Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 14429 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 14429 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt 2024/2029
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Actor Bureau voor sectoradvies namens de partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partijen ter ener zijde: Vereniging Cumela Nederland, Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO Nederland), PLANTUM NL, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Glastuinbouw Nederland, Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Anthos), De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO), Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout, Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, Werkgeversvereniging AB Nederland, Coöperatieve Bond van verenigingen voor Kunstmatige Inseminatie van Varkens, Vereniging van Nederlandse Groenvoederdrogerijen (V.N.G.) en Envigo RMS B.V.;
Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
In deze cao wordt verstaan onder:
1. Werknemer is de natuurlijke persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever zoals bedoeld onder B.
2. Deze bepaling geldt met inachtneming van de bepalingen opgenomen in bijlage A.
1.
a. Degene die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals onder C lid 1 tot en met lid 11 vermeld.
b. Degene die een onderneming uitoefent met een onderdeel:
– waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals onder C 1 tot en met 11 vermeld, en:
– waarin het aantal arbeidsuren meer dan 50% van het totaal aantal arbeidsuren in de onderneming uitmaakt.
Dit geldt niet indien voor die gehele onderneming een andere collectieve arbeidsovereenkomst inzake een sociaal fonds van kracht is, die geregistreerd is bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
c. Juridisch zelfstandige delen van een groep in de zin van artikel 2:24b BW waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals onder C 1 tot en met 11 vermeld;
d. De personeelsvennootschap binnen een groep in de zin van artikel 2:24b BW waarvan ten minste 75% van het totaal aantal arbeidsuren van de werknemers wordt uitgeoefend bij een of meer andere groepsonderdelen waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals onder C 1 tot en met 11 vermeld;
e. Degene die in opdracht van of ten behoeve van de werkgever, die bedrijfsactiviteiten verricht in de sector Open Teelten zoals bedoeld onder C lid 7, werkzaamheden verricht van het sorteren, verpakken, bewerken, laden en lossen van de producten van deze onderneming.
2. Van ‘in hoofdzaak’ is sprake indien het aantal arbeidsuren van de werknemers in dienst van werkgever die betrokken zijn bij de activiteiten onder C 1 tot en met 11 vermeld meer dan 50% van het totaal aantal arbeidsuren binnen de onderneming uitmaakt;
3. Deze bepaling geldt met inachtneming van de bepalingen in bijlage B.
1. Bedrijfsverzorgingsdiensten:
a. voor ten minste 50% van de met de werknemers in de onderneming overeengekomen arbeidsuren, betrekking hebben op het in agrarische sectoren als bedoeld onder C 2 tot en 11:
– tewerkstellen van werknemers bij een derde, niet onder toezicht en leiding van de derde en/of;
– detacheren.
b. voor ten minste 50% van de met de werknemers in de onderneming overeengekomen arbeidsuren bestaan uit het ter beschikking stellen van haar werknemers aan, of doen laten verrichten van werkzaamheden van organisatorische, en/of andere aard, ter ondersteuning van de activiteiten voor een of meer ondernemingen als bedoeld onder a. en met een of meer van de ondernemingen is verbonden in de zin van artikel 2:24a of 2:24b BW.
2. Bloembollengroothandel
Handel in bloembollen.
3. Bos- en natuur:
– Een terreinbeheersbedrijf: een onderneming waarin de bosbouw in de ruime zin des woords wordt uitgeoefend;
– Aannemingsbedrijf: een onderneming die tegen betaling werkzaamheden voor terreinbeheersbedrijven verricht in bossen of andere houtopstanden dan wel in natuurterreinen, welke bedrijfsmatig in die terreinbeheersbedrijven plegen te worden verricht, dan wel een onderneming die voor eigen rekening houtoogstwerkzaamheden verricht, en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het functioneren van het bedrijf of de organisatie waardoor eerdergenoemde werkzaamheden worden uitgevoerd.
4. Groen, Grond en Infrastructuur
Een onderneming waarin de activiteiten overwegend bestaan uit het met, aan of door machines en/of werktuigen voor derden verrichten van:
– landbouwambachtenwerkzaamheden:
werkzaamheden met, aan of door machines en werktuigen ten behoeve van de feitelijke plantaardige en dierlijke productie;
– cultuurtechnische werkzaamheden:
werkzaamheden met, aan of door machines en werktuigen ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, de daarmee samenhangende drainage en grondwerken (bovenste grondlaag), alsmede het hiermee samenhangende onderhoud, met uitsluiting van baggerwerkzaamheden met specifiek baggermaterieel.
Van de hierboven genoemde landbouwambachten- en cultuurtechnische werkzaamheden is eerst sprake, indien en voor zover geen bouw-/aanlegvergunning is vereist, met uitzondering van de vergunningen betrekking hebbend op de feitelijke plantaardige en dierlijke productie en/of de aanleg van groenvoorzieningen;
– meststoffenwerkzaamheden:
werkzaamheden met meststoffen ten behoeve van de agrarische sector, waarbij gebruik wordt gemaakt van machines en/of werktuigen.
Onder meststoffen wordt verstaan:
– dierlijke meststoffen, inclusief champost,
en/of
– producten die bestemd zijn om:
1e te worden toegevoegd aan grond of aan een groeimedium en die geheel of gedeeltelijk bestaan uit stoffen, organismen daaronder begrepen, of mengsels van stoffen, die als zodanig kunnen dienen om grond of een groeimedium geschikt of beter geschikt te maken als voedingsbodem voor planten; of
2e te worden gebruikt als groeimedium; of
3e te worden gebruikt als voedsel voor planten of delen van planten, voorzover deze producten niet reeds zijn inbegrepen onder 1e of 2e.
Onder werkzaamheden wordt verstaan het afleveren van meststoffen aan handelaren in, of gebruikers van, meststoffen, alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben, aanbieden of vervoeren van meststoffen. Het produceren van meststoffen behoort niet tot werkzaamheden.
5. Hoveniersbedrijf:
– hovenierswerkzaamheden:
Het al dan niet voor derden aanleggen en/of onderhouden van tuinen (inclusief tuinafscheidingen, schuttingen en (zwem-)vijvers), een en ander met de daartoe behorende wegen, paden en pleinen in al hun onderdelen, waaronder tevens begrepen het ruimen van sneeuw en gladheidbestrijding. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord;
– groenvoorzieningswerkzaamheden:
Het al dan niet voor derden aanleggen en/of onderhouden van parken, plantsoenen, groenstroken, terreinen en begraafplaatsen, een en ander met de daartoe behorende wegen, paden en pleinen in al hun onderdelen, waaronder tevens begrepen het ruimen van sneeuw, gladheidbestrijding en onkruidbestrijding. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord;
– boomverzorgingswerkzaamheden:
Het al dan niet voor derden planten, verplanten, snoeien, ruimen van bomen, verbeteren van de groeiplaats, bestrijden van ziekten en plagen en/of verzorgen van zowel de bovengrondse als ondergrondse delen van bomen, met inbegrip van advies, het aanvragen van vergunningen en de voorbereidende werkzaamheden. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord;
– dak- en gevelbegroeningswerkzaamheden:
Het al dan niet voor derden ontwerpen, aanleggen, beheren en onderhouden van vegetatiesystemen op bouwwerken zoals vegetatiedaken in hun diverse verscheidenheid, vegetatiegevels alsmede vegetatiesystemen, inclusief de voor de duurzame instandhouding van deze systemen benodigde ondergrond (o.a. drainagesystemen, worteldoek, substraatlaag) en technische installaties (o.a. beregening en bemesting) en verankering. Dit met inachtneming van de voor deze systemen benodigde technische eigenschappen van het bouwwerk waarop of waaraan dezen worden bevestigd;
– interieurbeplantingswerkzaamheden:
Het al dan niet voor derden adviseren, ontwerpen, plaatsen en/of onderhouden van interieurbeplantingen met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord;
– greenkeeperwerkzaamheden:
Het aanleggen en/of onderhouden van golfterreinen een en ander met de daartoe behorende wegen, paden en pleinen in al hun onderdelen, waaronder tevens begrepen het ruimen van sneeuw en gladheidsbestrijding in het voornoemde. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord.
Onder Hoveniersbedrijf wordt niet verstaan een onderneming, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met de voorbereidende grondwerkzaamheden.
6. Glastuinbouw:
Plantaardige teelten die permanent onder glas of plastic plaatsvinden, met uitzondering van paddenstoelenteelt en de boomteelt onder glas of plastic, maar met inbegrip van vermeerderingsbedrijven.
7. Open Teelten:
– Plantaardige teelten in de open lucht en plantaardige teelten niet permanent onder glas of plastic. Hieronder valt ook de teelt en vermeerdering die onder glas plaatsvindt in de boomkwekerij.
– Alle (groot-)handelsactiviteiten in de boomkwekerij. Hieronder wordt verstaan de handel in houtige gewassen en vaste planten.
8. Dierhouderij:
Het bedrijfsmatig en productiegericht houden van dieren.
Hieronder wordt verstaan het houden, fokken of kweken van dieren – gericht op het voortbrengen van producten (zoals vlees, wol, huid of pels) van die dieren en/of het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van die dieren – met als doel voor het voortbestaan van de onderneming voldoende bedrijfsresultaat te genereren.
Onder dieren wordt onder meer verstaan:
– rundvee (melk- en vleesvee);
– varkens;
– pluimvee (inclusief broederijen en/of het exporteren van eendagskuikens en eieren);
– geiten;
– schapen;
– paarden;
– vissen;
– insecten;
– wormen;
– slakken;
– konijnen;
– edel pelsdieren;
– exotische dieren;
– eenden;
– ganzen.
9. Paddenstoelenteelt:
Teelt van paddenstoelen en/of aansluitende reeks van nauw verwante activiteiten, met name de opslag van, het inpakken van en het uitleveren van paddenstoelen en aanverwante producten aan vervoerders en het in beperkte mate produceren van compost.
10. Groenvoederdrogerij:
Het kunstmatig drogen van groenvoederproducten met inbegrip van alle bijbehorende werkzaamheden.
11. Varkensverbetering:
– fokkerij: diensten en/of producten aanbieden voor het vervaardigen, respectievelijk distribueren van genetisch hoogwaardig fokmateriaal ten behoeve van de varkenssector;
– k.i.: exploiteren van een k.i.-station en/of een instelling voor kunstmatige inseminatie van varkens;
– varkensverbetering: het verbeteren van kwaliteit en rentabiliteit van de varkenshouderij middels diensten en/of producten.
1. Stichting:
Stichting Colland Arbeidsmarkt
2. Bestuur:
bestuur van de stichting
3. Statuten:
statuten van de stichting
4. Sectorcao:
cao waarvan de werkingssfeer een van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder C omvat of een gedeelte daarvan.
5. Sector:
sector waarvan de bedrijfsactiviteiten bestaan uit één van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder C 1 tot en met 11 of een gedeelte daarvan.
6. Sectorcommissie:
door het bestuur ten behoeve van een specifieke sector ingestelde commissie als bedoeld in artikel 11 van de statuten.
7. Premieplichtig loon:
a. Tot het premieplichtig loon behoren:
door het bestuur ten behoeve van een specifieke sector ingestelde commissie als bedoeld in artikel 11 van de statuten.
– alle bruto loonbestanddelen, welke arbeidstijd gerelateerd zijn;
– de vaste jaarlijkse toeslagen en uitkeringen.
Hiertoe worden gerekend:
1. het feitelijk loon uit de huidige dienstbetrekking;
2. overuren/meeruren/onaangename uren inclusief inconveniëntentoeslag;
3. 13e maand;
4. structurele eindejaarsuitkering;
5. vakantietoeslag;
6. uitbetaalde verlof- en Adv-dagen, reis-uren (niet zijnde reiskosten);
7. prestatietoeslag op het uurloon;
8. tijdelijke toeslag werken in hogere functie;
9. tijdelijke toeslag vakkennis;
10. persoonlijke toeslagen;
11. consignatievergoeding / bereikbaarheidsvergoeding
b. Als maximum dagloon per dag wordt aangehouden anderhalf maal het maximum premiedagloon waarover de premies werknemersverzekeringen worden geheven.
c. Over tijdvakken van arbeidsongeschiktheid gelegen na het tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek is over de in deze tijdvakken`ontvangen uitkeringen ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO), de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) of daarmee naar de aard en strekking gelijk te stellen uitkeringen of loonbetalingen geen heffing verschuldigd.
8. Doelactiviteit:
activiteit als bedoeld in artikel 2 lid 3 tot en met lid 7 van de statuten.
9. Instelling:
rechtspersoon, niet zijnde een werkgever, waarvan de bedrijfsactiviteiten (mede) liggen op het gebied van een of meerdere van de doelactiviteiten.
10. Bestedingsdoel:
(af)financiering van de kosten van invoering en uitvoering van een doelactiviteit.
Deze cao is van toepassing op de werknemer als bedoeld in artikel 1 sub A en op de werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B.
1. Er is een Stichting Colland Arbeidsmarkt.
2. De statuten en de reglementen van de stichting maken integraal onderdeel uit van deze cao.
3. De doelactiviteiten van de stichting worden gefinancierd uit de premiebijdragen als bedoeld in artikel 4.
1. De werkgever is ten behoeve van de stichting per kalenderjaar een premie verschuldigd.
2. De premie bestaat uit een percentage van het totale premieplichtige loon van de werknemers in dienst (geweest) van de werkgever.
3. De premie is onderverdeeld in een premie voor het A-deel en een premie voor het B-deel.
4. Premie voor het A-deel
a. De premie voor het A-deel geldt voor iedere werkgever.
b. De premie voor het A-deel is bestemd voor bestedingsdoelen die gericht zijn op alle sectoren.
5. Premie voor het B-deel
a. De premie voor het B-deel geldt voor de werkgever behorend tot een specifieke sector.
b. De premie voor het B-deel is bestemd voor bestedingsdoelen die gericht zijn op de specifieke sector.
6. Het bestuur stelt jaarlijks het premiepercentage als bedoeld in lid 2 vast voor het A-deel zodanig dat voorzien kan worden in de beoogde bestedingsdoelen.
7. Het bestuur stelt jaarlijks het premiepercentage als bedoeld in lid 2 vast voor het B-deel, zodanig dat voorzien kan worden in de beoogde bestedingsdoelen.
9. Werknemersbijdrage
a. Er kan een werknemersbijdrage worden overeengekomen die onderdeel uitmaakt van de premie voor het B-deel.
b. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1sub C5 (Hoveniersbedrijf) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van:
i. 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten en:
ii. 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de statuten.
c. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C4 (Groen, Grond en Infrastructuur) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten.
10. De methode van berekening van de premiebijdragen, de wijze van incassering daarvan en de daarmee samenhangende verplichtingen van de werkgever zijn vastgelegd in het Heffingsreglement Premiebijdragen.
11. De actuele premiepercentages per sector zijn te vinden op www.colland.nl.
1. Het bestuur kan op verzoek van een instelling besluiten een doelactiviteit geheel of gedeeltelijk te subsidiëren.
2. Voor een aanvraag of toekenning van een subsidie als bedoeld in lid 1 gelden de voorwaarden zoals opgenomen in het Uitvoeringsreglement Activiteitenplannen.
3. Het bestuur kan besluiten om aan een werkgever en/of een werknemer een tegemoetkoming in de kosten te verstrekken in verband met deelname aan een, voor de sector waartoe de werkgever of de werknemer behoort, geldende regeling in het kader van een doelactiviteit.
4. Voor een aanvraag of toekenning van een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in lid 3 gelden de voorwaarden zoals opgenomen in het reglement dat op de betreffende doelactiviteit van toepassing is.
1. Het bestuur kan op verzoek aan een werkgever of een groep van werkgevers dispensatie verlenen van de toepassing van een of meer bepalingen van deze cao.
2. Het bestuur verleent uitsluitend dispensatie in geval van zwaarwegende argumenten en hanteert daarbij de volgende criteria:
a. er is (tijdelijk) sprake van bijzondere omstandigheden, afwijkend van hetgeen in de betreffende sector gebruikelijk is, op grond waarvan het in redelijkheid niet van de verzoeker gevergd kan worden dat de betreffende bepaling(en) onverkort worden toegepast en:
b. er is sprake van een andere, tenminste aan deze bepaling(en) gelijkwaardige, regeling die tot stand is gekomen in samenspraak met een werknemersorganisatie die onafhankelijk is van de werkgever of groep van werkgevers.
3. De ontheffing wordt ten hoogste verleend voor de looptijd van deze cao. Indien een nieuwe cao van toepassing wordt, moet opnieuw om dispensatie verzocht te worden.
4. Indienen dispensatieverzoek
Een verzoek als bedoeld in lid1 (hierna: dispensatieverzoek) moet schriftelijk te worden ingediend bij het bestuur per adres: Actor, Pompmolenlaan 10C, 3447 GK Woerden en moet ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de verzoeker(s);
b. ondertekening door de verzoeker(s);
c. een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het verzoek;
d. de motvering van het verzoek;
e. de dagtekening;
en moet vergezeld te gaan van een positief advies van het medezeggenschapsorgaan of van de meerderheid van de werknemers als er geen medezeggenschapsorgaan is ingesteld.
5. Desgevraagd worden door de verzoeker(s) binnen een daartoe aangegeven termijn (aanvullende) gegevens en bescheiden verschaft die naar het oordeel van het bestuur voor de beoordeling van het dispensatieverzoek nodig zijn.
6. Indien naar het oordeel van het bestuur de aanvullende informatie als bedoeld in lid 5 niet, niet tijdig of niet volledig wordt verstrekt, neemt het bestuur het dispensatieverzoek niet in behandeling. Het bestuur informeert verzoeker(s) hierover schriftelijk.
7. Behandeling
Het bestuur neemt binnen twee weken nadat de verstrekte informatie naar haar oordeel volledig is het dispensatieverzoek in behandeling.
8. Het bestuur wint advies in bij de betreffende sectorcommissie.
9. Het bestuur besluit, met inachtneming van het advies van de betreffende sectorcommissie, binnen drie maanden nadat het dispensatieverzoek in behandeling is genomen.
10. Het schriftelijke en gemotiveerde besluit wordt aan de verzoeker(s) toegezonden.
11. De in dit artikel genoemde termijnen kunnen door het bestuur worden verlengd. Het bestuur zal een besluit tot verlenging van een termijn steeds motiveren en verzoeker(s) daarvan in kennis stellen.
12. De kosten die verzoeker(s) maken ter zake van een dispensatieverzoek komen voor eigen rekening.
13. (Een lid van) het bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enig handelen of nalaten dat samenhangt met het verzoek.
14. In afwijking van lid 3 geldt dat een werkgever of groep van werkgevers:
a. aan wie per 1 januari 2005 dispensatie verleend is voor premiebetaling voor de doelactiviteiten als bedoeld in artikel 2 lid 4 van de statuten, deze dispensatie van kracht blijft met in achtneming van eventuele nadere afspraken daaromtrent van een latere datum.
b. die voor 1 januari 2005 niet deelnam aan de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 5a 2e aandachtstreepje van de statuten, vrijgesteld is van de premiebijdrage bestemd voor deze doelactiviteit.
c. aan wie voor 1 juli 2015 dispensatie is verleend, deze dispensatie van kracht blijft, zolang voldaan wordt aan de gronden op basis waarvan deze dispensatie is verleend.
15. De werkgever aan wie dispensatie is verleend voor premiebetaling voor een of meerdere doelactiviteiten kan geen rechten ontlenen aan (subsidie-)regelingen in het kader van die doelactiviteiten.
Bepalingen in de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer die voor de werknemer in negatieve zin afwijken van deze cao zijn nietig.
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van hetgeen in artikel 1 sub A is bepaald over het begrip ‘werknemer’, geldt het volgende voor:
Niet als werknemer wordt beschouwd: de piekarbeider.
1. Een piekarbeider is degene, in dienst van een werkgever die een onderneming uitoefent als bedoeld in artikel 1 sub C lid 2 (Bloembollengroothandel), sub C lid 6 (Glastuinbouw) en/of sub C lid 7(Open Teelten), die:
– seizoensgebonden, uitsluitend routinematige werkzaamheden verricht die gerelateerd zijn aan oogst- en teeltwerkzaamheden (inclusief be- en verwerking van de oogst) voor agrarische gewassen; en
– genoemde werkzaamheden gedurende een piekperiode (een periode van verhoogd werkaanbod) van maximaal 8 aaneengesloten weken per jaar uitvoert; en
– gedurende zijn inzet tijdens de piekperiode een compensatie ter hoogte van 0,7% van het geldend loon ontvangt; en
– door de werkgever uiterlijk op de 5e dag is aangemeld bij de fondsadministrateur.
