Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 24, item 4

4 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid) (32878).

(Zie vergadering van 20 maart 2012.)

De voorzitter:

Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nogmaals van harte welkom in de Kamer. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Schrijver (PvdA):

Voorzitter. De fractie van de Partij van de Arbeid hecht eraan te verklaren dat zij toepassing van het woonlandbeginsel in de sociale zekerheid niet ongerechtvaardigd acht. Wij menen evenwel dat de in dit wetsvoorstel gekozen constructie wel erg gekunsteld is. Deze houdt in dat de Nederlandse regering in regelgeving eerst per woonland de hoogte van de uitkering vaststelt op basis van de levenskosten in dat land, en dan stelt deze sociale uitkering volledig te exporteren zonder korting. Dit moge knap gevonden zijn, maar wij achten het juridisch problematisch. Bovendien zijn wij, zoals ook mede namens de Partij van de Arbeid door de woordvoerster van GroenLinks naar voren gebracht, bezorgd of het wetsvoorstel wel de consequenties voldoende in acht heeft genomen van de recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Centrale Raad van Beroep in de zaak van een aantal naar Turkije teruggekeerde werknemers naar aanleiding van een wijziging van de Toeslagenwet. Wij vrezen dat het debat over de toepasbaarheid van het woonlandbeginsel in het Nederlandse socialezekerheidsrecht zich nu in bepaalde situaties zal gaan verplaatsen van de wetgevende naar de rechtsprekende zalen in Nederland.

Goede wetgeving behoort duidelijk te zijn en boven alles rechtszekerheid te bieden aan rechthebbenden, wat ook hun land van herkomst is. Om deze redenen zullen de leden van de fractie van de PvdA helaas niet voor dit wetsvoorstel kunnen stemmen.

Mevrouw Scholten (D66):

Voorzitter. Collega Strik heeft vorige week in het debat voor onze fractie gesproken. Zij heeft terecht bij haar nadere inbreng, bij de repliek, gezegd dat zij dat niet meer kon doen, omdat onze fractie nog een nadere afweging moest maken. Dat hebben wij gedaan.

De fractie van D66 steunt de strekking van het wetsvoorstel: uitkeringen behoren zo veel mogelijk aan te sluiten bij het prijspeil van het land waarin de uitkering wordt besteed. De vraag is echter of de wijze waarop de regering dit doel wil bereiken, namelijk het exporteren van een in Nederland reeds verlaagde uitkering, aansluit bij en kwalitatief strookt met Europese verdragen, associatieverdragen en daarop geënte Europese rechtspraak. Zoals reeds is gebleken met het vorige week veel besproken Akdas-arrest – collega Schrijver heeft het net ook aan de orde gesteld – wordt daarmee in de Nederlandse rechtspraak rekening gehouden. Deze Europeesrechtelijke aspecten brengen het risico met zich dat dit wetsvoorstel, eenmaal tot wet verheven, door de rechter buiten toepassing wordt verklaard. Voor mijn fractie weegt het risico zwaar, en mijn fractie zal dan ook tegen dit wetsvoorstel stemmen.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Voorzitter. De afgelopen maanden zijn er veel argumenten gewisseld over de vraag of invoering van het woonlandbeginsel in de ANW, de WGA en de Kinderbijslagwet bij de export naar derde landen in overeenstemming is met het associatierecht en met bilaterale verdragen. Het advies dat de Eerste Kamer heeft ingewonnen, was daarover duidelijk: invoering betekent voor de meeste onderdelen zeker strijd met het Europees recht en het associatierecht. Mijn fractie zal tegen dit wetsvoorstel stemmen, omdat zij de verantwoordelijkheid voor het nakomen van onze Europese en internationale afspraken niet alleen aan de rechter kan overlaten.

De CDA-fractie meende te moeten memoreren dat een dergelijk standpunt het draagvlak voor Europa zou ondermijnen, want "wij moeten immers politieke keuzes maken". Ik mag hopen dat er overeenstemming is in deze Kamer dat de politieke keuzes gemaakt dienen te worden binnen de kaders van de verdragen. Dat lijkt mij heel goed uit te leggen aan burgers, zeker als wij daarbij niet vergeten uit te leggen waarom wij die verdragsrechtelijke verplichtingen zijn aangegaan en welke belangen daarbij op het spel staan.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en de SGP voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de SP, D66, de PvdD, de OSF en 50PLUS ertegen, zodat het is aangenomen.

Sluiting 13.47 uur.