Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/104409, tot wijziging van de Aanschafsubsidieregeling zero-emissie trucks AanZET in verband met aanpassingen van financiële en technische aard (KetenID 29172)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onderdeel h, 8, eerste lid, 10, tweede lid, en 13 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Aanschafsubsidieregeling zero-emissie trucks AanZET wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

nationale typegoedkeuring:

goedkeuring als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EU) 2018/858;

EU-typegoedkeuring:

goedkeuring als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EU) 2018/858;

B

Artikel 1.5, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. Voor het jaar 2026:

    • i. € 85.800.000 voor aanvragen gedaan in de periode bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e, onder i;

    • ii. € 119.200.000 voor aanvragen gedaan in de periode bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e, onder ii.

C

In artikel 2.2, vijfde lid, vervalt ‘, of indien meerdere aanvragers die tot eenzelfde groep behoren op een werkdag een aanvraag indienen,’.

D

In artikel 2.3, tweede lid, onderdeel e, wordt ‘merk’ vervangen door ‘fabrikant’.

E

In artikel 2.4 wordt, onder vervanging van ‘; of’ aan het slot van onderdeel e door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door ‘; of’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g. indien de aanvrager niet kan aantonen dat de fabrikant van de nieuwe emissieloze vrachtauto op het moment van aanvragen beschikt over een EU-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring voor een emissieloze vrachtauto.

F

In artikel 3.2, eerste lid, wordt, onder vervanging van ‘; en’ aan het slot van onderdeel a door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door ‘; en’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. binnen één maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening desgevraagd aan te tonen dat de overeenkomst met betrekking tot de aanschaf van de nieuwe emissieloze vrachtauto onherroepelijk is geworden.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Aanschafsubsidieregeling zero-emissie trucks AanZET (hierna: AanZET). Op grond van AanZET kunnen subsidies worden verstrekt voor de aanschaf van nieuwe emissieloze vrachtauto’s.

2. Noodzaak tot wijziging

In de wijzigingsregeling van AanZET van 27 oktober 20251 was reeds een tweede openstelling voor september 2026 aangekondigd. Het beschikbare budget voor deze openstelling was op dat moment echter nog onbekend. Met deze wijzigingsregeling wordt het subsidieplafond vastgesteld voor deze tweede openstellingsperiode van AanZET in 2026. Het budget hiervoor is afkomstig uit de middelen van de terugsluis vrachtwagenheffing. Voor deze openstelling is € 119,2 miljoen beschikbaar.

Daarnaast worden enkele kleine technische wijzigingen doorgevoerd op basis van de ervaringen uit de eerdere openstelling van dit jaar. Hiermee wordt met name beoogd de beoordeling van de aanvragen te vereenvoudigen. Deze wijzigingen worden in de artikelsgewijze toelichting nader toegelicht.

Begrotingsbehandeling

De Tweede en Eerste Kamer hebben nog niet ingestemd met de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) voor 2026. Daarom kan er voor het kalenderjaar 2026 geen subsidieplafond worden vastgesteld zonder daar een voorbehoud bij te maken.

Een verlaging van een reeds bekend gemaakt en in werking getreden subsidieplafond heeft in de regel geen gevolgen voor reeds ingediende aanvragen. Artikel 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht biedt hierop een uitzonderingsmogelijkheid voor subsidieplafonds die worden vastgesteld voordat de begroting is vastgesteld of goedgekeurd. Deze bepaling borgt dat een eventuele latere plafondverlaging voor deze regeling gevolgen heeft voor eerder ingediende aanvragen.

3. Verhouding tot bestaande regelgeving

Nationaal recht

Deze wijzigingsregeling is gebaseerd op het Kaderbesluit subsidies I en M2 (hierna: Kaderbesluit). Onderdeel B van deze wijzigingsregeling (wijziging artikel 1.5) is gebaseerd op artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit, op grond waarvan bij ministeriële regeling een subsidieplafond kan worden vastgesteld.

De onderdelen C (wijziging artikel 2.2) en D (artikel 2.3) zijn gebaseerd op artikel 10, tweede lid, van het Kaderbesluit, op grond waarvan bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over de aanvraag om subsidie.

Onderdeel E (wijziging artikel 2.4) is gebaseerd op artikel 13 van het Kaderbesluit, op grond waarvan andere afwijzingsgronden dan de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 11 en 12, van het Kaderbesluit kunnen worden vastgesteld.

Ten slotte is onderdeel F (wijziging artikel 3.2) gebaseerd op artikel 4, eerste lid, aanhef, en onderdeel h, op grond waarvan bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld over verplichtingen van de subsidieontvanger in verband met de subsidie.

Europeesrechtelijke aspecten

De subsidieverstrekking op grond van AanZET is aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Subsidieverstrekking valt onder de vrijstelling van artikel 36ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Dit artikel is onder meer bedoeld voor investeringssteun voor de aanschaf van schone of emissievrije vervoermiddelen voor het wegvervoer.

4. Inhoud van de wijzigingen

De wijzigingsregeling betreft de vaststelling van het subsidieplafond voor de tweede openstellingsperiode in het kalenderjaar 2026. Met het voorgestelde budget voor de tweede openstelling van € 119,2 miljoen kunnen naar verwachting circa 1.700 emissievrije vrachtwagens worden gesubsidieerd. De middelen zijn afkomstig uit de terugsluis vrachtwagenheffing.

