale partners. U hebt al het belang van matiging van loonkosten aangegeven. Werknemersorganisaties zijn zelfs bereid om in deze situatie daarover te praten. Is het voor u bespreekbaar om iets te doen aan de bezuiniging op de Melkertbanen, die een vernietiging van werkgelegenheid inhoudt? Is er met u te spreken over aanpassing van de maatregelen die het kabinet wil nemen met betrekking tot bijvoorbeeld de WAO en die de werknemers, maar zelfs de werkgevers steken? Het gaat om het antwoord op deze vragen om – als u dan spreekt van een akkoord van Wassenaar – vast te kunnen stellen dat je dit soort akkoorden zou kunnen sluiten. Of zegt u: het regeerakkoord is voor ons nog steeds niet alleen het uitgangspunt voor, maar zou eigenlijk ook het eindpunt moeten zijn van dit soort regelingen?

De heer Verhagen (CDA):

Ik heb voorlopig geen enkele aanleiding om terug te komen op de afspraken die wij hebben neergelegd in het Strategisch akkoord. Op het moment dat het kabinet de drie regeringspartijen in de Kamer weet te overtuigen, praten wij op dat moment verder. Dit is een zaak van de fracties, zoals ik net al heb gezegd.

In de discussies over de Melkertbanen hebben wij ons nooit zo positief getoond, omdat wij van mening waren dat dit reguliere banen moeten zijn. Wij hebben altijd gezegd dat dit kunstbanen zijn en dat er een werkelijke doorstroming moet worden gerealiseerd. Van de 50.000 mensen met een ID-baan zijn er slechts zeven doorgestroomd naar een reguliere baan. Dit betekent dat de gedachte achter deze ID-banen in de praktijk niet werkt.

Wij willen wel komen met een mogelijkheid die al in het Strategisch akkoord is opgenomen, namelijk om de gemeenten meer mogelijkheden te geven. Ik kom hierop later terug.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dan is het voor mij helder dat het politieke signaal van de minister van Sociale Zaken niet wordt opgepakt door de heer Verhagen, maar dat hij tegelijkertijd wel een ondubbelzinnig signaal geeft aan vooral de vakbeweging om de lonen te matigen. Dit mag echter niets kosten en het mag zeker niet buiten de paden van het Strategisch akkoord tot een oplossing leiden. Dit is natuurlijk wel een heel eenzijdige benadering. Ik wil de heer Verhagen dit graag voorhouden.

De heer Verhagen (CDA):

Als ik het kabinet aanspreek op open overleg en op open communiceren, ook over de plannen die al bestaan – ik heb de verlofknip en de WAO al genoemd – dan geeft dit aan dat ik wel degelijk vind dat het kabinet het overleg serieus moet nemen. Dit betekent ook dat ik ervoor opensta als het kabinet de drie regeringspartijen vraagt of zij willen afwijken van hetgeen eerder is overeengekomen in het Strategisch akkoord. Die discussie moet hier worden gevoerd. De regering moet ons overtuigen, want het Strategisch akkoord is voor ons het uitgangspunt waaraan wij het kabinet toetsen.

Van de overheid wordt ook een inspanning verwacht om het ziekteverzuim terug te dringen. Het ziekteverzuim in de marktsector is al jarenlang lager dan bij de politie en in de zorg en het onderwijs. Het is goed om te weten hoe dat komt, maar het is nog beter om te weten wat het kabinet daaraan zal doen. Wij lezen dat de voorbeelden van de succes "stories" in het Westfries Gasthuis in Hoorn en een basisschool in Rotterdam worden verspreid. De vraag is echter op welk doel het kabinet kan worden afgerekend. Wanneer zal het verzuim gelijk zijn aan dat in de marktsector?

De ziekenfondspremie wordt vooruitlopend op de stelselherziening in 2005 nu reeds verhoogd. Daarmee wordt de concurrentie tussen de verzekeraars bevorderd en het kostenbewustzijn van de verzekerden verhoogd. Tevens wordt invulling gegeven aan de CDA-gedachte om de schotten tussen de fondsen te herstellen en de premies kostendekkend te maken. Het is verontrustend dat in de Miljoenennota wordt opgemerkt dat er geen volledige compensatie meer nodig zou zijn door het naar voren halen van de premieverhoging in 2005. Dit is niet afgesproken in het Strategisch akkoord. Een deel – 200 mln euro – wordt gecompenseerd door verhoging van de arbeidskosten, maar dan blijft er nog steeds een gat van 500 mln euro over. Wij hebben in het Strategisch akkoord heel simpel afgesproken dat er een pakket lastenverlichting voor volledige compensatie zou worden opgenomen. Dit pakket moet blijven zoals het is.

Het voor het CDA zeer aangelegen punt van maximering van de zorgkosten en de daarbij behorende inkomensafhankelijke toeslag mag niet worden aangetast. Of moet ik de zin soms zo lezen dat de regering een halvering van de afschaffing van de OZB in gedachten heeft?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De CDA-fractie is op dit punt dus ontevreden. Op welke wijze zou zij de compensatie willen realiseren? Juist het gebrek aan compensatie leidt tot de min voor mensen op het minimum.

De heer Verhagen (CDA):

Ik kom daarover in mijn betoog nog te spreken. Ik kan het nu ook wel zeggen, want dan gaat het niet af van mijn spreektijd.

De voorzitter:

Ik ben blij dat ik nu merk dat ik vergeten was, de spreektijd stil te zetten.

De heer Verhagen (CDA):

De koopkrachtplaatjes zijn ten aanzien van de min inderdaad slechter dan wij waren gewend. In de afgelopen jaren zijn zij evenwel veel beter geweest dan wij waren gewend. Daarmee moet rekening worden gehouden. Een en ander is te billijken als de pijn eerlijk is verdeeld. Bovendien gaat het om het totaalbeeld van de periode. De toezegging van het kabinet was dat de koopkrachtplaatjes in 2006 nog steeds positief zijn. De mensen die het meeste in de min zitten, vooral de gezinnen met kinderen, ondervinden met name problemen door de verhoging van de ziektekostenpremie. Daarom stelt mijn fractie dat de maximering door middel van de inkomensafhankelijke toeslag overeind moet blijven en dat de toezeggingen op dit punt in 2005 moeten worden gerealiseerd. Zo blijft het beeld over de gehele periode hetzelfde. De huidige lastenverzwaring, die is te billijken vanwege de economische situatie, moet over de gehele periode genomen worden gecompenseerd door een gerichte lastenverlichting in de vorm van een inkomensafhankelijke toeslag.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dat is een rare redenering. De heer Verhagen haalt iets naar voren en compenseert het vervolgens voor een deel van de mensen, niet voor iedereen. De afspraak is: wij gaan voor iedereen compenseren als er een hogere premie komt. Waarom gebeurt dat niet?

De heer Verhagen (CDA):

Omdat de economische situatie aanmerkelijk slechter is dan twee maanden geleden. Toen wij het Strategisch akkoord afspraken, gingen wij uit van een economische groei van 2,5%. Die groei bedraagt nu 1,5% en als ik kijk naar de ontwikkelingen in het afgelopen halfjaar, is het nog maar de vraag of wij die 1,5% halen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Het CDA breekt dus een belofte.

De heer Verhagen (CDA):

Nee, want wij zeggen dat de huidige lastenverzwaring, dat tandje minder, in de gehele periode moet worden gecompenseerd. Daarom houd ik ook vast aan de inkomensafhankelijke zorgtoeslag in 2005. Dat betekent dat het nu allemaal een tandje minder moet, maar dat is noodzakelijk omdat er gewoon niet meer geld is. Dat is de bittere realiteit. Ik kan ook zeggen: ik financier het maar, maar ik betaal het niet, ik schuif de rekening naar achter. De situatie rondom de staatsschuld en de noodzaak om deze binnen één generatie af te lossen, nopen tot het nemen van maatregelen.

Voorzitter. De Miljoenennota 2003 benadrukt dat het Strategisch akkoord het recht op zorg definitief heeft verankerd. Mijn fractie had niet anders verwacht, zeker na het vragenuurtje van twee weken geleden, waarin minister Bomhoff overtuigend zijn aangekondigde perestrojka verdedigde. Minister Bomhoff toont zich moedig door zijn lot te verbinden aan de verkorting van de wachtlijsten voor ernstig zieken. Hij heeft gezegd dat dit probleem binnen twee jaar is opgelost. Mijn fractie prijst hem daarin. Het benodigde aantal geneeskundige behandelingen, de vraag dus, is voortaan bepalend. Het concept van een prestatiebegroting spreekt mijn fractie aan. In de toekomst is dus geen sprake meer van chirurgen die in oktober moeten stoppen met opereren omdat het geld op is.

Mijn fractie ziet met vreugde haar eerdere ideeën over een kanteling in de zorg naar een vraaggestuurd systeem, terugkomen in deze Miljoenennota. Iedere Nederlander heeft recht op zorg waarvan de kwaliteit en de bereikbaarheid door de overheid worden gegarandeerd. De zorg moet dus ook uit het keurslijf van rigide aanbodbeheersing met overmatige regelgeving. Daarvoor zijn drie dingen nodig: geld, een betere en creatievere benutting van bestaande capaciteit en het terugdringen van bureaucratie en administratieve lasten. Met het verhogen van het groeipercentage van 2,5 naar bijna 4 per jaar heeft de zorg meer ruimte gekregen, 6 mld euro extra in 2006. Minister Bomhoff acht de kans op overschrijdingen nihil; dat is geruststellend. Dat kan ook, als de sector echt de ruimte wordt gegeven. De CDA-fractie wil overigens wel de verzekering dat het extra geld daadwerkelijk naar verbetering van de zorg gaat, naar de artsen, de verpleging en de patiënten. Geld alleen is niet de oplossing, hoe nodig ook. Het gaat om een cultuuromslag.

Naast een financiële impuls is een creatieve impuls in de zorg hard nodig. De CDA-fractie gaat daarbij uit van eigen verantwoordelijkheid. Laat artsen, ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingstehuizen zelf initiatieven ontplooien om te komen tot betere benutting van de capaciteit. Het aanbrengen van prikkels waarbij extra productie wordt beloond, moet een uitdaging zijn om te komen tot nieuwe initiatieven en grotere efficiency. Ziekenhuizen moeten meer vrijheid krijgen om vorm te geven aan de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid; ze moeten kunnen opereren als maatschappelijke ondernemingen, die het geld dat ze winnen met meer efficiency zelf kunnen inzetten voor meer en betere zorg. Daarmee wordt de capaciteit vergroot. Wat opvalt – dat is buitengewoon vreemd – is dat iedere vorm van deregulering in 2003 en 2004 ontbreekt. Waarom is voor efficiencywinst nul ingeboekt? Ook voor 2003 en 2004 verwachten wij van minister Bomhoff concrete voorstellen voor minder regels in de zorg.

Mevrouw Giskes (D66):

De heer Verhagen zegt dat ziekenhuizen de efficiency moeten vergroten, zodat zij extra geld kunnen inzetten voor de zorg. Dan is het niet logisch, tegelijkertijd te willen dat dit allerlei interessante bezuinigingen oplevert voor het kabinet.

De heer Verhagen (CDA):

Voor de zorg is meer geld beschikbaar. Als je efficiency kunt bereiken door meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatieven, kun je het zo vrijkomende geld weer inzetten in de zorg. Met andere woorden: een ziekenhuis dat geld bespaart, kan dat zelf besteden.

Mevrouw Giskes (D66):

Dan vind je zo'n besparing dus niet terug in de rijksbegroting.

De heer Verhagen (CDA):

Dat blijft inderdaad binnen het kader.

Mevrouw Giskes (D66):

Dan is het toch niet raar dat er geen bezuiniging in het kader van die efficiencywinst terugkomt in de begroting?

De heer Verhagen (CDA):

Het gaat mij erom dat er geen doelstelling op dit punt wordt ingeboekt. Indien je als kabinet zulke hoge verwachtingen hebt van efficiencywinst – dat blijkt ook uit de uitspraken van minister Bomhoff – moet dat zichtbaar worden in de begroting. De redenering van mevrouw Giskes dat het begrotingstechnisch gezien nul is, klopt. Je zou echter wel meer concrete voorstellen kunnen verwachten dan alleen het experiment dat nu wordt uitgevoerd in het Noorden en Zuiden des lands.

Wij hebben al vaak aangegeven en per motie bij minister Borst afgedwongen dat huisartsen niet onder de mededingingswetgeving horen te vallen. Waarom kan dat niet op zeer korte termijn worden geregeld zodat de huisarts zijn tijd aan patiënten kan besteden in plaats van aan het onderhandelen met verzekeraars?

Wij bespeuren onvoldoende ambitie in het reduceren van de grote capaciteitstekorten in de zorg. De instroom van geneeskundestudenten is nog volstrekt onvoldoende om de verwachte tekorten in 2020 weg te werken. Nog zorgelijker is de instroom in de beroepsopleiding huisartsen. Nu zijn er al 150 huisartsenpraktijken zonder huisarts. Het gaat hierbij om een van de meest elementaire vormen van eerstelijnszorg. Een integrale aanpak van dit probleem is toegezegd in het Strategisch akkoord; wij willen die graag voor de begrotingsbehandeling ontvangen.

