Beleidsregel Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages

DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.

Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 26 januari 2026 houdende regels met betrekking tot de tijdige indiening van statistische rapportages

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft het volgende beleid vastgesteld met betrekking tot de handhaving van overtredingen van rapportageverplichtingen waarop DNB op grond van de artikelen 9a en 9b van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, artikelen 43 en 51 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in samenhang met artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Mandaatbesluit samenwerking DNB-CBS 2016 en artikel 9g van de Bankwet 1998 een bevoegdheid tot handhaven heeft (Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages).

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In dit beleid wordt verstaan onder:

a. basisbedrag:

een bij wet vastgesteld basisbedrag;

b. begunstigingstermijn:

de termijn waarbinnen een rapporteur aan een last onder dwangsom moet voldoen zonder dat dwangsommen worden verbeurd;

c. CFI-benchmarkrapportage:

wettelijk verplichte benchmarkrapportage die een rapporteur uit de categorie Capital Financial Institutions and Money Lenders jaarlijks binnen de daartoe vastgestelde termijnen op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is, en voor wie een jaarrapportage voor de informatieverzameling van balansgegevens en overige gegevens volstaat in plaats van kwartaalrapportages;

d. DNB:

De Nederlandsche Bank N.V.;

e. maximumbedrag:

een bij wet vastgesteld maximumbedrag;

f. minimumbedrag:

een bij wet vastgesteld minimumbedrag;

g. rapporteur:
  • a. een ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 die door DNB is aangewezen een statistische rapportage bij DNB in te dienen;

  • b. een krachtens artikel 33, derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in samenhang met artikel 2, onder l, en artikel 10 van het Besluit gegevensverwerving CBS aangewezen onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling en rechtspersoon, die activiteiten ontplooit op het terrein van de financiële dienstverlening; of

  • c. een in artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet 1998 in samenhang met artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998 bedoelde instelling, dienst of zelfstandige bestuursorgaan, respectievelijk rechtspersoon respectievelijk onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling of rechtspersoon die op verzoek van DNB een statistische rapportage indient.

h. recidive:

de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de rapporteur ter zake van eenzelfde overtreding;

i. statistische rapportage:

elke wettelijk verplichte rapportage die een rapporteur periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, artikel 33, derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek dan wel artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet 1998 verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is.

Artikel 2 Reikwijdte

Dit beleid geldt als specifiek boetetoemetingsbeleid als bedoeld in artikel 2 van het Algemeen Boetetoemetingsbeleid DNB van 19 november 2020.

Artikel 3 Toepassingsbereik

Dit beleid is van toepassing op een rapporteur.

§ 2. Indiening van statistische rapportages

Artikel 4 Wijze van indiening

Een rapporteur dient een statistische rapportage digitaal in via een daarvoor door DNB ontwikkeld elektronisch rapportagesysteem, dan wel per post.

Artikel 5 Tijdige indiening

  • 1. Een rapporteur dient een statistische rapportage tijdig bij DNB in.

  • 2. Een statistische rapportage wordt als tijdig ingediend beschouwd indien deze uiterlijk op de bij of krachtens wettelijk voorschrift vastgestelde indieningsdatum conform de door DNB bij het elektronisch rapportagesysteem vastgestelde wijze is ingediend of door DNB per post is ontvangen. De statistische rapportage is in beginsel conform de door DNB bij het elektronisch rapportagesysteem vastgestelde wijze ingediend wanneer de statistische rapportage in het elektronisch rapportagesysteem de status ‘geaccepteerd’ heeft gekregen.

  • 3. Indien een statistische rapportage niet tijdig bij DNB is ingediend, overweegt DNB of het opleggen van een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete evenredig is.

§ 3. Last onder dwangsom

Artikel 6 Last onder dwangsom

  • 1. DNB legt in beginsel een last onder dwangsom op indien een rapporteur een statistische rapportage niet tijdig indient.

