U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Besluit tot wijziging van de Waterschapsverordening

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

 

 

 

gelet op het voorstel met nummer 2025.05592;

 

 

 

 

 

 

op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard

 

 

 

van 20 mei 2025

 

 

 

B E S L U I T : tot wijziging van de Waterschapsverordening

Artikel I

De 'Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard' wordt gewijzigd zoals aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 17 juli 2025.

Rotterdam, 9 juli 2025

 

de verenigde vergadering voornoemd,

 

 

secretaris,

 

 

voorzitter,

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Het opschrift van artikel 1.12b wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.12b (Uitzonderingenuitzonderingen beoordelingsregel krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam)

B

Na artikel 1.12b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.12c (wijzigen en intrekken omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift)

  • 1

    Een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift kan worden gewijzigd of ingetrokken.

  • 2

    Wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift kan plaatsvinden met het oog op de in artikel 1.2 genoemde doelen.

  • 3

    Wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift vindt voorts plaats als een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan, daartoe verplicht.

  • 4

    Een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift wordt niet ingetrokken als kan worden volstaan met een wijziging of aanvulling van die vergunning.

C

Artikel 2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: kwel of wegzijging)

  • 1

    Het verrichten van een activiteit die tot gevolg heeft of kan hebben dat de kwel toeneemt of het grondwater wegzijgt in hoog-kwelgevoelig gebied is verboden zonder omgevingsvergunning, voor zover het gaat over werkzaamheden op een diepte van 1 m of meer onder het maaiveld of 1 m of meer onder het waterpeil van een oppervlaktewaterlichaam voor berging.

  • 2

    Het verrichten van een activiteit die tot gevolg heeft of kan hebben dat de kwel toeneemt of het grondwater wegzijgt in gemiddeld-kwelgevoelig gebied is verboden zonder omgevingsvergunning, voor zover het gaat over werkzaamheden op een diepte van 2 m of meer onder het maaiveld of 1 m of meer onder het waterpeil van een oppervlaktewaterlichaam voor berging; of

  • 3

    Het verrichten van een activiteit die tot gevolg heeft of kan hebben dat de kwel toeneemt of het grondwater wegzijgt in laag-kwelgevoelig gebied is verboden zonder omgevingsvergunning, voor zover het gaat over werkzaamheden op een diepte van 3 m of meer onder het maaiveld of 1 m of meer onder het waterpeil van een oppervlaktewaterlichaam voor berging.

  • 4

    Dit artikel gaat niet over:

D

Het opschrift van paragraaf 3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.16 Aanvraagvereisten, beoordelingsregelsBeoordelingsregels en voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit

E

Artikel 3.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.45 (aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het debiet in m³/u van het te lozen afvalwater;

  • b.

    de regelmaat waarmee lozingen of deellozingen plaatsvinden;

  • c.

    de aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

  • d.

    een riooltekening;

  • e.

    de locaties van de lozingspunten;

  • f.

    de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

  • g.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • h.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • i.

    de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd;

  • j.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de geloosde stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek 2016, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • k.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • l.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

[vervallen]

F

Artikel 3.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.49 (maatwerkvoorschriften)

  • 1

    Over het verrichten van een lozingsactiviteit als bedoeld in artikel 3.1 kan een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld.

  • 2

    Het maatwerkvoorschrift kan afwijken van de artikelen 3.4 tot en met 3.42.

G

Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.8 (voorafgaande effectstudie)

  • 1

    Voorafgaand aan het onttrekken van meer dan 5 m³ of meer grondwater per uur wordt een deugdelijk onderzoek verricht naar de te verwachten gevolgen van die onttrekking voor de grenswaarden, bedoeld in artikel 4.7.

  • 2

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is voor de aanleg van een brandblusvoorziening geen voorafgaand onderzoek naar de te verwachte gevolgen van de onttrekking voor de grenswaarden, bedoeld in artikel 4.7, vereist.

H

Artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.9 (meldingsplichtige gevallen)

  • 1

    Het onttrekken van grondwater aan een grondwaterlichaam is verboden zonder melding, voor zover het gaat over:

    • a.

      meer dan 1 tot en met 5 m³/u; of

    • b.

      meer dan 5 m³/u of meer en de effecten vallen binnen de grenswaarden, bedoeld in artikel 4.7.

  • 2

    Het verbod geldt niet voor zover het gaat over:

    • a.

      het gebruik als koelwater of andere laagwaardige toepassingen;

    • b.

      het onttrekken van meer dan 5 m³/u of meer in een grondwaterbeschermingsgebied of in het natuurnetwerk Nederland;

    • c.

      het onttrekken voor een duur van drie of meer achtereenvolgende jaren voor het drooghouden van gebouwen; of

    • d.

      het onttrekken voor een duur van drie of meer achtereenvolgende jaren in een gebied als bedoeld onder b.

I

Artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.10 (omgevingsvergunningplichtige gevallen)

  • 1

    Het onttrekken van grondwater aan een grondwaterlichaam is verboden zonder omgevingsvergunning, in alle andere dan de in artikel 4.9 bedoelde gevallen.

  • 2

    Het verbod geldt niet voor het onttrekken van grondwater:

J

Artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.12 (monitoringsplicht)

  • 1

    De gevolgen van het onttrekken van meer dan 5 m³/u of meer grondwater voor de grenswaarden, bedoeld in artikel 4.7, worden gemonitord door een nulmeting, tussentijdse metingen en een eindmeting voor zover uit een voorafgaande effectenstudie als bedoeld in artikel 4.8 blijkt dat gevolgen van de onttrekking een van de signaleringswaarden, bedoeld in het tweede lid, zullen overschrijden.

