Aan de orde is de voortzetting van:

de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2003 (28600, nr. 1).

De beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Wijnschenk, die zijn maidenspeech zal houden. Voor hem geldt zeker dat hij de eerste tien minuten niet geïnterrumpeerd mag worden.

De heer Wijnschenk (LPF):

Voorzitter, dames en heren. Als je de vierde spreker bent, is normaal gesproken het gras je enigszins voor de voeten weggemaaid. In dit speciale huis is dat niet zo; alleen de CDA-fractie heeft een aantal dingen gezegd die ik ook zou willen zeggen, waarvoor dank. Daaruit blijkt maar weer dat de keuze voor deze coalitie de goede is geweest. Het thema van mijn verhaal is: regeren is een werkwoord.

Bij de algemene politieke beschouwingen van verleden jaar is door alle sprekers in de Kamer aandacht besteed aan de vreselijke gebeurtenissen op 11 september in de Verenigde Staten. Er is toen ook over de veiligheid in ons land gesproken. Niemand had toen kunnen vermoeden dat in Nederland een halfjaar later een politiek leider zou worden vermoord. Op 6 mei 2002 werd de democratie in ons land een zware klap toegebracht: een lijsttrekker werd vermoord en onze partij werd onthoofd. De moord op Pim Fortuyn had grote invloed op het politieke klimaat in ons land. Laten wij echter vooral niet vergeten dat de problemen die Pim Fortuyn wilde oplossen toen hij nog leefde, een nog veel grotere invloed hadden en hebben. Simpel gezegd, verwoordde hij de opgekropte boosheid van miljoenen mensen.

Wat is er aan de hand? Er is in Nederland grote teleurstelling over essentiële punten in onze welvaartsstaat die lange tijd door de traditionele partijen niet of in ieder geval niet voldoende zijn onderkend. Waarom zijn deze punten niet onderkend? Omdat het om gevoelens ging. Fortuyn wist dat het in het leven niet om cijfers, statistieken of voetnoten draait. Hij ging dus niet voorbij aan de emoties van de mensen. Pim Fortuyn zag hoe ze ontstaan waren: kwaadheid over de schrikbarende bureaucratie bij de overheid, woede over de voortdurend afnemende veiligheid en verdriet over de falende gezondheidszorg. Maar boven alles de tergende onmacht die mensen voelen als zij door arrogante bestuurders als kinderen worden behandeld, want dat doen politici en bestuurders die niet over de problemen van hun kiezers willen praten en hun hoofd afdraaien voor wat elke normale burger dagelijks ervaart. Het uit de weg gaan van een fundamentele discussie over het vreemdelingenbeleid is daar maar één voorbeeld van.

De 26 vertegenwoordigers van de Lijst Pim Fortuyn in de Kamer zijn het zichtbare, tastbare bewijs van de boosheid die in mijn fractie letterlijk een stem gekregen heeft, maar ook van de behoefte om deze boosheid juist in blijheid om te zetten. Ik vind het daarom belangrijk, te onderstrepen dat de onvrede met de traditionele politiek niet bij één bepaalde groep burgers leeft, maar een gevoel is bij mensen uit alle lagen van de bevolking. Het heeft niets met links of rechts zijn te maken, met man of vrouw zijn, met jong of oud zijn, met veel of weinig geld hebben of met godsdienstig of niet godsdienstig zijn. Iedereen ergert zich aan het feit dat zijn moeder niet in een verpleeghuis kan worden opgenomen; iedereen wordt kwaad als berovingen de gewoonste zaak van de wereld zijn geworden; iedereen stoort zich eraan als zijn kind geen goed onderwijs krijgt en nijdig worden wij natuurlijk allemaal als onze partner, ons kind of een ander dierbaar familielid op een wachtlijst wordt gezet als hij of zij een ernstige ziekte heeft.

Uit de vorige week bekendgemaakte cijfers van het Sociaal en cultureel planbureau blijkt dat het vertrouwen van de Nederlandse burgerij in onze overheid in twee jaar tijd van 80 naar 60% gedaald is! De Lijst Pim Fortuyn vindt dat de overheid zich daarvoor diep moet schamen. De Lijst Pim Fortuyn is geen partij die de onvrede koestert, maar juist een partij die er keihard aan wil werken om deze boosheid te laten verdwijnen. Wij vinden dat veel van onze problemen domweg niet mogen voortbestaan in een rijk land als Nederland en rijk zijn wij. Wij hebben een gemiddeld bruto-jaarinkomen van 37.000 euro per huishouden. 39% van onze volwassenen gaat tenminste twee keer per jaar op vakantie. Geen geld voor verbeteringen? Natuurlijk is er wel geld. Politiek is nu eenmaal kiezen. Wij moeten andere prioriteiten stellen en het geld aan die zaken uitgeven waardoor Nederland van alleen maar een rijk en welvarend land weer een aangenaam land wordt, een land waarin wij niet alleen maar keurig onze staatsschuld aflossen en trots kunnen zijn op onze naar verhouding lage werkloosheidscijfers, maar een land waarin een overheid functioneert die de burger niet op tal van terreinen in de steek laat.

Ik sprak zojuist over opgekropte gevoelens. Ondanks alle mooie financiële gegevens van de vorige kabinetten is Nederland boos, omdat de overheid op de meest essentiële punten de burger in de kou heeft laten staan. De Lijst Pim Fortuyn vindt dat de overheid de burger niet moet betuttelen, maar hem juist moet beschermen. Dat moet zij vooral doen op al die gebieden die bijdragen aan het beschermen van lijf en leden, gedachten en meningen, van rechten en bezittingen. Daarom zal ik kort ingaan op de belangrijkste terreinen waarop de Lijst Pim Fortuyn die beschermende overheid actief wil zien.

Boven aan de prioriteitenlijst van de Nederlandse bevolking en van de Lijst Pim Fortuyn staat het recht op een veilig leven. De kleine en de grote criminaliteit vormen een grote bron van gevoelens van onveiligheid. Er zal via harde doelstellingen bij politie en justitie een einde moeten komen aan de onveiligheid op straat. Er zal keihard gewerkt moeten worden aan het verhogen van het aantal opgeloste misdrijven. Nu wordt nog geen 15% van de daders daadwerkelijk gepakt. Ook zal de Lijst Pim Fortuyn ervoor pleiten, weer alle misdadige activiteiten te vervolgen. Ik vraag de minister-president dan ook, in te gaan op de vraag waarom de politie geen werk meer maakt van diefstallen onder de 150 euro. Zo iets is een klap in het gezicht van de burger. Een gouden armband heeft misschien geen hogere handelswaarde dan 100 euro, maar als je dat sieraad van je moeder gekregen hebt, is zij volledig van de kaart als die gestolen wordt. Ik zou graag zien dat het kabinet ervoor zorgt dat vanaf nu weer alle dieven worden vervolgd.

Evenmin moeten wij onze ogen sluiten voor het feit dat criminaliteit voor een groot deel veroorzaakt wordt door herkenbare groepen. Waarom wordt er met hoongelach gereageerd als er gepleit wordt voor het uitzetten van buitenlanders die zich ernstig en herhaaldelijk misdragen? Over hoongelach gesproken: dat is echt op zijn plaats als wij kijken naar het integratiebeleid. Dat heeft de afgelopen tien jaar kapitalen gekost, maar nauwelijks iets opgeleverd. Het resultaat is dat ons land nu geconfronteerd wordt met grote aantallen kansloze immigranten die geen enkele reden hebben om deel te willen worden van deze Nederlandse samenleving.

Op het terrein van de veiligheid was er in de afgelopen jaren veel geld, maar een verkeerde visie. De kabinetten Kok hebben veel geïnvesteerd in meer cellen en nieuwe agenten. Alleen al aan extra politieagenten werden tientallen miljoenen uitgegeven. Helaas heeft Paars verzuimd de vraag te beantwoorden hoe die extra capaciteit moest worden ingezet. De Lijst Pim Fortuyn wil dat er ook geïnvesteerd wordt in bevoegdhe den, taakopvattingen en vooral in actie. Onveiligheid bestrijd je niet met geld alleen.

De Lijst Pim Fortuyn heeft een aantal zeer concrete eisen ter verbetering van de veiligheid. Wie gestraft wordt, moet die straf ook uitzitten en niet zoals dat zo mooi heet, heengezonden worden, omdat er een cellentekort is. Als dat betekent dat de tijd met een celgenoot doorgebracht moet worden, dan moet dat maar. Wij eisen dus dat de cellen door meer mensen bezet moeten kunnen worden.

Wie bij het voetbal rotzooi trapt, moet zwaar gestraft worden, al is het maar omdat dit geweld met voorbedachten rade is. Gezien de omvang van het supportersgeweld en de enorm hoge kosten die dat meebrengt, moet er onzes inziens een voetbalwet komen waarin keihard wordt vastgelegd dat de samenleving dit soort wangedrag niet langer accepteert. Wie zich in het openbaar vervoer misdraagt, moet net zo goed meedogenloos aangepakt worden. Miljarden steken in het openbaar vervoer en tolereren dat reizigers verstijfd van angst in de trein zitten, is te gek voor woorden.

Nu kom ik op mijn tweede punt: wel asielzoekers, maar geen gelukszoekers. In onze visie verdient de Nederlandse cultuur, die haar wortels heeft in een unieke mengeling van christelijke, joodse en humanistische waarden, ook bescherming. Dat betekent dat wij de jarenlang gemeden discussie over het vreemdelingenbeleid in Nederland met overtuiging zullen aangaan. De instroom van vreemdelingen heeft immers verstrekkende gevolgen voor de aard van de Nederlandse samenleving en is van grote invloed op de spankracht van onze maatschappij. Door velen wordt niet onderkend dat zonder restrictief toelatingsbeleid nooit aan een succesvol integratieproces kan worden begonnen. Iedereen weet dat je de kraan moet dichtdraaien voordat je kunt gaan dweilen. Om de vergelijking met een ander probleem te maken: hoe groter de klas, hoe moeilijker het onderwijs.

Door de veel te grote instroom is de integratie nooit werkelijk van de grond gekomen. De overheid is er niet in geslaagd etnische minderheden een echte kans te geven. Het is een goede zaak dat dit kabinet de nadruk legt op een integratiebeleid waarin de verplichting tot inburgering en de vereenzelviging met de culturele doelen van de Nederlandse samenleving hand in hand gaan. De tweede en derde generatie wel ingeburgerde allochtonen willen dit ook in de eerste plaats. Per slot van rekening lijden zij het meest onder de misdragingen van de stroom economische gelukszoekers die Nederland heeft overspoeld. Minister Nawijn heeft aan het integratiebeleid niet alleen een moeilijke portefeuille, maar ook een dankbare als hij erin slaagt deze integratie een positieve wending te geven. Laat ook daar geen misverstand over bestaan, wij zijn niet tegen integratie, maar wel tegen een falende integratie.

Ik zie dat de heer Teeven iets wil vragen.

De voorzitter:

Wat wilt u dat ik doe? U hebt er recht op om niet geïnterrumpeerd te worden.

De heer Wijnschenk (LPF):

Als het heel belangrijk is, doen wij dat gewoon in dit huis.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Voorzitter. Ik heb kennis genomen van de opmerking van de heer Wijnschenk in de Telegraaf dat hij graag geïnterrumpeerd wil worden, ook tijdens zijn maidenspeech.

De voorzitter:

Interrumpeert u nu maar, want in dat interview kwam de voorzitter niet voor.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Ik hoor u veel dingen zeggen over veiligheid, integratie en onderwijs, onder andere kleinere klassen, en het zijn eigenlijk allemaal dingen waar ik het van harte mee eens ben. Ik kijk naar het programma en het strategisch akkoord. Hebt u nu het idee dat die voornemens en wensen van de LPF echt gerealiseerd worden? Je kunt natuurlijk vragen om een actieve instelling van politie en justitie en het vervolgen van alle misdrijven, maar politie en justitie kunnen het nu al nauwelijks aan. Bent u bereid om voor dit onderwerp meer geld vrij te maken?

De heer Wijnschenk (LPF):

Wij hebben op die gebieden geen bezuinigingen toegepast. Er is niet gesneden in de begroting. Daar is dus extra geld voor. Er wordt maximale aandacht aan gegeven.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Ik heb u horen zeggen dat er meer gevangenen in één cel gezet moeten worden door er een bedje bij te zetten. Dat zijn wel mooie woorden, maar op de begroting van Justitie wordt dit jaar 115 mln bezuinigd en volgend jaar komt daar 115 mln bij. Hoe kunnen de gevangenissen dan nog een beetje leefbaar worden? Je kunt wel twee gevangenen in één cel zetten – daar ben ik het van harte mee eens – maar dan moet je eerst verbouwen en dan moet er extra personeel komen. Waar wil de LPF-fractie het geld daarvoor vandaan halen?

De heer Wijnschenk (LPF):

Allereerst is het een principiële discussie en wij vragen het kabinet nu om die discussie aan te gaan. De beslissing daarover is nog niet gevallen, maar als het kabinet die beslissing neemt, zal het zeker ook met goed onderbouwde oplossingen komen.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Ik hoor daar ook graag het antwoord van het kabinet op, maar u onderschrijft mede het regeerakkoord. Sommige ministers doen stevige uitspraken over veiligheid, onder anderen minister Nawijn, minister Heinsbroek en minister De Boer, ook al is het hun eigen portefeuille niet. Het zijn allemaal goede ideeën, maar het wordt niet betaald op deze manier. U leest toch ook de begroting. Dan ziet u toch ook dat er geen geld voor wordt vrijgemaakt.

De heer Wijnschenk (LPF):

De maatregel om meer mensen in één cel te zetten, kan met een minimaal extra budget gerealiseerd worden.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Belooft u geen dingen aan de kiezer die u helemaal niet kunt waarmaken?

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik denk dat het kabinet binnenkort met het voorstel komt om meer mensen in één cel te plaatsen en daarbij ook de financiering zal aangeven.

Voorzitter. Ik zei dus dat wij niet tegen integratie zijn, maar wel tegen een falende integratie. Wie wij in Nederland welkom heten, moet hier ook welkom zijn. Als je iemand vraagt om op visite te komen, laat je hem niet op de gang staan. De LPF heeft concrete eisen als het gaat om het vreemdelingenbeleid. Criminele illegalen moeten meteen het land uit. Wij vragen het kabinet welke middelen het heeft om illegalen zonder papieren direct uit te zetten. Iemand zonder papieren heeft hier niets te zoeken en dan maakt het voor de LPF niets uit of hij hier gisteren of vijf jaar geleden is gekomen. Illegaal is illegaal. Iemand met papieren die hier wil blijven, zal hier moeten passen. Hij zal dus verplicht een serieuze inburgeringscursus moeten volgen. Voor alle duidelijkheid: de LPF vindt dat er altijd plaats moet zijn voor mensen die echt op de vlucht zijn. Simpel gezegd: wij respecteren asielzoekers, maar geen gelukzoekers!

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De heer Wijnschenk zei dat er keihard moet worden gewerkt aan allerlei zaken. Evenals de heer Fortuyn heb ik in de verkiezingspercentage een lans gebroken voor het noemen van een opsporingspercentage. In de stukken van het kabinet komt dat echter niet terug. Wij willen het kabinet daarop afrekenen. U ook?

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik vind het een goed idee om het kabinet te vragen, alsnog een percentage in de stukken op te nemen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dan gaan wij dat morgen samen doen!

De heer Wijnschenk (LPF):

Voorzitter. Mijn derde punt betreft de gezondheidszorg. Onze slogan is: "Over gezondheid moet je je geen zorgen hoeven maken". De kosten van de gezondheidszorg zijn de afgelopen acht jaar met bijna 50% gestegen. Ondanks het extra geld van de laatste jaren zijn de wachtlijsten lang, is de werkdruk hoog en is de zorg voor ouderen en gehandicapten verschraald. Onder druk van de wachtlijsten moesten in 1998 politieke keuzen worden gemaakt, maar dat is niet gebeurd. Wel werd er meer geld beschikbaar gesteld. De toenmalige minister van VWS bleef zich met details bezighouden en gaf de verzekeraars meer verantwoordelijkheid om de kosten voor de zorg te dragen, maar gaf hen niet de vrijheid om die rol echt te kunnen vervullen. Waar dat beleid toe geleid heeft, weten wij allemaal. Minister Bomhoff heeft het al gehad over de noodzaak om de luiken open te slaan om uit de huidige ellende te komen. Ik vind dat hij zich daarmee nog erg netjes heeft uitgedrukt. Wij zullen hem zeer steunen in zijn poging om meer marktwerking na te streven. De rol van de ziektekostenverzekeraars zal moeten verschuiven van risicoloos naar risicodragend. Verder hopen wij vurig dat de minister met een kettingzaag het oerwoud van regels te lijf wil gaan. Alleen een werkelijk ingrijpende wijziging van het zorgsysteem kan bewerkstelligen dat de gezondheidszorg geen zorg voor de burgers blijft.

Voorzitter. Welvaart moeten wij verdienen. De twee vorige kabinetten hadden weinig visie en veel geld. Hoewel ze gemerkt zullen hebben dat niet alles met geld is op te lossen, was het wel plezierig dat met name het tweede kabinet-Kok de ene financiële meevaller na de andere incasseerde en daardoor financieel goed uit de voeten kon. Helaas zijn wij nu in een andere situatie terecht gekomen. De Nederlandse economie stagneert en de inflatie is hoog. Nederland scheert daarmee langs de rand van een recessie. De stagnatie in onze economie heeft niet alleen conjuncturele, maar helaas ook structurele oorzaken. De ondernemers zien hun concurrentiepositie snel verslechteren. Extra zorgelijk is dat 20% van de industriële bedrijven overweegt belangrijke delen van de productiecapaciteit naar het buitenland te verplaatsen. Onze arbeidsproductiviteit per werkende is 10% lager dan in de ons omringende landen. Dat zijn geen leuke berichten. Om met minister Heinsbroek te spreken: daar knap je niet van op. De president van De Nederlandsche Bank, de heer Wellink, heeft uitgerekend dat, als de inflatie in ons land in 2004 even laag zou moeten worden als in de landen om ons heen, alle lonen per vandaag bevroren zouden moeten worden. Dat is natuurlijk niet realistisch, maar het geeft wel aan hoe slecht het met de macro-economische positie van Nederland gesteld is. Hogere looneisen wakkeren inflatie juist aan, inflatie leidt tot hogere prijzen en die leiden weer tot hogere looneisen. Als er geen loonmatiging wordt betracht, zal onze economie in nog zwaarder weer terecht komen. Maar met loonmatiging alleen zijn wij er natuurlijk niet. Ook de door ons zo gewenste veiligheid is economisch van groot belang. Een veilig land is aantrekkelijk voor bedrijven om er zich te vestigen. Uit sociaal-economisch onderzoek blijkt dat bedrijven wegvluchten uit onveilige landen.

Daarnaast moeten wij niet alleen goedkoper en veiliger worden, maar ook gezonder. Afgaande op de WAO-cijfers is het realiteit dat Nederland in vergelijking met de rest van de westerse wereld nog steeds doodziek is. Eén op de vijf werkende Nederlanders heeft psychische klachten. De meest voorkomende oorzaken zijn depressies, angststoornissen en alcoholproblemen. De WAO zal tot normalere proporties worden teruggebracht. Een miljoen Nederlanders in de WAO is volstrekt onacceptabel.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Het is waar wat de heer Wijnschenk zegt, namelijk dat er teveel mensen in de WAO zitten. Wij willen allemaal graag dat zij reïntegreren. Denkt hij dat die problemen kunnen worden opgelost zonder dat het kabinet een akkoord met werkgevers en werknemers sluit?

De heer Wijnschenk (LPF):

Mijn fractie is een groot voorstander van – als ik het zo mag noemen – het poldermodel, dat wil zeggen van het met zijn allen oplossen van dit probleem. Wij doen dit bij voorkeur samen met de sociale partners. Daarnaast vinden wij dat daaraan het uitgangsprincipe ten grondslag moet liggen dat iedereen die kan werken, gaat werken en dat mensen die niet willen werken, pech hebben.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Die moeten wel een uitkering krijgen?

De heer Wijnschenk (LPF):

Er moet wel een sociaal vangnet blijven bestaan.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Is dat dan de WAO?

De heer Wijnschenk (LPF):

Dat is aan de invulling.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat is aan de invulling, maar vindt u wel dat er eerst een akkoord moet zijn bereikt met werkgevers en werknemers?

De heer Wijnschenk (LPF):

Daar gaat nadrukkelijk onze voorkeur naar uit.

Het herstel van de Nederlandse economie staat dus niet alleen door conjuncturele oorzaken, maar ook door structurele elementen onder druk. Een lastenverzwaring volgend jaar zal de zaak er niet gemakkelijker op maken, zeker als je bedenkt dat de marktsector het al heel moeilijk heeft en de industrie krimpt. Terugkeer van het vertrouwen bij bedrijven en consumenten is cruciaal voor een duurzaam economisch herstel.

De LPF juicht het toe dat minister Heinsbroek een aantal lastenverlichtende maatregelen naar voren wil halen die in het regeerakkoord zijn afgesproken. Zo zouden wij het toejuichen als het kwartje van Kok reeds begin 2003 wordt teruggegeven in plaats van in 2004. Ik pleit verder voor een lastenverlichting voor het bedrijfsleven door de werkgeverspremie nu al met 1 mld euro te verlagen.

Wij pleiten nog voor iets anders. De LPF vindt dat de Partij van de Arbeid er de afgelopen jaren niet veel van heeft gebrouwen, maar wij mogen de goede dingen die zij heeft bedacht, niet met het badwater weggooien. In de praktijk betekent dit dat wij het spaarloon of een variant daarvan overeind willen houden. Wij hebben er geen enkel bezwaar tegen dat die knip, net als oud-minister Vermeend, met onbeperkt verlof gaat. Daarom vragen wij aan de minister-president om ons op de kortst mogelijke termijn een variant op het spaarloon voor te stellen overeenkomstig de variant die gisteren door het CDA is voorgesteld en die zal worden aangepast aan de wensen van de LPF.

Ik weet dat de wensen die ik op tafel heb gelegd, de vraag oproepen waar het geld daarvoor vandaan moet komen. Wij delen de mening van minister Heinsbroek dat een algemene lastenverlichting hand in hand moet gaan met specifieke lastenverzwaringen om dit financieel mogelijk te maken. Lastenverlichting is voor de LPF echter zo belangrijk, dat wij graag van het kabinet horen of er extra financiële ruimte kan worden gevonden, zeker als de economische vooruitzichten blijven verslechteren. In dit verband wil ik ook graag van de minister-president weten of het Strategisch akkoord moet worden gezien als een dictaat of als een richtlijn. Anders gezegd: heeft het Strategisch akkoord de flexibiliteit die nodig is of nodig kan zijn om op toekomstige ontwikkelingen te kunnen anticiperen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Tot nu toe was het een dictaat, maar als ik het goed begrijp wil de heer Wijnschenk het flexibiliseren?

De heer Wijnschenk (LPF):

Onder de huidige omstandigheden niet. Onder de huidige omstandigheden is het al enigszins opgerekt en wij moeten ons daaraan houden. Ik wil graag van de minister-president weten of er een verandering mogelijk is, of het Strategisch akkoord de nodige flexibiliteit bevat om eventuele veranderingen in de omstandigheden op te vangen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Het is raar dat de een op vragen naar het Strategisch akkoord verwijst naar het kabinet en de ander weer zegt dat de regeringsfracties dit hebben afgesproken. Mag ik mijn vraag toespitsen op een belofte waarop u misschien nog komt, maar die cruciaal is in dit debat. De LPF-fractie heeft de afgelopen maanden koopkrachtbehoud beloofd. Staat zij daar nog steeds voor?

De heer Wijnschenk (LPF):

Over koopkrachtplaatjes kunnen wij het beter hebben tijdens de algemene financiële beschouwingen. Wij debatteren nu op hoofdlijnen, dus mijn fractie heeft hier nog niet echt een mening over.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Mensen op het minimum, die erop achteruitgaan, vinden het een hoofdlijn om in dit debat te horen of de belofte van de LPF-fractie nog steeds geldt.

De heer Wijnschenk (LPF):

Voor koopkrachtbeleid verwijs ik naar de algemene financiële beschouwingen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dat is wel heel Haags, hoor!

De heer Wijnschenk (LPF):

Ja, dat is wel Haags. Ik wil niet in een debat verzeild raken over iets dat wij niet hebben doorgerekend. Het koopkrachtbeleid is op dit moment een groot item, dat begrijp ik.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De LPF-fractie heeft de afgelopen maanden, vanaf de zomer, gezegd dat het koopkrachtbehoud er linksom of rechtsom zou komen. Dan kan de heer Wijnschenk in dit debat toch niet zeggen dat ik over drie weken maar weer terug moet komen omdat de LPF-fractie niet weet hoe zij het moet doen? Hij moet dan echt antwoorden. Het is tenslotte zijn partij die het motto "wij doen wat wij zeggen" huldigt. Nieuwe politiek! Koopkrachtbehoud, ook in dit debat!

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik ben blij dat de heer Rosenmöller weet dat de algemene financiële beschouwingen over drie weken plaatsvinden. Naar dat debat verwijs ik. Overigens is de situatie sinds mei, juni – toen het akkoord werd opgesteld – dramatisch veranderd. Wij zijn letterlijk vier maanden verder.

De heer Rosenmöller:

Daarom zei de heer Herben ook dat het linksom of rechtsom moest. Toen was het misschien linksom, nu is het rechtsom.

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik vraag de heer Rosenmöller, drie weken geduld te betrachten.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Maar dat is toch flauwekul? Die mensen, de kiezers, moeten dus drie weken wachten om het antwoord van de heer Wijnschenk te krijgen op de vraag of de belofte die hij heeft gedaan, wordt waargemaakt.

De heer Wijnschenk (LPF):

Op dit specifieke punt wel, ja.

De heer Verhagen (CDA):

De heer Wijnschenk sprak over het Strategisch akkoord. Dat is een overeenkomst tussen onze fracties. Ik neem dus aan dat hij het niet tegen het kabinet had, maar met ons de discussie wil aangaan over het Strategisch akkoord. Als het bijvoorbeeld gaat om een andere besteding van het kwartje van Kok, nodig ik hem daartoe graag uit.

De heer Wijnschenk (LPF):

Mijnheer Verhagen, dank u wel.

Ik kom op mijn vijfde en laatste punt: de eigen verantwoordelijkheid van de burger.

Mevrouw Giskes (D66):

Nu ik hoor wat het vijfde punt van de heer Wijnschenk is, wil ik het graag over de burger hebben. De heer Wijnschenk begon zijn verhaal met toe te lichten waarom de burgers zo ontevreden zijn over de politiek en wat dies meer zij. Hij zei ook aan het adres van de PvdA-fractie dat hij de goede dingen wel wilde behouden. Ik mag toch aannemen dat het referendum, dat in de vorige kabinetsperiode eindelijk tot stand is gekomen, de LPF zeer aanspreekt. De LPF heeft zich verzet tegen de afschaffing ervan. Als de D66-fractie voorstelt om het referendum intact te houden, neem ik dus aan dat zij de LPF-fractie aan haar zijde vindt.

De heer Wijnschenk (LPF):

Dat is een goede vraag. Het was inderdaad een van de uitgangspunten van ons programma. Helaas of gelukkig, hoe je er maar tegenaan kijkt, is dit een land van coalities. Je gaat met drie partijen de onderhandelingen in en dan sneuvelen er wel eens onderwerpen. Dit is er een van.

Mevrouw Giskes (D66):

Dit onderwerp, waarvan de LPF zo ongeveer haar leidmotief heeft gemaakt, is gesneuveld? Mensen moeten zich herkennen in wat er gebeurt, mensen moeten zeggenschap hebben over wat er gebeurt. De heer Wijnschenk zet de mensen gewoon weer buiten de deur. Klopt dat?

De heer Wijnschenk (LPF):

Nee, absoluut niet. De hoofdpunten van de LPF zijn zorg, onderwijs en veiligheid.

Mevrouw Giskes (D66):

Dat waren de hoofdpunten van alle politieke partijen. Het bijzondere van de LPF, daarin heb ik die partij altijd gewaardeerd, is de mening dat er beter naar de mensen moet worden geluisterd en dat de mensen rechten moeten krijgen om zelf invloed uit te oefenen. Dit kabinet brengt eerst de inspraakmogelijkheden sterk terug. De mogelijkheid die er rest om achteraf te corrigeren, wordt de mensen vervolgens ook afgenomen.

