Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 24 augustus 2026, nr. IENW/BSK-2026/155373, tot wijziging van de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 in verband met het schrappen van het begrip ‘veerbootroutes’ uit de regeling en in verband met een technische wijziging [KetenID 029320]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 8.06, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;

BESLUIT:

ARTIKEL I

In de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 wordt artikel 1, eerste lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘grotere’ vervangen door ‘hogere’.

2. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. de Waddenzee, binnen de betonning in de vaargeulen van:

    • 1) zee naar de havens van Den Helder, Oudeschild en Den Oever via respectievelijk Marsdiep, Texelstroom, Malzwin en Visjagersgaatje;

    • 2) Den Helder naar de havens van Kornwerderzand en Harlingen via Texelstroom, Doove Balg en Boontjes;

    • 3) zee naar de haven van Harlingen via Zuider Stortemelk, Vliestroom, Blauwe Slenk en Vaargeul langs Pollendam;

    • 4) Vliesloot, tussen de veerhaven van Vlieland en de aansluiting op Zuider Stortemelk;

    • 5) het deel van het Schuitengat tussen de haven van West-Terschelling en Slenk;

    • 6) Slenk;

    • 7) West Meep;

    • 8) veerhaven Ameland naar Holwerd, via Reegeul Ameland en Veerbootroute Ameland;

    • 9) zee naar de haven van Lauwersoog via Westgat en Zoutkamperlaag;

    • 10) Groote Siege, Gat van Schiermonnikoog en Glinder.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

Algemeen deel

Inleiding

Deze regeling strekt tot aanpassing van de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 (hierna: regeling). De wijziging ziet op het nader invullen van artikel 1, eerste lid, onderdeel b. In dit artikel is bepaald dat snelle motorboten overdag op de veerbootroutes van en naar de Waddeneilanden sneller mogen varen dan 20 km/u. Uit recente jurisprudentie volgt dat als ‘veerbootroute’ moet worden beschouwd de route die in de praktijk regelmatig door de veerboten wordt gebruikt.1 Voorkomen dient te worden dat vanwege onduidelijkheden die als gevolg hiervan ontstaan, de scheepvaartverkeersveiligheid op de Waddenzee in het gedrang komt. Indien niet duidelijk is op welke vaarweg welke maximumsnelheid al dan niet van toepassing is, kan dit leiden tot onveilige situaties. Een duidelijk snelheidsregime is daarom noodzakelijk om risico’s te beperken en een voorspelbaar verkeersbeeld te waarborgen. Ook kunnen vaarweggebruikers, toezichthouders en handhavers bij het ontbreken van een duidelijke norm op dit moment niet altijd vooraf bepalen welk snelheidsregime geldt. Dit leidt tot rechtsonzekerheid en maakt een consistente handhaving moeilijker.

Het is daarom noodzakelijk de regeling te herzien. Ter bevordering van de rechtszekerheid, de rechtsgelijkheid en een eenduidige toepassing van de snelheidsregels wordt de term ‘veerbootroute’ geschrapt. In plaats daarvan wordt gekozen voor een voorschrift waarin de vaarwegen en de toegestane maximumvaarsnelheid duidelijk en objectief kenbaar is vastgelegd. Wel is nog de ‘Veerbootroute Ameland’ opgenomen in de regeling, aangezien dit een eigen naam is van een vaarweg. Eenzelfde verduidelijking voor de overige scheepvaart, niet zijnde snelle motorboten, is reeds gedaan door de Hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Noord-Nederland door middel van het nemen van een verkeersbesluit.2

Tenslotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele tekstuele omissies te herstellen.

Effecten op de nalevingskosten en regeldruk

De wijzigingen zien op het verduidelijken van de maximumsnelheid voor snelle motorboten op de Waddenzee door niet meer te spreken over ‘veerbootroutes’ en door deze vaarwegen expliciet te benoemen in de regeling. Deze wijzigingen zijn technisch van aard en brengen voor burgers en bedrijven daarom geen wijziging in nalevingskosten of regeldruk met zich mee.

De regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Uitvoering en handhaving

De wijziging van de regeling zorgt ervoor dat het voor vaarweggebruikers, toezichthouders en handhavers duidelijk is in welke vaargeulen overdag sneller mag worden gevaren dan 20 km/u. Dit komt de scheepvaartverkeersveiligheid en rechtsgelijkheid ten goede. De wijziging van de regeling is afgestemd met Rijkswaterstaat en de Nationale Politie. De wijziging heeft verder geen gevolgen voor de uitvoering en handhaving, aangezien de wijziging technisch van aard is. In de praktijk vindt geen verandering plaats in de uitvoering en handhaving.

Internetconsultatie

Een ontwerp van deze regeling is niet opengesteld voor openbare internetconsultatie, omdat er haast is geboden bij het verduidelijken van de vaargeulen waarin overdag sneller mag worden gevaren dan 20 km/u en voor welke vaargeulen deze hogere snelheid níet geldt. In het geval van nood- en spoedregelgeving mag worden afgezien van internetconsulatie.3

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na publicatie in de Staatscourant. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn. Dit gebeurt omdat het van belang is dat de verduidelijking van het toepasselijke snelheidsregime zo snel mogelijk van kracht wordt. Daarnaast is Rijkswaterstaat betrokken geweest bij de totstandkoming van deze wijziging en hoeft de scheepvaart geen voorbereidingen te treffen om aan de herziene regelgeving te voldoen.

Artikelsgewijs deel

Artikel 1 van de regeling regelt op welke vaarwegen, of gedeelten daarvan, met een snelle motorboot overdag met een hogere snelheid gevaren mag worden dan 20 km/u. Vanwege de benodigde verduidelijking van de gebieden waar een maximumsnelheid geldt, is de verwijzing naar ‘veerbootroutes van en naar de Waddeneilanden’ geschrapt en zijn in plaats hiervan verwijzingen naar de geografische benamingen van de vaarwegen of gedeelten hiervan opgenomen.

Daarnaast zijn enkele tekstuele omissies hersteld. Zo is in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2, nu de juiste benaming voor de vaargeul ‘Doove Balg’ opgenomen en is een enkele grammaticale verbetering doorgevoerd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

ECLI:NL:GHARL:2026:3927

X Noot
3

Zie het kabinetsstandpunt over internetconsultatie in Kamerstukken II 2010/11, 29 279, nr. 121 en de kabinetsbrief Transparantie van het wetgevingsproces (Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39).


X Noot
1

ECLI:NL:GHARL:2026:3927

X Noot
3

Zie het kabinetsstandpunt over internetconsultatie in Kamerstukken II 2010/11, 29 279, nr. 121 en de kabinetsbrief Transparantie van het wetgevingsproces (Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39).

Naar boven