  • 2

    Voor de verplichting de gevolgen van het onttrekken van meer dan 5 m³/u of meer grondwater te monitoren, bedoeld in het eerste lid, gelden de volgende signaleringswaarden:

    • a.

      een extra droogstand van een houten fundering of onderdelen daarvan gedurende 5 achtereenvolgende dagen;

    • b.

      een hoekverdraaiing van een gebouw, een monument, railinfrastructuur of een drukleiding;

    • c.

      een verlaging van de grondwaterstand, lager dan de laagst bekende grondwaterstand, in een gebied met een hoge of middelhoge trefkans op archeologische resten in de bodem;

    • d.

      een zetting van 10 mm op infrastructuur, een leiding onder druk of een waterkering;

    • e.

      een zetting op railinfrastructuur;

    • f.

      een verlaging van de grondwaterstand ter plaatse van een landbouwperceel gedurende 5 achtereenvolgende dagen;

    • g.

      een verlaging van de grondwaterstand, lager dan de laagst bekende grondwaterstand, in een stadspark of bij een monumentale boom gedurende 5 achtereenvolgende dagen;

    • h.

      een bodemdaling van 10 mm; en

    • i.

      voor zover het gaat over een grondwateronttrekking op een bodemverontreinigingslocatie, anders dan voor het saneren van die locatie: een grondwateronttrekking van 1000 m³ of meer.

  • 3

    De uit de monitoring verkregen gegevens worden op verzoek van het dagelijks bestuur of, voor zover het gaat over een onttrekking van drie of meer achtereenvolgende jaren, jaarlijks, verstrekt aan het dagelijks bestuur.

K

Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.1 (toepassingsbereik)

  • 1

    Deze paragraaf is gericht op het beschermen van waterkeringen en de doelmatige werking daarvan voor het keren van water van water.

  • 2

    Deze paragraaf is van toepassing in het beperkingengebied van een waterkering.

  • 3

    Deze paragraaf gaat niet over boringen voor het aanbrengen of verwijderen van een kabel of leiding of voor het exploiteren of winnen van gas, vloeistoffen of delfstoffen.

L

Artikel 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.7 (algemene regels)

  • 1

    Het in een peilgebied beschikbare volume voor het bergen van water dat verloren gaat door het dempen of versmallen van een oppervlaktewaterlichaam wordt binnen het peilgebied volledig gecompenseerd.

  • 2

    Bij het dempen van een oppervlaktewaterlichaam wordt de doorstromingscapaciteit van het oppervlaktewater niet verminderd.

  • 3

    Aan een omgevingsvergunning voor het aanbrengen of verwijderen van grond kunnen voorschriften worden verbonden die afwijken van het eerste of tweede lid.

  • 4

    Het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing als het aanbrengen van grond ter vervanging van een ander peilscheidend kunstwerk in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam a, in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam b of in het beperkingengebied van een peilscheiding B plaatsvindt voor zover:

    • a.

      de oppervlakte van het gedempte water maximaal 30 m² is;

    • b.

      het dempen wordt gerealiseerd in de lengterichting haaks op de oeverlijn en op minimaal 10 meter van een kunstwerk;

    • c.

      de breedte van het gedempte oppervlaktewaterlichaam maximaal 5 meter is op het hoogst voor het oppervlaktewaterlichaam vastgestelde waterpeil;

    • d.

      het talud van de dam, zowel onder als boven water, minimaal gelijk is aan 1:2; en

    • e.

      de waterkerende hoogte van de dam minimaal gelijk is aan de hoogte van het aangrenzende maaiveld of minimaal 1 meter boven het hoogste aangrenzende waterpeil.

M

Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.8 (meldingsplichtige gevallen)

N

Artikel 5.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.19 (meldingsplichtige gevallen: boezemwaterkeringen, bergingswaterkeringen en peilscheidingen A)

O

Artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.20 (meldingsplichtige gevallen: primaire en voorliggende waterkeringen)

Het buiten het stormseizoen verwijderen van terreinverharding niet zijnde een weg in de kernzone van een primaire of voorliggende waterkering is verboden zonder melding.

P

Artikel 5.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.21 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A)

Het aanbrengen, wijzigen of wijzigenverwijderen van terreinverharding op een perceel zonder woonfunctie in het beperkingengebied van een boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A is verboden zonder omgevingsvergunning.

Q

Artikel 5.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.22 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: primaire of voorliggende waterkering)

R

Artikel 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.4 (meldingsplichtige gevallen: kabel of leiding primaire waterkeringen)

  • 1

    Het aanbrengen van een kabel of een leiding in het beperkingengebied van een primaire waterkering is verboden zonder melding, voor zover:

    • a.

      het tracé de waterkering niet kruist;

    • b.

      het een huisaansluiting betreft;

    • bc.

      tijdens het stormseizoen geen werkzaamheden worden verricht in het buitentalud of in de grasbekleding;

    • cd.

      de aanleg wordt uitgevoerd in een open ontgraving met sleuven die maximaal 1 m diep zijn; en

    • de.

      als het een leiding is, de gesteldheid geschikt is voor een waterkering.

  • 2

    Het eerste lid, onder d, houdt in dat:

    • a.

      een leiding onder vrij verval bestaat uit hoogwaardig pvc (klasse 34/SN8), PE40 SDR6, PE80 SDR13,6 of gelijkwaardig en is voorzien van leidingkoppelingen met rubberen afdichtingsringen; en

    • b.

      een leiding onder druk bestaat uit een stuk, een maximale druk heeft van 3 bar, een maximale uitwendige diameter van 110 mm en is uitgevoerd in HDPE (PE80/100).

  • 3

    Het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, c en cd, is van overeenkomstige toepassing op het verwijderen van een kabel of leiding in het beperkingengebied van een primaire waterkering.

S

Artikel 6.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.20 (meldingsplichtige gevallen: oppervlaktewaterlichaam)

T

Artikel 8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.1 (toepassingsbereik)

  • 1

    Dit hoofdstuk is gericht op:

    • a.

      het beschermen van waterstaatswerken en de doelmatige werking daarvan voor het keren van water en het aan- en afvoeren van water;

    • b.

      het beschermen van de chemische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen; en

    • c.

      het vervullen van maatschappelijke functies door oppervlaktewaterlichamen, in het bijzonder het schaatsen en het varen.

  • 2

    Voorwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk zijn in ieder geval:

    • a.

      een bord of paal, anders dan een onderdeel van een afrastering;

    • b.

      straatmeubilair;

    • c.

      een speeltoestel; en

    • d.

      een hut of ongefundeerd bouwwerk.

  • 3

    Dit hoofdstuk gaat niet over:

    • a.

      een los verplaatsbaar voorwerp of vaste stof die op geen enkele wijze schade aan de waterkering toe kan brengen bij het aanbrengen, wijzigen of verwijderen; of

    • b.

      een duurzaam gefundeerd bouwwerk als bedoeld in paragraaf 6.8.