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik begrijp dat het voor de partij van mevrouw Giskes een belangrijk punt is. Helaas is het bij ons gesneuveld in de onderhandelingen.

Voorzitter. De LPF-fractie weet dat de kiezer vooral op haar heeft gestemd vanwege de reeds gesignaleerde onvrede over een overheid die zich met alles bemoeit, maar verzuimt om de burger in bescherming te nemen. De LPF-fractie is van mening dat die kiezers, en de rest van de Nederlandse burgerij, ook het een en ander over zichzelf hebben afgeroepen. Wij leven in een individualistische samenleving, waarin steeds meer mensen hoge eisen stellen en met "nee" geen genoegen nemen. De Nederlander heeft ook geen geduld meer. Tegenslagen worden niet meer geaccepteerd. Iedereen wil 24 uur per dag service en klaagt steen en been als de overheid loketten niet op tijd heeft kunnen openstellen. De burger zelf kan echter niet langer werkloos aan de zijlijn blijven staan. Via herstel van, de vandaag veel besproken, normen en waarden kunnen en moeten burgers een eigen bijdrage leveren aan de publieke zaak. Wij verwachten van deze overheid, eigenlijk van alle instituties binnen onze samenleving, dat onze veiligheid steeds beter wordt gewaarborgd. Het moderne individu wil eigenlijk dat risico's en gevaren volledig worden uitgebannen. Natuurlijk is het gemakkelijk om alle problemen aan de overheid toe te schrijven. Waar dat terecht gebeurt, moet direct actie worden ondernomen. Waar echter de individuele burger de problemen veroorzaakt, moet hij of zij er even hard op worden aangesproken.

Samenvattend, wil ik benadrukken dat de LPF-fractie voortdurend zal blijven hameren op een aantoonbaar succesvolle aanpak van de zojuist genoemde problemen. Wij zullen dit kabinet buitengewoon kritisch volgen. Wij willen graag samenwerken met een kabinet dat de daad bij het woord voegt. Dat betekent actie ondernemen en niet met rapporten en commissies op de proppen komen, bijvoorbeeld als iets onaanvaardbaar wordt genoemd. Regeren is een werk-woord. Als het kabinet denkt kardinale kwesties via commissies te moeten oplossen, heeft het met de LPF-fractie een probleem.

Ik wil nog iets zeggen over de kritiek die onze LPF-bewindslieden de afgelopen weken hebben gekregen over het oplaten van zogenaamde proefballonnen en het uiten van meningen over andere zaken dan zij in hun eigen portefeuille hebben. Wij willen dat die bewindslieden dat vooral blijven doen. Als de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bijvoorbeeld wil praten over ziekteverzuim omdat hij daar in zijn medische instellingen grote problemen mee heeft, moet hij daarover zijn mening kunnen geven; ook als ziekteverzuim onder een andere minister valt. Wij willen een open, openhartig en ongedwongen kabinet en geen kleuterklas met een strenge onderwijzer ervoor. Wij willen meer veiligheid, een zorgzame samenleving waarin wie welkom is, zich ook welkom kan voelen. Wij willen een effectieve hoogwaardige gezondheidszorg zonder wachtlijsten. Wij willen een weer gezonde economie, waarin het bedrijfsleven wordt geholpen, te kunnen blijven concurreren. Wij willen een herstel van normen en waarden met een actieve rol voor de burger zelf.

Voorzitter, ik ben nog niet klaar.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u het laatste deel van uw verhaal afmaakt, waarna ik een aantal interruptie toesta.

De heer Wijnschenk (LPF):

Wat dat oplevert, zijn de tegenpolen van de nu bij zo velen bestaande gevoelens: blijheid versus boosheid, veiligheid versus angst, gezondheid versus ziekte en vrijheid versus kleinheid. Dank u.

De voorzitter:

Een aantal leden wil u een vraag stellen, te beginnen met de heer Van Dijke.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

De heer Wijnschenk zegt dat leden van het kabinet vrij moeten kunnen discussiëren over kwesties. Blijft hij dan bij de aan zijn partij verbonden slogan: wat wordt gezegd, moet worden gedaan c.q. kunnen worden gedaan? Wat vindt hij er in dat verband van dat zij worden teruggefloten en zich weer voegen in het hok van brave leerlingen die door de bovenmeester zijn gecorrigeerd?

De heer Wijnschenk (LPF):

In elke groep – onze eigen fractie heeft zo hier en daar ook wat steken laten vallen in de aanloop naar vandaag – vindt er een leerproces plaats; iedereen moet daardoorheen. Ik vind wat de heer Van Dijke noemt, niet zo bijzonder.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Zeggen en doen zijn twee; daartussen zit soms een behoorlijke afstand. Dat geldt kennelijk ook voor hetgeen sommige LPF-ministers naar voren hebben gebracht en waarop de heer Wijnschenk zo trots is.

De heer Wijnschenk (LPF):

Wij hopen dat zij dat vooral blijven doen.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Als zij iets zeggen, moeten zij het echter ook doen. Wanneer vervolgens het kabinet, onder aanvoering van de premier, zegt: zo doen wij dat dus niet... Wat vindt u daar dan van?

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik begrijp dat de heer Van Dijke doelt op de proefballonnetjes?

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Onder andere.

De heer Wijnschenk (LPF):

In meteorologische termen worden proefballonnen opgelaten om het weer te meten. Soms is de meting "goed" en soms is de meting "slecht". Vervolgens wordt overgegaan tot de orde van de dag.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Zeggen en doen: 110 km/uur rijden moet kunnen. Dit is echter weer teruggefloten. Stelt de heer Wijnschenk een wetswijziging voor?

De heer Wijnschenk (LPF):

Wat ermee werd bedoeld, is dat het in evenwicht moet zijn. Als je aan de ene kant heel stringent controleert op overtreding van de maximumsnelheid, moet je aan de andere kant mensen die je oppakt voor diefstallen onder de 150 euro ook vervolgen. Dat is de balans. Wij noemen dat "de menselijke maat", een favoriet gezegde van Pim.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Ik denk dat de heer Wijnschenk zich vergist tussen het uit de losse pols discussiëren en regeringsverantwoordelijkheid dragen, waarbij je moet kunnen waarmaken wat je zegt.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Heb ik goed gehoord dat de heer Wijnschenk zei, dat hij niet zo van commissies houdt en dat hij vindt dat er ook geen commissie voor de normen en waarden behoeft te komen? Heb ik dat goed begrepen?

De heer Wijnschenk (LPF):

Wij zijn niet voor onnodige commissies. Vandaag zijn de kosten voor de commissie-Van der Haak gepubliceerd; die zijn 2 mln euro. Wij vragen ons af of het niet wat sneller en wat goedkoper had gekund.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik vraag u of u vindt dat die commissie voor normen en waarden er moet komen.

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik wil niet twijfelen aan het wijze oordeel van de minister-president.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik heb het hem ook gevraagd; dus ik ben ook heel benieuwd. Ik geef er de voorkeur aan om in deze Kamer over normen en waarden te spreken en met het kabinet af te wegen wat in de regelgeving moet worden veranderd, als dat moet. Het is ook heel goed mogelijk dat het kabinet vindt dat er voldoende vastligt in regels en zegt dat ze gewoon beter moeten worden gehandhaafd.

De heer Wijnschenk (LPF):

Als besloten wordt om een commissie in te stellen, staan wij daar uiteraard achter.

Als ik verder mevrouw Van Nieuwenhoven goed inschat, lijkt zij mij heel goed in staat om in deze Kamer een aanvullend debat te voeren over normen en waarden.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

In de vorige interruptie werd duidelijk dat doen wat je zegt, in de praktijk moeilijk is waar te maken. Ik vond het jammer van die koopkracht.

De heer Wijnschenk heeft zich ook over normen en waarden uitgelaten. Hij zegt over die proefballonnetjes dat ministers niet het gevoel moeten hebben dat zij in een kleuterklas zitten met een strenge leermeester. Moeten wij nu de uitspraak van minister De Boer echt serieus nemen? Die staat toch haaks op hetgeen u verwacht van de overheid, namelijk normen en waarden.

De heer Wijnschenk (LPF):

In het voorbeeld dat u noemt, moeten wij ons allen – zeker leden van het kabinet, maar ook Kamerleden – aan de normen houden en dat is 100 km per uur. Dat is klip en klaar.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Het zou niet helemaal een goed signaal zijn als dat exclusief voor dit gezelschap zou gelden.

De heer Wijnschenk (LPF):

Het liefst moet dit gelden voor de gehele samenleving.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik wil hiermee zeggen dat een verkeerd signaal zou uitgaan van dat pleidooi dat het moet kunnen, terwijl wij in een wezenlijk debat over normen en waarden zitten. Dan is het nodig dat u met alle trots die u heeft – en dat mag ook – de ministers van uw partij terugfluiten. Ook daarin heeft u een verantwoordelijkheid.

De heer Wijnschenk (LPF):

Zoals ik zojuist al tegen de vorige vragensteller zei, gaat het om de totale cirkel. Het geheel moet voor de burger in balans zijn. Het gaat erom dat je in dit land draagvlak creëert. Daar ging de discussie over.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dat mag echter geen alibi zijn om dit soort zaken te laten lopen. Ik hoop dat u dat met mij eens bent.

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik ben het met u eens dat je de cirkel rond moet maken. Je moet kijken of het in balans is en draagvlak heeft bij de gemiddelde burger.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Mijn probleem met uw verhaal is dat het een cirkel is. De vraag is waar je begint.

De heer Wijnschenk (LPF):

Dat is het leuke van cirkels, er zit nooit een begin en einde aan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Precies, dat trucje ken ik ook al langer. Als ik hier begin en u daar, blijven wij dus achter elkaar aanlopen.

De heer Wijnschenk (LPF):

Volgens mij loopt u al een aantal jaren achter de feiten aan te rennen, als ik zo vrij mag zijn om dat te zeggen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Gelukkig heb ik daar zelf een iets andere ervaring mee.

De heer Wijnschenk (LPF):

Ik moet nog veel leren; dus ik kan mij vergissen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dan zal ik dat niet zeggen.

De voorzitter:

Mijnheer Wijnschenk, ik feliciteer u van harte met uw eerste toespraak als Kamerlid en als fractievoorzitter.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Marijnissen (SP):

Mijnheer de voorzitter. Het is gebruik dat een spreker die zijn of haar maidenspeech heeft gehouden, wordt toegesproken door de na hem of haar komende spreker. Met graagte wil ik dan ook vanaf deze plek en, zo denk ik, namens alle collega's hier de heer Wijnschenk van harte feliciteren met zijn maidenspeech, met zijn eerste toespraak in deze zaal. Ik had heel veel vragen naar aanleiding van zijn betoog, maar ik heb gemeend – omdat het mij nu past hem te feliciteren – om niet van het spreekrecht dat hij ons gunde, gebruik te maken. Ik kan hem echter verzekeren: dat komt nog wel een keer!

Ik heb veel onthouden uit de speech van de heer Wijnschenk, maar één zin heb ik vooral onthouden, een zin waaruit bleek dat sommige dingen erg snel kunnen gaan. Deze zin sprak hij uit toen hij antwoordde op een vraag over de waarden- en normendiscussie en de desbetreffende commissie, namelijk: wie ben ik om te denken dat ik het beter weet dan een minister-president? Welnu, die zal ik onthouden!

Voorzitter. Vorig jaar om deze tijd stond ik stil bij de aanslagen van 11 september. Nu, één jaar en één oorlog verder, stel ik vast dat wij bar weinig geleerd hebben van die gebeurtenis. Natuurlijk, er zijn bommen gegooid, ook op terroristen, maar het is zeker dat er méér onschuldigen werden getroffen door die bommen dan terroristen en dat er uiteindelijk meer nieuwe terroristen zijn verwekt dan oude gedood. Intussen zijn essentiële vragen onbesproken gebleven zoals: waar komt het terrorisme vandaan, wat is zijn voedingsbodem en hoe kunnen wij die wegnemen?

Het had ook anders kunnen gaan. Uit de saamhorigheid en verontwaardiging die meteen na de aanslagen ontstonden, had een beleid geboren kunnen worden dat gebaseerd is op meer betrokkenheid bij elkaar, een beleid gebaseerd op verontwaardiging over alle onnodig lijden, ongeacht nationaliteit, etniciteit of religie. Helaas, de wereldleiders, met de VS voorop, hebben een andere conclusie getrokken. Wraak en oorlog is hun antwoord gebleken: geen reflectie op het gegeven dat zovelen in uitzichtloze omstandigheden leven, geen agenda voor de oplossing van dát wereldwijde probleem en geen antwoord op de vraag hoe extremisten en terroristen kunnen worden geïsoleerd via een positieve agenda die de bron van honger, politieke frustratie en gebrek aan democratie wegneemt.

Amerika is de baas van de wereld, economisch, militair en cultureel, en dat zal de wereld weten ook! Verdragen worden aan de kant geschoven, beloften geschonden, internationale conferenties gefrustreerd en landen geïntimideerd als zij de Amerikaanse suprematie niet willen aanvaarden. Het Internationale strafhof, op Nederlandse bodem gevestigd, wordt schaamteloos gesaboteerd door president Bush. De Verenigde Naties worden door hem onnuttig en overbodig gevonden. De Veiligheidsraad is gelijk een kletscollege. Van een veto van de Veiligheidsraad over iets wat de Amerikanen willen, trekt hij zich niets aan. Mag ik eens uit de mond van onze minister-president vernemen wat het oordeel van de regering is over dit internationaal vandalisme van George W. Bush?

Geen twijfel mogelijk, er zijn goede redenen voor een aanval op Saddam Hussein. Hij is een vloek voor zijn volk en een bedreiging voor de regio. Er zijn echter nog meer redenen om tegen een aanval op Irak te zijn. Zo'n aanval zal duizenden slachtoffers maken, militairen én burgers. De kans dat Saddam Hussein er één van zal zijn, is minimaal. Als VN-chef Kofi Annan zegt dat een Amerikaanse aanvalsoorlog nu tegen Irak geen juridische grondslag heeft en als de Nederlandse regering daarop laat weten dáár niet mee te zitten, dan ben ik als Nederlands volksvertegenwoordiger verbijsterd en beschaamd. Als het machtigste land van de wereld zich van dit kabinet niet aan internationaal recht voor oorlog en vrede hoeft te houden, wat hebben we dan nog te zeggen tegen anderen, tegen nucleaire machten als India, Pakistan, Israël en China, die allemaal plannen hebben om gewelddadig op te treden tegen hun tegenstanders?

Een oorlog tussen de Verenigde Staten en Irak kan een keten van geweld in gang zetten. Het zal ook de overtuiging bij velen versterken dat het Westen bezig is met een oorlog tegen de islam. Eén man zal daarbij zeker in zijn vuistje lachen: Osama bin Laden. Voor extremisten zoals hij zal de keten van geweld het een stuk gemakkelijker maken om nieuwe terroristen te werven, ver weg, maar ook hier. Wie goed kijkt naar de Amerikaanse oorlogsplannen, krijgt het nare gevoel dat wat onder de Irakese bodem zit, belangrijker wordt geacht dan het lot van de mensen op de Irakese bodem.

Irak zegt nu in te stemmen met de komst van VN-inspecteurs. De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben al laten weten daarin geen enkel vertrouwen te hebben. De toekomst zal het leren, voorzitter. In ieder geval lijkt voorlopig een oorlog afgewend. Graag verneem ik de reactie van de premier op de recente ontwikkelingen. Ik hoop dat hij daarbij wil betrekken de reactie van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Voorzitter. Dit kabinet zegt te willen werken aan waarden en normen. Naar de letter kunnen Heinsbroek, de premier en ik op dit punt goed door één deur. Wij storen ons al heel lang aan degenen die ons wijs maken dat waarden en normen ouderwets zouden zijn. Slogans als "Lekker jezelf zijn", "Alles moet kunnen" en "Dat maak ik zelf wel uit" komen ons allang de keel uit. Laat ik dit wat filosofisch beargumenteren. De extreem liberale ideeën, die van de mens zonder geschiedenis en zonder toekomst, de mens van het hier en nu, de mens die het allemaal zelf en alleen wel kan, de mens die slechts zijn vrijheden kent en niet zijn verantwoordelijkheden, de mens die zijn eigen belang centraal stelt en die geen oog heeft voor het algemeen belang, die ideeën hebben lang grote invloed gehad op het overheidsbeleid van Nederland. Minder overheid, meer markt, privatisering en marktwerking, schaalvergroting en efficiency, tweedeling en verwaarlozing van de publieke sector, minimalisering van de taak en de functie van de overheid: het zijn allemaal voorbeelden van de vertaling van het liberale mensbeeld in politieke termen. Het is goed dat steeds meer mensen daarvan terugkomen en er zich tegen keren. Maar het plan van dit kabinet om naar Noors voorbeeld een commissie in te stellen die zich erover gaat buigen: daarmee schieten wij geen meter op, voorzitter. Commissies worden ingesteld of omdat de verantwoordelijken de oplossing zelf niet weten – dat kan ik mij bij deze minister-president niet voorstellen – of omdat ze de boodschap zelf niet durven te vertellen – dat zou kunnen – of omdat ze tijd willen winnen en daden voorlopig liever achterwege laten. Ik wil graag van de minister-president horen wat de achtergrond van deze drie mogelijke redenen is om hem te bewegen om het voorstel over te nemen. Overigens, ik heb begrepen dat het in Noorwegen met die commissie heel slecht is afgelopen. Ik wil absoluut niet dat dat het geval zal zijn met de discussie in Nederland.

In de discussie tot nu toe bestaat wel veel oog voor de verharding in de samenleving en de normvervaging in de publieke ruimte, maar is er erg weinig oog voor de rol van de overheid en haar verantwoordelijkheid. Zowel de premier als de andere bewindslieden die zich erover hebben uitgesproken minimaliseren in de bekende liberale traditie de rol van de overheid. Ten onrechte. Alleen al door haar beleid en haar wetten heeft de overheid met normen en waarden te maken. Misschien niet altijd expliciet, maar impliciet toch zeker. Terecht wordt de overheid door veel mensen dan ook als een baken beschouwd. Schuift het baken naar rechts of links, het zal hoe dan ook gevolgen hebben voor de samenleving en de betekenis die waarden en normen voor de mensen hebben. Deze invloed van het overheidsbeleid op het denken van mensen, dit verband tussen de publieke moraal en de wijze waarop mensen hun individuele waarden en normen inhoud geven, wordt door dit kabinet tot nu toe ontkend. In lijn met Lubbers en Kok wekt ook premier Balkenende de indruk dat de overheid op de eerste plaats volgend moet zijn. Juist door deze machteloze, ietwat fatalistische benadering zijn wij in een vicieuze cirkel beland. Als de overheid haar autoriteit alleen maar ontleent aan de formele democratie en de politiek zich niet tot doel stelt om haar autoriteit ook een morele basis te geven, is elke poging om de samenleving in de goede richting te sturen bij voorbaat gedoemd te mislukken. Geen moraliteit, voorzitter, zonder leiderschap.

De liberale samenleving maakt het gezegde "homo homini lupus", de mens is de mens een wolf, tot waarheid. Een overheid die daaraan meewerkt, in plaats van weerwerk te bieden, moet later niet klagen over het gebrek aan burgerzin, stijgende normloosheid en toename van de criminaliteit. Wie een paard in draf immers de sporen geeft, moet niet raar staan te kijken als het gaat galopperen! De betekenis van de publieke moraal willen terugbrengen tot alleen het geïndividualiseerde burgermansfatsoen, wat nu naar mijn idee te veel gebeurt, is een miskenning van de betekenis van de ethiek voor de samenleving als geheel, en de politiek en de politici in het bijzonder. Een asociale politiek leidt onherroepelijk tot meer mensen in de samenleving die hun eigen belang centraal gaan stellen. Immers, als zelfs de regering solidariteit niet meer nodig acht, maar verdacht, wat denkt u dan dat de reactie van de individuele burger zal zijn? Vriendjespolitiek, partijpolitieke benoemingen, omkopingen, we hebben nu de parlementaire enquête, als dat op het hoogste niveau kan, waarom zou de burger zich dan onderwerpen aan normen en waarden? De sorrydemocratie, waarom zouden mensen dan nog hun eigen verantwoordelijkheid serieus nemen? Na negen uur excellentie zijn twee jaar aanspraak kunnen maken op een excellent wachtgeld! Politici die in het algemeen beter voor zichzelf dan voor armen zorgen. De top van het bedrijfsleven, die zich kenmerkt door patserigheid en ten prooi is gevallen aan de graaicultuur. Dit kabinet verwacht dan dat de burgers zich netjes gedragen en matigheid betrachten. Ik noem dat maar gewoon zoals ik het vind: huichelachtig.

Waarden en normen komen voort uit de strijd van de mens voor een beter bestaan. Zij hebben een geschiedenis. Wij hebben ze geërfd van onze voorouders. We hebben ze geformuleerd, getest, aangepast en verder ontwikkeld, ze behoren tot ons collectief bewustzijn. Zij vormen een essentieel onderdeel van de brug over het ravijn van de barbarij. De geschiedenis heeft ons geleerd dat die brug nogal wankel is. Aan de politiek en de samenleving is het om de waarden en normen steeds te actualiseren en te handhaven en zo de brug van de beschaving te onderhouden. Zo bevorderen wij houvast en vertrouwen, voorkomen wij angst, vervreemding en verbittering en beschikken we over een probaat middel tegen doorgeslagen egoïsme, fanatisme en geweld. Voor mijn politieke stroming staan dan drie waarden centraal: de menselijke waardigheid, de gelijkwaardigheid en de solidariteit. Ik weet dat er veel mensen zijn die zich daarin herkennen; deze waarden zijn echt niet het alleenrecht van de SP. Die mensen zouden met mij graag zien dat deze waarden de basis vormen voor onze samenleving, hier en nu.

Met excuses aan de Noren, maar wij hebben geen commissie nodig, maar mensen om hierover te praten. Laat de minister-president maar zeggen, wanneer hij het erover wil hebben. Ik ben er klaar voor, sterker nog, ik begin de discussie gewoon. Als de minister-president even wil meeschrijven, gezien de vorige keer? Welke waarden brengen zijn kabinet ertoe, de inkomensverschillen te vergroten en zelfs mensen met een uitkering op de min te zetten? Welke waarden brengen het kabinet ertoe, het openbaar vervoer verder te verwaarlozen en aan de grillen van de markt over te laten? Welke waarden brengen het kabinet ertoe, immigranten de schuld te geven van de mislukte integratie? Welke waarden brengen het kabinet ertoe, de publieke sector af te knijpen, maar wel 7 mld euro te besteden aan gevechtsvliegtuigen, waarvoor geen vijand te vinden is? Welke waarden brengen het kabinet ertoe, toe te geven aan de waan van de dag en te marchanderen met de grondrechten van verdachten en daarmee te morrelen aan de fundamenten van ons strafrecht? Ik hoor het antwoord morgen van de minister-president, zeker omdat ik in de hoofdpunten van het regeringsbeleid tevergeefs heb gezocht naar aanknopingspunten voor deze discussie. Hoofdstuk 1: financieel-economisch beleid. Hoofdstuk 2: sociaal-economisch beleid. Geen verbindende verhalen, geen inleiding, geen preambule, geen beschouwing, en ik betreur dat.

Dit kabinet is de uitkomst van de politieke afwegingen na de verkiezingen. Het is mijn vaste overtuiging dat het niet is wat de mensen op 15 mei gewild hebben. De publieke sector wordt niet gered, de tweedeling wordt niet opgeheven, het geld dat nodig is voor zorg, zieken en ouderen en verzorgenden en verpleegkundigen verdwijnt in toys voor de militaire boys. Ze schaffen de subsidie op energiezuinige auto's en huishoudelijke apparaten af. Ze gaan geen groen sparen of natuurgebieden redden, maar laten de natuur verder volbouwen door mensen met poen. Er komt niet meer geld voor onderwijs en veiligheid, maar wel meer repressie. Over armoede spreekt het kabinet niet, over betaalbare huren evenmin. De huursubsidie wordt zelfs verminderd. De sociale woningverhuur gaat verder in de uitverkoop. Het spaarloon wordt afgenomen. Het WAO-voorstel van de SER gaat dit kabinet nog niet ver genoeg. Het moet nog asocialer. De kinderbescherming mag zich niet meer bezighouden met preventie. Mensen met een Melkertbaan krijgen in plaats van hun allang verdiende functiebeloning in grote aantallen ontslag. De WW wordt verder verslechterd. Ouderen van boven de 57 jaar worden weer gepest met een zinloze sollicitatieplicht. Het kabinet geeft voorrang aan een zesde baan op Schiphol boven aandacht voor de leefomgeving. Deze litanie – ik ben katholiek opgevoed, dus ik weet wat dat betekent – kan eindeloos doorgaan. Ora pro nobis! Dit kabinet is gelovig, goedgelovig, zou je bijna denken. Het spreekt van recht op zorg, maar denkt dit zonder extra geld te kunnen garanderen, maar dat van die broden en die vissen lukte slechts een heel bijzonder mens. Drie keer raden wat er echt gaat gebeuren. Of de premies gaan omhoog, met 10% of meer – we hebben de aankondiging al in de pers mogen lezen – of het pakket wordt verkleind, of beide. Zeker, er komt wat geld extra voor de zorg, maar dat is alleen voor het wegwerken van de wachtlijsten. Het is heel goed dat de heer Bomhoff daar zo op hamert, maar wat doen wij aan de verbetering van de zorg in dit land? Ook de heer Wijnschenk had het daar zojuist over. Er zijn grote problemen, niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Er zijn grote problemen in de gehandicaptenzorg. In de ouderenzorg en de verpleeghuizen heeft men grote problemen om de mensen menselijk op te vangen. Mijn vraag aan de minister-president is hoe hij denkt een en ander financieel te kunnen rijmen, gelet op de pretentie van de ministers van Volksgezondheid en van Financiën dat het uitgavenkader voor hen een vast gegeven is.

Het kabinet komt zichzelf ook tegen als het gaat om de wens het groeiende gat tussen arme en rijke mensen wat betreft gezondheid te dichten; dat zijn de zogenaamde sociaal-economische gezondheidsverschillen. Het klinkt heel mooi dat het kabinet daaraan wil werken, maar dat klaar je nooit als je eigen bijdragen invoert of verhoogt en geneeskundige voorzieningen inkrimpt. Wellicht kunnen wij dat Nyfer eens laten narekenen. Ik vraag de minister-president om het mogelijk is namens het kabinet een opdracht uit te doen gaan naar Nyfer. Men moet dan vooral veel deskresearch doen, want een en ander hoeft niet allemaal opnieuw uitgevonden te worden. Ik ben erg benieuwd naar het commentaar van dit toch gerenommeerde instituut in de provincie Utrecht.

Uit de LPF-hoek en uit die van dit kabinet komt ook het plan de marktwerking in de zorg weer van stal te halen. Het is voor mij als socialist een ondenkbare gedachte dat je de zorg ten prooi zou doen laten vallen aan de commercie. Toch wordt dat voorgesteld. Marktwerking in de zorg! Wij hebben er zeer slechte ervaringen mee opgedaan onder Paars I toen het ging over de thuiszorg. Zelfs Paars was zo verstandig om dat uiteindelijk terug te draaien. Waarom die fout weer gemaakt? Waarom niet geleerd van het verleden?

