Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt 2025/2029

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 april 2025 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Agrarische en aanverwante sectoren inzake Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Actor Bureau voor sectoradvies namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partijen ter ener zijde: Vereniging Cumela Nederland, Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO Nederland), PLANTUM NL, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Glastuinbouw Nederland, Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Anthos), De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO), Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout, Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, Werkgeversvereniging AB Nederland, Coöperatieve Bond van verenigingen voor Kunstmatige Inseminatie van Varkens, Vereniging van Nederlandse Groenvoederdrogerijen (V.N.G.) en Envigo RMS B.V.;

Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Agrarische en aanverwante sectoren inzake Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 4 Premiebijdragen

Artikel 4 lid 9 komt te luiden:

  • ‘9. Werknemersbijdrage

    • a. Er kan een werknemersbijdrage worden overeengekomen die onderdeel uitmaakt van de premie voor het B-deel.

    • b. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C5 (Hoveniersbedrijf) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van:

      • i. 0,31% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten en:

      • ii. 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de statuten.

      Vanaf 1 mei 2028 geldt dat de werknemersbijdrage voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten 0,28% bedraagt.

    • c. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C4 (Groen, Grond en Infrastructuur) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten.

    • d. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C7 (Open Teelten), deelsector Boomkwekerij, is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten.’

Reglement 11 komt te luiden:

‘11. Reglement seniorenregeling in het hoveniersbedrijf 2019

Artikel 1 Toepassing

Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 5 cao Colland.

Artikel 2 Begripsbepalingen

  • 1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen van artikel 1 sub D. cao Colland.

  • 2. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:

    a. Reglement:

    Reglement Seniorenregeling Hoveniersbedrijf 2019;

    b. Reglement 2006:

    Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2006

    c. Reglement 2008:

    Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2008;

    d. Reglement 2014:

    Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2014;

    e. Seniorenregeling:

    het, op grond van artikel 2 lid 6 sub b. van de statuten, verkorten van de arbeidstijd tot 80% in de basisregeling of 60% in de uitgebreide regeling conform het Reglement;

    f. Regeling 1:

    het verkorten van de arbeidstijd tot 80% conform Reglement 2008 en Reglement 2014;

    g. Regeling 2:

    De toekenning van vier extra betaalde vakantiedagen per kalenderjaar conform Reglement 2008 en Reglement 2014;

    h. Werkgever in de sector Hoveniersbedrijf:
    • 1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 5 cao Colland;

    i. Werknemer:

    Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever zoals bedoeld onder sub h.

    j. Deelnemer:

    De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de seniorenregeling te mogen deelnemen is ingewilligd;

    k. Volledige arbeidsongeschiktheid:

    Van volledig arbeidsongeschiktheid is sprake wanneer:

    • de werknemer tenminste 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt wegens ziekte e.d. is geweest en;

    • de werkgever niet langer verplicht is tot loondoorbetaling en;

    • aan werknemer een uitkering op grond van de WIA is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.

    óf wanneer:

    • aan de werknemer een verkorte wachttijd c.q. vervroegde IVA-uitkering conform de WIA is toegekend.

    l. WAO:

    Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;

    m. WIA:

    Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

    n. IVA:

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten

    o. Administrateur:

    De instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;

    p. Sectorcommissie Hoveniers:

    De door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;

    q. CAS:

    het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.

    r. Fonds:

    Stichting Colland Arbeidsmarkt.

    s. Bestuur:

    Bestuur van het fonds.

    t. Geschillencommissie Hoveniers:

    De geschillencommissie als bedoeld in artikel 72 cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland (Stcrt. 9 januari 2019, nummer 1265).

    u. Werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur:
    • 1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B van cao Colland, die een onderneming uitoefent waarin de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 4 cao Colland;

Artikel 3 Uitvoering

De seniorenregeling wordt namens het bestuur uitgevoerd door de administrateur.

Artikel 4 Regeling

  • 1. De werkgever in de sector Hoveniersbedrijf kan deelnemen aan de seniorenregeling indien de betreffende werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:

    • a. in dienst is van de werkgever in de sector Hoveniersbedrijf en;

    • b. gedurende minimaal vijf aaneensluitende jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf;

    • c. de leeftijd heeft bereikt van 60 jaar;

    • d. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte, worden meegerekend.

    Parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA kunnen deelnemen aan de regeling.

  • 2. Voor deelname aan de seniorenregeling dient een nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling, als in een schriftelijke overeenkomst, op de arbeidsovereenkomst van werknemer te worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij een schriftelijk verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten. In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.

  • 3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:

    • a. De werknemer vermindert de voor hem geldende gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tot 80% in de basisregeling of 60% in de uitgebreide regeling.

    • b. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt in de basisregeling totaal 90% van het bruto weekloon dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt in de uitgebreide regeling totaal 85% van het bruto weekloon dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten beschouwing.

    • c. In de basisregeling wordt een negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd.

    • d. In de uitgebreide regeling wordt vijf zeventiende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd.

    • e. De werknemer ontvangt vakantiegeld op basis van het door hem feitelijk verdiende brutoloon.

    • f. De werknemer heeft recht op 90% (in de basisregeling) cq. 85% (in de uitgebreide regeling) van het aantal vakantiedagen per jaar en 90% (in de basisregeling) cq. 85% (in de uitgebreide regeling) van het aantal extra vakantieuren wegens 10- of 25 jarig dienstverband waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. De vakantiedagen worden berekend op basis van 7,4 uur per vakantiedag.

    • g. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding conform de cao Hoveniersbedrijven.

    • h. De werkkledingtoeslag wordt vastgesteld op 80% (in de basisregeling) cq. 60% (in de uitgebreide regeling) van de vergoeding waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.

    • i. Eventuele overige vergoedingen worden berekend op basis van 80% (in de basisregeling) cq. 60% (in de uitgebreide regeling) dienstverband.

    • j. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst de dag of dagen vast, waarop de werknemer niet of korter werkt. Van de aldus vastgelegde vrije dag of vrije uren kan incidenteel, in onderlinge overeenstemming, worden afgeweken.

    • k. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst, hovenierswerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.

    • l. De werknemer kan vanaf zijn 60e jaar tot zijn individuele AOW-leeftijd gedurende maximaal 8 jaar gebruik maken van de basisregeling.

    • m. De werknemer kan vanaf drie jaar voorafgaand aan zijn individuele AOW-leeftijd tot zijn individuele AOW-leeftijd gebruik maken van de uitgebreide regeling.

    • n. Voor de werknemer die gebruik maakt van de seniorenregeling, bestaat geen verplichting tot overwerk en consignatie.

    • o. De werknemer kan bij dezelfde werkgever éénmalig uit en in de regeling stappen. Bij herintreding in de regeling wordt de tijd gedurende welke de werknemer al heeft deelgenomen aan de regeling in mindering gebracht op de maximale termijn van acht jaar.

  • 4. De werkgever ontvangt van het fonds een compensatie voor de gederfde arbeidsprestatie van de werknemer die deelneemt aan de seniorenregeling. De actuele hoogte van de compensatie is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.

Artikel 5 Overstap sector Groen, Grond en Infrastructuur naar sector Hoveniersbedrijf en vice versa

  • 1. Deelname aan de seniorenregeling Hoveniersbedrijf voor werknemers die voorheen werkzaam waren in de sector Groen, Grond en Infrastructuur

    In afwijking van artikel 4 lid 1 geldt dat de werknemer die voorheen werkzaam was bij een werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur en in de vijf aaneensluitende jaren direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling is gaan werken bij een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf, gebruik kan maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf. Hierbij geldt dat:

    • a. de werknemer in totaal gedurende de vijf aaneensluitende jaren direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de in artikel 4 beschreven overeenkomst tot minder werken, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, als werknemer in dienst is geweest bij een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf en/of een werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur;

    • b. voldaan wordt aan de overige voorwaarden gesteld aan deelname aan de basisregeling van de seniorenregeling Hoveniersbedrijf.

    • c. de werknemer uitsluitend kan deelnemen aan de basisregeling. De werknemer kan pas in aanmerking komen voor de uitgebreide regeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf zodra de werknemer vijf aaneensluitende jaren, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, in dienst is geweest van een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf.

