Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 2462 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 2462 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Gelet op artikel 25, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit;
BESLUIT:
De Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3.11, zevende en achtste lid, wordt ‘NEN 5104’ telkens vervangen door: ‘NEN 6693’.
B
Artikel 5.8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘artikel 5.7, achtste lid’ vervangen door ‘artikel 5.7, zevende lid’;
2. In het derde lid wordt ‘Artikel 5.7, vierde of zevende lid’, vervangen door ‘artikel 5.7, derde lid’ en wordt tussen ‘uit het nemen van’ en ‘twaalf grepen’ ingevoegd: ‘ten minste’.
C
Artikel 5.38, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel g vervalt ‘of het resultaat zijn van procesmatige grondreinigingsinstallaties’;’ en wordt ‘; of’ aan het slot van onderdeel g vervangen door een puntkomma;
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door ‘; of’ wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
‘i. BRL 9335 en het bijbehorende SIKB-protocol 9335-10 over ‘grond waarvan de partijen het resultaat zijn van procesmatige grondreinigingsinstallaties’.’
D
In artikel 5.39, tweede lid, vervalt na ‘paragraaf en’ de komma en wordt ‘SIKB-protocol 9335-1, 9335-2 of 9335-4,’ vervangen door: ‘SIKB protocol 9335-1, 9335-2, 9335-4 of 9335-10,’.
E
In artikel 5.40, eerste lid, onder b, wordt ‘en het bijbehorende SIKB-protocol 9335-1, 9335-2 of 9335-4’ vervangen door: ‘en het bijbehorende SIKB-protocol 9335-1, 9335-2, 9335-4 of 9335-10’.
F
In de tekst van voetnoot 2, onderdeel a, onder tabel 3b in bijlage B wordt na 'ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen in de zin van de Kaderrichtlijn water‘ ingevoegd: ‘behoudens niet-prioritaire stoffen die behoren tot de groep van PCB’s in de zin van de Kaderrichtlijn water’.
G
De tabel in bijlage C wordt als volgt gewijzigd:
1. Bij categorie 1 wordt in de kolom ‘Normdocumenten Certificatie- en accreditatierichtlijnen’
‘BRL SIKB 7700 – Aanleg of herstel van een vloeistofdichte bodemvoorziening, versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023.
Tot 1 januari 2026 mag gebruik worden gemaakt van: BRL SIKB 7700- Aanleg of herstel van een vloeistofdichte voorziening, versie 2.0, vastgesteld op 15 februari 2018.’ Vervangen door:
‘BRL SIKB 7700 – Aanleg of herstel van een vloeistofdichte bodemvoorziening, versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.’
2. Bij categorie 1 komt de kolom ‘Onderdelen’ te luiden:
‘Protocol 7701 – Aanleg of herstel van een vloeistofdichte bodemvoorziening met prefab betonelementen en/of een vloeistofdichte bedrijfsriolering, versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.
Protocol 7702 – Aanleg of herstel van een vloeistofdichte bodemvoorziening van beton en/of een vloeistofdichte bedrijfsriolering, versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.
Protocol 7703 – Aanleg of herstel van een vloeistofdichte bodemvoorziening bitumineus materiaal en/of een vloeistofdichte bedrijfsriolering, versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.
Protocol 7704 – Aanbrengen of herstel van kunstharsgebonden beschermsysteem voor het realiseren van een vloeistofdichte bodemvoorziening versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.
Protocol 7711 – Afdichten of herstel van voegen en naden in een vloeistofdichte bodemvoorziening versie 3.0, vastgesteld op 23 maart 2023 met wijzigingsblad 1-01 op BRL SIKB 7700 versie 3.0, van 6 december 2024.’
3. Bij categorie 2 wordt in de kolom ‘Normdocumenten Certificatie- en accreditatierichtlijnen’
‘BRL 9335 Grond, versie van 2 november 2021, en de bijbehorende SIKB protocollen 9335-1, 9335-2 en 9335-4, versies van 2 november 2021.
Tot 1 april 2025 is het toegestaan om BRL 9335 Grond, versie van 22 juni 2017, met wijzigingsblad van 2 november 2021, en de bijbehorende SIKB-protocollen 9335-1, 9335-2 en 9335-4, versies van 22 juni 2017, met wijzigingsblad van 2 november 2021. toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL 9335, SIKB Protocol 9335-1, SIKB Protocol 9335-2 onderscheidenlijk SIKB Protocol 9335-4, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021.’ vervangen door:
‘BRL 9335 Grond, versie van 10 oktober 2024, en de bijbehorende SIKB protocollen 9335-1, 9335-2, 9335-4 en 9335-10, versies van 10 oktober 2024.
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om BRL 9335 Grond, versie van 2 november 2021, en de bijbehorende SIKB protocollen 9335-1, 9335-2 en 9335-4, versies van 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL 9335, SIKB Protocol 9335-1, SIKB Protocol 9335-2 onderscheidenlijk SIKB Protocol 9335-4, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versies van 2 november 2021.’
4. Bij categorie 5 komt de tekst in de kolom ‘Normdocumenten Certificatie- en accreditatierichtlijnen’ te luiden:
‘BRL SIKB 7500, Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie, versie 6.0, vastgesteld op 10 oktober 2024.
De volgende werkgebieden worden onderscheiden in BRL SIKB 7500, Protocol 7510:
– Thermische reiniging;
– Extractieve reiniging/bewerking; – Eenvoudige procesmatige zandscheiding van (zandige) baggerspecie;
– Biologische reiniging/ behandeling (incl. landfarming);
– Koude immobilisatie;
– Fysische scheiding (nat of droog zeven).
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om BRL SIKB 7500, Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie, versie 5.1, vastgesteld op 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL SIKB 7500, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versies van 2 november 2021.’
5. Bij categorie 5 komt de tekst in de kolom ‘Onderdelen’ te luiden:
‘Protocol 7510, Procesmatige ex situ reiniging/bewerking en (koude) immobilisatie van grond en baggerspecie versie 6.0-c11, vastgesteld op 10 oktober 2024.
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om Protocol 7510, Procesmatige ex situ reiniging/bewerking en immobilisatie van grond en baggerspecie, versie 5.1, vastgesteld op 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit Protocol 7510, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versie van 2 november 2021.’
6. Bij categorie 17 komt de tekst in de kolom ‘Onderdelen’ te luiden:
‘Protocol 6902, Controle staat van het IBC-werk, versie 2.1, vastgesteld op 25 februari 2021.’