2. Niet onder de definitie van piekarbeider van lid 1 valt:
a. degene die aaneensluitend aan een vast of tijdelijk dienstverband bij dezelfde werkgever een dienstverband piekarbeid aangaat waar minder dan 6 maanden tussen zit.
b. degene met een dienstverband piekarbeid waar binnen 31 dagen een vast of tijdelijke dienstverband bij dezelfde werkgever op volgt.
3. Een werknemer kan maar een keer per kalenderjaar een dienstverband piekarbeid aangaan.
Niet als werknemer wordt beschouwd degene die de feitelijke leiding heeft van de onderneming.
Niet als werknemer wordt beschouwd de directeur van een NV of BV.
Niet als werknemer wordt beschouwd de scholier of student in volledig of parttime onderwijs die tijdens onderwijsvrije tijden op maandag tot en met zaterdag en gedurende onderwijsvakanties wordt ingezet als algemeen medewerker.
Niet als werknemer wordt beschouwd degene die met de dagelijkse leiding belast is.
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van hetgeen in artikel 1 sub B is bepaald over het begrip ‘werkgever’, geldt het volgende voor:
Niet als werkgever wordt beschouwd een werkgever die:
a. tenminste 15% van het totaal aantal arbeidsuren uitzendt op basis van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW, met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 BW, of
b. als lid is toegelaten tot de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), of
c. als lid is toegelaten tot de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU).
Arbeidsuren zijn inclusief de uren die via handmatige loonbedrijven, uitzendbureaus en overige derden worden besteed.
Eveneens onder het begrip ‘werkgever’ valt:
i. diegene die bedrijfsactiviteiten zoals in artikel 1 sub C 4 vermeld al dan niet in een Groen, Grond en Infrastructuur onderneming doet verrichten, tenzij voor die werkgever reeds een andere cao geldt.
ii. diegene die een onderneming uitoefent met drie of meer verschillende soorten bedrijfsactiviteiten indien het percentage arbeidsuren dat besteed wordt aan activiteiten in artikel 1 sub C 4 vermeld groter is dan ieder afzonderlijk percentage arbeidsuren dat aan een andere bedrijfsactiviteit wordt besteed.
iii. Degene die én bedrijfsactiviteiten verricht zoals vermeld onder artikel 1 sub C 4 én activiteiten verricht die vallen onder de cao Bouw & Infra (gepubliceerd in de Staatscourant 7 april 2016 nr. 18112) wordt – in afwijking van het onder artikel 1 sub B 2 en in deze bijlage onder cii bepaalde – alleen als werkgever beschouwd indien het percentage loonsom dat besteed wordt aan activiteiten zoals vermeld onder C 4 groter is dan ieder afzonderlijk percentage loonsom dat aan een andere bedrijfsactiviteit wordt besteed.
i. Als op een onderneming meerdere cao’s van toepassing kunnen zijn, hoeft onderhavige cao niet te worden toegepast indien de in artikel 1 sub C 5 genoemde bedrijfsactiviteiten ondergeschikte betekenis hebben in de bedrijfsvoering.
ii. Niet als werkgever wordt beschouwd de bij de Nederlandse Vereniging van Golfaccommodaties als lid aangesloten golfbaanexploiterende onderneming of instelling.
iii. In afwijking van het onder artikel 1 sub B bepaalde wordt niet als werkgever beschouwd de onderneming die op grond van hetgeen opgenomen is in de bijlage bij het besluit d.d. 18 maart 2008 nr. UAW/CAV/06-74568/12 bij het verplichtstellingsbesluit van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (gepubliceerd in de Staatscourant 3 augustus 2016 nr. 41695) behoort tot de Bouwnijverheid.
Niet als werkgever worden beschouwd de hieronder genoemde kistenbedrijven:
• Champignonkwekerij De Steenbrug Beheer B.V.
• Champignonkwekerij Champibelle B.V.
• Holland Champignons B.V.
i. Als werkgever worden tevens beschouwd:
• Stichting Landschap Erfgoed Utrecht
• Stichting Landschapsbeheer Zeeland
• Stichting Landschapsbeheer Flevoland
• Stichting Landschapsbeheer Friesland
• Stichting Landschapsbeheer Drenthe
• Stichting Landschapsbeheer Groningen
ii. In afwijking van het onder artikel 1 sub B bepaalde wordt niet als werkgever beschouwd de onderneming die op grond van hetgeen opgenomen is in de Bijlage bij het besluit d.d. 18 maart 2008 nr. UAW/CAV/06-74568/12 bij het verplichtstellingsbesluit van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (gepubliceerd in de Staatscourant 3 augustus 2016 nr. 41695) behoort tot de Bouwnijverheid.
Niet als werkgever wordt beschouwd een werkgever die de navolgende bedrijfsactiviteiten uitvoert:
– de viskwekerij en vishouderij (inclusief schaal- en schelpdieren) in visvijvers of in open water;
– de stalhouderij c.q. een onderneming die paarden houdt voor recreatieve doeleinden en/of sportwedstrijden;
– de weefsel- en micro-organismen kwekerij;
– de proefdierenfokkerij met uitzondering van Envigo RMS B.V. te Horst;
– de gezelschapsdierenfokkerij.
1. De stichting draagt de naam: Stichting Colland Arbeidsmarkt.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Woerden.
3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
1. De stichting heeft tot doel het financieren en subsidiëren van activiteiten in één of meer agrarische en aanverwante sectoren ingevolge de cao sociaal fonds Colland Arbeidsmarkt.
2. Deze activiteiten kunnen bestaan uit het verrichten en publiceren van onderzoek, het verzorgen van informatie, het geven van advies en/of het verstrekken van vergoedingen en zijn gericht op het bevorderen van:
a. Goede arbeidsverhoudingen;
b. Goede arbeidsomstandigheden;
c. Een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden als overeengekomen in de cao’s;
d. Een optimale werking van de arbeidsmarkt;
e. Scholing en kennis;
Een en ander overeenkomstig de onderdelen zoals partijen bij de cao Colland in de desbetreffende cao zijn overeengekomen.
3. De activiteiten als bedoeld in lid 2 sub a. bestaan uit:
Het stimuleren van ontwikkelingen gericht op de ondersteuning van personeelsbeleid en het bevorderen van medezeggenschap, participatie, personeelsvertegenwoordigingen en ondernemingsraden als vormen van overleg op ondernemingsniveau tussen werkgevers en werknemers.
4. De activiteiten als bedoeld in lid 2 sub b. bestaan uit:
Het bevorderen van veiligheid, gezondheid en welzijn op bedrijven in agrarische en aanverwante sectoren door het stimuleren van activiteiten casu quo projecten gericht op verbetering van de arbeidsomstandigheden, het bevorderen casu quo uitvoeren van een goede kwaliteit van de zorg voor arbeidsomstandigheden en het inhuren van externe deskundigen ter ondersteuning van deze activiteiten.
5. De activiteiten als bedoeld in lid 2 onder c. bestaan uit:
a. Activiteiten gericht op naleving, voorlichting en imago van de sector, waaronder begrepen:
– Het stimuleren van een juiste toepassing van cao’s en bevorderen van toezicht op naleving van de cao’s;
– Het geven van voorlichting en informatie over voorschriften die voortvloeien uit de cao en/of andere voorschriften die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen, waaronder begrepen de vervaardiging van, uitgifte en verzending van de noodzakelijke cao-boekjes ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche casu quo de betreffende sector;
– Publicitaire doeleinden voor de sector, in relatie tot de arbeidsvoorwaarden, om het positieve imago van de sector te handhaven of te verbeteren.
b. Het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geformaliseerde overleg – met uitzondering van cao-overleg – tussen sociale partners ten behoeve van alle werkgevers en werknemers.
6. De activiteiten als bedoeld in lid 2 onder d. bestaan uit:
a. Het verrichten van activiteiten ten behoeve van de vergroting van de participatie op de arbeidsmarkt, het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod van arbeid en het beter functioneren van de arbeidsmarkt;
b. Het faciliteren van mogelijkheden tot minder werken voor oudere werknemers;
c. Het faciliteren van sectorale maatafspraken voor de vervroegde uitdiensttreding van oudere werknemers.
7. De activiteiten als bedoeld in lid 2 onder e bestaan uit:
a. Het bevorderen van deelname door werknemers aan scholingsactiviteiten teneinde hun kennis te behouden casu quo te vergroten;
b. Het ondersteunen van sectoren en bedrijven bij het ontwikkelen van scholingsbeleid, waaronder begrepen het verbeteren van de kwaliteit van scholing, het verhogen van deelname aan scholing, het bevorderen van de deskundigheid, het bevorderen van de aansluiting van het onderwijs op de praktijk en het doen van onderzoek en publiceren op deze terreinen.
8. De voorwaarden voor subsidieverlening voor projecten die betrekking hebben op de activiteiten genoemd onder lid 3 tot en met lid 7.
9. De wijze van betaling en de uitvoering daarvan worden nader bij reglement vastgesteld.
10. De stichting heeft geen winstoogmerk.
1. Het vermogen van de stichting zal onder meer worden gevormd door:
a. het stichtingskapitaal;
b. de door de werkgevers en/of werknemers verstrekte gelden ter financiering van het door de stichting beoogde doel;
c. subsidies en donaties;
d. schenkingen, erfstellingen en legaten;
e. alle andere verkrijgingen en baten.
2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste tien leden. Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door het bestuur, met inachtneming van het hierna bepaalde.
2. Bestuurders worden benoemd als volgt:
a. tenminste drie leden te benoemen door FNV;
b. ten minste twee leden te benoemen door CNV Vakmensen.nl;
c. tenminste drie leden te benoemen door Land- en Tuinbouworganisatie Nederland;
d. tenminste één lid te benoemen door CUMELA Nederland;
e. tenminste één lid te benoemen door Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners.
De bestuursleden sub c, d en e zijn bestuursleden van werkgeverszijde;
De bestuursleden sub a en b zijn bestuursleden van werknemerszijde.
3. Het bestuur benoemt voor de duur van vier jaar uit de bestuurders van werkgeverszijde een werkgeversvoorzitter en uit de bestuurders van werknemerszijde een werknemersvoorzitter. In een door het bestuur vast te stellen reglement wordt de taakverdeling tussen beide voorzitters nader uitgewerkt.
4. Ingeval van ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de overblijvende bestuurders of is de overblijvende bestuurder tijdelijk met het besturen belast.
Ingeval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder zijn de in lid 2 genoemde organisaties die de bestuurders benoemen, verplicht om op verzoek van een of meer belanghebbende(n) binnen een redelijke termijn voor de door hen benoemde in functie zijnde bestuurder een persoon aanwijzen, die tijdelijk met het bestuur van de Stichting is belast, tenzij het bestuur al in de aanwijzing van een natuurlijk persoon heeft voorzien en de aangewezen persoon de aanwijzing aanvaardt.
5. Bestuurders worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar en zijn aansluitend tweemaal herbenoembaar.
6. Indien het bestuur niet voltallig is, behoudt het niettemin zijn bevoegdheden. In de vervulling van een opengevallen bestuursplaats dient echter zo spoedig mogelijk te worden voorzien. Bij een tussentijdse benoeming neemt een nieuwe bestuurder de plaats in van de bestuurder die vervangen dient te worden.
7. Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);
c. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
d. door ontslag door de organisatie die de betreffende bestuurder heeft benoemd;
e. doordat hij failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Faillissementswet;
f. door zijn ondercuratelestelling, alsmede door een rechterlijke beslissing waarbij een bewind over één of meer van zijn goederen wordt ingesteld;
g. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
h. door zijn ontslag verleend door het bestuur om gewichtige redenen. Dit besluit kan slechts worden genomen met een meerderheid van twee/derde (2/3) van de uitgebrachte stemmen.
8. Onder belet wordt in dit artikel verstaan: de situatie dat een bestuurder (tijdelijk) niet in staat is zijn functie uit te oefenen, door (i) schorsing; (ii) ziekte; (iii)onbereikbaarheid. In de gevallen genoemd onder (ii) en (iii) zonder dat gedurende een termijn van tenminste vijf dagen de mogelijkheid van contact tussen het betreffende bestuurslid en de stichting heeft bestaan.
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden situatie.
2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
4. Het bestuur is bevoegd zich in de uitoefening van zijn taken te doen bijstaan door één of meer door het bestuur aangewezen commissies, het bestuursbureau en/of de administrateur. Deze taken en bevoegdheden worden schriftelijk vastgelegd en uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging of besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in artikel 5 lid 1. Indien alle bestuurders of enig bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang hebben of heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in artikel 5 lid 1., wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan de werkgeversvoorzitter en de werknemersvoorzitter gezamenlijk handelend.
2. Het bestuur alsook de werkgeversvoorzitter en de werknemersvoorzitter gezamenlijk is respectievelijk zijn bevoegd aan één of meer bestuurders dan wel aan derden volmacht te verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
3. Een volmacht is rechtsgeldig als zij schriftelijk is verleend. Onder schriftelijke volmacht wordt verstaan elke via gangbare communicatiekanalen overgebrachte en op schrift ontvangen volmacht.
1. Het bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de werkgeversvoorzitter en de werknemersvoorzitter dit wenselijk oordeelt.
2. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, indien tenminste twee bestuurders dit gezamenlijk onder opgave van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoeken.
3. Indien het in lid 2 bedoelde verzoek niet binnen vier weken heeft geleid tot een bestuursvergadering, zijn de verzoekers bevoegd zelf een bestuursvergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
4. De oproeping tot de vergadering geschiedt, behoudens het in lid 3 bepaalde, door de werkgeversvoorzitter dan wel de werknemersvoorzitter, tenminste zeven werkdagen tevoren, de dag van de oproeping en van de vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven. In spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van de voorzitter, kan deze termijn verkort worden tot vijf werkdagen.
5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
6. Na instemming van een bestuurder kan de oproeping eveneens geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel aan de stichting is bekendgemaakt.
7. Iedere bestuurder kan door middel van een elektronisch communicatiemiddel (waaronder begrepen telefoon) aan de vergadering deel nemen, daarin het woord voeren en stemmen, mits de bestuurder kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.
Bij de oproeping voor de vergadering deelt het bestuur mede welk communicatiemiddel voor de desbetreffende vergadering beschikbaar is en binnen welke termijn voor de desbetreffende vergadering een bestuurder aan het bestuur dient mede te delen dat hij door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de vergadering wil deelnemen, als hiervoor bedoeld.
8. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid worden de vergaderingen geleid door de andere voorzitter, en indien deze ook niet aanwezig is wijst de vergadering zelf een voorzitter aan. De voorzitter wijst de secretaris van de vergadering aan.
9. Derden, waaronder de administrateur, kunnen de vergadering bijwonen op basis van een schriftelijke uitnodiging door het bestuur.
10. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
1. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de Statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
2. Een bestuurder van werkgeverszijde kan zich ter vergadering door een medebestuurder van werkgeverszijde laten vertegenwoordigen door middel van een schriftelijke volmacht. Een bestuurder van werknemerszijde kan zich ter vergadering door een medebestuurder van werknemerszijde laten vertegenwoordigen door middel van een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één medebestuurder als gevolmachtigde optreden.
3. De gezamenlijke ter bestuursvergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werkgeverszijde brengen evenveel stemmen uit als de gezamenlijke ter bestuursvergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werknemerszijde. Is het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werkgeverszijde even groot als het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werknemerszijde en andersom, dan brengt iedere aanwezige of vertegenwoordigde bestuurder één stem uit. Is het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werkgeverszijde niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van werknemerszijde en andersom, dan brengen de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van die zijde waarvan het grootste aantal ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, ieder een stem uit. De aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van de andere zijde brengen alsdan ieder evenveel stemmen uit als het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders van de grootste zijde, gedeeld door het aantal aanwezig of vertegenwoordigd zijnde bestuurders van de kleinste zijde. Gedeelten van een stem worden meegeteld.
4. Rechtsgeldige besluiten kunnen, voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, door het bestuur slechts worden genomen indien minstens de helft van het aantal bestuurders van werkgeverszijde alsmede de helft van het aantal bestuurders van werknemerszijde ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. In het geval het hiervoor vereiste quorum niet aanwezig is, kan na tenminste vijf dagen, doch uiterlijk binnen een maand een nieuwe bestuursvergadering, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders alsmede ongeacht of zij van werkgeverszijde of van werknemerszijde zijn, een besluit worden genomen over die voorstellen, omtrent welke wegens het ontbreken van het quorum in de eerstbedoelde vergadering geen besluit kon worden genomen.
5. Voor zover de wet of deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
6. Indien de vergadering niet voltallig is, wordt bij staken van stemmen over zaken het nemen van een besluit uitgesteld tot de volgende vergadering. Indien de vergadering voltallig is of indien het nemen van een besluit reeds is uitgesteld krachtens het bepaalde in de vorige volzin, wordt bij staken van stemmen over zaken het voorstel geacht te zijn verworpen.
7. Alle stemmingen ter vergadering over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
8. Alle stemmingen ter vergadering over personen geschieden, behoudens in de gevallen waarin de verkiezing bij acclamatie plaats heeft, schriftelijk. Heeft bij eerste stemming niemand een volstrekte meerderheid, dan heeft er tussen de twee kandidaten, die de meeste stemmen verkregen hebben, een herstemming plaats nadat zonodig door een tussenstemming is uitgemaakt, tussen welke personen de herstemming zal plaatshebben. Zo bij deze tussenstemming of herstemming de stemmen staken, beslist het lot.
9. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, of per e‑mail hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
10. Het bestuur kan in de artikel 14 bedoelde reglementen, nadere regels vaststellen omtrent de werkwijze van het bestuur. In dat kader kan het bestuur onder meer bepalen met welke taak iedere bestuurder meer in het bijzonder zal zijn belast.
1. Bij bestuursbesluit kan worden bepaald, dat de bestuurders, alsmede de leden en plaatsvervangende leden van door het bestuur aangewezen commissies, vergoeding ontvangen voor de in hun functie gemaakt reis- en verblijfskosten.
2. Het bestuur kan tevens besluiten de in lid 1 bedoelde personen voor een door hen bijgewoonde vergadering presentiegeld toe te kennen.
3. Bij bestuursbesluit kan daarnaast worden bepaald, dat de werkgeversvoorzitter en de werknemersvoorzitter een vaste vergoeding ontvangen voor gemaakte kosten in verband met de werkzaamheden voor de stichting.
1. Het bestuur kan commissies instellen, zowel uit zijn midden als bestaande uit andere personen, met een permanent dan wel een ad hoc karakter, dienende tot het geven van gevraagd of ongevraagd advies ten behoeve van het bestuur dan wel tot andere doeleinden.
2. Het bestuur bepaalt de taken, de bevoegdheden en de samenstelling van deze commissies, hetgeen in de in artikel 14 bedoelde reglementen zal dienen te worden vastgelegd.
1. Het bestuur is bevoegd taken en bevoegdheden onder zijn verantwoordelijkheid uit te besteden aan een door het bestuur aan te wijzen bestuursbureau. Het bestuursbureau maakt geen deel uit van de in artikel 13 genoemde administrateur.
2. Het bestuursbureau is een deskundig bureau dat, onafhankelijk van de administrateur, verantwoordelijk is voor de advisering bij en de coördinatie van de bestuurlijke taken. Zij verzorgt tevens alle secretariële activiteiten en initiatieven ten behoeve van het bestuur, voor zover deze niet aan de administrateur zijn uitbesteed.
3. De opdracht tot het verrichten van voormelde werkzaamheden zal bij schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd.
1. Het bestuur is bevoegd om de financiële administratie en het beheer van het vermogen van de stichting onder zijn verantwoordelijkheid uit te besteden aan een door het bestuur aan te wijzen administrateur.
2. De opdracht tot het verrichten van voormelde werkzaamheden zal bij schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd.
1. Het bestuur kan reglementen vaststellen, wijzigen of opheffen.
2. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
3. Reglementen liggen ter inzage ten kantore van de stichting.
4. Reglementen alsmede de in reglementen aangebrachte wijzigingen zullen niet in werking treden alvorens een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de Rechtbank Midden-Nederland.