  • 2. Deelname aan de seniorenregeling Groen, Grond en Infrastructuur voor werknemers die voorheen deelnamen aan de seniorenregeling Hoveniersbedrijf

    Als de arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en de deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur dan kan de werknemer gebruik maken van de basisregeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Groen, Grond en Infrastructuur. Hierbij geldt dat voldaan moet worden aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan basisregeling van de seniorenregeling in de sector Groen, Grond in Infrastructuur. De werknemer kan uitsluitend deelnemen aan de basisregeling. De werknemer kan pas in aanmerking komen voor de uitgebreide regeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Groen, Grond en Infrastructuur zodra de werknemer vijf aaneensluitende jaren, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, in dienst is geweest van een werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur.

  • 3. Deelname aan de seniorenregeling Hoveniersbedrijf voor werknemers die voorheen deelnamen aan de seniorenregeling Groen, Grond en Infrastructuur

    Als de arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en de deelnemer in de sector Groen, Grond en Infrastructuur wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf. Hierbij geldt dat:

    • a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de basisregeling van de seniorenregeling in de sector Hoveniersbedrijf;

    • b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 8;

    • c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode van de seniorenregeling;

    • d. de werknemer uitsluitend kan deelnemen aan de basisregeling. De werknemer kan pas in aanmerking komen voor de uitgebreide regeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf zodra de werknemer vijf aaneensluitende jaren, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, in dienst is geweest van een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf.

Artikel 6 Intreedleeftijd

  • 1. De werknemer kan vanaf de leeftijd van 60 jaar van de basisregeling gebruik maken.

  • 2. De werknemer kan vanaf drie jaar voorafgaand aan zijn individuele AOW-leeftijd van de uitgebreide regeling gebruik maken.

Artikel 7 Overgangsregeling deelnemers eerdere regelingen

  • 1. Voor actieve of oud-deelnemers aan regeling 1 (80%) of regeling 2 (vier extra vakantiedagen) geldt, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een overgangsregeling. Voor zover niet anders bepaald zijn de overige bepalingen van het reglement van toepassing.

  • 2. Actieve deelnemers aan regeling 1 (80%):

    Voor deze deelnemers geldt dat de duur van de reeds verstreken deelnameperiode voor de betreffende werknemer op grond van regeling 1 in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode op grond van de seniorenregeling.

  • 3. Actieve deelnemers aan regeling 2 (vier extra vakantiedagen):

    Voor deze deelnemers geldt dat de duur van de reeds verstreken deelnameperiode op grond van regeling 2 in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode op grond van de seniorenregeling.

    Gedurende de resterende deelnameperiode kan deze deelnemer:

    • a. gebruik blijven maken van regeling 2 of in plaats daarvan:

    • b. overstappen naar de seniorenregeling. Deze overstap is definitief; terugkeren naar regeling 2 is dan niet meer mogelijk.

  • 4. Oud-deelnemers aan regeling 1 (80%):

    Deze oud-deelnemers kunnen onder de volgende voorwaarden gaan deelnemen aan de seniorenregeling:

    • a. deelname aan regeling 1 is uitsluitend beëindigd vanwege het bereiken van de daaraan gestelde maximale deelnameperiode zonder dat sprake was van een beëindigingsreden als bedoeld in artikel 16a lid 1 sub c en d van dit reglement.

    • b. de duur van deelname aan regeling 1 wordt in mindering gebracht op de maximale deelnameperiode van de seniorenregeling.

    • c. Deelname wordt aangemeld conform artikel 8.

  • 5. Oud-deelnemers aan regeling 2 (vier extra vakantiedagen)

    Deze oud-deelnemers kunnen uitsluitend deelnemen aan de seniorenregeling onder de volgende voorwaarden:

    • a. de duur van deelname aan regeling 2 wordt in mindering gebracht op de maximale deelnameperiode van de seniorenregeling.

    • b. Deelname wordt aangemeld conform artikel 8.

    Hernieuwde deelname aan regeling 2 is niet mogelijk.

  • 6. Voor de in lid 4 en lid 5 bedoelde aanmelding is geen terugwerkende kracht mogelijk. Dit betekent dat de aanmelding plaatsvindt op basis van de op het aanmeldingsmoment voor de werknemer geldende arbeidsovereenkomst. De aanmelding wordt opnieuw beoordeeld en behandeld.

  • 7. Dit artikel is niet van toepassing op actieve of oud-deelnemers aan de regeling conform reglement 2006.