7. Bij categorie 18 komt de tekst in de kolom ‘Normdocumenten Certificatie- en accreditatierichtlijnen’ te luiden:
‘BRL 9335 Grond, versie van 10 oktober 2024, en de bijbehorende SIKB protocollen 9335-1, 9335-2, 9335-4 en 9335-10, versies van 10 oktober 2024.
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om BRL 9335 Grond, versie van 2 november 2021, en de bijbehorende SIKB protocollen 9335-1, 9335-2 en 9335-4, versies van 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL 9335, SIKB Protocol 9335-1, SIKB Protocol 9335-2 onderscheidenlijk SIKB Protocol 9335-4, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versies van 2 november 2021.
Of
BRL SIKB 7500, Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie, versie 6.0, vastgesteld op 10 oktober 2024.
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om BRL SIKB 7500, Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie, versie 5.1, vastgesteld op 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL SIKB 7500, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versies van 2 november 2021.’
8. Onder categorie 18 komt de tekst in de kolom ‘Onderdelen’ te luiden:
‘SIKB protocol 9335-1, versie van 10 oktober 2024. Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om SIKB protocol 9335-1, versie van 2 november 2021, toe te passen.
SIKB protocol 9335-2, versie van 10 oktober 2024. Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om SIKB protocol 9335-2, versie van 2 november 2021, toe te passen.
SIKB protocol 9335-4, versie van 10 oktober 2024. Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om SIKB protocol 9335-4, versie van 2 november 2021, toe te passen.
SIKB protocol 9335-10, versie van 10 oktober 2024.
Of
Protocol 7510, Procesmatige ex situ reiniging/bewerking en (koude) immobilisatie van grond en baggerspecie versie 6.0-c11, vastgesteld op 10 oktober 2024
Tot 1 juni 2027 is het toegestaan om SIKB-protocol 7511 Ontwateren en rijpen van baggerspecie versie 5.1 van 2 november 2021 toe te passen.
De essentiële eisen ILT-toezicht uit BRL SIKB 7500, zoals weergegeven in het document Essentiële eisen ILT-toezicht; Essentiële eisen voor publiek toezicht op de erkenningsregeling bodembeheer door Inspectie Leefomgeving en Transport, versie van 2 november 2021 zijn van toepassing op de versies van 2 november 2021.’
H
Bijlage D wordt als volgt gewijzigd:
1. In de opsomming vervalt ‘• NEN 5104: NEN 5104, Geotechniek – Classificatie van onverharde grondmonsters, 1 september 1989’;
2. Na ‘• NPR 6417: NPR 6417, Atomaire-absorptie-spectrometrie – Grafietoventechniek – Algemene richtlijnen, juli 1997’, gevolgd door een witregel, wordt in de opsomming een nieuwe bulletpoint ingevoegd, luidende:
‘• NEN 6693: NEN 6693:2025 nl Bodem, slib en grondwater – Waarneming en beschrijving van (water)bodem en grondwater’, gevolgd door een witregel.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen
De Regeling bodemkwaliteit 2022 geeft een technische invulling aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit. De Regeling bodemkwaliteit 2022 bepaalt hoe de milieuverklaring bodemkwaliteit voor grond, baggerspecie, bodem en bouwstoffen tot stand komt, en aan welke eisen deze moet voldoen. De kwaliteitseisen voor grond, baggerspecie, bodem en bouwstoffen zijn eveneens in de Regeling bodemkwaliteit 2022 opgenomen. Dit is de invulling van hoofdstuk 2a van het Besluit bodemkwaliteit.
De Regeling bodemkwaliteit 2022 geeft daarnaast invulling aan de regels met betrekking tot de kwaliteitsborging in het bodembeheer, in de praktijk Kwalibo genoemd. De werkzaamheden die onder het regime van Kwalibo worden verricht, worden aangewezen in bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022 (categorieën). In deze bijlage worden ook de normdocumenten aangewezen die gebruikt moeten worden voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Normdocumenten moeten voortdurend worden aangepast aan de stand van de techniek en de wetenschap en aan nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de regelgeving (versies en wijzigingsbladen).
Bepaalde werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door (rechts)personen die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat erkend zijn.
Om de erkenning te verkrijgen moeten de bedrijven gecertificeerd of geaccrediteerd zijn op grond van de relevante aangewezen normdocumenten.
Met deze wijzigingsregeling is een aantal nieuwe en gewijzigde normdocumenten aangewezen in de tekst. Het gaat om normdocumenten die worden gebruikt binnen het Kwalibo-stelsel (bijlage C) en om andere normdocumenten die worden gebruikt voor de uitvoering van de Regeling bodemkwaliteit 2022 buiten het Kwalibostelsel (bijlage D). Door het aanwijzen van nieuwe of gewijzigde normdocumenten in bijlagen C en D van de Regeling bodemkwaliteit 2022 waren eveneens aanpassingen nodig in de tekst van de Regeling bodemkwaliteit 2022, opdat ook hier naar de juiste normdocumenten is verwezen.
Daarnaast is met de wijzigingsregeling een aantal geconstateerde onvolledigheden hersteld. Voor het gebruik van protocol 7511 in categorie 18 van bijlage C wordt de overgangstermijn verlengd.
In de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn aanwijzingen van normdocumenten opgenomen. Normdocumenten worden opgesteld en vastgesteld door schemabeheerders en normcommissies, in samenwerking met het bedrijfsleven en de overheid. 1 Als een normdocument is vastgesteld of gewijzigd, moet het (opnieuw) worden aangewezen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Deze wijzigingsregeling strekt daartoe.
Als er tegen een normdocument overwegende bezwaren blijken te bestaan, kan dat reden zijn om in de Regeling bodemkwaliteit 2022 voorlopig geen verwijzing naar dat normdocument op te nemen.
Deze wijzigingsregeling wijzigt de tabel van bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022, waarin de normdocumenten zijn aangewezen binnen het Kwalibo-stelsel. De wijziging betreft:
• Het herziene normdocument BRL SIKB 7500 en herziene protocol 7510;
• Het herziene normdocument BRL 9335, herziene protocollen 9335-1, 9335-2 en 9335-4 en het nieuwe protocol 9335-10;
• Een wijzigingsblad bij BRL SIKB 7700; en
• Het herziene protocol 6902, dat hoort bij AS SIKB 6900.
• Verlenging van de termijn van overgangsrecht bij protocol 7511 in categorie 18.
In bijlage D van de Regeling bodemkwaliteit 2022 worden normdocumenten opgenomen waarnaar voor de uitvoering van de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt verwezen. De wijziging betreft:
• Het aanwijzen van NEN 6693:2025 nl in plaats van NEN 5104.
