U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 24 april 2026, nr. 2026-0000192640, houdende wijziging van de Omgevingsregeling in verband met de eerste tranche van de implementatie van de Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275) [KetenID WGK026749]

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op artikel 4.3, vierde lid, van de Omgevingswet en artikel 6.5a van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

Besluit:

ARTIKEL I

De Omgevingsregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.11 (vaststellen energielabel voor woningen en woongebouwen)

  • 1.

    De energieprestatie van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt opgenomen en geregistreerd door een energieadviseur werkzaam voor een NL-EPBD-certificaathouder volgens BRL 9500-W.

  • 2.

    Het bij de bepaling van de energieprestatie gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501.

  • 3.

    Na registratie van de energieprestatie door de energieadviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, wordt het energielabel voor die woonfunctie, dat woongebouw of die logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw vastgesteld en afgegeven door de Minister van Binnenlandse ZakenVolkshuisvesting en KoninkrijksrelatiesRuimtelijke Ordening.

  • 4.

    Het primair fossiel energiegebruik van de woonfunctie, het woongebouw of die logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt met behulp van de als bijlage IX opgenomen tabel omgezet in een letter of lettercombinatie. Bij de berekening van het primair fossiel energiegebruik van een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw wordt, als energiemaatregelen op gebiedsniveau van toepassing zijn, gerekend met forfaitaire waarden voor deze maatregelen.

  • 5.

    Voor een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026, kan op het energielabel naast de letter of lettercombinatie, bedoeld in het vierde lid, de aanduiding A0 worden toegevoegd, als:

    • a.

      de energiebehoefte een waarde heeft van ten hoogste de in tabel 4.148A van het Besluit bouwwerken leefomgeving aangegeven waarde;

    • b.

      het primair fossiel energiegebruik een waarde heeft van ten hoogste de waarde opgenomen in de in bijlage IXa opgenomen tabel;

    • c.

      het aandeel hernieuwbare energie een waarde heeft van ten minste de in tabel 4.148A van het Besluit bouwwerken leefomgeving aangegeven waarde; en

    • d.

      ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen wordt veroorzaakt.

B

Artikel 5.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.12 (vaststellen energielabel voor utiliteitsgebouwen)

  • 1.

    De energieprestatie van een gebruiksfunctie of gebouw, niet zijnde een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, wordt opgenomen en geregistreerd door een energieadviseur werkzaam voor een NL-EPBD-certificaathouder volgens BRL 9500-U.

  • 2.

    Het bij de bepaling van de energieprestatie gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501.

  • 3.

    Na registratie van de energieprestatie door de energieadviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, wordt het energielabel voor dat utiliteitsgebouw vastgesteld en afgegeven door de Minister van Binnenlandse ZakenVolkshuisvesting en KoninkrijksrelatiesRuimtelijke Ordening.

  • 4.

    Het primair fossiel energiegebruik van het utiliteitsgebouw wordt met behulp van de als bijlage X opgenomen tabel omgezet in een letter of lettercombinatie. Bij de berekening van het primair fossiel energiegebruik van het utiliteitsgebouw wordt, als energiemaatregelen op gebiedsniveau van toepassing zijn, gerekend met kwaliteitsverklaringen voor deze maatregelen.

  • 5.

    Voor een utiliteitsgebouw waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026, kan op het energielabel naast de letter of lettercombinatie, bedoeld in het vierde lid, de aanduiding A0 worden toegevoegd, als:

    • a.

      de energiebehoefte een waarde heeft van ten hoogste de in tabel 4.148A van het Besluit bouwwerken leefomgeving aangegeven waarde;

    • b.

      het primair fossiel energiegebruik een waarde heeft van ten hoogste de waarde opgenomen in de in bijlage Xa opgenomen tabel;

    • c.

      het aandeel hernieuwbare energie een waarde heeft van ten minste de in tabel 4.148A van het Besluit bouwwerken leefomgeving aangegeven waarde; en

    • d.

      ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen wordt veroorzaakt.

C

Na artikel 5.13 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5.13a (verplichte elementen energielabel)

  • 1.

    Het energielabel, bedoeld in artikel 5.11, derde lid, en artikel 5.12, derde lid, bevat:

    • a.

      de energielabelklasse;

    • b.

      het berekende jaarlijkse primair fossiel energiegebruik in kWh/(m2.jaar);

    • c.

      het aandeel hernieuwbare energie;

    • d.

      de operationele broeikasgasemissies in kgCO2/(m2.jaar), wanneer beschikbaar;

    • e.

      de feitelijke en potentiële bijdrage aan de opwarming van de aarde gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw, wanneer beschikbaar;

    • f.

      het berekende jaarlijkse finale energiegebruik in kWh/(m2.jaar);

    • g.

      het berekende jaarlijkse primaire en finale energiegebruik in kWh;

    • h.

      de productie van hernieuwbare energie in kWh;

    • i.

      de belangrijkste energiedrager en het belangrijkste type hernieuwbare energiebron;

    • j.

      de berekende jaarlijkse energiebehoefte in kWh/(m2.jaar);

    • k.

      de vermelding of het gebouw in staat is te reageren op externe signalen en het energiegebruik aan te passen;

    • l.

      de vermelding of het verwarmingsdistributiesysteem in het gebouw ontworpen is om te functioneren bij lage temperaturen of efficiëntere temperatuurniveaus; en

    • m.

      de contactgegevens van het Energiehuis voor advies over renovatie.

  • 2.

    De elementen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, staan op de voorpagina van het energielabel.

Artikel 5.13b (verplichte elementen energielabel)

  • 1.

    De aanbevelingen, bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, hebben betrekking op maatregelen die uitgevoerd kunnen worden:

    • a.

      in samenhang met een ingrijpende renovatie van de bouwschil of een of meer technische bouwsystemen; en

    • b.

      voor individuele onderdelen van dat gebouw of gedeelte daarvan zonder dat sprake is van een ingrijpende renovatie.

  • 2.

    De aanbevelingen bevatten in ieder geval:

    • a.

      een beoordeling of de systemen voor verwarming, ventilatie, airconditioning en warmwater voor huishoudelijke doeleinden zodanig kunnen worden aangepast dat zij werken bij efficiëntere temperatuurinstellingen; en

    • b.

      een beoordeling van de resterende levensduur van de verwarmingssystemen of airconditioningsystemen en, in voorkomend geval, vermelding van mogelijke alternatieven voor vervanging.

  • 3.

    De aanbevelingen houden rekening met locatiegebonden omstandigheden en bouwtechnische belemmeringen en bieden een raming voor de gebouwgebonden energiebesparingen en de vermindering van de operationele broeikasgasemissies.

D

Artikel 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.14 (registratie energielabel)

  • 1.

    De Minister van Binnenlandse ZakenVolkshuisvesting en KoninkrijksrelatiesRuimtelijke Ordening kan registreren:

    • a.

      gegevens over voor welke gebouwen de energieprestatie is geregistreerd, waaronder adresgegevens, identificerend objectnummer van het pand of verblijfsobject als bedoeld in artikel 19 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de opleverstatus van het gebouw;

    • b.

      kenmerken van de registratie van de energieprestatie bedoeld in artikel 5.45.11, eerste en tweede lid, en artikel 5.12, eerste en tweede lid, waaronder de aanduiding van het soort opname van de energieprestatie, de opnamedatum van de energieprestatie en gegevens over de energieadviseur, de NL-EPBD-certificaathouder en de geattesteerde software;

    • c.

      de registratiedatum van de energieprestatie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het unieke registratienummer van het energielabel; en

    • d.

      de gegevens, bedoeld in artikel 5.13, op basis waarvan het energielabel is vastgesteld.

  • 2.

    De minister beheert de registratie.

  • 3.

    De registratie heeft tot doel het toezicht op de naleving en handhaving van de voorschriften op het gebied van energielabels te kunnen waarborgen en de verstrekking van de gegevens aan de instellingen en organisaties, bedoeld in het vijfde lid, mogelijk te maken voor zover de gegevens noodzakelijk zijn in verband met hun werkzaamheden als bedoeld in het vijfde lid.

  • 4.

    De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  • 5.

    De minister kan het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan:

    • a.

      certificatie-instellingen, voor zover dehet energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun taak zoals omschreven in BRL 9500-W en BRL 9500-U;

    • b.

      het centraal bureau voor de statistiek, voor zover dehet energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het van overheidswege uitvoeren van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap; en

    • c.

      andere onderzoeksinstellingen en -organisaties, voor zover dehet energielabel en die gegevens gebruikt worden voor wetenschappelijke, statistische of historische doeleinden en de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig geschaad wordt.

  • 6.

    De minister kan het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan de eigenaar van het gebouw waarvoor het energielabel is afgegeven en aan de persoon die in de basisregistratie personen op het woonadres van dat gebouw staat ingeschreven.

    De minister verstrekt het energielabel, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U, aan de eigenaar van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven.

  • 7.

    De gegevens in de registratie worden ten hoogste vijftien jaar bewaardminister verstrekt het energielabel en de gegevens, gerekend vanaf de opnamedatum van de energieprestatie voor een energielabel.bedoeld in het eerste lid, aan:

    • a.

      de persoon die in de basisregistratie personen op het woonadres van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven, staat ingeschreven; en

    • b.

      de energieadviseur, bedoeld in de artikelen 5.11, eerste lid, en 5.12, eerste lid, voor het gebouw of gedeelte daarvan waarvan hij de energieprestatie heeft geregistreerd.

  • 8.

    De gegevens in de registratie worden ten hoogste vijftien jaar bewaard, gerekend vanaf de opnamedatum van de energieprestatie voor een energielabel.

E

Artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.15 (zichtbaar ophangen energielabel)

Bij de toepassing van artikel 6.30, tweede en derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt ten minste een weergave van de numerieke energieprestatie-indicator van het primair fossiel energiegebruik in kWh/(m2.jaar) en de in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van dat energiegebruik opgehangen op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats in het gebouw.

F

Paragraaf 5.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

§ 5.1.3 Airconditioningsystemen en verwarmingssystemen[Vervallen]

§ 5.1.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.17 (toepassingsbereik)

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de keuring van airconditioningsystemen, bedoeld in paragraaf 6.5.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, en verwarmingssystemen, bedoeld in paragraaf 6.5.4, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

§ 5.1.3.2 Keuring van airconditioningsystemen

Artikel 5.18 (keuring airconditioningsystemen)
  • 1.

    De keuring van een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW, wordt verricht door deskundigen met een diploma EPBD A-airconditioningsystemen en een diploma EPBD-B airconditioningsystemen.

  • 2.

    De keuring wordt gedaan volgens de inspectiemethodiek zoals opgenomen in bijlage XI.

  • 3.

    Het keuringsverslag van een in het eerste lid bedoelde keuring wordt opgesteld door een deskundige met het diploma EPBD B-airconditioningsystemen.

  • 4.

    De deskundige:

    • a.

      registreert de datum van de keuring van het systeem in het bij het systeem behorende logboek;

    • b.

      verstrekt het keuringsverslag binnen vier weken na de keuring aan de opdrachtgever; en

    • c.

      meldt de keuring binnen vier weken nadat deze is verricht af bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen instantie.

  • 5.

    De deskundige en de opdrachtgever bewaren het keuringsverslag ten minste vijf jaar.

Artikel 5.18a (keuring gecombineerde verwarmings- en airconditioningsystemen)
  • 1.

    Een technisch bouwsysteem dat zowel ruimteverwarming als ruimtekoeling verzorgt en waarbij de warmtegenerator nuttige warmte genereert door het opvangen van warmte uit de lucht, ventilatie van afvoerlucht of een water- of aardwarmtebron met een warmtepomp wordt alleen gekeurd volgens artikel 6.37 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 2.

    Een technisch bouwsysteem met een ventiliatiesysteem gecombineerd met zowel een verwarmingssysteem als een airconditioningsysteem wordt alleen gekeurd volgens artikel 6.37 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 3.

    Een ventilatiesysteem als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt alleen gekeurd als dit het primaire afgiftesysteem is voor ruimteverwarming of ruimtekoeling.

§ 5.1.3.3 Eisen vakbekwaamheid keuring airconditioningsystemen

Artikel 5.19 (exameninstelling airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst de instellingen aan die zijn belast met:

    • a.

      het afnemen van het examen airconditioningsysteemdeskundige;

    • b.

      het afnemen van het herexamen; en

    • c.

      het afnemen van het bijscholingsexamen.

  • 2.

    Een exameninstelling voor airconditioningsysteemdeskundigen:

    • a.

      bezit rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      heeft een vestiging in Nederland;

    • c.

      beschikt over voldoende deskundigheid om examens op te stellen en af te nemen;

    • d.

      beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld; en

    • e.

      beschikt over faciliteiten om examens af te nemen.

  • 3.

    De minister kan een adviescommissie instellen die adviseert over de beoordeling van de deskundigheid, bedoeld in het tweede lid, onder c.

  • 4.

    De adviescommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

  • 5.

    De minister kan aan de aanwijzing voorschriften verbinden.

  • 6.

    De minister kan de aanwijzing intrekken als een exameninstelling niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften.

Artikel 5.20 (examenreglement airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    Een exameninstelling voor airconditioningsysteemdeskundige stelt een examenreglement en een huishoudelijk reglement vast.

  • 2.

    Een exameninstelling treft doeltreffende maatregelen om fraude bij het examen te voorkomen.

  • 3.

    Een exameninstelling verstrekt op verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft.

  • 4.

    Als een exameninstelling niet voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.

Artikel 5.21 (examen airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    Het examen airconditioningsysteemdeskundige bestaat uit theorietoetsen en praktijktoetsen als bedoeld in bijlage XII.

  • 2.

    De exameninstelling bericht de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen drie weken welke deelnemers het examen met goed gevolg hebben afgelegd.

  • 3.

    Na ontvangst van het bericht geeft de minister het diploma EPBD A-airconditioningsystemen of het diploma EBPD B-airconditioningsystemen af aan de deelnemers.

  • 4.

    De exameninstelling registreert de uitslagen van de afgelegde examens.

Artikel 5.22 (herexamen airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    Als een deelnemer bij een of meer onderdelen van het examen airconditioningsysteemdeskundige in onvoldoende mate voldoet aan de in bijlage XII opgenomen eisen, wordt de deelnemer een keer in de gelegenheid gesteld een herexamen te doen voor dat onderdeel of die onderdelen.

  • 2.

    Het herexamen vindt plaats binnen zes maanden nadat de deelnemer van de uitslag van het afgelegde examen op de hoogte is gesteld.

  • 3.

    De artikelen 5.20, tweede lid, en 5.21 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.23 (diploma airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    Een diploma voor airconditioningsysteemdeskundige vermeldt ten minste:

    • a.

      de volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats van de houder van het diploma;

    • b.

      de datum van afgifte en de ondertekening door de minister; en

    • c.

      de geldigheidsduur.

  • 2.

    Een diploma is vijf jaar geldig.

Artikel 5.24 (registratie diploma airconditioningsysteemdeskundige)
  • 1.

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties registreert:

    • a.

      aan welke personen een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EBPD B-airconditioningsystemen is afgegeven;

    • b.

      de datum van afgifte van het diploma; en

    • c.

      de geldigheidsduur van het diploma.

  • 2.

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beheert de registratie.

  • 3.

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  • 4.

    De gegevens uit de registratie worden door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld op www.rvo.nl.

  • 5.

    De gegevens in de registratie worden zeven jaar bewaard.

Artikel 5.25 (bijscholingsexamen airconditioningsystemen)
  • 1.

    Een airconditioningsysteemdeskundige kan een bijscholingsexamen afleggen tot uiterlijk twee jaar nadat de geldigheidsduur van het diploma is verstreken.

  • 2.

    De artikelen 5.20, tweede lid, 5.21 en 5.22 zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van examen wordt gelezen: bijscholingsexamen.

  • 3.

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verlengt de geldigheidsduur van een diploma met vijf jaar als een airconditioningsysteemdeskundige voldoet aan de in bijlage XIII opgenomen eisen zoals blijkt uit een bijscholingsexamen.

  • 4.

    De minister geeft een getuigschrift af van de verlenging, bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    Het eerste en derde lid en de artikelen 5.23 en 5.24 zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van diploma wordt gelezen: getuigschrift.

§ 5.1.3.4 Keuring verwarmingssysteem

Artikel 5.27 (keuringsverslag en afmelding)
  • 1.

    Het verslag van de keuring van een verwarmingssysteem, bedoeld in artikel 6.42 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt ten minste zes jaar bewaard.

  • 2.

    Degene die de keuring verricht, meldt deze binnen vier weken na het verrichten ervan af bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen instantie.

G

Na paragraaf 5.1.6 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5.1.7 Systeem voor gebouwautomatisering en -controle

Artikel 5.32c (toepassingsbereik)

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op:

  • a.

    een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in paragraaf 3.7.12 en paragraaf 4.4.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en

  • b.

    een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in paragraaf 4.4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 5.32d (systeem voor gebouwautomatisering en -controle bestaande bouw anders dan een woonfunctie)

  • 1.

    Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 3.146 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voldoet ten minste aan de volgende eisen:

    • a.

      de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse C, met uitzondering van functie 7.4 en de situaties, bedoeld in het tweede lid; en

    • b.

      functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse B.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt voor de volgende situaties dat:

    • a.

      als bestaande zonwering niet automatisch bedienbaar is, functie 6 , bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse D; en

    • b.

      als geen luchtkleppen per ruimte aanwezig zijn, voor functie 4.1, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, tijdsturing op de centrale ventilatie-unit toegepast mag worden.

  • 3.

    Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing als vanwege de veiligheid of gezondheid van personen een functie, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, continu beschikbaar moet zijn.

Artikel 5.32e (systeem voor gebouwautomatisering en -controle nieuwbouw anders dan een woonfunctie)

Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in de artikelen 4.160d en 5.21g van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voldoet ten minste aan de volgende eisen:

  • a.

    de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse B, met uitzondering van functie 7.4; en

  • b.

    functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse A.

Artikel 5.32f (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen nieuwbouw woonfunctie)

  • 1.

    Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in de artikelen 4.160g en 5.21h van het Besluit bouwwerken leefomgeving, heeft ten minste een energiemeter die gegevens registreert over:

    • a.

      de elektriciteit die geleverd wordt vanuit het distributiesysteem voor elektriciteit naar de woonfunctie; en

    • b.

      voor zover van toepassing:

      • 1°.

        de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;

      • 2°.

        de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;

      • 3°.

        het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en

      • 4°.

        het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.

  • 2.

    De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, onder 1° tot en met 3°, worden op de energiemeter weergegeven als actuele waarden en als periodieke waarden op minimaal dag-, maand- en jaarbasis.

  • 3.

    Als de energiemeter voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van een extern aangesloten elektronisch beeldscherm of een dongel:

    • a.

      is de energiemeter voorzien van een poortconnector die voldoet aan de eisen opgenomen in paragraaf 5.1 van de P1 Companion Standard; en

    • b.

      heeft het elektronisch beeldscherm of de dongel ten minste twee poort connectoren.

  • 4.

    Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in artikel 4.160g van het Besluit bouwwerken leefomgeving heeft, in aanvulling op het eerste lid, leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen.

H

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE II BIJ ARTIKEL 1.4 VAN DEZE REGELING (UITGAVEN EN VERWIJZINGEN)

Norm

Naam

Datum of versie

Uitgever

Hoofdstuk in besluit of regeling waarin verwijzing staat1

AERIUS Calculator

AERIUS | Rekeninstrument voor de leefomgeving

2025

RIVM (www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 van deze regeling

AERIUS Monitor

AERIUS Monitor

2025

RIVM (www.rivm.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

AERIUS Register

AERIUS Register

2025

RIVM (www.rivm.nl)

Hoofdstukken 8 en 10 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 3.7 van deze regeling

Algemene BeoordelingsMethodiek

Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM), methode ter bepaling van de benodigde saneringsinspanning bij lozingen op basis van stofeigenschappen

2016

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 7 van deze regeling

API 1004

Bottom Loading and Vapor Recovery for MC-306 & DOT-406 Tank Motor Vehicles

01‑01‑2003

American Petroleum Institute

(www.api.org)

Hoofdstuk 4 Bal

AS SIKB 2000

Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

AS SIKB 3000

Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, grondwater- en waterbodemonderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

AS SIKB 6700

Accreditatieschema Inspectie bodembeschermende voorzieningen

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

AS SIKB 6800

Accreditatieschema Controle en keuring tank(opslag)installaties

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BBT-document emissiearm aanwenden

BBT-document emissiearm aanwenden

Versie 1.0, mei 2020

Rijkswaterstaat

www.iplo.nl

Hoofdstuk 4 Bal

BeoordelingsrichtlijnomgevingsDNA-methode

Beoordelingsrichtlijn InsulaCertificatieInsula Certificatie-200 uitgebreidsporenonderzoek middels E-DNA

28 februari 2025

(www.insula-certificatie.nl

Hoofdstuk 4 vandezevan deze regeling

Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken

Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken

Versie 2.0, 19 februari 2025

Stichting Nationale Milieudatabase

(www.milieudatabase.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl en hoofdstuk 5 van deze regeling

Blauwalgenprotocol

Blauwalgenprotocol 2012, zoals vastgesteld door het Nationaal Water Overleg

2012

Rijkswaterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Hoofdstuk 10 Bkl

Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen

Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen

Versie 2020-01, april 2020

Rijkswaterstaat

(www.iplo.nl)

Bijlage XVIII Bkl

BRL 9313

Beoordelingsrichtlijn Zand uit dynamische wingebieden

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Kiwa (www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL 9321

Beoordelingsrichtlijn

Milieuhygiënische kwaliteit van industriezand en (gebroken) industriegrind

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Kiwa (www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL 9335

Beoordelingsrichtlijn Grond

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB (www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL 9500-U

Beoordelingsrichtlijn Energieprestatie van utiliteitsgebouwen

14 oktober 2025

Stichting InstallQ

(www.installq.nl)

Hoofdstuk 5 van deze regeling

BRL 9500-W

Beoordelingsrichtlijn Energieprestatie van woningen en woongebouwen

14 oktober 2025

Stichting InstallQ

(www.installq.nl)

Hoofdstuk 5 van deze regeling

BRL 9501

Beoordelingsrichtlijn Methoden voor het berekenen van het energiegebruik van gebouwen en de energetische en financiële gevolgen van energiebesparingsmaatregelen

14 oktober 2025

Stichting InstallQ

(www.installq.nl)

Hoofdstukken 5 en 7 van deze regeling

BRL-K519

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van weekgemaakt polyvinylchloride (PVC-P), met of zonder versterking

15‑06‑2006

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K537

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Verwerken van Kunststoffolie

01‑01‑2010

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K538

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van hoge dichtheid polyetheen zonder versterking

15‑06‑2006

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K546

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van lage dichtheid polyetheen, met of zonder versterking

15‑06‑2006

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K779

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Inwendige bekleding op stalen tanks voor brandbare vloeistoffen

15‑07‑2010, met wijzigingsblad van 15‑03‑2015

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K790

Beoordelingsrichtlijn K790, Appliceren van bekledingen op stalen opslagtanks of stalen leidingen

Versie 03

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K902

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Tanksanering HBO/diesel

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K904

Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Tanksaneringen, KIWA Nederland B.V.

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL-K1149

Nationale Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO procescertificaat voor verwerken van kunststof folie

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Kiwa

(www.kiwa.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL KvINL 6000-21/00

BRL 6000 Deel 21, Ontwerpen en installeren van energiecentrales van bodemenergiesystemen en het beheren van bodemenergiesystemen Beoordelingsrichtlijn voor het KvINL procescertificaat voor 'ontwerpen, installeren en beheren van installaties'

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

Stichting InstallQ

(www.installq.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 2000

Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

BRL SIKB 2100

Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 6000

Beoordelingsrichtlijn Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB (www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 7000

Beoordelingsrichtlijn Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 7500

Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB (www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 7700

Beoordelingsrichtlijn Aanleg of herstel van een vloeistofdichte voorziening

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

BRL SIKB 7800

Beoordelingsrichtlijn voor Tankinstallaties (ontwerpen, installeren, modificeren, (her)classificeren, keuren en herstellen

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

BRL SIKB 11000

Beoordelingsrichtlijn Ontwerp, realisatie, beheer en onderhoud van het ondergrondse deel van installaties voor bodemenergie

Datum of versie zoals vermeld in bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

CAP 764

Civil Aviation Authority Policy and Guidelines on Wind Turbines

Versie 6, 01‑02‑2016

Civil Aviation Authority

(http://www.caa.co.uk)

Hoofdstuk 7 Bal

Carola

Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas

Versie 1.0.0

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

CCV-inspectieschema Brandbeveiliging

CCV- inspectieschema Brandbeveiliging, Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen

2023

CCV

(www.hetccv.nl)

Hoofdstukken 4 en 6 Bbl

CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Vuurwerk

CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Vuurwerk

Versie 1.0, 01‑02‑2019 + A1

CCV

(www.hetccv.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

CCV-inspectieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Vuurwerk

CCV-inspectieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Vuurwerk

Versie 1.0, 15‑11‑2019 + A1

CCV

(www.hetccv.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Checklist Veilig onderhoud

Checklist veilig onderhoud op en aan gebouwen

2012

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

(www.rijksoverheid.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen

CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen

2004

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Hoofdstuk 7 van deze regeling

CUR/PBV-Aanbeveling 51

CUR/PBV-Aanbeveling 51: Milieutechnische criteria voor bedrijfsriolering

Augustus 1997

Stichting CUR (www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

CUR/PBV-Aanbeveling 65

CUR/PBV-Aanbeveling 65: Ontwerp, aanleg en herstel van vloeistofdichte voorzieningen van beton

2005

Stichting CUR (https://www.cur-aanbevelingen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Gedragscode soortenbescherming Aedes

Gedragscode soortenbescherming voor woningcorporaties – Onderhouden en renoveren in het kader van het verduurzamen van woningen

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming gemeenten

Gedragscode soortenbescherming gemeenten

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming Havenbedrijven

Gedragscode soortenbescherming Havenbedrijven

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming Natuurbeheer

Gedragscode voor natuurbeheer

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming ProRail

Gedragscode Omgevingswet flora & fauna

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming Provinciale Infrastructuur

Gedragscode soortenbescherming Provinciale infrastructuur

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat

Gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming VEWIN

Gedragscode Omgevingswet (onderdeel flora- en fauna-activiteiten) voor drinkwaterbedrijven

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen

Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Gedragscode houtopstanden TenneT

Gedragscode houtopstanden en houthakbeheer

2025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland www.rvo.nl

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Handboek Immissietoets

Handboek Immissietoets

2019

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 4 Bal, bijlage XVII Bkl en hoofdstuk 7 van deze regeling

Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector

Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector

Versie 2.0, 20‑02‑2014

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

IALA Recommendation O-139

IALA Recommendation O-139 on The Marking of Man-Made Offshore Structures

Versie 2, 13‑12‑2013

International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities

(http://www.iala-aism.org)

Hoofdstuk 7 Bal

Informatiemodel Externe Veiligheid

Informatiemodel Externe Veiligheid (IMEV)

https://docs.geostandaarden.nl/imev/imev/

Geonovum (http://geonovum.nl)

Artikel 12.2 van deze regeling

Informatiemodel geluid

Informatiemodel geluid (IMG)

https://docs.geostandaarden.nl/cvgg/img

Geonovum

(http://www.geonovum.nl)

Artikel 12.71e van deze regeling

INRS 007/V01.01

Trichlorure d'azote et autres composés chlorés M-104

November 2017

INRS

(http://www.inrs.fr/metropol)

Hoofdstuk 15 Bal

Integrale aanpak

van

risico’s van onvoorziene lozingen

Integrale aanpak

van

risico’s van onvoorziene lozingen

2000

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Hoofdstuk 7 van deze regeling

Integrale bedrijfstakstudie tankautoreiniging

Integrale bedrijfstakstudie tankautoreiniging

April 2002

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

ISO 5815-1

Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

ISO 8297

Acoustics - Determination of sound power levels of multisource industrial plants for evaluation of sound pressure levels in the environment

1994

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVh bij deze regeling

ISO 9614-1

Acoustics — Determination of sound power levels of noise sources using sound intensity — Part 1: Measurement at discrete points

1993

ISO

(www.iso.org)

Bijlage IVh bij deze regeling

ISO 9614-2

Acoustics — Determination of sound power levels of noise sources using sound intensity — Part 2: Measurement by scanning

1996

ISO

(www.iso.org)

Bijlage IVh bij deze regeling

ISO 11423-1

Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte

1997

ISO

(www.iso.org)

Hoofdstuk 6 van deze regeling

ISO 13358

Water - Bepaling van het gehalte aan gemakkelijk afgegeven sulfide

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

ISO 17201-2

Acoustics, Noise from shooting ranges, Part 1: Determination of muzzle blast by measurement

2005 en correctie 1:2009

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage XVIIIb bij deze regeling

ISSO 75.1

Handleiding Energieprestatie utiliteitsgebouwen

12‑09‑2013

ISSO

(https://isso.nl)

Bbl

Kosteneffectiviteit van maatregelen ter beperking van wateremissies

Kosteneffectiviteit van maatregelen ter beperking van wateremissies

2018

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingsdreiging

Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingsdreiging

24‑09‑2021

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstukken 12 en 15 van deze regeling

Landelijke richtlijn Bouw-en-sloopveiligheid

Landelijke richtlijn Bouw-en-sloopveiligheid

Versie 1.2, augustus 2018

Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (www.bwtinfo.nl)

Hoofdstuk 7 Bbl en bijlage XVIIIa bij deze regeling

Leidraad afwijking hernieuwbare energie woongebouwen (nieuwbouw)

Leidraad afwijking hernieuwbare energie woongebouwen (nieuwbouw)

1 augustus 2022

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (www.rijksoverheid.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie

Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie

1 augustus 2022

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (www.rijksoverheid.nl)

Hoofdstuk 5 Bbl

LIB-tool

LIB Applicatie Schiphol

 

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(http://lib-schiphol.nl/login)

Hoofdstuk 7 van deze regeling

Lozingen uit tijdelijke baggerspeciedepots

Lozingen uit tijdelijke baggerspeciedepots

April 1998

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Lozingseisen Wvo-vergunningen

Lozingseisen Wvo-vergunningen

November 2005

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B

Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B ’Hinder voor personen in gebouwen’

2002

CROW

(https://www.crow.nl)

Hoofdstuk 7 Bbl en hoofdstukken 6 en 8 van deze regeling

Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw

Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw

01‑07‑2017

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (www.helpdeskwater.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken

Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken

01‑07‑2017

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (www.iplo.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Memorandum 60

Memorandum 60, Brandbeveiliging voor opslag en verkoop van vuurwerk

08‑04‑2020

Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid

(www.hetccv.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en Hoofdstuk 7 van deze regeling

Modeldraaiboek Smog

Modeldraaiboek Smog

2023

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 15 van deze regeling

MP40-21

Ministeriële Publicatie 40-21, Voorschrift opslag en behandeling ontplofbare stoffen en voorwerpen Defensie

