Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2026

Het bestuur van de raad voor Rechtsbijstand,

gelet op artikel 37b van de Wet op de rechtsbijstand, waarin is bepaald dat het bestuur van de raad voor Rechtsbijstand subsidie kan verstrekken ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand voor bijzondere doeleinden en projecten,

besluit:

de volgende subsidieregeling vast te stellen.

HOOFDSTUK I: ALGEMEEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

a. advocaat:

de advocaat die op basis van artikel 7 van deze regeling is toegelaten tot deze subsidieregeling;

b. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

c. bestuur:

het bestuur van de raad, als bedoeld in artikel 3 van de Wrb;

d. bezwaarschriftenadviescommissie:

de adviescommissie als bedoeld in de Instellingsregeling Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen;

e. Bvr:

Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000;

f. Commissie Werkelijke Schade:

Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade als bedoeld in de Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade;

g. deskundige:

een letselschadedeskundige die staat ingeschreven in minimaal een van de registers van het NIVRE, NLK, LSA of ASP een medisch deskundige die staat ingeschreven in het BIG-register of een rekenkundige;1

h. ex-partner:

de ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen en aan wie deze is toegekend;

i. individuele berekening:

een schadecompensatieroute waarbij de aanvullende schade preciezer berekend wordt;

j. kind:

eigen kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;

k. mediation:

het bemiddelen in een geschil waarbij een neutrale bemiddelingsdeskundige de onderhandelingen tussen de rechtzoekende en de Dienst Toeslagen begeleidt teneinde vanuit hun belangen tot gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimale resultaten te komen die worden vastgelegd in een overeenkomst in het geval van het bereiken van overeenstemming;

l. overleden aanvrager:

overleden aanvrager zoals bedoeld in artikel 1.1 Wht

m. nabestaande:

de partner als bedoeld in artikel 2.9a Wht of het kind als bedoeld in artikel 2.9b Wht;

n. ouder:

de ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en die aanvrager was van de kinderopvangtoeslag;

o. oudergesprek:

een inhoudelijk gesprek tussen de ouder en een medewerker van de Dienst Toeslagen om de situatie van de ouder in beeld te brengen en de voor de toepassing van een herstelregeling kinderopvangtoeslag benodigde feiten te vergaren;

p. pleegkind:

pleegkind als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet of een kind dat met een pleegkind wordt gelijkgesteld krachtens artikel 4, vierde lid, van die wet;

q. raad:

de raad voor Rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 2 van de Wrb;

r. rechtsbijstand:

rechtskundige bijstand door een advocaat aan een ouder, een nabestaande, de ex-partner, het kind, het pleegkind of voormalig pleegkind of een rechtzoekende na peildatum ter zake van aanspraak op een herstelregeling kinderopvangtoeslag bij de Dienst Toeslagen;

s. rechtzoekende:

de ouder, de nabestaande of een rechtzoekende na peildatum die aanspraak maakt op een tegemoetkoming of compensatie in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag bij de Dienst Toeslagen en daarbij aanspraak maakt op de rechtsbijstand van een advocaat;

t. rechtzoekende na peildatum:

de ouder die aanspraak maakt op een tegemoetkoming of compensatie in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag bij de Dienst Toeslagen en daarbij aanspraak maakt op de rechtsbijstand van een advocaat, maar zich na de datum van 31 december 2023 als gedupeerde heeft gemeld;

u. regeling:

subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2026;

v. schadecompensatieroute:

een procedure gericht op aanvullende schadecompensatie;

w. toevoeging:

de toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand zoals bedoeld onder ‘r’ van dit artikel;

x. vergoeding:

de op grond van deze regeling vast te stellen subsidie;

y. vooraankondiging/voorlopige beslissing:

de mededeling aan de ouder van de voorlopige uitkomst van de integrale beoordeling op basis van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 6.7 Wht;

z. voormalig pleegkind ouder:

pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid Wht;

aa. voormalig pleegkind ex-partner:

pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid Wht;

bb. werkelijke schade:

de werkelijk geleden schade die overeenkomstig het civiele schadevergoedingsrecht hoger is dan een bedrag als bedoeld in artikel 2.3, eerste tot en met het zevende lid, Wht of artikel 2.6, derde lid, Wht;

cc. Wht:

Wet hersteloperatie toeslagen;

dd. Wrb:

Wet op de rechtsbijstand;

ee. Zienswijze:

reactie van de ouder op de vooraankondiging als bedoeld onder ‘y’.

Artikel 2: Doel

Deze regeling heeft tot doel subsidie te verstrekken uitsluitend ten behoeve van de rechtsbijstand voor de procedures zoals genoemd in artikel 4 van deze subsidieregeling.

HOOFDSTUK II: DE VERGOEDINGEN

Artikel 3: De vergoedingen

  • 1. Advocaten ontvangen overeenkomstig de bepalingen van deze regeling een vergoeding voor de verlening van rechtsbijstand aan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind bij een verzoek in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag bij Dienst Toeslagen en bij een verzoek voor overneming of betaling privaatrechtelijke schulden.

  • 2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat:

    • a. de overeenkomstig deze regeling vastgestelde vergoeding voor het verrichten van rechtsbijstand aan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind;

    • b. de overeenkomstig deze regeling vastgestelde vergoeding voor kosten en tijdverlet in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand;

    • c. een vergoeding voor de administratieve kosten overeenkomstig artikel 27 Bvr;

    • d. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen, bedoeld onder a, b en c van dit lid.

  • 3. Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens deze regeling toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, zoals genoemd in het eerste lid van artikel 3 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Voor de toepassing van het basisbedrag per punt is de afgiftedatum van de toevoeging bepalend.

  • 4. Bij de toepassing van deze regeling wordt de financiële draagkracht van een rechtzoekende, een ex-partner en een kind buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4: Vergoedingen voor rechtsbijstandverlening

  • 1. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende als bedoeld in deze regeling wordt een vergoeding toegekend voor rechtsbijstand bij het verzamelen en beoordelen van de voor het verzoek tot herstel benodigde stukken en het geven van advies tot en met het opstellen van de zienswijze op de voorlopige beslissing, inclusief de daarbij behorende oudergesprekken:

    • a. 4 punten, voor zaken waarin minder dan zes uur rechtsbijstand wordt verleend;

    • b. 10 punten, voor zaken waarin zes uur of meer rechtsbijstand wordt verleend.

  • 2. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende over het toekennen van een forfaitair bedrag van € 30.000,– als bedoeld in artikel 2.7, eerste of tweede lid, van de Wht, wordt een vergoeding toegekend van:

    • a. 2 punten voor de rechtsbijstand bij het verzoek tot herbeoordeling;

    • b. 7 punten voor de rechtsbijstand bij het bezwaar tegen de beschikking van Dienst Toeslagen na een afgewezen verzoek tot herbeoordeling;

    • c. 9 punten voor de rechtsbijstand bij het bezwaar tegen de beschikking van de Dienst Toeslagen zonder voorafgaand verzoek tot herbeoordeling.

  • 3. Voor de rechtsbijstand verleend aan het kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een overleden ouder of het kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een overleden ex-partner, ten behoeve van het bezwaar tegen de afwijzende beschikking van de Dienst Toeslagen over het toekennen van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14 respectievelijk artikel 2.14a Wht wordt een vergoeding toegekend van 9 punten.

  • 4. Voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende ten behoeve van bezwaar tegen de beschikking inzake het verzoek tot herstel, wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 5.

    • a. In het geval een mediationtraject tijdens de bezwaarprocedure inzake het verzoek tot herstel wordt ingezet en de mediation met een door beide partijen ondertekende overeenkomst definitief wordt afgerond, wordt voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende tijdens het mediationtraject, een vergoeding toegekend van 20 punten.

    • b. Indien het mediationtraject niet tot een door beide partijen ondertekende overeenkomst leidt, wordt voor de rechtsbijstand, verleend tijdens het mediationtraject, een vergoeding toegekend van 5 punten.