Met deze wijzigingsregeling zijn geactualiseerde verwijzingen opgenomen naar de gewijzigde normdocumenten die worden opgenomen in bijlage C en bijlage D.
Ook is een omissie hersteld in bijlage B, die onvolledig was overgenomen uit de Regeling bodemkwaliteit zoals die gold voor het in werking treden van de Omgevingswet.
De gevolgen van de normdocumenten waarvan nieuwe versies of waarbij wijzigingsbladen worden aangewezen zijn hieronder per normdocument uitgewerkt.
De documenten waarvoor de verwijzing wordt gewijzigd zijn ‘BRL SIKB 7500 Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie versie 6.0’ en ‘BRL 9335 Grond versie 4.2’, inclusief de bijbehorende protocollen.
De verwijzing naar BRL 9335 wordt gewijzigd in categorie 2 en categorie 18 van bijlage C. De verwijzing naar BRL SIKB 7500 wordt gewijzigd in categorie 5 en categorie 18 van bijlage C. De wijziging van beide normdocumenten en de bijbehorende protocollen hangt geheel met elkaar samen.
BRL SIKB 7500, protocol 7510 regelt het reinigen van matig en sterk verontreinigde grond en sterk verontreinigde baggerspecie. Grondreinigers moeten een erkenning bodemkwaliteit op basis van deze BRL hebben. Gereinigde grond kan weer op de markt worden gebracht door een bedrijf met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL 9335. Specifiek voor gereinigde grond is een nieuw protocol opgesteld (9335-10) en daarvoor is BRL 9335 ook herzien.
Achtergronden bij het reinigen van grond en baggerspecie
Jaarlijks wordt ongeveer 2.000.000 ton sterk verontreinigde grond (en baggerspecie) gereinigd (procesmatig verwerkt). De gereinigde grond wordt vervolgens weer als grond toegepast of deze wordt gebruikt als grondstof voor een bouwstof.
Grondreiniging kan met de volgende technieken: biologische reiniging, extractieve reiniging, fysische reiniging, immobilisatie van verontreiniging (= vastleggen in een bouwstof) en thermische reiniging. Het reinigingsproces en de procesbeheersing zijn beschreven in protocol 7510.
Bedrijven die grond en baggerspecie reinigen hebben daarvoor een erkenning bodemkwaliteit nodig op basis van BRL SIKB 7500, protocol 7510. Voor grond die weer als grond (voor toepassing) op de markt wordt gebracht, wordt in de regel gebruik gemaakt van een erkende kwaliteitsverklaring die is afgegeven door een bedrijf met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL 9335; een individuele partijkeuring is ook mogelijk. Voor bouwstoffen waarin (gereinigde) grond is gebruikt als grondstof wordt ook vaak gebruik gemaakt van een erkende kwaliteitsverklaring, bijvoorbeeld op basis van BRL 9322 bij het immobiliseren van verontreiniging in een bouwstof.
Er zijn in 2025 ongeveer 100 erkenningen voor het reinigen van grond (circa 60 bedrijven, voor één of meer technieken).
Toelichting bij de aanpassingen van de beoordelingsrichtlijnen en de protocollen
Beoordelingsrichtlijnen en protocollen in overeenstemming brengen met de Regeling bodemkwaliteit 2022
De beoordelingsrichtlijnen en protocollen zijn verder aangepast aan de definities uit en verwijzingen naar artikelen in de Regeling bodemkwaliteit 2022.
De opzet van protocol 7510 is aangepast
De opzet van de eisen in het protocol is sterk gewijzigd: bij elke eis is aangegeven bij welk onderdeel van het proces en bij welke verwerkingstechniek(en) deze behoort. Ook is bij elke eis een expliciete scheiding gemaakt tussen de normstellende en toelichtende teksten. Met de genoemde wijziging van vorm worden de eisen transparanter. Voor zowel uitvoering als toezicht geeft dit meer duidelijkheid
Verantwoordelijkheid voor volledigheid milieuverklaring komt bij één (rechts)persoon
De Regeling bodemkwaliteit 2022 verplicht om de kwalificatie van gereinigde grond te laten verlopen via een (1) partijkeuring, via een (2) fabrikant eigen verklaring of via (3) productcertificering. Indien voldaan aan de criteria, leidt dit tot een milieuverklaring bodemkwaliteit.
In het herziene protocol 7510 is de verplichting opgenomen om de kwalificatie van de grond door (3) productcertificering te laten verlopen via een daartoe nieuw vastgesteld protocol (productcertificaat BRL 9335 met nieuw protocol 9335-10). Dit protocol is er alleen voor de milieuhygiënische kwalificatie van gereinigde grond. Het is niet meer mogelijk gereinigde grond via andere protocollen (zoals 9335-2) als grond te kwalificeren. Voor het gebruik van protocol 9335-10 geldt dat dit alleen gebruikt kan worden door het bedrijf dat ook de reiniging volgens protocol 7510 heeft uitgevoerd.
Dat de verantwoordelijkheid bij een (rechts)persoon komt te liggen borgt verder dat informatie over de gereinigde grond en het reinigingsproces afdoende wordt overgedragen.
Door de koppeling van protocol 9335-10 en protocol 7510 wordt tevens de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de gereinigde grond die als grond op de markt wordt gebracht expliciet bij één bedrijf gelegd. In de bestaande situatie was het mogelijk dat het bedrijf dat gereinigde grond met een erkende kwaliteitsverklaring (op basis van protocol 9335-2) op de markt bracht een ander bedrijf was dan het bedrijf dat de grondreiniging heeft uitgevoerd. Dit bracht onduidelijkheden met zich ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit ervan. Met deze wijziging is deze onduidelijkheid weggenomen.
De (2) fabrikant eigen verklaring wordt in de praktijk niet gebruikt voor grond uit een reinigingsproces. Individuele partijkeuringen (1) om de kwaliteit van gereinigde grond vast te stellen blijven wel mogelijk.
Borging van het reinigingsproces en de herleidbaarheid
Binnen BRL 7500 en protocol 7510 wordt exact geduid welke ‘tot grond bewerkbare afvalstoffen’ binnen het protocol 7510 mogen worden bewerkt. Dit is een limitatief aantal categorieën afvalstoffen (zoals RKGV, boorgruis en bentoniet en zand-uit-zeefzand). Deze zijn in het LAP-32 vastgesteld maar waren eerder niet expliciet in het protocol 7510 benoemd. Het explicieter duiden van de ‘tot grond te bewerken afvalstoffen’ schept duidelijkheid over welke ingangsstromen wel of niet verwerkt mogen worden.
