Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van orde.

Vragen van het lid Leers aan de minister van Verkeer en Waterstaat, over de N50.

De heer Leers (CDA):

Voorzitter! Het begint er steeds meer op te lijken dat de nieuwe minister van Verkeer en Waterstaat een heel eigen bestuursstijl aan het ontwikkelen is. Die stijl van vooral irriteren en confronteren is kennelijk nodig om zich zo de ruimte te verschaffen om onder afspraken van haar voorgangers uit te komen. Na Schiphol vorige week gaat het deze week om de contracten met de regio's over de infrastructuur van de regio's. Bij een bezoek aan Zwolle en in Buitenhof hekelde mevrouw Netelenbos de afspraken die in het begin van de jaren negentig door de voorvorige minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Maij-Weggen, over regionale infrastructuurprojecten zijn gemaakt. Deze zijn volgens haar veel te ruimhartig, omdat er volgens haar veel meer beloofd is dan financieel waargemaakt kan worden. Op 14 februari 1994 is evenwel tussen de Staat der Nederlanden en de provincie Overijssel een overeen komst afgesloten over onder andere rijksweg 50 en rijksweg 35. Vier jaar lang zijn die projecten elk jaar opnieuw bevestigd in de begroting van Verkeer en Waterstaat en het MIT. Zij zijn steeds netjes in de begroting meegenomen en voorzien van een datum van uitvoering. Zeer recent, namelijk op 16 april, dus drie weken voor de verkiezingen, is er een contract gesloten met het noorden. Dat was het Langmancontract waar al die noordelijke projecten nog eens in genoemd staan.

Nu de minister van Verkeer en Waterstaat bij de opstelling van haar begroting knijp komt te zitten, omdat dure projecten als de Betuwelijn en de HSL-tunnel niet vlotten en er aanzienlijk meer geld voor nodig is dan eigenlijk voorhanden is, moet een excuus worden gezocht en moet de schuld worden afgeschoven op een ander. En die ander is natuurlijk het CDA. Als je het CDA na vier jaar de schuld moet geven van deze zaak, dan moet de verlegenheid wel heel erg groot zijn. Ik heb dan ook vier vragen aan de minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Weet de minister dat haar voorgangster Jorritsma heet?

2. Deelt zij de algemeen geldende regel dat bewindslieden bij hun aantreden niet alleen de lusten, maar ook de lasten van hun voorgangers overnemen?

3. Vindt zij de projecten waar het hier over gaat, helemaal niet van belang of minder van belang dan de andere projecten uit het MIT, zoals de Betuwelijn en de HSL? Of is zij bereid om ook die projecten eens onder de loep te nemen?

4. Kan de minister aangeven welke afspraken over projecten zij onverantwoord vindt en voor welke afspraken zij niet verder de verantwoordelijkheid wil dragen?

Minister Netelenbos:

Mevrouw de voorzitter! Ik ben blij dat deze vragen aan mij worden gesteld, want nu kan ik wat meer duidelijkheid geven over de procedure rond het MIT. Ik begrijp de hoge toon van de kant van het CDA. Ik heb overigens ook gekeken naar het verkiezingsprogramma van het CDA en de financiële ruimte die daarin voor de komende jaren staat. Dat was 200 mln. per jaar extra. Het kabinet doet daar gelukkig vele scheppen bovenop. Dat betekent dat wij heel wat infrastructurele werken van een plus kunnen voorzien. Dat gebeurt door middel van het MIT. De Kamer weet ook dat half oktober het meerjarenplan er zal liggen. Alles wat u hoort uit de regio – dat is ongetwijfeld heel erg veel – heeft ermee te maken dat de HID's op dit moment op een open en communicatieve wijze spreken met de regio's over de vraag wat er eerst en wat er later wordt gedaan. Zoals bekend, heb ik 45 mld. aan wensen en heb ik 12 mld. extra. Dat is overigens heel wat meer dan in het verkiezingsprogramma van het CDA staat. Dat betekent toch dat wij prioriteiten moeten stellen. Dat doen wij samen met de regio's. Dat is een heel mooie en open manier van werken. Wij willen dus niet irriteren en confronteren. De tussenzin over Schiphol begrijp ik absoluut niet, want ik denk dat de Kamer wil dat ik mij houd aan afspraken die mijn voorganger met de Kamer heeft gemaakt. Dat neemt niet weg dat het altijd moeilijk is om te kiezen. Wie hier ook had gestaan, iedereen had moeten kiezen. Dat doen wij half oktober en niet eerder dan dan.