Artikel 8 Aanmelding

  • 1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de seniorenregeling kan dit vanaf drie maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur aanvragen.

  • 2. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanmelding digitaal via CAS te laten lopen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend worden.

  • 3. De aanmelding dient volledig ingevuld te worden, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:

    • een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 4 lid 3 sub a. t/m sub o. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;

    • en eventueel nader te bepalen andere documenten.

  • 4. Indien de aanmelding niet volledig is, ontvangt de werkgever binnen twee weken na binnenkomst van de aanmelding bericht om de ontbrekende gegevens of documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.

  • 5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de seniorenregeling wensen in te laten gaan, dan kan de seniorenregeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop het de volledige aanmelding is ontvangen.

  • 6. Uiterlijk twee weken na ontvangst van de volledige aanmelding ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de seniorenregeling. Het besluit vermeldt de deelnemer aan de seniorenregeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de seniorenregeling aanvangt.

  • 7. Een aanmelding die plaatsvindt een half jaar voordat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.

  • 8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding

    Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur.

    Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt.

    De verstrekking aan de werkgever als bedoeld in artikel 9 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.

Artikel 9 Verstrekking

  • 1. De werkgever kan aanspraak maken op een verstrekking van het fonds. De actuele hoogte van deze verstrekking is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.

  • 2. De door het fonds te verstrekken vergoeding is een vaste vergoeding per gedeclareerde seniorendag die is opgebouwd uit de elementen genoemd onder a. tot en met c.:

    • a. een negende deel van het overeengekomen bruto weekloon zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 sub b. ongeacht of sprake is van een maand of 4-weken beloning. De vergoeding is gebaseerd op 80% werken tegen 90% loon;

    • b. de over het loon onder a verschuldigde vakantietoeslag;

    • c. de over de onder a en b genoemde onderdelen verschuldigde werkgeverslasten in de SV-premies, in de premies voor de bedrijfstakfondsen, in de SAZAS-premie, de eventuele premie voor het Overbruggingsfonds en in de premie voor dit fonds met dien verstande dat bij de vaststelling van de vergoeding van deze werkgeverslasten een vast percentage van het brutoloon wordt gehanteerd.

    De vergoeding voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt naar rato vastgesteld.

  • 3. De vergoedingen worden na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.

Artikel 10 Uitbetaling verstrekking

  • 1. De verstrekking vindt tweemaal per jaar achteraf plaats in juli en januari.

  • 2. De vergoeding wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.

Artikel 11 Terugvorderingen

Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.

Artikel 12 Besluiten

  • 1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een verstrekking worden door het bestuur genomen.

  • 2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk ter kennis van de werkgever gebracht.

Artikel 13 Mandatering van bevoegdheden

  • 1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:

    • a. een uit en door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;

    • b. de directie van de administrateur.

  • 2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.

Artikel 14 Kennelijke onredelijkheid

Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.

Artikel 15 Overige arbeid

  • 1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de verstrekking worden gebracht.

  • 2. Behoudens, naar het oordeel van het bestuur, uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden voor de seniorenregeling:

    • de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel:

    • hovenierswerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van arbeidsovereenkomst, hetzij in zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrije tijd die ontstaat door het sluiten van de in artikel 4 lid 2 bedoelde overeenkomst.

    Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regels in mindering op de verstrekking gebracht.

Artikel 16a Einde van de deelname

  • 1. Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de seniorenregeling:

    • a. bij volledige vroegpensioenering of bij het bereiken van de datum waarop de werknemer de individuele AOW-leeftijd bereikt;

    • b. door overlijden van de werknemer;

    • c. wanneer de deelnemer te kennen geeft dat hij de deelname wenst te beëindigen;

    • d. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen;

    • e. wanneer de deelnemer acht jaar gebruik heeft gemaakt van de seniorenregeling of een combinatie van de regelingen zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 sub d., sub e. en sub f.;

    • f. bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer.

  • 2. Ingeval een deelname is beëindigd op grond van het bepaalde in lid 1 onder sub c. en e. kan nadien niet opnieuw ten behoeve van dezelfde werknemer aan de seniorenregeling worden deelgenomen.

Artikel 16b Voortzetten seniorenregeling bij beëindiging arbeidsovereenkomst

Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.

Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Hoveniersbedrijf dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:

  • a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

  • b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 8;

  • c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de oude werkgever gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling.