Over leren gesproken: dit kabinet moet sowieso nog heel veel leren. Daar hebben anderen ook al over gesproken. Er moet net zoveel worden geleerd als de jeugd van dit land moet doen. De jeugd wil wel leren, maar het kabinet verprutst het geld dat wij nodig hebben om te investeren in beter onderwijs. Dus komt er dit jaar geen cent bij en mag het hoger onderwijs 143 mln. ophoesten, waardoor er nog meer aan kwaliteit wordt ingeboet. Leg het mij, leg het de bevolking eens uit. Hoe denkt het kabinet het lerarentekort tegen te gaan? Hoe worden, zonder extra geld, de klassen kleiner gemaakt? Hoe wordt het beroepsonderwijs, dat al zo lang aan de achterste mem hangt, verbeterd? Er komt weer niets van terecht! Ook dit kabinet laat toe dat het vmbo wordt misbruikt als het afvalputje van ons onderwijs. Dan zet dit kabinet ook nog eens de 7000 ID-banen in het onderwijs op de tocht. In normaal Nederlands hebben wij het dan over conciërges en klassenassistenten, mensen die voor weinig geld veel goed werk doen. Door hen eruit te werken, krijgen leerlingen nog minder aandacht en begeleiding en nog meer onveiligheid op de koop toe. Balkenende, bak ellende, zul je bedoelen! Dat is wat leraren en leerlingen hierover zeggen. Het is nu al duidelijk dat de scholen verder uit elkaar zullen groeien door dit kabinet. Meer financiële vrijheid voor scholen betekent namelijk ook meer tweedeling. Er komen rijke scholen met hogere ouderbijdragen, tegenover arme scholen met arme kinderen van arme ouders, met tekorten. Het kabinet wil prestatieloon in het onderwijs. Ik kan met u de discussie aangaan en ik durf haast te wedden dat ik die win. Prestatiebeloning bij Shell wijs ik zelfs af. Hoe komt u erbij om te denken dat u prestatieloon in het onderwijs moet invoeren? Waar haalt u dat vandaan? Die onderwijzers en leraren werken zich nu al de pestpokken. Hoezo moeten zij geprikkeld worden om nog harder te werken? Daar zit het probleem toch niet? Hier ligt toch geen analyse aan ten grondslag?

De regering houdt ook vast aan collegegelddifferentiatie voor bepaalde studies. Dat wil zeggen dat er studies komen die wel vijf keer zo duur worden als andere. Die studies worden dus gereserveerd voor rijke studenten of, beter gezegd, studenten met rijke ouders die dat collegegeld kunnen ophoesten.

In maart zei de minister-president nog – ik meen in CNV-onderwijsnieuws – dat hij maatregelen wilde nemen als scholen meer dan 20% allochtone kinderen tellen. Waarom lezen wij daar nu niets meer over? Zijn wij van ons geloof afgevallen, mijnheer de minister-president? Zo niet, wanneer is het dan zo ver dat u iets gaat doen aan de voortschrijdende apartheid in het onderwijs?

Dit kabinet, dat door nogal wat mensen is aangeduid met "de Bentleyboys", houdt meer van asfalt dan van openbaar vervoer. Dus komt er veel geld voor asfalt en veel te weinig voor het spoor om de dagelijkse ellende van een miljoen reizigers te verminderen. Toch mogen de reizigers straks ook nog een forse verhoging van het treinkaartje gaan betalen. Daar bovenop komt het kabinet ook nog eens met bezuinigingen op het stads- en streekvervoer. Mijn idee: draai de uitverkoop van het openbaar vervoer terug; haal de waanzin van de marktwerking en de winsteisen ervan af en zorg dat bussen en treinen weer op tijd rijden en dat dat de norm wordt. Ik zie de minister-president al denken: Marijnissen heeft niet in de gaten dat de centen op zijn. Mis, maar ik weet waaraan ze opgaan en ik stel vast dat wij goed geld aan slechte zaken besteden, zodat wij tekortkomen voor het belangrijke werk dat ik zojuist heb opgesomd in zorg, onderwijs en vervoer.

Overigens ben ik het met de kritiek van de Raad van State eens dat er bij economische tegenwind veel te gemakkelijk gekozen wordt voor het snoeien in de publieke sector. Ik wil de minister-president uitnodigen op die reactie van de Raad van State te reageren. Ik zeg het zonder schroom: beter een iets groter tekort, dan een nog grotere crisis in de samenleving.

Iedereen gaat er volgend jaar op achteruit. Voor mensen met veel geld – die zijn goed vertegenwoordigd in het nieuwe kabinet en ook in de Kamer – maakt het amper iets uit, maar voor mensen met weinig geld is dat klote ofwel zwaar problematisch, als u dat liever hoort, voorzitter.

De voorzitter:

U raadde mijn gedachten goed.

De heer Marijnissen (SP):

Of heeft u andere wijzigingssuggestie?

De voorzitter:

Nee, dat overleg ik altijd met mevrouw Kant.

De heer Marijnissen (SP):

De combinatie van de lastenverzwaring van 3,6 mln euro en de lage lonen zorgt bij die mensen voor ellende. Lage lonen, ja zeker, want de hoge inflatie ten gevolge van met name de euro – of zeg maar rustig "duro"; in Duitsland wordt die al "Teuro" genoemd – zorgt ervoor dat de reële loonstijding bijna nul is. Kan de minister-president het Nederlandse volk uitleggen waarom de koningin er 4,5% bij krijgt, terwijl de vakbonden dat niet eens mogen vragen?

Wij hebben geen medelijden met al die zogenaamd zielige ondernemers die zeggen dat het zo ontzettend moeilijk te hebben met hun concurrentiepositie. Ik heb ze daar nooit bezorgd over gehoord toen ze hun zakken vulden met jaarlijks een opslag van tussen de 10 en 15%. Het is nog geen jaar geleden dat de Economist intelligence unit Nederland uitriep tot het beste land ter wereld om te investeren. Dat is precies een jaar geleden, want vandaag lezen wij in De Telegraaf dat Nederland weer bovenaan staat op de ranking. The Economist riep Nederland vorig jaar ook uit tot het land met het beste investeringsklimaat van 2003 tot 2006. Ondernemers moeten iets doen aan de lage groei van de arbeidsproductiviteit. Dat is een goede opmerking van de heer Wijnschenk. Ik geloof dat ook de heer Heinsbroek daarover gesproken heeft. Wij hebben in Nederland inderdaad een probleem met de arbeidsproductiviteit, veel meer dan met de hoogte van de salarissen. De arbeidsproductiviteit is voor Nederland namelijk al decennia een probleem. In het septembernummer van Economisch Statistische Berichten wijten hoogleraar Kleinknecht en zijn universitair docent Naastepad dit juist aan de loonmatiging in Nederland: "Loonmatiging heeft geleid tot een verkeerde economische positionering in sectoren met weinig toegevoegde waarde en geeft weinig prikkels tot arbeidsproductiviteitsstijging". Mijnheer Heinsbroek, nu u weer, ook al is dat morgen.

De voorzitter:

Maar dan wel via de minister-president, zoals u weet.

De heer Marijnissen (SP):

Net als bij zijn voorgangers rolt het woord "loonmatiging" makkelijk uit de mond van de minister-president. Maar wat denkt hij van het woord "prijs-ma-ti-ging"? Dat is heel moeilijk uit te spreken voor hem, dat begrijp ik en ik spreek het daarom langzaam uit, maar prijsmatiging is wel fijner voor de bevolking. Die heeft na het schandalige euroflatiegedrag van ondernemend Nederland gewoon recht op een "prijs-maat-re-gel". Dat is weer zo'n moeilijk woord, maar het is even zinvol.

De minister-president heeft de horeca inmiddels op het matje geroepen over de euroflatie, maar wat heeft hij gezegd? Heeft hij gedreigd dat hij geen druppel meer drinkt tot een pilsje weer te betalen is? Hielp dat? Ik ben bang van niet. Mijn idee: als zij de prijs kunnen verhogen, dan kunnen zij hem ook verlagen, zo zeg ik tegen de minister-president en de minister van Financiën. Doen dus, mijnheer Hoogervorst, die prijsmaatregel, dan krijgt u van de SP-fractie een kratje bier naar keuze.

Over euro's gesproken. Het afschaffen van het spaarloon gaat drie miljoen Nederlanders zo'n 300 euro per jaar kosten. Sparen voor later wordt door dit kabinet niet gestimuleerd, maar grote schulden maken bij de banken via de onbeperkte hypotheekrenteaftrek wel. Is dat niet wrang voor een minister-president die zelf toch afkomstig is uit een milieu waarin spaarzaamheid ooit een deugd was en zelfs tot de waarden en normen behoorde? Wij vinden in elk geval dat het spaarloon niet mag worden afgeschaft, maar het moet wel eerlijker worden geregeld, want nu geldt immers: hoe hoger het inkomen, hoe groter het voordeel. Beter is dat iedereen evenveel belastingaftrek krijgt. Daar moet ook een oud-vakbondsman het mee eens zijn. Waarom doet u dat dan niet, mijnheer De Geus?

Nog heel even naar het buitenland, dat eigenlijk al bijna binnenland is, Europa dus.

De voorzitter:

Daar hebt u inderdaad heel even voor, want u bent al over uw tijd heen. U krijgt nog drie minuten.

De heer Marijnissen (SP):

Na Portugal zitten nu ook Duitsland, Frankrijk en Italië in de budgettaire problemen. Hun tekorten overschrijden de Europese regels. Komen er nu boetes, zo vraag ik de minister-president? Krijgen die landen bijvoorbeeld geen structuurfondsgelden meer? Het is namelijk van tweeën één: of het stabiliteitspact is dood en dan kan het dus op geen enkele manier een rechtvaardiging vormen voor niet willen investeren, omdat daardoor de tekorten oplopen en daarmee de staatsschuld wordt verhoogd, of het is een serieuze afspraak en dan moet de minister-president nu namens Nederland moord en brand schreeuwen. Wat meer duidelijkheid en daadkracht van het kabinet zou dus op zijn plaats zijn.

Het volk lijkt niet erg tevreden over het kabinet, zo blijkt uit recente opiniecijfers en het groeiend maatschappelijk protest. Het blijkt ook uit het nieuwste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Volgens drie op de vier mensen zijn de inkomensverschillen in Nederland te groot. Bijna twee van de drie Nederlanders vinden de huidige bijstand gelijkstaan aan armoede. Dat lijkt mij toch een uitnodiging aan de minister-president om daar eens op in te gaan.

De onvrede blijkt ook uit de reacties op onze prijsvraag "geef het kabinet een naam". Hoewel kabinet? "Kabinet-niet" noemt iemand de club van Balkenende. Met "cabaret-Balkenende" bespot een ander de voorstelling van de eerste maanden, waarin de ene proefballon nog niet was leeggelopen of neergeknald door de minister-president, of de volgende alweer werd opgelaten. Eigenlijk is het meest opvallende kenmerk van dit kabinet dat een vastomlijnde gedachte ontbreekt. Het is, met dank aan de inzender, een kabinet van spruitjes, pindakaas en kaviaar. Probeer maar eens een restaurant te vinden dat dit op de menukaart heeft! Het zijn zulke verschillende ideologieën en stijlen die in één kabinet verenigd moeten worden dat het meer lijkt, zo schrijft een ander, op een Hofvijver kikkerorkest. Het is een kabinet dat zich niet wil bedienen van een poldermodel, maar van het koldermodel.

Voorzitter. Wij hebben duizenden reacties gehad. Iedereen die er kennis van wil nemen, kan terecht op www.sp.nl. Ik ga ze niet allemaal opsommen, want dat zou veel te lang duren en die tijd gunt u mij, terecht, niet. Een paar suggesties wil ik hier toch nog noemen. Ik zal afsluiten met wat het meest genoemd is.

Dit kabinet kreeg bijvoorbeeld de naam kabinet SnelWeg, Haagse bluf of NHC – nieuwe Haagse comedie – Zwalkenende of kabinet averechts. Afgetekend op nummer een en veruit het meest genoemd, is kabinet Balkenbrij. De minister-president moet er maar mee doen wat hij wil.

Ik had graag een kabinet gehad met een begroting waarvan ik kon zeggen: het is niet mijn kabinet, maar het pakt wel aan, het houdt van duidelijkheid. Ik had dan kunnen zeggen: kom op, wij geven dit kabinet een kans. U bent, minister-president, echter niet duidelijk en u pakt niet aan. Dat vinden wij en ook steeds meer anderen. De mensen met een Melkertbaan zijn al in actie. Vandaag ligt het onderwijs een uur plat. De AbvaKabo beraadt zich op acties, omdat men 2,5% loonsverhoging voor de ambtenaren veel te weinig vindt. Ook FNV en CNV wijzen de kabinetsplannen af. De verpleegkundigen idem dito. In Kerend Tij zijn verontruste burgers aan de slag en de natuur- en milieubeweging begint zich te roeren.

Voorzitter. Dit kabinet zegt te maken te hebben met economische tegenwind. Ik voorspel u dat het vooral te maken zal krijgen met maatschappelijke tegenwind. U had het al gedacht: wij zullen stevig meeblazen, hier binnen, maar ook buiten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik bied mijn excuses aan voor het feit dat het heel even duurde voordat ik de informatie kreeg die ik nodig had, vooral ook aan de heer Zalm die al voor het spreekgestoelte stond.

De heer Zalm (VVD):

Mijnheer de voorzitter. De VVD-fractie zal het beleid toetsen aan liberale uitgangspunten en daarom moet ik eerst iets over die uitgangspunten zeggen. Wij liberalen gaan uit van het vrije individu dat zich van zijn eigen verstand bedient en daarbij niet onnodig door de overheid wordt ingeperkt. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn echter onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vrijheid van de ene mens eindigt waar de vrijheid van een ander in het gedrang komt. Liberalisme is geen atomisme of ongebreideld egoïsme. Burgers hebben een hang naar onderlinge betrokkenheid en liberalen erkennen dat verlangen. Niet voor niets hebben zij overal waar zij voor het eerst aan het bewind kwamen het recht op vrijheid van vereniging snel vastgelegd. De Schot David Hume was een van de eerste liberale denkers die er al in de achttiende eeuw op wees dat de mens een aangeboren sociale neiging heeft. Hij verklaarde die sociale inborst niet alleen uit het feit dat mensen elkaar nodig hebben, maar ook uit een oprecht inwendig verlangen: mensen willen graag onder elkaar verkeren. Zonder die sociale neiging kunnen gezinnen, ondernemingen en verenigingen niet bestaan.

Juist omdat wij als liberalen de sociale neiging van de mens onderkennen, zijn wij terughoudend met overheidsinterventie. De parlementaire democratie is er niet alleen om de burger te beschermen tegen zijn medeburgers, maar ook om de burger te beschermen tegen een te machtige overheid. De klassieke grondrechten, zoals in onze Grondwet vastgelegd, gaan niet voor niets vooral over zaken waar de overheid zich niet mee moet bemoeien. In vergelijking met het socialisme en de sociaal-democratie legt het liberalisme meer het accent op de eigen verantwoordelijkheid van de burger en ziet het een beperkte rol voor de overheid. Die terughoudendheid van liberalen ten opzichte van een dominante overheid delen wij met het christen-democratische gedachtegoed, in het bijzonder de gedachtegang van de soevereiniteit in eigen kring. De ARP hanteerde dat beginsel, waarbij de diverse sociale verbanden in de levenskringen de overheid buiten de deur houden. Zij zijn zelf bepalend in hun eigen sfeer. Het beginsel van soevereiniteit in eigen kring stelt dat samenlevingsverbanden een typisch eigen structuur hebben met een eigen funderend aspect en een eigen bestemmingsfunctie. Abraham Kuyper zag die soevereiniteitskringen al in de schepping vastgelegd. De huidige CDA-ideologie is weliswaar minder orthodox dan de ideologie van de gereformeerde voorvaderen, maar staat wel kritisch tegenover overheidsdominantie, heeft een voorkeur voor zelfregulering en sympathie voor het maatschappelijk middenveld.

Ook hier is er een verwantschap met het liberale gedachtegoed, want klassieke liberale denkers zoals Montesquieu en Tocqueville hebben erop gewezen dat het belangrijk is dat er een buffer is tussen de overheid en de individuele mens. Naast waardering voor de markteconomie is er bij liberalen waardering voor maatschappelijke organisaties die mensen met elkaar verbinden. Groepen waar mensen vrijwillig kunnen toetreden en uittreden bevorderen de sociale cohesie en zijn maatschappelijk efficiënt. Deze gemeenschappelijke opvatting komt ook goed tot uitdrukking in de regeringsverklaring: "De verantwoordelijkheden in de samenleving worden opnieuw afgebakend. Het kabinet zet niet de overheid en de regels centraal maar de eigen verantwoordelijkheid van mensen en de maatschappelijke organisaties."

Tot zover de overeenstemming; ik kom nu aan bij de verschillen. Verschil van opvatting bestaat over de wisselwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties. Liberalen zijn in de praktijk veel kritischer ten aanzien van het verlenen van privileges aan maatschappelijke organisaties door de overheid, het zonder toetsing doorsluizen van overheidsgeld en het opleggen aan derden van gemaakte afspraken. De overheid dient in onze opvatting niet alleen terughoudend te zijn bij het gebieden en verbieden van maatschappelijke organisaties, maar ook bij het van staatswege uitbreiden van hun werkingssfeer en het financieren ervan. Maatschappelijke organisaties dienen vooral op eigen kracht steun van burgers te verwerven en hun nut te bewijzen. Het maatschappelijk middenveld moet bestaan bij de gratie van de burger en niet bij de gratie van de overheid. Staatsinterventie brengt het risico mee van verstarring en belemmert de maatschappelijke dynamiek. Ik meen ook dat het voortdurend inroepen van de hulp van de overheid om het maatschappelijk middenveld te bevoordelen op gespannen voet staat met het beginsel van soevereiniteit in eigen kring. Er is geen echte soevereiniteit in eigen kring als soevereine kringen zich uitleveren aan de gunsten van de staat.

Ook in ander opzicht zijn wij kritischer als het gaat om maatschappelijke organisaties. Als zelfregulering door maatschappelijke organisaties leidt tot afspraken die anderen benadelen, is overheidsoptreden geboden.

Wat betreft de wisselwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties zijn er aanzienlijke verschillen van opvatting tussen VVD en CDA. De VVD staat dichter bij de eveneens kritische houding van D66 en LPF. De PvdA lijkt hier wisselende posities in te nemen. Ik zal dit aan de hand van enkele voorbeelden uitwerken.

Mijn eerste voorbeeld is het algemeen verbindend verklaren van cao's. De VVD staat positief tegenover vrije onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties over de arbeidsvoorwaarden. Als echter de overheid gevraagd wordt die afspraken ook op te leggen aan partijen die niet bij de onderhandelingen betrokken waren, moet er ten minste een toetsing aan het algemeen belang plaatsvinden. Hierin verschillen wij van huis uit met PvdA en CDA die geen materiële toetsing wensen voordat de overheid de werkingssfeer van de cao uitbreidt. In het Strategisch akkoord staat als compromis: "Het algemeen verbindend verklaren van cao's wordt niet ter discussie gesteld, ervan uitgaande dat de sociale partners de verantwoordelijkheid nemen om goede afspraken in de Stichting van de Arbeid te maken en na te komen". Nu wordt in de Miljoenennota overtuigend beschreven dat de arbeidskosten uit de pas lopen met de economische realiteit en dat er een knik nodig is in de contractlonen. Wij zijn het daarmee eens. Maar wat als zo'n centraal akkoord niet tot stand komt of als daarmee in de cao's een loopje wordt genomen? Gaat de regering dan toch onverantwoorde cao's dwingend opleggen aan hele bedrijfstakken? Ons antwoord op die vraag is: nee, natuurlijk niet. Graag hoor ik hierover de opvatting van de regering.

Bij de financiering van maatschappelijke organisaties kan een onderscheid worden gemaakt tussen organisaties die bevolkingsgroepen met deelbelangen organiseren en organisaties die maatschappelijke diensten voortbrengen, zoals onderwijs en zorg. Belangengroepen zijn als maatschappelijk verschijnsel te waarderen, maar dienen wel hun eigen bestaansrecht te bewijzen door contributies van leden en donaties. Er zijn organisaties – bijvoorbeeld Greenpeace en de kunstuitleenorganisatie Stichting Beeldende Kunst in Amsterdam – die overheidssubsidie weigeren omdat zij dat ongezond vinden. Er zijn echter ook organisaties waar de subsidies de eigen inkomsten overtreffen. Dat is des te storender als zij zich vooral bezighouden met het frustreren van democratisch genomen besluiten. Graag hoor ik het standpunt van de regering op dit punt. Bij de diverse begrotingen zullen wij in ieder geval dit soort subsidies kritisch beoordelen.

Bij maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met het voortbrengen van publieke diensten zoals onderwijs en zorg, is publieke financiering wat ons betreft niet omstreden. Wel is bij publieke financiering publieke verantwoording vereist en dienen prestaties en doelmatigheid door de verantwoordelijke minister te worden bewaakt. De overheid kan niet volstaan met het verschaffen van geld en verder hopen dat het goed gaat. En er zijn hier organisaties waar aan de publieke verantwoording en de doelmatigheid nog het nodige kan worden verbeterd. We denken dan bijvoorbeeld aan de publieke omroep waar baas in eigen huis – maar dan op overheidskosten – het adagium lijkt te zijn. We verwachten dat de staatssecretaris voor de media een kritischer lijn ten opzichte van de publieke omroep te ontwikkelt m.b.t. taken, verantwoording, doelmatigheid en onafhankelijk toezicht op de NOS.

Een bijzondere positie nemen de private organisaties in die van oorsprong met middelen van donateurs actief zijn in de sfeer van ontwikkelingssamenwerking.

De heer Marijnissen (SP):

Ik vind dit een buitengewoon boeiend verhaal. Zo dienen algemene beschouwingen eruit te zien. Het liberalisme en het socialisme zijn ongeveer de uitersten in het politieke spectrum. Ik vind dit een buitengewoon interessante discussie omdat je in de analyse wel eens tot dezelfde conclusies kunt komen. Het gaat natuurlijk om het grijze gebied daartussen, waarover de discussie plaatsvindt. U zei dat maatschappelijke organisaties op eigen kracht steun moeten verwerven bij de burgers, maar u zonderde daarop zorg en onderwijs uit. Waarom?

De heer Zalm (VVD):

Omdat die organisaties publieke diensten verlenen waarvan wij allemaal vinden dat ze er moeten zijn en door de overheid moeten worden bekostigd.

De heer Marijnissen (SP):

Waarom vindt u dat?

De heer Zalm (VVD):

Omdat dit essentiële voorzieningen zijn tot op zekere hoogte.

De heer Marijnissen (SP):

Nu zijn wij er: het zijn essentiële voorzieningen. Dit geldt natuurlijk ook voor het openbaar vervoer. Dan kun je natuurlijk ook niet spreken over marktwerking in de zorg. Dan heb je het natuurlijk ook niet over het verhogen van de studiebijdrage van studenten voor hele dure universiteiten. Wat u eigenlijk impliciet zegt, is dat u het met mij eens bent dat de overheid de taak heeft ervoor te zorgen dat bepaalde voorzieningen beschikbaar en toegankelijk zijn voor iedereen, in het bijzonder onderwijs en zorg. Het is interessant dat u dat zegt.

De heer Zalm (VVD):

Het gaat hier vooral om de manier waarop het wordt voortgebracht. Je kunt ervoor pleiten dat de overheid dit soort dingen allemaal zelf doet, alleen maar overheidsonderwijs en alleen maar overheidszorg. In Nederland hebben wij een ander systeem waarin ook private organisaties zorg en onderwijs aanbieden. Ik vind dit een goed systeem. Dit wil echter niet zeggen dat daar niet doelmatiger en efficiënter kan worden gewerkt en dit wil ook niet zeggen dat concurrentie onmogelijk is.

De heer Marijnissen (SP):

Met dit laatste ben ik het oneens, maar met wat u daarvoor zei, ben ik het eens. Het interessante is dat de heer Zalm als liberaal hier zegt: er zijn voorzieningen waarvan wij als liberalen vinden dat die beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk moeten zijn voor iedereen en van goede kwaliteit en hij rekent daar ongetwijfeld ook de brandweer, de ambulance, enz onder.

De heer Zalm (VVD):

In de Grondwet zijn sociale rechten opgenomen en ik meen dat onderwijs en zorg ook daaronder vallen.

De heer Marijnissen (SP):

Dit is een interessante opening voor een discussie die wij de komende maanden zullen voeren bij de behandeling van de begrotingen. Wij zullen de VVD-fractie aan deze uitspraken herinneren.

De heer Zalm (VVD):

Ik kom nu bij ontwikkelingssamenwerking. Ook daar vinden wij iets bijzonders. Ook daar zijn er veel organisaties waarvoor inmiddels geldt dat de financiering van de overheid een grotere bron van inkomsten is dan die van de donateurs. Bovendien is de gewoonte ontstaan dat een vast deel van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget via een vaste sleutel naar een vast aantal organisaties wordt gesluisd. Zo'n benadering lijkt mij in ieder geval niet in overeenstemming met de eisen die de nieuwe begrotingsaanpak stelt. Die vraagt immers van de minister om geld te relateren aan prestaties. Die grote overheidsfinanciering leidt er ook nog toe dat dit soort organisaties meer interesse kunnen krijgen in het lobbyen bij de overheid dan in het zelf verwerven van vrijwillige bijdragen.

De heer Verhagen (CDA):

Ik verzoek de heer Zalm te kijken naar de praktijk van de medefinancieringsorganisaties. Juist als kwaliteit centraal staat, moet je je niet beperken tot contacten van overheid tot overheid, maar moet je de mensen erbij betrekken waarom het gaat. Niet-gouvernementele organisaties, daar en hier, zijn nu juist de manier om effectieve ontwikkelingssamenwerking uit te voeren op terreinen waar de overheid niets kan doen.

De heer Zalm (VVD):

Ik stel dat er ongezonde verhoudingen ontstaan als je zo'n grote overheidsfinanciering krijgt dat je bijna geen interesse meer hoeft te hebben in private en vrijwillige bijdragen. Naar onze mening moet de financiering van de private organisaties in de toekomst in de eerste plaats afhankelijk worden gesteld van meetbare prestaties en in de tweede plaats van de mate waarin men zelf draagvlak toont door de omvang van de vrijwillige bijdragen. Dit laatste moet de heer Verhagen toch aanspreken.

De heer Verhagen (CDA):

Dit laatste spreek mij zeer zeker aan.

De heer Zalm (VVD):

Ik doel dan overigens niet op de besturen van loterijen.

De heer Verhagen (CDA):

Ik herhaal dat het laatste mij zeer aanspreekt, maar het eerste is niet het geval als de organisaties iedere dag moeten vechten om subsidie te verwerven voor een bepaald project. Nu moet op basis van een jaarverslag en op basis van openbare verantwoording van de activiteiten worden aangetoond welke bijdragen de niet-gouvernementele organisaties leveren. Wij voeren hier ieder jaar een debat over de medefinancieringsorganisaties. Als de heer Zalm van mening is dat wij de kwaliteit niet kunnen toetsen, zou hij de woordvoerders van zijn fractie beter moeten instrueren.

De heer Zalm (VVD):

De heer Verhagen zal nog wel van ons horen. Ik vind het heel bijzonder dat je dit ieder jaar doet en dat die vier ieder jaar weer even goed presteren en er nooit iets aan die sleutel verandert. Dat is toch wel raar.

De heer Verhagen (CDA):

Het gaat niet om de vaste sleutel, het gaat om de kwaliteit. In tal van landen waar geen goede overheid is, geen goed bestuur is en corruptie heerst, moet je de ontwikkelingssamenwerking via lokale organisaties vormgeven.

De heer Zalm (VVD):

Ik pleit er juist voor om de kwaliteit centraal te stellen en niet die vaste sleutel. Tot nu toe wordt er een vaste sleutel gebruikt. Ik vind dat het geld van de overheid moet worden gegeven op basis van kwaliteit en prestaties en ook op basis van draagvlak dat men aantoont door de eigen bijdragen van leden en contribuanten.

Mijn laatste voorbeeld van de wisselwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties heeft betrekking op de samenwerkingsverbanden in het bedrijfsleven. Wij staan daar positief tegenover, maar onder de nadrukkelijke voorwaarde dat erop wordt toegezien dat er geen inbreuk wordt gemaakt op de vrije concurrentie waardoor afnemers van producten en diensten worden benadeeld. Daarom zijn wij voorstander van een sterke nationale mededingingsautoriteit. Op dit vlak vinden wij de Partij van de Arbeid en D66 aan onze zijde. Het CDA lijkt echter verblind door de liefde voor zelfregulering en maatschappelijke organisaties. Nog geen twee jaar geleden schreven twee toenmalige Kamerleden een artikel in Het Financieele Dagblad waarin zij de NMa bekritiseerden, omdat zij de zelfregulering niet respecteerde en de vrije concurrentie te zeer liet voorgaan. De kop van het artikel luidde: NMa is te eenzijdig gericht op werking vrije markt. Het artikel betrof het aanpakken door het NMa van – let op! – de Vereniging van Neder landse installatiebedrijven. Hoe oordeelt de regering, maar ook de CDA-fractie, nu over de positie van de NMa? Naar het oordeel van mijn fractie is de NMa tot nu toe eerder te zacht dan te hard opgetreden; zij ziet dan ook graag voorstellen om de NMa te versterken.

