Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 23, item 4

4 Mededelingen

Voorzitter: Broekers-Knol

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld: 

Beuving, De Grave, Dupuis en Backer, wegens ziekte. 

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen. 

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het lid Koffeman mij op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om aan het begin van de middagvergadering de Kamer verlof te vragen tot het houden van een interpellatiedebat. Ik geef het woord aan de heer Koffeman. 

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Ik wil graag toestemming vragen voor een interpellatie volgende week met de staatssecretaris van Economische Zaken vanwege het feit dat we hier voor het kerstreces met spoed de melkveewet hebben behandeld, met als argument dat anders de derogatie in gevaar zou komen. 1 maart zou er een Algemene Maatregel van Bestuur komen om de lege kaderwet in te vullen. Die AMvB is er niet. Daarover wil ik de staatssecretaris heel graag wat vragen stellen. 

De voorzitter:

Wenst een van de leden het woord over dit verzoek? Ik zie iedereen knikken, maar wie wenst het woord? Mijnheer Van Boxtel? 

De heer Van Boxtel (D66):

Ik steun het verzoek graag, maar ik wil wel graag zeker stellen dat we, als er tegelijkertijd in de Tweede Kamer ook een debat over dit onderwerp plaatsvindt, bekijken of het hier nog nodig is of niet. Maar als het debat in de Tweede Kamer uitblijft of later plaatsvindt, steun ik het verzoek van de heer Koffeman graag. 

De heer Thissen (GroenLinks):

De fractie van GroenLinks ondersteunt het voorstel ook graag, temeer omdat wij met stoom en kokend water het voorstel op verzoek van de staatssecretaris moesten behandelen voor 1 januari. Zij deed de belofte om voor 1 maart met een AMvB te komen. Ik weet niet of de concept-AMvB kwijt is geraakt op het ministerie; je hoort weleens wat. Maar we houden graag vast aan het verzoek van de heer Koffeman. 

Mevrouw Barth (PvdA):

Ook wij zijn bereid om het verzoek te steunen, maar ik zeg daarbij het volgende, in aanvulling op wat de heer Van Boxtel net zei. Wij hebben begrepen dat er in de Tweede Kamer over hetzelfde onderwerp al een dertigledendebat is aangevraagd. Als dat dertigledendebat volgende week of net daarna plaatsvindt en het onderwerp erop lijkt, lijkt het ons niet zo zinvol om dat debat hier nog eens dunnetjes over te doen. 

De heer Koffeman (PvdD):

Ik kan mij er zeer in vinden dat we moeten proberen een herhaling van zetten te voorkomen. De Tweede Kamer zal echter per definitie niet spreken over de procedure die hier is gevolgd. Als dat punt niet aan de orde is geweest, wil ik heel graag volgende week in het College van Senioren de stand van zaken bespreken. 

De voorzitter:

Ik kijk even rond om te bezien of er voldoende steun is voor het verzoek. Ik zie dat u allemaal knikt. Gehoord het College van Senioren, stel ik voor, de interpellatie volgende week dinsdag te houden. Ik stel aan de Kamer voor, de spreektijd voor de interpellant in eerste termijn vast te stellen op maximaal vijf minuten. Ik stel voor, de spreektijd in tweede termijn voor de interpellant en eventuele tussenkomende sprekers vast te stellen op maximaal twee minuten per persoon. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.