Artikel 17 Verplichting deelnemer

De deelnemer dient desgevraagd of uit eigen beweging aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op verstrekking en de hoogte daarvan van belang kan zijn.

Artikel 18 Verstrekking bij volledige arbeidsongeschiktheid

De werkgever heeft geen recht op verstrekking van het fonds indien en zolang de werknemer volledig arbeidsongeschikt is, zie voor de definitie artikel 2 lid 2 sub k.

Artikel 19 Controle

De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de deelnemer.

Artikel 20 Bezwaar

  • 1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende verstrekking, moet binnen vier weken na dagtekening van het desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.

  • 2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie.

    De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.

  • 3. Indien de werkgever het verzoek van de werknemer om gebruik te maken van de seniorenregeling afwijst (zie artikel 4 lid 2), kan de werknemer een bezwaar indienen bij de geschillencommissie Hoveniers. De geschillencommissie Hoveniers neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bewaarschrift een besluit.

  • 4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.

Artikel 21 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.’

Na reglement 27 wordt een nieuw reglement 28 ingevoegd dat komt te luiden:

‘28. Reglement Vervroegd Uittreden Hoveniersbedrijf 2.0

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen van artikel 1 sub D. cao Colland.

  • 2. Voorts worden de volgende begrippen gedefinieerd:

    a. Aanvraagformulier:

    het door de administrateur opgestelde en goedgekeurde formulier ter aanvraag van de uitkering zoals bedoeld in dit reglement.

    b. AOW-gerechtigde leeftijd:

    de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

    c. Cao:

    cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland/cao Colland

    d. IVA:

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten

    e. Reglement:

    onderhavig reglement, namelijk het Reglement Vervroegd Uittreden Hoveniersbedrijf 2.0

    f. Toepasselijke functie:

    uitvoerende functies conform het functieraster in de cao voor het Hoveniersbedrijf met uitzondering van de functies van telefoniste/receptioniste, administratief medewerker en secretaresse.

    g. Uitkering:

    de periodieke uitkering zoals nader uitgewerkt in dit Reglement.

    h. Uitkeringsgerechtigde:

    degene die op grond van dit Reglement recht heeft op een uitkering.

    i. Uittredingsdatum:

    de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van werknemer is beëindigd.

    j. Administrateur:

    De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit Reglement

    k. Werkgever:
    • 1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 5 cao Colland;

    l. Wernemer:

    degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever zoals bedoeld onder sub k van dit artikel.

    m. WW:

    Werkloosheidswet

    n. ZW:

    Ziektewet

    o. Stichting:

    Stichting Colland Arbeidsmarkt

    p. Bestuur:

    Het bestuur van de stichting

    q. Sectorcommissie:

    De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van de sector Hoveniers

Artikel 2 Algemene bepalingen

  • 1. Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniers, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 5 van de cao Colland.

  • 2. De administrateur beoordeelt middels de aanvraag of een recht op de uitkering bestaat.

Artikel 3 Recht op uitkering

  • 1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit Reglement, heeft degene die:

    • a. in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 december 2025 op eigen verzoek uit dienst treedt; en die

    • b. op de uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal 36 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ligt; en die

    • c. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum als werknemer tenminste 10 jaar werkzaam is in de sector Hoveniers, waarvan minimaal 5 jaar in een toepasselijke functie conform artikel 1 lid 2 sub f ongeacht welke functie, ook zijnde de niet toepasselijke functies, degene direct voorafgaande uitdiensttreding vervult.

  • 2. Geen recht op uitkering heeft degene:

    • a. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering;

    • b. die met deeltijdpensioen gaat of al is gegaan en nog gedeeltelijk blijft werken.

Artikel 4 Hoogte, duur en uitbetaling van de uitkering

  • 1. De uitkering bedraagt in 2025 € 2.273 bruto per maand en wordt jaarlijks geïndexeerd op grond van de door de overheid jaarlijks vast te stellen RVU-drempelvrijstelling. De jaarlijkse indexatie wordt bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.

  • 2. Het bedrag zoals genoemd in lid 1 wordt maandelijks uitgekeerd aan de uitkeringsgerechtigde voor een maximale duur van 36 maanden.

  • 3. Het bedrag zoals genoemd in lid 1 geldt voor de uitkeringsrechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een fulltime arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld 37 uur per week of meer.