Staatscourant 2011, nr. 21309, 28‑11‑2011

Ministerie van Defensie

(https://puc.overheid.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

MP40-30

Ministeriële Publicatie 40-30, Voorschrift voor de inrichting en het gebruik van schietinrichtingen

Staatscourant 2010, nr. 1619, 5‑2‑2010

Ministerie van Defensie

(https://puc.overheid.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NATO Guidelines for the Storage of Military Ammunition and Explosives

NATO Standardization Agreement 4440 met de daarbij behorende NATO Guidelines for the Storage of Military Ammunition and Explosives

11‑12‑2015

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

(www.nato.int)

Hoofdstuk 5 Bkl

NEN 1006

Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties

2018 + A1: 2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 1006

Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties (AVWI - 1981) (bestaande bouw)

1981 + C1: 1990

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 1010

Elektrische installaties voor laagspanning - Nederlandse implementatie van de HD-IEC 60364-reeks

2015 + C2: 2016 + A1: 2020

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 1010

Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties (Installatievoorschriften I) (bestaande bouw)

1962

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 1059

Gasvoorzieningsystemen - Gasdrukregel- en meetstations voor transport en distributie - Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 -

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN 1078

Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar - Prestatie-eisen - Nieuwbouw

2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 1087

Ventilatie van gebouwen - Bepalingsmethoden voor nieuwbouw

2001

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 1413

Symbolen voor veiligheidsvoorzieningen op bouwkundige tekeningen en in schema’s

2011 + A1:2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 Bbl

NEN 1594

Droge blusleidingen in en aan gebouwen

2006 + C2:2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 6 Bbl

NEN 1594

Droge blusleidingen in en aan gebouwen (bestaande bouw)

1991 + A1:1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 1775

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren, inclusief wijzigingsblad (bestaande bouw)

1991 + A1:1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 2057

Daglichtopeningen van gebouwen - Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte

2011 + C1:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 2057

Daglichtopeningen van gebouwen - Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte (bestaande bouw)

2001 + C1:2003

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 2078

Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987 - Deel 2: Aanvullende voorschriften voor grotere bijzondere installaties (bestaande bouw)

1987

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 2535

Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw)

1996

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 en Bijlage II Bbl

NEN 2535

Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 en Bijlage II Bbl

NEN 2555

Brandveiligheid van gebouwen - Rookmelders voor woonfuncties

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bbl

NEN 2555

Brandveiligheid van gebouwen - Rookmelders voor woonfuncties (bestaande bouw)

2002 + A1:2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 2575

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw)

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 2575-1

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 1: Algemeen

2012

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 2575-2

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 2: Luidalarm - Ontruimingsalarminstallatie type A

2012 + A1:2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2575-3

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 3: Luidalarm - Ontruimingsalarminstallatie van type B

2012 + A2:2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2575-4

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen - Deel 4: Stilalarminstallatie, draadloos

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2575-5

Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen - Deel 5: Stilalarminstallatie met attentiepanelen

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2580

Oppervlakten en inhouden van gebouwen - Termen, definities en bepalingsmethoden

2007 + C1:2008

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage I Bbl

NEN 2608

Vlakglas voor gebouwen - Eisen en bepalingsmethode

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2686

Luchtdoorlatendheid van gebouwen - Meetmethode

1988 + A2:2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2690

Luchtdoorlatendheid van gebouwen - Meetmethode voor de specifieke luchtvolumestroom tussen kruipruimte en woning

1991 + A2:2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2757-1

Bepalingsmethoden van de geschiktheid van systemen voor de afvoer van rookgas van gebouwgebonden installaties - Deel 1: Installaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2757-2

Afvoer van rook van gebouwgebonden verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde - Bepalingsmethoden geschiktheid afvoersystemen

2006

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 2768

Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen

2018 + A1:2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 2778

Vochtwering in gebouwen

2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN 2826

Luchtkwaliteit - Uitworp door stationaire puntbronnen - Monsterneming en bepaling van het gehalte aan gasvormig ammoniak

1999

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN 2991

Lucht - Bepaling van de asbestconcentraties in de binnenlucht en risicobeoordeling in en rondom bouwwerken, constructies of objecten waarbij asbesthoudende materialen zijn verwerkt

2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 Bbl

NEN 3011

Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte

2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 3011

Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte (bestaande bouw)

2004 + C1:2007

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 3215

Binnenriolering - Eisen en bepalingsmethoden (bestaande bouw)

2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 3215

Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen - Bepalingsmethoden voor de afvoercapaciteit, water- en luchtdichtheid en afstand van dakuitmondingen

2018 +C1+A1:2018

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 5077

Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie en geluidniveaus veroorzaakt door installaties

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bbl en hoofdstukken 3, 5, 6 en 8 van deze regeling

NEN 5087

Inbraakveiligheid van woningen - Bereikbaarheid van dak- en gevelelementen: deuren, ramen en kozijnen

2013 + A1:2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 5096

Inbraakwerendheid - Dak- of gevelelementen met deuren, ramen, luiken en vaste vullingen - Eisen, classificatie en beproevingsmethoden

2012 + A1:2015

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 5707

Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI (www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 en bijlage IIA Bal

NEN 5717

Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI (www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN 5720

Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 7 van deze regeling

NEN 5725

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 Bal

NEN 5740

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN 5742

Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig-vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken

2001

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN 5753

Bodem - Bepaling van het lutumgehalte en de korrelgrootteverdeling in grond en waterbodem met behulp van zeef en pipet

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN 5754

Bodem - Berekening van het gehalte aan organische stof volgens de gloeiverliesmethode

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN 5766

Bodem - Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en hoofdstuk 7 van deze regeling

NEN 5897

Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat

Datum of versie zoals vermeld in bijlage D bij de Regeling bodemkwaliteit 2021

NNI (www.nen.nl)

Bijlage IIA Bal

NEN 6060

Brandveiligheid van grote brandcompartimenten

2015

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 6061

Bepaling van de weerstand tegen het ontstaan van brand bij stookplaatsen

1991 + A3:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 6 Bbl

NEN 6062

Bepaling van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen - Algemeen

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN 6063

Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 6064

Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen (bestaande bouw)

1991 + A2:2001

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 6 Bbl

NEN 6065

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van bouwmateriaal(combinaties) (bestaande bouw)

1991 + A1:1997

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 6066

Bepaling van de rookproductie bij brand van bouwmateriaal(combinaties) (bestaande bouw)

1991 + A1:1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 6068

Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten

2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN 6069

Beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten (aangewezen als eerstelijns norm en als tweedelijns norm in NEN 6068)

2019 + A1 + C1:2019

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 6075

Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten

2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN 6079

Brandveiligheid van grote brandcompartimenten - Risicobenadering

2016

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 6088

Brandveiligheid van gebouwen - Vluchtwegaanduiding - Eigenschappen en bepalingsmethoden

2002

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN 6090

Bepaling van de vuurbelasting

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 en Bijlage I Bbl

NEN 6265

Bacteriologisch onderzoek van water - Onderzoek naar de aanwezigheid en het aantal kolonievormende eenheden (KVE) van Legionella-bacteriën

1991

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN 6411

Water - Bepaling van de pH

1981

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN 6414

Water en slib - Bepaling van de temperatuur

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN 6480

Water - Titrimetrische bepaling van de gehalten aan vrij beschikbaar en totaal beschikbaar chloor met ijzer(II)-ammoniumsulfaat en 1-amino-4-diethylaminobenzeen-waterstofsulfaat (N,N-diethyl-p-phenyl eendiamine (DPD)-sulfaat) als indicator

1982 +

C2: 1984

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15

NEN 6494

Water - Enzymatische bepaling van het gehalte aan ureum in zwemwater

1984

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN 6531

Water - Titrimetrische bepaling van het gehalte aan waterstofcarbonaat in water met een pH lager dan of gelijk aan 8,35

1986

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN 6573

Bacteriologisch onderzoek van water - Onderzoek met behulp van membraanfiltratie naar de aanwezigheid en het aantal kolonievormende eenheden (KVE) van Pseudomonas aeruginosa

1987

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN 6578

Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN 6589

Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA)

2010 (2005/C1: 2010)

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN 6600-1

Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater

2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN 6608

NEN 6608:1996: Water - Fotometrische bepaling van het sulfidegehalte

1996

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN 6633

Water en (zuiverings)slib - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (CZV

2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN 6646

Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat

2015 + C1:2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN 6707

Bevestiging van dakbedekkingen - Eisen en bepalingsmethoden

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN 6961

Milieu - Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur (koningswater) voor de bepaling van geselecteerde elementen

2014

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN 6965

Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XXXI bij deze regeling

NEN 6966

Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma

2005 + C1:2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN 8062

Brandveiligheid van gebouwen - Methode voor het beoordelen van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen van bestaande gebouwen (bestaande bouw)

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 8078

Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar - Prestatie-eisen - Bestaande bouw (bestaande bouw)

2018 + A1:2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 8087

Ventilatie van gebouwen - Bepalingsmethoden voor bestaande gebouwen (bestaande bouw)

2001

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN 8700

Beoordeling constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren - Grondslagen (bestaande bouw en verbouw)

2011 + A1:2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 5 Bbl

NEN 8701

Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Belastingen

2011 + A1:2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 5 Bbl

In NEN 8700 wordt verwezen naar NEN 8701

NEN 8707

Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeur – Geotechnische constructies

2018 + C1:2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 5 Bbl

In NEN 8700 wordt verwezen naar NEN 8707

NEN 8757

Afvoer van rook van verbrandingstoestellen in gebouwen - Bepalingsmethoden voor bestaande bouw

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN-EN 179

Hang- en sluitwerk - Sluitingen voor nooduitgangen met een deurkruk of een drukplaat, voor gebruik bij vluchtroutes - Eisen en beproevingsmethoden

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN-EN 858-1

Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitsconstrole

2002 + A1:2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 858-2

Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 872

Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN 1125

Hang- en sluitwerk - Panieksluitingen voor vluchtdeuren met een horizontale bedieningsstang voor het gebruik bij vluchtroutes - Eisen en beproevingsmethoden

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bbl

NEN-EN 1484

Leidraad voor de bepaling van het gehalte aan totaal organische koolstof (TOC) en opgelost organische koolstof (DOC)

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 1825-1

Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole

2004 + C1:2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 1825-2

Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

2002

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 1838

Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1838

Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting (bestaande bouw en bij toepassing van artikel 4.215, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving ook voor te bouwen bouwwerken)

1999

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

NEN-EN 1899-1

Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BODn) - Deel 1: Verdunnings- en entmethode met toevoeging van allylthioreum

1998

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN 1911

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massa concentratie van gasvormige chloride van HCI - Standaard referentiemethode

2010

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 1948-1

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's/PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 1: Monsterneming van PCDD's/PCDF's

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 1948-2

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's/PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 2: Extractie en opwerking van PCDD's/PCDF's

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 1948-3

Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's en PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 3: Identificatie en kwantificering van PCDD's en PCDF's

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 1990

Eurocode - Grondslagen van het constructief ontwerp

2019 + A1:2019 C2:2019 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991‑1‑1

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-1: Algemene belastingen - Volumieke gewichten, eigengewicht en opgelegde belastingen voor gebouwen

2019 + C1:2019 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1991‑1‑2

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-2: Algemene belastingen - Belasting bij brand

2019 + C3:2019 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991‑1‑3

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-3: Algemene belastingen - Sneeuwbelasting

2019 + C1:2019 + A1:2019 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991‑1‑4

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4: Algemene belastingen - Windbelasting

2019 + A1 + C2:2011 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991‑1‑5

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-5: Algemene belastingen - Thermische belasting

2011 + C1:2011 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991‑1‑7

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-7: Algemene belastingen - Buitengewone belastingen: stootbelastingen en ontploffingen

2015 + C1+A1:2015 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991-2

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 2: Verkeersbelasting op bruggen

2015 + C1:2015 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991-3

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 3: Belastingen veroorzaakt door kranen en machines

2006 + C1:2012 + NB:2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1991-4

Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 4: Silo’s en opslagtanks

2006 + C1:2012 + NB:2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1992‑1‑1

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

2011 + C2:2011 + A1: 2015 + NB:2016 + A1:2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1992‑1‑2

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2011+ C1:2011 + C11:2017 + A1:2019 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1992-2

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies- Betonnen bruggen - Regels voor ontwerp, berekening en detaillering

2011 + C1:2011 + NB:2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1992-3

Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 3: Constructies voor keren en opslaan van stoffen

2006 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑1

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

2006 + C2 + A1:2016 + NB: 2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑2

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2005 + C2:2011 + NB:2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑3

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-3: Algemene regels - Aanvullende regels voor koudgevormde dunwandige profielen en platen

2006 + C3:2009 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑4

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-4: Algemene regels - Aanvullende regels voor corrosievaste staalsoorten

2006 + A1:2015 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1993‑1‑5

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-5: Constructieve plaatvelden

2006 + C1:2012 + A1:2017 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1993‑1‑6

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-6: Algemene regels - Sterkte en Stabiliteit van Schaalconstructies

2007 + A1:2017, C1:2009 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1993‑1‑7

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-7: Sterkte en stabiliteit haaks op het vlak belaste platen

2008 + C1:2009 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑8

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-8: Ontwerp en berekening van verbindingen

2006 + C2:2011 + C11:2016 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑9

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-9: Vermoeiing

2006 + C2:2012 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑10

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-10: Materiaaltaaiheid en eigenschappen in de dikterichting

2006 + C2:2011 + C11:2015 + NB:2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑11

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-11: Ontwerp en berekening van op trek belaste componenten

2007 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑1‑12

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-12: Aanvullende regels voor de uitbreiding van EN 1993 voor staalsoorten tot en met S 700

2007 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993-2

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 2: Stalen bruggen

2007 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑3‑1

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 3-1: Torens, masten en schoorstenen - Torens en masten

2007 + C1:2009 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑3‑2

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 3-2: Torens, masten en schoorstenen - Schoorstenen

2007 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑4‑1

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-1: Silo's

2007 + C1:2009 + A1:2017 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑4‑2

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-2: Opslagtanks

2007 + A1:2017, C1:2009 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993‑4‑3

Eurocode 3 - Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-3: Buisleidingen

2009 + C1:2009

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1993-5

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 5: Palen en damwanden

2008 + C1:2009 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1993-6

Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 6: Kraanbanen

2008 + C1:2009 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1994‑1‑1

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

2011 + C1:2011 + NB:2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1994‑1‑2

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2011 + C1:2011 + A1:2014 + NB:2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1994-2

Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 2: Algemene regels en regels voor bruggen

2006 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1995‑1‑1

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 1-1: Algemeen - Gemeenschappelijke regels en regels voor gebouwen

2005 + C1 + A1:2011 + C1:2012 + A2:2014 + NB:2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1995‑1‑2

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 1-2: Algemeen - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2005 + C2:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1995-2

Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 2: Bruggen

2005 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1996‑1‑1

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-1: Algemene regels voor constructies van gewapend en ongewapend metselwerk

2006 + A1:2013 + NB:2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1996‑1‑2

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2005 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1996-2

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 2: Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk

2006 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1996-3

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 3: Vereenvoudigde berekeningsmodellen voor constructies van ongewapend metselwerk

2006 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1997-1

Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp - Deel 1: Algemene regels

2005 + C1 + A1:2016 + NB:2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1997-2

Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp - Deel 2: Grondonderzoek en beproeving

2007 + C1:2010 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1999‑1‑1

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-1: Algemene regels

2007 + A1:2011 + A2:2014 + C11:2018 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1999‑1‑2

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-2: Ontwerp en berekening van constructies bij brand

2007 + C1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1999‑1‑3

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-3: Vermoeiing

2007 + A1:2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 1999‑1‑4

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-4: Koudgevormde dunne platen

2007 + C1 + A1:2011 + NB:2011

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 1999‑1‑5

Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-5: Schaalconstructies

2007 + C1:2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 12341

Luchtkwaliteit - Algemene gravimetrische referentiemethode voor de bepaling van de PM10 of PM2,5-massafractie van zwevende stof in de buitenlucht

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 12354-6

Geluidwering in gebouwen - Berekening van de akoestische eigenschappen van gebouwen met de eigenschappen van bouwelementen - Deel 6: Geluidabsorptie in gesloten ruimten

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 12566-1

Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks

2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 6 en 7 Bal

NEN-EN 12619

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van totaal gasvormig organisch koolstof in lage concentraties in verbrandingsgassen - Continue methode met vlamionisatiedetector

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 12673

Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water

1999

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN 13211

Luchtkwaliteit - Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan totaal kwik

2001 + C1:2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 13284-1

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 1: Manuele gravimetrische methode

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 Bal

NEN-EN 13284-2

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 13501-1

Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3, 4 en 6 Bbl

NEN-EN 13501-6

Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 6: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag van elektrische kabels

2019

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN 14181

Emissies van stationaire bronnen - Kwaliteitsborging van geautomatiseerde meetsystemen

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 14211

Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor meten van de concentratie stikstofdioxide en stikstofmonoxide door middel van chemoluminescentie

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 14212

Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie zwaveldioxide door middel van ultraviolette fluorescentie

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 14385

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de totale emissie van As, CD, Cr, CO, Cu, Mn, Ni, Pb, Sb, Tl en V

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 14625

Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie ozon door middel van ultraviolette fotometrische methode

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal en hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 14626

Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie koolstofmonoxide door middel van niet-dispersieve infraroodspectroscopie

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 14789

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de volumeconcentratie van zuurstof (O2) - Referentiemethode - Paramagnetisme

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 14790

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de waterdamp in leidingen - Standaard referentiemethode

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 14791

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie aan zwaveldioxide - referentiemethode

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 14792

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden - referentiemethode: Chemiluminescentie

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 14902

Luchtkwaliteit - Standaard methode voor de meting van Pb, Cd, As, and Ni in de PM10 fractie van zwevend stof

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 14907

Luchtkwaliteit - Algemene gravimetrische referentiemethode voor de bepaling van de PM2,5-massafractie van zwevende stof in de buitenlucht

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 15001-1

Gasinfrastructuur - Gasinstallatieleidingen met bedrijfsdrukken groter dan 0,5 bar voor industriële en groter dan 5 bar voor industriële en niet-industriële gasinstallaties - Deel 1: Gedetailleerde functionele eisen voor ontwerp, materialen, constructie, inspectie en beproeving

2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bbl

NEN-EN 15058

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van koolstofmonoxide (CO) - Referentiemethode: Niet-dispersieve infrarood spectrometrie

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 15204

Kwaliteit van water - Richtlijn voor het tellen van fytoplankton met behulp van omgekeerde microscopie (Utermöhl-techniek)

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN 15259

Luchtkwaliteit - Meetmethode emissies van stationaire bronnen - Eisen voor meetvlakken en meetlokaties en voor doelstelling, meetplan en rapportage van de meting

2007

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-EN 15549

Luchtkwaliteit - Standaardmethode voor het meten van de concentratie benzo[a]pyreen in buitenlucht

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 15610

Railtoepassingen - Geluidemissie - Meting van de railruwheid gerelateerd aan generatie van rolgeluid

2019

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVf bij deze regeling

NEN-EN 15841

Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Bepaling van de atmosferische depositie van lood, nikkel, arseen en cadmium

2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 15853

Luchtkwaliteit - Standaardmethode voor de bepaling van de depositie van kwik

2010

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 15934

Slib, behandeld biologisch afval, bodem en afval - Berekening van het droge stofgehalte door de bepaling van de droogrest of het watergehalte

2012

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN-EN 15980

Luchtkwaliteit - Bepaling van de depositie van benz[a]anthraceen, benzo[b]fluorantheen, benzo[j]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, dibenz[a,h]anthraceen en indeno[1,2,3-cd]pyreen

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN 16179

Slib, behandeld bioafval en bodem - Richtlijn voor monstervoorbehandeling

2012

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN-EN 16321-1

Terugwinning van benzinedamp tijdens het vullen van motorvoertuigen bij tankstations - Deel 1: Beproevingsmethoden voor efficiënte goedkeuring van terugwinningssystemen van benzinedampen

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 16321-2

Terugwinning van benzinedamp tijdens het vullen van motorvoertuigen bij tankstations - Deel 2: Beproevingsmethoden voor de controle van dampwinningssystemen bij tankstations

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN 16693

Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS)

2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN 50173-1

Information technology - Generic cabling systems - Part 1: General requirement

2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 van deze regeling

NEN-EN 50522

Aarding van hoogspanningsinstallaties van meer dan 1 kV wisselspanning

2010

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN-IEC 60079‑10‑2

Explosieve atmosferen - Deel 10-2: Classificatie van gebieden - Explosieve stofatmosferen

2015

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 60942

Elektro-akoestiek - IJkbronnen voor geluid

2018

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVi bij deze regeling

NEN-EN-IEC 61260-1

Elektro-akoestiek - Octaafband- en gefractioneerde octaafbandfilters

2014

NNI

(www.nen.nl)

Bijlagen IVh en IVi bij deze regeling

NEN-EN-IEC 61400-1

Windturbines - Deel 1: Ontwerpeisen

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 61400-2

Windturbines - Deel 2: Kleine windturbines

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 61400-22

Generatorsystemen voor windturbines - Deel 22: Conformiteitsbeproeving en certificatie

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 61672-1

Elektro-akoestiek - Geluidniveaumeters

2014

NNI

(www.nen.nl)

Bijlagen IVh, IVi en XVIIIb bij deze regeling

NEN-EN-IEC 61936-1

Sterkstroominstallaties met meer dan 1 kV wisselspanning - Deel 1: Algemene bepalingen

2012 + C1: 2012, C11:2011, C12:2013, C13:2013 + A1: 2014

NNI

(www.nen.nl)

Bbl

NEN-EN-IEC 62305-1

Bliksembeveiliging - Deel 1: Algemene principes

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 62305-2

Bliksembeveiliging - Deel 2: Risicomanagement

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-IEC 62305-4

Bliksembeveiliging - Deel 4: Elektrische en elektronische systemen in objecten

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 2813

Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 3095

Railtoepassingen - Akoestiek - Meting van geluid uitgestraald door railgebonden voertuigen

2013

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVf bij deze regeling

NEN-EN-ISO 3382-2

Akoestiek - Meting van de ruimte akoestische parameters - Deel 2: Nagalmtijd in gewone ruimtes

2008

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVh bij deze regeling

NEN-EN-ISO 5667-3

Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 5814

Water - Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof - Elektrochemische methode

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 5815-1

Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN-ISO 5815-2

Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN-ISO 6878

Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 7027-1

Water - Bepaling van troebelheid - Deel 1: Kwantitatieve methoden

2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 7027-2

Waterkwaliteit - Bepaling van de mate van troebelheid - Deel 2: Semi-kwantitatieve methoden for het testen van transparantie van wateren

2019

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 7393-1

Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 1: Titrimetrische methode met gebruik van N,N-diethyl-1,4-phenylenediamine

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 7393-2

Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 2: Colorimetrische methode met gebruik van N,N-diethyl-1,4-phenylenediamine, voor routine controledoeleinden

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 7393-3

Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 3: Jodometrische titratiemethode voor de bepaling van het totale chloorgehalte

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 7888

Water - Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen

1994

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 7899-1

Water- Detectie en telling van enterococcen - Deel 1: Geminiaturiseerde methode (meest waarschijnlijke aantal) voor oppervlaktewater en afvalwater

1998 en correctie 2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 15 en 17 Bal en hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN-ISO 7899-2

Water - Detectie en telling van enterococcen - Deel 2: Membraanfiltratiemethode

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 15 en 17 Bal en hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN-ISO 8467

Water - Bepaling van de permanganaatindex

1995

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 9308-1

Water - Telling van Escherichia coli en bacteriën van de coligroep - Deel 1: Methode met membraanfiltratie voor water met een lage achtergrondconcentratie aan bacteriën

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 9308-1

Water - Detectie en enumeratie van Escherichia coli en bacteriën van de coligroep - Deel 1: Methode met membraanfiltratie

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 17 Bal

NEN-EN-ISO ISO 9308-3

Water - Detectie en telling van Escherichia coli en bacteriën van de coligroep in oppervlaktewater en afvalwater - Deel 3: Geminiaturiseerde methode (meest waarschijnlijke aantal) door enting in een vloeibaar medium

1999 en correctie 2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal en hoofdstuk 12 van deze regeling

NEN-EN-ISO 9377-2

Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie

2000

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 9562

Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX)

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 9963-1

Water - Bepaling van de alkaliniteit - Deel 1: Bepaling van de totale en de samengestelde alkaliniteit

1996

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 9963-2

Water - Bepaling van de alkaliniteit - Deel 2: Bepaling van de carbonaatalkaliniteit

1996

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 10301

Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 10304-1

Water - Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie - Deel 1: Bepaling van bromide, chloride, fluoride, nitraat, nitriet, fosfaat en sulfaat

2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 10304-3

Water - Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie - Deel 3: Bepaling van chromaat, jodide, sulfiet, thiocyanaat en thiosulfaat

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 10304-4

Water - Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie - Deel 4: Bepaling van het gehalte aan chloraat, chloride en chloriet in water met een lichte verontreiniging

1999

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 10523

Water - Bepaling van de pH

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 11731

Water - Telling van Legionella

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 11732

Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 11885

Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

2009

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 11969

Water - Bepaling van het arseengehalte - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie (hydridetechniek)

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 12354-3

Bouwakoestiek - Bepaling van akoestische performance van gebouwen vanuit de performance van elementen - Deel 3: Isolatie tegen geluid van buiten

2017

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 8 van deze regeling

NEN-EN-ISO 12846

Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 13395

Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie

1997

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 14001

Milieumanagementsystemen – Eisen met richtlijnen voor gebruik

2015

NNI

(www.nen.nl)

Artikel 4.14aa van deze regeling

NEN-EN-ISO 14051

Milieumanagementsystemen – Kostentoerekening van materiaalstromen – Algemeen raamwerk

2011

NNI

(www.nen.nl)

Artikel 4.14aa van deze regeling

NEN-EN-ISO 14403-1

Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA)

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 14403-2

Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA)

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN-ISO 15061

Water - Bepaling van opgelost bromaat - Methode met vloeistofchromatografie van ionen

2001

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 15587-1

Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting

2002

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 15587-2

Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur

2002

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 15680

Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 15681-1

Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA)

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 15681-2

Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA)

2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 15682

Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie

2001

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 15913

Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 bij deze regeling

NEN-EN-ISO 16000-2

Binnenlucht - Deel 2: Monsternemingsstrategie voor formaldehyde

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 6 Bbl

NEN-EN-ISO 16266

Water - Detectie en telling van Pseudomonas aeruginosa - Methode met membraanfiltratie

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-EN-ISO 16911-1

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 1: Handmatige referentiemethode

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 16911-2

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO 17294-2

Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen

2016

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-EN-ISO 17852

Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie

2008

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 17993

Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-EN-ISO 50001

Energiemanagementsystemen – Eisen met gebruiksrichtlijnen

2018

NNI

(www.nen.nl)

Artikel 4.14aa van deze regeling

NEN-EN-ISO 52120-1

Energieprestatie van gebouwen - Bijdrage van gebouwautomatisering en -regelingen en gebouwbeheer - Deel 1: Algemeen kader en procedures

2022

NNI

(www.nen.nl)

Paragraaf 5.1.6 van deze regeling

NEN-EN-ISO/IEC 17020

Conformiteitsbeoordeling - Eisen voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-EN-ISO/IEC 17025

Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria

2018

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 5, 15 en 17 Bal

NEN-EN-ISO/IEC 17065

Conformiteitsbeoordeling - Eisen voor certificatie-instellingen die certificaten toekennen aan producten, processen en diensten

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 5 en 17 Bal

NEN-ISO 1996

Akoestiek - Beschrijving beoordeling en meting van omgevingsgeluid - Deel 2: Bepaling van omgevingsgeluidniveaus

2017

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVf bij deze regeling

NEN-ISO 5663

Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen

1993

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-ISO 5664

Water - Bepaling van ammonium - Destillatie en titratie methode

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 5813

Water - Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof - Iodometrische methode

1993

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 6059

Water - Bepaling van de som van calcium en magnesium - EDTA titrimetrische methode

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 6461-2

Water - Detectie en telling van de sporen van sulfietreducerende anaerobe micro-organismen (clostridia) - Deel 2: Methode door middel van membraanfiltratie

1993

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 7027

Water - Bepaling van de troebelheid

1994

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 7150-1

Water - Bepaling van ammonium - Deel 1: Handmatige spectrometrische methode

2002

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 15 Bal

NEN-ISO 10849

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan stikstofoxiden - Prestatiekenmerken van geautomatiseerde meetsystemen

1998

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-ISO 11083

Water - Bepaling van chroom (VI) - Spectrometrische methode met 1,5-difenylcarbazide

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-ISO 11338-1

Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de gas en deeltjesfase van polycyclische aromatische koolwaterstoffen - Deel 1: Monsterneming

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-ISO 11338-2

Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de gas en deeltjesfase van polycyclische aromatische koolwaterstoffen - Deel 2: Monsterbehandeling, reiniging en bepaling

2012

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-ISO 15705

Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode

2003

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

NEN-ISO 15713

Emissie van stationaire bronnen - Monsterneming en bepaling van het gasvormige fluoridegehalte

2011

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-ISO 15923-1

Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat

2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

NEN-ISO 16740

Werkplekatmosfeer - Bepaling van van het gehalte aan zeswaardig chroom in deeltjes in lucht - Methode door ion chromatografie en spectrofotometrische metingen met gebruik van difenyl carbazide

2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NEN-ISO 16772

Bodem - Bepaling van het gehalte aan kwik in koningswater bodemextracten met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie met koude damp of atomaire fluorescentiespectrometrie met koude damp

2004

NNI (www.nen.nl)

Bijlage XXXI bij deze regeling

NEN-ISO 18073

Water - Bepaling van tetra- tot octa-gechloreerde dioxinen en furanen - Methode met isotoopverdunning-HRGC/HRMS

2004

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NEN-ISO 22743

Water - Bepaling van sulfaat met een doorstroomanalysesysteem (CFA)

2006

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NPR 7600

Toepassing van brandbare koudemiddelen in koelinstallaties en warmtepompen

2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NPR 7601

Toepassing van kooldioxide als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen.