De heer Leers heeft gevraagd of ik weet dat mijn voorganger Jorritsma heet. Het antwoord daarop is 'ja'.

Verder heeft hij gevraagd of de lusten en de lasten van de voorganger ook gelden voor de opvolger. Dat hangt ervan af. Als je vindt dat je de lasten of de lusten niet tot je verantwoording kunt nemen, kom je met een nieuw voorstel bij de Kamer. Dan kan de Kamer zeggen of zij het daarmee eens is of niet.

Als het gaat om die A50, is het zo dat – dat wordt gemakshalve vergeten – in de kleine lettertjes staat dat als de kosten van een project de pan uitrijzen, er sprake zal zijn van een heroverweging. Bij dit project is er sprake van een kostenstijging van 50%. Ik denk dat de Kamer de eerste zal zijn om tegen mij te zeggen: kunnen wij daar niet nog eens goed naar kijken? Dat betekent namelijk dat andere regio's daar last van krijgen. Op die manier praten wij op dit moment dus met de verschillende regio's.

Het contract met het noorden ken ik. Wij zullen er binnenkort over praten hoe wij dat gaan invullen.

Verder heeft de heer Leers gesproken over de Betuwelijn en de HSL. Het is niet mijn stijl om projecten waar al hard wordt gespit en gegraven, telkens ter discussie te stellen. Zo werkt dat namelijk niet bij infrastructuur. Men is allang aan de gang. Wat betreft de HSL wil ik verwijzen naar het debat dat verleden week is gevoerd over de substitutie van de luchtvaart. Wij hebben de HSL meer dan nodig. Datzelfde geldt voor substitutie van transport over de weg naar rail en water. Al die dingen moeten ook gebeuren. Ik wil dan ook voorstellen om daar niet iedere keer op terug te komen. Dat betekent dat ik denk dat wij het MIT af moeten wachten en daar vervolgens flink over moeten gaan praten. Vervolgens moeten wij echt prioriteiten stellen.

De heer Leers (CDA):

Mevrouw de voorzitter! Ik dank de minister voor haar reactie. Ik ben blij dat zij begrip toont voor onze ergernis. Daarmee houdt mijn begrip voor haar op. Ik vind dat het niet kan dat de minister hier zegt dat er weliswaar afspraken liggen, door de vorige bewindslieden gemaakt, maar dat zij daar geen boodschap aan heeft en dat zij alles wil heroverwegen. Dat kan dus niet. Een nieuwe minister tekent bij aantreden zowel voor de lusten als de lasten. Dat heeft alles te maken met consistentie en betrouwbaarheid. De minister doet met haar uitspraken afbreuk aan die consistentie en die betrouwbaarheid. Wij vinden dat zij dat niet kan maken. Ik raad haar aan de Handelingen van de afgelopen algemene beschouwingen nog eens te lezen. De heer Kok heeft toen uitspraken gedaan over de regioprojecten. Hij heeft met name gezegd dat regioprojecten voor hem zeer belangrijk zijn, maar dat men zich dan wel moet houden aan de afspraken die zijn gemaakt. Wil de minister aan de Kamer een overzicht geven van al die projecten waarvan zij vindt dat zij zich daar niet aan hoeft te houden? En wil zij ook aangeven wat zij dan gaat doen met de financiële bijdragen die vanuit die regio's zelf al zijn gegeven en waar die regio's zich kennelijk wel aan houden?