Ik kom te spreken over wat is gaan heten de normen- en waardediscussie, hoewel "waarden en normen" een betere volgorde is. Ik wees er in het begin al op dat in de liberale traditie vrijheid en verantwoordelijkheid nauw met elkaar zijn verbonden. In de titel van het VVD-verkiezingsprogramma komt het woord "respect" voor. Alleen daaruit kan al worden afgeleid dat er in onze ogen meer is dan alleen wet- en regelgeving en het zich houden daaraan. Toch is de wet het vaste vertrekpunt. Dat geldt in het bijzonder voor de Grondwet die, door het stempel dat Thorbecke op de eerste versie heeft gedrukt, als een typisch liberaal product kan worden beschouwd.

De Grondwet is in veel opzichten te zien als een stolling van Nederlandse waarden en normen die breed worden gedeeld. De discussie begint bij het respecteren van de Grondwet en bij het naleven van wetten, maar is daarmee niet afgelopen. Liberalen zijn beducht voor overmatige wet- en regelgeving vanwege het risico dat vrijheden van burgers onnodig worden beperkt en vanwege de bureaucratie en de handhavingproblemen die dat met zich meebrengt. Het wekt ook de suggestie dat de overheid overal verantwoordelijk voor is en dat de burger verder zijn gang kan gaan. Naast de wet- en regelgeving doen liberalen nadrukkelijk een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers om zich fatsoenlijk te gedragen ten opzichte van medeburgers en van zijn omgeving. Omgangsvormen, fatsoen en respect zijn allemaal uitingen van de intentie om een ander zo min mogelijk te beschadigen. Dat is heel belangrijk voor een beschaafde samenleving.

Het Strategisch akkoord spreekt over de fundamentele waarden en normen die de Nederlandse samenleving kenmerken. Die gelden voor iedereen die in Nederland woont. Als het gaat over aangelegenheden die wij als de wezenlijke verworvenheden van onze samenleving beschouwen, zoals de scheiding van kerk en staat, de leerplicht of de gelijkwaardige positie van man en vrouw, kunnen wij geen stappen terug doen. Integratie kan alleen succesvol zijn wanneer ook bij de inburgering het onderwerp "waarden en normen van de Nederlandse samenleving" hoog op de agenda staat.

Dat was de theorie, maar nu de praktijk. Geconstateerd kan worden dat het te vaak aan goede omgangsvormen ontbreekt en dat de roep klinkt uit de samenleving om iets te doen aan de waargenomen normloosheid. Voor een deel gaat het dan om veel voorkomende en ergerniswekkende wetsovertredingen. Daar is het antwoord duidelijk: optreden en straffen, met een extra snelle en harde aanpak van de groep draaideurcriminelen die een enorm aantal misdrijven voor zijn rekening neemt. De wetten die in Nederland gelden, dienen door iedereen te worden gerespecteerd. Dat geldt voor alle mensen, maar ook voor lagere overheden en kerken. De VVD heeft in het verleden herhaaldelijk voorgesteld, een einde te maken aan de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere illegalen door gemeenten en kerkelijke organisaties. Tot haar tevredenheid heeft minister Nawijn, temidden van andere stevige uitspraken, ook hierover duidelijke dingen gezegd. Toch zijn er sindsdien weer berichten dat een aantal gemeenten en kerken wil doorgaan met het bieden van opvang. Wat gaat het kabinet daar concreet aan doen?

De ergernis richt zich, naast gebrekkige wetshandhaving, op verschijnselen die meestal niet met wetsovertreding te maken hebben, zoals intimiderend gedrag, onbeschoftheid, grof taalgebruik, pesten, geluidsoverlast en luid telefoneren in trein, bioscoop of restaurant. Een respectvolle omgang met elkaar kan niet door wetten en regels worden afgedwongen, maar moet gevormd, gevoed en onderwezen worden. Dit is overigens een proces waarbij de Nederlandse taal een cruciale rol speelt. De VVD-fractie wil deze deugden en waarden, die norm zijn geworden, leven inblazen. Een beschaving kenmerkt zich niet door het recht van de sterkste en de brutaalste, maar doordat de overheid en een bepaalde heersende cultuur juist hiertegen beschermen. Het bijbrengen van een cultuur van fatsoen en respect begint bij jongeren. Hierbij staat de ouderlijke verantwoordelijkheid voorop en dient het onderwijs een ondersteunende rol te spelen.

Ook de overheid mag buiten de wet best duidelijk maken wat in sommige gevallen het juiste handelen is. Ook de volwassen burger kan hierbij een steun in de rug gebruiken. Hij zal dan ook eerder geneigd zijn, zichzelf en anderen te corrigeren. Het gebeurt nu al door SIRE en door overheidsspotjes, maar de oproep van minister Heinsbroek om hier meer werk van te maken heeft de steun van mijn fractie. Wel wil ik hem de tegeltjeswijsheid "goed voorbeeld doet goed volgen" meegeven. Voor het bagatelliseren van eigen wetsovertredingen is op dat tegeltje geen plaats.

"Goed voorbeeld doet goed volgen" geldt niet alleen voor ministers maar voor alle geledingen van de overheid. De overheid kan burgers moeilijk aanspreken op hun gedrag als zij het er zelf bij laat zitten. Het gaat om een correcte bejegening van het publiek door overheidsdienaren, maar ook dient de dienstverlening die men redelijkerwijs mag verwachten, op orde te zijn. Een voorbeeld, dat de heer Rosenmöller ook al aanhaalde, is het project Stadsetiquette Rotterdam, dat onlangs werd geëvalueerd. De pogingen om straatgewijs samen met bewoners omgangsregels in de publieke ruimte vast te stellen, liepen in eerste instantie vast. De bewoners vonden dat eerst de gemeentelijke diensten maar eens een aantal zaken op orde moesten brengen om te komen tot een schone, hele en veilige woonomgeving. Ik denk dat wij daarbij op een lijn zitten.

Ik heb het een en ander gezegd over wat de VVD-fractie in de sfeer van waarden en normen wil. Het is goed als ik ook aangeef wat zij niet wil.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Rosenmöller over het vorige.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Laat dat maar zitten. Ik wil iets vragen over die Rotterdamse aanpak. De heer Zalm was zelf niet zo enthousiast over de commissie waarover de minister-president het had. Dat heb ik tenminste gelezen in publicaties.

De heer Zalm (VVD):

Daar kom ik nog op.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Op de een of andere manier moet je daarmee iets doen. Hetgeen in Rotterdam is geprobeerd te doen met burgers in de wijken, zou je op een wat bescheidener manier ook kunnen doen op nationaal niveau. Ik heb dat zelf de titel "brede maatschappelijke discussie" gegeven; die zou je kunnen entameren. Het moet echter wel in de buurten en wijken plaatsvinden. Er gebeuren ook al goede dingen. Desondanks valt er nog het een en ander te verbeteren. Spreekt dat de heer Zalm aan?

De heer Zalm (VVD):

Ik kom daarop straks nog terug. Ik neem aan dat het kabinet, de uitvoerende macht, met voorstellen zal komen. Gouda is in dit verband ook een interessant voorbeeld, dat vandaag al eerder is genoemd. Er zijn volgens mij tal van voorbeelden waarmee wij op rijksniveau, maar zeker op lokaal niveau, ons voordeel kunnen doen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Het gaat mij erom of wij elkaar op dit punt kunnen vinden. De Kamer kan natuurlijk een beetje sturen waarmee het kabinet morgen komt.

De heer Zalm (VVD):

Ik vertel nu wat ik niet wil en ik zal alvast verklappen dat de commissie daar ook onder valt.

Wij willen niet dat de overheid godsdienstige of antigodsdienstige overtuigingen uitdraagt. De scheiding van kerk en staat dient voorop te staan. Levensbeschouwing behoort tot het privé-domein; een geloof is iets heel persoonlijks. Ook dat is onderdeel van het Nederlandse stelsel van waarden en normen. Daarom betreuren wij het dat in het slot van de troonrede God wordt aangeroepen door de regering. Wij respecteren het als individuele leden van de regering bidden, doch de regering als instituut dient zich naar ons oordeel van godsdienstige uitspraken te onthouden.

Ook wensen wij geen inbreuken in het privé-domein als het gaat om afwijkend gedrag dat anderen geen nadeel berokkent. De verbinding van waarden en normen met uiterlijk, kleding en sieraden vinden wij ook ongelukkig. De een ergert zich aan een hoofddoekje, de tweede aan geverfd haar, de derde aan een oorring en de vierde aan een minister zonder stropdas. Het is beter dat tolerantie hier de hoofdregel is en dat de overheid er ver weg van blijft, tenzij er, zoals bij de rechtbank, gefundeerde kledingvoorschriften zijn.

Grote terughoudendheid door de overheid is ook gepast waar het gaat om ingrijpen in culturele uitingen. Minder geweld en seks op TV klinkt in de oren van velen goed, maar wat betekent dat dan? Saving Private Ryan en The Godfather mogen niet meer, of gaat het om Buffy the Vampire Slayer en Sex and the City? Ook hier stellen wij de eigen verantwoordelijkheid van omroepen en volwassenen centraal. Wat kinderen betreft, hebben de ouders een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn tegenwoordig ook codes die de aard van een film weergeven en er zijn elektronische mogelijkheden om programma's te blokkeren. Voordat de overheid zich ermee moet bemoeien, is er altijd nog de uitknop.

De heer Verhagen (CDA):

De heer Zalm stelt dat er bij kinderen een verantwoordelijkheid is van de ouders. Is het naar zijn mening in een land als Nederland toegestaan dat ouders hun dochter verbieden naar school te gaan of een opleiding af te maken, omdat zij haar willen uithuwelijken? Is het naar de mening van de heer Zalm in Nederland toegestaan dat kinderen weigeren les te krijgen omdat er een homoseksuele of vrouwelijke leerkracht voor de klas staat?

De heer Zalm (VVD):

Ik denk dat u de antwoorden op al die vragen al kent, want al dit soort voorbeelden is in strijd met de Grondwet.

De heer Verhagen (CDA):

Dus zijn er grenzen.

De heer Zalm (VVD):

Ik had het over culturele uitingen. De heer Verhagen heeft het nu wellicht over religieuze uitingen, waarvan ik nog maar ver was gebleven bij mijn eerste optreden hier. Ik vind echter dat iedereen zich dient te houden aan de Grondwet; de wetten van het Rijk moeten worden gerespecteerd.

De heer Verhagen (CDA):

De overheid kan dus grenzen stellen aan de beleving van cultuur als die in botsing komt met de Nederlandse cultuur.

De heer Zalm (VVD):

Dat is iets anders dan culturele uitingen. Wij gaan geen voorschriften geven of je de samba mag dansen en hoe je dat precies moet doen.

De heer Verhagen (CDA):

U kunt daar wel lacherig over doen, maar waar het botst en waar de eigen vrijheid botst met het samen kunnen leven, gaat dat verder dan de persoonlijke levenssfeer. Als wij praten over zaken die u zelf ook waardevol acht, zoals scheiding tussen kerk en Staat, scheiding der machten en de democratische rechtsstaat, heeft de overheid wel degelijk de plicht om in te grijpen, ondanks het feit dat die persoonlijke beleving misschien niemand in de weg staat.

De heer Zalm (VVD):

Ik ben daar glashelder in geweest. Iedereen in Nederland heeft zich te houden aan de Grondwet en de wet. Ik heb dit ook toegespitst en gezegd dat het ook voor kerken en gemeenten geldt. Daarbuiten is echter nog een heel terrein waarop ook kwesties spelen, waarop mensen elkaar kunnen zieken, storen en ergernis kunnen opwekken. Dat is natuurlijk een interessanter terrein om van gedachten te wisselen over de rol van de overheid. Ik zeg dat op een aantal punten zoals kleding, uiterlijk en cultuuruitingen, de overheid voorzichtig en terughoudend moet zijn. De overheid moet dan wel heel goede gronden hebben om daarin in te grijpen en de eigen verantwoordelijkheid te doorbreken. Alles wat in strijd is met de wet en met de Grondwet mag dus niet.

De heer Verhagen (CDA):

U bent het met mij eens dat juist de grondrechten die in de Grondwet zijn verankerd, zijn verbonden met de waarden van de Nederlandse samenleving...

De heer Zalm (VVD):

Ja.

De heer Verhagen (CDA):

...en dat dit derhalve verdergaat dan elkaar niet in de weg zitten en inhoudt dat je een klimaat creëert waarin iedereen in de Nederlandse samenleving zich verbonden voelt met diezelfde waarden?

De heer Zalm (VVD):

Nee, ik ga nog een stapje verder. De Grondwet en de wetgeving zijn de basis. Die moeten sowieso voor iedereen gelden. Je moet ook uitdragen dat de wet moet worden nageleefd; niet alleen omdat je anders straf krijgt, maar je moet mensen ook bijbrengen dat die wet er niet voor niets is en dat daar goede redenen voor zijn.

Mijn stelling is alleen dat als je wet- en regelgeving niet te veel wilt uitbreiden, ernaast nog zaken zijn waarbij je de burger moet aanspreken op zijn eigen verantwoordelijkheid. Ook al staat niet in het Wetboek van Strafrecht dat je niet mag pesten of dat je geen intimiderend gedrag mag vertonen, het is toch ongepast. Dat zit je in de zachtere sfeer. Ik vind dat niet alleen ouders en onderwijs daarin een rol hebben, maar dat ook de overheid daarbij een steuntje in de rug kan geven. Wat dat betreft barst ik dus van de waarden en normen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Uiteraard – wie zal het betwisten – hebben ouders een primaire, indringende eigen verantwoordelijkheid voor hun kinderen enzovoort. Dient echter de overheid volgens de VVD volstrekt lijdzaam te zijn, als moet worden vastgesteld dat ouders onder bepaalde omstandigheden niet in alle opzichten die verantwoordelijkheid kunnen dragen?

De heer Zalm (VVD):

Nee. Dan is er ook weer een rol voor de overheid, omdat de overheid ook geroepen is om het zwakke te beschermen. De overheid moet zich niet bemoeien met wat volwassenen vrijwillig onder elkaar doen, maar als het om hele kwetsbare groepen gaat die niet wilsbekwaam zijn, kan er een rol zijn voor de overheid om in te grijpen. In zo'n geval dienen natuurlijk wel de maatvoering en de verschillende vormen die er zijn, te worden bekeken.

De heer Van der Vlies (SGP):

Dat zou dus ook kunnen betekenen dat, als er bijvoorbeeld in de media – ik herinner mij de uitspraak van minister Heinsbroek – bepaalde geweldsscènes overmatig worden getoond en de ouders die knop niet weten te vinden...?

De heer Zalm (VVD):

Dat vind ik als regel te ver gaan.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ja, maar legt u dat dan eens uit. Wij zien – en dat zijn toch ook de wetenschappelijke rapporten – dat er een beïnvloeding op de jeugd van uitgaat. Ik generaliseer nu – voor heel veel jeugd geldt het niet – maar voor een percentage dat te belangrijk is om aan voorbij te gaan, geldt het wel.

De heer Zalm (VVD):

Ik ben er wel voor dat de overheid ouders stimuleert om kritisch te zijn op het kijkgedrag van hun kinderen. Ik ben er echter niet voor dat de overheid gaat gebieden en verbieden wat er op de televisie mag komen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Welke voorstellen hebt u dan om ouders die kritische zin bij te brengen en die ondersteuning te bieden?

De heer Zalm (VVD):

Dat zou in de serie spotjes van de heer Heinsbroek kunnen gebeuren, maar ook door te attenderen op elektronische sloten die je op een televisie kunt zetten en op codes die tegenwoordig worden vermeld. Als overheid kunnen wij echter niet in de huiskamer gaan kijken wat daar gebeurt. Evenmin kunnen wij een selectie maken van wat wel en wat niet mag worden vertoond, aangezien je daarbij al snel botst met de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Voordat je het weet, heb je een debat over wat er wel en wat er niet mag. Wij stellen de eigen verantwoordelijkheid van omroep en ouders centraal. De overheid mag verantwoord gedrag stimuleren, maar voordat de overheid echt gaat ingrijpen, moet er nog wel een heel eind...

De heer Van der Vlies (SGP):

Die spanningsvelden ken ik als geen ander. Maar zou de overheid nu niet een rol kunnen hebben in het coderen van bepaalde programma's met zo'n slotje of in het in ieder geval introduceren daarvan? Dat is een discussie die wij met minister Korthals onder het vorige kabinet al een keer hebben gehad.

De heer Zalm (VVD):

Ik heb daar een opmerking over gemaakt. Ik neem aan dat het kabinet erop reageert en dan kijken wij weer verder. Waar wij niet op zitten te wachten – dat heb ik al verklapt – is de instelling van zo'n commissie...

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Graag zou ik op dit punt nog een vraag stellen. Soms zou je wel willen dat het leven zo verrassend eenvoudig zou zijn, maar vaak is dat niet zo. Hoe vaak is het niet zo dat je zaken aantreft in de publieke ruimte, bijvoorbeeld op billboards maar ook tussen programma's door, waarbij ouders geen kans krijgen om in te grijpen. Immers, het is er al voordat je in de gaten hebt dát het er is en dan beïnvloedt het onze jonge kinderen. De scheiding tussen een morele opvatting hebben over iets en het kunnen ingrijpen, die u zo digitaal tussen overheid en samenleving trekt, is moeilijk houdbaar. Ik vind dat de overheid in zulk soort gevallen wel degelijk haar verantwoordelijkheid moet nemen en de samenleving moet behoeden voor confrontatie met die vuiligheid, dat geweld enz.

De heer Zalm (VVD):

Wat dat betreft sta ik echt in de liberale traditie: eigen verantwoordelijkheid van de burgers en eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties; als een soort sluitstuk hebben wij dan de overheid op dit punt.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Hoe doe je het dan wanneer je in bushokjes dingen aantreft waarvan wij met z'n allen zeggen: dat moet toch eigenlijk niet? En wanneer wij tussen de tv-programma's om halfzes en halfzeven dingen aantreffen waarvan wij zeggen: hier willen wij onze kinderen graag voor beschermen?

De heer Zalm (VVD):

Ja, je komt altijd per ongeluk wel eens wat tegen.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Maar u heeft een beetje een houding van: laat maar waaien.

De heer Zalm (VVD):

Nu, je moet als ouders daar vooral je best voor doen. Ik denk niet dat je dit de overheid allemaal in de schoenen kunt schuiven.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Maar hoe gaan ouders dan die bushokjes te lijf?

De heer Zalm (VVD):

Ik heb nog nooit iets vervelends op bushokjes gezien, eerlijk gezegd.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

U komt nooit in een bushokje natuurlijk.

De heer Zalm (VVD):

Ik zie wel eens mooie dames met mooie onderkleding, maar dat stoort mij niet zo. Dat past wel binnen mijn waarden- en normenpatroon.

De voorzitter:

De heer Zalm zet zijn betoog voort.

De heer Zalm (VVD):

Voorzitter. Waarom willen wij die commissie niet? Ik denk dat het kabinet zelf het antwoord al heeft gegeven in de regeringsverklaring. Deze heet: duidelijkheid en daadkracht. Er staat in: fatsoen moet je doen. Nu, dan is een commissie niet een logische vertaling van die twee slagzinnen en moet de regering gewoon zelf aan de slag.

Ik kom te spreken over veiligheid en privacy. Vanuit het vrijheidsbeginsel en vanuit de bescherming van de burger tegen een dominante overheid zijn wij liberalen altijd erg in de markt voor de privacy van de burger. Maar wij zijn ons er ook van bewust dat dit privacybeginsel op gespannen voet kan komen te staan met het voorkómen, bestrijden en opsporen van criminaliteit. Nu de veiligheid zo'n hoge prioriteit moet hebben, zal aan privacy noodgedwongen een minder groot belang moeten worden toegekend. Koppeling van overheidsbestanden, cameratoezicht, ruimere toepassing van DNA-onderzoek, meer fouilleringsmogelijkheden voor de politie en invoering van een algemene identificatieplicht staan al in het Strategisch akkoord vermeld. Wat ons betreft kunnen daaraan worden toegevoegd: toepassing van irisscans en meer mensen in één cel.

Dit zijn allemaal inbreuken op de privacy, maar ze worden door ons onder voorwaarden aanvaard en bepleit, omdat het de eerzame burger nauwelijks treft doch wel zijn veiligheid effectief kan bevorderen. Over inbreuken op de privacy die losstaan van rechtshandhaving blijven wij zeer kritisch. Als de regering nog andere voornemens op dit vlak heeft, zullen wij die graag bezien want het veiligheidsvraagstuk is een grote prioriteit. Met name op het gebied van de uitwisseling van gegevens is een wereld te winnen, ook bij de internationale bestrijding van terrorisme. Daarom vraag ik aan het kabinet om een overzicht dat nagaat waar privacybelemmeringen een effectief optreden van politie, justitie en andere partijen in de veiligheidsketen in de weg staan en waarin wordt aangegeven onder welke voorwaarden die belemmeringen kunnen worden weggenomen.

De laatste kwestie in deze sfeer betreft burgers die lijf en goed actief verdedigen. De winkelier die de overvaller te lijf gaat en de bewoner die een inbreker aanpakt, lijken soms harder bejegend te worden dan de criminelen die dat hebben uitgelokt. Wordt het geen tijd om meer rekening te houden met de positie van mensen die lijf en goed willen beschermen? Hoewel de wet het begrip noodweer en noodweerexces kent, hebben wij de indruk dat dit in de praktijk onvoldoende wordt benut. Wij zien graag voornemens van het kabinet om meer onderscheid aan te brengen tussen criminaliteit en zelfverdediging.

De liberale terughoudendheid met betrekking tot de rol van de overheid betreft ook het stellen van regels. Binnen de collectieve sector leidt de overvloedige regelgeving tot bureaucratie en ondoelmatigheid. De zorg is hiervan een voorbeeld, maar ook gemeenten en onderwijsinstellingen zuchten onder de vele rijksregels. Minder en eenvoudiger regels zijn ook van belang voor het bedrijfsleven dat ruimte moet hebben om te ondernemen. Deregulering en beperking van de administratieve lasten kunnen de positie van het bedrijfsleven versterken zonder dat dit de overheid een cent kost. We zijn in gespannen afwachting van het plan van aanpak van de minister van Economische Zaken, waarin hij uiteenzet hoe de administratieve lastendruk met 25% wordt verminderd. Wanneer zal dit plan beschikbaar zijn en bevat het ook een tijdpad? Ik doe alvast een suggestie voor een verandering op een terrein waarop veel ruimte kan worden gecreëerd: de kinderopvang. De opeenstapeling van gedetailleerde regels over opleidingseisen, huisvesting en groepsgrootte die ook nog per gemeente verschillen, maakt het realiseren van kinderopvang duur en moeilijk. Overheidspaternalisme is hier wel zeer sterk aanwezig. Als die eisen ook van toepassing zouden zijn op een traditioneel kinderrijk gezin, zouden veel gezinnen worden bekeurd. Naar ons oordeel zou de eigen verantwoordelijkheid van de ouders meer centraal moeten komen te staan. Tegen de aandacht van de ouders voor het belang van hun kind kan geen regelgeving en inspectie op.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Ik mis in deze opsomming iets over de kwaliteit van de kinderopvang. Door het vorige kabinet is juist zo'n goede inzet gepleegd. Het heeft getracht verschillende aspecten met elkaar te laten sporen en geprobeerd te bewerkstelligen dat de verschillende elementen straks op een goede manier in één wetsvoorstel worden verwoord.

De heer Zalm (VVD):

Wij zullen zien waarmee de regering komt, maar wij zijn van mening dat het stuk dat er nu ligt, nogal zeer gedetailleerde voorschriften op allerlei gebied bevat. Voorzover je niet helemaal zou willen vertrouwen op het oordeel van de ouders, zou je met een veel eenvoudiger kwaliteitstoets te werk moeten gaan en niet met zeer gedetailleerde regelgeving moeten komen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dat vroeg ik niet. Dat had ik namelijk goed begrepen. Ik vroeg of er aan de kwaliteit ook eisen mogen worden gesteld. In het rijtje met zowel positieve als negatieve elementen, kwam het woord kwaliteit niet voor. Dat was mijn punt.

De heer Zalm (VVD):

Ik heb het over deregulering. Ik meen dat wij met heel veel regelgeving minder kunnen. Ik meen ook dat wat meer vertrouwd zou kunnen worden op het oordeel van de ouders en dat niet gedacht moet worden dat als de overheid maar regels opschrijft en de naleving ervan controleert het dan allemaal goed gaat. Wij zien dus graag sterk gedereguleerde kinderopvang, een regeling voor de kinderopvang die voor de non-profit instellingen, de commerciële bedrijven en de gastouderopvang dezelfde subsidievoorwaarden bevat.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Voorzitter. Ik heb van de liberale opvatting iets minder verstand dan de heer Zalm. Maar kwaliteit kan volgens mij nooit onder deregulering vallen.

De heer Zalm (VVD):

Ouders zijn zelf ook in staat om een oordeel te geven over de kwaliteit, zeker als het om de opvang van hun kinderen gaat. Het idee dat alleen de overheid dat kan geven, is een waanidee.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Moet je in een periode van krapte op dit terrein voor de meest zwakke groep, de 0- tot 4-jarigen, toch niet bij de opvang een aantal overheidsnormen hanteren? Dus: wees voorzichtig met het overboord gooien van regels en het te gemakkelijk zeggen dat er een dicht woud van regels is waar het mes in kan.

De heer Zalm (VVD):

Wat ik nu in ieder geval kan vaststellen, is dat er op allerlei gebied series eisen worden gesteld en dat die eisen de kinderopvang onnodig duur maken en de uitbreiding van de kinderopvang bemoeilijken. Wij willen graag, ook vanwege de combinatie van zorg en arbeid, snelle uitbreiding van het aanbod aan kinderopvang en, als het kan, tegen een lagere prijs. Wij denken dat er daarvoor mogelijkheden zijn. Wij vragen op dit punt een reactie van de regering.

De heer Marijnissen (SP):

Dit is dus waar het liberale verhaal in essentie wringt. Als u meent dat er regels zijn die de kinderopvang onnodig duur maken – impliciet zegt u dan: het zijn overbodige regels – moet u die regels afschaffen.

De heer Zalm (VVD):

Ja.

De heer Marijnissen (SP):

Dan gaan wij daarover praten.

De heer Zalm (VVD):

Dat bepleit ik ook.

De heer Marijnissen (SP):

Maar dan heeft u het niet over de kwaliteit. Als u realist zou zijn – ik hoop dat liberalen dat ook zijn – zou u ter plekke gaan kijken en dan zou u begrijpen dat er geld in het geding is. Zojuist hadden wij het over de tweedeling. Die zou de overheid moeten voorkomen als het om basisvoorzieningen gaat. Welaan, het is bekend dat er een groot verschil is tussen de kinderopvangplaatsen waarvoor veel privaat geld wordt bijgedragen, waarvoor wel een pedagogisch plan is, waar het verloop van de mensen die er werken niet zo groot is aan de ene kant en de kinderopvangplaatsen die met lagere budgetten moeten werken aan de andere kant. Dan gaat het wel degelijk ook om de kwaliteit.

De heer Zalm (VVD):

Maar u denkt dat dat het beter is de opleidingseisen van het personeel, de huisvestingsnormen, de groepsgrootte enzovoorts gedetailleerd in een of ander subsidievoorschrift te regelen dan de ouders zelf te laten letten op de kwaliteit.

De heer Marijnissen (SP):

Het gaat om het stellen van normen. Ik hoop van harte dat u ook begrijpt dat het zaak is dat op het punt van de kinderopvang, want daar begint het allemaal, je gelijke kansen moet creëren voor kinderen uit arme en wat rijkere gezinnen. Dan zul je als overheid regels moeten stellen en daarnaast geld moeten geven om die regels te kunnen realiseren.

De heer Zalm (VVD):

Je moet alleen regels stellen als er werkelijk sprake is van gesubsidieerde kinderopvang. Je kunt wel een algemene kwaliteitstoets uitvoeren, maar het woud van regels dat er nu is, is echt niet nodig. Dat maakt de opvang ook onnodig duur.

De heer Marijnissen (SP):

Dan moet u zeggen welke regels weg kunnen. Dan kunnen wij daarover in concreto discussiëren. Maar in zijn algemeenheid zeggen "De ouders zoeken het maar uit" in de wetenschap dat er ouders zijn met een kleine en ouders met een grote beurs en dat dat evidente gevolgen heeft voor de kwaliteit van de kinderopvang, is het introduceren van tweedeling ook op dit terrein.

