Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 juni 2026, nr. MBO/56156229, houdende wijziging van de Subsidieregeling praktijkleren in verband met onder meer de uitbreiding naar Sint Eustatius en Saba, alsmede de actualisatie van de opleidingscodes met betrekking tot de aanvullende subsidie klimaat- en energietransitie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4, 5 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling praktijkleren wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘of artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de WEB BES.’ vervangen door ‘of artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB BES, of voor een leerling die bekostigd onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES.’.

2. Aan het tweede lid wordt toegevoegd ‘of dit verzorgt voor de leerling die bekostigd onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES’.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘artikel 7.2.6 van de WEB BES;’ vervangen door ‘artikel 7.2.6, vierde lid, van de WEB BES of artikel 11 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;’.

2. Aan het tweede lid wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

C

In artikel 7, onderdeel a, vervalt ‘en artikel 6.1.1. van de WEB BES,’.

D

Aan artikel 9d, tweede lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

E

In artikel 10, vierde lid, wordt ‘artikel 7.2.9, derde lid, van de WEB’ vervangen door ‘artikel 7.2.8, derde lid, van de WEB’.

F

Aan artikel 11, derde lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

G

In artikel 15, tweede lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’ ingevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

H

Artikel 15b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde lid komen te luiden:

  • 2. Voor de verstrekking van aanvullende subsidies op grond van deze paragraaf voor mbo-praktijkleerplaatsen in sectoren die contact- en conjunctuurgevoelig zijn, is voor het studiejaar 2020–2021 € 15.800.000 beschikbaar en is voor het studiejaar 2021–2022 € 19.000.000 beschikbaar.

  • 3. Voor de verstrekking van aanvullende subsidies op grond van deze paragraaf voor mbo-praktijkleerplaatsen voor opleidingen als bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling is voor studiejaar 2025–2026 € 7.000.000,– en is voor het studiejaar 2026–2027 € 8.000.000,– beschikbaar.

I

In artikel 15c1, eerste lid, wordt ‘artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de WEB BES,’ vervangen door ‘artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB BES,’.

J

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, wordt na ‘Voor aanvragers op Bonaire’ ingevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

K

In artikel 18, tweede lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’ ingevoegd ’, Sint Eustatius of Saba’.

L

In artikel 19, derde lid, wordt na ‘gerealiseerde praktijkleerplaats op Bonaire’ ingevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

M

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op werkgevers gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

N

Aan artikel 23, tweede lid, wordt toegevoegd ‘, Sint Eustatius en Saba’.

O

In artikel 27a, derde lid, wordt ‘deze gegevens’ vervangen door ‘het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers’.

P

Aan artikel 31a wordt toegevoegd ‘ en artikel 11 van het besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES’.

Q

Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:

Aan het Overzicht opleidingscodes worden de volgende codes toegevoegd:

Beroepscode

Kwalificatie

Naam opleiding

b0919

27095

Uitvoerder bouw/infra

b0357

27096

Uitvoerder gespecialiseerde aannemerij

b0216

27093

Werkvoorbereider fabricage

b0356

27094

Werkvoorbereider gespecialiseerde aannemerij

b0217

27092

Werkvoorbereider installaties

b1042

27113

Allround technicus voertuigen en mobiele werktuigen

b1041

27112

Basis technicus voertuigen en mobiele werktuigen

b1044

27111

Technisch specialist voertuigen en mobiele werktuigen

b0954

27071

Allround dakdekker bitumen en kunststof

b0952

27072

Allround monteur metalen daken en gevels

b0354

27070

Allround dakdekker pannen/leien

b0955

27051

Dakdekker bitumen en kunststof

b0351

27050

Dakdekker pannen/leien

b0350

27067

Dakdekker riet

b0953

27068

Monteur metalen daken en gevels

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

TOELICHTING

1. Algemeen

Middels deze wijzigingsregeling worden vier wijzigingen doorgevoerd in de Subsidieregeling praktijkleren (hierna: de subsidieregeling). Het gaat om de volgende wijzigingen:

  • 1. De subsidieregeling wordt opengesteld voor Sint Eustatius en Saba.