5. Naast hetgeen in lid 4 staat vermeld, is voor inwerkingtreding van reglementen alsmede van in de reglementen aangebrachte wijzigingen vereist, dat partijen bij de cao Colland de reglementen, casu quo de in de reglementen aangebrachte wijzigingen in de desbetreffende bijlage(n) van de cao Colland hebben overgenomen.
1. Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op, uiterlijk op één januari van het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
De begroting dient te zijn ingericht en gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten. De begroting is op aanvraag beschikbaar voor de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers. Toezending vindt plaats tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
2. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het bestuur stelt jaarlijks vóór vijftien juni een verslag op dat een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen van de stichting en van de ontwikkeling gedurende het boekjaar. Het bestuur legt daarin rekenschap af van het gevoerde beleid. Het verslag dient te bevatten:
– de jaarrekening;
– een algemeen overzicht van de activiteiten van de stichting gedurende het afgelopen boekjaar;
– in voorkomende gevallen een verklarend overzicht van de wijzigingen, die in de statuten en/of de reglementen van de stichting zijn aangebracht; en
– een algemeen overzicht van het financieel beheer van de stichting.
3. Het jaarverslag moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten.
4. Dit verslag moet gecontroleerd zijn door een externe registeraccountant en voorzien zijn van een rechtmatigheidsverklaring van een externe registeraccountant. Uit deze stukken moet blijken dat de uitgaven gedaan zijn overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde activiteiten.
5. De bij reglement voorgeschreven verklaringen door een externe registeraccountant over de besteding van subsidiegelden uit de stichting, vormen een geïntegreerd onderdeel van het financiële jaarverslag van de stichting.
6. Het verslag en de accountantsverklaring van de stichting worden ter inzage van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd;
a. ten kantore van de stichting,
b. ten kantore van de administrateur,
c. op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
7. Het verslag en de accountantsverklaring van de stichting worden op aanvraag aan de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
8. Subsidie-verzoekende instellingen moeten een begroting indienen welke moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten.
9. Behoudens een subsidie voor activiteiten waarvan de kosten verantwoord worden door middel van een gespecificeerde factuur van een derde, moeten subsidie-ontvangende instellingen jaarlijks een door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring overleggen over de besteding van de gelden, welke verklaring moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijke activiteiten en geïntegreerd onderdeel uit moet maken van het jaarverslag van de stichting.
10. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting casu quo de schriftelijke verantwoording dient te voldoen.
1. De hoogte van de bijdragen als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld.
2. De methode van berekening van de bijdragen alsmede de wijze van incassering daarvan, worden bij reglement bepaald.
1. Het bestuur is belast met het beheer van het vermogen van de stichting.
2. De geldmiddelen van de stichting moeten, voor zover zij niet in contanten aanwezig zijn of zijn belegd, zijn gestort op een ten name van de stichting staande bank- of girorekening. Het bestuur wijst de bankinstelling(en) aan, waarbij bankrekeningen kunnen worden geopend.
3. De geldswaardige papieren der stichting zullen bij een door het bestuur aan te wijzen bankinstelling in open bewaring worden gegeven. De beschikking over dan wel de toegang tot deze geldswaardige papieren is slechts mogelijk door twee personen gezamenlijk, hiertoe door het bestuur gemachtigd.
4. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten vaststellen.
5. Voor zover gelden van de stichting voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe kan alleen worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, dan zal niet eerder dan drie weken en niet later dan drie maanden een tweede vergadering worden gehouden, welke vergadering ongeacht het aantal aanwezigen of vertegenwoordigde bestuurders, over het voorstel besluiten kan nemen, en dan met volstrekte meerderheid.
Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit lid voor het besluit tot juridische fusie en/of juridische splitsing.
2. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd.
3. In de statuten aangebrachte wijzigingen zullen niet in werking treden dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Daarnaast is voor inwerkingtreding van in de statuten aangebrachte wijzigingen vereist dat een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de Rechtbank Midden-Nederland.
4. Naast hetgeen in lid 3 staat vermeld, is voor inwerkingtreding van in de statuten aangebrachte wijzigingen vereist, dat partijen bij de cao Colland de wijzigingen in de desbetreffende bijlage van de cao Colland hebben overgenomen.
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 19 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
2. Na ontbinding zal de vereffening geschieden door het bestuur, tenzij in het ontbindingsbesluit anders mocht worden bepaald.
3. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
5. Aan hetgeen na voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden stichting is overgebleven, zal een bestemming worden gegeven, die door het bestuur tegelijk met het besluit tot ontbinding zal worden vastgesteld en welke zoveel mogelijk verband houdt met het doel van de ontbonden stichting. Daaronder wordt in ieder geval begrepen het mede financieren van geldelijke verstrekkingen conform het Overbruggingsfonds ten behoeve van werknemers in de agrarische sectoren land- en tuinbouwwerktuigen exploiterende ondernemingen (Loonwerk) en Open Teelten, indien overeenkomstig een bij de cao overeengekomen overbruggingsregeling geen arbeid wordt verricht, alsmede het mede financieren van pensioenaanspraken conform artikel 3 lid 1 van het Pensioenreglement van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw.
6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle personen worden opgenomen aan wie een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt van vijfentwintig procent van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag en de datum waarop deze uitkering is gedaan.
Dit reglement is van toepassing op de werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland.
1. Cao:
cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen als bedoeld in artikel 1 sub D cao.
3. Administrateur:
de administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit reglement.
4. Loonperiode:
de bij werkgever geldende verloningsperiode van vier weken of een maand.
De werkgever is op grond van artikel 4 cao ten behoeve van de Stichting jaarlijks een premiebijdrage verschuldigd.
1. De werkgever is verplicht om na afloop van de loonperiode op de door het bestuur bepaalde wijze en binnen de daaraan gestelde termijn aan de administrateur opgave te doen van het premieplichtig loon en van andere gegevens die nodig zijn om de verschuldigde premiebijdrage van de betreffende loonperiode vast te stellen.
2. De administrateur stelt op basis van de opgave van de werkgever de verschuldigde premiebijdrage vast.
3. Als de werkgever niet, niet tijdig of onvolledig aan zijn informatieplicht als bedoeld in lid 1 voldoet, is de administrateur bevoegd om na een voorafgaande schriftelijke aanmaning met een gestelde termijn van twee weken:
a. tot ambtshalve vaststelling van de premiebijdrage over te gaan;
b. een onmiddellijk opeisbare boete op te leggen ter hoogte van 20% van de ambtshalve vastgestelde premiebijdrage.
4. De werkgever is aansprakelijk voor de schade die de Stichting lijdt als gevolg van het door hem niet voldoen aan de informatieplicht.
1. De werkgever ontvangt van de administrateur een factuur ter hoogte van de conform artikel 4 vastgestelde premiebijdrage.
2. Betaling dient te geschieden binnen 14 kalenderdagen na factuurdatum op de door de administrateur aangewezen bankrekening.
3. De werkgever, die ondanks een schriftelijke aanmaning daartoe met een gestelde termijn van 4 kalenderdagen, aan zijn betalingsverplichting niet, niet tijdig of onvolledig voldoet, is door het enkele verloop van die termijn in verzuim zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling is vereist. De Stichting is dan bevoegd te vorderen:
a. de geldende wettelijke rente (voor handelstransacties) over het verschuldigde bedrag vanaf de vervaldatum;
b. vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten, onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet. Deze buitengerechtelijke kosten bedragen:
|
Hoofdsom |
Incassokosten (excl. btw) |
|---|---|
|
tot € 250 |
€37,– |
|
€ 250 tot € 500 |
€75,– |
|
€ 500 tot € 1.250 |
€150,– |
|
€ 1.250 tot € 2.500 |
€300,– |
|
€ 2.500 tot € 3.750 |
€450,– |
|
€ 3.750 tot € 5.000 |
€600,– |
|
meer dan € 5.000 |
15% |
4. Door de werkgever gedane betalingen strekken steeds eerst tot voldoening van alle verschuldigde rente en kosten en vervolgens ter voldoening van de opeisbare facturen die het langst openstaan. Dat is niet anders indien de werkgever vermeldt dat de betaling betrekking heeft op een latere factuur.
5. De werkgever kan te allen tijde uitsluitend bevrijdend aan de Stichting betalen.
6. De stichting kan vorderingen op de werkgever onmiddellijk opeisen:
a. als de Stichting informatie heeft waaruit blijkt dat u niet aan uw (betalings-) verplichtingen kunt voldoen;
b. bij liquidatie, faillissement, aanvraag van surseance van betaling of als de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing wordt.
1. Een bezwaar omtrent de hoogte van een factuur of een ander besluit van of namens het bestuur moet binnen 2 maanden na factuurdatum respectievelijk binnen 2 maanden na de datum van het besluit schriftelijk en gemotiveerd bij de administrateur zijn ingediend. Latere en niet schriftelijk ingediende bezwaren worden niet in behandeling genomen.
2. Het presidium van de Stichting behandelt bezwaren als bedoeld in Lid 1.
3. Het presidium neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaar een besluit op het bezwaar.
4. Tegen een besluit als bedoeld in lid 3 is binnen de Stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Een bezwaar als bedoeld in lid 1 geeft de werkgever nooit het recht de verplichting tot betaling niet na te komen of op te schorten. Het bepaalde in artikel 5 lid 1 is en blijft van overeenkomstige toepassing.
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De rechtspersoon die in opdracht van de aanvrager is belast met de feitelijke uitvoering van het project, dan wel in samenwerkingsverbanden het grootste aandeel heeft in de feitelijke uitvoering van het in de aanvraag weergegeven project;
De rechtspersoon die als belangenbehartigende organisatie van werknemers of werkgevers werkzaam is in een van de sectoren genoemd in artikel 1 sub C van de cao Colland of een samenwerkingsverband van meerdere van deze organisaties en die de aanvraag tot subsidieverlening indient en aan wie subsidie- en voorschotbetalingen worden verricht;
De rechtspersoon aan wie subsidie- en voorschotbetalingen worden verricht;
Een jaarplan met projecten of activiteiten die gericht zijn op een of meerdere doelstellingen van de stichting;
Het samenhangend geheel van activiteiten waarvoor een subsidie bij de stichting wordt aangevraagd, al dan niet opgenomen in een activiteitenplan;
De sector, deel uitmakend van de agrarische en aanverwante sectoren als genoemd in de begripsbepalingen in artikel 1 sub C van de cao Colland, waarop het project is gericht;
Een besluit van het bestuur op een subsidieaanvraag;
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Het budget binnen de begroting van de stichting van waaruit activiteiten voor een doelsector door de stichting worden gesubsidieerd;
Het bureau dat in opdracht van het bestuur de ondersteuning van het bestuur verzorgt, zoals omschreven in artikel 12 van de statuten.
1. Met inachtneming van de bepalingen in dit reglement kan een aanvrager subsidie worden verleend ten laste van het A-deel en/of B-deel zoals omschreven in de cao Colland.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie zal rekening worden gehouden met het beschikbare sectorale budget dan wel de beschikbare sectorale budgetten.
3. De subsidie wordt slechts dan verleend indien het project gericht is op de agrarische en aanverwante sectoren in Nederland.
4. Het totaal van de in het eerste lid genoemde subsidie en eventuele andere subsidies voor het project, kan niet meer bedragen dan 100% van de kosten van het project.
5. Het bestuur bepaalt jaarlijks aan de hand van de door de aanvragers ingediende activiteitenplannen welk budget in de begroting beschikbaar is voor de in artikel 5 bepaalde te vergoeden kosten.
6. Voor een meerjarig project kan subsidie verleend worden voor een periode van maximaal 3 jaar.
1. De subsidie wordt slechts verleend indien en voor zover voldaan wordt aan de vigerende nationale en Europese wet- en regelgeving.
2. De subsidie wordt slechts dan verleend indien wordt voldaan aan de in dit reglement gestelde voorwaarden.
3. De subsidie wordt alleen verleend indien en voor zover de projecten vermeld staan in het activiteitenplan van de aanvrager.
4. Wanneer de begroting hiertoe ruimte biedt kan subsidie worden verleend voor projecten die niet vermeld zijn in de activiteitenplannen.
5. De subsidie wordt slechts verleend indien het project in hoofdzaak gericht is op de agrarische en aanverwante sectoren in Nederland.
6. Voor activiteitenplannen of onderdelen daarvan en projecten die geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden vanuit het B-deel zoals omschreven in de cao Colland, wordt slechts dan subsidie verleend na instemming van de betreffende sectorcommissie(s).
Voor subsidieverlening komen in aanmerking projecten die – overeenkomstig artikel 2 van de statuten – tot doel hebben:
a. Het stimuleren van ontwikkelingen gericht op de ondersteuning van personeelsbeleid en het bevorderen van medezeggenschap, participatie, personeelsvertegenwoordigingen en ondernemingsraden als vormen van overleg op ondernemingsniveau tussen werkgevers en werknemers.
b. Het bevorderen van veiligheid, gezondheid en welzijn op bedrijven in agrarische en aanverwante sectoren door het stimuleren van activiteiten c.q. projecten gericht op verbetering van de arbeidsomstandigheden, het bevorderen c.q. uitvoeren van een goede kwaliteit van de zorg voor arbeidsomstandigheden en het inhuren van externe deskundigen ter ondersteuning van deze activiteiten.
c. Het (doen) uitvoeren van activiteiten gericht op naleving, voorlichting en imago van de sector, waaronder begrepen:
– Het stimuleren van een juiste toepassing van cao’s en het bevorderen van toezicht op naleving van de cao’s.
– Het geven van voorlichting en informatie over voorschriften die voortvloeien uit de cao en/of andere voorschriften die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen, waaronder begrepen de vervaardiging van, uitgifte en verzending van de noodzakelijke hoeveelheid cao-boekjes ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche c.q. de betreffende sector.
– Publicitaire doeleinden voor de sector, in relatie tot de arbeidsvoorwaarden, om het positieve imago van de sector te handhaven of te verbeteren.
d. Het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geformaliseerde overleg – met uitzondering van cao-overleg – tussen sociale partners ten behoeve van alle werkgevers en werknemers.
e. Het verrichten van activiteiten ten behoeve van de vergroting van de participatie op de arbeidsmarkt, het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod van arbeid en het beter functioneren van de arbeidsmarkt.
f. Het bevorderen van deelname door werknemers aan scholingsactiviteiten teneinde hun kennis te behouden c.q te vergroten.
g. Het ondersteunen van sectoren en bedrijven bij het ontwikkelen van scholingsbeleid, waaronder begrepen het verbeteren van de kwaliteit van scholing, het verhogen van deelname aan scholing, het bevorderen van de deskundigheid, het bevorderen van de aansluiting van het onderwijs op de praktijk en het doen van onderzoek op deze terreinen.
1. Subsidie kan worden verleend voor alle kosten die voortkomen uit de uitvoering van het project.
2. Vergoeding van deze kosten vindt plaats naar rato van het vergoedingenniveau dat naar oordeel van het bestuur voor dergelijke kosten gebruikelijk is, dan wel als redelijk en billijk wordt aangemerkt.
1. Een verzoek tot verlening van subsidie kan slechts worden ingediend door een aanvrager.
2. De aanvrager dient daartoe jaarlijks uiterlijk op 1 oktober een activiteitenplan voor het daarop volgend kalenderjaar in. In dit activiteitenplan worden de projecten of activiteiten vermeld ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd.
3. De aanvrager dient in het plan aan te geven welke activiteiten ten laste komen van het A-deel en ten aanzien van het B-deel welke activiteiten ten laste van welke doelsectoren komen.
4. Een verzoek tot verlening van subsidie dient te geschieden door middel van een volledig ingevuld en ondertekend activiteitenplan, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld model.
5. Tot de voor het project relevante gegevens behoren in ieder geval:
a. een naar het oordeel van het bestuur toereikende beschrijving van de activiteit(en);
b. een naar het oordeel van het bestuur toereikende omschrijving van de doelstelling(en) die met de activiteit(en) wordt beoogd, alsmede een verwijzing naar de betreffende doelstelling(en) van de stichting zoals vastgelegd in artikel 4 van dit reglement;
c. een naar het oordeel van het bestuur toereikende omschrijving van de doelgroep(en) waar de activiteit(en) op zijn gericht;
d. een naar het oordeel van het bestuur voldoende gespecificeerde kostenbegroting per activiteit.
6. Een verzoek tot verlening van subsidie ten behoeve van projecten welke niet vermeld zijn in de activiteitenplannen dient te geschieden door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld model. De aanvraag dient vergezeld te gaan van de voor het project relevante gegevens zoals bepaald in lid 5 van dit artikel.
7. Indien het verzoek betrekking heeft op een meerjarig project, dan dient een meerjaren-begroting en een liquiditeitsprognose bijgevoegd te worden.
De liquiditeitsprognose is per jaar uitgesplitst. Elk jaar kan vóór 1 oktober een bijgestelde prognose ingediend worden op basis van de rapportage als bedoeld in artikel 10 lid 2. De bijgestelde prognose mag het resterende bedrag van de aanvraag niet overschrijden. Indien de aanvrager het resterende bedrag wil verhogen, dan moet een gewijzigde aanvraag worden ingediend.
1. De subsidie wordt verleend door het bestuur.
2. Het bestuur vergadert hiertoe minimaal vier keer per jaar.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt minimaal het project waarvoor de subsidie wordt verleend, de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend en het maximale subsidiebedrag.
1. Bevoorschotting vindt slechts plaats ten behoeve van projecten welke vermeld zijn in de door de aanvragers ingediende activiteitenplannen of projecten op basis van artikel 3 lid 4.
2. De aanvrager kan verzoeken om een bevoorschotting.
3. Bevoorschotting kan worden verstrekt:
a. per maand in een betaling van één twaalfde van het toegekende bedrag;
b. per kwartaal in een betaling van één vierde van het toegekende bedrag.
4. Op verzoek van de aanvrager kan het bestuur besluiten af te wijken van de in lid 3 van dit artikel geregelde bevoorschotting.
1. Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de ingediende financiële eindrapportage, zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 van dit reglement.
2. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan de verleende subsidie, noch hoger dan het bedrag dat volgens de financiële eindrapportage, controleerbaar en in overeenstemming met deze regeling is.
3. Indien uit de financiële eindrapportage blijkt dat het project minder heeft gekost dan begroot, wordt het subsidiebedrag verminderd met het bedrag gelijk aan het verschil tussen de begrote en de werkelijke kosten.
4. Indien in de situatie zoals omschreven in lid 3 van dit artikel, andere subsidiënten naar het oordeel van het bestuur, soortgelijke voorwaarden hebben opgenomen in de subsidievoorwaarden, zal de subsidie naar evenredigheid worden verminderd.
5. De uitbetaling van de subsidie vindt plaats onder verrekening van de voorschotten, verstrekt volgens artikel 8 van dit reglement. Indien de voorschotten het definitieve subsidiebedrag overschrijden, wordt het verschil teruggevorderd.
6. De vastgestelde subsidie evenals de voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager, tenzij deze een derde als begunstigde heeft aangewezen.
7. De aanvrager is in alle gevallen verplicht er voor zorg te dragen dat de uitbetaalde bedragen aan de uitvoerder ter beschikking worden gesteld.
1. De aanvrager dient jaarlijks een door een accountant gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding van de subsidiegelden, welke verklaring (ten minste) moet zijn gespecificeerd volgens de in artikel 4 van dit reglement benoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten en geïntegreerd onderdeel uit zal maken van het (financieel) jaarverslag van de Stichting.
2. De in lid 1 bedoelde verklaring dient vergezeld te gaan van een inhoudelijke rapportage volgens een door het bestuur vastgesteld format. Deze rapportage dient, vergezeld van de accountantsverklaring zoals bedoeld in lid 1 uiterlijk 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar door het Colland Bestuursbureau ontvangen te zijn.
3. De (eind)rapportage beschrijft minimaal het resultaat, geeft aan welke doelstellingen zijn gerealiseerd, en indien van toepassing welke doelstellingen niet zijn gerealiseerd inclusief de oorzaak.
4. Voor meerjarige projecten geldt dat er wel een inhoudelijke en financiële rapportage wordt ingediend zoals beschreven in lid 2 wordt ingediend, echter een door een accountant gecontroleerde verklaring is pas vereist na afronding van het project.
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken dan wel worden teruggevorderd, indien door de aanvrager of de uitvoerder niet aan de verplichtingen of de voorwaarden genoemd in dit reglement wordt voldaan.
1. Tegen een op grond van dit reglement door het bestuur genomen beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting.