Ten aanzien van de bereikbaarheid van zorg gaan wij ervan uit dat dit kabinet stopt met de ontmanteling van kleine ziekenhuizen. De eerstelijnszorg in bepaalde gebieden komt daardoor in gevaar. Samen met de VVD-fractie hebben wij ons hier de afgelopen jaren fel tegen verzet en dit is het moment om het tij te keren.

In de Miljoenennota wordt niet ingegaan op het op te stellen integraal ethisch toetsingskader. Dit was beloofd bij de debatten over biotechnologie, medisch ethische en genetische kwesties. Wij gaan er echter van uit dat staatssecretaris Ross deze motie van het lid Ross op zeer spoedige termijn zal uitvoeren.

De beleidsambitie van dit kabinet op het onderwijsterrein stemt ons tevreden. Die sluit aan bij het Strategisch akkoord en bij ons verkiezingsprogramma. Meer autonomie en meer verantwoordelijkheid voor scholen en leraren. Op dat punt hebben wij dus weinig kritiek. Wij willen wel dat ook daar een hogere ambitie van uitstraalt in de zin van sneller. Het is dus prima dat die stappen worden gezet, maar op het punt van deregulering en autonomievergroting zou het sneller kunnen. Wij doen daarvoor de volgende suggesties:

  • - lumpsumbekostiging in het primair onderwijs eerder doorvoeren dan 2005;

  • - de overdracht van het onderhoudsbudget van gemeenten naar scholen eerder realiseren dan 2005 en ook voor het primair onderwijs;

  • - niet alleen de onderhoudsbudgetten van gemeenten naar scholen overhevelen, maar ook de overige huisvestingsmiddelen.

Wij stellen voor, de enveloppe voor onderwijs volledig toe te voegen aan de lumpsumbekostiging van het primair en voortgezet onderwijs. Dit betekent een belangrijke budgetverruiming, die geheel naar eigen inzicht is aan te wenden bijvoorbeeld voor de huisvesting, ICT of een beter professioneel personeelsbeleid. De scholen kunnen dan zelf uitmaken waaraan zij op dat moment behoefte hebben.

Over de bekostiging in het hoger onderwijs en de uitspraken van staatssecretaris Nijs blijft de CDA-fractie van mening dat de overheid 100% verantwoordelijk dient te blijven voor bekostiging tot het eindniveau hbo en wetenschappelijk onderwijs en dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen en onder strikte criteria voor specifieke opleidingen selectie en differentiatie van het collegegeld mogelijk kan zijn.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik dacht dat het CDA meer woorden zou wijden aan het basisonderwijs. De heer Verhagen spreekt over meer autonomie voor de scholen, met een ondertoon alsof zij dan kennelijk ineens meer geld hebben te besteden. Zo zit het echter niet. Het verbaast ons zeer dat het kabinet niet veel meer geld voor onderwijs heeft weten vrij te maken na alle ronkende verhalen daarover. Kan de heer Verhagen toelichten hoe dit bij het CDA zit?

De heer Verhagen (CDA):

Ten eerste komt er meer geld voor onderwijs. Dat is één van de prioritaire sectoren die wij ook zelf hebben aangeduid. Op dit moment kan het geld niet goed worden besteed door de overdreven regelzucht, de administratieve rompslomp en het feit dat men daaraan meer tijd moet besteden dan aan het geven van onderwijs en het krijgen van lol in het lesgeven. Bij de ene school is er misschien meer behoefte aan ICT, bij de andere school in een andere wijk is misschien meer behoefte aan een beter professioneel beleid ten aanzien van leraren en bij weer een andere school is misschien meer behoefte aan onderhoud van de school. Wij willen die vrijheid geven aan de scholen, zodat de mensen zelf kunnen bepalen waaraan zij het uitgeven en zo de knelpunten kunnen oplossen.

Verleden week herdachten wij 11 september. Een jaar na de aanslagen is het noodzakelijk te blijven beseffen dat wij als open samenleving kwetsbaar zijn. Bij het kabinet is dit besef zeer wel aanwezig, zoals onder andere naar voren kwam uit de redevoeringen van de minister-president op 11 september jongstleden, maar ook uit het feit dat er een coördinerende onderraad komt conform de wensen van de CDA-fractie. Dit moet leiden tot een integrale aanpak van terrorisme in Nederland. Veiligheid is niet alleen een strijd tegen criminaliteit, maar ook tegen het internationale terrorisme. Dat vraagt om voortgaande bondgenootschappelijke samenwerking in de bestrijding van terrorisme, maar ook om maatregelen hier ter bescherming van onze burgers.

Solidariteit en het besef van kwetsbaarheid maken ook dat wij niet naïef moeten zijn. De recente aanhoudingen in Nederland van mogelijke Al-Qaeda-aanhangers geven aan dat ook in Nederland nog te veel van dit soort types rondlopen. Eerder heeft de CDA-fractie voorgesteld om terroristische organisaties daadwerkelijk te verbieden en lidmaatschap van dergelijke organisaties strafbaar te stellen. Het Wetboek van Strafrecht is op dit moment niet toereikend. Wij verwachten van het kabinet concrete voorstellen tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht terzake.

Terecht is nu ook terrorismebestrijding, waaronder de verdediging tegen NBC-wapens, speerpunt van beleid van Defensie. Daarnaast is de Nederlandse defensie nog steeds bezig met een overgangsproces naar een meer flexibele inzet. Ook dat is nodig. Het betreft dan niet alleen de inzet voor vredesoperaties, maar ook de verdediging in bondgenootschappelijk verband. Beter is het om nu echt keuzes te maken naar een flexibele krijgsmacht dan een nieuwe kaasschaafoperatie. Onderdelen die wij hebben, moeten aantoonbaar nodig zijn. Is bijvoorbeeld de onderzeedienst nodig? Is het nodig om de mobilisabele eenheden in stand te houden? Dat soort vragen zal gesteld moeten worden en dan zul je ook daar de keuzen moeten maken.

Als daardoor geld overblijft, kan hiermee ook op andere terreinen betreffende de veiligheid de krijgsmacht gebruikt worden ten behoeve van maatschappelijke problemen. Ik noem bijvoorbeeld het inzetten of aantrekken van meer marechaussees ten behoeve van Schiphol, als het gaat om het vreemdelingenuitzettingsbeleid, waardoor de politie, die zich daar op dit moment mee bezig moet houden, meer andere taken kan gaan doen.

De marine zit ruim in de fregatten – maar is het niet beter er daar een paar van in te ruilen voor speedboten ten behoeve van de kustwacht van de Antillen, die door snel optreden dan ook daadwerkelijk kan verhinderen dat de drugs aan land gebracht worden? Dan zijn we niet alleen bezig met het oppakken van bolletjesslikkers, maar wordt een halt toegeroepen aan de helaas groeiende status van de Antillen én Nederland als de doorvoerhaven naar Europa.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Is het de heer Verhagen bekend dat juist die fregatten die hij in de mottenballen wil leggen, de schepen waren die de drugs onderschepten de laatste twee jaar op de Nederlandse Antillen?

De heer Verhagen (CDA):

Nee, zij onderscheppen de snelle speedbootjes niet. Met die speedbootjes komen de drugs aan land: die drugs worden in bolletjes gedaan die vervolgens in de maag van mensen worden gestopt en die mensen komen dan naar Nederland toe.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Het is een interessante discussie, maar feitenkennis levert op dat het juist die fregatten waren die de onderscheppingen deden.

De heer Verhagen (CDA):

Wij hebben het genoegen gehad, al in een voorgaande periode, om als leden van de vaste commissie voor Defensie met name dáár te kijken. Wij hebben daar de activiteiten van de kustwacht gezien en één van de problemen was juist dat men bij het signaleren, het zien van die snelle speedbootjes wel zeer alert kon zijn met de fregatten, maar dat de speedbootjes daarna, doordat zij heel wat sneller varen dan de fregatten, nauwelijks meer opgepakt konden worden. Wat ik voorstel, is om te kijken naar je effectiviteit, ook op dit soort punten, zodat je daadwerkelijk kunt verhinderen dat de drugs aan land komen. U maakt mij toch niet wijs, mijnheer Teeven, dat al die drugs waar de bolletjesslikkers mee aankomen, geproduceerd worden op de Antillen?

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Dat ga ik u niet wijsmaken, maar dan is een vraag aan u wel deze. Waarom wel de JSF in stand houden, waarvan geen mens nog weet of dat zinnig wordt in de toekomst, en waarom niet die gelden ook investeren in de veiligheid die Defensie wil waarborgen? Ik ben van harte vóór de criminaliteitsbestrijding die u voorstelt, maar maak dan de goede keuzes.

De heer Verhagen (CDA):

Wij kunnen wel al die oude debatten blijven herhalen. Wij hebben daarover, op het punt van de JSF, hier uitvoerig van gedachten gewisseld. Het lijkt mij, gelet op het feit dat wij nu bezig zijn met de algemene beschouwingen, beter als ik niet de discussies van vorig jaar op dat punt ga herhalen.

De voorzitter:

U raadt mijn gedachten. Vervolgt u uw betoog.

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Wie veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf, moet deze uitzitten. Wie anno 2002 wordt veroordeeld, maakt echter een grote kans om niet te hoeven zitten. Maar liefst 4000 veroordeelden worden dit jaar heengezonden als gevolg van een cellentekort. Dat maakt Nederland er niet veiliger op. Dit is mede het gevolg van het grote aantal bolletjesslikkers dat maar niet wil afnemen.

De CDA-fractie heeft recentelijk aandacht gevraagd voor een andere aanpak van de bolletjesslikkers zoals: bolletjesslikkers met een niet-Nederlands paspoort uitleveren en op een zwarte lijst plaatsen, onderzoek doen naar het innemen van het paspoort voor een bepaalde tijd en het innemen landingsrechten als DCA geen afspraken wil maken.

Door deze aanpak zullen minder bolletjesslikkers naar Nederland komen, zodat de belasting van de rechterlijke macht en het openbaar ministerie wordt verminderd en andere criminele zaken niet verdrongen worden en sneller kunnen worden aangepakt. Tevens kan de celcapaciteit dan beter gebruikt worden en kunnen de financiële middelen die er nu voor nodig zijn, worden ingezet voor betere projecten zoals de heropvoedingscentra Den Engh en Glenn Mill.

Dat neemt niet weg dat er een duidelijk en daadkrachtig beleid moet komen ten aanzien van het wegwerken van het cellentekort. Minister Donner valt te prijzen dat er nu eindelijk wel een plan komt voor onder meer versobering van het gevangenisregime, meer personen op een cel en meer elektronisch toezicht.

De beleving van veiligheid begint thuis, op straat en in de tram. Vandaar dat wij het kabinet oproepen het systeem van bestuurlijke boetes verder uit te werken, zodat gemeenten ook op dat punt meer mogelijkheden krijgen om bijvoorbeeld de toezichthouders aan te stellen, te financieren vanuit de bestuurlijke boetes.

Tot slot wil ik twee onmisbare schakels in de veiligheidsketen noemen: de politie en de rechterlijke macht. Om de politiecapaciteit effectief en op peil te houden, is het van het grootste belang dat de opleidingscapaciteit ten minste volledig wordt benut. De CDA-fractie vraagt zich af of met de extra bijdrage van 60 mln euro de opleidingscapaciteit de komende jaren wel volledig kan worden benut. De meningen over de benodigde gelden voor de rechterlijke macht lopen uiteen. Het verschil voor 2003 is 17 mln euro. Wij vragen derhalve van het kabinet de garantie dat met het beschikbare budget de zaak niet zal vastlopen. Wij hebben aarzelingen en twijfels. Op dit punt wil ik, uiteraard afhankelijk van het antwoord, in tweede termijn terugkomen.

Minister De Boer van Verkeer en Waterstaat heeft getoond toch keuzes te kunnen maken. Vanwege de discussie over LPF en VVD twijfelde ik daar even aan. Gelet op wat in de begroting staat, kan hij echter wel degelijk keuzes maken. Van 2x2 naar 2x3: dat is een leuze die het CDA van harte onderschrijft. Het verheugt ons dan ook dat deze operatie voor een groot aantal wegen gaat gelden.

Ook de aanpak van de erfenis van het achterstallig onderhoud aan het spoor heeft onze instemming, al had dit natuurlijk niet mogen gebeuren. In de tijd dat het geld er was, had het daaraan besteed kunnen worden. Het wegwerken van het achterstallig onderhoud moeten wij nu voor onze kiezen nemen. Het geld had echter veel beter besteed kunnen worden, bijvoorbeeld aan nieuwe OV-projecten, zoals de Hanzelijn en Randstadrail. Zijn tussen Rijk en provincies harde afspraken gemaakt over de Hanzelijn en worden deze nu niet nagekomen? Wat de Randstadrail betreft roepen wij de minister op om te onderzoeken of het mogelijk is op bestaand spoor van trein en tram reeds te beginnen met een metroachtig stelsel, zodat het openbaarvervoer in de Randstad sneller en frequenter wordt.