De heer Zalm (VVD):

Ik heb niet voorgesteld om te bezuinigen op het budget. Integendeel, ik meen dat met het huidige budget veel meer kinderopvang gerealiseerd zou kunnen worden en dat acht ik wenselijk.

Ik kom nu bij de zorg. Een meer liberaal zorgstelsel, vraaggericht en met meer marktwerking, wordt door ons toegejuicht. Het is ook in het strategisch akkoord afgesproken. Minister Bomhoff verdient een compliment voor zijn ambitie op dit vlak en wij waarderen zijn snelle eerste maatregelen om te komen tot een meer prestatiegerichte financiering. Omdat hij van alle ministers het sterkst groeiende budget heeft gekregen, een reële groei van 16% in vier jaar tijd, kan hij ook ambitieus zijn. Naast die financiële groei zijn er ook ruime mogelijkheden om de doelmatigheid te verbeteren. Fortuyn was zelfs van mening dat er daarom de eerste twee jaar geen extra geld naar de zorg hoefde.

Zoals bekend, dient de minister bij dreigende overschrijdingen van het zorgkader zelf compensatie te zoeken. Recent voorspelden verzekeraars dat de ziektekostenpremie met tientallen procenten zou stijgen door de plannen van de minister. Wij hopen van de regering te horen dat dit onzin is. De VVD wijst extra premiestijging af. Bij dreigende overschrijdingen moeten oplossingen binnen het stelsel worden gevonden en dient, ook volgens de afspraken, niet voor de weg van extra premiestijgingen te worden gekozen. Oplossingen als meer eigen risico's en eigen bijdragen of beperkingen van het pakket zijn al genoemd. Onze eerste voorkeur gaat echter uit naar verhoging van de doelmatigheid en beperking van de overhead. Hier is nog een wereld te winnen.

Dit leidt ons tot de vraag, op welke wijze de regering de doelmatigheidswinsten gaat realiseren en hoe dat wordt gemeten. Hoe worden taakstellende doelmatigheidswinsten vertaald in het bekostigingssysteem? Als de sector efficiënter gaat werken en overhead wordt weggesnoeid, kunnen de kosten en de vergoeding per geleverde prestatie omlaag. Op die manier kan er met hetzelfde budget meer worden gepresteerd. De regering is op dit punt niet erg concreet en wij snakken naar concrete beleidsvoornemens.

Een andere vraag betreft de loonvorming in de zorgsector. Wij zijn het ermee eens dat de regering bij de noodzakelijke knik in de loonvorming haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen door een contractloonruimte van 2,5% te reserveren, zeker na de inhaalslag die onder het vorige kabinet is gerealiseerd. Hoe denkt de regering te voorkomen dat werkgevers en werknemersorganisaties in de zorgsector toch duurdere CAO's afsluiten en dat dit vervolgens ten koste gaat van het volume? Hierdoor kan de wachtlijstenaanpak namelijk worden gefrustreerd en dat is voor ons niet aanvaardbaar.

De vrijheid van het individu die liberalen nastreven heeft ook een internationale dimensie. Wij zijn blij dat de totalitaire regimes in Midden- en Oost-Europa – het reëel bestaande socialisme werd dat vroeger ook wel genoemd – zijn verdwenen. Dat is een verademing en wij staan positief tegenover de landen die aansluiting zoeken bij de democratieën van de Europese Unie. De uitbreiding van de Europese Unie kan ook voor Nederland economische voordelen bieden, zoals blijkt uit de analyse van het CPB.

Beslissingen over toetreding van nieuwe lidstaten dienen wel zorgvuldig te worden genomen, zowel in hun belang als in ons belang. Toetredende lidstaten dienen te voldoen aan de zogenaamde Kopenhagencriteria. Dit betekent dat zij hun wet- en regelgeving op orde dienen te hebben en dat hun economieën zodanig moeten zijn dat ze overeind blijven in de concurrentie van de Europese interne markt. Daarnaast dient het uitbreidingsproces op een financieel verantwoorde wijze plaats te vinden. Bij de financiële dimensie speelt de hervorming van het landbouwbeleid een belangrijke rol. Maar ook om andere redenen is hervorming van het landbouwbeleid belangrijk. Het huidige landbouwbeleid leidt tot overproductie, belemmering van de internationale handel – ook voor ontwikkelingslanden – en te hoge prijzen voor consumenten. Als wij het huidige landbouwbeleid toepassen in nieuw toetredende lidstaten, leidt dat daar bovendien tot economische verstoringen. Als daar naast hogere prijzen voor boeren ook inkomenstoeslagen komen, leidt dit tot een aanzuigende werking van de agrarische sector en tot een verslechtering van de concurrentiekracht van het niet-agrarische gedeelte van die economieën. Daarmee wordt het voor een land als Polen moeilijker om duurzaam te voldoen aan de Kopenhagencriteria. Ook om die reden is er een koppeling tussen het behalen van een meetbaar succes op het terrein van de landbouwhervorming en de uitbreiding van de EU. Wij verwachten dat de regering dit verband ook ziet. Het zou goed zijn als de regering nog eens zonder mitsen en maren bevestigt dat het strategisch akkoord met betrekking tot uitbreiding van de Europese Unie onverkort wordt nageleefd, ook wat betreft het individueel toetsen van lidstaten. Als de Europese Commissie dit onvoldoende kritisch doet, dient de regering dat niet te accepteren. De Commissie moet dan haar huiswerk overdoen. Medio oktober zal de Europese Commissie komen met haar laatste voortgangsrapport. Een paar dagen daarna vindt de Europese Raad in Brussel plaats. Wij gaan er in de eerste plaats van uit dat de regering ook in Brussel duidelijkheid en daadkracht als leidraad neemt. Daarnaast is het van belang dat duidelijk wordt gemaakt dat Nederland zich het recht voorbehoudt om pas in december, voor de Top in Kopenhagen, zich uit te spreken over de omvang van de eerst uitbreidingsgolf. Wij kunnen ons pas goed een oordeel vormen over de vraag welke landen werkelijk gereed zijn om toe te treden, nadat wij kennis hebben genomen van het gehele onderhandelingspakket. Om die reden moet de individuele toetsing tot het laatste moment mogelijk blijven.

De heer Verhagen (CDA):

Ik ben het daarmee volkomen eens, maar hoe verhoudt zich dat tot de uitspraak van minister Hoogervorst, dat de toetreding van tien landen in een "big bang" een gelopen race is?

De heer Zalm (VVD):

Dat moet u mij niet vragen. Ik zit immers niet meer in de regering.

De heer Verhagen (CDA):

Wilt u mij dan ook een lesje geven? Ik verwijs naar wat er in de Twentsche Courant stond op dezelfde dag dat wij hier het debat voerden met de minister-president over de uitspraken van minister Veerman, naar aanleiding van het optreden van minister Hoogervorst, eveneens bij een Raad in het kader van de Europese Unie.

De heer Zalm (VVD):

Als u iets aan de heer Hoogervorst wilt vragen, kan hij u zelf antwoorden. Ik ben geen "stand-in" voor minister Hoogervorst.

De heer Verhagen (CDA):

Die behoefte had u wel ten aanzien van de uitspraken van minister Veerman. U moet niet met twee maten meten. Wij zijn het erover eens dat wij landen individueel gaan toetsen.

De heer Zalm (VVD):

Ja, zo is het.

De heer Verhagen (CDA):

Ik wil dan geen uitspraken horen van de minister van Financiën dat de "big bang" met tien landen een gelopen race is. Ik hoop dat u dit met mij eens bent.

De heer Zalm (VVD):

Ik geloof vast dat hij dat niet gezegd heeft.

De heer Van der Vlies (SGP):

Vorige week hebben wij hierover ook al uitvoerig gesproken en toen is vanuit de boezem van het kabinet krachtig bevestigd wat de strategie zal zijn en wat het standpunt is. Er loopt een onderhandelingstraject en het kabinet wil zo dicht mogelijk bij zijn eigen doelstellingen uitkomen. Daarna werd ik toch wel verrast door een pittig artikel van oud-minister Brinkhorst in NRC Handelsblad. Hebt u dat gelezen?

De heer Zalm (VVD):

Neen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik zal het u straks geven en dan verneem ik graag uw reactie in de tweede termijn.

De heer Zalm (VVD):

Dat is goed.

Mevrouw Giskes (D66):

De heer Zalm hield zojuist een uitgebreid verhaal over waarden en normen. De toetsing voor de uitbreiding van de Europese Unie heeft hij alleen geduid in financieel-economische termen. Speelt voor hem ook een rol hoe het met de waarden en normen in die andere landen is gesteld, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten? Ik denk ook aan het bestaan van wetgeving die discriminatie van homoseksuelen toelaat. Dit komt natuurlijk voor.

De heer Zalm (VVD):

Ik heb gezegd dat de wet- en regelgeving op orde moet zijn. Wij spreken dan bijvoorbeeld over het Europese Acquis. Dat zijn heel dikke boeken. De minister van Buitenlandse Zaken weet daar alles van. Die gaan ook over andere dingen dan alleen financiën en economie. Ik heb dus niet alleen gesproken over financiën en economie. De wet- en regelgeving in die landen moet op orde zijn, men moet de concurrentieslag kunnen doorstaan en het moet financieel ordelijk gaan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De hervorming van het landbouwbeleid is natuurlijk geen Kopenhagencriterium. Dat weten wij allen.

De heer Zalm (VVD):

Ik probeerde uiteen te zetten dat er een link is tussen het kunnen doorstaan van de concurrentie van de Europese markt door nieuwe lidstaten en het al dan niet hervormen van het landbouwbeleid. Als het landbouwbeleid niet wordt hervormd, dan wordt het voor een land als Polen des te moeilijker om overeind te blijven in de Europese interne markt. Daarom is er een zekere relatie te leggen, ook bij de toetredingscriteria, naar de landbouwhervorming.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik begrijp dat de heer Zalm dat probeert, maar als het echt waar zou zijn, dan was er geen bende van vier nodig. Dan hadden alle landen van de Europese Unie die voorwaarde wel gesteld aan de nieuwe toetreders. Dat zal de heer Zalm met mij eens zijn.

In essentie gaat het erom, zeker na het debat van vorige week, dat de heer Zalm nogmaals een herbevestiging van de minister-president op dit punt wil. Blijkbaar is er bij hem nog onduidelijkheid over hoe er met het Strategisch akkoord wordt omgegaan. Daar komt bij dat de tijd vordert.

De heer Zalm (VVD):

Ik houd dit verhaal, omdat dat voor ons een zeer aangelegen punt is.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Een onderdeel van dat aangelegen punt is ook dat je bereid moet zijn je veto in te zetten.

De heer Zalm (VVD):

Ik heb gezegd wat ik erover te zeggen heb. Ik wacht nu op het antwoord van de regering. Ik hoop dat dit in deze lijn is. Dan zullen wij geen problemen hebben. Ik heb gezegd dat de regering het niet moet aanvaarden als de commissie niet kritisch de individuele landen toetst, maar met een pakket komt dat daar niet aan voldoet. Dan moet de commissie naar huis worden gestuurd of althans haar huiswerk overdoen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dan kan de toetreding per 1 januari aanstaande niet doorgaan en dat is de facto een veto.

De heer Zalm (VVD):

Naar mijn oordeel moet de regering wachten totdat de commissie gedaan heeft wat is afgesproken. Zij moet niet eerder instemmen. Ik noem dat geen veto.

Voorzitter. De Europese discussie is een zware opgave voor het kabinet. Het zal een grote inspanning van veel bewindslieden vragen om in de Europese hoofdsteden duidelijk te maken wat de Nederlandse positie is en om ze te doordringen van de redelijkheid van onze argumenten en de hardheid van onze stellingname. We verwachten hier veel inspanningen van de regering en ook een tastbaar resultaat.

Veiligheid is niet alleen een nationaal thema, maar ook een internationaal thema en ook hier spelen waarden en normen. Zo komt de fundamentele solidariteit met de Verenigde Staten voort uit het besef dat wij in belangrijke mate dezelfde waarden en normen delen. Wij moeten er staan als een belangrijke bondgenoot als de Verenigde Stagen dat vragen, maar ook omdat het onszelf aangaat. Wij kunnen ondanks onze welvaart en een ongekende periode van stabiliteit in West-Europa niet berusten in een onbezorgde houding. Wij kunnen niet doen alsof er geen gevaar bestaat, want dat gevaar kan overal vandaan komen. Dat heeft het drama op 11 september wel bewezen.

Gevaar moet soms met militaire middelen worden bestreden. Niet iedere dreiging kan met politieke of economische middelen worden weggenomen. Kofi Annan zei het zo: "You can do a lot with diplomacy; but of course you can do a lot more with diplomacy backed by firmness and force". Dat vergt dan ook een moderne, snel inzetbare krijgsmacht met goed getrainde militairen. Wij steunen de inzet van de Verenigde Staten om een eind te maken aan de mogelijkheid dat Saddam Hussein zou beschikken over massavernietigingswapens. Wij zijn ook verheugd doch niet verbaasd over het feit dat de Amerikaanse regering de route kiest via de Veiligheidsraad. Mijn fractie gaat ervan uit dat ook na de recente reactie van Irak, de Veiligheidsraad zijn verantwoordelijkheid neemt. Wij waarderen het zeer dat de minister van Buitenlandse Zaken en de minister-president met één geluid, van den beginne af aan, geen twijfel hebben laten bestaan over de Nederlandse houding in de kwestie Irak.

Ik wil nu ingaan op de begroting. Hoewel wij niet – zoals sommige andere partijen – de kiezers hebben beloofd "nooit meer een tekort", dreigen wij wel zover van begrotingsevenwicht af te raken dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat daar enige procyclische werking vanuit gaat, moet maar voor lief worden genomen. Pleidooien om nu juist extra budgettaire verruiming te realiseren, bijvoorbeeld door extra lastenverlichting, doen denken aan het pleiten voor een feestje op de Titanic, in plaats van een tijdige koerscorrectie. De geschiedenis van te late koerscorrecties is pijnlijk. De kern van het probleem van de verslechterende concurrentiepositie zit ook niet in het begrotingsbeleid, maar in de arbeidskostenontwikkeling. Gedurende een reeks van jaren is de loonontwikkeling te uitbundig geweest, ondanks lastenverlichting door de overheid. Die uitbundigheid betreft niet alleen de CAO-lonen, want werkgevers hebben daar ook vrijwillig nog een schepje bovenop gedaan, zoals blijkt uit de sterke zogenaamde incidentele loonontwikkeling. Het is ook aan de sociale partners om nu snel een correctie te realiseren en ze moeten niet bij de regering aankloppen om geld. De regering is platzak en staat zelfs in het rood.

Wij vinden dat de regering op hoofdlijnen verstandige afwegingen heeft gemaakt wat betreft de benodigde extra bezuinigingen en extra lastenverzwaringen. Wij verlangen wel dat, zodra de budgettaire omstandigheden dit toelaten, de extra lastenverzwaring nu wordt gecompenseerd door extra lastenverlichting straks. We vragen een concrete toezegging van de regering. Bij de behandeling van het belastingplan zullen wij – uiteraard met dekking – voorstellen om de vrijstelling van de vermogensrendementsheffing te verhogen, zodat kleine spaarders en beleggers minder snel belasting hoeven te betalen. Ook wensen wij vast te houden aan de afspraken over de fiscale vormgeving van de levensloopfaciliteit. Wat heeft het kabinet bewogen die afspraak terzijde te schuiven en te komen met een subsidieregeling?

De begrotingen doorbladerend, viel het ons op dat op veel terreinen nog geen of weinig concrete meetbare doelen zijn geformuleerd. Wanneer komt het kabinet daar alsnog mee?

Wij willen graag dat meer haast wordt gemaakt met het versterken van de veiligheidsketen.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

De heer Zalm zal zich vast herinneren dat ik zowel bij de bespreking van het strategisch akkoord als bij de regeringsverklaring, in ieder geval bij het laatste debat, een motie heb ingediend, waarin stond dat het kabinet daar echt mee moest komen. De heer Zal heeft toen gezegd dat hij dat absoluut niet aan de orde vond. Betekent dit dat het kabinet nog een motie nodig heeft om echt met meetbare doelstellingen te komen?

De heer Zalm (VVD):

Dat sluit ik niet uit, maar het hangt ook af van het antwoord van de regering. Als zij ons iets concreets in het vooruitzicht stelt, is dat natuurlijk wat anders dan wanneer zij dit punt voorlopig op de lange baan schuift.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Dan zijn u en ik het daar in elk geval over eens.

De heer Zalm (VVD):

Wij zijn erg voor meetbare doelen.

Voorzitter. Ik kom nu op de veiligheidsketen. Wij denken dat een behoorlijk extra bedrag welkom is om eerder te beginnen met het versterken van de keten, zeker in 2003. De intensiveringen beginnen pas in 2004 goed te lopen. Wij denken dat een bedrag van 140 mln euro voor dit doel in 2003 kan worden vrijgespeeld. Als volgend jaar het moratorium op de verkoop van landbouwgronden van Domeinen wordt opgeheven, kan ruim 100 mln beschikbaar komen. Daarnaast hoeft de door het vorige kabinet voorgestelde algemene regeling om mensen die drie jaar in de bijstand zitten een toeslag te geven, wat ons betreft niet door te gaan. Dat levert een kleine 40 mln op.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Voorzitter. Ik ben erg blij dat de heer Zalm de opmerking maakt dat er misschien 140 mln euro voor veiligheid beschikbaar kan komen in 2003. Gezien het Strategisch akkoord vraag ik mij echter af of de VVD-fractie nu pas het licht heeft gezien. Had zij dat niet eerder kunnen bedenken? Dan had de VVD zich misschien al voor 15 mei wat duidelijker kunnen uitspreken.

De heer Zalm (VVD):

Na afsluiting van de onderhandelingen, een maand of twee geleden, heeft mijn fractie niet stilgezeten. Wij zijn nu met een correctievoorstel gekomen, waardoor die veiligheid extra snel kan worden geregeld. Ik kom wel met een dekking.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Dat begrijp ik, maar als onze fractie nog wat aandacht vraagt voor de rechterlijke macht, dan kan dat ook op warme instemming van de VVD-fractie rekenen?

De heer Zalm (VVD):

Alle voorstellen waarvoor dekking is, zullen wij met interesse bekijken, want wij vinden dat als er ergens iets bij moet, er ergens anders iets af moet. Politiek betekent kiezen.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Dat ben ik met u eens.

De heer Zalm (VVD):

Als u interessante voorstellen heeft, willen wij daar graag naar kijken. Deze 140 mln euro is bedoeld voor de veiligheidsketen in den brede; er kunnen verschillende doelen mee worden gediend, onder andere het instellen van kazernes op meer personen in één cel, zodat bolletjesslikkers veel massaler kunnen worden opgevangen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Is niet het absolute dieptepunt bereikt op het moment dat dekking voor uitgaven ten behoeve van het bevorderen van de veiligheid wordt gezocht bij mensen die langdurig op het minimum zitten en die sinds kort een kleine vooruitgang zouden kunnen boeken, te weten een eenmalige uitkering na drie jaar?

De heer Zalm (VVD):

Die regeling is nog niet ingevoerd. Wij vinden de algemene regeling om na drie jaar in de bijstand een extra bedrag uit te keren, onverstandig. Dat is slecht voor de werking van de arbeidsmarkt. Wij vinden wel dat er persoonlijke beoordelingen kunnen zijn. Ik heb het dan over de bekende bijzondere bijstand. Algemene regels om uitkeringen te geven aan bijstandsgerechtigden nadat zij een bepaalde tijd een bijstandsuitkering hebben verkregen, vinden wij in strijd met het arbeidsmarktbeleid van het kabinet. Wij hebben destijds dan ook tegen de motie Noorman-den Uyl gestemd, waarin dit werd beoogd. Wij blijven dus consequent. Ik meen dat ook de CDA-fractie destijds tegen die motie heeft gestemd, zodat wij ook bij die fractie steun hopen te verwerven.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dat punt is hier allang gepasseerd. De mensen verwachten van de overheid dat zij het geld krijgen, omdat de Tweede Kamer ermee akkoord is gegaan.

De heer Zalm (VVD):

Het is nog helemaal geen wet.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Het voorstel heeft de Tweede Kamer gepasseerd. De Tweede Kamer heeft een besluit genomen. Is het niet asociaal dat de allerlaagste inkomens nu in belangrijke mate de prijs voor veiligheid moeten betalen? Kunt u echt niets fatsoenlijkers verzinnen?

De heer Zalm (VVD):

Wij hebben een algemeen bijstandsniveau. De bijstandsgerechtigden zijn ontzien bij de beslissingen van het kabinet, want de koppeling is bijvoorbeeld volledig toegepast, in tegenstelling tot de bevriezingen van 1993 en 1994. De brutoverbetering is dus zelfs wat groter dan die van werkenden, althans die bij de overheid. Wij menen dat je uitsluitend op individuele basis moet beoordelen en geen algemene regeling moet maken waardoor je na drie jaar in de bijstand extra geld krijgt. Je moet extra geld krijgen als je aan het werk gaat; dat vinden wij belangrijk.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

0,01% verhoging van de derde schijf levert ook die 40 mln euro op. Kies daar dan één keer voor!

De heer Zalm (VVD):

Mijn voorstel past keurig binnen het uitgavenkader waarover het kabinet besloten heeft. Ik stel voor om 140 mln euro extra ter beschikking te stellen voor veiligheid. Dat is belangrijk voor iedereen in Nederland. Daarvoor moet een dekking worden gezocht en dat betekent dat je een keuze moet maken. Dat is politiek bedrijven. Wij hebben deze beide dekkingsvoorstellen. Als anderen nog betere of extra dekkingsvoorstellen hebben, kunnen wij de pot misschien nog wat vergroten en kunnen wij wellicht nog meer aan veiligheid doen. Op dat punt kan er nog best een schepje bovenop.

De heer Verhagen (CDA):

De CDA-fractie heeft toentertijd tegen die motie gestemd, maar dat betekent niet dat wij geld van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten overhevelen naar Justitie.

De dekking door de verkoop van domeingronden is echter een reëel voorstel. U stelt dat u de bijdrage aan veiligheid wilt verhogen. Zelf heb ik dat ook in mijn betoog naar voren gebracht. Ik heb tevens vraagtekens gesteld bij de rechterlijke macht. Valt er met u te praten over alternatieve dekkingen die niet ten koste gaan van de begroting voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid?

De heer Zalm (VVD):

Ik wil best kijken naar uw voorstel. Er valt altijd met mij te praten, maar tegenwoordig hebben wij geen achterkamers meer... Daarom moeten wij hier maar een beetje improviseren!

De heer Verhagen (CDA):

Vandaar dat ik het u hier in alle openheid vraag!

De heer Zalm (VVD):

Ik ben altijd bereid tot een gesprek. Iedereen weet nu dat het plaats zal vinden. Men kan daar dus niet boos over zijn.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Mijnheer Zalm, herinnert u zich dat in het Strategisch akkoord staat dat hiervoor een oplossing gezocht zal worden? Herinnert u zich ook dat in het vorige kabinet een pasklaar wetsvoorstel gereed lag over lang/laag? Daarom is voor deze mensen geld gereserveerd op de begroting voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. U zou zich moeten herinneren dat het vorige kabinet het wetsvoorstel klaar had liggen. Dit kabinet heeft in het Strategisch akkoord gezegd dat aan dit probleem inderdaad iets gedaan moest worden. Mensen rekenen daar dus op. Om die reden is die 40 mln op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gehandhaafd. U kunt dat geld dan nu toch niet aan iets anders besteden? Ja, u kunt het wel als u daarvoor een meerderheid vindt. Het is toch wel heel raar tegenover die mensen als u hun in het Strategisch akkoord eerst iets belooft en vervolgens vandaag zegt dat het geld voor wat anders gebruikt kan worden.

De heer Zalm (VVD):

Ik herinner mij niet dat er in het Strategisch akkoord iets staat over de regeling-Noorman-den Uyl. Ik hoor graag wat de regering ervan vindt.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Daar heb ik het helemaal niet over. U moet even goed luisteren naar wat ik zeg. Er lag een pasklaar wetsvoorstel van het vorige kabinet. Dat heeft te maken met de uitvoering van een motie. Ik vind het prettig als u er iedere keer Noorman-den Uyl bij zegt, maar zodra een motie door de Kamer is aangenomen, is het een motie van de Kamer, namelijk van een meerderheid in de Kamer. Die motie is uitgevoerd door het vorige kabinet. Het wetsvoorstel is er nooit gekomen. Vervolgens is in de begroting voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid keurig 40 mln gereserveerd.

De heer Zalm (VVD):

Ja. Dat had ik destijds al geregeld.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

In het Strategisch akkoord hebt u gezegd dat daarvoor een oplossing gevonden zou worden. Is die oplossing voor de mensen die het geld nodig hebben dat het bij hen weggehaald wordt en aan een ander doel besteed wordt?

De heer Zalm (VVD):

Wij vinden het essentieel dat bij bijstandsverschaffing individuele beoordeling plaatsvindt. Wij zijn tegen een algemene regeling. Daar zijn wij altijd tegen geweest.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

U wijkt op dat punt dus af van het Strategisch akkoord?

De heer Zalm (VVD):

Nee, ik hoor wel wat de interpretatie van de regering is. Ik heb inmiddels begrepen dat de fractie van het CDA liever ook een andere dekking zoekt. Ik wil daar best over spreken.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Die 40 mln staat toch niet voor niks in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid?

De heer Zalm (VVD):

Er staan wel meer dingen in een begroting die eruit kunnen, zo meenden wij vroeger op het ministerie van Financiën. Het feit dat iets op een begroting staat, wil nog niet zeggen dat het niet voor iets anders bestemd kan worden. Dat heet herschikking.

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):

Met een dergelijke dooddoener kun je geen politiek bedrijven! Je kunt er goed mee rekenen, maar je kunt er geen politiek mee bedrijven.

De heer Zalm (VVD):

Het is wel politiek wat ik bedrijf. Ik geef duidelijk prioriteit aan de veiligheid en dat wilt u niet. Dat stellen wij dan nu vast.

Voorzitter. De fractie van de VVD herkent veel liberale gedachten in het Strategisch akkoord, maar ook in de uitwerking daarvan in de eerste begroting van het nieuwe kabinet. In de nieuwe begrotingssystematiek wordt de nadruk gelegd op meetbare prestaties. Op het realiseren daarvan zullen wij ministers en staatssecretarissen beoordelen en niet op de schoonheid van hun ballonnen. Wij zullen het beleid langs de liberale meetlat leggen die wat minder geheimzinnig is dan de feministische meetlat. De liberale meetlat kent de volgende ijkpunten.

  • 1. De afspraken uit het Strategisch akkoord worden nagekomen. Ook minister De Geus kan niet met de sociale partners het akkoord openbreken.

  • 2. Zijn de plannen ambitieus genoeg? Staan er concrete doeleinden in?

  • 3. Staan in de plannen de mensen zelf centraal? Wij hebben niet zoveel behoefte aan plannen waarin de overheid en de maatschappelijke organisaties een doel op zichzelf zijn geworden.

  • 4. Wordt voldoende ingezet op deregulering?

  • 5. Wordt tijdig gerealiseerd wat in het vooruitzicht is gesteld?

Op deze vijf meetpunten van de liberale meetlat zullen wij iedere bewindspersoon beoordelen.

Hoewel ik inmiddels bekend sta als de plaaggeest van de minister-president – ik weet niet of dat een eretitel is – is het volledig terecht als ik hem nu een compliment maak. Samen met de minister van Financiën heeft hij zijn eerste begroting en de troonrede tot een goed einde gebracht. Dat was niet gemakkelijk, want het kabinet was direct genoodzaakt om een aantal nieuwe, moeilijke beslissingen te nemen. Ik bewonder zijn uithoudingsvermogen, want de voorafgaande periode was ook al zwaar. Hij heeft ondanks alle turbulentie om hem heen zijn goede humeur weten te bewaren. Dank dus.

Mevrouw Giskes (D66):

In de opsomming van de beoordelingscriteria van de heer Zalm mis ik er eentje, die voor de VVD altijd een prachtig punt is: het houden van de ministers aan hun plicht om altijd alles duidelijk en eerlijk te vertellen aan de Kamer. Is dat nog steeds een toetssteen, ook in deze nieuwe periode?