  • 2. DNB geeft in beginsel een begunstigingstermijn van tien werkdagen waarbinnen volledig aan de last moet worden voldaan.

  • 3. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn wordt in beginsel een dwangsom verbeurd van € 1.250,– per volledige werkdag dat niet volledig aan de last is voldaan, met een maximum van € 12.500,–.

§ 4. Bestuurlijke boete

Artikel 7 Boeteoplegging

  • 1. DNB legt in beginsel een bestuurlijke boete op aan een rapporteur voor het herhaaldelijk niet tijdig voldoen aan een statistische rapportageverplichting.

  • 2. Onder herhaaldelijk wordt verstaan het binnen een aaneengesloten periode van dertien maanden voor de derde maal niet tijdig indienen van een statistische rapportage.

Artikel 8 Stappenplan

  • 1. In het kader van dit beleid hanteert DNB het stappenplan als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, voor het vaststellen van de boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid.

  • 2. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen die op grond van artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 in samenhang met artikel 8 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector zijn ingedeeld in boetecategorie 1 gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van onderstaand stappenplan.

  • 3. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 43 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in samenhang met artikel 2, eerste lid, onder b, van het Mandaatbesluit samenwerking DNB-CBS 2016 gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van onderstaand stappenplan.

  • 4. Op basis van het stappenplan worden de volgende stappen doorlopen:

    basisbedrag

    (stap 1)

    ernst en/of duur

    (stap 2)

    mate van verwijtbaarheid

    (stap 3)

    recidive

    (stap 4)

    adequaat getroffen maatregelen

    (stap 5)

    draagkracht

    (stap 6)

  • 5. Bij toepassing van dit stappenplan neemt DNB de bij wet vastgestelde boetemaxima in acht.

    Stap 1: basisbedrag

    • a. DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag.

    • b. Het toepasselijke basisbedrag wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen is op grond van artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 in samenhang met artikel 8 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector € 10.000,–.

    • c. Voor overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 33, derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek hanteert DNB als uitgangspunt een bedrag van € 5.000,–.

    • d. Het toepasselijke basisbedrag wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen is op grond van artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998 € 5.000,–.

    Stap 2: ernst en/of duur

    • a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten.

    • b. Indien een rapporteur een statistische rapportage niet tijdig indient, verhoogt DNB het basisbedrag met het percentage als opgenomen in onderstaande tabel.

      Overschrijding indieningstermijn (in aantal werkdagen)

      Percentage verhoging basisbedrag

      1

      0%

      2 – 5

      5%

      6 – 10

      10%

      > 10

      20%

    Stap 3: mate van verwijtbaarheid

    • a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de rapporteur besloten.

    Stap 4: recidive

    • a. Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag.

    Stap 5: adequaat getroffen maatregelen

    • a. DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag in beginsel met 10% verlagen, indien de rapporteur aantoont dat adequate maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding.

    Stap 6: draagkracht

    • a. DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de rapporteur verkeert. Het is aan de rapporteur om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag de draagkracht van de rapporteur overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de rapporteur.

    • b. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de bestuurlijke boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de rapporteur redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar.

§ 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit beleid treedt in werking zes maanden na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 10 Citeertitel

Dit beleid wordt aangehaald als: Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages.

Dit beleid zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 26 januari 2026

De Nederlandsche Bank N.V., O. Sleijpen President

TOELICHTING

1. Algemeen

Inleiding

De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: DNB) heeft op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder d, van de Bankwet 1998 als wettelijke taak het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. Om deze wettelijke taak te kunnen uitoefenen maakt DNB gebruik van statistische rapportages. Tijdige indiening van statistische rapportages is essentieel om de wettelijke taak van DNB adequaat uit te kunnen oefenen. Ter bevordering hiervan hanteert DNB het hiernavolgende ‘Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages’.