De inzet van het kabinet ten aanzien van de ondertunneling van de A2 in Maastricht en de A4 Midden-Delfland is onduidelijk. Wij willen graag voor de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat een concreet plan, waaruit blijkt hoe met de aangegeven hoofdlijnen de ontbrekende schakels in A2 en A4 worden ingevuld, welke gevolgen de herschikkingen hebben en welke rol een bestuursconvenant daarbij zou kunnen hebben.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Voorzitter. Ik heb een tijdje geleden de heer Verhagen horen zeggen dat als het Strategisch akkoord veranderd zou worden, dat aan de drie partijen moest worden voorgelegd. Ik kan mij vergissen, maar was in het Strategisch akkoord de ondertunneling van de A2 in Maastricht niet opgenomen? Is aan de drie partijen de verandering voorgelegd?

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Ik stel toch deze vraag. Vandaag bespreken we toch de voorstellen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Maar u zei: er kan pas iets veranderd worden, als die verandering aan de drie partijen is voorgelegd.

De heer Verhagen (CDA):

De drie partijen hebben een afspraak gemaakt. Ik stel nu een vraag, omdat ik de plannen op dit punt onduidelijk vind. Ik vraag wat de consequenties zijn en om voor de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat duidelijkheid te verschaffen. Ik begrijp daarom uw vraag niet. Ik vraag juist aan het kabinet om aan te geven hoe datgene wat hier staat zich verhoudt tot eerdere uitspraken.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Zit ik er dan naast? Ik dacht namelijk dat er stond dat dit project zou worden uitgevoerd.

De heer Verhagen (CDA):

Maar, voorzitter, wij blijven nu langs elkaar heen praten. Blijkbaar heeft mevrouw Van Nieuwenhoven mij niet goed gehoord. Ik zal daarom nog een keer herhalen wat ik heb gezegd: De inzet van het kabinet ten aanzien van de ondertunneling van de A2 in Maastricht en de A4 Midden-Delfland is onduidelijk. Wij willen graag voor de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat een concreet plan waaruit blijkt hoe met de aangegeven hoofdlijnen de ontbrekende schakels in A2 en A4 worden ingevuld, welke gevolgen de herschikkingen hebben en welke rol een bestuursconvenant daarbij zou kunnen hebben. Dat bestuursconvenant zou kunnen regelen wat wij wenselijk achten.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Voorzitter. Op twee punten moet ik de heer Verhagen tegenspreken. Het is namelijk wel duidelijk wat het kabinet zegt. In tegenstelling tot wat in het Strategisch akkoord staat, zegt het dat het het project niet uitvoert. Dat staat nu in de plannen. Verder wil de heer Verhagen pas een concreet plan bij de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat. Hij zei echter zojuist dat deze kwestie vandaag ter discussie staat.

De heer Verhagen (CDA):

Ik acht het kabinet tot veel in staat, maar als ik nu om een concreet plan vraag, een plan waarin de voorstellen worden uitgewerkt en waarin ook de mogelijkheid van een bestuursconvenant is opgenomen, kan ik toch moeilijk verwachten dat dit plan ook vandaag op de plank ligt.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Maar het kabinet zegt er geen geld voor te hebben.

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Ik vind de hoofdlijnen op dit punt onduidelijk en ik vraag daarover meer helderheid. Ik wacht het antwoord op deze vraag af.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Het is ontzettend duidelijk: ze zeggen dat ze het niet gaan doen! Vandaar dat de PvdA-fractie heeft gezegd: geef dan een mobiliteitsfonds de kans.

De heer Verhagen (CDA):

Ze menen dat dan wordt gefinancierd met gelden die er niet zijn.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Het kwartje van Kok is er echt, hoor! Dat heeft het kabinet zelfs gezegd!

De heer Verhagen (CDA):

In de stukken die wij vandaag bespreken, staat dat gekeken wordt naar PPS-constructies en dat overleg wordt gevoerd met gemeenten. Dus ik vraag, hoe dat wordt uitgewerkt.

Opmerkelijk is wel dat Verkeer en Waterstaat de activiteiten rond de nieuwe sleutelprojecten bij de HSL-stations op een laag pitje zet. Ook dit is een heldere keuze, maar die staat wel haaks op die van VROM, die de sleutelprojecten juist tot een prioriteit verheft. Wie van beide departementen heeft nu gelijk?

Een samenleving zonder waarden is waardeloos. Een samenleving is ook meer dan een verzameling individuen die als los zand aan elkaar hangen en toevallig in hetzelfde gebied wonen. Een leefbare samenleving staat of valt met gemeenschappelijke inzet. Ook al gedragen de meeste mensen zich keurig ten opzichte van elkaar, dan nog worden we in toenemende mate geconfronteerd met een groep mensen die zich niet houdt aan de meest elementaire fatsoensnormen. Nederland verruwt, scheldpartijen, agressieve uitingen van teleurgestelde burgers zijn weliswaar nog niet de norm, maar nemen wel hand over hand toe. Steeds meer mensen eisen op hoge toon de beste behandeling nu meteen en als ze die niet krijgen, laten ze ongegeneerd hun ongenoegen blijken. Trambestuurders, conducteurs, winkeliers, huisartsen, medewerkers van de sociale dienst en leraren kunnen daarover meepraten. De opgestoken middelvinger in het verkeer is inmiddels een vertrouwder beeld dan de richtingaanwijzer. Dan heb ik het nog niet over u, mijnheer Duivesteijn! Toenemende onveiligheid, vervuiling van het straatbeeld, verruwing van omgangsvormen en verval van fatsoensnormen vragen om herbezinning op ons doen en laten.

Het samenleven van mensen in een veelkleurige samenleving vraagt meer dan alleen elkaar niet lastig vallen. Dat vraagt om een betrokken samenleving, waarin respect, naastenliefde en verantwoordelijkheid centraal staan. Terecht wordt de discussie over waarden en normen door dit kabinet in volle omvang gevoerd. Zo zagen we het initiatief van de minister-president om analoog aan het eerdere initiatief van Noorwegen serieus te kijken naar de mogelijkheid om via een commissie voor waarden en normen een impuls te geven aan de discussie over waarden en normen. Een goed samengestelde commissie waarin de samenleving wordt weerspiegeld, maakt het mogelijk om waarden en normen vanuit verschillende invalshoeken en tradities te bekijken. Onze samenleving is gebaseerd op de joods-christelijke en humanistische traditie, maar er zijn ook meer bronnen van waarden en normen die bij de discussie betrokken moeten worden. Een discussie die tot praktische ideeën en plannen leidt, waarmee in gemeenten, verenigingen, op scholen iets gedaan kan worden. Ik geef het advies mee, daarbij aan te sluiten bij bestaande lokale initiatieven zoals bijvoorbeeld de tien gouden regels van Gouda, waarmee de gemeente Gouda het gesprek op gang wil brengen over wat gewenst, ongewenst en overlastgevend gedrag is, zodat ook duidelijk is waarop je elkaar kunt aanspreken. Wij juichen het toe dat het kabinet werk maakt van de gezinscoach, waarom wij al jaren vragen.

Samenleven vraagt ook om eenduidigheid en handhaving van regels die je met elkaar afspreekt. Het samenleven van mensen vraagt ook om een eenduidige overheid. Gedogen geeft voor een samenleving een dubbelzinnig signaal. Waarom zou je je houden aan de regels, als de overheid daar zelf klaarblijkelijk geen waarde aan hecht, of het signaal afgeeft dat je zelf maar moet uitmaken of je je aan de regels houdt? Dat geldt ook ten aanzien van overheidsfunctionarissen, in relatie tot integriteit en het serieus nemen van regels. Het beeld van de bouwenquête stemt wat dat betreft niet tot tevredenheid.

Nu iets heel anders. Als we iets mogelijk willen maken, moet dat niet via een gedoogvergunning. Als wij zeggen dat het absurd is dat een traumahelikopter aan de grond moet blijven en we vinden dat we het niet aan ouders kunnen uitleggen dat hun kind is overleden omdat de traumahelikopter niet mocht vliegen, moeten we de regel aanpassen in plaats van een gedoogvergunning – het woord alleen al – afgeven. Grenzen stellen, regels naleven en onwenselijk gedrag bestrijden is nodig, maar is niet voldoende. Het komt er ook op aan dat alle leden van een samenleving de basiswaarden en instituties die behoren tot haar wezen respecteren en zich met die waarden vereenzelvigen. Je moet deel uitmaken van de samenleving. Je moet je daarmee verbonden voelen. Het moet ook jouw samenleving zijn. De discussie over waarden en normen is nauw verbonden met de huidige discussie over het integratiebeleid. De stelling dat, als nieuwe Nederlanders maar een baan en een huis hebben, het allemaal wel goed, is niet voldoende. De CDA-fractie is het met minister Nawijn eens dat het niet past in de Nederlandse samenleving om vrouwen te mishandelen, tot een huwelijk te dwingen of uit te sluiten van de samenleving. De oplossing is dan echter niet de mensen het land uitgooien, maar een integratiebeleid dat ertoe leidt dat een ieder, ook de nieuwkomer, het niet normaal vindt om zich zo op te stellen. Een integratiebeleid richt juist op het creëren van de voorwaarden voor identificatie met de cultuur en waarden van de rechtsstaat.

Het kabinet constateert terecht dat het integratieproces wordt doorkruist door de komst van steeds nieuwe immigranten. Zij kunnen sterk georiënteerd zijn op het land van herkomst, of gevoelig zijn voor politieke impulsen uit dat land. Dit zijn risicovolle omstandigheden die kunnen leiden tot sociale of politieke radicalisering; zie de recente gebeurtenissen in Leerdam. Het beperken van de instroom van asielzoekers en migranten, uitgaand van het bieden van bescherming aan vreemdelingen die daadwerkelijk bescherming behoeven, is een lijn die wij kunnen ondersteunen. Het huidige integratiebeleid schiet echter te kort. Het door het vorige kabinet gevoerde beleid is te zeer blijven steken in goede bedoelingen. De niveaus waar de cursisten naar streven zijn laag, worden vaak niet bereikt, worden niet serieus geëxamineerd en kunnen niet of nauwelijks dienen als basis voor de arbeidsmarkt en al helemaal niet voor een serieuze oriëntatie op de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving.

Bij het verwerven van het Nederlanderschap is het nog droeviger. Je zou mogen verwachten dat een volwaardige integratie absoluut is vereist voor het verwerven van de Nederlandse nationaliteit. De stomme verbazing dat een aantal imams, dat opriep tot haat en martelaarschap, de Nederlandse nationaliteit bezit, maakt duidelijk dat een herbezinning op de Rijkswet op het Nederlanderschap nodig is. In de huidige regelgeving is geen sprake van voorwaarden in de zin van afdoende inspanningsverplichtingen waaraan zou moeten worden voldaan om de Nederlandse nationaliteit toegekend te krijgen, zoals beheersing van de taal, kennis van de geschiedenis en de Nederlandse cultuur; laat staan dat men zich verbonden voelt met de Nederlandse samenleving en loyaliteit bezit ten opzichte van het democratisch rechtsstelsel. Daar moet aan worden gewerkt. Concrete resultaten op dit terrein zijn van levensbelang voor het met elkaar kunnen blijven leven in Nederland. Het moet anders en beter. Het maakt wat dat betreft niet uit of de vorige minister voor integratiebeleid volgens minister Nawijn echt zijn stinkende best heeft gedaan. Het resultaat telt.

Het creëren van voorwaarden voor een volwaardige deelname aan de Nederlandse samenleving voor diegenen die hier verblijven en duidelijkheid en daadkracht ten opzichte van degenen die hier niet mogen verblijven, hangen ook samen met het herstel van vertrouwen in de overheid. Sociaal voor wie niet kan, streng voor wie niet wil, handhaven in plaats van gedogen. Als de overheid zegt dat iemand hier niet mag blijven, dan moet zij ook daadwerkelijk zorgdragen voor het vertrek uit Nederland.

De heer Marijnissen (SP):

Als wij spreken over het integratievraagstuk, dan hebben wij het niet primair over asielzoekers, maar met name over mensen die hier in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging naar toe komen. Het fenomeen van zwarte en witte wijken en zwarte en witte scholen wordt steeds ernstiger. Valt er met de CDA-fractie te praten over een nadrukkelijker spreidingsbeleid in dit land? De heer Verhagen sprak zojuist namelijk over het creëren van voorwaarden.

De heer Verhagen (CDA):

Ik wijs op de voorstellen die met name op het gebied van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening zijn gedaan. Wij komen daar bij de begrotingsbehandeling op terug, maar met behulp daarvan wordt geprobeerd te komen tot een evenwichtiger aanbod in de verschillende wijken, zodat je de mogelijkheid voor integratie schept, in plaats van segregatie.