  • 6.

    • a. Voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende bij een aanvraag tot vergoeding van werkelijke schade als bedoeld in deze regeling wordt een vergoeding toegekend van:

      • i. 4 punten voor verzoeken waarin minder dan 7 uur rechtsbijstand wordt verleend;

      • ii. 10 punten voor verzoeken waarin tussen 7 uur en 14 uur rechtsbijstand wordt verleend;

      • iii. 20 punten voor verzoeken waarin 14 uur of meer rechtsbijstand wordt verleend.

    • b. Indien het advies van een deskundige wordt ingeroepen kan de advocaat een vergoeding vragen voor de factuur van de deskundige tot maximaal € 3.000,– inclusief btw.

  • 7. Voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende bij het bezwaar tegen de beschikking van de Dienst Toeslagen op het verzoek tot vergoeding van de werkelijke schade wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 8. Voor de rechtsbijstand verleend aan de ex-partner bij een verzoek tot aanvullende schadecompensatie en voor rechtsbijstand verleend bij het bezwaar tegen de beschikking van de Minister van Financiën of de Dienst Toeslagen op de aanvraag tot aanvullende schadecompensatie is het zesde en zevende lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  • 9.

    • a. Voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende in de schadecompensatieroute MijnHerstel wordt een vergoeding toegekend van:

      • i. 10 punten voor minder dan 14 uur rechtsbijstand;

      • ii. 20 punten voor rechtsbijstand tussen de 14 uur en 20 uur;

      • iii. 25 punten voor meer dan 20 uur rechtsbijstand.

    • b. Voor de rechtsbijstand verleend aan de rechtzoekende in een schadecompensatieroute anders dan MijnHerstel wordt een vergoeding toegekend van:

      • i. 4 punten voor minder dan 7 uur rechtsbijstand;

      • ii. 10 punten voor rechtsbijstand tussen 7 uur en 14 uur;

      • iii. 20 punten voor meer dan 14 uur rechtsbijstand.

    • c. Voor de rechtsbijstand verleend ten behoeve van de individuele berekening worden 15 punten toegekend. Indien het advies van een deskundige wordt ingeroepen kan de advocaat een vergoeding vragen voor de factuur van de deskundige tot maximaal € 3.000,– inclusief btw.

  • 10. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende en diens partner als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid Wht, wordt, voor overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden, een vergoeding toegekend van:

    • a. 2 punten voor de rechtsbijstand bij het verzoek tot overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden of een advies over een afwijzing;

    • b. 7 punten voor de rechtsbijstand bij het bezwaar tegen de beschikking van de Minister van Financiën na een afgewezen verzoek tot overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden;

    • c. 9 punten voor de rechtsbijstand bij het bezwaar tegen de beschikking van de Minister van Financiën wanneer geen rechtsbijstand is verleend bij het voorafgaand verzoek tot overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden.

  • 11. Voor de rechtsbijstand aan de ex-partner bij een verzoek tot overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden of een bezwaar tegen een beschikking van de Minister van Financiën op een verzoek tot overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden, is het tiende lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  • 12. Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende bij het beroep tegen een beslissing op bezwaar als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, het vierde lid, het zevende lid, en het tiende lid, onderdeel b of c, van dit artikel wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 13. Voor rechtsbijstand aan de ex-partner bij het beroep tegen een beslissing op bezwaar als bedoeld in het achtste lid en het elfde lid van dit artikel wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 14. Voor rechtsbijstand aan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een overleden ouder of een overleden ex-partner bij het beroep tegen een beslissing op bezwaar als bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 15. Voor de rechtsbijstand bij het hoger beroep tegen een uitspraak in beroep als bedoeld in het twaalfde, dertiende en veertiende lid van dit artikel wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

  • 16.

    • a. Voor de rechtsbijstand als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c, het derde, het vierde, het zevende, het achtste en het tiende lid, onder b en c, en het elfde lid, wordt de vergoeding behorend bij deze fasen, verlaagd tot 4 punten in de gevallen dat slechts een pro forma bezwaar is ingesteld en geen substantiële werkzaamheden zijn verricht.

    • b. Voor de rechtsbijstand als bedoeld in het twaalfde, dertiende, veertiende en vijftiende lid van dit artikel wordt de vergoeding behorend bij deze fasen, verlaagd tot 4 punten in de gevallen dat slechts een pro forma beroep is ingesteld en geen substantiële werkzaamheden zijn verricht.

    • c. Als de advocaat in het kader van de procedure bedoeld in het twaalfde, dertiende, veertiende en vijftiende lid van dit artikel meer dan één zitting bij de gerechtelijke instantie heeft bijgewoond, wordt voor de tweede en elke daaropvolgende zitting telkens 3,5 punten vergoed.

  • 17. Indien de advocaat voor de rechtsbijstand een verzoek tot voorlopige voorziening indient, in het kader van bezwaar als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, het derde lid, het vierde lid, het zesde, het zevende lid, het achtste lid, het tiende lid, onderdeel b en c, of het elfde lid, alsmede beroep als bedoeld in het twaalfde, dertiende of het veertiende lid van dit artikel, alsmede hoger beroep als bedoeld in het vijftiende lid van dit artikel, wordt voor ieder verzoek tot een voorlopige voorziening een toeslag van 9 punten toegekend.

  • 18. Als de rechtsbijstand opvolgend is verleend door twee of meer advocaten die niet behoren tot hetzelfde samenwerkingsverband, wordt het aantal toe te kennen punten éénmaal met 2,5 punten verhoogd.

  • 19. In geval rechtsbijstand is verleend door opvolgende advocaten zoals bedoeld in het achttiende lid van dit artikel, wordt de vergoeding betaald aan de advocaat die het laatst is toegevoegd. De advocaten verdelen het bedrag in onderling overleg naar verhouding van de verrichte werkzaamheden.

  • 20. Indien tijdens de procedure bedoeld in het twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende en zestiende lid van dit artikel een mediationtraject wordt gestart en het mediationtraject niet leidt tot een door beide partijen ondertekende overeenkomst, wordt voor de rechtsbijstand die tijdens het mediationtraject is verleend, een toeslag toegekend van 5 punten.

Artikel 5: Vergoeding voor reiskosten en reistijdverlet

  • 1. Voor vergoeding van de kosten in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand tijdens een oudergesprek, een mediationgesprek alsmede de zitting van de bezwaarschriftenadviescommissie, alsmede gesprekken die als doel hebben het bereiken van een VSO, alsmede de zitting in het kader van een procedure over de schadecompensatie, alsmede de zitting bij de rechtbank, alsmede de zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is artikel 25 Bvr van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Voor het tijdverlet in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand onder toevoegingen afgegeven vóór 1 januari 2022, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt een vergoeding toegekend van een half punt per volle gereisde 60 kilometer.

  • 3. Voor het tijdverlet in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand onder toevoegingen afgegeven op of na 1 januari 2022, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt een vergoeding toegekend van een half punt per volle gereisde 50 kilometer.

  • 4. Als een reis zoals bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt afgelegd ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand aan meerdere rechtzoekenden op dezelfde locatie, wordt in verband met deze reis slechts eenmaal de kilometervergoeding en reisverlet toegekend.

  • 5. De raad bepaalt de reisafstand op gestandaardiseerde wijze.

Artikel 6: Kosteloze rechtsbijstand voor de rechtzoekende

  • 1. De rechtsbijstand is voor een rechtzoekende, een ex-partner en een kind kosteloos; er wordt geen eigen bijdrage opgelegd.

  • 2. De advocaat kan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind geen kosten in rekening brengen.

  • 3. De aan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind toegekende compensatie of andere tegemoetkoming kan nooit leiden tot intrekking van de toevoeging. Artikel 34g, eerste lid, onder b, van de Wrb is niet van toepassing.