2020

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NPR-CEN/TR 16891

Railtoepassingen - Akoestiek - Meetmethode voor combinatie van ruwheid van de railkop, mate van spoorverval en overdrachtsfuncties

2016

NNI

(www.nen.nl)

Bijlage IVf bij deze regeling

NPR-CEN/TS 13649

Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van individuele gasvormige organische componenten - Geactiveerde koolstof en vloeistofmethode

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 4 en 5 Bal

NTA 5755

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging

2010

NNI (www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 Bal

NTA 8029

Bepaling en registratie van industriële fijnstofemissies

2012 + C1:2013

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 Bal

NTA 8790

Periodieke beoordeling betrouwbaarheid van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken

2023

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 5 van deze regeling

NTA 8800

Energieprestatie van gebouwen - Bepalingsmethode

2025+C1:2026

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstukken 3, 4 en 5 Bbl

NTA 9065

Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur

2012

NNI (www.nen.nl)

Hoofdstukken 6 en 8 van deze regeling

NTA 9766

Veiligheidsaspecten van installaties voor monomestvergisting en vergistingsgasopwerking op boerderijschaal

2014

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

NVN 11400-0

Windturbines - Deel 0: Voorschriften voor typecertificatie - Technische eisen

1999 + A1:2005

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Overzicht Interventiewaarden

Overzicht Interventiewaarden voor incidentbestrijding: interventiewaarden, stofdocumenten en handleiding 2025

2025

RIVM

((https://rvs.rivm.nl/documenten/handleiding-stofdocumenten-interventiewaarden) )

Hoofdstuk 8 van deze regeling

P1 Companion Standard

P1 Companion Standard – Dutch Smart Meter Requirements

26 februari 2016, versie 5.0.2

Netbeheer Nederland

(www.netbeheernederland.nl)

Paragraaf 5.1.6 van deze regeling

PGS 7

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 7, Vaste minerale anorganische meststoffen - Opslag - Richtlijn voor de veilige opslag van vaste minerale anorganische meststoffen

Versie 1.0, februari 2022

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstukken 3 en 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 8

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 8, Organische peroxiden - Opslag - Richtlijn voor het veilig opslaan van organische peroxiden

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 9

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 9, Cryogene gassen - Opslag van 0,150 m3 - 100 m3 - Richtlijn voor de veilige opslag van cryogene gassen

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 12

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 12, Ammoniak - Opslag en verlading - Richtlijn voor het veilig opslaan en verladen van ammoniak

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Bijlage XVIII Bkl

PGS 13

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 13, Ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen - Richtlijn voor veilig gebruik van ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen

Versie 1.0, september 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 15

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15, Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen - Richtlijn voor opslag en tijdelijke opslag met betrekking tot brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 16

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 16, LPG: Afleverinstallaties, vulinstallaties en skid-installaties - Richtlijn voor het veilig opslaan en afleveren van LPG en het veilig vullen van gasflessen en ballonvaarttanks, ingebouwde reservoirs en wisselreservoirs met vulinstallaties

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 18

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 18, LPG: depots, butaan, propaan en hun mengsels

Versie 1.0, 2013

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Bijlage XVIII Bkl

PGS 19

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 19, Propaan - Opslag - Richtlijn voor de veilige opslag van propaan, propeen en butaan en mengsels daarvan

Versie 1.0, september 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 22

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 22, Toepassing van propaan, Richtlijn voor de brandveilige, arbeidsveilige en milieuveilige toepassing van propaan

Versie 1.10, 2008

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Bijlage XVIII Bkl

PGS 25

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 25, Aardgas-afleverinstallaties voor motorvoertuigen - Richtlijn voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van aardgas aan motorvoertuigen

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 26

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 26, CNG en LNG - Richtlijn voor het veilig bedrijfsmatig stallen, onderhouden en repareren van motorvoertuigen

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 28

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 28, Vloeibare brandstoffen in ondergrondse installaties en aflevertoestellen - Richtlijn voor het veilig opslaan en afleveren van vloeibare brandstoffen in/vanuit ondergrondse tanks en voor het veilig verwijderen van ondergrondse opslagtanks

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 29

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 29, Brandbare vloeistoffen - Opslag - Richtlijn voor de veilige bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Bijlage XVIII Bkl

PGS 30

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 30, Vloeibare brandstoffen in bovengrondse tank- en afleverinstallaties - Richtlijn voor het veilig vullen, opslaan, afleveren van vloeibare brandstoffen in en vanuit bovengrondse tanks en het verwijderen van bovengrondse opslagtanks

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 31

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 31, Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 32

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 32, Richtlijn voor de bovengrondse opslag van explosieven voor civiel gebruik

Versie 1.0, 2016

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Bijlage XVIII Bkl

PGS 33-1

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 33-1, Afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor voertuigen en werktuigen - Richtlijn voor de veilige aflevering aan voertuigen en werktuigen

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 33-2

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 33-2, Aardgas afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor vaartuigen en drijvende werktuigen - Bunkeren van vaartuigen en drijvende werktuigen (shore to ship)

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PGS 35

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 35, Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen - Richtlijn voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen

Versie 1.0, augustus 2021

PGS

(www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

PreSRM

Preprocessor Standaard Rekenmethoden

Versie 1.702, 01‑06‑2017

TNO

(www.presrm.nl)

Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

Versie 2013a

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

(www.rvo.nl)

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

2010

Wageningen UR Livestock Research

(www.research.wur.nl)

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

2010

Wageningen UR Livestock Research

(www.research.wur.nl)

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Rekenmodel Vee-combistof

Rekenmodel Vee-combistof

Versie 2.0, 2021

IPLO

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 4 van deze regeling

Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid

Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid

Januari 2025

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen

Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen

Juni 2019

Rijkswaterstaat

(http://publicaties.minienm.nl)

Hoofdstuk 8 Bal en Hoofdstuk 7 van deze regeling

Richtlijn decontaminatie apparatuur ziekenhuisafval

Richtlijn decontaminatie apparatuur ziekenhuisafval

Staatscourant 2007, nr. 189, 01‑10‑2007

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (www.rijksoverheid.nl)

Bijlage II bij het Bal

Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen

Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen;

Februari 1993

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 9 van deze regeling

Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen

Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen

Juli 1997

Vereniging van Afvalverwerkers

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 9 van deze regeling

Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen

Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen

Februari 1993

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 9 van deze regeling

Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen

Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen

Juli 1991

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 9 van deze regeling

Riooloverstorten deel 1: Knelpuntcriteria riooloverstorten

Riooloverstorten deel 1: Knelpuntcriteria riooloverstorten

Juni 2001

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Riooloverstorten deel 2: Eenduidige basisinspanning

Riooloverstorten deel 2: Eenduidige basisinspanning

Juni 2001

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Riooloverstorten deel 3: Model voor vergunningverlening riooloverstorten

Riooloverstorten deel 3: Model voor vergunningverlening riooloverstorten

Juni 2001

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Riooloverstorten deel 4a: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, spoor 1

Riooloverstorten deel 4a: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, spoor 1

September 2002

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Riooloverstorten deel 4b: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, fase B

Riooloverstorten deel 4b: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, fase B

April 2003

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Risicotoolbox bodem

Risicotoolbox bodem

Versie 1.0.0

RIVM

(www.risicotoolboxbodem.nl)

Hoofdstuk 8 van deze regeling

Safeti-NL

Safeti-NL

Versie 9.2, 2025

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 7, 8, 9 en 12 van deze regeling

SBR Handreiking Hoogbouw

Handreiking Brandveiligheid in hoge gebouwen

2014

CROW

(www.crow.nl)

Bbl

SIKB Protocol 6802

Protocol WBM-controle, Controle op water/bezinksel/micro-organismen in onder- of bovengrondse tanks

Versie 2.0, 15‑02‑2018

SIKB

(www.sikb.nl)

Hoofdstuk 4 Bal

Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1

Technische beschrijving van standaardrekenmethode 1 (SRM1) voor luchtkwaliteitsberekeningen, RIVM Briefrapport 2014-0127

01‑08‑2015

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2

Technische beschrijving van standaardrekenmethode 2 (SRM2) voor luchtkwaliteitsberekeningen, RIVM Briefrapport 2014-0109

01‑08‑2015

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3

Het nieuw nationaal model. Model voor de verspreiding van luchtverontreiniging uit bronnen over korte afstanden en het rapport aanvullende afspraken NNM

01‑03‑2002

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstukken 6, 8 en 12 van deze regeling

Stappenplan beoordeling bestaande gebouwen met breedplaatvloeren

Stappenplan beoordeling bestaande gebouwen met breedplaatvloeren

01‑11‑2022 + erratum 09‑01‑2024

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

(www.rijksoverheid.nl)

Hoofdstuk 5 van deze regeling

Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden

Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden

Februari 2020

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden

Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden

Februari 2020

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden

Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden

Juli 2025

RIVM

(www.rivm.nl)

Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen

Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021, Stowa rapport 2012-31

2012

Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer

(Stowa)

Hoofdstuk 2 Bkl

Technische Regeling Emissiemeetmethoden Railverkeer 2006

Technische Regeling Emissiemeetmethoden Railverkeer 2006

21 december 2006

CROW

(www.rivm.nl)

Bijlage IVf bij deze regeling

Toelichting op toepassen van methoden voor meten en rekenen aan schietgeluid

TNO-rapport. TNO 2014 R10135 | 1.1. Toelichting op toepassen van methoden voor meten en rekenen aan schietgeluid

11‑11‑2015

TNO

(www.rivm.nl)

Bijlagen XVIIIc en XVIIId bij deze regeling

V 1041

Leidraad voor den aanleg en een veilig bedrijf van electrische sterkstroominstallaties in fabrieken en werkplaatsen (Fabrieksvoorschriften) - Deel II - Hooge spanning (bestaande bouw)

1942

NNI

(www.nen.nl)

Hoofdstuk 3 Bbl

Verspreidingsmodel V-Stacks vergunning

Verspreidingsmodel V-Stacks vergunning

2020

IPLO

(www.iplo.nl)

Hoofdstukken 6 en 8 van deze regeling

Verwerking waterfractie gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen

Verwerking waterfractie gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen

April 2001

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.helpdeskwater.nl)

Bijlage XVIII Bkl

Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

Versie 3, 2020

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

(www.iplo.nl)

Hoofdstuk 12 van deze regeling

Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie

Voorwaarden en Normen

2023-1

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen

(www.nhg.nl)

Hoofdstuk 5 Bkl

  • 1

    Bal: Besluit activiteiten leefomgeving; Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving; Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving. Terug naar link van noot.

I

Na bijlage IX wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

BIJLAGE IXa BIJ ARTIKEL 5.11, VIJFDE LID VAN DEZE REGELING (AANDUIDING A0 WONINGEN)

Gebruiksfunctie

Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)

Woongebouw

45

Woonwagen

54

Drijvend bouwwerk na 2018

45

Drijvend bouwwerk andere ligplaats

63

Andere woonfunctie

27

Logiesfunctie niet in logiesgebouw

36

J

Na bijlage X wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

BIJLAGE Xa BIJ ARTIKEL 5.12, VIJFDE LID VAN DEZE REGELING (AANDUIDING A0 UTILITEITSGEBOUWEN)

Gebruiksfunctie

Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)

Bijeenkomstfunctie kinderopvang

63

Andere bijeenkomstfunctie

54

Celfunctie

108

Gezondheidszorg met bedgebied

117

Andere gezondheidszorgfunctie

45

Kantoorfunctie

36

Logiesfunctie in logiesgebouw

117

Onderwijsfunctie

64

Sportfunctie

81

Winkelfunctie

54

K

Bijlage XI wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE XI BIJ ARTIKEL 5.18, TWEEDE LID, VAN DEZE REGELING (KEURING AIRCONDITIONINGSYSTEMEN EN GECOMBINEERDE AIRCONDITIONING- EN VENTILATIESYSTEMEN)

[Vervallen]

Uitgangspunten keuring en inspectielijst

Deze bijlage legt de inspectiepunten vast die tijdens een keuring van airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen moeten worden beoordeeld.

Bij de keuring mag gebruik worden gemaakt van het onderhoudsregister of -logboek van uitgevoerd regulier onderhoud. Inspectiepunten die recent (ten hoogste een jaar geleden) zijn beoordeeld tijdens regulier onderhoud hoeven niet opnieuw te worden beoordeeld tijdens een keuring; daarvoor mag worden uitgegaan van wat in het onderhoudsregister of -logboek is vastgelegd. Van regulier onderhoud is alleen sprake wanneer dit is verricht met de frequentie zoals voorgeschreven in andere regelgeving (bijvoorbeeld in de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen).

Inspectielijst

0. Algemene gegevens
Gegevens inspecteur

Bedrijfsnaam:

Adres, met inbegrip van postcode:

Naam inspecteur:

Registratienummer diploma EPBD-A- airconditioningsystemen:

Registratienummer diploma EPBD-B- airconditioningsystemen:

Datum inspectie:

Gegevens gebouw

Adres, met inbegrip van postcode:

 
 

BAG object ID:

 
 

Gebruiksfunctie:

kantoor

 

gezondheidszorg

 

onderwijs

 

logies

 

winkel

 

bijeenkomst

 

sport

 

wonen

 

cel

 

overig

 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
Gegevens systeem

Type keuring

Keuring A : klimaatsysteem dat kan koelen maar niet kan verwarmen, niet gecombineerd met een ventilatiesysteem

 
 
 
 
 
 

EPBD-B

 

Keuring B : klimaatsysteem dat kan koelen maar niet kan verwarmen, gecombineerd met een ventilatiesysteem

 
 
 
 
 
 
 

Keuring C : klimaatsysteem dat kan koelen en verwarmen, niet gecombineerd met een ventilatiesysteem

 
 
 
 
 
 
 

Keuring D : klimaatsysteem dat kan koelen en verwarmen, gecombineerd met een ventilatiesysteem

 
 
 
 
 
 

Totaal opgesteld nominaal koelvermogen (systeemniveau):

 

…………………………….kWth

 

 

EPBD-B

Totaal opgesteld nominaal verwarmingsvermogen (systeemniveau):

 

…………………………….kWth

 
 
 

 

EPBD-B

Type koudeopwekker of koude- en warmteopwekker

VRV of VRF systemen

 

 

EPBD-B

 

Koelinstallatie met directe expansie (DX)

 
 
 

Gekoeld water installatie

 
 
 

Warmtepompinstallatie

 
 
 

WKO-installatie

 
 
 

Absorptie koelmachine

 
 
 

Adiabatische koeling

 
 
 

Overig, namelijk:

 
 
 
 
 
 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
1. Pre-Inspectie
Informatie en documentatie

Controleer de beschikbaarheid van de informatie en documenten in de volgende tabel

1.1

a

Is er een onderhoudslogboek van het koelsysteem of gecombineerd koel- en verwarmingssysteem beschikbaar?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1a

 
 
 
 

b

Is er een onderhoudslogboek van het ventilatiesysteem beschikbaar?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1b

 
 
 
 

c

Is er een klachtenregister beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1c

 
 
 
 

d

Is er een (ontwerp)beschrijving beschikbaar van de gewenste inregeling of instellingen (bedrijfstijden, temperaturen of ventilatiedebiet) van het klimaatsysteem over verwarming, koeling of ventilatie?

Ja

 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1d

 
 
 
 

e

Is er informatie beschikbaar over de huidige inregeling of instelling (bedrijfstijden, temperaturen of ventilatiedebiet) van het klimaatsysteem over verwarming, koeling of ventilatie?

Ja

 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1e

 
 
 

f

Is er een overzicht van het koelsysteem of gecombineerd koel- en verwarmingssysteem (met inbegrip van locatie hoofdcomponenten) beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-A

 
 

Nee, selecteer advies 1.1f

 
 
 

g

Is het principeschema (met bijbehorende revisies) van het koelsysteem of gecombineerd koel- en verwarmingssysteem beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1g

 
 
 

h

Bij een gekoeld watersysteem: is er een beschrijving van de regeling watertemperatuur beschikbaar?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

 
 

Ja

 
 
 
 

Nee, selecteer advies 1.1.h

 
 
 

i

Is er een beschrijving van de stooklijn voor de koel- en verwarmingszones beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1.i

 
 
 

j

Zijn de ontwerpspecificaties van de condensortemperatuur of verdampertemperatuur beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1j

 
 
 

k

Bij een energieopslag: zijn er monitoringsgegevens van de energieopslag beschikbaar?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 
 

Ja

 
 
 
 

Nee, selecteer advies 1k

 
 
 

l

Is er een omschrijving van de zone-indeling voor koelen of voor koelen in combinatie met verwarmen beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1l

 
 
 

m

Is er een actuele koelbehoefteberekening van het gebouw beschikbaar?

Ja

 

 

EPBD-B

 
 

Nee

 
 
 

n

Is er een actuele warmtebehoefte-berekening van het gebouw beschikbaar?

Ja

 
 
 

 

EPBD-B

 
 

Nee

 
 
 

o

Is er een omschrijving van de zone-indeling voor ventilatie beschikbaar?

Ja

 
 

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1m

 
 
 

p

Zijn de technische specificaties van de luchtstromen van het ventilatiesysteem beschikbaar?

Ja

 
 

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1n

 
 
 

q

Is er een meetrapport van het ventilatiesysteem beschikbaar?

Ja

 
 

 

 

EPBD-B

 
 

Nee, selecteer advies 1.1o

 
 
Onderhoud en beheer

1.2

Wordt er regelmatig en voldoende onderhoud verricht aan het koelsysteem of gecombineerd koel- en verwarmingssysteem?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 1.2

 
 

1.3

Wordt er regelmatig en voldoende onderhoud verricht aan het ventilatiesysteem?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 1.3

 
 

1.4

Zijn er repeterende klachten die niet goed worden opgepakt of afgehandeld?

Nee

 

 

EPBD-B

 

Ja, selecteer advies 1.4

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
2. Koude- en warmteopwekking

2.1

Is de directe omgeving van de koude- en warmteopwekker(s) ordelijk en schoon (niet vervuild en geen losse materialen en dergelijke)?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 2.1

 
 

2.2

Zijn er belemmeringen voor een goede werking van de koude- of warmteopwekker(s)?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 2.2

 
 

2.3

Is er een principeschema aanwezig en komt dat overeen met de werkelijke situatie?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 2.3

 
 

2.4

Is de opstelling van de koude- en warmte-opwekker(s) juist?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 2.4

 
 

2.5

Zijn de koudemiddelleidingen voorzien van isolatie en verkeren die in een goede staat?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 2.5

 
 

2.6

Zijn er onderdelen met een hoog trillings- of geluidsniveau?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 2.6

 
 

2.7

Bij meer dan een aanwezige koude- of warmteopwekker: is het systeem voorzien van een cascaderegeling (koude- en warmteopwekkers worden ingeschakeld en afgeschakeld afhankelijk van de behoefte)?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 2.7

 
 

2.8

Bij een aanwezige cascaderegeling of cascadestrategie: is die optimaal ingesteld?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 2.8

 
 

2.9

Energie-efficiency koudeopwekker

 

 

EPBD-B

 

Bepaal het besparingspotentieel koudeopwekker

Besparingspotentieel (%):

 
 
 

Is het besparingspotentieel van de koude-opwekker > 20%?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 2.9

 
 

2.10

Energie-efficiency warmteopwekker

 
 
 

 

EPBD-B

 

Bepaal het besparingspotentieel van de warmteopwekker

Besparingspotentieel (%):

 
 
 

Is het besparingspotentieel van de warmte-opwekker > 20%?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 2.10

 
 
Bij een aanwezige energieopslag

2.11

Temperatuurverschil bronnen energieopslag

 
 
 
 

 

EPBD-B

 

Bepaal de gemiddelde delta-T energieopslag.

Verpompt waterdebiet (zomer) kubieke meter / h:

 
 
 

Geladen warmte (MWh):

 
 
 

Gemiddelde Delta-T (zomer) (°C)

 
 
 

Verpompt waterdebiet (winter) kubieke meter / h:

 
 
 

Geladen koude (MWh):

 
 
 

Gemiddelde Delta-T (winter) (°C):

 
 
 

Is de gemiddelde Delta-T energieopslag zomer of winter ≤ 4 °C?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 2.11

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
3. Distributiesysteem

3.1

Zijn de leidingen en appendages voor gekoeld en warm water geïsoleerd en verkeren die in een goede staat?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 3.1

 
 

3.2

Zijn er tekenen van mogelijke lekkage of is er lekkage?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 3.2

 
 

3.3

Zijn alle pompen in het distributiesysteem energiezuinige pompen?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 3.3

 
 

3.4

Is de nadraaitijd bij uitschakeling van de circulatiepompen juist?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 3.4

 
 

3.5

Zijn er frequentie geregelde pompen met variabele debiet geïnstalleerd voor de gebruiksgroepen, daar waar een wisselend debiet wordt verwacht?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 3.5

 
 

3.6

Worden er vuilvangers, slibfilters en ontgassing toegepast voor een betere warmteoverdracht?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 3.6

 
 

3.7

Inregeling

 
 
 
 

 

EPBD-A

 

Bepaal het verschil tussen de aanvoer- en retourtemperatuur

Aanvoertemperatuur (°C):

 
 
 

Retourtemperatuur (°C):

 
 
 

Verschil (°C):

 
 
 

Is het temperatuurverschil (Delta-T) < 4 °C?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 3.7

 
 
4. Afgifte condensorwarmte

4.1

Zijn de condensorunits vervuild?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 4.1

 
 

4.2

Zijn er tekenen van mogelijke koudemiddellekkage of is er koudemiddellekkage?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 4.2

 
 

4.3

Zijn er belemmeringen bij de luchtaanzuiging?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 4.3

 
 

4.4

Wordt de aangezogen lucht verwarmd door externe bronnen of de directe omgeving?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 4.4

 
 

4.5

Zijn de ventilatoren van de condensor voorzien van toerenregeling?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 4.5

 
 

4.6

Is de condensortemperatuur volgens de ontwerpspecificaties?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Geen ontwerpspecificaties aanwezig

 
 
 

Nee, selecteer advies 4.6

 
 

Bij een aanwezige koeltoren

 
 
 
 
 
 
 

4 .7

Afkoeling koeltoren

 
 
 

 

EPBD-B

 

Bepaal het verschil tussen de aanvoer- en de retourtemperatuur van de koeltoren

Aanvoertemperatuur (°C):

 
 
 

Retourtemperatuur (°C):

 
 
 

Verschil (°C):

 
 
 

Is het temperatuurverschil (Delta-T) < 4 °C?

Nee

 
 
 

Niet te inspecteren vanwege legionella-risico

 
 
 

Ja, selecteer advies 4.7

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
5. Afgiftesysteem

5.1

Zijn de warmtewisselaars vervuild?

Nee

 

 

EPBD-A

 
 

Ja, selecteer advies 5.1

 
 

5.2

Wordt de aangezogen lucht verwarmd door externe bronnen of de directe omgeving?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.2

 
 

5.3

Zijn de luchtfilters vervuild of beschadigd?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.3

 
 

5.4

Zijn er tekenen van mogelijke (koudemiddel)lekkage?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.4

 
 

5.5

Bij (comfort) klachten: zijn de geplaatste roosters correct?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 5.5

 
 

5.6

Bij (comfort) klachten: lijkt de luchtverdeling in de ruimten in orde?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 5.6

 
 

5.7

Is de verdampertemperatuur volgens de ontwerpspecificaties?

Ja

 

 

EPBD-A

Geen ontwerpspecificaties aanwezig

 
 

Nee, selecteer advies 5.7

 
 
Bij aanwezige vloerkoeling en betonkernactivering: 5.10 t/m 5.14

5.10

Zijn de aanvoer- en retour temperatuurgroepen volgens de ontwerpspecificaties?

Geen ontwerpspecificaties aanwezig

 

 

EPBD-A

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 5.10

 
 

5.11

Functioneert de regeling van de geregelde groepen correct?

Ja

 

 

EPBD-B

Nee, selecteer advies 5.11

 
 

5.12

Worden alle groepen door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd?

Ja

 

 

EPBD-B

Nee, selecteer advies 5.12

 
 

5.13

Zijn er tekenen van mogelijke lekkage?

Ja

 

 

EPBD-A

Nee, selecteer advies 5.13

 
 

5.14

Is er sprake van een gelijkmatige temperatuurverdeling van de verschillende groepen (steekproefsgewijs controleren)?

Ja

 

 

EPBD-A

Nee, selecteer advies 5.14

 
 
Bij aanwezige inductie-unit: 5.20 t/m 5.26

5.20

Zijn er tekenen van mogelijke lekkage?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.20

 
 

5.21

Bij een aanwezige na-regeling van de temperatuur: functioneert die correct?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.21

 
 

5.22

Bij een aanwezige dauwpuntregeling: functioneert die correct?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.22

 
 

5.23

Bij een aanwezige condenswaterafvoer: functioneert die correct?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.23

 
 

5.24

Zijn de aanvoer en retourtemperaturen van het gekoeld of verwarmd water volgens de ontwerpspecificaties?

Geen ontwerpspecificaties aanwezig

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.24

 
 

5.25

Is de warmtewisselaar vervuild of beschadigd?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.25

 
 

5.26

Is de luchtuitstroom optimaal (volgens de ontwerpspecificaties)?

Geen ontwerpspecificaties aanwezig

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.26

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
Bij een aanwezig klimaatplafond: 5.30 t/m 5.34

5.30

Zijn er tekenen van mogelijke lekkage?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.30

 
 

5.31

Worden de klimaatplafonds ten minste twee keer per jaar gecontroleerd door middel van infraroodopnamen met een warmtebeeldcamera?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.31

 
 

5.32

Bij beschikbare recente infraroodopnamen van een warmtebeeldcamera (ten hoogste 1 jaar oud): is het koude- of warmtepatroon op die opnamen gelijkmatig?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.32

 
 

5.33

Functioneert de regeling en functioneren de regelkleppen correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.33

 
 

5.34

Bij een aanwezige dauwpuntregeling (van de groep klimaatplafonds ter voorkoming van condens): functioneert die correct?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

Niet te beoordelen

 
 

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 5.34

 
 

5.35

Worden alle groepen door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 5.35

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bij een aanwezige ventilatorconvector: 5.40 t/m 5.46

5.40

Zijn de (flexibele) aansluitingen op het verwarmings-of koelelement geïsoleerd en verkeren die in een goede staat?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.40

 
 

5.41

Functioneren de ventilatorconvectoren correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.41

 
 

5.42

Functioneert de thermostaat correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.42

 
 

5.43

Functioneert de (thermische) regelapparatuur correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.43

 
 

5.44

Is de warmtewisselaar vervuild of beschadigd?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.44

 
 

5.45

Bij aanwezige luchtfilters: zijn de luchtfilters vervuild of beschadigd?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

 

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 5.45

 
 

5.46

Worden alle groepen door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 5.46

 
 
Bij aanwezig kanaal (na)koelelement: 5.50 t/m 5.55

5.50

Is het kanaal (na)koelelement geïsoleerd en verkeert dit in een goede staat?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.50

 
 

5.51

Functioneert de regelapparatuur correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.51

 
 

5.52

Bij een aanwezige afvoervoorziening voor condenswater of condenswaterpomp: functioneert die correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Niet van toepassing

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.52

 
 

5.53

Bij een aanwezige dauwpuntregeling: functioneert die correct?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Niet van toepassing

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.53

 
 

5.54

Is de warmtewisselaar vervuild of beschadigd?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 5.54a

 
 
 

Niet te beoordelen, advies 5.54b

 
 

5.55

Bij aanwezige luchtfilters: zijn de luchtfilters vervuild of beschadigd?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-A

 

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 5.55

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
Bij aanwezige radiatoren of convectoren: 5.60 en 5.61

5.60

Zijn de radiatoren (voldoende) geschikt voor lage temperatuur verwarming (LTV)?

Ja

 
 
 

 

EPBD-B

 

Niet bekend, selecteer advies 5.60a

 
 
 

Nee, selecteer advies 5.60b

 
 

5.61

Zijn er belemmeringen voor een goede werking van de radiatoren (gordijnen, dozen, kasten, tafels en dergelijke)?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.61

 
 

5.62

Zijn de radiatoren en convectoren voorzien van thermostaatknoppen, thermostaatregeling of voetventielen?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 5.62

 
 
6. Lucht toe- en afvoer (ventilatiesysteem)

6.1

Bij (comfort) klachten: is het juiste type inblaas- en afzuigroosters geplaatst en zijn ze op de juiste locatie geplaatst?

Niet van toepassing

 
 

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 6.1

 
 

6.2

Kan de lucht bij de luchtinlaten en -uitlaten vrij in en uitstromen?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 6.2

 
 

6.3

Zijn de luchtinlaten en -uitlaten vervuild?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 6.3

 
 

6.4

Functioneren de luchtinlaten en -uitlaten correct?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 6.4

 
 

6.5

Wordt de aangezogen buitenlucht opgewarmd door de directe omgeving of andere (externe) bronnen?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 6.5

 
 
7. Luchtfiltering (ventilatiesysteem)

7.1

Worden de luchtfilters ten minste eenmaal per jaar vervangen of gereinigd (VRV systemen)?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.1

 
 

7.2

Zijn de luchtfilters schoon en is het drukverschil (Pa) over de filters voldoende laag (duidelijk onder de eindweerstand zoals beschreven in de technische specificaties)?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.2

 
 

7.3

Zijn luchtfiltersecties in goede en droge staat?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.3

 
 

7.4

Is de afdichting van filters en behuizingen in orde?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.4

 
 

7.5

Is er sprake is van ontbrekende, geblokkeerde of beschadigde luchtfilters?

Nee

 
 

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 7.5

 
 

7.6

Zijn de luchtfilters op de juiste wijze (oriëntatie) geplaatst?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.6

 
 

7.7

Zijn de juiste gecertificeerde filters met de juiste luchtfilterklasse geplaatst?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.7

 
 

7.8

Is de conditie van de drukmeter van het filterdifferentieel in goede staat?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 7.8

 
 
8. Warmtewisselaars en warmteterugwinning (ventilatiesysteem)
Bij aanwezige warmteterugwinning

8.1

Zijn de warmtewisselaars vervuild?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 8.1

 
 

8.2

Is de toestand van de warmtewisselaars en overige onderdelen van de warmteterugwinning in orde (bijvoorbeeld onbeschadigd)?

Ja

 
 

 

 

EPBD- A

 

Nee, selecteer advies 8.2

 
 

8.3

Is het energierendement van de warmteterugwinning

in overeenstemming met de technische specificaties?

Ja

 
 

 

 

EPBD-B

Nee, selecteer advies 8.3

 
 

8.4

Zijn er tekenen van koelmiddellekkage?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 8.4

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
9. Kanaalwerk ventilatie (ventilatiesysteem)

9.1

Zijn er tekenen van vocht, afzetting, verstopping en dergelijke?

Nee

 
 

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 9.1

 
 

9.2

Verkeert de luchtafdichting van het leidingwerk in een goede staat?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 9.2

 
 

9.3

Is er kanaalisolatie aanwezig (waar wenselijk) en zo ja, is deze in goede staat?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 9.3

 
 

9.4

Zijn de luchtkanalen (overmatig) vervuild?

Nee

 
 

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 9.4

 
 

9.5

Staan alle brandklappen open?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 9.5

 
 
10. Luchtbehandelingskast en ventilator (ventilatiesysteem)

10.1

Zijn de luchtstromen die door de luchtbehandelingseenheid worden geleverd in overeenstemming met de technische specificaties?

De luchtstromen zijn niet te bepalen of technische specificaties zijn niet aanwezig

 
 

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 10.1

 
 

10.2

Is de luchtbehandelingskast van een energiezuinig type?

Nee, selecteer advies 10.2

 
 

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
11. Regeling en instellingen
– Koeling

11.1

Sluit de zone-indeling voldoende aan bij de specifieke koudevraag van de sectoren?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 11.1

 
 

11.2

Is de kloktijd van de klok die de koeling aanstuurt juist?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, adviseer advies 11.2

 
 

11.3

Komt het klokprogramma voor de koeling overeen met de bedrijfstijden?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.3

 
 

11.4

Zijn de locaties van de temperatuursensor(en) voor de koeling correct?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 11.4

 
 

11.5

Is de aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren voor koeling correct?