  • 4. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een parttime arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld minder dan 37 uur, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen arbeidsduur.

  • 5. Voor de uitkeringsgerechtigde met een dienstverband van gemiddeld minder dan 37 uur in de twee jaar voorafgaand aan de uitdiensttreding en waarvoor de gemiddelde arbeidsduur in die twee jaar is verhoogd geldt het volgende:

    De uitkeringsgerechtigde heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen gemiddelde arbeidsduur zoals gold twee jaar voorafgaand aan de uittredingsdatum.

  • 6. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsgeschiktheid.

  • 7. In afwijking van lid 4 heeft de uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum deel nam aan de seniorenregeling, zoals bedoeld in bijlage 11. Reglement seniorenregeling in het Hoveniersbedrijf 2019 van de cao Colland, recht op een uitkering naar 90% (in het geval van de basisregeling) c.q. 85% (in het geval van de uitgebreide regeling) van het bedrag zoals genoemd in lid 1.

Artikel 5 Einde recht op uitkering

Het recht op uitkering op grond van dit Reglement eindigt:

  • a. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;

  • b. met ingang van de maand volgend op de maand waarin de uitkeringsgerechtigde overlijdt.

  • c. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde betaalde activiteiten in dienstverband verricht, als zelfstandig ondernemer of anderszins.

Artikel 6 Aanvragen uitkering en verstrekken van gegevens

  • 1. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering op grond van dit reglement meldt dit schriftelijk bij zijn werkgever minimaal drie maanden vóór de uitdiensttredingsdatum. De werknemer dient vervolgens een daartoe strekkende aanvraag in bij de administrateur.

  • 2. De aanvraag wordt door de werknemer ingediend door gebruikmaking van het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend. Ook voegt de werknemer de gevraagde bewijsstukken bij het aanvraagformulier, waaronder het schriftelijke verzoek dat is ingediend bij de werkgever

  • 3. De werknemer geeft bij de aanvraag uit eigen beweging alle informatie door, waarvan hem duidelijk kan zijn dat dit relevant is voor het vaststellen van het recht op uitkering.

  • 4. Gedurende de looptijd van de uitkering is de uitkeringsgerechtigde verplicht om uit zichzelf dan wel op verzoek van de administrateur alle informatie aan de administrateur te verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dan die van invloed is op het voortbestaan van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering. Deze informatie dient de uitkeringsgerechtigde onverwijld aan de administrateur te verstrekken.

  • 5. De werknemer verklaart zich bij zijn aanvraag akkoord met de op hem van toepassing zijnde rechten en verplichtingen, zoals neergelegd in het Reglement zoals dat op het moment van aanvraag geldt.

  • 6. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • 7. Alleen volledige aanvragen worden door de administrateur in behandeling genomen.

  • 8. Onvolledige aanvragen moeten opnieuw worden ingediend. Hierbij geldt, na aanvulling van de onvolledige aanvraag binnen een termijn van vier weken, de oorspronkelijke datum van ontvangst als startdatum van de aanvraag.

Artikel 7 Beslissing voorwaardelijke toekenning uitkering

  • 1. De administrateur beslist binnen vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag over de voorwaardelijke toekenning of weigering van uitkering. De beslissing wordt schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de administrateur de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist.

  • 2. Een voorwaardelijke toekenning betekent dat de aanvraag tot uitkering wordt toegekend en wordt omgezet in een definitieve toekenning nadat de aanvrager de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst aan de administrateur heeft doorgegeven.

Artikel 8 Uitkeringsplafond

  • 1. Aanvragen worden door de administrateur in behandeling genomen tot het bereiken van het vastgestelde uitkeringsplafond.

  • 2. Aanvragers die een aanvraag doen na het bereiken van het uitkeringsplafond worden op een wachtlijst gezet op volgorde van binnenkomst. De administrateur zal aan de aanvrager een schriftelijke prognose doen toekomen over de te verwachte wachttijd. Aan deze prognose kunnen geen rechten worden ontleend.

  • 3. Het uitkeringsplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Als het uitkeringsplafond bereikt is wordt dit bekend gemaakt via www.collandarbeidsmarkt.nl.