U

Artikel 9.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.12 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: brengen of hebben van dieren)

  • 1

    Het rijden met een lastdier of drijven van vee buiten de openbare verharde weg in de kernzone van een waterkering is verboden zonder omgevingsvergunning.

  • 2

    Het brengen, hebben of houden van andere dieren in de kernzone van een waterkering is verboden zonder omgevingsvergunning.

  • 3

    De verboden zijn niet van toepassing in het beperkingengebied van een peilscheiding B.

  • 4

    De verboden zijn niet van toepassing op het brengen, hebben of houden van dieren voor beweiding als bedoeld in artikel 9.13.

V

Het opschrift van artikel 11.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.10 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen of wijzigen van uitwegen)

W

Artikel 11.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.25 (meldingsplichtige gevallen: aanbrengen hekwerk)

  • 1

    Het aanbrengen of aanpassen van een hekwerk of een heg in het beperkingengebied van een weg is verboden zonder melding, voor zover het hekwerkhekwerk of de heg wordt aangebracht of aangepast:

    • a.

      tot een hoogte van niet meer dan 1 m ten opzichte van het wegdek; en

    • b.

      op een afstand van ten minste 1,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van 2 m of meer of op een afstand van ten minste 0,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van minder dan 2 m.

  • 2

    Het verbod geldt niet in een eco-berm.

X

Na artikel 11.25 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11.25a (meldingsplichtige gevallen: aanbrengen heg)

  • 1

    Het aanbrengen of aanpassen van een heg in het beperkingengebied van een weg is verboden zonder melding, voor zover de heg wordt aangebracht of aangepast:

    • a.

      tot een hoogte van niet meer dan 0,75 m ten opzichte van het wegdek; en

    • b.

      op een afstand van ten minste 1,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van 2 m of meer of op een afstand van ten minste 0,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van minder dan 2 m.

  • 2

    Het verbod geldt niet in een eco-berm.

Y

Artikel 11.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.26 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen hekwerk of heg)

Beperkingengebied van een wegHet aanbrengen of aanpassen van een hekwerk of een heg is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied van een weg in alle andere gevallen dan bedoeld in de artikelartikelen 11.25 en 11.25a.

Z

Artikel 11.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.30 (meldingsplichtige gevallen: aanbrengen object-beschermend obstakel)

  • 1

    Het aanbrengen van een object-beschermend obstakel in het beperkingengebied van een weg is verboden zonder melding, voor zover:

    • a.

      het te beschermen object op een afstand staat van niet meer dan 2,5 m buiten de rijbaan; en

    • b.

      het obstakel wordt aangebracht op een afstand van ten minste 1,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van 2 m of meer of op een afstand van ten minste 0,5 m buiten de rijbaan in een berm met een breedte van minder dan 2 m.

  • 2

    Het verbod geldt niet voor zover de weg geen autoweg isniet is opengesteld voor gemotoriseerd verkeer.

AA

Artikel 11.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.31 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen object-beschermend obstakel)

  • 1

    Het aanbrengen van een object-beschermend obstakel in het beperkingengebied van een weg is verboden zonder omgevingsvergunning, in alle andere gevallen dan bedoeld in artikel 11.30.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor zover de weg geen autoweg isniet is opengesteld voor gemotoriseerd verkeer.

BB

Paragraaf 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 11.9 Kleine objecten Objecten

Artikel 11.36 (toepassingsbereik)

Kleine objectenObjecten als bedoeld in deze paragraaf zijn in ieder geval:

  • a.

    straatmeubilair;

  • b.

    een brievenbus;

  • c.

    een fietsenhekje;

  • d.

    een bloembak;

  • e.

    een zwaar tuinornament; en

  • f.

    een grote kei.

Artikel 11.37 (maatwerkvoorschriften)

Over het aanbrengen of verwijderen van een klein object in het beperkingengebied van een weg of in een eco-berm kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld.

Artikel 11.38 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen)

Het aanbrengen van een klein object is verboden zonder omgevingsvergunning:

Artikel 11.39 (omgevingsvergunningplichtige gevallen: verwijderen)

Het verwijderen van een klein object in het beperkingengebied van een weg is verboden zonder omgevingsvergunning, voor zover het gaat over een object binnen een afstand van 1,5 m tot de rijbaan.

CC

Na artikel 12.10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.10a (water lozen op oppervlaktewater of een zuiveringtechnisch werk)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk, als bedoeld in artikel 3.43 en 3.44, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het debiet in m³/u van het te lozen afvalwater;

  • b.

    de regelmaat waarmee lozingen of deellozingen plaatsvinden;

  • c.

    de aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

  • d.

    een riooltekening;

  • e.

    de locaties van de lozingspunten;

  • f.

    de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

  • g.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • h.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • i.

    de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd;

  • j.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de geloosde stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek 2016, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • k.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • l.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

DD

Artikel 12.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.14 (melding of omgevingsvergunning grondverzet)

  • 1

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen of verwijderen van grond als bedoeld in artikelen 5.9 tot en met 5.13 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van:

      • 1º.

        het soort waterstaatswerk;

      • 2º.

        de oppervlakte die ten hoogste wordt ontgrond;

      • 3º.

        de maximale diepte die wordt bereikt ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

      • 4º.

        de bestaande hoogte van het maaiveld;

      • 5º.

        de dwarsprofielen van de activiteit; en

      • 6º.

        de opleveringshoogten;

    • b.

      een beschrijving van de soort, herkomst en hoeveelheid in m³ van de stoffen die naar verwachting:

      • 1º.

        worden ontgraven; en

      • 2º.

        worden toegepast op een andere locatie dan de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en afkomstig zijn van een andere locatie;

      • 3º.

        worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie;

    • c.

      een beschrijving van de gevolgen van het verrichten van de activiteit voor:

      • 1º.

        de veiligheid en stabiliteit van de bodemopbouw op de locatie, tijdens en na het verrichten van de werkzaamheden;

      • 2º.

        de inrichting en het beheer van de locatie na afloop van de werkzaamheden; en

      • 3º.

        de directe omgeving, tijdens en na afloop van de werkzaamheden;

    • d.

      voor zover bij het uitvoeren van de werkzaamheden een schip wordt gebruikt: de naam, het type en de registratiegegevens van het te gebruiken schip;