De criteria voor acceptatie van grond c.a. (cum annexis, met aanwezige bodemvreemde bestanddelen) zijn verder verduidelijkt en op punten aangescherpt. Daarbij is het voor een grondreiniger mogelijk om onderbouwd en met instemming van het bevoegd gezag afwijkende criteria te gebruiken die beter aansluiten op zijn proces. De criteria zijn noodzakelijk om te bepalen welke techniek geschikt is én om na reiniging te bepalen of de reiniging voldoende resultaat heeft behaald.
Er is een verplichting ingevoerd om partijen grond c.a. die voor reiniging geaccepteerd zijn, daadwerkelijk te reinigen. Met de verplichting kunnen eenmaal geaccepteerde partijen ‘de keten’ niet verlaten, waardoor zij niet op andere wijze alsnog (ongereinigd) worden toegepast of nodeloos worden gestort.
Er is een verplichting ingevoerd tot het werken met statische depots: elk depot waar deelpartijen onbewerkte grond worden ingereden, moet op een zeker moment worden afgesloten. Daarna wordt begonnen met reiniging en mogen er geen deelpartijen meer worden toegevoegd.
Er mag niet meer worden gewerkt met dynamische depots die in principe oneindig ‘gevuld en geleegd’ kunnen worden. Voor bestaande (dynamische) depots geldt de verplichting om deze binnen een jaar na inwerkingtreding van de beoordelingsrichtlijn te sluiten en vanaf dat moment alleen nog te ‘legen’. Hiermee wordt beter duidelijk welke partijen in een depot aanwezig zijn en welke (proces- en partij-specifieke) parameters relevant zijn bij reiniging en bij kwalificatie.
Overige aanpassingen
In aanvulling op de verbeterde aansluiting op de Regeling bodemkwaliteit 2022 en het nieuwe protocol 9335-10 zijn in BRL 9335 nog enkele kleinere aanpassingen gedaan. De (standaard) onderzoekspakketten voor grond en waterbodem die zijn opgenomen in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn niet meer opgenomen in BRL 9335. Het onderzoekspakket dat tenminste gebruikt moet worden voor grond of baggerspecie van onbekende herkomst of zonder voldoende voorinformatie (pakket D) blijft wel opgenomen in BRL 9335 omdat dit niet is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022; dit pakket is uitgebreid met de analyse op PFAS.
De eisen voor het innemen van kleinere partijen grond zonder voldoende voorinformatie en het samenvoegen daarvan tot grotere partijen op een grondbank (BRL 9335) zijn op een andere wijze gerubriceerd en opgesteld.
Voorbereiding
Het traject voor de herziening van BRL SIKB 7500, BRL 9335 en bijbehorende protocollen is in 2021 gestart. Hiervoor is een begeleidingscommissie ingesteld waarin zowel bedrijfsleven (waaronder grondreinigers en certificatie-instellingen) als overheid (opdrachtgever, toezichthouder, wetgever) vertegenwoordigd waren. De ontwerpnormdocumenten zijn in het najaar van 2023 door het college van deskundigen bodembeheer van SIKB vrijgegeven voor een openbare reactieronde. De reacties zijn in 2024 verwerkt, of er is gemotiveerd waarom deze niet zijn verwerkt. De documenten zijn in oktober 2024 vrijgegeven door het college van deskundigen bodembeheer voor toetsing op basis van artikel 25 van het Besluit bodemkwaliteit en opname in de Regeling bodemkwaliteit 2022.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de documenten getoetst op basis van artikel 25 van het Besluit bodemkwaliteit. Voorafgaand aan de toetsing is ook een HUF-toets (Handhaafbaarheid, Uitvoerbaarheid en Fraudebestendigheid) uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Op basis van deze toetsingen is beoordeeld dat een ontwerp wijzigingsregeling voor de Regeling bodemkwaliteit 2022 kan worden opgesteld met als doel de gewijzigde en nieuwe normdocumenten aan te wijzen.
Effecten, lasten en regeldruk
De exacte financiële effecten, lasten en regeldruk voor de individuele certificaathouders zijn niet te kwantificeren en de internetconsultatie heeft hier ook geen nader inzicht in gegeven. Dat komt doordat de effecten afhankelijk zijn van de reinigingsprocessen die de certificaathouders gebruiken (onder andere hoe kapitaalintensief dit is, of hoe hun installatie en proces nu zijn ingericht). In ieder geval zullen kwaliteitssystemen aangepast moeten worden. Ook moet er, voor zover van toepassing, een certificatietraject voor protocol 9335-10 worden doorlopen. Het certificatietraject kan voor de bedrijven die al een erkenning bezitten voor de overige protocollen voor BRL 9335 in de lopende auditcyclus; dit betreft alle of nagenoeg alle bedrijven die naar verwachting gebruik gaan maken van protocol 9335-10. Hiermee blijven de effecten, lasten en regeldruk voor het bedrijfsleven beperkt. Het uitvoerend bedrijfsleven was betrokken bij de besluitvorming en is er zich bewust van dat de gemaakte keuzes deze lasten met zich meebrengen.
Tegenover financiële effecten, lasten en regeldruk worden ook duidelijke positieve effecten verwacht die groter zijn. Dit vertaalt zich in verhoogd vertrouwen in het product en minder faalkosten (meer zekerheid dat bewerking kan plaatsvinden, betere handvatten voor reinigers om materialen die niet verwerkt kunnen worden, te weigeren). Op landelijke schaal ondersteunen de nieuwe en aangepaste normdocumenten het correct toepassen van afdoende gereinigde grond.
Gevolgen voor de burger
Voor de burger zijn er geen directe of kwantificeerbare gevolgen.
Overgangstermijn protocol 7511
Van protocol 7511, getiteld ‘Ontwateren en rijpen van baggerspecie’, versie 5.1 van 2 november 2021 wordt de overgangstermijn verlengd. Dit protocol is aangewezen in categorie 18 van bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit; in plaats van tot 1 januari 2026 (Stcrt, 2024, 25405), mag dit protocol worden gebruikt tot 1 juni 2027.
Het protocol wordt gebruikt voor het samenvoegen van partijen baggerspecie, waardoor een nieuwe partij ontstaat die vervolgens weer op de markt wordt gebracht (na partijkeuring volgens BRL SIKB 1000 of met een erkende kwaliteitsverklaring op basis van BRL 9335). Het doel is dat de certificaathouders gebruik gaan maken van BRL 9335, protocol 9335-1.