3. In het geval een beroep subsidie betreft die ten laste van het A-deel komt – zoals omschreven in artikel 4 lid 4 van de cao Colland –, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan het presidium van de stichting. Het presidium neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. In het geval een beroep subsidie betreft die ten laste van het B-deel komt – zoals omschreven in artikel 4 lid 5 van de cao Colland –, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
5. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de Stichting geen beroep meer mogelijk.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Bos en Natuur zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 3 van de cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. van de cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
a. school:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
b. cursus:
Een kortdurende lesperiode waarin een (leer)onderwerp wordt behandeld en wordt verzorgd door of onder auspiciën van een school of een onderwijsvorm die opleidt tot een beroep of een groep van beroepen en wordt gegeven door of onder auspiciën van een school. In onderstaande gevallen wordt geen subsidie verstrekt:
1. Werkgever leidt zelf op;
2. Advies- en coaching trajecten;
3. Informatie/voorlichtingsbijeenkomsten;
4. Software uitleg door leverancier.
c. beschikking
Een besluit op een subsidieaanvraag;
d. cursusjaar
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
e. kalenderjaar
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
f. werkgever
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
g. werknemer
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
h. cursuskosten
De in verband met het volgen van een cursus te betalen bijdrage aan inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (excl. overnachting);
i. sectorcommissie
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie als bedoeld in artikel 11 van de statuten;
j. bedrijfstraining
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan de werknemers van zijn onderneming.
k. CAS:
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever of werknemer kan in aanmerking komen voor een vergoeding van de betaalde cursuskosten, indien de cursus valt onder de definitie van een van de groepen als bedoeld in deel A van dit reglement.
2. Indien de werknemer een cursus als bedoeld in deel A van dit reglement volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemers door te betalen conform de op zijn onderneming van toepassing zijnde cao.
1. De subsidie kan worden aangevraagd door de werkgever of de werknemer via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de aanvraag via CAS in te dienen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend worden.
2. Subsidie dient te worden aangevraagd middels een door het bestuur goedgekeurd aanvraagformulier.
3. Het aanvraagformulier dient uiterlijk twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen te zijn door de administratie van de stichting. Bepalend hierbij is de datum van binnenkomst van het aanvraagformulier bij de administratie van de stichting.
4. Als basis voor het vaststellen van de hoogte van de subsidie en de uitbetaling van de subsidie gelden de gegevens op de factuur van de school. De subsidie wordt berekend over het factuurbedrag exclusief de eventuele BTW.
5. De werkgever of de werknemer verklaart door ondertekening van het aanvraagformulier dat:
a. hij het aanvraagformulier naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed per beschikking afgewezen.
7. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, ontvangt de begunstigde binnen één maand na binnenkomst van de aanvraag, bericht waarin wordt verzocht de ontbrekende gegevens alsnog aan de administratie te versturen.
8. Onvolledige aanvragen, waarvan niet binnen twee maanden na einddatum van de cursus de ontbrekende gegevens ontvangen zijn, worden per beschikking afgewezen.
9. Aanvragen kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten.
1. De administratie beslist over de toekenning van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 3 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag, wordt de werkgever of de werknemer per beschikking geïnformeerd over de toegekende bedragen.
3. Indien een cursus uit meerdere modulen bestaat, worden de modulen opgesplitst en elk apart beoordeeld. Het moment van indiening van de aanvraag bepaalt welk reglement en welke vergoedingen van toepassing zijn.
1. De vergoeding wordt uitbetaald na ontvangst van de factuur van de school.
2. De vergoeding van de cursuskosten wordt uitbetaald aan de debiteur op de factuur zoals genoemd in artikel 3 lid 4.
3. De hoogte van de vergoedingen wordt berekend volgens de in deel B van dit reglement opgenomen methode.
4. Een besluit inzake een vergoeding kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werkgever of werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
5. Op basis van lid 4 kunnen verstrekte subsidies worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 6 en 8;
b. toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4 lid 2;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 5 lid 4.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Dit reglement kan worden aangehaald als Uitkeringsreglement Scholing B-deel cursusgroepen.
Deel A Cursussen die in aanmerking komen voor subsidiëring
1. Het bestuur van de Stichting Colland Arbeidsmarkt definieert na instemming van de sectorcommissies per sector een aantal groepen van cursussen die in aanmerking komen voor subsidie. Het bestuur kan deze groepen van cursussen na instemming van de sectorcommissies per 1 september of per 1 januari wijzigen. De cursusgroepen zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Bij het definiëren van de cursussen hanteert het bestuur de volgende uitgangspunten:
a. Cursussen dienen gericht te zijn op het behouden dan wel vergroten van de kennis en vaardigheden van werknemers die nodig zijn om in de huidige en toekomstige arbeidsorganisatie op veranderingen te kunnen reageren en anticiperen, en;
b. Cursussen dienen afgesloten te worden met een naar oordeel van de sector erkend certificaat, getuigschrift of diploma;
c. Cursussen mogen niet langer duren dan twaalf maanden.
2. Niet voor vergoeding in aanmerking komen:
a. Cursussen die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd worden;
b. Cursussen die niet vallen in een van de groepen onder de definities zoals bedoeld onder 1.
c. Cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gegeven wordt door een school:
i. die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever;
ii. die geen voor eenieder toegankelijke inschrijving voor haar cursusaanbod kent;
iii. die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie;
iv. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
3. Bedrijfstrainingen komen in aanmerking voor subsidiëring van cursuskosten, mits de training valt onder de definitie van een van de groepen zoals het bestuur heeft bepaald onder 1.
Deel B Vergoeding van cursuskosten
1. De vergoeding van de cursuskosten bedraagt een door het bestuur na instemming van de sectorcommissies vast te stellen percentage van de betaalde cursuskosten. Het bestuur kan de percentages na instemming van de sectorcommissies per 1 september en per 1 januari wijzigen. De percentages kunnen per sector en per groep verschillen. De actuele gegevens zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. De cursuskosten worden vastgesteld op basis van de factuur van de school. Deze dient minimaal de naam van de cursus en de namen van de cursisten te bevatten.
3. De vergoeding voor de cursuskosten wordt uitbetaald aan de op de factuur vermelde debiteur. De vergoeding wordt berekend over het factuurbedrag exclusief de eventuele BTW.
4. Per werknemer geldt een maximale vergoeding per jaar. De hoogte van deze maximale vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissies door het bestuur vastgesteld. Deze kan per sector verschillen. De actuele gegevens zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
Dit reglement is van toepassing op de sectoren Dierhouderij en Groothandel in Bloembollen, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een kortdurende lesperiode in groepsverband gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden van de werknemer noodzakelijk bij zijn huidige werkgever en verzorgd door een school. Ondanks het ontbreken van een groepsverband kan E-learning onder deze definitie vallen.
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van werkgever;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling.
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming in de cursuskosten die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt.
1. In afwijking van artikel 2 sub a. en op voorspraak van een sectorcommissie kan het bestuur een rechtspersoon of natuurlijk persoon aanmerken als school voor zover deze een cursus verzorgt die van groot belang is voor de bedrijfsvoering in de betreffende sector en die niet in vergelijkbare kwaliteit en/of tegen vergelijkbare kosten beschikbaar is bij een school als bedoeld in artikel 2 sub a.
2. De aanmerking als school beperkt zich nadrukkelijk tot de betreffende sector en de betreffende cursus.
1. Het bestuur definieert op basis van de inhoud zogenoemde cursusgroepen. Een cursusgroep bestaat uit een aantal subsidiabele cursussen.
2. Bij de beoordeling of een cursus in aanmerking komt voor subsidie en opgenomen wordt in een cursusgroep hanteert het bestuur de volgende uitgangspunten:
a. een cursus dient gericht te zijn op het behouden dan wel vergroten van de kennis en vaardigheden van werknemers die nodig zijn om in de hun huidige arbeidsorganisatie op veranderingen te kunnen reageren en anticiperen, en;
b. een cursus dient bij voorkeur afgesloten te worden met een certificaat, getuigschrift of diploma dat ondertekend is door de opleider en de cursist. Is dit niet het geval dan dient een ondertekende presentielijst ter controle beschikbaar te zijn, en;
c. een cursus mag niet langer duren dan twaalf maanden.
3. Indien en voor zover in het kader van dit reglement sprake is van een, voor een specifieke cursus of cursusgroep, hogere maximale subsidie per werknemer per kalenderjaar, een afwijkend vergoedingspercentage voor een cursus en/of aanvullende vergoedingen of voorwaarden, wordt dit gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever of werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie.
2. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie per cursusgroep het vergoedingspercentage voor de subsidie vast.
3. Het bestuur kan de vergoedingspercentages per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
4. De cursusgroepen en de vergoedingspercentages zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Indien de werknemer een subsidiabele cursus volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemer door te betalen.
6. Een bedrijfstraining komt in aanmerking voor declaratie van cursuskosten, mits de training valt onder de definitie van een cursusgroep en wordt verzorgd door een school in de zin van artikel 2 sub a.
7. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt;
b. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in een cursusgroep;
c. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gegeven wordt door een school:
i. die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever;
ii. die geen voor eenieder toegankelijke inschrijving voor haar cursusaanbod kent;
iii. die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie;
d. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
8. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de eerste cursusdag;
b. als deze is ingediend twee maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
c. als deze betrekking heeft op een cursist die op de eerste cursusdag geen werknemer was in de zin van dit reglement.
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Declaraties kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten.
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. Een declaratie betreffende een cursus die uit meerdere modulen bestaat, wordt per module beoordeeld.
3. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet binnen twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 10 lid 1.
4. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 3 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. Hierbij is de op de eerste cursusdag geldende subsidie bepalend.
5. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 6 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werknemer.
6. Per werknemer geldt een maximale subsidie per kalenderjaar. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie dit maximum per sector vast.
7. Om te bepalen of de maximale subsidie is bereikt, geldt de datum van goedkeuring van de declaratie als peildatum.
8. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 6 lid 2.
1. De factuur zoals bedoeld in artikel 6, lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten.
Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata:
c. de namen van de cursist(en);
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
1. Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. cursussen verzorgd door scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 6 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 7 lid 3b.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Groen, Grond en Infrastructuur, zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 4 cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een in het CREBO-register opgenomen opleiding die gegeven wordt in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen);
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland.
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Voor sommige BBL-opleidingen noodzakelijke extra training in aanvulling op het reguliere onderwijsprogramma van de BBL;
Een door de school aan de administratie van de stichting af te geven verklaring over de feitelijke deelname van de werknemer aan schooldagen van de BBL-opleiding. Het format van de schoolverklaring wordt vastgesteld door de sectorcommissie;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever kan in aanmerking komen voor een door de sectorcommissie te bepalen vergoeding voor de BBL-opleidingen welke door de sectorcommissie zijn aangewezen.
2. De hoogte van de vergoeding en de lijst van de BBL-opleidingen wordt jaarlijks per 1 september na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. De eventuele vergoeding voor praktijktrainingen wordt jaarlijks per 1 september na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De subsidie kan door de werkgever per schooljaar worden aangevraagd via CAS. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanvraag via CAS in te dienen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend worden.
2. Deze subsidie kan aangevraagd worden tot uiterlijk 31 december volgend op het einde van het schooljaar.
3. Bij het indienen van de aanvraag dient een door de werkgever, werknemer (of zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger) en de school ondertekende Beroeps Praktijk Vormings Overeenkomst (BPVO) meegestuurd te worden.
4. De werkgever verklaart door indiening van de aanvraag dat:
a. hij de aanvraag naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in het reglement.
5. Vergoedingen voor praktijktrainingen dienen tot uiterlijk 31 december volgend op het einde van het schooljaar aangevraagd en gedeclareerd te worden.
6. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed per beschikking afgewezen.
7. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, ontvangt de begunstigde binnen één maand na binnenkomst van de aanvraag, bericht waarin wordt verzocht de ontbrekende gegevens alsnog aan de administratie te versturen.
8. Aanvragen en declaraties kunnen volledig worden gemaakt tot uiterlijk 31 december volgend op het einde van het schooljaar. Onvolledige aanvragen of declaraties worden per beschikking afgewezen.
9. Aanvragen kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten.
1. De administratie beslist over de toekenning van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 3 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag, wordt de werkgever per beschikking geïnformeerd over de toegekende bedragen.
1. De vergoeding wordt na ontvangst van de door de school ingevulde en ondertekende schoolverklaring aan de aanvrager als bedoeld in artikel 3 uitbetaald.
2. De hoogte van de vergoeding wordt berekend op basis van de door het bestuur vastgestelde vergoeding indien nodig in combinatie met de door de school te verstrekken schoolverklaring.
3. Een besluit inzake een vergoeding kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werkgever of werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
4. Op basis van lid 3 kunnen verstrekte subsidies worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 6 en 8;
b. toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4 lid 2;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 5 lid 3.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 5 cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Een Agrarisch Opleidingscentrum (AOC) dan wel een andere onderneming of instelling dat erkend is voor het geven van BBL-opleidingen;
Een in het CREBO-register opgenomen opleiding die gegeven wordt in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen);
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het cursusjaar duurt 12 maanden en vangt aan op de datum zoals vermeld in de beroepspraktijkovereenkomst. Het tweede en derde cursusjaar zijn direct daaropvolgend of aansluitend;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland.
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De door het bestuur van de Stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten, hieronder beschreven als bevoegd gezag;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties in het kader van dit reglement. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De periode waarin er sprake is van een Beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPV overeenkomst) zoals afgesloten tussen de onderwijsinstelling, de werknemer en het bedrijf en er een arbeidsovereenkomst, niet zijnde een oproepcontract, voor bepaalde of onbepaalde tijd tussen de werknemer en het bedrijf van kracht is.
Een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld 37 uur per week.
1. De werkgever kan in aanmerking komen voor een door de sectorcommissie te bepalen vergoeding voor de BBL-opleidingen welke door de sectorcommissie zijn aangewezen.
2. De vergoeding betreft de compensatie voor de loondoorbetaling conform de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst.
a. Jeugdige leerling
Aan de werknemer waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en die bij de start van het desbetreffende cursusjaar (peildatum aanvang praktijkovereenkomst) jonger is dan 21 jaar, wordt de schooldag verplicht doorbetaald door de werkgever. De werknemer, die gedurende het schooljaar 21 jaar wordt, behoudt het recht op een door de werkgever doorbetaalde schooldag gedurende dat schooljaar.
b. Vakvolwassen leerling
Voor een werknemer van 21 jaar of ouder die een BBL-opleiding volgt is de werkgever niet verplicht de schooldag door te betalen. Indien hij dit wel doet, komt hij in aanmerking voor een subsidie.
3. De hoogte van de vergoeding en de specifieke BBL-opleiding waarover de vergoeding wordt verstrekt wordt jaarlijks per 1 juni na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
4. Ongeacht de duur van de opleidingsperiode wordt uitsluitend over maximaal de eerste drie cursusjaren van de betreffende werknemer een vergoeding verstrekt.
5. De vergoeding wordt uitsluitend verstrekt voor de werknemer waarvoor de schooldag wordt doorbetaald.
6. De vergoeding wordt verstrekt op basis van een fulltime dienstverband inclusief doorbetaalde schooldag. Bij een kleiner dienstverband wordt de vergoeding naar rato verstrekt. Het kleinste dienstverband waarvoor naar rato een vergoeding wordt verstrekt is 28 uur inclusief doorbetaalde schooldag per week.
1. De subsidie kan door de werkgever per cursusjaar worden aangevraagd via CAS. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanvraag via CAS in te dienen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend te worden.
2. Het aanvraagformulier dient uiterlijk 5 maanden na afloop van het betreffende cursusjaar te zijn ingediend. Bepalend hierbij is de datum van ontvangst van het aanvraagformulier bij CAS.
3. De aanvraag dient bij indiening te worden vergezeld van een kopie ondertekende arbeidsovereenkomst, kopie ondertekende beroepspraktijkovereenkomst (BPVO) en een kopie loonstrook van de laatste maand van het betreffende cursusjaar. Uit de arbeidsovereenkomst dient onomwonden duidelijk te worden dat er sprake is van doorbetaling van de schooldag.
4. De werkgever verklaart door indiening van de aanvraag dat:
a. hij de aanvraag naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed afgewezen.
1. De administratie beslist over de toekenning van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 3 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag wordt de werkgever per beschikking geïnformeerd over de toegekende bedragen.
1. De vergoeding wordt uitbetaald als aan de voorwaarden zoals gesteld in dit reglement is voldaan.
2. De hoogte van de vergoeding wordt berekend op basis van de door het bestuur vastgestelde vergoeding.
3. In het eerste en tweede aanvraagjaar moet de opleidingsperiode tenminste 9 maanden aaneengesloten zijn. In dat geval wordt de volledige vergoeding uitbetaald. Indien de opleidingsperiode 6 tot 9 maanden aaneengesloten heeft geduurd, dan wordt 75% van de subsidie uitbetaald. Bij een opleidingsperiode van minder dan 6 maanden wordt er geen subsidie uitbetaald. In het derde aanvraagjaar moet de opleidingsperiode tenminste 6 maanden aaneengesloten geduurd hebben.
4. Een besluit inzake een vergoeding kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werkgever of werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn. Indien misbruik wordt geconstateerd dan zal de beschikking onverwijld worden ingetrokken.
5. Op basis van lid 4 kunnen verstrekte subsidies worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 5;
b. toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4 lid 2;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 5 lid 4.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door
middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de Stichting geen beroep meer mogelijk.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D cao Colland.
2. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De rechtspersoon die in opdracht van de aanvrager is belast met de feitelijke uitvoering, dan wel in samenwerkingsverbanden het grootste aandeel heeft in de feitelijke uitvoering van het in de aanvraag weergegeven project;
De rechtspersoon die de aanvraag tot subsidieverlening indient en aan wie subsidie- en voorschotbetalingen worden verricht;
Een besluit van het bestuur op een subsidieaanvraag;
Het samenhangende geheel van activiteiten waarvoor bij het bestuur een subsidie wordt aangevraagd;
De periode dat het project feitelijk wordt uitgevoerd;
Alle vormen van onderwijs zoals benoemd in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs met uitzondering van de Beroepsbegeleidende Leerweg;
Het samenhangende geheel van activiteiten gericht op het werven, selecteren, trainen of scholen en begeleiden van werkzoekenden naar een baan in een van de doelsectoren;
Het samenhangende geheel van activiteiten gericht op het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt in één of meer van de doelsectoren, niet zijnde toeleidingsprojecten;
De sector, deel uitmakend van de agrarisch en aanverwante sectoren als bedoeld in artikel 1 sub C. van cao Colland, waarop het project is gericht;
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Het bureau dat in opdracht van het bestuur de ondersteuning van het bestuur verzorgt, zoals omschreven in artikel 12 van de statuten.
1. Met inachtneming van de bepalingen in dit reglement kan een aanvrager subsidie ten laste van de Stichting worden verleend.
2. Subsidie wordt slechts verleend indien de aanvrager zorg draagt voor een mede-subsidiëring in de kosten van het project.
3. De subsidie wordt slechts dan verleend indien het project gericht is op de agrarische en aanverwante sectoren in Nederland.
4. Het totaal van de in het eerste en het tweede lid bedoelde subsidies kan niet meer bedragen dan 100% van de kosten van het project.
5. Voor een meerjarig project kan subsidie verleend worden voor een periode van maximaal 3 jaar. Dit geldt met uitzondering van de toeleidingsprojecten als bedoeld in artikel 8a. De maximale looptijd van deze projecten is geregeld in artikel 4 lid 4.
1. De subsidie wordt slechts verleend indien en voorzover voldaan wordt aan de vigerende nationale en Europese wet- en regelgeving.
2. Subsidie wordt slechts dan verleend indien de sectorcommissie(s) van de doelsector(en) waarop het project zich richt zich hebben uitgesproken voor uitvoering van het project.
1. De subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten met als doelstelling het ondersteunen van de arbeidsvoorziening in de agrarische en aanverwante sectoren, waarbij wordt aangegeven welke bijdrage het project levert aan:
a. het bevorderen van vaste dienstverbanden zoals bedoeld in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. het verbeteren van het imago van één of meerdere sectoren op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden;
c. het bevorderen van doelgroepenbeleid;
d. het leveren van een bijdrage in de oplossing van de problematiek van de seizoenarbeid;
e. het leveren van betaalbare en kwalitatief goede arbeid.