De heer Marijnissen (SP):

Dat heeft nog heel veel voetangels, maar daar wil ik nu niet op ingaan. Zou u echter met mij willen pleiten voor doelstellingen met betrekking tot de integratie, respectievelijk het tegengaan van de segregatie? Dit komt namelijk een beetje vrijblijvend over. Wij gaan het woningaanbod aanpassen en hopen dan dat vervolgens de etniciteit een eerlijke afspiegeling wordt van de stad of de regio. Ik ben er erg somber over dat dat afdoende zal zijn. Ik vind dat de urgentie dusdanig is dat wij niet meer moeten gaan experimenteren, maar ons een doelstelling moeten stellen. Idealiter zou een wijk een afspiegeling moeten vormen, binnen een bepaalde bandbreedte, van wat er in de hele stad aan bevolking woont.

De heer Verhagen (CDA):

De notie dat er een concentratie is in bepaalde wijken en steden is zeer wel aanwezig bij het kabinet. Wij zouden echter zeggen wat wij vonden en daarom zou u gewoon aan mij moeten vragen, want dat bedoelt u, of ik voor of tegen een gedwongen spreidingsbeleid ben. Dat vraagt u mij toch, of niet?

De heer Marijnissen (SP):

Dat vraag ik niet. Ik vraag wat ik gevraagd heb, namelijk of u vindt dat er een doelstelling geformuleerd moet worden dat een wijk in een stad binnen een bepaalde bandbreedte een afspiegeling hoort te zijn van de bevolking zoals die in die stad leeft. Dan stel je je echt tot doel het ontstaan van zwarte wijken, wat de integratie belemmert, tegen te gaan.

De heer Verhagen (CDA):

Ik stel voor – daar heb ik minister Nawijn ook op aangesproken – een integratiebeleid op te stellen dat werkelijk zoden aan de dijk zet en waardoor men zich verbonden voelt met de Nederlandse samenleving. Dan leef je met elkaar in plaats van naast of tegenover elkaar. Dat is de eerste veronderstelling. Daar zullen mogelijkheden voor moeten worden gecreëerd. Die zie ik voldoende terug in de voorstellen op het gebied van volkshuisvesting die door de minister zijn gedaan. Ik heb op dat punt dan ook niet de behoefte om nadere, concretere doelstellingen te eisen. Ten aanzien van het integratiebeleid heb ik dat wel gedaan. Als de minister voor integratiebeleid stelt dat hij met dit budget uit de voeten kan als het gaat om de wachtlijsten voor talencursussen en inburgeringscursussen – ik heb namens de CDA-fractie gesteld dat de inhoud van die inburgeringscursussen aanmerkelijk moet worden verbeterd en verbreed – dan rekenen wij hem daarop af. Dat is een harde doelstelling. Ten aanzien van het spreidingsbeleid zeggen wij dat wij vertrouwen hebben in het creëren van mogelijkheden, in het creëren van een gevarieerder aanbod. Daarom hoef ik op dat punt geen hardere afspraken te hebben dan zijn voorzien in de voorstellen van het kabinet.

De heer Marijnissen (SP):

Ik ben hier wat teleurgesteld over, omdat aan het experimenteren met het gedifferentieerd aanbieden van koop- en huurwoningen in verschillende prijsklassen al langer wordt gewerkt, aangezien het vorige kabinet dat al had bedacht. Dat brengt overigens ook nog veel problemen met zich mee, maar dat laat ik buiten beschouwing. Ik denk echt dat het onvoldoende zal zijn en dat wij over vijf of tien jaar moeten vaststellen dat het proces van segregatie is doorgegaan.

De heer Verhagen (CDA):

Ik kan het niet helpen dat de heer Marijnissen teleurgesteld is.

Voorzitter. Ik had het over het feit dat als de overheid zegt dat iemand hier niet mag blijven, de overheid daadwerkelijk moet zorgdragen voor het vertrek uit Nederland. De voornemens van het kabinet ten aanzien van het asielbeleid passen daarin, maar zijn niet het hele verhaal. Minister Nawijn zegt dat hij bestuursdwang wil toepassen ten aanzien van gemeenten die zich niet houden aan de wet en niet meewerken aan het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen. Het is terecht dat gemeenten worden gehouden aan de Koppelingswet. Dat moet je echter ook daadwerkelijk uitzetten. Dan moet je als Rijksoverheid je verantwoordelijkheid nemen, want als je dat niet doet, ontstaat er een grote groep mensen die geen andere bron van inkomsten hebben dan ofwel illegale arbeid, ofwel criminaliteit. Dat hebben de laatste cijfers ook aangetoond. Die problemen kun je niet dumpen op de stoep van de gemeenten. Je moet een consequent uitzettingsbeleid gaan voeren. Het is altijd een moeilijke afweging om iemand het land uit te zetten, maar die afweging moet worden gemaakt bij het besluit om iemand wel of niet toe te laten tot ons land en is derhalve niet meer te maken nadat iemand te horen krijgt dat hij of zij hier niet mag blijven. Als de minister streng is ten opzichte van de gemeenten, moet hij ook streng zijn ten opzichte van zichzelf. Het Strategisch akkoord voorziet heel bewust niet in een pardon voor bepaalde groepen uitgeprocedeerden.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Wij zijn het snel eens over de noodzaak van een stringent uitzettingsbeleid. Erkent u echter dat er een groot probleem bestaat voor de categorie mensen die niet meer ontvangen wordt door het thuisland? Wilt u de verantwoordelijkheid daarvoor leggen bij de regering of bij de gemeenten?

De heer Verhagen (CDA):

Ik ben blij dat het kabinet juist ten aanzien van die categorie nu maatregelen neemt die wij al jaren geleden hebben voorgesteld, zoals dwingende afspraken met landen van herkomst, waarbij als instrument ook ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet. In het verleden was daarvoor geen draagvlak in de Kamer. Ik ben blij dat het kabinet ook voorstelt om maatregelen te nemen om te verhinderen dat er mensen binnenkomen van wie bij voorbaat vaststaat dat zij hier niet mogen blijven, maar die bijvoorbeeld door hun papieren weg te gooien om technische redenen niet uitzetbaar zijn.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Die voorstellen zijn prima, maar u weet net zo goed als ik dat er over terugnameovereenkomsten weliswaar onderhandeld wordt en dat er mogelijkerwijs wel een keer succes geboekt wordt, hoewel dat natuurlijk lang niet zeker is, maar dat de gemeenten intussen met het probleem zitten. Mijn vraag blijft: is dat het probleem van de gemeenten of van de regering?

De heer Verhagen (CDA):

Ook de ChristenUnie heeft in het verleden voor de koppelingswet gestemd. Dat betekent dat ook de ChristenUnie van mening was dat gemeenten geen bijstand mogen verstrekken aan mensen die hier niet legaal verblijven, dan wel uitgeprocedeerd zijn, en dat er geen huisvesting aangeboden mag worden.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Op dat punt verschillen wij niet van mening. Wij zijn het eens over het feit dat aan een streng terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers daadwerkelijk handen en voeten moet worden gegeven. Maar het probleem is dat in sommige gevallen niet verwijderd kan worden. Wiens probleem is dat? Als er niet verwijderd kan worden, moet toch iemand verantwoordelijk worden gehouden voor de opvang?

De heer Verhagen (CDA):

Met name de PvdA-fractie heeft in het verleden wel gezegd dat iemand hier niet mag blijven, maar vervolgens moet betrokkene het verder zelf maar uitzoeken. Daardoor vertrokken allerlei mensen met onbekende bestemming, want het was hun eigen verantwoordelijkheid. Als wij van gemeenten eisen dat zij zich houden aan de wet, dus ook aan de koppelingswet, dan moeten wij ook zorgen voor een daadwerkelijk en concreet uitzettingsbeleid.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Ik constateer dat u mijn vraag ontwijkt en niet wilt antwoorden op de vraag wie verantwoordelijk is voor degenen die niet uitgezet kunnen worden – for the time being wellicht – binnen de gestelde termijn. Zijn de gemeenten of de rijksoverheid daarvoor verantwoordelijk?

De heer Verhagen (CDA):

Iedere keer is gezegd dat men niet mag blijven, maar vervolgens is vertrek een eigen zaak. Daardoor zijn de problemen ontstaan en daar spreken wij het kabinet op aan. Dat heeft nu eindelijk voorstellen gedaan om de omstandigheden die u schetst, tegen te gaan.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

U sprak de PvdA-fractie even aan en ik spreek u nu ook aan op dit punt. Wat vindt u er achteraf van dat u zo tegen de nieuwe Vreemdelingenwet was?

De heer Verhagen (CDA):

De problemen die wij met de nieuwe Vreemdelingenwet hadden, gelden nog steeds. Gelukkig worden nu maatregelen genomen om de lange termijnen van procedures in te korten en om deze te vereenvoudigen. Ik moet constateren dat de Vreemdelingenwet op een aantal punten beter heeft gewerkt dan wij verwacht hadden. Op een aantal andere punten, die voor ons knelpunten waren, neemt het kabinet nu het voortouw om veranderingen door te voeren.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Wetgeving is altijd levend recht, maar ik ben blij met de woorden die u zojuist sprak.

Mevrouw Giskes (D66):

Was een van de redenen voor de CDA-fractie ook niet dat in de Vreemdelingenwet onvoldoende de opvang voor uitgeprocedeerden was geregeld? Wat doet zij nu om dat probleem wel op te lossen?

De heer Verhagen (CDA):

Het grootste probleem dat wij met de nieuwe Vreemdelingenwet hadden, was de uitbreiding van rechten van mensen die hier tijdelijk bescherming zochten vanwege de situatie in het land van herkomst. Vroeger kenden wij twee statussen. Zij werden samengevoegd tot een status. De suggestie was vervolgens dat al die regels uitgebreid moesten worden.

De voorzitter:

U moet echt iets korter antwoorden op interrupties.

De heer Verhagen (CDA):

Er waren veel problemen met de nieuwe Vreemdelingenwet, maar op een aantal punten komt het kabinet nu tegemoet aan onze kritiek. Het toenemend belang van Europa beperkt zich niet tot het asiel- en vreemdelingenbeleid, maar geldt voor veel meer terreinen. Dat toenemende belang staat in contrast tot de geringe betrokkenheid van de Nederlandse bevolking. Om die betrokkenheid van de burgers te vergroten, zal het kabinet de publieke dialoog over de ontwikkeling van de EU nieuw elan geven. Dat is terecht, maar ook in dit geval zouden wij graag concrete plannen zien. Het moet wel heel snel gebeuren. Europa is enerzijds een ver-van-mijn-bedshow, terwijl anderzijds mensen zich zorgen maken en mee willen praten over de uitbreiding.

In het publieke debat over de uitbreiding dat noodzakelijk is voor een stabiel en welvarend Europa zien wij nog onvoldoende publiek draagvlak. Dat publieke debat moet daarom heel snel worden gevoerd. Daarmee moet niet worden gewacht, totdat Nederland het voorzitterschap bekleedt. Die uitbreiding staat voor de deur. Om een publiek draagvlak te creëren, is het noodzakelijk dat vast wordt gehouden aan de criteria dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de structuurfondsen worden hervormd. Hoe staat het met die hervorming van de structuurfondsen, zodat een einde kan worden gemaakt aan het rondpompen van geld?

Over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben wij vorige week niet inhoudelijk gesproken, maar procedureel. Die hervorming zal onzes inziens met name gericht moeten zijn op natuur- en landschapsbeheer, hetgeen van belang is voor een vitaal platteland. Daarvoor is het nodig dat de Europese Unie toestaat dat milieucorporaties rechtstreeks vergoedingen mogen ontvangen en dat voor groene diensten beloningen worden verstrekt. Dat is van essentieel belang. Niet langer moeten zoals in het huidige systeem gederfde inkomsten worden vergoed. Plattelandsbeheer en groene diensten zijn een nieuw product waarvoor men beloond mag worden.

Voor de duurzaamheid zijn ook in Nederland de afspraken van Johannesburg essentieel. Wij zouden graag een pakket met maatregelen van het kabinet ontvangen om de doelstellingen van Johannesburg en Kyoto te realiseren. De RIVM-rapportage dienaangaande stelde niet alleen teleur, maar deed het vermoeden rijzen dat nadere maatregelen nodig zijn. Wij verwachten voor de begrotingsbehandeling nieuwe voorstellen op dat punt.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Heeft de heer Verhagen zijn blokje migratie en Europa afgerond?

De heer Verhagen (CDA):

Het blokje migratie heb ik afgerond.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik had de heer Verhagen de vraag gesteld of de fractie van het CDA nog steeds meent dat het kabinet zich nog steeds moet inzetten voor een Europees asiel- en migratiebeleid. Hij verwees mij toen naar "later". In het Verdrag van Amsterdam is afgesproken dat het Europees asiel- en migratiebeleid gebaseerd moet zijn op het Vluchtelingenverdrag van Genève. Hij weet dat natuurlijk. Het heeft ons geschokt dat het kabinet voornemens is, internationaal een discussie te starten over de herziening van het Vluchtelingenverdrag. Realiseert hij zich dat als men dat doet, een Europees asiel- en migratiebeleid verder weg is dan ooit?

