2 Algemene politieke beschouwingen

Aan de orde zijn:

  • - de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2012 (33000).

De voorzitter:

Ik heet de minister-president en de overige leden van het kabinet – ministers en staatssecretarissen – van harte welkom in deze Kamer. Het zijn de eerste algemene politieke beschouwingen in de Eerste Kamer na het aantreden van de Kamer in haar huidige samenstelling. Dat betekent onder meer dat zeven fractievoorzitters voor het eerst het woord voeren tijdens deze algemene politieke beschouwingen. Drie van hen houden bovendien hun maidenspeech in deze Kamer, te weten de leden Barth, Brinkman en Machiel de Graaf. Om de spanning van het debat niet telkens te breken, zal ik deze leden niet afzonderlijk na hun maidenspeech toespreken, maar zal ik aan het eind van de eerste termijn enige woorden tot hen drieën richten, waarna er zoals gebruikelijk gelegenheid is hun met hun maidenspeeches geluk te wensen.

Het woord is allereerst aan mevrouw Barth.

De beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Ik sta hier in het besef dat ik hier vanochtend mijn maidenspeech houd. Vanwege het belang van dit debat zie ik graag af van het recht om niet te worden geïnterrumpeerd. Dit zijn algemene beschouwingen. Elke vraag die mij gesteld wordt tijdens mijn inbreng, is van harte welkom.

Voorzitter. Een paar weken geleden mocht ik hier een klas van mijn oude middelbare school ontvangen. Het ware leuke, jonge mensen, bijna volwassen. Sommigen al dan niet quasi verveeld. De meesten oprecht bezig met de wereld, die zij zo anders binnenstappen dan hun ouders. Deze jongeren kunnen sneller typen dan denken. Via sociale netwerken kletsen ze net zo gemakkelijk met jongeren in Australië als met hun vrienden in de klas. Ze gaan een beetje glazig kijken als je begint over de gulden of over de DDR. En bij de volgende verkiezingen mogen ze voor het eerst stemmen, maar ze hebben vaak nog geen idee op wie.

Hun wereld is zo anders dan die van mij, toen ik zo oud was. Toen was de Koude Oorlog bijvoorbeeld de harde realiteit. Maar de wereld begint ook op 1982 te lijken. Toen was één op de vier jongeren werkloos. Nederland zat midden in een grote economische crisis. Mijn generatie kwam de arbeidsmarkt op met de verwachting dat er weinig ruimte voor ons zou zijn. Wat voor toekomst hebben wij vandaag onze jongeren te bieden? Wat voor land, wat voor wereld dragen we aan hen over? is dat dezelfde uitzichtloosheid van toen of tonen we de ambitie om straks een toekomst achter te laten die een beetje beter is?

Wie de begroting voor 2012 leest, vindt maar weinig notie van die toekomst. De begroting moet op orde, om volgende generaties niet onnodig te belasten. Zo ver komt het kabinet nog. Maar aan wat voor samenleving willen we bouwen? Voor de PvdA-fractie is dat helder: een samenleving waarin iedereen pas tevreden is als iedereen mee kan doen en erbij hoort. Wij willen een wereld die klaar is voor de enorme uitdagingen als water- en voedselcrises, grondstoffentekorten, verschuivende economische krachten en klimaatverandering. Wij willen Europa niet achterlaten als een uitgeput, naar binnen gekeerd continent dat zich slechts kan warmen aan een geromantiseerd verleden, maar als een vitaal, veerkrachtig en solidair werelddeel dat zijn welvaart weet te behouden door voorop te lopen in het uitdenken van nieuwe oplossingen.

"Koşersvast in onzekere tijden", dat is het motto waarmee het kabinet de alsmaar uitdijende economische crisis te lijf wil gaan. Dat is vast daadkrachtig bedoeld, maar het komt neer op koppig vasthouden aan een regeerakkoord dat maatschappelijke verdeeldheid aanwakkert, ons land economisch achteruit helpt en isoleert in de wereld. "Koşersvast", dat betekent in Europa kortzichtig en weinig daadkrachtig beleid dat de Unie en de euro serieus bedreigt. De premier had nota bene een bezoek van VNO-voorzitter Wientjes en FNV-voorzitter Jongerius nodig om te beseffen dat zijn opzichtig meebewegen met de euroscepsis van de PVV onze economie grote schade dreigde toe te brengen. De veel te terughoudende opstelling van het kabinet deze zomer rond noodzakelijke steunmaatregelen aan zwakkere eurolanden heeft het internationale vertrouwen in onze munt beschadigd. In plaats van onvoorwaardelijke steun aan de euro, gedekt door een stabilisatiefaciliteit waar geen speculant tegenop kan, is het kabinet gaan kruidenieren. Het gevolg: Nederlandse banen staan op het spel, pensioenfondsen kraken onder de lage rente en banken dreigen opnieuw om te vallen.

Inmiddels lijkt het kabinet in een andere groef te zitten, maar het optreden van de afgelopen maanden laat zich slechts samenvatten als "too little, too late". Graag horen wij van de minister-president dat het kabinet zijn leven definitief gebeterd heeft. Heldere daadkracht is nodig om onze welvaart te behouden. Het kabinet moet pal staan voor de euro, die ons land voor zijn sterke exportpositie zo broodnodig heeft. En de binnenlandse economie moet worden versterkt, tegen instortend consumentenvertrouwen en krimpende kredietverlening in. Het moet niet de inkomenspositie van de middenklasse onnodig aantasten met ontslagen en koopkrachtverlies door enorme bezuinigingen in de collectieve sector. Het CPB en zelfs het IMF roepen de sterke eurolanden op om juist te investeren, om zo de economische groei in de Unie te stimuleren. Dat is de PvdA uit het hart gegrepen. Wij vragen de minister-president waarom het kabinet zich doof houdt voor deze gezaghebbende adviezen.

De aanpak van de eurocrisis tot nu toe ontaardt steeds meer in een groots vertoon van politiek-bestuurlijke onmacht. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat de Europese Unie, die ons continent de afgelopen 65 jaar zoveel vrede en welvaart heeft gebracht, door falend leiderschap aan de rand van de afgrond wordt gebracht? De Unie mag niet imploderen en de euro moet fier overeind blijven. Miljoenen Europeanen worden in het verderf gestort als het anders loopt. Hun werk, hun huis, de toekomst van hun kinderen staan op het spel.

De zero-sum game tussen Duitsland en Frankrijk moet morgen op een overtuigende manier worden opgelost. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun politieke bestuurders, als het er zó op aankomt, hun angst opzij zetten om populariteit bij sommige kiezers en de populistische pers te verliezen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun politieke bestuurders doen wat moet gebeuren, om sociale en economische stabiliteit te waarborgen.

Ons land had in het bereiken van een oplossing een doorslaggevende rol kunnen spelen. Nederland heeft binnen de Unie als klein land altijd een invloedrijke rol gehad. Die positie was gebaseerd op de ijzeren combinatie van zelf goed het huis op orde hebben, een grote internationale oriëntatie en intelligentie en creativiteit bij het oplossen van problemen. Die reputatie is akelig snel verspeeld. Inmiddels staat Nederland bekend als weifelend en altijd zeurend over de vraag hoe wat in Brussel is afgesproken, nu weer thuis moet worden uitgelegd. Dat krijg je ervan, als je je politieke lot uitlevert aan een partij die er niet voor terugschrikt om uit electoraal-ideologische motieven Russisch roulette te spelen met onze economie.

Voor de PvdA-fractie staat nu des te meer vast dat de toekomst van ons land in Europa ligt. Dat wil niet zeggen dat we geen redenen zien voor kritiek. Brussel betekent soms voor mensen gewoon slecht nieuws, en wordt nog te vaak ervaren als bureaucratisch en afstandelijk. Maar dat neemt niet weg dat onze fractie ervan overtuigd is dat Nederland en Europa onlosmakelijk verbonden zijn. We geloven in internationale solidariteit en verbondenheid en we leven in een land dat zijn geld voor een belangrijk deel verdient met handel en export. De remedie tegen Brusselse problemen is niet minder Europa; het is een socialer, menselijker, effectiever en efficiënter Europa.

Dat krijgt Nederland alleen voor elkaar als wij onze traditionele, krachtige rol weer met verve gaan spelen. Dat vraagt om een kabinet dat de moed heeft om aan Nederlandse burgers uit te leggen hoeveel wij te winnen hebben met een hechte en degelijke economische samenwerking. Wij vragen geen kritiekloze houding in Brussel. Juist in een goede relatie vertel je elkaar de waarheid als dingen niet goed gaan. Zo is, wat ons betreft, het Stabiliteitspact echt aan groot onderhoud toe. Een nieuw pact moet Frankrijk- en Duitslandbestendig zijn. Deze landen bewezen immers als eerste, het niet zo nauw te nemen met de normen. Een stormbestendig pact lukt alleen met meer samenhang en meer verbondenheid binnen Europa. Eén munt betekent economische controle in één hand. En het overtreden van financiële afspraken moet direct leiden tot sancties en ingrijpen.

Nederland hoort niet achteraan in de rij te dralen bij het blussen van de brand die nu om zich heen grijpt. En straks, als de gelegenheid weer komt om vooruit te kijken, ook dan hoort ons land voorop te lopen bij het uitdenken van onze Europese toekomst. Wij horen graag of de minister-president dit uitgangspunt inmiddels vol overtuiging met ons deelt.

Ondertussen raakt de economische crisis steeds meer mensen in ons land. Deze crisis is er één van scherpe achteruitgang en langdurige stilstand. Zoveel is inmiddels wel helder. Juist in zo'n situatie is het van het grootste belang dat de rekening van de crisis rechtvaardig verdeeld wordt; voor je het weet, raakt de samenleving ontwricht door te snel groeiende inkomensverschillen. Juist in zo'n situatie moet zorgvuldig worden afgewogen wat niet alleen de financieeleconomische, maar ook de maatschappelijke gevolgen van bezuinigingen zijn; voor je het weet, heb je meer kapot gemaakt dan je lief is. Juist in zo'n situatie moet alles op alles gezet worden om de bakens zó te verzetten dat Nederland niet verzwakt maar versterkt uit de crisis komt; voor je het weet, is een langdurige achterstand een blijvende geworden.

Op al deze punten schiet het kabinet met de begroting voor 2012 in onze ogen fundamenteel tekort. Laat staan dat Nederland een wenkend perspectief geboden wordt voor de jaren ná 2012. Het enige wat het kabinet weet te bedenken is "waarschijnlijk nog meer bezuinigingen". Ook onze fractie vindt een kloppende overheidsboekhouding essentieel. Maar die kan ook op een andere manier bereikt worden. En voor een sterker land is dat echt niet genoeg. Zeker niet, als die boekhouding gerealiseerd is met onherstelbare maatschappelijke schade.

Wij vragen ons af of het kabinet eigenlijk wel een volledig beeld heeft van de economische situatie in ons land. Opgelucht stelt de regering in de troonrede vast dat massale werkloosheid en een sterke toename van het aantal faillissementen is voorkomen. Dat is iets om blij mee te zijn. Zoveel Europeanen en Amerikanen zijn zo veel slechter af. Tegelijkertijd stellen wij vast dat dit parameters uit de oude economie zijn. Inmiddels kent ons land ruim 900.000 zzp'ers en flexwerkers. Zij vallen weg in dit soort statistieken. Een vetpot is het zzp-schap zelden. Bij velen zijn het aantal opdrachten en het inkomen fors teruggelopen. Het is volkomen ten onrechte dat het kabinet hun positie over het hoofd ziet. Zzp'ers en flexwerkers vormen het stootkussen van onze economie. Is het kabinet bereid om onderzoek te doen naar hun koopkracht, hun inkomenspositie en hun sociaaleconomische verwachtingen, en onze Kamer daar voor de behandeling van de SZW-begroting over te berichten? En wil het kabinet het CPB vragen om de positie van zzp'ers standaard te betrekken bij de beoordeling van de economische stand van zaken in ons land? Wanneer gaat het kabinet nu echt vaart maken met de uitvoering van de SER-adviezen over zzp'ers, waarin bijvoorbeeld een vrijwillige aansluiting bij collectieve arrangementen wordt aanbevolen?

Ondertussen krijgen vooral de lagere en middeninkomens in 2012 de rekening gepresenteerd. Elke krantenkop over nivellering van deze zomer sloeg de plank goed mis. Dalende huurtoeslagen, dalende zorgtoeslagen, hoger eigen risico, hogere eigen bijdragen voor zorg en kinderopvang. Wij zullen het allemaal volgend jaar voelen, citeer ik weer de troonrede. Ja, maar sommigen voelen het allemaal veel meer dan anderen. De minister van Financiën heeft moeten toegeven dat de koopkracht van de mensen met lagere en middeninkomens een veel hardere slag wordt toegebracht dan die van de mensen met hogere inkomens. Dat kan anders en dat moet anders. Juist in tijden van crisis moeten mensen erop kunnen rekenen dat iedereen naar draagkracht meedeelt in de pijn. Ik noem de bankenbonussen. In de Verenigde Staten alleen al wordt er ook dit jaar weer 90 mld. dollar aan uitgegeven. Die bonussen zijn onverteerbaar. De top van de banken levert in voor de bühne, maar daaronder gaat alles gewoon door. Hoe lang blijft het kabinet daar nog machteloos naar kijken?

Ronduit schrijnend is het beleid voor de meest kwetsbare groepen in ons land, voor de bijna honderdduizend landgenoten in de sociale werkvoorziening of met een beschutte baan, voor de 1,5 miljoen functioneel analfabeten, voor de honderdduizenden licht verstandelijk gehandicapten, al dan niet met een psychische of lichamelijke beperking, voor de gehandicapten die nu nog maatschappelijk volwaardig mee kunnen doen dankzij het pgb, voor de 160.000 ernstig chronisch psychiatrisch zieken en verslaafden en voor de kinderen in het passend onderwijs of in de jeugdzorg. Dit kabinet is dol op de mantra "zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, keuzevrijheid". Of om de troonrede er nog maar eens bij te pakken: het wil 16 miljoen Nederlanders in hun kracht zetten. Wij zeggen tegen de premier: dat kunt u niet en dat doet u ook niet. Tegen een licht verstandelijke landgenoot met een chronische ziekte zeggen: neem je eigen zelfredzaamheid is hetzelfde als iemand die blind is te sommeren om uit zijn doppen te kijken of tegen iemand die doof is te roepen: wie niet horen wil, moet maar voelen. Het is even zinloos en even hardvochtig.

Zeker, de toegang tot het pgb was de afgelopen jaren te ruim en de fraudegevoeligheid van het pgb maakt herziening van de regels noodzakelijk. Kritisch kijken naar bedragen die worden uitgekeerd, hoort bij een tijd van crisis. Maar iedereen die niet bedlegerig is uit het pgb gooien, het heffen van hoge eigen bijdragen voor kwetsbare patiënten en cliënten, het kapot bezuinigen van de sociale werkvoorziening, zet mensen niet in hun kracht, maar verwoest met kracht hun leven. Het ontneemt hun de kansen op sociaal kapitaal en hun autonomie, en het sluit hen uit van een samenleving waarin het tempo voor hen toch al steeds moeilijker bij te houden is. Een eerlijk kabinet geeft dat tenminste toe. Een rechtvaardig kabinet zou het echt anders doen.

De pleister die het kabinet daarop denkt te plakken met 100 mln. extra voor de bijzondere bijstand doet bitter weinig af aan deze stapeling van bezuinigingen aan de onderkant van onze samenleving. Wat heb je eraan als je het formulier om die bijstand aan te vragen niet kunt lezen, als je op straat leeft of überhaupt niet weet wat bijstand is? Denkt het kabinet werkelijk dat iemand met een laag IQ en een slechte gezondheid door de prikkel van een schralere bijstandsuitkering opeens als bij toverslag wel de aansluiting met de arbeidsmarkt weet te vinden?

Dat brengt me bij de allerarmsten op onze wereld, bij de ontwikkelingssamenwerking. Velen in de wereld, bevriende landen en prominente leiders vragen zich af wat er toch met Nederland aan de hand is. Wij hadden echt een reputatie te verliezen in investeren in onderwijs en gezondheidszorg, en helaas is dat ook gebeurd. In onze ogen strijdt dat met het grote belang van internationale solidariteit. Maar zelfs als je meedenkt met de wens van het kabinet om de belangen van het Nederlands bedrijfsleven beter te dienen, zijn onze handelsbelangen uiteindelijk beter af met een goed opgeleide, gezonde bevolking in ontwikkelingslanden. Om nog maar te zwijgen van de meerwaarde die dat heeft bij het mondiaal vinden van duurzame oplossingen voor mondiale vraagstukken rond klimaat, voedsel, water en grondstoffen.

Juist in tijden van crisis is het belangrijk mensen hoop en perspectief te bieden. Dan ontstaat er ruimte en creativiteit om zaken echt anders aan te pakken en zou ons land sociaal en economisch versterkt kunnen worden. Het kabinet laat vele kansen op echte verandering lopen. Wat wij zien, is hoe de maatschappelijke schade van bezuinigingen op de langere termijn veel groter is dan de financiële opbrengst op kortere termijn. Ik noem een voorbeeld van de veiligheid op straat. Die is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd sinds door een financiële impuls van toenmalig minister Zalm duizenden daklozen en verslaafden van de straat konden worden gehaald en in de zorg konden worden ondergebracht. Dit heeft de binnensteden zichtbaar veiliger gemaakt. Veel draaideurcriminaliteit en tippelprostitutie is verdwenen. De gemeente Rotterdam heeft, toen nog onder leiding van burgemeester Opstelten, berekend dat elke euro die in deze aanpak gestoken wordt, met ruim € 2 wordt terugverdiend. Een renderende investering dus.

Er is dus alle reden om dit succesvolle beleid uit te breiden, met name richting de bestrijding van hardnekkige en gewelddadige jeugdcriminaliteit. Maar het kabinet draait het de nek om. De stapeling van bezuinigingen op kwetsbare mensen doet hen terug op straat belanden. Onbegrijpelijk, zeker voor een kabinet dat beweert dat veiligheid zo belangrijk is. Je vraagt je af: praten de ministers Opstelten, Kamp en Schippers eigenlijk wel eens met elkaar? Of zijn ze, in de slechtste Haagse traditie van verkokering, vooral bezig, de eigen boekhouding op orde te brengen zonder oog voor schade elders?

De arbeidsproductiviteit is in Nederland spectaculair gestegen sinds vrouwen toegang tot de arbeidsmarkt verworven hebben. Daarom zou je juist nu verwachten, in het licht van vergrijzing en ontgroening, dat het kabinet de rode loper uitrolt voor vrouwen die weer of meer willen werken. Dus: breed toegankelijke, uitstekende kinderopvang. De korting op de kinderopvang is dus kortzichtig. Bovendien worden ouders doodmoe van het gejojo met de kinderopvang: dan weer een impuls, dan gaat de hakbijl er weer in. Er valt geen peil op te trekken, terwijl voor een stabiel gezinsleven in een veeleisende omgeving voorspelbaarheid zo essentieel is. Goede kinder- én puberopvang zijn onmisbaar en verdienen zich dubbel en dwars terug. Waarom kiest het kabinet niet voor een koersvaste, hoogwaardige, breed toegankelijke voorziening?

Het is goed dat de volgende horde op weg naar een verantwoorde en sociale verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is genomen. Maar er is wel immense schade op dit dossier ontstaan. Dat zal zeker binnen de vakbeweging zelf hersteld moeten worden; onze collega Han Noten gaat daar samen met Herman Wijffels ongetwijfeld een heilzame rol in spelen. Het kabinet kan echter meer doen, bijvoorbeeld investeren in goed flankerend beleid. Dé grote opgave op dit dossier wordt realiseren dat mensen tot hun 67ste gezond en gemotiveerd aan het werk kunnen blijven, en daarna nog gezonde jaren overhouden om van hun rust te genieten.

Dat lager opgeleiden gemiddeld bijna twintig jaar korter in goede gezondheid leven dan hoogopgeleiden, is een ernstige maatschappelijke misstand, zeker in zo'n rijk land met zulke goede gezondheidszorg. Is het kabinet dat met ons eens? Maar het legt ook een forse hypotheek op de AOW- en pensioendiscussie. Alleen al daarom verdient het dichten van die kloof topprioriteit. Niet alleen voor de minister van SZW, maar ook voor die van VWS. Alleen al daarom is het schrappen van preventieve zorg uit het basispakket een slechte zaak. Is het kabinet bereid met gerichte voorstellen te komen voor een langere en gezondere oude dag voor lager opgeleiden?

Het samenbrengen van Wajong, WWB en WSW kan zeker meerwaarde hebben, maar de enorme bezuiniging die het kabinet hier inboekt en de rigide uitvoering ervan zijn desastreus voor de doelgroep, leveren geen duurzame bijdrage aan beheersing van kosten en richten schade aan in de relatie met vakbeweging en gemeenten. De commissie-Westerlaken heeft op verzoek van VNG en Cedris volgens ons waardevolle adviezen gegeven om uit de impasse te komen. Wat gaat het kabinet met het rapport van de commissie-Westerlaken doen? Laat het kabinet nu zijn ramkoers los, zodat een echte oplossing in zicht komt?

Al tijden pleit de PvdA aan beide zijden van het Binnenhof voor een nationaal woonakkoord. Bijna iedereen wil zo'n akkoord: banken, makelaars, corporaties. Hoe belangrijk goede afspraken tussen alle betrokken partijen zijn, bleek deze zomer. In juli verlaagt het kabinet de overdrachtsbelasting en in augustus voert de AFM scherpere hypotheekeisen door. Weg opleving van de markt. Jammer en zonde van het geld! Waarom blijft het kabinet zich zo hardnekkig verzetten tegen een gezamenlijk gedragen hervorming van de woningmarkt? Heter dan dit zal het ijzer niet snel weer worden.

Prestatiebeloning in het onderwijs, daar heeft het kabinet wel geld voor, dwars tegen de wens van het onderwijsveld in. Wij vragen het kabinet: wanneer heeft volgens u een lerares een buitengewone prestatie geleverd? Als al haar leerlingen een hoge Cito-score halen? Maar dat is op de ene school veel lastiger dan op de andere. Of als zij een puber behoedt voor voortijdig schoolverlaten? Of als kinderen opgroeien tot verantwoordelijke burgers? Bent u bereid om eerst met het veld overeenstemming te bereiken over wat een goed presterende leraar is, en tot die tijd die 250 mln. te gebruiken om de bezuiniging op het passend onderwijs ongedaan te maken?

Ook in de gezondheidszorg liggen de kansen voor het grijpen om tot duurzame verankering van betaalbare zorg te komen. Met heldere keuzes, en eisen om doelmatigheid en effectiviteit van de gezondheidszorg te verbeteren, valt miljarden te winnen. Het bruist in de zorg van de voorstellen om dat te bereiken, bijvoorbeeld door terugdringen van het aantal bedden. Dat is beter en prettiger voor patiënten, en stukken goedkoper. Het maakt de keuzes van het kabinet onbegrijpelijk: snijden in ambulante en eerstelijnszorg en pgb's drijft mensen terug de instellingen in. Dat is zorginhoudelijk een flinke stap terug in de tijd en bovendien nodeloos kostenopdrijvend.

Die gestegen kosten wil het kabinet dan weer opvangen met een draconische ingreep in de basisverzekering. Op zichzelf zijn wij bereid om kritisch naar het pakket te kijken. Maar hoe denkt het kabinet te voorkomen dat het pakket een speelbal wordt van handige lobby's of persoonlijke voor- of afkeuren van politici? Kan de minister-president toezeggen dat er objectieve, transparante en toetsbare keuzes gemaakt zullen worden, gebaseerd op het uitgangspunt van toegankelijkheid van noodzakelijke zorg voor iedereen?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik hoor mevrouw Barth van de Partij van de Arbeid zeggen dat het pakket geen speelbal mag worden van handige lobbyisten. Zij zei echter in de Volkskrant van 27 augustus jongstleden: het is toch wel handig dat, als je bij GGZ Nederland zit, je de telefoonnummers van het halve kabinet in je telefoon of in je iPhone hebt staan. Is zij bereid om zelf haar rol van handige lobbyist neer te leggen?

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik lobby niet zelf voor dit soort onderwerpen bij het ministerie. Daar hebben wij gelukkig bij GGZ Nederland heel goede mensen voor. Wat het basispakket betreft, is het misschien voor u interessant om te weten dat GGZ Nederland al jaren lobbyt om bijvoorbeeld dyslexie uit het basispakket te halen omdat men dat geen goed beeld voor de geestelijke gezondheidszorg vindt. Op dat punt neemt GGZ Nederland zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik neem aan dat u die opmerking in de krant niet helemaal voor niets heeft gemaakt.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik maak zelden opmerkingen voor niets. De PvdA neemt altijd haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, welke rol zij ook heeft.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dan neem ik aan dat wij straks die telefoonnummers van het kabinet samen zullen wissen of in ieder geval op non-actief stellen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Misschien wilt u ze van mij hebben. Dat mag als de betrokken ministers het goed vinden.

Zorgen maakt onze fractie zich ook over het verdwijnen van het wettelijk recht op zorg, als grote delen van de AWBZ overgeheveld worden naar gemeenten. Dat is vanuit gemeentelijk perspectief verstandig, omdat VWS nu geen idee heeft hoeveel geld er precies omgaat in begeleiding en dagbesteding. Maar het kan toch niet waar zijn dat chronisch zieken en gehandicapten straks geen recht meer kunnen doen gelden op goede zorg, omdat de rijksoverheid haar financiële kengetallen niet op orde heeft? Hoe verhoudt de overdracht van miljarden euro's zorggeld zich tot de consequente weigering van het kabinet om de bestuurskracht van gemeenten groot genoeg te maken voor een adequate uitvoering van die verantwoordelijkheid? Waar blijft een integrale visie op lokale bestuurskracht?

Een inclusieve samenleving waarin iedereen meetelt en meedoet, zit niet alleen in sociale economie. Dan gaat het ook over burgerschap, rechten, plichten en verantwoordelijkheden van minderheden én meerderheden. Een samenleving die zijn kracht vindt in diversiteit staat zo veel sterker. Niemand zegt dat dat gemakkelijk is of vanzelf gaat. Maar het is wel alle moeite waard. Wij waren dan ook blij om te horen dat minister Leers de multiculturele samenleving als een verrijking beschouwt. Waarom dwingt de premier hem om nota bene excuses aan te bieden voor deze uitspraak aan de heer Wilders? Ook een minister van Integratie heeft toch vrijheid van meningsuiting, zo hopen wij?

Tegelijkertijd zegt zijn collega Verhagen dat hij angst voor buitenlanders heel begrijpelijk vindt. Wij vragen de minister-president: waar staat uw kabinet nou voor? Wat heeft u te bieden aan de jongeren uit mijn schoolklas van een paar weken geleden die hier geboren zijn, zich Nederlander weten en voelen, maar wat ze ook doen, steeds weer de kans lopen als buitenstaander behandeld te worden? Waar is de plek voor Humberto Tan of Nasrdin Dchar?

De essentie van onze rechtsstaat is gelijke rechten voor iedereen in gelijke gevallen. Maar het kabinet veroorzaakt al een tweedeling in het recht op recht door het verhogen van de griffierechten. Ook met de invoering van minimumstraffen, het strafbaar stellen van illegaal verblijf, het ontnemen van Nederlanderschap bij zware misdrijven en de afschaffing van de dubbele nationaliteit, doet het kabinet het uitgangspunt geweld aan dat iedereen onvervreemdbare burgerrechten heeft. Rechten die pas werkelijk betekenis krijgen als zij op de proef gesteld worden, als zij ook geborgd zijn voor mensen die als nieuwe burgers toetreden tot ons land of die zich door hun daden buiten de samenleving lijken te plaatsen. Is de minister-president dat met ons eens?

Het kabinet heeft een nadere brief geschreven over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Die wordt later besproken. Maar nu al een vraag. Hoe rijmt de minister-president het standpunt dat het Hof subsidiair moet zijn aan het Nederlands rechtsstelsel met het feit dat minister Donner weigert een vonnis van de Hoge Raad uit te voeren in afwachting van een oordeel van het Hof over dezelfde zaak? Is de politieke steun van de SGP echt belangrijker dan onze rechtsstaat?

Het kabinet-Rutte bestaat een jaar. De PvdA-fractie vraagt zich af: wat is het ware gezicht van dit kabinet? Het begon met een kandidaat-premier die beleid aankondigde waar rechts Nederland zijn vingers bij af zou likken. De dag na Prinsjesdag 2011 kopte de Volkskrant "Rutte schuift op naar het midden". Wij horen graag van de premier of hij dat zelf ook zo ziet. Tot nu toe kunnen we met hem alle kanten uit. Hij heeft, naar eigen zeggen, twee voorbeelden: zijn voorganger Cort van der Linden en Margaret Thatcher. Opvallend, want zij staan voor wezenlijk andere politiek. Cort van der Linden is de man die in oorlogstijd de pacificatie van 1917 wist te smeden over kwesties die ons land toen al decennia tot op het bot verdeelden. Margaret Thatcher wordt vooral herinnerd om haar motto "there's no such thing as a society".

Wij vragen de premier: waar staat u voor? Gaat u in onze samenleving vooral voor "ik", of kiest u voor "wij"? En is dat een echte "wij" of een "wij" die alleen kunstmatig kan bestaan door je af te zetten tegen een "zij"? Voorlopig ziet de PvdA-fractie een kabinet-Rutte dat, zelfs terwijl ons land dreigt weg te glijden in een langdurige economische crisis, zijn beleid vooral lijkt te baseren op vooroordelen, meningen en de wekelijkse peilingen. Een kabinet dat niet erg geïnteresseerd is in breed draagvlak voor duurzaam beleid, maar bezig is met politiek overleven aan de hand van rekensommetjes over haalbaarheid op korte termijn. Dat is niet de manier om ons land sterker en socialer uit deze crisis te halen. Dat is niet de manier om jongeren als uit die schoolklas vertrouwen in de toekomst te geven. Wij hebben ons land en de wereld voor hen in beheer. Die opdracht weegt in deze tijden misschien wel zwaarder dan ooit.

De heer Kox (SP):

Als ik het goed heb gehoord, heeft mevrouw Barth geen liefdesverklaring voor dit kabinet uitgesproken in haar maidenspeech, waarmee ik haar nu al feliciteer. Zij heeft het al uitgemaakt voordat het goed en wel begonnen is.

Mevrouw Barth (PvdA):

U kunt ook zeggen: was sich liebt, das neckt sich.

De heer Kox (SP):

Dat is Duits.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik ben van voor de basisvorming.

De heer Kox (SP):

Ik begrijp dat u liever nog vandaag van het kabinet af bent dan morgen. Klopt dat?

Mevrouw Barth (PvdA):

Wij zullen niet huilen als het kabinet vertrekt.

De heer Kox (SP):

Terecht, want als je het uitgemaakt hebt, dan is dat het gevolg. Hoe had u dat gedacht, te bewerkstelligen? Hebt u een idee hoe u het kabinet weg krijgt?

Mevrouw Barth (PvdA):

Het lijkt mij wat vroeg in het debat om nu al naar zo'n conclusie toe te roeien. Als wij tot de conclusie zouden komen dat er aanleiding is om dat in dit debat te proberen, moeten wij uit beleefdheid ten minste de antwoorden van de regering afwachten. Ik heb het kabinet een heleboel kansen gegeven om onze kant uit te komen.

De heer Kox (SP):

Ik zou het vervelend vinden om het kabinet vandaag, net nu het in zijn geheel hier aanwezig is, weg te sturen. Dat is niet galant. U hebt echter eerder mogelijkheden daartoe gehad. Volgens mij kan een oppositie alleen een kabinet wegsturen op het moment dat een coalitiepartij zegt iets niet te willen meemaken. Bij alle voorbeelden daarvan die wij tot nu toe gehad hebben, zowel aan de overzijde als hier, treden de hulptroepen van de PvdA aan met de mededeling: beste Mark, we houden niet van je, maar we redden je wel. Dat is volgens mij de eenvoudigste manier om dit kabinet de vier jaar te laten volmaken. Bent u dat met mij eens?

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik ben dat niet met u eens. In de kwestie-Kunduz is er door het kabinet enorme druk uitgeoefend op de PvdA-fractie in de Tweede Kamer om daarmee in te stemmen. Dat heeft zij niet gedaan.

De heer Kox (SP):

Twee weken geleden heeft de PvdA hier nog ingestemd met het ophogen van het noodfonds, terwijl de PVV daar niet mee instemde. Op dat moment had u het kabinet in de problemen kunnen brengen. Dat hebt u niet gedaan.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik begrijp uw vraag, maar wij kunnen natuurlijk niet een politiek belang – het wegsturen van het kabinet – laten prevaleren boven de economische toekomst van Nederland. De PvdA is altijd een Europese partij geweest. Wij zouden onze eigen politieke idealen ernstig schaden als wij die idealen om opportunistische redenen even in de ijskast zetten om een kortebaansuccesje te kunnen behalen. Wij willen geloofwaardig blijven.

De heer Kox (SP):

Dat betekent dat u alle voorstellen over Europa steunt, maar de rest van uw betoog ging over Nederland. U schetste hoe slecht het kabinet wel niet bezig is. U zult vanwege de Europese agenda het kabinet altijd overeind houden en daarmee laat u het kabinet zijn Nederlandse agenda doorzetten, zo moet ik constateren.

Mevrouw Barth (PvdA):

Dat is niet waar. Wij houden het kabinet niet altijd overeind, maar u heeft mij wel letterlijk horen zeggen dat wij vinden dat Nederland en Europa onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Nogmaals, wij zijn altijd een pro-Europese partij geweest. De sociaaldemocratie in Europa is een van de aartsvaders van het Europese ideaal. Wij verloochenen niet onze eigen idealen om een kortebaansuccesje te behalen.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ook ik feliciteer u met uw bevlogen maidenspeech. Ik waardeer het dat wij met u daarover kunnen debatteren. Ik heb een vraag over de euro; een belangrijk element in dit debat. U zegt dat de noordelijke landen – Nederland, Duitsland, Finland en misschien Oostenrijk – hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Wat betekent dat? Ik ben het met u eens dat wij de euro moeten redden. Dat is belangrijk, maar nu gaat het om de weg daar naartoe. De komende dagen wordt over garanties en de ophoging van het noodfonds gesproken. Achter de hand worden bedragen genoemd van 2000 of misschien 3000 mld. Hoe kunnen de noordelijke landen daar verantwoordelijkheid voor dragen? Welke analyse maakt u eigenlijk? Hoe kunnen wij daarvoor garant staan? Hoe kan dit kapitaal binnen Europa worden opgebracht? Als het niet binnen Europa kan worden opgebracht, gaan wij het dan buiten Europa halen? Roepen wij de hulp van China of van andere landen in? Wat betekent dat dan voor het dragen van politieke verantwoordelijkheid voor onze mooie Europese Unie? Hoe kunt u zeggen dat de noordelijke landen verantwoordelijkheid moeten dragen als dit ook een perspectief is?

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik heb niet alleen gezegd dat de Noord-Europese landen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Wij vinden dat ook de Zuid-Europese landen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. De begroting van die landen moet op orde worden gebracht. Het gerommel daarmee moet afgelopen zijn. Zo simpel is het voor ons. Wij hebben daarom aangegeven dat wij een resultaat van de Europese top morgen alleen zullen steunen als dit daadwerkelijk leidt tot een stabiele situatie. Het resultaat moet rust brengen op de financiële markten en helderheid scheppen. Het gedonder met de euro moet afgelopen zijn! Zo helder ligt het. Daarvoor moeten niet alleen Nederland en Duitsland verantwoordelijkheid nemen, maar ook Italië, Frankrijk, Portugal en Ierland. De hele Unie moet laten zien dat zij samen staat voor die sterke euro.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Dat ben ik met u eens, maar ik vraag mij af hoever u bereid bent te gaan. Wij moeten beseffen dat onze eigen buffers eindig zijn.

Mevrouw Barth (PvdA):

Onze buffers zijn eindig. De minister-president gaat hier samen met de minister van Financiën over onderhandelen. Het is onze taak als parlement om daar tevoren randvoorwaarden voor mee te geven. Dat hebben wij ook gedaan. Wij zullen het resultaat van de top morgen daarop beoordelen.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Hebben de randvoorwaarden ook te maken met hoeveelheden geld die op tafel kunnen komen?

Mevrouw Barth (PvdA):

Vorige week hebben wij tijdens het debat over de EFSF al gezegd dat er een stabilisatiefaciliteit moet komen die ervoor zorgt dat de rust rond de euro zal terugkeren. Wat moet gebeuren, moet dan ook gebeuren.

Ik sluit af. Toen ik 18 werd, trof ik de Koude Oorlog, massawerkloosheid en zure regen, maar ook nieuwe mogelijkheden voor vrouwen, het Akkoord van Wassenaar en de groene agenda van Winsemius. Jongeren van vandaag verdienen ook dat soort leiderschap: politici die de moed hebben om grote vraagstukken onder ogen te zien en over hun eigen schaduw heen te springen om te komen tot duurzame oplossingen. Alleen dan dragen wij een welvarende, vreedzame samenleving met een eerlijke kans voor ieder mens aan onze kinderen over.

De heer Hermans (VVD):

Mijnheer de voorzitter. Allereerst wil ik mevrouw Barth feliciteren met haar maidenspeech. Ik heb haar niet geïnterrumpeerd. Er is in tweede termijn ongetwijfeld nog gelegenheid voor discussie over haar visie en die van de VVD-fractie.

Voorzitter. Ik begin met een citaat. In zijn "In de schaduw van morgen" (1935) schreef Johan Huizinga het volgende: "Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen wapperende, maar de geest geweken. Alom twijfel aan de hechtheid van het maatschappelijk bestel, waarin wij leven, een vage angst voor de naaste toekomst, gevoelens van daling en ondergang der beschaving."

Ik kom hier aan het einde van mijn verhaal nog op terug. Als er nu gesproken wordt van de "snel veranderende samenleving" is dat weliswaar een open deur, maar toch méér waar dan ooit in de geschiedenis. De historische veranderingsprocessen verlopen namelijk steeds sneller, waarbij het verleden sneller "verdwijnt" en de toekomst sneller op ons afkomt. De toekomst lijkt hierdoor minder op het verleden dan ooit en dat verleden kan nauwelijks meer als oriëntatiepunt in het heden fungeren. Wij leven in snel opeenvolgende "hedens". Hierbij worden wij steeds met nieuwe problemen geconfronteerd, waarbij het nauwelijks mogelijk is, terug te grijpen op ervaringen uit het verleden. Dit brengt gevoelens van onzekerheid met zich mee en zelfs een crisisgevoel, maar ook de uitdaging om de nieuwe problemen het hoofd te bieden en te zoeken naar out of the box-oplossingen, gericht op een anders georiënteerde samenleving. Een samenleving die er heel anders uitziet dan ooit in het verleden en die daarom wordt geconfronteerd met dito problemen.

Een voorbeeld van het historische versnellingsproces waarin we leven, is de letterlijke versnelling van de mobiliteit, zowel fysiek als qua informatie. Ik doel op de effecten van de nieuwe media op de publieke opinie en op de democratie. Je zou kunnen zeggen dat de geweldige versnelling van de mobiliteit, in al haar facetten, daarin een zeer dominante factor is. Waar in vroeger tijden het letterlijk en figuurlijk soms vele jaren duurde eer een nieuw idee of product geïntroduceerd werd en zelfs de mens zich over de aarde verplaatste in een veel lager tempo dan nu, tegenwoordig is informatie in een fractie van een seconde de wereld over en zijn mensen in staat in korte tijd grote afstanden te overbruggen.

Dat maakt één ding duidelijk: Nederland en Europa kunnen, anders dan in de periode waarin Huizinga zijn "In de schaduw van morgen" schreef de ogen niet sluiten voor het gegeven dat Nederland en ook Europa, niet als min of meer zelfstandige entiteiten kunnen worden gezien, die los van de ontwikkelingen in de rest van de wereld kunnen opereren. Kortom, het proces van mondialisering heeft onherroepelijk vorm gekregen, niet alleen economisch, maar vooral ook politiek, sociaal en cultureel.

Die sociaal-culturele factor van mondialisering is in Europa maar zeker ook in Nederland zichtbaar en voelbaar geworden. Vooral de grote steden getuigen ervan dat de wereld letterlijk is binnengekomen en onderdeel vormt van onze samenleving.

Niet iedereen is daar gelukkig mee, terwijl juist anderen weer niet gelukkig zijn met dát gegeven. Het gegeven van de onvrede met bepaalde aspecten van de gevolgen van de mondialisering in onze samenleving en het aandacht hiervoor vragen afdoen als een irrationele vorm van populisme, is weinig zinvol en draagt alleen maar bij aan de tegenstellingen. Het is opvallend hoe emotioneel de tegenstelling tussen beide standpunten is en dat deze nauwelijks met redelijke argumenten pleegt te worden bediscussieerd. De achtergrond hiervan is waarschijnlijk dat het om twee wezenlijk verschillende posities gaat ten aanzien van mens en maatschappij; het centraal stellen van het individu en de ratio tegenover een gemeenschapsgevoel en bepaalde tradities en emoties. Deze zijn te herleiden tot twee invloedrijke stromingen in de Europese cultuur- en ideeëngeschiedenis. De vertegenwoordigers van het ideeëngoed van de Verlichting, tot uitdrukking komend in latere denkers zoals John Stuart Mill en als reactie daarop het ideeëngoed van de Romantiek. Deze stromingen zijn in de loop der tijd nogal verschillend geïnterpreteerd en gewaardeerd. Daarbij wordt in sommige kringen de Romantiek ten opzichte van het verlichtingsdenken als een terugval gezien, die onder andere tot het verfoeilijke nationalisme heeft geleid.