Ja

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.5

 
 

11.6

Bij een gekoeld watersysteem: is de regeling voor gekoeld water in orde en optimaal ingesteld?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 11.6

 
 

11.7

Zijn er zones die gelijktijdig worden verwarmd en gekoeld?

Nee

 

 

EPBD-B

 

Ja, selecteer advies 11.7

 
 

11.8

Zijn er ruimten die gelijktijdig worden verwarmd en gekoeld?

Nee

 

 

EPBD-A

 

Ja, selecteer advies 11.8

 
 

11.9

Zijn er ruimten met een (bijna) permanente koelvraag waar geen vrije koeling wordt toegepast?

Nee

 

 

EPBD-B

 

Ja, selecteer advies 11.9

 
 

11.10

Aantal starts en stops

 

 

EPBD-A

 

Kan het aantal starts en stops worden uitgelezen?

Nee, selecteer advies 11.10a

 
 
 

Ja

 
 
 

Bepaal het aantal starts en stops en draaiuren

Aantal starts en stops:

 
 
 

Aantal draaiuren:

 
 
 

Bedraagt het aantal starts en stops meer dan 4 per uur?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 11.10b

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
– Ventilatie

11.11

Sluit de zone-indeling van het ventilatiesysteem aan bij de ventilatievraag van sectoren?

Ja

 
 

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 11.11

 
 

11.12

Is de kloktijd van de klok die de regeling van het ventilatiesysteem aanstuurt juist?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, adviseer advies 11.12

 
 

11.13

Sluit het klokprogramma van de regeling van het ventilatiesysteem aan bij de bedrijfstijden?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.13

 
 

11.14

Is er een luchtdebietregeling aanwezig?

Ja

 
 

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.14

 
 

11.15

Bij een aanwezige luchtdebietregeling: is die traploos of vraaggestuurd?

Niet van toepassing

 
 

 

 

EPBD-B

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 11.15

 
 

11.16

Bij een aanwezig traploos of vraaggestuurd systeem: functioneert dit correct?

Niet van toepassing

 
 

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 11.16

 
 

11.17

Bij een aanwezige voorverwarming, is de regeling van de voorverwarming in orde en optimaal ingesteld?

Niet van toepassing

 
 

 

 

EPBD-B

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 11.17

 
 

11.18

Bij een aanwezig bevochtigingssysteem, is de regeling van het bevochtigingssysteem in orde en optimaal ingesteld?

Niet van toepassing

 
 

 

 

EPBD-B

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 11.18

 
 
– Verwarming

11.21

Sluit de zone-indeling voldoende aan bij de specifieke warmtevraag van de sectoren?

Ja

 
 
 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 11.21

 
 

11.22

Is de kloktijd van de klok die de verwarming aanstuurt juist?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, adviseer advies 11.22

 
 

11.23

Komt het klokprogramma voor de verwarming overeen met de bedrijfstijden?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.23

 
 

11.24

Zijn de locaties van de temperatuursensoren voor de verwarming correct?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.24

 
 

11.25

Is de aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren, voor verwarming, correct?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.25

 
 

11.26

Zijn er ruimten die niet hoeven te worden verwarmd maar toch worden verwarmd?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.26

 
 

11.27

Zijn er ruimten die naast het verwarmingssysteem (warmtepompen) ook nog door andere bronnen, heaters en dergelijke, worden verwarmd en waar geen thermostatische kleppen of thermostaten zijn geplaatst?

Ja

 
 
 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 11.27

 
 

11.28

Bij een aanwezig waterdistributiesysteem, is het afgiftesysteem van de verwarming waterzijdig goed ingeregeld?

Niet van toepassing

 
 
 

 

EPBD-A

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 11.28

 
 

11.29

Aantal starts en stops

 
 
 

 

EPBD-A

 

Kan het aantal starts en stops worden uitgelezen?

Nee, selecteer advies 11.29a

 
 
 

Ja

 
 
 

Bepaal het aantal starts en stops en draaiuren

Aantal starts en stops:

 
 
 

Aantal draaiuren:

 
 
 

Bedraagt het aantal starts en stops meer dan 4 per uur?

Nee

 
 
 

Ja, selecteer advies 11.29b

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
12. Bemetering
– Koeling

12.1

Wordt het energiegebruik van het koelsysteem gemeten?

Ja

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 12.1

 
 

12.2

Als het energiegebruik van het koelsysteem wordt gemeten, worden de data ook regelmatig uitgelezen en beoordeeld?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

Ja

 
 

Nee, selecteer advies 12.2

 
 
– Verwarming

12.11

Wordt het energiegebruik van het verwarmingssysteem gemeten?

Ja

 
 
 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 12.11

 
 

12.12

Als het energiegebruik van het verwarmingssysteem wordt gemeten, worden de data ook regelmatig uitgelezen en beoordeeld?

Niet van toepassing

 
 
 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 12.12

 
 
13. Alternatieven

13.1

Zijn alle ramen op zonbelaste gevels voorzien van buitenzonwering?

Ja,

 

 

EPBD-A

 

Nee, selecteer advies 13.1

 
 

13.2

Is er restwarmte van ten minste 70 °C beschikbaar?

Nee

 

 

EPBD-B

 

Ja, selecteer advies 13.2

 
 

13.3

Bij behoefte aan gelijktijdige verwarming en koeling: wordt de condensorwarmte benut?

Niet van toepassing

 

 

EPBD-B

 

Ja

 
 
 

Nee, selecteer advies 13.3

 
 

13.4

Is er sprake van een laag temperatuur warmteafgifte zonder toepassing van warmtepompen?

Nee

 

 

EPBD-B

 

Ja, selecteer advies 13.4

 
 
 

Keuring

 

Vereist

diploma

 

A

B

C

D

 
14. Systeemgrootte
– Koeling

14.1

Is er voor dit gebouw of gebouwdeel al een keer een EPBD aircokeuring uitgevoerd waarin het opgestelde koelvermogen is beoordeeld in relatie tot het benodigde vermogen?

Ja, ga naar vraag 14.2

 

 

EPBD-B

 

Weet niet, ga naar vraag 14.3

 
 
 

Nee, ga naar vraag 14.3

 
 

14.2

Zijn er na de beoordeling van het opgestelde koelvermogen, in relatie tot het benodigde koelvermogen, nog aanpassingen gedaan aan het gebouw of het klimaatsysteem die van invloed zijn op de koelbehoefte van het gebouw of gebouwdeel?

Ja, ga naar vraag 14.3

 

 

EPBD-B

 

Weet niet, ga naar vraag 14.3

 
 
 

Nee, vraag 14.3 en 14.4 kunnen overgeslagen worden

 
 

14.3

Is er een actuele koelbehoefteberekening volgens BRL6000 beschikbaar?

Ja, ga naar vraag 14.4

 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 14.3, vraag 14.4 kan overgeslagen worden

 
 

14.4

Is het opgestelde koelvermogen meer dan 20% hoger dan het benodigde koelvermogen?

Ja, selecteer advies 14.4

 

 

EPBD-B

 

Nee

 
 
– Verwarming

14.11

Is er voor dit gebouw of gebouwdeel al een keer een EPBD aircokeuring uitgevoerd waarin het opgestelde verwarmingsvermogen is beoordeeld in relatie tot het benodigde vermogen?

Ja, ga naar vraag 14.12

 
 
 

 

EPBD-B

 

Weet niet, ga naar vraag 14.13

 
 
 

Nee, ga naar vraag 14.13

 
 

14.12

Zijn er na de beoordeling van het opgestelde verwarmingsvermogen in relatie tot het benodigde verwarmingsvermogen nog aanpassingen gedaan aan het gebouw of het klimaatsysteem die van invloed zijn op de warmtebehoefte van het gebouw of gebouwdeel?

Ja, ga naar vraag 14.13

 
 
 

 

EPBD-B

 

Weet niet, ga naar vraag 14.13

 
 
 

Nee, vraag 14.13 en 14.14 kunnen overgeslagen worden

 
 

14.13

Is er een actuele warmtebehoefteberekening opgesteld volgens BRL6000 beschikbaar?

Ja, ga naar vraag 14.14

 
 
 

 

EPBD-B

 

Nee, selecteer advies 14.13, vraag 14.14 kan overgeslagen worden

 
 

14.14

Is het opgestelde verwarmingsvermogen meer dan 20% hoger dan het benodigde verwarmingsvermogen?

Ja, selecteer advies 14.14

 
 
 

 

EPBD-B

 

Nee

 
 

Advieslijst

1. Systeem
Aanwezige documentatie/informatie

1.1a

Er is geen onderhoudslogboek van het koelsysteem of verwarmingssysteem aanwezig. Advies: stel dit op en houd daarin de gegevens over de installatie bij.

1.1.b

Er is geen onderhoudslogboek van het ventilatiesysteem aanwezig. Advies: stel dit op en houd daarin de gegevens over de installatie bij.

1.1.c

Er is geen klachtenregister aanwezig. Advies: stel dit op en houd daarin klachten over de installatie bij.

1.1d

Er is geen (ontwerp)beschrijving beschikbaar van de gewenste inregeling of instellingen (bedrijfstijden, temperaturen of ventilatiedebiet) van het klimaatsysteem met betrekking tot verwarming, koeling of ventilatie. Advies: stel deze op.

1.1e

Er is geen informatie beschikbaar over de huidige inregeling of instellingen (bedrijfstijden, temperaturen of ventilatiedebiet) van het klimaatsysteem met betrekking tot verwarming, koeling of ventilatie. Advies: verzamel deze informatie.

1.1f

Er is geen overzicht van het koelsysteem of verwarmingssysteem (met inbegrip van locatie hoofdcomponenten) beschikbaar. Advies: stel dit op.

1.1g

Er is geen principeschema (met bijbehorende revisies) van het klimaatsysteem beschikbaar. Advies: stel dit op.

1.1h

Er is geen beschrijving van de regeling watertemperatuur van het gekoeld watersysteem beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1i

Er is geen beschrijving van de stooklijn voor koel- en verwarmingszones beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1j

Er zijn geen ontwerpspecificaties ten aanzien van de condensortemperatuur of verdampertemperatuur beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1k

Er zijn geen monitoringsgegevens van de energieopslag beschikbaar. Advies: stel deze op volgens BRL6000-21.

1.1l

Er is geen omschrijving van de zone-indeling voor koeling of verwarming beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1m

Er is geen omschrijving van de zone-indeling voor ventilatie beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1p

Er zijn geen technische specificaties over de luchtstromen van het ventilatiesysteem beschikbaar. Advies: stel deze op.

1.1q

Er is geen meetrapport van het ventilatiesysteem beschikbaar. Advies: stel dit op.

Onderhoud en beheer

1.2

Er wordt geen of onvoldoende onderhoud verricht aan de koelinstallatie. Advies: sluit alsnog een onderhoudscontract met een installateur of breidt het onderhoudscontract uit.

1.3

Er wordt geen of onvoldoende onderhoud verricht aan de luchtbehandelingskast. Advies: sluit alsnog een onderhoudscontract met een installateur of breidt het onderhoudscontract uit.

1.4

Er zijn repeterende klachten die niet goed worden opgepakt of afgehandeld. Advies: handel de klachten alsnog correct af.

2. Koude-/warmteopwekking

2.1

De directe omgeving van de koude- of warmteopwekker(s) is niet ordelijk of schoon (vervuild of losse materialen en dergelijke). Advies: maak de directe omgeving ordelijk en schoon.

2.2

Er zijn belemmeringen voor een goede werking van de koude-of warmteopwekker(s). Advies: verwijder de belemmeringen.

2.3

Het principeschema is niet aanwezig of komt niet overeen met de werkelijkheid (er zijn afwijkingen tussen de werkelijke situatie en het principeschema). Advies: stel een correct principeschema op.

2.4

De opstelling van de koude- of warmteopwekker(s) is niet juist. Advies: stel de installatie correct op volgens installatievoorschrift of eisen fabrikant.

2.5

De isolatie van de koudemiddelleidingen is niet volledig of verkeert in slechte staat. Advies: breng de isolatie aan of herstel dit.

2.6

Er zijn onderdelen met een hoog trillings- of geluidsniveau. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan en verhelp zo mogelijk het probleem.

2.7

Er is meer dan een koude- of warmteopwekker aanwezig, deze zijn niet voorzien van een cascaderegeling (koude-en warmteopwekkers worden ingeschakeld en afgeschakeld afhankelijk van de behoefte). Advies: voorzie de koude- en warmteopwekkers van een cascaderegeling.

2.8

Er is een cascaderegeling of cascadestrategie aanwezig die niet optimaal is ingesteld. Advies: optimaliseer de cascaderegeling.

2.9

Het besparingspotentieel van de aanwezige koude-opwekker is meer dan 20%: de Energie Efficiency Rate (EER) is te laag. Advies: verbeter de Energie Efficiency Rate (EER) van de koude-opwekker.

2.10

Het besparingspotentieel van de aanwezige warmte-opwekker is meer dan 20%: de Coëfficiënt of Performance (COP) is te laag. Advies: verbeter de Coëfficiënt of Performance (COP) van de warmteopwekker.

2.11

De gemiddelde verschillen tussen de onttrekkings- en infiltratietemperaturen zijn erg klein (delta-T ≤ 4 °C). Advies: controleer de installatie aan de hand van de ontwerpspecificaties en stel deze zo nodig bij.

3. Distributiesysteem

3.1

De leidingen of appendages voor gekoeld en warm water zijn niet geïsoleerd of de isolatie ervan verkeert in een slechte staat. Advies: breng deze aan of herstel deze.

3.2

Er is mogelijk sprake van lekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

3.3

Niet alle pompen in het distributiesysteem zijn energiezuinige pompen. Advies: plaats energiezuinige pompen.

3.4

De nadraaitijd bij uitschakeling van de circulatiepompen van het distributiesysteem is niet juist. Advies: stel de juiste nadraaitijd van deze circulatiepompen in.

3.5

Er zijn geen frequentiegeregelde pompen met variabel debiet geïnstalleerd, daar waar een wisselend debiet wordt verwacht. Advies: installeer frequentiegeregelde pompen met variabel debiet.

3.6

Er zijn geen vuilvangers, slibfilters en ontgassing toegepast (ten behoeve van een betere warmteoverdracht). Advies: installeer deze.

3.7

Het temperatuurverschil tussen de aanvoer en retour is erg klein (< 4 °C). Advies: regel de installatie opnieuw in.

4. Afgifte condensorwarmte

4.1

De condensorunit(s) zijn vervuild, dit belemmert een goede werking. Advies: reinig deze.

4.2

Er zijn tekenen van (mogelijke) koudemiddellekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

4.3

Er zijn belemmeringen bij de luchtaanzuiging, dit belemmert een goede werking. Advies: verwijder de belemmering.

4.4

De aanzuiglucht van de condensors wordt verwarmd door externe bronnen of de directe omgeving. Advies: verhelp dit.

4.5

De ventilatoren zijn niet voorzien van toerenregeling. Advies: overweeg het gebruik van toerenregeling op de ventilatoren.

4.6

De condensortemperatuur is niet volgens de ontwerpspecificaties. Advies: onderzoek de mogelijkheden voor verlaging van de condensortemperatuur.

4.7

Het temperatuurverschil tussen de aanvoer en retour van en naar de koeltoren is erg klein. Advies: inspecteer de koeltoren op vervuiling.

5. Afgiftesystemen

5.1

De warmtewisselaar(s) in de afgifte-units zijn vervuild, dit belemmert een goede werking. Advies: reinig deze.

5.2

De aanzuiglucht van de luchtbehandelingskast wordt verwarmd door externe bronnen of de directe omgeving. Advies: verhelp dit.

5.3

De filters zijn vervuild of beschadigd. Advies: vervang de filters en controleer de filters periodiek.

5.4

Er zijn tekenen van mogelijke (koudemiddel)lekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

5.5

Er zijn (comfort) klachten mogelijk als gevolg van onjuist geplaatste roosters voor het inblazen of afzuiging van lucht. Advies: controleer de roosters en vervang deze zo nodig door juiste types.

5.6

Er zijn (comfort) klachten mogelijk doordat de luchtverdeling in de ruimten niet in orde is. Advies: controleer de luchtverdeling in de ruimten en stel deze zo nodig opnieuw in.

5.7

De verdampertemperatuur is niet volgens de ontwerpspecificaties. Advies: onderzoek de mogelijkheden voor verhoging van de verdampertemperatuur.

Vloerkoeling en betonkernactivering

5.10

De aanvoer- en retourtemperatuurgroepen zijn niet volgens de ontwerpspecificaties. Advies: onderzoek dit nader en herstel dit zo nodig.

5.11

De regeling van de geregelde groepen functioneert niet correct. Advies: herstel dit gebrek.

5.12

Niet alle groepen worden door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd. Advies: herstel dit gebrek.

5.13

Er zijn tekenen van mogelijke lekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

5.14

Er is sprake van een ongelijkmatige temperatuurverdeling van de verschillende groepen. Advies: onderzoek dit gebrek nader en regel dit zo nodig opnieuw in.

Inductie-unit

5.20

Er zijn tekenen van mogelijke lekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

5.21

De na-regeling van de temperatuur werkt niet correct. Advies: controleer de regeling en pas deze zo nodig aan.

5.22

De dauwpuntregeling werkt niet correct. Advies: controleer de regeling en pas deze zo nodig aan.

5.23

De condenswaterafvoer werkt niet correct. Advies: herstel dit gebrek.

5.24

De aanvoer- en retourtemperaturen van het gekoeld water zijn niet volgens de ontwerpspecificaties. Advies: onderzoek dit nader en regel dit opnieuw in.

5.25

De warmtewisselaar is vervuild of beschadigd. Advies: reinig de warmtewisselaar of herstel deze.

5.26

De luchtuitstroom is niet optimaal (volgens de ontwerpspecificaties). Advies: onderzoek de oorzaak en herstel dit gebrek.

Klimaatplafond

5.30

Er zijn tekenen van mogelijke lekkage. Advies: onderzoek de oorzaak hiervan, herstel dit gebrek zo nodig en verwijder vervolgens de lekkagesporen.

5.31

De klimaatplafonds worden niet twee keer per jaar gecontroleerd via infraroodopnamen met een warmtebeeldcamera. Advies: controleer deze twee keer per jaar met een warmtebeeldcamera.

5.32

Het warmtepatroon op met een warmtebeeldcamera gemaakte infraroodopnamen is ongelijkmatig. Advies: onderzoek of de waterzijdige balans volgens de ontwerpspecificaties is en regel deze zo nodig opnieuw in.

5.33

De regeling of de regelkleppen functioneren niet correct. Advies: onderzoek dit nader en pas een haalbare oplossing toe.

5.34

De dauwpuntregeling van de groep klimaatplafonds (ter voorkoming van condens) functioneert niet correct. Advies: controleer dit en pas dit zo nodig aan.

5.35

Niet alle groepen worden door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd. Advies: herstel dit gebrek.

Ventilatorconvector

5.40

De (flexibele) aansluitingen op het verwarmings- en koelelement zijn niet geïsoleerd of verkeren in een slechte staat. Advies: herstel de isolatie of breng deze aan.

5.41

De ventilatorconvectoren functioneren niet correct. Advies: onderzoek dit gebrek en pas een haalbare oplossing toe.

5.42

De thermostaat functioneert niet correct. Advies: onderzoek dit gebrek en kalibreer of vervang zo nodig de thermostaat.

5.43

De regelapparatuur functioneert niet correct. Advies: controleer de regeling en pas deze zo nodig aan.

5.44

De warmtewisselaar is vervuild of beschadigd. Advies: reinig of herstel de warmtewisselaar.

5.45

De luchtfilters zijn vervuild of beschadigd. Advies: vervang de luchtfilters en controleer deze periodiek.

5.46

Niet alle groepen worden door de juiste ruimte-bedieneenheid aangestuurd. Advies: herstel dit gebrek.

Kanaal (na)koelelement

5.50

Het kanaal (na)koelelement is niet geïsoleerd of verkeert in een slechte staat. Advies: herstel de isolatie of breng deze opnieuw aan.

5.51

De regelapparatuur functioneert niet correct. Advies: controleer de regeling en pas deze zo nodig aan.

5.52

De afvoervoorziening (condenswater of condenswaterpomp) functioneert niet correct. Advies: herstel dit gebrek.

5.53

De dauwpuntbeveiliging van de groep klimaatplafonds (ter voorkoming van condens) functioneert niet correct. Advies: controleer deze en pas deze zo nodig aan.

5.54a

De warmtewisselaar is vervuild of beschadigd. Advies: reinig of herstel de warmtewisselaar.

5.54b

De vervuiling of beschadiging van de warmtewisselaar is niet te beoordelen. Advies: breng inspectieluiken aan zodat de wisselaar kan worden geïnspecteerd of gereinigd.

5.55

De luchtfilters zijn vervuild of beschadigd. Advies: vervang de luchtfilters en controleer deze periodiek.

Radiatoren of convectoren

5.60a

Het is niet bekend of de radiatoren voldoende geschikt zijn voor lage temperatuur verwarming (LTV). Advies: onderzoek dit zo nodig.

5.60b

De radiatoren zijn onvoldoende geschikt voor lage temperatuur verwarming (LTV). Advies: maak de radiatoren voldoende geschikt voor lage temperatuur verwarming (LTV).

5.61

Er zijn belemmeringen voor een goede werking van de radiatoren (gordijnen, dozen, kasten, tafels en dergelijke). Advies: verwijder deze belemmeringen.

5.62

De radiatoren of convectoren zijn niet voorzien van thermostaatknoppen, thermostaatregeling of voetventielen. Advies: voorzie de radiatoren of convectoren van thermostaatknoppen, thermostaatregeling of voetventielen.

6. Lucht toe en afvoer

6.1

Er zijn (comfort) klachten mogelijk als gevolg van een onjuiste type inblaas- en afzuigroosters of door een onjuiste locatie. Advies: controleer dit en selecteer zo nodig de juiste roosters met voldoende worp of kies de juiste locatie.

6.2

Er kan onvoldoende lucht vrij instromen bij de luchtinlaten. Advies: verwijder of verhelp de belemmeringen.

6.3

De luchtinlaten en -uitlaten zijn vervuild. Advies: reinig de luchtinlaten en -uitlaten.

6.4

De luchtinlaten en -uitlaten functioneren niet naar behoren. Advies: onderzoek dit en neem de oorzaak weg.

6.5

De aangezogen buitenlucht wordt opgewarmd door de directe omgeving of (externe) bronnen. Advies: verplaats de luchtinlaat of de (externe) warmtebron.

7. Luchtfilters

7.1

De luchtfilters worden niet jaarlijks vervangen of gereinigd. Advies: vervang of reinig de luchtfilters jaarlijks.

7.2

De luchtfilters zijn vervuild of het drukverschil (Pa) over de filters is te hoog. Advies: vervang de luchtfilters.

7.3

De luchtfiltersecties zijn niet in goede en droge staat. Advies: vervang de luchtfiltersecties.

7.4

De afdichting van filters en behuizingen is niet in orde. Advies: herstel de afdichting.

7.5

Er is sprake van ontbrekende, geblokkeerde of beschadigde luchtfilters. Advies: vervang de luchtfilters.

7.6

De luchtfilters zijn niet op de juiste wijze (oriëntatie) geplaatst. Advies: plaats de luchtfilters op de juiste locatie (oriëntatie).

7.7

Er zijn onjuiste filters geplaatst (onjuiste luchtfilterklasse). Advies: plaats nieuwe filters met de juiste filterklasse.

7.8

De luchtfilters zijn niet op de juiste wijze (oriëntatie) geplaatst. Advies: plaats de luchtfilters op de juiste locatie.

8. Warmtewisselaars en warmteterugwinning

8.1

De warmtewisselaars in de luchtbehandelingskast zijn vervuild, dit belemmert een goede werking. Advies: reinig deze.

8.2

De toestand van de warmterugwinning is niet in orde. Advies: laat de warmteterugwinning nader onderzoeken door de leverancier van de apparatuur.

8.3

Het energierendement van de warmteterugwinning is niet volgens de technische specificaties. Advies: laat de warmteterugwinning nader onderzoeken door de leverancier van de apparatuur.

8.4

Er is mogelijk sprake van koudemiddellekkage. Advies: onderzoek dit gebrek en verhelp zo nodig dit gebrek.

9. Kanaalwerk ventilatie

9.1

Er zijn tekenen van vocht, afzetting of verstopping. Advies: controleer de luchtcondities binnen en buiten het kanaal en raadpleeg een deskundige.

9.2

De staat van het leidingwerk is niet orde. Advies: herstel de afdichtingen.

9.3

De kanaalisolatie is niet orde. Advies: breng kanaalisolatie aan of vervang de kanaalisolatie.

9.4

De luchtkanalen zijn vervuild. Advies: reinig de luchtkanalen volgens NVRL-keur.

9.5

Niet alle brandkleppen staan open. Advies: laat dit onderzoeken door een deskundige.

10. Luchtbehandelingskast en ventilator

10.1

De luchtstromen die door de luchtbehandelingseenheid worden geleverd zijn niet in overeenstemming met de technische specificaties. Advies: stel de luchtstromen opnieuw in.

10.2

De luchtbehandelingskast is niet van een energiezuinig type. Advies: onderzoek of vervanging van de luchtbehandelingskast door een energiezuinige luchtbehandelingskast rendabel is.

11. Regeling en instellingen
– Koeling

11.1

De zonering sluit niet goed aan bij de specifieke koudevraag van de sectoren. Advies: pas de zonering voor de koude-vraag aan.

11.2

De kloktijd van de klok die de koeling aanstuurt is onjuist. Advies: stel de klok bij.

11.3

Het klokprogramma voor de koeling komt niet overeen met de bedrijfstijden. Advies: programmeer de kloktijden opnieuw of stel deze opnieuw in.

11.4

De locatie van de temperatuursensor(en) voor de koeling is onjuist. Advies: pas de locatie(s) aan.

11.5

De aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren voor koeling is niet correct

(te groot verschil tussen gemeten en aangegeven temperatuur). Advies: kalibreer deze temperatuursensoren.

11.6

De regeling voor gekoeld water is niet in orde of niet optimaal ingesteld. Advies: herstel dit gebrek of stel de regeling opnieuw in.

11.7

Er zijn zones die gelijktijdig verwarmd en gekoeld worden. Advies: pas de stooklijnen zodanig aan dat dit wordt voorkomen.

11.8

Er zijn ruimten die gelijktijdig verwarmd en gekoeld worden. Advies: pas de regeling zodanig aan dat dit wordt voorkomen.

11.9

Er zijn ruimten met een (bijna) permanente koudevraag waar (nog) geen gebruik wordt gemaakt van vrije koeling. Advies: onderzoek de mogelijkheden voor de toepassing van vrije koeling.

11.10a

Het aantal starts of stops kan niet worden uitgelezen. Advies: installeer of repareer de start/stopteller.

11.10b

Het aantal starts of stops is erg hoog. Advies: onderzoek de mogelijkheden om het aantal starts of stops terug te brengen.

– Ventilatie

11.11

De zonering sluit niet goed aan bij de ventilatievraag van de sectoren. Advies: pas de zonering voor de ventilatievraag aan.

11.12

De kloktijd van de klok van de regeling die het ventilatiesysteem aanstuurt is onjuist. Advies: stel de klok bij.

11.13

Het klokprogramma van de regeling van het ventilatiesysteem sluit onvoldoende aan bij de bedrijfstijden. Advies: programmeer het klokprogramma opnieuw of stel deze opnieuw in.

11.14

Er is geen luchtdebietregeling aanwezig: Advies: onderzoek de mogelijkheden voor een vraaggestuurde traploze regeling en breng deze zo mogelijk aan.

11.15

De aanwezige luchtdebietregeling is niet traploos of vraaggestuurd. Advies: onderzoek de mogelijkheden voor een vraaggestuurde traploze regeling en breng deze zo mogelijk aan.

11.16

Het vraaggestuurd systeem functioneert niet correct. Advies: onderzoek dit en verhelp de oorzaak.

11.17

De regeling van de voorverwarming is niet in orde of niet optimaal ingesteld. Advies: onderzoek de regeling van de voorverwarming en herstel deze.

11.18

De regeling van het bevochtigingssysteem is niet in orde of niet optimaal ingesteld. Advies: onderzoek de regeling van het bevochtigingssysteem en herstel deze.

– Verwarming

11.21

De zonering sluit niet goed aan bij de specifieke warmtevraag van de sectoren. Advies: pas de zonering voor de warmtevraag aan.

11.22

De kloktijd van de klok die de verwarming aanstuurt is onjuist. Advies: stel de klok bij.

11.23

Het klokprogramma sluit onvoldoende aan bij de bedrijfstijden. Advies: programmeer de kloktijden of stel deze opnieuw in.

11.24

De locatie van de temperatuursensor(en) voor de verwarming is onjuist. Advies: pas de locatie(s) aan.

11.25

De aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren voor verwarming is niet correct

(te groot verschil tussen gemeten en aangegeven temperatuur). Advies: kalibreer deze temperatuursensoren.

11.26

Er zijn ruimten die niet hoeven te worden verwarmd maar toch worden verwarmd. Advies: schakel de verwarming uit in ruimten die niet hoeven te worden verwarmd.

11.27

Er zijn ruimten die naast het verwarmingssysteem ook door andere bronnen worden verwarmd waar geen thermostatische kleppen of thermostaten zijn geplaatst. Advies: installeer thermostatische kleppen of thermostaten in die ruimten.

11.28

Het afgiftesysteem van de verwarming is waterzijdig niet goed ingeregeld. Advies: regel het afgiftesysteem van de verwarming waterzijdig (opnieuw) in.

11.29a

Het aantal starts of stops kan niet worden uitgelezen. Advies: installeer een start/stopteller.

11.29b

Het aantal starts of stops is erg hoog. Advies: onderzoek de mogelijkheden om het aantal starts of stops terug te brengen.

12. Bemetering
– Koeling

12.1

Het energiegebruik van de koelsysteem wordt niet gemeten. Advies: plaats energiemeters die het energiegebruik van het koelsysteem meten.

12.2

Het energiegebruik van het koelsysteem wordt gemeten maar de data worden niet periodiek uitgelezen of beoordeeld. Advies: lees het energiegebruik van het koelsysteem vanaf heden uit en beoordeel dit vanaf heden.

– Verwarming

12.11

Het energiegebruik van het verwarmingssysteem wordt momenteel niet gemeten. Advies: plaats energiemeters die het energiegebruik van het verwarmingssysteem meten.

12.12

Het energiegebruik van het verwarmingssysteem wordt gemeten maar de data worden niet periodiek uitgelezen of beoordeeld. Advies: lees het energiegebruik van het verwarmingssysteem vanaf heden uit en beoordeel dit vanaf heden.