De heer Verhagen (CDA):

Nee. Die discussie moet je juist in internationaal verband starten en derhalve ook in Europees verband.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

U vindt dus dat afbreuk moet worden gedaan aan hetgeen in het Verdrag van Amsterdam staat, namelijk dat een Europees asiel- en migratiebeleid gebaseerd moet zijn op het Vluchtelingenverdrag van Genève. Dat is een internationale basis die u en ik heel goed kennen.

De heer Verhagen (CDA):

Bij de voorstellen inzake het Vluchtelingenverdrag gaat het om de notie dat meer opvang en bescherming in de regio gerealiseerd moeten kunnen worden, alsmede de mogelijkheid van reïntegratie.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik weet heel goed waar het op slaat.

De heer Verhagen (CDA):

U suggereert dat het een aantasting is van de basiswaarden van het Vluchtelingenverdrag, maar dat is niet het geval. U moet wel de hele zin lezen en er niet één element uithalen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik weet heel goed dat Nederland voornemens is om asiel in Nederland via de wijziging van het Vluchtelingenverdrag niet meer mogelijk te maken. Ik weet ook dat Nederland dat in het land van herkomst wil laten doen en dat ons land de UNHCR daarin een belangrijke rol wil geven. Dat weet ik allemaal. Wij zijn geschokt door die passage, omdat wij de effecten daarvan tamelijk desastreus achten. Daar hebben wij een meningsverschil over, maar los daarvan is er in Europa afgesproken dat het Vluchtelingenverdrag van Genève de basis is voor het Europees asiel- en migratiebeleid. Staat u daar nog steeds achter of vindt u dat het Verdrag van Amsterdam op dat punt moet worden gewijzigd?

De heer Verhagen (CDA):

Laat ik even gewoon naar het Vluchtelingenverdrag gaan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

U moet niet weglopen; u moet vragen beantwoorden. Dat hoor ik nu al een halfuur.

De heer Verhagen (CDA):

U suggereert dat wij hier geen asiel meer geven, maar dat is niet waar. Wat hier staat, stond ook in het CDA-verkiezingsprogramma en dat is in het strategisch akkoord overeengekomen. De ideale situatie is op termijn dat de UNHCR de asielstatus vaststelt en dat Nederland een evenredig deel van de vluchtelingen, die dus al een status hebben, opvangt. U moet niet suggereren dat wij hier geen asiel meer willen geven. U moet niet suggereren dat wij het Vluchtelingenverdrag in de kern willen aantasten. Als uw stellingname is dat wij het Verdrag van Amsterdam niet mogen veranderen, dan verwacht ik dat u ook tegen een nieuw verdrag op basis van de Conventie zult stemmen. Wij praten iedere dag over de verandering van het Verdrag van Amsterdam. Wij hebben een Verdrag van Nice en binnenkort hebben wij een ander verdrag. Dan moet u niet suggereren dat het onmogelijk is om het Verdrag van Amsterdam te wijzigen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De kwestie van asiel en migratie staat in het hart van de politieke discussie. De minister van migratie zegt in interviews dat Nederland het meest stringente migratiebeleid van Europa moet hebben. De regering heeft gezegd dat er een Europees asiel- en migratiebeleid moet komen en daar ben ik het mee eens. Waarom zouden wij het Vluchtelingenverdrag van Genève moeten opzeggen? Er is immers al vastgesteld dat het Europees asiel- en migratiebeleid gebaseerd moet zijn op dat belangrijke internationale verdrag uit 1951. Dat is natuurlijk van groot belang en dat zou ik ook van u willen horen.

De heer Verhagen (CDA):

Wij zeggen het Vluchtelingenverdrag niet op. Het kabinet stelt niet voor om het Vluchtelingenverdrag op te zeggen. Het kabinet stelt voor om het Vluchtelingenverdrag aan te passen. U moet niet suggereren dat wij geen Europees vreemdelingenbeleid willen, want dat willen wij wel. Wij willen een gelijk beleid in alle landen van de Europese Unie. In die situatie kan er geen sprake van zijn dat Nederland een strenger beleid heeft dan Duitsland, want uiteindelijk hebben wij hetzelfde beleid. Daar is het streven op gericht.

Voorzitter. Ik had het over het milieu. In verband met de zware overstromingen wil de Europese Commissie vaart zetten achter het oprichten van een Europees rampenfonds. Waarom gebruiken wij dit niet als een hefboom om te komen tot afspraken met de landbouwsector voor een verzekering tegen dit soort rampen?

Gisteren heeft de CDA-fractie haar visie op het levensloopbeleid gepresenteerd. Die visie is gebaseerd op het CDA rapport "De druk van de ketel". Op zichzelf vinden wij het positief dat minister De Geus de uitwerking van dit CDA-punt zo vlot ter hand heeft genomen. Het levensloopbeleid is namelijk bij uitstek een beleid waarmee mensen in staat worden gesteld om verantwoordelijkheid te nemen, of dat nu verantwoordelijkheid is voor het opvoeden van kinderen, het zorgdragen voor familie of vrienden of ten aanzien van het werk in de vorm van studieverlof. Het levensloopstelsel moet mensen in staat stellen zelf keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor het inrichten van hun leven. De verlofknip die het kabinet voorstelt, zien wij als een eerste stap. Wij willen echter een veel omvattender systeem waarin alle vormen van verlofregelingen zijn opgenomen: eenduidig en overzichtelijk dat aansluit bij de werkelijke behoefte van mensen. Het stelsel dat het CDA voorstaat is fiscaal en flexibel. "Fiscaal" wil zeggen dat het aansluit bij de huidige pensioensystematiek en gebruikmaakt van de omkeerregeling. "Flexibel" wil zeggen dat het voor alle denkbare vormen van verlof kan worden ingezet, dus ook voor prepensionering of deeltijdwerken na je 62ste of 65ste. Jong beginnen om gezond oud worden! Voorzitter. Ik verzoek u ons plan als bijlage bij de Handelingen op te nemen. De regering verzoeken wij, onze plannen nader uit te werken en zo snel mogelijk in te voeren.

De voorzitter:

Ik neem aan dat tegen het opnemen van een noot in de Handelingen geen bezwaren bestaan.

(De noot is opgenomen aan het eind van deze editie.)2

Mevrouw Giskes (D66):

Wij hebben het plan al even kunnen bekijken. Is het enige verschil met het voorstel van het kabinet dat je wat eerder met pensioen kunt en dat je daarnaast verplicht bent een soort van verzekering af te sluiten? Wordt het kortom allemaal nog onaantrekkelijker voor de mensen?

De heer Verhagen (CDA):

Ik kreeg gisteren de indruk dat u wat meer sympathie had voor ons plan. Dat was dus een verkeerde inschatting.

Mevrouw Giskes (D66):

Wij hebben sympathie voor iedere regeling die beter is dan het voorstel van het kabinet.

De heer Verhagen (CDA):

Het kabinet stelt voor dat je geld op een spaarrekening zet en dat je dan een premie krijgt. Wij stellen een fiscale regeling voor, waarbij je zelf een verzekeringspremie betaalt. Die premie wordt deels gefinancierd uit de huidige verlofspaarregelingen, deels uit cao-afspraken met de werkgever en deels uit een eigen bijdrage. Dit alles dient ter financiering van een levensloopverzekering die het mogelijk maakt om meer tijd te besteden aan de verzorging van kinderen of om na een bepaalde leeftijd in deeltijd door te werken. Ons voorstel draagt dus een fiscaal en flexibel karakter en dat is het verschil met de door het kabinet voorgestelde verlofknip.

Mevrouw Giskes (D66):

Wat levert dat de mensen dan extra op? Als ik het goed begrijp, moet je minstens zeven jaar sparen om een substantieel verlof te krijgen. Bewijs je de mensen daar een dienst mee?

De heer Verhagen (CDA):

Als je na zeven jaar sparen een jaar verlof krijgt, vind ik dat buitengewoon substantieel. Het lijkt mij dat dat tegemoet komt aan wensen op het gebied van sabbatical years e.d. Als u elk jaar vrij wilt hebben, moet u niet in de Kamer gaan zitten! Zo'n regeling valt er echter niet te bedenken. Als onze regeling zo succesvol is dat zij duurder uitvalt dan verwacht, weten wij nog wel een bezuiniging. Ik doel op de voorlichtingscampagne "Mannen in de hoofdrol" in het kader van het project "Werkende vaders, zorgende mannen". Wij hebben liever daden en maatregelen dan woorden. Ons levensloopplan kan er daadwerkelijk voor zorgen dat werkende vaders zorgende mannen zijn. Dat maakt die campagne overbodig.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Vergis ik mij nu, of was het de premier die een campagne zou starten onder de slogan "Een echte vent moet papa durven zijn"?

De heer Verhagen (CDA):

Dat vond ik fantastisch. Dat was zo goed, dat je niet meer een uitgebreide voorlichtingscampagne nodig hebt. Het kan nu worden gerealiseerd door ons levensloopplan.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

U denkt dat het al gerealiseerd is.

De heer Verhagen (CDA):

Nee, daar hebben wij ons levensloopstelsel voor nodig.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Daar wil ik nog iets over vragen. U zei zelf al dat je ongeveer zeven jaar gewerkt moet hebben voordat je ervan kunt profiteren. Ik heb in uw plan niet goed kunnen vinden hoe hoog je salaris geweest moet zijn om dat in zeven jaar te bereiken.

De heer Verhagen (CDA):

Ik heb die getallen niet exact in mijn hoofd. De inleg is aan een maximum gebonden: bij modaal 10% en bij minima 25%.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik ga u niet overhoren, want daar houd ik niet zo van. Ik vraag u echter hoe hoog het loon moet zijn om na zeven jaar één jaar verlof te kunnen nemen. Daar ben ik erg nieuwsgierig naar.

De heer Verhagen (CDA):

Omdat het een procentueel deel van het inkomen is, blijft dit gelijk.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dit betekent dat je een behoorlijk hoog inkomen moet hebben om een jaar vrij te kunnen zijn na zeven jaar.

De heer Verhagen (CDA):

Helemaal niet. De uitkering is gerelateerd aan het inkomen dat je had. Je hoeft dus niet langer te sparen als je minder verdient.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ja, dat klopt. Dus als je een jaar niet wilt werken, maakt het niet uit welk inkomen je verdient?

De heer Verhagen (CDA):

Nee, het inkomen dat je krijgt uit die verzekering is uiteraard gebaseerd op het inkomen dat je had en dus ook gebaseerd op je inleg.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

In alle gevallen gaat het dus op dat je als je een inkomen verdient, na zeven jaar een jaar niet hoeft te werken en toch ongeveer hetzelfde inkomen hebt.

De heer Verhagen (CDA):

U heeft het begrepen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik zei al dat ik u probeer te helpen. Ik wil dit graag goed bestuderen om te bezien of uw alternatief beter is dan het voorstel van het kabinet.

De heer Verhagen (CDA):

Als ik dat niet vond, had ik dit alternatief niet voorgesteld.

Tijd en aandacht voor elkaar zijn belangrijk, ook als onderdeel van het sociale beleid. Dit is wat het CDA wil: sociaal. Vandaar: de zorgtoeslag en de levensloop, solide. Vandaar: het aflossen van de staatsschuld en waardevast, want politiek is meer dan alleen op de cijfertjes letten.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Voorzitter. 11 september is nu ruim één jaar een begrip. Zelden zal een datum zo verbonden zijn met een daad, met een wandaad. Vol ongeloof, afschuw en verbijstering zagen wij hoe vliegende bommen de Twin Towers doorboorden. Dat beeld, die daad van terreur, behoort tot de spaarzame beelden die wij ons hele leven op ons netvlies zullen meedragen. De meest elementaire menselijke waarden werden in het hart geraakt. Vorig jaar stonden wij hier zoekend naar woorden om onze gevoelens en opvattingen te uiten. De daders moesten worden gepakt, met effectiviteit en proportionaliteit als leidende criteria. Aandacht ook voor de voedingsbodem van deze terreur.

Kijken wij terug naar het afgelopen jaar, dan zien wij dat de oorlog in Afghanistan wel een einde maakte aan het Taliban-bewind, maar dat de hoofdverdachte Osama bin Laden waarschijnlijk nog steeds ergens rondloopt. Al-Queda is niet verslagen. Afghanistan is letterlijk een explosief gebied.

Alle dure internationale beloften ten spijt: men doet niet wat men zegt. De kloof tussen arm en rijk in de wereld groeit. Eerlijke handel krijgt nauwelijks een kans. Het aantal mensen dat honger heeft, groeit. Ik vraag hier aandacht voor de dreigende hongersnood in Zuidelijk Afrika.