Nu worden wij in Europa, Nederland niet uitgezonderd, meer dan ooit geconfronteerd met die culturen in ons eigen land. Dat geeft aanleiding tot een gevoel van verlies van de eigen identiteit en verzet tegen de zogenoemde multiculturele samenleving. De reactie van de dominante verlichtingsdenkers hierop is het dogma dat er slechts sprake kan zijn van één uniforme mensheid met gelijkwaardige culturele tradities en dat het begrip identiteit in dit verband onhoudbaar zou zijn. Daar wordt dan weer heftig op gereageerd vanuit de zogeheten populistische hoek. Er is sprake van zelfverlies. De angst als het ware een vreemdeling in eigen land te worden, is zeer sterk aanwezig. Het gaat er nu om die onmacht te begrijpen, zonder haar klakkeloos te vergoelijken of te ontkennen.

Bas Heijne bracht dat prachtig onder woorden in zijn artikel "Twee moderniteiten", de Verlichting en de Romantiek. Onze cultuur is door die twee stromingen gevormd, met andere woorden: zij bepalen onze identiteit en vormen er de schering en inslag van. De ene staat voor gelijkheid, tolerantie, rechtvaardigheid en het individu. Dit alles gebaseerd op de rede. De ander voor de gemeenschap, met een eigen culturele en historische identiteit. Dit alles gebaseerd op bepaalde emoties en gevoelens. En dat in een Nederlandse en Europese samenleving die doordrenkt is van christelijke en humanistische tradities. Overwegingen als deze kunnen ertoe bijdragen de huidige tegenstellingen in onze samenleving beter te begrijpen, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor een mogelijke oplossing ervan.

Juist in liberalisme ziet de VVD een belangrijke basis voor overbrugging van die twee stromingen. In zijn artikel "Two concepts of Liberty", het negatieve en het positieve vrijheidsbegrip, geeft Isaiah Berlin met de begrippen "vrijheid van en de vrijheid tot" precies aan dat naast de vrijheid van onderdrukking, de vrije ontplooiing van de mens voorwaarde is voor een goed functionerende samenleving. Eigen verantwoordelijkheid nemen en daar ook de ruimte voor krijgen is essentieel. Dat kan en moet in een veilige omgeving waarin men zich op zijn gemak voelt. Eigen talenten maximaal kunnen ontplooien en benutten en niet afwachten wat de ander of de overheid voor je doet. Is in dat licht bezien niet juist dit kabinet het juiste antwoord op de samenlevingsvragen waar wij voor staan? Een zakelijk kabinet dat het hoofd biedt aan de problemen, dat vele hervormingen doorvoert, 18 mld. bezuinigt en orde op zaken stelt. Een kabinet dat streeft naar een andere oplossing dan die van meer overheid voor de unieke problemen waarvoor wij in de huidige tijd staan; gericht op een wezenlijk andere verhouding ten opzichte van de rol van de overheid.

De heer Thissen (GroenLinks):

Voordat ik mijn collega Hermans ontzeg dat hij de loftrompet op dit kabinet mag steken – dat zal ik in eigen bewoordingen iets anders doen – wil ik hem nog wel de volgende vraag stellen. Als hij het liberalisme de symbiose vindt tussen het rationele van de Verlichting en het emotionele van het populisme, waarom kan hij dan leven met een gedoogakkoord waarin een agreement to disagree staat, juist op dit essentiële punt? Dan zou hij toch wat meer missioneringsdrang moeten hebben om de emotie van het populisme, de PVV, te verenigen met de ratio van het CDA en de VVD in dit kabinet. Hoe verklaart hij dit agreement to disagree? Dat staat toch haaks op zijn nobele liberale inzet?

De heer Hermans (VVD):

De filosofie van dit kabinet om eerst uit te gaan van de eigen talenten, de eigen mogelijkheden en de eigen ontplooiing is essentieel. Daarover is overeenstemming. De verhouding tussen individu en overheid wordt anders. Er wordt meer naar de eigen verantwoordelijkheid gekeken. Dat er op een aantal punten verschil van mening blijft; het zij zo. Dat hebben we gewoon geaccepteerd. Wij zouden alles wel graag in een keer naar ons hand zetten. Wij zouden bijvoorbeeld ook graag in deze Kamer zien dat beide punten met elkaar worden verenigd en wij zouden ervoor willen zorgen dat de historische punten en de emotionele punten bij elkaar worden gebracht.

De heer Thissen (GroenLinks):

GroenLinks zoekt vanaf zijn oprichting naar een symbiose van beide punten. Wij sluiten onze ogen niet voor emoties in de samenleving maar wij willen wel altijd uit blijven gaan van de ratio. Het hart op de goede plek en het hoofd koel houden.

Ik heb de volgende vraag aan u. Met uw gedoogpartner hebt u een akkoord gesloten op dit essentiële onderdeel, waarmee u uw gedoogpartner de schijn van legitimiteit geeft. Dat draagt mede bij aan draagvlak voor die gedachten in de samenleving, terwijl u zegt vanuit uw liberale opvattingen – die ik voor een groot gedeelte onderschrijf – dat u die wilt bestrijden. Dat is niet te rijmen.

De heer Hermans (VVD):

Ik praat niet over bestrijden van andere opvattingen. Ik praat over het bij elkaar brengen van opvattingen op een zodanige wijze dat je tegenstellingen kunt overbruggen met behoud van wat wij als liberalen belangrijk vinden, namelijk die vrijheid tot ontplooiingsmogelijkheden.

De heer Kox (SP):

Ik zie de PVV-fractie denken: heeft hij het over ons en, zo ja, zijn wij dan de romantici en kent iemand nog een romantisch filosoof? Maar dat horen we straks in de termijn van de heer De Graaf wel.

De heer Hermans (VVD):

Edmund Burke bijvoorbeeld. Dat zou u kunnen weten.

De heer Kox (SP):

Die moeten ze daar verplicht lezen. U wijst op de tegenstelling tussen de Verlichting en de Romantiek en dat de liberalen daar misschien een oplossing voor vinden. Dat is een interessante visie. Volgens mij gaat het om de tegenstelling tussen overleven en samenleven en heeft het socialisme de juiste conclusie getrokken, namelijk dat het alleen maar lukt om te overleven – wat ieder mens wil en moet – door samen te leven. Daar zit de verbinding, dus niet zozeer tussen de Romantiek en de Verlichting. Vervolgens bekent u zich tot Berlin. Denkt u dat als Berlin dit kabinetsbeleid had moeten beoordelen, hij zou denken "hier zit een stelletje echte volgelingen van mij" of dat hij zou denken "ze hebben er eigenlijk niks van begrepen"?

De heer Hermans (VVD):

Berlin zou ongetwijfeld zeggen dat het volgelingen van hem zijn, maar hij kan dit toch niet meer tegenspreken. Het is absoluut zo. Het verschil tussen uw visie op de samenleving en die van de VVD-fractie is dat het hoe dan ook gaat om de vraag wat voor eigen verantwoordelijkheid je neemt. Het gaat er niet alleen om te bouwen op wat de overheid of anderen voor je kunnen doen, maar ook om wat je zelf kunt doen. Daar begint het mee. Al kun je maar 10% leveren, dan moet je ook die 10% leveren en die niet laten liggen.

De heer Kox (SP):

U bent ver van Berlin af en dichterbij het kabinet als u zegt: het gaat erom wat je zelf kunt presteren en wat je voor eigen verantwoordelijkheid wilt nemen. Komt in het wereldbeeld van de VVD niet de vraag naar voren wat je voor een ander kunt doen? Is dat niet minstens net zo waardevol als wat je voor jezelf kunt doen? Is dat niet wat Berlin bedoelde met "vrij zijn van" en "vrij zijn in"? Neemt dit kabinet nu niet precies daar afstand van? Dit kabinet zegt: samen doen, daar zijn wij niet van; wij zijn voor het nemen van eigen verantwoordelijkheid.

De heer Hermans (VVD):

Er is geen sprake van dat dit kabinet zegt "daar zijn wij niet van". Dit kabinet geeft duidelijk aan op welke punten mensen iets niet zelf kunnen. Daar zijn wij met z'n allen, niet alleen het kabinet, medeverantwoordelijk voor in de vorm van solidariteit. Solidariteit betekent ook dat wanneer de ander iets kan, zelf die krachten moet inzetten, anders kan het niet. Daar zit in wezen het verschil tussen uw denken en ons denken.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Tot slot. Liberalisme en socialisme zijn broertje en zusje. Zoals Ronald van Raak het wel eens zei: socialisten zijn liberalen die het begrepen hebben. Dat is natuurlijk een gekleurde uitspraak, maar mijn vraag blijft toch: gaat het er nu echt om wat ik voor mijn verantwoordelijkheid neem of ook om wat je voor een ander over hebt? Is dat niet veel meer de symbiose die je zou moeten zoeken tussen overleven en samenleven?

De heer Hermans (VVD):

Tijdens mijn middelbareschooltijd had ik een leraar geschiedenis, een marxist, die mij een verhaal liet houden over het liberalisme. Toen zei hij: volgens mij ben je heel erg liberaal, maar ik zal je eens een boekje geven. Dat was het boekje van Bernard Mandeville "Fabel van de bijen". De bij die het best voor zichzelf zorgt, zorgt het best voor de korf. Dat is het antwoord op uw vraag. Alleen degene die echt zijn talenten benut, draagt maximaal bij aan de samenleving. Degene die dat niet doet, doet daarmee afbreuk aan die samenleving. Dat is de kern. Daar draait het om.

Mevrouw Barth (PvdA):

Hoorde ik de heer Hermans net zeggen dat hij dit een zakenkabinet vindt? Begreep ik dat goed?

De heer Hermans (VVD):

Ik heb gezegd: het is een zakelijk kabinet dat het hoofd biedt aan problemen, vele hervormingen doorvoert, 18 mld. bezuinigt en orde op zaken stelt.

Mevrouw Barth (PvdA):

Dat roept bij mij de vraag op hoe die houding van zakelijkheid, die u kennelijk constateert, te rijmen is met het startpunt van dit kabinet, waarbij de kandidaat-premier zei: ik ga een kabinet maken waar rechts zijn vingers bij aflikt? Dat is toch een weinig zakelijke houding? Of constateert u met de Volkskrant dat die houding inmiddels door het kabinet toch wat verlaten is?

De heer Hermans (VVD):

Ik constateer maar één ding en dat is dat de filosofie van dit kabinet veel verder gaat dan alleen maar bezuinigingen. Dit kabinet werkt toe naar een echt fundamentele verandering in de ordening van de samenleving. Dat is een zaak waar liberalen zeer groot voorstander van zijn. Dat heb ik in mijn inleidende woorden duidelijk aangegeven. Daarbij zal bekeken moeten worden hoe die verandering kan plaatsvinden, hoe men door inzet van eigen talenten mensen kan helpen en ondersteunen die het zelf niet kunnen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Dat is een heel mooie herhaling van uw tekst, maar hoe verhoudt zich dit tot het "je vingers willen aflikken" bij beleid? Dat is toch niet een zakelijke manier van naar de samenleving kijken?

De heer Hermans (VVD):

Ik heb te maken met dit kabinet op dit moment, met de begroting zoals zij nu voorligt. Daar gaan de algemene beschouwingen over. Daar heb ik het over. Wij liberalen steunen het kabinetsbeleid dat nu op tafel ligt. U zult dat begrijpen. Dat betekent dat wij vinden dat dit kabinet een goede koers heeft uitgezet.

Mevrouw Barth (PvdA):

Dan heb ik nog één vraag. Op een aantal pijnlijke dossiers, waar harde bezuinigingen moeten worden getroffen, weigert het kabinet consequent om met partijen in het land in gesprek te gaan om te komen tot pragmatische oplossingen. Elke keer opnieuw is het argument: afspraak is afspraak, regeerakkoord is regeerakkoord; wij gaan het uitvoeren zoals wij het vorig jaar hebben opgeschreven en wij hebben geen boodschap aan elk nieuw maatschappelijk inzicht dat sindsdien voorbijgekomen is. Hoe zakelijk is zo'n houding? Ik noem dat ideologisch.

De heer Hermans (VVD):

Waar het om gaat, is dat het kabinet het beleid dat het heeft neergelegd in het regeerakkoord, in de begroting van dit jaar en in het gedoogakkoord gewoon wil uitvoeren. Daar zijn afspraken over gemaakt. Dat wil het kabinet uitvoeren. Als er alternatieven komen die de facto dezelfde mogelijkheden opleveren als de beleidsdoelen van dit kabinet, kan ik mij niet voorstellen dat het kabinet daar nee op zal zeggen. Maar meestal zeggen die voorstellen, alle demonstraties en alles wat voorbijkomt alleen maar nee.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik ben heel blij om te horen dat er kennelijk ruimte is, in ieder geval bij u, om naar modaliteiten te kijken. Dat gevoel houd ik vast tot vanavond laat.

De heer Hermans (VVD):

Dat lijkt mij heel verstandig.

De heer Van Boxtel (D66):

De opening van de heer Hermans met de verklaring waarom hij dit zakelijk kabinet goed vindt, is een heel interessante. Hij zei: het gaat over de Verlichting aan de ene kant en de Romantiek aan de andere kant. Even los van al die beroemde schrijvers, hij legitimeert dit construct door te zeggen dat het verstand het hart erbij heeft gehaald; dat is romantisch. Ik vraag hem of hij met zijn verstand en als deelnemer aan dit kabinet af en toe afstand wil nemen wanneer de emotie doorslaat. Daar wil ik hem graag op blijven aanspreken.

De heer Hermans (VVD):

Het is altijd maar de vraag of het verstandig is om dat te doen als de emotie doorslaat. Het gaat om het zoeken naar de juiste balans in een samenleving die heel erg in verandering is, waarbij heel veel effecten een rol spelen. Ik zou het zeer onverstandig vinden om dan je ogen te sluiten voor het feit dat zo veel mensen zich onrustig voelen.

De heer Van Boxtel (D66):

Maar dat betekent dus niet dat u op voorhand iedere emotie legitimeert als een goede emotie?

De heer Hermans (VVD):

Nee, wij zullen niet iedere emotie legitimeren als goede emotie. Ik geef alleen aan dat het gaat om het vinden van een juiste balans.

De heer Van Boxtel (D66):

Daar houd ik u aan.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik verwachtte nog een antwoord op de vraag over legitimering in verband met de agreement to disagree. Dat ten eerste. Ten tweede hoorde ik de heer Hermans in een interruptiedebatje met mevrouw Barth zeggen dat de oppositie altijd alleen maar nee zegt. Ik geloof niet dat dit kabinet te klagen heeft over de positieve opstelling van in ieder geval de fracties van D66, GroenLinks en PvdA als het gaat om een aantal buitengewoon moeilijke onderwerpen die ons allen raken. Dus ik vraag hem om die uitspraak iets te nuanceren.

De heer Hermans (VVD):

Dat doe ik met heel veel plezier, want het is waar. Met name op buitenlands terrein liggen er nadrukkelijk andere samenwerkingsvormen voor dit kabinet dan op economisch terrein. Ik had het met name over de hervormingen op financieel-economisch gebied, het op orde brengen van de Nederlandse financiële situatie. Op dat punt zie ik erg weinig steun, erg weinig alternatieven. Er wordt alleen maar vaak nee geroepen en men gaat achter demonstranten staan die nee zeggen tegen het kabinet. Maar op het gebied van buitenlandse zaken ben ik het direct met u eens, zeker als het gaat om de missie naar Kunduz.

De heer Thissen (GroenLinks):

Nu nog het antwoord op de vraag over de legitimatie die u uitstraalt door akkoord te gaan met het agreement to disagree. Hoe rijmt u dat met uw liberale inzet om van dit land een beter land te maken?

De heer Hermans (VVD):

Het zou prachtig zijn als de VVD 51% van de stemmen kreeg en de meerderheid zou hebben. Dus je moet altijd zoeken naar een meerderheid met andere partijen.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik vind dit wat overdreven, maar u mag uw ambitie hebben.

De heer Hermans (VVD):

Nou, het mag ook richting 60% als u dat liever hebt. Waar het om gaat, is dat je in coalitiekabinetten altijd moet zoeken naar het vinden van een meerderheid waarin je je eigen ideeën en idealen kunt terugvinden. Dat zien wij in dit kabinet.

De voorzitter:

Ik zou graag zien dat de heer Hermans nu zijn betoog vervolgt.

De heer Hermans (VVD):

Kortom, voorzitter, het juiste kabinet op het juiste moment. Ook nu kunnen en mogen we niet weglopen voor de feiten. De overheid moet minder uitgeven. Het begrotingstekort daalt, maar feit is dat we ook in 2012 weer iedere dag zo'n 50 mln. meer uitgeven dan er binnenkomt. Onze staatsschuld zal volgend jaar zijn opgelopen tot 407 mld. Dat geeft ons ieder jaar een renteverplichting van ruim 10 mld. Dat is twee maal zo veel als we aan politie uitgeven en meer dan we aan het zo belangrijke basisonderwijs uitgeven.

Gezonde en solide overheidsfinanciën zijn dus noodzakelijke voorwaarden voor de welvaart. We zien om ons heen wat er gebeurt met landen die op de pof leven. We moeten ombuigen, zowel financieel als in de verhouding tussen wat de overheid doet en wat de individuele verantwoordelijkheid is. De overheid moet meer aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties overlaten. Zij moeten meer zelf beslissen, meer zelf doen en vooral ook meer zelf betalen. Dat is wat de VVD in haar beginselprogramma en verkiezingsprogramma zo sterk benadrukt en wat ook is opgenomen in het regeerakkoord.

Bij opeenvolgende kabinetten, van welke politieke samenstelling dan ook, is de overbelasting van de overheid een belangrijk overweging geweest. In een enkele zin samengevat: de verzorgingsstaat is onbestuurbaar en onbetaalbaar geworden door te veel taken, door het zorgen voor steeds meer voorzieningen en basisvoorzieningen tot allerlei vormen van maatregelen om achterstanden te compenseren, risico's te beperken en gedrag bij te sturen. In de laatste tien jaar zijn de zorgkosten met 4% per jaar gestegen. Nu betalen we 10% van ons bbp aan de zorg. In 2040 zal dat 18% zijn. In absolute termen groeit het zorgbudget van 61,2 via 63,5 in 2012 en naar 74 mld. aan het einde van deze kabinetsperiode. Als we niets doen, besteedt de gemiddelde Nederlander in 2040 40% van zijn inkomen aan zorg. De vraag is wat hiervan het collectieve deel zal zijn. Wat gaat het kabinet doen bij verder tegenvallende groeicijfers van de zorg? Is dan de weg van de verhoging van de eigen bijdrage per verrichting niet een betere weg dan generieke korting?

Kortom, de grenzen van wat de overheid vermag, maar zeker ook de grenzen aan de solidariteit zijn nadrukkelijk aan de orde. Daarbij is het van het grootste belang dat de verdiencapaciteit van Nederland omhoog gaat. Uiteindelijk zullen we zelf onze boterham moeten verdienen, want er komt geen Marshallhulp, er komt geen hulp van buiten.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik neem aan dat de heer Hermans aan het eind van zijn blokje zorg gekomen is?

De heer Hermans (VVD):

Ik kom er straks nog heel even op terug.

Mevrouw Barth (PvdA):

U geeft aan dat u zich zorgen maakt over de sterke kostenstijgingen in de gezondheidszorg. Die zorgen deelt de PvdA. Het is ontzettend belangrijk dat wij komen tot een duurzame verankering van een lagere groei van de zorg. Hoe verklaart u dat volgens de cijfers van het CPB de kosten van de AWBZ in 2012 met maar liefst 4% stijgen?

De heer Hermans (VVD):

Dat betekent dus dat er steeds meer gebruik van wordt gemaakt. De vraag is of de AWBZ de juiste manier van toelevering van zorg is voor de mensen. Misschien moeten we meer kijken naar wat mensen zelf zouden moeten doen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Nee, de groei van de AWBZ is het gevolg van het regeerakkoord, waarin is afgesproken dat er 12.000 extra banen gaan naar zorg in instellingen. Een heel goede manier om de kosten in de zorg duurzaam te beheersen, is juist ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis zorg krijgen. Dat is veel goedkoper dan in een instelling. Mijn vraag blijft: waarom stimuleert u juist de kostenstijgingen in de zorg met deze keuze?

De heer Hermans (VVD):

Het zou toch te gek voor woorden zijn, als er zo veel kritiek is op verpleegtehuizen en intramurale zorg, dat dit kabinet daar niet extra menskracht inzet voor mensen die het echt nodig hebben. Daar zitten de mensen die het nu juist wel nodig hebben. Dus ik ben helemaal verbaasd over deze interruptie. Blijkbaar vindt u dat we dit niet moeten doen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik constateer slechts dat u zich grote zorgen maakt over de kostenstijgingen in de zorg terwijl er tegelijkertijd een groeipercentage van de AWBZ te constateren is dat zich in de jaren daarvoor niet heeft voorgedaan. Hoe is dat met elkaar te rijmen? Natuurlijk is het heel belangrijk dat mensen in verpleegtehuizen goede zorg krijgen, maar tegelijkertijd allerlei voorzieningen in de ambulante zorg wegbezuinigen waarbij je het duurzaam onmogelijk maakt om daar verder in te investeren, dat is toch geen manier om de kostenstijgingen in de zorg in de hand te krijgen?

De heer Hermans (VVD):

We zijn het in ieder geval met elkaar eens dat het een goede zaak is om te investeren in de intramurale zorg voor meer handen aan het bed. Vervolgens gaat het over de vraag of de AWBZ in zijn huidige vorm juist functioneert. Misschien moeten daar ingrepen plaatsvinden die de kosten ook op dat punt kunnen beheersen. Daar is het kabinet mee bezig. Daar zijn wij voorstander van.

Bedrijven staan voor een enorme uitdaging om hun concurrentiekracht te versterken met innovatieve producten en diensten. Onderwijs, onderzoeksinstituten en ondernemingen gaan beter samenwerken en meer van elkaar profiteren. Het kabinetsbeleid met betrekking tot de topsectoren is daar een goede aanzet voor, maar uiteindelijk zullen de bedrijven de kennisinstellingen en de mensen het zelf moeten doen. Zo komt Nederland sterker uit de crisis. Een slim en sterk land op de wereldmarkt. Want ook na de crisis wordt onze boterham in het buitenland belegd. Daarom steunt de VVD fractie het kabinet en vooral de bewindslieden op Buitenlandse Zaken er dan ook in dat het beleid meer gericht wordt op het inzetten van de Nederlandse sterke sectoren in de economie in de buitenlandse politiek en ontwikkelingssamenwerking.

In dit kader blijft de toegang tot de financiering voor met name het mkb van eminente betekenis. De afgelopen week riep de heer Moerland, topman van de Rabobank, nog op tot investeringen in innovaties door de bedrijven. Alleen zo kan Nederland de economische positie behouden en versterken, zei hij. Ik ben het helemaal met hem eens, maar welke maatregelen gaat het kabinet nemen om die almaar moeilijker wordende toegang tot de kredietverlening voor met name het mkb-deel te verbeteren? Wat zullen de effecten zijn van het afnemend onderling vertrouwen van de banken bij het beschikbaar zijn van kredietruimte? Zijn de borgstellingsregeling, de BMKB, en het revolving fund voldoende? De VVD-fractie zet daar vraagtekens bij. Moet er niet gedacht worden, zeker na de moeilijke tijden in de afgelopen jaren, het uitputten van de solvabiliteit bij bedrijven, aan zoiets als een achtergesteld vermogen als garantie? Dit zijn allemaal punten waar wij goed naar moeten kijken, willen wij dat innovatief vermogen van die bedrijven ook echt kunnen stimuleren.

Een ander centraal thema voor de komende jaren zal de ontwikkeling op de arbeidsmarkt zijn. De krapte, nu al voelbaar in bepaalde sectoren, zal zeker niet minder worden. De slag om de arbeidskracht zal bij een aantrekkende economie nog sterker gevoeld worden. De arbeidsmarkt geeft nu al een sterk veranderend beeld waarbij het traditionele onderscheid tussen werkgever en werknemer vervaagt door nieuwe arbeidsrelaties. Ik noem de zzp'ers, waar mevrouw Barth ook over sprak.

Maar het gaat nog verder. Als je de filosofie van dit kabinet volgt, moet je eigenlijk zeggen dat professionals zoals zorgverleners, leraren en politieagenten niet alleen meer ruimte en autonomie vragen, maar dat zij die ook moeten krijgen om in te kunnen spelen op de sterk veranderende ontwikkelingen in hun sector. Daar ligt een belangrijke taak voor het kabinet. Ruimte aan de professionals om vanuit hun professie zelf inhoud te kunnen geven aan hun vak; ook om wel eens een fout te maken. Niet altijd alles lukt; de angstcultuur mag niet gaan overheersen. Risicoloos besturen is een fictie. Niet wegvluchten in nota's ter dekking van te nemen besluiten, dat is verfoeilijk. Niet bij ieder incident meteen gaan roepen om meer en strakkere regels. Niet direct bij een probleem eerst naar de overheid kijken en om steun vragen. Zelf beleid voeren om herhaling te voorkomen. Alleen als het echt buiten je eigen macht ligt, mag je rekenen op solidariteit via overheid met ondersteuning.

Risico's horen bij het leven en moeten voorkomen worden waar dat kan, maar dit mag niet ontaarden in een pogen alle risico's met overheidsregulering te voorkomen. De verstikkende werking die daarvan uitgaat, is niet alleen dodelijk voor initiatief maar biedt eveneens een schijnzekerheid. Er zullen zich altijd nieuwe incidenten aandienen waarop dan niet met nog meer regels en voorschriften gereageerd moet worden. Dat wil zeggen dat de VVD meent dat dit kabinet op de juiste koers zit door niet terug te vallen op de reflexen uit het verleden, die in de huidige situatie niet meer adequaat zijn, maar door de huidige problemen op een andere wijze het hoofd te bieden. Bij het terugdringen van de regels is zo langzamerhand het laaghangend fruit wel geplukt. Daarom is de doelstelling om in deze kabinetsperiode tot 25% reductie van regels te komen ambitieus en dit vereist meer dan ooit politieke en bestuurlijke moed.

De aankondiging om in navolging van het Engelse voorbeeld zowel nieuwe als bestaande nationale regelgeving tot en met 2015 niet van toepassing te laten zijn voor micro-ondernemingen tot tien werknemers is zo'n onconventionele aanpak, waarvoor waardering op zijn plaats is. In dit verband kan worden geconstateerd dat de beteugeling van de regelgeving door de gemeenten tot op heden erg vrijblijvend is. Wat gaat het kabinet daar nu concreet aan doen? En welke concrete acties gaat het kabinet ondernemen op Europees niveau? 60% van onze regelgeving is daarop gebaseerd.

Een voorbeeld. Ik las vorige week: u mag kinderen onder de acht jaar niet meer zelfstandig een ballon laten opblazen en niet meer met een roltong laten spelen. Dat gebeurt al honderden jaren maar dat mag plotseling niet meer van Europa, want het is gevaarlijk. Er moet dus ouderlijk toezicht bij zijn. De VVD walgt van dat soort regels vanuit Europa. Daar is Europa helemaal niet voor. Wat heeft het kabinet bijvoorbeeld aan zoiets gedaan? Het is een richtlijn uit 2009 die in 2011 is ingevoerd. Ik waarschuw er maar voor. Daar kun je voor beboet worden als je je kleinkinderen of je kinderen dat laat doen.

Mijnheer Van Boxtel, u wilt hierop reageren? U hebt de roltongen nog in huis?

De heer Van Boxtel (D66):

Ik vind dit zo'n leuk onderwerp. Is het ook de bedoeling van de heer Hermans dat het kabinet dit morgen op de Eurotop aan de orde stelt?

De heer Hermans (VVD):

Het zou fantastisch zijn als dat het onderwerp van de Eurotop van morgen zou zijn. Ik geef maar de waanzinnigheid aan van het feit dat wij in Europa spreken over gigantisch grote problemen en dat ondertussen dit soort regelgeving op tafel komt. Waar hebben wij het dan over? Dat wilde ik aangeven toen ik sprak over de aanpak van de Europese regelgeving. Nu staat er in de brief over het Programma Regeldruk Bedrijven 2011–2015 één magere alinea over Europa. Wij zouden graag willen zien wat het kabinet echt gaat doen.

Minister Leers heeft een goed actieplan gemaakt voor de asiel- en migratierichtlijnen. Dat is goed en krijgt steun van de VVD, maar laten we hetzelfde ook doen voor onze bedrijven.

Voorzitter. Het gaat erom dat wij een goede euro redden. Tijdens de reddingsoperatie moet die dan ook versterkt worden. Landen die hulp nodig hebben, moeten zich in ruil voor die hulp onverbiddelijk vastleggen op hervormingen. Zij moeten zich waterdicht verplichten aan het commitment om het eigen huis op orde te brengen. De staatsschulden moeten beteugeld worden en de overheidsuitgaven moeten omlaag. Dat zijn de betreffende landen niet alleen verplicht aan hun eigen mensen maar ook aan die landen waar de belastingbetalers dit voorschieten.

De heer Thissen (GroenLinks):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Ik zag u komen en toen weer teruglopen.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ja, voorzitter, wij denken na voordat wij wat zeggen. Het is toch verheugend dat dit in ieder geval bij een aantal fracties in deze Kamer gebeurt!

De heer Hermans sprak over de regeldruk en over al die onzinnige regels. Vooral in Nederland hebben wij ongelooflijk veel regels. Maar in welk draagvlak investeert de heer Hermans? Hij komt met twee ridicule voorbeelden van Europese regelgeving waar volgens mij geen enkel mens in die 27 lidstaten a. van weet, b. ooit van gehoord heeft en c. zich aan houdt.

De heer Hermans (VVD):

Het gebeurt wel.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ja, inderdaad, maar met dit soort opmerkingen worden anti-Europese sentimenten die in Nederland aanwezig zijn, alleen maar aangewakkerd. Minister-president Rutte, partijgenoot van de heer Hermans, en minister De Jager, geen partijgenoot van de heer Hermans, zijn bezig om te zoeken naar een oplossing voor de ernstigste crisis die in Europa speelt, namelijk op het gebied van de financiën. De heer Hermans ridiculiseert met dit voorbeeld Europa en draagt daarmee bij aan de anti-Europese stemmingen waarbij twee partijen in dit huis en ook aan de overzijde heel veel garen hebben gesponnen, ook ten tijde van het Europees referendum. Ik zou graag zien dat de heer Hermans met D66, de PvdA, het CDA en GroenLinks bondgenoot is om te blijven investeren in een Europa dat werkt voor alle mensen en zeker voor Nederland. Daarom vraag ik hem wat afstand te nemen van dat ridiculiseren van Europa.

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Ik ridiculiseer Europa helemaal niet. Ik zeg dat Europa zich bezig moet houden met die zaken waar het écht om gaat: de euro, het op orde brengen van de begrotingen. Ik heb slechts aangegeven dat Europa veel te veel tijd besteedt aan die andere zaken. Je moet beide kanten durven te laten zien. Ik ben mijn verhaal begonnen met de opmerking dat Europa uitermate belangrijk is. Dat betekent dat Europa er op bepaalde terreinen ook echt moet zijn en op andere niet. Dat geeft namelijk erg veel irritatie. Daarop heb ik gewezen. Dat ziet mijn fractie als een belangrijk punt.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Mag ik de heer Hermans vragen of wij de roltongen dan kunnen inruilen voor bijvoorbeeld een transactiebelasting? Ik weet dat ik het kabinet in dezen inmiddels achter mij heb.

De heer Hermans (VVD):

Dit is een prachtig idee van de partij van de heer Kox, maar ik geloof niet dat dit de weg is die wij in Europa moeten gaan. Wij denken daar heel anders over.

De heer Kox (SP):

Heeft de heer Hermans begrepen dat het kabinet daarover inmiddels weer heel anders denkt dan hij?

De heer Hermans (VVD):

Dat kan best, maar wij hebben ook een zelfstandige rol.

De heer Kox (SP):

De heer Hermans geeft een aantal voorbeelden waarvan iedereen zegt dat die inderdaad niet hoeven. Er zijn er nog veel meer te noemen, minder ridicuul maar wel net zo erg. Europa moet wel een aantal dingen doen. De heer Hermans spreekt over overdreven regelgeving op het ene vlak, maar daartegenover staat het ontbreken van regelgeving op Europees niveau als het gaat over de vrijheid van het financiële kapitaal. De heer Hermans moet toch wel zijn voor regels op dit gebied, bijvoorbeeld belasting op flitskapitaal. Dat is toch een redelijk voorstel?

De heer Hermans (VVD):

Daarop heeft het volgende deel van mijn inbreng precies betrekking. In de financiële wereld is scherper toezicht juist wel noodzakelijk om excessen te voorkomen en beter inzicht te hebben in de financiële producten die worden aangeboden. Daar ligt een duidelijke taak voor de overheid, vooral ook in internationaal verband!

De voorstellen van de premier voor een aparte commissaris bij de EU met een duidelijke sterke taak bij de begrotingsdiscipline kunnen dan ook op grote steun bij de VVD-fractie rekenen. Maar er zijn meer problemen die om een oplossing vragen, zoals veiligheid. Ik begin hier niet met de "traditionele" veiligheid maar vooral met de digitale veiligheid. Daar is nog een wereld te winnen. Debacles als die van DigiNotar hadden voorkomen kunnen worden met een betere rol van de overheid als opdrachtgever, met duidelijke afspraken en een heldere risicoanalyse. Er kan veel meer gebruik worden gemaakt van de kennis en ervaringen van de marktpartijen. Ook hier, waarom niet naar een vernieuwende aanpak gegaan? Waarom niet gebruik gemaakt van bijvoorbeeld bankpassen voor het online identificeren en authenticeren? Waarom moet de overheid dat zelf opnieuw ontwikkelen? Waarom is het ICT-beleid van de overheid zo versnipperd dat de bedrijfsvoering minder efficiënt is? Hoe staat het met het bundelen en het consolideren van de 23 datacentra tot één datacentrum? Dat zal leiden tot professionalisering, verzakelijking, efficiency en kostenbesparing.

Voor de VVD-fractie is het zekerstellen van de veiligheid van de Staat en de samenleving een van de belangrijkste verantwoordelijkheden van de overheid. In het regeerakkoord richt deze paragraaf zich in hoofdzaak op de strafrechthandhaving en de politie. Voor de VVD-fractie wortelt het begrip "veiligheid" echter met name in onze vitale belangen, zoals deze omschreven staan in onze nationale veiligheidsstrategie, te weten: territoriale, economische, ecologische, fysieke veiligheid en sociale en politieke stabiliteit. Deze vijf vitale belangen zijn nauw met elkaar verweven; aantasting van één vitaal belang kan leiden tot aantasting van andere vitale belangen. Integrale aanpak is daarom een vereiste. Er is al het nodige gebeurd op dat punt, maar op welke wijze wil het kabinet deze zo noodzakelijke integrale aanpak de komende tijd verder vorm gaan geven?

Mevrouw Barth (PvdA):

De heer Hermans benadrukt het grote belang van een integrale aanpak om de veiligheid in Nederland te bevorderen. Wij zijn dat met hem eens. Het voorstel van het kabinet om te komen tot een nationale politie leidt echter tot 10 regio's in plaats van de huidige 25. Er is jaren gewerkt aan een goede aansluiting van brandweerregio's, ambulanceregio's, politieregio's en GHOR-regio's. Nu worden de politieregio's daar uitgetrokken. Hoe rijmt hij dat met het grote belang van integraliteit in het veiligheidsbeleid?

De heer Hermans (VVD):

Als wij kijken naar de efficiency bij de politie, zien wij dat er sprake is van een enorme verdeeldheid omdat er nu 25 regio's zijn. Het lijkt mij heel goed dat het kabinet op dit punt probeert te komen tot een aanpak die leidt tot een veel doeltreffender en meer efficiënte politiezorg in Nederland. Dat is van het allergrootste belang. Mevrouw Barth spreekt ook over de brandweer. Die is niet regionaal georganiseerd. Die berust op vrijwilligheid. Wij vinden het goed om de integrale veiligheid langs die tien regio's te organiseren en ook naar de rechterlijke organisatie te kijken. Die ontwikkeling moet doorgaan. Die lijkt ons van het allergrootste belang ook voor de integrale veiligheid van Nederland voor de komende jaren.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Ik denk dat iedereen in dit huis voorstander is van efficiency bij de politie. Veiligheid is echt veel meer. Zeker als het gaat om veiligheid is voorkomen veel beter dan genezen. Als je wilt voorkomen dat er dingen verkeerd gaan, is het ontzettend belangrijk dat je bijvoorbeeld de aansluiting op de zorgregio's in stand houdt. Dat wordt nu kapotgetrokken. Is de heer Hermans het niet met ons eens dat wij daarmee juist een belangrijke verworvenheid in de preventie van veiligheid gaan verliezen?

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Het wordt niet kapotgetrokken. De politie wordt op een andere manier georganiseerd en kan uitstekend met de zorgregio's overleg plegen. Ik denk dat het ook goed zou zijn als de zorgregio's zich meer zouden richten naar deze algemene indeling van veiligheid.

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Collega Schuurman heeft in 2008 een motie ingediend. Daarin stond dat de financiële crisis integraal moest worden bestreden en dat daarbij gekeken moest worden naar ecologie, voedselveiligheid, et cetera. De VVD was de enige partij in dit huis die de motie niet steunde. Is de heer Hermans tot een ander inzicht gekomen, omdat hij ecologie nu wel met nadruk noemt? Wat is verschil tussen de motie-Schuurman van destijds die vroeg om een integrale aanpak om de crisis te bestrijden en zijn oproep om een integrale aanpak te kiezen inclusief ecologie?

De heer Hermans (VVD):

Ik kan mij dat debat niet strak voor de geest halen, maar volgens mij waren de accenten die werden gelegd anders dan wat wij willen, namelijk een balans tussen verschillende elementen van veiligheid. Wij willen geen overwaardering voor het een of het ander maar wij willen de zaken met elkaar in balans brengen. Ik dacht dat dit de hoofdreden was waarom de fractie van de VVD die motie destijds niet heeft gesteund.

De heer Koffeman (PvdD):

Met het in balans brengen, is tot nu toe helemaal niets gebeurd. De VVD heeft geen enkele motie gesteund om de ecologie op orde te brengen. Sterker nog, de VVD steunt het kappen van het natuurbeleid. Als het over roltongen gaat, wijs ik erop dat heel veel amfibieën hun beschermde status gaan kwijtraken met dit kabinet. Kan de heer Hermans aangegeven waar in het VVD-beleid van de afgelopen jaren sprake is van een accentverschuiving naar ecologie?

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Ecologiebeleid betekent niet dat de overheid altijd alles in eigen hand moet houden. Het betekent niet dat de overheid alles moet doen zoals in het verleden gebeurde. Soms moet men dingen herschikken of herordenen om tot een beter beleid te komen. Daar is dit kabinet mee bezig. Ik vraag nu juist op welke manier het kabinet die integrale aanpak verder vorm gaat geven, ook op dit gebied. Je bent ermee begonnen, laat zien wat je verdere stappen op dat terrein zullen zijn.

Ik kom nu bij het onderwijs. Eindelijk weg van de zesjescultuur, eindelijk excellentie stimuleren in plaats van platte koek. Eindelijk na zo veel jaren is daarvoor een meerderheid te vinden in het parlement. Ik wijs met name op de grote betekenis van het middelbaar beroepsonderwijs; niet alle aandacht moet gaan naar het hoger onderwijs. Van essentieel belang is dat het kabinet de agenda voor het onderwijs ook volledig afwikkelt. Niet zo maar extra geld in het onderwijs, maar eerst kritisch analyseren wat er op dit moment wordt uitgegeven en hoe het wordt uitgegeven. Daarna moeten conform het voornemen in het regeerakkoord de ombuigingsmiddelen ook daadwerkelijk worden ingezet in een versterking van het onderwijs over de gehele linie. Dat is voor de VVD een belangrijk punt. Graag willen wij op dat punt een reactie van het kabinet dat die aanpak ook met economische tegenwind gevolgd blijft worden!