Versie 4.1 van BRL 9335, protocol 9335-1 sluit minder goed aan bij de werkwijze zoals opgenomen in protocol 7511. Met name de mogelijkheid partijen met een milieuverklaring op basis van een waterbodemonderzoek (NEN 5720) samen te voegen tot nieuwe partijen groter dan 2.000 ton ontbreekt. Dit levert een logistiek probleem op. In versie 4.2 van BRL 9335, protocol 9335-1 is deze mogelijkheid wel opgenomen. Dit is de versie die met deze wijzigingsregeling wordt aangewezen.
Om certificaathouders voor protocol 7511 de gelegenheid te geven het certificaat te behalen voor BRL 9335, protocol 4.2 is daarom dezelfde overgangstermijn gewenst als voor de overgang van certificaathouders van BRL 9335, versie 4.1 naar BRL 9335, versie 4.2.
Het document waarvoor de verwijzing in categorie 1 van bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt gewijzigd is ‘BRL SIKB 7700 Aanleg of herstel van een vloeistofdichte voorziening, versie 3.0’ te weten het toevoegen van ‘wijzigingsblad 1-01 vastgesteld op 6 december 2024’
Effecten voor andere regelgeving
In dit normdocument zijn de technische eisen opgenomen waaraan vloeistofdichte bodemvoorzieningen, zoals het straatoppervlak in een tankstation, moeten voldoen die worden aangelegd door een voor dit normdocument gecertificeerd bedrijf. In de wet- en regelgeving zijn geen specifieke technische eisen opgenomen waaraan een vloeistofdichte voorziening moet voldoen.
Er is een technische eis toegevoegd voor een vloeistofdichte bodemvoorziening op een locatie waar de milieubelastende activiteit ‘Grootschalig tanken’, zoals bedoeld in paragraaf 4.40 van het Besluit activiteitenleefomgeving zal plaatsvinden, te weten de afmetingen van de vloeistofdichte vloer. Het document heeft hier ook een functie als Best Beschikbare Technieken-document.
Het komt er in hoofdlijnen op neer dat de afmeting van de vloeistofdichte vloer één meter groter is dan de lengte van de afleverslang. Hiermee wordt voorkomen dat brandstof tijdens of na het tanken over de rand van de vloeistofdichte vloer loopt en in de bodem komt. Deze maatvoering ontbreekt in het Besluit activiteiten leefomgeving. Dat kan betekenen dat ondernemingen met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700 bodembeschermende voorzieningen aan kunnen leggen die de bodem niet voldoende beschermen.
Deze technische eis (maatvoering) was eerst opgenomen in het Besluit tankstations milieubeheer (1994) en vervolgens de Activiteitenregeling milieubeheer (artikel 3.25). De eis is niet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, maar vervangen door de algemene zorgplicht. Geconstateerd is, dat dit er in de praktijk toch toe leidt dat nieuwe vloeistofdichte voorzieningen worden aangelegd met een kleinere omvang dan noodzakelijk voor een goede bescherming van de bodem. Met deze wijziging wordt interpretatieruimte weggenomen. Ook wordt met deze wijziging voorkomen dat een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit bodembeschermende voorzieningen aanlegt die de bodem niet voldoende beschermen.
In paragraaf 4.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving (specifiek artikel 4.509) is opgenomen dat de vloeistofdichte bodemvoorziening bij deze activiteit moet worden aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700. Hiermee wordt nu geborgd dat een aan te leggen voorziening ook voldoet.
Omdat op dit moment alle technische eisen aan deze vloeistofdichte voorzieningen zijn opgenomen in het normdocument en de bijbehorende protocollen voor aanleg van deze voorziening, heeft de schemabeheerder SIKB ervoor gekozen ook deze eis op te nemen in het normdocument.
Effecten, lasten en regeldruk
De eis stond tussen 1994 en 2024 in wet- en regelgeving en is niet nieuw. Door het opnemen van de technische specificatie in het normdocument voor aanleg wordt gegarandeerd dat ook nieuwe voorzieningen voldoen als deze zijn aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700, waarmee wordt voldaan aan de zorgplicht. Als er wordt gekozen voor kleinere afmetingen is er een verhoogd risico op het ontstaan van bodemverontreiniging; degene die de milieubelastende activiteit uitvoert zal dan kosten moeten maken om de bodem te saneren.
In het Besluit activiteiten leefomgeving zelf zijn naast de algemeen geldende zorgplicht geen gespecificeerde technische eisen aan de vloeistofdichte bodemvoorziening opgenomen. De specifieke eisen worden nu geregeld door de verplichte inzet van een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700 en daarmee is het van belang dat het normdocument compleet is.
Gevolgen voor de burger
Voor de burger zijn er geen directe of kwantificeerbare gevolgen.
Het document waarvoor de verwijzing in categorie 17 van bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt gewijzigd is ‘AS 6900 Inspectie Werk met IBC-bouwstof, protocol 6902 Controle staat van het IBC werk, versie 2.1’
IBC-bouwstoffen zijn bouwstoffen die vanwege de mate van emissie van milieugevaarlijke stoffen uit deze bouwstoffen alleen met isolatie-, beheers-, en controlemaatregelen in werken mochten worden toegepast (IBC-werken). Het gaat vaak om AVI-slakken (slakken van afvalverbrandingsinstallaties). Sinds het in werking treden van de Omgevingswet mogen werken met IBC-bouwstoffen niet meer worden aangelegd.
De regelgeving voor aanleg, inspectie, controle en onderhoud van IBC-werken is niet overgegaan naar de Omgevingswet en bijbehorende AMVB’s. De eisen zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, zoals die gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft gelden voor deze IBC-werken. Dit is opgenomen in artikel XVI van het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (Staatsblad 2021, 98).
De aanleg, inspectie en controle bij aanleg en onderhoud van IBC-werken valt sinds 2014 onder Kwalibo (Staatscourant 2013, 31950); hiervoor moet een geaccrediteerde en door de minister erkende instelling (bedrijf) worden ingezet. De verplichting de controle uit te laten voeren door een geaccrediteerde en erkende instelling is op dat moment ingevoerd voor alle IBC-werken die zijn aangelegd onder het Besluit bodemkwaliteit (sinds 2008).
Voor werken die eerder zijn aangelegd, blijven de eisen gelden die zijn gesteld bij de aanleg van het werk (waaronder het IPO-interimbeleid en vervolgens de uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit, en diverse documentatie die van toepassing was).
De wens van uitvoerende partijen en eigenaren van IBC-werken die zijn aangelegd voor 2008 is hiervoor ook inspectie door een geaccrediteerde instelling (bedrijf) mogelijk te maken, overeenkomstig een uniforme werkwijze. Ook is accreditatie dan mogelijk. Dit was in protocol 6902 al mogelijk voor werken die vanaf 1997 zijn aangelegd (IPO-interimbeleid en vervolgens uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit). Het protocol wordt nu uitgebreid met een werkwijze die gehanteerd kan worden voor werken die voor 1997 zijn aangelegd.