  • 2. De aanvullende subsidie voor mbo-opleidingen in sectoren die benodigd zijn voor de klimaat- en energietransitie wordt verlengd voor het studiejaar 2026–2027.

  • 3. De opleidingscodes die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie worden geactualiseerd naar aanleiding van de jaarlijkse herziening van de kwalificatiedossiers.

  • 4. Er wordt gespecifieerd welk persoonsgegeven verder mag worden verwerkt voor de uitvoering van de Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang.

2. Openstelling van de subsidieregeling voor Caribisch Nederland

Sinds 10 oktober 2010 zijn de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) als bijzondere gemeenten onderdeel van Nederland. Voor het onderwijs wordt toegewerkt naar één wettelijk kader voor Europees en Caribisch Nederland en dienen voorzieningen die in Europees Nederland beschikbaar zijn, in beginsel ook op Caribisch Nederland beschikbaar te zijn. Op deze wijze wordt aangesloten bij het kabinetsstandpunt ‘comply or explain’, waarbij het uitgangspunt is dat regelgeving van toepassing is op Caribisch Nederland of als dit niet van toepassing is wordt uitgelegd waarom dit niet van toepassing is.1

De evaluatie van de subsidieregeling die is uitgevoerd over de periode 2019 tot en met 2022 bevestigt dat, in ieder geval voor Bonaire, uitbreiding naar Caribisch Nederland wenselijk en voor Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitvoerbaar was. Deze uitbreiding is verwerkt vanaf studiejaar 2025–2026. Benoemd werd dat meer tijd nodig was om vervolgonderzoek te doen naar de uitvoerbaarheid van deze uitbreiding op Sint Eustatius en Saba.2 Sint Eustatius en Saba kennen namelijk een andere onderwijsinrichting en examensysteem dan Europees Nederland en Bonaire. Zo wordt bijvoorbeeld het onderwijs Engelstalig aangeboden volgens het curriculum van de Caribbean Examinations Council (CXC). Dit vervolgonderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden, waarna is besloten dat de uitbreiding naar Sint Eustatius en Saba mogelijk is. Met deze wijzigingsregeling wordt dan ook aan het voornemen voldaan om de subsidieregeling open te stellen voor Sint Eustatius en Saba.

Voor een goede aansluiting van het Caribbean Vocational Qualification (CVQ) op de arbeidsmarkt is in artikel 11, eerste lid, van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES vastgelegd dat 20 procent van het CVQ-onderwijs wordt gevolgd op een stageplaats. Deze buitenschoolse praktijkvorming vindt plaats bij de door de Raad onderwijs arbeidsmarkt (ROA CN) erkende leerwerkbedrijven. De regering vindt het belangrijk om ook deze leerwerkbedrijven tegemoet te komen in de begeleidingskosten voor deze leerlingen. Met onderhavige wijzigingsregeling wordt dit mogelijk gemaakt en wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het wettelijk kader voor Europees Nederland en Bonaire. Gelet op bovenstaande en de contextuele verschillen is de regeling niet één-op-één toepasbaar.

2.1 Aanvragen van een subsidie op Sint Eustatius en Saba

Gezien de kleinschaligheid van Sint Eustatius en Saba wijkt de aanvraag- en beoordelingsprocedure op enkele punten af van de procedure in Europees Nederland en is zoveel mogelijk aangesloten bij de procedure van Bonaire. De onderwijsinstellingen op Sint Eustatius en Saba zijn nog niet aangesloten op het register onderwijsdeelnemers (ROD) van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Daardoor kan tussen RVO en DUO nog geen automatische gegevenslevering plaatsvinden voor de controle op basis van inschrijfgegevens. Totdat de onderwijsinstellingen zijn aangesloten op het ROD wordt een subsidieaanvraag fysiek en schriftelijk ingediend.