Voorzitter. Ik ben mijn inleiding begonnen met sombere woorden van Johan Huizinga, die ik mij weer herinnerde uit mijn studententijd toen ik onlangs geconfronteerd werd met een uiterst negatieve kijk van een opponent met wie ik een discussie had over de toekomst van de samenleving Nederland in het bijzonder en Europa in het algemeen. Kijk eens, zo stelde mijn opponent, wat we allemaal aan het afbreken zijn. Het was de dag na de "Mars van de beschaving", een van de vele demonstraties tegen het ombuigingsbeleid van het kabinet. Niet zo somber zijn was mijn reactie, natuurlijk de eurocrisis, Griekenland, de pensioenen, we moeten de problemen niet ontkennen maar aanpakken. Wij moeten onszelf ook niet in de put praten. Kijk eens hoe goed het eigenlijk met Nederland gaat. Negativisme haalt ontzettend veel energie weg. Ik wil enkele voorbeelden noemen uit rapporten van het SCP. Ik zat een paar dagen geleden te kijken naar Pauw en Witteman. Meestal lees ik onderwijl de krant. Ik liet die krant zakken toen ik ineens iets positiefs hoorde. Het nieuws is bijna altijd negatief. Als 60% voor is, openen de media met de kreet dat 40% tegen is. Het is ongelooflijk hoe negatief wij in Nederland de zaken weten neer te zetten. In Nederland is het inkomen per hoofd van de bevolking tweede in Europa en zestiende in de wereld. Wij zijn het tweede exportland in Europa en het zevende in de wereld. Op het gebied van arbeidsparticipatie zijn wij nummer één in Europa. Onze werkloosheid is op Oostenrijk na de laagste. Vorige week werd bekend dat de Nederlanders meer vrije tijd hebben dan alle andere Europeanen. Het levenscomfort van Nederland is zeer groot. Nederlanders geven ons land een 7,8 als het gaat over levensgeluk. De sociale cohesie, de sociale controle en het opgroeiklimaat in buurten scoren 80% tevredenheid. Sociale uitsluiting, best in class; na Denemarken, Finland en Zweden.

In het hoger onderwijs stromen 34% Turkse jongens in en 43% meisjes. Bij de Marokkanen gaat het om 36% van de jongens en 47% van de meisjes. Wij kunnen wel alles negatief blijven benaderen, maar laat ons ook een keer positief praten. Dat hebben wij gewoon nodig, ook hier in Nederland.

De heer Thissen (GroenLinks):

Welkom aan collega Hermans in het kamp van de optimisten die onverschrokken de toekomst tegemoet gaan, vrijzinnig daarover willen praten en een loftrompet steken over hoe goed het in Nederland gaat. Hij werkt echter samen met een gedoogpartner die het negativisme tot uitgangspunt van zijn politiek heeft gemaakt. Hij geeft die partner een schijn van legitimatie voor hun denkbeelden door op deze manier met hem samen te werken. Sommige leden van het kabinet gebruiken regelmatig de negatieve ondertoon om die partij erbij te houden omdat zij nu eenmaal zijn steun nodig hebben om het huishoudboekje op orde te krijgen.

Waarom neemt de heer Hermans niet veel meer afstand, want het gaat goed in ons land? Het gaat vooral goed met die talrijke migranten die ondernemend genoeg zijn om iets te maken van hun toekomst in dit land dat ook hun land is.

De heer Hermans (VVD):

Prachtig toch!

De heer Thissen (GroenLinks):

Neem dan eens wat scherper afstand.

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Waarom noem ik deze cijfers? Om mij te verschuilen? Ik geef dus al antwoord op de vraag van de heer Thissen. Ik doe dat dus. Wat andere partijen ook mogen vinden, dit is het standpunt van de VVD: wees eens wat optimistischer! Daar krijg je veel meer energie uit. Het is zeer slecht om alleen het negatieve te melden. Dat haalt veel energie weg. Als vertrouwen de basis is van de economie, zou enig evenwicht in de publieke debatten wel op zijn plaats zijn.

Gisteren hoorde ik op de radio een partijgenoot van mevrouw Barth: Willem Vermeend. Hij zei: hou eens op met alleen dat negatieve praten over dit kabinet. Er gaan heel goede dingen gebeuren. Nederland staat er erg goed voor; prachtig mooie kansen, maar wij moeten wel zelf de handen uit de mouwen steken, aldus de heer Vermeend. Ik zou het niet hebben durven zeggen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Als de heer Vermeend met zo veel instemming wordt geciteerd, kan ik natuurlijk niet achterblijven.

Wij wonen inderdaad in een van de mooiste landen van de wereld. Daarom is het zo ontzettend jammer dat er nu een kabinet zit dat niet bereid is om die rijkdom in deze moeilijke tijden te delen met mensen die het ook in ons land moeilijk hebben. De heer Hermans kan niet weglopen voor het feit dat er ook in ons land mensen zijn met een handicap, met een verstandelijke handicap, met een psychische handicap die in de sociale werkvoorziening zitten, die daar door dit kabinet uitgegooid worden; mensen die nu een pgb hebben en hun eigen leven autonoom hebben uitgebouwd, moeten straks een instelling in omdat deze regering hen dat pgb als liberale verworvenheid afpakt. Waarom gunt de heer Hermans die mensen die dat extra duwtje in de rug nodig hebben om te kunnen participeren, niet ook dat optimisme? Waarom zorgt hij er niet voor dat dit optimisme als perspectief overeind blijft ook voor de armsten in Nederland?

De heer Hermans (VVD):

Ik heb college gehad van Hans van den Doel, een bekend partijgenoot van mevrouw Barth. Hij zei altijd: pas op voor die interrupties die iets stellen wat op zichzelf onjuist is en waarop je vervolgens gaat antwoorden.

Wat mevrouw Barth zegt, is al helemaal fout. Zij zegt dat het wordt afgepakt. Nee, wij willen een rol van de overheid voor diegenen die het echt niet kunnen. Je moet scheefgroei durven aan te pakken. Dat doet inderdaad soms pijn. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen op dat punt. Als je dat niet doet en een zachte heelmeester blijft, houd je stinkende wonden over.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Dit is echt een karikatuur van het beleid dat het kabinet voert. Het pgb wordt straks alleen nog maar toegekend aan mensen met een zzp 6 of 7. Dat zijn mensen die een indicatie voor verblijf hebben. Iedereen die niet ziek genoeg is om te moeten worden opgenomen in een verpleegtehuis verliest het pgb en verliest daarmee de regie over het eigen leven en verliest de mogelijkheid om als volwaardig burger aan onze samenleving deel te nemen.

De heer Hermans (VVD):

Heeft mevrouw Barth zich ooit gerealiseerd waar die budgetten allemaal vandaan komen? Solidariteit van mensen vraagt ook solidariteit van degenen die het ontvangen. Zij moeten kijken wat zij zelf kunnen doen. Dat is heel essentieel in deze discussie.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Solidariteit is mij uit het hart gegrepen, maar hoe verklaart de heer Hermans dan dat het beleid van dit kabinet er in 2012 voor zorgt dat de koopkrachtontwikkeling voor de hogere inkomens volgend jaar aanmerkelijk gunstiger is dan voor de lagere en de middeninkomens? Als de heer Hermans iets wil doen aan de stijging van de kosten in de zorg, moet hij bij zichzelf en bij mij beginnen en niet bij mensen die tot een paar jaar geleden op straat leefden.

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Dat is allemaal symboolpolitiek. Uit de koopkrachtplaatjes blijkt dat er sprake is van een redelijke verdeling. Dit kabinet heeft zelfs ingegrepen in de koopkrachtplaatjes om ervoor te zorgen dat er een redelijke verhouding op tafel kwam te liggen.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik heb een rekenvoorbeeld dat tijdens de algemene financiële beschouwingen in de Tweede Kamer aan minister De Jager is voorgelegd. De heer De Jager moest toegeven dat het klopte. Daaruit blijkt dat naarmate het inkomen van mensen oploopt het koopkrachtverlies afneemt. Bij een inkomen van € 200.000 is het 2%, bij een inkomen van € 50.000 per jaar 5%.

De heer Hermans (VVD):

Als wij spreken over een veranderende houding in de samenleving en een veranderende houding ten opzichte van individuen en overheid, zullen er ongetwijfeld dingen gebeuren die je misschien wat anders gewild had. Ik geef mevrouw Barth overigens geen gelijk. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister van Financiën want ik denk dat zij heel erg selectief citeert in deze discussie. Wil je ten fundamentele iets veranderen, dan zul je moeten ingrijpen. Daar gaat het om. Als je maar blijft doorbaggeren, kom je er nooit. Orde op zaken stellen, betekent dat er een andere verhouding moet komen tussen wat de overheid doet en wat het individu zelf doet, uitgaande van de eigen capaciteit van het individu.

Mevrouw Barth (PvdA):

Precies voorzitter, uitgaan van de eigen capaciteit van het individu. Wat de heer Hermans doet, is beginnen met hervormen bij de mensen die de steun van de overheid het hardst nodig hebben om aan de samenleving te kunnen participeren, terwijl hij alle mensen die al goed opgeleid zijn, die een goede baan hebben, die een partner hebben waarop ze kunnen terugvallen en die een goede gezondheid hebben met rust laat. Laat de heer Hermans dat nu toegeven, want dit is precies het rechtse beleid waarover de premier bij de eerste aankondiging zei dat rechts Nederland de vingers hierbij zou aflikken. Hij deelt de rekening van de crisis niet eerlijk en hij hervormt niet in solidariteit. Laat hij daar nu gewoon eerlijk in zijn!

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik wil even terug naar het optimisme en het positivisme van collega Hermans. Hij sprak over de vele migranten in dit land, van wie het overgrote deel goed meedoet. Hij zei ook dat hij daarover veel positiever wil doen en het kabinet doet daaraan volop mee. We hebben een minister die daarover recentelijk ongelooflijk optimistische en positieve woorden liet horen, namelijk minister Leers. Ik prees hem daarover. In het blad van het CDA – ik ben geen vaste abonnee, maar ik heb het gelezen – stond een mooi verhaal, heel anders dan het verhaal dat zijn partijgenoot Verhagen heeft gehouden. Dat was wel anders. Maar we zouden het optimistisch houden vanaf nu. Hoe ziet de heer Hermans in dat kader de correctie die de premier toepaste op de uitspraken van minister Leers?

De heer Hermans (VVD):

Er is geen sprake van correctie. Het was goed dat de heer Leers heeft gesproken met de partijen die het kabinet schragen – de coalitiepartijen en de gedoogpartijen – om precies aan te geven wat zijn bedoeling is geweest. Soms worden woorden totaal verkeerd uitgelegd. De heer Thissen zal toch niet kunnen ontkennen dat in de media wel eens dingen staan waarvan je je afvraagt of jij ze wel gezegd hebt. Maar het staat er wel in.

De heer Thissen (GroenLinks):

Het CDA-blad zelf zal de heer Leers toch niet verkeerd interpreteren?

De heer Hermans (VVD):

Maar zelfs dan is het goed om aan te geven wat precies de bedoeling is geweest. Dat vind ik een niet meer dan normale discussie.

De heer Thissen (GroenLinks):

Toch blijft dan de geur eromheen hangen dat de terecht optimistische geluiden die de heer Leers tegen die onderbuikgevoelens – die in Nederland toch redelijk veel terrein winnen – in heeft geuit, gecorrigeerd moesten worden. Dat is het beeld dat blijft hangen. Daarmee lijken die onderbuikgevoelens toch weer het juiste gevoel te vertegenwoordigen, terwijl wij net met elkaar hebben afgesproken dat dit het juiste gevoel helemaal niet is.

De heer Hermans (VVD):

Als dat gevoel bij de heer Thissen is blijven hangen, is dat zijn probleem. Ik heb dat probleem helemaal niet. Ik heb geconstateerd dat zij de heer Leers daarover hebben gesproken. Hij heeft aangegeven wat het was. Ik heb daar verder geen reactie meer op gehoord en ik ga ervan uit dat de heer Leers zijn interview in het blad van het CDA nog steeds volledig omarmt.

De heer Van Boxtel (D66):

Voorzitter. Ik was van plan om in mijn eerste termijn ook iets over dat voorval te zeggen, maar ik kan de uitleg van de fractievoorzitter van de VVD van wat er precies is gebeurd niet helemaal volgen. Ik hoor graag nog eens van het kabinet wat nu precies is voorgevallen. Als ik de heer Hermans moet geloven, is zijn uitleg het verschil tussen de Verlichting en valse romantiek.

De heer Hermans (VVD):

Ik heb D66 al bijna nooit kunnen begrijpen, maar nu al helemaal niet!

De heer Van Boxtel (D66):

Ik zal het uitleggen. De minister moet naar de gedoogpartner om zijn excuses te maken voor iets wat hij bij goed verstand heeft gezegd en wat emotioneel anders wordt gewaardeerd. Dat is een rare vorm van romantiek, om bij uw beeldspraak van de opening te blijven. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Hermans als medeschrager van dit kabinet daar gelukkig mee is. Nu een minister een helder standpunt verwoordt, moet hij bij de gedoogpartner langs om zijn excuses te maken. Op dit punt zakken wij steeds verder in de prachtige, hoopvolle scorelijst van de heer Hermans – waaraan hooguit het WK- en het UEFA-lijstje ontbraken – over de waardering van de kwaliteit van de samenleving en het pal blijven staan voor belangrijke rechten en het volwaardig integreren van mensen in deze samenleving.

De heer Hermans (VVD):

Voorzitter. Er worden hier stellingen gedebiteerd waar alleen het kabinet op kan reageren. Het gaat over excuses aanbieden, maar ik heb dat helemaal nooit zo gezien. Ik heb gezien dat een uitleg is gegeven van wat er precies mee bedoeld is. De heer Leers heeft geen woord teruggenomen van zijn artikel. Je kunt wel proberen om overal iets van te maken en aangeven dat het toch schandalig is dat zo'n partij dit kabinet gedoogt, maar daar zijn wij het niet mee eens. Wij vinden het van groot belang dat de lijnen die dit kabinet heeft uitgezet ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

De voorzitter:

U moet afronden, want u zit al bijna aan uw maximumtijd!

De heer Hermans (VVD):

Ja, maar er waren wel heel veel interrupties!

De voorzitter:

Nee, nee! Die heb ik allemaal meegeteld!

De heer Hermans (VVD):

Ik heb het volste vertrouwen in u!

Voorzitter. Het is dan ook geen afbreken, maar het ombouwen naar een anders georiënteerde samenleving, waarin mensen eigen verantwoordelijkheid nemen vanuit hun eigen talenten en mogelijkheden. Alleen zo kan een duurzame en stabiele samenleving gebouwd worden, houdbaar in een sterk veranderde wereld. Het is niet alleen orde op zaken stellen in economische zin, maar ook een veranderende verhouding van de eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van wat de overheid vermag en moet doen ter bescherming van het individu.

Eigen verantwoordelijkheid nemen is een belangrijk uitgangspunt van het kabinetsbeleid, maar dan moeten daar wel de middelen voor beschikbaar zijn; het mag geen en-en zijn: en zelf de verantwoordelijkheid nemen – en dus ook betalen – en in toenemende mate afdragen aan de overheid, met als basis de eigen verantwoordelijkheid van mensen zijn veiligheid, goed onderwijs, een goed basisziektekostenstelsel, goede financiële steun via de bijstand voor hen die dat echt niet zelf kunnen, en een goede AOW als solide basis voor de oudedag van essentieel belang voor de toekomst van Nederland.

Daar wil de VVD naartoe in de overtuiging dat dit de richting is, waarin de oplossingen moeten worden gevonden. Bouwen aan een toekomst, waarin de energie in Nederland geactiveerd wordt, waarin eigen verantwoordelijkheid en initiatief topprioriteiten zijn en met een overheid die modern en betaalbaar is en alleen diegenen ondersteunt die dat echt nodig hebben. Met die aanpak zal mijn fractie het kabinetsbeleid de komende periode blijven beoordelen.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. Vanwege het bijzondere karakter van deze algemene politieke beschouwingen wil ik de collega's toestemming of gelegenheid geven te interrumperen.

De voorzitter:

Gelegenheid geven mag u, maar toestemming geven doe ik!

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dank u wel! Dat is voor mij nog even wennen!

Voorzitter. Niets is qua voorbereiding moeilijker, qua succes twijfelachtiger en qua uitwerking gevaarlijker dan het zich opwerpen als iemand die vernieuwingen wil doorvoeren. Want hij die dat doet, heeft hen die van de oude toestand profiteren tot vijanden, terwijl hij slechts lauwe verdedigers vindt in hen die van de nieuwe toestand zouden kunnen profiteren. Aldus Niccolà Macchiavelli in zijn geschrift "Il Principe" – de heerser of de prins – geschreven rond 1513.

Voorzitter. We hebben aan prof. Pim Fortuyn kunnen zien hoe moeilijk het bovenstaande is. Een taart in het gezicht, bedreigingen, geen beveiliging, weggestuurd worden in de nacht: het is de rekening die het gezicht van de verandering ten deel viel. Zelfs Anne Frank scheen zich om te draaien in haar graf.

Voorzitter. Het is een mijlpaal dat de PVV voor het eerst in de parlementaire geschiedenis deelneemt aan de algemene politieke beschouwingen. Henk en Ingrid – daar zijn ze alvast! – zijn vertegenwoordigd in de Eerste Kamer. Dat hebben allen hier aanwezig twee weken geleden reeds gemerkt. Het werd iets anders toen men tot een minuut voor twaalf 's avonds op de blaren zat van het vuur dat zijzelf of hun collega's in de afgelopen decennia hebben aangestoken. "Kamer-arrest" werd het meesmuilend in De Volkskrant genoemd. De copieuze commissariatendiners moesten in allerijl worden afgezegd en de oplopende zuurtegraad tastte de wandkleden van deze Kamer net niet aan.

De Partij voor de Vrijheid spreekt liever van het nemen van verantwoordelijkheid naar de kiezer, verantwoordelijkheid voor te maken keuzes, voor het nageslacht en verantwoordelijkheid voor Nederland. Die verantwoordelijkheid maakt het verschil tussen de PVV en de oude garde: wij volksvertegenwoordigers, zij politici c.q. lobbyisten. Ook vandaag zijn de blaren nog niet helemaal weg.

Laat ik als nieuweling in deze Kamer de Eerste Kamer zelf beschouwen. De geschiedenis veronderstel ik als bekend. Iedereen kent de website en de boeken. Dus kijken we eerst naar het heden en straks naar de toekomst. Alle huidige senatoren samen, hebben, buiten de politiek om – dus buiten politieke functies – nog 434 bijbanen. Dat is een gemiddelde van 5,72. De PvdA is – inderdaad verrassend – koploper met gemiddeld 7,7 bijbanen per senator. Daarbij is de vraag gerechtvaardigd of we hier nu in een lobbycratie of in een democratie spreken. De PVV heeft er gemiddeld maar 1,6 per persoon. Dan heb ik de politieke bijbanen wel meegeteld. De top 5 in deze Kamer wordt gevormd door de Wassenaarse burgemeestersvrouw mevrouw Barth en de heer Van der Linden, de oud-voorzitter. Zij hebben er beiden 17 buiten de politiek om. Maar ook mevrouw Vos van GroenLinks kan er wat van met 16 stuks. Om in de top l0 van de Eerste Kamer terecht te komen, moet je heel hard je best doen, want daarvoor zijn minimaal 12 bijbanen benodigd. Ga er maar aan staan! Dat lukt een gewone Nederlander – Henk en Ingrid – niet. Dat is ons inziens een van de redenen waarom de kloof tussen de man op straat en de politiek zo groot is.

Een kloof, die door de reeds genoemde burgemeestersvrouw uit Wassenaar van de PvdA het best beschreven is in De Volkskrant van 27 augustus jongstleden: "Wij zijn de arme sloebers van de straat en iedereen mag komen kijken naar de gouden kranen die we niet hebben." Dat moest er nog eens bij komen: een villa bewonen tegen ongeveer een tiende van de marktprijs, daarover klagen in de krant en uit die onbeschrijflijke armoede vergeten je pizza af te rekenen bij de supermarkt. Henk en Ingrid hebben met het sappelende burgemeestersechtpaar te doen. Misschien kan mevrouw Barth er nog een krantenwijk bij nemen – ik heb het vroeger ook gedaan – en dat zou dan bijbaan nummer 18 zijn.

Vanuit elitair perspectief bekeken, worden hier vele belangen in deze Kamer gediend: 434–18=416 bijbanen. De senatoren van de PVV staan echter met hun poten in de modder. Als buschauffeur, als advocaat, maar ook als Statenlid, ondernemer, oprichter van een politieke partij, maar ook als – bijvoorbeeld ikzelf – als gemeenteraadslid. De PVV wil de belangen dienen van de Nederlandse bevolking en doet dat ook. Inderdaad, van Henk en Ingrid.

Ik kom aan de rol van de Eerste Kamer, de Kamer die het verst afstaat van de bevolking, de Kamer die getrapt wordt gekozen vanuit Provinciale Staten. Dat is de minst populaire verkiezing die wij kennen. Ik zie de heer Thissen als eerste senator bij de microfoon komen. Ik wil hem graag de gelegenheid geven, want hij is de eerste in dit huis die een betoog van de PVV interrumpeert.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik heb een paar vragen aan de heer De Graaf. Is het senatorschap een baan of een bijbaan?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dat is een goede vraag. Het senatorschap is in principe een bijbaan, maar het is toch heel knap als je daarnaast nog 16 hoofdbanen hebt!

De heer Thissen (GroenLinks):

In die nevenfuncties moet u ook weer even een onderscheid maken tussen hoofdfuncties van mensen. Ik ben bijvoorbeeld directeur van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten en ik vervul daarnaast nog een aantal functies functies, onder andere ook vrijwilligersfuncties. Volgens mij vindt de PVV het toch helemaal niet erg dat er veel senatoren zijn die met de poten in de klei van de samenleving van alledag zijn, daarin normale functies vervullen en daarmee normale salarissen mee verdienen en daarnaast als nevenfunctie hebben dat zij senator zijn. Daar bovenop vinden zij nog de tijd om een aantal vrijwilligersfuncties te doen, voor de samenleving en voor de mensengemeenschappen in dit land. Daar is toch niets mis mee?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dat doen PVV'ers ook. Ik draai keurig mijn bardiensten bij de korfbalclub, ik fluit wedstrijden en ik val in als coach. Daarnaast doe ik nog meer. Dat zijn inderdaad vrijwillige dingen. Dat is heel goed om samen de maatschappij mee op te bouwen. Maar de heer Thissen kan mij niet vertellen dat al die bijbanen – of al die hoofdbanen, of het grijze gebied daartussen – allemaal onbetaald zijn. Het gaat om belangen en om lobbyen. Dat heb ik net ook uitgelegd in het eerste gedeelte van mijn betoog. De heer Thissen gaat mij niet vertellen dat alles wat wij hier met zijn allen doen zomaar liefdewerk oud papier is.

De heer Thissen (GroenLinks):

Nee, want senatoren worden allemaal betaald. Het zijn er 75. PVV'ers zijn ook vaak hun eigen betaalde medewerker, maar dat is een andere discussie. Het onderscheid moet wel gemaakt worden tussen senatoren – wij 75 – en de hoofdfuncties die wij in de samenleving bekleden, wat gewoon betaalde banen zijn waarvoor de mensen vroeg op moeten en 's avonds laat weer naar bed gaan. Daarnaast hebben deze mensen er nog een aantal functies bij. De heer De Graaf moet het wel wat nuanceren. Hij wekt hier toch de schijn dat de tien PVV-leden entree hebben gevonden in een groep mensen die zichzelf heel goed weet te verzorgen. Het zijn echter allemaal mensen die zich enorm inzetten voor de samenleving.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik heb verder geen vraag gehoord. Natuurlijk, we zitten hier in een groep mensen die zichzelf heel goed weet te verzorgen. Ik heb hier nog niemand in een 24-uursluier zien zitten, maar dat is misschien wat flauw. De PVV'ers hebben inderdaad ook bijbanen, waar de heer Thissen misschien vraagtekens bij zet, maar die volgens de wet wel kloppen. Hij kan mij echter niet gaan vertellen dat je nog tijd overhoudt om te slapen als je 15, 16 of 17 bijbanen hebt. Vrijwilligerswerk moedigen wij zeker aan en een hoofdbaan ernaast is natuurlijk logisch, misschien nog een tweede ook. De getallen en de gemiddelden die ik heb genoemd, zijn echter wel heel erg hoog.

Voorzitter. Ik was gebleven bij de rol van de Eerste Kamer en de getraptheid van de verkiezingen vanuit de Provinciale Staten, wat de minst populaire verkiezingen in Nederland zijn. Die Eerste Kamer, waar wij nu staan, misschien verbazend om te horen van iemand die daaraan deelneemt namens een fractie van tien personen, noemen wij een relikwie uit een antiek tijdperk, toen senatoren nog per koets of per trekschuit naar Den Haag toekwamen om alhier de gewestelijke verschillen en belangen tot uitdrukking te laten komen. Gewestelijke verschillen die er eigenlijk in Nederland amper nog zijn. Natuurlijk zijn er nog kleine verschillen, maar Nederland is een stad met een aantal parken daarin. De grootste afstand in Nederland, ongeveer tussen dit tranchement in Zeeuws-Vlaanderen en Delfzijl in Groningen, is vrij gemakkelijk in vier uur te overbruggen. Nederland is klein, gewestelijke verschillen zijn er amper. Wij zitten hier echter nog steeds met die dichtgelaste inktpot als herinnering aan die vervlogen tijden. Het werken met de iPad – daarvoor een welgemeend compliment aan de Griffie, ook al maak ik er straks een grapje over – maakt ons overbodige werk, want zo noemen wij het, nog efficiënter. Dat is volgens de PVV-fractie de eerste stap naar afschaffing van de Eerste Kamer. Deze Kamer, gepolitiseerd door het sneeuwschuivertje van de Wassenaarse burgemeestersvrouw en Job Cohen, en gepolitiseerd door het inzetten van fractievoorzitters uit de Tweede Kamer tijdens de Provinciale Statenverkiezingen waardoor Henk en Ingrid het al helemaal niet meer begrepen. "Wij gaan alle maatregelen van dit onzalige kabinet tegenhouden", aldus mevrouw Barth, maar ondertussen wel klagen over de rol van de vermeende macht van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Het advies van de PVV aan de PvdA: als jullie zoveel waarde hechten aan de lobbyclub die wij hier hebben, doe dan het werk hier, het toetsen van wetten, zoals bedoeld is. Dan heeft niemand iets te klagen over de vermeende macht van een eenmansfractie alhier.

Voorgaande betekent wel dat de Eerste Kamer volgens de Partij voor de Vrijheid moet worden afgeschaft; er zijn hier meer partijen die dat graag willen, ook al is het de goedkoopste senaat van Europa. Ruim 10 mln. is nog steeds ruim 10 mln. te veel. Deze Kamer blijft fysiek natuurlijk wel bestaan en om de folklore in stand te houden, kunnen wij hier één keer in de tien jaar een toneelstuk organiseren, getiteld De nacht van Wiegel. Dat debat wordt dan steeds nagespeeld zodat het mooi in de geschiedenis blijft hangen. Daarbij laten wij het dan verder. Dat is wel jammer van de iPad maar met zoveel bijbanen kan vast iedereen er zelf een aanschaffen. Ik hoor graag een korte reactie van het kabinet op ons idee dat de Eerste Kamer niet meer zou moeten bestaan.

Ondanks de korte geschiedenis van de Partij voor de Vrijheid durven wij onze verantwoordelijkheid te nemen. Zelfs de Wassenaarse burgemeestersvrouw heeft de PVV gecomplimenteerd, wederom in dat stuk in de Volkskrant. Daarin zei zij: "Om het land goed te besturen, moet je soms vervelende dingen besluiten die lastig zijn om uit te leggen maar die toch moeten gebeuren."

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Hier spreekt de man van een wijkverpleegkundige, die aan het Haagse raadslid, dat de buschauffeurs van de HTM zo schandelijk in de steek heeft gelaten, vraagt om niet meer steeds kwalificaties te geven aan senatoren. De grap is gemaakt. Mevrouw Barth heeft die ook gehoord. Ik stel voor om het hierbij te laten. Anders ga ik elke keer dat de heer De Graaf het woord voert één van de 200 beloftes die hij niet meer heeft kunnen waarmaken noemen. Dan ga ik hem daarop aanspreken. Dat lijkt mij echter niet goed, dus laten wij het houden bij de grap. Zo was die leuk. Als wij er verder op doorgaan, wordt het een beetje gênant.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. Ik ga over mijn eigen spreektekst, maar ik zal er eens goed over nadenken. Als de heer Kox wil komen met 200 verbroken beloftes, dan moet hij daar nog even hard naar zoeken. Misschien kan hij nog even naar de overkant rennen om die hele doos te gaan halen waar er misschien vier in zitten. Maar dat horen wij dan wel in de interruptie. Ik ga graag in op de inhoud; de heer Kox sprak over de buschauffeurs. Dat komt niet zozeer als punt aan de orde, maar wel het geheel waarin zich dat heeft afgespeeld. Ik heb net gesproken over de korte geschiedenis van de PVV. Daarna heb ik de quote in de Volkskrant gegeven. Die quote ging om het lastig uitleggen van dingen die wel moeten gebeuren. Wij vinden veel dingen niet lastig om uit te leggen. Of wij slagen er juist als PVV in om dingen heel duidelijk uit te leggen. Na jaren links wanbeleid moeten er maatregelen worden genomen en wel op dit moment. Iedere seconde dat ik hier spreek, en ook collega Hermans heeft al een vergelijking gemaakt – wij hebben elkaars spreekteksten niet gezien en ik vertel het ook anders – geeft het Rijk € 960 meer dan er binnenkomt. De bezuiniging van 18 mld. is daarvan een uitvloeisel. Daar staan wij niet om te juichen, maar wij zijn onze handtekening onder het gedoogakkoord wel meer dan waard. Dankzij de PVV wordt de verzorgingsstaat voor de toekomst beschermd door deze nu niet te laten ontploffen. Wij geven mensen kansen in plaats van een stigma. Veiligheid gaat tegenwoordig voor kunstsubsidies en ouderenzorg is sinds een jaar ver verheven boven immigratie. 24.000 handen – het gaat om 12.000 mensen – extra aan het bed en in het verzorgingshuis. Daarop is de PVV hartstikke trots. De PVV heeft ervoor gezorgd dat de ergste maatregelen in de sociale zekerheid zijn tegengehouden. De PVV heeft zich hard gemaakt voor een pakket van 900 mln. om koopkrachtmaatregelen te nemen en Henk en Ingrid zoveel mogelijk te ontzien.

De WW en het ontslagrecht blijven onaangetast en de verhoging van de AOW hebben we weten te beperken. Wij hebben er ook veel voor terug gekregen en ik herhaal dat nog maar eens. Wij hebben een gedoogakkoord om trots op te zijn. De PVV heeft een grote stempel gedrukt op onder andere de ouderenzorg, de veiligheid en de aanpak van de massa-immigratie. De PVV staat kortom voor ondersteuning aan mensen die het echt nodig hebben. Moeilijke maatregelen waarvoor onze partij niet wegloopt; wij zijn onze handtekening waard. Wij staan niet overal om te juichen, maar wij beschermen de mensen die het echt nodig hebben. Er is sinds een jaar een veel realistischer kijk gekomen. Het gedoogakkoord is daarmee geen teken van kaalslag maar een mars der beschaving. Ja, wij zijn aanspreekbaar op pijnlijke keuzes; die horen bij het nemen van verantwoordelijkheid en daar lopen wij niet voor weg. De SP van de heer Kox kan aan het nemen van verantwoordelijkheid, helemaal op nationaal niveau, nog een flinke punt zuigen.

Het gelijk van de PVV wordt het best geïllustreerd door die hele linkse kerk zelf. Zij verplaatsten het debat de afgelopen tijd van het Binnenhof naar het Malieveld om daarmee het gebrek aan argumenten te maskeren.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik heb een informatieve vraag voor de collega. Wanneer regeerde een links kabinet dit land voor het laatst? In welke periode gebeurde dat?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik weet waarop u doelt. De VVD en het CDA hebben de afgelopen decennia veel in het kabinet gezeten. Als ik kijk naar wat er op lokaal niveau plaatsvindt, dan zijn het juist de linkse partijen die overheerst hebben.

De heer Thissen (GroenLinks):

Nee, u sprak over het kabinet. U had het over het linkse beleid en de regering. Deze ploeg onder leiding van Mark Rutte met gedoogsteun van de PVV kan eindelijk alle maatregelen die de linkse kabinetten gerealiseerd hebben ombuigen om van Nederland weer een gezond land te maken. U mag dat zeggen, u mag dat vinden. Ik vraag u nu heel informatief wanneer dat laatste linkse kabinet was dat er in dit land zo'n puinzooi van heeft gemaakt?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik ga hier niet exact het jaartal geven.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ongeveer.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Het is lang geleden dat er een echt links kabinet zat.

De heer Thissen (GroenLinks):

Hoe lang is het geleden? De vorige eeuw.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Het is al heel snel "de vorige eeuw". We zitten pas in het jaar elf van de huidige eeuw.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik weet het. Ik ben bij de tijd. Maar wanneer was het nu precies?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dat zeg ik nu. U staat nu als een schoolmeester een overhoring te doen, maar daar ga ik niet in mee.

De heer Thissen (GroenLinks):

Nee, het is gewoon een debat.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Het laatste echt linkse kabinet was inderdaad in de vorige eeuw. Ik breng daarbij wel de volgende nuance aan. Daar is de heer Thisse dol op. Het gaat ook om lokale en provinciale besturen, om het hele bestuur van dit land. Dat noemen wij "de linkse kerk". Die heeft daarvoor verantwoordelijkheid gedragen. Natuurlijk, ook de VVD heeft vaak in een kabinet gezeten, net als het CDA.

De heer Thissen (GroenLinks):

Meestal, eigenlijk. Meestal waren het CDA en VVD. Eigenlijk bent u dus toegetreden tot een kabinet dat ervoor zorgt dat alle maatregelen waarvoor het CDA en de VVD verantwoordelijk zijn, worden bijgebogen en omgebogen. U bent nodig om het CDA en de VVD te laten corrigeren wat zij al die jaren in verkeerde kabinetten van verkeerde origine met verkeerde mensen hebben bewerkstelligd waardoor het in dit land een puinhoop is. Die puinhoop bent u nu aan het opruimen. Dat is in feite wat u zegt.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik heb de heer Thissen, of de heer Kox, in een eerdere interruptie op het betoog van mevrouw Barth horen zeggen: u bent naar het midden opgeschoven. Het was mevrouw Barth zelf. Zij zei: het kabinet schuift op naar het midden. De PvdA heeft heel vaak onderdeel uitgemaakt van het kabinet. Verantwoordelijkheid is compromissen sluiten en de ervaring leert dan ook dat kabinetten eerder linksaf slaan dan rechtsaf. Voor het eerst sinds tijden zit hier een echt kabinet dat wat meer rechtsaf slaat. Dat is een compliment waard. Wij hebben ook de paarse kabinetten gehad.

De heer Thissen (GroenLinks):

In onze optiek zijn de kabinetten van de afgelopen dertig jaar gewoon allemaal rechts of midden. In die zin is er weinig tot nauwelijks links beleid in dit land gevoerd.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Nu begrijp ik waar de heer Thissen heen wil. Hij wil graag in dit huis zeggen dat al die kabinetten hartstikke rechts waren terwijl wij van mening zijn dat die veel linkser waren dan de heer Thissen denkt. Kom dan in één keer met de vraag, dan zijn wij vanavond vijf minuten eerder thuis.

Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. Ik herhaal dat de PVV aanspreekbaar is op pijnlijke keuzes. Die horen bij het nemen van verantwoordelijkheid. Daarvoor lopen wij niet weg. Het debat werd verplaatst naar het Malieveld, misschien wel om het gebrek aan argumenten te maskeren. Het Malieveld liep vol maar het waren wel angstverhalen waarmee de mensen gelokt werden, terwijl met de argumenten die er misschien wel zijn de gedoogconstructie of het kabinet bestreden moet worden in de Staten-Generaal.

Kijkend naar de afgelopen decennia zijn er genoeg zaken om kritisch over te zijn. Ik noem allereerst de rol van Europa en de gehele internationale gemeenschap in de afgelopen decennia. Ik noem een land in het Midden-Oosten, de enige democratie in het Midden-Oosten met de naam "Israël". Als ik naar de tv kijk, dan lijkt het net alsof zeven van de tien politici, maar ook veel commentatoren, een vies gezicht trekken als Israël aan de orde komt. Verder kwam in de afgelopen decennia de massa-immigratie tot stand, ook op internationale basis. Europa ging en gaat op weg naar "Eurabië". De kosten, alleen al voor Nederland, bedragen 7,2 mld. per jaar. Mij weten ze wel te vinden, alleen al in Nederland. De Europese Economische Gemeenschap, waarvan de PVV een groot voorstander is – van economische samenwerking in Europa worden wij allemaal beter – werd Europese Unie en werd steeds meer gepolitiseerd. Het straatbeeld in de grote en middelgrote steden veranderde ingrijpend en ten nadele in veel wijken. Natuurlijk hebben wij veel positieve verhalen gehoord, maar voor de negatieve verhalen moeten wij niet weglopen. Die benoemen wij. De veiligheid en de sociale cohesie nemen af; dat blijkt ook uit studies. Als grote groepen bij een andere groep erbij komen, neemt de sociale cohesie af en ontstaat er wantrouwen. Dat is een normale, menselijke, maar ook maatschappelijke reactie. Een voorbeeld daarvan is de homo-emancipatie; die holt achteruit en is bijna terug bij af.

Ik geef nog een voorbeeld. De Nederlandse bevolking stemde in overgrote meerderheid tegen een Europese Grondwet – ongeveer 66% was tegen – maar Henk en Ingrid, en alle andere Nederlanders, kregen die toch door de strot geduwd in de vorm van een verdrag. Ook heel apart is dat integratie een beleidsterrein werd. Wij hebben er op dit moment zelfs een minister voor; dat hadden wij volgens mij zelfs al in een vorig kabinet. Wie wel eens vroeg in de ochtend een koffiehuis bezoekt, en dat doe ik, weet wat over dat soort zaken wordt beweerd: leuker kunnen we het niet maken, wel vreemder. En zo kan ik nog wel even doorgaan met voorbeelden.

De elite, zeg maar de moderne reders Bos uit Op hoop van zegen, alhier zo rijk vertegenwoordigd, hield bij al deze veranderingen zijn mond of keurde deze instemmend goed. In opstand komen, luisteren naar de bevolking, verandering bewerkstelligen; het werd en wordt nog steeds weggezet als vies en voos. De eurofiele cultureel-marxisten van D66, PvdA en Groen Links wisten toch wat goed was voor het volk? Tolerantie, ook voor intolerantie – de paradox van Popper, om er toch maar eens een filosoof bij te halen – werd de standaard. En u? U vond het allemaal goed en best. De elite ziet een prachtige blauwe vlag wapperen, soms zelfs hier op de Mauritstoren, maar Henk en Ingrid zien al jaren alleen maar sterretjes.

Het moet dus eerlijker, anders ja, dan krijgt Nederland misschien wel weer zin in de toekomst. Het wordt eerlijker met deze gedoogconstructie, het wordt anders, maar Nederlanders hebben nog niet zoveel zin in de toekomst. Henk en Ingrid krijgen namelijk via de staatstelevisie iedere dag inktzwarte scenario's voorgespiegeld over Europa, de euro en pensioenen. Angst is de beste raad die de elite geeft, misschien wel om het eigenbelang in stand te houden. De grot van Plato is actueler dan ooit. Morgen wordt op een extra Eurotop zeer waarschijnlijk besloten dat de geldkranen in Europa wagenwijd worden opengezet, waarna ons geld via de weg van de minste weerstand, net als water, zal vloeien naar Griekenland. Onze kinderen en kleinkinderen worden straks wekelijks opgezadeld met blauwe enveloppen, om te bloeden voor de fouten van vandaag en om het geld terug te verdienen dat morgen in de Egeïsche Zee, de Adriatische Zee, de Tyrrheense Zee, de Golf van Biskaje en aan het eind misschien ook nog wel de Seine wordt gedumpt. Keer ten halve in plaats van ten hele te dwalen, zo vraag ik het kabinet vanuit dit huis. Ik hoor daarop graag een heldere reactie.

José Manuel Barroso is ondertussen de machtigste man van Nederland. De man die racistische teksten meent te horen als mijn collega in het Europees Parlement, Barry Madlener, het woord voert. Ik heb het nog nooit gehoord, maar hij hoort die wel. Als minister van Financiën van Portugal was de heer Barroso zelf verantwoordelijk voor de malaise waarmee zijn piri-pirivrienden nu zitten opgescheept. Hij pleitte onlangs voor nog een kop op dat veelkoppige monster dat Europa heet, door te pleiten voor het afschaffen van het vetorecht van de afzonderlijke lidstaten. De EUSSR is dichterbij dan ooit. Waren wij ons vroeger bewust van het rode gevaar, tegenwoordig is het de kleur groen die de Eurofielen bindt. Groene stroom, een groene planeet, C02-reductie en natuurlijk de gezamenlijke opofferingsgezindheid voor de groene islam. De islam, die de revolutie van de zogenaamde "Arabische lente" aan het kapen is. De oorspronkelijke Egyptenaren, de Kopten, rouwen om de vele doden en verbinden dagelijks hun diepe wonden. Mocht u de beelden gemist hebben van de op brute wijze afgeslachte Egyptische christenen, zoek die dan thuis nog eens op op internet. Of vraag er eens naar bij de Koptische shoarmaboer – veel shoarmaboeren zijn Koptisch – bij u om de hoek. Zij kunnen u vertellen welke groene gruweldaden hun familie is aangedaan. De verkiezingen in Tunesië van afgelopen zondag zijn een grote overwinning geworden voor de Ennahda, de islamitische partij.