13. Alternatieven

13.1

Niet alle ramen op zonbelaste gevels zijn voorzien van buitenzonwering. Advies: onderzoek de mogelijkheden om alle ramen op zonbelaste gevels te voorzien van buitenzonwering.

13.2

Er is restwarmte van ten minste 70 °C beschikbaar. Advies: onderzoek de mogelijkheden voor de toepassing van absorptiekoeling, let er hierbij nadrukkelijk op of de toepassing ervan leidt tot CO2-reductie.

13.3

Er is behoefte aan gelijktijdige verwarming en koeling zonder dat de condensorwarmte wordt benut. Advies: ga de mogelijkheden na om de condensorwarmte van de koelinstallatie te gebruiken.

13.4

Er is sprake van een laag temperatuur warmteafgifte zonder toepassing van warmtepompen. Advies: ga de mogelijkheden na voor het gebruik van warmtepompen en energieopslag.

14. Systeemgrootte
– Koeling

14.3

Er is geen koelbehoefteberekening van het gebouw of gebouwdeel beschikbaar volgens BRL6000. Advies: stel een koelbehoefteberekening op volgens BRL6000 en beoordeel het rendement en de capaciteit van het huidige koelsysteem.

14.4

Het opgesteld koelvermogen van de klimaatinstallatie is hoog in relatie tot het benodigde vermogen (> 20%). Advies: bepaal bij vervanging van de klimaatinstallatie het benodigde koelvermogen opnieuw en stem de installatie daarop af.

– Verwarming

14.13

Er is geen warmtebehoefteberekening van het gebouw of gebouwdeel volgens BRL 6000 beschikbaar. Advies: stel een warmtebehoefteberekening op volgens BRL6000 en beoordeel het rendement en de capaciteit van het huidige verwarmingssysteem.

14.14

Het opgesteld verwarmingsvermogen van de klimaatinstallatie is hoog in relatie tot het benodigde vermogen (>20%). Advies: bepaal bij vervanging van de klimaatinstallatie het benodigde verwarmingsvermogen opnieuw en stem de installatie daarop af.

15. Overig

15.1

Laat ten minste eenmaal per 10 jaar een EPA-U maatwerkadvies opstellen (door een gecertificeerd bedrijf) naar de mogelijke energiebesparende maatregelen.

15.2

Kies bij vervanging van installatiecomponenten voor componenten die geschikt zijn voor hoog temperatuur koeling (als het gebouw daarvoor geschikt is).

15.3

Kies bij vervanging van koude-of warmteopwekker(s), pompen, ventilatoren, luchtbehandelingskast(en) en dergelijke voor de meest energie-efficiënte variant.

 

 
 

 
 

 
Toelichting bij advies

Nummer

Toelichting

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Overige opmerkingen inspecteur
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ondertekening

Plaats:

Datum:

Handtekening:

L

Bijlage XII wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE XII BIJ DE ARTIKELEN 5.21, EERSTE LID, EN 5.22, EERSTE LID, VAN DEZE REGELING (EXAMENEISEN INSPECTIE AIRCONDITIONINGSYSTEMEN)

[Vervallen]

Deze bijlage bevat de exameneisen waaraan moet worden voldaan voor het examen, het herexamen en het bijscholingsexamen EPBD-A en EPBD-B airconditioningssystemen.

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

0. Algemene gegevens

0.1

De inspecteur kan het type keuring vaststellen (A/B/C/D).

 

PT + T

E1, E2

0.2

De inspecteur kan het opgestelde nominaal koelvermogen op systeemniveau vaststellen.

 

PT + T

E1, E2

0.3

De inspecteur kan het opgestelde nominaal verwarmingsvermogen op systeemniveau vaststellen.

 

PT + T

E1, E2

0.4

De inspecteur kan het aanwezige type koude- en warmteopwekker vaststellen.

 

PT

E1, E2

1. Pre-inspectie

Alg

De inspecteur kan zorgdragen voor de juiste voorbereiding op de inspectie.

PT

PT

E1

Informatie en documentatie

1.1

De inspecteur kan de beschikbaarheid en de volledigheid van de documentatie vaststellen.

PP + PT

PT

E1

Onderhoud en beheer

1.2

De inspecteur kan vaststellen of er voldoende en met de juiste regelmaat onderhoud aan het koelsysteem en verwarmingssysteem wordt verricht.

PP + PT

 

E1

1.3

De inspecteur kan vaststellen of er voldoende en met de juiste regelmaat onderhoud aan het ventilatiesysteem wordt verricht.

PT

 

E1, E2

1.4

De inspecteur kan vaststellen of de (repeterende) klachten goed zijn opgepakt of afgehandeld.

 

PT

E1

2. Koude- en warmteopwekking

Alg

De inspecteur kan de componenten van het klimaatsysteem lokaliseren.

PP + T

 

E1

2.1

De inspecteur kan vaststellen of de omgeving van de koude- en warmteopwekker(s) ordelijk en schoon is.

PT

 

E1, E2

2.2

De inspecteur kan belemmeringen voor een goede werking van de koude- en warmteopwekker(s) vaststellen.

PT + T

 

E1

2.3

De inspecteur kan de werkelijke situatie verifiëren met het principeschema.

PP + T

 

E1

2.4

De inspecteur kan vaststellen of de koude- en warmteopwekker(s) op een juiste wijze staan opgesteld.

PT

 

E1, E2

2.5

De inspecteur kan de aanwezigheid en conditie van de isolatie van de koudemiddelleidingen vaststellen.

PP + T

 

E1

2.6

De inspecteur kan vaststellen of er sprake is van een hoog trillingsniveau en kan vaststellen of er sprake is van een hoog geluidsniveau.

PP

 

E1, E2

2.7

De inspecteur kan vaststellen of het systeem is voorzien van een cascaderegeling.

 

PT

E1, E2

2.8

De inspecteur kan vaststellen of de cascaderegeling optimaal is ingesteld.

 

PT

E1, E2

2.9

De inspecteur kan het besparingspotentieel van de koudeopwekker vaststellen.

 

PT + T

E1

2.10

De inspecteur kan het besparingspotentieel van de warmteopwekker vaststellen.

 

PT + T

E1, E2

2.11

De inspecteur kan de gemiddelde Delta-T (zomer en winter) vaststellen en beoordelen.

 

PT + T

E1

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

3. Distributiesysteem

3.1

De inspecteur kan de aanwezigheid en conditie van de isolatie van de leidingen en appendages voor gekoeld en warm water vaststellen.

PP

 

E1

3.2

De inspecteur kan tekenen van (mogelijke) lekkage aan het watercirculatiesysteem vaststellen.

PT

 

E1, E2

3.3

De inspecteur kan vaststellen of de aanwezige pompen in het koud watercircuit energiezuinig zijn.

PT

 

E1, E2

3.4

De inspecteur kan vaststellen of de nadraaitijd bij uitschakeling van de circulatiepompen juist is.

 

PT

E1, E2

3.5

De inspecteur kan vaststellen of er frequentie geregelde pompen met variabele debiet zijn geïnstalleerd (daar waar een wisselend debiet wordt verwacht).

 

PT

E1, E2

3.6

De inspecteur kan vaststellen of er vuilvangers, slibfilters en ontgassing zijn toegepast.

PT

 

E1, E2

3.7

De inspecteur kan het verschil tussen de aanvoer- en de retourtemperatuur vaststellen.

PP

 

E1

4. Afgifte condensorwarmte

4.1

De inspecteur kan vaststellen of de condensorunits zijn vervuild.

PP

 

E1

4.2

De inspecteur kan tekenen van (mogelijke) koudemiddellekkage vaststellen.

PT

 

E1, E2

4.3

De inspecteur kan vaststellen of de unit zonder belemmeringen lucht kan aanzuigen.

PP

 

E1

4.4

De inspecteur heeft voldoende inzicht om na te gaan of de unit voldoende onverwarmde lucht kan aanzuigen.

PP + PT

 

E1

4.5

De inspecteur kan vaststellen of de ventilatoren van de condensor zijn voorzien van toerenregeling.

PT

 

E1, E2

4.6

De inspecteur kan vaststellen of de condensortemperatuur overeenkomt met de ontwerpspecificaties.

PP + PT

 

E1, E2

4.7

De inspecteur kan de afkoeling van het koelwater in de koeltoren vaststellen en beoordelen.

 

PT + T

E1

5. Afgiftesysteem

5.1

De inspecteur kan vaststellen of de warmtewisselaars zijn vervuild.

PP + PT

 

E1

5.2

De inspecteur kan vaststellen of de aangezogen lucht wordt verwarmd door externe bronnen.

PT

 

E1, E2

5.3

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfilters zijn vervuild en kan vaststellen of de luchtfilters zijn beschadigd.

PP + PT

 

E1

5.4

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen zijn van mogelijke (koudemiddel)lekkage.

PT

 

E1, E2

5.5

De inspecteur kan beoordelen of de geplaatste roosters correct zijn.

 

PT

E1

5.6

De inspecteur kan vaststellen of de luchtverdeling in de ruimte in orde is.

PT

 

E1, E2

5.7

De inspecteur kan vaststellen of de verdampertemperatuur volgens de ontwerpspecificaties is.

PP + PT

 

E1, E2

Vloerkoeling en betonkernactivering

 
 
 

5.10

De inspecteur kan vaststellen of de aanvoer- en retourtemperatuurgroepen volgens de ontwerpspecificaties zijn.

PP

 

E1, E2

5.11

De inspecteur kan beoordelen of de regeling van de geregelde groepen correct is.

 

PT

E1, E2

5.12

De inspecteur kan beoordelen of een groep door de juiste ruimte-bedieneenheid wordt aangestuurd.

 

PT

E1, E2

5.13

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen zijn van mogelijke lekkage.

PT

 

E1, E2

5.14

De inspecteur kan vaststellen of sprake is van een gelijkmatige koudeverdeling van de verschillende groepen (bij koudeopwekking) en kan vaststellen of er sprake is van een gelijkmatige warmteverdeling van de verschillende groepen (bij warmteopwekking).

PT

 

E1

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

Inductie-unit

 
 
 

5.20

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen zijn van mogelijke lekkage.

PP + PT

 

E1, E2

5.21

De inspecteur kan vaststellen of de na-regeling van de temperatuur correct functioneert.

PT

 

E1, E2

5.22

De inspecteur kan beoordelen of de dauwpunt regeling correct functioneert.

 

PT + T

E1, E2

5.23

De inspecteur kan vaststellen of de condenswaterafvoer correct functioneert.

PP

 

E1, E2

5.24

De inspecteur kan beoordelen of de aanvoer- en retourtemperatuurgroepen van het gekoeld water volgens de ontwerpspecificaties zijn en kan beoordelen of de aanvoer- en retourtemperatuurgroepen van het verwarmd water volgens de ontwerpspecificaties zijn.

 

PT + T

E1, E2

5.25

De inspecteur kan vaststellen of de warmtewisselaar vervuild of beschadigd is.

PP

 

E1

5.26

De inspecteur kan beoordelen of de luchtuitstroom optimaal is (volgens de ontwerpspecificaties).

 

PT

E1, E2

Klimaatplafond

 
 
 

5.30

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen zijn van mogelijke lekkage.

PP + PT

 

E1, E2

5.31

De inspecteur kan vaststellen of het klimaatplafond ten minste twee keer per jaar wordt gecontroleerd door middel van infraroodopnamen met een warmtebeeldcamera.

T

 

E1, E2

5.32

De inspecteur kan op basis van een infraroodopname (gemaakt met een warmtebeeldcamera) beoordelen of het koudepatroon gelijkmatig is en kan beoordelen of het warmtepatroon gelijkmatig is.

 

PT

E1, E2

5.33

De inspecteur kan vaststellen of de regeling en de regelkleppen correct functioneren.

PP + PT

 

E1, E2

5.34

De inspecteur kan beoordelen of de dauwpuntregeling van de groep klimaatplafonds ter voorkoming van condens correct functioneert.

 

PT + T

E1, E2

5.35

De inspecteur kan beoordelen of een groep door de juiste ruimte-bedieneenheid wordt aangestuurd.

 

PT

E1, E2

Ventilatorconvector

 
 
 

5.40

De inspecteur kan vaststellen of de (flexibele) aansluitingen op het verwarmings- en het koelelement zijn geïsoleerd en in goede staat verkeren.

PP

 

E1, E2

5.41

De inspecteur kan vaststellen of de ventilatorconvector correct functioneert.

PP

 

E1, E2

5.42

De inspecteur kan vaststellen of de thermostaat correct functioneert.

PP

 

E1, E2

5.43

De inspecteur kan vaststellen of de (thermische) regelapparatuur correct functioneert.

PP + PT

 

E1, E2

5.44

De inspecteur kan vaststellen of de warmtewisselaar is vervuild en kan vaststellen of de warmtewisselaar is beschadigd.

PP

 

E1

5.45

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfilters zijn vervuild en kan vaststellen of de luchtfilters zijn beschadigd.

PP

 

E1

5.46

De inspecteur kan beoordelen of een groep door de juist ruimte-bedieneenheid wordt aangestuurd.

 

PT

E1, E2

Kanaal (na)koelelement

 
 
 

5.50

De inspecteur kan vaststellen of het kanaal (na)koelelement is geïsoleerd en of deze in goede staat verkeert.

PP

 

E1, E2

5.51

De inspecteur kan vaststellen of de regelapparatuur correct functioneert.

PP + PT

 

E1, E2

5.52

De inspecteur kan vaststellen of de afvoervoorziening voor condenswater correct functioneert en kan vaststellen of de condenswaterpomp correct functioneert.

PP

 

E1, E2

5.53

De inspecteur kan beoordelen of de dauwpuntregeling correct functioneert.

 

PP + PT

E1, E2

5.54

De inspecteur kan vaststellen of de warmtewisselaar is vervuild en kan vaststellen of de warmtewisselaar is beschadigd.

PP

 

E1

5.55

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfilters zijn vervuild en kan vaststellen of de luchtfilters zijn beschadigd.

PP

 

E1

Radiatoren of convectoren

 
 
 

5.60

De inspecteur kan op basis van aanwezige informatie beoordelen of de radiatoren (voldoende) zijn geschikt voor lage temperatuurverwarming (LTV).

 

PT

E1, E2

5.61

De inspecteur kan vaststellen of er belemmeringen zijn voor een goede werking van de radiatoren (gordijnen, dozen, kasten, tafels en dergelijke).

PP + PT

 

E1, E2

5.62

De inspecteur kan vaststellen of de radiatoren en convectoren zijn voorzien van thermostaatknoppen, thermostaatregeling of voetventielen.

PP + PT

 

E1, E2

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

6. Lucht toe- en afvoer (ventilatiesysteem)

6.1

De inspecteur kan beoordelen of de juiste type van inblaas- en afzuigroosters zijn geplaatst en of deze op de juiste locatie zijn geplaatst.

 

PT

E1

6.2

De inspecteur kan vaststellen of de lucht bij de luchtinlaten en -uitlaten vrij in en uit kan stromen.

PP + PT

 

E1

6.3

De inspecteur kan vaststellen of de luchtinlaten en -uitlaten zijn vervuild.

PP + PT

 

E1

6.4

De inspecteur kan vaststellen of de luchtinlaten van de luchtbehandelingskast correct functioneren.

PP + PT

 

E1

6.5

De inspecteur kan vaststellen of de aangezogen buitenlucht wordt opgewarmd door de directe omgeving of andere externe bronnen.

PT

 

E1, E2

7. Luchtfiltering (ventilatiesysteem)

7.1

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfilters ten minste eenmaal per jaar worden vervangen of gereinigd.

PT

 

E1

7.2

De inspecteur kan vaststellen of de filters schoon zijn en of het drukverschil over de filters voldoende laag is.

PP + PT

 

E1

7.3

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfiltersecties in goede en droge staat zijn.

PP

 

E1

7.4

De inspecteur kan vaststellen of de afdichting van filters en behuizingen in orde is.

PP

 

E1, E2

7.5

De inspecteur kan vaststellen of er sprake is van ontbrekende, geblokkeerde of beschadigde luchtfilters.

PP

 

E1, E2

7.6

De inspecteur kan vaststellen of de luchtfilters op de juiste wijze (oriëntatie) zijn geplaatst.

PP

 

E1, E2

7.7

De inspecteur kan vaststellen of de juiste gecertificeerde filters met de juiste luchtfilterklasse zijn geplaatst.

PT

 

E1, E2

7.8

De inspecteur kan vaststellen of de conditie van de drukmeter van het filterdifferentieel in goede staat is.

PP

 

E1, E2

8. Warmtewisselaars en warmteterugwinning (ventilatiesysteem)

8.1

De inspecteur kan vaststellen of de warmtewisselaars of warmteterugwinning zijn vervuild.

PP

 

E1

8.2

De inspecteur kan beoordelen of vaststellen of de toestand van de warmtewisselaars en warmteterugwinning correct is.

PT

 

E1

8.2

De inspecteur kan beoordelen of vaststellen of het energierendement in overeenstemming is met de technische specificaties.

 

PT

E1, E2

8.4

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen zijn van koelmiddellekkage.

PT

 

E1, E2

9. Kanaalwerk ventilatie (ventilatiesysteem)

9.1

De inspecteur kan vaststellen of er tekenen van vocht, afzetting, verstopping en dergelijke zijn.

PT

 

E1, E2

9.2

De inspecteur kan vaststellen of de luchtafdichting van het leidingwerk in goede staat verkeert.

PT

 

E1, E2

9.3

De inspecteur kan vaststellen of de luchtkanalen zijn geïsoleerd waar wenselijk en of de isolatie in goede staat is.

PT

 

E1, E2

9.4

De inspecteur kan vaststellen of de luchtkanalen (overmatig) zijn vervuild.

PT

 

E1, E2

9.5

De inspecteur kan vaststellen of alle brandklappen open staan.

PT

 

E1, E2

10. Luchtbehandelingskast en ventilator (ventilatiesysteem)

10.1

De inspecteur kan vaststellen of de luchtstromen in overeenstemming zijn met de technische specificaties.

 

PT

E1, E2

10.2

De inspecteur kan vaststellen of de luchtbehandelingskast van een energiezuinig type is.

 

PT

E1, E2

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

11. Regeling en instellingen

– Koeling

11.1

De inspecteur kan bepalen of de zone-indeling voldoende aansluit bij de specifieke koude-vraag van de sectoren.

 

PT

E1

11.2

De inspecteur kan vaststellen of de kloktijd die de koeling aanstuurt correct is.

PP + PT

 

E1

11.3

De inspecteur kan vaststellen of het klokprogramma dat de koeling aanstuurt overeenkomt met de bedrijfstijden.

PP + PT

 

E1

11.4

De inspecteur kan beoordelen of de locaties van de temperatuursensoren voor de koeling correct zijn.

 

PT

E1

11.5

De inspecteur kan vaststellen of de aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren voor koeling correct is.

PP + PT

 

E1

11.6

De inspecteur kan beoordelen of de regeling voor het gekoelde water in orde is en optimaal is ingesteld.

 

PT

E1

11.7

De inspecteur kan beoordelen of er zones zijn die gelijktijdig worden verwarmd en gekoeld.

 

PT

E1

11.8

De inspecteur kan vaststellen of er ruimten zijn die gelijktijdig worden verwarmd en gekoeld.

PP + PT

 

E1

11.9

De inspecteur kan beoordelen of er ruimten zijn met een permanente of bijna permanente koelvraag waar geen vrije koeling wordt toegepast.

 

PT

E1, E2

11.10

De inspecteur kan vaststellen of het aantal starts en stops (voor koeling) kan worden uitgelezen, het aantal starts en stops (voor koeling) uitlezen en kan deze vastleggen.

PT

 

E1, E2

– Ventilatie

11.11

De inspecteur kan beoordelen of de zone-indeling van het ventilatiesysteem aansluit bij de ventilatievraag van de sectoren.

 

PT

E1, E2

11.12

De inspecteur kan vaststellen of de kloktijd van de klok die de regeling van het ventilatiesysteem aanstuurt correct is.

PT

 

E1, E2

11.13

De inspecteur kan vaststellen of het klokprogramma van de regeling van het ventilatiesysteem aansluit bij de bedrijfstijden.

PT

 

E1, E2

11.14

De inspecteur kan vaststellen of er luchtdebietregeling aanwezig is.

PT

 

E1, E2

11.15

De inspecteur kan beoordelen of de aanwezige debietregeling traploos is en kan beoordelen of de aanwezige debietregeling vraaggestuurd is.

 

PT

E1

11.16

De inspecteur kan beoordelen of een vraaggestuurd ventilatiesysteem correct functioneert.

 

PT

E1, E2

11.17

De inspecteur kan beoordelen of de regeling van de voorverwarming in orde is en optimaal is ingesteld.

 

PT

E1, E2

11.18

De inspecteur kan beoordelen de regeling van het bevochtigingssysteem in orde is en optimaal is ingesteld.

 

PT

E1, E2

– Verwarming

11.21

De inspecteur kan bepalen of de zone-indeling voldoende aansluit bij de specifieke warmtevraag van de sectoren.

 

PT

E1, E2

11.22

De inspecteur kan vaststellen of de kloktijd die de verwarming aanstuurt correct is.

PT

 

E1, E2

11.23

De inspecteur kan vaststellen of het klokprogramma dat de verwarming aanstuurt overeen-komt met de bedrijfstijden.

PT

 

E1, E2

11.24

De inspecteur kan vaststellen of de locaties van de temperatuursensoren voor de verwarming correct zijn.

PT

 

E1, E2

11.25

De inspecteur kan vaststellen of de aangegeven temperatuur van de temperatuursensoren (voor verwarming) correct is.

PT

 

E1, E2

11.26

De inspecteur kan vaststellen of er ruimten zijn die niet verwarmd hoeven te worden maar die toch worden verwarmd.

PT

 

E1, E2

11.27

De inspecteur kan vaststellen of er ruimten zijn die naast het verwarmingssysteem (warmtepompen) ook nog door andere bronnen worden verwarmd en waar geen thermostatische kleppen of thermostaten zijn geplaatst.

PT

 

E1, E2

11.28

De inspecteur kan vaststellen of het afgiftesysteem van de verwarming waterzijdig goed is ingeregeld.

PT

 

E1, E2

11.29

De inspecteur kan vaststellen of het aantal starts en stops (voor verwarming) kan worden uitgelezen, het aantal starts en stops (voor verwarming) uitlezen en deze vastleggen.

PT

 

E1, E2

 
 

Diploma

 
 
 

EPBD-A

EPBD-B

 

12. Bemetering

– Koeling

12.1

De inspecteur kan beoordelen of het energiegebruik van het koelsysteem wordt gemeten.

 

PT

E1

12.2

De inspecteur kan beoordelen of de data van het energiegebruik van het koelsysteem regelmatig worden uitgelezen en beoordeeld.

 

PT

E1

– Verwarming

12.1

De inspecteur kan beoordelen of het energiegebruik van het verwarmingssysteem wordt gemeten.

 

PT

E1, E2

12.2

De inspecteur kan beoordelen of de data van het energiegebruik van het verwarmingssysteem regelmatig worden uitgelezen en beoordeeld.

 

PT

E1, E2

13. Alternatieven

13.1

De inspecteur kan vaststellen of alle ramen op zonbelaste gevels zijn voorzien van buitenzonwering.

PT

 

E1, E2

13.2

De inspecteur kan beoordelen of er restwarmte van ten minste 70 °C beschikbaar is.

 

PT

E1, E2

13.3

De inspecteur kan beoordelen of de condensorwarmte wordt benut als behoefte is aan gelijktijdige verwarming en koeling.

 

PT

E1, E2

13.4

De inspecteur kan beoordelen en vaststellen of er sprake is van een laag temperatuur warmteafgifte zonder toepassing van warmtepompen.

 

PT

E1, E2

14. Systeemgrootte

– Koeling

14.1

De inspecteur kan beoordelen of er voor een gebouw of gebouwdeel al een keer een EPBD aircokeuring is verricht waarin het opgestelde koelvermogen is beoordeeld in relatie tot het benodigde vermogen.

 

PT

E1, E2

14.2

De inspecteur kan beoordelen of er na de beoordeling van het opgestelde koelvermogen, in relatie tot het benodigde koelvermogen, nog aanpassingen zijn gedaan aan het gebouw of het klimaatsysteem die van invloed zijn op de koelbehoefte van het gebouw of gebouwdeel.

 

PT

E1, E2

14.3

De inspecteur kan beoordelen of er een actuele koelbehoefteberekening volgens BRL6000 beschikbaar is.

 

PT

E1, E2

14.4

De inspecteur kan beoordelen of het opgestelde koelvermogen meer dan 20% hoger is dan het benodigde koelvermogen.

 

PT

E1, E2

– Verwarming

14.1

De inspecteur kan beoordelen of er voor een gebouw of gebouwdeel al een keer een EPBD aircokeuring is verricht waarin het opgestelde verwarmingsvermogen is beoordeeld in relatie tot het benodigde vermogen.

 

PT

E1, E2

14.2

De inspecteur kan beoordelen of er na de beoordeling van het opgestelde verwarmingsvermogen, in relatie tot het benodigde verwarmingsvermogen, nog aanpassingen zijn gedaan aan het gebouw of het klimaatsysteem die van invloed zijn op de verwarmingsbehoefte van het gebouw of gebouwdeel.

 

PT

E1, E2

14.3

De inspecteur kan beoordelen of er een actuele warmtebehoefteberekening volgens BRL6000 beschikbaar is.

 

PT

E1, E2

14.4

De inspecteur kan beoordelen of het opgestelde verwarmingsvermogen meer dan 20% hoger is dan het benodigde verwarmingsvermogen.

 

PT

E1, E2

Toelichting

PT

Toets waar praktische kennis, vaardigheden, inzichten en dergelijke op theoretische wijze worden getoetst (bijvoorbeeld via foto's, casebeschrijving en dergelijke).

PP

Toets waar praktische kennis, vaardigheden, inzichten en dergelijke op praktische wijze worden getoetst.

T

Toets waar theoretische kennis wordt getoetst.

PT + T

Er wordt praktische en theoretische kennis getoetst. De praktische en theoretische kennis wordt op theoretische wijze getoetst.

PP + T

Er wordt praktische en theoretische kennis getoetst. De praktische kennis wordt op praktische wijze getoetst, de theoretische kennis op theoretische wijze.

PP + PT

Er wordt praktische kennis getoetst. De praktische kennis wordt voor een deel getoetst op praktische wijze en voor een deel op theoretische wijze.

E1

Aan deze exameneis moet worden voldaan in het examen en het herexamen.

E2

Aan deze exameneis moet worden voldaan in het bijscholingsexamen.

ARTIKEL II

  • 1.

    Artikel I, onderdelen A, B, I en J, treedt in werking met ingang van 28 mei 2026.

  • 2.

    Artikel I, onderdelen C, D, E, F, G, H, K en L, treedt in werking met ingang van 29 mei 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage,

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

E. Boekholt-O’Sullivan

Toelichting

Algemeen deel

1. Inleiding

Op 24 april 2024 is de Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (hierna: EPBD IV) vastgesteld. De maatregelen uit de EPBD IV zijn erop gericht de uitstoot van broeikasgassen door de gebouwde omgeving te verminderen. Doel is de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren en de broeikasgasemissies van gebouwen te verminderen om uiterlijk in 2050 tot een emissievrij gebouwenbestand te komen. Op grond van artikel 35 van de richtlijn dienen de artikelen uit de EPBD IV uiterlijk op 29 mei 2026 in nationale wet- en regelgeving te zijn omgezet.

Ter implementatie van de artikelen 3, 10, 13, 14, 19, 20, 21, 23 en 24 van de EPBD IV zijn het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit gewijzigd.1 In paragraaf 5.2.2 van de nota van toelichting van dat wijzigingsbesluit is een wijziging van de Omgevingsregeling aangekondigd voor de onderwerpen gebouwautomatisering en -controlesystemen (artikel 13 EBPD IV), energielabels (artikelen 19 tot en met 21 EPBD IV) en keuringen van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningssystemen in gebouwen (artikelen 23 en 24 EPBD IV). Voor de implementatie van deze onderwerpen is niet alleen een aanpassing nodig van het Bbl, maar ook van de Omgevingsregeling. Met deze wijzigingsregeling wordt daar invulling aan gegeven.

Daarnaast zijn in deze wijzigingsregeling twee andere onderwerpen uit de EPBD IV in de Omgevingsregeling geïmplementeerd, te weten gegevensuitwisseling en databanken (artikelen 16 en 22 EPBD IV) en de invoering van het energielabel A0 (artikel 19, tweede lid, EPBD IV).

In de brief van 14 juli 2025 van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is uiteengezet hoe de overige bepalingen uit de EPBD IV geïmplementeerd zullen worden en wat de planning daarvoor is.2

In paragraaf 8 van deze toelichting is een transponeringstabel opgenomen.

2. Inhoud van de regeling

2.1 Invoering label A0 voor emissievrije gebouwen

Wat betreft de energielabels schrijft artikel 19, tweede lid, van de EPBD IV een bepaalde klasse-indeling voor met uitsluitend de letters A tot en met G. De letter A stemt overeen met emissievrije gebouwen, en de letter G stemt overeen met de slechtst presterende gebouwen in het nationale gebouwenbestand op het moment van invoering van de schaal. Ook kunnen lidstaten een A+ klasse introduceren voor gebouwen die nog beter presteren dan de eisen die gelden voor een emissievrij gebouw. Emissievrij betekent volgens de definitie in artikel 2, onderdeel 2, van de EPBD IV, een gebouw met een zeer hoge energieprestatie, dat geen of zeer weinig energie nodig heeft, ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen en geen of zeer weinig operationele broeikasgasemissies genereert. De energie die nodig is moet zoveel mogelijk hernieuwbare energie zijn (artikel 11 van de EPBD IV). De vier aspecten zijn samen het “ZEB-niveau” voor een gebouw. ZEB staat voor Zero Emission Building. Het uiteindelijke doel van de EPBD IV is om tegen 2050 tot een emissievrij gebouwenbestand te komen.

De nieuwe klasse-indeling zal met ingang van 1 januari 2030 worden ingevoerd. Dan zal ook een gemoderniseerde bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen worden ingevoerd. De bepalingsmethode rekent indicatorwaardes uit die gebruikt worden voor het aantonen van het voldoen aan de nieuwbouweisen, voor het bepalen van de energielabelletter en het berekenen van de niveaus waar het gebouw op uitkomt wat betreft de vier ZEB-aspecten. De gemoderniseerde bepalingsmethode vervangt dan de huidige bepalingsmethode, de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8800.

De huidige indeling in energielabelklassen, met een klasse-indeling van letters A+++++ tot en met G, blijft dus behouden tot 2030. Artikel 19, tweede lid, van de EPBD IV biedt namelijk de mogelijkheid tot uitstel tot en met 31 december 2029 voor lidstaten die hun schaal op of na 1 januari 2019 en vóór 28 mei 2024 hebben aangepast, zoals in Nederland het geval is. Op 1 januari 2021 is namelijk een nieuwe indeling van de energielabelklassen ingevoerd.3 Van deze mogelijkheid is gebruikgemaakt.