    • e.

      voor zover de activiteit op, in of bij een oppervlaktewaterlichaam plaatsvindt: een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch, geohydrologisch en ecologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit;

    • f.

      voor zover de activiteit wordt verricht ten behoeve van het aanbrengen van een natuurvriendelijke oever: een verklaring dat beoogd wordt een natuurvriendelijke oever aan te brengen en of deze oever wordt aangebracht ter compensatie van verharding of van verloren waterberging; en

    • g.

      voor zover het een activiteit betreft die betrekking heeft op een oppervlakte van 100.000 m2 of meer of een activiteit die naar zijn aard of vanwege de samenhang van de activiteit met andere activiteiten of ontwikkelingen in het watersysteem, relevante gevolgen kan hebben voor een gebied van die omvang een waterhuishoudingsplan. Een waterhuishoudingsplan omvat in ieder geval:

      • 1º.

        een schets van de huidige situatie;

      • 2º.

        een beschrijving van de te verrichten activiteit;

      • 3º.

        een beschrijving van de met de te verrichten activiteit samenhangende activiteiten en ontwikkelingen in het gebied;

      • 4º.

        een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder 2º en 3º genoemde activiteiten en ontwikkelingen voor te onderscheiden onderdelen van het watersysteem en de goede staat en werking daarvan;

      • 5º.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen om mogelijke negatieve gevolgen te voorkomen of te beperken; en

      • 6º.

        een beschrijving van de situatie na voltooiing van de werkzaamheden.

  • 2

    Bij een melding voor het aanbrengen of verwijderen van grond als bedoeld in artikel 5.8 worden de gegevens en bescheiden verstrekt als bedoeld in het eerste lid.

EE

Na artikel 12.21 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.21a (omgevingsvergunning visactiviteiten in beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor vissen als bedoeld in artikel 7.11 wordt een visplan verstrekt. Een visplan bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

  • a.

    Visrechten

    • 1º.

      Een bewijs van het hebben van visrecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Visserijwet 1963;

    • 2º.

      Voor zover van toepassing een schriftelijke toestemming voor gebruik beroepsvistuigen.

    • 3º.

      De visrechthebbenden en eventuele houders van een schriftelijke toestemming voor gebruik beroepsvistuigen moeten het visplan ondertekenen.

    • 4º.

      Voor zover van toepassing toelichting over de afstemming.

  • b.

    Voorgenomen visuitzetting, per vissoort:

    • 1º.

      uitzetperiode(s); tot maximaal 3 jaar vooruit;

    • 2º.

      herkomst van de vissen;

    • 3º.

      bewijs van vrij zijn van parasieten en ziekten; en

    • 4º.

      totale hoeveelheid in aantal en gewicht.

  • c.

    Voorgenomen visonttrekking, per vissoort:

    • 1º.

      periode van onttrekking; tot maximaal 3 jaar vooruit; en

    • 2º.

      hoeveelheid in aantallen en gewicht.

  • d.

    Effect voorgenomen visuitzetting of visonttrekking: wat is het beoogde doel of effect van de uitzetting of onttrekking en wat is het verwachte effect op het ecosysteem.

FF

Binnen bijlage 1 wordt de volgende sectie op de aangegeven wijze gewijzigd:

A. Begrippen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

beplanting

gewassen, vaste planten, struiken en bomen

brug

verbinding van een oever naar de oever aan de overzijde van een oppervlaktewaterlichaam, over het oppervlaktewaterlichaam

buitentalud

hellend vlak van het dijklichaam aan de waterkerende zijde: schuine kant van de dijk aan de waterzijde

dagelijks bestuur

dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap

dam met duiker

verbinding van een oever naar de oever aan de overzijde van een oppervlaktewaterlichaam, door middel van een grondpakket met een buis of koker er doorheen in het oppervlaktewaterlichaam

gietwater

water dat aan planten wordt gegeven

grondwaterbeschermingsgebied

bij omgevingsverordening aangewezen grondwaterbeschermingsgebied

heg

lijnvormige aanplanting van bomen of struiken

hekwerk

afrastering, schutting of andere afsluitingen van de toegang en daarbij behorende werken

open constructie (bijvoorbeeld raster of vlechtwerk) van hout, kunststof of metaal

hengel

hengel als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, Visserijwet 1963

hoogheemraadschap

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

infiltreren van water

in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater

insteek

snijlijn van het talud van een oppervlaktewaterlichaam aan het maaiveld / overgang van het horizontale maaiveld naar de schuine oeverhelling

losse uitstroom- of onttrekkingsvoorziening

niet duurzaam met de bodem verenigde voorziening voor het brengen van water in of het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam

maaiveld

hoogteligging van het grondoppervlak van een gebied, met uitzondering van taluds en bermen of andere (kunstmatige) verhogingen dan wel verlagingen/hoogte van het grondoppervlak

natuurnetwerk Nederland

bij omgevingsverordening aangewezen natuurnetwerk Nederland

oeverconstructie

materiaal/kunstwerk dat de oever beschermt tegen afkalving

oeverlijn

scheidslijn tussen water en land / grens tussen water en land, bij een flexibel peil wordt de oeverlijn bedoeld bij het hoogste waterpeil dat voor het betrokken oppervlaktewaterlichaam is vastgesteld

onderhoudsstrook

pad of strook grond gelegen langs een oppervlaktewaterlichaam of op of langs een waterkering, van waaraf het onderhoud kan worden uitgevoerd / strook grond langs een watergang of waterkering, vanwaar het waterschap onderhoud kan doen

rijbaan

verkeersbaan bestemd voor verkeer met voertuigen, met een aaneengesloten gedeelte van de verharding, al dan niet ingedeeld in rijstroken, bestemd voor het rijdend verkeer

sleufloze technieken

technieken waarbij de grond niet voor het hele trace wordt afgegraven, maar bijvoorbeeld met gestuurde boringen, boogzinkers, HDD-boringen

steiger

constructie in het water met een beloopbaar gedeelte dat toegankelijk is vanaf de oever

stormseizoen

periode van 1 oktober tot en met 15 april van elk jaar

talud

onder helling gelegen vlak / schuine zijkant van bijvoorbeeld een dijk / het schuine vlak langs een weg, binnen een oppervlaktewaterlichaam of een waterkering

vaste uitstroom- of onttrekkingsvoorziening

duurzaam met de bodem verenigde voorziening voor het brengen van water in of het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam

waterpeil

waterpeil van een oppervlaktewaterlichaam zoals is vastgesteld in het peilbesluit van het hoogheemraadschap

wet

Omgevingswet

GG

Bijlage 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage 2 Overzicht Geografische Informatieobjecten

