Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevings-
c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:
dinsdag 20 mei 1997:
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Sipkes.
Mevrouw Sipkes (GroenLinks):
Voorzitter! Amnesty International start vandaag in Nederland het Nederlandse
deel van de campagne voor een humaner vluchtelingenbeleid. De kritiek op het
huidige beleid is niet mals. Er wordt gesteld dat verschillende regeringen
regelmatig uitglijders maken in de wijze waarop meer en meer getracht wordt
om vluchtelingen aan de grens weg te houden. Ook Nederland wordt in dit kader
genoemd en ook Nederland krijgt van Amnesty International het verwijt dat
het mensenrechten schendt waar het gaat om het vluchtelingenbeleid, het toelatingsbeleid.
Voorzitter! Ik krijg graag op zeer korte termijn een reactie van de staatssecretaris
van Justitie op deze kritiek van Amnesty International. Ik vraag mij af of
de staatssecretaris bereid is gehoor te geven aan de vraag van Amnesty International
naar een humaner asielbeleid. Welke initiatieven zal zij daartoe gaan ondernemen?
Het gaat niet alleen om Nederland, want Amnesty International richt zich
nadrukkelijk ook op de situatie wereldwijd en dan met name op de situatie
in Europa. Ook daar wordt een aantal concrete aanbevelingen gedaan. Daarom
wil ik mijn verzoek niet alleen richten tot de staatssecretaris van Justitie,
maar ook tot de bewindslieden van Buitenlandse Zaken. Ik wil van hen graag
horen welke concrete stappen er genomen zullen worden om op Europees niveau, met name ook gericht op de huidige IGC-onderhandelingen
en de resultaten daarvan, gehoor te geven aan het verzoek en de oproep van
Amnesty International.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden
naar het kabinet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Rabbae.
De heer Rabbae (GroenLinks):
Voorzitter! Het is nu duidelijk dat alle pogingen om Fokker nog van de
grond te krijgen, zijn mislukt. In de brief van de minister van Economische
Zaken aan de Kamer, waar mijn fractie en de fractie van het CDA om gevraagd
hadden, schrijft de minister dat de Staat alle financiële commitments
aan Fokker zal staken en nu, gelet op de ontstane situatie, definitief. Dat
is voor mijn fractie een reden om een debat hierover aan te gaan met de minister
van Economische Zaken en het is een reden voor mij om u te vragen of u bereid
bent om daarvoor in de loop van de volgende week tijd in te ruimen.
De voorzitter:
U wilt naar aanleiding van die brief dus in de loop van de volgende week
een debat aangaan met de minister?
De heer Mateman (CDA):
Voorzitter! De brief is inderdaad geworden wat collega Rabbae en ik ervan
hoopten, een brief met enige substantiële inhoud. Wij schuwen niet een
parlementair debat over die zaak, mits dat niet bedoeld is als de finale afsluiting
van die moeilijke problematiek. Als de heer Rabbae zegt dat het debat kan
opleveren dat wij het onderwerp in detail nader zullen gaan bekijken –
dat sluit ik niet uit met dit voorstel – dan ben ik geneigd om daarmee
akkoord te gaan. Wij zouden er ook in de commissie over kunnen praten. Als
hij zegt: een parlementair onderzoek halen wij toch niet, gezien de opstelling
van de coalitiepartijen en daarom maar zo snel mogelijk een full-fledged debat,
dan kan ik mij die inschatting voorstellen. Ik heb nog steeds enige hoop op
de redelijkheid van collega's als de heer Remkes. Ik wil graag een debat,
met het openhouden van alle mogelijkheden. Ik weet niet goed wat dit voorstel
inhoudt.
De heer Remkes (VVD):
Wat mij betreft, is het van tweeën één: ofwel volgende
week een debat – dat is dan wat de VVD-fractie betreft ook het afrondend
debat – ofwel wij lassen een soort commissieronde in, waarin het accent
ligt op het verkrijgen van meer technische informatie. Het afrondende debat
zou dan over twee of drie weken kunnen worden gehouden.
De heer Zijlstra (PvdA):
Ligt het niet meer in de rede om deze brief in de eerste plaats in de
commissie aan de orde te stellen? Er kan dan over de procedure worden gesproken.
Dat is in dit huis een normale gang van zaken. Vervolgens kan worden bepaald
hoe er verder mee zal worden omgegaan.
De voorzitter:
Ik stel voor, de brief spoedshalve in handen te geven van de commissie.
Morgen kan ik bij de regeling van werkzaamheden eventueel een voorstel doen
over de verdere afhandeling.
De heer Rabbae (GroenLinks):
Mijn fractie heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat zolang de
onderhandelingen aan de gang zijn, geen debat moet worden gehouden, om de
onderhandelingen niet te frustreren. De onderhandelingen zijn thans afgelopen.
Het doek is definitief gevallen. In de commissie is deze mening door mijn
fractie en die van het CDA enkele malen geventileerd en ook door de coalitiefracties.
Wij hebben anderhalf jaar gewacht alvorens hierover met de minister te praten
en daarom vind ik het volledig legitiem dat hierover een plenair debat wordt
gehouden.
De heer Zijlstra (PvdA):
Dat kan best het resultaat zijn, maar het is toch normaal dat in een procedurevergadering
wordt afgesproken hoe wij met brieven van de regering omgaan. De commissie
kan vervolgens met een voorstel komen.
De voorzitter:
De commissie heeft ook het recht en de vrijheid om onmiddellijk een debat
te vragen. Het standpunt van de heer Rabbae is helder, maar wij hebben wel
te maken met de normale procedures die wij met elkaar zijn overeengekomen.
Ik persisteer bij mijn voorstel dat de commissie zo spoedig mogelijk in procedurevergadering
bijeenkomt om een oordeel te geven over de verdere afhandeling van de brief.
De heer Mateman (CDA):
Als waarnemend voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken
zal ik vanmiddag zo snel mogelijk na het debat over de Nederlandse taal, waaraan
ik gelukkig moet deelnemen, een procedurevergadering laten uitschrijven.
Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.