  • 4. Aan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind toegekende proceskosten in bezwaar en/of in (hoger)beroepsprocedure, alsmede andere vergoedingen voor rechtsbijstand, worden in mindering gebracht op voor die fase van toepassing zijnde vergoeding.

  • 5. De rechtzoekende die voor de rechtsbijstand als bedoeld in deze regeling afdoende gebruik kan maken van een rechtsbijstandsverzekering, is uitgesloten van deze regeling.

HOOFDSTUK III: VOORWAARDEN

Artikel 7: Voorwaarden tot deelname voor advocaten

  • 1. Deze regeling is van toepassing op advocaten die voldoen aan de in de bijlage onder I genoemde deelnamecriteria.

  • 2. Advocaten kunnen een gemotiveerd verzoek tot deelname indienen bij de raad.

HOOFDSTUK IV: AANVRAAG RECHTSBIJSTAND

Artikel 8: Aanvraag van de rechtsbijstand

  • 1. De aanvraag voor rechtsbijstand wordt initieel door een rechtzoekende, een ex-partner of een kind bij de raad ingediend.

  • 2. Een rechtzoekende, een ex-partner of een kind dient hiervoor gebruik te maken van het door de raad opgestelde formulier ‘Aanvraag rechtsbijstand herstel kinderopvangtoeslag’, waarbij de schriftelijke bevestiging van de Dienst Toeslagen dat de rechtzoekende zich heeft aangemeld voor de herstelregelingen kinderopvangtoeslag wordt overgelegd. Een ex-partner moet daarbij door de Dienst Toeslagen zijn erkend als ex-toeslagpartner. Een kind kan alleen een aanvraag indienen als nabestaande.

  • 3. Op basis van de gegevens in het formulier zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel matcht de raad een aan de regeling deelnemende advocaat door een rechtzoekende, een ex-partner of een kind een keuze te geven uit door de raad voorgestelde advocaten. De door de rechtzoekende gekozen advocaat wordt toegevoegd.

  • 4. Als een rechtzoekende, een ex-partner of een kind aangeeft dat hij een aan de regeling deelnemende voorkeursadvocaat wenst, voegt de raad – in afwijking van het in het derde lid van dit artikel gestelde – die advocaat toe.

  • 5. Als een rechtzoekende, een ex-partner of een kind aangeeft dat hij op het moment van inwerkingtreding van deze regeling al rechtsbijstand van een advocaat heeft bij een verzoek in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag, voegt de raad deze advocaat toe.

  • 6. De advocaat kan voor de werkzaamheden als genoemd in het tweede tot en met het vijftiende lid van artikel 4, een separate aanvraag indienen voor de in dat artikel genoemde werkzaamheden. Voor deze aanvraag voor rechtsbijstand gebruikt de advocaat een gestandaardiseerd aanvraagformulier ‘Aanvraag vervolgtoevoeging rechtsbijstand herstelregelingen Kinderopvangtoeslag’ en voegt hierbij een afschrift van de bestreden beslissing waarop de betreffende aanvraag voor rechtsbijstand ziet, voor zover van toepassing.

  • 7.

    • a. Indien een advocaat rechtsbijstand verleent aan twee of meer nabestaanden, zijnde kinderen van dezelfde overleden ouder, wordt vanaf het tweede kind een toeslag toegekend van 3.5 punt per kind.

    • b. Indien het, gelet op de belangen van de nabestaanden als bedoeld onder a, naar het oordeel van de raad niet mogelijk is dat deze nabestaanden door één en dezelfde advocaat worden bijgestaan, kunnen voor verschillende nabestaanden afzonderlijke toevoegingen worden verstrekt.

Artikel 9: Aanvraag van de vergoeding

Binnen twaalf maanden na afronding van de werkzaamheden die in het kader van deze regeling worden vergoed, vraagt de toegevoegde advocaat de vergoeding via een door de raad opgesteld standaardformulier ‘Aanvraag vergoeding rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag’. Bij dit formulier voegt de advocaat, indien van toepassing, de uitspraak of het besluit, vergezeld van een specificatie van de met de rechtsbijstandverlening gemoeide tijdsbesteding overeenkomstig door het bestuur gestelde regels.

HOOFDSTUK V: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 10: Monitoring en evaluatiebepaling

Het kenniscentrum van de raad zal een monitor opzetten waarmee de toepassing van deze regeling in de praktijk periodiek geëvalueerd wordt.

HOOFDSTUK VI: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 11: Overgangsbepaling

  • 1. Verzoeken in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog in behandeling zijn en waarop nog geen beslissing op bezwaar door de Dienst Toeslagen is genomen, vallen onder deze regeling.

  • 2. Verzoeken voor toevoeging voor het beroep en het hoger beroep als bedoeld in het twaalfde, dertiende, veertiende en vijftiende lid van artikel 4 vallen onder deze regeling indien in de procedure waarvoor de toevoeging wordt gevraagd op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog geen uitspraak is gedaan.

Artikel 12: Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2021.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt het volgende:

    • a. Artikel 4, derde lid, veertiende lid, vijftiende lid en zeventiende lid voor zover deze betrekking hebben op het derde en veertiende lid, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 oktober 2023;

    • b. Artikel 4, vijfde lid en negende lid, onder b, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juni 2023;

    • c. Artikel 4, negende lid, onder a, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 2 december 2025;

    • d. Artikel 4, tiende lid en twaalfde lid voor zover deze betrekking heeft op het tiende lid onderdeel b en c, en het vijftiende en zestiende lid voor wat betreft meerdere zittingen en zeventiende lid voor zover deze terug voeren naar het tiende lid onderdeel b en c, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 29 oktober 2021;

    • e. Artikel 4, elfde lid en het dertiende lid voor zover deze betrekking heeft op het elfde lid, vijftiende en zestiende lid voor wat betreft meerdere zittingen en het zeventiende lid voor zover deze terug voeren naar het elfde lid, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 15 juli 2023;

    • f. Artikel 4, negende lid onder c, en het zestiende en twintigste lid, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst;

    • g. Voor rechtsbijstand verleend aan een nabestaande geldt deze regeling met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst;

    • h. Voor rechtsbijstand verleend aan een rechtzoekende na peildatum geldt deze regeling vanaf 1 oktober 2023.

  • 3. Deze regeling vervalt op 31 december 2031.

Artikel 13: Intrekking

De subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregeling kinderopvangtoeslag die op 31 oktober 2023 is gepubliceerd (Staatscourant 2023, 29583) wordt bij deze ingetrokken.

Artikel 14: Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2026

Vastgesteld op 23 april 2026

Bestuur van de raad voor Rechtsbijstand, I.D. Nijboer Algemeen directeur/Bestuurder

BIJLAGE

Deelname- en matchingscriteria voor de advocaat

I. Deelnamecriteria

Voor deelname aan deze regeling gelden de volgende voorwaarden:

  • 1. De advocaat staat ingeschreven:

    • a. bij de raad voor de specialisatie in sociaal zekerheidsrechtzaken, zoals genoemd in artikel 6m van de Inschrijvingsvoorwaarden Advocatuur 2021, of

    • b. in het rechtsgebiedenregister van de NOvA op het gebied van belastingrecht, bestuursrecht en/of sociaal zekerheidsrecht.

  • 2. De advocaat heeft in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het verzoek minimaal 20 zaken op het terrein van bestuursrecht, sociaal zekerheidsrecht, sociale voorzieningen, belastingrecht en/of woonrecht behandeld.

  • 3. Deelnemende advocaten mogen in de voorgaande vijf kalenderjaren van het verzoek:

    • a. niet tuchtrechtelijk veroordeeld zijn wegens een tekortkoming in de kwaliteit van dienstverlening, als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet;

    • b. geen maatregel zijn opgelegd in het kader van het Maatregelbeleid van de raad.

  • 4. De advocaat verklaart bij zijn deelnameverzoek:

    • a. bereid te zijn om mee te werken aan een (tussentijdse) onderzoek en evaluatie van deze regeling door de raad;

    • b. bereid te zijn om deel te nemen aan peer-review van een door de NOvA aangestelde reviewer;

    • c. bij aanvang van de werkzaamheden gebruik te maken van de standaard opdrachtbevestigingsbrief aan de rechtzoekende.