Daarbij zijn de hoofdstukken in het protocol zo ingedeeld dat onderscheid kan worden gemaakt in de controle van werken die in de verschillende periodes zijn aangelegd. De hoofdstukken 6 en 7 (en de bijlagen 3 en 9) van het gewijzigde protocol hebben betrekking op de IBC-werken van voor 2008. Het gewijzigde protocol wordt door middel van deze wijzigingsregeling aangewezen in bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022. De hoofdstukken 6 en 7 én de daarbij horende bijlagen 3 en 9 worden niet aangewezen.
Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen in de hoofdstukken die worden aangewezen, ten opzichte van het protocol 6902 versie 2, 15 februari 2018. Concreet worden er dus geen nieuwe verplichtingen geïntroduceerd.
Er is voor gekozen het nieuwe protocol wel aan te wijzen, hoewel er ten aanzien van het deel waar erkenning voor verplicht is geen wijzigingen worden doorgevoerd. Op deze wijze wordt voorkomen dat er gelijktijdig sprake is van twee versies van protocol 6902.
Effecten, lasten en regeldruk
Er zijn geen effecten.
Gevolgen voor de burger
Voor de burger zijn er geen directe of kwantificeerbare gevolgen.
In artikel 3.11, lid 7 en 8 wordt NEN 5104 vervangen door NEN 6693. In bijlage D wordt de verwijzing naar NEN 5104 vervangen door ‘NEN 6693:2025 nl Bodem, slib en grondwater – Waarneming en beschrijving van (water)bodem en grondwater’
De voor de inhoud van de Regeling bodemkwaliteit 2022 relevante onderdelen uit het reeds ingetrokken normdocument NEN 5104 zijn overgenomen in NEN 6693. Deze overgenomen onderdelen zijn inhoudelijk niet significant gewijzigd.
Redenen opstellen NEN 6693
De redenen voor het opstellen van NEN 6693 kwamen voort uit ontwikkelingen in een breder kader dan alleen milieukundig bodemonderzoek:
• De nationale implementatie van NEN-EN-ISO 25177 ‘Soil quality – Field soil description’. Dit is een brede norm op het gebied van milieu, bodemkunde, landbouw en voedsel.
• De behoefte aan uitbreiding van de inhoud van NEN 5706 ‘Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek’.
• Het intrekken van NEN 5104 ‘Geotechniek – Classificatie van onverharde grondmonsters’. NEN 5706 en de Regeling bodemkwaliteit 2022 verwijzen naar NEN 5104.
• Het uitkomen van NEN-EN-ISO 14688-1 ‘Geotechnisch onderzoek en beproeving – Identificatie en classificatie van grond – Deel 1: Identificatie en beschrijving’ met NEN 8990 ‘Nederlandse aanvulling op NEN-EN-ISO 14688-1’.
• De behoefte aan het opnemen van de beschrijving van bagger en slib en van zintuiglijke waarnemingen bij watermonstername.
De bestaande normen gaan allemaal over het beschrijven van de bodem, maar verschillen in reikwijdte. Daarom is besloten om voor milieukundig bodemonderzoek al deze elementen in één nieuwe norm uit te brengen: NEN 6693.
De inhoudelijke aspecten van NEN 5104, waar in NEN 5706 en in wetgeving naar wordt verwezen, staan nu in NEN 6693 met enkele kleine aanpassingen. Zo wordt ‘leem’ nu ‘silt’ genoemd en is de ondergrens voor de grondsoort grind 50 procent geworden in plaats van 30 procent. Ook zijn korrelgroottefracties iets anders gedefinieerd.
Deze wijzigingen zorgen ervoor dat NEN 6693 op die punten aansluit bij NEN-EN-ISO 14688 en de Nederlandse aanvulling NEN 8990. Daarmee voldoet de nieuwe NEN 6693 aan de doelstellingen van de artikelen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 waar dit normdocument is opgenomen.
Omissie in voetnoot tabel 3c van bijlage B (verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater) van de Regeling bodemkwaliteit 2022
In voetnoot 2 onder tabel 3c van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022 is een beperking voor een uitzondering specifiek voor de stofgroep PCB’s weggevallen.
Vanwege gezondheid en milieu is het niet wenselijk dat voor stoffen behorend tot de stofgroep PCB’s gebruik kan worden gemaakt van deze uitzondering die inhoudt dat maximaal twee niet-prioritaire stoffen in de zin van de Kaderrichtlijn water in een gehalte van ten hoogste 1,5 maal de norm voor verspreiden van baggerspecie in zout water aanwezig mogen zijn.
Deze beperking stond wel opgenomen in de voormalige Regeling bodemkwaliteit (artikel 4.11.1, derde lid). In de Regeling bodemkwaliteit 2022 staat nu alleen opgenomen onder voetnoot 2: ‘en met dien verstande dat voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen in de zin van de Kaderrichtlijn water aan de kwaliteitseis is voldaan als wordt voldaan aan anderhalf maal de kwaliteitseis die voor die stof is opgenomen in kolom 4 van tabel 3c.’
Dit zou betekenen dat hogere gehalten PCB’s in dit materiaal aanwezig mogen zijn dan voorafgaand aan het in werking treden van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Dit is hersteld.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft de in bijlage C aan te wijzen normdocumenten getoetst op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets). Het takenpakket van de ILT bestaat uit toezicht en handhaving op het gebruik van de normdocumenten binnen het Kwalibo-stelsel en toezicht op de Regeling bodemkwaliteit 2022.
De resultaten van de HUF-toetsen zijn aangeleverd tijdens het opstellen van deze wijzigingsregeling.
De beoordelingsrichtlijnen en de onderliggende protocollen zijn voldoende uitvoerbaar, handhaafbaar en fraudebestendig.
Dit protocol bevat ook voorschriften waarvoor geen erkenningsplicht geldt. In dit protocol zijn wijzigingen doorgevoerd, maar alleen bij voorschriften waarvoor geen erkenningsplicht geldt. Daarmee is er dus wel een nieuwe versie, maar zijn er inhoudelijk geen wijzigingen binnen de reikwijdte van Kwalibo.
De wijzigingsregeling is in de periode tussen 15 september 2025 en 24 oktober 2025 via de website www.internetconsultatie.nl ter consultatie aangeboden om een ieder de gelegenheid te geven op de voorgestelde wijzigingen te reageren. Hierop zijn in totaal 7 reacties gekomen.