Artikel 9 Beslissing definitieve toekenning uitkering

  • 1. Binnen zes weken na dagtekening van het besluit tot voorwaardelijke toekenning maakt de aanvrager de aanvraag compleet door toezending van de volgende stukken aan de administrateur:

    • a) een kopie van schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst met daarop de einddatum van de arbeidsovereenkomst; en

    • b) een kopie van de schriftelijke ontvangstbevestiging van de opzegging welke is ondertekend door de werkgever.

  • 2. In het geval dat de ontvangstbevestiging van de werkgever van de opzegging van de arbeidsovereenkomst nog niet in het bezit is van de aanvrager, dient de aanvrager dit te melden bij de completering van zijn aanvraag. De administrateur zoekt dan samen met de aanvrager een passende oplossing om alsnog de ontvangstbevestiging te verkrijgen. De formele uittredingsdatum blijft hierdoor ongewijzigd.

  • 3. De administrateur zal binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in lid 1, de definitieve toekenning van uitkering schriftelijk bevestigen. Als er niet binnen deze termijn kan worden beslist zal de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis worden gesteld en wordt een redelijke termijn genoemd waarbinnen wel kan worden beslist. Deze termijn zal de uitdiensttredingsdatum niet overschrijden.

Artikel 10 Uitbetaling van de uitkering

  • 1. De uitkering wordt uitbetaald na goedkeuring van de aanvraag maandelijks aan de uitkeringsgerechtigde, die start vanaf de eerste dag van de maand, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen.

  • 2. De uitkeringsgerechtigde ontvangt van de administrateur jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering.

Artikel 11 Intrekking en herziening van een besluit tot uitkering

  • 1. Het besluit tot uitkering kan worden herzien of ingetrokken indien:

    • a) de uitkeringsgerechtigde de op grond van dit reglement gevraagde of uit eigen beweging te verstrekken informatie niet, niet tijdig of onjuist verstrekt;

    • b) anderszins de uitkering ten onrechte is verleend;

  • 2. Uitkeringsgerechtigde wordt geacht de in dit reglement bedoelde informatie niet of niet tijdig te hebben verstrekt, als de administrateur de informatie niet binnen twee maanden na ontvangst van de eerste oproep daartoe of nadat het uit eigen beweging te melden feit bekend is bij uitkeringsgerechtigde, heeft ontvangen.

  • 3. Het bestuur is bevoegd de opgelopen schade als gevolg van door uitkeringsgerechtigde niet, niet tijdig of onjuist verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in dit Reglement gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen, sociale lasten en rente, te verhalen op uitkeringsgerechtigde. Daarbij behoudt het bestuur zich het recht voor verhaal te halen door middel van vermindering van de lopende uitkering.

  • 4. Wanneer sprake is van fraude, valsheid in geschrifte of enig ander misdrijf als vermeld in het Wetboek van Strafrecht, dan kan de het bestuur daarvan aangifte doen. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civielrechtelijke procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde betalingen, op betrokkene te verhalen.

  • 5. De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de uitkeringsgerechtigde van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Een beroep op het niet kennen van de inhoud van dit reglement wordt niet als zodanig beschouwd.

  • 6. De beslissing tot intrekking of herziening van uitkering zoals bedoeld in dit artikel wordt schriftelijk en gemotiveerd door de administrateur namens de het bestuur aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld. Als er een sanctie zoals genoemd in dit artikel aan de uitkeringsgerechtigde wordt opgelegd, zal in ieder geval vermeld worden waarom deze sanctie wordt opgelegd en wat de hoogte en duur van de sanctie is.

Artikel 12 Terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering

  • 1. Indien de uitkering geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan die uitkering of dat deel van de uitkering door het bestuur worden teruggevorderd van de persoon aan wie onverschuldigd is betaald. Geen terugvordering zal plaatsvinden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat door de administrateur heeft geconstateerd dat de uitkering onverschuldigd is betaald. De administrateur doet de desbetreffende persoon daarvan onverwijld schriftelijk mededeling.

  • 2. Wanneer geconstateerd wordt dat een uitkering onverschuldigd is betaald neemt de het bestuur een beslissing tot terugvordering. De beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de persoon aan wie onverschuldigd is betaald medegedeeld, alsmede de termijn waarbinnen hij het onverschuldigd betaalde bedrag dient terug te betalen. Deze termijn bedraagt vier weken. Voor zover mogelijk zal de terugvordering worden verrekend met de door uitkeringsgerechtigde nog te ontvangen uitkering.