II. Matchingscriteria

Ten behoeve van een zo goed mogelijke matching met de rechtzoekende vermeldt de advocaat bij zijn deelnameverzoek:

  • a. in welke regio hij actief is;

  • b. met welke instanties binnen het sociale domein hij een samenwerkingsrelatie heeft;

  • c. als toelichting op zijn praktijkvoering:

    • het aantal advocaten dat actief is binnen het kantoor;

    • de rechtsgebieden die binnen het kantoor worden behandeld;

  • d. of en met welk ander kantoor/partij er een samenwerkingsverband is;

  • e. of hij ervaring heeft in het geven van rechtsbijstand aan rechtzoekenden die te maken hebben met multi-problematiek.

TOELICHTING

I. Aanleiding

Op 1 maart 2021 is de eerste subsidieregeling pakket herstelregelingen kinderopvangtoeslag in werking getreden. Op 28 december 2021 is de Subsidieregeling voor de eerste maal gewijzigd en vervolgens nog een keer aangepast op 1 november 2023.

De subsidieregeling is nu voor de derde keer aangepast.

De subsidieregeling is aangepast om de navolgende redenen.

  • De nabestaandenregeling is onderdeel geworden van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht). Om nabestaanden recht te doen aan hun positie binnen de hersteloperatie hebben zij op grond van de Wht een zelfstandige rechtspositie gekregen. Zij worden als rechtzoekende opgenomen in de subsidieregeling om ook hen het recht te geven op kosteloze rechtsbijstand.

  • In enkele gevallen komt het voor dat een rechtzoekende zich niet vóór de peildatum van 31 december 2023 heeft aangemeld als gedupeerde, maar ná de peildatum. Het gaat in deze gevallen meestal om een persoon met zeer ernstige (mentale) problemen. UHT heeft enkele van deze gedupeerden gezien hun omstandigheden toch als gedupeerde aangemerkt waardoor zij uiteindelijk wel onder de subsidieregeling vallen. Door de categorie rechtzoekende na peildatum onder de definitie van rechtzoekende op te nemen, kunnen ook zij aanspraak maken op kosteloze rechtsbijstand.

  • De invoering van nieuwe vormen voor de afhandeling van aanvullende schadecompensatie (MijnHerstel en de individuele berekening) met daarbij horende puntenvergoedingen.

  • Advocaten kunnen een deskundige inschakelen ten behoeve van het bepalen van de aanvullende schadecompensatie.

  • Indien een mediation in beroep wordt beproefd, maar niet in een schikking eindigt, wordt daar een toeslag voor geboden, conform de bezwaarfase.

  • Technische aanpassingen om bepaalde onderdelen van de regeling te verduidelijken.

  • Aanvullingen van bepaalde onderdelen van de regeling om de in de praktijk geconstateerde leemtes op te lossen.

II. Algemeen

Een ouder die gedupeerd is in de zogenoemde kinderopvangtoeslagaffaire kan een aanvraag doen bij de Dienst Toeslagen voor schadecompensatie. In het proces rond de beoordeling van het herstelverzoek en de uiteindelijke beslissing over het herstel zijn de nodige waarborgen ingebouwd voor een adequate en passende afhandeling. De organisatie van de herstelorganisatie is erop gericht om de ouder zoveel mogelijk bij de hand te nemen. De werkwijze van de herstelorganisatie is uitdrukkelijk gericht op een ruimhartige beoordeling van verzoeken tot herstel, door de Dienst Toeslagen. Ook kunnen onafhankelijke commissies worden betrokken bij de beoordeling van een verzoek om herstel (Commissie van Wijzen), bij een aanvraag om aanvullende schadecompensatie en bij een bezwaar tegen een beslissing op een aanvraag tot (aanvullende) schadecompensatie, beroep en hoger beroep. Dit geldt voor alle beslissingen van Dienst Toeslagen in alle voormelde stadia. Verder is de schaderoute MijnHerstel gestart en start de individuele berekening na inwerkingtreding van deze aangepaste subsidieregeling om aanvragen tot aanvullende schadecompensatie te beoordelen.

Een gedupeerde ouder kan zich tijdens het financieel herstelproces laten bijstaan door een advocaat. Dit kan meerwaarde hebben voor een soepel verloop van het herstelproces. Met deze regeling voor gesubsidieerde rechtsbijstand wil de raad mogelijk financiële drempels die een ouder kan ervaren bij het inschakelen van een advocaat wegnemen, zodat elke ouder die dat wil een advocaat kan inschakelen bij de afhandeling van zijn aanvraag om schadecompensatie.

Gezien de bijzondere aard van de kinderopvangtoeslagenaffaire, voelt de Staat de verantwoordelijkheid om te voorzien in gesubsidieerde rechtsbijstand. Daarom worden er aan de mogelijkheid van gesubsidieerde rechtsbijstand geen inkomens- en vermogenseisen gesteld en wordt van de gedupeerde ouder geen eigen bijdrage verlangd, noch worden andere kosten in rekening gebracht.

Ook kinderen en (voormalig) pleegkinderen van gedupeerde ouders en ex-partners van gedupeerden kunnen nog steeds problemen ondervinden als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire. Er is daarom een speciale kindregeling en ex-partnerregeling in het leven geroepen.

De toegang tot de kindregeling is een afgeleide van de gedupeerdheid van de ouders en de ex-partners. De (onverplichte) financiële tegemoetkoming wordt ambtshalve toegekend aan de kinderen en (voormalig) pleegkinderen van ouders die door de Dienst Toeslagen zijn erkend als gedupeerde en aan kinderen en (voormalig) pleegkinderen van ex-partners. De tegemoetkoming is forfaitair en de hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Er is voor gekozen om voor de kindregeling de rechtsbijstand bij de aanvraag forfaitaire vergoeding en eventueel bezwaar niet onder de subsidieregeling te brengen. De uitzondering daarop zijn de kinderen van overleden gedupeerde ouders of van overleden ex-partners die zelf bij leven nooit een aanvraag voor een herstelmaatregel bij Dienst Toeslagen hebben gedaan of die zijn overleden voordat de beschikking op de herstelmaatregel is genomen. Voor deze kinderen staat de gedupeerdheid van de ouder of ex-partner nog niet vast en zal de Dienst Toeslagen deze toets nog moeten uitvoeren. Deze kinderen komen in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand bij het bezwaar op een eventuele afwijzende beschikking en eventuele verdere ingestelde rechtsmiddelen.

Ex-partners van gedupeerde ouders krijgen ook een forfaitaire compensatie. De kwalificatie als ex-partner gebeurt op basis van de toets of de ouder die de kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd gedupeerd is, en zo ja, of de ex-partner aan de definitie van de ex-partnerregeling voldoet zoals die is opgenomen in de Wht en dit als zodanig door de Dienst Toeslagen is vastgesteld. In de Wht is vastgelegd dat tot een per koninklijk besluit nader te bepalen datum nog het zogenaamde ‘briefvereiste’ geldt. Dit houdt in dat Dienst Toeslagen tot die datum alleen zaken van ex-partners in behandeling neemt die al in beeld zijn bij de Uitvoeringsorganisatie herstel toeslagen (hierna: UHT) en een brief hebben ontvangen van de Dienst Toeslagen met de mededeling dat zij zich kunnen melden voor de ex-partnerregeling.

Deze subsidieregeling staat niet open voor de groep zogenaamde zelf meldende ex-partners. Er is voor gekozen om de rechtsbijstand voor deze groep bij de aanvraag en eventueel bezwaar op de beschikking niet onder deze subsidieregeling te brengen.