In 2050 moet de gebouwvoorraad in Nederland zeer energiezuinig en emissievrij zijn. Dit wordt in de EPBD aangeduid als ZEB. Niet alle gebouwen moeten dezelfde energieprestatie hebben om aan ZEB te voldoen: ZEB moet zowel technische haalbaar als kosteneffectief zijn en dit kan op basis van bouwjaar of gebruiksfunctie verschillen. De EPBD reserveert een labelklasse voor ZEB. Standaard is dat labelklasse A, maar lidstaten kunnen ook speciaal voor emissievrije gebouwen op grond van artikel 19, tweede lid, van de EPBD IV een labelklasse A0 hanteren.4 Voorwaarde is wel dat de labelklasse A0 uiterlijk op 28 mei 2026 in werking treedt. A0 is geen labelklasse in de zin van de labels A tot en met G, het is een extra aanduiding die aangeeft dat een gebouw ‘ZEB’ is en binnen de doelstelling van de EPBD IV voor 2050 past. De energielabelklasseindeling geeft inzicht in de energieprestatie van een gebouw en hoe die zich ten opzichte van andere gebouwen verhoudt; de extra indicatie “A0” maakt duidelijk dat het gebouw emissievrij is en klaar is voor 2050. Dit wil zeggen dat nieuwe gebouwen die voldoen aan label A0 ook voldoen aan de eisen die in 2025 aan bestaande gebouwen worden gesteld.

Met deze wijziging van de Omgevingsregeling is een labelklasse A0 geïntroduceerd. De aanduiding “A0” kan op het energielabel worden toegevoegd naast de letter of lettercombinatie volgens de klasse-indeling van letters A+++++ tot en met G. Om de aanduiding “A0” in de praktijk te kunnen toebedelen, zijn de eisen voor een emissievrij gebouw zoveel mogelijk geoperationaliseerd. De eisen zijn vastgelegd in het vijfde lid van de artikelen 5.11 en 5.12 van de Omgevingsregeling. Deze eisen zijn als voorlopige invulling bedoeld, waarbij beoogd is in 2030 nieuwe eisen vast te stellen op basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode.

De mogelijkheid om een A0-aanduiding te krijgen bestaat momenteel alleen voor nieuwe gebouwen waarvan de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026. Een reden voor de beperking tot nieuwbouw is dat de uitwerking van de ZEB-eisen nog zal wijzigen bij de invoering van de gemoderniseerde bepalingsmethode in 2030. Ook is voor bestaande gebouwen nog geen volledige berekening van de kosteneffectiviteit van maatregelen beschikbaar.

De eisen uit de EPBD IV ten opzichte van A0 zijn daarom op de volgende manier geoperationaliseerd in deze wijzigingsregeling. Omdat er nog geen gemoderniseerde bepalingsmethode is, is aangesloten bij de huidige BENG-eisen, vastgelegd in de artikelen 4.148 en 4.149 van het Bbl. Om de aanduiding A0 te krijgen moet een gebouw voldoen aan de maximale eis voor de energiebehoefte (“BENG 1”) en aan het minimum aandeel hernieuwbare energie (“BENG 3”). Hiervoor is gekozen omdat het label A0 alleen toegepast wordt op nieuwbouw.

Het maximale primair fossiel energiegebruik is strenger gesteld dan de huidige BENG 2-eis; die ligt tien procent lager. Daarbij is aangesloten bij artikel 11, derde lid, van de EPBD IV, dat bepaalt dat de maximumdrempel voor de energievraag van een emissievrij gebouw ten minste tien procent onder de drempel voor het totale primaire energieverbruik ligt voor bijna-energieneutrale gebouwen. De maximale eis voor het primair fossiel energiegebruik is voor de diverse gebruiksfuncties opgenomen in bijlage IXa van de Omgevingsregeling.

Verder geldt de eis dat het gebouw ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen veroorzaakt. Deze eis volgt uit artikel 11, eerste lid, van de EPBD IV. Tot slot zijn er nog geen grenswaarden voor operationele broeikasgasemissies bepaald omdat er nog geen gemoderniseerde bepalingsmethode is. Deze eis volgt uit artikel 11, vijfde lid, van de EPBD IV en kan vanaf 2030 met de nieuwe bepalingsmethode op een goede en verantwoorde manier worden ingevuld.

2.2 Eisen aan (aanbevelingen op) het energielabel

Artikel 19 van de EPBD IV bevat nieuwe, extra eisen aan de informatie die op (het afschrift van) het energielabel moet staan. Het tweede lid schrijft voor dat het energielabel moet voldoen aan het model in bijlage V van de EPBD IV. Dat model geeft een opsomming van informatie die verplicht op (het voorblad van) het energielabelafschrift moet worden gezet. Artikel 19 van de EPBD IV bevat in de leden 5, 7, 8 en 9 uitgebreidere voorschriften voor de aanbevelingen die op het label moeten staan.

In deze wijzigingsregeling is daarom in artikel 5.13a van de Omgevingsregeling bepaald welke elementen op het energielabel moeten staan, overeenkomstig bijlage V van de richtlijn. Ook is daarin voorgeschreven welke elementen op het voorblad van het energielabel moeten staan, bijvoorbeeld de labelletter en het berekende jaarlijkse primaire energiegebruik in kWh/m2.jr. Met betrekking tot het berekende jaarlijkse finale energiegebruik (uitgedrukt in kWh/m2 per jaar) is ervoor gekozen om niet voor te schrijven dat deze informatie op het voorblad van het energielabelafschrift wordt geplaatst. De overweging om dit te doen is dat het verwarrend zou kunnen zijn om twee verschillende getallen voor het berekende energiegebruik (het finale en het primaire energiegebruik) op het voorblad te tonen. Op het voorblad is er immers weinig ruimte om de verschillende begrippen en het onderlinge verband ertussen uit te leggen. Er is daarnaast ook geen aanpalend beleid dat gekoppeld is aan het berekende jaarlijkse finale energiegebruik. Voor gebouweigenaren die meer willen weten, is er een technische pagina met extra uitleg over de indicatoren.

De aanvullende eisen voor de aanbevelingen op het energielabel zijn met deze wijzigingsregeling opgenomen in artikel 5.13b van de Omgevingsregeling. De eisen die verplicht uit de EPBD IV voortvloeien uit het vijfde, zevende respectievelijk achtste en negende lid van artikel 19 zijn opgenomen in het eerste, tweede, respectievelijk derde lid van artikel 5.13b van de Omgevingsregeling. Zo is onder meer voorgeschreven dat de aanbevelingen een beoordeling bevatten of de systemen voor verwarming, ventilatie, airconditionings en warm water voor huishoudelijke doeleinden zodanig kunnen worden aangepast dat zij werken bij efficiëntere temperatuurinstellingen. Ook moeten de aanbeveling een beoordeling bevatten van de resterende levensduur van de verwarmingssystemen of airconditioningsystemen en, in voorkomend geval, vermelding van mogelijke alternatieven voor vervanging.

2.3 Toegang tot het energielabel

De EPBD IV introduceert twee artikelen over gebouwgegevens: artikel 16 vormt de grondslag voor de toegang tot en uitwisseling van gegevens over bouwsystemen, en artikel 22 verplicht de inrichting van een nationale databank voor gebouwgegevens. Beide artikelen beogen het verstrekken van gebouwgegevens aan diverse groepen, waaronder gebouweigenaren, -huurders en -beheerders.

Artikel 16 van de EPBD IV schrijft voor minstens alle onmiddellijk beschikbare gegevens met betrekking tot de energieprestatie van onderdelen van een gebouw, de energieprestatie van gebouwdiensten, de geplande levensduur van verwarmingssystemen, systemen voor gebouwautomatisering en -controle, meters, meet- en controleapparatuur en laadpunten voor e-mobiliteit rechtstreeks toegankelijk te maken voor gebouweigenaren, -huurders en -beheerders. Met toestemming gebouweigenaren, -huurders en -beheerders zouden ook derden tot deze informatie mogen krijgen. Tot slot wijst artikel 16 erop dat de regels over toegang en opslag van deze gegevens in overeenstemming moeten zijn met de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG).

Artikel 22 van de EPBD IV verplicht lidstaten tot het opzetten van een nationale databank voor de energieprestatie van gebouwen. Genoemd worden gegevens over energielabels, keuringen, het renovatiepaspoort, de indicator van gereedheid voor slimme toepassingen en het berekende of van de meter afgelezen energiegebruik van de betrokken gebouwen. Geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over het gebouwenbestand moeten openbaar toegankelijk worden gemaakt. Gebouweigenaren, -huurders en -beheerders krijgen gemakkelijke en kosteloze toegang tot het volledige energielabel,5 evenals financiële ondernemingen met betrekking tot de gebouwen in hun investerings- en kredietportefeuilles, en, mits de eigenaar daarmee instemt, ook onafhankelijke deskundigen en toekomstige huurders en kopers. Lokale autoriteiten wordt toegang verleend tot relevante gegevens over de energieprestaties van gebouwen op hun grondgebied die nodig zijn om het opstellen van verwarmings- en koelingsplannen te vergemakkelijken.

De Commissie ziet een duidelijke link tussen artikel 16 en artikel 22 van de EPBD IV: de databank vergemakkelijkt de toegang tot gebouwgegevens voor gebouweigenaren, -huurders en -beheerders.6 Daarnaast zijn van de genoemde gegevens enkel de gegevens op het energielabel onmiddellijk en eenvoudig beschikbaar. Voor de implementatie van deze bepalingen in de Nederlandse regelgeving is daarom gekozen aan te sluiten bij de al bestaande regelgeving over de registratie van energielabels in de database EP-Online, vastgelegd in artikel 5.14 van de Omgevingsregeling. Op termijn zal een landelijke voorziening gebouwgegevens worden ingericht, waarmee ook andere dan onmiddellijk en eenvoudig beschikbare gebouwgegevens kunnen worden ontsloten. Hierna wordt uiteengezet welke overwegingen bij deze wijzigingsregeling zijn gehanteerd en welke keuzes zijn gemaakt.

2.3.1 Welke gegevens?

In de richtsnoeren van de Commissie over artikel 16 van de EPBD IV wordt onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische gebouwgegevens (Tabel 1). Statische gebouwgegevens zijn gegevens over (fysieke onderdelen van) het gebouw zelf zoals over technische bouwsystemen, de gebouwschil of de aanwezigheid van meters en laadpalen. Deze gebouwgegevens wijzigen niet frequent. Voorbeelden hiervan zijn de bouwtekeningen en het energielabel. Dynamische gebouwgegevens zijn gegevens die in een gebouw worden geproduceerd tijdens gebruik en iets zeggen over het gebouw- of procesgebruik. Deze gebouwgegevens wijzigen frequent. Een slimme meter produceert bijvoorbeeld dynamische gebouwgegevens, zoals gas- en elektriciteitsverbruik.

Tabel 1: Verschil tussen statische en dynamische gebouwgegevens

Soort gebouwgegeven

Algemene inhoud

Voorbeeld

Statische gebouwgegevens

Gegevens over (fysieke onderdelen van) het gebouw zelf

Bouwtekeningen, energielabel, kadastrale kaart en gegevens, gegevens over (energetische) verbeteringen (bv subsidies), onderzoeken over funderingen, woz waarde, foto’s (o.a. satelliet)

Dynamische gebouwgegevens

Gegevens die in een gebouw worden geproduceerd tijdens gebruik

Gegevens uit energierekeningen, slimme meters of slimme apparaten of sensoren (internet of things)

Omdat de Europese dataverordening,7 die op 12 september 2025 in werking is getreden, de toegang tot en het delen van dynamische gebouwgegevens dekt, focust deze wijzigingsregeling zich op het beschikbaar maken van de statische gebouwgegevens over (de energieprestatie van) technische bouwsystemen en de gebouwschil. Deze vallen namelijk onder de gebouwgegevens die worden gebruikt om het energielabel te berekenen en zijn daarmee onmiddellijk beschikbaar als bedoeld in de EPBD IV. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over de aanwezige installaties en gegevens over de aanwezige isolatie, waaronder beglazing, isolatie van de gevel, isolatie van het dak en isolatie van de vloer (artikel 5.13 van de Omgevingsregeling). Dit komt overeen met de vereisten uit artikel 22 om toegang te geven tot het volledige energielabel.

Andere gebouwgegevens hebben geen betrekking op de energieprestatie van onderdelen van een gebouw of gebouwdiensten of worden niet geregistreerd en zijn daarmee niet onmiddellijk beschikbaar. Die gebouwgegevens maken geen deel uit van deze wijzigingsregeling.

Artikel 22 van de EPBD IV ziet meer specifiek op gegevens met betrekking tot energielabels, keuringen, het renovatiepaspoort, de indicator van gereedheid voor slimme toepassingen en het berekende of van de meter afgelezen energieverbruik van de betrokken gebouwen. Van deze opsomming bestaat er alleen een databank voor energielabels, EP-Online. Zoals is toegelicht in paragraaf 4.1 van de nota van toelichting van de Bbl-wijziging EPBD IV eerste tranche komt er geen verplichting in de regelgeving tot het opstellen van een renovatiepaspoort en ook geen verplichting om een renovatiepaspoort in een databank op te nemen. Om de lastendruk voor burgers en bedrijven niet te vergroten, is gekozen om het renovatiepaspoort als een vrijwillig instrument te implementeren. Voor de indicator van gereedheid voor slimme toepassingen is nog geen nadere regelgeving op Europees niveau vastgesteld. Het berekende gebouw-gebonden energiegebruik is al onderdeel van het energielabel. Op dit punt leidt artikel 22 van de EPBD IV dan ook niet tot aanpassingen van de Omgevingsregeling.

Als gevolg van deze keuzes wordt toekomstbestendige wettelijke borging van beschikbaarheid en uitwisseling van bredere gebouwgegevens nu niet volledig gerealiseerd. In 2025 is een separaat, paralleltraject gestart rondom het creëren van een wettelijke grondslag voor het verwerken van gebouwgegevens en een breder gebouwgegevensplatform. Dit traject beantwoordt de wens uit de ontwerp-, bouw- en techniek sector, evenals aangrenzende partijen, voor beschikbaarheid van gebouwgegevens inclusief interoperabiliteit, en kan antwoord bieden voor komende maatschappelijke kwesties, waaronder funderingsproblematiek. Dit traject krijgt vorm in de Landelijke Voorziening Gebouwgegevens (LVG).8 Dit betreft geen implementatie van de EPBD IV, maar een separaat traject.

2.3.2 Wie krijgen toegang tot de gegevens?

Verschillende partijen hadden, op basis van artikel 5.14 van de Omgevingsregeling, al toegang tot de statische gebouwgegevens omtrent energieprestatie (Tabel 2). Gebouweigenaren hebben toegang tot het energielabel en de gegevens, bedoeld in artikel 5.13 en artikel 5.14, eerste lid, van de Omgevingsregeling, na inloggen op EP-Online (voor zakelijke gebouweigenaren) of MijnOverheid (voor particuliere gebouweigenaren). Daarnaast hebben personen die in de basisregistratie personen (hierna: BRP) op het woonadres van dat gebouw staan ingeschreven ook toegang tot het energielabel, via MijnOverheid. Het gaat hierbij om het energieprestatierapport, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U. In de Omgevingsregeling wordt dit aangeduid met het 'energielabel'.

Voor huurders van utiliteitsgebouwen, gebouwbeheerders, financiële instellingen, onafhankelijke deskundigen en toekomstige huurders en kopers waren geen platformen beschikbaar. Zij kregen geen informatie omtrent de energieprestatie anders dan de openbare informatie via EP-Online die zij zelf konden opvragen. Met de artikelen 16 en 22 van de EPBD IV verandert dit; deze groepen moeten op grond van de richtlijn toegang krijgen tot in ieder geval het volledige energielabel, inclusief de gegevens op basis waarvan het energielabel is vastgesteld. Deze groepen zouden dus ook toegang moeten krijgen tot het energieprestatierapport. Voor toegang door onafhankelijke deskundigen en toekomstige huurders en kopers is nog wel toestemming van de gebouweigenaar vereist.

Om toegang tot EP-online voor deze groepen te regelen, moet rekening worden gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omdat sprake is van verwerking van persoonsgegevens. Daarbij moet worden uitgegaan van minimale datadeling. Voor elke toegang moet duidelijk zijn (1) wie (2) op basis waarvan toegang krijgt tot (3) welke gegevens. Dit wordt het identificatie, authenticatie en autorisatieproces (IAA) genoemd. Hiervoor moet advies worden gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en moet een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden doorlopen. Daarnaast moeten de digitale instrumenten, in dit geval EP-online, blijven functioneren terwijl de (toegangs)functionaliteiten van de database worden uitgebreid. Koppeling aan andere databestanden moet zorgvuldig gebeuren en ook moet gewaarborgd zijn dat alleen diegenen toegang hebben tot de database die daartoe ook gerechtigd zijn. Dit alles kost tijd. Dit heeft ertoe geleid dat in deze wijzigingsregeling nog niet voor alle partijen toegang tot de gegevens in EP-online wordt geregeld die daar op grond van de EPBD IV toegang toe zouden moeten hebben. Het gaat hierbij om de directe toegang voor de zakelijke huurder, financiële instellingen en gemeenten. Die zullen in een volgende tranche van de implementatie van de EPBD IV in de Omgevingsregeling worden meegenomen. Parallel wordt door RVO gewerkt aan de technologie om deze toegang mogelijk te maken.

Dit heeft geleid tot de volgende keuzes (Tabel 2).

Tabel 2: Toegang tot energielabelgegevens

Partij

Toegang tot

Via (IAA)1

Huidige situatie

Particuliere gebouweigenaar

Energieprestatierapport

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Zakelijke gebouweigenaar

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie van het Kadaster)

Particuliere huurder

Energieprestatierapport

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Energieadviseur

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie CRT)

Iedereen

Openbare informatie

EP-Online (openbaar, IAA niet nodig)

Vanaf 29 mei 2026

Particuliere gebouweigenaar

Energieprestatierapport en uitvoerfile van het rekenprogramma

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Zakelijke gebouweigenaar

Energieprestatierapport en uitvoerfile van het rekenprogramma

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie van het Kadaster)

Particuliere huurder

Energieprestatierapport

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Energieadviseur

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie CRT)

Gebouwbeheerders

 

IAA niet mogelijk; verstrekking via eigenaar

Toekomstige huurder en/of koper

 

IAA niet mogelijk; verstrekking via eigenaar

Iedereen

Openbare informatie

EP-Online (openbaar, IAA niet nodig)

Volgende tranche

Particuliere gebouweigenaar

Energieprestatierapport en uitvoerfile van het rekenprogramma

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Zakelijke gebouweigenaar

Energieprestatierapport en uitvoerfile van het rekenprogramma

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie van het Kadaster)

Particuliere huurder

Energieprestatierapport

MijnOverheid (koppeling via MijnOverheid, DigiD, en registratie EP-Online)

Energieadviseur

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie CRT)

 
 
 

Gebouwbeheerders

 

IAA niet mogelijk; verstrekking via eigenaar

Toekomstige huurder en/of koper

 

IAA niet mogelijk; verstrekking via eigenaar

Zakelijke huurder

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en registratie handelsregister)

Financiële onderneming

Energieprestatierapport

EP-Online (koppeling via EP-Online, E-herkenning en basisregistratie Kadaster)

College van burgemeester en wethouders gemeente

Energieprestatierapport

EP-Online (nader onderzocht)

Iedereen

Openbare informatie

EP-Online (openbaar, IAA niet nodig)

Situatie vanaf 29 mei 2026

Particuliere gebouweigenaar en zakelijke gebouweigenaar

Gebouweigenaren hadden al toegang tot het energielabel van het eigen gebouw na inloggen via MijnOverheid (woning) of EP-Online (utiliteitsgebouw). Zij krijgen nu ook toegang tot additionele informatie op basis waarvan het energielabel is vastgesteld, tevens na inloggen via EP-Online of MijnOverheid, conform artikel 20, achtste lid, van de EPBD IV. Het gaat hierbij om de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U. Dit staat ook wel bekend onder de naam “invoerrapport”. De wettelijke grondslag hiervoor is met deze wijzigingsregeling opgenomen in artikel 5.14, zesde lid, van de Omgevingsregeling.

Energieadviseur

In deze wijzigingsregeling is een grondslag opgenomen voor de energieadviseur om toegang te krijgen tot de energielabels die hij/zij zelf heeft geregistreerd. Daarnaast heeft de energieadviseur toegang tot de afschriften van door collega-adviseurs geregistreerde energielabels binnen dezelfde certificaathouder, mits de collega-adviseur daar toestemming voor heeft gegeven. Dit reflecteert de huidige gang van zaken. De EPBD IV vereist in artikel 22 een gemakkelijke en kosteloze toegang tot het volledige energielabel voor onafhankelijke deskundigen. De term “onafhankelijke deskundigen” komt terug in artikel 25 van de EPBD IV. Daarin staat dat, wat betreft de energieprestatiecertificering van gebouwen, die wordt uitgevoerd door gekwalificeerde of gecertificeerde deskundigen. In de Nederlandse situatie gaat het daarbij om de energieadviseur.

Gebouwbeheerders, toekomstige huurder en/of koper

De categorieën ‘gebouwbeheerders’ en ‘toekomstige huurder en/of koper’ kunnen niet worden bediend via EP-online. Toegang tot niet-openbare gebouwgegevens, het energieprestatierapport, kan via dit systeem enkel worden verleend mits het identificatie, authenticatie en autorisatie proces kan worden doorlopen. Daarvoor is een centrale registratie nodig: wie is een gebouwbeheerder of toekomstige huurder en/of koper en tot welke gebouwgegevens zou deze toegang moeten krijgen? Omdat er geen centrale registratie bestaat van gebouwbeheerder en toekomstige huurder en/of koper en geen centrale registratie van gebouwbeheerder of toekomstige huurder en/of koper met een koppeling met het gebouw, kunnen deze groepen niet bediend worden via EP-Online. Toekomstige huurders of kopers kunnen toegang krijgen tot het energielabel via individuele overdracht daarvan door de eigenaar. De eigenaar kan het energielabel downloaden uit EP-Online (na inloggen) of MijnOverheid (na inloggen) en vervolgens verstrekken, waarmee ook de toestemming gegeven is. Aangezien het hier gaat om verstrekking van het energielabel van het gebouw door de gebouweigenaar zelf, is er geen additionele wettelijke grondslag nodig. Hiervoor is dus geen aanpassing van artikel 5.14 van de Omgevingsregeling nodig.

Volgende tranche

Zakelijke huurder

Voor huurders van utiliteitsgebouwen moet een grondslag worden gecreëerd om toegang te krijgen tot de energielabels van het gebouw of gebouwgedeelte dat zij huren. Om toegang technisch mogelijk te maken moet onder meer een koppeling worden gemaakt tussen EP-Online en het Handelsregister. Daarmee kan worden gecontroleerd of de zakelijke onderneming in het handelsregister staat geregistreerd op het adres waarvan zich informatie in EP-online bevindt. De uitvoeringsorganisatie RVO heeft tijd nodig om dit te onderzoeken en technisch mogelijk te maken.

Financiële instelling

Om financiële instellingen toegang te geven tot het energieprestatierapport moet een aantal stappen worden doorlopen.

Ten eerste moet worden bepaald wat wordt verstaan onder een financiële instelling. De EPBD IV, evenals andere Europese regelingen, geven hier geen eenduidig antwoord op. Gezien de noodzaak om het IAA-proces te kunnen doorlopen, wordt voorlopig vastgehouden aan: ‘de financiële onderneming, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die voor het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven, een hypothecair krediet heeft verstrekt’. Deze definitie is gekozen omdat er een centrale registratie is waarmee RVO voor deze financiële instellingen het IAA-proces kan doorlopen voor de gebouwen in hun portefeuille. Om toegang technisch mogelijk te maken moet onder meer een koppeling worden gemaakt tussen EP-Online en het hypotheekregister. Deze financiële instellingen hebben tevens een gerechtvaardigd belang tot het verwerken van de gegevens op het energielabel van het gebouw vanwege andere wettelijke verplichtingen, waaronder rapportagedoeleinden en risicomanagement, of andere gerechtvaardigde doeleinden in lijn met de AVG. Onderzocht wordt of en hoe deze groep financiële instellingen nog kan worden uitgebreid, met inachtneming van het IAA-proces.

Omdat hiervoor tijd nodig is, wordt deze wijziging nog niet opgenomen in dit wijzigingsvoorstel.

College van burgemeester en wethouders gemeenten

Om gemeenten toegang te geven tot het energieprestatierapport moet worden bepaald hoe het IAA-proces wordt doorlopen door het college van burgemeester en wethouders, zodat toegang kan worden verleend via EP-Online. Momenteel wordt dit onderzocht. Op grond van artikel 22, derde lid, van de EPBD IV, hebben gemeenten niet onbeperkt toegang tot de energielabels van gebouwen op hun grondgebied, maar alleen voor zover die informatie nodig is om het opstellen van verwarmings- en koelingsplannen te vergemakkelijken. Aan deze beperking moet nog een nationale invulling worden gegeven. Omdat hiervoor en voor andere aspecten van het IAA-proces, tijd nodig is, wordt deze wijziging nog niet opgenomen.

2.4 Wijziging in afficheringsplicht energielabels

De afficheringsplicht voor gebouwen die door overheidsinstanties worden gebruikt en die veelvuldig door het publiek worden bezocht, wordt in artikel 21 van de EPBD IV uitgebreid. De ondergrens van 250m² die in de vorige versie van de EPBD stond, is komen te vervallen. De afficheringsplicht houdt in dat het energielabel op een opvallende en duidelijk zichtbare plaats in het gebouw moet worden opgehangen. Daarnaast is in artikel 21 van de EPBD IV een bepaling toegevoegd voor alle niet voor bewoning bestemde gebouwen waarvoor een energielabel is afgegeven. Dat energielabel moet worden geafficheerd op een opvallende en duidelijke plaats. Deze uitbreiding is verwerkt in artikel 6.30 van het Bbl, zoals gewijzigd met de Bbl-wijziging EPBD IV eerste tranche. De eis dat het energielabel op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats wordt aangebracht, is daarin opgenomen. Om die reden is diezelfde eis in artikel 5.15 van de Omgevingsregeling vervallen.

2.5 Schrappen eisen keuringen verwarmings- en airconditioningssystemen

In deze wijzigingsregeling zijn de bepalingen in de Omgevingsregeling geschrapt over de keuring van verwarmingssystemen en van airconditioningsystemen. Artikel 23, zesde lid, van de EPBD IV laat een andere aanpak toe dan het verplicht stellen van (eisen aan) keuringen en daarvan is gebruikgemaakt.

De EPBD IV introduceert enkele belangrijke wijzigingen:

  • a.

    keuring van verwarmings- en aircosystemen moet geïntegreerd worden in één keuring; dit zijn nu nog twee keuringen met verschillende frequentie, uitvoerders, werkwijze, kwaliteitsborging en wijze van vastlegging;

  • b.

    de keuringsfrequentie wordt aangepast;

  • c.

    de ondergrens waarboven keuringen verplicht zijn, moet op een andere manier vastgesteld worden.

Deze wijzigingen in de keuringsplicht op grond van de EPBD IV zouden een grondige herziening vergen van de keuringsplicht die in het Bbl en de Omgevingsregeling was opgenomen. Ook zouden de wijzigingen een nieuwe keuringsaanpak in de praktijk vereisen, met alle daarbij behorende aspecten. Dit vergt een investering van de overheid, maar vooral van uitvoerende marktpartijen. Die marktpartijen worden echter al binnen enkele jaren geconfronteerd met een sterk krimpende markt, omdat op grond van artikel 13, negende lid, van de EPBD IV, gebouwautomatiserings- en controlesystemen (hierna: GACS) voorgeschreven worden aan een toenemende groep gebouwen met ingang van 1 januari 2030 (zie paragraaf 2.6 van het algemeen deel van de toelichting). De EPBD IV schrijft daarbij voor dat gebouwen die beschikken over een GACS uitgezonderd moeten worden van de keuringsplicht. Vanaf 2030 valt de ondergrens waarbij een GACS verplicht is vrijwel samen met de ondergrens waarboven een keuring verplicht is, en resteert naar verwachting slechts een kleine groep gebouwen waarvoor zo’n keuring nog verplicht is. Dit biedt aanbieders van keuringen onvoldoende perspectief om de benodigde investering voor het aanbieden van (gewijzigde) keuringen terug te verdienen.

Naast deze complicatie speelt ook voortschrijdend inzicht in de effecten van keuringen. Deze effecten zijn in 2022/2023 uitgebreid verkend.10 De verkenning geeft aan dat de huidige regelgeving in de praktijk weinig effect heeft, maar wel tot hoge administratieve lasten leidt. Daarbij is gebleken dat de markt het belang van keuringen vrijwel niet inziet, en gebouweigenaren, installatie-experts noch handhavers er prioriteit aan geven. Het belang van beter ingestelde en aangestuurde installaties en het daarmee verbeteren van de gerealiseerde energieprestatie van gebouwen wordt wel breed onderschreven, maar het instrument wordt ongeschikt geacht. De markt stuurt vooral via meerjarige onderhoudscontracten en heeft behoefte aan een benadering die aansluit op die praktijk; keuringen op de wijze zoals beschreven in de EPBD staan daar geheel buiten.

Deze overwegingen leiden ertoe dat voor een andere invulling gekozen is. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een alternatieve aanpak te kiezen. Volgens artikel 23, zesde lid, van de EPBD IV geldt namelijk: “Indien die aanpak hetzelfde globale resultaat oplevert als lid 1 kunnen de lidstaten alternatieve maatregelen nemen, zoals financiële steun of gebruikers advies verlenen over de vervanging van generatoren, andere wijzigingen van het systeem en alternatieve oplossingen om de prestatie, het rendement en de geschikte dimensie van die systemen te beoordelen”.

De alternatieve aanpak houdt in dat voor andere instrumenten dan regelgeving gekozen wordt om tot hetzelfde of zelfs een beter resultaat te komen. De aanpak die ingevoerd wordt, bestaat uit het sturen op werkelijk energiegebruik, volgens een gestandaardiseerde aanpak voor gebouwbeheer. Dit volgt de denkwijze van de Duurzaam Beheer en Onderhoud (hierna: DBO) aanpak. Deze wordt aangepast aan digitale bemetering van gebouwen (via gebouwautomatiseringssystemen en slimme meters). Digitale meters en analyse van gemeten energiedata maken het inmiddels mogelijk een goed beeld te krijgen van de werking van gebouwinstallaties, van onjuiste instellingen en grote energieverliezen in installaties.