De heer Zalm (VVD):

Het is goed, mevrouw Giskes.

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter. Ik hecht eraan hier nogmaals te benadrukken dat fractievoorzitter Thom de Graaf wegens familieomstandigheden niet in staat is aan dit debat deel te nemen, vandaar dat ik hier sta.

Ondanks al onze materiële welvaart leven wij in een tijd die onzeker maakt, die het gevoel geeft weinig greep te hebben op ons eigen leven. Wij zijn van veel afhankelijk: van energieleveranciers, van voedselproducenten, van dokters, van communicatiediensten en van noem maar op. Dat leidt naar onze mening vaak tot een gevoel van onmacht. Waarschijnlijk verklaart dat ook waarom er zoveel onvrede is over de overheid. De overheid zou moeten zorgen voor houvast, maar dat kan de overheid niet in haar eentje. In de ogen van veel mensen doet zij dat te weinig, maar het is een onmogelijke eis. Het is de taak van de overheid te regelen wat mensen niet voor zichzelf kunnen regelen. Allesoverheersend daarbij is ons economisch handelen.

De economie is vrijwel stil komen te staan, het spook van de werkloosheid daagt weer op. Er moet bezuinigd worden. Dat zien wij ook, maar het kabinet maakt verkeerde keuzes. D66 kiest anders. Dat blijkt uit onze tegenbegroting, die ik u bij dezen overhandig voor toevoeging aan de Handelingen.

De voorzitter:

Ik neem aan dat tegen het opnemen van een noot in de Handelingen geen bezwaren bestaan.

(De noot is opgenomen aan het eind van deze editie.)3

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter. Het gaat natuurlijk niet alleen om het anders inzetten van de financiën. Minstens even belangrijk is wat er binnen bestaande budgetten voor koers wordt gevaren. Met welke visie op de samenleving en met welke intenties wil dit kabinet nu eigenlijk proberen om ons land op orde te houden? De roep om vernieuwing vindt mijn fractie terecht, maar vooralsnog dreigt deze roep te ontaarden in ballen gooien en bellen blazen door een kabinet zonder kop. De vernieuwing lijkt er voorlopig uit te bestaan dat een premier in de eerste maand van zijn bewind drie ministers openlijk terecht moest wijzen.

Ik beken het hier maar eerlijk. Ik had de afgelopen maanden moeite om mij een beeld te vormen van het kabinet. De eerste associatie was misschien een gezamenlijke ballonvlucht, maar dit weekeind werd het anders. Toen zag ik het ineens voor me. Ik zag de CDA-delegatie in een degelijke familieauto met Balkenende achter het stuur met een snelheid van 120 kilometer per uur op de linkerbaan rijden. Van der Hoeven leest kaart en Donner corrigeert nog een beetje vanaf de achterbank. Daarachter, in een verlengde auto met getinte ruiten, het LPF smaldeel, natuurlijk met chauffeur, geplakt aan de bumper van de CDA-auto, flitsend met groot licht, klaar om met minimaal 140 kilometer per uur de premier te passeren. De VVD-delegatie rijdt achter de LPF aan, net zo snel, maar op keurige afstand, wachtend tot de LPF het CDA van de linkerbaan heeft geduwd om dan ook met 140 kilometer per uur van de ontstane ruimte gebruik te maken. Ik kan het allemaal weer plaatsen.

Hoe zit het nu eigenlijk inhoudelijk? Wie het goed heeft in Nederland zal het beter krijgen en de rest moet niet zeuren. Is dat nu echt waar Nederland behoefte aan heeft? Dat lijkt dit kabinet ons voor te schotelen. De hoofdpunten van het regeringsbeleid barsten van stoer klinkende projecten met marketingtechnisch zeer verantwoorde namen, waarbij niet op een hoofdlettertje wordt gekeken, maar waarvan nog volstrekt onduidelijk is wat ze gaan inhouden: "Beter Bestuur voor Burger en Bedrijf" als het gaat om minder bureaucratie. De politie gaat "SamenWerken aan Veiligheid". "Zuinig en Zinnig" wordt het geneesmiddelenbeleid en het motto voor het sociaal beleid: "Aan het werk met minder regels". En dan vergeet ik nog bijna de operatie "Publieke Prestatie"! D66 is de laatste om een kabinet een teveel aan ambitie te verwijten. Ook kunnen we begrijpen dat in die korte tijd sinds het aantreden nog niet alles is uitgewerkt. Maar wat er wel is opgeschreven doet het ergste vrezen.

Het kabinet-Balkenende beknibbelt op onderwijs, maakt verlofregelingen onaantrekkelijker, wil het referendum ongedaan maken, prijst groene stroom en groen beleggen uit de markt, gooit de natuur te grabbel en treft de laagste inkomens het hardst in de koopkracht. Is zo'n kabinet serieus bezig met duurzaamheid, met verantwoorde deregulering, met "mensen in staat te stellen naar eigen inzicht keuzes over de inrichting van hun leven te maken en hun vertrouwen te laten houden in de overheid"? Is sprake van herstel van vertrouwen als allerlei regelingen, waar veel mensen zich net op hebben ingesteld, met één pennenstreek worden ingetrokken?

D66 kiest anders. Juist in economisch moeilijke tijden komt het erop aan gericht te investeren en te zorgen voor een gezonde structuur die klappen op kan vangen. Dat lukt alleen door goed na te gaan wat de economische structuur van Nederland ontbeert en die te versterken door een goed opgeleide bevolking en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

De drie coalitiepartijen hadden voor de verkiezingen de mond vol van kleinere scholen, voldoende leraren, het belang van de kenniseconomie, kortom: onderwijs, onderwijs, onderwijs! In het regeerakkoord werd de kleinere school al weggemoffeld, er zouden in ieder geval geen grotere scholen komen. In deze begroting is het onderwerp geheel verdwenen. Aan het onderwijs wordt dus niet gebouwd, het onderwijs wordt gesloopt! Dit kabinet bezuinigt sneller dan er door Paars werd geïnvesteerd. Mooie woorden over meer zeggenschap en meer vrijheid voor scholen en universiteiten, maar de werkelijkheid is dat ze moeten bloeden. Als het kabinet het echt meent met de kenniseconomie, laat het ministerie die korting dan maar zelf ophoesten in plaats van de universiteiten en de hoge scholen er voor op te laten draaien. Aan het adres van de heer Zalm merk ik in dit verband nog op: als er meer geld was geïnvesteerd in sloepen voor de Titanic, hadden heel wat meer mensen het overleefd.

D66 heeft nu al heimwee naar de befaamde columnist Bomhoff die vorig jaar ons zelfs hekelde omdat we te weinig geld wilden vrijmaken voor kennis en onderwijs. Die columnist is ter ziele, maar hij moet zich volgens mij nu omdraaien in zijn graf! In de tegenbegroting kiest D66 anders; D66 kiest vóór kennis: 350 miljoen euro extra voor kleinere en zelfstandige scholen, voor studentenhuisvesting en voor bevriezing van het collegegeld, betere arbeidsvoorwaarden voor leraren en meer ruimte voor de wetenschap.

Door Paars is een aantal verlofregelingen geïntroduceerd om arbeid en zorg beter te combineren. Het kabinet-Balkenende wil deze terugdraaien en vervangen door een halfzachte spaarmogelijkheid waar zelfs het CDA niets in ziet. Die verlofregeling is zo ingewikkeld dat je al je vrije dagen op moet nemen om uit te zoeken hoe die überhaupt werkt. En als er dan 500 miljoen valt te vergeven aan werkgevers in het kader van loonmatiging, stopt D66 dat geld liever in behoud van de spaarloonregeling.

Wie niet meer werkt moet niet in onzekerheid geraken. De dreigende verhoging van pensioenpremies door de tegenvallende beurskoersen en de stijgende lonen doen het kabinet opmerken dat pensioenindexering wel eens duur zou kunnen worden. Dat is een bittere pil voor alle ouderen die hun hele leven premies hebben betaald. Eerst leidden de geweldige beurskoersen ertoe dat de premies voor de werknemers en de werkgevers soms tot nul werden verlaagd (dat noemden ze 'premievakanties'), maar een deugdelijke aanpassing aan de inflatie van de pensioenen vond vaak niet plaats. Nu moeten de premies misschien omhoog en weer waarschuwt het kabinet al op voorhand tegen de kosten van indexering. Het is niet te verteren dat ouderen niet mochten meeprofiteren toen het goed ging, maar wel moeten betalen nu het slecht gaat. D66 vond en vindt dat de inkomens van gepensioneerden moeten worden aangepast aan inflatie en loonontwikkeling. Naast werkgevers en werknemers moeten ook de gepensioneerden zelf over het beleid van pensioenfondsen kunnen beslissen. Wil de regering dat uitgangspunt vastleggen in de aangekondigde herziene Pensioenwet? Wil de regering deze uitgangspunten ook vastleggen in de toegezegde herziening van de Pensioenwet?

Over het vestigingsklimaat in Nederland gesproken, het is treurig hoe het kabinet denkt met het verschijnsel mobiliteit om te moeten gaan. De borreltafel aan de macht! Wat blijft er over van de verhalen dat een kilometerheffing op termijn wel nodig is, maar dat er eerst moet worden gezorgd voor goed openbaar vervoer als daarop fors wordt bezuinigd? Het zal geen verbazing wekken dat D66 die 30 mln euro in de tegenbegroting terugdraait.

Het kabinet draagt de automobilist een warm hart toe, maar wat wij uitgeven aan kwartjes van Kok, kunnen wij niet meer uitgeven aan onderwijs, zorg en veiligheid, waar diezelfde automobilisten net zo hard mee te maken hebben.

Normen en waarden zijn belangrijk. Geldt dat niet ook voor milieunormen en natuurwaarden? Volgens het kabinet blijkbaar niet, want er wordt komend jaar 70 mln euro bezuinigd op natuuraankoop. Natuur is meer dan een uitzicht vanuit de file, meer dan een kruiwagen met kikkers en meer dan een natuurfilm op de televisie. Daarom trekt D66 juist 50 mln euro extra uit voor de natuur.

"Stop the talking, let's go walking", riep de premier in Johannesburg. Wij zeggen: "Run, JP, run!" Er is geen tijd te verliezen als het om bodem, lucht en water gaat. Op dit punt spreidt het kabinet echt misplaatste daadkracht ten toon, want wij gaan wel schuin boren in de Waddenzee, Borssele openhouden en 500 mln euro bezuinigen op groene fiscale regelingen, waaronder groen beleggen. Wil dit kabinet niet juist de burgers en het bedrijfsleven hun eigen verantwoordelijkheid laten nemen? De regelingen die het kabinet nu wil afschaffen zijn goede voorbeelden van milieubeleid en marktwerking. D66 wil die lijn nadrukkelijk voortzetten en draait al die bezuinigingen in de tegenbegroting dus terug.

Mijnheer Balkenende, in Johannesburg zei u dat Nederland niet langer leidend wil zijn op het terrein van duurzame ontwikkeling. In het Strategisch akkoord staat dat milieumaatregelen afhankelijk zijn van de financiële ruimte. Begrijp ik het goed dat het kabinet dus eigenlijk iedere ambitie voor natuur en milieu verloren heeft?

Veiligheid is niet voor niets zo'n overheersend thema tijdens de laatste verkiezingen geweest. D66 is het eens met het voornemen van het kabinet om veiligheid prioriteit te maken van het beleid. D66 steunt een aantal voorstellen op het vlak van justitie en politie, zoals één nationale recherche, het controleren van auto's op wapens en het aanpakken van veelplegers.

Wij maken ons echter grote zorgen over de manier waarop de rechtsstaat door dit kabinet onder druk wordt gezet. Een rechtsstaat bewijst zijn werkelijke kracht op het moment dat deze onder druk staat. Blijkbaar is die in Nederland veel minder sterk dan we altijd gedacht hebben. De sociale rechtshulp gaat teloor. Mensen met weinig geld komen op wachtlijsten te staan om hun recht te halen. De regering doet hier niets tegen. Veel geld gaat naar het bouwen van extra cellen en het opsluiten van bolletjesslikkers; bij elkaar bijna 200 mln euro. Het opsluiten van alle bolletjesslikkers verstopt de celcapaciteit en legt strafrechtsketen lam. De situatie in Haarlem bewijst dit. Het kabinet richt zich veel te eenzijdig op repressie en te weinig op preventie.

Er zou meer blauw op straat komen. Dat was de verkiezingsbelofte van alle regeringspartijen. De kiezer komt bedrogen uit. De politie moet 20.000 zaken extra in behandeling nemen zonder fikse uitbreiding. Het OM moet 10.000 extra zaken gaan verwerken, maar welke officieren moeten die zaken gaan behandelen? Pas in 2003 worden voorbereidingen getroffen voor uitbreiding. Voordat die extra officieren inzetbaar zijn, zijn we jaren verder.

Al die politiemensen en officieren leveren werk aan voor de rechters, maar het aantal rechters wordt niet verder uitgebreid. Minister Donner zegt doodleuk dat zij hun werk maar anders moeten indelen. De rechters schreeuwen niet voor niets moord en brand. Veel strafbare feiten worden of niet vervolgd, of veel te laat en met een kleine strafeis. Wij trekken daarom 100 mln euro extra uit voor veiligheid, voor meer agenten, meer rechters en versterking van het openbaar ministerie.

Veiligheid heeft ook te maken met de zorgvuldigheid waarmee met mensen wordt omgegaan, zowel met mensen van hier als met mensen die van ver komen. D66 wil niet dat er een gevoel van "wij" tegenover "zij" ontstaat. Daar begint het met dit kabinetsbeleid juist lelijk op te lijken. Het beleid van het kabinet is sterk gericht op het tegenhouden van immigranten, maar een beleidsvisie daarover treffen wij niet aan. Verplichte inburgering is staand beleid, dus dat kan het niet zijn. De aangenomen motie van mijn collega Dittrich over de verhouding tussen de verschillende grondrechten en de manier hoe wij in Nederland omgaan met vrijheid van godsdienst, meningsuiting en non-discriminatie, wordt door het kabinet in de discussie over normen en waarden getrokken. Daarbij hoort volgens het kabinet ook respect voor historische waarden. Dat klinkt lekker, maar wat zijn die historische waarden precies? Betekent dat gewoon respect voor onze Grondwet en andere wetten of heeft de minister-president iets anders op het oog?

Het kabinet kan beter inzetten op scholing en werk voor allochtonen dan op hun historische kennis. Een verdere aanscherping van de Vreemdelingenwet 2000, die al tot een grote vermindering van het aantal asielzoekers heeft geleid, is minder nodig dan concrete plannen om passend onderwijs te bieden aan degenen die blijven, bij voorkeur niet opgesloten in zwarte scholen waar Nederlands leren bijna onmogelijk is. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat wij in onze tegenbegroting de taakstelling voor het asielbeleid met 85 mln euro hebben teruggebracht, om meer te kunnen doen aan veiligheid en onderwijs.

Mijn fractie verwelkomt de discussie die het kabinet wil aanzwengelen over onze normen en waarden. Ook wij vinden dat dit geen hobby is voor moraalridders. Wie ergert zich niet aan schofterig gedrag, aan gebrek aan manieren, aan de overdaad van geweld of seks op de televisie? Kennelijk kijken de kinderen van de heer Zalm naar dezelfde programma's als die van mij. Het is soms een doorn in het oog. Een paar reclamecampagnes van een strenge overheid helpen evenwel echt niet. Mocht het kabinet daarmee willen doorgaan, dan heeft mijn fractie een suggestie, die wij per e-mail kregen aangeleverd. Het zijn enkele teksten die in de sfeer van Nijntje, dus begrijpelijk, zijn geschreven. Ik wil ze graag aan het kabinet overhandigen. Ik lees een van de teksten voor, want het is toch bijna tijd voor Sesamstraat. De titel van dit verhaal is "In de bios". Ik citeer: "Loes is in de bios. Het is een mooie film. Jaap heeft een telefoon. Pieppiep, doet de telefoon. Ssst, zegt Loes. Houd je muil, snol, zegt Jaap. Zo kan hij niet rustig bellen."

De heer Zalm (VVD):

Ik geloof dat het niveau van Jip en Janneke nog iets hoger is.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik was bang dat het dan te moeilijk zou worden, dus ik heb het hier maar bij gehouden.

Als het gaat over waarden en normen, gaat het niet alleen over de waarden die het politieke bestuur zelf even oplegt. De overheid stelt wetten vast, maar de onderliggende waarden moeten door de samenleving zelf worden gedragen. Ik mag hopen dat het kabinet wel degelijk van mening is dat de eruit voortvloeiende normen moeten worden nageleefd en gehandhaafd. Het zal uiteindelijk gaan om de spanning tussen individuele vrijheid en gemeenschapsbelang. Dat debat gaat mijn fractie graag aan.

Bij voorbaat leg ik het volgende op tafel. Praten over waarden en normen is schijnheilig als wij ons geen rekenschap durven te geven van de sterke samenhang ervan met ons economisch systeem en met de voorbeelden die worden gesteld. Als geld verdienen ten koste van anderen het enige doel lijkt, als ernstige zelfverrijking aan de top schering en inslag is, als er helemaal niet echt wordt geprobeerd om iets te doen aan de scheve verdeling van de welvaart in de wereld, als economisch leiderschap bepaald niet altijd blijkt samen te vallen met moreel leiderschap, wie heeft dan eigenlijk het recht anderen voor te houden dat zij zich eens wat fatsoenlijker moeten gedragen?

Bepalend voor hoe mensen zich voelen in hun land is natuurlijk ook waar zij aan toe zijn als zij kampen met problemen met hun gezondheid. De gezondheidszorg lijkt door het kabinet-Balkenende voortvarend te worden aangepakt. De hoofdlijnen van de hervorming van de organisatie en de verzekering van de gezondheidszorg zien er goed uit. De D66-fractie wordt echter achterdochtig als het op de financiële kant van de zaak aankomt. Met name voor de opleiding en salariëring van medisch, verplegend en verzorgend personeel zal echt meer geld nodig zijn dan het kabinet ervoor over heeft. De D66-fractie trekt in haar tegenbegroting dan ook 100 mln euro extra uit voor de zorg.

Het kabinet heeft vorige week besloten, het wettelijk referendumrecht af te schaffen. Wie had dat in mei kunnen voorspellen? Democratie in de ramsj! Zeker als tegelijkertijd, wat het kabinet betreft, de mogelijkheden voor inspraak ook nog eens drastisch worden beperkt. De D66-fractie zal keihard knokken om dat recht te behouden door een referendum uit te lokken over de afschaffing van de referendumwet. Dat willen wij doen in samenwerking met al die organisaties en burgercomités die met ons vinden dat Nederlanders zich boos mogen maken over slechte besluiten uit Den Haag en niet alleen maar eens in de vier jaar in dat stemhokje. Wij willen de bevolking het laatste woord geven en niet de politieke elite, zeg ik nog maar eens in de richting van de LPF-fractie. Gelukkig heeft zij echter al gedeeltelijk aangegeven wel degelijk sympathiek te staan tegenover dit voorstel. Van Leefbaar Nederland kreeg ik soortgelijke geluiden.

In de begroting vinden wij geen enkel nieuw voornemen op cultuurgebied, zoals gevraagd in de motie-De Graaf. Kan de regering ons verzekeren dat de brede visie de Kamer ruim voor de begrotingsbehandeling bereikt?

De D66-fractie steunt het kabinet op hoofdlijnen in haar beleid ten aanzien van de WAO. Blijft de regering bij dit beleid of is het ook hier gevoelig voor de druk van de sociale partners? Wordt het de lijn-De Geus of de lijn-Balkenende?

De heer Wijnschenk (LPF):

Mevrouw Giskes, heeft uw partij op 15 mei niet het ultieme raadplegende referendum over zich heen gekregen?

Mevrouw Giskes (D66):

Nee. Wij zijn zeer voor verkiezingen en wij houden rekening met de uitslag daarvan. Dat is echter iets heel anders dan de behoefte van mensen om zich ook op andere momenten te mogen uitspreken. Zij hoeven geen genoegen te nemen met de woorden van uw voormalige fractievoorzitter: als wij het hier een beetje goed doen, hoeft niemand verder meer ergens over na te denken en moet men maar tevreden zijn. Volgens mij is dat niet de algemene opvatting, ook niet van de LPF-fractie; in ieder geval is het niet onze opvatting. Ik ben echter blij met de groeiende steun van de LPF-fractie. Ik denk dus dat het wel goed komt.

Wij houden deze algemene beschouwingen over Hollandse ergernissen en Hollandse problemen. Gedurende de tijd van dit debat zijn er op de wereld al weer duizenden met aids besmette kinderen geboren. Alleen in Afrika zijn het er al 1500 per dag. Zij voegen zich bij de 35.000.000 besmetten die er al zijn. Er sterven nu mensen door honger of natuurgeweld. Ergens worden plannen gesmeed die, als ze tot uitvoering worden gebracht, mensenlevens zullen kosten. Meer dan ons lief is, wórden die plannen ook tot uitvoering gebracht, door individuen en door staten. Een wereldbrand staat op uitbreken.

Sinds 15 mei zijn wij in dit land ernstig naar binnen gekeerd. Symbolisch is het dat in de troonrede het hele woord Irak niet voorkomt, alsof de mogelijke oorlog tegen Saddam Hussein volledig aan ons voorbijgaat. Het zijn spannende tijden voor de gehele wereld, niet alleen voor Amerika. Het kabinet heeft vooralsnog alleen maar staan applaudisseren bij de ferme woorden van de Amerikaanse regering en geen stelling betrokken die past bij het land dat de juridische hoofdstad van de wereld herbergt. De D66-fractie vindt dat instemming van Nederland met een militaire aanval op Irak alleen mag en kan worden overwogen als aan fundamentele voorwaarden is voldaan: een legitimerende uitspraak van de Veiligheidsraad om eventueel met geweld de naleving van de inspectie-eisen af te dwingen, een overtuigend bewijs voor een acute Irakese dreiging om massavernietigingswapens in te zetten en duidelijke initiatieven van Amerika en Europa om het Midden-Oostenconflict te deëscaleren. Gisteren heeft Irak aangegeven toch zonder voorwaarden inspecties toe te laten. Ik juich dat toe en hoop dat de regering niet weer kritiekloos achter de Verenigde Staten aanloopt. Die wijzen de nieuwe opening vanuit Irak vooralsnog categorisch af. Ik wil van de premier weten hoe de regering hierover denkt en hoe zij zich zal opstellen ten opzichte van de VS en binnen de Europese Unie.

Nederland is geen gidsland meer, heeft de minister-president in Johannesburg gretig duidelijk gemaakt. Nederland is een land geworden dat in de pas wil lopen en bij voorbaat buigt voor de wil van grote landen. Dat blijkt ook uit de karige woorden over de toekomst van Europa. De ambities om de Europese landbouw ingrijpend te hervormen zijn al vorige week teruggeschroefd, de ambities om van de Europese Unie een echte politieke en democratische unie te maken, ontbreken volledig. Ooit was Nederland voorloper, nu dreigt Nederland achterblijver te worden.

Voorzitter. Met nagenoeg gelijke economische resultaten voor de korte termijn houden onze voorstellen wel rekening met de internationale situatie. Volgens het Centraal Planbureau zijn ze beter voor het milieu, beter voor het onderwijs en de zorg, beter voor de structuur van de arbeidsmarkt, beter voor de koopkracht van de laagstbetaalden en zelfs iets beter voor het financieringstekort. Dus beter dan de eerste begroting van dit kabinet. Anders kiezen loont dus wel degelijk.

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Mijnheer de voorzitter. Zoals de vorige week bekend is gemaakt is de fractievoorzitter van de ChristenUnie, Kars Veling, wegens ziekte afwezig. Dat is buitengewoon vervelend. Ik zal hem in dit debat naar beste vermogen trachten te vervangen.

Meer dan ooit zijn mensen, na de dramatische gebeurtenissen van 11 september vorig jaar en 6 mei dit jaar, op zoek naar houvast en naar herstel van rust. Het kwaad in onze wereld is duidelijk aanwezig. Wij zien het, wij voelen het. Er is onrecht en onveiligheid, maar ook "gewoon" brutaliteit en gebrek aan fatsoen. Dit verklaart de herontdekking van het belang van waarden en normen. Dat is winst. Dat is zegen.

Het woord is nu aan de politiek. Wij zijn blij dat het kabinet dat aanvoelt. De bescherming en vooral de herwaardering van waarden en normen kost moeite en niet zelden "bloed zweet en tranen", om in de woorden van de premier te spreken. Bovenal vraagt het echter wijsheid. Het is onze overtuiging dat het begin van wijsheid ligt in het kennen van de God van hemel en aarde. Wij wensen en bidden deze ministers en staatssecretarissen toe dat zij deze wijsheid mogen ontvangen.

Tijdens het debat over de regeringsverklaring hebben wij het kabinet voorgesteld, een commissie in te stellen voor maatschappelijke waarden. Dit met het oog op versterking van het gezamenlijk draagvlak voor die waarden en normen in de samenleving. Onlangs kondigde de premier aan te willen bekijken of zo'n commissie voor Nederland nuttig kan zijn. Wij zijn hem daarvoor erkentelijk en denken graag verder mee over de nadere invulling.

Waar moet het waarden- en normendebat over gaan? In Gouda deed men ervaring op met een experiment tot opstelling van tien stadsregels. Wat ons betreft is het een lovenswaardig initiatief. De uitkomst liet vooral dit zien: dat solitaire inwoners, solidaire inwoners moeten worden. Dat is een belangrijke stap, maar daarmee is niet alles gezegd.

In de zoektocht naar gedeelde waarden en normen mogen wij ook wat verwachten van instellingen en organisaties die op dit vlak wat te zeggen zouden moeten hebben. Natuurlijk denk ik daarbij aan het onderwijs, maar zeker ook aan de kerken. Ook de kerken worstelen met de vraag hoe zij Gods goede regels voor het leven, de Tien Geboden, handen en voeten kunnen geven in de levens van mensen en in de samenleving. Als echter in een hoofdredactioneel commentaar van het NRC, begin deze maand, wordt gesproken over de normerende logica van de Tien Geboden, vindt de ChristenUnie dat de kerken zich uitgedaagd mogen voelen om daarover in gesprek te gaan met politiek en samenleving.

Voorzitter: Verburg

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Zou het niet prachtig zijn als hier, in het hart van de democratie, bijvoorbeeld in de Oude Zaal, een gesprek over die herwaardering van waarden en normen gevoerd zou worden door het kabinet, het parlement en de kerken? Ik vraag de minister-president, maar ook de collega's in deze Kamer of zij voor zo'n debat beschikbaar zijn en roep vanaf deze plaats de kerken op om deze suggestie eens op te pakken.

Spreken over de verantwoordelijkheid van de kerk in de samenleving mag niet ten koste gaan van de eigen verantwoordelijkheid van de overheid om normen te stellen en te handhaven. Waarom neemt dit kabinet bijvoorbeeld niet zelf meer initiatieven om extreem geweld en pornografie te weren van de tv en uit het openbare leven? Is het normaal dat jonge kinderen daarmee worden geconfronteerd en dat het wetsartikel dat hen daartegen zou moeten beschermen, eigenlijk niet meer is dan een dode letter? Het Nicam doet goed werk, maar duidelijk is dat meer bevoegdheden nodig zijn. Met name het klachtrecht moet worden versterkt. Minister Heinsbroek wil geweld van de buis weren – prima! Maar waarom niet ook porno weren van de buis, ook als dat kritiek oplevert in de achterban van deze minister? Graag verkrijg ik helderheid hierover.

Ik kom bij een ander voorbeeld. De legalisering van bordelen heeft vrouwenhandel nieuwe kansen gegeven. Dat blijkt uit diverse onderzoeken, waaronder een onlangs aan de stuurgroep Prostitutie en mensenhandel aangeboden rapport. Het betreft een mensonterende "moderne" vorm van slavernij. Kan dit kabinet van CDA, LPF en VVD de moed opbrengen om ook in deze sector, waar de schijn zo bedrieglijk is, de zwakken en de kwetsbaren te beschermen en de eerbaarheid te bevorderen? Zeggen dat je waarden hoog wilt houden, verplicht! Daarom heb ik twee vragen: 1. Wil het kabinet zich inspannen om vrouwen betere mogelijkheden te bieden om uit die vreselijke wereld van prostitutie te stappen? 2. Wil het kabinet een einde maken aan de absurde gedachte dat prostitutie gewoon is en dat het exploiteren van vrouwen als een normaal beroep mag worden beschouwd? Dat betekent dan herinvoering van het bordeelverbod!