Omdat voor Caribisch Nederland geen uitwisseling met DUO en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) kan plaatsvinden en bedrijven op Caribisch Nederland (nog) niet veel digitaal werken, heeft RVO een loket ingericht om de aanvragen schriftelijk in ontvangst te nemen. Het loket moet eenvoudig toegankelijk zijn voor aanvragers. RVO houdt hier rekening mee en maakt de locatie van het loket en de openingstijden tijdig bekend op haar website.

Het loket wordt bemand door een (of meerdere) medewerker(s) van RVO op Bonaire en OCW Caribisch Gebied op Sint Eustatius en Saba, die de aanvragen in ontvangst nemen, beoordelen en vervolgens aan het RVO-team op Bonaire verstrekken. Bij in ontvangstneming van de aanvraag, wordt de aanvraag inclusief bijlagen beoordeeld op volledigheid en juistheid. Mogelijk wordt de aanvrager verzocht extra gegevens aan te leveren als de gevraagde gegevens niet compleet zijn aangeleverd. Indien akkoord bevonden kan de subsidie worden verstrekt.

De aanvraag voor de subsidie bevat een door RVO opgesteld aanvraagformulier met de volgende bijlagen:

  • 1. De Praktijkleerovereenkomst (ondertekend door de CVQ-leerling die de buitenschoolse praktijkvorming volgt, de onderwijsinstelling, werkgever en het ROA);

  • 2. Een voor aanvragers op Sint Eustatius en Saba door RVO opgesteld format, dat ziet op de aanwezigheidsadministratie die gedurende het studiejaar door de CVQ-leerling die de buitenschoolse praktijkvorming volgt is ingevuld en door de werkgever is ondertekend;

  • 3. Een voor aanvragers op Sint Eustatius en Saba door RVO opgesteld format, dat ziet op de begeleidingsadministratie gedurende de buitenschoolse praktijkvorming van de CVQ-leerling. Dit format dient ondertekend te worden door CVQ-leerling die de buitenschoolse praktijkvorming volgt, de werkgever en opleidingsinstelling;

  • 4. Een kopie dagafschrift van de bank waaruit is af te leiden dat de aanvrager de houder van het bankrekeningnummer is.

3. Additionele middelen Klimaatfonds

Vanaf studiejaar 2025–2026 is een pilot gestart met additionele middelen vanuit het Klimaatfonds voor de klimaat- en energietransitie. Het doel van deze aanvullende subsidie is om het tekort aan vakmensen in deze sector aan te pakken door het stimuleren van extra praktijkleerplaatsen om deze studenten op te leiden tot vakmensen voor de klimaat- en energietransitie. De aanvullende subsidie vanuit het Klimaatfonds is een impuls voor bedrijven die praktijkleerplaatsen aanbieden voor studenten die de beroepsbegeleidende leerweg volgen (bbl-studenten). Deze bbl-studenten worden direct opgeleid om uitvoering te geven aan CO2-reducerende activiteiten, zoals de implementatie van technieken voor energie-efficiëntie, de toepassing van hernieuwbare energie en broeikasgas-reducerende technieken in het bedrijfsleven en de gebouwde omgeving.

Initieel is aangegeven dat de gereserveerde middelen na een positieve evaluatie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei zouden worden vrijgegeven. Deze evaluatie vindt echter plaats bij de voorjaarbesluitvorming in 2027 over de studiejaren 2026–2027 en 2027–2028. De pilot is gestart in studiejaar 2025–2026 en dit studiejaar is op het moment van schrijven nog niet afgerond en op basis van de beschikbare gegevens kunnen er nog geen onderbouwde conclusies getrokken worden over de effectiviteit. Om die reden is ervoor gekozen om de pilot met een jaar te verlengen.

De aanvullende subsidie uit het Klimaatfonds wordt niet beschikbaar gesteld voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen op Sint Eustatius en Saba, omdat de aanvullende subsidie van toepassing is op bbl-opleidingen in het mbo. Op Sint Eustatius en Saba worden geen opleidingen aangeboden die aanspraak maken op de aanvullende subsidie uit het Klimaatfonds. De student die een buitenlandse opleiding volgt en een verklaring van de minister heeft dat die opleiding wat betreft niveau en kwaliteit vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, van de subsidieregeling komt ondanks dat zij wel in aanmerking komt voor de reguliere subsidie niet in aanmerking voor de aanvullende subsidie uit het Klimaatfonds.