Minister Netelenbos:

Mevrouw de voorzitter! Ik ben blij dat de heer Leers heeft beluisterd dat ik begrip heb voor de positie van het CDA. Ik had daar wel veel aan toegevoegd. Ik heb absoluut niet gezegd dat alles moet worden heroverwogen. Wel moeten er prioriteiten gesteld worden, want het gaat om 45 mld. aan wensen. Natuurlijk moet daarbij in ogenschouw genomen worden wat voorgangers hebben afgesproken, maar ook de kleine lettertjes in de contracten. Daarbij gaat het namelijk om het incalculeren van prijsstijgingen, over de vraag wanneer het geld voorhanden is, etc. Het lijkt mij niet zinnig om vandaag over de A50, morgen over de A73 en overmorgen over de A2 te spreken. Het is beter het MIT af te wachten dat half oktober verschijnt. Daarin worden de prioriteiten per provincie gesteld, met de bijbehorende argumentatie. Over het MIT zal vervolgens gedebatteerd worden. De Kamer kan aan de hand daarvan laten weten wat zij wil veranderen. Het lijkt mij het beste die procedure te volgen. Ik houd mij aan de contracten. Het gaat hier bijvoorbeeld om een contract dat een clausule bevat over een kostenstijging van 50%. Men zal het met mij eens zijn dat dit tot nadere bestudering noodzaakt. Nogmaals, ik houd mij aan de contracten en als ik dat niet doe, zal ik uitleggen waarom dat niet het geval is. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat ik zo'n zeven of acht jaar na dato alleen maar het beleid van mijn voorgangers uitvoer. Daar vraag ik toch wel enig begrip voor.

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef voor het stellen van vervolgvragen, vraag ik de onverdeelde aandacht van de Kamer voor het volgende. Ik wil namelijk een delegatie van de Staten van de Nederlandse Antillen en Aruba van harte welkom heten die Nederland bezoekt om met de Nederlandse parlementariërs een gedeelte van het Contactplan te bespreken. Wij hopen dat die gesprekken veel vrucht zullen dragen en zullen bijdragen aan de goede samenwerking die wij graag met de Staten van de Nederlandse Antillen en Aruba hebben.

Onze gedachten gaan vandaag natuurlijk uit naar de bewoners van de Bovenwindse Eilanden, waar de orkaan Georges heeft gewoed. Wij leven dan ook vooral mee met de delegatieleden die afkomstig zijn van die eilanden.

(Applaus)

De heer Van Heemst (PvdA):

Voorzitter! Ik had verwacht dat de heer Leers de minister zou vragen wat zij nu precies vindt over de N50. Dat is toch de kapstok waaraan deze mondelinge vragen zijn opgehangen. Dus ik ben zeer benieuwd naar de opmerkingen van de minister over de N50 en naar wat zij daarmee heeft bedoeld.

Ik wijs erop dat in de Kamer de afgelopen jaren bij de behandeling van het MIT via moties op een spoedige voortgang van een groot aantal projecten in de regio's is aangedrongen. In dit kader zijn bestuurlijke verwachtingen gewekt en een aantal zaken is door de Kamer onderstreept. Ik hecht eraan dat deze projecten ook voldoende gewicht krijgen in de afweging die de minister gaat maken met betrekking tot het MIT. Overigens is het geen probleem dat het budget niet voldoende is om alle plannen te financieren. Dat maakt het voor de minister, maar ook voor de Kamer aantrekkelijk om keuzes te maken. In dit verband roep ik in herinnering wat in het regeerakkoord is afgesproken, namelijk dat met de regio's afspraken gemaakt moeten worden over de pakketten voor investeringen. Kan de minister aangeven of die weg in het eerstvolgende MIT wordt verkend?

Wat de N50 betreft wil ik nog weten of de middelen die voor 1997 en 1998 waren uitgetrokken in het MIT, toen het project al financieel mogelijk werd gemaakt, ook daadwerkelijk besteed zijn. Ik vraag mij overigens af of zo'n project überhaupt op een zinvolle manier kan worden uitgevoerd als er een knip in wordt aangebracht. De minister zal dat probleem vaker tegenkomen als zij in projecten wil knippen.