Het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages betreft een nadere invulling van het Handhavingsbeleid van de AFM en DNB van 3 november 2020 (Stcrt. 2020, 56540). In het onderhavige beleid wordt de handhaving van DNB in geval van het herhaaldelijk niet tijdig indienen van een statistische rapportage nader ingekaderd. Het onderhavige beleid neemt overigens niet weg dat DNB eveneens handhavend kan optreden ten aanzien van de kwaliteit van ingediende statistische rapportages.

Het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages geldt als specifiek beleid als bedoeld in artikel 2 van het Algemeen Boetetoemetingsbeleid DNB van 19 november 2020 (Stcrt. 2020, 63846). In het onderhavige beleid worden specifieke elementen van het Algemeen boetetoemetingsbeleid DNB nader ingevuld bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete, waaronder de ernst en duur van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de compliance-gerichtheid van de overtreder.

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Definities

Statistische rapportage

Onder de definitie van statistische rapportage vallen alle wettelijk verplichte statistische rapportages die een rapporteur verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is. Dit betreffen momenteel op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (hierna: Wfbb) de Maandeffectenrapportage (hierna: MER), de Macro-Economische Statistiek Rapportage (hierna: MESRAP) en de Captive Financial Institutions and Money Lenders benchmarkrapportage (hierna: CFI-benchmarkrapportage). Daarnaast betreffen dit momenteel de statistische rapportages die een rapporteur op grond van artikel 33, derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek (hierna: CBS-wet) en artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet 1998 (hierna: Bankwet) verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is.

CFI-benchmarkrapportage

De CFI-benchmarkrapportage is de wettelijk verplichte rapportage die een rapporteur jaarlijks binnen de daartoe vastgestelde termijnen op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wfbb verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is. Voor de definitie van CFI-benchmarkrapportage als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages wordt aangesloten bij de definitie van CFI-benchmark als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder q, van de Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2022 (hierna: RV 2022).

Rapporteur

Voor de definitie van rapporteur als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder g, sub a, van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages wordt aangesloten bij de definitie van rapporteur als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder h, van de RV 2022. In artikel 1, aanhef en onder h, van de RV 2022 heeft DNB vastgesteld dat een rapporteur een ingezetene is als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wfbb die door DNB is aangewezen rapportages op te stellen en aan te leveren.

Voor de definitie van rapporteurs als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder g, sub b, van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages wordt aangesloten bij de definitie van ‘financiële instellingen’ als gedefinieerd door de Directeur-Generaal van de statistiek in artikel 1, aanhef en onder f, van het Mandaatbesluit samenwerking DNB-CBS 2016 (hierna: Mandaatbesluit). In artikel 1, aanhef en onder f, van het Mandaatbesluit zijn financiële instellingen gedefinieerd als de krachtens artikel 33, derde lid, van de CBS-wet, in samenhang met artikel 2, aanhef en onderdeel j, van het Besluit gegevensverwerving CBS, aangewezen ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen die activiteiten ontplooien op het terrein van de financiële dienstverlening. Per abuis wordt in artikel 1, aanhef en onder f, van het Mandaatbesluit verwezen naar onderdeel j van artikel 2 van het Besluit gegevensverwerving CBS in plaats van onderdeel l.

Voor de definitie van rapporteurs als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder g, onder c, van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages wordt aangesloten bij artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet.

Artikel 4 Wijze van indiening

Indien een rapporteur een statistische rapportage digitaal indient, doet zij dat momenteel via het Digitaal Loket Rapportages (hierna: DLR) van DNB.

Artikel 5 Tijdige indiening

Indien een statistische rapportage digitaal via het DLR wordt ingediend, is de statistische rapportage tijdig bij DNB ingediend indien de status van deze rapportage op ‘Geaccepteerd’ in het DLR staat en deze binnen de daartoe vastgestelde termijn is ingediend. Indien een statistische rapportage per post wordt ingediend, is de statistische rapportage tijdig bij DNB ingediend indien deze binnen de daartoe vastgestelde termijn door DNB is ontvangen.