2. Het bestuur is bevoegd nadere voorwaarden te stellen aan de projecten.
3. Geen subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten specifiek gericht op het reguliere beroepsonderwijs.
4. Voor toeleidingsprojecten als bedoeld in artikel 8a geldt dat het project een maximale looptijd van 24 maanden kent, verdeeld in 6 maanden werving en selectie van deelnemers, 12 maanden trainen of scholen en 6 maanden nazorg. In de nazorg worden geplaatste deelnemers gevolgd.
1. Subsidie kan slechts worden verleend voor de exploitatiekosten van het project.
2. Vergoeding van deze kosten vindt plaats naar rato van het vergoedingenniveau dat naar oordeel van het bestuur voor dergelijke kosten gebruikelijk is, dan wel als redelijk en billijk wordt aangemerkt.
1. Een verzoek tot verlening van subsidie dient schriftelijk te geschieden via een door het bestuur vastgesteld aanvraagformulier.
2. Een verzoek tot verlening van subsidie dient vergezeld te gaan van de voor het project relevante gegevens.
3. Tot de voor het project relevante gegevens behoren in ieder geval:
a. een naar het oordeel van het bestuur toereikend project, waarin de aspecten zoals genoemd in artikel 4 lid 1 van dit reglement worden toegelicht;
b. een naar het oordeel van het bestuur voldoende gespecificeerde kostenbegroting die per onderdeel is toegelicht en aangeeft op welke wijze de medesubsidiëring als bedoeld in artikel 2 lid 2 van dit reglement plaatsvindt.
Het projectplan en de kostenbegroting dienen te voldoen aan de door het bestuur gestelde voorwaarden.
4. Indien het verzoek betrekking heeft op een meerjarig project, dan dient een meerjaren-begroting en een liquiditeitsprognose bijgevoegd te worden. De liquiditeitsprognose is per jaar uitgesplitst. Elk jaar kan vóór 1 oktober een bijgestelde prognose ingediend worden op basis van de tussenrapportage per 1 augustus als bedoeld in artikel 9 lid 4 en 10 lid 3. De bijgestelde prognose mag het resterende bedrag van de aanvraag niet overschrijden. Indien de aanvrager het resterende bedrag wil verhogen, dan moet een gewijzigde aanvraag worden ingediend.
1. De subsidie wordt verleend door het bestuur.
2. Het bestuur vergadert hiertoe minimaal vier keer per jaar.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt minimaal het project waarvoor de subsidie wordt verleend, de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend en het maximale subsidiebedrag.
4. De vastgestelde subsidie evenals de voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager, tenzij deze een derde als begunstigde heeft aangewezen.
5. De aanvrager is in alle gevallen verplicht er voor zorg te dragen dat de uitbetaalde bedragen aan de uitvoerder ter beschikking worden gesteld.
1. Het project dient aan te vangen binnen 3 maanden na de subsidietoekenning.
2. Per deelnemer wordt een subsidie van maximaal € 5.000 verstrekt voor het werven, selecteren, trainen of scholen en begeleiden. Het bestuur is, na instemming van de sectorcommissie(s), bevoegd in voorkomende gevallen een hoger bedrag toe te kennen.
3. De voorbereidings- en beheerskosten mogen maximaal 10% van de begrote projectkosten bedragen met een maximum van € 115.000 per project.
4. De subsidieverstrekking is gekoppeld aan de periodieke rapportages en eindrapportage zoals vastgelegd in artikel 9 van dit reglement.
5. Bij aanvang van het project wordt 25% van het totaal vastgestelde subsidiebedrag verstrekt.
6. Bij werving van voldoende deelnemers, te weten 70% van de wervingsdoelstelling met een mini van 10 deelnemers, verleent de sectorcommissie(s) toestemming voor de uitvoering van het verdere project en wordt 50% van het totaal vastgestelde subsidiebedrag verstrekt. Deze fase dient binnen zes maanden na aanvang van het project te worden aangevangen.
7. Bij realisatie van een plaatsingspercentage (aantal geplaatste deelnemers ten opzichte van het aantal geworven deelnemers) van ten minste 50% aan het einde van het traject wordt 20% van het totaal vastgestelde subsidiebedrag verstrekt.
8. Van een plaatsing is sprake bij een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor minimaal een half jaar en loonbetaling overeenkomstig de van toepassing zijnde cao.
9. Als nazorg is verleend en hierover gerapporteerd is aan de sectorcommissie(s) vindt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 9, verstrekking van de overige 5% plaats.
1. Het project dient aan te vangen binnen 3 maanden na de subsidietoekenning.
2. De voorbereidings- en beheerskosten bedragen maximaal 10% van de begrote projectkosten met een maximum van € 115.000 per project.
3. Bij aanvang van het project wordt een voorschot verstrekt ter grootte van 25% van het totale subsidiebedrag.
4. Tussentijdse voorschotten (inclusief het voorschot als bedoeld in lid 3) kunnen verstrekt worden tot een maximum van 75% van het totale subsidiebedrag. Het verstrekken van deze voorschotten dient samen te gaan met een door de sectorcommissie(s) positief beoordeelde tussenrapportage. De resterende 25% wordt verstrekt bij een positieve beoordeling van de eindrapportage.
5. Indien het bestuur daartoe aanleiding ziet, kan het bestuur besluiten één of meerdere projecten in het kader van dit reglement als eenheid te beschouwen en dienovereenkomstig te behandelen.
6. In het geval het bestuur een besluit als bedoeld in lid 5 neemt, wordt de aanvrager schriftelijk geïnformeerd over het besluit en de consequenties daarvan.
1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de tussen- en eindrapportages.
2. De aanvrager dient binnen twee weken na afronding van de werving- en selectiefase een eerste voortgangsrapportage in.
3. Tijdens het traject dient de aanvrager halfjaarlijks een tussenrapportage aan het bestuur te doen toekomen.
4. De tussenrapportages zoals bedoeld in lid 3 dienen de stand van zaken weer te geven per 1 februari en 1 augustus van enig jaar.
5. De tussenrapportages dienen uiterlijk drie weken na de data genoemd in lid 4 in het bezit te zijn van het Colland Bestuursbureau.
6. De eindrapportage dient gelijktijdig met de einddeclaratie bij het Colland Bestuursbureau te worden ingediend.
7. Binnen drie maanden na afsluiting van het project, dient de aanvrager verplicht een volledige en waarheidsgetrouwe inhoudelijke en financiële eindrapportage voor te leggen aan het bestuur.
8. De einddeclaratie en -rapportage dienen aan te sluiten bij het ingediende projectvoorstel en begroting.
9. Ten minste 6 maanden na afronding van het project dient een rapportage betreffende de nazorg te worden ingediend, waaruit minimaal blijkt hoeveel van de geplaatste deelnemers nog werkzaam zijn in de doelsector(en).
10. De financiële eindrapportage dient vergezeld te gaan van een accountantsverklaring.
11. De accountantsverklaring dient opgesteld te zijn volgens het door de stichting te verstrekken accountantsprotocol.
1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de tussen- en eindrapportages.
2. De aanvrager dient halfjaarlijks een tussenrapportage in bij het bestuur.
3. De tussenrapportages, zoals bedoeld in lid 2, dienen de stand van zaken weer te geven per 1 februari en 1 augustus van enig jaar.
4. De tussenrapportages dienen uiterlijk drie weken na de data genoemd in lid 3 in het bezit te zijn van het Colland Bestuursbureau.
5. Binnen drie maanden na afronding van het project dienen de eindrapportage en de einddeclaratie te zijn ingediend bij het bestuur.
6. De eindrapportage dient gelijktijdig met de einddeclaratie bij het Colland Bestuursbureau te worden ingediend.
7. Binnen drie maanden na afsluiting van het project, dient de aanvrager verplicht een volledige en waarheidsgetrouwe inhoudelijke en financiële eindrapportage voor te leggen aan het bestuur.
8. De einddeclaratie en -rapportage dienen aan te sluiten bij het ingediende projectvoorstel en begroting.
9. De eindrapportage beschrijft minimaal het resultaat, geeft aan welke doelstellingen zijn gerealiseerd en indien van toepassing welke doelstellingen niet gerealiseerd zijn inclusief de oorzaak;
10. De financiële eindrapportage dient vergezeld te gaan van een accountantsverklaring.
11. De accountantsverklaring dient opgesteld te zijn volgens het door de stichting te verstrekken accountantsprotocol.
1. Het definitieve subsidiebedrag wordt door het bestuur na instemming van de sectorcommissie(s) vastgesteld aan de hand van de ingediende financiële eindrapportage, zoals bedoeld in artikel 9 en 10, lid 7 van dit reglement.
2. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan de verleende subsidie, noch hoger dan het bedrag dat volgens de financiële eindrapportage controleerbaar en in overeenstemming met deze regeling is.
3. Indien uit de eindrapportage blijkt dat het project minder heeft gekost dan begroot, wordt het subsidiebedrag verminderd met het bedrag gelijk aan het verschil tussen de begrote en de werkelijke kosten.
4. Indien in de situatie zoals omschreven in lid 3 van dit artikel andere subsidiënten naar het oordeel van het bestuur soortgelijke voorwaarden hebben opgenomen in de subsidievoorwaarden, zal de subsidie naar evenredigheid worden verminderd.
5. De uitbetaling van de subsidie vindt plaats onder verrekening van de voorschotten, verstrekt volgens artikel 8b van dit reglement.
6. De vastgestelde subsidie evenals de voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager, tenzij deze een derde als begunstigde heeft aangewezen.
7. De aanvrager is in alle gevallen verplicht er voor zorg te dragen dat de uitbetaalde bedragen aan de uitvoerder ter beschikking worden gesteld.
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk door het bestuur na instemming van de sector-commissie(s) worden ingetrokken dan wel worden teruggevorderd, indien door de aanvrager of de uitvoerder niet aan de verplichtingen of voorwaarden genoemd in dit reglement wordt voldaan.
Beschikkingen op grond van dit reglement worden genomen door het bestuur.
1. Tegen een door het bestuur op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting.
3. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de Stichting geen beroep meer mogelijk.
1. In dit reglement: worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
2. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De rechtspersoon die in opdracht van de aanvrager is belast met de feitelijke uitvoering, dan wel in samenwerkingsverbanden het grootste aandeel heeft in de feitelijke uitvoering van het in de aanvraag weergegeven project;
De rechtspersoon die de aanvraag tot subsidieverlening indient en aan wie subsidie- en voorschotbetalingen worden verricht;
Het samenhangend geheel van activiteiten waarvoor een subsidie bij de Stichting wordt aangevraagd;
Het budget binnen de begroting van de stichting van waaruit activiteiten voor een doelsector door de stichting worden gesubsidieerd;
De sector, deel uitmakend van de agrarische en aanverwante sectoren als bedoeld in artikel 1 sub C. van cao Colland, waarop het project is gericht;
Een besluit van het bestuur op een subsidieaanvraag;
Alle onderwijsvormen, niet zijnde cursusonderwijs;
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Het bureau dat in opdracht van het bestuur de ondersteuning van het bestuur verzorgt, zoals omschreven in artikel 12 van de statuten.
1. Met inachtneming van de bepalingen in dit reglement kan aan een aanvrager subsidie ten laste van het sectorale budget van de Stichting worden verleend.
2. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
3. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie zal rekening worden gehouden met het beschikbare sectorale budget dan wel de beschikbare sectorale budgetten.
De subsidie bedraagt maximaal 25% van het totaal beschikbare sectorale budget dan wel van de beschikbare sectorale budgetten in enig boekjaar.
4. De subsidie wordt slechts dan verleend indien het project gericht is op de agrarische en aanverwante sectoren in Nederland.
5. Het totaal van de in het eerste lid genoemde subsidie en eventuele andere subsidies voor het project, kan niet meer bedragen dan 100% van de kosten van het project.
6. Voor een meerjarig project kan subsidie verleend worden voor een periode van maximaal 3 jaar.
1. De subsidie wordt slechts verleend indien en voor zover voldaan wordt aan de vigerende nationale en Europese wet- en regelgeving.
2. Subsidie wordt slechts dan verleend indien de sectorcommissie(s) van de doelsectoren waarop het project zich richt zich hebben uitgesproken voor uitvoering van het project.
3. Geen subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten specifiek gericht op het reguliere onderwijs.
4. Geen subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten gericht op wettelijk verplichte cursussen.
5. Geen subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten gericht op post HBO of postacademisch onderwijs.
6. Geen subsidie wordt verleend voor projecten die activiteiten omvatten gericht op het bevorderen van individueel ondernemerschap.
De subsidie wordt verleend voor het ondersteunen van sectoren en bedrijven bij het opzetten en uitvoeren van projecten gericht op:
a. het verbeteren van de kwaliteit van scholing en het verhogen van de deelname aan scholing;
b. het bevorderen van deskundigheid op het gebied van cursusonderwijs;
c. het bevorderen van de aansluiting van het onderwijs op de praktijk;
d. het doen van onderzoek op de terreinen genoemd onder a. tot en met c.
1. Subsidie kan slechts worden verleend voor de exploitatiekosten van het project.
2. Vergoeding van deze kosten vindt plaats naar rato van het vergoedingenniveau dat naar oordeel van het bestuur voor dergelijke kosten gebruikelijk is, dan wel als redelijk en billijk wordt aangemerkt.
1. Een verzoek tot verlening van subsidie dient schriftelijk te geschieden via een door het bestuur vastgesteld vragenformulier.
2. Een verzoek tot verlening van subsidie dient vergezeld te gaan van de voor het project relevante gegevens.
3. Tot de voor het project relevante gegevens behoren in ieder geval:
a. een naar het oordeel van het bestuur toereikende projectomschrijving;
b. een naar het oordeel van het bestuur voldoende gespecificeerde begroting voorzien van een toelichting.
4. Indien het verzoek betrekking heeft op een meerjarig project, dan dient een meerjarenbegroting en een liquiditeitsprognose bijgevoegd te worden.
5. De liquiditeitsprognose is per jaar uitgesplitst. Elk jaar kan vóór 1 oktober een bijgestelde prognose ingediend worden op basis van de tussenrapportage per 1 augustus als bedoeld in artikel 10 lid 3. De bijgestelde prognose mag het resterende bedrag van de aanvraag niet overschrijden. Indien de aanvrager het resterende bedrag wil verhogen, dan moet een gewijzigde aanvraag worden ingediend.
1. De subsidie wordt verleend door het bestuur.
2. Het bestuur vergadert hiertoe minimaal vier maal per kalenderjaar.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt minimaal het project waarvoor de subsidie wordt verleend, de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend en het maximale subsidiebedrag.
4. Indien het bestuur daartoe aanleiding ziet, kan het bestuur besluiten één of meerdere projecten in het kader van dit reglement als eenheid te beschouwen en als zodanig te behandelen.
5. In het geval het bestuur een besluit als bedoeld in lid 4 neemt, wordt de aanvrager schriftelijk geïnformeerd over het besluit en de consequenties daarvan.
1. Het definitieve subsidiebedrag wordt door het bestuur na instemming van de sectorcommissie(s) vastgesteld aan de hand van de ingediende financiële eindrapportage, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2 van dit reglement.
2. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan de verleende subsidie, noch hoger dan het bedrag dat blijkens de financiële eindrapportage, controleerbaar en in overeenstemming met deze regeling is.
3. Indien uit de eindrapportage blijkt dat het project minder heeft gekost dan begroot, wordt het subsidiebedrag verminderd met het bedrag gelijk aan het verschil tussen de begrote en de werkelijke kosten.
4. Indien in de situatie zoals omschreven in lid 3 van dit artikel, andere subsidiënten naar het oordeel van het bestuur, soortgelijke voorwaarden hebben opgenomen in de subsidievoorwaarden, zal de subsidie naar evenredigheid worden verminderd.
5. De uitbetaling van de subsidie vindt plaats onder verrekening van de voorschotten, verstrekt volgens artikel 9 van dit reglement.
6. De vastgestelde subsidie evenals de voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager, tenzij deze een derde als begunstigde heeft aangewezen.
7. De aanvrager is in alle gevallen verplicht er voor zorg te dragen dat de uitbetaalde bedragen aan de uitvoerder ter beschikking worden gesteld.
1. De aanvrager kan verzoeken om een eerste voorschot bij aanvang van het project.
2. Dit voorschot bedraagt maximaal 40% van de verleende subsidie.
3. De aanvrager kan verzoeken om een tweede voorschot van eveneens 40% van de verleende subsidie, indien op grond van de financiële verantwoording in de rapportage zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 blijkt, dat de te verwachten kosten in de komende periode hoger zullen zijn dan minimaal 60% van het toegekende bedrag.
4. De bevoorschotting bedraagt in het totaal maximaal 80% van de toegekende subsidie.
5. Op verzoek van de aanvrager kan worden afgeweken van de in lid 1, 2 en 3 van dit artikel geregelde bevoorschotting.
6. Een verzoek zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel dient schriftelijk en gemotiveerd te geschieden.
1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de tussen- en eindrapportages.
2. De aanvrager dient gedurende de uitvoering van het project elk halfjaar een volledige en waarheidsgetrouwe inhoudelijke en financiële tussenrapportage van het project op te stellen en aan het bestuur voor te leggen. De tussenrapportage dient te geschieden via een door het bestuur goedgekeurd format.
3. De tussenrapportages zoals bedoeld in lid 2, dienen de stand van zaken weer te geven per 1 februari en 1 augustus van enig jaar.
4. De tussenrapportages dienen uiterlijk drie weken na de data genoemd in lid 3 in het bezit te zijn van het Colland Bestuursbureau.
1. De eindrapportage dient gelijktijdig met de einddeclaratie bij het Colland Bestuursbureau te worden ingediend.
2. Binnen drie maanden na afsluiting van het project, dient de aanvrager verplicht een volledige en waarheidsgetrouwe inhoudelijke en financiële eindrapportage voor te leggen aan het bestuur.
3. De einddeclaratie en -rapportage dienen aan te sluiten bij het ingediende projectvoorstel en begroting.
4. De eindrapportage beschrijft minimaal het resultaat, geeft aan welke doelstellingen zijn gerealiseerd, en indien van toepassing welke doelstellingen niet zijn gerealiseerd inclusief de oorzaak.
5. De financiële eindrapportage dient vergezeld te gaan van een accountantsverklaring.
6. De accountantsverklaring dient opgesteld te zijn volgens het door de stichting te verstrekken accountantsprotocol.
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk door het bestuur na instemming van de sectorcommissie(s) worden ingetrokken dan wel worden teruggevorderd, indien door de aanvrager of de uitvoerder niet aan de verplichtingen of voorwaarden genoemd in dit reglement wordt voldaan.
1. Tegen een op grond van dit reglement door het bestuur uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting.
3. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 5 cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een kortdurende lesperiode waarin een (leer)onderwerp wordt behandeld en wordt verzorgd door of onder auspiciën van een school of een onderwijsvorm die opleidt tot een beroep of een groep van beroepen en wordt gegeven door of onder auspiciën van een school;
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De in verband met het volgen van een cursus te betalen bijdrage aan inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (excl. overnachting);
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers voor de sector hoveniers en groenvoorzieners zoals omschreven in artikel 11 van de statuten van de cao Colland;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting Colland Arbeidsmarktbeleid voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Het bestuur van de stichting Colland Arbeidsmarktbeleid.
1. De werknemer kan in aanmerking komen voor een vergoeding van de betaalde cursuskosten, indien de cursus valt onder de definitie als bedoeld in deel A van dit reglement.
2. De werknemer die in dienst is van de werkgever kan in aanmerking komen voor een vergoeding indien de werkgever premie conform artikel 1 lid f voor hem afdraagt.
3. In afwijking van het gestelde in lid 2 kan een werkloze werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding indien hij maximaal 6 maanden werkloos is op het moment van indiening van de aanvraag en de voormalig werkgever de premie conform artikel 1 lid f voor hem heeft afgedragen.
1. De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de werknemer die scholing conform deel A volgt of wil volgen.
2. De werknemer die wil deelnemen aan de employabilityregeling kan dit via CAS melden bij de administrateur van het fonds. Subsidie dient te worden aangevraagd middels het door het bestuur goedgekeurd aanvraagformulier.
3. Het aanvraagformulier dient uiterlijk twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen te zijn door CAS. Bepalend hierbij is de datum van binnenkomst van het aanvraagformulier bij CAS.
4. Als basis voor het vaststellen van de hoogte van de subsidie en de uitbetaling van de subsidie gelden de gegevens op de factuur van de school. De subsidie wordt berekend over het factuurbedrag inclusief de eventuele BTW.