3.1 Actualisatie opleidingscodes

In bijlage 4 behorende bij artikel 15c1, eerste lid, van de regeling is een overzicht van opleidingen die in aanmerking komen voor deze aanvullende subsidie opgenomen. Bij de toekenning wordt gekeken naar deze lijst van opleidingscodes. Deze aanvullende subsidie geldt alleen voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen voor de opleidingen, waarvoor studenten zich aankomend studiejaar 2026–2027 kunnen inschrijven. Om de lijst actueel te houden is de opleidingsselectie onderhevig aan wijzigingen die voortkomen uit de herziening van dossiers, die één keer per jaar wordt vastgesteld door SBB. De opleidingen met een herziene code worden met deze wijzigingsregeling toegevoegd aan bijlage 4.

4. Verwerking van persoonsgegevens

De Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang is gekoppeld aan deze subsidieregeling.3 Deze koppeling is noodzakelijk, omdat een van de voorwaarden om voor de subsidie groepshulpen kinderopvang in aanmerking te komen, is dat er voor de betreffende groepshulp reeds subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg (SZW) of op grond van de Subsidieregeling praktijkleren. Deze koppeling vereist een verdere verwerking van het persoonsgebonden nummer, zodat RVO de rechtmatigheid van de aanvraag kan controleren.

In een recente DPIA over de subsidieregeling is geconstateerd dat in de formele grondslag voor een verdere verwerking van enkele specifieke persoonsgegevens nader moet worden geduid, zodat duidelijk is dat het alleen gaat om de verwerking van het persoonsgebonden nummer. Met onderhavige wijzigingsregeling wordt dit verwerkt.

5. Financiële gevolgen

Hieronder volgen de financiële gevolgen per wijziging uitgesplitst.

  • 1. Openstelling subsidieregeling voor Caribisch Nederland: Het subsidiebedrag dat leerwerkbedrijven op Sint Eustatius en Saba per studiejaar voor een gerealiseerde praktijkplaats ontvangen is gelijk aan het bedrag in Europees Nederland en Bonaire. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld en bekendgemaakt door middel van een bekendmakingsbesluit. Uitbetaling van de subsidie vindt plaats in Amerikaanse dollars, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vaste wisselkoers USD-EUR van het jaar van uitbetaling. De wisselkoers wordt jaarlijks vastgesteld uiterlijk op 1 januari voor het hele jaar. Voor de subsidie is een apart compartiment voor Caribisch Nederland ingericht in het bekendmakingsbesluit, welke naar rato per type leerling of student wordt aangevuld met middelen uit de sectorale compartimenten. Naar aanleiding van deze wijzigingsregeling worden Sint Eustatius en Saba aan dit compartiment toegevoegd. Hierdoor kan RVO de fysieke aanvraag, beoordeling, uitbetaling en controle van de subsidieregeling snel en flexibel uitvoeren. Met het openstellen van de subsidieregeling voor Sint Eustatius en Saba wordt een beperkte toename in aantal aanvragers voorzien. Door het gering aantal leerlingen en studenten in Caribisch Nederland en met een duidelijke raming, wordt de impact op de andere compartimenten tot een minimum beperkt.

  • 2. Additionele middelen Klimaatfonds: Voor de aanvullende subsidie wordt in 2027 voor het studiejaar 2026–2027 € 8 miljoen beschikbaar gesteld op grond van artikel 4 van de OCW-begroting. Het bedrag per praktijkleerplaats wordt evenals in studiejaar 2025–2026 berekend door dit budget te delen door het aantal praktijkleerplaatsen die in aanmerking komen voor de subsidie. Per aanvraag voor een aanvullende subsidie is een maximum vastgesteld van € 500 per leerplaats.

  • 3. Actualisatie van de opleidingscodes die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie: Dit heeft geen financiële gevolgen.