De getroffen ex-partners kunnen momenteel nog geen aanvraag indienen voor aanvullende schadecompensatie. Zij komen hier pas voor in aanmerking als het deel van de Wht voor de aanvullende schadecompensatie in werking treedt. De rechtsbescherming die de gedupeerde ouder via deze subsidieregeling heeft met betrekking tot de aanvullende schadecompensatie wordt pas daarna ook van toepassing op deze ex-partners.

Wel kunnen de getroffen ex-partners die als zodanig zijn gekwalificeerd door de Dienst Toeslagen nu al wel in voorkomende gevallen een beroep doen op de schuldenaanpak. De rechtsbescherming die de gedupeerde ouder heeft ten aanzien van de privaatrechtelijke schuldenaanpak is ook van toepassing op de ex-partner. Dit onderdeel van de ex-partnerregeling in de Wht is ingegaan op 15 juli 2023.

Om nabestaanden recht te doen aan hun positie binnen de hersteloperatie krijgen ook zij recht op kosteloze rechtsbijstand met de herijkte subsidieregeling.

Proces aanmelden

De rechtzoekende kan zich melden bij de raad. Hiervoor moet hij een gestandaardiseerd formulier invullen, waarbij een medewerker van de Dienst Toeslagen de rechtzoekende kan helpen. Bij de aanvraag stuurt de gedupeerde ouder een afschrift van de bevestigingsbrief van de aanmelding bij de Dienst Toeslagen mee.

In enkele gevallen komt het voor dat een rechtzoekende zich niet voor de peildatum van 31 december 2023 heeft gemeld als gedupeerde, maar daarna. Door de categorie rechtzoekende na peildatum onder de definitiebepaling van rechtzoekende op te nemen, wordt de vergoeding van deze groep gelijkgetrokken met rechtzoekenden die zich wel voor de peildatum hebben aangemeld.

De raad matcht vervolgens een aan de regeling deelnemende advocaat aan de rechtzoekende en voegt deze toe. In de regeling wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat de rechtzoekende een (aan de regeling deelnemende) voorkeursadvocaat wenst, of al een advocaat heeft die op het moment van inwerkingtreding van de regeling zijn zaak al behandelt. Die advocaat kan ook deelnemen aan de subsidieregeling en een toevoeging aanvragen.

De toegevoegde (sociale) advocaat ontvangt voor het bijstaan van de rechtzoekende een forfaitaire vergoeding van de raad die aansluit bij de werkzaamheden in de verschillende fases van het herstelproces. De vergoeding wordt bepaald door het aantal toe te kennen punten voor de diverse werkzaamheden te vermenigvuldigen met het basisbedrag zoals genoemd in het eerste lid van artikel 3 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr).

Het gaat hierbij om de werkzaamheden als genoemd in artikel 4 van deze regeling, die voor forfaitaire vergoeding in aanmerking komen.

Daarnaast is een vergoeding mogelijk voor reiskosten zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling.

Deze regeling ziet niet op beschikkingen van de Dienst Toeslagen over de kwijtschelding van belasting- of toeslagschulden of de brede ondersteuning door gemeenten of andere instanties in verband met afgeleide problemen van de ouder op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting of werk. Voor die werkzaamheden geldt de reguliere wet- en regelgeving in het kader van de Wet op de rechtsbijstand.

III. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In artikel 1 is een aantal begrippen omschreven dat in de regeling wordt genoemd. In artikel 1 onder d wordt verwezen naar de Instellingsregeling Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen, gepubliceerd in de Staatscourant op 25 oktober 2023 met nr. 28994. In artikel 1 onder f wordt verwezen naar de Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade, gepubliceerd in de Staatscourant op 10 oktober 2023 nr. 27308.

Er is een aantal nieuwe begrippen toegevoegd:

Onder de definitie van deskundige (artikel 1, onder g) worden drie typen deskundigen verstaan: een letselschadedeskundige, een medisch deskundige en een rekenkundige. De letselschadedeskundige moet in één van de registers van het NIVRE, NLK, LSA of ASP zijn geregistreerd. Een medisch deskundige moet ingeschreven staan in het BIG-register. Voor rekenkundige experts bestaan geen registers. Het is op basis van de gedragsregels van de advocatuur de verantwoordelijkheid van de advocaat dat een ingeschakelde rekenkundige vaktechnisch voldoende bekwaam is voor zijn rol.

De individuele berekening (artikel 1, onder i) is een van de schadecompensatieroutes (zie daarvoor artikel 1, onder v) waarbij de aanvullende schade preciezer berekend wordt. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een deskundigenrapport gedaan worden.

In artikel 1, onder v, is de schadecompensatieroute gedefinieerd als een traject dat is gericht op de compensatie van aanvullende schade.

Rechtzoekende is in artikel 1, onder r, gedefinieerd als de ouder, de nabestaande of een rechtzoekende na de peildatum (zie voor die laatste artikel 1, onder s). Hiervoor is gekozen omdat deze groepen dezelfde stappen in het herstelproces kunnen doorlopen. Hierdoor kan bij de verschillende leden van artikel 4 worden volstaan met ‘rechtzoekende’ in plaats het steeds vermelden van de verschillende groepen. In het verlengde daarvan is de definitie van rechtsbijstand uitgebreid (artikel 1, onder q). Hierin zijn nu alle groepen personen opgenomen die op grond van deze regeling in aanmerking komen voor rechtskundige bijstand door een advocaat.

Rechtzoekende na peildatum wordt geïntroduceerd voor die ouders die aanspraak maken op rechtsbijstand van een advocaat in het kader van deze regeling maar die zich na 31 december 2023 als gedupeerde hebben gemeld (artikel 1, onder s).

Artikel 2

De redactie van artikel 2 is gewijzigd, omdat de eerdere tekst tot verschillende interpretaties leidde, wat ongewenst is. Het doel van deze subsidieregeling was en is, om enkel adequate en kosteloze gesubsidieerde rechtsbijstand voor gedupeerden te regelen bij procedures zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling. Dit is conform de opzet van een subsidieregeling, dat alleen wat daarin is geregeld ook gesubsidieerd kan worden.

Artikel 3

In artikel 3 wordt in het algemeen omschreven op welke vergoedingen de advocaat voor verleende rechtsbijstand aan een rechtzoekende, een ex-partner en een kind aanspraak kan maken.

Het gaat om rechtsbijstand aan de gedupeerde ouder, de ex-partner of het kind en (voormalig) pleegkind van een overleden ouder of een overleden ex-partner, de nabestaande en de rechtzoekende na peildatum.

De rechtzoekende, de ex-partner of een kind kan rechtsbijstand krijgen bij zijn verzoek om in aanmerking te komen voor compensatie/tegemoetkoming in het kader van de herstelregelingen, waaronder de in artikelen 4.1 tot en met 4.4 van de Wht genoemde overneming of betaling van (overige) privaatrechtelijke schulden. Het betreft hier de rechtsbijstand die een rechtzoekende zijnde de aanvrager van de kinderopvangtoeslag tot en met het moment van instellen van bezwaar, beroep en hoger beroep zoals genoemd in artikel 4 Wht.

Hetzelfde geldt voor de ex-partner vanaf het moment dat hij door de Dienst Toeslagen als zodanig is erkend. Wanneer de rechtzoekende een kind betreft geniet deze voormelde rechtsbijstand vanaf het moment dat voldaan is aan artikel 2.9b, eerste lid, van de Wht.

Er worden in deze regeling punten toegekend voor fasen waarin rechtsbijstand is verleend. Een punt staat gelijk aan het basisbedrag zoals dat is geregeld in het artikel 3, eerste lid, van het Bvr. De vergoeding wordt vermeerderd met een bedrag voor administratieve kosten ex artikel 27 van het Bvr (porti, telefoonkosten, kopieën e.d.).

Voorts wordt de omzetbelasting vergoed.

In artikel 3, vierde lid, van de subsidieregeling wordt beschreven dat er geen draagkrachttoets – zoals beschreven in artikel 34 van de Wrb – wordt uitgevoerd.