De heer Kox (SP):

Mag ik uit de toonzetting van collega De Graaf afleiden dat hij het maar zo-zo vindt wat er in Noord-Afrika gebeurt op dit moment? Hij verwijst naar de tragische gebeurtenissen in Egypte, maar voordat de revolutie daar plaatsvond, gebeurden er nog veel tragischer dingen, waarbij allerlei mensen afgeslacht werden, tientallen jaren lang. Ziet hij de ontwikkelingen per saldo als positief of niet?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dank voor deze vragen. Ik heb het net ook over Israël gehad als lichtend baken in het Midden-Oosten. Het is de enige echte parlementaire democratie in de hele regio. Natuurlijk zijn wij niet van de dictators; daar houden wij ook niet van. Gruweldaden werpen wij ook verre van ons. Wij houden daar ook niet van. De mensheid hoort normaal met elkaar om te gaan. Wij willen dus geen terugkeer naar een dictator; democratie is natuurlijk goed voor een volk. Het punt is echter dat de commentatoren en veel politici in januari stonden te juichen voor de tv over een Arabische lente, terwijl het hier nog vijftien graden vroor, maar goed, terwijl de PVV toen al zei: pas op want die Arabische lente zou wel eens gekaapt kunnen worden door mensen en groepen die de sharia willen invoeren. Wij zijn toen weggehoond en weggelachen. Het gaat mij er niet om, mijn gelijk te halen, maar te waarschuwen voor het gevaar dat "islam" heet.

De heer Kox (SP):

Gelijke monniken, gelijke kappen. Bij de afgelopen verkiezingen was de PVV de grote winnaar met een heel specifieke visie op mens en maatschappij, om het zo maar eens te zeggen. Dat heeft er echter niet toe geleid dat wij zeggen: nou, nou, die democratie in Nederland moeten wij maar een beetje gaan matigen want er kan zomaar een partij als de PVV winnen. Nee, dat kan. Mijn partij is ook ooit winnaar geweest van verkiezingen. In Tunesië heeft nu een partij gewonnen die er weer een heel andere visie erop nahoudt maar zich verder bekent tot de democratie. Eric Smaling was daarbij namens onze Kamer aanwezig. Mensen stonden daar rijenlang om gebruik te maken van hun democratisch recht; er was een opkomst van 90%. Nu zegt u: omdat die mensen verkeerd hebben gestemd, heb ik twijfels aan de verkiezingen want de islamieten kapen hiermee de verkiezingen en de democratie. Het kabinet is erg duidelijk. Dat ziet de ontwikkelingen in Noord-Afrika met enthousiasme aan. Minister Rosenthal doet zijn best om hulp te bieden. Ziet de PVV de ontwikkelingen daar nu ook positief of heeft deze toch het idee dat de verkeerde partijen winnen?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik weet niet of de heer Smaling erbij verteld heeft dat er voor de stembussen steeds twee rijen stonden. Die stonden er weliswaar niet op elke plek, maar wel op veel plekken. In de ene rij stonden vrouwen en in de andere rij stonden mannen. De sekseapartheid is dus alweer ingevoerd. Wij kunnen natuurlijk zelf geen inbreuk doen op het democratisch proces dat plaatsvindt. Overal waar verkiezingen en vrije verkiezingen worden gehouden, moet je daarmee blij zijn. De PVV waarschuwt voor het gevaar dat nu ook blijkt onder Erdogan in Turkije. Steeds worden die touwtjes verder aangetrokken. Die islam doet steeds verder opgeld. Dat gaat straks in Noord-Afrika ook gebeuren. Wij willen dat iedereen daar waakzaam voor is en dat zo ver als onze invloed reikt, of de invloed van de regering reikt, invloed wordt uitgeoefend om ervoor te zorgen dat niet in heel veel landen de sharia nu wordt ingevoerd. Dat is een heel belangrijk punt. Wij waarschuwen dus wel voor het groene gevaar.

De heer Kox (SP):

Dat is toch echt al te makkelijk. Als er maar op de goede wordt gestemd, dan bent u ervoor en als er op de verkeerde wordt gestemd, dan bent u er niet voor. U verwijst naar Turkije en naar premier Erdogan. Dat is niet mijn politieke vriend, maar ik heb in de afgelopen jaren moeten constateren dat mijn niet-politieke vriend op een aantal terreinen een hoop verbeteringen in Turkije heeft doorgevoerd waar anderen – meer mijn politieke vrienden – niet aan toegekomen zijn. Waarom bent u nu zo krampachtig dat als een partij meedoet die niet uw visie heeft, u twijfels krijgt bij het democratisch gehalte van een land? Dan zou u toch vanuit onze positie moeten zeggen: als de PVV wint, dan moet de democratie aangelijnd worden? Dat is toch een rare, bekrompen visie? Geen van de filosofen die u hebt aangehaald, zou u daar een handje bij geholpen hebben.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik laat de PVV niet framen als antidemocratische partij. De PVV is dat ook niet. Ik zeg ook niet dat mensen niet mogen stemmen op die partij. Wij kijken echter ook eens 1400 jaar terug in de geschiedenis en kijken hoe de geschiedenis in die landen verlopen is. We hebben het dan over de eerste, tweede en derde jihad. Zo gaat het continu door. Op basis van het verleden kun je veel dingen zeggen die misschien in de toekomst gaan gebeuren. Je kunt het namelijk nooit zeker zeggen. Wij waarschuwen wel voor het gevaar dat er straks een aantal landen bijkomen waarin de sharia wet is, waarin vrouwen, homoseksuelen en transgenders helemaal niets meer te vertellen hebben en misschien wel in de kerker worden gegooid. Daarvoor willen wij als PVV waken en voor waarschuwen. Dat heeft niets met antidemocratisch te maken, maar met een nuchtere blik, een realistische kijk op de geschiedenis en een ongekleurde visie op wat er al 1400 jaar aan de gang is.

In reactie op de interrupties heb ik al een aantal dingen gezegd over de verkiezingen in Tunesië. Daar stonden twee rijen; mannen apart en vrouwen apart. Ook in Libië lijkt het de verkeerde kant op te gaan. De voorzitter van de overgangsraad pleit daar al voor de invoering van de sharia. Om Machiavelli er nog eens bij te halen, wijs ik op wat hij schreef: slechts profeten die het zwaard hanteren, zullen succes hebben en overleven. 498 jaar geleden kende hij de islam misschien wel beter dan al die juichende politici en commentatoren van nu. Die Arabische lente zal namelijk een Arabische Winter blijken te zijn. Wij hebben dat ook reeds gezegd. Ik heb in mijn interruptie ook al veel van deze zaken genoemd. Die winter heeft ondertussen hele gebieden van Europa en Nederland in zijn koude greep. In de harde bodem van die winter kiemt op veel plekken slechts het zaad van de haat.

De heer Kox (SP):

Verstond ik nu goed dat de heer De Graaf zei: die Arabische lente is een Arabische winter geworden? Wat u net zei, dat u het nog eens wilt bezien, is niet meer waar? U hebt uw conclusie al getrokken. Eigenlijk waren wij beter af met de tijden van Mubarak, Ben Ali en Kadhafi. Het is eigenlijk jammer dat zij weg zijn want de Arabische lente is een Arabische winter geworden. Dat zei u toch zo? Dat verstond ik goed?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik wil best nog even teruggaan in mijn tekst. Laat ik er het volgende van maken: de Arabische lente dreigt een Arabische winter te worden.

De heer Kox (SP):

Dat is alweer heel andere taal.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik ben wel verrast door een interruptie van de heer Kox. Die komt zelf voort uit de Maoïstische beweging maar ageert nu opeens tegen dictators. Ik vind dat vrij apart. Hij probeert ons vervolgens in te wrijven dat wij van dictators houden. Nou, never nooit niet.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Ik geniet werkelijk van de heer De Graaf. Wat hij ook zegt, het is een verrijking van deze Kamer. Hij neemt veertien eeuwen door en trekt daaruit de conclusie hoe het er precies voorstaat in Noord-Afrika. Hij kent wat dat betreft de roots van de SP. Hij weet dan natuurlijk ook weer waar het Maoïsme vandaan kwam. Daar zaten ook allemaal dynastieën voor. Ik hoor dat graag straks van hem. De vraag was of de democratische ontwikkeling in Noord-Afrika positief of negatief was. Aanvankelijk twijfelde de heer De Graaf nog, maar vervolgens constateerde hij dat de lente is omgeslagen naar een winter. Dankzij mijn interventie is hij nu weer zo ver dat hij zegt: het dreigt een winter te worden. Er is dus een sprankje hoop voor de democratie in Noord-Afrika. Daar ben ik blij om. Als wij het daarover eens zijn, dan gaan wij het straks nog even hebben over de geschiedenis, misschien ook die van zijn partij.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. De geschiedenis van mijn partij is nog niet zo lang. Daarover kunnen wij heel veel of heel weinig zeggen. Nogmaals, ik vind alle dynastieën hartstikke mooi: de Ming-dynastie en de mandarijnen. Noem ze allemaal maar op waar het uit voort gekomen is. Het gaat erom wat de uitwerking is. Het bekijken van 1400 jaar geschiedenis maakt de heer Kox hier belachelijk. Ik vind dat heel erg makkelijk. Ik heb mijn uitspraak aangepast: het dreigt een Arabische winter te worden. Dat geef ik de heer Kox, maar daarmee geef ik wel aan dat de PVV het heel vroeg en heel goed heeft gezien. Er zijn nu genoeg tekenen die erop wijzen dat het inderdaad een koude winter gaat worden. Ik heb die tekenen genoemd in mijn tekst.

De heer Van Boxtel (D66):

Voorzitter. Er zijn soms huishoudens die in een koude winter de deur dicht houden voor mensen die onderdak nodig hebben. Ik wil een heel eind met de heer De Graaf meegaan als het gaat om waarschuwen voor tendensen die wij zien. Het verschil in attitude is echter dat de heer De Graaf zegt: ik zie het al en draai mijn rug er naartoe, ik laat dit aan mijn deur voorbijgaan, terwijl een heleboel partijen waaronder de mijne, dit juist willen aangrijpen om te kijken of wij een stap verder kunnen komen en in een dialoog met die landen de democratisering op gang kunnen brengen. De heer De Graaf maakt die sprong van veertien eeuwen. Als wij teruggaan naar het christelijke geloof kunnen wij het weer over de kruisridders hebben en over de wijze waarop die de wereld wilden veroveren. Als het gaat om een balans tussen religie en democratische waarden, zijn wij zo ver geëmancipeerd dat dit een titel geeft om de dialoog met die andere landen aan te blijven gaan en te zoeken naar die punten van verlichting. Het valt mij in het betoog van de heer De Graaf tot nu toe tegen, dat hij alleen zegt: wij riepen het al in februari, wij herhalen die waarschuwing en verder interesseert het ons ook niets. Interesseert het hem inderdaad niets? Vindt hij dat wij gewoon onze rug toe moeten draaien naar dat deel van de wereld dat grenst aan Europa en dat heel dichtbij is?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. Ik zie hier toch een uitwas van het kosmopolitisme van D66. D66 denkt altijd dat zij alleen of dat Nederland alle problemen van de wereld kan oplossen. Wij moeten echter bescheiden zijn en ons realiseren dat wij dat als klein kikkerland niet kunnen.

Wij moeten echter wel realistisch kijken. Op de interruptie van de heer Kox heb ik wel gezegd dat wij blij zijn met een democratiseringsproces, maar wel heel graag de vinger aan de pols willen houden. Ik denk dat de heer Van Boxtel en ik exact hetzelfde willen: een vinger aan de pols houden en kijken hoe het proces aldaar verloopt.

Verder sprak de heer Van Boxtel over het dichthouden van deuren. Ging het in eerste instantie om het openen of dichtgooien van de deur voor mensen die bijvoorbeeld als vluchteling naar ons land willen komen? Ik weet niet of de heer Van Boxtel daarop doelde, maar ik meende dat te herkennen in zijn inbreng.

De heer Van Boxtel (D66):

De heer De Graaf kan het fysiek maken door te spreken over mensen, maar ik bedoelde het openen van deuren naar die samenlevingen en kijken of wij daar echt een democratiseringsbeweging op gang kunnen krijgen en daaraan steun kunnen verlenen. Met de heer De Graaf kijk ik scherp naar de andere tendensen: het weer dicht willen maken van die landen, het weer in zichzelf gekeerd raken en misschien het her en der terugzakken in fundamentalisme. Dat is echter wat anders dan alleen een religie beleven.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Het is eigenlijk: agree or disagree. Zien wij het als een ideologie of als een religie? Nogmaals, Nederland helpt internationaal met waarnemingsmissies al heel veel aan de ontwikkeling van democratieën. Ik zeg dat wij nu ineens niet heel veel meer moeten gaan doen in die landen die nu een democratiseringsproces doormaken, maar wel de vinger aan de pols moeten houden en doen wat wij normaal altijd al deden. Volgens mij zijn wij dan al een heel eind. Dan doen wij deur niet dicht, dan staan wij er niet met onze rug naartoe en is er sprake van heel veel betrokkenheid bij de mensen en de maatschappij aldaar.

De voorzitter:

Kunt u afronden?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ja, voorzitter. Ik heb al gesproken over de wijken waar het zaad van de haat gepland is in de winter. Ik heb gesproken over vrouwen, andersgelovigen, ongelovigen, homo's, lesbiennes, transgenders en over haat tegen onze moeizaam verworven vrijheden. Dat is wel aan de orde in de wijken waar Henk en Ingrid wonen of woonden. Wij moeten daarvoor niet wegduiken. Dat moeten wij blijven benoemen en er iets aan willen doen. Wij moeten niet alleen zeggen: Joepie de poepie, wat gaat het fantastisch met Nederland. Er zijn nog genoeg mensen met wie het niet fantastisch gaat en daar komt de PVV voor op.

Voorzitter. Tegen de onveiligheid helpt slechts een duidelijke voorbeeldfunctie: strengere straffen voor delicten waarvoor tot nog toe de minimumstraf acht jaar was, vanaf de tweede overtreding. De PVV heeft het voor elkaar gekregen en is daar trots op, buiten alle zaken die wij al noemden zoals: zorg, veiligheid en massa-immigratie. Wij zijn ook trots op de verantwoordelijkheid die wij kunnen nemen in deze barre tijden. Wij wachten de voorstellen die nog moeten komen op basis van het gedoogakkoord af. Wij zullen deze vanuit onze rol in de Eerste Kamer op gepaste wijze beoordelen om zodoende een betere ouderenzorg in Nederland te bewerkstelligen, Nederland veiliger te maken en de immigratie in te dammen.

Voorzitter. Ik wil het hierbij graag laten voor deze termijn.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. De heer De Graaf begon zo hoopvol met de opmerking dat hij met een boodschap van vernieuwing komt. Hij zei ook dat weerstand daartegen weerstand tegen vernieuwing is. De weerstand die dit oproept, heeft volgens mij niets te maken met vernieuwing maar met het opnoemen van lijstjes van banen die mensen hebben terwijl zij parttime politicus zijn, met een pleidooi voor de afschaffing van de Eerste Kamer en met een felicitatie aan de PVV zelf voor alle dingen die de heer De Graaf zo goed vindt aan zijn partij. Kan hij nog eens aangegeven wat het vernieuwende is in zijn voorstellen?

Is de heer De Graaf nu hij lid is geworden van deze Kamer ook toegetreden tot de elite van dit land?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. Ik hoor een aantal vragen. Ik begin met de laatste. Nee, de PVV is niet toegetreden tot de elite van dit land, wel tot een elitaire club. Toetreden tot de elite is ook een mentaal proces. Voor ons is dat het oversteken van de Rubicon.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Dat lijkt mij nu echt een woordenspel. De heer De Graaf is wel toegetreden tot een elitaire club, maar wil daarover van alles en nog wat zeggen. Ik denk dat dit niet deugt. Ik hoop dat de heer De Graaf dat anders zal gaan zien en de Kamer niet op deze manier blijft bejegenen.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Voorzitter. Nogmaals dank voor het antwoord. Het gaat om de elitaire club. Oké, dat kan een woordenspel zijn. Voor de rest ben ik er heel duidelijk en helder in. Wij hebben onze visie op deze Kamer. Het is onderdeel van de vernieuwing. Andere partijen hebben het ook al gezegd. Wij brengen het wederom in. Ik heb vanaf het begin gezegd dat het gaat om de beweging om ook te luisteren naar de stem van mensen die het echt slecht hebben in dit land en wier stem hiervóór amper gehoord werd. Daarnaast gaat het om een realistische kijk op de maatschappij. Wij moeten gewoon eens anders tegen zaken aankijken dan tot nog toe in het brede midden gebruikelijk is. Dat wekt inderdaad weerstand op. Die weerstand ondervinden wij ook. Dat maakt zaken soms harder. Daar lopen wij niet voor weg. Leuk is anders, maar het is de rol die wij als Partij voor de Vrijheid te vervullen hebben. Daarbij wil ik het laten, voorzitter.

De voorzitter:

Dames en heren. Wij hebben nu drie sprekers gehad. Zij hadden samen 85 minuten spreektijd gevraagd. Wij hebben inmiddels 130 minuten verbruikt. Bijna de helft daarvan is opgegaan aan interrupties. Ik vind het prima, maar wij moeten wel een beetje naar het horloge kijken, ook omdat wij nog even moeten afwachten wat er vanavond aan de overzijde moet gebeuren in het kader van de voorbereiding op de top in Brussel morgen.

Interrumperen mag, dat hoort ook bij de algemene politieke beschouwingen, maar als het niet echt noodzakelijk is, zou ik enige terughoudendheid willen vragen.

Het woord is aan de heer Brinkman voor zijn maidenspeech, althans in deze Kamer.

De heer Brinkman (CDA):

Voorzitter. Buiten is er meer te zien dan de Hofvijver. Europa bracht ons vrede en welvaart. Piekerend over de dilemma's van deze tijd zien we nu dat allerlei mensen, opvattingen, goederen en diensten buiten onze macht rondzwerven en dat economische groei meer buiten ons deel van de ontwikkelde wereld plaatsvindt. Wij komen er dus met herkenbare gevoelens van onthechting, niet met terugtrekken op het eigen erf; ook niet met alleen kostenbesparingen in die wereldwijde competitie. We moeten opnieuw uitvinden waarin wij goed, beter, best zullen zijn en we moeten zinvolle diensten en producten leveren op de tijd die de klant vraagt. Dat betekent zoeken naar verbeteringen in onze vrijwillige en betaalde productiviteit. Tegelijkertijd wordt de planeet waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden minder groen en dus onze bestaansgrond kostbaarder. Overheden worstelen met de vraag, hoe zij met deze veranderingen moeten omgaan. Hun last van eerdere toezeggingen, verwachtingen en risico's wordt in deze magere jaren zichtbaar te zwaar, maar de publieke opinie moet kennelijk nog wennen aan het idee dat markten zowel als opvattingen en gedragingen van veelkleurige mensen wereldwijd hun eigen dynamiek hebben en dat voor niks alleen de zon opgaat!

De troonrede geeft ons gelukkig weer hoop in deze tijd vol somberheden. Immers, wij allemaal worden opgeroepen om met onze gezamenlijke kracht en ambitie de begrijpelijke zorgen van dit moment te lijf te gaan. Wat willen wij wél? Niet: wat willen wij niet? Die vorstelijke woorden klinken trots en worden ondersteund door cijfers. Het kabinet presenteert immers een begroting waaruit blijkt dat in de periode 2011–2015 netto nog 27 mld. meer door de totale overheid wordt uitgegeven, waarvan alleen al in de zorg 13 mld. en de inkomsten ook nog met 38 mld. stijgen. De koopkracht komt gemiddeld nu op het niveau van 2007. Die cijfers poetsen de zorgen over de schulden en de volatiliteit van markten niet weg, maar we moeten de investeerders en consumenten – in die volgorde – niet in de put praten door het overbelichten van noodzakelijke aanpassingen, die het CDA overigens al in zijn verkiezingsprogramma bepleitte. Bewegingloosheid van onszelf en van onze economie is nu wel het laatste wat we kunnen gebruiken. Alleen al daarom verdient het kabinet lof dat het niet onder het Malieveld dekking zoekt. Laten we ons niet te veel schuldig maken aan "Micawberisme" nu de overheidsschuld van 2011 op 2012 nog met 16 mld. oploopt. Heel Engeland weet dat dit betekent: meer uitgeven dan er binnenkomt. Micawber wist in theorie heel goed hoe het moest, maar had moeite met de praktijk. Laten we daarom ons zijn woorden aan David Copperfield ter harte nemen: "Mijn raad ken je: met een jaarlijks inkomen twintig pond, met jaarlijkse uitgaven negentien pond en een halve shilling, heb je als resultaat geluk. Met een jaarlijks inkomen van twintig pond en jaarlijkse uitgaven twintig pond en een halve shilling is het resultaat: misère."

Er zijn ook andere tekenen van hoop. De wijkverpleegkundige komt terug en er zijn weer ooievaars bij de poldersloten. Het is dus niet allemaal krimp en kramp, maar we zijn er nog niet. Sommigen voelen zich tegenwoordig immers steeds meer buiten de maatschappij staan, zijn boos of bang voor snelle verandering. Nog eens een grote groep acht zich zelfredzaam en maakt zich snel uit de voeten als er een beroep op hen wordt gedaan. De overheid komt nog weinig plichtsgetrouwe burgers tegen. Gelukkig is er nog steeds een forse groep verantwoordelijke burgers die te porren zijn voor een betere samenleving. Het wordt dus de kunst niet om schuldgevoel te gaan prediken of neerbuigend te doen over deskundigen omdat we het zelf allemaal beter lijken te weten, maar ons wel te concentreren op wat in het algemeen belang als een zinvolle balans tussen rechten en plichten in de komende tijd mag worden beschouwd. Weer normaal doen en je gezond verstand gebruiken is daarbij zo gek nog niet. Meewerken naar vermogen wordt terecht de nieuwe norm. Is meer inschaling in beginnende cao-schalen op het gewone werk daarbij behulpzaam, plus meer marktconforme beloning in wat nu nog WSW heet?

Voorzitter. Vanuit ons nog altijd stevige economisch fundament zijn er kansen te over in de uitdagende wereld waarin de nieuwe generaties opgroeien. Ontwennen aan subsidies in lijn met wat de Rekenkamer adviseert, voor diepte-investeringen een beetje lenen, meer zelf bijdragen, dat is wat op eigen benen staan zo aantrekkelijk, want onafhankelijk maakt. Gelukkig zijn er veel actieven die onze zorgen over het te grote aantal inactieven willen helpen terugdringen. Daardoor krijgen ouderen ook meer zekerheid dat ze niet aan hun lot zullen worden overgelaten. Er is echter een overdaad aan regelingen waarin mensen, instellingen en bedrijven eerder gewantrouwd dan vertrouwd worden. Er is dringend behoefte aan een zichtbare bereidheid om te leren van die fouten uit het verleden. Hoezeer ook de overheid ons vertrouwen verdient, zij dient ons ook te vertrouwen. Daarbij zijn wij niet kritiekloos over de nieuwe tijd en niet zonder zorgen, maar het verleden is voorbij. Angst voor verandering blijft een slechte raadgever; ambitie en hoop zijn een betere leidraad voor nu en zijn ook nodig om snel, gezamenlijk en praktisch te handelen.

Wij blijven daarbij trouw aan de huisregel van dit land dat we respect voor elkaar hebben in alle religieuze en overige verscheidenheid. Daarom al verdient het wetsontwerp inzake de zorgvuldige religieuze slacht hier niet onze steun. Of je nu jood bent, islamiet of gereformeerd, de charme van deze wendbare tijd zit hem in de uitdagingen voor mensen die niet bij de pakken willen neerzitten, die bereid en in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen en die hun eigen kansen willen grijpen: in het vliegtuig op weg naar een nieuwe zakenrelatie in Sjanghai of als wijkverpleegkundige met liefdevolle persoonlijke aandacht in het vertrouwde Leiden-De Kooi.

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Ik begrijp dat de heer Brinkman pleit voor een groot respect voor religieuze diversiteit. Hij haalt daarbij het verbod op de onverdoofde slacht aan. Kan hij dat linken aan bijvoorbeeld het voorstel van het kabinet om gezichtsbedekkende kleding te verbieden? De heer Brinkman vindt dus kennelijk dat religieuze vrijheden ingeperkt mogen worden, maar als het gepaard gaat met bijvoorbeeld het verbeteren van leefomstandigheden van dieren zegt hij: afblijven, niet doen?

De heer Brinkman (CDA):

Het is redelijk dat personen elkaar in het openbaar kunnen herkennen. Daarop had het kabinet het oog. Voor het overige verwijs ik de heer Koffeman graag naar onze schriftelijke inbreng bij het wetsvoorstel waaraan hij zijn vraag relateert. Hij zal zien dat er ook andere argumenten door ons worden gehuldigd. Ik heb de nadruk gelegd op het argument dat ik zojuist heb gebruikt. Ik denk dat wij hier nog alle gelegenheid krijgen om over dat wetsvoorstel met elkaar te spreken.

Voorzitter. De wendbare, multipolaire en kleurrijke samenleving waarop ik zojuist duidde, heeft meer toekomst dan een die thuis met opgeheven vinger naar Den Haag de schuldvraag blijft opzoeken voor alles wat tot ontevredenheid zou kunnen stemmen. Pech of geluk regelt de overheid nu eenmaal niet.

Zo'n wendbare bevolking erkent volmondig dat één op elke drie banen in dit land afhankelijk is van de exportmogelijkheden van onze goederen en diensten. Zo'n wendbare denkwereld pakt zijn kansen door betere benutting van ieders talenten en door in dit land toptalenten ruimer baan te geven. Zo'n wendbare economie laat mensen nu tot hun 67ste werken en zet in op houdbaarheid van de kern van onze zorgzame stelsels voor gezondheid, pensioen en sociale zekerheid. Zo'n wendbare wereld ambieert duurzame groei, ook al omdat klimaat, voedsel en energie ons allemaal echt een zorg moeten zijn. Een zorg? Nee, nieuwe producten, nieuwe banen! Zo'n wendbare politiek laat mijn nu pas vijf kleinkinderen niet met elkaar nu al € 125.000 aan staatsschuld torsen.

Voorzitter. Onze CDA-fractie koestert deugden ook in deze wendbare tijd als ze door de jaren heen hun nut hebben bewezen. Nog altijd leven we immers niet bij brood met boter alleen! Onderwijs in technische vakken is meer dan ooit nodig, maar kinderen horen thuis en op school ook te leren wat verder waardevol is. Wat gaan de basisonderwijzers kinderen nu nog leren en welke formulieren mogen zij voortaan oningevuld laten? Wie zich echt niet zelf kan redden, dient uiteraard te worden geholpen. Waarom mogen de verschillende instanties elkaars gegevens niet uitwisselen als zij daardoor bij voorbeeld bij schuldhulpverlening kunnen helpen voorkomen dat mensen in de puree raken? Meer mensen zijn straks aangewezen op een andere huur- of koopwoning omdat de corporatieregeling verandert, hun woning niet meer bij de tijd is of omdat zij ouder worden. Wat denkt het kabinet aanvullend te ondernemen nu de bijbehorende woningproductie en de financiering ervan stagneren?

Het kabinet geeft meer ruimte aan zorgverleners en verzekeraars om onder andere met nieuwe technologie patiënten sneller te helpen. Zijn er al tekenen dat dit de wachtlijsten beperkt? Er is een prijzenswaardige en effectieve inzet van justitiële autoriteiten om allerlei vormen van onveiligheid en criminaliteit terug te dringen. Toch zijn er nog wensen. Ook wij hier weten dat deze tijd er een van computers is, maar het is niet allemaal goud wat daar blinkt. Wil het kabinet een algemene meldplicht voor aangetroffen datalekken overwegen, evenals bescherming voor hackers die te goeder trouw datalekken aantonen en verplichte structurele audits invoeren vergelijkbaar met de jaarrekeningcontrole?

Als iemand te diep duikt of van te hoog springt, mag de vraag gesteld worden of zijn risico ook het onze nog is. Minister Schultz behoeft niet de schuld van elke natte voet te dragen. Een risicoloze samenleving bestaat niet. Burgers die niet alleen claimen maar ook iets geven, vallen meer te prijzen. Waarom komt er dan een Geefwet voor alleen de kunst?

Voorzitter. De overheid moet niet van alles willen doen in plaats van verantwoordelijkheid en vrijheid laten aan mensen en de verbanden waarin zij leven en werken. De overheid kan dat ook niet allemaal doen – nog afgezien van budgettaire beperkingen – omdat het elastiek uit haar organisatorische spankracht is. Haar juridische wapens resulteren steeds meer in stroperige procedures, tegenstrijdige regels en formulieren in veelvoud. Er ontstaat terecht boosheid, omdat bureaucratische tendensen de menselijke maatvoering en gevoelens dwarsbomen. Geeft het kabinet het schoolgebouw nu terug aan de ouders met hun schoolbestuur? Eén bevoegde inspecteur die zijn vak verstaat, ziet toch ook zonder extra wet dat het verkeer bij Utrecht nu niet veilig doorstroomt? Een agent die professioneel boeven wil vangen, stuit op veel privacybescherming – voor de boeven.

Voorzitter. Laat de minister-president alle overheidsloketten gesloten houden voor formulieren waarop staat hoeveel 24-uursluiers in instellingen worden gebruikt. Help ouders dat zij zelf als eersten hun kinderen opvoeden. Laat vakkundige docenten, verplegers, jeugdhulpverleners en verzorgers zelf hun goede werk doen. Een daarop gerichte wet op de kwaliteitszorg verdienen mondige en onmondige mensen!

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. De heer Brinkman wijst terecht op de bureaucratie in de zorg. Die is geldverslindend en heel vaak overbodig. Hij spreekt ook over het wettelijk borgen van kwaliteit. In de zorg bestaat al de WBGO. Er komt een wet cliëntenrechten zorg aan en in het regeerakkoord wordt een beginselenwet aangekondigd. Dat zijn drie verschillende wetten die hetzelfde willen regelen, namelijk de kwaliteit van de zorg. Hoe verhoudt zich dat tot het pleidooi van de heer Brinkman voor minder bureaucratie in de zorg?

De heer Brinkman (CDA):

Als mevrouw Barth nog even wacht, hoort zij mijn antwoord op haar vraag. Ik denk dat wij een aardig eind in dezelfde richting komen. Zij kan er zo op terugkomen als de voorzitter het goed vindt.

Ik ga nog even verder met het geven van voorbeelden want dan wordt mijn verhaal duidelijker. Waarom zou iemand het enige raam van zijn huis desgewenst niet slechts op zolder mogen hebben, of zijn mensen zelfs in eigen huis niet meer de baas? Een bedrijf dat het goede voor heeft met de kwaliteit van zijn mensen, producten en processen, ziet zich geconfronteerd met noodzakelijke certificaten die als twee druppels water lijken op eerdere vermaledijde overheidsregels. Tien keer ongeveer dezelfde papieren gegevens verstrekken in plaats van via één digitaal loket?

Het vorige kabinet bracht een succesvolle Crisis- en herstelwet tot stand die snelheid bood aan wie op eigen manier zorgvuldig de ruimte ordent en dan niet meer struikelt over een procedurefout of het ontbreken van een verslagregel. Wij willen dat ons kabinet nog dit parlementaire jaar een tweede herstelwet aanbiedt, gericht op vrijheid en verantwoordelijkheid voor mensen thuis, in bedrijven en instellingen. De kunst van het loslaten zal zo nog een monumentaal werk worden in het recent uitgedunde kunstbezit van de overheid!

Voorzitter. Voor cliënten met de zwaarste zorgvraag die voor opname in een instelling zijn geïndiceerd, wordt zorgvuldig en vakkundig de centrale pgb-regeling behouden. Er werkt in de zorg nu gemiddeld één gemotiveerde fte per verzorgde. Over enkele jaren is een derde van onze beroepsbevolking in de zorg werkzaam en moeten wij 25% van ons arbeidsinkomen opzijleggen voor zorg nog voordat we belasting en pensioenpremie gaan betalen en daarna pas nog leukere dingen voor onszelf kunnen doen. Dat trekt Bruin niet meer. Trouw en betrokkenheid van familie en vrijwilligers zijn en blijven onmisbaar. Dit is allemaal geen onbeschaafde boekhoudkundige fantasie, uit welk leven je zou kunnen stappen op het moment dat je zelf bepaalt. Nee, het is de gewetensvraag bij uitstek waar wij allemaal in deze zorgzame samenleving mee te maken hebben! Ik herhaal het met genoegen: de wijkverpleegkundige komt terug. Dat is het eerste lichtpuntje. Zulke wendbaarheid biedt stabiliteit en herbergzaamheid aan onze samenleving.

Mevrouw Barth (PvdA):

De heer Brinkman verwijst naar de bezuinigingen op het pgb. Als hij zo blij is met wijkgerichte zorg, persoonsgebonden zorg, een persoonlijke aanpak, waarom schaft hij dat het pgb af voor iedereen in Nederland die niet aangewezen is op een verpleegtehuis?

De heer Brinkman (CDA):

De regeling waarin het kabinet voorziet en die wij nog meer uitgewerkt voor ons zullen krijgen nadat die in de Tweede Kamer is behandeld, voorziet daarnaast ook in een voorziening waarbij begeleiding via de gemeenten zal verlopen na herindicering. Er wordt na intensief overleg van de bewindslieden en in het bijzonder de staatssecretaris op het departement dat ik vroeger ook heb mogen dienen, bovendien voorzien in een regeling waarbij persoonlijke zorg voor heel bijzondere gevallen ook aan een bepaalde vergoeding zal worden onderworpen. Er wordt dus wel degelijk aanvullend het een ander voorgesteld.

Mevrouw Barth (PvdA):

Er wordt aanvullend het een ander voorgesteld. Overigens weten wij nog helemaal niet hoe dat er concreet gaat uitzien.

De heer Brinkman (CDA):

Ik ook niet. Dat kunnen wij dus nog rustig bespreken.

Mevrouw Barth (PvdA):

Mensen die nu een pgb hebben en in een lagere zzp zitten dan 6 of 7 raken het pgb kwijt. Daarmee raken zij ook de eigen regie kwijt over de zorg die zij inkopen. Die inkoop moet voortaan gaan verlopen via anonieme zorgkantoren. Dat leidt tot een hoger ziekteverzuim en tot minder persoonlijke betrokkenheid van die verzorgenden en verplegenden bij de mensen thuis. Wat is er nu persoonlijker in je zorg dan dat je zelf iemand in dienst genomen hebt die jou die zorg verleent? Nogmaals, als de heer Brinkman zo gesteld is op kleinschalige persoonlijke zorg, waarom maakt hij dan een einde aan het pgb?

De heer Brinkman (CDA):

Ik geloof dat mevrouw Barth de eerste was in dit debat die ook op dit punt de woorden "bestrijding van oneigenlijk gebruik" in de mond nam. Dat is ook waar het kabinet het oog op heeft. In een zorgvuldige begeleiding zal ook een indicatiestelling plaatsvinden en moet er een vorm van controle zijn. Dat recht hebben wij als samenleving. Wij geven hulp aan degenen die het nodig hebben, daarover geen misverstand. Wij kennen allemaal de gevallen uit de eigen omgeving. Degene die zegt dat hij het zelf wel regelt maar daarvoor wel geld van de gemeenschap vraagt, moet dan ook enig toezicht accepteren.

Mevrouw Barth (PvdA):

Toezicht en fraudebestrijding, prima. Kritisch kijken naar indicatie en diagnoses, uitstekend. Het kabinet ontneemt echter met een botte bijl bij mensen de eigen regie over de zorg die zij thuis ontvangen. Dat is juist in strijd met het streven naar een persoonlijke zorg waarbij mensen zelf kunnen organiseren wat zij graag willen.

De heer Brinkman (CDA):

Ik noem niet voor niets de cijfers en spreek over de bijbehorende ethische vraag die wij ons allemaal moeten stellen. Er is de komende jaren meer geld voor de zorg en ook voor het pgb-budget. Er zijn weinig sectoren waarin dat het geval is. Wij moeten dan ook accepteren dat het kabinet kritisch kijkt wat er echt nodig is en waar iets op meer decentraal niveau kan worden beoordeeld. Dat vind ik een verstandige benadering. Anders zouden wij in Den Haag gaan zeggen dat het zo veel kan zijn, terwijl er zo veel variatie is die beter decentraal beoordeeld kan worden.

Mevrouw Barth (PvdA):

Wij delen de zorg over de groei van de kosten van de gezondheidszorg in Nederland. Het is belangrijk dat wij daar heel goed naar kijken. Het kan niet doorgroeien in het tempo waarin het nu gebeurt. Maar een pgb kost maar 75% van de instellingszorg die mensen anders nodig hebben. Het pgb is dus zuiniger dan de instellingszorg waartoe mensen veroordeeld worden als zij hun pgb kwijtraken. Als de heer Brinkman een voorstander is voor zuinige en persoonsgebonden zorg, voor zorg bij mensen aan huis en voor een eigen regie, waarom steunt hij dan het verdwijnen van het pgb voor alle mensen die niet bedlegerig zijn?

De heer Brinkman (CDA):

Ik heb gezegd dat dit een onjuiste voorstelling van zaken is, omdat er naast de instellingsgeïndiceerde personen ook andere vergoedingsregelingen blijven maar dan op een decentraler niveau. Het gaat dus helemaal niet weg.

De heer Kox (SP):

Collega Brinkman probeert de moed erin te houden, bijvoorbeeld door te zeggen dat de wijkverpleegkundige weer terugkomt.

De heer Brinkman (CDA):

Wie het kleine niet eert, hè?

De heer Kox (SP):

Nu was ik er mij niet van bewust dat die weg was. Ik heb er namelijk thuis een zitten. Zij zegt dat zij al jarenlang wijkverpleegkundige is. Het probleem is niet of er al dan niet wijkverpleegkundigen zijn, maar dat zij geen middelen en mogelijkheden hebben om hun werk naar behoren te doen. Vraagt de heer Brinkman van het kabinet dat de wijkverpleegkundige terugkeert? Dan is hij iets te laat, want wij hebben ze al lang, in schaal 50 tegenwoordig. Of vraagt hij het kabinet om de middelen en de mogelijkheden terug te geven? Anders willen mijn vrouw en ik samen met de heer Brinkman gaan zien waar het aan schort. Het schort hem niet aan de titel; het schort hem aan de middelen. Ziet de heer Brinkman in de begroting dat de middelen terugkeren, middelen die wij gaandeweg weggehaald hebben? Als dat het geval zou zijn, ben ik het met hem eens dat dit een mooie dag voor Nederland is.

De heer Brinkman (CDA):

Het gaat om de wijze waarop die middelen worden ingezet; niet in een kantoor, maar daadwerkelijk aan huis. Ik zal de eerste zijn die dat onderkent in mijn huidige functie, namelijk dat wij er baat bij hebben om nog meer zorg in huis in de huiselijke omgeving vanuit de instelling te brengen. Ik heb lang genoeg in mijn vorige functie gezeten om te weten dat dit niet van de ene dag op de andere gaat. De strekking van mijn opmerking dat de wijkverpleegkundige terugkomt of meer zichtbaar is, is dat dit een beweging is die wij verder moeten stimuleren.

De heer Kox (SP):

Maar zijn wij het er dan over eens dat dit een goede beweging is als er ook middelen voor beschikbaar zijn en het geen window-dressing is door iemand een naam te geven, maar dat inderdaad een wijkverpleegkundige zorg wordt opgetuigd? Daar mankeert het namelijk aan. Nu moet de wijkverpleegkundigen bijvoorbeeld zeggen dat de indicatie niet meer geeft en dat zij allerlei dingen niet meer mogen doen. Daardoor lopen steeds meer wijkverpleegkundigen weg. Zij kunnen in de praktijk niet leveren wat gevraagd wordt. Is de heer Brinkman het daarmee eens?

De heer Brinkman (CDA):

Dat is precies de uitdaging waarvoor beide bewindslieden op dat mooie departement staan, namelijk om tegelijkertijd terwijl instellingen zaken niet meer behandelen omdat het ook thuis kan, niet nog meer in de zorg uit te geven. We moeten niet doen alsof de mensen bij wijze van spreken met bed en al op straat worden gezet.

Voorzitter. Den Haag moet niet schuwen kritisch naar haar eigen optreden te kijken. Ons land verdient topkwaliteit in de dienstverlening aan de eigen burgers. Heeft het kabinet nog voldoende maatschappelijk en inhoudelijk geschoolde en ervaren functionarissen op kritische portefeuilles in dienst? Worden die echt, vergelijkenderwijs, voldoende en niet overdreven, betaald? Zijn haar sleutelfunctionarissen genoeg aangesloten op de relevante netwerken buiten de eigen burelen? Wordt er – ook over de landsgrenzen heen – voldoende gezocht samen met bedrijven en instellingen naar wederzijdse uitwisseling van ideeën, ervaringen en mensen nu het alle hens aan dek is? Wie de wereld wil verbeteren, moet immers eerst naar zichzelf kijken! Het kabinet moet niet alleen het volume, maar ook de kwaliteit van zijn bestuursdienst nog toekomstvaster maken.