Kijken wij vooruit, dan maken wij ons grote zorgen. Menselijke waarden, waarden van het internationale recht en democratische waarden zijn helaas niet voor iedereen in deze wereld vanzelfsprekende waarden. GroenLinks is als onderdeel van een groen-progressieve beweging in Europa en daarbuiten vurig pleitbezorger voor behoud en export van deze waarden, maar het doel heiligt niet alle middelen.

Een Amerikaanse oorlog tegen Irak is ongewenst, onverstandig en bovendien onrechtmatig. Er bestaat geen rechtsgrond, want er is geen VN-resolutie, voor een oorlog gericht op de verwijdering van Saddam Hussein. Het is een wrede dictator, die vermoedelijk chemische en biologische wapens bezit. Toch is nog niets bewezen over de levering van die wapens aan terroristen. Nog belangrijker is dat de enorme risico's een oorlog ongewenst en onverstandig maken. Ik zet die risico's op een rijtje. Het risico van vele onschuldige slachtoffers, want goed verborgen massavernietigingswapens in grotten en kelders schakel je met precisiebombardementen niet zo gemakkelijk uit. Het risico dat Saddam die vreselijke wapens juist inzet, zoals hij al eerder deed. Het risico dat Irak als vergelding Israël aanvalt en Sharon weer meedogenloos terugslaat. Het risico dat de gehele regio in brand komt te staan. Het risico dat het anti-Amerikanisme nog sterker wordt en terroristische groepen als Al-Qaida daarvan profiteren.

Natuurlijk is het toelaten van wapeninspecteurs noodzakelijk. Dit is met de nieuwe zet van Irak mogelijk een stap dichterbij gekomen. Om dit evenwel met geweld af te dwingen en een oorlog te beginnen met als nauwelijks verholen agenda de omverwerping van het regime, is even doorzichtig als afkeurenswaardig. Mijn fractie is van mening dat de Nederlandse regering hierin te volgzaam is. Dat de Amerikaanse president Bush na de druk van de Europese Unie de Veiligheidsraad niet langer negeert, is meer ondanks dan dankzij Nederland. Waarom al zo snel steun gegeven aan een mogelijke Amerikaanse "Alleingang"? Waarom al de bereidheid van Nederland om aan zo'n oorlog mee te doen? De slogan "fatsoen moet je doen" is toch niet alleen voor binnenlands gebruik? Wat is de reactie van de minister-president op de nieuwe stap van Irak? Volgt hij de onverstandige – zo lijkt het tenminste – afwijzing van de Amerikaanse president?

De buitenlandse politiek van de regering-Bush is wezenlijk anders dan die van zijn voorganger Clinton: minder gericht op samenwerking, minder gericht op Europa en minder gericht op diplomatieke oplossingen. Het conflict in het Midden-Oosten krijgt niet meer de aandacht die het verdient. Het Kyoto-protocol en het Internationaal Strafhof zijn voorbeelden van nieuwe meningsverschillen tussen de Verenigde Staten en Europa. Op de VN-top in Johannesburg wilde Europa vooruit en Amerika achteruit; zie hier de basis voor te slappe compromissen.

De transatlantische band bestaat te veel uit eenrichtingsverkeer. Europa wikt, Amerika beschikt. De nieuwe politiek van de Verenigde Staten dwingt naar mijn opvatting tot een herziening van de transatlantische relatie. "Nooit meer oorlog" was na 1945 de inspiratiebron voor intensieve samenwerking van de landen die nu en straks de Europese Unie vormen. Juist daarom is het zo van belang, uiteindelijk ook de landen van de Balkan deel te laten uitmaken van het ongedeelde en vreedzame Europa. Die ontstaansgeschiedenis, gevoegd bij het feit dat de Europese Unie door samenwerking het grootste handelsblok ter wereld is geworden, moet ook leiden tot een zelfbewuste externe kracht. Mijn fractie acht het hoog tijd dat Europa een zelfbewuste supermacht wordt; geen militaire, maar een civiele supermacht, die sterk is in diplomatie, bemiddeling en vooral conflictpreventie met taken als het verstrekken van economische hulp en het uitoefenen van druk indien nodig. Daarbij zal worden samengewerkt met Amerika als het kan, maar wordt getracht om de Amerikanen te corrigeren als het moet. Daarvoor is niet een volgzame, maar een kritische opstelling van de regering nodig. Ik vraag de minister-president, te reageren op mijn pleidooi om de transatlantische band te herzien.

De heer Marijnissen (SP):

De heer Rosenmöller pleit voor een Europese buitenlandse politiek. De complicatie daarbij is dat ook het Verenigd Koninkrijk meedoet binnen Europa, een land dat de Amerikanen nog meer blind volgt dan deze Nederlandse regering. Hoe kijkt de heer Rosenmöller aan tegen deze complicatie? Een Europese buitenlandse politiek betekent ook dat een land de eigen buitenlandse politiek opgeeft, lijkt mij.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik vind het van het grootste belang dat nadat sinds 1 januari jl. Europa met één munt is gaan betalen, nadat het in de jaren negentig een handelsblok is geworden, er ook in de buitenlandse politiek zoveel mogelijk eensgezind wordt opgetreden. Daarbij moet natuurlijk niet de nationale politiek weg worden gedefinieerd. Wij zullen hier met elkaar altijd de buitenlandse politiek van Nederland bespreken. Het zou echter veel beter zijn, ook voor dat ene Europa, dat eensgezind naar anderen, bijvoorbeeld Amerika, wordt opgetreden.

De heer Marijnissen (SP):

Dat ben ik met de heer Rosenmöller eens. Het is echter de vraag of dat binnen handbereik ligt. Hij pleit voor een herziening van de Atlantische verhoudingen, waarbij ik mij alles kan voorstellen. Ligt dat alternatief van één Europees buitenlands beleid echter al voor de horizon?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik zie het niet morgen gebeuren. Als wij echter bij de algemene beschouwingen niet over dit soort vraagstukken spreken, komt het nooit in debat. Dit is geen onderwerp voor een klein AO'tje op een donderdagmiddag tussen 17.00 uur en 19.00 uur. In Europees verband is dit een wezenlijk probleem. Ik heb geprobeerd het treffend te typeren met vier woorden: Europa wikt, Amerika beschikt. Er is een grote mate van verdeeldheid in de Europese buitenlandse politiek. Het gebeurt vaak dat als Amerika heeft besloten, de rijen in Europa zich sluiten. Dat vind ik verkeerd. Enerzijds omdat Europa zo geen rol kan spelen, ook niet in de discussie in Amerika. Ook daar is niet van meet af aan helder wat de lijn is. Anderzijds – ik heb dat al gezegd – vind ik het sowieso goed dat Europa na een zekere economische ook een politieke eenwording nastreeft. Dat kan belichaamd worden met een zelfbewuste buitenlandse politiek.

De heer Marijnissen (SP):

De heer Rosenmöller zegt al dat Europese landen nu vaak verdeeld zijn. Ik denk dat dit voorlopig nog wel zo zal blijven. In dat verband ben ik blij met zijn uitspraak dat buitenlandse politiek een essentieel onderdeel blijft van de vaderlandse politiek hier en dat wij het niet inruilen voor een Europese politiek, waarvan wij nog maar moeten afwachten of die er ook echt komt.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Zeker, maar misschien anders dan de heer Marijnissen leg ik mij niet bij die Europese verdeeldheid over de buitenlandse politiek neer. Ik wil veranderingen aanbrengen zodat Europa meer een eenheid vormt in de buitenlandse politiek. Ik vind het af en toe een blamage dat wij allemaal wel met dezelfde munt betalen, maar dat wij verdeeld zijn over de meest wezenlijke vraagstukken in de wereld. Ik vind dat dit moet veranderen. Het zou ook een verandering teweeg kunnen en moeten brengen in de transatlantische relatie. Ik hoor daar morgen vast iets over van de minister-president.

Voorzitter. Ook in ons eigen land staan waarden en normen onder druk. Zelfs de meest fundamentele, het respect voor het leven, werd op 6 mei met voeten getreden. Ook dat beeld, de moord op Pim Fortuyn, zullen wij voor altijd op ons netvlies meedragen. Een zinnetje in de troonrede hierover had niet misstaan, wat mij betreft. Ook die gebeurtenis zette de verhoudingen op zijn kop. Na een drukke zomer ging het kabinet-Balkenende echter toch aan de slag en dat hebben wij geweten. De premier nam terecht twee weekjes rust. Tenminste, dat dacht hij. De kat was echter nog niet van huis of de muizen dansten op tafel. In "no time" werd het kabinet-Balkenende de bende van Balkenende. Bomhoff, Heinsbroek – even een kopje thee drinken – en Nawijn, alle drie hadden zij een eigen circusact. Is na het torentjesoverleg soms ook de ministerraad afgeschaft?

Natuurlijk, het is allemaal nieuw, ook voor de fractie van de LPF. Er is gebrek aan ervaring. Elke nieuweling heeft zo zijn kinderziektes, hoor je dan en niet ten onrechte. Ik heb echter nooit geweten dat er zoveel kinderziektes bestonden. En het is nog besmettelijk ook. Minister Veerman schoot het regeerakkoord aan flarden. Op die manier kunnen wij er geen genoeg van krijgen. Tenenkrommend moet de premier het hebben aanschouwd. Natuurlijk moeten ministers ruimte hebben in het publieke debat, maar de grens ligt bij geloofwaardigheid en collegialiteit. Waar gedonder de toon zet, blijft daadkracht achterwege. Nieuwe politiek kan ook slechte politiek zijn. Op één punt heeft de premier namelijk al meer ervaring dan zijn voorganger en dat is het openlijk bekritiseren van zijn ministers. Dat is na acht weken toch wel een beetje een trieste tussenbalans.

Terecht spelen waarden en normen een belangrijke rol in het publieke debat. Doorgeslagen individualisering, het belang van materiële welvaart en het gebrek aan sociale samenhang in buurten en wijken heeft een "ieder voor zich"-samenleving opgeleverd, die op tal van terreinen is ontspoord. Samenleven doe je niet alleen, maar samen leven gaat ook niet vanzelf. Iedereen kent de voorbeelden. Denk aan de uitwassen van de mondige burger, waarbij agenten alle ziektes kunnen krijgen die nog moeten worden uitgevonden of waarbij ouders leerkrachten de les lezen als kindlief "slechts" mavo-advies krijgt. Denk aan de superioriteit van de automobilist: irritante bumperklevers of van die coureurs in een Bentley die denken dat ze er ongestraft op los kunnen scheuren. En dan die mensen die voor het stoplicht even snel de asbak legen op straat. Denk aan wangedrag van jongeren: van schelden en vernielen tot jatten en beroven. Of denk gewoon aan gebrek aan beleefdheid: even opstaan voor ouderen in tram of trein tot een vriendelijke groet aan de buren. Ik beperk mij hier bewust tot een aantal normen die zo vanzelfsprekend lijken, maar het niet zijn.

Het debat zoals het kabinet zich dat voorstelt, is te veel top-down. De commissie naar Noors model waar de minister-president het over had, heeft Prinsjesdag niet gehaald. Dat was ook een recept voor een mislukking. In dat belangrijke debat wordt er te veel geredeneerd vanuit het uitsluitingsprincipe. Zo van: er is een groep die wel waarden en normen heeft en een groep die het niet heeft. De ervaringen geven een ander beeld, in Rotterdam bijvoorbeeld. Dat moet dit kabinet toch aanspreken. Daar is twee jaar geleden het project Stadsetiquette door oud-wethouder Herman Meijer opgezet. Dat is inmiddels geëvalueerd. Op kleine schaal zijn mensen intensief met elkaar gaan praten over gewenste omgangsvormen. Dan blijkt dat los van het waardepatroon dat je prefereert en los van de culturele verschillen die er zijn, mensen dezelfde normen willen hanteren en ook in staat zijn daarover afspraken te maken. Die afspraken gaan over geluidsoverlast door muziek tot het aanspreken van andere kinderen dan die van jezelf – toch altijd een gevoelig punt – als er sprake is van hinderlijk gedrag.

Juist omdat het hier gaat om de leefbaarheid in het publieke domein, op straat en in het openbaar vervoer, is het ook rechtmatig dat de overheid zich ermee bemoeit. Die vraag moeten wij namelijk wel beantwoorden. Het is natuurlijk onaanvaardbaar dat veel oudere mensen zich 's avonds niet meer veilig voelen op straat. Meer politie is één, maar belangrijker is dat je met elkaar eraan werkt dat die mensen zich wel weer veilig voelen. Normherstel dwing je niet af. Daar moet je mensen actief bij betrekken. Dan zullen zij afspraken maken hoe met elkaar om te gaan. Lokaal zijn er al vele initiatieven op dit vlak. Het wiel behoeft ook niet overal opnieuw te worden uitgevonden. Ook Gouda is in dit verband al genoemd door mevrouw Van Nieuwenhoven.