Digitale bemetering is in te passen in regulier onderhoud, vooral bij de middelgrote gebouwen, en biedt daardoor gebouweigenaren de mogelijkheid om de energieprestatie van installaties regelmatiger en met duidelijk lagere kosten dan middels keuring te laten analyseren door hun vaste installateur. Daarmee wordt ook een directe relatie tot stand gebracht tussen analyse en verbetering, en wordt gebouweigenaren en installateurs een extra instrument aangereikt om te sturen op beter presterende installaties en daarmee energie en kosten te besparen. De modernisering van de DBO-aanpak is ter hand genomen door een werkgroep van ISSO, kennisontwikkelaars voor professional in gebouwen. Daarbij is ook aandacht besteed aan makkelijk controleerbare controlepunten voor goed werkende installaties, zodat gebouweigenaren meer zicht krijgen op de kwaliteit van uitgevoerd beheer en onderhoud en daarover afspraken kunnen maken met de door henzelf gekozen installateur. Bij de uitwerking van de aanpak wordt aandacht besteed aan de rol van onafhankelijke expertise, zoals die beschikbaar is bij de nu actieve keuringsexperts voor verwarming en airco, bij het vaststellen van de energieprestatie van installaties en het oplossen van complexe problemen. De modernisering van de DBO-aanpak wordt gesteund door het Rijk en door diverse brancheorganisaties.

De gemoderniseerde DBO-aanpak wordt als vrijwillig instrument aangeboden aan de markt zodat deze door voorlopers toegepast kan worden. Het verwachte besparingseffect van vrijwillige toepassing is, per gebouw, hoog (20-30% besparing), tegen lage kosten voor de gebouweigenaar. Er wordt dan ook ruim voldoende vrijwillige toepassing verwacht om een effect te bereiken dat ten minste zo groot is als dat van verplichte keuringen. Daarmee voldoet deze aanpak aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 23, zesde lid, van de EPBD IV.

Omdat er in de alternatieve aanpak geen keuringen meer uitgevoerd worden, hoeft er ook geen keuringsrapport opgesteld te worden. Artikel 23, zesde lid, van de EPBD IV vermeldt expliciet dat een alternatieve aanpak mag bestaan uit andere maatregelen dan keuringen, zoals advies of financiële ondersteuning. Daaruit volgt logischerwijs dat er ook geen rapporten opgesteld hoeven te worden, en er ook geen eisen gesteld hoeven te worden aan de deskundigheid van de experts die deze - niet meer bestaande – rapporten zouden moeten opstellen. Dit betekent ook dat er geen keuringsverslagen in een nationale databank opgenomen zullen worden.

Met deze wijzigingsregeling zijn daarom de eisen geschrapt die in paragraaf 5.1.3 van de Omgevingsregeling waren gesteld aan de vakbekwaamheid en de keuring van airconditioningsystemen en aan het verslag van de keuring van verwarmingssystemen. Ook zijn bijlage XI, waarin de uitgangspunten van de keuring van airconditioningssystemen en de inspectielijst waren opgenomen, en bijlage XII, waarin de exameneisen waren opgenomen, geschrapt.

2.6 Technische eisen Gebouwautomatiserings- en ControleSystemen (GACS)

Op grond van artikel 13, negende tot en met elfde lid, van de EPBD IV worden eisen gesteld aan een GACS. Eisen aan gebouwautomatiseringssystemen in grote gebouwen met verwarmings- of koelsystemen met een gecombineerd vermogen groter dan 290 kW waren al opgenomen in EPBD III en zijn in Nederland geïmplementeerd in de artikelen 3.145 tot en met 3.147 en 4.160c tot en met 4.160e van het Bbl. Deze bepalingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2026. Eisen voor middelgrote gebouwen met verwarmings- of koelsystemen met een gecombineerd vermogen tussen 70 en 290 kW, vergelijkbaar met de al bestaande eisen voor grote gebouwen, zijn nieuw toegevoegd aan de EPBD IV. Hiertoe zijn nieuwe artikelen in het Bbl opgenomen. De functionele eisen zijn opgenomen in de artikelen 3.146, 3.147, 4.160d, 4.160e en 4.160g van het Bbl, zoals gewijzigd met de Bbl-wijziging EPBD IV eerste tranche. Deze wijzigingsregeling bevat de nadere technische uitwerking van de GACS-eisen in paragraaf 5.1.7 van de Omgevingsregeling.

De aanpassingen zijn erop gericht om de door Europees beleid vereiste aanscherpingen van GACS-voorschriften praktisch inzichtelijk en uitvoerbaar te maken. Van gebouweigenaren en marktpartijen wordt namelijk een grote mate van interpretatie gevraagd die nodig is om uit de functionele eisen opgenomen in het Bbl een passende set maatregelen voor gebouwen te bepalen. Dit leidt tot onnodige lasten voor gebouweigenaren, belemmert opschaling en efficiënte uitvoering door technisch dienstverleners en is daarmee een ongewenste barrière voor het bereiken van de doelen van artikel 13 van de EPBD IV. Daarom is gekozen voor een verdere uitwerking van de technische voorschriften in de Omgevingsregeling. Bij het bepalen van de eisen is rekening gehouden met de technische en economische haalbaarheid.

Aanvullend onderzoek naar en overleg over de technische invulling van GACS-voorschriften voor woningen laten zien dat de vereiste functionaliteit in nieuwbouwwoningen grotendeels al standaard aanwezig is, en vaak ook vereist is op grond van ander beleid of voorschriften.11 Voor een goed functionerend GACS in woningen is zowel regeltechniek nodig als energieanalyse. Er is geen aanvullende regeltechniek nodig voor een energieprestatie-gerichte aansturing van installaties, anders dan de regeltechniek die al voorgeschreven is op grond van de eisen aan technische bouwsystemen (paragraaf 4.7.14 van het Bbl en paragraaf 5.1.1 van de Omgevingsregeling). De voor woningen zinvolle energieanalyses kunnen volledig uitgevoerd worden met data uit slimme energiemeters, die in nieuwbouwwoningen standaard aanwezig zijn. Ook daarvoor is geen aanvullende apparatuur nodig. Woningeigenaren kunnen, als ze dat willen, tegen beperkte kosten gebruikmaken van online-services om makkelijker en uitgebreider inzicht te hebben in hun energieverbruiksdata. Ook daarvoor zijn geen extra technische eisen nodig in nieuwbouwwoningen.

Wel zijn aanvullende voorzieningen nodig voor het GACS-onderdeel “reageren op externe signalen” (opgenomen in artikel 4.160g, aanhef en onder c, van het Bbl). Het gaat hierbij om signalen van energieleveranciers of netbeheerders, waarop woningeigenaren of bewoners hun energiegebruik kunnen aanpassen. Om dit meesturen op netsignalen efficiënt mogelijk te maken is een datakoppeling nodig tussen een centraal punt (meestal de meterkast) en de belangrijkste installatie-onderdelen (zoals warmte-opwekkers, ventilatie-unit, PV-stroom omvormer). Ook is, te zijner tijd, een regelunit nodig (bijvoorbeeld een Home Energy Management System) voor een efficiënt en effectief werkende sturing in woningen. Het zou te ver voeren om dergelijke apparatuur nu al voor te schrijven: de markt is nog sterk in ontwikkeling, en ook stuursignalen vanuit energieaanbieders of netbeheerders zijn nog niet volgroeid. Daarom worden de technische voorschriften op dit punt beperkt tot het aanbrengen van loze leidingen of leidingdoorvoeren bij nieuwbouw. Dit levert nu beperkte kosten op, en voorkomt een belemmering voor het sturen op netsignalen en vergelijkbare signalen. Dergelijke sturing is naar verwachting belangrijk voor het beter beheersbaar maken van netcongestieproblemen in Nederland en kan, wanneer energie- en nettarieven tijdsafhankelijk worden, leiden tot besparingsmogelijkheden voor woningeigenaren en bewoners. Bij grootschalige renovatie worden, in afwijking van nieuwbouw, deze “loze leidingen” niet vereist omdat er in renovatie niet altijd de mogelijkheid is deze efficiënt aan te brengen.

Aanvullend onderzoek naar en overleg over de technische invulling van GACS-voorschriften in utiliteitsgebouwen laten zien dat de vereiste functionaliteit in middelgrote (installatiecapaciteit 70-290kW; GACS-verplichting vanaf 1 januari 2030) en grote utiliteitsgebouwen (installatiecapaciteit >290kW; GACS-verplichting vanaf 1 januari 2026) een veelheid aan technische oplossingen vraagt, afhankelijk van de grootte en complexiteit van gebouwen. Deze technische oplossingen worden het best beschreven in Europese en internationale norm NEN-EN-ISO 52120. In deze wijzigingsregeling wordt daarop aangesloten. Deze norm is ook de referentie voor veel marktpartijen en recent is door een samenwerking van vakverenigingen TVVL, FHI en Techniek NL een implementatiehandreiking opgesteld van deze norm voor in Nederlandse gebruikelijke installatieconcepten. De norm biedt verschillende klassenniveaus voor GACS waarbij klasse A-systemen de meeste geautomatiseerde beheer- en controlemogelijkheden hebben, en klasse D-systemen de minste. Die klassenniveaus bieden, volgens het onderzoek, een goede technisch en economisch haalbare uitwerking van de functionele voorschriften uit de EPBD IV voor nieuwe en bestaande gebouwen, en zowel grote gebouwen als middelgrote.

Het richtpunt is daarbij dat nieuwbouw van grote en middelgrote utiliteitsgebouwen voldoet aan klasse B zoals aangegeven in deze norm, waarbij de energie-analysecomponent (onderdeel 7.4 volgens de norm) voldoet aan klasse A. Het onderzoek geeft daarbij aan dat er geen technisch-economische belemmeringen te verwachten zijn voor volledige toepassing van deze klassen in nieuwbouw. In bestaande gebouwen zou dit een te strikte eis zijn, omdat het aanbrengen van in ieder geval een deel van de GACS-componenten die nodig zijn voor GACS-klasse A technisch lastig en economisch onhaalbaar zijn. Daarom wordt de grens voor bestaande gebouwen gesteld op voldoen aan klasse C van deze norm, waarbij de energie-analyse component voldoet aan klasse B. Deze klasse is voor de meeste GACS-componenten wel technisch en economisch haalbaar en is een passende invulling van de functionele voorschriften uit de EPBD IV en het Bbl.

In bestaande gebouwen is daarbij wel extra aandacht nodig voor GACS-componenten en bijbehorende gebouwsystemen die lastig aanpasbaar zijn en/of waarin dit alleen tegen ongebruikelijk hoge kosten mogelijk is. Een voorbeeld daarvan is de bediening van buitenzonwering: op niveau C wordt verwacht dat zonwering automatisch bediend is, maar in veel bestaande gebouwen is handmatig bediende zonwering aanwezig. Hoewel automatisch bediende zonwering een betere regeling van zoninstraling oplevert, met daardoor ook beter comfort en lager energiegebruik, is het ombouwen van zonwering in bestaande gebouwen erg ingrijpend, en zou dit technisch-economisch geen verantwoorde invulling van de functionele eisen zijn. Bij andere deelsystemen komen vergelijkbare situaties voor. In de technische voorschriften zijn daarom enkele uitzonderingen aangegeven, waarin het bereiken van niveau C technisch-economisch bezwaarlijk is. Bij de totstandkoming van deze uitzonderingen zijn diverse situaties bekeken, samen met marktexperts en technisch experts. Deze situaties worden hieronder kort besproken, met daarbij de overwegingen om al dan niet een uitzondering op te nemen.12

  • -

    Verlichting (table 6, function 5.1): klasse C, het vereiste niveau voor bestaande bouw, is 'manual on/off + sweep'. Komende vanaf klasse D 'manual on/off switch' is echter klasse A 'automatic detection' technisch/economisch aantrekkelijker. Omdat met klasse A voldaan wordt aan de eis (minimaal klasse C – dus een hogere klasse voldoet ook) is geen uitzondering nodig.

  • -

    Warmwatercirculatie (table 6, function 2.4): klasse C wordt behaald door een circulatiepomp met 'time program'. Experts hebben gewezen op signalen dat tijdens 'off periods' van die timer het risico op legionella toeneemt. Dit kan strijdig zijn met regelgeving die toeziet op veilig warmwater. Het is daarbij van belang dat bij tijdinstellingen alleen verlaging van temperatuur kan plaatsvinden bij langere etmaal-tijden waarbij géén gebruik zal plaatsvinden (zie ook NEN 1006, artikel 4.4.2.3).13 Het aanbrengen van een tijdregeling laat alleen nog steeds toe dat het warmwatersysteem voldoende doorstroomt om legionella tegen te gaan, en maakt mogelijk dat de warmwatercirculatie wel onderbroken wordt wanneer dit legionella-veilig kan. Voor deze functie is dan ook geen uitzondering nodig.

  • -

    Zonwering (table 6, function 6): klasse C wordt behaald door een 'motorized operation with automatic control'. Komende vanaf een situatie met 'manual operation' (klasse D) is deze klasse C (of beter) lastig technisch-economisch haalbaar. In nieuwbouw-situaties bestaat deze belemmering niet, maar voor bestaande zonwering is deze veel voorkomend. Daarom is voor deze functie een uitzondering op de eis nodig.

  • -

    Tijdgestuurde ventilatie per ruimte (table 6, function 4.1): Tijdgestuurde ventilatie per ruimte kan een heel ingrijpende verbouwing vergen van het luchtbehandeling-systeem (distributie en afgifte). Wanneer in een bestaande situatie geen luchtkleppen aanwezig zijn per ruimte zou dat een aanpassing zijn die technisch-economisch niet haalbaar is. In die situatie is centrale tijdsturing van de ventilatie een goed technisch-economisch alternatief, en is dus een uitzondering nodig.

  • -

    Waterzijdig regelen van een koel- of verwarmingssyteem (table 6, function 1.4a en 3.4a): “Hydronic balancing” is lastig uitvoerbaar wanneer een bestaand waterzijdig systeem niet beschikt over instelbare voetventielen of andere inregelvoorziening per afgiftelichaam. Deze inregeling is echter essentieel voor een goede regelbaarheid van het verwarmingssysteem. Bovendien zijn er voldoende mogelijkheden om alsnog inregelvoorzieningen aan te brengen wanneer deze ontbreken of onvoldoende werken. Voor deze functie is dan ook geen uitzondering opgenomen.

  • -

    Gebouwgebruik waarvoor specifieke gezondheids- of veiligheidseisen gelden (alle functies). In gebouwgebruik komen soms bijzondere omstandigheden voor waarbij het schakelen van gebouwfuncties om veiligheids- of gezondheidsredenen ongewenst is. Dat kan bijvoorbeeld gaan om (veiligheids-)verlichting of legionella-preventie bij situaties waarvoor extra bescherming nodig is, zoals bij warmwatercirculatieleidingen. Deze situaties zijn situatie-specifiek en niet generiek te voorzien. Er is daarom een algemene uitzondering opgenomen voor situaties waarin op grond van veiligheids- of gezondheidsvoorschriften gemotiveerd afgezien moet worden van het plaatsen van een GACS-regeling voor de betreffende gebouwfunctie(s).

3 (Financiële) gevolgen voor burgers en bedrijven

De richtlijn EPBD IV zal in tranches worden geïmplementeerd in Nederland. Onder de eerste tranche vallen de artikelen 10, 13, 14, 16, 19, 20, 21, 22, 23 en 24 van de EPBD IV. De voorliggende wijzingen van de Omgevingsregeling zijn deels een uitwerking van de wijzigingen die in de eerste tranche in het Bbl zijn doorgevoerd wat betreft de GACS, energielabels en keuringen van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningssystemen. Een uitgebreide toelichting op de (financiële) gevolgen van de eerste tranche is opgenomen in paragraaf 7.1 van de nota van toelichting bij die Bbl-wijziging. Hierbij zijn de gevolgen van de wijziging van de Omgevingsregeling al meegenomen. Voor de duidelijkheid worden de gevolgen die specifiek toe te wijzen zijn aan de wijziging van de Omgevingsregeling separaat toegelicht.

Regeldruk

Voor nieuwe en wijzigende wet- en regelgeving is het verplicht om de effecten voor burgers en bedrijven in beeld te brengen en deze gevolgen in de toelichting van de wet- en regelgeving te beschrijven. Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de eenmalige en structurele regeldrukeffecten van de implementatie van de EPBD IV. Hiermee wordt inzicht verkregen in de regeldrukkosten voor bedrijven en burgers om te voldoen aan de verplichtingen uit de betreffende wet- en regelgeving. De uitkomsten van het onderzoek voor de eerste tranche van de wijziging van het Bbl en de Omgevingsregeling zijn gerapporteerd in het rapport ‘Regeldrukonderzoek EPBD IV’ van 11 juli 2025 (verder: Sira-rapport).14 Hieronder is ook het aandeel van de lasten opgenomen dat het gevolg is van deze wijzigingsregeling. Voor een totaaloverzicht van de lasten – waarin onderstaande kosten ook zijn meegenomen – wordt verwezen naar de nota van toelichting van de betreffende wijziging van het Bbl.

3.1 Introductie A0

De introductie van het A0-label en de aanpassingen in toegang tot gebouwgegevens leiden niet tot financiële of administratieve gevolgen voor burgers of bedrijfsleven. Het A0-label is geen eis waaraan gebouwen moeten voldoen. Op basis van de berekening van de energieprestatie zal A0 worden bepaald en vervolgens worden weergegeven op het label, inclusief een uitleg van de betekenis van het A0-label. Voor de eindgebruiker is voor het verkrijgen van een A0-label dus geen extra inspanning noodzakelijk om kennis te nemen van de betekenis van het label. De benodigde aanpassing betreft alleen de bepalingsmethode en de software en zal geen kennisnamekosten met zich meebrengen.

Voor degene die de opname ten behoeve het label uitvoert, zal een zeer beperkte extra inspanning nodig zijn voor A0. De beperkte lasten die dit met zich meebrengt, zijn meegenomen in de wijziging van de Omgevingsregeling in verband met nieuwe versies van NTA 8800, BRL 9500-U, BRL 9500-W en BRL 9501 vanwege de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275) en de verbetering kwaliteitsborging energielabel.

3.2 Energielabels (artikelen 5.11 t/m 5.15)

De wijzigingen in de methode van energieprestatieberekening brengen een jaarlijkse structurele lastentoename met zich mee van €50.000. Deze kosten komen in eerste instantie voor rekening van certificerende partijen, maar zullen uiteindelijk neerslaan bij de eigenaren en/of beheerders van gebouwen.

Het opnemen van additionele indicatoren en aanbevelingen op het energielabel leidt naar verwachting niet tot regeldruk. Ook de nieuwe verplichtingen over het opnemen van energielabels in advertenties, en de verplichting om het energielabel aan te brengen op een opvallende en duidelijk zichtbare plaats in een gebouw, leiden naar verwachting niet tot significante regeldrukeffecten.

3.3 Systeem voor gebouwautomatisering en -controle (artikelen 5.32c t/m 5.32f)

Bij het bepalen van de regeldrukkosten als gevolg van de eisen aan GACS in artikel 13, negende tot en met elfde lid, is onderscheid gemaakt in kleine utiliteitsbouw (verwarmings- of koelsystemen met een gecombineerd vermogen kleiner dan 70 kW) en middelgrote utiliteitsbouw (70 tot 290 kW). Het Sira-rapport geeft aan dat voor kleine utiliteitsbouw sprake is van structurele lasten van €7,3 miljoen voor nieuwbouw en €18.600 bij renovatie. De regels hebben geen gevolgen voor bestaande bouw bij kleine utiliteitsbouw. Voor middelgrote utiliteitsbouw liggen de eenmalige lasten voor bestaande bouw tussen de €38,4 en €80 miljoen. De structurele lasten voor nieuwbouw zijn door Sire berekend op ongeveer €1,5 miljoen.

Voor grote utiliteitsbouw, met verwarmings- of koelsystemen met een gecombineerd vermogen groter dan 290 kW, hebben de wijzigingen geen effect aangezien voor die categorie al per 1 januari 2016 vergelijkbare regels gelden op grond van de EPBD III.

3.4 Keuring van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningssystemen

In het Sira-rapport wordt geconcludeerd dat het vervallen van de verplichting tot het periodiek laten keuren van verwarmingssystemen, ventilatiesystemen en airconditioningsystemen, en de verplichting tot rapportage over deze keuring, tot structurele vermindering van de regeldrukkosten leidt van jaarlijks minimaal € 13,9 miljoen tot maximaal € 17,5 miljoen.

4 Bestuurlijke en uitvoeringslasten

Voor een toelichting op de uitvoeringslasten wordt verwezen naar paragraaf 7.3 van de toelichting op de wijziging van het Bbl implementatie EPBD IV eerste tranche. De uitvoeringslasten voor gemeenten in hun rol als bevoegd gezag zijn onderzocht door Cebeon en gerapporteerd in het rapport “Europese richtlijn EPBD IV Energieprestatie van Gebouwen; Effecten op uitvoeringslasten gemeenten” van 31 oktober 2025 van Cebeon (verder: Cebeon-rapport).15 In het Cebeon-rapport zijn zowel structurele financiële effecten als eenmalige kosten in kaart gebracht. Cebeon geeft aan dat met betrekking tot de wijzigingen in de energielabels en de invoering van het A0-label er geen sprake is van structurele kosten voor gemeenten. De eenmalige kosten samenhangend met het kennisnemen van nieuwe regels en eventuele aanpassing van software worden in het Cebeon-rapport als verwaarloosbaar ingeschat. Met betrekking tot de technische bouwsystemen wordt in het Cebeon-rapport aangegeven dat er geen structurele financiële effecten zijn. De eenmalige effecten worden geraamd op €1 miljoen tot €1,8 miljoen.

Het afschaffen van de keuringsverplichting leidt tot een afname van structurele kosten van €0,6 miljoen per jaar. Het verlenen van toegang van gemeenten tot de database van EP-Online heeft mogelijk positieve effecten op de benodigde inspanning in het kader van handhaving. Dit effect is in het onderzoek van Cebeon niet gekwantificeerd.

5 Advies en consultatie

5.1 JTC/OPB

De wijziging met betrekking tot de informatie op de energielabels is besproken in het overleg van de Juridisch Technische Commissie (verder: JTC) van het Overlegplatform Bouwregelgeving (verder: OPB) op 14 november 2024 en de wijzigingen met betrekking tot de digitale gebouwgegevens op 13 maart 2025. Beiden onderwerpen gaven geen reden tot opmerkingen vanuit de JTC of het OPB. De introductie van het A0-label is via een schriftelijke ronde aan de JTC voorgelegd op 22 mei 2025. Naar aanleiding hiervan is in de toelichting verduidelijkt wat in het kader van de EPBD IV onder emissievrij wordt verstaan.

De voorstellen voor technische voorschriften voor de GACS opgenomen in deze wijziging zijn op 13 november 2025 voorgelegd aan de JTC. Het OPB heeft in lijn met de bespreking met de JTC positief geadviseerd op de voorliggende wijzigingen. Het voorstel voor de GACS omvatte een generieke uitzonderingsbepaling voor technische GACS-voorschriften in bestaande utiliteitsgebouwen, waarbij voor 20% van de GACS-functies afgeweken zou mogen worden van niveau C. In de JTC is daarbij aangegeven het belang van een uitzondering te herkennen, maar de voorkeur te geven aan gedetailleerde uitzonderingen voor specifieke GACS-functies in plaats van een generieke uitzondering. Het OPB heeft op 5 december 2025 overeenkomstig de opmerking van de JTC geadviseerd. In overleg met een expert-werkgroep zijn naar aanleiding daarvan de specifieke uitzonderingen uitgewerkt en is de uitzonderingsbepaling aangepast.

5.2 MKB

Tijdens de bespreking van een aantal voorstellen in het kader van de EPBD IV zijn op 13 november 2025 ook de voorstellen in het kader van de GACS besproken. Naar aanleiding van vragen van deelnemende bedrijven is toegelicht dat de regels slechts beperkte invloed hebben op woningbouw. Naast een slimme meter geldt alleen de regels dat loze leidingen ten behoeve van de mogelijke sturing van warmte-opwekkers aanwezig moeten zijn. Vanuit de deelnemers werd daarnaast eenzelfde opmerking gemaakt als ook in de JTC naar voren is gebracht met betrekking tot de regels voor utiliteitsbouw. De regeling is op beide punten aangepast.

5.3 Adviescollege toetsing regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft op 20 maart 2025 schriftelijk gereageerd op de ontwerpregeling. Het college adviseert de regeling niet vast te stellen tenzij met de in het advies opgenomen punten rekening wordt gehouden.

Het ATR adviseert om de meerwaarde van de materiële introductie van een A0-label voor nieuwbouw per 2026 te onderbouwen. Dit mede gezien de veranderende systematiek per 2030. Naar aanleiding van dit advies is in paragraaf 2.1 het A0-label aanvullend toegelicht. In navolging van het advies om de gevolgen van de introductie van het A0-label nader te onderbouwing is in paragraaf 2.1 ook een toelichting op dit punt toegevoegd. In het kort is met het A0-label geregeld dat een gebouw dat vanaf 2026 wordt gebouwd en voldoet aan A0 in 2050 ook zal voldoen aan de regels die dan minimaal gelden voor bestaande bouw. Het doel is dat als een gebouweigenaar nu een A0-label behaalt er tot 2050 geen aanvullende verduurzamingsmaatregelen meer nodig zijn.

Het ATR adviseert de regeldrukanalyse over gebouwautomatiserings- en controlesystemen naar aanleiding van de aanpassingen en uitwerking in de Omgevingsregeling te actualiseren. De lasten samenhangend met de regels voor GACS zijn berekend op basis van de regels die in het Bbl zijn opgenomen over GACS. De uitwerking in deze regels wijkt in onderdelen af van de lastenberekening die op basis van de Bbl-wijziging is gemaakt. Bij de lastenberekening voor de derde tranche van de implementatie van de EPBD is een integrale herberekening van de lasten voor de tranches 1 tot en met 3 voorzien. De lasten voor de GACS zullen hierin worden meegenomen.

Het ATR adviseert tenslotte om de regeldruk van de introductie van het A0-label per 2026 voor nieuwbouw in beeld te brengen of inhoudelijk te motiveren dat er geen sprake is van lasten. In paragraaf 3.1 is een nadere toelichting gegeven op de lasten die samenhangen met het A0-label.

5.4 Code interbestuurlijke verhoudingen

Vanuit de medeoverheden is geen reactie ontvangen op het concept van de wijzigingsregeling.

5.5 Internetconsultatie
5.5.1 Algemeen

Het concept van de wijziging van de Omgevingsregeling is in de periode van 20 februari 2026 tot en met 20 maart 2026 openbaar geconsulteerd. In totaal hebben 35 personen en organisaties gereageerd. Een deel van de reacties heeft betrekking op aspecten die geen onderdeel zijn van deze regeling en zijn verder buiten beschouwing gelaten.

In algemene zin geven de respondenten aandachtspunten mee ten aanzien van de uitvoerbaarheid in de praktijk, de samenhang met bestaande instrumenten en regelgeving, en de bruikbaarheid van het energielabel en de bijbehorende data. Deze signalen sluiten aan bij de overwegingen die ook in de toelichting zijn opgenomen, waarin is gekozen voor een gefaseerde en pragmatische implementatie, gericht op het voldoen aan de minimale vereisten uit de EPBD IV en daarmee het beperken van administratieve lasten, en het aansluiten bij bestaande systemen en beschikbare data. Opgemerkt wordt nog dat diverse respondenten vragen om aanvullende maatregelen, onder meer in het kader van certificatiesystemen voor GACS, sturen op een hoger niveau van eisen en extra indicatoren op het energielabel. Gezien de lasten die de betreffende verzoeken met zich meebrengen, zijn ze niet gehonoreerd. Hetzelfde betreft verzoeken gericht op een latere invoering van regels of langere overgangstermijnen; gezien de implementatie deadline die de EPBD IV geeft, wordt hier niet op ingegaan.

Vanuit de kant van onder meer Aedes, de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN) is gewezen op het belang van voorspelbaarheid en stabiliteit in regelgeving, mede gelet op de lange investeringshorizon in de vastgoedsector. Daarbij wordt benadrukt dat wijzigingen in methodieken en definities directe gevolgen hebben voor investeringsbeslissingen en financiering. Deze opmerkingen sluiten aan bij de in de toelichting gemaakte keuze om in deze tranche geen fundamentele wijzigingen aan te brengen in de bestaande systematiek, maar te kiezen voor een stapsgewijze ontwikkeling richting 2030. Naar aanleiding van de consultatie is deze lijn in de toelichting explicieter gemaakt, met nadruk op het gefaseerde karakter van de implementatie en de samenhang met toekomstige wijzigingen van het stelsel. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de brieven van 14 juli 2025 en 17 maart 2026, waarin de planning van de EPBD IV tot en met 2033 is toegelicht.16

5.5.2 Toezicht en handhaving

Enkele gemeenten en een brancheorganisatie vragen op welke wijze de handhaving wordt vormgegeven bij de GACS. Respondenten twijfelen aan de mogelijkheden die het bevoegd gezag heeft om effect toezicht te houden. Als eerste wordt opgemerkt dat een deel van de regels in het kader van GACS niet nieuw zijn. Er is dus al de nodige ervaring met GACS en het toezicht daarop. Ten tweede wordt opgemerkt dat naleving van de regels nadrukkelijk (financiële) voordelen heeft voor de gebouweigenaar, wat de noodzaak voor toezicht vermindert aangezien er daarmee een sterke prikkel is voor de gebouweigenaar om te voldoen aan de regels. Met de VNG zijn verder in het kader van de GACS en enkele onderdelen van de EPBD IV afspraken gemaakt over handhaving. Gezamenlijk wordt bezien op welke wijze het toezicht kan worden versterkt en vereenvoudigd. Oplossingen worden gezocht in het kader van voorlichting en additionele hulpmiddelen die via RVO ter beschikking worden gesteld aan gebouweigenaren. Mogelijke aanpassingen in regelgeving die uit de overleggen met de VNG naar voren komen zullen in latere tranches van de EPBD IV kunnen worden meegenomen.

5.5.3 Gebouwautomatisering en -controlesystemen (GACS)

Techniek Nederland, Omgevingsdienst NL en BAM geven aan dat de GACS-bepalingen technisch complex zijn en dat de interpretatie in de praktijk niet altijd eenduidig is. Daarnaast wijst IVBN op de samenhang met andere verplichtingen, zoals de erkende maatregelenlijst (EML), en het risico dat verschillende instrumenten naast elkaar bestaan zonder duidelijke afbakening. Dit kan leiden tot onduidelijkheid bij gebouweigenaren en uitvoerders.

Naar aanleiding hiervan is de toelichting uitgebreid met een nadere uitleg van de toepassing van GACS-eisen. De samenloop met onder meer de EML zal in een volgende fase worden meegenomen. Uitgangspunt daarbij is nadrukkelijk om dubbele verplichtingen te voorkomen.

