Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de Minister van Financiën over de goudclaim
van Nederland op Zwitserland (ingezonden 18 februari 2014).
Mededeling van Minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 11 maart 2014)
Vraag 1
Is het waar dat, zoals voormalig NRC-journalist en schrijver Roel Janssen beweert,
de Nederlandse regering in 2000 haar goudclaim richting Zwitserland stilzwijgend definitief
heeft opgegeven?1
Vraag 2
Klopt het dat van de 145.650 kilo goud die de nazi’s in de bezettingstijd uit Nederland
hebben afgevoerd, plusminus 122.000 kilo in Zwitserland is terechtgekomen en dat er
in Zwitserland nog altijd 61.000 kilo Nederlands «oorlogsgoud» ligt? Klop het dat
de claim van Nederland op dit goud bovendien juridisch grotendeels onomstreden is?
Vraag 3
Kunt u beschrijven welke inspanningen de Nederlandse regering sinds 1945 heeft verricht
om het geroofde goud terug te krijgen? Onderschrijft u de conclusie van de Contactgroep
Tegoeden WO II (commissie-Van Kemenade: 2000, p. 42) dat Nederland daarbij achteraf
bezien «daadkrachtiger op het vinkentouw [had] kunnen zitten en meer initiatieven
bij de geallieerden [had] kunnen ontplooien»?
Vraag 4
Welke inspanningen heeft de regering nog geleverd om de claim te effectueren, nadat
in 1996 de regering in antwoord op eerdere vragen2 aangaf dat Nederland de resterende claim van (toen nog) in totaal 75.012 kilo goud
niet had laten vallen, omdat het de Tripartiete Goudcommissie (TCG) niet had gemachtigd
om Zwitserland finale kwijting te verlenen, en nadat de Minister van Financiën na
de opheffing van de TCG in 1998 opnieuw stelde dat Nederland haar aanspraken ten opzichte
van de (rechtsopvolgers van de) TCG niet heeft laten vervallen?3
Vraag 5
Waarom is in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Van Kemenade4 niet expliciet ingegaan op de conclusies en aanbevelingen ten aanzien van de Nederlandse
goudclaim? Heeft de regering destijds naar uw oordeel de conclusies van de commissie-Van
Kemenade over de goudclaim integraal overgenomen?
Vraag 6
Deelt u Conclusie 24 van de commissie-Van Kemenade (2000, p. 111) dat de resterende
claim op 73.829 kilo goud (of 38.354 kilo als word uitgegaan van de TCG) dat nog ligt
in Zwitserland en andere landen die in de oorlog goud hebben afgenomen van de Reichsbank
juridisch/volkenrechtelijk niet meer staande te houden is? Zo ja, waarom heeft u deze
conclusie niet met de Kamer gedeeld?
Vraag 7
Verwacht u dat er door andere landen (op termijn) initiatieven worden ontplooid om
het in 1946 gesloten akkoord van Washington tussen enerzijds Zwitserland en anderzijds
de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk open te breken? Houdt de
regering de mogelijkheid open om op basis daarvan alsnog stappen tegen Zwitserland
te ondernemen?
Vraag 8
Wat is uw oordeel over het feit dat het grootste deel van het door nazi's geroofde
monetaire goud (in totaal 580 mln dollar, waarde 1945) zijn weg vond naar de Zwitserse
centrale bank SNB (398–414 mln dollar), maar dat hiervan in 1946 slechts een fractie
is gerestitueerd (te weten 52.000 kg goud ter waarde van 250 miljoen Zwitserse Franken),
dit in het licht van de constatering van de commissie-Van Kemenade (2000, p. 42) dat
onomstotelijk vaststaat dat Zwitserland «destijds doelbewust [heeft] verzwegen dat
zijn centrale bank al halverwege de oorlog wist dat de Duitse Reichsbank de hand had
weten te leggen op onder meer grote hoeveelheden gestolen Nederlands monetair goud»?
Vraag 9
Deelt u de aanbeveling van professor Kalshoven (Bijlage 1 bij het Eindrapport van
de Contactgroep Tegoeden WO II)) dat op morele gronden een beroep gedaan kan worden
op Zwitserland, op grond van de erkenning dat de uitkering in 1946 in geen verhouding
staat tot het voordeel dat genoten is door behoud van het geroofde goud en dat «de
immoraliteit van het gedurende de oorlogsjaren willens en wetens aannemen van roofgoud»
door Zwitserland een moreel argument is om op grond van rede en billijkheid een nieuwe
procedure op gang te brengen?
Vraag 10
Bent u bereid om alsnog stappen te ondernemen – in internationaal verband dan wel
bilateraal richting Zwitserland – om het monetaire goud dat aan Nederland toekomt
terug te vorderen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Bent u er van op de hoogte dat er in Zwitserland een referendum aanstaande is over
beperkingen aan de verkoop van goud en de opslag van goudreserves in eigen land (Financial
Times, 18 april 2013)? Bent u bereid om uw Zwitserse ambtgenoot in overweging te geven
om aan het referendum een vraag toe te voegen over teruggave van het monetaire goud
aan Nederland?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat ik de door het lid van Hijum (CDA) gestelde vragen over
«de goudclaim van Nederland op Zwitserland», die mij zijn toegezonden per brief van
18 februari 2014 onder nummer 2014Z03028, niet binnen de door u gestelde termijn kan beantwoorden. De beantwoording van de
Kamervragen vergt nog nadere informatievergaring.
Ik verwacht de vragen binnen zes weken vanaf ontvangst hiervan te kunnen beantwoorden.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 1996–1997, nr. 2