Dat brengt mij bij het voorstel om tot een brede maatschappelijke discussie "normherstel" te komen, gericht op het debat tussen mensen in de buurt en in de wijk en gericht ook op het uitwisselen van goede ervaringen. Stimuleren en coördineren dus, met de premier als projectminister. Hij heeft al de taak de normvervaging in zijn eigen ploeg aan te pakken. En wie zo nadrukkelijk voor dit thema heeft gepleit, moet ook maar de eerste verantwoordelijkheid nemen. Zo dunkt ons. Graag een reactie.

Als een overheid mensen wil aanspreken op normherstel, kan zij het zelf echter niet laten afweten. De bouwenquête legt niet alleen het schaamteloos gedrag van bouwconcerns bloot. Ook falend overheidstoezicht en hufterig ambtenarengedrag wordt pijnlijk zichtbaar. De overheid schiet te vaak te kort in haar kerntaken met als gevolg dat het verwachtingspatroon dat mensen van de overheid hebben, zwaar op de proef wordt gesteld. Slachtoffers van geweld krijgen té weinig steun; kinderen krijgen té vaak geen onderwijs; patiënten staan op té lange wachtlijsten. Dat vraagt écht om nieuwe politiek en een écht andere begroting.

Die begroting die wij vandaag bespreken, is ronduit beroerd. In die zin zou je kunnen zeggen, dat zij een goede vertaling is van de verkiezingsuitslag. Het kabinetsbeleid vergroot de economische problemen, vergroot de werkloosheid en vergroot de inkomensverschillen. De bizarre conclusie is dat geen beleid eigenlijk beter is dan dit beleid. Zelfs economen uiten forse kritiek op de enorme bezuinigingen. Die zullen de economische dip alleen maar vergroten. Juist nu zullen wij het begrotingstekort tijdelijk wat moeten laten oplopen. In betere tijden doen wij weer aan aflossing van de schuld. Wij verwelkomen minister Heinsbroek als aanhanger van ons begrotingsbeleid. Het beleid is te "rigide", zo zegt hij bij herhaling; voorts zegt hij dat het de voorkeur verdient in deze periode het tekort "enkele tienden van procenten" te laten oplopen. Nu de minister-president nog! Is deze bereid het Strategisch akkoord aan te passen? Of is hier sprake van een diep meningsverschil tussen het kabinet-Balkenende en, zeg maar, het kabinet-Heinsbroek?

De keuze van GroenLinks stelt je in staat om fatsoenlijk in de samenleving te investeren, ook nu het wat minder gaat. In onze tegenbegroting laten wij zien dat andere keuzes veel beter zijn voor ons land. Om te beginnen 40.000 banen méér dan bij het kabinet, in één jaar tijd. Dat is dus "werk, werk, werk", in plaats van: bijstand, bijstand, bijstand. Onze alternatieven leiden tot een hogere economische groei dan bij het kabinet. Bovendien is het duurzame groei. Het is beter voor de kwaliteit van de publieke sector en beter voor de inkomensverdeling. Tegenover deze saneringsbegroting zetten wij een investeringsbegroting. Ik vraag de minister-president om een reactie.

Voorzitter. Paars is juist afgestraft omdat mensen betere zorg en onderwijs wilden. Mensen willen schone en veilige buurten...

De heer Verhagen (CDA):

Naar aanleiding van het voorgaande zou ik u een vraag willen stellen. Als ik kijk naar uw voorstellen op het punt van investeren in wegen, of beter gezegd het niet investeren in wegen en het niet stimuleren van het bedrijfsleven, wat betekent dit dan op het punt van "werk, werk, werk" voor de langere termijn? Immers, daar moeten wij toch met name naar kijken: niet alleen naar wat het betekent voor morgen, maar ook naar wat het met name betekent na 2006?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik ben ontzettend blij dat u die vraag stelt. Immers, de effecten daarvan zullen nog beter zijn. Het Centraal Planbureau heeft zich echter niet gewaagd aan een doorrekening op dat terrein.

De heer Verhagen (CDA):

U knijpt het bedrijfsleven af en dan denkt u dat dit meer banen oplevert: dat is toch de kern van uw voorstel?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Voor de kritiek op de cijfers is er het Centraal Planbureau. Voor de kritiek op de politieke keuzes moet u hier zijn. Wat wij nu juist doen, is dat wij investeren ten laste van 0,3% – enkele tienden van procenten – aan tijdelijk tekort, in combinatie met het ongedaan maken van een aantal bezuinigingen die het kabinet invoert. Daarmee zorgen wij voor een gigantische banengroei ten opzichte van datgene wat het kabinet presenteert en dat in een periode waarin de werkloosheid met 8000 per maand oploopt, mijnheer Verhagen. Dat zou u als muziek in de oren moeten klinken!

De heer Verhagen (CDA):

Het zou als muziek in de oren moeten klinken, als het ook op langere termijn die effecten had. Op korte termijn heeft het inderdaad een effect zoals u het schetst, maar op langere termijn verslechtert u de positie van het bedrijfsleven. Immers, de investeringen die noodzakelijk zijn, juist op het punt van het bedrijfsleven, laat u achterwege. Integendeel, die draait u zelfs de nek om. Dat betekent dat het niet meer aantrekkelijk wordt om hier een bedrijf te hebben en op de langere termijn ben je dus je banen kwijt. Uw voorstel zal de inflatie verhogen en het zal op het punt van de concurrentiepositie een verslechtering brengen. Het is, met andere woorden, een kortetermijnsuccesje, terwijl wij dan nog dieper in de put zitten.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Mijnheer Verhagen, deze interruptie is werkelijk een slag in de lucht. Waarom? Omdat de economische groei als gevolg van dit pakket bijna een half procent hoger uitkomt dan bij het kabinet. Het is dus niet alleen maar goed voor de werkgelegenheid; het is ook goed voor de dynamiek en de bedrijvigheid van Nederland als BV. Daarnaast is het ook nog eens goed voor de inkomensontwikkeling, want het punt van zorg dat u had over de laagste inkomens, hebben wij voor u gerepareerd.

De heer Verhagen (CDA):

Ja, ten koste van de middeninkomens.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Nee, ook dat is weer een slag in de lucht.

De heer Verhagen (CDA):

Nee, het is geen slag in de lucht. Het is duidelijk aangetoond in de berekening in het kader van uw eigen alternatief.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik weet niet of de middeninkomens bij u pas beginnen bij een ton of méér, want dat kan natuurlijk voor u als regeringspartij ineens anders zijn dan toen u nog oppositiepartij was. Daar kun je natuurlijk enige verandering in aanbrengen; over cijfers valt echter niet te twisten. Bij ons gaan de mensen er tot en met anderhalf maal modaal fors tot enigszins op vooruit. Bij twee keer modaal – dan hebben wij het over ongeveer 125.000 gulden; dat is ongeveer 60.000 euro – krijgen de mensen een minnetje. Deze min neemt toe naarmate het inkomen hoger is. Dat noemen wij solidariteit en dat noemt u: christelijk-sociale politiek.

De heer Verhagen (CDA):

Wat ik en de CDA-fractie christelijk-sociale politiek noemen, maken wij nog altijd zelf uit. U wilt ons hierop aanspreken. Als u echter meent dat alleen het beleid van GroenLinks christelijk-sociaal beleid zou zijn, slaat u de plank mis. Het gaat mij erom dat u een aantal investeringen schrapt. Op termijn zal dat leiden tot verslechtering van onze concurrentiepositie en tot een slechtere economische groei dan die met de kabinetsvoorstellen. In het begin van uw bijdrage was u buitengewoon duidelijk. U had zorgen vanwege internationale ontwikkelingen, maar u schrapt nog meer in het budget voor defensie. Hoezo verdedigen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Voorzitter. Wij maken een aantal heldere keuzes. Wat de heer Verhagen mij echter verwijt, het verslechteren van de concurrentiepositie, is met geen passage, met geen zin, met geen woord uit de tegenbegroting of uit de doorrekening van het Centraal planbureau te staven. Dat is punt één, dan punt twee. Ik heb een verwachtingspatroon van de christelijk-sociale politiek. Ik heb mijn opmerkingen toegespitst op het inkomensbeleid: ik wil met inkomensbeleid de boel een beetje bij elkaar houden. Overigens had de heer Verhagen in de vorige periode ook kritiek op het feit dat het aan de top graaien was, terwijl voor de basis een minnetje gold. Dat corrigeren wij voor een deel ook voor hem. Wij willen van onze voornemens wel wat afdoen als hij met ons meedoet. Daarover valt vandaag en morgen te praten. Maar dit is de kant die wij op willen. Voor een deel maken wij dus een andere keus, bijvoorbeeld met betrekking tot de wegen. Op dat punt heeft het kabinet plannen. De heer Verhagen heeft altijd gezegd: wegen én openbaar vervoer. Dat idee wordt nu volstrekt verlaten, maar wij corrigeren dit. Verder maken wij het werken bij de overheid weer aantrekkelijk. Ik denk aan het grote probleem waarmee de vakbonden nu zitten. Er wordt namelijk slechts ruimte geboden voor maximaal 2,5% loonstijging. Wij plussen dat wat omhoog.

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter. Ik geloof direct dat met de voorstellen van GroenLinks de inkomenssituatie van de mensen beter wordt. Als je als overheid steeds maar meer leent en het geleende geld aan de mensen geeft, ja, dan wordt het voor de mensen beter. Maar hoe verhoudt zich dit tot hetgeen de heer Rosenmöller in het begin van zijn bijdrage zei: over de internationale situatie, over wat er allemaal zou kunnen gebeuren en de invloed daarvan op onze economie? Is hij niet ontzettend riskant bezig met het presenteren van dit soort plannen als hij tegelijkertijd in tijden dat het wel goed gaat, er niet voor is flink af te lossen op de staatsschuld? Ook dan moet er volgens GroenLinks altijd worden uitgegeven.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Altijd uitgeven, zegt u. U doet net of uitgeven een ramp is. Als je dat uitgeven maar op een fatsoenlijke manier financiert!

Mevrouw Giskes (D66):

Het kan een ramp zijn voor de volgende generaties, mijnheer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Uw tegenbegroting laat zien welke economisch rampzalige situatie ontstaat als je met betrekking tot het financieringstekort nog roomser bent dan de paus. Het kabinet komt met 0,5% en u met 0,4%, maar dat is slecht voor de economie en slecht voor de werkgelegenheid. Dat is uw alternatief, maar niet het onze. Wij doen wat de huisideoloog op het terrein van financiën van het CDA de heer Bovenberg vandaag in Het Financieele Dagblad zegt. Hij zegt: laat in een economisch wat moeilijke periode het tekort wat oplopen. Op sommige punten ben ik het met de heer Heinsbroek niet eens, maar van economie heeft hij echt verstand. Misschien heeft hij alleen daarvan verstand, dat weet ik niet. Daar komen wij de komende jaren nog achter. Maar: laat dat tekort nu tijdelijk met een tandje toenemen. Bij ons is het in 2006 structureel 0,6% plus. Dus: op deze manier doe je iets aan de economie, de bevordering van de werkgelegenheid, het inkomen en het milieu. Het kan allemaal wel in 2002.

Mevrouw Giskes (D66):

Maar bij GroenLinks neemt het altijd met een tandje toe en nooit met een tandje af. Als het ook eens goed gaat, wordt er niet afgelost. Ook dan wordt er nog meer uitgegeven. Dan is het einde zoek, mijnheer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dat is niet met feiten te staven. Dat zijn vooroordelen. Lees wat wij daarover hebben gezegd. Als u dat had gedaan, zou u geen vooroordeel meer hebben, dan zou u zelfs deze interruptie niet meer plaatsen.

Voorzitter. Ik was bij...

De voorzitter:

Nee, dat had u al gehad.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Daar kan ik niet overheen. Voorzitter. Ik had het over normvervaging door de overheid, maar de passage daarover staat een paar keer in mijn tekst. Op welke normen wij het kabinet kunnen afrekenen, dat blijft nog te veel een raadsel. Met betrekking tot het opsporingspercentage hielden wij in de campagne een pleidooi en deden anderen een belofte: verhogen naar 35%. Wij staan daar nog steeds voor en wij vragen om een kabinetsnota "Opsporing verzocht" waarin deze doelstelling wordt waargemaakt.

De noodkreet van de rechters vorige week bleek wél terecht. Wij zien dat er dit jaar 30 mln en volgend jaar 40 mln wordt bezuinigd op de rechterlijke macht. Wie moet die 10.000 extra zaken gaan afhandelen? Een kabinet dat veiligheid prioriteit geeft, zou zich moeten schamen.

Minister Bomhoff's perestrojka geeft mensen het recht op zorg, zegt hij. Maar wanneer komt er een einde aan wachtlijsten voor levensbedreigende ziektes? Dat vinden we in de begroting niet terug. Dat geldt ook voor de overige wachtlijsten. Ook hier mis ik een norm waar we het kabinet aan kunnen houden en waarop we de minister kunnen afrekenen. Maar als het geld voor dat recht op zorg op is, gaat de rekening naar de patiënt. Geen extra investeringen door het Rijk, maar hogere premies of een kleiner pakket voor de mensen is dan de keus. Dat is een sigaar uit eigen doos, of helemaal geen sigaar. Ik wil duidelijkheid wat het kabinet doet als dat recht op zorg botst op de financiële grenzen.