Techniek Nederland heeft gevraagd om een uitzondering op GACS-eisen bij het ontbreken van inregelvoorzieningen per afgiftelichaam (zoals een radiator) niet op te nemen. Deze uitzondering was erop gericht om enkele onderdelen van de GACS aanpak uit te zonderen wanneer deze voorzieningen ontbreken. Naar aanleiding van dit verzoek is de uitzondering heroverwogen. Daarbij is meegewogen dat de eis gericht is op betere inregeling van installaties in gebouwen, en dat daarvoor zowel sensoren en actuatoren nodig zijn, als mechanische inregelvoorzieningen. Ook is overwogen dat mechanische inregelvoorzieningen inmiddels vrijwel overal aanwezig zijn, maar soms niet goed werken door achterstallig onderhoud. Verder is meegewogen dat er inmiddels minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn om alsnog inregelvoorzieningen aan te brengen. Gelet hierop is besloten geen uitzondering voor het ontbreken van inregelvoorzieningen per afgiftelichaam op te nemen.

Een aannemer en enkele andere respondenten vragen hoe om te gaan met situaties waarin gezondheidsaspecten of andere specifieke aspecten aan het voldoen aan de regels voor GACS in de weg staan. Als voorbeelden worden legionellabestrijding genoemd, bijvoorbeeld bij warmwater-circulatiesystemen, en het feit dat automatische lichtschakeling in bepaalde situaties niet wenselijk is. In de regeling is opgenomen dat veiligheids- of gezondheidsaspecten een uitzonderingsgrond voor toepassing van de regels voor GACS zijn.

Vanuit de technologiesector, onder meer door Signify en enkele individuele respondenten, wordt gewezen op de bredere rol van GACS in het energiesysteem, waaronder flexibiliteit en systeemintegratie. Bij de uitwerking is mede daarom gekozen voor een functionele benadering. Deze benadering biedt ruimte voor verschillende technische oplossingen, maar vraagt ook om nadere duiding in de praktijk. Een uitbreiding naar regels voor sturing van installaties is – met uitzondering van de bouwkundige maatregelen – op dit moment nog niet meegenomen vanwege het ontbreken van een standaard voor externe stuursignalen.

5.5.4 Energielabels

De Alliantie heeft gevraagd om een opheldering van rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot gegevensdeling. Deze zijn nu nader toegelicht in de toelichting.

De toegang tot energielabelgegevens vormt een belangrijk aandachtspunt voor met name de NVB, het Verbond van Verzekeraars, Adfiz en EEM NL Hub. Deze partijen pleiten voor bredere toegang tot gegevens, onder meer voor financiering, risicobeoordeling en advisering. Een aantal partijen benadrukt daarnaast dat, ook in tijden van de verbetering van de platformen voor de gegevensdeling van energieprestatie, een werkend platform belangrijk is.

Bij de wijzigingen in de Omgevingsregeling ter implementatie van de artikelen 16 en 22 van de EPBD IV moet rekening worden gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omdat sprake is van verwerking van persoonsgegevens. Daarom is uitgegaan van minimale datadeling. Voor elke toegang moet duidelijk zijn (1) wie (2) op basis waarvan toegang krijgt tot (3) welke gegevens. Hiervoor moet advies worden gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens en moet een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden doorlopen. Daarnaast moeten de digitale instrumenten, in dit geval EP-online, blijven functioneren terwijl de (toegangs)functionaliteiten van de database worden uitgebreid. Koppeling aan andere databestanden moet zorgvuldig gebeuren en ook moet gewaarborgd zijn dat alleen diegenen toegang hebben tot de database die daartoe ook gerechtigd zijn. Dit alles kost tijd. Dit heeft ertoe geleid dat in deze wijzigingsregeling, vergeleken met de consultatieversie, nog niet voor alle partijen toegang tot de gegevens in EP-online wordt geregeld die daar op grond van de EPBD IV toegang toe zouden moeten hebben. Het gaat hierbij om de directe toegang voor de zakelijke huurder, financiële instellingen en gemeenten. Die zullen in een volgende tranche van de implementatie van de EPBD IV in de Omgevingsregeling worden meegenomen. Parallel wordt door RVO gewerkt aan de technologie om deze toegang mogelijk te maken.

Het Nederlands Woning Waarde Instituut (NWWI) vraagt, gezien hun belangrijke rol in de verduurzaming, ook makelaars, taxateurs en bouwkundigen toegang te geven tot de achterliggende data van energielabels in EP-online. Makelaars, taxateurs en bouwkundigen hebben inderdaad een essentiële rol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, met name bij transacties waar het energielabel een cruciale factor is. De EPBD IV bevat echter geen verplichting om de categorieën in artikel 5.14, zevende lid, van de Omgevingsregeling uit te breiden.

Meerdere partijen, waaronder de NVB, EEM NL Hub en Verbouwstromen, geven aan de status van het A0-label onvoldoende duidelijk te vinden en stellen vragen over de definitie, de toepassing en de relatie met bestaande labels. In de toelichting is al opgenomen dat het A0-label een voorlopige nationale invulling is van het emissievrije gebouw (ZEB). Naar aanleiding van de consultatie is dit verder verduidelijkt, waarbij expliciet is gemaakt dat de huidige invulling gebaseerd is op beschikbare indicatoren en dat verdere uitwerking plaatsvindt in een volgende fase.

Door diverse respondenten wordt opgemerkt dat het benoemen van het bouwjaar 2026 discussie kan geven over vanaf wanneer een label A0 nu daadwerkelijk van toepassing is. Naar aanleiding hiervan wordt de regeling aangepast zodat het normale overgangsrecht van toepassing is en de datum van de vergunningaanvraag bepalend is.

Vanuit de PO- en VO-Raad is opgemerkt dat het sturen op labelstappen leidt tot suboptimale investeringen en dat het energielabel niet passend is voor schoolgebouwen. Dit signaal wordt herkend en om die reden wordt ook nadrukkelijk gestuurd op het einddoel in 2050. Het niveau voor ZEB-bestaande bouw zal worden geïntroduceerd met de nieuwe bepalingsmethode in 2030, zodat het voor gebouweigenaren duidelijk is waaraan ze uiteindelijk moeten voldoen. Daarnaast wordt bij de introductie van de minimale energieprestatie-eisen voor utiliteitsgebouwen die per 2030 en 2033 gaan gelden ook de mogelijkheid geïntroduceerd om op basis van werkelijk gebruik te sturen.

5.5.5 Keuringen van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningssystemen

De wijzigingen ten aanzien van keuringen leiden met name bij Techniek Nederland en Omgevingsdienst NL tot zorgen over de gevolgen voor de kwaliteit en handhaafbaarheid. Deze partijen wijzen erop dat het vervallen van de bestaande keuringssystematiek kan leiden tot een vermindering van de borging van de technische staat van installaties.

In de toelichting is hiervoor al aangegeven dat het bestaande keuringsstelsel in de praktijk beperkt effectief was en gepaard ging met relatief hoge administratieve lasten. Om die reden is gekozen voor een alternatieve benadering, waarbij geen nieuwe keuringsverplichtingen worden geïntroduceerd.

Naar aanleiding van de consultatie is deze keuze in de toelichting verder verduidelijkt, met nadruk op de effectiviteit van de nieuwe benadering en de wijze waarop handhaving zich ontwikkelt richting een meer systeemgerichte en datagedreven aanpak.

6 Notificatie

Voor zover de wijzigingsregeling technische voorschriften bevat, hoeven deze niet aan de Europese Commissie voorgelegd te worden op grond van artikel 7, eerste lid, onder a, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L241).

7 Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling kent twee verschillende data van inwerkingtreding. De meeste onderdelen treden in werking op 29 mei 2026, de uiterste implementatiedatum van de EPBD IV. De onderdelen die regelen dat de aanduiding “A0” op het energielabel van een emissievrij gebouw kan worden geplaatst moeten uiterlijk op 28 mei 2026 in werking treden om ook na die datum gebruikt te mogen worden.

8 Transponeringstabel

Artikel Richtlijn (EU) 2024/1275

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Omgevingsregeling, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingswet, Omgevingsbesluit, Burgerlijk Wetboek (BW)

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op keuze bij invulling beleidsruimte

1. Onderwerp en toepassingsgebied

Rechtstreekse werking volstaat

 
 

2. Definities

Diverse nieuwe en aangepaste definities in Bijlage I, A. Begrippen: algemeen, Bbl

 
 

3. Nationaal plan voor de renovatie van gebouwen

Nieuw: artikel 3.9 Omgevingswet (wetsvoorstel in voorbereiding), artikel 4.31a Bkl en artikel 10.17a Omgevingsbesluit (Bbl eerste tranche)

Tevens implementatie door feitelijk handelen

 
 

4. Methodiek voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen

Nieuw: Bijlage II Omgevingsregeling (NTA 8800:2025+C1:2026)

 
 

5. Vaststelling van de minimumeisen inzake energieprestaties

Te implementeren in Bbl en Omgevingsregeling (volgende tranche))

 
 

6, eerste en vierde lid Berekening van de kostenoptimale niveaus van de minimumeisen inzake energieprestaties

Bepaling richt zich tot de Commissie

 
 

6, tweede en derde lid

Implementatie door feitelijk handelen.

 
 

7. Nieuwe gebouwen

Te implementeren in Bbl (volgende tranches)

 
 

8. Bestaande gebouwen

Te implementeren in Bbl (volgende tranches)

 
 

9. Minimumnormen voor energieprestaties

Te implementeren in Bbl (volgende tranches)

 
 

10, eerste lid Zonne-energie in gebouwen

Nieuw: artikel 5.131a Bkl (Bbl eerste tranche)

 
 

10, tweede lid

Via implementatie RED III

 
 

10, derde lid

Nieuw: artikel 3.86a, tabel 3.83, 5.20, vijfde t/m zevende lid, Bbl (Bbl eerste tranche);

Bestaande regelgeving: artikel 4.149 en 4.149a Bbl

Beleidsruimte voor invulling hoogte van de eis

Beleidsruimte voor uitzondering voor zover technisch geschikt en functioneel en economisch haalbaar

In artikel 3.86a, eerste lid, lagere eis gesteld dan voor ingrijpende renovatie

In artikel 3.86a, tweede en derde lid, Bbl opgenomen

10, vierde lid

Nieuw: artikel 3.86a, tabel 3.83, 5.20, vijfde t/m zevende lid, Bbl (Bbl eerste tranche);

Bestaande regelgeving: artikel 4.149 en 4.149a Bbl

Beleidsruimte o.a. technologische neutraliteit

Beleidsruimte om te kiezen tussen grondoppervlakte en bruikbare vloeroppervlakte

In artikel 3.86a, tweede lid, Bbl opgenomen.

Gekozen voor bruikbare vloeroppervlakte

10, vijfde lid

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

11. Emissievrije gebouwen

Te implementeren in Bbl (volgende tranches)

 
 

12. Renovatiepaspoort

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

13, eerste lid. Technische bouwsystemen

Schrappen artikel 4.248, vierde lid en artikel 5.21, vijfde lid (Bbl eerste tranche)

 
 

13, tweede lid

 

Beleidsruimte voor bepaalde specifieke systeemeisen

Keuze om hier geen gebruik van te maken

13, derde lid

Nieuw: artikel 5.21, derde lid (Bbl eerste tranche)

 
 

13, vierde lid

Bestaande regelgeving, o.a. artikel 3.66 e.v. Bbl

 
 

13, vijfde lid

Nieuw: artikel 3.145 t/m 3.147, 4.160c t/m 4.160e, 5.21g Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

13, zesde lid

Bestaande regelgeving: artikel 4.249 en 5.21a Bbl

 
 

13, zevende lid

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

13, achtste lid

Bepaling richt zich tot de Commissie

 
 

13, negende lid

Nieuw: artikel 3.145 t/m 3.147, 4.160c t/m 4.160e, 5.21g Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

13, tiende lid

Nieuw: artikel 3.145 t/m 3.147, 4.160c t/m 4.160e, 5.21g Bbl (Bbl eerste tranche)

artikelen 5.32c, 5.32d en 5.32e Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

13, elfde lid

Nieuw: artikel 4.160f en 4.160g, 5.21h Bbl

artikelen 5.32c en 5.32f Omgevingsregeling (eerste tranche)

Beleidsruimte om te kiezen voor uitzonderingsmogelijkheid eensgezinswoningen

Keuze om in de technische uitwerking in de Omgevingsregeling specifieke eisen op te stellen voor ingrijpend gerenoveerde eengezinswoningen

13, twaalfde lid

Nieuw: artikel 3.145 t/m 3.147, 4.160c t/m 4.160e, 5.21g Bbl (Bbl eerste tranche)

artikelen 5.32c, 5.32d en 5.32e Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

14, eerste lid. Infrastructuur voor duurzame mobiliteit

Nieuw: artikel 4.160b, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 5.21c Bbl, artikel 5.131b, Bkl (Bbl eerste tranche)

 
 

14, tweede lid

Nieuw: artikel 3.87b, 3.87c, 3.87d, Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

14, derde lid

 

Beleidsruimte voor aanpassing aantal fietsparkeerplaatsen in gebouwen waarin zich doorgaans geen fietsen bevinden

Dit blijft gemeentelijk beleid

14, vierde lid

Nieuw: artikel 4.160b, derde, vierde en vijfde lid, 5.21c, Bbl (Bbl eerste tranche)

Bestaand: artikelen 4.171 t/m 4.173 Bbl

 
 

14, vijfde lid

Nieuw: artikel 5.21c Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

14, zesde lid

Nieuw: artikel 3.87b, vijfde lid, 4.160b, zesde lid, Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

14, zevende lid

Implementatie door feitelijke handelen

 
 

14, achtste lid

Notificatieregeling (nieuw 5:118b BW) en initiatiefrecht (7:243 BW) (wetsvoorstel in voorbereiding)

Tevens feitelijk handelen

 
 

14, negende lid

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

14, tiende lid

Bepaling richt zich tot de Commissie

 
 

15. Gebouwen die gereed zijn voor slimme toepassingen

Bepaling richt zich tot de Commissie

 
 

16. Uitwisseling van gegevens over bouwsystemen

Nieuw: artikel 5.14, zesde en zevende lid, Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

17. Financiële stimulansen, vaardigheden en marktbelemmeringen

Geïmplementeerd via diverse bestaande subsidieregelingen, spuks en andere regelingen

 
 

18. Éénloketsystemen voor de energieprestatie van gebouwen

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

19, eerste lid. Energieprestatiecertificaten

Bestaand recht: afdeling 6.4 Bbl en paragraaf 5.1.2 Omgevingsregeling

 
 

19, tweede lid

Nieuw: artikelen 5.11, vijfde lid, 5.12, vijfde lid, 5.13a en bijlagen IXa en Xa Omgevingsregeling (eerste tranche)

Beleidsruimte: de herindeling van de energieprestatieklassen kan worden uitgesteld tot en met 31 december 2029.

Keuze gemaakt om voor uitstel te kiezen

19, derde lid

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

19, vierde lid

Bestaand recht: artikel 5.11 en 5.12 Omgevingsregeling

Nieuw: artikel 5.13a Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

19, vijfde lid

Nieuw: artikel 6.29, eerste lid, Bbl (Bbl eerste tranche)

Nieuw: artikel 5.13b Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

19, zesde lid

 

Beleidsruimte om aanbevelingen in renovatiepaspoort op te nemen i.p.v. op het label

Keuze gemaakt om de aanbevelingen op het energielabel op te nemen

19, zevende t/m veertiende lid

Nieuw: artikel 6.29, eerste lid, Bbl (Bbl eerste tranche);

Bestaand recht: artikel 6.29, vijfde lid Bbl en 5.11 en 5.12 Omgevingsregeling

Nieuw: artikel 5.13b Omgevingsregeling

 
 

20. Afgifte van energieprestatiecertificaten

Nieuw: artikel 6.27, derde, vierde en zesde lid Bbl (Bbl eerste tranche)

 
 

21. Afficheren van energieprestatie-certificaten

Nieuw: artikel 6.30 Bbl (Bbl eerste tranche)

Nieuw: Artikel 5.15 Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

22. Databanken voor de energieprestatie van gebouwen

Nieuw: artikel 5.14, zesde en zevende lid, Omgevingsregeling (eerste tranche)

 
 

23. Keuringen

Schrappen paragraaf 6.5.2 en 6.5.4 Bbl (Bbl eerste tranche)

Schrappen paragraaf 5.1.3 en bijlagen XI en XII Omgevingsregeling

Beleidsruimte artikel 23, zesde lid, EPBD IV om voor een alternatieve aanpak te kiezen

Alternatieve aanpak gekozen

24. Verslagen over de keuring van verwarmingssystemen, ventilatiesystemen en airconditioningsystemen

Schrappen paragraaf 6.5.2 en 6.5.4 Bbl (Bbl eerste tranche)

Schrappen paragraaf 5.1.3 en bijlagen XI en XII Omgevingsregeling

Beleidsruimte artikel 23, zesde lid, EPBD IV om voor een alternatieve aanpak te kiezen

Alternatieve aanpak gekozen

25. Onafhankelijke deskundigen

Bestaand recht: artikelen 5.11 en 5.12 Omgevingsregeling, BRL 9500-U/W, BRL 9501

 
 

26. Certificering van professionals in de gebouwensector

Bestaande certificatieregelingen conform Richtlijn (EU) 2018/2001 en Richtlijn (EU) 2023/1791

 
 

27. Onafhankelijk controlesysteem

Bestaand recht: artikelen 5.11 en 5.12 Omgevingsregeling, BRL 9500-U/W, BRL 9501

 
 

28. Evaluatie

Bepaling gericht aan de Commissie

 
 

29. Informatie

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

30. Overleg

Implementatie door feitelijk handelen

 
 

31. Aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang

Bepaling gericht aan de Commissie

 
 

32. Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Bepaling gericht aan de Commissie

 
 

33. Comitéprocedure

Bepaling gericht aan de Commissie

 
 

34. Sancties

Bestaande regelgeving: geïmplementeerd in het Bbl en de Omgevingswet

 
 

35, 36, 37. Omzetting, intrekking, inwerkingtreding

 
 
 

Artikelsgewijs deel

Artikel I

Onderdelen A, B, I, J

In paragraaf 2.2 van het algemeen deel van de toelichting is uiteengezet dat gebruik is gemaakt van de in artikel 19, tweede lid, van de EPBD IV neergelegde optie om een labelklasse A0 te hanteren speciaal voor emissievrije gebouwen. Emissievrij betekent volgens de definitie in artikel 2, onderdeel 2, van de EPBD IV, een gebouw met een zeer hoge energieprestatie, dat geen of zeer weinig energie nodig heeft, ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen en geen of zeer weinig operationele broeikasgasemissies genereert. Volgens artikel 11 van de EPBD IV moet de energie die nodig is zoveel mogelijk hernieuwbare energie zijn.

Deze eisen voor de labelklasse A0 zijn opgenomen in onderscheidenlijk artikel 5.11, vijfde lid, en artikel 5.12, vijfde lid. Het nieuwe vijfde lid van artikel 5.11 bevat de cumulatieve criteria voor de labelklasse A0 voor een woonfunctie, woongebouw of logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026. De maximale eis voor het primair fossiel energiegebruik, als eis opgenomen in artikel 5.11, vijfde lid, onderdeel b, is voor diverse gebruiksfuncties neergelegd in de nieuwe bijlage IXa.

Het nieuwe vijfde lid van artikel 5.12 bevat de cumulatieve criteria voor de labelklasse A0 voor een utiliteitsgebouw waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend na 29 mei 2026. De maximale eis voor het primair fossiel energiegebruik, als eis opgenomen in artikel 5.12, vijfde lid, onderdeel b, is voor diverse gebruiksfuncties neergelegd in de nieuwe bijlage Xa.

Onderdeel C

Artikel 19 van de EPBD IV bevat voorschriften met betrekking tot energieprestatiecertificaten (energielabels). Artikel 19, tweede en vierde lid, van de EPBD IV bepaalt dat energieprestatiecertificaten in overeenstemming zijn met het model dat is vastgesteld in bijlage V van de richtlijn. In het model in bijlage V bij de EPBD IV wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte elementen op de voorpagina van het energieprestatiecertificaat, verplichte elementen op het energieprestatiecertificaat en vrijwillige elementen op het energieprestatiecertificaat. Het nieuwe artikel 5.13a bevat de verplichte elementen uit dit model. Daarbij is gespecificeerd welke elementen op de voorpagina van het energielabel moeten staan.

Het energielabel moet volgens bijlage V van de EPBD IV de contactgegevens bevatten van het éénloketsysteem voor advies over renovatie. Dit systeem moet worden ingericht voor integrale, onafhankelijke, betrouwbare informatie en ondersteuning voor bewoners en gebouweigenaren voor de verduurzaming van hun gebouw. Dit wordt vormgegeven via het Energiehuis. Het Energiehuis is bedoeld als de centrale plek waar mensen digitaal en fysiek, op locatie in het land geholpen worden met informatie en advies over het energiezuiniger maken van woningen en gebouwen. De basis voor de digitale ondersteuning door het Energiehuis is verbeterjehuis.nl. Hoe de andere diensten van het Energiehuis precies ingevuld worden en door welke partijen zal afhankelijk zijn van de lokale behoeften.

Artikel 19 van de EPBD IV bevat in de leden 5, 7, 8 en 9 voorschriften voor de aanbevelingen voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie die het energielabel moet bevatten. Het nieuwe artikel 5.13b bevat de verplichte voorschriften over de aanbevelingen. In het derde lid is voorgeschreven dat de aanbevelingen rekening houden met locatiegebonden omstandigheden en bouwtechnische belemmeringen. Een dak kan bijvoorbeeld ongeschikt zijn voor zonnepanelen, omdat het een rieten dak betreft of omdat de (draagkracht van de) constructie onvoldoende is. Bij locatiegebonden omstandigheden kan gedacht worden aan beperkingen als gevolg van de cultuurhistorische waarde van een gebouw(deel) en welstand- en beeldkwaliteitseisen op lokaal niveau. Verder moeten de aanbevelingen een schatting geven van de gebouwgebonden energiebesparingen en de vermindering van de operationele broeikasgasemissies.

Onderdeel D

Met dit onderdeel wordt allereerst een foutieve verwijzing hersteld. Per abuis werd in artikel 5.14, eerste lid, onderdeel b, verwezen naar artikel 5.4, eerste lid, van de Omgevingsregeling. Dit moeten de artikelen 5.11, eerste en tweede lid, en 5.12, eerste en tweede lid, zijn. Tevens wordt in het vijfde lid, onderdeel a, de BRL 9500-U toegevoegd. Ook hier gaat het om het herstel van een eerdere omissie. De BRL 9500-U was per abuis niet opgenomen.

Verder hebben eigenaren, huurders, financiële instellingen en beheerders op grond van de artikelen 16 en 22, tweede lid, van de EPBD IV recht op gemakkelijke en kosteloze toegang tot het energieprestatiecertificaat (energielabel). Daarnaast hebben onafhankelijke deskundigen (energieadviseurs) en toekomstige kopers en huurders ook recht op toegang tot het energielabel, met instemming van de eigenaar.

Artikel 5.14 regelde reeds deze toegang voor eigenaren en huurders van woningen. Met deze wijziging is de toegang uitgebreid naar energieadviseurs. Bovendien wordt onderscheid gemaakt tussen de gegevens waartoe eigenaren en de overige gegevensrechthebbende partijen toegang hebben.

In het zesde lid, waarin de toegang voor de eigenaar is geregeld, is toegang tot de onderliggende gegevens van het energieprestatierapport voor de eigenaar toegevoegd. Het gaat om de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U. Daarnaast is de beleidsvrijheid om het energielabel al dan niet te verstrekken geschrapt. Uit artikel 22, tweede lid, van de EPBD IV volgt namelijk dat eigenaren recht hebben op toegang tot deze gegevens.

Het zevende lid regelt de toegang tot het energielabel voor huurders van woningen en energieadviseurs. Deze toegang is direct, zonder dat instemming van de eigenaar is vereist. Dit volgt voor huurders van woonbouw uit artikel 22, tweede lid, van de EPBD IV.

Voor energieadviseurs geldt dat op grond van artikel 22, tweede lid, van de EPBD IV deze toegang pas dient te worden verschaft mits de eigenaar hiermee heeft ingestemd. Het zevende lid regelt echter dat energieadviseurs direct toegang krijgen tot de energielabels van gebouwen of gedeelten daarvan waarvan zij de energieprestatie hebben geregistreerd. Deze toegang hadden energieadviseurs al vóór deze wijziging. Daarnaast kunnen energieadviseurs toegang krijgen tot de afschriften van door collega-adviseurs geregistreerde energielabels binnen dezelfde certificaathouder, mits de collega-adviseur daar toestemming voor heeft gegeven. De opname van energieadviseurs in het zevende lid regelt de grondslag voor de bestaande praktijk waarin energieadviseurs toegang hebben tot de door hun geregistreerde energielabels. Met deze toevoeging is niet beoogd verdergaande toegang tot energielabels voor energieadviseurs te regelen.

Onderdeel E

De uit artikel 21 van de EPBD IV volgende afficheringsplicht geldt zowel voor gebouwen die door overheidsinstanties worden gebruikt en veelvuldig door het publiek worden bezocht als voor utiliteitsgebouwen waarvoor een geldig energielabel is afgegeven. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 6.30, tweede en derde lid, van het Bbl. Daarom is aan artikel 5.15, naast de verwijzing naar het tweede lid, ook een verwijzing naar het derde lid van artikel 6.30 van het Bbl opgenomen. Daarnaast staat de eis dat het energielabel op een (voor het publiek) duidelijk zichtbare plaats in artikel 6.30, tweede en derde lid, van het Bbl. Dit vereiste is daarom uit artikel 5.15 geschrapt.

Onderdelen F, K en L

In paragraaf 2.5 van het algemeen deel van de toelichting is uiteengezet dat voor de keuringen van verwarmings- en airconditioningsystemen een alternatieve aanpak is gekozen die niet in regelgeving hoeft te worden vastgesteld. Om die reden zijn in onderdelen F, K en L de eisen en bijlagen uit de Omgevingsregeling geschrapt die gaan over keuringen van dergelijke systemen.

Onderdeel G

Op grond van artikel 13, negende tot en met elfde lid, van de EPBD IV worden eisen gesteld aan een Gebouw Automatiserings- en Controle Systeem (GACS). De functionele eisen zijn opgenomen in de artikelen 3.146, 3.147, 4.160d, 4.160e en 4.160g van het Bbl. De nieuwe paragraaf 5.1.7, bestaande uit de artikelen 5.32c, 5.32d, 5.32e en 5.32f, voorziet in de technische uitwerking van de GACS-eisen.

Het nieuwe artikel 5.32d bevat de technische eisen voor de GACS die gelden voor bestaande bouw anders dan een woonfunctie. Daarbij is aangesloten bij NEN-EN-ISO 52120-1 “Energieprestatie van gebouwen - Bijdrage van gebouwautomatisering en -regelingen en gebouwbeheer - Deel 1 Algemeen kader en procedures”. Het eerste lid bevat de twee vereiste klassenniveaus voor onderscheidenlijk de energie-analysecomponent (functie 7.4 in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1) en de overige functies in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1. Het tweede lid bevat uitzonderingen op het eerste lid voor specifieke functies in tabel 6 (zie paragraaf 2.6 van het algemeen deel van de toelichting). Het derde lid regelt de situatie waarin een functie, opgenomen in tabel 6, continu beschikbaar moet zijn. Dat is niet relevant voor de energie-analysecomponent. In dat geval is daarom het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing.

Het nieuwe artikel 5.32e bevat de technische eisen voor de GACS die gelden voor nieuwbouw anders dan een woonfunctie. Anders dan artikel 5.32d bevat het nieuwe artikel 5.32e enkel de twee vereiste klassenniveaus voor onderscheidenlijk de energie-analysecomponent (functie 7.4 in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1) en de overige functies in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1 en geen uitzonderingen.

Het nieuwe artikel 5.32f bevat de technische eisen voor een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen die gelden voor nieuwbouw woonfunctie. Deze technische voorschriften zien op het GACS-onderdeel “reageren op externe signalen” (artikel 4.160g, aanhef en onder c, van het Bbl). Het eerste tot en met derde lid betreffen de energiemeter en het vierde lid betreft leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.6 van het algemeen deel van de toelichting.

Onderdeel H

Dit onderdeel voegt twee normen aan bijlage II toe waarnaar wordt verwezen in de artikelen 5.32d, 5.32e en 5.32f (zie onderdeel G).

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

E. Boekholt-O’Sullivan

  • 1

    Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de eerste tranche van de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275). Terug naar link van noot.

  • 2

    Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nr. 4107. Terug naar link van noot.

  • 3

    Besluit van 4 november 2020 tot wijziging van diverse besluiten in verband met de aanpassing van de methodiek voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen en de inijking van energielabels (Stb. 2020, 454) en Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 oktober 2020, nr. 2020-0000627317 tot wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen en enige andere regelingen in verband met de aanpassing van de methodiek voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen en de inijking van energielabels (Stcrt. 2020, 57490). Terug naar link van noot.

  • 4

    Dit is ook de inzet geweest van Nederland tijdens de onderhandeling, zie Kamerbrief van 12 maart 2024 (Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3913, p. 3). Terug naar link van noot.

  • 5

    Op grond van artikel 20, achtste lid, van de EPBD IV moet de upload van het energielabel tevens alle gegevens betreffen die nodig zijn voor de berekening van de energieprestatie van het gebouw. Terug naar link van noot.

  • 6

    Mededeling van de Commissie met richtsnoeren inzake nieuwe of ingrijpend gewijzigde bepalingen van de herschikte Richtlijn (EU) 2024/1275 betreffende de energieprestatie van gebouwen (C/2025/6438), p. 156. Terug naar link van noot.

  • 7

    Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828. Terug naar link van noot.

  • 8

    Dit is onder andere beschreven in het Meerjareninformatieplan BZK en VRO 2025-2027, Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1276. Terug naar link van noot.

  • 10

    Verkenning EPBD Keuringen Eindrapport, Klinckenberg Consultants, juli 2022. Terug naar link van noot.

  • 11

    Rapportage Implementatie EPBD IV Artikel 13.9 & 13.10 “GACS Utiliteit”, RVO en AYYA Automation, 23 juli 2025; Rapportage Implementatie EPBD IV Artikel 13.11 “Woningen”, RVO, 23 juli 2025. Terug naar link van noot.

  • 12

    NEN-EN-ISO 52120 is alleen in het Engels beschikbaar, daarom worden hier ook Engelstalige begrippen gebruikt. Terug naar link van noot.

  • 13

    NEN 1006+A1:2018 nl Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties. Terug naar link van noot.

  • 14

    Sira Consulting B.V., “Regeldrukonderzoek EPBDIV”, 11 juli 2025. Terug naar link van noot.

  • 15

    Cebeon, “Europese richtlijn EPBD IV Energieprestatie van Gebouwen - Effecten op uitvoeringslasten gemeenten”, 31 oktober 2025. Terug naar link van noot.

  • 16

    Kamerstukken II 2024/25, 30 196, nr. 4107 en Kamerstukken II 2025/26, 32 813, nr. 1405. Terug naar link van noot.

Naar boven