  • 4. De specificatie van welk persoonsgegeven verder mag worden verwerkt voor de uitvoering van de Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang: Dit heeft geen financiële gevolgen.

6. Overige aspecten

Uitvoering

Deze regeling wordt uitgevoerd door het team Praktijkleren van RVO. RVO is sinds het begin van de subsidieregeling in 2014 verantwoordelijk voor de uitvoering en nauw betrokken bij het opstellen van de wijzigingsregelingen. Verder heeft RVO een uitvoeringstoets uitgevoerd voor deze wijzigingsregeling en oordeelt deze uitvoerbaar. DUO heeft ook een uitvoeringstoets uitgevoerd voor de wijzigingsregeling en geeft aan dat de wijzigingsregeling geen gevolgen heeft voor hun systemen en processen.

Regeldruk en administratieve lasten

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het nauwelijks gevolgen heeft voor de regeldruk.

ARTIKELSGEWIJS

Onderdeel A

Het betreft een technische wijziging in het kader van de uitbreiding van de regeling naar Sint Eustatius en Saba.

Onderdeel B

De gegevens van CVQ-leerlingen op Sint Eustatius en Saba zijn niet opgenomen in het register, zoals bedoeld in de Wet register onderwijsdeelnemers. Aan deze voorwaarde kan op Sint Eustatius en Saba derhalve niet worden voldaan. Daarom worden de instellingsgegevens evenals op Bonaire aangeleverd bij een subsidieaanvraag.

Onderdeel C

Met de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 augustus 2025, nr. MBO/51908201, houdende wijziging van het subsidieplafond voor de aanvullende subsidie voor de mbo-praktijkplaatsen in de sectoren landbouw, horeca of recreatie in verband met een eenmalige verhoging van het subsidieplafond, de actualisatie van de opleidingscodes met betrekking tot de aanvullende subsidie klimaat- en energietransitie en twee technische wijzigingen (Stcrt. 2025, 29765) is een technische wijziging doorgevoerd, aangaande het ‘Centraal register opleidingen hoger onderwijs’. Dit is geactualiseerd naar de nieuwe term ‘Registratie instellingen en opleidingen’. Bij deze actualisatie is abusievelijk verwezen naar de WEB BES. Met deze wijzigingsregeling wordt dit hersteld.

Onderdelen D, F en G

Het betreffen technische wijzigingen in het kader van de uitbreiding van de regeling naar Sint Eustatius en Saba. Voor een toelichting op deze artikelen wordt verwezen naar de toelichting behorende bij de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 februari 2025 nr. MBO/ 49283517, houdende wijziging van de Subsidieregeling praktijkleren in verband met onder meer de uitbreiding van de regeling naar Bonaire, alsmede de uitbreiding van de doelgroep en de subsidievoorwaarden (Stcrt. 2025, 11299).

Onderdeel E

In artikel 10, derde lid, wordt ten onrechte verwezen naar het derde lid van artikel 7.2.9 van de WEB, terwijl dit het derde lid van artikel 7.2.8 van de WEB had moeten zijn. Met deze technische wijziging wordt dit hersteld.

Onderdeel H

Ten behoeve van de leesbaarheid van artikel 15b worden het tweede lid en het derde lid omgedraaid. Er wordt een lid toegevoegd waarin het subsidieplafond wordt gegeven voor de verstrekking van aanvullende subsidie voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen voor studenten van mbo-opleidingen die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie. Voor het studiejaar 2025–2026 wordt € 7 miljoen beschikbaar gesteld en voor het studiejaar 2026–2027 wordt € 8 miljoen beschikbaar gesteld.

Onderdeel I

In artikel 15c1, eerste lid, wordt ten onrechte verwezen naar het tweede lid, onderdeel b van artikel 7.2.2 van de WEB BES, terwijl dit tweede lid geen onderdelen kent. Met deze technische wijziging wordt dit hersteld.