Naast de vaststelling van het subsidieplafond wordt een aanvraagvereiste geschrapt en worden een afwijzingsgrond en een subsidieverplichting toegevoegd. Deze wijzigingen hebben als doel de beoordeling te versnellen en te vergemakkelijken.

5. Gevolgen van de wijziging

Door de wijzigingsregeling kunnen meer ondernemers gebruik maken van een subsidie voor de aanschaf van een nieuwe emissievrije vrachtauto. De wijzigingsregeling heeft naar haar aard geen gevolgen voor de administratieve lasten voor ondernemers en burgers. Op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie kon internetconsultatie daarom achterwege blijven.

De wijzigingsregeling betreft de wijziging van subsidieplafond en enkele kleine technische wijzigingen. Dit type wijzigingen is, gelet op artikel 2, onderdeel c, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk, uitgezonderd van voorafgaande toetsing door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Om deze reden is toetsing van deze wijzigingsregeling door de ATR achterwege gebleven.

6. Inwerkingtreding

Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de door het kabinet vastgestelde vaste verandermomenten. Tevens wordt afgeweken van de in het systeem van vaste verandermomenten opgenomen minimale invoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding. De reden van deze afwijking is dat hiermee, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste private nadelen worden voorkomen (Aanwijzing voor de regelgeving, nr. 4.17, vijfde lid, onderdeel a). De kans bestaat namelijk dat investeringsmogelijkheden hierdoor zouden worden uitgesteld. De voorgestelde inwerkingtreding betekent dat aanvragers ook in de tweede helft van 2026 in aanmerking kunnen komen voor een subsidie. Dit komt de energietransitie in het wegvervoer en het klimaat ten goede.

Daarbij wordt de doelgroep van deze wijzigingsregeling geïnformeerd door informatie op de website van Rijksdienst voor ondernemend Nederland (hierna: RVO), die met de subsidievertrekking op grond van deze regeling is belast.

De korte invoeringstermijn is niet bezwaarlijk voor RVO, omdat zij al op de hoogte is van deze wijziging en deze onmiddellijk kan toepassen.

Artikelsgewijs

Onder A (wijziging artikel 1.1)

Aan de begripsbepalingen zijn twee begrippen ingevoegd in verband met de wijziging van artikel 2.4, waaraan een nieuw onderdeel (g) is toegevoegd. Verwezen zij naar de toelichting bij dat artikel.

Onder B (wijziging artikel 1.5)

Het subsidieplafond voor de tweede periode van 2026 waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd, is vastgesteld op € 119.200.000.

Onder C (wijziging artikel 2.2)

Het aanvraagvereiste dat aanvragers die tot eenzelfde groep behoren op een werkdag niet meerdere aanvragen mogen indienen, is vervallen.

Gelet op de hoogte van beschikbare budget wordt dit niet meer relevant geacht, terwijl het in de praktijk bij de beoordeling wel tot problemen leidde, omdat ondernemingen zich niet altijd bewust blijken te zijn van de groep (als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek) waartoe zij behoren.

Onder D (wijziging artikel 2.3)

In lijn met de in deze wijzigingsregeling opgenomen afwijzingsgrond van artikel 2.4, onderdeel g, wordt ‘merk’ vervangen door ‘fabrikant’. Het betreft dezelfde informatie, namelijk de naam van de fabrikant van de nieuwe emissieloze vrachtauto waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Onder E (wijziging artikel 2.4)

Door het opnemen van deze afwijzingsgrond wordt enkel subsidie verstrekt voor nieuwe emissieloze vrachtauto’s waarvan de fabrikant reeds een typegoedkeuring heeft voor een emissieloze vrachtauto. Dat kan zijn een typegoedkeuring voor de nieuwe emissieloze vrachtauto waarvoor subsidie wordt aangevraagd, maar kan ook een typegoedkeuring zijn voor een ander type emissieloze vrachtauto. Zo wordt voorkomen dat aanvragen worden ingediend voor vrachtauto’s die alleen nog maar op papier bestaan en waarvan het niet realistisch wordt geacht dat ze ook daadwerkelijk binnen de daarvoor gestelde termijn in de handel zullen worden gebracht en op kenteken kunnen worden gezet door de aanvrager.

Onder F (wijziging artikel 3.2)

In de praktijk bleken subsidieontvangers soms lang te wachten met het definitief bestellen van de nieuwe emissieloze vrachtauto of vrachtauto’s waarvoor subsidie was verleend, met als gevolg dat het lang(er) duurt voordat deze vrachtauto’s op de weg komen.

Gelet hierop verplicht deze subsidieverplichting een subsidieontvanger om binnen één maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening desgevraagd aan te tonen dat de overeenkomst met betrekking tot de aanschaf van de nieuwe emissieloze vrachtauto onherroepelijk is geworden. Anders gezegd is de subsidieontvanger verplicht om binnen één maand na toekenning van de subsidie de nieuwe emissieloze vrachtauto of vrachtauto’s bij de vrachtautodealer waarmee de subsidieontvanger de overeenkomst voor de aanschaf van de nieuwe emissieloze vrachtauto of vrachtauto’s heeft gesloten, definitief te bestellen. RVO zal steekproefsgewijs hierop controles uitvoeren en de subsidie terugvorderen als niet aan deze verplichting is voldaan.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

Naar boven