1. Zes reacties gaan over de per 1 januari 2026 aflopende overgangstermijn waarbinnen protocol 7511 kan worden gebruikt (opgenomen in categorie 18 van bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022). Dit is deels gerelateerd aan het aanwijzen van het herziene protocol 9335-1 (versie 4.2) waar certificaathouders voor protocol 7511 in de toekomst gebruik van kunnen maken.
2. Eén reactie gaat over een omissie in de voetnoot van tabel 3c van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022
3. Eén reactie gaat over de overgangstermijn waarin zowel de oude als de nieuwe BRL 9335 en BRL SIKB 7500 gebruikt kunnen worden. Het verzoek is deze niet vast te leggen op 15 maanden na 1 januari 2026, maar 15 maanden na de datum van publicatie van de wijzigingsregeling in de Staatscourant.
Tot 1 januari 2026 mocht op basis van de Regeling bodemkwaliteit 2022, voorafgaand aan deze wijzigingsregeling voor het samenvoegen van partijen baggerspecie gebruik worden gemaakt van protocol 7511; het al eerdere gestelde doel was om dit in te gaan regelen in protocol 9335-1. Er is aangegeven dat het niet haalbaar was dit doel te bereiken op 1 januari 2026 om de volgende redenen:
– Het is efficiënter meteen over te stappen naar protocol 9335-1 (versie 4.2, 10 oktober 2024, met deze wijzigingsregeling aan te wijzen), in plaats van naar de versie 4.1 die 15 maanden na het in werking treden van deze wijzigingsregeling vervalt (éénmaal benoemd);
– Protocol 7511 biedt de mogelijkheid de milieukwaliteit van baggerspecie gunstiger te kwalificeren na rijping van de baggerspecie, voor zover het gaat om organische parameters (éénmaal benoemd);
– Protocol 7511 geeft geen beperking aan de maximale grootte van partijen die worden samengesteld; dit is vanuit logistiek oogpunt gewenst. Deze mogelijkheid is ook opgenomen in protocol 9335-1, versie 4.2, als de te baggeren waterbodem voorafgaand aan het baggeren is gekwalificeerd door middel van een verkennend waterbodemonderzoek, of op basis van een waterbodemkwaliteitskaart (beiden overeenkomstig de Regeling bodemkwaliteit 2022) (genoemd in alle reacties).
Naar aanleiding van de reacties is ervoor gekozen de overgangstermijn voor protocol 7511 gelijk te stellen met de overgangstermijn tussen versie 4.1 van protocol 9335, naar versie 4.2 van protocol 9335. Dit is een periode van 15 maanden na het in werking treden van deze regeling. Er is geen mogelijkheid tot gunstiger kwalificeren van baggerspecie opgenomen.
Deze voetnoot is aangepast naar aanleiding van de internetconsultatie.
Er zijn geen reacties gekomen op het aanwijzen van de nieuwe normdocumenten. De internetconsultatie heeft ook geen aanvullende informatie opgeleverd over eventuele regeldrukeffecten.
Gelijktijdig met de consultatie is advies gevraagd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het advies, met kenmerk MvH/RvZ/ATR4181/2025-U173, is op 15 november 2025 ontvangen. Er wordt geadviseerd de regeling niet vast te stellen voordat aan aantal zaken is verwerkt. Deze verwerking heeft plaatsgevonden in de toelichting, waarbij ook gebruik is gemaakt van de informatie die naar voren is gekomen uit de internetconsultatie. Het advies geeft geen aanleiding normdocumenten niet aan te wijzen.
Ten aanzien van de aanvullende eisen voor de aanleg van vloeistofdichte vloeren adviseert het college af te zien van het opnieuw opnemen van de specifieke vormvoorschriften in de regelgeving dan wel inhoudelijk te onderbouwen dat de zorgplicht voor bedrijven onvoldoende is om bodemverontreiniging bij tanklocaties te voorkomen.
In § 4.40 (artikel 4.509) van het Besluit activiteiten leefomgeving is opgenomen dat een vloeistofdichte bodemvoorziening en het vloeistofdichte deel van het vuilwaterriool bij de activiteit grootschalig tanken wordt aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700.
Het is essentieel dat degene die de milieubelastende activiteit uitvoert en het bevoegd gezag voor deze milieubelastende activiteit erop kunnen vertrouwen dat deze bodembeschermende voorziening voldoet. Daarom wordt voor de aanleg de onderneming met een erkenning bodemkwaliteit ingeschakeld. Een vloeistofdichte bodemvoorziening die een te kleine omvang heeft beschermt de bodem onvoldoende bij de milieubelastende activiteit grootschalig tanken. Zonder een duidelijke omschrijving van de omvang van de vloeistofdichte bodemvoorziening, geeft de inzet van de erkende onderneming voor de aanleg dus geen garantie dat de bodemvoorziening voldoet.
Dit is hersteld met de aanpassing van de BRL SIKB 7700. De eisen in BRL SIKB 7700 gelden voor de onderneming met een erkenning bodemkwaliteit die de bodembeschermende voorziening aanlegt.
Het college adviseert om de mogelijkheid voor bedrijven te behouden om via gelijkwaardige maatregelen – aan die nu worden voorgeschreven op grond van de BRL SIKB 7700 – te voldoen aan de algemene en specifieke zorgplicht (gericht op het voorkomen van bodemverontreiniging).
Dit valt buiten de reikwijdte van deze wijziging.
Het college adviseert om met behulp van overgangsrecht te bewerkstelligen dat de wijzigingen in de aangewezen normdocumenten en beoordelingsrichtlijnen werkbaar zijn in de praktijk en dat aldus het door de praktijk aangedragen knelpunt wordt weggenomen.
Het college adviseert duidelijk te maken of over de andere wijzigingen in de aangewezen normdocumenten en beoordelingsrichtlijnen knelpunten door de praktijk zijn benoemd en hoe het voorstel deze knelpunten oplost.
Door de praktijk is aangedragen dat er knelpunten ontstaan doordat de termijn waarop protocol 7511 mag worden gebruikt per 1 januari 2026 verloopt. De overgangstermijn is eerder verlengd (Staatscourant 2024, 25405).
Dit knelpunt viel buiten de reikwijdte van de wijzigingsregeling zoals die ter consultatie is aangeboden; de inspraakreacties hebben wel betrekking op dit punt. Voor de uitvoerende partijen is het van belang dat een alternatief beschikbaar is. Dit wordt geboden met de nieuwe versie van BRL 9335, protocol 9335-1. Overgangstermijnen worden gelijk getrokken.