Beheergebied voor het beheer van de kwaliteit van oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/af3c82da-aaae-4214-bb50-d200d64abaeb/nld@2024‑11‑28;2

Beheergebied voor het beheer van de kwantiteit van oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/8a9477b5-5530-4ee6-96e9-369565c8362b/nld@2024‑11‑28;2

Beheergebied voor het waterstaatskundig beheer van waterstaatswerken

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/3e09c021-cd37-4b43-b57d-ad9114507c93/nld@2024‑11‑28;2

Beperkingengebied van een achterliggende waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/9ab263bb-3e9e-45b8-8ec2-f54841be9736/nld@2023‑12‑11;1

Beperkingengebied van een boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/44d93a26-af97-4e7c-b427-7385c1998d48/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/44d93a26-af97-4e7c-b427-7385c1998d48/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een niet-primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/842aeebf-f2f9-4fd4-a75a-8398c000d7b1/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/842aeebf-f2f9-4fd4-a75a-8398c000d7b1/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam a

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/2c2d8ee1-dc65-486d-8532-76766b951ce4/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/2c2d8ee1-dc65-486d-8532-76766b951ce4/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam b

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/f8a48abb-dcf3-4640-a612-c0b794a818bc/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/f8a48abb-dcf3-4640-a612-c0b794a818bc/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/dbc50cca-27d5-4b21-bdbd-0deaebf7714d/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/dbc50cca-27d5-4b21-bdbd-0deaebf7714d/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer met een groot debiet

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/40bec76b-725d-4063-ac40-7d3aca0b5c8c/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/40bec76b-725d-4063-ac40-7d3aca0b5c8c/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer met een klein debiet

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/a51450d1-57e5-4378-8ac2-087b9d2b87c2/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/a51450d1-57e5-4378-8ac2-087b9d2b87c2/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer met vaarfunctie

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/51388dfe-6243-47a7-be0b-6965941e3485/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/51388dfe-6243-47a7-be0b-6965941e3485/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor berging

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/be0e928a-f726-4897-adab-52bbc7ab6f53/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/be0e928a-f726-4897-adab-52bbc7ab6f53/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor berging in een peilgebied met een plas

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7b10028f-e3dc-4d69-86c7-92aa8082ec54/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7b10028f-e3dc-4d69-86c7-92aa8082ec54/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam voor berging in een peilgebied zonder plas

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/b6555e5e-f6be-429a-aa28-7daa9a1b8b26/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/b6555e5e-f6be-429a-aa28-7daa9a1b8b26/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een peilscheiding B

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/1e1dfde2-7a8f-46ed-81a0-fcf847ade859/nld@2023‑12‑11;1

Beperkingengebied van een primaire of voorliggende waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/843559bc-7343-4685-b53e-7f5c3c04d805/nld@2023‑12‑11;1

Beperkingengebied van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/b0cd3ac1-4cad-4797-88b8-8775e1ebe5d0/nld@2023‑12‑11;1

Beperkingengebied van een waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/fbe527ab-8888-4bc0-9f11-5e520e2185a3/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/fbe527ab-8888-4bc0-9f11-5e520e2185a3/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een waterstaatswerk a

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/6efe3ab5-a09f-4c4d-8341-fdbfd5700961/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/6efe3ab5-a09f-4c4d-8341-fdbfd5700961/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een waterstaatswerk b

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/678f51ac-f918-4bcc-aaa5-86035cb864a4/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/678f51ac-f918-4bcc-aaa5-86035cb864a4/nld@2025‑07‑10;2

Beperkingengebied van een weg

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/b8f048ae-cfce-4c1d-9cfb-0a6e1e13715d/nld@2023‑12‑11;1

Beperkingengebied van een windwatermolen

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/9e77be74-cc50-4500-b215-6b15783b328c/nld@2023‑12‑11;1

Bergingsgebied

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/f8ba5aeb-1042-4d8e-9183-1f22d11bc678/nld@2023‑12‑11;1

Beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/c93c586c-c76e-4157-beb9-969d3121ee37/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/c93c586c-c76e-4157-beb9-969d3121ee37/nld@2025‑07‑10;2

Beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor berging a

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/94f3ed04-62f0-4ba4-bc3c-5ee1bfd47a0d/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/94f3ed04-62f0-4ba4-bc3c-5ee1bfd47a0d/nld@2025‑07‑10;2

Beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor berging b

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e376678a-385a-4012-b310-855ad1c7a95a/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e376678a-385a-4012-b310-855ad1c7a95a/nld@2025‑07‑10;2

Beschermingszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/fce87f65-3084-4286-8925-81a6e8d2126c/nld@2023‑12‑11;1

Beschermingszone van een waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/bf6ee038-aea5-4421-b91f-55f99b182c7b/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/bf6ee038-aea5-4421-b91f-55f99b182c7b/nld@2025‑07‑10;2

Boezemland

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/f8e90437-e05f-491e-90c4-a0b92278c717/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/f8e90437-e05f-491e-90c4-a0b92278c717/nld@2025‑07‑10;2

Eco-berm

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/28431510-1a57-4ec4-a9dd-465683814385/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/28431510-1a57-4ec4-a9dd-465683814385/nld@2025‑07‑10;2

Gemiddeld-kwelgevoelig gebied

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/41ed3cdc-d5ea-4a8a-8db0-1e2645bbd336/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/41ed3cdc-d5ea-4a8a-8db0-1e2645bbd336/nld@2025‑07‑10;2

Hoog-kwelgevoelig gebied

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/323cb10d-9cd8-4483-bcb7-3f18bd42bcfd/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/323cb10d-9cd8-4483-bcb7-3f18bd42bcfd/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een beperkt-risico-kade

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/3eec4085-3f12-4106-afd8-cdd6f51c079b/nld@2023‑12‑11;1