5. De werknemer verklaart door ondertekening van het aanvraagformulier dat:
a. hij het aanvraagformulier naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed afgewezen.
7. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, ontvangt de begunstigde binnen één maand na binnenkomst van de aanvraag, bericht waarin wordt verzocht de ontbrekende gegevens alsnog aan de administratie te versturen.
8. Onvolledige aanvragen, waarvan niet binnen twee maanden na einddatum van de cursus de ontbrekende gegevens ontvangen zijn, worden per beschikking afgewezen.
9. Aanvragen kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur of sectorcommissie toelaten.
1. De administratie beslist over de toekenning van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 3 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag, wordt de werknemer per beschikking geïnformeerd over de toegekende bedragen.
3. De vergoeding per werknemer bedraagt totaal maximaal € 1.500 mits voldaan is aan het gestelde in artikel 2 en 3. Subsidiebedragen die zijn toegekend gedurende de looptijd van dit reglement worden in mindering gebracht op dit bedrag.
4. Een op basis van lid 3 eventueel resterend budget blijft voor de betreffende werknemer beschikbaar totdat dit reglement wordt beëindigd of indien en zodra het bestuur of de sectorcommissie hoveniers het Employabilitybudget beëindigt.
5. In het geval van beëindiging van het reglement of het Employabilitybudget kan de betreffende werknemer geen aanspraak doen gelden op een eventueel resterende subsidie.
1. De vergoeding wordt uitbetaald na ontvangst van de factuur van de school en het betaalbewijs van de werknemer. Met betaalbewijs wordt bedoeld het afschrift van de bankrekening van de aanvrager.
2. De vergoeding van de cursuskosten wordt uitsluitend uitbetaald aan de werknemer die de aanvraag heeft ingediend. De tenaamstelling op de factuur moet overeenstemmen met de aanvrager, zie artikel 3 lid 1.
3. De hoogte van de vergoeding bestaat uit de cursuskosten, met een maximum van € 1.500 per werknemer.
4. Een besluit inzake een vergoeding kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
5. Op basis van lid 4 kunnen verstrekte subsidies worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 6 en 8;
b. toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4 lid 2;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 5 lid 4.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting Colland Arbeidsmarktbeleid. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur van de stichting de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie hoveniers betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Dit reglement kan worden aangehaald als Uitkeringsreglement Employabilitybudget.
Deel A Employability-scholing die in aanmerking komt voor subsidiëring
1. Bij het definiëren van de scholing in het kader van dit reglement worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
a. Scholing dient gericht te zijn op versterken of vergroten van de inzetbaarheid van de werknemer.
b. Scholing dient gericht te zijn op het aanleren van nieuwe vaardigheden, taken.
c. Scholing dient arbeidsgericht te zijn.
d. Scholing dient gericht te zijn op een nieuwe functie of beroep.
e. Scholing dienen afgesloten te worden met een naar oordeel van de sectorcommissie erkend certificaat, getuigschrift of diploma;
f. Voor de scholing bestaat geen mogelijkheid om via de (voormalig) werkgever een vergoeding te ontvangen via het reglement Scholing B-deel cursusgroepen.
2. Niet voor vergoeding in aanmerking komen:
a. Scholing die door andere fondsen of regelingen gesubsidieerd wordt.
b. Scholing die op verzoek van de werkgever wordt gevolgd.
c. Bedrijfsgerichte scholing of bedrijfstrainingen.
d. Scholing die niet arbeidsgericht is.
e. Scholing die zich richt op de uitoefening van bestaande taken in de huidige functie.
Deel B Vergoeding van cursuskosten
1. De subsidie bestaat uit vergoeding van de cursuskosten.
2. De cursuskosten worden vastgesteld op basis van de factuur van de school. Deze dient minimaal de naam van de cursus of opleiding en de naam van de cursist te bevatten.
3. De vergoeding voor de cursuskosten wordt uitbetaald aan de op de factuur vermelde debiteur.
4. Per werknemer geldt een maximale vergoeding van € 1.500.
Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 5 cao Colland.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen van artikel 1 sub D. cao Colland.
2. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Reglement Seniorenregeling Hoveniersbedrijf 2019;
Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2006
Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2008;
Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in het Hoveniersbedrijf 2014;
het, op grond van artikel 2 lid 6 sub b. van de statuten, verkorten van de arbeidstijd tot 80% conform het Reglement;
het verkorten van de arbeidstijd tot 80% conform Reglement 2008 en Reglement 2014;
De toekenning van vier extra betaalde vakantiedagen per kalenderjaar conform Reglement 2008 en Reglement 2014;
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 5 cao Colland;
Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever zoals bedoeld onder sub h.
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de seniorenregeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en/of:
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%;
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
De instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
De door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Stichting Colland Arbeidsmarkt.
Bestuur van het fonds.
De geschillencommissie als bedoeld in artikel 72 cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland (Stcrt. 9 januari 2019, nummer 1265).
De seniorenregeling wordt namens het bestuur uitgevoerd door de administrateur.
1. De werkgever kan deelnemen aan de seniorenregeling indien de betreffende werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en;
b. gedurende minimaal vijf aaneensluitende jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland;
c. de leeftijd heeft bereikt van 60 jaar, behoudens toepasselijkheid van artikel 6;
d. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte, worden meegerekend.
Parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA kunnen deelnemen aan de regeling.
2. Voor deelname aan de seniorenregeling dient een nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling, als in een schriftelijke overeenkomst, op de arbeidsovereenkomst van werknemer te worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij een schriftelijk verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten, In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.
3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer vermindert de voor hem geldende gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tot 80%.
b. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt totaal 90% van het bruto weekloon dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten beschouwing.
c. Een negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst, wordt geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd.
d. De werknemer ontvangt vakantiegeld op basis van het door hem feitelijk verdiende brutoloon.
e. De werknemer heeft recht op 90% van het aantal vakantiedagen per jaar en 90% van het aantal extra vakantieuren wegens 10- of 25 jarig dienstverband waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. De vakantiedagen worden berekend op basis van 7,4 uur per vakantiedag.
f. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding conform de cao Hoveniersbedrijven.
g. De werkkledingtoeslag wordt vastgesteld op 80% van de vergoeding waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
h. Eventuele overige vergoedingen worden berekend op basis van 80% dienstverband.
i. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst de dag of dagen vast, waarop de werknemer niet of korter werkt. Van de aldus vastgelegde vrije dag of vrije uren kan incidenteel, in onderlinge overeenstemming, worden afgeweken.
j. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst, hovenierswerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
k. De werknemer kan gedurende maximaal 8 jaar gebruik maken van de seniorenregeling.
l. Voor de werknemer die gebruik maakt van de seniorenregeling, bestaat geen verplichting tot overwerk en consignatie.
4. De werkgever ontvangt van het fonds een compensatie voor de gederfde arbeidsprestatie van de werknemer die deelneemt aan de seniorenregeling. De actuele hoogte van de compensatie is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. Voor actieve of oud-deelnemers aan regeling 1 (80%) of regeling 2 (vier extra vakantiedagen) geldt, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een overgangsregeling. Voor zover niet anders bepaald zijn de overige bepalingen van het reglement van toepassing.
2. Actieve deelnemers aan regeling 1 (80%):
Voor deze deelnemers geldt dat de duur van de reeds verstreken deelnameperiode voor de betreffende werknemer op grond van regeling 1 in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode op grond van de seniorenregeling.
3. Actieve deelnemers aan regeling 2 (vier extra vakantiedagen):
Voor deze deelnemers geldt dat de duur van de reeds verstreken deelnameperiode op grond van regeling 2 in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode op grond van de seniorenregeling.
Gedurende de resterende deelnameperiode kan deze deelnemer:
a. gebruik blijven maken van regeling 2 of in plaats daarvan:
b. overstappen naar de seniorenregeling (80% werken). Deze overstap is definitief; terugkeren naar regeling 2 is dan niet meer mogelijk.
4. Oud-deelnemers aan regeling 1 (80%):
Deze oud-deelnemers kunnen onder de volgende voorwaarden gaan deelnemen aan de seniorenregeling:
a. deelname aan regeling 1 is uitsluitend beëindigd vanwege het bereiken van de daaraan gestelde maximale deelnameperiode zonder dat sprake was van een beëindigingsreden als bedoeld in artikel 15a lid 1 sub c en d van dit reglement.
b. de duur van deelname aan regeling 1 wordt in mindering gebracht op de maximale deelnameperiode van de seniorenregeling.
c. Deelname wordt aangemeld conform artikel 7.
5. Oud-deelnemers aan regeling 2 (vier extra vakantiedagen)
Deze oud-deelnemers kunnen uitsluitend deelnemen aan de seniorenregeling (80%) onder de volgende voorwaarden:
a. de duur van deelname aan regeling 2 wordt in mindering gebracht op de maximale deelnameperiode van de seniorenregeling.
b. Deelname wordt aangemeld conform artikel 7.
Hernieuwde deelname aan regeling 2 is niet mogelijk.
6. Voor de in lid 4 en lid 5 bedoelde aanmelding is geen terugwerkende kracht mogelijk. Dit betekent dat de aanmelding plaatsvindt op basis van de op het aanmeldingsmoment voor de werknemer geldende arbeidsovereenkomst. De aanmelding wordt opnieuw beoordeeld en behandeld.
7. Dit artikel is niet van toepassing op actieve of oud-deelnemers aan de regeling conform reglement 2006.
De aanvangsleeftijd van werknemer voor deelname is in beginsel 60 jaar. Eerder deelnemen is echter mogelijk volgens de hieronder staande tabel:
Vanaf 1 juli 2021 is deelname mogelijk als de betreffende de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de seniorenregeling kan dit vanaf drie maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur aanvragen.
2. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanmelding digitaal via CAS te laten lopen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend worden.
3. De aanmelding dient volledig ingevuld te worden, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 4 lid 3 sub a. t/m sub l. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– en eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Indien de aanmelding niet volledig is, ontvangt de werkgever binnen twee weken na binnenkomst van de aanmelding bericht om de ontbrekende gegevens of documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de seniorenregeling wensen in te laten gaan, dan kan de seniorenregeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop het de volledige aanmelding is ontvangen.
6. Uiterlijk twee weken na ontvangst van de volledige aanmelding ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de seniorenregeling. Het besluit vermeldt de deelnemer aan de seniorenregeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de seniorenregeling aanvangt.
7. Een aanmelding die plaatsvindt een half jaar voordat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur.
Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt.
De verstrekking aan de werkgever als bedoeld in artikel 8 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een verstrekking van het fonds. De actuele hoogte van deze verstrekking is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding is een vaste vergoeding die is opgebouwd uit de elementen genoemd onder a. tot en met c.:
a. een negende deel van het overeengekomen bruto weekloon zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 sub b. ongeacht of sprake is van een maand of 4-weken beloning. De vergoeding is gebaseerd op 80% werken tegen 90% loon;
b. de over het loon onder a verschuldigde vakantietoeslag;
c. de over de onder a en b genoemde onderdelen verschuldigde werkgeverslasten in de SV-premies, in de premies voor de bedrijfstakfondsen, in de SAZAS-premie, de eventuele premie voor het Overbruggingsfonds en in de premie voor dit fonds met dien verstande dat bij de vaststelling van de vergoeding van deze werkgeverslasten een vast percentage van het brutoloon wordt gehanteerd.
De vergoeding voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt naar rato vastgesteld.
3. De vergoedingen worden na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De verstrekking vindt tweemaal per jaar achteraf plaats in juli en januari.
2. De vergoeding wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een verstrekking worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk ter kennis van de werkgever gebracht.
1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een uit en door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de verstrekking worden gebracht.
2. Behoudens, naar het oordeel van het bestuur, uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden voor de seniorenregeling:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel:
– hovenierswerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van arbeidsovereenkomst, hetzij in zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrije tijd die ontstaat door het sluiten van de in artikel 4 lid 2 bedoelde overeenkomst.
Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regels in mindering op de verstrekking gebracht.
1. Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de seniorenregeling:
a. bij volledige vroegpensioenering of bij het bereiken van de datum waarop de werknemer de individuele AOW-leeftijd bereikt;
b. door overlijden van de werknemer;
c. wanneer de deelnemer te kennen geeft dat hij de deelname wenst te beëindigen;
d. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen;
e. wanneer de deelnemer acht jaar gebruik heeft gemaakt van de seniorenregeling of een combinatie van de regelingen zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 sub d., sub e. en sub f.;
f. bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer.
2. Ingeval een deelname is beëindigd op grond van het bepaalde in lid 1 onder sub c. en e. kan nadien niet opnieuw ten behoeve van dezelfde werknemer aan de seniorenregeling worden deelgenomen.
Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Hoveniersbedrijf dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 7;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de oude werkgever gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling.
De deelnemer dient desgevraagd of uit eigen beweging aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op verstrekking en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De werkgever heeft geen recht op verstrekking van het fonds indien en zolang de werknemer volledig arbeidsongeschikt is, zie voor de definitie artikel 2 lid 2 sub k.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de deelnemer.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende verstrekking, moet binnen vier weken na dagtekening van het desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie.
De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Indien de werkgever het verzoek van de werknemer om gebruik te maken van de seniorenregeling afwijst (zie artikel 4 lid 2), kan de werknemer een bezwaar indienen bij de geschillencommissie Hoveniers. De geschillencommissie Hoveniers neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bewaarschrift een besluit.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de Groen, Grond en Infrastructuur zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 4 cao Colland en geldt uitsluitend voor aanmeldingen en wijzigingen die conform artikel 8 van dit reglement op en na 1 januari 2022 zijn ontvangen en voor werkgevers en werknemers op wie de overgangsbepalingen van artikel 7 van toepassing zijn.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
2. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De mogelijkheid tot minder werken voor oudere werknemers zoals bedoeld in artikel 2 lid 6 sub b Statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt.
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B van cao Colland, die een onderneming uitoefent waarin de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 4 cao Colland;
Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is bij een werkgever als bedoeld onder sub b.;
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Van volledige arbeidsongeschiktheid is sprake wanneer:
i. de werknemer tenminste 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt wegens ziekte e.d. is geweest en;
ii. de werkgever niet langer verplicht is tot loondoorbetaling en;
iii. aan de werknemer een uitkering op grond van de WIA is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.
óf wanneer:
i. aan de werknemer een verkorte wachttijd c.q. vervroegde IVA-uitkering conform de WIA is toegekend.
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten;
De instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
De door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 88 cao Groen, Grond en Infrastructuur (Stcrt. 29 februari 2022, nummer 6048).
loondag d.w.z. iedere werkdag in de week (maandag tot en met vrijdag).
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Bestuur van het fonds.
1. De werknemer die gedurende minimaal vijf aaneensluitende jaren direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de in dit artikel beschreven overeenkomst tot minder werken, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, als werknemer in dienst is geweest bij een werkgever als bedoeld in artikel 2 lid 2 sub b, kan onder de hierna genoemde voorwaarden gebruik maken van de mogelijkheid om zijn arbeidstijd te verkorten.
2. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij schriftelijk een verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek van de werknemer, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten. In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.
3. Er wordt een schriftelijke aanvulling op de arbeidsovereenkomst opgemaakt en getekend door de betreffende werkgever en werknemer.
4. Aan de overeenkomst tot minder werken zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer werkt gedurende vier dagen per week in de basisregeling of drie dagen per week in de uitgebreide regeling.
b. In de basisregeling ontvangt de werknemer 90% van het bruto weekloon zoals dat zou zijn wanneer geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. In de uitgebreide regeling ontvangt de werknemer 85% van het bruto weekloon zoals dat zou zijn wanneer geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten aanmerking.
c. In de basisregeling wordt een-negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst tot minder werken geacht betrekking te hebben op de vijfde (niet gewerkte) arbeidsdag.
d. In de uitgebreide regeling wordt vijf-zeventiende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst tot minder werken geacht betrekking te hebben op de vierde én vijfde (niet gewerkte) arbeidsdagen.
e. Het uurloon wijzigt niet door deelname aan de regeling. Het aantal SV-dagen wordt 4 in de basisregeling en 3 in de uitgebreide regeling.
f. De werknemer ontvangt vakantiegeld op basis van het door hem feitelijk verdiende brutoloon.
g. De werknemer heeft recht op 80% (in de basisregeling) cq. 60% (in de uitgebreide regeling) van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) en roostervrije dagen waarop recht zou bestaan, als geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Het recht op opbouw van extra bovenwettelijke vakantiedagen vanwege leeftijd (conform artikel 59, lid 2 cao Groen, Grond en Infrastructuur) vervalt vanaf deelname aan de basisregeling. Bij deelname aan de uitgebreide regeling vervalt tevens het recht op opbouw van extra bovenwettelijke vakantiedagen vanwege de duur van het dienstverband (conform artikel 59 lid 3 cao Groen, Grond en Infrastructuur).
h. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding op basis van vier (in de basisregeling) of drie (in de uitgebreide regeling) werkdagen per week.
i. Overige vergoedingen worden vastgesteld op 80% (in de basisregeling) of 60% (in de uitgebreide regeling) van de vergoeding waarop recht zou bestaan, als geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
j. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst tot minder werken een met name genoemde dag (in de basisregeling) of twee met name genoemde dagen (in de uitgebreide regeling) vast, waarop de werknemer niet werkt. Van de aldus vastgelegde vrije dag / dagen kan, in onderling overleg, worden afgeweken.
k. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrije dag / vrije dagen die ontstaat / ontstaan door het sluiten van de in dit artikel beschreven overeenkomst, werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
l. De werknemer kan vanaf zijn 60e jaar tot zijn individuele AOW leeftijd gedurende maximaal acht jaar van de basisregeling gebruik maken.
m. De werknemer kan vanaf drie jaar voorafgaand aan zijn individuele AOW leeftijd tot zijn individuele AOW leeftijd gebruik maken van de uitgebreide regeling.
n. De werknemer kan vanuit dezelfde functie bij dezelfde werkgever eenmalig uit de regeling stappen. Bij herintreding in de regeling wordt de tijd gedurende welke de werknemer al heeft deelgenomen aan de regeling in mindering gebracht op de termijn van maximaal acht jaar.
5. Voor parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA gelden de in lid 4 genoemde rechten naar rato.
1. De werknemer kan vanaf de leeftijd van 60 jaar van de basisregeling gebruik maken.
2. De werknemer kan vanaf drie jaar voorafgaand aan zijn individuele AOW leeftijd van de uitgebreide regeling gebruik maken.
Werkgevers kunnen voor één of meer van hun werknemers deelnemen aan de regeling wanneer de betreffende werknemers voldoen aan de in artikel 4 gestelde voorwaarden.
1. Voor de werknemer die gedurende de periode van 31 december 2020 tot 1 juli 2021 reeds gebruik maakt van een regeling tot minder werken op grond van het oude reglement, wordt de duur dat hij gebruik kan maken van de regeling verlengd tot maximaal acht jaar maar uiterlijk tot de voor de werknemer geldende AOW-leeftijd. De periode dat de werknemer reeds gebruik gemaakt heeft van de regeling wordt in mindering gebracht op de maximale duur van acht jaar.
2. Voor de werkgever die ten behoeve van een werknemer als bedoeld in lid 1 deelneemt aan de regeling wordt de periode van deelname verlengd overeenkomstig lid 1.
3. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de werkgever en werknemer als bedoeld in lid 1 en lid 2. Deelname blijft derhalve gebaseerd op een oorspronkelijke werkweek voorafgaand aan deelname van maximaal 38 uur.
4. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing.
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de regeling, of de deelname wil wijzigen kan dit vanaf drie maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur melden.
2. Als de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanmelding digitaal via CAS te laten lopen, kan de aanvraag of wijziging schriftelijk ingediend worden.
3. De aanmelding of wijziging dient volledig ingevuld te worden. De door werkgever en werknemer ondertekende schriftelijke aanvulling op de arbeidsovereenkomst (overeenkomst tot minder werken) moet meegestuurd worden. Het oorspronkelijke loon en het oorspronkelijke aantal uren per week dat geldt vóórafgaand aan (eerste) deelname aan de regeling dient te worden vermeld in de schriftelijke aanvulling op de arbeidsovereenkomst. Bij voortzetting van de regeling bij een andere werkgever in de sector conform artikel 17 moet de door werknemer en de nieuwe werkgever ondergetekende schriftelijke arbeidsovereenkomst worden meegestuurd.
