Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, dinsdag 2 maart te stemmen over de moties voorgesteld tijdens het notaoverleg over de beleidsnotitie gemeentelijke herindeling (26331), te weten:

  • - de motie-Van der Hoeven over het niet vooruitlopen op het voorstel tot wijziging van de Wet Arhi (26331, nr. 3);

  • - de motie-Halsema over het instellen van een serieuze beroepsgang met rechtsgevolg (26331, nr. 4);

  • - de motie-Van den Berg over ruimte voor de gemeenten om via samenwerking tot een oplossing te komen (26331, nr. 5).

Ik stel voor, te behandelen donderdag 4 maart bij het begin van de vergadering:

  • - verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften (26251, nrs. 31 t/m 44).

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda voor 9, 10 en 11 maart:

  • - het wetsvoorstel Uitbreiding van de Wet milieubeheer (retributies milieugevaarlijke stoffen) (26161);

  • - het wetsvoorstel Voorschriften van tijdelijke aard, waaronder wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in verband met de vernieuwing van opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van de natuur (Tijdelijke wet aanwijzing bèta-opleidingen) (26339);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet tegemoetkoming studiekosten in verband met uitbreiding van de doelgroep en verhoging van het normbedrag overige studiekosten (26346).

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

maandag 26 april 1999:

  • - van 10.15 uur tot 18.00 uur van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over "De ruimte van Nederland", Startnota ruimtelijke ordening 1999 (26391).

Aangezien voor de stukken gedrukt onder de nummers 26332 (R1627), 26334, 26337, 26342 (R1628) de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken zijn goedgekeurd.

Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.

Aangezien voor de stukken 26354 en 26369 de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Rouvoet.

De heer Rouvoet (RPF):

Voorzitter! De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gisteren een algemeen overleg gevoerd over de medische hulpmiddelen. Ik verzoek u om het verslag van het algemeen overleg op de plenaire agenda te zetten. Hierbij teken ik aan dat een aantal woordvoerders er zeer aan hecht dat nog vandaag te doen.

De voorzitter:

Ik zal de verdere regeling van werkzaamheden afwachten. Aan het eind van de regeling van werkzaamheden zal ik daar een nader voorstel over doen.

Het woord is aan de heer Atsma.

De heer Atsma (CDA):

Mevrouw de voorzitter! Vanmorgen heeft de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gediscussieerd over Agenda 2000, een ingrijpend voorstel met verregaande consequenties voor vele groepen. Het was voorzien dat het overleg om 12.30 uur zou zijn afgelopen. Net als een aantal andere fracties, hecht de CDA-fractie eraan dit overleg een plenair vervolg te geven door het VAO op de agenda te plaatsen. Wij verzoeken u dat hedenmiddag te doen omdat wij een motie aan de Kamer willen voorleggen.

De tijdsdruk wordt aldus verklaard: komende maandag starten in Europees verband de vervolgonderhandelingen, met wellicht definitieve uitkomsten binnen veertien dagen. Daarom kunnen wij niet tot na het reces wachten.

De voorzitter:

Mijnheer Atsma, ik heb begrepen dat het algemeen overleg nog niet is afgelopen. Dat klopt?

De heer Atsma (CDA):

Het was voorzien dat het algemeen overleg over Agenda 2000 om 12.30 uur zou zijn afgerond. Op dit moment is het nog gaande. Verwacht wordt dat het nog ongeveer een halfuur zal duren.

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter! Ik begrijp het verzoek, maar later op de middag vindt een algemeen overleg plaats over Agenda 2000. Ik kan mij voorstellen dat er een samenhang is tussen het overleg van vanochtend en dat van vanmiddag. Ik vraag mij even af wanneer wij dat moeten behandelen. Moet dat niet pas dan gebeuren?

De voorzitter:

Vraagt u dat aan mij of aan de heer Atsma?

Mevrouw Giskes (D66):

Ik vraag het primair aan de heer Atsma en via u aan de overige leden.

De voorzitter:

Dat vermoedde ik al.

De heer Atsma (CDA):

Ik kan uiteraard niet vooruitkijken naar hetgeen vanmiddag gebeurt in het algemeen overleg over Agenda 2000. Ik stel vast dat vanmorgen over wellicht het meest ingrijpende deel van de agenda is gesproken. Wat dat betreft hechten wij er zeer aan om vandaag nog een Kameruitspraak daarover te vragen.