Kernzone van een boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/cbd4f9d3-ca41-48d6-8aaf-d5af9da05eab/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/cbd4f9d3-ca41-48d6-8aaf-d5af9da05eab/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een niet-primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7f4f7e10-24d0-47c2-86ab-44474dab0e9b/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7f4f7e10-24d0-47c2-86ab-44474dab0e9b/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/2e86db0d-c169-4af6-bdb7-246eda145368/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/2e86db0d-c169-4af6-bdb7-246eda145368/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen als vismigratieroute

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/03e40b87-b209-4721-9bc1-2f8f5ab87309/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/03e40b87-b209-4721-9bc1-2f8f5ab87309/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/5d672688-6357-4b01-ae77-e1c85cc5541c/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/5d672688-6357-4b01-ae77-e1c85cc5541c/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer met een klein debiet

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e373fb49-4607-4660-b043-9dae5b0ad606/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e373fb49-4607-4660-b043-9dae5b0ad606/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een oppervlaktewaterlichaam voor berging

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/14e10ef4-609d-4ab4-9102-54ddc3f06567/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/14e10ef4-609d-4ab4-9102-54ddc3f06567/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een primaire of voorliggende waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/62eceb96-7508-4f93-b3cc-202851a15c24/nld@2023‑12‑11;1

Kernzone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/38de1080-f2b5-48b6-87b5-6dad964e5020/nld@2023‑12‑11;1

Kernzone van een waterkering

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e7fd5d8b-5506-487d-b38d-1ceaa3cd5532/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/e7fd5d8b-5506-487d-b38d-1ceaa3cd5532/nld@2025‑07‑10;2

Kernzone van een waterstaatswerk

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/824b17a0-7a5e-4a22-a4e8-f22e2fbcca1a/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/824b17a0-7a5e-4a22-a4e8-f22e2fbcca1a/nld@2025‑07‑10;2

Laag-kwelgevoelig gebied

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/44cc854b-7536-4668-bc29-c11be7acd7de/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/44cc854b-7536-4668-bc29-c11be7acd7de/nld@2025‑07‑10;2

Niet voor bebouwing aangewezen deel van de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7d27e541-668c-4e92-aa13-eb3059428863/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/7d27e541-668c-4e92-aa13-eb3059428863/nld@2025‑07‑10;2

Voor bebouwing aangewezen deel van de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor aan- en afvoer

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/5d357646-c7e5-4ec1-8822-450b94dc77ee/nld@2023‑12‑11;1

/join/id/regdata/ws0656/2023‑12‑11/5d357646-c7e5-4ec1-8822-450b94dc77ee/nld@2025‑07‑10;2

HH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.3: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: kwel of wegzijging)

Het zonder omgevingsvergunning afgraven of bewerken van grond in kwelgevoelige gebieden wordt, afhankelijk van de bodem- en grondwatersituatie, beperkt tot een diepte van 1, 2 of 3 meter onder maaiveld of 1 meter onder het oppervlaktewaterpeil. Bij diepere ontgravingen is een individuele toets nodig op de gevolgen voor de grondwaterstromingen. Een toename van de kwel is ongewenst in verband met de (water)bodemstabiliteit, de gevolgen voor de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit en het beheer van het waterpeil. De kwelgevoelige gebieden waarvoor dit geldt zijn aangegeven op een kaart.

Niet voor alle activiteiten met potentiële gevolgen voor kwel of wegzijging binnen een van de werkingsgebieden is een toets nodig op basis van deze bepaling. Een aantal van dit soort activiteiten zijn namelijk op basis van andere regels uit de verordening aan een individuele toets onderhevig. De wateronttrekkingsactiviteiten die worden uitgesloten van de vergunningplicht zijn de meldingsplichtige en omgevingsvergunningplichtige activiteiten voor het onttrekken of infiltreren van grondwater. Het onttrekken van oppervlaktewater wordt hier niet uitgezonderd, omdat het niet in de rede ligt dat een oppervlaktewateronttrekking leidt tot een vergraving die gevolgen heeft voor kwel of wegzijging. De vormen van grondonderzoek die in onderdeel c worden uitgesloten zijn binnen het beperkingengebied van een waterkering al uitputtend geregeld in paragraaf 5.1 en hebben daarbuiten geen significante gevolgen voor het watersysteem. In paragraaf 6.26.1 zijn de voorwaarden over het leggen van kabels in het beperkingengebied van een waterkering of in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam a of b afdoende geregeld. In paragraaf 6.2 en in artikel 8.5 wordt voor het aanbrengen, hebben of wijzigen van een (respectievelijk vaste of losse) uitstroom- of onttrekkingsvoorzieningen een vergunningplicht of meldingsplicht geëist. Het verwijderen van een uitstroom- of onttrekkingsvoorziening is op basis van paragraaf 6.2 en artikel 8.5 toegestaan zonder melding of vergunning. Voor deze activiteiten zijn de gevolgen voor kwel- of wegzijging al afgewogen en deze activiteiten worden daarom uitgezonderd van de vergunningplicht op basis van een van de eerste drie leden. De activiteit van het aanbrengen of verwijderen van heipalen kan relevant zijn voor bouwactiviteiten die in paragraaf 6.7 worden geregeld, maar heeft buiten het beperkingengebied van een waterkering of het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam geen significante invloed op het watersysteem.

II

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 3.43: (vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater)

Een aantal activiteiten in de bruidsschat komt in het gebied van HHSK niet of nauwelijks voor. Voor deze activiteiten wordt een vangnetbepaling opgenomen in de verordening. Activiteiten als het lozen bij uitwassen van betonmortel of lozingen uit recreatieve visvijvers zijn hier voorbeelden van.

Voor het verrichten van een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het hoogheemraadschap is een omgevingsvergunning vereist, als die lozing niet is geregeld in de paragrafen van deze waterschapsverordening. Dit sluit aan op de systematiek van artikel 6.2 van de Waterwet: voor alle lozingen is een omgevingsvergunning vereist, tenzij voor de lozing een vrijstelling geldt.

De omgevingsvergunningplicht geldt niet voor het lozen van warmte of stoffen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor die lozingen is al in dat besluit bepaald in welke gevallen een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit is vereist.