  • 3. Indien de persoon aan wie onverschuldigd is betaald niet in staat is het onverschuldigd betaalde bedrag ineens terug te betalen, dan kan hij om een betalingsregeling verzoeken. Dit verzoek dient binnen twee weken na dagtekening van de beslissing tot terugvordering schriftelijk te worden ingediend bij de administrateur De persoon aan wie onverschuldigd is betaald geeft de administrateur volledig inzage in zijn financiële situatie en verstrekt de administrateur alle informatie die op de beoordeling van het verzoek van invloed is. Administrateur beoordeelt vervolgens of een betalingsregeling overeengekomen kan worden. De administrateur houdt daarbij rekening met de beslagvrije voet.

  • 4. Wanneer een betalingsregeling is overeengekomen bericht de administrateur de persoon aan wie onverschuldigd is betaald schriftelijk over de hoogte van het periodiek terug te betalen bedrag en het moment waarop de periodieke betalingen door de administrateur dienen te zijn ontvangen.

  • 5. Wanneer de administrateur niet tegemoetkomt aan een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling, zal hiervan schriftelijk mededeling worden gedaan.

  • 6. Wanneer terugvordering over het lopende kalenderjaar plaatsvindt zal terugvordering van het netto te veel betaalde bedrag plaatsvinden. Vindt terugvordering plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de uitkering onverschuldigd is betaald, dan vordert de het bestuur het bruto te veel betaalde bedrag terug.

  • 7. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet tijdig aan de verplichting tot terugbetaling voldoet, of – in het geval van een betalingsregeling – zijn periodiek niet tijdig betaalt, zal de administrateur eenmaal een herinnering sturen met de mededeling dat de betaling binnen 14 dagen door de administrateur moet zijn ontvangen. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet binnen die termijn betaalt of wanneer hij een tweede maal een periodiek mist, zal de gehele vordering zonder verder bericht uit handen worden gegeven aan een incassobureau. De kosten ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komen, conform de wettelijk maximaal toegestane vergoeding zoals vastgesteld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten of enige regelgeving die in plaats van dit besluit zal gelden, voor rekening van de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald.

  • 8. Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de het bestuur geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering.

Artikel 13 Overlijdensuitkering

  • 1. Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde hebben de nabestaanden van de uitkeringsgerechtigde recht op de RVU-uitkering ter hoogte van de uitkering voor het overlijden, onder aftrek van het nabestaandenpensioen, mits voldaan is aan de voorwaarde van lid 3 van dit artikel. Deze overlijdensuitkering loopt vanaf de dag volgend op de maand van overlijden van de uitkeringsgerechtigde tot aan de dag waarop de overleden uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.

  • 2. Onder nabestaanden wordt verstaan de nagelaten betrekkingen als verwoord in artikel 7:674 BW.

  • 3. Binnen 8 weken na de dag volgend op de dag van overlijden van de uitkeringsgerechtigde, dienen de nabestaanden de administrateur schriftelijk te informeren over het overlijden.

  • 4. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat, na de datum van overlijden reeds is uitbetaald en ziet op de periode vanaf overlijden.

  • 5. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan nabestaandenpensioen van de overledene die wordt uitgekeerd aan de nabestaande.

Artikel 14 Voorschriften

Aanvulling, wijziging of intrekking van dit reglement wordt door cao partijen van de sector Hoveniers besloten.

Artikel 15 Hardheidsclausule

Als de bepalingen in dit Reglement in individuele gevallen leidt tot onbedoelde of onbillijke uitkomsten kan de het bestuur een afwijkende beslissing nemen die tegemoetkomt aan de bedoelingen van dit reglement.

Artikel 16 Geschillencommissie

Bij een geschil over de uitleg of toepassing van dit reglement kan de werknemer of de werkgever de geschillencommissie als bedoeld in artikel 72 cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland (Stcrt. 9 januari 2019, nummer 1265) verzoeken een uitspraak te doen.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2025 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 10 april 2025

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, P.S. Nanhekhan


X Noot
1

Stcrt. 2024, nr. 14429, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 december 2024 (Stcrt. 2024, nr. 37921).

Naar boven