In meer algemene zin is de aanbeveling van ATR bij het tot stand komen (en aanwijzen) van de normdocumenten knelpunten in de praktijk te benoemen en uit te werken hoe deze knelpunten worden opgelost. Dit is de aanpak zoals die door de schemabeheerders wordt gevolgd binnen het publiek-private Kwalibo-stelsel. In het geval er knelpunten ontstaan, worden deze opgepakt in lopende of toekomstige herzieningen van de normdocumenten. Dit is normaal gezien ook de aanleiding om normdocumenten te actualiseren of herzien. Hierbij wordt optimaal gebruik gemaakt van de kennis van de markt en de overheden, die beiden vertegenwoordigd zijn in de commissies en colleges van de schemabeheerders. Ook de benodigde overgangstermijnen worden hierbij meegenomen.
Conclusie is dat juist met de opzet van het Kwalibo-stelsel optimaal invulling wordt gegeven aan het advies van ATR.
Het college adviseert de regeldrukanalyse compleet te maken conform de Rijksbrede methodiek en daarbij in te gaan op de genoemde tekortkomingen.
De vraag gaat over zowel het aanwijzen van de wijziging van BRL SIKB 7700 als over de herziene BRL SIKB 7500 en BRL 9335.
De wijziging van BRL SIKB 7700 leidt niet tot extra regeldruk. Een vloeistofdichte voorziening aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit moet de garantie geven dat deze beschermt tegen het voorkomen van bodemverontreiniging. De afmeting van de voorziening is hiervoor essentieel. Het niet voldoende beschermen van de bodem kan leiden tot bodemverontreiniging, en daarmee tot hoge herstelkosten door degene die de milieubelastende activiteit uitvoert.
De herziening van BRL SIKB 7500 en BRL 9335 heeft bestaan uit een uitgebreid voorbereidingstraject waaraan zowel bedrijfsleven (afzonderlijk en via brancheverenigingen) als de overheid hebben deelgenomen. Hierin is onderkend dat er een aantal incidenten is geweest die hebben geleid tot hoge herstel of beheerkosten en ook sterk verminderd vertrouwen in de afzet van (met name) gereinigde grond. Dit leidt ook tot een negatief effect voor het bedrijfsleven. Dit kan niet op marktniveau worden gekwantificeerd. De nu herziene normdocumenten moeten bijdragen aan het herstel van vertrouwen (en dus ook meer opbrengsten, minder faalkosten), en eveneens voorkomen dat incidenten met grote maatschappelijke kosten optreden. Ook dit kan niet gekwantificeerd worden.
Er is geen zicht gekregen in de kosten die worden gemaakt voor de overgang naar de nieuwe normdocumenten of eventuele extra regeldruk die wordt ervaren. In algehele zin maakt de overgang deel uit van normaal lopende verbeterprocessen en bijbehorende kwaliteitsaudits binnen de bedrijven, specifiek de bedrijven de grond reinigen en weer op de markt brengen. Dit betekent dat het geen extra regeldruk met zich brengt. Bedrijven die hun proces moeten aanpassen om te voldoen aan de nieuwe normen moeten mogelijk wel investeringen doen. Er is geen inzicht gekregen in de omvang hiervan en hoe deze zich verhouden tot de opbrengsten gerelateerd aan meer vertrouwen en minder faalkosten.
De schemabeheerder SIKB heeft in november 2025 twee voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd voor het bedrijfsleven om de overgang naar de nieuwe protocollen te faciliteren en kennisnamekosten te beperken. De informatie is ook beschikbaar gesteld via de website van SIKB.
De nieuwe en gewijzigde normdocumenten, waarnaar in bijlage C en bijlage D van de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt verwezen, maakten als zodanig geen onderdeel uit van de internetconsultatie; alleen de aanwijzing van die documenten is geconsulteerd. De schemabeheerders hebben wel zelf op een eerder moment een openbare reactieronde uitgevoerd.
Op hoofdlijnen zien de procedures er als volgt uit:
Vertegenwoordigers van de werkzaamheid waarop het normdocument betrekking heeft, bijvoorbeeld aanleg van bodembeschermende voorzieningen, hebben zitting in een groep van inhoudelijk deskundigen waarin de wijzigingen worden voorbereid. Een gewijzigd of nieuw normdocument wordt vervolgens in ontwerp aan een (Centraal) College van Deskundigen, Accreditatiecollege of Normcommissie voorgelegd waarin alle belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd. Als het college of de commissie met het wijzigingsvoorstel instemt, volgt er in de regel een openbare consultatieronde. De ontwerpnormdocumenten worden via de website van de betrokken schemabeheerder bekend gemaakt en gedurende een bepaalde periode kan hierop worden gereageerd. Daarnaast worden specifieke belanghebbenden (zoals brancheorganisaties van het midden- en kleinbedrijf, certificaathouders en certificatie-instellingen) expliciet op de hoogte gebracht van de voorgenomen wijzigingen in de normdocumenten. Na afloop van de consultatie worden de reacties verwerkt. In sommige gevallen leidt dit tot aanpassing van het ontwerp. In een enkel geval wordt bij een minimale wijziging van het bestaande normdocument afgezien van een openbare consultatieronde. Het definitieve document wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het (Centraal) College van Deskundigen, het Accreditatiecollege of de Normcommissie.
Alle normdocumenten zijn door de schemabeheerders aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden om aan te wijzen in de Regeling bodemkwaliteit 2022.
Normdocumenten, specifiek in bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit 2022, kunnen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden aangewezen als voldaan wordt aan artikel 25 van het Besluit bodemkwaliteit.
De hiervoor uitgevoerde toetsing resulteert in een ambtelijk advies.
De conclusie is dat er geen belemmeringen zijn om de gewijzigde normdocumenten aan te wijzen.
Voor overige normdocumenten, opgenomen in bijlage D, wordt beoordeeld of door middel van het opnemen van het normdocument invulling wordt gegeven aan de doelstellingen van de artikelen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 waar dit normdocument is opgenomen.
De ontwerpregeling is op 19 september 2025 ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europese parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU L 241/1) voorgelegd aan de Europese Commissie (kennisgevingsnummer 2024/0211/NL). De stand-still eindigde op 19 december 2025. Er zijn geen vragen gesteld door andere lidstaten.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie. Er wordt daarmee afgeweken van het beleid van het kabinet inzake vaste verandermomenten van regelgeving. Door deze afwijking worden negatieve effecten voor de normadressaten van deze Regeling voorkomen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen
Voor meer informatie over het proces van totstandkoming van normdocumenten, zie hieronder onder ‘advies Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)’.
Voor meer informatie over het proces van totstandkoming van normdocumenten, zie hieronder onder ‘advies Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-2462.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.