Onderdeel J

RVO handelt op Bonaire de aanvragen in persoon af. Voor Sint Eustatius en Saba doet OCW Caribisch Gebied dit. Voor aanvragers op Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt een andere aanvraagperiode dan in Europees Nederland. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager in Europees Nederland op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid gesteld diens aanvraag aan te vullen. Met deze wijzigingsregeling wordt het vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing verklaard op Caribisch Nederland. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de Awb weliswaar niet van toepassing is op Caribisch Nederland, maar dat voor de toepassing van dit lid artikel 4:5 van de Awb wel van toepassing is, waardoor de aanvragers op Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook in de gelegenheid kunnen worden gesteld om hun aanvraag aan te vullen.

Onderdelen K en L

Het betreffen technische wijzigingen in het kader van de uitbreiding van de regeling naar Sint Eustatius en Saba. De aanvraag van de subsidie op Sint Eustatius en Saba wijkt op een aantal punten af van het proces in Europees Nederland, maar sluit zo veel mogelijk aan op hoe het is geregeld voor Bonaire. Voor een toelichting op deze artikelen wordt verwezen naar de toelichting behorende bij de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 februari 2025 nr. MBO/ 49283517, houdende wijziging van de Subsidieregeling praktijkleren in verband met onder meer de uitbreiding van de regeling naar Bonaire, alsmede de uitbreiding van de doelgroep en de subsidievoorwaarden (Stcrt. 2025, 11299).

Onderdeel M

Dit artikel vermeldt drie specifieke weigeringsgronden, naast de gronden genoemd in artikel 4:35 van de Awb. Met deze wijzigingsregeling wordt artikel 4:35 Awb van overeenkomstige toepassing verklaard op Caribisch Nederland. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de Awb weliswaar niet van toepassing is op Caribisch Nederland, maar wel voor de toepassing van dit artikel, waardoor RVO ook subsidieaanvragen op Caribisch Nederland kan weigeren als daar gegronde reden voor bestaat.

Onderdeel N

Artikel 23 regelt dat bepaalde documenten door de subsidieontvangers moeten worden bewaard. De reden hiervoor is dat controle op de naleving van de regeling plaatsvindt door middel van steekproeven. In het geval RVO overgaat tot controle door middel van een steekproef, moeten deze documenten aan RVO kunnen worden overgelegd.

Aangezien deze documenten bij een aanvraag op Sint Eustatius en Saba in ieder geval moeten worden overgelegd en de aanvraag aan de hand van deze documenten wordt beoordeeld, bestaat er voor aanvragers op Sint Eustatius en Saba, evenals bij Bonaire, geen noodzaak deze documenten te bewaren. Ze zijn immers reeds door OCW Caribisch Gebied ingezien en beoordeeld. Een bewaarplicht zou leiden tot een onnodige regeldruk voor de subsidieontvangers.

Onderdeel O

Deze bepaling brengt duidelijkheid aangaande de verdere verwerking van persoonsgegevens voor de Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang. In artikel 27a, derde lid, wordt verduidelijkt dat het gaat om het persoonsgebonden nummer. Het persoonsgebonden nummer is noodzakelijk voor RVO om te verifiëren of de groepshulp voor wie subsidie wordt aangevraagd ook degene is voor wie subsidie voor een praktijk(leer)plaats is toegekend en of er niet eerder subsidie is toegekend voor de betreffende groepshulp om zo de rechtmatigheid van de besteding van middelen te borgen.

Onderdeel Q

In verband met de herziening van de kwalificaties die één of twee keer per jaar worden vastgesteld door SBB worden met deze wijzigingsregeling de opleidingscodes, met betrekking tot de aanvullende subsidie voor mbo-opleidingen die bijdragen aan de klimaat- en energietransitie, geactualiseerd. De opleidingen met een herziene code worden met deze wijzigingsregeling toegevoegd aan bijlage 4 behorende bij artikel 15c1, eerste lid, van de subsidieregeling. De aanvullende subsidie geldt alleen voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het studiejaar 2026–2027.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 35 300-IV, nr. 11.


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 35 300-IV, nr. 11.

Naar boven