De voorzitter:

Het probleem dat mevrouw Giskes voorziet, is dat wij na afronding van het punt dat de heer Atsma meldt, moeten wachten tot het volgende overleg is afgelopen, om ongeveer half vijf. Het lijkt mij dat dit enigszins ingewikkeld wordt.

De heer Weisglas (VVD):

Ik heb het idee dat de heer Atsma als woordvoerder in het AO, dat nu bijna is afgelopen, over landbouw in het kader van Agenda 2000 een motie wil indienen. Indien zich een woordvoerder aanmeldt voor een AO dat nog moet beginnen en zegt dat hij of zij ook een motie wil indienen, is dat een nieuw feit. Op grond van wat de heer Atsma zegt, denk ik dat wij alleen te maken hebben met het AO dat nu bijna is afgelopen.

De voorzitter:

Ik denk dat het andere punt ook niet specifiek met de Landbouwraad te maken heeft, zodat stemming vandaag minder noodzakelijk is.

Ik stel de Kamer voor, na de stemmingen de vergadering te schorsen tot wij horen wat er moet gebeuren met het algemeen overleg over landbouw. Ik stel voor om er een tweeminutendebat over te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Van der Vlies (SGP):

Inclusief stemmingen.

De voorzitter:

Ik hoop dat ik dat duidelijk gezegd heb.

De heer Atsma (CDA):

Ik ben blij met uw toezegging.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Wagenaar.

Mevrouw Wagenaar (PvdA):

Voorzitter! Er is op 27 januari een algemeen overleg geweest over de millenniumproblematiek. Daarbij is ter sprake gekomen het mislukken van de arbeidspool van het Millenniumplatform. Inmiddels is mij ter ore gekomen dat er een rapport over dat mislukken is geprepareerd. Het Nederlands economisch instituut, het NEI, heeft hiernaar onderzoek gedaan. Mede namens collega Cherribi en collega Van der Hoeven vraag ik de minister van Economische Zaken om dat rapport ten spoedigste naar de Kamer te sturen, vergezeld van een brief waarin oplossingsrichtingen worden aangegeven voor dit vraagstuk.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer De Cloe.

De heer De Cloe (PvdA):

Voorzitter! De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft van de vaste commissie in december 1998 een verzoek gekregen om de Kamer spoedig te informeren over het project C2000, dat gaat over de communicatiesystemen, en met name over de financiële aspecten daarvan. Tot op dit moment is dat "spoedig" nog niet ingevuld in die zin dat de Kamer iets gezien heeft. Wij hebben hier vanochtend over gesproken. Wij zouden graag zien dat de staatssecretaris binnen een week of twee de toezegging gestand doet om de Kamer daarover te informeren.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik kom terug op het verzoek van de heer Rouvoet om een VAO medische hulpmiddelen te hebben. Ik kan mij voorstellen dat wij dat hedenmiddag doen, maar ik kan mij ook voorstellen dat wij dat op 2 maart doen, omdat ik heb begrepen dat de regeling niet eerder ingaat dan op 1 april. Ik leg het eerst even aan de heer Rouvoet voor. Nu wij toch besloten hebben dat wij het VAO landbouw nog hedenmiddag op de agenda hebben, kunnen wij dit eraan toevoegen.

De heer Rouvoet (RPF):

Wat u het laatste zegt, heeft de voorkeur van op z'n minst een aantal woordvoerders die gisteren hebben aangedrongen op een VAO. Wij willen het dus koppelen aan het VAO dat toch al gaat plaatsvinden.

De voorzitter:

Dan stel ik voor, om 15.00 uur te beginnen met het VAO medische hulpmiddelen en direct erna het VAO landbouw te doen. Ik voorzie dat wij, indien nodig, tegen een uur of vijf over de moties kunnen stemmen, maar het kan ook eerder zijn. Ik merk dat er bij sommigen enige onzekerheid bestaat. Ik ken u allemaal een beetje en ik weet dus ook hoe lang tweeminutendebatten duren. Daarom zeg ik voorzichtigheidshalve dat het vijf uur wordt, maar het kan ook vier uur zijn. Dat merkt u dan allemaal wel.

Aldus wordt besloten.

Naar boven