Dan maak ik nog een opmerking over het pakket met het noorden. De minister weet dat in het regeerakkoord staat dat de afspraken met het noorden zijn herbevestigd. Het gaat alleen nog om de vraag hoe zij worden ingepast en niet meer om de vraag in welke mate zij worden ingepast. Op welke termijn zal het overleg over die inpassing met een delegatie uit het noorden plaatsvinden? Wij hechten daar zeer aan.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Over de N50 heb ik in algemene termen gezegd dat in het MIT zal worden aangegeven wat wij wel en niet aan nieuwe investeringen zullen doen.

Wat gebeurt er allemaal op de A50? Eindhoven-Oss zit in het realisatieprogramma. Voor Ewijk-Valburg-Grijsoord is er een plan studie. Kampen-Ramspol-Ens zit in het realisatieprogramma en de brug Ramspol bevindt zich in de planstudiefase. Dat is de huidige stand van zaken. Voor een antwoord op de vraag naar de extra budgettaire middelen zal toch gewacht moeten worden op het MIT; het spijt mij zeer. Dat moet immers integraal worden afgewogen. In het regeerakkoord is ook een afspraak gemaakt over de verhoudingen rail, weg en water. Daar zal ik mee moeten werken. Bijna alle geluiden die uit de regio's komen, gaan over wegen. Wij hebben echter een afspraak gemaakt in die drieslag.

Ik ben voornemens om in het MIT een introductie te geven: hoe is het afwegingskader gemaakt en waarom zijn de prioriteiten ingevuld op de manier waarop dat is gedaan? Vervolgens zal in het kader van het 'groene poldermodel' of het 'contract met de burger' wat ruimte worden gelaten aan de regio's. Wil het Rijk bijvoorbeeld iets doen, maar wil de regio het liever anders, dan willen wij dat toestaan binnen een aantal randvoorwaarden. Zo gaat het altijd bij kiezen. Daarin zit ruimte voor nieuwe afwegingen. Zo moeten wij dat volgens mij met elkaar afwikkelen.

Tot slot kom ik op de moties van de Kamer. Deze zullen even zwaar wegen als alle andere verlangens. Daarop volgt een argumentatie. Ik wijs er wel op dat de middelen die er in het verleden waren, zijn geïnvesteerd in zaken die door de vele inpassingen duurder zijn geworden.

Op het moment dat het kabinet zijn standpunt heeft bepaald en heeft aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan het regeerakkoord, wordt met het noorden overlegd. Dat is ongeveer half oktober.

Mevrouw Verbugt (VVD):

Voorzitter! De fractie van de VVD hecht eraan dat goede afspraken worden gemaakt met de regio's. Dat houdt in dat de gemaakte afspraken op het financiële vlak goed doortimmerd zijn. In dat opzicht zien wij met heel veel belangstelling uit naar het MIT, dat wij binnenkort tegemoet mogen zien. Ik heb hierover drie vragen.

1. Acht de minister het mogelijk dat door een goede samenwerking met de regio's, bijvoorbeeld door bundeling van financieringsstromen en investeringsstromen, projecten versneld kunnen worden uitgevoerd?

2. Ziet de minister in dat licht verder mogelijkheden voor regionale medefinanciering?

3. Mogen wij verwachten dat als het MIT er is en de financiële vertaling naar de projecten heeft plaatsgevonden, de minister stappen zal zetten voor het afsluiten van regionale investeringscontracten?

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Dat zijn drie zeer belangrijke vragen. Het antwoord op alledrie is: ja.

De heer Van den Berg (SGP):

Voorzitter! De fractie van de SGP heeft best begrip voor de moeilijke positie van de minister. De overheid moet echter wel een betrouwbare overheid zijn. Daar zijn wij toch allen van harte van overtuigd. Ik begrijp het als de minister zegt dat zij er niet alleen zit om het beleid van haar voorgangsters uit te voeren. Maar bindende afspraken breken wij toch niet iedere vier jaar open om ze opnieuw te gaan bekijken? Hier liggen heel duidelijke oude afspraken en oude toezeggingen. Mijn fractie hecht er dan ook zeer aan dat die worden nagekomen.