Financiële stabiliteit, weer gezonde overheidsfinanciën en het versterken van het verdienvermogen van de economie moeten nu voorgaan ter wille van herstel van werkgelegenheid en koopkracht. Liever immers een zinvolle baan dan een prestigieuze bonus of een ontmoedigende uitkering. Die wil om te winnen is de beste garantie tegen verlies van de kern van ons sociale stelsel. Wendbaarheid laat ons kabinet in dit verband terecht niet achterwege, ondanks het feit dat moed en leiderschap nu niet automatisch worden beloond. Veel veranderingen kunnen niet tot de volgende verkiezingen wachten, nu de economische ontwikkelingen zo snel gaan. Het is trouwens maar zeer de vraag of het partijpolitieke landschap er dan minder versplinterd bij ligt. Ogenschijnlijk vaart ons land wel bij crises her en der, doordat de rente op de staatsschuld hier relatief terugloopt, maar die staatsschuld zelf loopt nog steeds op, zo zelfs dat de rode "signaalmarge" al oplicht. En dan de schuldenberg die thuis en in het bedrijf het uitzicht op een zonniger toekomst nu bederft. Die berg moet worden afgegraven en spoedig.

Voor het kabinet noch op school is een ruime voldoende goed. We zijn er dus nog niet. Grote diversiteit aan studies is geen garantie voor de kwaliteit ervan. De snellere innovatie en implementatie van producten en productiewijzen wordt terecht bevorderd. Dat verdient meer dan onze laagste prijs. Telkens een draaideurcontract voor een jaar geeft te weinig zekerheid; een langduriger tijdelijk contract meer. Het kabinet zet in op verdere versterking van de zorg, het onderwijs en de infrastructuur samen met private investeerders. Waar gaan we dat deze kabinetsperiode concreet zien?

We ontkennen de schaduwzijden van de door ons gesteunde kabinetsprioriteiten niet. Wij vinden dat structureel wel een betere aanpak dan nu te proberen overal qua koopkracht de scherpe kantjes van af te slijpen en zo onvoldoende ruimte over te houden om bij te sturen, als het hopelijk weer eens wat beter gaat of als het onverhoopt nog slechter zou gaan. De positieve correctie van de voorziene koopkrachtdaling bij gezinnen op minimumniveau of met veel kinderen vinden wij nu gerechtvaardigd. Daar waar blijkend uit de bekende puntenwolken incidenteel helaas iemand getroffen wordt door een aantal negatieve ontwikkelingen tegelijk, is en blijft ons systeem van bijzondere bijstand de aangewezen oplossing. We volstaan niet met deze constateringen. Een deel van de narigheid waarin we met elkaar zijn komen te verkeren, is immers terug te voeren op onverantwoord speculatief gedrag, waarbij droompaleizen in de virtuele wereld van sprookjesachtige belastingparadijzen zijn gebouwd. Uiteraard kan in deze grenzenloze wereld Nederland moeilijk in zijn eentje een nieuwe heilstaat bouwen, maar wij gaan ervan uit dat nu binnen enkele weken het kabinet met de banken en de institutionele beleggers afspraken zal maken over hun bijdragen aan ruimte voor starters, aan groenere investeringen, een beter functioneren van de woningmarkt met nog vrijere huren, en meer kredietruimte voor goede ondernemers. Over enkele duurzame rendabele investeringen in eigen land dus in plaats van in toverconstructies met de kortademigheid van een computerbelegging, waar gepensioneerden grijze haren van krijgen. Zulk soort investeringen herstellen het vertrouwen in de financiële wereld eerder dan een ondoordringbaar oerwoud aan nieuwe huisregels daar.

Over toverconstructies gesproken: wie met een uitkering in een opzichtige auto rondrijdt, kan wat ons betreft niet langer aan striktere toepassing van het recht ontkomen. De rechtgeaarde bijstandsmoeder, de ernstig gehandicapte of een ander die het buiten zijn of haar schuld en ondanks voldoende eigen inspanningen niet redt, mag wel met recht voor zijn of haar rechten op hulp blijven opkomen. Voor anderen zal de plicht wat ons betreft luider gaan roepen. Het kabinet zegt dat jaarlijks zo'n 50.000 uitkeringsfraudeurs worden gepakt en dat iemand die voor de tweede keer wordt gepakt, voor vijf jaar zijn recht op een uitkering verliest, behoudens mensen in de bijstand. Dat is een goed begin tegenover hardwerkende mensen zonder uitkering.

Over de woningmarkt schrijft de MEV dat de lagere prijs van koopwoningen als een negatieve accelerator werkt voor de bestedingen. In gewone mensentaal: verdampende waardes van particulieren, gemeenten en corporaties zijn slecht voor de economie. Laat ik mij hier en nu beperken tot de opmerking dat het kabinet de teergevoelige woningmarkt terecht niet links laat liggen met de maatregelen die in de Woonvisie zijn aangeduid, maar gebrek aan consumentenvertrouwen zit voldoende beweging nog in de weg. De banken hebben begrijpelijk de aflossing van hypotheekschulden weer voor een stuk verplicht gesteld en de ruimte die daardoor binnen het overheidsbudget ontstaat, geeft het kabinet terecht terug via verlaging van de overdrachtsbelasting, hopelijk structureel.

Mevrouw Barth (PvdA):

Een structurele verlaging van de overdrachtsbelasting, terwijl het effect daarvan binnen een maand weer weg was omdat de AFM de regels voor hypotheekverstrekking aanscherpte! Waarom zouden we dat structureel maken als het niet wordt ingebed in een woningbeleid dat alle pijlen de goede kant uitzet?

De heer Brinkman (CDA):

Ik zeg toch dat wij het verstandig vinden wat de banken doen, namelijk om aflossing verplichtender te maken dan het aanvankelijk was? Daar heeft de overheid ook voordeel van. Dat is een wijziging van de woningmarkt die verstandig is, omdat op die manier de schuldenberg een stukje kleiner wordt.

Mevrouw Barth (PvdA):

Het kabinet verlaagde in juli de overdrachtsbelasting. Een maand later kondigt de AFM strakkere hypotheekregels aan. De opleving van de markt die wij in juli konden zien, was in een klap weer verdwenen. Dan is de verlaging van de overdrachtsbelasting toch gewoon zonde van het geld?

De heer Brinkman (CDA):

Ik word nu uitgedaagd om ook iets te vertellen over dingen waar ik wel iets van weet.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik durf de uitdaging wel aan!

De heer Brinkman (CDA):

En dat is ook maar goed ook! Ik steun u daar ook in.

De heer Thissen (GroenLinks):

Is dit dan de eerste keer dat de heer Brinkman iets zegt waar hij iets van weet? Dat is wel heel wonderlijk en het is toch niet te hopen!

De heer Brinkman (CDA):

Ik kom op de woningmarkt. De onzekerheid in het consumentenvertrouwen heeft alles te maken met het feit dat er zorgen in de huiskamers zijn over de toestand in de wereld en de Europese discussie. Pas in de zomer kwam het televisiescherm daar bol van te staan. Toen de overdrachtsbelasting echter werd verlaagd, waren die zorgen er nog niet en toen werkte die verlaging ook onmiddellijk. Ons kernverhaal zal toch gaan over het feit dat de Europese problematiek moet worden opgelost.

Mevrouw Barth (PvdA):

We komen hier samen niet uit. Dat kan en dat mag, maar wat vindt de heer Brinkman ervan dat het CPB in de MEV vaststelt dat het een heel slecht idee zou zijn om de verlaging van de overdrachtsbelasting permanent te maken, omdat dit leidt tot een nog hogere subsidiëring van de hogere inkomens bij huizenbezit?

De heer Brinkman (CDA):

50% van de loon- en inkomstenbelasting wordt opgebracht door de hoogste 10% van de inkomensladder. Als je de cijfers van het EIB goed bekijkt, zie je dat die hoogste 10% maar 25% van de hypotheekrenteaftrekfaciliteiten geniet. Er is dus geen sprake van dat de hoogste inkomens het hoogste voordeel daarvan hebben. Ik citeer nu het EIB.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ja, maar ik citeerde het CPB dat vaststelt dat een blijvende verlaging van de overdrachtsbelasting leidt tot het steviger subsidiëren van de hogere inkomens op eigenhuizenbezit. Het CPB ziet overigens geen enkele aanleiding om daarmee door te gaan zodra de woningmarkt weer op een normale manier functioneert.

De heer Brinkman (CDA):

Dat zijn twee verschillende dingen. Het ene is inkomenspolitiek en dat hoort niet in de woningmarkt thuis. Het andere is de overdrachtsbelasting die belemmerend werkt voor het verhuizen en voor de arbeidsmarkt. Dat was ook de reden waarom het kabinet met het goede voorstel is gekomen om die overdrachtsbelasting naar beneden te brengen. Maar laat het kabinet daar ook een uitspraak over doen.

Voorzitter. Het zijn wendbare tijden, gevarieerder qua bevolkingssamenstelling waarbij het kabinet met de goede integratienota aansluit: een snellere selectie aan de poort. strikter voor huwelijks- en gezinsmigranten, nog altijd gastvrij voor echte vluchtelingen en uitnodigend voor mensen van buiten die hier hun kennis en werk komen toevoegen voor ons aller welvaart.

De heer Thissen (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb nog een vraag over het voorstel waar de heer Brinkman zo enthousiast over is, namelijk dat steeds meer verplicht wordt om ook een deel van de hypotheek af te lossen. Hoe interpreteert hij in dit kader de zorg die het IMF eerder heeft geuit over de gigantische hypotheekschuld die wij in Nederland hebben van zo'n 680 mld.? Het IMF zegt dat Nederland met zoveel schuld heel erg kwetsbaar is en adviseert in feite om eens naar de hypotheekrenteaftrek te kijken, omdat het een bom zou zijn onder de financiële en economische positie van Nederland. Zou de heer Brinkman een vorm van hypotheekrenteaftrek mogelijk achten die juist stimuleert dat er afgelost wordt, namelijk dat je op aflossing hypotheekrente kunt verrekenen met je inkomstenbelasting in plaats van de voortdurende verrekening van die enorme aflossingsvrije hypotheken met je fiscale opgave?

De heer Brinkman (CDA):

Eerst even over de feiten. Netto is het bepaald niet de hoogte van de hypotheekschuld die het IMF voorrekent. Uit becijferingen van het EIB blijkt dat veel meer wordt afgelost dan in het gemiddelde debat op het Binnenhof wordt verondersteld. Die aflossingen nemen ook toe naarmate de leeftijd vordert. Het is op zichzelf begrijpelijk dat mensen die in het begin van hun loopbaan zitten en voor veel schulden tegelijk staan niet onmiddellijk toekomen aan aflossing op hun hypotheek. Wat betreft de hypotheekrenteaftrek lijkt het mij helemaal niet zo'n gek idee in de gegeven omstandigheden dat de banken wat voorzichtiger worden. Ik heb ook de indruk dat het kabinet regelmatig contact heeft met de financiële wereld en dat deze wat preciezer kijkt waarop de kredieten worden verleend omdat buffers moeten worden opgebouwd. Je kunt alles willen en ik zou ook graag willen dat we allemaal ruimer bij kas zouden zitten, maar het is een te rechtvaardigen idee van de banken dat zij aan de poort voor nieuwe gevallen aflossing meer verplicht stellen. Daarnaast hebben we nog allerlei regelingen. Ik noem in dit verband de wet-Hillen. Ik heb nog eens nagelezen wat mijn voorganger op dit katheder namens mijn fractie heeft gezegd. Het is een goede wet en waarom zouden wij die naar de prullenmand verwijzen? De heer Hillen krijgt al voldoende lof en eer in zijn huidige functie, maar laten wij die wet vooral op zijn naam laten staan en die nog maar eens zorgvuldig bekijken met elkaar. Ik denk dat het een goede wet is die de aflossing bevordert.

De heer Thissen (GroenLinks):

Dat is wel best, maar ik wil toch nog even terug naar de zorg van het IMF en zijn waarschuwing dat je er voor een werkelijke hervorming van de woningmarkt niet aan kunt ontsnappen om de hypotheekrenteaftrek onbesproken te laten. Ik vroeg naar de opvattingen van de heer Brinkman daarover. Deelt hij die zorg van het IMF?

De heer Brinkman (CDA):

Het gaat niet om mijn opvatting, maar de opvatting van onze fractie is dat de aftrekregeling als zodanig het eigenwoningbezit bevordert. Dat is verstandig. Inkomenspolitiek is een ander thema; dat hoort niet in de woningmarkt thuis. Overigens vergeet het IMF een aantal dingen in hetzelfde verband erbij te brengen, te weten dat de regeling van de loon- en inkomstenbelasting in Nederland aanmerkelijk onvoordeliger is dan in vergelijkbare landen en dat ons pensioensysteem met zijn kapitaaldekking aanmerkelijk gunstiger is dan in andere landen. Je moet dus wel de totale fruitmand vergelijken en bekijken en niet één vruchtje eruit pikken.

Voorzitter. We leven meer verstedelijkt dan in de tijd waarin onze politieke voorvaderen zich vooral op het platteland hadden genesteld. We leven zonder allerlei grenzen, sneller en, niet te vergeten, met meer onzekerheden omringd. Velen leven met het ongemakkelijke gevoel dat er zo weinig meer is waarop zij nog kunnen rekenen, waar zij bij horen en dat hun vertrouwen schenkt. Dit gaat over meer dan de blijvende noodzaak van respect voor elkaars verschillende opvattingen, over meer dan het nut van samenwerken over de grenzen van polderdijken heen en over meer dan formele garanties. Ons staatshoofd representeert in regel en praktijk zo goed deze redelijk breed gedeelde behoefte aan basiswaarden als trouw, meedoen en iets voor elkaar over hebben, dat wij geen behoefte hebben aan een nieuwe structuur van die positie.

Maar er is meer. Wij leven immers in een tijd van mondigheid, gemiddeld steeds hogere opleiding, transparantie tot onder het beddenlaken, maar ook een zekere eigengereidheid, kritiek vooral op de ander en afnemende bereidheid om naast lusten ook gezamenlijk lasten te dragen. Naast wat wij menen meer van burgers, bedrijven en instellingen te mogen verwachten, zullen wij er daarom ook op dit terrein aan moeten bijdragen dat het overheidsoptreden meer wordt dan dat van een procesmanager; preciezer namelijk, eenvoudiger op resultaat gericht, inhoudelijker, samenhangender, kleiner en korter, ruimte biedend en meer gedifferentieerd, minder gelaagd, dus beter geslaagd. Sneller van beslissen en sneller van betalen. A propos, onze eigen eerste CDA'er, vicepremier Verhagen verdient lof voor zijn inzet richting innovatie en duurzaamheid, maar we zijn niet kritiekloos. Hij beloofde onlangs dat het Rijk ondernemers en zzp'ers binnen dertig dagen zal betalen. Waarom wordt boter bij de vis niet weer normaal? Wij moeten toch ook bij een dag te laat al boete betalen? Zijn accelererende overheid kan de wending van onze economie verder bevorderen als hij simpel en competitief nieuwe, groene producten inkoopt. Het goede voorbeeld geven: alle weglantaarns in deze kabinetsperiode op ledverlichting. Maar moeten boeren nu echt van een teveel aan lelijke windmolens op hun land gaan leven of toch maar liever van lekkere biobiggen?

De groene draad van ons verhaal is, dat wij liever ambitieus en degelijk op weg gaan naar een nieuwe samenleving dan stilstaan bij een stopbord voor de oude. Het kabinet is er nog niet en daarom willen we er langer meer van horen. Het moet intussen aan het Binnenhof over meer dan imago en presentatie gaan, want intellectuele laagvliegerij is te weinig wendbaar in deze woelige tijd. Het CDA gaat met zijn tijd mee. Wij sluiten ons niet op in een bolwerk van privacy, waarin alleen onze eigen opvattingen beschermd zouden moeten worden. Juist in de complexiteit van deze tijd wordt doortastendheid gevraagd en zullen oude ideologische scheidslijnen vermolmde vestingwallen blijken te zijn. Via u, mijnheer de voorzitter, zeg ik de minister-president dat wij zulke wendbaarheid van geest zullen prijzen, wanneer hij met zijn kabinet naar verwachting bij zijn vlotte woorden ook vlotte daden zal voegen. Een dralende overheid is immers een falende overheid, nu zeker! De rest van de wereld draait door en wacht echt niet op ons.

We mogen niet onderschatten hoe belangrijk het is dat goed wordt gecommuniceerd, maar vooral wat wordt overgebracht.

Laat ik een voorbeeld noemen, dat in deze tijd van middelpuntvliedendheid tot de verbeelding spreekt. Wie met mij het genoegen van het grootouderschap mag smaken, weet dat je op het strand met je kleinkinderen een berg bijeen kunt schoppen en vergenoegd daarop tussen de massa kunt gaan zitten genieten van je eigen uitzicht. Maar je hoeft geen grootouder te zijn om te weten, dat de wereld om je heen snel kan veranderen, al was het maar omdat eb en vloed meer invloed hebben dan jouw opvatting over het meteorologische of maatschappelijke klimaat. Zo liggen de zaken niet alleen in de kleine mensenwereld van mijn spelende kleinkinderen, maar ook in de minder speelse omgeving van de euro. Het eerste woordje dat onze stamhouder na de zomer op de grote school leerde schrijven, was het woordje "ik". En dat was fout, want het had "wij" moeten zijn! Laat ik er maar niet omheen draaien; onze fractie wordt eerlijk gezegd nerveus van de speelsheid waarmee neuro's en zeuro's ons om de oren vliegen als schepjes en emmertjes op het peuterstrand, nu er voor enkele honderden miljarden euro's aan Nederlandse private belangen in Zuid-Europa uitstaan. En er is meer om over naar huis te schrijven vanuit die geliefde vakantieoorden. Een stevige euro, dat is de reddingsboei op de woelige baren aan het begin van onze nieuwe toekomst. Aan die reddingsboei moeten logischerwijs voorwaarden van degelijkheid en vertrouwenwekkendheid worden gesteld. Wanneer gaan in Brussel de schermen eindelijk weer op groen? Kan het kabinet ons verzekeren, dat nu op korte termijn ter wille van de betere monetaire en economische Europese samenwerking grof geschut tegen speculatie zal worden ingezet en dat er geloofwaardige budgettaire en economische controle op de individuele lidstaten komt? Al te goed is immers buurmans gek.

Voorzitter. Uw uitstekende voorganger weet als geen ander dat onze grens niet bij Vaals ophoudt en wij zeggen het hem op basis van overtuiging en feiten graag na. Waar Europa na intensief overleg tot onderlinge afspraken komt, hoeven wij dit niet nog eens dunnetjes over te doen. Schaft het Nederlandse kabinet net als het Engelse onze oude en nieuwe koppen op de EU-regels in 2012 af? Zelfs dan is er nog een grote staat naast een grote samenleving hier. En voor de Bühne nog dit: Frau Angela laat Frida & Klaus-Johann na hard werken nu 42% topbelasting betalen vanaf € 250.000 elk, terwijl wij al bij € 55.000 op 52% zitten. Onze goede buur Duitsland maakt het toch beter en dat ten bate van rijk en arm. Waarom zouden wij dan wel ons heil zoeken in steeds maar weer herverdelen?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik was blij dat de heer Brinkman ook even inging op Europa. Wij hebben hier een uniek moment. Het kabinet onderhandelt morgen weer binnen Europa over waarlijk heel grote zaken. Het gaat ook over degelijke financiën. We kunnen heel veel zeggen over de Nederlandse degelijkheid en we zouden kunnen zeggen dat andere landen het ook zouden moeten doen. De voorwaarden daarvoor worden echter wel bepaald door wat er nu de komende dagen in Europa gaat gebeuren en naar mijn mening spreken wij daar niet uitvoerig over. Wij nemen enorme risico's met de inmiddels duizenden miljarden die op tafel moeten komen om de risico's in Europa af te dekken. Aan beide zijden zijn neergaande spiralen, zowel als het gaat om het garanderen van heel veel geld dat uiteindelijk ook op onze balans terecht moet komen als om de afschrijvingen. Ik zou daarvan graag de analyse van de heer Brinkman krijgen. Ik heb die gevraagd aan de PvdA en ik had die ook moeten vragen aan de VVD. Wat is de analyse van de heer Brinkman? Is dit houdbaar? Is dit degelijk beleid, ook als het gaat over Europese overheidsfinanciën?

De heer Brinkman (CDA):

Ik heb naar mijn mening helder gesproken. Ik heb gevraagd om niet alleen grof geschut in stelling te brengen tegen speculatie – over de methodes kan getwist worden, maar dat is een punt van onderhandeling – maar ook dat er op hetzelfde moment geloofwaardige budgettaire en economische controle moet zijn. Brussel moet daadwerkelijk iemand kunnen corrigeren.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

We zijn er allemaal blij om dat we op de lange termijn mogelijk wat strenger worden, maar de korte termijn is alarmerend. Berlusconi werd dit weekend aangesproken op zijn bezuinigingsgedrag en vandaag hoorde ik nog dat hij vindt dat Italië het eigenlijk nog beter doet dan Duitsland en Frankrijk. Wat is de analyse van de heer Brinkman? De heer Hermans sprak over optimisme. Ik ben van een partij waar veel geloof aan wordt toegeschreven, maar naar mijn mening is dat bij de VVD ook het geval als het gaat om het geloof dat landen als Griekenland en Italië zich eraan zullen houden, dat er geen nieuwe lijken uit de kast vallen en dat het herstel ook daadwerkelijk zal plaatsvinden? We hebben het nog niet eens over herstel; we hebben het nu over schuldreductie. Waar is dat op gebaseerd? Gaat de heer Brinkman mee in een beleid, waarin miljarden worden gegarandeerd die uiteindelijk op onze balans zullen terugkeren met grote risico's? We hebben kritiek op banken die met kapitaal hebben gespeculeerd en grote risico's hebben genomen. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren met landen. Ziet de heer Brinkman dat ook?

De heer Brinkman (CDA):

U veronderstelt dat ik het alleen over de lange termijn heb, maar het gaat ook over de korte termijn. Ik heb gezegd dat er voorwaarden van degelijkheid en vertrouwenwekkendheid worden verbonden aan onze steun, en dat geldt dus nu ook, aannemend dat in Brussel de komende dagen eindelijk een keer een akkoord wordt bereikt. Wij zullen hier met elkaar beoordelen of aan die voorwaarden is voldaan.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Afgelopen weekeind dachten we dat we over een bedrag voor Griekenland van 220 mld. spraken, terwijl er nu ineens toch enkele honderden miljarden extra nodig zijn. Die analyses zullen de komende tijd doorgaan.

De heer Brinkman (CDA):

Ik heb niet zoveel ervaring in Brussel, hoewel ik er regelmatig ben geweest. Het is een onderhandelingsspel geworden waarbij regelmatig de media worden gezocht om het eigen punt te belichten, en hier en daar te overbelichten. Wij hebben niet te beoordelen wat er nu via de televisie uit Italië of welk land dan ook komt, maar wat het kabinet straks thuisbrengt, en hier in het parlement zal verdedigen. Het heeft daarom geen enkele zin om te speculeren over de vraag of het daarbij om 100 mld., 200 mld. of 300 mld. gaat. U moet dus niet zeggen: er wordt 300 mld. genoemd, terwijl het gisteren nog 200 mld. was. We zullen zien wat er uit het overleg komt, maar wij zullen het pas degelijk en vertrouwenwekkend vinden als er ook een correctiemechanisme wordt afgesproken voor de lange termijn, waarbij er een systeem gaat gelden dat iemand die zich niet houdt aan de regels, op het vestje wordt gespuugd. Het gaat er niet om dat iemand ergens voor de camera een paar diepe kniebuigingen maakt.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

U spreekt terecht over degelijke overheidsfinanciën, maar elke degelijke analyse van Griekenland en Italië doet ons schrikken. Er komen steeds nieuwe cijfers, die nog weer slechter zijn dan die we hadden. Als wij garant gaan staan, doen we dat op basis van een analyse die uiteindelijk heel dun is: we weten niet wat ons volgende maand weer aan nieuwe analyses wordt voorgehouden, waarbij ik denk aan Spanje en Italië. Wat geeft u het kabinet mee voor die onderhandelingen? Niet wachten tot donderdag, nee, wat geeft u het kabinet mee?

De heer Brinkman (CDA):

Ik ben heel kort, maar wel heel precies: degelijke voorwaarden van budgettaire en economische aanpassingen in die landen. Een ander voorbeeld: als blijkt dat er in buitenlandse banken, vanuit Griekenland geredeneerd Grieks geld staat dat niet kan worden ingezet, dan zou het toch wel vreemd zijn als dat geld in de Brusselse afspraken buiten beschouwing blijft. Dat zijn allemaal dingen die aan de orde komen, erop vertrouwend dat het kabinet meer dan een tweeregelig briefje naar het parlement zal sturen nadat er in Brussel overeenstemming is bereikt.

De heer Kox (SP):

Te midden van het grote en abstracte verhaal probeer ik ook te luisteren naar de kleine, concrete wensen van de fractie van het CDA. U zei net dat u net als in Engeland wilt dat de oude en nieuwe koppen op EU-regelgeving worden afgeschaft. Ik begrijp dat u het dan hebt over de feitelijke splitsing van de energiebedrijven, de langere bewaartermijnen voor telecomgegevens, de database die op de Paspoortwet werd gezet, enzovoorts. U wilt dat niet alleen in de toekomst afschaffen, maar u wilt het ook terugdraaien. Hoorde ik dat goed?

De heer Brinkman (CDA):

Het kabinet heeft toegezegd, met een voorstel te zullen komen om de koppen die in de loop van de tijd zijn gegroeid op Europese regelgeving, nog eens serieus te bekijken en ze af te schaffen. Ik vraag of het kabinet daar in 2012 mee komt. Ik maak daar de politieke opmerking bij dat we, zelfs al zouden we dat doen, dan nog in Nederland een grote staat naast een grote samenleving hebben. Ik probeer op deze abstracte manier ook enigszins over de grenzen te kijken.

De heer Kox (SP):

Maar u weet dat nationale koppen hier nogal zijn bediscussieerd. Nog niet zolang geleden zei uw fractie: helaas, de politieke opportuniteit verplicht ons om in te stemmen met zo'n nationale kop, terwijl we het niet zouden willen. U zegt nu: dat gaat niet meer gebeuren, de CDA-fractie zet nu een streep door de nationale koppen, dat doen we niet meer, en dat doen we zelfs met terugwerkende kracht.

De heer Brinkman (CDA):

Wij zullen dat van geval tot geval bekijken.

De heer Kox (SP):

Nee, een beetje stoerder. U zegt dat u er net als de Engelsen voor bent om die nationale koppen te schrappen, zelfs voor het verleden. Als u nu zegt dat u dat van geval tot geval gaat bekijken, dan ...

De heer Brinkman (CDA):

Ik ga hier niet zitten kwartetten over: u een korenwolf, ik een energiecentrale?

De heer Kox (SP):

Ik ben niet aan het kwartetten. U komt met een stoer voorstel: geen nationale koppen, af van de EU-regelgeving, niet alleen voor de toekomst, maar ook voor het verleden. Dan noem ik een paar zaken die hier heel pregnant hebben gespeeld in deze Kamer, en waar uw Kamer onder druk van de regering is meegegaan, en u zegt nu dat u het terug gaat draaien. Of u zegt dat niet en u zegt: we gaan dat af en toe bekijken – dat is CDA-taal – maar dan hebben we er niets aan. Van tweeën een.

De heer Brinkman (CDA):

Ik ken mijn staatsrecht. Ik weet dat ik pas een definitief oordeel geef op het moment dat het voorstel van het kabinet er is.

De heer Kox (SP):

U geeft dan een definitief oordeel, maar u geeft op dit moment een serieuze voorzet.

De heer Brinkman (CDA):

Zeker, op alle terreinen.

De heer Kox (SP):

Dit is klare taal.

De heer Brinkman (CDA):

Wij hebben internationaal voordeel van onze goede begrotingsdiscipline die de Europese partners ten voorbeeld mag strekken. Herstel van consumentenvertrouwen vraagt in Europa doortastendheid en niet slechts de CPB-constatering dat wij er per inwoner – overigens gelukkig – € 2000 per jaar voordeel van hebben.

"De overheid is niet meer wat zij geweest is." Voorzitter, u herinnert het zich vast nog wel: 1975. Het ging erom dat meer rekening moest worden gehouden met de mondige burger. U en ik begonnen hier aan het Binnenhof boven de toen nog vrije ingang van nr. 19 op het zelfde kamertje. We mochten minister De Gaay Fortman een handje helpen met de inleidende tekst voor zijn begroting. Ik gaf hem genoemd citaat in de pen en velen vielen erover, omdat het gezag op het vergiet dreigde te worden gelegd. De minister bleef staan voor zijn waarneming van die tijd. Voorzitter. Nu, onder uw leiding hier en in een wendbare tijd waarin inmiddels weinigen nog op hun mondje zijn gevallen, zeg ik recht uit mijn hart en bij mijn volle verstand: "De overheid moet haar plaats kennen en wij de onze, samen met haar." Onze fractie put hierbij hoop en moed uit de waarneming dat in de ontregelde samenleving waarover ik mocht spreken, gelukkig de meeste mensen nog altijd niet een wolf zijn voor de ander. Dat is een stabiel anker in een wendbare toekomst!

De voorzitter:

Dames en heren. De fractievoorzitter van de PVV had het er aanvankelijk over dat de Arabische lente inmiddels dreigde te verworden tot een Arabische winter, maar ik kan u melden dat de winter hier inmiddels is ingetreden, wat te maken heeft met het feit dat we een defect hebben aan onze verwarmingsinstallatie. Er wordt alom geklaagd over de kou; degenen die wat vetreserves hebben opgebouwd hebben er minder last van, maar anderen zitten hier te kleumen. Excuses daarvoor. Er wordt aan gewerkt; we proberen dat euvel zo snel mogelijk te verhelpen.

De vergadering wordt van 13.37 uur tot 14.08 uur geschorst.

De voorzitter:

Dames en heren. Ik deel u mede dat de geplande commissievergaderingen doordat wij in de tijd zijn uitgelopen, doorschuiven naar de pauze zodra wij de eerste termijn achter de rug hebben. Ik schat in dat we nog tot 15.30 uur bezig zijn, als de Kamer zich wat terughoudend opstelt, anders wordt het helemaal problematisch, ook al omdat er allerlei activiteiten aan de overzijde plaatsvinden, zoals ik aan het begin van de vergadering al zei. Daarbij is rekening gehouden met de pauzeperiode die op onze agenda staat, dus we moeten straks nog alles uit de kast halen om te regelen dat we de algemene politieke beschouwingen op een normale wijze kunnen afmaken. De commissievergaderingen beginnen dus in de pauzeperiode na afloop van de eerste termijn.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Laat ik om te beginnen de leden Barth, De Graaf en Brinkman feliciteren met hun maidenspeech. Collega Brinkman heeft nog even wat andere dingen te doen, maar hij zal zeker nog wel binnenkomen. Ik zou zeggen: welkom in de club. We hebben allemaal een verschillende visie, maar vormen toch één parlement. Dat is het mooie van een democratie; dat dit allemaal kan. Brinkman en Barth zagen eruit alsof zij hier altijd al hadden gezeten. Collega De Graaf is ietwat onwennig wat betreft het al of niet toegetreden zijn tot dit elitaire genootschap. Hij heeft inmiddels gemerkt dat wij er warmpjes bij zitten als elite. Wellicht is dat een reden om zijn oordeel over deze Kamer ietwat te nuanceren.

Collega De Graaf houdt erg van geschiedenis. Misschien is het goed als hij zich realiseert dat dit een mooie plek is voor de PVV, want dit is de zaal van de ware vrijheid. Als je partij Partij voor de Vrijheid heet, dan wil je hier toch eigenlijk wel zitten. Het was hier dat de doctrine van Jan de Witt werd ontwikkeld dat het eigenlijk wel goed is voor dit land als we een beetje ruimer in de leer zijn dan de buurlanden. De algemene gedachte van Jan de Witt en de andere raadpensionarissen die er later bijgeschilderd zijn, was om een beetje ruimhartig te zijn, en niet bang voor wat vreemd is, want het kan een land geen schade doen om dat hier te laten komen. Daarom kwamen heel rare vogels als Descartes en Spinoza, die in de ogen van velen godslasteraars waren, hier naartoe en daar profiteren we nu nog altijd van, mijnheer De Graaf. Kortom, wat je ook denkt van dit orgaan, misschien is het toch de moeite waard, als je eenmaal hier gekozen bent, om je werk te doen en volop mee te doen. Ik heb daar alle vertrouwen in.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u de heer De Graaf oproept om de evolutie van de SP op dit punt te volgen.

De heer Kox (SP):

Ja, ik hoor veel in de toespraak van de heer De Graaf wat mij bekend voorkomt, maar er is niets mis met voortschrijdend inzicht, waar ik later in mijn toespraak nog op terugkom.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Hartelijk dank voor de woorden van de heer Kox. Ik deel zijn opvatting over de zaal van de vrijheid, maar ik zie nog wel een andere functie. Het zou nog veel mooier zijn als dit binnen een aantal jaren de fractiekamer voor de Tweede Kamerfractie van de PVV wordt. Misschien zijn we dan helemaal op onze plek.

De heer Kox (SP):

Ik weet niet of ik het zie zitten om er een fractiekamer van te maken, want dan wordt deze zaal van de vrijheid door één visie gemonopoliseerd. Het lijkt mij dat Jan de Witt, die op de gang staat in niet-gedemonteerde vorm, zich in zijn diverse delen in zijn graf zou omdraaien als dat zijn lot zou zijn.

Voorzitter. Vorig jaar prees ik de premier voor zijn enthousiaste optreden in deze zaal. Nu prijs ik hem en zijn regering voor alle inzet buiten deze zaal. De minister-president vliegt werkelijk van hot naar her, minister De Jager is altijd onderweg, nu ook alweer, en ook voor de rest van het kabinet lijkt het me niet mee te vallen om te regeren in crisistijd. Ik zie de grijze haren toenemen en de kleurspoelingen frequenter worden. Overigens zien alle leden van het kabinet er nog patent uit, dus zij kunnen nog wel een stootje hebben. Misschien deel ik er nog een paar uit in mijn algemene beschouwingen.

Hoe dan ook, voor die inzet onze welgemeende complimenten. Het valt niet mee om nu te regeren, welke regering er ook zou zitten. Deze complimenten gelden helaas niet voor het inzicht dat de regering tentoonspreidt. Daar schuurt het niet een beetje, maar daar botsen we frontaal, daar moet ik ook eerlijk over zijn. De regering noemt zichzelf in de Miljoenennota "koersvast in onzekere tijden". Dat bestrijden wij niet. De koers is inderdaad vast, maar de richting is redelijk rampzalig. Je denkt aan een spookrijder die zijn tegenliggers blijmoedig met knippersignalen blijft waarschuwen.

De Miljoenennota gaat ervan uit dat een door liberale ontsporingen veroorzaakte crisis effectief bestreden kan worden met nog meer liberale maatregelen, maar heet dat niet: de duivel uitdrijven met Beëlzebub? En leidt dat niet van kwaad tot erger?

De regering-Rutte bekent zich zo tot het liberale fundamentalisme. Tegen collega Hermans zeg ik dat ik die term niet zelf heb verzonnen, maar bij filosoof John Gray heb gehaald, maar hij staat er wel. Natuurlijk, sinds de jaren negentig hebben alle kabinetten al feitelijk gekozen voor de mantra van meer markt en minder overheid. Maar dat heet steeds een pragmatische oplossing voor nieuwe problemen. Lubbers noemde het no nonsense, Kok verschoot van rood naar paars en Balkenende beriep zich op oude waarden en normen.

Echt liberaal, mijnheer Hermans, dat waren alleen de VVD'ers, zei men toen, hoewel Frits Bolkestein al vroeg vaststelde dat iedereen buiten de SP feitelijk liberaal was geworden. En er viel mee te leven dat de minister-president officieel niet van liberale signatuur was, zei Bolkestein toen. "Zij de premier, wij het beleid", zei hij dan en hij keek daar best blij bij. Maar nu hebben de liberalen dus het beleid én de premier. En dat leidt naar onze overtuiging tot liberaal fundamentalisme.

Deze minister-president voelt zich opmerkelijk zeker, welhaast overmoedig, als leider van een minderheidskabinet dat maar een derde deel van het parlement achter zich weet. Hij weet immers dat doorgaans de vrienden van de PVV voor hem klaar staan. Als zij even niet thuis geven, kan hij altijd aankloppen bij een willig deel van de oppositie, ook in dit huis. Ik verwijs naar de ID-kaart en de langstudeerdersboete, waar de SGP te hulp schoot, en de ophoging van het Europese noodfonds, waar PvdA, D66 en GroenLinks het gat van de PVV vriendelijk vulden.

Wij hebben de premier hoog, maar wij vinden dat zijn regering een fundamenteel foute koers vaart en zullen hem dus geen reddingsboei toewerpen, of het nu gaat om 18 mld. averechtse bezuinigingen, het ondemocratische pensioenakkoord of de paniekerige aanpak van de eurocrisis. Een volledig vaarverbod lijkt ons beter voor het land en zijn burgers. Tegen mevrouw Barth zeg ik: dat is geen kortebaansucces, maar het vertrekken van de regering is een politiek hoofddoel, althans van onze partij, in deze oppositie. Eerlijker kan ik het niet zeggen.

Mevrouw Barth (PvdA):

De heer Kox zegt dat de Partij van de Arbeid als het om de euro gaat, het kabinet de reddingsboei toewerpt, maar dat is niet waar. Wat wij doen, is de euro een reddingsboei toewerpen. Dat doen wij, omdat als de euro het niet redt, de economie in ons land naar de donder gaat. Zo simpel is het.

De heer Kox (SP):

Bescheidenheid is een groot goed. Tegen de fractie van de PvdA durf ik te zeggen dat zij niet beslissend is of de euro al of niet gered wordt. Met andere woorden, als je kunt bereiken dat een regering waarvan je vindt dat zij een rampzalige koers vaart, vertrekt, en in ruil daarvoor iets wat je toch niet kon doen, niet kunt doen, dan lijkt mij dat de keuze niet zo ingewikkeld is.

Mevrouw Barth (PvdA):

Het heeft niets te maken met een overschatting van onze eigen positie. Het is prima om daar grappen over te maken, maar wij vinden dat de situatie van de euro op dit moment tot verdraaid weinig lachen aanleiding geeft. Daarom is het heel belangrijk dat de Partij van de Arbeid haar verantwoordelijkheid neemt en niet wegloopt voor onze munteenheid, die de basis vormt van de banen van honderdduizenden Nederlanders. Dat zou de heer Kox toch ook moeten interesseren.

De heer Kox (SP):

Dat interesseert me zeker, vooral de redenering die erachter steekt; dat de munt de basis is voor de werkgelegenheid van onze mensen. Ik heb nog geen econoom gelezen die dat zou durven beweren. Dat de munt ooit dienstig zou zijn om de vrije markt te stimuleren, dat we daar enig voordeel bij hebben gehad, hoewel andere economen zeggen dat het wel meevalt, als je dat allemaal uitrekent, maar om nu de munt heilig te verklaren ... Kom op, een sociaaldemocraat gaat toch niet de munt heilig verklaren? Wat moeten we dan met de Denen, de Zweden, de Engelsen, de Tsjechen, de Polen en de Litouwers? Zij hebben allemaal geen euro, maar zij hebben ook hun problemen en met hen zitten we ook samen te werken.

Mevrouw Barth (PvdA):

Maar zij hebben ook niet zo'n internationaal verknoopte economie als wij. Ik heb niet gezegd dat de euro de basis is van alles wat wij doen, maar zonder goede, stabiele, degelijke euro stort de Nederlandse economie in elkaar. Als de heer Kox daaraan mee zou werken, werkt hij dus mee aan het ineenstorten van de banen, de huizen en de toekomst van heel gewone Nederlanders. Het gaat ons niet om het bedrijven van politiek, maar om het nemen van onze verantwoordelijkheid op het moment dat ons land in het zwaarste economische weer van de afgelopen tachtig jaar zit.

De heer Kox (SP):

Mevrouw Barth kijkt er heel ernstig bij. Ik begrijp ook dat het ernstig is, maar als zij ernstig kijkt, wil dat nog niet zeggen dat zij dan ook gelijk heeft. Ik luister toch erg goed naar wat mevrouw Barth zegt. Zij verklaart onze munt heilig, maar de economische geschiedenis laat zien dat de munt behulpzaam kan zijn en dat ook niet kan zijn, maar ook dat zij niet het fundament is onder onze welvaart. Dat is – zoals de sociaaldemocraten vroeger zeiden – vooral het werken van de mensen; de arbeid is het fundament onder onze welvaart. Mevrouw Barth zegt dat dit niet politiek is. Volgens mij gaat het hier juist om de politiek! Ik zeg dat de PvdA niet in staat is om in haar eentje de euro overeind te houden of anders in te kleuren. Daarover gaan grotere machten. De PvdA is wel in staat om tegen de regering te zeggen: bedankt voor de moeite, bedankt voor de inzet, maar gezien de richting van uw beleid hadden wij toch liever dat u plaatsmaakt voor een andere regering. Dat is politiek en niet zoals mevrouw Barth het net noemde "kortebaansucces". Dat is echt hoofddoel van politiek, lijkt mij.