De vergunningplicht geldt ook niet voor water dat afkomstig is uit het oppervlaktewaterlichaam waarop het wordt geloosd, als daaraan geen stoffen zijn toegevoegd. Er zijn dan immers geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. De vergunningplicht geldt ook niet voor lozingen afkomstig van wonen.

De omgevingsvergunningplicht is beperkt tot het lozen van stoffen of warmte, waaronder ook koude wordt verstaan (oftewel de gevolgen voor de waterkwaliteit). Het aanleggen van 'nieuwe' soorten voorzieningen zoals aquathermie (de winning van warmte uit water), waarbij koud water wordt geloosd valt dus ook onder de vergunningplicht. De omgevingsvergunningplicht voor het lozen van water (oftewel de gevolgen voor de waterkwantiteit) staat in artikel 3.3 van deze waterschapsverordening. Een omgevingsvergunning kan voor beide activiteiten gelijktijdig worden aangevraagd.

De omgevingsvergunningplicht geldt niet voor het lozen van warmte of stoffen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor die lozingen is al in dat besluit bepaald in welke gevallen een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit is vereist.

JJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op paragraaf 3.16: Aanvraagvereisten, beoordelingsregelsBeoordelingsregels en voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit

KK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 3.45: (aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit)

Als op grond van dit hoofdstuk gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag worden verstrekt, worden die gegevens begeleid door een aantal algemene gegevens. Er is aansluiting gezocht bij de algemene gegevens die op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij een aanvraag voor een beschikking worden gevraagd. In plaats van de aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd, gaat het bij het verstrekken van gegevens en bescheiden over een activiteit om een aanduiding van welke lozingsactiviteit er zal worden verricht. Daarnaast is ter identificatie van belang de naam en het adres van degene die de activiteit verricht. Als het adres waarop de activiteit waarover gegevens worden verstrekt, een ander adres is dan het adres van degene die de activiteit verricht, bijvoorbeeld omdat er meerdere bedrijfslocaties zijn, wordt ook dat adres verstrekt.

[Vervallen]

LL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 5.7: (algemene regels)

Waterberging en doorstroming zijn wezenlijke hoofdfuncties van een watersysteem. Aan deze eisen moet daarom altijd worden voldaan. Een uitzondering hierop vormt de vervanging van een (hard)houten schot, dat als peilscheiding fungeert. Indien er niet meer dan 30m2 wordt gedempt dan hoeft er geen compenserende berging te worden gerealiseerd. Reden hiervoor is, dat het om een geringe demping gaat en de voordelen van het vervangen van hardhout door grond (minder onderhoud en voorkomen gebruik hardhout) groot zijn.

MM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 5.8: (meldingsplichtige gevallen)

Deze regel sluit op het gebied van doelen sterk aan bij de voormalige regels. De middelvoorschriften en inconsistenties zijn verwijderd.

Waterkwaliteit, grondwater en maatschappelijke functies zijn meer expliciet meegewogen bij het tot stand komen van de regels. Dempen van recreatiewater is niet meer mogelijk met een melding, maar het dempen van oppervlaktewater voor berging buiten het peilgebied van een plas nog wel.

Daarnaast is het graven van diep water waar dit schadelijk is voor de waterkwaliteit en de verzilting van het grondwater niet meer mogelijk met een melding. Ook is het graven van water, op plaatsen waar de bodem instabiel is, niet meer mogelijk met alleen een melding. Dit is vergunningplichtig op grond van het eerste lid van artikel 2.3.

De regelgeving is verruimd rondom de oppervlaktewaterlichamen voor berging in een peilgebied zonder plas. Afgravingen en ophogingen rondom oppervlaktewaterlichamen voor berging komen onder de zorgplicht te vallen. Bij het verbreden of verlengen van een oppervlaktewaterlichaam voor berging geldt nu wel dat de verbreding of verlenging, vanwege de waterkwaliteit/ecologie en de onderhoudbaarheid/handhaafbaarheid, minimaal 0,5 meter diep moet zijn.

Initiatiefnemers worden daarbij wel gewezen op het risico van wateroverlast en het moeten blijven voldoen aan hun onderhoudsverplichting. Ook het versmallen, verondiepen en het dempen van deze oppervlaktewaterlichamen is toegestaan met een melding, zolang aan de voorwaarde uit het artikel wordt voldaan. KRW oppervlaktewaterlichamen mogen niet versmald, verondiept of gedempt worden. Voor grote projecten, die vaak meerdere jaren bestrijken is er voor dempingen met compenserende berging een uitzondering gemaakt op de meldingsplicht. Als er bij elkaar opgeteld meer dan 2000 m2 wordt gedempt en gegraven, dan volstaat de meldplicht uit de eerste leden van het artikel niet meer. Meldingen zijn altijd maar 6 maanden geldig waardoor bij grotere (bouw)projecten het overzicht wordt bemoeilijkt. Bij grotere projecten is er namelijk vaak sprake van meerdere dempingen en compensatie op verschillende plaatsen en tijdstippen. Door voor grotere projecten met dempingen/compenserende berging een omgevingsvergunning te eisen kan dit worden voorkomen. Er wordt hier uitgegaan van 2000 m2 dempen en graven, dat zal meestal betekenen 1000 m2 dempen en 1000 m2 graven, maar kan ook 750 m2 dempen en 1250 m2 graven zijn. Alle totaaltellingen zijn hier mogelijk met dien verstande, dat dempingen altijd dienen te worden gecompenseerd op grond van artikel 5.7 lid 1.

NN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 5.19: (meldingsplichtige gevallen: boezemwaterkeringen, bergingswaterkeringen en peilscheidingen A)

Het gaat hierbij om de oeverlijn van het oppervlaktewaterlichaam dat door de waterkering wordt gekeerd. Het aanleggen of wijzigen van verharding op een perceel met woonfunctie op een afstand van meer dan 5 m van die oeverlijn valt buiten deze meldingsplicht en ook buiten de vergunningplicht van artikel 5.21. Hiervoor gelden alleen de algemene regels van artikel 5.16.

In de beschermingszone van een boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A gelden voor percelen met een woonfunctie alleen de algemene regels van artikel 5.17 en de specifieke zorgplicht voor het verwijderen van verhardingterreinverharding. In de kernzone geldt er een meldplicht voor het verwijderen van terreinverharding op een perceel met een woonfunctie.