De minister heeft gezegd dat er ook nog kleine lettertjes in het contract staan. De minister is er zich toch van bewust dat een contract altijd een tweezijdige overeenkomst is en dat dus op z'n minst overeenstemming met de partner bereikt moet zijn voordat de zaken worden opgebroken? Ik hoop dat de minister voornemens is om voor het MIT bestuurlijk overleg te plegen met gedeputeerde staten van Overijssel over deze doortrekking. Kan zij ons de resultaten van dat overleg bij het MIT aanbieden, opdat wij een behoorlijke, bestuurlijk afgewogen procedure krijgen? Anders neigt mijn fractie tot het oordeel dat dit toch onbehoorlijk bestuur is.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Ik vraag de heer Van den Berg om in wat voorzichtigere termen te spreken als het gaat om de uitvoering van contracten en de kleine lettertjes, die echt voor beide partijen gelden. Bij verzekeringen moet je ook goed kijken waar je je handtekening onder hebt gezet. Die contracten zijn op een bepaalde manier vormgegeven. Er zijn soms ook verwachtingen gewekt, zonder dat er sprake is van een convenant of een contract. Toevallig trekt de regio Zwolle nu aan de bel, maar ik voorspel dat er uit alle regio's vergelijkbare geluiden komen als de discussie verdergaat. Daar moeten wij ons mentaal maar op instellen.

Ik ga met alle provincies bestuurlijk overleg voeren en niet alleen met de provincies die nu het hardst aan de bel trekken. Ik zal de Kamer op de hoogte houden van de uitkomsten van dat bestuurlijk overleg. Deze spelen ook een rol bij de besluitvorming alhier, neem ik aan.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter! Het kabinet is bezig met een schets voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Daarbij speelt de bereikbaarheid van het noorden een belangrijke rol. De A50 speelt bij die bereikbaarheid een centrale rol. Zolang het niet goed gaat met de A50, blijft het noorden slecht bereikbaar. Ik vraag mij af hoe het standpunt van de minister zich verhoudt tot het belang dat steeds is toegekend aan de bereikbaarheid van het noorden.

Ik heb ook een vraag aan het CDA. De heer Leers verwijst in zijn bijdrage naar de grote projecten, zoals de HSL en de Betuwelijn. Hij wekt daarmee de indruk dat er een andere prioriteit gelegd zou kunnen worden, een verschuiving van de grote infrastructurele projecten ten gunste van de regionale projecten. Kiest het CDA nu werkelijk voor andere prioriteiten of niet? Ik zou hier zeer voor zijn, zeker als het in het voordeel is van regionale projecten.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Er is sprake van een misverstand. In het MIT staat hoe wij omgaan met de N50. Iedereen trekt nu conclusies, maar het kabinet trekt deze pas op het moment dat het MIT wordt toegestuurd, en niet eerder.

De voorzitter:

Zou een lid van de CDA-fractie de vraag van de heer Van Bommel kunnen beantwoorden?

De heer Leers (CDA):

Met alle plezier. Afgelopen jaar heeft de aanleg van de Betuwelijn, de HSL en de Westerschelde-oeververbinding een enorm beslag gelegd op de projecten in het kader van het MIT. Er zijn veel projecten over de rand geschoven, omdat de Betuwelijn, de HSL, en noem maar op, voorrang moesten hebben. Dat dreigt opnieuw te gebeuren vanwege de impasse in de private financiering. Wij komen op het punt dat die megaprojecten in toenemende mate een koekoeksei vormen in het nest van het MIT. Zij duwen alle andere projecten weg. Dat vinden wij niet aanvaardbaar. Om die reden hebben wij twee voorwaarden gesteld bij de financiering van de Betuwelijn. Deze zijn dat de financiering rond moet zijn, evenals de aansluiting met Duitsland. Om die reden heb ik de afgelopen week in de pers verschillende keren duidelijk gemaakt dat voor het CDA de financiering van de Betuwelijn rond moet zijn, voordat wij akkoord gaan met verdere verdringing van andere projecten in het MIT.