Artikel 4

In dit artikel worden de fasen van het herstelproces, in alle stadia (resp. met betrekking tot alle voorafgaande stadia) beschreven, waarvoor de rechtsbijstand wordt vergoed, waaronder (ook) voor de aanvraag tot aanvullende schadecompensatie, overneming van de privaatrechtelijke schulden en verzoeken tot een voorlopige voorziening.

Lid 1

De fase zoals genoemd in het eerste lid omvat het gesprek met de rechtzoekende, het verzamelen van de benodigde stukken, het geven van een eerste advies over de toepasselijke regeling en het indienen van een zienswijze op de vooraankondiging, en het uitleggen en bespreken van het geboden herstel in de vooraankondiging.

Voor het opstellen en indienen van een zienswijze en het bespreken van de vooraankondiging wordt de vergoeding van het eerste lid onder a of b toegekend.

Lid 2

In het tweede lid is geregeld dat indien de advocaat rechtsbijstand heeft verleend voor het indienen van een bezwaar tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen inzake Integrale beoordeling en daarmee de toekenning van het forfaitaire bedrag van € 30.000,– een vergoeding van in totaal 9 punten wordt toegekend. Vóór 5 november 2022 was deze vergoeding gebaseerd op het Besluit uitbreiding Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag. Nu is deze vergoeding opgenomen in de Wht. Advocaten kunnen op laagdrempelige wijze bij de Dienst Toeslagen verzoeken om herbeoordeling van de Integrale beoordeling. Daarvoor ontvangt de advocaat een vergoeding van 2 punten. Als de advocaat na de herbeoordeling alsnog besluit om een bezwaarschrift in te dienen, wordt daarvoor een vergoeding van 7 punten toegekend.

Lid 3

In het derde lid is de rechtsbijstand en de vergoeding geregeld voor bezwaar tegen de beschikking op de kindregeling waarbij de forfaitaire vergoeding ex artikelen 2.14 en 2.14a van de Wht is afgewezen, voor kinderen en (voormalig) pleegkinderen van een overleden gedupeerde ouder of van een overleden ex-partner waarbij de rechtspositie van deze ouders nog niet is vastgesteld.

De artikelen 2.14 en 2.14a van de Wht zijn op 1 oktober 2023 in werking getreden en de toevoegingen voor rechtsbijstand aan deze personen dus ook.

Lid 4

In het vierde lid is geregeld dat indien rechtsbijstand wordt verleend aan de rechtzoekende voor het indienen van een bezwaar tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen op de aanvraag om schadecompensatie (oftewel de Integrale beoordeling) en/of een hoorzitting van de Bezwaarschriftenadviescommissie is bijgewoond, daaraan 20 punten worden toegekend.

Lid 5

Tijdens de bezwaarprocedure tegen de integrale beoordeling kan een mediationtraject worden ingezet. Indien de mediation succesvol wordt afgerond met een door beide partijen getekende VSO, ontvangt de rechtsbijstandverlener de 20 punten voor de rechtsbijstand in bezwaar voor de rechtzoekende zoals opgenomen in lid 4. Als de mediation mislukt, wordt de bezwaarprocedure vervolgd. Als er een mediationtraject is geweest, heeft de advocaat hier extra werk aan ten opzichte van een reguliere bezwaarprocedure, onder meer omdat hij bij de mediationgesprekken aanwezig is. Er is gekozen om hier een extra toeslag voor te geven van 5 punten.

Hoewel een succesvol mediationtraject wordt beëindigd met het afsluiten van een VSO, wordt het mediationtraject niet gezien als een schadecompensatieroute waarop artikel 4, negende lid, van deze subsidieregeling van toepassing is. Voor het mediationtraject na een bezwaar op de Integrale beoordeling is daarom de vergoeding van dit artikel (artikel 4, vijfde lid) van toepassing.

Dit lid is in werking getreden op 1 juni 2023.

Lid 6a

Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende bij het verzoek tot vergoeding van werkelijke schade wordt de vergoeding van 4, 10 of 20 punten toegekend, afhankelijk van het aantal bestede uren.

Lid 6b

De advocaat kan bij complexe schadezaken een deskundige inschakelen. Dit kan een medisch deskundige zijn, een letselschadedeskundige of een rekenkundige (conform de definitie in artikel 1, onder g).

De medisch deskundige moet inschreven staan in een register van het Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE), Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL), Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP) of Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). Hiervoor is gekozen om de kwaliteit, onafhankelijkheid en deskundigheid van de deskundige op het gebied van letselschade te waarborgen.

De advocaat kan ook een advies vragen van een rekenkundige. Voor rekenkundigen bestaat er geen register. Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat zorg te dragen voor het inhuren van een professionele rekenkundige, op grond van de gedragsregels van de advocatuur.

Soms kan het nodig zijn dat zowel een advies van een medisch deskundige als van een letselschadedeskundige of rekenkundige wordt gevraagd. Per advies geldt het maximumbedrag van € 3.000,– inclusief btw.

De advocaat declareert de kosten van het advies bij de raad. Hiervoor moet de factuur van de deskundige worden overgelegd, inclusief een urenspecificatie van de deskundige. Als de kosten van de deskundige hoger zijn dan het maximale bedrag zoals genoemd in het zesde lid, worden deze meerkosten niet vergoed.

Lid 7

Als een bezwaar is ingediend namens de rechtzoekende tegen de beschikking van de Dienst Toeslagen op een aanvraag tot werkelijke schade, wordt een vergoeding toegekend van 20 punten.

Lid 8

De ex-partner heeft ook recht op kosteloze rechtsbijstand als hij een aanvraag indient tot aanvullende schadecompensatie en bij bezwaar tegen een besluit tot aanvullende schadecompensatie. De vergoedingen zoals genoemd in het zesde lid en zevende lid zijn dan van overeenkomstige toepassing.

Dit onderdeel treedt in werking met ingang van de dag na datum uitgifte van de Staatscourant waarin het corresponderende artikel van de Wht in werking wordt gesteld.

De subsidieregeling staat niet open voor de zogenaamde zelfmeldende ex-partners. Rechtsbijstand voor deze personen bij de aanvraag en eventueel bezwaar, beroep en hoger beroep valt niet onder deze subsidieregeling.

Lid 9 onder a en b

Bij een aanvraag tot aanvullende schadecompensatie kan in zaken, die hiervoor geschikt zijn, de mogelijkheid om een VSO te sluiten worden verkend. Met dit lid wordt de vergoeding geregeld voor de advocaat van de rechtzoekende die deelneemt in een schadecompensatieroute die kan eindigen in een VSO. De schadecompensatieroute MijnHerstel kan eindigen in een VSO. Het maximum aantal punten voor MijnHerstel is hoger dan voor de andere routes die in een VSO kunnen eindigen, omdat het een grote(re) rol van de advocaat vraagt.

Voor een schadecompensatieroute die kan eindigen in een VSO anders dan via MijnHerstel wordt een aparte toevoeging verstrekt. Omdat de vergoeding in de MijnHerstel route anders is dan in de andere schadecompensatieroutes, is het van belang dat de advocaat bij de aanvraag van een toevoeging voor een schadecompensatieroute duidelijk aangeeft welke route gekozen is. Als tussentijds van route wordt gewijzigd, wordt verzocht dit door te geven aan de raad dan wel bij declaratie van de toevoeging duidelijk aan te geven welke route is gevolgd.

Lid 9 onder c

Bij de schadecompensatieroutes MijnHerstel en Stichting (Gelijk)waardig Herstel (hierna: SGH) wordt uitgegaan van vaste (forfaitaire) bedragen om de schade te berekenen. Als de rechtzoekende van mening is dat hij meer of andere schade heeft dan waarin de forfaitaire bedragen voorzien, en er dus na het doorlopen van SGH of MijnHerstel geen VSO wordt getekend, kan de rechtzoekende verzoeken om een individuele berekening. In deze route wordt de schade preciezer berekend. Als na de individuele berekening nog steeds geen VSO wordt getekend, dan volgt uiteindelijk een besluit van Dienst Toeslagen waartegen bezwaar en (hoger) beroep openstaat.