Een derde voorbeeld betreft het volgende. De overheid spreekt van 30.000 tot 40.000 dak- en thuislozen, maar volgens het Leger des Heils is dat aantal zeker drie keer zo groot. Extra zorgelijk is het dat de helft van deze mensen psychiatrische problemen heeft, veelal in combinatie met een verslaving. Met name de grote steden ondervinden hiervan de gevolgen; de agressie neemt toe en de problemen navenant. Veelal verslaafde daklozen met psychiatrische problemen vallen tussen wal en schip als het gaat om de opvang. Zij worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ChristenUnie wil graag dat er voor hen een sluitende aanpak komt. Welke inzet mogen wij van het kabinet op dit punt verwachten?

Over verslaving gesproken: zijn de verslaafde en de samenleving waar hij deel van uitmaakt, niet het meest geholpen met een duidelijke normstelling van de overheid op het punt van het drugsbeleid? Het kabinet zet enkele stappen in de goede richting, zeker. Maar waarom het gedoogbeleid niet helemaal op de helling gezet? Dan weten wij met z'n allen waar we aan toe zijn. Het wordt tijd om niet alleen de voordeur van de coffeeshop aan te pakken maar ook de achterdeur!

Ik heb nog een voorbeeld van iets waarbij het kabinet zelf het voortouw zou kunnen nemen. Een meerderheid in de coalitie vindt dat gemeenteambtenaren die gewetensbezwaren hebben tegen het sluiten van het "homohuwelijk", de vrijheid moeten behouden ambtenaar van de burgerlijke stand te zijn. Ik vraag deze minister-president: waarom stelt u dat niet gewoon voor?

Voorzitter. "Geen woorden, maar daden en de handen uit de mouwen", zo zei de premier vol goede moed bij het debat over de regeringsverklaring. Ja zeker, maar regeren is iets anders dan een beetje uit de losse pols discussiëren. Dat is geen "nieuwe politiek", maar "nieuwspolitiek". Uit de vele misverstanden en proefballonnetjes van de afgelopen weken bleek dat nog niet alle ministers dit zomaar begrepen hebben. Eenheid van regeringsbeleid is niet zomaar iets. Het is een voorwaarde voor het functioneren van onze parlementaire democratie. Het kan toch niet zo zijn dat de Kamer pas echt weet of een idee onderdeel uitmaakt van het regeringsbeleid, als de minister-president dat hier heeft bevestigd? Wat gaat de premier nu doen bij de volgende minister die uit de pas loopt?

Maar wij zijn er niet als we ons beperken tot "geen woorden, maar daden". Wij moeten daar nog iets bij zeggen: "geen woorden maar waarden". De waarde van duurzaamheid, van rentmeesterschap, is goed verwoord door de premier in Johannesburg. Hij zei daar: "We moeten stoppen met de schatkamer van de schepping te vernietigen." Dat zijn prachtige woorden, uit ons hart gegrepen. Het maakt ons nieuwsgierig hoe hij deze waardevolle woorden in daden denkt om te zetten; ik hoop dat hij daarop in dit debat een antwoord geeft.

Zo stelt het kabinet dat Nederland de Kyoto-doelstellingen zal gaan halen. Wij hebben reeds gesteld dat dit niet het geval zal zijn door het schrappen van de vele groene regelingen, zoals die voor groene stroom en groen beleggen, en van de kilometerheffing. De Milieubalans heeft afgelopen week deze stelling bevestigd en in de tekst van de Miljoenennota schemert al enige twijfel door. Hoe gaat het kabinet nu het gat dichten tussen resultaat en doelstelling? De minister-president gaat toch niet vertellen dat hij onze milieudoelstellingen vooral in het buitenland wil halen en dat hij daarmee onze binnenlandse verantwoordelijkheid ontloopt? Ik vraag de minister-president rechtuit: handhaaft hij de 50-50-verdeling van het vorige kabinet?

Wat het milieubeleid betreft zijn wij inmiddels wat van de schok bekomen dat we het met een staatssecretaris moeten doen, maar een nieuwe schok is dat deze staatssecretaris kiest voor het minst effectieve beleidsinstrumentarium. In de Milieubalans wordt immers opnieuw benadrukt dat regelgeving uiteindelijk doorslaggevend is voor de verlaging van de milieudruk. Ik begin te geloven dat het milieubeleid dit kabinet gewoon heel weinig interesseert. Ik mag toch hopen dat dít kabinet het milieubeleid niet aangrijpt voor een reactionaire afrekening met links gedachtegoed! Goed beheer van de schepping is immers een christelijke waarde. Ik nodig de premier uit om met een actieve verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling, de indruk weg te nemen dat het milieu onder dit kabinet maar een tijdje voor zichzelf moet zorgen. Wil de minister-president dit toezeggen?

Voorzitter. De afgelopen periode was voor de boeren in ons land een moeilijke periode. De rol van de vorige minister van landbouw was daarbij op zijn zachtst gezegd niet geheel onomstreden. De fractie van de ChristenUnie heeft, net als veel boeren, de verwachting dat de nieuwe minister van landbouw wel in staat zal zijn om in samenwerking met de sector te komen tot een duurzaam, toekomstgericht beleid. Daarbij is het dan wel noodzakelijk dat dit kabinet de lijn van liberalisering nuanceert. Het gaat hier niet om zomaar een tak van industrie, maar om een sector die werkt met natuur, met levende dieren en planten. Ik nodig de minister-president uit hierop in te gaan.

Het kabinet wil de mobiliteitsproblemen op korte termijn aanpakken. Dat is nog eens daadkracht. Toch geldt ook hier: geen woorden, maar waarden. Als er een beleidsterrein is waarop we niet alleen oog moeten hebben voor de kortetermijnbelangen van de individuen, maar ook voor het algemeen belang, de verkeersveiligheid en duurzame ontwikkeling, dan is het toch wel dit. Zo gaat het echter niet. Wel meer wegen, maar de broodnodige aanleg van nieuwe railinfrastructuur blijft achterwege. De aanleg van de Hanzelijn wordt met maar liefst vijf jaar vertraagd. Randstadrail komt er voorlopig niet en de spoortunnel in Delft wordt een gebed zonder end. Bovendien wordt op de exploitatie van het openbaar vervoer bezuinigd. Ik vraag mij af: wat doet dit kabinet voor de treinreiziger? Het treinkaartje wordt flink duurder, zonder de garantie dat het geleverde product ook maar iets verbetert. De concurrentieverhouding tussen auto en openbaar vervoer verandert fors in het nadeel van het openbaar vervoer. Dat is een belangrijke omslag, maar wel in de verkeerde richting. Verdraagt dit beleid zich met een zorgvuldig beheer van de schatkamer van de schepping?

Het kabinet neemt zich voor scholen meer ruimte te geven door deregulering. Daar kunnen we volledig mee instemmen, maar het kabinet investeert nauwelijks in onderwijs, terwijl dat wel hard nodig is. De personeelskrapte zal alleen maar toenemen, zeker nu flink in de gesubsidieerde arbeid wordt gesneden. Om over de slechte huisvesting van scholen maar te zwijgen. De ChristenUnie wil graag boter bij de vis. Laat nu eens zien dat goed onderwijs voor dit kabinet echt hoge prioriteit heeft. Hoe gaat u, met de beperkte middelen die u voor onderwijs uittrekt, uw verkiezingsbeloften inlossen?

Er kom een evaluatie van de praktijk van de abortus provocatus. Dat is hard nodig. Reeds jaren geleden is het aantal gedode kinderen in de moederschoot de 30.000 per jaar overschreden. Weinigen zijn zich bewust van deze enorme aantallen. We verwachten dat dit kabinet er alles aan zal doen om het aantal abortussen in Nederland terug te dringen. Wil de premier dit toezeggen? Wanneer vindt de evaluatie van de abortuspraktijk plaats? Daarbij nog een indringende vraag: wij hoeven toch warempel niet te wachten op de uitkomsten van die evaluatie om reeds nu al alles in het werk te stellen om het aantal abortussen terug te dringen? Wil de minister-president de Kamer met het oog daarop ons snel dienen met voorstellen?

Voorzitter. Het getuigt van wijs beleid dat in de asielprocedure mogelijke terugkeer van meet af aan volop in beeld is. Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten terug naar het land van herkomst. Daarmee zijn we het eens, maar wie in eigen land niet toegelaten wordt, kan hier niet zomaar op straat worden gezet. De waarde van barmhartigheid verzet zich daartegen. Bestuursdwang uitoefenen op gemeenten die hierin hun verantwoordelijkheid nemen, keuren wij ronduit af. Ik zeg dit ook tegen de heer Verhagen. Hij hoort mij nu wel niet, maar in ieder geval is dit ons duidelijke standpunt. Als er evenwel goede mogelijkheden voor terugkeer zijn, moet niet worden geaarzeld. De ChristenUnie-fractie wil wel erg graag wegblijven uit de sfeer van: ga heen en wordt warm. Daarom willen wij de terug- en overnameovereenkomsten aankleden met financiële en economische terugkeerfaciliteiten. Met andere woorden, met een aanbod om de hervestiging gepaard te laten gaan met mogelijkheden om een nieuw leven op te bouwen. Met dit aanbod zullen mensen ertoe kunnen worden bewogen om zich uit de procedure en de opvang terug te trekken en zich voor hun toekomst niet meer te oriënteren op Nederland. Vervolgens liggen er behoorlijke mogelijkheden voor kostenbesparingen. Overigens zal zo'n aanbod alleen mogen gelden voor hen die in de procedure zitten; we willen immers geen aanzuigende werking. Ik wil graag een reactie van de minister-president op dit punt.

Wij moeten overigens beseffen dat mensen niet zómaar hun toevlucht in het Westen zoeken. Wij vinden dat er meer aandacht moet worden besteed aan de redenen, waarom mensen hun land verlaten. We missen op dit punt ambitie bij de regering. De ChristenUnie wil graag van de regering weten of zij, als toekomstig voorzitter van de OVSE en de Raad van Europa, initiatieven wil ontplooien om de door onze fractie voorgestelde hervestigingactiviteiten uit te werken. Het kabinet bezuinigt volgend jaar 170 mln euro op de opvang van asielzoekers door restrictieve maatregelen. Tegelijkertijd is het wereldvluchtelingenvraagstuk nog steeds zeer nijpend. Verreweg de meeste vluchtelingen worden al in de regio opgevangen. Is het kabinet bereid, de volgend jaar bespaarde middelen op asielbeleid toe te voegen aan het budget van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen, de heer Lubbers, om de opvang in de regio inderdaad feitelijk gestalte te geven? Met genoegen stellen wij overigens vast dat het kabinet het reeds jaren geleden door de ChristenUnie gepresenteerde concept voor opvang en toetsing van asielzoekers in de regio, waaronder begrepen de aandacht voor hervestiging, heeft overgenomen. Dank daarvoor.

Nu over de uitbreiding van de Europese Unie binnenkort wezenlijke beslissingen genomen worden, onderstreept de ChristenUnie de kansen en perspectieven die toetredingskandidaten hierdoor krijgen. Deze landen getroosten zich grote inspanningen om te voldoen aan de aan hen gestelde eisen. De nieuwe lidstaten mogen er niet het slachtoffer van worden dat de hervorming van een aantal Europese instituties en de hervorming van het landbouwbeleid nog niet zijn gerealiseerd.

Het financieel en sociaal-economisch beleid van de regering wekt weinig enthousiasme bij de fractie van de ChristenUnie. Het kabinet zégt te streven naar loonmatiging en meer werkgelegenheid. Maar het zit zichzelf daarbij toch wel heel erg in de weg. Het effect van de maatregelen spant het paard achter de wagen. Er zullen méér mensen hun baan verliezen, met name de laagbetaalden, zeker als de ingrijpende bezuiniging op de Melkert- of ID-banen doorgaat. Er is weinig kans op succes om de sociale partners tot loonmatiging te bewegen.

Onder de huidige economische omstandigheden komt het erop aan verstandig te begroten, met het oog op de maatschappelijke problemen. De ChristenUnie wil op vier terreinen een andere keuze voorstellen dan het kabinet. Allereerst lijkt het niet verstandig om onder de huidige omstandigheden een beperking van het EMU-tekort koste wat kost te laten prevaleren. Dat verdiept het dal waarin we zitten. Een licht oplopen van het tekort kan gewoon binnen de EMU-regels, en geeft ruimte voor vervroegde lastenverlichting en meer overheidsuitgaven in verschraalde publieke sectoren, zoals het onderwijs en de zorg. Dat geeft bovendien een economische impuls. Maar dan moet wel in de jaren 2005 en 2006 het overschot sneller worden opgebouwd, zodat de aflossing van de staatsschuld in 2025 als zodanig geen gevaar loopt. Wij willen niet graag potverteren. Ten tweede willen wij de OZB niet afschaffen, omdat alleen woningbezitters hiervan profiteren en het bovendien de gemeentelijke beleidsvrijheid ernstig inperkt. In plaats daarvan willen wij de overdrachtsbelasting op woningen verlagen en wel tot 3%, met ingang van 2003. Het effect daarvan is een stimulans voor de doorstroming op de woningmarkt. Van verlaging van de overdrachtsbelasting profiteren ook toetreders tot de huizenmarkt. Bovendien kan het woon-werkverkeer afnemen. Ten derde is de ChristenUnie tegen de afschaffing van het spaarloon. Spaarloon bevordert de spaarzin, stimuleert de particuliere pensioenopbouw, en de afschaffing ervan is slecht voor de loonmatiging. Duidelijk is dat de vervanging van het spaarloon door de levensloopregeling, zoals voorgesteld door het kabinet, in alle opzichten een verslechtering is. Ten slotte willen we de lasten op arbeid verlichten. Dat is mogelijk door de belasting op milieuvervuilende en gezondheidsbedreigende activiteiten te verhogen. Ik noem onder meer verhoging van tabak- en alcoholaccijnzen, invoering van de kilometerbelasting, verbreding van de regulerende energiebelasting en een heffing op de luchtvaart. Daarmee komen ook internationale milieuafspraken, zoals het Kyoto-protocol, weer binnen bereik.

Voorzitter. Onze financiële voorstellen zijn gebundeld in een tegenbegroting die ik u bij dezen aanbied. Ik verzoek u deze als bijlage aan de Handelingen toe te voegen. En uiteraard hoor ik graag de reactie van de minister-president.

De voorzitter:

Ik neem aan dat tegen het opnemen van een noot in de Handelingen geen bezwaren bestaan.

(De noot is opgenomen aan het eind van deze editie.)4

De heer Van Dijke (ChristenUnie):

Ik begon mijn betoog door te wijzen op de noodzaak en verantwoordelijkheid om adequaat antwoord te geven op de kwade invloeden in de samenleving. Hierin ligt een belangrijke opdracht voor dit kabinet. Ik wil het kabinet aanmoedigen om volhardend te werken aan het herstel van waarden en normen. Mag die dan in de eerste plaats tot uitdrukking komen in de stijl van regeren! Maar zeker ook in het beleid: bij de bestrijding van misdaad, bij de tere materie van de medisch-ethische wetgeving, de bejegening van vluchtelingen, de bescherming van de Schepping, het dichten van de kloof tussen rijk en arm. Veel mensen in dit land zullen voor de overheid bidden. Wij bidden het kabinet graag Gods zegen toe.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Het moet nu dus wel gaan gebeuren. Wij hebben het Strategisch akkoord gehad, evenals de regeringsverklaring. Toen kon nog van alles en nog wat worden doorgeschoven naar de begroting en naar dit debat. Verwachtingen zijn echter gewekt, ook over een andere bestuurscultuur. De kiezers zouden krijgen waar ze op 15 mei jongstleden om vroegen. De politiek moet de onvrede in de samenleving serieus nemen. Zo niet, dan zal te eniger tijd de rekening nog indringender worden gepresenteerd. Het moet nu dus wel gaan gebeuren.

Het tweejaarlijkse SCP-rapport dat eind vorige week verscheen, verslaat het onderzoek naar de kwaliteit van de publieke sector. Helder wordt dat de burger zich vooral ergert aan de slechte prestaties van de overheid op het terrein van de criminaliteitsbestrijding. Dat is niet maar zo een subjectief gegeven. Cijfers over ophelderingspercentages voor geweldsmisdrijven (minder dan 50%) en vermogensdelicten (minder dan 10%) bevestigen dat beeld. De burgers geven de politie en justitie een gele kaart, zo kopte een landelijk dagblad. Daarenboven zijn er de noden van de achterstanden in de gezondheidszorg en het onderwijs en de moeite die het immigratie- en integratieproces oplevert. Kortom, er is sprake van veel urgenties. Er is veel werk aan de winkel.

De gepresenteerde en, voor een deel helaas, vroegtijdig in de openbaarheid gekomen stukken ademen tot onze voldoening een andere sfeer dan we de laatste jaren gewend waren. Er wordt volkomen terecht gehamerd op de noodzaak van herstel van vertrouwen in de overheid. Burgers moeten kunnen rekenen op de overheid: een handhavende, handelende en hoedende overheid. Vertrouwen is niet te koop, dat moet worden verdiend. Herstel van vertrouwen kan niet worden gedicteerd, alleen worden bevorderd. De regering staat voor de immense taak om hieraan naar vermogen te werken. Daarbij zijn daadkrachtige, geloofwaardige en gezaghebbende maatregelen vereist.

Er worden op veel terreinen concrete doelstellingen genoemd. Dat bedoelde ik zojuist ook toen ik sprak over "die andere sfeer". Dat valt positief op. Er is sprake van gekwantificeerde taakstellingen voor 2003 en de volgende jaren van deze kabinetsperiode. Dat is uitdagend, maar het maakt ook kwetsbaar in het geval deze doelen en dit hoge ambitieniveau niet worden gehaald. Dat moet goed worden beseft. Wij nemen aan dat er werkendeweg tot intensiveringen zal worden besloten als bepaalde realisaties achterblijven. Graag een reactie hierop.

De nieuwe politieke stijl van deze coalitie leidt in de stukken, waar het gaat om de balans die leidt tot een duurzame toekomst, tot de frappante woorden: "Zulk een balans vergt regels, maar we willen vooral niet te vaak "ho" roepen." Niet te vaak ho roepen, maar dat moet in elk geval nog wel vaak gebeuren om de bewindslieden allemaal in het gelid te krijgen en te houden ter wille van een duurzame relatie in het kabinet. Dat was een van de meest opval lende zaken tot nu toe. Nogal wat ministers veroorloofden zich uitspraken die op gespannen voet staan met het beleid. Minister Heinsbroek lijkt er een soort handelsmerk van te maken. Maar nu doet ook minister De Boer dat weer met zijn 10 km bovenop de toegestane snelheden op de wegen. En dan lezen wij in de voorliggende stukken het beleidsvoornemen van dit kabinet: snelheidslimieten worden scherper gehandhaafd. Het is toch van tweeën een, minister-president?

Deze uitglijders raken ook het kernthema van de dag van vandaag, namelijk: hoe komen wij tot herstel en herleving van waarden en normen; in het besef en gedrag van burgers, in het intermenselijk verkeer, in de houding ook van de overheid, in wat kan en niet kan, wat mag en niet mag? Daar zullen wij met elkaar weer glashelder over moeten zijn. Immers, te vaak blijkt dat besef, blijkt die standaard te zijn uitgesleten. Verloedering, verslonzing, platvloersheid en dergelijke, moeten krachtig de kop in worden gedrukt. De overheid en overheidsdienaren moeten daarin onkreukbaar zijn en voorop gaan. Daar passen slordigheden niet bij, die vertroebelen het beeld bij de burger, die hollen het gezag van de overheid ernstig uit.

Al jaren lang discussiëren wij over normherstel. Iedereen beseft dat normherstel dringend nodig is, niet alleen in theorie, maar ook metterdaad. Dat herstel is maar gedeeltelijk af te dwingen, het moet weer integraal onderdeel zijn van "hoofd en hart". Hoe dat te bereiken? Gewezen werd op bijvoorbeeld het onderwijs. Wij voegden consequent toe dat het moet beginnen met de opvoeding in de gezinnen. De troonrede beklemtoont dit primaat terecht. In de gezinnen moet er veel meer tijd en aandacht voor zijn, na alle schaduwzijden van individualisering en de "moderne slavernij" van de economische onafhankelijkheid, die stress veroorzaakt in deze overmatig snelle tijd, waarin velen het niet volhouden en medische en/of psychosociale hulp nodig hebben. Overigens behoeft het nauwelijks betoog dat wij zeer nieuwsgierig zijn naar de campagne "Mannen in de hoofdrol". Maar dat terzijde.

De les van Noorwegen zou zijn dat een ingestelde waarden- en normencommissie van bovenaf niet goed werkt, dat het vooral van onderaf moet komen. Toch lijkt de regering te denken aan een commissie, in welke vorm en statuur dan ook, die deze kar moet gaan trekken. Laat het geen denk- of praatgroep meer zijn, maar een aanjager van concrete projecten en een platform van coördinatie, van bestaande initiatieven. Rotterdam en Gouda zijn ten voorbeeld gesteld. De regering spreekt over regulier overleg met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en overheden, teneinde een gedeeld besef van waarden en normen te creëren. Welke maatschappelijke organisaties worden daar bij betrokken? Ik neem graag aan dat ook de kerken bij dit overleg worden betrokken, dat lijkt me totaal vanzelfsprekend. Wil de minister-president toezeggen dat in een dergelijk beraad de héle samenleving wordt vertegenwoordigd?

Wat natuurlijk van wezenlijk belang is, is de vraag om welke waarden en normen het moet gaan. Respect, fatsoen, beleefdheid, medemenselijkheid; jazeker. Hulpvaardigheid, dienstbetoon, naastenliefde; die uiteraard ook. Ze zijn moeilijk limitatief op te sommen. Voor ons staat vast dat vooral ook moet worden gezocht naar een fundament. De vraag over Wiens normen het gaat, moet worden gesteld, anders blijft alles veel te veel in de lucht hangen, aldus de burgemeester van onze residentie. Het duurzame karakter van normen ligt immers niet gegarandeerd in de beweeglijkheid van de menselijke geest en de beïnvloedbaarheid ervan, maar in de verankering in de universele kracht en reikwijdte van de Wet der Tien Geboden. Die heeft God ons tot (eeuwige) zegen geschonken en zijn het waard te worden gehoorzaamd. Daar heeft God ook recht op, wij zijn daartoe allen gehouden. Wat dat betreft zijn wij allen ook schuldig aan het feit dat het in ons land zo ver heeft kunnen komen dat "het recht struikelt op de straten" en wat de Bijbel zonde noemt, wordt gedoogd of zelfs bij wet erkend. Deze constatering moet ons verhinderen een hoge toon aan te slaan en moet ons leiden tot ootmoed en bescheidenheid. Daarom is bekering tot God zo nodig. In de relatie tot God immers, komt de mens pas volledig tot zijn recht, zoals de premier terecht zei op het onlangs gehouden Christelijk Sociaal Congres.

Wij zullen tegelijk al het mogelijke uit de kast moeten halen om het tij te keren. De overheid moet weer morele grenzen trekken, ook of misschien wel juist daar waar men er de laatste jaren te aarzelend mee was. In dat licht staan wij positief tegenover de voornemens om de euthanasieregelgeving en die ten aanzien van abortus provocatus te gaan evalueren. Daarom is het ook goed dat de ethische aanvaardbaarheid van biotechnologische toepassingen expliciet op de politieke agenda komt. Daarom zou de positie van gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand moeten worden ondersteund; collega Van Dijke maakte daar zojuist terecht opmerkingen over. Daarom ook zou het bordeelverbod moeten worden heroverwogen. Duidelijke signalen zijn er toch dat de doelstellingen bepaald niet worden gehaald, eerder het tegendeel. De evaluatie komt dit najaar. Ik neem aan dat de stukken daarover de Kamer tijdig zullen bereiken.

Voorzitter: Weisglas

De heer Van der Vlies (SGP):

De SGP ziet tevens oprecht belangstellend uit naar diverse aangekondigde plannen van aanpak; er wordt zelfs ergens gesproken van een aanvalsplan. Jaren geleden bepleitte ik namens mijn fractie reeds een deltaplan tegen de verloedering. Toen sloeg dat nog niet aan. Laat het er nu van komen. Dan moet gewoon bij het begin worden begonnen. De wetten en regels die er zijn op dit terrein, moeten worden gehandhaafd en nageleefd. De gedoogcultuur is voorbij.

Het overheidsoptreden in dezen moet echter niet vallen onder het vernietigende oordeel dat het toch dweilen met de kraan open is. Dat vereist durf en consequente moed. Een voorbeeld: zo langzamerhand is iedereen toch duidelijk dat in de ether, zelfs op tijdstippen van de dag waarop jongeren kijken, een overvloed aan geweldsscènes wordt vertoond met alle gevolgen van dien voor bepaalde, daardoor negatief beïnvloede jongeren. Minister Heinsbroek wilde daar een einde aan gemaakt zien en wij met hem.

Desgevraagd verwees de minister-president mij in het vragenuurtje van vorige week naar de bestaande wet- en regelgeving die ingrijpen uitsluit, althans moeilijk maakt. Dat was natuurlijk vriendelijk bedoeld, maar wel onnodig, want ook wij weten natuurlijk hoe dat zit. Het gaat echter om de vraag of de politieke wil er is om iets te gaan doen aan deze wet- en regelgeving. Als de wil er is, kan er ook iets op worden gevonden. Dat is hard nodig, mede tegen de achtergrond van het ernstig tekortschietende, om niet te zeggen faillietgeslagen instrument van de zelfregulering. Eenzelfde verhaal geldt porno op de buis en via internet. Daarom doe ik een concreet verzoek om te werken aan effectieve wetgeving tegen deze gewraakte verschijnselen in de door mij gestelde context. Ik krijg graag een heldere toezegging.

Natuurlijk moet fraude krachtig worden aangepakt, moet de illegaliteit worden teruggedrongen, moet de rechtshandhaving worden verbeterd en moet dus opsporing en vervolging worden geïntensiveerd. De voorstellen op deze terreinen verdienen steun en hier en daar zelfs meer dan dat. Denk eens aan de (uitbouw van) de politiesterkte en de daarvoor benodigde opleidingscapaciteit. Daarbij moet ook nauwkeuriger worden gekeken naar het gevolg van berechting, strafoplegging en -uitzitting. De recidive is ongelooflijk hoog! Het is in dit verband niet gemakkelijk te begrijpen dat een vorig jaar door fractiegenoot Van der Staaij bewerkstelligde ondersteuning van resocialisatieprogramma's voor ex-gedetineerden, verzorgd door de Stichting Ontmoeting te Epe, bij Justitie nu al weer is weggeschoven naar VWS met als argument, populair gezegd: dat is ons pakkie-an nu niet meer. Zo zou het met deze subsidie toch niet moeten gaan. Een school mag een leerplichtige leerling niet uitschrijven als deze elders niet aantoonbaar is ingeschreven. Deze projecten mogen niet tussen wal en schip geraken. Ik hoop dat daarover een toezegging kan komen.

Belangstelling heeft mijn fractie voor een project dat aan ons en enkele andere fracties is gepresenteerd door de stichting Gevangenenzorg Nederland om de zogeheten hersteldetentie handen en voeten te geven. Dit project lijkt heel goed aan te sluiten bij de nieuwe inzet in de begrotingsstukken ten behoeve van modernisering van het sanctiebeleid. Graag aandacht daarvoor.

Steun zal de SGP-fractie ook geven aan een hardere aanpak van drugs, bijvoorbeeld door het aanpakken van de facilitatoren, verplichte ontwenning en ontmoediging van coffeeshops. Nederland staat internationaal zeer slecht op de kaart als doorvoerland van hard- en softdrugs, aldus een recent, gezaghebbend Brits rapport van 22 juli jongstleden. De stadsbesturen moeten de uit de hand lopende problematiek weer in de vingers kunnen krijgen. De situatie nú is toch beschamend, zoals blijkt uit de hartenkreet van een Amsterdamse wethouder. Meer ten principale willen wij het softdrugsbeleid opnieuw kritisch ter discussie stellen. We zitten verward in de door onszelf gespannen valstrik van voor- en achterdeur, om het zo te zeggen.