De heer Atsma (CDA):

Mevrouw de voorzitter! De minister heeft afgelopen zondag in algemene bewoordingen gesproken over afspraken die met de regio zijn gemaakt. Er zou een heroverweging op onderdelen moeten plaatsvinden. Behalve voor de A50 en de N50 geldt dat wellicht ook voor een aantal andere projecten.

Naar aanleiding van de deelbegrotingen van vorige week hebben wij de conclusie getrokken dat het ook gaat om de N31, de wegverbinding tussen Leeuwarden en Drachten, die verdubbeld moet worden. In 1991 zijn daarover afspraken gemaakt. In de kleine lettertjes is gesproken over de uitvoeringstermijn en over eventuele kostenstijging. Is het de minister bekend dat er in dat contract, maar ook in andere contracten, sprake is van een geschillenregeling, waarbij de betrokken partijen worden uitgenodigd in voorkomende gevallen naar de rechter te Den Haag te stappen? Vindt de minister dat gewenst? Zo nee, wat zal zij doen om dat te voorkomen? Daarnaast vraag ik de minister om welke projecten het nu precies gaat, want zij heeft inderdaad in algemene bewoordingen gesproken. Dit leidt tot veel vragen in veel regio's en in de kern is hier de betrouwbaarheid van de overheid in het geding.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Ik ga mijzelf nu herhalen. De keuzes voor de investeringen die in de infrastructuur, dus in wegen, rail en water, worden gedaan, slaan neer in het MIT. Het kabinet heeft zijn gedachten daarover nog niet opgemaakt. Iedereen kan zich nu zorgen maken voor de toekomst, maar daarvoor is het vroeg genoeg op het moment dat zichtbaar is wat het MIT precies behelst. Dus ook in antwoord op de vraag naar de situatie bij Leeuwarden-Drachten dring ik erop aan dat de heer Atsma eerst het MIT afwacht. Die discussie kan dan worden gevoerd.

Ik geef de Kamer echter graag nog een overweging mee. Wij hebben gekozen voor een open en interactieve wijze van opereren van Rijkswaterstaat. Dit is voor de betrouwbaarheid van de overheid meer dan fantastisch. Over alle ingewikkeldheden en vragen worden discussies met de betrokken regio's georganiseerd, maar nu die als een boemerang lijken terug te komen en in de Kamer leiden tot een 'als, dan'-discussie, vraag ik de Kamer of er niet een fundamentele gedachtewisseling zou moeten plaatsvinden over de vraag hoe hiermee om te gaan. Overigens: half oktober is half oktober; dan ligt het MIT er.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik denk dat de minister gelijk heeft als zij zegt dat wij de discussie over het MIT niet nu al moeten voeren, maar nu de N50 toch ter discussie is gesteld, vraag ik of er een relatie wordt gelegd tussen deze weg, de Hanzespoorlijn en andere openbaarvervoervoorzieningen in het betrokken gebied. Is de minister bereid die relatie nadrukkelijk te leggen in het overleg dat zij heeft aangekondigd, zodat duidelijk is in welke discussie wij ons straks zullen begeven?

Minister Netelenbos:

Bij het stellen van prioriteiten wordt er natuurlijk altijd een relatie gelegd, maar wat dat betekent voor de Hanzespoorlijn en voor de wegenstructuur in de regio Overijssel, zal uit het MIT blijken.

De heer Reitsma (CDA):

De minister heeft meerdere malen – zowel binnen als buiten dit huis – gezegd dat het MIT moet worden afgewacht. Vervolgens maakt zij buiten de Kamer nu wel opmerkingen over dit onderwerp. Mogen wij haar vragen of zij haar mond wil houden zolang het kabinet nog geen definitieve keuzes heeft gemaakt? Hoe verhouden haar opmerkingen zich tot het Infrastructuurfonds waarin letterlijk staat dat bijvoorbeeld de Hanzespoorlijn vier jaar in de tijd naar achteren wordt geschoven en de A50 drie jaar. Zo kan ik nog een heel rijtje noemen. Daarin staat concreet beleid. Wil de minister hierop reageren? Wat is een afspraak haar nog waard?