OO

Na sectie 'Toelichting op artikel 5.19: (meldingsplichtige gevallen: boezemwaterkeringen, bergingswaterkeringen en peilscheidingen A)' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Toelichting op artikel 5.20: (meldingsplichtige gevallen: primaire en voorliggende waterkeringen)

Buiten het stormseizoen mag bij het verwijderen van terreinverharding in de kernzone van een primaire of voorliggende waterkering worden volstaan met een melding, onder de voorwaarde dat het niet gaat om het verwijderen van een weg. Als het gaat om het verwijderen van een weg, dan geldt de vergunningplicht van artikel 5.22.

PP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 5.21: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A)

Wanneer het niet gaat om een perceel met woonfunctie is het aanbrengen, wijzigen of wijzigenverwijderen van verharding verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied van een boezemwaterkering, bergingswaterkering of peilscheiding A.

QQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 5.22: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: primaire of voorliggende waterkering)

Voorkomen moet worden dat een primaire of voorliggende waterkering open ligt gedurende het stormseizoen. In het stormseizoen is de kans op een extreem hoogwater (stormvloed) het grootst, de waterkering moet dan in goede conditie zijn. Bij werkzaamheden tijdens het stormseizoen is het voor de erosiebestendige grasmat, die op grond van het eerste lid van artikel 5.17 moet worden gelegd of ingezaaid, niet mogelijk op tijd dicht te groeien. Zie ook de toelichting bij artikel 5.17.

In de beschermingszone van een primaire of voorliggende waterkering geldt geen meldingsplicht of omgevingsvergunningplicht voor het verwijderen van verharding, tenzij het een weg betreft, dan geldt er een omgevingsvergunningplicht.

RR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 11.10: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen of wijzigen van uitwegen)

SS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 11.25: (meldingsplichtige gevallen: aanbrengen hekwerk)

Het plaatsen van een hekwerk is meldingsplichtig als het wordt geplaatst op een afstand van minimaal 0,5m van de rijbaan in het geval de berm maximaal 2 meter breed is of op een afstand van minimaal 1,5 m van de rijbaan als de berm breder is dan 2 meter. Onder hekwerk wordt verstaan een open constructie (raster- of vlechtwerk van hout of metaal) waar een bestuurder van een auto doorheen kan kijken, de maximale hoogte mag in dat geval 1 meter zijn, dit in tegenstelling tot een heg, zie toelichting bij artikel 11.25a.

Zie voor een toelichting op eco-bermen de toelichting bij artikel 11.16 en 11.17 en voor een toelichting op de afstanden tot de rijbaan de toelichting bij artikel 11.21 en 11.22.

TT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 11.26: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen hekwerk of heg)

Zie voor een toelichting op eco-bermen de toelichting bij artikel 11.16 en 11.17 en voor een toelichting op de afstanden tot de rijbaan de toelichting bij artikel 11.21 en 11.22.

Als bij het aanbrengen van een hekwerk of heg in het beperkingengebied van een weg niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 11.25 en 11.25a, dan moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

UU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 11.30: (meldingsplichtige gevallen: aanbrengen object-beschermend obstakel)

Voor wegen die geen autowegniet zijn opengesteld voor gemotoriseerd verkeer is het aanbrengen van object- beschermende obstakels niet aan een meldings- of vergunningplicht gebonden, omdat het verkeer op deze wegen minder last van de obstakels zal ondervinden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over fietspaden, voetpaden of andere soorten paden die niet voor auto’s zijn bestemd.

Zie voor een toelichting op de afstanden tot de rijbaan de toelichting bij artikel 11.21 en 11.22.

VV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 11.31: (omgevingsvergunningplichtige gevallen: aanbrengen object-beschermend obstakel)

Voor wegen die geen autowegniet zijn opengesteld voor gemotoriseerd verkeer is het aanbrengen van object- beschermende obstakels niet aan een meldings- of vergunningplicht gebonden, omdat het verkeer op deze wegen minder last van de obstakels zal ondervinden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over fietspaden, voetpaden of andere soorten paden die niet voor auto’s zijn bestemd.

Zie voor een toelichting op de afstanden tot de rijbaan de toelichting bij artikel 11.21 en 11.22.

WW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op paragraaf 11.9: Kleine objectenObjecten

XX

Na sectie 'Toelichting op hoofdstuk 11: BEPERKINGENGEBIEDACTIVITEITEN WEGEN' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Toelichting op hoofdstuk 12: GEGEVENS EN BESCHEIDEN

Toelichting op paragraaf 12.3: Aanvullende gegevens en bescheiden lozingsactiviteiten

Toelichting op artikel 12.10a: (water lozen op oppervlaktewater of een zuiveringtechnisch werk)

Als op grond van dit hoofdstuk gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag worden verstrekt, worden die gegevens begeleid door een aantal algemene gegevens. Er is aansluiting gezocht bij de algemene gegevens die op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij een aanvraag voor een beschikking worden gevraagd. In plaats van de aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd, gaat het bij het verstrekken van gegevens en bescheiden over een activiteit om een aanduiding van welke lozingsactiviteit er zal worden verricht. Daarnaast is ter identificatie van belang de naam en het adres van degene die de activiteit verricht. Als het adres waarop de activiteit waarover gegevens worden verstrekt, een ander adres is dan het adres van degene die de activiteit verricht, bijvoorbeeld omdat er meerdere bedrijfslocaties zijn, wordt ook dat adres verstrekt.

Toelichting op paragraaf 12.7: Aanvullende gegevens en bescheiden flora en fauna in het beperkingengebied van een waterstaatswerk

Toelichting op artikel 12.21a: (omgevingsvergunning visactiviteiten in beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam)

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het ontplooien van visactiviteiten dient een visplan te worden ingediend. In dit visplan dienen naast de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning uit artikel 12.3 ook een aantal specifiek op het vissen betrekking hebbende zaken te staan, zoals een bewijs van het hebben van een visrecht, periode waarin wordt uitgezet of onttrokken (max. 3 jaar vooruit) de soort vis en hoeveelheid vissen die wordt uitgezet of onttrokken en de te verwachte effecten op het ecosysteem. Bij uitzetten wordt ook de herkomst gevraagd en een bewijs dat de vissen vrij zijn van ziekten en parasieten.

Naar boven