Terrorismebestrijding behoudt terecht hoge prioriteit, mede in internationaal kader. De aandacht hiervoor mag niet verslappen. Neemt dit kabinet de draad van de maandelijkse rapportage weer op die na 12 juli jongstleden door het vorige kabinet werd losgelaten?

De integratieproblematiek gaat ons zeer aan, principieel en ook in verband met de inderdaad gebleken beperkte spankracht van onze samenleving. De toestroom neemt gelukkig af. Strenge doch rechtvaardige maatregelen moeten die trend bestendigen. Tegelijk wil de SGP-fractie oog houden voor echte vluchtmotieven en asielverzoeken. Wij hebben onze morele plichten in het geval van calamiteiten die niet altijd op voorhand strak zijn af te toppen op een niveau van bijvoorbeeld 18.000 instromers, zoals de regering nu lijkt te doen.

Burgerschap vergt inderdaad loyaliteit aan de waarden en normen van onze rechtsstaat. De inburgering moet minder vrijblijvend worden ingericht. Beheersing van onze taal, respect voor de historische en rechtsstatelijke waarden van ons land en zelfredzaamheid staan terecht voorop. Wanneer in het toegezegde Nationaal actieprogramma ter bestrijding van racisme en discriminatie een verbinding wordt gelegd met de eveneens in het vooruitzicht gestelde nota over grondrechten in een pluriforme samenleving, waarin de grenzen van onze wetgeving worden getrokken voor uitlatingen van godsdienstige aard, zal het iedereen duidelijk zijn dat het uiterst nauw luistert. Grote prudentie en behoedzaamheid zijn zonder meer vereist in dezen! Dat is de regering zich toch wel bewust?

Dat geldt evenzeer voor enkele andere constitutionele kwesties die worden aangeroerd. Zo hebben wij geen behoefte aan de gekozen burgemeester, die onzes inziens al te gemakkelijk als zetbaas van de burgerij zal worden gezien.

Een thema dat als rode draad door de stukken loopt en dat wij zeer verwelkomen, is dat van de ontbureaucratisering en deregulering. De regeldruk moet over de hele breedte van het overheidsbeleid drastisch omlaag, uiteraard met behoud van kwaliteit en dienstbaarheid. De operatie 4xB – beter bestuur voor burger en bedrijf – verdient krachtige steun. Bijvoorbeeld op het terrein van de agrarische sector – de boeren, de tuinders, de kwekers en de telers – kan en moet het minder met de papieren rompslomp.

Een gezamenlijke aanpak is nodig om uit het dal te komen. Ik noem voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn. In dat verband moet consequenter worden gekeken naar harmonisatie op Europees terrein. De komende hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid, mede in het licht van de uitbreiding van de EU, verdient alle aandacht, waarbij nota bene niemand minder dan oud-minister Brinkhorst de huidige minister van landbouw Veerman een steun in de rug geeft bij zijn verkennende besprekingen over de wijze waarop die twee majeure processen volgtijdelijk en budgettair op elkaar afgestemd moeten blijven worden. Mikken op forse landbouwhervormingen met als onderpand de uitbreiding van de EU is volgens hem een doodlopende weg. Derhalve moeten de bakens tijdig worden verzet en is de discussie over een uitgavenplafond voor het toekomstige landbouwbeleid wel degelijk terzake en terecht aan de orde gesteld door onze minister.

Wij krijgen binnenkort de algemene financiële beschouwingen nog. Daarom noem ik nu slechts een enkel punt. Het is duidelijk dat de economische groei tegenvalt ten opzichte van eerdere ramingen. Daarom zijn ombuigingen onontkoombaar. Toch willen wij de sectoren zorg, onderwijs en veiligheid optimaal bedienen om uit de problemen te geraken. Tevens moet de aflossing van de staatsschuld prioriteit houden. Ook het WAO-dossier en de reïntegratietrajecten moeten een krachtiger beheer krijgen.

Niet alles kan tegelijk, dat beseffen wij heel wel, maar er zullen op al deze fronten toch vertrouwenwekkende stappen moeten worden gezet. Voor een deel wordt dekking gevonden in de opheffing van de spaarloonregelingen en de aanbieding van een verlofknip of levensloopregeling. Daarover is veel commotie ontstaan, zoals vandaag ook wel is gebleken. Het centraal overleg zou daardoor zelfs ter discussie kunnen komen te staan. Dat brengt ons tot de vraag of overwogen kan worden, deze maatregel te mitigeren door een inkomensgrens aan te houden, bijvoorbeeld die van modaal. Kan een dergelijke benadering worden overwogen en worden betrokken in de ontwikkeling van dit traject? In ieder geval wil de fractie van de SGP de regeling ruimer toegepast zien worden dan nu door de regering is voorgesteld. Wij hebben derhalve positieve aandacht voor de voorstellen die de fractie van het CDA met hier en daar wat steun op dit punt indiende.

Het stemt de SGP-fractie tot diepe dankbaarheid dat de troonrede afsluit met de wens dat Gods zegen op de parlementaire arbeid en de parlementariërs rust. De zegen van de enige levende God, de Vader van Jezus Christus, is voor alle mensen en tijden een groot en onmisbaar geschenk, alle pluriformiteit ten spijt. Uit de grond van ons hart bidden de leden van de SGP-fractie het kabinet wederkerig Gods onmisbare zegen toe.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Voorzitter. Om te beginnen een woord van dank aan allen in de zaal die de lange zit van vandaag hebben volgehouden en ook nu nog aanwezig zijn.

Ik begin met de opmerking: veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven. Zo zou ik het gevoel willen beschrijven dat de leden van de fractie van Leefbaar Nederland bekroop toen wij afgelopen weekend voor de eerste keer het Grote Macro-economische Verkenningsspel speelden. Nadat wij een voorzichtige blik hadden geworpen op de enorme stapels papier die onder de naam "begroting" in ons postvakje waren beland, vroegen wij ons af wat daarvan wordt waargemaakt. Wij van Leefbaar Nederland hadden als nieuwkomers ook nog het idee dat de Miljoenennota voor iedere Nederlander toegankelijk moest zijn, ook zonder rijksbegrotingscursus. Hoewel wij veel dank verschuldigd zijn aan collega Zalm voor zijn cursus, is dat een beginnersfout van ons geweest.

Na het doornemen van de hoofdpunten van het regeringsbeleid 2003 en de Miljoenennota is het ons duidelijk geworden dat het kabinet er voor 2003 nog niet in is geslaagd de hoeveelheid documenten terug te brengen tot een behapbare hoeveelheid. Regeren is vooruitzien, en dat is meer dan gezellig keuvelend een beetje op de winkel passen. Wat in zijn totaliteit opvalt, is het veelvuldig verwijzen naar nog te maken plannen waar deze ploeg soms pas volgend jaar mee komt. Het blijft dus afwachten. Kijkend naar de LPF-fractie zeg ik dan dat die honderd dagen van voormalig fractievoorzitter Herben echt zijn verstreken. Dat past overigens niet in de verwachtingen die de minister-president heeft gewekt. Regisseur Balkenende heeft meer tijd besteed aan het eenstemmig laten kwaken van de kikkers dan aan het formuleren van concrete afspraken. Het gaat misschien wat ver, maar de nauwkeurigheid lijkt soms geweld aangedaan. De minister van Onderwijs moet daar toch echt zorgen over hebben. Ik verwijs naar de Miljoenennota op pagina 9: "daartegenover staan uitgavenverhogingen van ruim 1 miljard euro voor de drie prioritaire sectoren veiligheid, zorg en onderwijs, voor een uitbreiding van de politiecapaciteit, de aanpak van de wachtlijsten en de stijgende leerlingenaantallen". De fractie van Leefbaar Nederland gaat ervan uit dat de regering hier ongetwijfeld heeft gedoeld op de aanpak van het dreigend tekort aan leerkrachten. Het stijgende aantal leerlingen is alleen maar een goede ontwikkeling. Of moeten wij het de kinderen nu verbieden om naar school te gaan?

Onze fractie is, ondanks de grote stapels papier, dapper begonnen met lezen, maar ik werd echt politiek verdrietig toen ik las dat een van de geweldige ideeën van het kabinet is dat er een belevingsonderzoek komt omdat er "een kloof is ontstaan tussen grote groepen burgers en de overheid". Beste mensen, daar is toch echt geen onderzoek voor nodig. Dat de burger ontevreden is, weten wij nu wel. Zelfs als de regering het nog niet wist, dan zou het na de verkiezingsuitslag van 15 mei moeten zijn doorgedrongen. Er zijn twee nieuwe partijen in de Kamer, die bijna 19% van het aantal zetels bezetten. Moeten wij die problemen dan niet aanpakken: de wachtlijsten en het cellentekort in plaats van nieuwe onderzoeken starten waarvan de uitkomst al te voorspellen is? Om nog maar niet te spreken van het geld dat met al die onderzoeken en commissies gemoeid is.

De kiezers hebben een kabinet in het zadel geholpen dat tot op heden steigerend overeind blijft, waarbij sommige ministers de meest vreemde capriolen uithalen. Het eendrachtig uitdragen van het regeringsbeleid is tot op heden niet gelukt en de minister-president valt dan ook niet te benijden. Maar aan de andere kant, en dat is wel te waarderen, er is wel weer wat leven in de brouwerij gekomen.

Ik maak nog een opmerking terzijde, bedoeld voor de minister van Economische Zaken, die er gelukkig weer is. Het spelen van het Grote Macro-economische Verkenningsspel wordt er trouwens niet makkelijker op als de regering iedere keer de regels aanpast. Het is net als met het veilen van de FM-radiofrequenties: als de uitspraak van de rechter je niet bevalt, verander je de regels als wetgever toch gewoon. Daar word je als burger toch een beetje gek van. Met dezelfde snelheid waarmee minister Heinsbroek over de vaderlandse snelwegen raast, verschijnen zijn plannen in de media. Zo vond hij afgelopen zaterdag nog dat het begrotingstekort zou mogen oplopen. Het is onze fractie niet helemaal duidelijk of dit soort kreten door hem worden geslaakt omdat hij de nieuwe partijleider van de LPF wil worden of dat ze het resultaat zijn van een denkproces dat al voor of tijdens de kabinetsformatie is ingezet, maar hij zorgt wel voor de vrolijke noot binnen dit kabinet. En voor de verandering zijn we het ditmaal wel met hem eens. Een beetje meer begrotingstekort – uiteraard met dekking, zeg ik tegen collega Zalm – zou wel mogen. Het is te hopen dat de glamourboys van Economische Zaken met dezelfde vlam in de pijp komen tot een goed beleid en de concrete uitvoering ervan.

Ook de minister van Verkeer en Waterstaat liet met een nieuw gedoogbeleid ten aanzien van snelheidsovertreders van zich horen. Hij kreeg niet veel steun van de andere politieke partijen, maar Leefbaar Nederland is blij met het realisme dat deze minister ten toon spreidt. Weg met het flitspalenfundamentalisme! Geen automobilisten pesten, maar boeven vangen! We passen de regels aan en gaan niet bekeuren voor 3 kilometer boven de 100. Ook hier hopen wij dat de minister zijn oprispingen omzet in concrete voornemens. In de begroting van Verkeer en Waterstaat lezen we er in ieder geval nog niets over; wij roepen hem dan ook op met concrete voorstellen te komen. Sterker nog, uit de stukken blijkt dat de fotorolletjes nog vaker worden gebruikt. Wat deze minister van Verkeer en Waterstaat voor de camera's zegt, is niet hetzelfde als wat zijn ambtenaren op het departement uitvoeren en waarvoor hij politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat geeft te denken voor de toekomst, maar de minister-president kan ons vast wel op weg helpen.

De fractie van Leefbaar Nederland heeft getracht na te gaan of de in het regeerakkoord opgenomen doelstellingen als SMART kunnen worden gekwalificeerd (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Bijvoorbeeld: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport trekt 100 miljoen euro uit om de wachtlijsten met 10 % terug te dringen voor het einde van 2003. Dat is respectabel, maar gaan wij dat ook zien in concrete doelstellingen en gaan de bewindslieden er consequenties uit trekken?

Voor wat betreft de bestuurlijke vernieuwing hebben wij de gekozen burgemeester zien terugkomen en daar is mijn fractie blij mee. Maar daar moet zij het samen met D66 dan ook mee doen. Wij zullen het initiatief van de D66-fractie om een referendum over het referendum te houden van harte steunen. Collega Wijnschenk gaat zich daar zeker bij aansluiten. Ik zie hem al knikken!

Openheid zullen wij als volksvertegenwoordiging trouwens ook moeten betrachten als het rapport van de commissie-Haak in december uitkomt. Iedereen heeft het recht om te weten hoe het is gelopen met de bedreigingen van Pim Fortuyn en de door de regering genomen maatregelen. Ik hoop dat er al voorbereidingen zijn getroffen voor de voorlichting op dit punt. Hoe staat het met de beveiliging van de bewindslieden die nu hun nek uitsteken? Veiligheid is een zaak van ons allemaal, maar zo langzamerhand gaat dat ook voor beveiliging gelden. Hoe is het toch mogelijk dat die man hier vandaag binnen kon komen?

De krant van wakker Nederland attendeerde ons afgelopen zaterdag op een jaarrapport van het Sociaal en cultureel planbureau over 2002. Uit dit rapport bleek maar weer eens dat 75 % van de bevolking van Nederland wenst dat de overheid de criminaliteit krachtiger bestrijdt en de openbare orde beter handhaaft. De politie moet van de bevolking de straat op. 270 agenten per 100.000 inwoners is natuurlijk ook een schijntje, maar de regering doet haar best. Toch hebben de begrotingen van Justitie en Binnenlandse Zaken hebben een hoog "sigaar-uit-eigen-doosgehalte": bezuinigen in 2002, de zogenaamde prijsbijstellingen, en in 2003 weer als extraatje opvoeren wat eerst is wegbezuinigd. Voor justitie wordt in het veiligheidsjaar 2003 minder uitgegeven dan tijdens de afgelopen vijf Paarse jaren. Ferme taal van dit kabinet, maar het mag niets kosten! Wij zijn blij dat ook de voorzitter van de VVD-fractie zich hard gaat maken voor meer geld, uiteraard met dekking. Wij zullen met hem meedenken over de juiste maatregelen in dit verband. Als er geen geld is om de politie en de rechterlijke macht drastisch uit te breiden – en vooralsnog staan wij met lege handen – is het logisch om naar andere, budgettair neutrale, oplossingen te zoeken. Naar het oordeel van de fractie van Leefbaar Nederland heeft deze coalitie daar nog geen duidelijke start mee gemaakt. De Kamerleden van de regeringscoalitie laten met regelmaat luchtballonnetjes op in de pers, maar concrete voornemens meldt het kabinet niet op dit punt. Verjaring van misdrijven afschaffen: de regering meldt er niets concreets over. Politiesterkte drastisch uitbreiden – aldus het CDA voor de verkiezingen –: je zoekt er tevergeefs naar in de begrotingsposten. Wat er voor, tijdens en na 15 mei is gebeurd, is toch niet allemaal voor camera en de bühne geweest?

Je wordt blij als je leest over de invoering van minimumstraffen, maar tegelijkertijd zie je dat dit alleen betrekking heeft op de bestrijding van de grensoverschrijdende internationale zware criminaliteit. Waarom wordt deze lijn niet doorgetrokken naar nationaal verband?

Een andere vraag aan de regering is om er – ook redelijk budgettair neutraal – voor te zorgen dat rechters meer strafzaken alleen kunnen afhandelen. Op de Nederlandse Antillen doen Nederlandse rechters dat immers ook en toch is er geen sprake van tweederangs rechtspraak in dit andere deel van ons Koninkrijk. Als je hetzelfde aantal rechters meer strafzaken laat afdoen doordat zij alleen recht spreken, kunnen de achterstanden misschien worden weggewerkt zonder al te veel geld te investeren.

Een ander idee om de rechtsketen te ontlasten, is uitbreiding van de bevoegdheden van het openbaar ministerie. Ik praat nu niet over de opsporingsbevoegdheden, maar wel over de mogelijkheid om strafzaken af te kunnen doen. Kijk eens of je voor de honderd meest voorkomende misdaden in Nederland een tabel met maatstraffen kunt opstellen. Is het misschien mogelijk dat openbaar ministerie en advocaat overeenstemming bereiken over de straf?

Het is jammer dat de minister van Justitie kwantitatieve en geen kwalitatieve doelstellingen tot uitgangspunt heeft gemaakt van zijn voorgenomen beleid. Hoe moet de politie in vredesnaam 20.000 zaken extra oppakken als hij ook op straat aanwezig moet zijn en het werk nu al niet aankan?

Geef mensen in de veiligheidssector de middelen en pleeg geen roofbouw op de mensen op de werkvloer. De minister-president wil toch ook niet dat er haastwerk wordt verricht, zeker niet in de strafrechtsketen? De planning bij politie en rechterlijke macht kunnen zeker beter, maar er zullen ook mensen bij moeten. Stoere taal alleen is niet voldoende.

In de komende periode zullen vreemdelingenzaken en integratie het zorgenkindje blijven van de minister-president en de minister van Justitie. Dat er op dit departement een "cowboy" is aangetreden voor vreemdelingenzaken en integratie baart mijn fractie niet zoveel zorgen, want dit kan juist verfrissend werken. Wat mij wel bezig houdt, is dat de minister heeft beloofd om op Prinsjesdag te komen met een voorstel tot onderzoek naar dubbele nationaliteit en het afnemen vanéén nationaliteit bij crimineel gedrag. Kan de minister president aangeven waar deze passage of dit voornemen in de stukken is te vinden? Ik hoop dat dit geen grootspraak is geweest van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

Het is ons niet duidelijk waar de minister van Justitie en de minister voor Vreemdelingenzaken de illegalen zullen opsluiten die wachten op hun uitzetting. Waar halen zij de cellen vandaan als er niet op grote schaal wordt bijgebouwd en, nog veel belangrijker, aan de dienst Justitiële inrichtingen niet meer mensen worden toebedeeld?

Leefbaar Nederland is geen tegenstander van het voornemen om twee gevangenen op te sluiten in één cel, maar het moet wel leefbaar blijven, ook in de gevangenissen. Dit betekent dat ook moet worden gezorgd voor uitbreiding van het personeel en soms voor ingrijpende verbouwingen. Zomaar een matrasje op de grond erbij leggen en hopen dat het goed komt, werkt niet.

Inventief zijn en de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk aanwenden, zijn de signalen die de minister van Volksgezondheid afgeeft. Leefbaar Nederland is enthousiast over de plannen van de minister om met grote spoed de zieke gezondheidszorg beter te maken. Als het echter gaat om bijvoorbeeld het medicijngebruik, dan vinden wij de plannen van dit kabinet wel heel optimistisch. De laatste jaren is het medicijngebruik onder de bevolking met 10 % toegenomen. Hoe denkt het kabinet dit terug te dringen bij een vergrijzende bevolking; een stijging van het gebruik zou meer in de lijn der verwachting liggen.

Tot slot vraag ik de regering op dit onderwerp naar het waarom van sponsoring door zorgverzekeraars, bijvoorbeeld van voetbalclubs. Moeten onze premies niet worden gebruikt om zorg in te kopen? Zal de regering daarop letten? Zal de regering er serieus werk van maken dat dit geld wordt geïnvesteerd op de juiste plaats?

In de zorg wordt weinig aandacht geschonken aan donorschap. Nu is de regeling: nee, tenzij, maar het zou de regering sieren als zij werkt aan een regeling: ja, tenzij. Ik hoop dat de regering met voorstellen komt in die richting.

Met het beetje geld dat dit kabinet in onderwijs stopt, kunnen de problemen in de nabije toekomst niet worden opgelost. Wij zijn zeer verbaasd dat er geen concrete plannen worden ontplooid om het werk in het lager en middelbaar onderwijs aantrekkelijker te maken. Alle vernieuwing kan toch niet komen van een individueel nummer dat wordt toegekend aan elke leerling? Onze fractie zet haar vraagtekens bij de aandacht die het onderwerp "doorstroming" van de regering krijgt. De arbeidsmarkt zit op dit moment toch niet alleen maar te wachten op afgestudeerde hbo'ers? Kan de regering vertellen wat eigenlijk zo goed is aan de doorstroomregeling? Waarom moet iemand die graag timmerman wil worden zonodig doorleren voor architect? Er wordt geen huis meer gebouwd als er geen goede timmerlieden in Nederland zijn.

De bezuinigingen op het wetenschappelijk onderwijs hebben de instemming van mijn fractie indien deze ertoe leiden dat universiteiten in Nederland zich specialiseren in de zaken waarin zij nationaal en internationaal uitblinken. Wat dat betreft moeten oude structuren worden opengebroken. Een voorbeeld is de nog niet gerealiseerde technische opleiding geneeskunde in Twente. Dat kan bijdragen aan de verkorting van de duur van de opleidingen. Hoe wil de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het tekort aan ondersteunend personeel oplossen? Het antwoord op deze vraag vinden wij nergens terug.

Loonmatiging is een absolute noodzaak, vindt ook onze fractie. Daarvoor is het noodzakelijk dat de ministers binnen de sociaal-economische driehoek gezag uitstralen naar de partners met wie zij spreken. Dat doe je niet door wekelijks onderling rollebollend over de vloer te gaan of door steeds signalen af te geven die niet op elkaar zijn afgestemd.

Dat het ministerie van Economische Zaken, als subsidiërend ministerie bij uitstek, 50 miljoen bezuinigt op de kennisintensieve economie, is een teken aan de wand voor een minister die doorvoerland Nederland wil laten scoren op de kenniseconomie. Geen woorden maar daden, zou ik met nadruk willen zeggen tot de minister van Economische Zaken. Ook de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dient daarbij te worden betrokken, voordat er geen enkele briljante student meer in Nederland wordt opgeleid.

Als het kabinet de integriteit in het bedrijfsleven wil bevorderen, heeft zij de steun van onze fractie. Fatsoen moet je doen, weg met de zwarte poen! Alle financiële middelen moeten worden geïnvesteerd in het legale circuit en daarvoor is de medewerking van een onafhankelijke accountant noodzakelijk. Beroepsstandaarden moeten in de toekomst, met de ervaringen van de enquêtecommissie bouwnijverheid en de aanstaande discussie daarover in het achterhoofd, nadrukkelijker worden bewaakt. Van herenakkoorden met beroepsgroepen valt niet veel te verwachten. Voorkomen is beter dan genezen, maar de fractie van Leefbaar Nederland zegt: "vertrouwen is goed, controleren is beter". Het vastleggen van bevindingen, zo weten wij uit de historie, frist vaak het geheugen van mensen weer op.

Onze fractie wil het kabinet nog eens nadrukkelijk oproepen, terughoudend te zijn met het vergaand privatiseren van nutsbedrijven en de verkoop van overheidsaandelen in bedrijven die zich bezig houden met publiek transport. Het toezicht van de overheid kan daar niet worden gemist.

De ambities van de nieuwe staatssecretaris voor Emancipatiezaken moeten verder reiken dan het verfijnen van alimentatieregelingen voor gescheiden vrouwen en mannen. Onze fractie zou graag zien dat de staatssecretaris zijn aandacht schenkt aan de rechten van gescheiden vaders en de problemen die zij bij de omgang met hun kinderen ondervinden. Emancipatie is iets voor mannen en vrouwen. Als het gaat om bemoeienis met geweld tegen vrouwen, hoe prijzenswaardig de voornemens op dat vlak ook zijn, zijn het wellicht de bewindslieden van Justitie die het voortouw moeten nemen.

Van een minister die zelf uit de sector komt, verwacht je het eigenlijk niet, maar de ambities van de minister en de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij reiken niet ver. Geloven deze bewindslieden wel in een zelfstandige Nederlandse landbouw- en visserijsector? Er worden in de voornemens veel opmerkingen gemaakt over bestaand beleid, maar er zijn zeer weinig concrete voornemens. Er is een gebrek aan visie op de richting die deze coalitie wil inslaan met de landbouw en de visserij. Het zou moeten gaan om investeringen in hoger onderwijs en daarmee in de toekomst van jonge boeren. Wie als visser actief zijn boterham moet verdienen in Nederland, wordt al helemaal niet vrolijk van deze begroting. Er wordt niets gezegd over de bescherming die beroepsvissers zouden moeten genieten van de rijksoverheid ten opzichte van de zogenaamde sportvisserij. Ik heb het natuurlijk niet over de dames en heren die 's ochtends vroeg langs de vaart zitten, maar over de mensen die in het weekend op professionele wijze kratten vis opvissen en die vervolgens in hun bestelwagen stouwen. Ook daarop zou de controle van de AID zich moeten richten.

De plannen het ministerie van Defensie blijven onze fractie verbazen. Was onder Paars 2 het probleem dat de bewindslieden niet wisten wat de militairen uitvoerden, dit kabinet moet hebben gedacht: met zo weinig mogelijk defensiepersoneel, ook zo weinig mogelijk problemen. Bij de bezuinigingen op dit departement is de JSF heilig verklaard en wordt verder op alles bezuinigd. Leefbaar Nederland was wel voorstander van bezuinigingen binnen de militaire top, maar je moet de mensen die het echte werk doen, bij vredesmissies en bij andere taken in het kader van de veiligheid en het bestrijden van het terrorisme, ongemoeid laten.

Ik heb toch nog een positief punt. De aanpak van de nieuwe minister van VROM is ons werkelijk uit het hart gegrepen. Wij hopen dat meerdere bewindslieden een dergelijke stijl gaan hanteren. Geen nieuwe plannenmakerij, maar eerst eens zorgen dat de bestaande regels worden nageleefd. Kappen in het woud van voorschriften die een belemmering vormen voor de snelle realisatie van projecten in het kader van veiligheid, zorg en onderwijs, als de samenleving daarom vraagt. De rijksprojectenprocedure, onlangs behandeld in de Kamer, is een goed voorbeeld van slagvaardig beleid van deze nieuwe regering. Niet iedereen lukraak bezwaar laten maken, maar bezien of iemand daadwerkelijk belanghebbende is.

De fractie van Leefbaar Nederland geeft aan de regering mee dat de koppeling van de gemeentelijke bevolkingsregisters aan andere overheidsbestanden de controle op het tegengaan van illegale bewoning kan versterken. Uitwassen als in Amsterdam willen wij niet meer meemaken, maar ook hierbij moeten wij wachten op concrete plannen van het kabinet.

Ik behoor niet tot de Limburgse lobby in dit parlement, maar het is jammer dat Maastricht en de rest van Zuid-Limburg nog steeds wachten op de ondertunneling van de A2. Met het geld dat de Betuwelijn ons kost, had deze ongezonde slagader van het zuiden gezond kunnen worden gemaakt. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zou onze fractie tegen de regering willen zeggen, maar ik vrees op dat punt het ergste.

Kan de minister-president nog eens aangeven waarom de transportmogelijkheden te water niet beter worden benut? In de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat vind je van alles over wegen en spoor – het gaat daarbij vaak om heel goede maatregelen – maar over het transport over water en de mogelijkheden op dat punt heeft deze regering weinig denkbeelden. Wij zijn daarin geïnteresseerd.

Het lijkt onze fractie dat dit kabinet onvoldoende notie heeft genomen van de wens van de kiezers op 15 mei. De toekomst zal het leren, maar Leefbaar Nederland is bang dat er met dit beleid een kater voor later wordt gecreëerd. Voor het aantreden van dit kabinet was er het gevoel dat als het kalf verdronken, is men de put moet dempen. Na het lezen van de voornemens van dit kabinet denk ik dat het wel eens zo zou kunnen zijn, dat wij die put met een lampje moeten zoeken.

Het is te hopen dat dit kabinet en de deelnemende regeringspartijen zich realiseren dat zij de gevoelens van de inwoners van Nederland niet moeten negeren. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om het onveiliger worden op straat of de prijsstijgingen door de invoering van de euro. Je kunt die dingen als bewindspersoon een tijdje ontkennen, maar op een gegeven moment komt de bevolking er toch achter.

Tot slot wil ik, deze algemene beschouwingen in eerste termijn afsluitend, het idee opperen om volgend jaar alle fracties vijftien minuten te laten praten in eerste termijn. Dank u wel.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik ben van mening dat wij niet ontevreden hoeven te zijn. Ik dank u allen voor het feit dat wij voor etenstijd klaar zijn met de eerste termijn van de kant van de Kamer.

De minister-president zal morgenochtend om 10.30 uur antwoorden.

Sluiting 18.34 uur

Naar boven