De minister heeft verschillende malen gewezen op de zogenaamde kleine lettertjes. Ik citeer: 'Het Rijk verplicht zich binnen de mogelijkheden, behoudens wanneer realisering niet mogelijk is door in redelijkheid aan het Rijk niet toe te rekenen externe omstandigheden, tot versnelde aanleg.' Wat betekenen deze kleine lettertjes en wat wordt in dezen onder 'externe omstandigheden' verstaan?

Minister Netelenbos:

Voorzitter! De heer Reitsma vindt dat ik mijn mond moet houden. Bij de opening van de brug in Zwolle werd echter tegen mij gezegd dat alle wensen moeten worden uitgevoerd. Ik heb daarop geantwoord dat je zult moeten kiezen als je voor 45 mld. aan wensen hebt en maar 12 mld. kunt uitgeven. Meer heb ik niet gezegd. Ik heb niet gezegd dat de voornemens voor de A50 wel of niet doorgaan. Ik heb geen antwoord gegeven op die vraag, maar dergelijke opmerkingen krijgen toch een eigen dynamiek. Ook in de uitzending van Buitenhof heb ik gezegd dat er voor 45 mld. aan wensen ligt, terwijl er maar 12 mld. kan worden uitgegeven. Verder heb ik gezegd dat het mij is opgevallen dat er nogal wat contracten uit voorgaande jaren zijn die nog eens goed moeten worden bezien. Ik heb erbij gezegd: het is natuurlijk makkelijker om in een planfase contracten te sluiten dan bij realisering. Al die dingen weeg ik in het MIT. De documenten waarover de Kamer beschikt, zijn opgesteld op basis van de lopende begroting. Dit maakt dat het MIT als het ware het antwoord is op wat het nieuwe kabinet met de nieuwe investeringsmiddelen tussen nu en 2010 op de rails en op de weg gaat zetten. Dat is de volgorde.

Ten slotte iets over externe omstandigheden. Indien wij te maken hebben met een kostenoverschrijding van 50% als gevolg van bijvoorbeeld het feit dat een brug zich in een veel slechtere staat bevindt dan is verondersteld, is er sprake van een externe omstandigheid.

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks):

Mevrouw de voorzitter! Ik denk dat de hele Kamer inmiddels met spanning uitziet naar het MIT en het debat daarover. Ik vind het nuttig er nu een voorschotje op te nemen. De minister had het over kostenoverschrijdingen ten aanzien van de N50 en sprak vervolgens over de Betuwelijn. De Betuwelijn en de N50 zitten in het uitvoeringsgedeelte. Ik meen dat de kostenoverschrijding bij de Betuwelijn een stuk hoger is dan die bij de N50. Misschien kunnen wij in het kader van het MIT eens nagaan waar die kostenoverschrijdingen vandaan komen en of het geld niet op een betere manier kan worden ingezet. Wellicht kan de minister een en ander voor die discussie voorbereiden.

De heer Van Heemst heeft aangegeven dat de Kamer vorig jaar nadrukkelijk heeft gesteld te hechten aan afspraken die met een aantal regio's zijn gemaakt, zoals de Vinex-gebieden, over onder meer het aanleggen van openbaarvervoervoorzieningen. De minister heeft gezegd: ik zal die wensen van de Kamer ook meenemen. Ik vind dat niet juist. Ik ben van mening dat de minister heel duidelijk moet maken dat uitspraken van de Kamer door haar meegenomen worden en zeg maar serieus van waarde worden voorzien.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! In de eerste plaats is er geen sprake van kostenoverschrijding bij de Betuwelijn. Er is wel sprake van besluiten in de Kamer over inpassing en daar vloeit een kostenpatroon uit voort. Met open ogen heeft de Kamer daartoe besloten. Ik stel bij wijze van spreken wekelijks de vraag of het met betrekking tot de Betuwelijn allemaal goed gaat. Het antwoord daarop is telkens: ja.