Mevrouw Barth (PvdA):

Ik zeg het nog één keer. De PvdA heeft ook niet onvoorwaardelijk tegen het kabinet gezegd dat zij in alle gevallen zal steunen wat het kabinet doet voor de euro. Zaterdag hebben de woordvoerders van onze partij in de Tweede Kamer heel heldere eisen gesteld. Als het kabinet na het overleg van morgen – ik heb dat zojuist ook in mijn eigen bijdrage gezegd – terugkomt met een wankel en onduidelijk verhaal dat het moeras alleen maar langer doet voortbestaan, zijn wij er ook klaar mee. Wij willen dat de minister-president morgen uit Brussel terugkomt met een stevige aanpak die ervoor zorgt dat de rust op de financiële markt wordt hersteld. Gebeurt dat niet, dan zal ook de Partij van de Arbeid haar knopen tellen, maar dan hebben wij een inhoudelijk verhaal om aan de Nederlandse burger te vertellen waarom wij met deze problematiek omgaan zoals wij ermee omgaan. Wij zijn dan in ieder geval niet weggelopen voor de verantwoordelijkheid voor het overeind houden van de economie. Wij doen dat niet voor onszelf, maar voor 16 miljoen Nederlanders.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Eerst een praktisch punt. Mijn tijd loopt door, maar dit zijn interrupties.

De voorzitter:

Dat klopt, maar ik heb de knop te laat ingedrukt.

De heer Kox (SP):

Ik heb er alle vertrouwen in.

Mevrouw Barth, nog een keer. Wij moeten onze positie kennen. Het is verstandig dat u wensen meegeeft aan de minister-president, maar om nu tegen de minister-president te zeggen: als u niet die 26 anderen – want uiteindelijk schuift iedereen aan – op uw lijn weet te krijgen, is het hier uit met de pret en wegwezen. Onze minister-president is tot veel in staat, maar ik acht het mogelijk dat er andere regeringsleiders zijn die zeggen: wij denken daar toch net iets anders over. Daar gaat het om. Mevrouw Barth moet haar politieke wapens inzetten waar die inzetbaar zijn. Zij had dat kunnen doen. Zij had de regering – met de complimenten voor haar inzet – kunnen wegsturen, maar zij heeft dat niet gedaan. Mevrouw Barth zegt dat zij dit doet om de euro te redden, de economie te redden, de werkgelegenheid te redden, enzovoorts. In die situatie kan zij nooit tegen de minister-president op zijn Tilburgs zeggen: houdoe en bedankt. Dat zit er dan echt niet in. Dat kan, maar dan is zij eigenlijk ook een gedoger geworden. Het lijkt wel of ik Geert Wilders citeer, maar zij is dan op haar manier toch ook een gedoger van dit kabinet geworden. Het is niet anders.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt.

De heer Kox (SP):

Waartoe het liberaal fundamentalisme waarover ik sprak, leidt, weten we na één jaar regeren en met de Miljoenennota voor het komende jaar erbij. Het kabinet zal ook het komend jaar de 18 mld.-bezuinigingsoperatie, zoals afgesproken in het regeerakkoord, "onverkort uitvoeren en de begrotingsregels handhaven". Dat de protesten op straat tegen de hardvochtige en kortzichtige uitwerking van die bezuinigingsoperatie toenemen en onderzoek laat zien dat steeds meer mensen hun vertrouwen in de politiek verliezen, kan de regering niet vermurwen. Sterker nog, als de afname van het begrotingstekort niet naar plan verloopt – en de voorspellingen duiden daarop – zal het kabinet ingrijpen. Nog meer bezuinigen dus, zeg ik vooral tegen de PVV. Is er voor die partij een bovengrens aan het breken van verkiezingsbeloften? Wij tellen die, mijnheer De Graaf. Ik heb het overzichtje waarom u vroeg bij mij; u kunt dat in de pauze bestuderen. Is er een bovengrens aan het breken van verkiezingsbeloften of is het gedogen tot elke prijs? Ook dat is belangrijk. Net zo als ik van de Partij van de Arbeid wil weten hoe de verhouding tot het kabinet is, wil ik dat ook graag van de heer De Graaf weten.

In de Miljoenennota staat ook dat "het kabinet een overtuigde keuze maakt voor een compacte en meer doelmatige overheid en meer ruimte voor een krachtige private sector". Dat is, zo zeg ik tegen het CDA, veel meer dan pragmatisme, dat is inderdaad fundamentalisme. Dat is de crisis gebruiken voor het bevechten van je eigen ideologische gelijk. Het leven is eenvoudig vanuit het oogpunt van een liberaal fundamentalist, vertelt het kabinet ons: Nog een citaat: "Een terugtrekkende overheid doet een kleiner beroep op de kapitaalmarkt zodat het bedrijfsleven makkelijker aan leningen kan komen." Ja, mooie boel, maar dan betalen de mensen in de sociale werkplaats, de gepensioneerden, de mensen met een beperking, alleenstaande moeders met kinderen, de middeninkomens, de mensen in de bijstand, de migranten, de kunstenaars, de studenten, de scholieren, de mensen met de kleinste kansen de rekening van die crisis. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zegt collega Hermans. Los van het feit of dit wel een algemeen geaccepteerde doctrine is in de medische wetenschap: het klinkt stoer, maar het slaat nergens op. Nu worden degenen getuchtigd die part noch deel aan de crisis hebben. Dat is oneerlijk, het is onrechtvaardig en het is onverstandig, zelfs als je dat soort maatregelen kunt doorvoeren met steun van de PVV en het CDA.

Bijna de helft van ons collectieve budget gaat op aan zorg en sociale voorzieningen, meldt de Miljoenennota zorgelijk. Nou en, zeg ik namens de SP. Wat is het probleem? Die collectieve uitgaven worden toch ook collectief opgebracht? En zo zorgen we ervoor dat we samen langer gezond in leven blijven en dat ons, als we niet het geluk van een goede baan of goede gezondheid hebben, toch een zeker bestaan gegund wordt. Kun je je geld nog beter uitgeven? De elementaire vraag, zeg ik tegen collega Hermans, is niet wat iets kost maar wat het oplevert. Een gezond leven en bestaanszekerheid horen kerndoelen te zijn van een zichzelf respecterende samenleving. En we kunnen ons dat permitteren, want dit kleine land, waar slechts tweeduizendste deel van de wereldbevolking woont, is de zestiende economie van de wereld, de achtste naar financiële sector, de zevende naar concurrentievermogen en sociale ontwikkeling, de vijfde naar wereldwijde investeringen, de tweede naar gemiddeld inkomen in de Europese Unie en de eerste wereldwijd als het om voetbaluitslagen gaat. En waarom zijn wij dat? Dat staat ook in de Miljoenennota: omdat wij beter scoren. Niet alleen in het voetbal, maar ook omdat onze instituties – zeg: de wijze waarop wij onze samenleving regelen – zo geruststellend functioneren, omdat onze beroepsbevolking zo hard werkt en zo hoog gekwalificeerd is, omdat onze fysieke en sociale infrastructuur verhoudingsgewijs zo goed in elkaar steekt. Daarom zijn wij waar wij zijn. Waarom, zo vraag ik aan de minister-president, breken wij nu juist deze fundamenten onder onze welvaart en ons welzijn af?

Wie fundamentele kritiek levert, moet ook wezenlijke alternatieven hebben. Wel, die hebben we en we geven ze graag proactief aan de premier mee naar wat morgen de "moeder aller toppen" moet worden. Wij vinden dat een democratisch gelegitimeerde overheid in crisistijd niet moet terugtreden maar moet optreden en dat zij de publieke sector niet moet uitkleden maar moet aankleden. Wij vinden dat de financiële markten morgen al te horen moeten krijgen dat het uit is met de pret, dat de samenleving weer de baas is en het geld de knecht. Het gouden kalf moet niet langer aanbeden worden maar moet worden aangelijnd. Er moet nu een einde komen aan de beschamende vertoning dat regeringen op zondag hun zoenoffers aankondigen waarna iedereen op maandag smachtend kijkt of de financiële markten het slikken. Democratisch gelegitimeerde overheden moeten zich niet langer laten leiden door ondemocratische financiële markten, maar moeten zelf gaan leiden. Daar is inderdaad lef voor nodig. Net als voor het Tientje van Lieftinck, de geleide loon- en prijspolitiek van Drees, de afspraken van Bretton Woods en de totstandkoming van de EGKS en de Europese Gemeenschap. En dus, zeg ik tegen de regering en tegen de minister-president, moeten we nu hard ingrijpen in de op hol geslagen financiële sector. Wij hebben de indruk dat onze voorstellen die wij al een tijdlang naar buiten brengen, ook in Europa steeds meer weerklank vinden, maar dat is niet voldoende. Er moet nu een daadwerkelijk ingrijpende herstructurering van het bankwezen komen, met een scheiding van sparen en speculeren. Komt die er? Er moet nu een situatie komen dat banken meebetalen aan schulden die ze zelf hebben laten ontstaan. Zal dat gebeuren? Er moet een rem op flitskapitaal komen. Zal dat gebeuren? Er moet een substantiële bijdrage van grote vermogens komen, een serieuze vennootschapsbelasting en een eerlijker verdeling van de lasten en de lusten over de bevolking, nationaal en internationaal. Zal dat gebeuren, mijnheer de minister-president? En er moet een fundamentele herbezinning op de muntunie komen, waarvan nu wel vaststaat dat hij onder verkeerde veronderstellingen is aangegaan. De heer Bolkestein noemde de euro zondag "een slaappil", voortschrijdend inzicht kennelijk. Deelt de premier dat? En, zo ja, is het dan niet hoog tijd om met zijn allen wakker te worden?

Steeds meer onderzoek bewijst dat crisis en ongelijkheid zijn gerelateerd. In Amerika heeft de top 1% nu 25% van het totale inkomen; dat is twee keer zo veel als 25 jaar terug, na 25 jaar neoliberalisme. In Amerika heeft de rijkste 1% nu 40% van het totale vermogen in handen. Hoe ligt die verhouding nu bij ons, qua inkomen en qua vermogen? Durft iemand te ontkennen dat het kapitalisme in zijn neoliberale fase gierend uit de klauwen aan het lopen is? Om de rijken almaar rijker te laten worden, moeten de niet-rijken almaar blijven kopen. Dat kunnen ze alleen maar doen door te lenen, want het geld hebben ze niet, de burgers en landen. Zo groeit de schuldenlast. Onze groeiende schulden en hun groeiende vermogens zijn communicerende vaten. Twee derde van de Europese schuld waarover we ons nu terecht zo druk maken, is in Europese handen. We zijn niet overgeleverd aan de goden, noch aan de Chinezen, mits we ons lot in eigen hand durven nemen. Maar zoals gezegd, daar heb je lef voor nodig.

Hoe doe je zoiets concreet in eigen land? Wij denken: door minder en slimmer te bezuinigen; door minder in kosten en meer in investeringen te denken; door lasten beter te verdelen; en door protesten niet te negeren, maar op hun waarde te schatten. Ik zeg dit ook in de richting van collega Brinkman: wat op het Malieveld staat, is niet de regering, maar het volk dat wordt geregeerd; en een regering die niet luistert naar haar volk, is volgens ons op de verkeerde plek. Als mensen in de sociale werkplaats met klem vragen om te mogen blijven werken, dan is dat volgens ons meestal geen egoïstische eis. Waarom voert het kabinet de hier vorig jaar aangenomen motie over de sociale werkvoorziening trouwens niet uit? Als werknemers om een aan hen beloofd pensioen vragen, dan is dat, zo denken wij, loon naar werken. En als woningzoekenden een betaalbaar huis willen, is daar toch niets onredelijks aan? Waarom voert het kabinet de hier aangenomen motie over de hypotheekrenteaftrek trouwens niet uit? En als voor het Beursgebouw betrokken, jonge mensen hun zorgen over de toekomst uiten, moet er niet worden ontruimd, zoals de Amsterdamse VVD voorstelt, maar moeten zij vriendelijk worden onthaald; als het kan, met een bosje bloemen of zo.

Zeker in crisistijd moet het parlement staan voor de democratie en de rechtsstaat. Dus zijn wij tegen het dom wegsnijden van grote delen van het parlement. Ik vraag de minister-president of het nog steeds een serieus plan is om een derde daarvan af te halen. Kunnen we daar onderhand eens een onderbouwing van krijgen? En wij willen niet dat wetsvoorstellen die nog niet zijn aangenomen, al worden uitgevoerd, of dat aangenomen wetten bij AMvB ingrijpend worden gewijzigd, of dat afgewezen wetten met een omweg weer op de agenda worden gezet. Wij betreuren ook de regeringsinmenging in de verkiezingen van deze Kamer. Zoiets is niet voor herhaling vatbaar. Om te voorkomen dat deze Kamer over vier jaar weer voor schut staat, moeten we snel met elkaar heldere afspraken maken, deze publiek maken en iedereen er dan aan houden. Overigens willen wij graag overleggen met de regering, maar natuurlijk ook met de PVV, hoe we een moderner parlement kunnen inrichten, dat sneller, transparanter, efficiënter en goedkoper werkt. Als we dan toch gaan moderniseren, laten we het dan goed doen. Dat geldt overigens ook voor de monarchie.

Wie voor democratie en rechtsstaat is, verklaart zich ook tegen het beperken van inspraak van burgers en het belemmeren van de gang naar de rechter. Dus zijn wij tegen het permanent maken van de Crisis- en herstelwet, het ophogen van griffierechten, het verminderen van rechtsbijstand, het onnodig of ontijdig opzijschuiven van rechterlijke uitspraken of, internationaal, het kortwieken van het Europees mensenrechtenhof. Ik ben in ieder geval blij dat de regering haar aanvankelijke dwaalkoers hieromtrent verlaten lijkt te hebben, op basis van de opwekkende brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 3 oktober. Is mijn indruk juist?

Wij blijven vinden dat Nederland geen provincie van superstaat Europa moet worden, omdat de bevolking dat gewoon niet wil en omdat de democratie op dat niveau niet naar behoren functioneert. Ook in Europees verband geldt dat we in tijden van crisis niet minder, maar meer democratie nodig hebben en dus niet nationale volksvertegenwoordigingen buitenspel moeten zetten en Brusselse bureaucraten de macht laten overnemen, aangestuurd door Duitsland en Frankrijk. Dat verkleint namelijk de bereidheid tot internationaal samenwerken, waar mijn partij erg voor is, en het vergroot het bekrompen nationalisme, waar mijn partij erg tegen is. Als we dat niet in de gaten hebben, als we de realiteit niet begrijpen dat je van hardloper doodloper wordt en de Europese integratie en samenwerking, in hun aard zo belangrijk, op die manier naar de gallemiezen helpt, zijn we echt verkeerd bezig. Volgens mij duidde Bolkestein hier afgelopen zondag ook op.

In het afgelopen jaar hebben dappere mensen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten een eind gemaakt aan autoritaire regimes in Tunesië, Egypte en Libië en die van Jemen en Syrië aan het wankelen gebracht. Het is heel goed dat de regering nagaat hoe wij kunnen helpen. Wij bepleiten daarbij een goede samenwerking met de Europese Unie en de Raad van Europa. Hierbij zou het advies moeten zijn: complementariteit in plaats van concurrentie. In de hoopgevende Arabische Lente is het treurig dat de Nederlandse regering de legitieme wens van het Palestijnse volk dwarsboomt om toegelaten te worden tot de Verenigde Naties. Waarom toch deze koppigheid, die ons land internationaal isoleert en blameert? Het is hoopgevend dat zowel het Europees Parlement als de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, de Europese leden van de Veiligheidsraad oproepen om het Palestijnse toelatingsverzoek wel te steunen. Wat vindt de regering daarvan?

Volgens ons is het nu tijd om ook in eigen land een fundamentele keuze te maken voor meer democratie. Het is tijd om afscheid te nemen van de ideologie van één aandeel, één stem, en terug te keren naar het besef dat het veel verstandiger is uit te gaan van één mens, één stem. In tijden van crisis hebben we meer democratie nodig om door en uit de crisis te komen. Cort van der Linden koos voor invoering van de democratie toen hij premier van dit land in crisistijd was. Bij hem was dat voortschrijdend inzicht. Hoeveel voortschrijdend inzicht mogen we van deze premier verwachten? Ik zie uit naar zijn beantwoording.

Nog twee opmerkingen tot slot, eerst een cynische. Minister Donker Curtius zei dat het onze voornaamste taak was om het kwade te voorkomen. Als je het kabinet de hele dag van de straat afhoudt, is dat in de visie van mijn partij in ieder geval een poging om het kwade te voorkomen. Ik heb ook een ietwat warmere opmerking. Deze regering is, als regering, naar mijn mening onbarmhartig en moet daarom worden bekritiseerd. Maar toen ik in de pauze werd geconfronteerd met een bordje met "Broodjes alleen voor bewindslieden", hoefde ik dat maar te zeggen en de bewindslieden stroomden toe om mij te voorzien van broodjes kaas, kip en ham, en een kop soep. Dank daarvoor. Hiermee is het maar weer eens bewezen: ze kunnen het wel, als ze het maar willen.

De heer Van Boxtel (D66):

Voorzitter. Het geluk dat de heer Kox overkwam, is mij niet ten deel gevallen. Maar mijn warmte laat ik liever merken op inhoudelijke terreinen. Ik feliciteer mijn collega's Barth, De Graaf en Brinkman met hun maidenspeeches. Ik voeg mij bij het warme woord van collega Kox in de richting van het kabinet dat wij ons goed realiseren dat er op het ogenblik zeer veel op het spel staat en dat dit enorm veel energie vraagt. Alle waardering voor de inzet.

Het kabinet-Rutte/Verhagen is nu ruim een jaar onderweg, maar onderweg waarnaartoe? On the road to nowhere? De premier doet mij vaak denken aan Alice in Wonderland, aan Alice die op een tweesprong komt en niet weet welke kant op te gaan. Zij vraagt raad aan de Cheshire Cat: Kunt u me vertellen welke kant ik op moet? De Cheshire Cat antwoordt: Dat hangt ervan af waar je naartoe wilt. Ik raak dat beeld maar niet kwijt als ik de premier aanhoor: hij weet het niet. Maar eigenlijk geloof ik dat niet, het is erger: hij weet het wel, maar hij kiest niet altijd; of hij kiest pas heel laat en dan soms het verkeerde pad. En dat terwijl Nederland aan de hand genomen moet worden naar de toekomst; dat zijn wij aan de volgende generaties verplicht. D66 zal al het beleid toetsen aan een toekomstbestendig Nederland.

Neem Europa, een centraal thema. Het is voor D66 geen moeilijke keuze. Wij moeten kiezen voor Europa, vanwege de moeizaam bevochten vrede, vanwege de gerealiseerde vrijheid op dit continent, vanwege het sociaal en economisch belang in relatie tot opkomende en opkopende economische machtscentra, zoals China, India, Brazilië en zelfs de Verenigde Staten, als ze er ooit weer bovenop komen. Maar de premier bleef lang stil. Pas nadat minister De Jager zich in een Volkskrantinterview onomwonden uitsprak voor Europa, kwam de premier met een dubbel interview in een binnenlandse en een buitenlandse krant, waarin hij ideeën lanceerde voor een oplossing van de politieke en financiële crisis. Maar in de Troonrede moeten we met een vergrootglas zoeken naar de passages over Europa. Vanwaar die terughoudendheid? Komt het doordat de minister-president Nederland terug wil geven aan de Nederlanders? Komt het doordat zijn rechterflank af en toe steekt?

Wat D66 betreft geeft de premier Nederland terug aan Europa! D66 wil een sterkere rol voor het Europees parlement, en niet alleen een Eurocommissaris voor begrotingsdiscipline die slechts gecontroleerd en aangesproken kan worden door nationale kabinetten. De premier staat voor de Cheshire Cat en hij straalt geen keuze uit: een stapje naar links en dan weer twee stapjes naar rechts en terug. D66 wil dat de premier, op dit moeilijke moment en op weg naar morgen, inspirerend leiderschap laat zien. Wij willen geen tandakkende premier. Wij willen een premier die vooropgaat in het debat. Waarom straalt hij af en toe toch die tweeslachtigheid uit? Daarbij lijkt het soms alsof het redden van de coalitie met gedoogsteun hem liever is dan het redden van de euro. Badinerend wegzetten van de Grieken hoort daar dan niet bij, ondanks dat zij het op heel veel fronten hebben laten zitten.

De heer Hermans (VVD):

Ik hoor de heer Van Boxtel nu zeggen: het wordt tijd dat Nederland wordt teruggegeven aan Europa. Begreep ik dat goed?

De heer Van Boxtel (D66):

Ja.

De heer Hermans (VVD):

Kunt u dat eens iets nader verklaren? Betekent het dat wij vroeger van Europa waren, nu een beetje van onszelf zijn en toch weer terug moeten naar Europa?

De heer Van Boxtel (D66):

Mijn analyse van de afgelopen jaren is dat wij in de jaren zestig, zeventig, tachtig en zelfs negentig bevlogen lid waren van de Europese Gemeenschap. We moeten niet naïef als een dolle maar doorhollen, maar we hebben wel het leiderschap nodig om aan Nederland te laten zien dat er meerwaarde voor Nederland in Europa ligt. Dat kan door er actief in te willen participeren, en niet door af en toe een dubbele boodschap te verkondigen: we doen wel mee, maar het staat ons zo tegen.

De heer Hermans (VVD):

Moet je niet eerst vaststellen wat je precies van Europa wilt? Ik heb de roltongen aangehaald: alsjeblieft, houd daarmee op. Probeer Europa datgene te laten doen waarvoor het bedoeld was: het maken van een economische unie.

De heer Van Boxtel (D66):

Dat laatste ben ik hartgrondig met de heer Hermans eens. Wij willen graag dat het vertrouwen in de euro wordt hersteld. Dat zal heel veel vragen, ook om het opruimen van onnodige bureaucratie en overbodige regelgeving. Ik ben het wel met collega Thissen eens dat het erop aankomt om nu in Brussel stappen te zetten. Het komen met roltongen en ballonnetjes werkt dan eroderend in de richting van het Nederlandse publiek bij het sterker maken van het vertrouwen in Europa.

De heer Hermans (VVD):

Dat is veel en veel te gemakkelijk. Als je iets wilt met Europa, zoals het versterken van de euro – dat is morgen het belangrijkste onderwerp – dan moet je ook durven zeggen op welke punten Europa terug zou moeten treden. Als je dat niet doet, verlies je juist dat vertrouwen van de groep die heel kritisch is over Europa.

De heer Van Boxtel (D66):

De heer Hermans vindt ons zo aan zijn zijde als hij zegt: laten we overbodige regels opruimen. Dat doen we in Nederland ook, dus dat vind ik prima. Op dit moment kijkt iedereen echter maar naar één onderwerp: hoeveel is Nederland bereid te investeren om de euro een vertrouwde, sterke munt te maken die onze economie weer vooruithelpt? Dat is van belang voor het bedrijfsleven en voor de werkgelegenheid. Het is ook van groot belang – dat vergeten we iedere keer in dit debat – voor de continuïteit van de vrede en veiligheid op dit continent. Dat lijkt soms weg te zakken in het platte economische debat; geld alleen maakt niet gelukkig. De rust en veiligheid op dit continent worden gestimuleerd door een sterke euro. Daarom doe ik ook een oproep aan de minister-president en de minister van Financiën. Ze sjouwen wat af, maar straal ook uit dat je erin gelooft!

De heer Koffeman (PvdD):

De keuze voor Europa hoeft niet hetzelfde te zijn als de keuze voor de euro. Collega Van Boxtel sprak over de concurrentie van de Chinezen: met een sterke euro kunnen we ze voorblijven. Voorlopig kijken we vragend naar China of ze alsjeblieft de euro willen redden. Het was nergens voor nodig om de euro in te voeren om indringend op Europees niveau samen te werken. Wij hebben het gedaan zonder de consequenties te overzien en zonder een exitstrategie. Op dit moment hebben wij China nodig om onze noodfondsen te vullen. Dat is een heel ander verhaal dan dat van de heer Van Boxtel: we gaan China de loef afsteken met onze sterke euro.

De heer Van Boxtel (D66):

Ik geef onmiddellijk toe dat als je achteruitkijkt, je kunt zeggen: tien jaar geleden hebben we het misschien wat snel gedaan, hebben we de exitstrategie niet bepaald en hebben we te weinig toegezien op het meteen handhaven van het Stabiliteitspact. Alles wat daarover de afgelopen dagen is geschreven, is waar. Frankrijk en Duitsland namen er als eerste een loopje mee toen we nog heel sterk in het zadel zaten. Die constateringen over toen helpen nu echter niet meer. Dit continent wil gestoeld zijn op vrede, veiligheid en economische stabiliteit. In dat kader hebben we veel overbodige regels kunnen schrappen: zie de douanerechten en het vrije verkeer van goederen en personen. Dit heeft een enorme winst opgeleverd. Landen die ruim twintig jaar geleden nog achter het IJzeren Gordijn zaten en waarvan toen ondenkbaar was dat ze bij Europa zouden horen, maken nu deel uit van de Europese Unie. Dat zijn enorme verworvenheden, die overigens in die landen met meer plezier worden ervaren. Daar ervaart men de echte vrijheid, terwijl wij puur vanuit de portemonnee redeneren. De euro is wel van belang om de gezamenlijke concurrentiekracht van het continent ten opzichte van andere werelddelen te waarborgen.

Verder hebben wij China niet gevraagd om ons te helpen. Er zit een heel ingewikkeld internationaal monetair systeem onder. De Chinezen zijn hartstikke liquide en kopen overal van alles op. Het geld klotst over de plinten, los van de binnenlandse problematiek daar. Daartegen moet je je teweer kunnen stellen.

De heer Koffeman (PvdD):

Door de overhaaste introductie van de euro is er een enorme export van ons land naar zuidelijke Europese staten op gang gekomen. Die konden zij alleen betalen met leningen, die ze vervolgens niet kunnen afbetalen. Dat heeft te maken met het overhaaste invoeren van die euro. Wij hadden heel goed een gezamenlijke markt kunnen hebben met onze eigen munten. Er was geen enkele reden om een euro in te voeren. Er is een voldongenfeitenpolitiek: de euro is er nu, dus we moeten ongelimiteerd bijstorten.

De heer Van Boxtel (D66):

Nee, dat laatste heb ik niet gezegd. De heer Koffeman legt mij woorden in de mond. De huidige regeringsleiders moeten nu echt politieke moed tonen en tot een compromis komen dat het vertrouwen breed herstelt. Is dat ongeclausuleerd? Nee, ik ga ervan uit dat het kabinet bewaakt dat wij als land een triple A-status behouden. Dat is een belangrijke voorwaarde. Als je zelf van de helling af zou gaan glijden, wordt het natuurlijk iets anders. Wanneer het kabinet terugkomt, horen we het: wij zijn eruit of wij zijn er niet uit. We staan nu aan de vooravond van een belangrijk moment. Dan kan en wil ik niet anders dan dit kabinet positief coachen naar een goede, integrale, Europese oplossing. Het is heel slecht voor het vertrouwen om dan te gaan speculeren: een aantal landen moet er maar uit. We zijn er niet bij gebaat om maatregelen te nemen die het vertrouwen van de financiële markten volledig onderuithalen.

De heer Koffeman (PvdD):

De heer Van Boxtel zegt: de steun is niet ongeclausuleerd, we stellen er voorwaarden aan. Dit betekent dat hij zich, ondanks de financiële markten, de vrijheid voorbehoudt om morgen te zeggen: dit akkoord bevalt ons niet, we gaan er niet mee door. Op dat moment is de reactie van de financiële markten toch ook zodanig dat de heer Van Boxtel er geen oplossing voor heeft?

De heer Van Boxtel (D66):

Nee, daar ben ik het niet mee eens. Afgelopen zaterdag heeft de Tweede Kamer een uitgebreid debat gevoerd met het kabinet. Vandaag zit de minister van Financiën volgens mij weer aan de overkant. Er blijft een democratisch tekort gezien de beperkte rol van het Europees Parlement. Er zijn gefaseerde overleggen. In de brief die wij vorige week kregen, staat wie er allemaal met elkaar aan het praten zijn, zonder het gevoel te hebben mede aan het stuur te zitten. Dat je moet onderhandelen met een mandaat, is helder. Dat mandaat heeft het kabinet gekregen in de Tweede Kamer en krijgt het wat mij betreft ook in de Eerste Kamer, maar uiteraard wel binnen aanvaardbare grenzen. Het resultaat daarvan horen we straks.

Voorzitter. In het buitenlands beleid wil D66 dat het kabinet zich sterk blijft maken voor elementaire waarden als humaniteit en democratie, en niet dat er primair wordt ingezet op verhoging van het economisch potentieel. Dat laatste is belangrijk, maar niet zaligmakend. Van dit kabinet verwachten we volop steun aan landen die na jaren van dictatuur zich hebben vrijgevochten of daar nog mee bezig zijn. Graag krijg ik hierop een reactie van het kabinet.

D66 wil inspirerend leiderschap gericht op vernieuwing. In de Troonrede wordt gesproken over "stormachtige tijden", maar het woord "duurzaam" komt er niet of nauwelijks in voor. In de gesloten green deal zet het kabinet volop in op wind. Als ik het goed lees, vooral met geld van mensen en bedrijven zelf. Er wordt wel ingezet op wind, maar niet op zonne-energie. Heeft het kabinet na één regenachtige zomer besloten de zon definitief te verduisteren? Wij hebben een paradigmashift nodig. Wij moeten van een lineaire naar een meer circulaire economie, waarin slim en creatief gewerkt wordt aan verandering in energieopwekking en hergebruik van materialen en grondstoffen. Ik verwijs naar de bijlage van Het Financieele Dagblad van gisteren, waarin daarop goed de vinger wordt gelegd. Dit blijkt ook uit drie rapporten die onlangs zijn verschenen.

Waar mevrouw Merkel de kernenergie in de ban doet en Duitsland volop gebruikmaakt van zonne-energie, gaat het Nederlandse kabinet door met de bouw van nog een kolencentrale, die – hoezee – voor 10% op biomassa gaat draaien. Het is echt minimaal.

Jaarlijks gaat er in Nederland 6 mld. steun naar fossiele brandstoffen en maar 1,5 mld. naar duurzame energie. "Wie de jeugd heeft, verbrandt haar toekomst", lijkt het devies van dit kabinet. Het vernieuwingsbeleid op het gebied van milieu en energie is boven alles oude wijn in nieuwe zakken. Toegegeven, het mestakkoord van de heren Bleker en Atsma met de agrarische sector is een welriekende vleug te midden van de ecologische stormwind. Maar de jeugd ziet dat er weinig in haar toekomst wordt geïnvesteerd; het aandeel duurzame energie is vorig jaar in ons land gedaald naar 3,8%. Daarmee bungelen wij onderaan in de lijstjes, zelfs in Europa. Wij vragen dit kabinet dus, sneller te handelen in de ombouw van deze benadering. Wij willen niet alleen erflaters van onze beschaving zijn, maar voor alles wegbereiders naar een nieuwe, kansrijke samenleving, waarin economie en ecologie hand in hand gaan. Met gevoel voor transitie – daar heeft het bedrijfsleven recht op – maar ook met passie voor kwaliteit van leven, natuur en biodiversiteit. Leiderschap is hierbij nodig en niet een weifelende houding. Wij hebben een overheid nodig die veel meer gaat optreden als "launching customer" en niet een overheid die stuurt met de voet op het rempedaal.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik heb een aantal vragen voor de heer Van Boxtel. Is het niet zo dat de heer Thissen zo meteen helemaal niets meer te zeggen heeft? Ik denk dat een fusie van D66 en GroenLinks ophanden is, want ik hoor hier vooral het partijprogramma van GroenLinks voorbij komen. Dat is vraag één.

Het gaat over duurzaamheid en over Europa; Nederland moet worden teruggegeven aan Europa. Dat is volgens mij net zoiets als water teruggeven aan het afvoerputje. In het hele betoog van de heer Van Boxtel hoor ik echter heel weinig over de mensen. In mijn eigen inbreng had ik het al over bijvoorbeeld een keer langs gaan in een koffiehuis, om met de mensen te praten en te horen welke problemen er in Nederland zijn. Wij moeten echter vooral naar Europa kijken. Wij moeten iedereen helpen. Wij moeten de hele wereld helpen. Zijn er dan in Nederland geen normaal-menselijke problemen waarmee wij ons moeten bezighouden? Daarover hoor ik heel weinig, maar het gaat wel om de mensen; om Henk en Ingrid.

De heer Van Boxtel (D66):

Absoluut. Wat de eerste vraag betreft, zeg ik dat GroenLinks en D66 op sommige onderdelen van het beleid heel dicht bij elkaar zitten. Alles wat ik hier vertel, vindt u rechtstreeks terug in het verkiezingsprogramma van D66. Er is helemaal niets nieuws bij. Wij hebben altijd een agenda gehad die het belang van de ecologie en de opbouw naar nieuwe energie heel erg centraal stelt. Wij moeten de samenleving vernieuwen, omdat wij al te lang teren op oude patronen. Het gaat maar mondjesmaat. Waar het gebeurt, is het vooral het initiatief van het bedrijfsleven en van particuliere burgers. Wij zien dat de overheid te weinig de "launching customer" is die het afdwingt. Zelf het Green Deal-akkoord dat minister Verhagen met vele partners heeft gesloten, is in beginsel heel veel oude wijn in nieuwe zakken. Daar mag steviger op worden ingezet.

Wat uw tweede vraag betreft, over het beleid inzake Europa; ik kom net zo vaak in koffiehuizen als u. Reken maar! Ik sta regelmatig langs sportvelden en ik praat met iedereen, ook met Jan Rap en zijn maat, in gewoon Nederlands. Ik weet heel goed wat de zorgen en de ergernissen van mensen zijn. Misschien verschillen wij in één opzicht heel erg van elkaar. U bent vooral de vertolker van de stilstand, terwijl ik graag de vertolker wil zijn van de vooruitgang. Mensen hebben ook behoefte aan een visie en aan leiderschap. Ik heb met grote waardering geluisterd naar uw maidenspeech, maar ik heb er niet één concrete aanbeveling in kunnen terugvinden over wat u eigenlijk wilt. Het is een opeenstapeling van kritiek. Het is een litanie aan ergernissen. Als ik dan aan u vraag wat uw concrete bijdrage in dit debat is geweest met betrekking tot de kant die u op wilt, dan zet u alleen maar de hakken in het zand.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Ik moet hier toch ernstig bezwaar tegen maken. Wat ik hoor van de heer Van Boxtel, is dat Europa inderdaad belangrijk is. Er moet leiderschap worden getoond. Natuurlijk, ieder land heeft leiderschap nodig. Daarover zijn wij het met elkaar eens. Dat is heel normaal. Maar ik praat ook met die mensen, en u zet ze vervolgens weg als "de achterstand", of: "de stilstand". Want u zegt tegen mij dat ik de vertolker ben van de stilstand. Wij hebben het echter wel over de mensen die u langs het sportveld of in het koffiehuis spreekt. Als u deze mensen betitelt als "de stilstand", waarvoor de PVV dan zou opkomen, vind ik dat daar heel weinig respect uit klinkt.

De heer Van Boxtel (D66):

Hoe kunt u nu beweren dat er geen sprake van respect zou zijn?

De heer Machiel de Graaf (PVV):

Dat maak ik op uit uw opmerking.

De heer Van Boxtel (D66):

Wij respecteren iedereen; alle inwoners van Nederland, zelfs de mensen die op de PVV stemmen, van wie wij hopen dat zij weer van de positieve richting overtuigd kunnen worden en niet alleen de hakken in het zand zetten. Ik respecteer iedere opvatting en daar luister ik ook goed naar. Een politicus heeft echter ook de verantwoordelijkheid om te vertellen waar hij naartoe wil en hoe hij denkt dat wij uit de problemen kunnen komen. Daar heb ik u nog niet op kunnen betrappen.

De heer Machiel de Graaf (PVV):

De man in de straat kan niet als "stilstand" worden betiteld. Ik krijg daar geen helder antwoord op. Er werd alleen maar verteld dat de PVV de hakken in het zand zet en dat wij opkomen voor de mensen die de stilstand betekenen. U vliegt heel ver vooruit, met Europa voor en Europa na. Wij moeten internationaal meedoen en Nederland moet alle problemen van de wereld oplossen, maar de gewone man vergeten wij. Dat is mijn slotconclusie van dit debat.

De heer Van Boxtel (D66):

Die vergeten wij absoluut niet. Dat is een mooie brug naar mijn volgende onderwerp; het onderwijs. Want daarbij gaat het over de mensen, vooral over de jeugd.

Wij zijn met het kabinet van mening dat er in het onderwijs veel kan worden verbeterd; minder bureaucratie. Door herverkavelen kun je beter prioriteiten stellen. Wij blijven echter grote problemen hebben met het feit dat het kabinet de facto op het onderwijs bezuinigt. Het staat nog steeds 100 mln. in de min. In de aanloop naar de verkiezingen van Provinciale Staten heb ik gezegd dat voor D66 een begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarop de facto wordt bezuinigd, niet aanvaardbaar zal zijn. Ik herhaal deze opvatting nu hier, en ik doe een dringend beroep op het kabinet om de ontbrekende 100 mln. bij OCW alsnog bij te plussen. Bovendien bezuinigt het kabinet op de mensen, de leraren, door het hanteren van de nullijn. Dat staat haaks op het bevorderen van de kenniseconomie. Dat is waar wij naartoe willen. Het is in het belang van de mensen en van toekomstige generaties.

Het arbeidsmarktbeleid zit vast en het woningmarktbeleid zit vast. Minister Kamp en minister Donner weten dit als geen ander. Toch bewegen ze maar mondjesmaat. Ook op dit punt heeft D66 in de Tweede Kamer laten zien wat de weg naar voren moet zijn, en dat doe ik nu ook hier; start nu met een gefaseerde afbouw van de hypotheekrenteaftrek, niet met een signaal naar de mensen in de trant van: nu gaat ineens alles veranderen en u raakt het in één keer kwijt. Nee, het moet heel geleidelijk en gefaseerd gebeuren. Maar er moet wat gebeuren. Als wij te lang op onze handen blijven zitten, krijgen wij precies hetzelfde beeld als bij de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.

Wij zijn nu al ruim twee jaar aan het praten en er is een moeizaam compromis bereikt: één jaar langer doorwerken. Wij polderen onszelf op dit dossier als een naaktslak vooruit, de jongere generatie in het slijmspoor achterlatend. Wij hebben al jaren geleden gepleit voor het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd, en wat ons betreft beginnen we er meteen en gefaseerd mee in 2012, door er per jaar twee maanden bij op te tellen. Dat levert meteen heel veel geld op; 240 mln. per jaar in het eerste jaar. Daardoor zouden allerlei kleine sprokkelbezuinigingen die het kabinet zich heeft voorgenomen op cultuur en andere terreinen niet meer nodig zijn.

Op de woningmarkt hebben wij te maken met 650 mld. hypotheekschuld. Wij lezen andere landen de les, maar wij hebben op dit terrein nog heel veel eigen huiswerk te maken.

De heer Hermans (VVD):

Ik wil nog even terug naar de pensioenen. Ik heb de woordvoerder van D66 al een aantal malen horen zeggen dat zijn partij graag goed wil luisteren naar wat er in de samenleving leeft; hij had het over de man in de straat en Jan Rap en zijn maat. Zou het ook in uw ogen niet zo kunnen zijn dat Jan Rap en zijn maat, vakbonden en de werkgeversorganisaties met dit akkoord zijn gekomen en dat u daar eens iets meer naar moet luisteren? U moet zich realiseren dat uw voorstel betekent dat mensen de komende tijd één of twee maanden extra in een uitkeringssituatie komen te zitten. Realiseert u zich dat wat u wilt niets, maar dan ook helemaal niets zal opleveren?

De heer Van Boxtel (D66):

In onze tegenbegroting hebben wij laten zien dat wij een en ander compenseren door lastenverlichting. Iedereen is ervan overtuigd dat het met het pensioenakkoord een andere kant op moet en dat het sneller moet worden gerealiseerd. In dit land doen wij dit nu veel te langzaam.

De heer Hermans (VVD):

U zegt: eenieder. Ik zie echter een heel groot akkoord liggen, gesloten door werkgevers en werknemers en het kabinet. Wie zijn die "iedereen"?

De heer Van Boxtel (D66):

Iedere dag lees ik dat allerlei groeperingen, vooral jongerenorganisaties, zeggen: dit akkoord laat ons voor een deel in de kou staan. Tot nu toe heb ik geen argumenten gehoord waarmee dat helemaal wordt weggenomen.