De opening van het academisch jaar was één aanklacht tegen het kabinet vanuit alle studentensteden. Visieloos wordt er gesneden, maar "Nederland kennisland" kunnen we wel vergeten. De kennissectoren zijn de belangrijkste bron van onze welvaart in de toekomst. Wie dat negeert, doet stappen terug in plaats van vooruit. Professor Balkenende zal toch niet de laatste professor zijn van ons land, hoop ik? En als wij, terecht, eisen stellen aan het gedrag jongeren, mogen daar dan ook nog rechten tegenoverstaan, bijvoorbeeld op goed onderwijs voor alle leerlingen? Waarom bezuinigen op de preventietaak van de kinderbescherming? Jongeren krijgen pas echt aandacht als het fout is. Dat is te eenzijdig. Een land dat houdt van zijn kinderen geeft die aandacht eerder. Omdat ze het willen, omdat ze het verdienen en omdat het helpt te voldoen aan de plichten die ze hebben. Pas dan heeft de jeugd weer een toekomst.

Afschaffing van het spaarloon en verhoging van de nominale ziekenfondspremie hebben grote gevolgen voor de koopkracht. Zeker als die premieverhoging voor werkenden wél en voor uitkeringsgerechtigden níet gecompenseerd wordt. Dat de mensen op het sociaal minimum er in koopkracht op achteruit gaan, vind ik onaanvaardbaar. Door dit kabinet komt armoede weer op de agenda. In de regeringsverklaring zei de minister-president nog: "de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen". Dat zijn sociale normen, maar ze worden hier met voeten getreden. Het zijn de zwakste schouders die de zwaarste lasten dragen. Dit kabinet doet dus niet wat het zegt, en breekt haar belofte. Het gaat hier om mensen die hardste klappen hebben gekregen vanwege de fors gestegen prijzen, die er nu nog een fikse lastenverzwaring bovenop krijgen. Daar komt bij de frustratie over de prijsstijgingen als gevolg van de invoering van de euro. De consument is door het vorige kabinet, met oud-minister Zalm voorop, ronduit in de maling genomen. Minister Hoogervorst gaat praten met de horeca. Wil het kabinet zich hard maken voor een prijzenstop in 2003?

Ik wil de zaal hier morgenavond niet verlaten zonder dat de Kamer het koopkrachtverlies op het minimum heeft gecorrigeerd. Belofte maakt schuld, het dualisme zal zich nú moeten bewijzen. Het steekt des te meer, omdat ook over het afgelopen jaar de stijging van het inkomen aan de top weer sterker was dan aan de basis. Directeuren en topbestuurders liepen na de massale kritiek op de graaicultuur in het bedrijfsleven weer verder uit op hun werknemers. Treedt de premier hier in het voetspoor van zijn voorganger door te spreken over exhibitionistische zelfverrijking? Juist het tegengaan van die graaicultuur bracht minister Heinsbroek ertoe, te pleiten voor het aanpassen van de optieregeling. Terecht! Ik heb het in de stukken niet kunnen vinden, maar wat vindt de regering en past in die nieuwe politiek ook niet onze initiatiefwet "openbaarheid van topinkomens"?

Ook in het werkgelegenheidsbeleid dragen de zwakste schouders de zwaarste lasten. Het afschaffen van loonkostensubsidies voor langdurig werklozen is slecht voor de werkgelegenheid. Waar Melkertbanen bedoeld waren voor een enkele reis arbeidsmarkt, wordt het bij dit kabinet een retourtje bijstand. Het kabinet-Balkenende vernietigt banen. Ik voorspel dat dat nog heel wat maatschappelijk protest zal oproepen. En terecht, want de effecten zijn dramatisch. Speeltuinen zonder bewaking, wijken zonder stadswacht, scholen zonder conciërge. Letterlijk terug naar de vorige eeuw. Slecht voor de veiligheid; funest voor de integratie; juist veel migranten vonden zo een baan. Dat komt nu op de tocht te staan. Zou minister Nawijn daar eens aandacht aan willen geven? Integratie is immers meer dan het stoppen van de immigratie. Wil de premier reageren op de gevolgen op dit punt voor de samenleving? Vindt hij nu werkelijk dat zelfs gedwongen ontslagen niet kunnen worden uitgesloten?

De sociale partners zijn al boos. De sociale schande van bijna een miljoen WAO'ers vraagt om daadkracht en draagvlak. De werkgevers langer verantwoordelijk maken voor de Ziektewet, zonder duidelijkheid te geven over de andere maatregelen, is onverstandig. Overweegt de regering wetgeving om een bovenwettelijke aanvulling in het tweede ziektejaar te verbieden? Als dat het geval is, mag ik haar voor dit onzalige plan behoeden?

Het spaarloon heeft de eerste twee maanden van dit kabinet niet overleefd. De nieuwe verlofknip kan er niet aan tippen. Ook hier is sprake van toenemende onvrede. Wij willen het kabinet voorstellen het spaarloon nog een jaar te handhaven. In die periode kan worden bezien hoe een goed levensloopbeleid kan worden ontwikkeld, waarvan verlofsparen een onderdeel is. Dat is een mooie klus voor de nieuwe staatssecretaris. Deelt het kabinet het gestelde door minister De Geus dat afspraken over loonmatiging met meerwaarde belangrijker zijn dan het regeerakkoord?

Daadwerkelijke integratie en participatie van iedereen in deze multiculturele samenleving is een van de kernvraagstukken voor de komende periode. Het gaat dan om meer dan het smikkelen van couscous of het praten over hoofddoekjes. Integreren doe je op school, op het werk, in de winkel of op het voetbalveld. Maar integratie is te veel met de mond beleden. Als gevolg daarvan is er een etnische onderklasse ontstaan die oververtegenwoordigd is in de armoede-, werkloosheids- en criminaliteitsstatistiek. Maar er zijn ook de lichtpunten, zoals het toenemend aantal allochtone ondernemers, schrijvers, journalisten, onderwijzers en beleidsmakers. Integratie is een wederzijds proces. Het vraagt ook iets van onze oorspronkelijke, Nederlandse bevolking. Links, ook wij als onderdeel daarvan, heeft zich de afgelopen jaren te weinig bekommerd om de gevoelens van onzekerheid en onveiligheid waar veel mensen last van hebben. Rechts heeft zich onvoldoende bekommerd om het belang van integratie, vanuit het idee dat de migratie slechts tijdelijk was. Dat heeft geleid tot segregatie, tot twee samenlevingen die elkaar onvoldoende raken. De gemakkelijke weg is vervolgens om de onvrede van de meerderheid te vertolken en voorstellen te doen die de segregatie alleen maar versterken. Dat is de weg van de minste weerstand en het minste resultaat; zeg maar de weg-Nawijn.

Hoe verdedigt het kabinet de bezuinigingen op de integratie van minderheden? Als ook oudkomers, mensen die er al langer zijn, een cursus moeten doorlopen – daar is veel voor te zeggen – hoe kan het dan dat ook daar de komende jaren niet meer, maar wat minder geld voor is? Ik vraag de premier wat de realiteitswaarde is van inburgeren in het land van herkomst. Wie gaat dat betalen, zo vraag ik na gisteravond? Ik vraag de premier af te zien van een onderzoek naar de mogelijkheid van het intrekken van de Nederlandse nationaliteit van criminelen, als nu al vaststaat dat er met die uitkomsten niets gedaan wordt. Dat lijkt mij zinvolle tijdsbesparing door ambtenaren. De moeilijke weg is die van het bieden van een maatschappelijk perspectief, voor allochtonen en autochtonen, en mensen aan te spreken op hun plichten, allochtonen en autochtonen. Wat is er nodig voor een succesvol integratiebeleid? Eerder is door onze fractie en door de SP-fractie gepleit voor een parlementair onderzoek naar het antwoord op die vraag. Ik vind dat het er nu maar eens van moet komen. Het parlement buigt zich dan intensief over een van de meest fundamentele vraagstukken van onze samenleving. Veel burgers hebben zorgen, veel partijen zijn ermee bezig en er zijn zowel positieve als negatieve ervaringen. Graag een reactie van de collega's.

Migratie kent ook een aantal normen. De basis daarvan is vastgelegd in internationale verdragen, die vaak na zorgvuldige en langdurige onderhandelingen zijn vastgesteld. Het Vluchtelingenverdrag is er daar een van. Dat Nederland dit verdrag grondig wil herzien, is een onwenselijke en kansloze onderneming. Voor de UNHCR hebben we overigens nog geen cent extra gezien. Wil de regering – ik citeer minister Nawijn – werkelijk het strengste vreemdelingenbeleid van de EU gaan voeren? En moet het beperken van de instroom tot 18.000 als quotum worden gezien?

Mijn laatste onderwerp gaat over het milieubeleid. Ook dat kent zijn normen en zijn waarden. De aanhoudende regen heeft grote delen van Europa geteisterd. Het leidde tot onthutsende beelden van mensen in nood, huizen onder water en drijvende auto's. Niemand die er nog aan twijfelt dat menselijk handelen van invloed is op het klimaatprobleem. Is Nederland eigenlijk wel voldoende voorbereid op extreme regenval, vraag ik het kabinet. Terwijl milieubeleid dus zo je huiskamer binnenkomt, wordt hier geroepen dat milieu "uit" is en degradeert het kabinet dit tot een taak voor een staatssecretaris. Gaan waarden en normen niet ook over rentmeesterschap en duurzaamheid, zo vraag ik het kabinet en de minister-president niet in laatste instantie. Is de "mondiale apartheid" waar de Zuid-Afrikaanse president in Johannesburg over sprak, niet een aansporing om internationaal en hier in Nederland de ambities te verhogen in plaats van te verlagen? Wij vinden de regering te positief over Johannesburg. Terecht pleitte de premier daar voor daadkracht bij de uitvoering. Aan de slag dus. Maar het pleiten voor daadkracht in Johannesburg is iets anders dan het laten zien van daadkracht in Den Haag. Het kabinet heeft een blinde vlek voor de ecologische norm. Ik noem een paar voorbeelden.

Moeizaam bij elkaar gesprokkelde miljoenen voor een natuuroffensief worden met één pennenstreek, oncontroleerbaar in een achterkamertje tijdens de formatie, ongedaan gemaakt. Een zeer brede coalitie van de ANWB tot de milieubeweging, wordt geschoffeerd. Milieu is niet "uit" maar "in" bij 1,3 miljoen huishoudens die nu groene stroom gebruiken. De regering gaat ook hier bezuinigen. Milieu is ook "in" bij 140.000 groene beleggers. Met een belastingvoordeel dat de Staat 30 mln kost, wordt 51 mln aan milieuwinst geboekt. Afschaffen van het voordelig "groen" beleggen, is dus slecht voor milieu én economie. Handhaven is goedkoper dan afschaffen. Dat kan het kabinet in deze barre tijden toch niet laten lopen. Is de minister-president bereid deze dwaling te corrigeren?

En dan de vraag of Nederland zijn Kyoto-verplichting nog wel nakomt. Dat klemt des te meer, omdat juist de energieparagraaf in Johannesburg zo teleurstellend is en wij weten nu toch dat energiebeleid, CO2-uitstoot en klimaatverandering onderling verband houden. De Milieubalans van het RIVM maakt duidelijk dat extra maatregelen nodig zijn om de doelstelling van 6% verlaging in 2010 te halen. Ik vraag het kabinet om een CO2-beleidsplan met maatregelen die ons verzekeren van het halen van die doelstelling. Verder zegt het kabinet het gebruik van de auto niet te ontmoedigen.

De voorzitter:

U moet nu echt afsluiten, want u bent al minuten over de tijd die u heeft gekregen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik heb nog een punt.

Hoeveel minder files krijgen wij eigenlijk voor die 150 km asfalt? Is het kabinet bereid om de 20 mln infraheffing voor de Nederlandse Spoorwegen niet te heffen, opdat daarmee het treinkaartje komend jaar niet 9% hoeft te stijgen?

Tenslotte was er dit weekend nog minister de Boer: 10 kilometer harder rijden; dat moet kunnen. Kwartiertje eerder thuis, maar meer doden en gewonden. Populisme heeft soms een hoge prijs. Het is een keus, maar niet de onze. Iedereen kent de ergernis over zo'n bekeuring, maar het signaal is volstrekt verkeerd. Het kabinet wil een eind aan het gedogen, behalve op de weg. Ze wil normen en waarden, behalve op de weg. De overheid verspeelt zo nog meer gezag. Het is het kabinet van de dubbele moraal. En dat corrigeren is de kern van mijn verhaal.

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 13.40 uur tot 14.25 uur geschorst.

De voorzitter:

De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

Ik constateer dat er geen behoefte is aan een regeling van werkzaamheden.

Naar boven