Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32938 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32938 | advies Raad van State |
Afdeling Verdragen
BZ2629934
’s-Gravenhage, 2 juli 2026
Aan de Koning
Nader rapport inzake de Wijziging van het OSPAR-Verdrag inzake de uitbreiding van het OSPAR-zeegebied; Vigo, 26 juni 2025 (Trb. 2025, 92)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 16 juni 2026, no. 2026001284, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 1 juli 2026, nr. W02.26.00167/II/, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 16 juni 2026, no.2026001284, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de wijziging van het OSPAR-verdrag inzake de uitbreiding van het OSPAR-zeegebied; Vigo, 26 juni 2025 (Trb. 2025, 92), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het verdrag en adviseert het verdrag te overleggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
De vice-president van de Raad van State,
S. van Haersma Buma
Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen.
No. W02.26.00167/II
’s-Gravenhage, 1 juli 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 16 juni 2026, no.2026001284, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de wijziging van het OSPAR-verdrag inzake de uitbreiding van het OSPAR-zeegebied; Vigo, 26 juni 2025 (Trb. 2025, 92), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het verdrag en adviseert het verdrag te overleggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
De vice-president van de Raad van State, S. van Haersma Buma.
Op 22 september 1992 is te Parijs het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (hierna: OSPAR-verdrag) tot stand gekomen ( Trb. 1993, 16 en Trb. 1993, 141). Het OSPAR-verdrag is op 25 maart 1998 voor het Europese deel van Nederland in werking getreden (Trb. 1998, 169). Bijlage V inzake de bescherming en het behoud van de ecosystemen en de biologische diversiteit van het zeegebied met Aanhangsel 3 waarin criteria voor de vaststelling van menselijke activiteiten voor de toepassing van Bijlage V zijn vastgelegd zijn op 23 juli 1998 te Sintra gewijzigd (Trb. 2000, 74) en zijn op 24 augustus 2001 voor het Europese deel van Nederland in werking getreden (Trb. 2001, 157). Bijlage II inzake de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging ten gevolge van storting of verbranding en Bijlage III inzake de voorkoming en beëindiging van de verontreiniging uit offshore-bronnen zijn op 29 juni 2007 te Oostende gewijzigd (Trb. 2008, 60 en Trb. 2008, 203) en zijn op 28 oktober 2011 voor het Europese deel van Nederland in werking getreden (Trb. 2011, 231).
Tijdens de Ministeriële bijeenkomst van de OSPAR-Commissie is op voorstel van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal op 26 juni 2025 te Vigo (Spanje) een wijziging van artikel 1 van het OSPAR-verdrag (Trb. 2025, 92) aangenomen die het OSPAR-zeegebied (het Maritieme Gebied) uitbreidt met meer dan 2,5 miljoen vierkante kilometer oceaan met het gebied Macaronesië.
Het OSPAR-verdrag verplicht de verdragsluitende partijen tot het nemen van alle mogelijke maatregelen om verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen en te beëindigen en om het zeegebied te beschermen tegen de nadelige effecten van menselijke activiteiten. Deze algemene verplichtingen hebben tot doel de volksgezondheid te beschermen, het mariene ecosysteem in stand te houden en, wanneer uitvoerbaar, aangetaste zeegebieden te herstellen.
Momenteel zijn 16 Europese staten en de Europese Unie partij bij het OSPAR-verdrag.
Het OSPAR-verdrag betreft verplichtingen tussen de verdragsluitende partijen teneinde maatregelen te nemen om het zeegebied te beschermen tegen verontreiniging. De wijziging van 26 juni 2025 van artikel 1 (Begripsomschrijvingen) van het OSPAR-verdrag breidt de geografische reikwijdte van het OSPAR-verdrag uit en bevat dan ook naar het oordeel van de regering geen een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, die aan rechtssubjecten rechtstreeks rechten toekennen of plichten opleggen.
De wijziging van 26 juni 2025 van artikel 1 van het OSPAR-verdrag zal, evenals het OSPAR-verdrag, voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, alleen voor het Europese deel van Nederland gelden. Gezien de geografische reikwijdte geldt het OSPAR-verdrag niet voor het Caribische deel van het Koninkrijk.
Het OSPAR-verdrag is van toepassing op een beperkt regionaal zeegebied, het Maritieme Gebied, dat onder andere bestaat uit de Noordzee en het Noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Met de wijziging wordt het Maritieme Gebied uitgebreid met het gebied Macaronesië. Daartoe wordt in artikel 1, onder a, van het OSPAR-verdrag een nieuw onderdeel iii toegevoegd dat de coördinaten van het betreffende deel van de Atlantische Oceaan beschrijft.
Dit gebied omvat de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden en ligt bijna 1 miljoen vierkante kilometer binnen de Portugese en Spaanse Exclusieve Economische Zones en territoriale wateren, terwijl de rest in internationale wateren ligt. De oceaan rond de eilanden omvat zeer belangrijke habitats zoals zeebergen, koraaltuinen, sponsaggregaties en maerlbedden. Deze diverse ecosystemen herbergen een enorme verscheidenheid aan mariene soorten, waaronder 80% van alle walvisachtige soorten in de Atlantische Oceaan, schildpadden, manta's en verschillende haaiensoorten.
Portugal en Spanje hebben al een aantal mariene beschermde gebieden (MPA’s) in dit gebied aangewezen. Deze MPA’s zullen worden geïntegreerd in het netwerk van MPA's van OSPAR. Daarnaast zal de waterkolom boven het uitgebreide continentale plat van de Grote Meteoriet (MPA ten zuiden van de Azoren) worden voorgesteld voor aanwijzing door OSPAR als MPA op de volle zee voor de bescherming van de biodiversiteit in gebieden die buiten de nationale rechtsmacht vallen.
Bij inwerkingtreding van de wijziging van 26 juni 2025 van het OSPAR-verdrag zullen bestaande OSPAR-besluiten, -aanbevelingen en -akkoorden eveneens van toepassing zijn op de uitbreiding van het OSPAR-zeegebied, tenzij de OSPAR-Commissie anders bepaalt. De wijziging van het OSPAR-verdrag zal in werking treden nadat ten minste 7 verdragsluitende partijen de wijziging hebben aanvaard.
Op de uitbreiding van het gebied zal de rol van OSPAR bij het faciliteren van de gecoördineerde uitvoering van de Kaderrichtlijn mariene strategie (KRM)1 in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan op één lijn worden gebracht zoals is voorzien in de KRM en de Milieustrategie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan 2030 (NEAES 2030)2. De wijziging van het OSPAR-verdrag met een uitbreiding van het OSPAR-zeegebied vereist geen verdere aanpassingen in Nederlandse wet- en regelgeving.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (PbEU 2008, L 164/19).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-32938.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.