Artikel 6 Last onder dwangsom

Zoals vastgelegd in de ‘samenwerkingsovereenkomst CBS-DNB inzake gemeenschappelijke statistische productie en publicatie’ van 23 februari 2016 zal DNB bij het opleggen van een last onder dwangsom aan een rapporteur die zijn rapportageverplichtingen uit hoofde van zowel de CBS-wet als de Wfbb niet is nagekomen, mede ter voorkoming van dubbele sanctionering, in beginsel op grond van de Wfbb sanctioneren. In het geval een rapporteur enkel zijn rapportageverplichting uit hoofde van de CBS-wet niet is nagekomen, zal DNB, op basis van het Mandaatbesluit, voor het opleggen van een last onder dwangsom ter zake van die overtreding op grond van de CBS-wet sanctioneren.

DNB gaat in beginsel over tot het opleggen van een last onder dwangsom indien een statistische rapportage niet tijdig wordt ingediend. Met de woorden ‘in beginsel’ benadrukt DNB dat hierin een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen voor bijzondere gevallen, in die zin dat DNB in bijzondere gevallen van het opleggen van een last onder dwangsom kan afzien. Mocht een rapporteur de statistische rapportage herhaaldelijk niet tijdig indienen, dan behoudt DNB de mogelijkheid om het dwangsombedrag te verhogen.

Artikel 7 Bestuurlijke boete

Zoals vastgelegd in de ‘samenwerkingsovereenkomst CBS-DNB inzake gemeenschappelijke statistische productie en publicatie’ van 23 februari 2016 zal DNB bij het opleggen van een bestuurlijke boete aan een rapporteur die zijn rapportageverplichtingen uit hoofde van zowel de CBS-wet als de Wfbb niet is nagekomen, mede ter voorkoming van dubbele sanctionering, in beginsel op grond van de Wfbb sanctioneren. In het geval een rapporteur enkel zijn rapportageverplichting uit hoofde van de CBS-wet niet is nagekomen, zal DNB, op basis van het Mandaatbesluit, voor het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van die overtreding op grond van de CBS-wet sanctioneren.

DNB legt in beginsel een bestuurlijke boete op aan een rapporteur voor het herhaaldelijk binnen een aaneengesloten periode van dertien maanden niet tijdig indienen van een statistische rapportage. DNB legt een bestuurlijke boete op voor de laatste statistische rapportage die niet tijdig is ingediend. Zoals hierboven eveneens toegelicht bij artikel 6, benadrukt DNB met de woorden ‘in beginsel’ dat hierin een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen voor bijzondere gevallen, in die zin dat DNB in bijzondere gevallen van boeteoplegging kan afzien.

Artikel 8 Stappenplan

De wetgever heeft overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van de Wfbb ingedeeld in boetecategorie 1. Voor overtredingen van statistische rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in boetecategorie 1 geldt in beginsel een vast boetebedrag van € 10.000,–. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in boetecategorie 1, gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van het onder artikel 8 uiteengezette stappenplan.

De statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 33, derde lid, van de CBS-wet dan wel artikel 9d, derde lid, van de Bankwet zijn niet ingedeeld in een boetecategorie.

Voor de statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet geldt een basisbedrag van € 5.000,– en een flexibele boetesystematiek. Het volledige stappenplan dat is uiteengezet in artikel 8 geldt daardoor voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 9d, eerste en tweede lid, van de Bankwet.

Voor de statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 33, derde lid, van de CBS-wet geldt een maximumbedrag van € 5.000,–. Het maximumbedrag voor deze statistische rapportageverplichtingen is in het onder artikel 8 uiteengezette stappenplan eveneens het bedrag dat als uitgangspunt wordt genomen voor het bepalen van de boetehoogte. Hierdoor geldt op basis van stap 1 een bedrag van € 5.000,–. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 33, derde lid, van de CBS-wet, gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van het onder artikel 8 uiteengezette stappenplan.

Amsterdam, 26 januari 2026

De Nederlandsche Bank N.V., O. Sleijpen President

Naar boven