De heer Hermans (VVD):

Ik heb gelezen dat de jongerenorganisatie van de FNV zich achter het akkoord heeft geschaard. Ik vraag mij af wie dan "iedereen" is. U kunt toch niet zeggen dat D66 inmiddels de meerderheid in dit land heeft?

De heer Van Boxtel (D66):

Nee, maar u weet ook dat een heel grote groep jongeren juist niet tot de FNV is toegetreden, om te laten zien dat zij er echt niet mee kunnen leven.

De heer Hermans (VVD):

Mij gaat het om het volgende. Bij het pensioenakkoord dat nu uiteindelijk op tafel is komen te liggen, met steun vanuit de Tweede Kamer, praten wij over een fundamentele wijziging van het pensioenstelsel, waarin de facto de levensverwachting wordt gekoppeld aan de pensioengerechtigde leeftijd. Dat is een onvoorstelbaar grote wijziging, waar veel landen in Europa jaloers op zijn. Het automatische systeem dat minister Kamp heeft weten binnen te halen, via dit akkoord, is veel meer waard dan het losseflodderverhaal om een of twee maanden te gaan pakken in de komende paar jaar.

De heer Van Boxtel (D66):

Dat is geen losseflodderverhaal. Het is zeer wel beredeneerd. Het is ook voorgelegd en besproken. Dat het geen meerderheid krijgt, is tant pis. Het geeft ons iedere keer weer het recht om te blijven herhalen dat wij denken dat het doel op een andere en snellere manier gerealiseerd zou kunnen worden. Natuurlijk doet dat au bij sommige mensen en natuurlijk krijgt het niet alle handen op elkaar. Wij zullen overigens constructief – dat is ook in de Tweede Kamer gebeurd – het wetsvoorstel bezien dat gaat komen. Dat wij het eigenlijk inhoudelijk anders hadden gewild, blijft ons goed recht. Het punt dat ik wilde maken, is dat wij vijf jaar geleden al riepen dat hier wat aan moest gebeuren en dat het ongelofelijk lang duurt in Nederland voordat er überhaupt een compromis op tafel ligt.

De heer De Lange (OSF):

Voorzitter. Graag richt ik mij tot de heer Van Boxtel op het punt van het pensioenakkoord. Hij komt veel in koffiehuizen, maar spreekt dan kennelijk niet met de helft van het electoraat, de mensen boven de 50. Zij hebben wel degelijk iets te zeggen over het pensioenakkoord. Zij zijn ook in veel gevallen de slachtoffers van het pensioenakkoord. Ik wil graag aan de heer Van Boxtel voorleggen dat wij het vraagstuk van de pensioenen onmogelijk los kunnen zien van de werkgelegenheid van ouderen. Liever dan hier een feitenvrije discussie te houden, zou ik de heer Van Boxtel toch onder de aandacht willen brengen dat iemand die boven de 50 is en zijn baan verliest, een kans van 8% heeft om weer aan de slag te komen. Van de mensen boven de 60 werkt drie kwart niet en de signalen zijn werkelijk niet zo dat dit heel veel beter gaat worden in heel korte tijd. Wat de heer Van Boxtel dus doet met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en van de AOW is dat hij mensen die al in een situatie beland zijn waarin ze een uitkering krijgen, nog langer in een andere uitkeringssituatie laat belanden. Is dat zijn bedoeling?

De heer Van Boxtel (D66):

Nee, mijnheer De Lange. Wat dit betreft verschillen wij echt fundamenteel van opvatting. Er zijn andere maatregelen nodig om de arbeidsmarkt flexibeler te laten werken.

De heer De Lange (OSF):

Zoals?

De heer Van Boxtel (D66):

Flexibiliseren van de arbeidsmarkt en kansen tot herintreding op de arbeidsmarkt bieden, ook aan oudere werknemers. Nu eigenlijk iedereen in de landen om ons heen het erover eens is dat de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd moet worden en nu de landen om ons heen die leeftijd nog sneller dan wij verhogen, vind ik niet dat je als line of defence in het pensioendebat aan de rem moet gaan hangen met de mededeling: er zijn nog zo veel mensen die niet werken. Dan moeten we daar maar een activistischer beleid op voeren en ervoor zorgen dat mensen ook echt reële kansen op de arbeidsmarkt hebben, deze nemen en proberen aan de slag te blijven! We moeten niet zeggen: omdat het nu niet zo is, zien we maar af van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat zou ik echt een Umwertung aller Werte vinden.

De heer De Lange (OSF):

En dat activistische beleid, waar ik het volkomen mee eens zou zijn als het er zou zijn, dat verwacht u ook, neem ik aan, van het kabinet?

De heer Van Boxtel (D66):

Ja, uiteraard. Er moet veel gebeuren op dat vlak en daarop zullen we rondom het pensioendossier nog uitgebreid terugkomen.

De heer De Lange (OSF):

Ik ben met u erg benieuwd wat op dat vlak gaat komen.

De heer Van Boxtel (D66):

Heel goed.

Voorzitter. D66 staat voor vrijheid, ontplooiing en ook voor constitutionele waarden. We hebben dit kabinet nog niet kunnen betrappen op een sterk ontwikkeld constitutioneel gevoel. Ik noem als voorbeeld het oprekken van de regels bij de kabinetsformatie, het onderhandelen met statenleden op het Torentje over Eerste Kamerzetels, de wens om internationale verdragen op te zeggen als het even niet uitkomt eraan gebonden te zijn. Ik noem het voorrang geven aan economisch beleid boven de mensenrechten en het daartoe zelfs willen morrelen aan de rechtsmacht van het Europese Hof voor de Mensenrechten.

Onze democratie – ik zeg dat in lijn met wat ook de heer Kox zei – functioneert nu volstrekt formeel en instrumenteel. Het minderheidskabinet gedraagt zich naar onze mening te veel – eigenlijk voortdurend – als een meerderheidsmachine. De meerderheid plus één is een smalle basis, zelfs als deze op onderwerpen soms wisselt. De kracht van een democratie zit in de herkenning en erkenning van de rechten van minderheden, aldus een van mijn leermeesters, Robert Dahl. Hij zei: "minorities rule", en dan gaat het om grote groepen van minderheden die zich weten te manifesteren op beleidsterreinen. Ik roep het kabinet op, die opvatting meer te laten doorklinken in zijn beleid, maar ook in zijn benadering van beide Kamers. Naast plichten moeten ook de rechten van minderheden beschermd blijven. Soms gaat het immers ook om de vertegenwoordiging van groepen van zwakkeren.

Het voorstel bijvoorbeeld om de griffierechten te verhogen, past daar niet in, evenmin als de rücksichtslose en qua opbrengst beperkte bezuinigingen op cultuur. Ik zei het al: het zijn sprokkelcenten die het kabinet ophaalt en die meer kwaad doen dan goed. Wat de griffierechten betreft, heeft Jan Vis er ooit al eens de vinger op gelegd toen hij zei: kijk eens naar programma's als De Ombudsman en De Rijdende Rechter; dat zijn interessante programma's, omdat ze laten zien wat mensen echt dwars zit. De voorgenomen verhoging van griffierechten gaat het voor mensen bijna onmogelijk maken om hun recht te halen. Ik zou het kabinet willen vragen om ook van die besparingsoperatie af te zien.

Voorzitter. Nederland is een prachtig land, met veel kansen en talenten. Wij willen dat de blik naar buiten gericht blijft en niet naar binnen. Alle talenten in onze samenleving hebben we hard nodig in een vergrijzende en ontgroenende samenleving. Al die talenten, waar ze ook vandaan zijn gekomen en of waar hun ouders ook vandaan kwamen. Daarbij heeft een groot deel van de samenleving volgens mij inmiddels tabak van holle retoriek naar groepen in de samenleving, tabak van angstpolitiek en tabak van uitsluitend repressiejargon, waarvan de verbindende woorden bestaan uit een bloemlezing van proefballonnetjes.

Niemand bestrijdt dat misdaad opgespoord en gestraft moet worden, niemand bestrijdt dat iedereen zich in dit land aan de Grondwet moet houden. Wij zijn niet naïef, maar kunnen we – en dan sluit ik mij bij collega Hermans aan – ook af en toe eens het accent leggen op de enorme vooruitgang die geboekt wordt door jonge mensen, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt? Kunnen we stoppen met het voortdurend vergroten van angstgevoelens? Het is tijd voor een radicale ommezwaai in de politiek. Ik roep de minister-president en het kabinet op, hierin het voortouw te nemen. Ik ben benieuwd of hij dat ook wil doen.

Misschien is het een raar puntje bij deze algemene beschouwingen, maar ik wil het toch aan de orde stellen. We hebben in de afgelopen weken een mooie tv-serie gezien over de geschiedenis van de slavernij. Op 1 juli herdenken wij ieder jaar – dat gebeurde 1 juli 2011 voor de tiende keer – de afschaffing van de slavernij bij het Nationaal Monument Slavernijverleden. Er was niemand van het kabinet aanwezig bij die herdenking! Een rijksmonument, een nationale herdenking. Ik vond dat buitengewoon merkwaardig. Daarnaast lees ik dat het instituut rondom het slavernijverleden zijn subsidie gaat verliezen, tien jaar nadat het is opgericht. Ik vind dat bijna symbool staan voor het niet-serieus nemen van de verschillende minderheden in het land en ik roep het kabinet op om volgend jaar gewoon weer aanwezig te zijn. Dit kan niet!

Tot slot. Ik vergeleek de premier soms op onderdelen met Alice in Wonderland. Alice ontwaakt in dat mooie sprookje van Lewis Carroll en ik wens de premier en zijn kabinet eenzelfde ontwaking toe. Ik wacht met belangstelling de beantwoording af.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. Aansluitend daarop en op een eerdere opmerking van collega Van Boxtel: je mag natuurlijk alles aan het kabinet vragen, daarvoor zit het kabinet hier, maar is het wel redelijk en realistisch om te vragen of dit kabinet een radicale ommezwaai wil maken in zijn beleid en of het wil ontwaken uit zijn nu beleden opvattingen om iets anders te gaan doen? Is dat wel redelijk? Mijn betoog was dat dit kabinet heel goed weet wat het doet. Het kiest voor een liberaal-fundamentalistische aanpak van de problematiek. Dat kun je het nageven. Hoe verwacht de heer Van Boxtel dat een kabinet van deze signatuur een radicale ommezwaai maakt?

De heer Van Boxtel (D66):

Een radicale ommezwaai als het gaat om de benadering van groepen in onze samenleving. Het pal staan voor de talenten en voor de vooruitgang die geboekt wordt. Ik neem afstand van uw woorden "liberaal-fundamentalistisch". Ik sta voor een sociaal-liberale partij, dus het liberale zit ook echt in onze genen. Ik geloof ook in de kracht van mensen. Ik geloof ook dat mensen er in eerste instantie zelf wat van moeten maken en dat de overheid als vangnet er pas is als het echt niet gaat. Dat is een omgekeerde manier van denken, maar wel een met een hoge mate aan sociale betrokkenheid. Ik vraag een radicale ommezwaai in dat het kabinet afstand moet nemen van het permanent overeind houden van een angstcultuur, het moet er afstand van nemen de vinger te leggen bij alles wat niet goed gaat en van de repressieve benadering op allerlei terreinen waar in onze ogen juist een offensieve aanpak het moet gaan doen. Ik doel op het gebied van onderwijs en op het gebied van duurzaamheid. Het kabinet moet de transformatie van Nederland vorm geven, zelfs in deze economisch moeilijke crisistijd.

De heer Kox (SP):

Dat klinkt optimistisch.

De heer Van Boxtel (D66):

Ja.

De heer Kox (SP):

Ik mis echter toch – en ik denk dat het daar afgelopen zondag bij Buitenhof ook over ging – het nodige realisme. Als u optimist wilt zijn voor de toekomst, dan moet u realist zijn in het heden. U kent toch de samenstelling van dit kabinet? Hoe kunt u dit kabinet oproepen om vriendelijk te worden ten opzichte van alle groepen als de gedoogpartner, en het fundament onder dit kabinet, daarover een ietwat andere en genuanceerde mening heeft? U kunt dit dan toch niet menen? Als u een radicale ommezwaai wilt, is het dan geen voorwaarde dat dit kabinet, met dank voor de getoonde inzet, zo snel mogelijk in het museum terecht komt en dat er aan een nieuwe coalitie kan worden gebouwd? Daarover ging ook de discussie met mevrouw Barth.

De heer Van Boxtel (D66):

Daar steken wij iets anders in dan de heer Kox. Ik kan ook dit kabinet vragen om een radicale ommezwaai in houding en taalgebruik. Ik kan het vragen om te tonen dat het een voorbeeldfunctie heeft. Onze insteek is daarbij niet per definitie om het kabinet coûte que coûte te laten struikelen. Natuurlijk zie ik liever een ander kabinet, een ander construct, maar het is niet anders. Ik vraag echter iets meer fermheid waar het gedoogakkoord soms verlamt en een spagaat teweegbrengt; de tweespalt op de tweesprong waarover ik het had. Daarvan moet je echt af durven stappen. Ik daag het kabinet daartoe uit. Ik heb het over het kabinet-Rutte/Verhagen en dus niet over het kabinet en de gedoogpartner PVV.

De heer Thissen (GroenLinks):

Voorzitter. Ook ik feliciteer mevrouw Barth, de heer Machiel de Graaf en de heer Brinkman met hun maidenspeech op dit prachtige moment in de Eerste Kamer.

Wij hebben onze bijdrage aan de algemene politieke beschouwingen de titel "Uit de koplamp" gegeven.

"Create the future you would like to live in!" Deze zin trof ik aan op één van de spandoeken van de beweging Occupy Wall Street in het Zuccotti Park in Lower Manhattan in het centrum van de financiële wereld. Met een parlementaire delegatie was ik vorige week op werkbezoek bij de 66ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. In dit spandoek, de plek van de protesten, de onderdompeling in de boeiende wereld van de Verenigde Naties, de ontmoeting met de Dutch Financial Club en natuurlijk de kracht van de stad New York zelf, kwam heel veel samen wat ik namens GroenLinks vandaag de regering wil zeggen en vragen.

Create the future you would like to live in. Wat voor toekomst streeft dit kabinet met haar maatregelen na? In de felle koplampen van de media en de door ons met te veel invloed en macht bedeelde opiniepeilers lijkt het dat wij, politici, gevangen zitten in die koplampen en verblind zijn, en nauwelijks meer bij machte zijn te bewegen. Kortetermijneffecten lijken populairder dan langetermijnoplossingen en noodzakelijke hervormingen. De gunst van de kiezer moet elk moment binnengehaald worden en nauwlettend wordt de adhesie of afkeuring van het publiek gevolgd om zo te bepalen wat de partijinzet zou kunnen zijn. De nieuwe moraliteit van het effectbejag voor korte termijn heeft zo zijn dominante intrede gedaan in de wereld van de media, de politiek én onder brede lagen van de bevolking. Zo is steun aan Griekenland en de redding van de euro een kolfje naar de hand van de politieke partijen die tevreden gadeslaan dat hun "nee" veel zetels in de peilingen oplevert. Dat met dit "nee" de Nederlandse economie echter op langere termijn niet gebaat is, schijnt niet te deren en wordt de kiezer niet uitgelegd. Elke maand vertegenwoordigt de export van Nederlandse bedrijven naar alleen al de landen van de Europese Unie een bedrag van ruim 30 mld. Uit de studie The internal market and the Dutch economy: implications for trade and economic growth blijkt dat de Nederlandse economie door de Europese integratie jaarlijks tussen de 25 mld. en 30 mld. groeit. De interne markt levert volgens het onderzoek de individuele burger een extra inkomen op dat tussen de € 1500 en € 2200 ligt, dankzij Europa en de euro.

Van wat wij in de Nederlandse economie verdienen, wordt meer dan 70% in het buitenland verdiend. Welke toekomst staat dit kabinet voor met haar toenemende concentratie op ons eigen land? Leg dat eens uit aan de vrachtwagenchauffeurs, de tuinders, de medewerkers van de bloemenveiling en de ondernemers die exporteren. Wij zijn internationaal georiënteerd. Sterker nog: wij leven dankzij onze buitenlandse handel, wij hebben onze welvaart dankzij onze internationale oriëntatie en activiteiten. Het is aan het kabinet om dit sterker dan ooit naar voren te brengen, als dijken tegen de toenemende concentratie op het nationale door zijn gedoogpartner. De gedoogpartner spint hier garen bij. Ik vraag het kabinet om dit met verve en overtuiging te doen. Gaat het dat doen?

Ons bezoek aan de Verenigde Naties deed mij nogmaals beseffen dat Nederland, dat nog altijd een uitstekende naam heeft, niet mag verzaken op het gebied van internationale ontwikkeling, mensenrechten, vrede, ontwapening, duurzaamheid en ecologische balans, veiligheid en het bevorderen van democratie. Kan het kabinet garanderen dat zij zich zal houden aan de huidige norm van 0,7% van het bruto nationaal product voor ontwikkelingssamenwerking? We komen eventueel met een motie hierover.

Terwijl mevrouw Ashton haar best om de EU eensgezind steun te laten uitspreken voor de erkenning van de staat Palestina, blokkeert de Nederlandse regering elke betekenisvolle Europese reactie. Kan de minister-president uitleggen waarom hij uit onze naam dit perspectief op vrede heeft verknald? Tot onze verbijstering constateren wij ook een gewijzigde doelstelling. De ambitie is nu in de woorden van de minister van Buitenlandse Zaken "een veilige Joodse staat", in plaats van een veilige staat Israël. Wat impliceert deze nieuwe woordkeuze? Impliceert dit, dat volgens de regering geen enkele Palestijnse vluchteling meer mag terugkeren? Impliceert dit, dat er geen plaats is voor de vele huidige bewoners die christen, moslim, Arabier of Palestijn zijn? Ik hoor graag een reactie van de premier. We houden een motie achter de hand.

Kom uit de felle lampen van de media en de opiniepeilers, en toon moed om het werkelijke verhaal te vertellen. Politiek is vakmanschap. In een democratie dienen alle belangen te worden gewogen, zeker de kwetsbare, de minst populaire, de langetermijnoplossingen en die belangen die niet als vanzelfsprekend op ons aller netvlies staan gegrift. Van een regering mag worden verwacht dat ze die kunst als geen ander verstaat en leiderschap toont, lef en de bereidheid heeft om over de eigen schaduw heen te stappen. Het gaat immers om een duurzame toekomst voor de mensengemeenschap Nederland. Politiek is geen idolsverkiezing, regeren evenmin.

Vakmanschap vraagt om eerlijke verhalen. Vertel dan, dat het werkelijk nodig is om met een stevige green deal te komen. Vertel dan, dat Europa ons vele malen meer oplevert dan dat het ons structureel en zo nu en dan incidenteel ook nog eens extra kost. Vertel dan, dat de machtsbalans in de wereld aan het verschuiven is. Vertel dat door al het Europees gedraal als gevolg van binnenlands gemor de trein van Brazilië, Rusland, India en China voortraast en wij ruziënd op een perron dreigen achter te blijven. Vertel dan, dat het overgrote deel van de in Nederland wonende migranten, moslim of niet, het hartstikke goed doet; op school, op het werk, in hun vrije tijd. Vertel dat dit overgrote deel van deze mensen vredelievend is en het beste voor heeft met de kinderen, met de buurt en met Nederland. Vertel dat ons land altijd sterker is geworden door migratie. Vertel dat het allergrootste gedeelte van mensen in een sociale uitkering of voorziening hartstikke gemotiveerd is om aan het werk te gaan. Maar waar zijn de baanopeningen? Vertel dat de criminaliteitscijfers voortdurend dalen en Nederland al jaren veiliger wordt. Vertel verder bijzonder zorgvuldig en precies dat dit kabinet geen bezuinigingskabinet zou moeten zijn, maar een hervormingskabinet. Hervormingen zijn nodig op de woningmarkt, de arbeidsmarkt, op het gebied van milieu. Vertel dat de forse bezuiniging van 18 mld. nooit een doel op zich kan zijn en altijd een middel, maar een middel waartoe?

Wat hebt u aan een gezond huishoudboekje als de woningmarkt gesloten en gestagneerd blijft, de arbeidsmarkt niet meer toegankelijk is voor 1,5 miljoen mensen die dolgraag mee willen doen, het milieu, de natuur en het landschap slachtoffer zijn van uw gelddominante aanpak? Wat is uw plan als het erom gaat dat u voor het collectief, voor ons allen een toekomst wilt creëren waarin u en wij willen leven? Vergeef mij het ijshockeybeeld in deze vraag: wilt u zijn waar de puck is of waar die naartoe gaat? In what future would you like to live?

Mijn fractie negeert of ontkent de problemen zeker niet, maar zij wil een tegenbeweging tegen de toenemende onderbuik. Zij wil een tegenbeweging van het hart én de ratio, de feiten en het waarom. Weg uit de verstarring van de koplampen! U hebt daar een niet te onderschatten rol in. "Migranten zijn nodig; zij zijn het succes. Als het niet goed gaat met de migranten, dan gaat het niet goed met New York", aldus burgemeester Bloomberg van New York. Hij had daarbij het interview met minister Leers niet gelezen.

Dit kabinet heeft de mond vol over eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Menig ouder heeft haar kind leren fietsen. Ik vond het een geweldige ervaring. Een kind leren fietsen, gaat over connectiviteit, over de relatie tussen iets overbrengen, iets onderwijzen, over nabij zijn en loslaten. Een kind leren fietsen, gaat over de samenhang tussen vertrouwen geven dat het kind het kan, én laten voelen dat je er bent als het toch mis mocht gaan. Nabij en zeker. Je leert je kind het beste fietsen op vaste en goed begaanbare ondergrond. Op drassige of mulle ondergrond houdt het fietsende kind het niet vol. Het zal vallen en het nooit leren.

Mijn fractie zoekt naar een hernieuwde relatie tussen enerzijds zelfredzame en individueel handelende mensen en anderzijds een overheid die zorgt voor de goed begaanbare ondergrond, die niet wegloopt, maar nabij blijft, voor het geval dat ..., die activeren kan zonder mensen te verwijten dat het hun eigen schuld is als het niet lukt, die mensen vrijlaat en hen toch weet te motiveren om onafhankelijk te zijn van overheidsinspanningen.

Wat is zelfredzaamheid echter waard als er geen open en uitnodigend gebaar in de samenleving is, ongeacht of dat nu in de vorm van school, werk, vereniging, politiek, economie, zorg of sport is, en als mensen in een uitkering verdacht zijn, alsof zij niet zouden willen, maar wel kunnen? Alsof het hun eigen schuld is? Wat is mijn zelfredzaamheid waard zonder eigen regie? Zonder pgb in de zorg? Wat is de zelfredzaamheid van mensen waard zonder de grond onder de voeten van de collectiviteit en zonder hernieuwde solidariteit? De rechten van mensen worden aangetast en hun plichten worden opgeschroefd, zonder dat er nieuwe zekerheden tegenover worden gesteld. Eenzijdig doet het kabinet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers, maar waar is de wederkerige verantwoordelijkheid van het kabinet? Er is sprake van vreselijk veel dubbeltekst in de houding van het kabinet en onbalans in de relatie tussen burger en overheid.

Publiciste en assistent-professor Heleen Mees typeert de New Yorkse samenleving als een kansensamenleving. Er zijn veel kansen en veel instapbanen. De New Yorkse samenleving is een servicemaatschappij. Mensen maken ongekende stijgingen door. Mijn fractie wil een Nederlandse variant van die kansenmaatschappij. Wellicht zit hierin de hernieuwing van het begrip "solidariteit". Voor het collectief dient er een geborgde kansensamenleving te zijn, de vaste grond onder je voeten als je je verantwoordelijkheid waarmaakt en je zelfredzaamheid inhoud geeft. Van een verzorgingsstaat naar een kansensamenleving, waar iedereen echt naar vermogen kan meedoen en niet de prijs betaalt van de afbrokkeling van de verzorgingsstaat. Graag ontvang ik de reactie van het kabinet op dit punt.

Wat heeft het kabinet voor ogen door een drempel op te werpen in onze rechtsstaat, waarin tot nu toe iedereen die het gevoel heeft dat hem onrecht is aangedaan, zijn recht kan proberen te halen? Dat dit kan, is een groot goed. De voorgestelde verhoging van de griffierechten maakt de toegang en de bereikbaarheid van dit grote goed problematisch voor mensen die niet rijk zijn. Staat het kabinet een Nederland voor met het door democraten verfoeide systeem van klassenjustitie? Wil het kabinet bovendien een Nederland dat het niet zo nauw neemt met de trias politica? De onzalige gedachte om minimumstraffen in te voeren zet de onafhankelijke afweging van rechters en daarmee de onafhankelijkheid van de rechtspraak onder druk. Onafhankelijkheid van de rechtspraak en de toegang ertoe dienen de burger te garanderen dat er geborgenheid en veiligheid heerst in de relatie tussen burger en overheid en dat die relatie nooit meer zal uitmonden in willekeur van de overheid richting burgers. Daar begint het primaire veiligheidsgevoel waar wij allen zo naar streven en aan hechten. Wil het kabinet dat op de helling zetten?

Waar neemt het kabinet zijn eigen verantwoordelijkheid "to create a future we all want to live in"? Tot nu toe steunt GroenLinks het kabinet in de aanpak van de eurocrisis, omdat investeren in de euro, de eurozone en Europa op langere termijn Nederland sterker maakt en meer kansen biedt voor mensen die naar eigen vermogen willen meedoen. Het gesprek in New York met de Dutch Financial Club bracht mij tot de volgende opmerkingen. Als de zeventien eurolanden hun schulden zouden poolen, is het probleem dan opgelost?

De consequenties van de gemeenschappelijke munt zijn niet goed doordacht. Een Europese centrale bank met verregaande bevoegdheden, een gezamenlijk fiscaal systeem en een gezamenlijke heldere politieke sturing op economie en financiën ontbreken. GroenLinks zegt dat overigens al jaren in haar Europaparagraaf. Als men dat allemaal niet doet en niet nastreeft, blijft de euro een halffabricaat. Deelt het kabinet deze opvattingen en, zo ja, wat is zijn inzet?

Wat gaat het kabinet doen om een financiële toekomst te creëren waarin banken weer "back to basics" gaan, een schuld van een particulier, bedrijf of overheid weer een schuld wordt tussen bank en schuldenaar, die moet worden terugbetaald, en leningen niet meer doorverkocht worden?

Het kabinet dient te ontsnappen aan de koplampen die het doen verstarren, waardoor het niet investeert in hervormingen, nodig voor een bruisend en kansrijk Nederland op langere termijn. GroenLinks is zeer benieuwd naar de toekomstplannen van het kabinet. Create a future where we all want to live in!

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Wie rijk is, heeft de neiging om er "de verkeerde dingen mee te doen". Rijkdom is "de niet aflatende vijand van een helder inzicht". Ik citeer hier John Kenneth Galbraith in zijn Economie van de overvloed, een klassieker met een actuele boodschap. Een land dat tot ontwikkeling komt, moet de middelen waarover het beschikt niet verjubelen aan consumptiegoederen of aan de welvaart van sommigen. Er zijn hogere doelen te dienen: kwalitatief goed onderwijs, goede gezondheidszorg, goede en rechtvaardige bestaansvoorwaarden voor iedereen en een duurzame economie.

Wat heeft Europa met haar rijkdom gedaan? In elk geval hebben landen die het zich niet konden veroorloven, geprofiteerd van een sterke munt en zij hebben verzuimd hun economie op orde te brengen. De Europese schuldenberg is enorm en nu bijna onbeheersbaar. Europa leek voor ons lange tijd een bron van welvaart, maar inmiddels dreigt er heel iets anders. Euro-optimisme maakt plaats voor ontnuchtering. Het lijkt erop dat het streven naar welvaart helder inzicht in de weg is gaan staan. Met de wijsheid van nu hadden wij in het verleden andere keuzes gemaakt. De crisis in Europa overschaduwt deze algemene politieke beschouwingen. Het is allang niet meer een financiële crisis alleen of een kwestie met Griekenland. Het is een politieke crisis, een vertrouwenscrisis en, als wij nog langer in de vlek wrijven, het begin van grote sociale onrust.

In 2008 hebben nationale overheden snel gehandeld en hun eigen bancaire systeem gered. Nu, bij de crisis rond de euro, lukt een dergelijk kordaat optreden niet. Dat heeft alles te maken met de verwevenheid van de politieke macht binnen Europa. Die verwevenheid – vaak beschouwd als teken van kracht – wordt nu een stelsel van afhankelijkheid. Voorlopig lijkt het organisme politiek verlamd. Onheldere politieke besluitvorming over duizelingwekkend veel miljarden is het gevolg. Burgers kunnen slechts op grote afstand toekijken. Er wordt al gerekend op hun belastinguitgaven, maar hun zeggenschap houdt hiermee geen gelijke tred. Dit raakt ook het principe van de democratische verantwoording. De wereld kijkt nu toe naar een machtsstrijd tussen grote landen, vooral Duitsland en Frankrijk. Wie vraagt nog naar de mening van enkele parlementen, of de mening van ons parlement? Zo slaat de crisis zelfs onze parlementaire democratie uit het lood.

Het past dit huis om een debat te voeren over algemene politieke principes. Op welke manier kunnen wij lessen trekken uit de crisis? Wat is het "beleidsperspectief" – ik citeer nu uit het advies van de Raad van State – als wij moeten nadenken over oplossingen op termijn? De Raad van State heeft het over een voorbereiding op andere tijden die nu al moet beginnen. Mijn fractie wil op drie zaken wijzen en vraagt het kabinet deze ter harte te nemen.

In de eerste plaats is pijnlijk duidelijk geworden dat een economie niet op schulden kan worden gebouwd. Schulden maken leek in de afgelopen decennia geen probleem, als die schulden maar op enig moment in de toekomst worden afgelost. Maar schulden maken is rekenen op een welvaart die per definitie onzeker is. Er is geen economie van de onbetaalde rekening. Inflatie laten oplopen is diefstal, luidt een bekend adagium. Wat is het als staten zich in de schuld steken en dan bij de belastingbetaler aankloppen om tekorten aan te zuiveren? Laten we niet zeggen dat dit een probleem is van Griekenland en Italië alleen. Het is een stijl van denken die algemeen is gehuldigd. Ik wijs op de onverantwoorde leningen op de huizenmarkten. Deze manier van denken zal niet de oplossing brengen. Wij blijven in een tunnelvisie denken als wij van mening zijn dat er voortdurend nieuw geld beschikbaar moet komen. Nieuwe schulden, zwaardere molenstenen, neergaande spiralen, linksom of rechtsom. Buffers zijn eindig, niet alleen bij de banken, ook bij de overheden. Die buffers aanspreken voor landen als Italië, die onvoldoende ernst maken met bezuinigingen, is uiterst riskant. Wie kan instaan voor de duizenden miljarden aan garanties die nu nodig zijn?

Onze fractie ziet graag dat er stappen worden gezet naar een ander financieel en economisch denken. Schulden moeten kunnen worden afgelost, hoe eerder hoe beter. Dat geldt voor staten en voor individuen. Er wordt in deze tijd nogal eens herinnerd aan het advies van John Maynard Keynes, die in 1919 schreef over de herstelbetalingen die waren opgelegd aan Duitsland. Hij noemde ze economisch onverantwoord. Schulden moeten aflosbaar zijn door eigen arbeid. Ik vraag de minister-president hoe wij zo snel mogelijk tot een dergelijk economisch systeem kunnen komen.

In de tweede plaats zijn we in zekere zin bedrogen in de verwachting dat een interne markt en de euro als gezamenlijke munt zouden leiden tot economische convergentie. Onze rijkdom heeft het ons veroorloofd een tijd lang blind te zijn voor grote economische verschillen in de eurozone. Dit was een politieke achteloosheid die nu als boemerang naar ons terugkeert. De oplossing hiervoor is niet op korte termijn te verkrijgen. Ook voorstellen voor een Eurocommissaris die begrotingsdiscipline afdwingt, bieden geen soelaas om de enorme kapitaalsbehoefte op korte termijn af te dekken. Maar het langetermijnperspectief op een gezonde eurozone moet hier zwaarder wegen dan een kortetermijnperspectief. Aan welke scenario's denkt het kabinet wanneer de crisis verder escaleert? Is er een scenario voor een kleinere eurozone van landen met vergelijkbare economieën die zich houden aan dezelfde afspraken? Beter zo'n eurozone dan opgenomen worden in een mondiale machtsstrijd die gewonnen wordt door de machtsblokken met de grootste kapitaalsvoorraad.

In de derde plaats maak ik een opmerking over het gemis aan werkelijk debat over normen en waarden in de economie. Er liggen jaren achter ons waarin wij daarover veel spraken. Inmiddels is het duidelijk dat je geen gezond economisch systeem bouwt als je de morele teugels laat vieren. Geldzucht neemt de plaats in van dienstbaarheid, zelfverrijking de plaats van een economie van het genoeg. De eigenwettelijkheid van de financiële logica dwingt ons met tegenzin een pad in te slaan waarin veel geld moet worden opgehoest. Wij zullen het moeten hebben over normen en waarden om op een beter pad te komen. Nu betalen juist die mensen het gelag die part noch deel hebben aan de crisis, de jongeren voorop. Dat moeten wij niet goedvinden.

Na deze drie punten wil ik enkele opmerkingen maken over een aantal beleidskeuzes van dit kabinet. Een jaar geleden werd in dit huis een motie aanvaard, de motie-De Boer, waarin het kabinet werd opgeroepen om met een visie te komen op de woningmarkt en met name om het beslag dat de hypotheekrenteaftrek legt op de algemene middelen in die visie te betrekken. Er is een visie gekomen, maar deze geeft geen antwoord op die vraag. Het kabinet herhaalt eenvoudigweg dat er niet getornd wordt aan de hypotheekrenteaftrek. De veronderstelling is dat hervorming van dit stelsel slecht zou zijn voor de koopsector. Volgens mijn fractie kunnen wij vaststellen dat de koopsector steeds meer stagneert en dat die veronderstelling dus niet klopt. Het is wat onze fractie betreft kortzichtig beleid om alleen op ontwikkelingen op de huizenmarkt te letten. Het gaat ook hier weer om de vraag of wij een samenleving willen waarin het maken van schulden geaccepteerd wordt en wij daarvan bovendien een deel kunnen afwentelen op de overheid. Uiteraard moet de geleidelijke reductie van de aftrek op een verstandige manier worden ingevoerd, maar zelfs geen begin willen maken met een studie ernaar, waarom in de motie wordt gevraagd, is de kop in het zand steken. Ik vraag de minister-president en het kabinet dus opnieuw naar een studie over de hypotheekrenteaftrek.

Een politiek die gerechtigheid op het oog heeft, zou meer oog moeten hebben voor mensen die in moeilijke omstandigheden het hoofd boven water moeten zien te houden. Dat geldt ook wereldwijd. Als gevolg van de crisis nemen armoede en honger in de wereld weer toe. Wij hebben er nauwelijks nog oog voor, maar het gebeurt. Terwijl wij hier over honderden miljarden spreken, komt de FAO miljoenen tekort voor het wereldvoedselprogramma. Dat stagneert. De financiële crisis mag ons niet doen vergeten dat er ook nog andere crises zijn. Onze fractie heeft daarvoor aandacht gevraagd en zal dat blijven doen.

Uit dat oogpunt zijn wij bepaald niet ingenomen met de nieuwe wind die waait op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Niet alleen verlagen wij budgetten, maar wij zijn ook bezig een unieke cultuur van betrokkenheid van de bevolking bij wereldvraagstukken om zeep te helpen. De laatste onaangename verrassing is de stopzetting van de subsidie aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Een meerderheid van deze Kamer heeft dit voorjaar gevraagd om een extra korting op Nederlandse ontwikkelingsorganisaties ongedaan te maken. Dat zou moeten gebeuren door geld te vinden binnen de begroting van OS, onder meer door minder af te dragen aan het Europees Ontwikkelingsfonds. Wij constateren onvoldoende politieke wil bij deze staatssecretaris om dit mogelijk te maken en overwegen een nieuwe motie om duidelijk te maken dat de infrastructuur van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties en de kennis die daarin aanwezig is, ons kostbaar is.

Wij leven in ongewoon moeilijke tijden en er komt veel op ons af. Het herfsttij lijkt gekomen. Er is een dreiging van verval en neergang, er is verzwakt vertrouwen in de instituties die ons leiden, er is veel cynisme en ergernis en weinig geloof in welke toekomstvisie dan ook. Johan Huizinga, hij is vandaag al eerder aangehaald, beschreef het "Herfsttij der Middeleeuwen" als een periode van grote vermoeidheid en grote levensfelheid tegelijkertijd. Die beide elementen zien wij ook nu, want onze cultuur is in een diepe crisis geraakt en er staat veel op het spel.

Gelukkig mogen wij leven in een land waarin het relatief goed gaat. Er is vrijheid, er zijn vreedzame omstandigheden, er is voldoende welvaart om een leefbare samenleving in te richten. Laten wij echter beseffen dat het niet onze rijkdom is die ons dit brengt. Rijkdom verdeelt, rijkdom is een god die afgunst en hebzucht aanwakkert, rijkdom is een macht die corrumpeert en ziek maakt. Ik vond een herfstbeeld in Spreuken 12: "Wie op rijkdom vertrouwt, is als een blad dat valt." Vroeg of laat komt dan het verval. Het is beter te bouwen op een grondslag van waarden die een samenleving versterkt en samenbindt. Daar kom je ook in tijden van crisis het verst mee. Ik wens dit kabinet in deze uitzonderlijk moeilijke omstandigheden namens mijn fractie de zegen van God en veel politieke wijsheid toe.

De heer Holdijk (SGP):

Voorzitter. Twee woorden die de toonzetting van de troonrede bepalen, zijn "welvaart", in combinatie met economische groei, en "(on)zekerheid", vooral over de toekomst. Tot het einde van de twintigste eeuw speelde die onzekerheid ons nog geen parten. Wij hadden een bestendige welvaartsgroei. Iedere nieuwe generatie zou het beter krijgen dan de voorgaande. Wij consumeerden overvloedig, maar grotendeels op kosten van de toekomst, op krediet. Sparen werd ingeruild voor beleggen en lenen. Sparen voor je pensioen hoefde niet meer, dat deden anderen voor je. Als de toekomst toch enkel maar meer van hetzelfde zou bieden, waarom zouden wij er dan niet op vooruitlopen? Groei leek verzekerd. De term "schuld" verloor veel van zijn negatieve klank. Schuld was ook positief: fiscaal aantrekkelijk, dus helemaal niet iets om af te lossen.

Vanaf 2008 zijn wij uit deze droom ontwaakt. Het enorme zelfvertrouwen en de zorgeloosheid kregen een knak. Ging dan de baat toch niet voor de kosten uit? Als het zo niet verder kan, waar gaat het dan heen en waar moet het dan heen? Wie wijst ons de weg? Tien jaar na de omstreden politiek-filosofische leus "einde van de geschiedenis" hebben wij nog steeds geen idee hoe de toekomst eruit zal zien. Onvermijdelijk lijkt mij een morele en levensbeschouwelijke heroriëntatie. Heel concreet begint een nieuwe toekomst met het opruimen van de schulden van het verleden en het maken van een einde aan het doorschuiven van de rekening. Met het verhogen van de pensioenleeftijd moet niet pas over tien jaar worden begonnen, maar vandaag, al is het met kleine stapjes. De hypotheekrenteaftrek moet niet onaantastbaar worden verklaard.

Als ik de politieke stemming van dit moment goed aanvoel, leven velen nog in een staat van ontkenning. Het moet zoveel mogelijk blijven zoals het is. Liever nog: zoals het was. Dat geldt ook voor de politieke hoofdstromingen links en rechts. Rechts en links lijken soms echter van plaats gewisseld te hebben. Rechts maakte zich het maakbaarheidsgeloof eigen en trad de toekomst positief en optimistisch tegemoet. Links werd onzeker, behoudzuchtig en soms pessimistisch.

Toekomst heb je als je in het heden je zaken op orde brengt. De sanering van schulden, nationaal en internationaal, kost echter veel geld en tijd. Het is dus de hoogste tijd voor leiders om te durven zeggen dat wij niet zozeer moeten inleveren, maar echte offers moeten brengen voor de toekomst. Geen procentjes koopkracht en optimistische groeicijfers, maar ingrijpende veranderingen in levensstijl en verworvenheden. Wij zullen de kiezer eerlijk moeten vertellen dat het effect van die offers wel eens meer dan één regeringstermijn zou kunnen duren.

De heer Kox (SP):

Waar staat collega Holdijk in het links/rechts-spectrum? Of staat hij erboven? Ik wil dat graag horen, want zijn woord is als altijd nogal relevant in deze Kamer. Verder zegt collega Holdijk dat een begin moet worden gemaakt met het opruimen van de schulden. Maar is hij het met me eens dat de schuld van de één de vordering van de ander is? Hij vindt dat aan het volk moet worden verteld dat het allemaal fors minder moet worden. Betekent dit ook dat het ook voor degenen die de vorderingen bezitten fors minder wordt? In mijn betoog heb ik verteld dat tweederde van de Europese schuld ook een Europese vordering is, dus niet van de Chinezen, of noem maar op. Het is ons geld, dat voor de één een schuld en voor de ander een vordering is. Als we allemaal dingen willen gaan vragen aan de bevolking, moeten we dan ook aan de eigenaren van al die vorderingen die aan het buitengewoon lucratieve einde van de welvaartsladder zitten, forse ingrepen voorstellen?