Voor de individuele berekening moet een aparte toevoeging worden aangevraagd.

De advocaat kan bij complexe schadezaken die in de individuele berekening worden behandeld een deskundige inschakelen. Dit kan een medisch deskundige zijn, een letselschadedeskundige of een rekenkundige (conform de definitie in artikel 1, onder g). Dezelfde voorwaarden zijn van toepassing als beschreven onder lid 6b.

Lid 10

Het tiende lid, onder a, regelt de vergoeding voor advocaten indien rechtsbijstand is verleend aan de rechtzoekende en diens partner bij de aanvraag van overname of betaling van privaatrechtelijke schulden (voorheen het Besluit betalen privaatrechtelijke schulden, Stcrt. 2021, nr. 44723, sinds 5 november 2022 opgenomen in de Wht). Deze vergoeding is 2 punten. De uitvoering hiervan is door de Dienst Toeslagen gemandateerd aan Stichting Sociale Banken Nederland. Het tiende lid, onder b en c, regelt de vergoeding voor advocaten als ook rechtsbijstand wordt verleend bij het indienen van een bezwaar tegen de beschikking inzake de overneming of betaling van privaatrechtelijke schulden.

Lid 11

In het elfde lid is bepaald dat lid tien van artikel 4 van overeenkomstige toepassing is in het geval ex-partners rechtsbijstand ontvangen bij overname of betaling van privaatrechtelijke schulden.

Leden 12 t/m 15

In deze leden is geregeld dat voor een beroep of hoger beroep in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag een vergoeding wordt toegekend van twintig punten.

Lid 16 onder a en b

In de gevallen dat er pro forma bezwaar of (hoger)beroep is ingesteld, wordt de vergoeding behorend bij de fases zoals genoemd in het zestiende lid, onder a en b, verlaagd tot 4 punten. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt als de advocaat kan aantonen dat hij ondanks dat hij alleen een pro forma bezwaar of (hoger)beroep heeft ingediend, in de betreffende fase toch substantiële werkzaamheden heeft verricht.

Er is sprake van een pro forma bezwaar of (hoger)beroep, als er geen inhoudelijke gronden zijn ingediend die toegespitst zijn op de situatie van cliënt. Het enkel stellen dat het besluit in strijd is met de wet en/of beginselen van behoorlijk bestuur, wordt aangemerkt als een pro forma bezwaar of (hoger)beroep.

Lid 16 onder c

De vergoeding van beroep of hoger beroep wordt telkens met 3.5 punten verhoogd vanaf de tweede bijgewoonde zitting.

Lid 17

In dit artikel wordt de vergoeding geregeld als de rechtsbijstandverlener een verzoek om een voorlopige voorziening indient in het kader van bezwaar, beroep of hoger beroep. De rechtsbijstandverlener ontvangt dan een toeslag van 9 punten. Er wordt geen aparte toevoeging verstrekt voor het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening.

Lid 18

Het kan voorkomen dat de rechtzoekende niet tevreden is met zijn advocaat. De rechtzoekende kan dan de raad verzoeken een opvolgende advocaat te matchen. In dit lid is geregeld dat als een opvolgend advocaat in de zaak wordt toegevoegd, een vergoeding van 2.5 punten wordt gegeven. De vergoeding wordt slechts éénmaal per toevoeging toegekend en wordt niet gegeven als de zaak binnen een kantoor of samenwerkingsverband wordt overgedragen.

Lid 19

In dit lid is bepaald dat in het geval de zaak wordt overgedragen aan een opvolgend advocaat de vergoeding wordt betaald aan de laatst toegevoegde advocaat. De advocaten dienen de vergoeding in onderling overleg en naar verhouding van de verrichte werkzaamheden te verdelen.

Lid 20

Als tijdens een (hoger)beroepsprocedure een mediationtraject wordt gestart, wordt een toeslag van 5 punten gegeven als de mediation mislukt en de procedure voortgezet moet worden. Hiermee wordt een mediationtraject tijdens de (hoger)beroepsprocedure gelijkgetrokken met een mediationtraject tijdens de bezwaarprocedure inzake het verzoek om herstel.

Artikel 5

Lid 1

De vergoeding voor reiskilometers is in dit artikel geregeld. Bij de hoogte van het bedrag is aangesloten bij de vergoeding van artikel 25 Bvr. De vergoeding geldt enkel voor de kilometers die zijn gemaakt voor de rechtsbijstand tijdens een oudergesprek, een mediationgesprek, een hoorzitting van de Bezwaarschriftenadviescommissie, gesprekken die als doel hebben het bereiken van een VSO, een hoorzitting in het kader van een procedure vergoeding van aanvullende schadecompensatie alsmede een zitting bij de rechtbank en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Leden 2 en 3

Aan de hand van de gemaakte reiskilometers zoals bedoeld in het eerste lid, wordt het reistijdverlet bepaald. Deze systematiek komt overeen met die van artikel 24, eerste lid, van het Bvr.

Lid 4

Indien ten behoeve van de rechtsbijstand aan meerdere rechtzoekenden maar een keer naar een locatie wordt gereisd vindt er geen cumulatie van reisvergoedingen en reisverlet per toevoeging plaats. Dan kan slechts op één toevoeging de reiskostenvergoeding gedeclareerd worden. Dit is overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24, vijfde lid, en 25, vierde lid, van het Bvr.

Lid 5

Het aantal reiskilometers wordt op gestandaardiseerde wijze bepaald. Dit is overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24, vierde lid, en 25, derde lid, van het Bvr.

Artikel 6

Voor een rechtzoekende, een ex-partner en een kind is de rechtsbijstand in de herstelprocedure bij Dienst Toeslagen en/of de Minister van Financiën en/of de Staat geheel kosteloos voor zover deze binnen de reikwijdte van deze subsidieregeling valt. Er wordt dus geen draagkrachttoets op inkomen en vermogen uitgevoerd (zie de toelichting bij het vierde lid van artikel 3) en er wordt geen eigen bijdrage opgelegd.

Evenmin kan de advocaat de rechtzoekende, de ex-partner en een kind kosten in rekening brengen. Administratieve kosten zoals onder andere telefoonkosten en porti worden geacht inbegrepen te zijn in de vergoeding voor administratieve kosten zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder c van deze regeling.

In het systeem van gesubsidieerde rechtsbijstand is in artikel 34g, eerste lid, onder b, van de Wrb geregeld dat een bepaald resultaat van een procedure kan resulteren in een intrekking van de toevoeging (resultaatsbeoordeling). Dit zou kunnen betekenen dat een rechtzoekende, een ex-partner of een kind die compensatie/tegemoetkoming heeft ontvangen de kosten van rechtsbijstand zelf zou moeten betalen. Dit is niet de bedoeling van deze subsidieregeling. Het derde lid van dit artikel regelt daarom uitdrukkelijk dat er geen resultaatsbeoordeling wordt uitgevoerd.

Het vierde lid is gewijzigd zodat alle door de advocaat voor de geleverde rechtsbijstand ontvangen vergoedingen in mindering worden gebracht bij de declaratie van de toevoeging. Ook als een vergoeding niet is bepaald door middel van een proceskostenveroordeling. Een voorbeeld, maar niet daartoe beperkt, is een vergoeding buitengerechtelijke kosten voor de rechtsbijstand, overeengekomen in een VSO. Dit lid ziet niet op de proceskostenvergoeding voor geleverde rechtsbijstand voor een beroep niet tijdig beslissen.

Als de rechtzoekende, ex-partner of kind aanspraak kan maken op een rechtsbijstandverzekering die de volledige kosten van rechtsbijstand in het kader van deze regeling dekt, kan hij geen gebruik maken van deze regeling. Dit is geregeld in het vijfde lid.