In de tweede plaats merk ik op dat ik bij het stellen van prioriteiten en het maken van afwegingen inzichtelijk zal maken waarom wordt voorgesteld wat wordt voorgesteld, hoe je daarmee kunt omgaan en welk type afweging je met elkaar zult moeten maken. Ik zal een en ander zodanig proberen te ordenen dat het hoe en waarom maximaal transparant wordt gemaakt. Vervolgens gaan wij de discussie met elkaar aan. Ik verheug mij daar buitengewoon op.

De heer Rietkerk (CDA):

Voorzitter! Ik wil wat informatie geven uit het gebied zelf. Op dit moment ligt er nog geen brug. Dat is het grootste probleem. Minister Jorritsma heeft nog net voor de verkiezingen met glimmende ogen gezegd – ik hoor het haar nog zeggen – toen zij in dat gebied stond bij de twee grote bulten waar die brug van Rijkswaterstaat zou moeten komen: een prachtig cadeau bij het 200-jarig bestaan. Waarom heeft u Maij-Weggen nodig om uw onkunde te maskeren? Ambtenaren in de regio doen terzake nogal wat uitspraken, en niet één keer, maar wekelijks. Ik vraag mij af of u op de hoogte bent van wat zij stellen en zeggen.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! De afspraken die geëffectueerd moeten worden, worden in het MIT uitgewerkt.

Men moet voordat de werkelijkheid met zichzelf op de loop gaat, goed nagaan wat ik heb gezegd over Maij-Weggen. Ik heb gezegd: wat mij opvalt, is dat er in een ver verleden nogal wat afspraken en convenanten zijn gemaakt en verwachtingen zijn gewekt zonder dat duidelijk is gemaakt hoe een en ander gefinancierd moet worden. Mijn probleem is hoe ik zoveel miljard aan wensen kan combineren met de middelen die ik heb. Ik merk op dat ik nogal wat middelen heb. Het gaat om 12 mld. extra en 66 mld. in totaal voor de periode tussen nu en 2010. Dat is niet mals. Toch zullen wij moeten kiezen. Laten wij hiermee zo omgaan. Wie hier ook had gestaan, iedereen had moeten kiezen. Het gaat niet alleen om de regio Overijssel, het gaat niet alleen om de Randstad, maar het gaat om heel Nederland. Laten wij die keuze met verstand maken. Als wij dat rustig doen, komt het vanzelf goed.

De heer Stellingwerf (RPF):

Voorzitter! De minister benadert de zaak sterk vanuit de grote hoeveelheid wensen. Ik heb het gevoel dat dit de suggestie wekt van vrijblijvendheid. Ook het open en interactief planproces suggereert een te grote mate van vrijheid, terwijl naar mijn idee convenanten en contracten juist aangeven dat de discussie helemaal niet zo open is. Zijn de projecten waar contracten aan ten grondslag liggen, in ieder geval minder open dan de grote brij van projecten waarover helemaal nog geen contract is gesloten? Ik denk dat dit van belang is, ook voor de regio's waar deze discussies worden gevoerd. Moeten we hier bovendien niet spreken van gewekte verwachtingen? Is het juist dat reeds allerlei zaken in uitvoering zijn genomen, hetgeen tot schadeclaims zou kunnen leiden? Ik vraag de minister of zij bij de verdergaande discussie over het MIT hieraan aandacht wil besteden.

Minister Netelenbos:

Voorzitter! Als het gaat om 45 mld. aan plannen, kan men niet spreken van vrijblijvendheid. Dat is een verkeerde terminologie. Het gaat echt allemaal om uiterst serieuze wensen. Bij de argumentatie moet hetgeen in het voortraject al is gebeurd – en hiermee verwijs ik weer naar het MIT – natuurlijk zeer zwaar wegen. Ik zal een zodanig overzicht geven, dat voor eenieder inzichtelijk wordt waarom wij uiteindelijk kiezen wat wij kiezen. Maar nogmaals: er is nog niet gekozen. Aan iedereen die het nu heeft over contractbreuk en schande, zeg ik: er is nog niet gekozen.

Naar boven