Vragen van het lid Popken (PVV) aan de Minister van Defensie over het bericht dat
officieren waarschuwen dat onze luchtmacht er slecht voor staat (ingezonden 19 mei
2017).
Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) (ontvangen 20 juni 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat officieren waarschuwen dat de Nederlandse luchtmacht
er slecht voor staat?1
Vraag 2
Deelt u de mening van de officieren dat de bodem bereikt is door 20 jaar lang mee
te doen aan missies? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Zoals reeds aan de Kamer gemeld kent de gereedheid van de F-16 eenheden beperkingen
(Kamerstuk 34 725-X, nr. 1). Om die reden is in 2015 besloten om de inzet van de jachtvliegtuigen in de strijd
tegen ISIS vanaf halverwege 2016 niet te verlengen. Het herstel van de gereedheid
van de F-16’s neemt achttien maanden in beslag. Afhankelijk van de behoefte en na
politieke besluitvorming zou Nederland vanaf 1 januari 2018 weer een bijdrage kunnen
leveren aan missies en operaties (Kamerstuk 27 925, nr. 606).
Vraag 3
Kunt u punt voor punt reageren op de zaken die de officieren noemen in hun brief?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
De F-16 is technisch en operationeel sterk verouderd
Het is bekend dat de F-16 technisch en operationeel verouderd raakt. Dat hangt mede
samen met de opkomst en proliferatie van moderne, mobiele luchtafweersystemen en nieuwe
radar- en detectietechnieken. Er is een voortdurende wedloop gaande om dergelijke
systemen te verbeteren en radardetectie daardoor te vermijden of te beperken. Mede
daarom heeft het kabinet besloten de F-16 te vervangen door de F-35. Dat toestel is
technisch zeer geavanceerd en biedt mogelijkheden om in te spelen op technologische
ontwikkelingen (Kamerstuk 26 488, nr. 369).
Met de omschakeling naar de F-35 zijn er vier toestellen voor missies beschikbaar
In 2013 is besloten de vervanging van de F-16 uit te voeren binnen een vastgesteld
investerings- en exploitatiebudget. Deze financiële ruimte was toen toereikend voor
de aanschaf van 37 toestellen. Zoals bekend kan Defensie daarmee vanaf 2024 met de
F-35 ononderbroken het Nederlandse luchtruim bewaken en permanent met vier toestellen
elders in de wereld eenmalig of langdurig één missie uitvoeren (Kamerstuk 33 763, nr. 1).
Lage getraindheid van de helikopterpiloten en jachtvliegers
Zoals gemeld in het Jaarverslag 2016 kent de operationele gereedheid van de NH-90,
de CH-47 Chinook, de AH-64 Apache en de F-16 beperkingen, onder meer door de generieke
geoefendheid van vliegers en piloten. De inzet van deze eenheden in missies is bewust
verminderd om herstel van de gereedheid mogelijk te maken. De eenheden die in 2016
zijn ingezet waren berekend op hun taak.
Aanschaf van de MALE UAV en Multi Ship Multi Type simulator
Zoals herhaaldelijk aan de Kamer gemeld, is de investeringsbehoefte van Defensie in
verband met benodigde vernieuwingen en vervangingen de komende jaren groter dan het
beschikbare budget. In verband hiermee was het in de defensiebegroting voor 2016 noodzakelijk
prioriteiten te stellen. Een van de besluiten was om het project MALE UAV uit te stellen
tot 2022 (Kamerstuk 30 806, nr. 38). Ook de aanschaf van de Multi Ship Multi Typesimulator is om die reden uitgesteld naar 2024.
Vulling personeelsbestand
Er zijn geen belemmeringen opgelegd om meer dan negentig procent van het personeelsbestand
te vullen. Onder meer een hogere uitstroom en een lagere instroom dan verwacht hebben
er in 2016 in geresulteerd dat de vulling lager was. Zoals gemeld in de P-rapportage
2016 bedroeg de vulling van het CLSK eind 2016 88 procent.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de genoemde herstelperiode van 4 jaar te lang is? Zo ja, wat
gaat u daar aan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het herstel van de basisgereedheid kost tijd. De negatieve trend is de afgelopen jaren
een halt toegeroepen en het totaal aan maatregelen moet de komende jaren leiden tot
het op orde brengen van de basisgereedheid. Om het inzicht in de voortgang van het
herstel van de inzetbaarheid en gereedheid van de eenheden te verbeteren, is in de
begroting 2017 een prognose opgenomen van het jaar waarin eenheden aan de gereedheidsnorm
zullen voldoen (Kamerstuk 34 550-X, nr. 1).
Vraag 5
Deelt u de mening dat de focus van Defensie moet liggen op de verdediging van het
eigen land en het bewaken van onze grenzen en veiligheid en dat de focus niet moet
zijn dat we te vaak en te lang meedoen aan vaak zinloze en dure missies? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Interne en externe veiligheid zijn meer dan ooit met elkaar verbonden. Dreigingen
en risico’s hebben in toenemende mate een grensoverschrijdend karakter. De instabiliteit
aan zowel de oost- als zuidflank, plaatst Europa voor grote uitdagingen en bedreigingen.
Gelet hierop richt Nederland zich in zijn internationale veiligheidsbeleid primair
op de ring van instabiliteit rondom Europa, daar deze direct en indirect Nederlandse
belangen raakt.
Het spreekt voor zich dat de ring van instabiliteit verder strekt dan de fysieke buitengrenzen
van de EU en het NAVO-verdragsgebied en dat de focus dus niet louter op deze ring
is gericht. De krijgsmacht kan derhalve ook elders in de wereld worden ingezet als
daar de Nederlandse belangen in het geding zijn.