Artikel 7

Er is een bijlage bij deze regeling waarin de deelname- en matchingscriteria voor advocaten worden benoemd. Advocaten dienen een verzoek tot deelname aan de regeling te doen. Het formulier voor het verzoek tot deelname is te vinden op de site van de raad (www.rechtsbijstand.nl). De advocaat vult dit in en zendt dit per e-mail (herstelregeling@rvr.org) of per post aan de raad.

Artikel 8

Het aanvraagformulier voor toevoeging in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag is te vinden op de site van de raad (www.rechtsbijstand.nl). De rechtzoekende, ex-partner of kind vult dit in en zendt dit met de bevestigingsbrief van de aanmelding bij de Dienst Toeslagen c.q. de beslissing op bezwaar, c.q. de uitspraak in beroep per e-mail (toeslag@rvr.org) of per post aan de raad. De raad heeft een aparte servicedesk ingericht voor de gedupeerde ouder. Het telefoonnummer is: 088-7871234.

Op basis van de verstrekte gegevens matcht de raad een aantal bij de specifieke vraag van een rechtzoekende, een ex-partner of een kind passende advocaten. Die kan uit de voorgestelde advocaten een keuze maken. Dit is geregeld in het derde lid van dit artikel.

Het vierde lid regelt dat als een rechtzoekende, een ex-partner of een kind op het formulier aangeeft dat hij een specifieke advocaat wenst, de raad – mits hij deelneemt aan deze regeling – deze advocaat toevoegt. Als de gewenste advocaat niet aan de regeling deelneemt zal de raad aan deze een matchingsvoorstel doen zoals beschreven in het derde lid van dit artikel.

In het vijfde lid van dit artikel is geregeld dat een rechtzoekende, een ex-partner of een kind die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling al een advocaat heeft die hem bijstaat bij een procedure in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag, een toevoeging van de raad kan krijgen voor deze advocaat. De datum van inwerkingtreding van deze regeling en de datum van de opdrachtbevestiging van de advocaat is daarbij bepalend.

Het achtste lid, onder a en b, regelt rechtsbijstand in gevallen waarin de nabestaande(n) uitsluitend kinderen zijn van dezelfde overleden gedupeerde ouder in de zin van de Wht.

Als de kinderen de nabestaanden zijn van een overleden gedupeerde ouder, en de advocaat staat meerdere kinderen bij in de nabestaandenregeling, wordt een toeslag van 3.5 punt toegekend vanaf het tweede kind. Als de advocaat bijvoorbeeld 3 kinderen bijstaat, wordt twee maal de toeslag toegekend. Als een advocaat meerdere kinderen bijstaat die nabestaanden zijn van dezelfde overleden gedupeerde ouder, brengt dit meer werkzaamheden met zich mee. Dit rechtvaardigt dat hiervoor een toeslag wordt gegeven.

Als meerdere kinderen nabestaanden zijn van dezelfde overleden gedupeerde ouder, is het mogelijk dat zij verschillende belangen hebben die in sommige gevallen tegengesteld kunnen zijn. De kinderen kunnen dan niet worden vertegenwoordigd worden door één advocaat. Het is in dat geval mogelijk dat er meerdere toevoegingen worden afgegeven aan de nabestaanden. De raad toetst dit aan de hand van de informatie die door de betrokken advocaten wordt verstrekt.

Artikel 9

De advocaat dient binnen een termijn van twaalf maanden na afronding van de werkzaamheden de aanvraag tot vergoeding van zijn werkzaamheden bij de raad in te dienen. Hij vult daartoe het specifiek voor deze regeling geldende aanvraagformulier voor de vergoeding in. Hierbij is ook geregeld dat, indien van toepassing, de uitspraak, besluit of VSO overgelegd moet worden. Ook moet altijd een urenspecificatie bij de declaratie bijgevoegd worden.

Artikel 10

De raad wil de werkzaamheden in het kader van deze regeling met regelmaat monitoren en evalueren om te bezien of de bepalingen van deze regeling aansluiten op de praktijk. Om die reden verzoekt de raad de advocaten ook zo snel mogelijk na afronding van de werkzaamheden een aanvraag tot vergoeding in te dienen tezamen met een urenspecificatie.

Artikel 11

Lid 1

In het eerste lid is geregeld dat de rechtzoekende die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling lopende rechtsbijstand geniet van een advocaat in de procedure bij de Dienst Toeslagen in aanmerking komt voor deze regeling.

Er kan een verzoek worden gedaan tot toevoeging van een advocaat op basis van deze regeling en een al op basis van regulier beleid afgegeven toevoeging kan worden gemuteerd.

Als op het moment van inwerkingtreding van deze regeling het verzoek al is afgerond of reeds een beslissing op bezwaar is genomen door de Dienst Toeslagen is er geen aanspraak op deze regeling.

Het is mogelijk dat er op het moment van inwerkingtreding van deze regeling een beslissing op bezwaar is genomen in de procedure van de herstelregelingen, maar dat de procedure van de aanvraag voor aanvullende schadecompensatie nog loopt. Dan kan voor dat gedeelte van de procedure uiteraard wel aanspraak worden gemaakt op deze regeling.

Lid 2

In het tweede lid is geregeld dat verzoeken voor toevoeging voor het (hoger) beroep enkel kunnen worden aangevraagd als de procedure nog loopt op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 12

Lid 1

Dit besluit treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 maart 2021.

Lid 2

De hiervoor genoemde terugwerkende kracht geldt niet voor de uitzonderingen van artikel 12, tweede lid, van deze regeling.

Lid 3

De verwachting is dat het nog enige jaren zal duren voordat alle verzoeken tot herstel afgehandeld zullen zijn, met name gelet op beroepsprocedures. Daarom heeft de raad als einddatum 31 december 2031 opgenomen.

Artikel 13

De citeertitel van deze regeling is Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2026.

BIJLAGE

I. Deelnamecriteria.

Om de rechtzoekende te verzekeren van adequate rechtsbijstand wordt in de bijlage een aantal voorwaarden gesteld aan de advocaat voor deelname aan de regeling. Deze voorwaarden zien op kwaliteitscriteria waaraan hij dient te voldoen. Hij dient aantoonbare kennis en ervaring te hebben op het gebied van het domein van het bestuursrecht, het sociaal zekerheidsrecht, het sociale voorzieningenrecht, het belastingrecht en/of het woonrecht. Als objectieve norm wordt gesteld dat aan de advocaat in de twee voorgaande kalenderjaren van het verzoek ten minste 20 zaken heeft behandeld op deze rechtsterreinen, dit kan blijken uit de toevoegingen die zijn afgegeven betreffende de zaakcodes B010, B011, B060, C010, C012, C020, C030, C031, D010, D020, D070, D071, F010, W010 en/of W013 en/of uit zaken op deze rechtsgebieden die hij niet op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand heeft behandeld.

Deelnemende advocaten mogen in de voorgaande vijf kalenderjaren van het verzoek:

  • niet tuchtrechtelijk veroordeeld zijn wegens een tekortkoming in de kwaliteit van dienstverlening, als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet;

  • geen maatregel zijn opgelegd in het kader van het Maatregelbeleid van de raad.

Er zullen tussentijdse evaluaties worden gehouden over de werking van de regeling en om de kwaliteit te waarborgen kan er via de – NOvA peer-review plaatsvinden. De advocaat dient bereid te zijn daaraan mee te werken.

II. Matchingscriteria.

De raad zal aan de hand van de aanvraag van de rechtzoekende een geschikte advocaat zoeken en deze aan hem matchen. De advocaat dient daarom bij zijn verzoek tot deelname aan te geven in welke regio hij actief is.

Hij geeft informatie over zijn kantoor, zoals het aantal advocaten en de rechtsgebieden die binnen het kantoor worden behandeld en of er een samenwerkingsverband is met andere kantoren. Hij dient ook aan te geven of hij ervaring heeft met het signaleren en behandelen van multi-problematiek van een rechtzoekende.


X Noot
1

Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE), Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL), Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP) en Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG).


X Noot
1

Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE), Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL), Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP) en Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG).

Naar boven