De heer Holdijk (SGP):

Wat mij betreft is het zo helder als glas dat schuldenaars en schuldeisers offers zullen moeten brengen. Gegeven de ontwikkeling van de laatste jaren hebben heel veel schuldeisers al enorme offers gebracht.

De heer Kox (SP):

Door Credit Suisse, toch een erg betrouwbaar instituut, zijn cijfers bekend gemaakt waaruit blijkt dat 1% van de wereldbevolking 40% van al het vermogen bezit. Hoe ziet de heer Holdijk in dat licht de zware offers? Ik heb net de Amerikaanse en de Nederlandse cijfers genoemd, die denk ik ongeveer hetzelfde zullen zijn. De rijkdom van de top 1% is in de afgelopen 25 jaar verdubbeld. Waar haalt de heer Holdijk het vandaan dat de schuldeisers zwaar aan het toegeven zijn? Ik heb daar namelijk nog geen bewijs van gezien.

De heer Holdijk (SGP):

Dan moet u uw oor toch eens te luisteren leggen bij diverse beleggers. Ik denk dat u dan een wat anders gekleurd verhaal zult horen.

De heer Kox (SP):

Ik kan mijn oor daar wel te luisteren leggen, maar ik maak de vergelijking dat tegenover een schuld een vordering staat. Er is niet alleen een schuld, iemand anders heeft daar baat bij. Hoe hoger de schuld van de één, hoe hoger het vermogen van de ander. Wilt u ook aan dat deel van degenen die die vorderingen hebben, eisen stellen? Dat is volgens mij wat morgen op de Eurotop aan de orde zal komen: wie gaat de bijdrage leveren? Dat is niet alleen de bevolking, hoop ik.

De heer Holdijk (SGP):

Iedereen zal offers moeten brengen. Iedereen.

De heer Van Boxtel (D66):

Bij het tenietdoen van de schuldenproblematiek noemde de heer Holdijk ook de hypotheekrenteaftrek. Mag ik uit zijn woorden afleiden dat de SGP dit kabinet eigenlijk oproept, nu al een begin te maken met die hervorming?

De heer Holdijk (SGP):

Het standpunt van mijn partij is al jarenlang dat het huidige stelsel van de hypotheekrenteaftrek niet houdbaar en aan herziening toe is, met alle prudentie die daarbij misschien past. We moeten niet suggereren dat dit op lange termijn een houdbaar stelsel is. Ik weet niet meer uit mijn hoofd – misschien weet de heer Kuiper het nog – of we de motie hebben ondertekend dan wel ondersteund die bij de vorige algemene beschouwingen is ingediend, maar volgens mij hebben we dat gedaan.

De heer Van Boxtel (D66):

Ik herhaal mijn vraag, zij het wat explicieter. Vindt u ook dat al in deze kabinetsperiode zou moeten worden begonnen met het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek?

De heer Holdijk (SGP):

Ik denk dat je meer kennis van zaken van de breedte van de problematiek in huis moet hebben dan ik me kan voorstellen. Ik ben niet degene die zegt: daar moet hoe dan ook of morgen, of volgend jaar een begin mee gemaakt zijn. Het tot taboe verklaren van de herziening van dat stelsel kan, denk ik, niet.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

In de motie wordt het kabinet opgeroepen, daar in ieder geval een studie naar te doen, dus om de kennis die volgens u nodig is, te gaan ontwikkelen. Daar zou wel een begin mee kunnen worden gemaakt.

De heer Holdijk (SGP):

Het lijkt me inderdaad dat je dat eerst terdege doet. Dan pas moet je conclusies trekken hoe je denkt tot een aanpassing van het stelsel te komen.

De sanering van de overheidsfinanciën, zeg bezuinigingen, moet gepaard gaan met investeringen in de toekomst. Een overheid die zucht onder staatsschuld is daarvoor een blok aan het been. Snoeien om te groeien noemt de premier dat. Bezuinigingen dwingen tot verandering, hervormingen en nieuwe initiatieven moeten plaatsvinden. Je kunt aan allerlei voorbeelden denken. Naar ik begrijp wordt getracht bijvoorbeeld de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Daar zouden wij zeker niet voor kiezen. Waarom niet eens opnieuw nagedacht over de inpoldering van de Markerwaard? Ik zie daarin een geweldig project, zowel qua werkgelegenheid als ruimte, voor landbouw en natuur. Waarom dit idee, dat helemaal niet nieuw is, tot blijvend taboe verklaren?

Een ander punt dat mij sterk bezighoudt, is de terrorismebestrijding. Niet alleen vanuit financieel oogpunt, al stel ik wel de vraag of de regering een enigszins betrouwbare indicatie kan geven van de jaarlijkse totale directe en indirecte uitgaven voor dit doel. Is de prijs die we in Nederland sinds de aanslagen van 11 september 2011 betalen voor onveiligheid niet te hoog, niet alléén in geld maar ook in maatregelen die ten koste gaan van onze vrijheden en grondrechten? Een nieuw woord, de "surveillancestaat" heeft ingang gevonden. Het beleid ter voorkoming van terrorisme is gericht op het inventariseren van onveiligheid en risico, op profileren en normeren. De gewone burger werd meer en meer voorwerp van toezicht en kreeg vaker de aansporing om toezicht te houden op medeburgers. Daarbij werden ook steeds vaker hele groepen burgers als risicogroep aangewezen. Maatregelen werden bovendien in een steeds vroeger stadium genomen en richtten zich niet langer op een concrete dreiging of vijand, maar op een "onveiligheidsgevoel", ingegeven door mogelijk risico in de toekomst. Vanuit strafvorderlijk oogpunt bezien, moet de vraag worden gesteld of we niet het risico lopen dat zó vroeg wordt ingegrepen dat intenties kunnen worden bestraft.

Het "bevorderen van een veiliger samenleving" was een centrale doelstelling van de kabinetten-Balkenende en is het ook van het huidige kabinet. De doelstelling onderschrijf ik, maar bij de maatvoering stel ik na tien jaar toch vraagtekens. Bezinning lijkt mij noodzakelijk, zoals deze door de Commissie Immigratie en Asiel van de Eerste Kamer is gestart met de minister van Justitie op het punt van het gebruik van persoonsgegevens.

Ik begon mijn bijdrage met het signaleren dat de economische groei en welvaart zulk een dominante plaats in het overheidsbeleid innemen. Eeuwige, ongestoorde groei is mijns inziens een illusie, en dat is wellicht maar goed ook. De schepping zucht onder het menselijk streven naar welvaart. Welvaart is nog iets anders dan welzijn. Mensen kijken helaas bij alles wat er moet gebeuren te veel naar de politiek. Ze willen dat de Staat hun problemen oplost. Politici moeten ervoor waken om te denken dat zij die problemen moeten en kunnen oplossen door middel van geld en regelgeving, en dat ze niet verder kijken dan de volgende verkiezingen. De verschillende crises zijn daarom ook een testcase voor onze democratie. Kerntaak van de overheid is het handhaven van recht en orde, en het voorzien in collectieve behoeften waarin niet op efficiënte wijze door de particuliere sector kan worden voorzien. Zo heeft zij ook de taak paal en perk te stellen aan de markt, dat is aan de ontsporingen van de mens, en niet van een instituut of een idee, om onrecht, machtsmisbruik, misleiding en uitbuiting tegen te gaan. Te veel overheidsbemoeienis kan echter het particulier initiatief frustreren en zo bijvoorbeeld ook het economisch herstel blokkeren.

Overal steken democratische regeringen zich voortdurend in de schulden, om vervolgens noodgedwongen te moeten bezuinigen, tot woede van het kiezersvolk dat geen afstand wil doen van verworven rechten. Kiezers laten zich in hun stemgedrag veelal en vooral leiden door hun eigen belangen. Ze proberen hun lasten op anderen te verhalen en hun lusten door anderen te laten betalen. Dat gegeven vergt van politici (regering en volksvertegenwoordiging) een zorgvuldige omgang met publieke middelen. Het is verleidelijk om ter wille van de kiezersgunst begrotingstekorten en staatsschulden te laten ontstaan, om met de geldkraan te manipuleren, het maken van schulden te faciliteren of aan te moedigen en belastingen te verhogen. Die verleiding moet worden weerstaan. Waar politici maar gebrekkig toe in staat zijn, maar wat evenzeer noodzakelijk is, is versterking van het besef dat er zaken van groter gewicht zijn, als het om de toekomst gaat, dan de bevrediging van alledaagse behoeften.

De moderne mens wil vaak de toekomst naar zich toe trekken. Krampachtig poogt hij hier en nu een perfecte samenleving te realiseren. Dat kan een liberale welvaartsmaatschappij met een maximale, individuele keuzevrijheid of een socialistische heilstaat zonder ongelijkheid zijn. Het zijn in mijn ogen beide luchtkastelen zonder fundament.

Ons werk, wonen en inkomen zijn misschien op dit moment onzekerder dan ooit. Vreemdelingschap betekent echter dat ons hoogste geluk niet ligt in welvaart en bezit. Dat voorkomt dat we gevangen raken in de hedonistische tredmolen van deze tijd. Een christenmens mag, uit genade, in vrijheid leven. Dan is er geen reden om bezorgd te zijn voor de dag van morgen. Zo vertaal ik het optimisme in magere jaren, waar de troonrede ook over spreekt. Jeruzalem in plaats van Babylon.

De heer Nagel (50PLUS):

Mijnheer de voorzitter. Vlak voor de verkiezingen voor Provinciale Staten, in maart van dit jaar, ontving premier Rutte samen met zijn politieke gedoogvriend Wilders het Zeeuwse Statenlid Robesin. Het gesprek ging niet over de verkiezingen voor de Eerste Kamer, maar bleek bedoeld om het hardwerkende Statenlid te belonen met een fraai uitzicht op de Hofvijver. Later verklaarde de politicus Robesin dat hij vorig jaar de teksten over een inpoldering had geleverd die letterlijk in het regeerakkoord waren beland en waaraan het kabinet vandaag de dag nog veel plezier beleeft.

Met die gedachte nog vers in het geheugen heb ik de stukken van dit jaar naar stijl en inhoud bekeken. Ik kon eigenlijk geen andere conclusie trekken dan dat de heer Robesin dit keer de gehele inhoud voor zijn rekening heeft genomen, maar dat kan niet waar zijn, want dan zouden we de heer Holdijk van de SGP tekortdoen. We hebben in de Eerste Kamer al enkele keren een opmerkelijk toneelstukje meegemaakt waarin de SGP-senator ferm declameerde dat het regeringsvoorstel het verkeerde voorstel op de verkeerde plaats en de verkeerde tijd was, maar op het laatste moment zei te zullen voorstemmen als de regering de toezegging zou doen dat het kookpunt van water honderd graden zou worden. Kennelijk is er ook een deal tussen het kabinet en de SGP. Ik vermoed dat de heer Rutte heeft gezegd: als jullie nu eens meehelpen zodat de meeste mensen flink wat minder te besteden hebben, komen er vanzelf minder koopzondagen.

Voor de 50PLUS-partij staat centraal hoe dit kabinet de koopkracht van de ouderen opnieuw het sterkst laat dalen. We hebben minister Kamp regelmatig horen betogen dat de gemiddelde koopkrachtdaling in 2012 ongeveer 1% zal zijn. Hierbij kun je minstens twee zware kanttekeningen maken.

Ten eerste. In de cijfers van de koopkrachtdalingen zijn bepaalde lastenverzwaringen niet opgenomen, zoals de hogere energiekosten, de stijging in de zorg, de hogere waterschapslasten, de hogere ozb en noem maar op. Wie deze terecht wel meetelt, komt op een hoger koopkrachtverlies uit. Je zult maar in Apeldoorn wonen, waar burgemeester en wethouders de ozb in 2012 met 10% willen laten stijgen, of in Venlo dat een stijging van 27% kent.

In dit verband hebben wij nog een vraag aan de premier. Hij zei vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010 bij Pauw & Witteman dat overal waar de VVD in het college zou zitten, de lokale lasten niet zouden stijgen, want dat was slecht voor de burgers en slecht voor de economie. Maar in talrijke gemeenten waar de VVD in het bestuur zit, stijgen die lasten wel extra. In Haarlem gaat de ozb met 3% extra omhoog. Wat was het antwoord van de Haarlemse VVD-wethouder van Financiën toen hij door de premier op het matje werd geroepen?

Ten tweede. Wie spreekt over een gemiddelde, geeft aan dat er groepen zijn die er minder op achteruitgaan, maar dat betekent tegelijkertijd dat er groepen zijn die er meer of veel meer op achteruitgaan. Dat zijn vaak ouderen met betrekkelijk kleine inkomens. We zullen de feiten laten spreken. Het door sommigen met veel enthousiasme verkondigde idee dat het alleen om rijke ouderen gaat, moet voor eens en altijd de wereld uit. Grote groepen mensen hebben alleen AOW of AOW met een klein pensioen. Het gemiddelde pensioen bij het ABP is ongeveer € 750, bij BPF Bouw ongeveer € 635 en bij PMT (de metaal) € 420 bruto per maand. Deze mensen hebben de afgelopen jaren geen prijsindexatie gehad en krijgen deze de komende jaren ook niet. Hun koopkrachtverlies bedraagt opgeteld 10% en meer vergeleken bij de werkenden.

Vaak gaat het om mensen die vele jaren langer premie hebben betaald dan de huidige generaties zullen doen. Ook betaalden ze in hun werkende tijd een beduidend hogere premie. Ik ken pensioenfondsen waar de premie dertig jaar of langer 20% of meer was, soms zelfs 25%. Dat hebben de gepensioneerden betaald en nu krijgen ze geen indexatie en worden ze straks naar alle waarschijnlijkheid tot aan 10% gekort. Het gaat om mensen die niet kunnen bijverdienen. Zij zullen in tegenstelling tot de jongere generaties geen reparatie meemaken van de opgelopen achterstand. In de komende vijf jaar zullen er ongeveer 0,5 miljoen benadeelde gepensioneerden doodgaan, en de komende tien jaar ongeveer 1 miljoen. Dat is de kille werkelijkheid.

Uit de CBS-cijfers van 2009 blijkt dat de gepensioneerden in vergelijking met de middenleeftijd van vijftigjarigen veel meer lagere inkomens (minder dan € 20.000 per jaar) tellen en veel minder hogere inkomens (boven € 30.000 per jaar). En juist deze toch al in moeilijke omstandigheden verkerende ouderen worden de laatste jaren en ook nu weer extra gepakt. Hoe oneerlijk is het argument dat zij in tijden dat het slechter gaat, mee moeten betalen en dus een lager pensioen moeten accepteren. In de tijden dat het goed en zelfs zeer goed ging, kregen zij toen een extra verhoging? Het zijn eenzijdige besluiten waarbij degenen om wie het gaat, zelf geen enkele zeggenschap hebben.

Afrondend leidt dit tot de volgende conclusie. Na de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer is de situatie voor ouderen met alleen AOW en een klein pensioen verder verslechterd. Wij zouden graag zien dat de Haagse politiek een signaal afgeeft. Materieel is dat heel beperkt; de formulering is zodanig dat er Kamerbreed mee ingestemd kan worden. Wij zouden graag zien dat de regering met een positieve instelling de mogelijkheid nagaat om de extra AOW-verhoging met 0,6% die op 1 januari 2013 moet ingaan, te vervroegen naar 1 juli 2012. Op jaarbasis is dat 0,3%. Daartoe dienen wij de volgende motie in. Ik verzoek de premier om hierop te reageren.

Motie

De voorzitter: Door de leden Nagel, De Lange, Koffeman, Kox en Van Boxtel wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat grote groepen ouderen met alleen AOW of een klein pensioen er de afgelopen jaren in koopkracht op achteruit zijn gegaan;

overwegende dat in 2012 dit opnieuw en in toenemende mate het geval zal zijn;

verzoekt de regering, de mogelijkheid na te gaan om de structurele AOW-verhoging van 0,6% die op 1 januari 2013 moet ingaan, te vervroegen naar 1 juli 2012;

en gaat over tot de orde van de dag

Zij krijgt letter A (33000).

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Morgen is er opnieuw een Eurotop waar de toekomst van ons allemaal opnieuw vanaf hangt. Een top die betrekking heeft op het grootste monetaire experiment uit de geschiedenis en de grote problemen die daaruit voortgekomen zijn. Alleen de heer Berlusconi zegt dat we er alle vertrouwen in kunnen hebben dat het goed komt, maar er zijn anderen die een onrustig voorgevoel hebben. De kosten van de eurocrisis zijn nu al duizenden euro's per Nederlander, tienduizenden euro's per gezin, en dat bedrag kan snel oplopen.

De verenigde staten van Europa brachten ons de euro en het blinde vertrouwen dat je de huishoudboekjes van zeventien landen zou kunnen samenvoegen in een blind date die echter in vliegende vaart is omgezet in een gedwongen huwelijk in gemeenschap van goederen. De Nederlandse burgers hebben geen enkele zeggenschap gehad over de introductie van de euro, de omrekenkoers van de euro ten opzichte van de gulden of over de wijze waarop het gedwongen huwelijk tot stand kwam. Een huwelijk zonder exitscenario; de verliefdheid op Europa maakte zo blind dat er op geen enkele wijze rekening mee werd gehouden dat het ooit zou kunnen komen tot een scheiding van één van de partners, laat staan van meerdere partners, bijvoorbeeld als die de huwelijkse plichten zouden verzaken zoals het op orde houden van het huishoudboekje. Van sommige partners wisten we op voorhand dat ze de boel voor de gek hielden, van andere hadden we kunnen verwachten dat ze onze massieve exporten nooit zouden kunnen betalen, anders dan met leningen die ze niet af konden betalen. Op geen enkele wijze. Alleen Nederland exporteert al meer naar Zuid-Europa dan naar Brazilië, Rusland en India.

Dit debat zou helemaal niet over de Europese schuldencrisis moeten gaan, maar over de Nederlandse politiek maar die wordt zozeer overschaduwd door wat zich in Europa afspeelt dat het nauwelijks interessant is om hier en nu te spreken over bezuinigingen die aanvankelijk 18 mld. zouden bedragen en nu misschien wel noodgedwongen op zullen lopen tot 30 mld. of meer. Dit debat speelt zich af in de schaduw van een Europese garantstelling die mogelijk zal oplopen tot 2000 mld. of meer.

Op één van de spandoeken bij Occupy Amsterdam stond te lezen: "Als het klimaat een bank was, was het nu gered". Het is wrang dat er inderdaad zoveel aandacht uitgaat naar de redding van de banken en de euro die hulpmiddelen zouden moeten zijn in plaats van doelen in zichzelf, dat de echte waarden van ons leven en overleven daarbij verbleken. De banken en de euro zijn nog allerminst gered en de paniek die dat oplevert is van de gezichten van onze en de Europese regeringsleiders af te lezen, zelfs als dat veelvuldig onderbroken wordt met een "niks-aan-de-handgrijns". Gewoon doorlopen mensen, het vertrouwen moet hersteld worden, jullie moeten weer gaan kopen, dan komt het allemaal vanzelf goed. Het komt niet goed, niet op deze manier, zelfs niet als we – al dan niet met hulp van de Chinezen – de euro en de banken voor een vrije val voor dit moment kunnen behoeden.

Tijdens de crisis van 2008 was de gedachte duidelijk aanwezig dat er een keerpunt zou moeten komen, dat we zouden moeten leren van onze fouten en dat wij onze fouten zeker niet zouden moeten exporteren naar opkomende economieën. Collega Schuurman van de ChristenUnie diende een breed ondertekende motie in waarin geconstateerd wordt dat de kredietcrisis in samenhang met andere crises leert dat wereldomspannende problemen om een gecoördineerd optreden vragen. De Eerste Kamer vroeg in die motie om een breed gedragen analyse over onder meer de vraagstukken van schaarste – voedsel en energie – en klimaat. Ik heb die analyse nog niet gezien.

Vandaag, bijna drie jaar na de indiening van die motie, vraag ik de minister-president wat er concreet is gebeurd met de uitvoering ervan. De motie werd hier aangenomen met steun van alle partijen, met uitzondering van de VVD. De brede strekking van en de brede steun voor de motie rechtvaardigen serieuze aandacht voor de uitvoering. De crises die ons voortbestaan bedreigen zijn allerminst in samenhang aangepakt en al helemaal niet opgelost. Het tegendeel is het geval.

De Nederlandse lucht en bodem zijn de vuilste van Europa door de verontreiniging met stikstof en fosfaat afkomstig uit onze enorme veestapel. Nederland is het meest veedichte land ter wereld als gevolg van de twijfelachtige ambitie om de slager en de melkboer van Europa te willen zijn en zelfs de slager en de melkboer van landen in Azië, zoals we gezien hebben bij de handelsmissie naar Vietnam en China waarbij zelfs de hulp van ons kroonprinselijk paar werd ingeroepen. Nederland heeft 10 mln. geïnvesteerd in een zuivelvoorbeeldboerderij in China en € 630.000 in een melkveeproject in Vietnam, terwijl we weten dat elke liter melk een CO2-uitstoot van 1,4 kg veroorzaakt en een bijproduct van 3 kg mest. Onze voorbeeldprojecten hebben er mede toe geleid dat de Chinese premier inmiddels bekeerd is tot het Joris Driepinterdenken; hij heeft gezegd dat elk Chinees schoolkind voortaan een halve liter melk zou moeten drinken, ondanks de lactose-intolerantie die veel Aziaten kenmerkt. De regering bemiddelt actief om Nederlands varkensvlees – volgens het kabinet het meest milieuvervuilende onderdeel van ons voedselpakket – te exporteren naar China. Op geen enkele wijze valt de in dit huis gevraagde samenhang bij crisisbestrijding te ontdekken in het kabinetsbeleid.

Het oppervlaktewater in Nederland is van slechte kwaliteit als gevolg van aanzienlijke vervuiling. Met de luchtkwaliteit is het slecht gesteld door de hoge uitstoot van stikstofdioxide, het gaat beroerd met de bijen als gevolg van grootschalig gebruik van pesticiden. Kortom, de stand van het land is weinig rooskleurig als wij natuur en milieu als serieuze grootheden in de discussie betrekken. Maar als het kabinet denkt aan grootheden, denkt het vooral aan megastallen, verdergaande intensivering van de veehouderij en greenwashing van het imago van die bedrijfstak. Daan van Doorn, naamgever van de commissie-Van Doorn, zei bij de presentatie van de bevindingen van de commissie dat wij, als iedereen zou consumeren zoals Nederlanders, vier aardbollen ter beschikking zouden moeten hebben, en dat er – omdat die er niet zijn – drastische maatregelen genomen zouden moeten worden. Vervolgens bleken die maatregelen wat hem betreft te bestaan uit het bouwen van nog grotere stallen "om de wereld te voeden".

Voorzitter. De weg naar de monetaire hel waarin wij zijn terechtgekomen, was geplaveid met goede voornemens die stuk voor stuk niet in praktijk gebracht zijn. De roofbouw, het graaigedrag, het stelselmatig overschrijden van de reproductiecapaciteit van de planeet die we bewonen, er is op geen enkele wijze invulling gegeven aan het keren van het tij. Het voortdurend nemen van een voorschot op onze toekomst en die van onze kinderen, is een levenshouding geworden die ons gebracht heeft tot de paniek van dit moment. Een paniek die niet kan worden ingedamd zonder een stelselwijziging waarin niet het geld centraal staat, maar duurzaamheid.

In dezelfde maand dat de motie-Schuurman in dit huis werd aangenomen – in november 2008 – kondigde de heer Rutte aan dat wat hem betreft de nieuwe koers van de VVD groenrechts zou zijn. Bij het aantreden van dit kabinet was dat voornemen gehalveerd. De minister-president kondigde aan dat rechtse mensen hun vingers zouden kunnen aflikken bij dit regeerakkoord, maar over groenrechtse mensen werd niet meer gerept. De botte bijl van Bleker gaat in het natuurbeleid door een kabinet dat meent dat het budget best meer dan gehalveerd kan worden en dat ons nationale natuurbeschermingsbeleid wil vervangen Europese natuurwetgeving die daar nadrukkelijk niet voor bedoeld is. De ooievaar staat weer langs de sloot, juichte de heer Brinkman zojuist, maar dat is niet dankzij het CDA, maar ondanks het CDA. De ooievaar was in 1970 bijna uitgestorven, maar is nu dankzij particulier natuurbeschermingsinitiatief weer terug. Het nieuwe beleid dat het CDA voor ogen staat waarin veel soorten hun bescherming kwijtraken ...

De heer Brinkman (CDA):

Ik dacht dat de heer Koffeman blij zou zijn als iemand ook eens een keer een positief feit constateert dat hem kan aanspreken. Ik zeg dat niet als grootvader, maar als lid van het CDA dat ook heeft gezegd dat wij moeten leren van fouten van het verleden. Probeer nu ook eens een keer de zon te zien schijnen.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik wil heel graag de zon zien schijnen, maar ik stel vast dat het kabinet overweegt om 80 beschermde diersoorten en 100 beschermde plantensoorten hun beschermde status te ontnemen. Dit betekent dat de heer Brinkman niet bereid is om te leren van fouten die in het verleden zijn gemaakt. Als hij zegt: probeer nu ook eens de positieve kanten te zien, zeg ik: heel graag, maar leer dan ook van het feit dat soorten die in Nederland waren uitgestorven of bijna waren uitgestorven, met moeite zijn teruggebracht. Dit rechtvaardigt niet dat er nieuw beleid op de agenda staat om de beschermde status van heel veel soorten in te trekken.

Het feit dat het kabinet overweegt om 80 beschermde diersoorten en 100 beschermde plantensoorten hun beschermde status te ontnemen is in strijd met Europese biodiversiteitsrichtlijnen. Zeven extra diersoorten worden letterlijk vogelvrij verklaard, want zij worden vrij bejaagbaar. Er is lang beweerd dat er eerst geld verdiend zou moeten worden alvorens we zouden kunnen toekomen aan de softe kant van het leven zoals het beschermen van dieren, natuur en milieu. Maar voor wie geld het grote anker is, moet er toch een gevoel van ernstig ongemak aan het ontstaan zijn, nu de monetaire lading zozeer aan het schuiven is dat burgers in dit land niet meer zeker kunnen zijn van hun pensioen, hun spaarsaldo, hun hypotheek, hun baan en hun toekomst. De crisis van 2008 had een keerpunt kunnen worden, maar werd een vervolg op de route naar – in de letterlijke zin – business as usual. De huidige crisis biedt opnieuw de kans om omgevormd te worden tot een keerpunt van beleid, tot een systeemverandering in de richting van een energieke samenleving die de fossiele afhankelijkheid achter zich laat, die komt tot duurzame transities op het gebied van voedsel, klimaat, grondstoffen en energie.

Ik heb aan de minister-president één prangende vraag, die ik vandaag heel graag beantwoord zou zien: wat heeft u gedaan met de motie-Schuurman, wat heeft u gedaan om de crises in samenhang aan te pakken; niet alleen de bankencrisis en de eurocrisis, maar ook de crises op het gebied van vervuiling, armoede, grondstoffenschaarste, klimaat, dierenwelzijn, biodiversiteit en energie? Graag zie ik het ondersteunend bewijs van de duurzame stappen, die de motie-Schuurman vroeg en die de groenrechtse Mark Rutte in 2008 beloofde. Ik zie uit naar het antwoord!

De heer De Lange (OSF):

Voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan mevrouw Barth en de heren Hermans en Brinkman voor hun maidenspeeches. Zij zijn reeds bij elkaar gaan zitten om de felicitaties te delen.

Voor een nieuwkomer in de Eerste Kamer, die voor het eerst aan de algemene beschouwingen deelneemt, is het verstandig om zich te beperken. Dat zal ik ook doen, maar ik wil toch op één punt mijn verbazing uitspreken. Met enige regelmaat mogen we in dit huis getuigen zijn van toneelspel van bepaalde afgevaardigden. Nu kan het geen kwaad om, gezien de schrikbarende kortingen op het cultuurbeleid, iets van podiumkunst terug te vinden in de Eerste Kamer. Dus met een zekere regelmaat zijn we getuige van situaties waarbij de geachte SGP-afgevaardigde kritische geluiden laat horen, maar op het moment suprême de pirouette maakt die nodig is om een regeringsvoorstel aan een meerderheid te helpen. Nu is politieke samenwerking nuttig en dikwijls zelfs nodig, dus tegen het maken van afspraken bestaat geen principieel bezwaar. Echter, er is er toch een ongeschreven regel die zegt dat de kiezer van de inhoud van die afspraken op de hoogte moet zijn. Nog maar twee weken geleden beweerde de SGP-afgevaardigde dat hij was benaderd om een afspraak te maken, terwijl de verantwoordelijke minister dit ontkende. Beide actoren, ik zou bijna zeggen "acteurs", behoren tot het volksdeel dat leugentjes sterk veroordeelt, zelfs als ze om bestwil zijn. Daarom mijn vraag aan de minister president: zijn er tussen het kabinet en de SGP afspraken gemaakt, en zo ja welke?

Nu de financieel-economische situatie van de Staat der Nederlanden. Dat Griekenland failliet is volgens elke definitie die daarvoor in omloop is, is volstrekt helder; misschien niet voor de Nederlandse en Europese politici, maar des te meer voor de financiële wereld. Die heeft allang besloten dat de boekwaarde van Griekse staatsobligaties in werkelijkheid gehalveerd kan worden. En speculerende banken, die wel de mooie hoge rentes op deze toxische producten willen innen, en rekenden op de steun van de belastingbetaler als ultiem vangnet, worden door de wat serieuzere banken allang niet meer geloofd. Exit Dexia als zelfstandige bank. Exit de hoge kredietrating van België. Je hoeft echt geen helderziende te zijn om te beseffen dat dit pas het begin is.

Het is duidelijk is dat de Europese politiek op uitermate bedroevende wijze heeft gefaald. Waar eerst de houdbaarheid van de euro een vanzelfsprekendheid was, wordt nu uitgebreid gespeculeerd over hoe en wanneer de eurozone uiteen zal vallen. Met een doortastend beleid had men een jaar of wat geleden nog met geringe kosten voor de belastingbetaler oplossingen kunnen bedenken, maar nu is dat stadium definitief voorbij. Nu is de burger definitief de dupe, tegen onaanvaardbare kosten. Nu het geloof in de Europese politiek, van de financiële wereld en de belastingbetalers in de lidstaten, tot een historisch dieptepunt geslonken is, wordt voorgesteld om een belangrijk deel van de nationale soevereiniteit over te dragen aan Europa. Of dat nu zou moeten via een supercommissaris, de Europese Commissie of de ECB, Joost mag het weten. Maar ook de bekende Joost heft bij navraag de armen ten hemel.

Intussen morren de burgers en hun weerzin tegen de politiek en Europa groeit met de dag. Frankrijk en Duitsland, die zich nu graag opstellen als redders van Europa, waren een aantal jaren geleden de eerste om budgettaire afspraken aan hun laars te lappen. Ook Nederland deed vrolijk mee. Je moet wel erg veel fantasie bezitten om erop te vertrouwen dat dezelfde landen die in belangrijke mate aan de crisis hebben bijgedragen, nu de gouden sleutel naar succes in handen hebben. Europa, mag het misschien een onsje minder zijn?

Nu hebben de burgers in Nederland het momenteel ook niet zo makkelijk. Naast de enorme bezuinigingen die over hen worden uitgestort, worden de risico's van Europees wanbeleid ook nog eens op hun bord gelegd. Niemand die weet hoe groot die risico's werkelijk zijn, maar vaststaat dat het om zeer grote bedragen gaat. Bovendien staan hun pensioenen op de tocht, op een wijze die niet eerder is voorgekomen. Maar beleidsmakers houden vol dat we het beste pensioenstelsel ter wereld hebben.

Gepensioneerden zijn de echte slachtoffers van de huidige crisis. Hun situatie was al niet rooskleurig. De koopkracht van de AOW is decennialang achteruitgehold. Sowieso heeft twee derde van de gepensioneerden naast hun AOW een aanvullend pensioen van zo'n € 650. Wie daarvan zijn Zwitserlevengevoel kan bekostigen, is een financieel genie. In de afgelopen jaren heeft de grote meerderheid van gepensioneerden in Nederland niet of nauwelijks indexatie ontvangen. De gevolgen van deze cumulatieve ellende zijn duidelijk. Mensen die een aantal jaren gepensioneerd zijn, hebben reeds nu een achterstand in koopkracht van zo'n 10% ten opzichte van mensen met een baan. In de komende jaren is indexatie vrijwel uitgesloten en korting op de nominale pensioenen voor miljoenen Nederlanders is zeer waarschijnlijk. De koopkrachtverliezen zullen oplopen tot tientallen procenten, zoveel is zeker.

Hoewel over het eigendomsrecht van de pensioengelden geen debat zou hoeven te bestaan – het gaat immers om uitgesteld loon – wenst een kongsi van regeringspartijen en vakbonden nog steeds niet onder ogen te zien dat dit gevolgen voor de governance van de pensioenfondsen dient te hebben. De archaïsche verhoudingen, met name bij de bedrijfstak pensioenfondsen waaraan 80% van de Nederlanders verplicht deelneemt, zijn een schande in een land waar men de mondigheid van de burger hoog in het vaandel heeft. Helaas is de praktijk een andere. Platvloerse belangen van werkgevers en vakbonden hebben al decennialang prioriteit over invloed van ouderen en gepensioneerden op hun eigen financieel-economische situatie. Het wordt tijd voor een pensioenopstand. Hoe begaan is onze regering met de situatie van onze ouderen? De gedateerde leus "eigen volk eerst" wordt door mijn fractie niet in alle opzichten onderschreven. Maar de overtuiging bij veel ouderen dat we nu een politiek van "eigen volk laatst" ondergaan, zou te denken moeten geven.

Diezelfde frustratie uit zich in heel andere vorm door middel van een groeiende Occupybeweging. Graag verneem ik van de minister-president hoe lang hij nog denkt de problemen af te kunnen wentelen op dat deel van de samenleving dat zich het minst verweren kan. Wanneer wordt Nederland weer een beschaafd land? Miljoenen mensen wachten op een antwoord.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ter geruststelling van de media meld ik dat de verwarming het weer doet. Ik heb van de griffier begrepen dat, sinds wij begonnen met de politieke beschouwingen, ieder uur op de radio is gemeld dat de verwarming kapot was. Kennelijk was dit nationaal nieuws, maar dat probleem is nu voorbij.

Ik ben nog een kort woord schuldig ten behoeve van de drie leden van de Kamer die hun maidenspeech hebben gehouden. Ik wil nu graag mijn belofte inlossen.

Mevrouw Barth, u was al vertrouwd met de Haagse politiek voordat u werd verkozen in de senaat. In de periode tussen mei 1998 en mei 2002 diende u een volledige termijn in de Tweede Kamer. Daarna was u anderhalf jaar lid van de Staten van de provincie Noord-Holland, en tevens fractievoorzitter. Verder was u in het afgelopen jaar, tot uw aantreden in deze Kamer, lid van de Sociaal-Economische Raad. Als politicoloog vanuit opleiding en als voormalig dagbladjournalist bent u vertrouwd met het maatschappelijk debat. Vanwege de vele huidige en vroegere functies in adviesraden, in bestuurs- en welzijnsorganisaties en bij charitatieve instellingen, weet u wat er in de samenleving omgaat. Uw betoog in eerste termijn gaf al blijk van de passie waarmee u de geluiden uit de samenleving wilt vertolken in dit huis. Ik wens u veel inspiratie in deze Kamerperiode en succes met het aanvoeren van uw fractie.

Mijnheer Brinkman, als voormalig fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer in de periode 1989–1994 hebt u al vele malen gehakt met het bijltje van de algemene politieke beschouwingen. We zouden kunnen zeggen dat dit in een tijd was waarin het daar, vergeleken met vandaag, nog redelijk rustig toeging. Als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in het eerste en tweede kabinet-Lubbers in de periode 1982–1989 hebt u met regelmaat ook in deze Kamer wetsvoorstellen verdedigd. Voordat u de politieke arena betrad, raakte u in de functie van directeur-generaal binnenlands bestuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken vertrouwd met de complexe vragen van het nationaal bestuurlijk bestel. Wij hebben daar samen nog een behoorlijke tijd mogen werken. Het typeert uw persoon dat u zich, nadat u zich in 1994 terugtrok uit de landelijke politiek, hebt ingezet in vele bestuurlijke functies en maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld als vicevoorzitter van VNO-NCW, bij de SER als lid, en als voorzitter van Bouwend Nederland sinds 1995, uw meest bekende functie. Met uw ruime ervaring in openbaar bestuur, politiek en bedrijfsleven beschikt u over kennis en kwaliteiten waarvan niet alleen uw fractie maar ook de Kamer als geheel graag gebruik zal maken. Ik wens u een vruchtbare hervatting van uw politieke leven aan deze kant van het Binnenhof toe. En ook u wens ik succes met het leiden van uw fractie.

Ten slotte de heer Machiel de Graaf. Als aanvoerder van een nieuwe Kamerfractie van tien leden, allen nieuwkomers in de senaat, hebt u geen eenvoudige taak. Zonder de ervaring van reeds langer zittende Kamerleden moest u in de voorbije maanden de fractie van de PVV sturing geven. U ziet erop toe dat de taken en posities goed worden verdeeld en de aanwezige kennis en kansen ten volle worden benut. Dat is geen sinecure, maar vanuit deze voorzittersstoel te beoordelen, lijkt het u goed af te gaan. Als lid van de gemeenteraad van Den Haag hebt u ruim een jaar ervaring met het functioneren van een democratisch gekozen vertegenwoordiging. Daar bent u sinds januari van dit jaar tevens fractievoorzitter. Daarnaast vervult u werkzaamheden als beleidsmedewerker voor de Tweede Kamerfractie van de PVV. Ook daaraan is vandaag al gerefereerd in het debat. Deze positie verleent u in de keten van het wetgevingsproces enige voorsprong op uw collega-senatoren. Voordat u politiek actief werd, vervulde u diverse managementfuncties bij een farmaceutisch bedrijf. Sinds 2008 was u zelfstandig ondernemer, "zzp'er" zullen we maar zeggen. Van opleiding bent u fysiotherapeut. U vermeldt hardlopen en zeilen als uw hobby's. Met die informatie mag ik ook u een uitdagend parcours toewensen in deze Kamer. Ik hoop dat u zich inmiddels thuis voelt in dit deel van ons nationale parlement.

Alle drie van harte gelukgewenst. Ik mag u verzoeken plaats te nemen voor het rostrum, zodat de rest van de Kamer en wellicht ook de bewindslieden u kunnen feliciteren. De bloemen zal ik omwille van de tijd in het water laten.

De vergadering wordt van 16.20 uur tot 17.20 uur geschorst.

De voorzitter:

De ingekomen stukken staan op een lijst die in de zaal ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

(Deze lijst is, met de lijst van besluiten, opgenomen aan het einde van deze editie.)

De voorzitter:

Ik deel de Kamer mee dat ik benoemd heb in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ) de heer Van Dijk ter vervanging van de heer Machiel de Graaf, in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de heer Van Dijk ter vervanging van de heer Sörensen, en in de vaste commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) de heer Sörensen ter vervanging van de heer Reynaers.

Ingekomen zijn vijf beschikkingen van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal:

  • - een beschikking houdende aanwijzing van de heer Machiel de Graaf, de heer Ten Broeke en mevrouw Arib tot vertegenwoordigers in de Euro-Mediterrane Parlementaire Assemblee;

  • - een beschikking houdende aanwijzing van mevrouw Meurs, de heer Smaling, de heer Çörüz, de heer Wilders, de heer Kortenoeven, mevrouw Ferrier, mevrouw Dikkers en mevrouw De Caluwé tot leden van de OVSE-Assemblee;

  • - een beschikking houdende aanwijzing van mevrouw Huijbregts-Schiedon, mevrouw Vlietstra, mevrouw Lokin-Sassen, de heer Van Raak, de heer Elias, de heer Bosma, de heer Biskop, de heer Beertema, de heer Van der Ham, mevrouw Lucas-Smeerdijk en mevrouw Smeets tot leden van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie;

  • - een beschikking houdende aanwijzing van mevrouw Huijbregts-Schiedon, mevrouw Quik-Schuijt, de heer Postema, de heer Biskop, de heer Van Bochove, de heer Knops, de heer Van der Veen, de heer Pechtold, de heer Heijnen, de heer Bosman, de heer Dijkhoff, de heer Braakhuis, mevrouw Albayrak en mevrouw Straus tot leden van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad en aanwijzing van de heer Putters, de heer Koppejan, de heer Schouw, de heer El Fassed, de heer Ten Broeke, mevrouw Schaart en mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga tot plaatsvervangende leden van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad;

  • - een beschikking houdende aanwijzing van de heer Van Dijk tot vertegenwoordiger in de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en aanwijzing van mevrouw Popken tot plaatsvervangend vertegenwoordiger in de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

Naar boven