4. Als de aanmelding of wijziging niet volledig is, ontvangt de werkgever binnen twee weken na binnenkomst van de aanmelding bericht, om de ontbrekende gegevens of documenten alsnog bij de administratie in te dienen.
5. Vindt aanmelding of wijziging plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de regeling of wijziging wensen in te laten gaan, dan kan de regeling of wijziging niet eerder ingaan dan op de datum waarop de volledige aanmelding is ontvangen.
6. In afwijking van Lid 5 geldt dat aanmeldingen of wijzigingen die betrekking hebben op deelname aan de uitgebreide regeling met terugwerkende kracht verwerkt worden, wanneer de ingangsdatum van deelname of wijziging valt tussen 1 januari 2022 en 30 juli 2022 en de aanmelding of wijziging uiterlijk op 31 juli 2022 via CAS wordt gemeld.
7. Uiterlijk twee weken na ontvangst van de volledige aanmelding of wijziging ontvangt de werkgever een besluit over (gewijzigde) deelname aan de regeling. Het besluit vermeldt de deelnemer aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling aanvangt of wordt gewijzigd.
8. Wijziging van de arbeidstijd na aanmelding. Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur. Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (overeenkomst tot minder werken) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt. De vergoeding aan de werkgever als bedoeld in artikel 9 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd. Dit geldt ook omgekeerd als een werknemer zijn arbeidstijd vermeerderd. Het bepaalde in lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
1. De werkgever ontvangt van het fonds een vergoeding voor de gederfde arbeidsprestatie van de werknemer die deelneemt aan de regeling.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld op een bedrag per gedeclareerde dag, ongeacht de werkelijke kosten. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast in dezelfde mate als de daadwerkelijke loonkostenstijging volgens de collectieve arbeidsovereenkomst Groen, Grond en Infrastructuur. Het bedrag wordt berekend door het verschil in loonkosten te nemen tussen 80% werken met 80% loon en 80% werken met 90% loon waarbij uitgegaan wordt van een werknemer in schaal E met 6 functiejaren op basis van 40-urige werkweek als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst Groen, Grond en Infrastructuur.
3. De hoogte van de in lid 2 genoemde vergoeding wordt gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
4. Voor werknemers (zowel met een 38-urige als 40-urige werkweek) met een loon boven E6 op basis van een 40-urige werkweek kan een hogere vergoeding dan bedoeld in lid 2 worden toegekend. Om voor deze hogere vergoeding in aanmerking te komen, dient de werkgever hierom gelijktijdig met de aanmelding te verzoeken door het beantwoorden van de vraag over het loon van de werknemer in CAS. Uitgaande van het verschil tussen het E6-loon op basis van een 40-urige werkweek en het werkelijke loon wordt een percentage berekend waarmee de vergoeding als bedoeld in lid 2 wordt verhoogd. Dit percentage wordt per werknemer eenmalig, bij de aanmelding, vastgesteld en geldt voor de gehele duur van de deelname.
5. Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde vergoeding naar rato vastgesteld.
1. De vergoeding wordt tweemaal per jaar achteraf uitbetaald in juli en januari.
2. De vergoeding wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fondsadministratie.
Met ingang van 1 januari 2021 bestaat de mogelijkheid in de sector Groen, Grond en Infrastructuur dat werkgever en werknemer in overleg een normale arbeidstijd van 40 uur per week overeenkomen. Het is niet mogelijk om gedurende de deelname de oorspronkelijke, voorafgaand aan de deelname voor de betrokken werknemer geldende werkweek van 38 uur te wijzigen in 40 uur.
Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, wijziging, weigering, herziening of terugvordering van een vergoeding worden door het bestuur van het fonds genomen.
2. Besluiten inzake toekenning, wijziging, weigering, herziening of terugvordering van een vergoeding zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk ter kennis van de werkgever gebracht.
1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Als de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. bij volledige vroegpensionering of bij het bereiken van de individuele AOW leeftijd van de werknemer;
b. bij overlijden van de werknemer;
c. wanneer de deelnemer te kennen geeft dat hij de deelname wenst te beëindigen;
d. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen;
e. wanneer de deelnemer voor de werknemer 8 jaar gebruik heeft gemaakt van de regeling;
f. bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Groen, Grond en Infrastructuur dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname uiterlijk op de datum van indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 8.
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de oude werkgever gebruik gemaakt heeft van de regeling in mindering wordt gebracht op de maximale deelnameperiode.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de deelnemer wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de vergoeding worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden voor de regeling:
a. de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel;
b. werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrije dag / dagen die ontstaat / ontstaan door het sluiten van de in artikel 4 lid 2 bedoelde schriftelijke aanvulling op de arbeidsovereenkomst tot minder werken.
Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regelen in mindering op de vergoeding gebracht.
De deelnemer dient desgevraagd of uit eigen beweging aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op vergoeding en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De deelnemer heeft geen recht op vergoeding van het fonds als de werknemer volledig arbeidsongeschikt is, zie voor de definitie artikel 2, lid 2, sub e.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de deelnemer.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende vergoeding moet binnen vier weken na dagtekening van het desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar aan de sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Als de werkgever het verzoek van de werknemer om gebruik te maken van de seniorenregeling afwijst (zie artikel 4 lid 2), kan de werknemer een bezwaar indienen bij de paritaire commissie Groen, Grond en Infrastructuur. De paritaire commissie Grond, Grond en Infrastructuur neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de sector Glastuinbouw zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 6 cao Colland en geldt uitsluitend voor aanmeldingen die conform artikel 4 van dit reglement na 1 april 2015 zijn ontvangen.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
2. In dit reglement wordt verstaan onder:
De mogelijkheid tot minder werken voor werknemers zoals bedoeld in artikel 2 lid 6 sub b Statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt door het verkorten van zijn arbeidstijd tot 80%;
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarin de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C 6 cao Colland;
Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is bij een werkgever als bedoeld onder b;
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
Onderlinge Waarborgmaatschappij SAZAS U.A.;
De instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
De door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.;
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 58 cao Glastuinbouw (Stcrt 12 november 2019, nummer 55886).
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Bestuur van het fonds.
1. De werknemer die aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal 5 aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent of is ingedeeld in de sector Bloembollengroothandel, Open Teelten of Dierhouderij als bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland kan met ingang van 1 januari 2024 vanaf de leeftijd van 62,5 jaar (met ingang van 1 januari 2025: vanaf de leeftijd van 63 jaar) zijn huidige gemiddelde arbeidstijd tot 80% verminderen. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte worden meegerekend.
2. Voor deelname aan de regeling dient een schriftelijke overeenkomst te worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij een schriftelijk verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten, In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.
3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer vermindert de gemiddelde huidige wekelijkse arbeidstijd tot 80%.
b. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon, inclusief ploegendiensttoeslag (conform artikel 24, lid 3 cao glastuinbouw) dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband, welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbuiten aanmerking.
c. Een negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst, wordt geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd.
d. De werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon.
e. De werknemer heeft het recht op 9,77% vakantieuren, zoals vermeld in artikel 39 lid 2 van de cao glastuinbouw. Het recht op extra bovenwettelijke dagen vanwege leeftijd en lengte dienstverband, zoals vermeld in artikel 39 lid 4a en 4b cao Glastuinbouw, vervalt vanaf deelname aan de regeling.
f. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst (een) met name genoemde dag of dagen vast waarop de werknemer niet of korter werkt.
g. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst glastuinbouwwerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
4. Werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA zijn niet uitgesloten van de regeling.
5. Het deel van het bruto weekloon, genoemd in lid 3 onder c, en de bijbehorende vakantietoeslag, worden door het fonds aan de werkgever vergoed conform het gestelde in artikel 6, evenals de overige werkgeverslasten over dit bedrag.
1. De werkgever kan zich drie maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum digitaal aanmelden via CAS bij de administrateur.
2. Indien een digitale aanmelding niet mogelijk is, kan de aanmelding schriftelijk worden ingediend.
3. Een aanmelding wordt in behandeling genomen wanneer deze volledig is, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 3 lid 3 sub a. t/m sub g. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Wanneer de aanmelding onvolledig is ontvangt de werkgever binnen twee weken bericht van de administrateur om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de seniorenregeling wensen in te laten gaan, dan kan de seniorenregeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop het de volledige aanmelding is ontvangen.
6. Uiterlijk twee weken nadat de volledige aanmelding door de administrateur is ontvangen, ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling ingaat.
7. Een aanmelding die plaatsvindt een half jaar voordat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een verstrekking van het fonds.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De vergoeding bestaat uit een bedrag per gedeclareerde dag. Het bedrag wordt berekend door het verschil te nemen tussen 80% werken met 80% loon van de betreffende werknemer en 80% werken met 90% loon van de betreffende werknemer tot een maximum van het loon geldend bij Loongebouw B, functiegroep G met 10 treden. De conform deze berekening vastgestelde dagvergoeding geldt gedurende de gehele periode dat de betreffende werknemer deelneemt aan de regeling met dien verstande dat de dagvergoeding aangepast wordt in geval van een verhoging van de cao-lonen conform de cao Glastuinbouw.
Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, zal de vergoeding aan de werkgever niet worden gewijzigd.
Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde verstrekking naar rato vastgesteld.
3. Verstrekking bij volledige arbeidsongeschiktheid.
De werkgever heeft geen recht op een verstrekking van het fonds in geval van volledige arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
1. De verstrekking vindt tweemaal per jaar in juli en januari achteraf plaats.
2. De verstrekking wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een verstrekking worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk aan de deelnemer kenbaar gemaakt.
1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een uit en door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de verstrekking worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten; dan wel
– glastuinbouwwerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in artikel 3 lid 2 bedoelde nieuwe arbeidsovereenkomst.
Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regelen in mindering op de verstrekking gebracht.
1. Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. op de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt;
b. bij volledige vroegpensioenering of wanneer de werknemer de AOW-leeftijd bereikt;
c. door overlijden van de werknemer;
d. wanneer de deelnemer te kennen geeft dat hij de deelname wenst te beëindigen;
e. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen.
f. bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer.
2. Ingeval een deelname is beëindigd kan nadien niet opnieuw ten behoeve van dezelfde werknemer aan de regeling worden deelgenomen.
1. Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Glastuinbouw dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 3:
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 4;
2. Deelname aan de regeling in dienst van werkgever in andere agrarische sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemende werkgever wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Bloembollengroothandel, Open Teelten of Dierhouderij dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de betreffende sector. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de seniorenregeling in de betreffende sector;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform de voorwaarden gesteld bij het Seniorenreglement van de betreffende sector;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Glastuinbouw gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling zoals die eventueel in de betreffende sector geldt.
De werkgever dient desgevraagd aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op verstrekking en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de werkgever.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende verstrekking moet binnen vier weken na dagtekening van de desbetreffende besluit schriftelijken gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar als bedoeld in lid 1aan de sectorcommissie Glastuinbouw. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Indien de werkgever het verzoek van de werknemer om gebruik te maken van de seniorenregeling afwijst (zie artikel 3 lid 2), kan de werknemer een bezwaar indienen bij de paritaire commissie Glastuinbouw. De paritaire commissie Glastuinbouw neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bewaarschrift een besluit.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Dierhouderij, zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 8 cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een in het CREBO-register opgenomen opleiding gericht op de sector Dierhouderij die gegeven wordt in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg;
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Degene, die bij een werkgever als bedoeld onder h. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De ten behoeve van de sector Dierhouderij door het bestuur ingestelde commissie zoals bedoeld in artikel 11 van de statuten;
Een door de school ingevulde en ondertekende verklaring over de feitelijke duur van de deelname van de werknemer aan de BBL-opleiding. Het format van de schoolverklaring wordt vastgesteld door de sectorcommissie;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De instantie die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit reglement.
1. Met ingang van het schooljaar 2017/2018:
a. kan de werkgever van wie een werknemer een BBL-opleiding volgt in aanmerking komen voor subsidie;
b. kan de werknemer die een BBL-opleiding volgt in aanmerking komen voor subsidie.
2. Jaarlijks vóór 1 september besluit het bestuur na instemming van de sectorcommissie of de subsidieregeling wordt voortgezet.
3. De hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in lid 1 en het maximum aantal BBL-subsidies dat voor de gehele sector respectievelijk per individuele werkgever voor het betreffende schooljaar beschikbaar is, wordt jaarlijks per 1 september na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
4. Bij beëindiging van deelname aan de BBL-opleiding gedurende het schooljaar gelden de subsidiebedragen naar rato van de deelnameduur.
1. De subsidie dient door de werkgever en de werknemer gezamenlijk te worden aangevraagd via CAS. Indien het niet mogelijk is om de aanvraag via CAS in te dienen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend worden.
2. De subsidie kan aangevraagd worden tot en met 31 december volgend op het einde van het schooljaar.
3. Bij het indienen van de aanvraag dient een door de werkgever, werknemer (of zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger) en de school ondertekende Beroeps Praktijk Vormings Overeenkomst (BPVO) meegestuurd te worden.
4. De werkgever en de werknemer verklaren ieder door indiening van de aanvraag dat:
a. de aanvraag naar waarheid is ingevuld;
b. akkoord te gaan met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. bekend te zijn en akkoord te gaan met de voorwaarden zoals vermeld in het reglement.
5. Aanvragen worden in behandeling genomen, zolang de middelen dit naar het oordeel van het bestuur toelaten.
6. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, verzoekt de administrateur binnen een maand na ontvangst van de aanvraag om de aanvraag binnen vier weken te completeren.
7. Aanvragen en declaraties kunnen volledig worden gemaakt tot uiterlijk 31 december volgend op het einde van het schooljaar. Een aanvraag of declaratie die niet tijdig is gecompleteerd of niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet, wordt met redenen omkleed per beschikking afgewezen.
1. Als de aanvraag in behandeling is genomen, worden de werkgever en werknemer bij
beschikking geïnformeerd over het voorwaardelijke toegekende subsidiebedrag.
2. Het definitieve subsidiebedrag wordt eerst na ontvangst van de schoolverklaring, het certificaat of diploma vastgesteld en is mede afhankelijk van de duur van de deelname aan de BBL-opleiding.
3. Een beschikking inzake subsidie kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werkgever en/of werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
1. Na ontvangst van de schoolverklaring, certificaat of diploma stelt de administrateur de definitieve subsidiebedragen voor respectievelijk werkgever en werknemer vast.
2. Na vaststelling worden de subsidiebedragen aan werkgever en werknemer uitbetaald.
3. Op grond van een conform artikel 4 lid 3 ingetrokken of herziene beschikking kunnen verstrekte subsidiebedragen worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3 lid 7
b. toekenning en vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 en artikel 5;
c. tot intrekking of herziening van een beschikking als bedoeld in artikel 4 lid 3.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de sector Open Teelten zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 7 cao Colland en geldt uitsluitend voor aanmeldingen die conform artikel 5 van dit reglement na 1 april 2018 zijn ontvangen.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
2. In dit reglement wordt verstaan onder;
De mogelijkheid tot minder werken voor werknemers zoals bedoeld in artikel 2 lid 6 sub b Statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt door het verkorten van zijn arbeidstijd tot 80%;
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 7 cao Colland;
die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever als bedoeld onder sub b.;
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Ziektewet;
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
De instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
De door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Bestuur van het fonds;
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 48 cao Open Teelten (Stcrt. 21 juni 2018, nummer 29176);
– Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en;
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.
1. De werknemer, die aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal vijf aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent of is ingedeeld in de sector Groothandel in Bloembollen, Glastuinbouw of Dierhouderij als bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland, kan vanaf de leeftijd van 60 jaar tot zijn individuele AOW-leeftijd gedurende maximaal 5 jaar zijn huidige wekelijkse arbeidstijd tot 80% verminderen. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte worden meegerekend.
2. Voor deelname aan de regeling dient een nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling, als in een schriftelijke overeenkomst, op de arbeidsovereenkomst van werknemer te worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij een schriftelijk verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten, In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.
3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer blijft ingedeeld in dezelfde functie die van toepassing zou zijn indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
b. De werknemer vermindert de gemiddelde huidige arbeidstijd tot 80%.
c. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon, dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten beschouwing.
d. Tien procent van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst, wordt geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd. Het uurloon wijzigt niet.
e. De werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon.
f. De werknemer heeft het recht op 80% van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
g. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding op basis van de overeengekomen werkdagen per week.
h. Overige vergoedingen worden gesteld op 80% van de vergoeding waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken zoals omschreven in dit artikel zou zijn gesloten.
i. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst (een) met name genoemde dag of dagen vast waarop de werknemer niet of korter werkt. Van de aldus vastgestelde vrije dag kan, in onderling overleg, worden afgeweken
j. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst, werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
k. De werknemer mag in de periode vanaf zijn 60e jaar tot zijn individuele AOW- leeftijd gedurende maximaal 5 jaar van de regeling gebruik maken.
l. De werknemer bij dezelfde werkgever éénmalig uit en in de regeling stappen. Bij herintreding in de regeling wordt de tijd gedurende welke de werknemer al heeft deelgenomen aan de regeling in mindering gebracht op de maximale termijn van 5 jaar.
m. Als de maximale termijn van 5 jaar wordt bereikt voor de AOW-gerechtigde leeftijd vindt op verzoek van de werknemer overleg met de werkgever plaats voor terugkeer op de 5e dag.
4. Parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA zijn niet uitgesloten van de regeling.
5. Het deel van het bruto weekloon, genoemd in lid 3 onder c, en de bijbehorende vakantietoeslag, worden door het Fonds aan de werkgever vergoed conform het gestelde in artikel 6, evenals de overige werkgeverslasten over dit bedrag.
6. Een vaste overbrugger die deelneemt aan de regeling bouwt overbruggingsdagen op over 80% dienstverband en ontvangt op een overbruggingsdag 80% van 90% van het bruto weekloon dat de desbetreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zou zijn gesloten.
1. Werkgevers kunnen voor één of meer van hun werknemers deelnemen aan de regeling wanneer de betreffende werknemers voldoen aan de in artikel 4 gestelde voorwaarden.
2. De werkgever verstrekt duidelijke informatie aan de werknemer over de voorwaarden van deelname.
3. Aan deze regeling kunnen uitsluitend aanspraken ontleend worden indien de geldende, eerder tussen werknemer en werkgever overeengekomen arbeidsduur, conform de regeling daadwerkelijk wordt verminderd.
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de regeling kan dit vanaf drie kalendermaanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur.
2. Indien een digitale aanmelding niet mogelijk is, kan de aanmelding schriftelijk worden ingediend.
3. Een aanmelding wordt in behandeling genomen wanneer deze volledig is, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 4 lid 3 sub a. t/m sub m. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– en de meest recente loonstrook en eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Wanneer de aanmelding onvolledig is ontvangt de werkgever binnen twee weken bericht van de administrateur om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de regeling wensen in te laten gaan, dan kan de regeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop de volledige aanmelding is ontvangen
6. Uiterlijk tien werkdagen nadat de volledige aanmelding door de administrateur is ontvangen, ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling ingaat.
7. Een aanmelding die plaatsvindt zes kalendermaanden voordat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur. Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt. De verstrekking aan de werkgever als bedoeld in artikel 7 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een verstrekking van het fonds.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld op een vast bedrag per gedeclareerde dag, ongeacht de werkelijke kosten. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast in dezelfde mate als de daadwerkelijke loonkostenstijging volgens de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Open Teelten. Het bedrag wordt berekend door het verschil te nemen tussen 80% werken met 80% loon en 80% werken met 90% loon waarbij uitgegaan wordt van een vaste werknemer in functiegroep F met 8 functiejaren als bedoeld in de cao Open Teelten.
Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde verstrekking naar rato vastgesteld.
3. De in lid 2 genoemde verstrekking wordt na instemming van de sectorcommissie Open Teelten jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De verstrekking vindt tweemaal per jaar in augustus en februari achteraf plaats.
2. De verstrekking wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een verstrekking worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk aan de deelnemer kenbaar gemaakt.
1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een uit en door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de verstrekking worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten; dan wel;
– werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in artikel 4 lid 2 bedoelde nieuwe arbeidsovereenkomst.
Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regelen in mindering op de verstrekking gebracht.
Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. op de datum waarop de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt;
b. bij volledige vroegpensionering of wanneer de werknemer de AOW-leeftijd bereikt;
c. bij overlijden;
d. wanneer de deelnemer te kennen geeft dat hij de deelname wenst te beëindigen;
e. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen;
f. wanneer de deelnemer vijf jaar gebruik heeft gemaakt van de regeling.
1. Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector open teelten dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 6;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de oude werkgever gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling.
2. Deelname aan de regeling in dienst van werkgever in andere agrarische sector
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemende werkgever wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Bloembollengroothandel, Glastuinbouw of Dierhouderij dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de betreffende sector. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de seniorenregeling in de betreffende sector;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform de voorwaarden gesteld bij het Seniorenreglement van de betreffende sector;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Open Teelten gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling zoals die eventueel in de betreffende sector geldt.
De werkgever heeft geen recht op verstrekking van het fonds:
Indien en zolang de werknemer volledig arbeidsongeschikt is.
De werkgever dient desgevraagd aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op verstrekking en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de werkgever.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende verstrekking moet binnen vier weken na dagtekening van het desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar als bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Indien de werkgever het verzoek van de werknemer om gebruik te maken van de seniorenregeling afwijst (zie artikel 4 lid 2), kan de werknemer een bezwaar indienen bij de paritaire commissie Open Teelten. De paritaire commissie Open Teelten neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de sector Groothandel in Bloembollen zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 2 cao Colland.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder;
De regeling Seniorenregeling Groothandel in Bloembollen die zijn grondslag vindt in artikel 2 lid 6 sub b van de statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt door het verkorten van zijn arbeidstijd tot 80%.
1. De werkgever, zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarin de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 2 cao Colland;
Degene die die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is bij een werkgever als bedoeld onder sub b.;
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en:
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
de instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
de door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Bestuur van het fonds.
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 12.02 cao Groothandel in Bloembollen (Stcrt 18 oktober 2018, nummer 52444).
1. Werkgever kan deelnemen aan de seniorenregeling indien de betreffende werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal vijf aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent of is ingedeeld in de sector Glastuinbouw, Open Teelten of Dierhouderij als bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland en:
c. op het moment van aanmelding voor de seniorenregeling tenminste de voor hem geldende individuele AOW-leeftijd minus vijf jaar heeft bereikt.
2. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte worden meegerekend. Voor deelname aan de regeling zal een nieuwe arbeidsovereenkomst worden afgesloten of als aanvulling op de arbeidsovereenkomst van werknemer een schriftelijke overeenkomst worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Als werknemer van de regeling gebruik wil maken, zal hij tenminste drie maanden voordat hij van de regeling gebruik wil maken, een schriftelijk verzoek indienen bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten. In dat geval zal werkgever zijn afwijzing gemotiveerd en schriftelijk aan de werknemer meedelen.
3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. Werkgever verstrekt duidelijke informatie aan werknemer over de voorwaarden van deelname.
b. Werknemer blijft ingedeeld in dezelfde functie die van toepassing zou zijn indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
c. Werknemer vermindert de gemiddelde huidige wekelijkse arbeidstijd tot 80%.
d. Het bruto weekloon werknemer bedraagt totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon, dat werknemer heeft verdiend voordat hij aan de regeling deelnam. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband wat minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten beschouwing.
e. Werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon.
f. Werknemer heeft het recht op 80% van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
g. Werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding op basis van wat daarover in de cao is bepaald.
h. Overige vergoedingen worden gesteld op 80% van de vergoeding waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken zoals omschreven in dit artikel zou zijn gesloten.
i. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst (een) met name genoemde dag of dagen vast waarop werknemer niet of korter werkt. In onderling overleg kan men hiervan afwijken of tussentijds aanpassen.
j. Het is werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst, werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
k. Werknemer mag, in afwijking van artikel 4 lid 3 sub j met instemming bij dringende bedrijfsomstandigheden op verzoek van werkgever, op de door de regeling vrijgekomen tijd, werkzaamheden verrichten voor werkgever.
werknemer behoudt het recht op deze vrijgekomen tijd en zal deze in overleg met werkgever binnen een periode van zes maanden invullen.
l. Werknemer kan bij dezelfde werkgever slechts éénmalig uit en in de regeling stappen.
4. Parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA zijn niet uitgesloten van de regeling.
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de regeling kan dit vanaf drie kalendermaanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur.
2. Indien een digitale aanmelding niet mogelijk is, kan de aanmelding schriftelijk worden ingediend.
3. Een aanmelding wordt in behandeling genomen wanneer deze volledig is, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 4 lid 3 sub a. t/m sub l. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– en eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Wanneer de aanmelding onvolledig is ontvangt de werkgever binnen twee weken na binnenkomst van de aanmelding bericht van de administrateur om de ontbrekende gegevens of documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop Werknemer en werkgever de regeling wensen in te laten gaan, dan kan de regeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop de volledige aanmelding is ontvangen.
6. Uiterlijk tien werkdagen nadat de volledige aanmelding door de administrateur is ontvangen, ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling ingaat.
7. Een aanmelding die plaatsvindt zes kalendermaanden voordat Werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding.
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur. Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt. De vergoeding aan de werkgever als bedoeld in artikel 6 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een vergoeding van het fonds.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld op een vast bedrag per gedeclareerde dag, ongeacht de werkelijke kosten. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast in dezelfde mate als de daadwerkelijke loonkostenstijging volgens de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Groothandel in Bloembollen. Het bedrag wordt berekend door het verschil te nemen tussen 80% werken met 80% loon en 80% werken met 90% loon waarbij uitgegaan wordt van een vaste werknemer in functiegroep H met 9 functiejaren als bedoeld in de cao Groothandel in Bloembollen.
Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde vergoeding naar rato vastgesteld.
3. De in lid 2 genoemde vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie Groothandel in Bloembollen jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De uitbetaling van de vergoeding vindt tweemaal per jaar in juli en januari achteraf plaats.
2. De vergoeding wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert wat op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een vergoeding worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk aan de deelnemer kenbaar gemaakt.
1. Het bestuur is bevoegd nader vast te stellen bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een door het bestuur aangewezen commissie welke paritair is samengesteld conform artikel 4 van de statuten van het fonds;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de vergoeding worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel;
– werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in Artikel 4 lid 2 bedoelde nieuwe arbeidsovereenkomst.
Werknemer mag bij dringende bedrijfsomstandigheden op verzoek van werkgever hiervan afwijken conform Artikel 4 lid 3 sub k.
Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. op de datum waarop de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt.
b. Bij volledige vroegpensioenering of wanneer werknemer de individuele AOW-leeftijd bereikt.
c. bij overlijden van de werknemer;
d. wanneer de betrokken werknemer en deelnemer gezamenlijk overeenkomen om deelname aan de regeling tussentijds te beëindigen;
e. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur van fonds gegeven nadere aanwijzingen.
1. Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Bloembollengroothandel dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 5;
2. Deelname aan de regeling in dienst van werkgever in een andere agrarische sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemende werkgever wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Glastuinbouw, Dierhouderij, Open Teelten of Glastuinbouw dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de betreffende sector. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de seniorenregeling in de betreffende sector;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform de voorwaarden gesteld bij het Seniorenreglement van de betreffende sector;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Bloembollengroothandel gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling zoals die eventueel in de betreffende sector geldt.
Werkgever heeft geen recht op een vergoeding van het fonds; Indien en zolang de werknemer volledig arbeidsongeschikt is.
Werkgever dient desgevraagd of uit eigen beweging aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op vergoeding en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de werkgever.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende vergoeding, moet binnen vier weken na dagtekening van de desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar als bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie Bloembollengroothandel. De sectorcommissie Bloembollengroothandel neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Indien de werkgever wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen niet instemt met het verzoek van werknemer tot deelname aan de regeling (zie Artikel 4 lid 3) en werknemer van oordeel is dat geen sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen, kan werknemer zijn bezwaar tegen het besluit van werkgever schriftelijk en gemotiveerd voorleggen aan de paritaire commissie Bloembollengroothandel.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de sector Dierhouderij zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 8 cao Colland en geldt uitsluitend voor aanmeldingen conform artikel 5 van dit reglement.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
2. In dit reglement wordt verstaan onder:
de mogelijkheid tot minder werken voor werknemers zoals bedoeld in artikel 2 lid 6 sub b Statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt door het verkorten van zijn arbeidstijd tot 80%.
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C. lid 8 cao Colland;
Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever als bedoeld onder sub b.
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en:
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.;
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
de instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
de door het bestuur van het fonds ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 49 cao Productiegerichte Dierhouderij Stcrt. 16 april 2018, nummer 16147.
Bestuur van het fonds.
1. De werknemer die aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal vijf aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent of is ingedeeld in de sector Bloembollengroothandel, Glastuinbouw of Open Teelten als bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland.
kan vanaf de leeftijd van 62 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd zijn huidige gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tot 80% verminderen. De perioden waarover de werkgever het loon tijdens ziekte heeft doorbetaald, worden meegerekend.
2. De werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van WAO of WIA, kan, mits hij voldoet aan de in lid 1 aan deelname gestelde voorwaarden, deelnemen aan de regeling.
3. Voor deelname aan de regeling dient een schriftelijke overeenkomst te worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de datum waarop de werknemer van de regeling gebruik wil maken, dient hij een schriftelijk verzoek in bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten. In dat geval deelt de werkgever zijn gemotiveerde afwijzing schriftelijk aan de werknemer mee.
4. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer vermindert de voor hem geldende gemiddelde huidige arbeidstijd tot 80%.
b. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt in totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon inclusief ploegentoeslag of weektoeslag. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten aanmerking.
c. De werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon;
d. De werknemer heeft het recht op 80% van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten
e. Bij deelname aan de seniorenregeling vervallen de bovenwettelijke vakantie-uren die de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 57 jaar en ouder heeft opgebouwd.
f. Over het loon genoemd onder lid 4b vindt in relatie met lid 4a pensioenopbouw plaats.
g. Werknemer en werkgever leggen in de in lid 3 bedoelde overeenkomst vast wanneer de werknemer niet of korter werkt. De verminderde arbeidstijd wordt opgenomen in een aaneengesloten blok. In overleg tussen de werkgever en werknemer wordt bepaald waar in de werkweek dit blok wordt opgenomen. Van de aldus vastgestelde vrije dag of vrije uren kan in onderling overleg incidenteel worden afgeweken. In twee gevallen is het mogelijk structureel af te wijken van het opnemen van de verminderde arbeidstijd in een aaneengesloten blok:
– Wanneer de werkgever en werknemer hier met wederzijdse instemming van willen afwijken, of;
– Wanneer zwaarwegende bedrijfsbelangen zich hier tegen verzetten.
Is er sprake van zwaarwegende bedrijfsbelangen die zich verzetten tegen het opnemen van de verminderde arbeidstijd in een aaneengesloten blok, dan wordt een verzoek tot afwijking ter beoordeling voorgelegd aan de paritaire commissie Dierhouderij.
h. Het is de werknemer niet toegestaan om op de als gevolg van deelname aan de regeling vrijgekomen werktijd werkzaamheden in de sector dierhouderij te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
i. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding naar rato van de gewerkte dagen/diensten per week overeenkomstig de regeling die zou gelden indien de in lid 3 bedoelde overeenkomst niet zou zijn gesloten.
j. Overige vergoedingen worden gesteld op 80% van de vergoeding die zou gelden indien de in lid 3 bedoelde overeenkomst niet zou zijn gesloten.
k. De werknemer kan tijdens dienstverband bij dezelfde werkgever éénmalig uit en in de regeling stappen.
5. De werkgever ontvangt van het fonds een compensatie voor de gederfde arbeidsprestatie van de werknemer die deelneemt aan de minder werken-regeling. De actuele hoogte van de compensatie is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. Werkgevers kunnen voor één of meer van hun werknemers deelnemen aan de regeling wanneer de betreffende werknemers voldoen aan de in artikel 3 gestelde voorwaarden.
2. De werkgever verstrekt duidelijke informatie aan de werknemer over de voorwaarden van deelname.
3. Aan deze regeling kunnen uitsluitend aanspraken ontleend worden indien de geldende, eerder tussen werknemer en werkgever overeengekomen arbeidsduur, conform de regeling daadwerkelijk wordt verminderd.
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de regeling kan dit vanaf drie kalendermaanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur.
2. Indien een digitale aanmelding niet mogelijk is, kan de aanmelding schriftelijk worden ingediend.
3. Een aanmelding wordt in behandeling genomen wanneer deze volledig is, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3 lid 3, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 3 lid 4 sub a. t/m sub k. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– en de meest recente loonstrook en eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Wanneer de aanmelding onvolledig is ontvangt de werkgever binnen twee weken bericht van de administrateur om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop werknemer en werkgever de regeling wensen in te laten gaan, dan kan de regeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop de volledige aanmelding is ontvangen.
6. Uiterlijk tien werkdagen nadat de volledige aanmelding door de administrateur is ontvangen, ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling ingaat.
7. Een aanmelding die plaatsvindt zes kalendermaanden voordat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur. Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt. De verstrekking aan de werkgever als bedoeld in artikel 6 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een verstrekking van het fonds.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld op een vast bedrag per gedeclareerde dag, ongeacht de werkelijke kosten. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast in dezelfde mate als de daadwerkelijke loonkostenstijging volgens de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Dierhouderij. Het bedrag wordt berekend door het verschil te nemen tussen 80% werken met 80% loon en 80% werken met 90% loon waarbij uitgegaan wordt van een vaste werknemer in functiegroep F met 6 functiejaren als bedoeld in de cao Productiegerichte Dierhouderij.
Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde verstrekking naar rato vastgesteld.
3. De in lid 2 genoemde verstrekking wordt na instemming van de sectorcommissie Dierhouderij jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De verstrekking vindt tweemaal per jaar in augustus en februari achteraf plaats.
2. De verstrekking wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert hetgeen op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een verstrekking worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk aan de deelnemer kenbaar gemaakt.
1. Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een uit en door het bestuur aangewezen commissie welke moet zijn samengesteld naar het aan artikel 4 van de statuten ten grondslag liggende beginsel van pariteit;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door de werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de verstrekking worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het de werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel;
– werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in artikel 3 lid 3 bedoelde nieuwe arbeidsovereenkomst.
Voor het in uitzonderlijke omstandigheden vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid, zoals bovenbedoeld, dient vooraf toestemming aan het bestuur te worden gevraagd. De met het vergroten van de omvang van de arbeid ofwel het gaan verrichten van andere arbeid verkregen inkomsten worden alsdan volgens door het bestuur te stellen regels in mindering op de verstrekking gebracht.
1. Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. bij volledige vroegpensionering of wanneer de werknemer de AOW-leeftijd bereikt;
b. op de datum waarop de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt;
c. door overlijden van de werknemer;
d. wanneer de betrokken werknemer en deelnemer gezamenlijk overeenkomen om deelname aan de regeling tussentijds te beëindigen;
e. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur gegeven nadere aanwijzingen;
2. Ingeval een deelname is beëindigd kan nadien eenmalig aan de regeling worden deelgenomen mits aan de voorwaarden genoemd in artikel 3 voldaan wordt.
1. Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector dierhouderij dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 3:
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 5;
2. Deelname aan de regeling van werkgever in een andere agrarische sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemende werkgever wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Bloembollengroothandel, Open Teelten of Glastuinbouw dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de betreffende sector. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de seniorenregeling in de betreffende sector;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform de voorwaarden gesteld bij het Seniorenreglement van de betreffende sector;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Dierhouderij gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling zoals die eventueel in de betreffende sector geldt.
De werkgever heeft geen recht op verstrekking van het fonds in geval van volledige arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
De werkgever dient desgevraagd aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op verstrekking en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de werkgever.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, de hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende verstrekking, moet binnen vier weken na dagtekening van de desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Indien de werkgever wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen niet instemt met het verzoek van werknemer tot deelname aan de regeling (zie artikel 3 lid 3) en werknemer van oordeel is dat geen sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen, kan werknemer zijn bezwaar tegen het besluit van werkgever schriftelijk en gemotiveerd voorleggen aan de paritaire commissie Dierhouderij.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van een bezwaar als bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie Dierhouderij. De sectorcommissie Dierhouderij neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Dit reglement is van toepassing op de sectoren Open Teelten, Dierhouderij en Paddenstoelenteelt zoals bedoeld in artikel 1, sub C. van cao Colland.
1. cao Colland:
Collectieve arbeidsovereenkomst voor de agrarische en aanverwante sectoren inzake sociaal fonds Colland Arbeidsmarkt;
2. school:
Een rechtspersoon waarvan de activiteiten hoofdzakelijk gericht zijn op het geven van onderwijs of een natuurlijke of rechtspersoon die door de sectorcommissie als school is aangemerkt;
3. cursus
De lesperiode waarin ten behoeve van scholing als bedoeld in artikel 3 een (leer)onderwerp wordt behandeld en wordt verzorgd of opgeleid wordt tot een beroep door of onder auspiciën van een school;
4. beschikking:
Een besluit op een subsidieaanvraag;
5. scholingsvoucher:
Individueel subsidiebudget voor de werknemer ten behoeve van scholing als bedoeld in artikel 3;
6. werkgever:
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de Stichting Colland Arbeidsmarkt op basis van cao Colland;
7. werknemer:
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder lid 6 krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
8. subsidie:
Bijdrage in de scholingskosten als bedoeld in lid 9;
9. scholingskosten:
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (excl. overnachting);
10. sectorcommissie:
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten voor de sector Open Teelten, de sector Dierhouderij respectievelijk Paddenstoelenteelt;
11. CAS:
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de Stichting Colland Arbeidsmarkt voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
12. subsidieplafond:
Het door de sectorcommissie op grond van artikel 4 lid 1 en lid 2 vastgestelde bedrag en aantal dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van de regeling;
13. bestuur;
Het bestuur van de stichting Colland Arbeidsmarkt;
14. betaalbewijs:
Bewijs dat de gedeclareerde scholingskosten door of namens de werknemer betaald zijn;
15. regeling:
Regeling scholingsvouchers Open Teelten, Dierhouderij en Paddenstoelenteelt;
16. Administrateur: de administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit reglement;
17. stichting:
De Stichting Colland Arbeidsmarkt.
Scholing in de zin van de regeling:
a. dient gericht te zijn op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van de werknemer;
b. dient gericht te zijn op het aanleren van nieuwe vaardigheden en taken;
c. dient arbeidsgericht te zijn;
d. dient gericht te zijn op nieuwe taken, een nieuwe functie of nieuw beroep;
e. dient afgesloten te worden met een certificaat, getuigschrift of diploma;
f. is niet gericht op het verkrijgen van een wettelijke of anderszins verplicht bewijs dat de werknemer beschikt over de kennis en vaardigheden vereist voor de vervulling van de huidige of toekomstige taken, functie of beroep;
g. wordt niet door andere fondsen of regelingen gesubsidieerd;
h. wordt niet op verzoek van de werkgever gevolgd;
1. De scholingsvoucher vertegenwoordigt een waarde van maximaal € 1.500 per werknemer voor de sectoren Open Teelten en Paddenstoelenteelt en een waarde van maximaal € 2.000 per werknemer voor de sector Dierhouderij.
2. De sectorcommissie bepaalt het aantal scholingsvouchers dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor de regeling.
3. Aan de werknemer wordt gedurende de looptijd van de regeling maximaal één scholingsvoucher toegekend.
4. De scholingsvoucher kan door de werknemer aangewend worden voor meerdere cursussen.
5. Toegekende subsidie wordt in mindering gebracht op het in lid 1 genoemde bedrag van de aan de werknemer toegekende scholingsvoucher. Een eventueel resterend bedrag van de scholingsvoucher blijft voor de werknemer beschikbaar zolang en voor zover de regeling niet is beëindigd.
De werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie indien aan de volgende voorwaarden is
voldaan:
a. de subsidie aanvraag betreft scholing als bedoeld in artikel 3;
b. de werkgever de werknemer heeft aangemeld bij de Stichting Colland Arbeidsmarkt;
c. aan de werknemer het voor hem beschikbare bedrag als bedoeld in artikel 4 lid 1 nog niet volledig is toegekend;
d. het subsidieplafond nog niet is bereikt;
e. In het geval van beëindiging van de regeling kan de betreffende werknemer geen aanspraak doen gelden op een eventueel resterende subsidie;
f. in afwijking van het gestelde in artikel 2 lid 7 kan een werkloze werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding indien hij maximaal 6 maanden werkloos is op het moment van indiening van de aanvraag en de voormalig werkgever de premie conform artikel 2 lid 6 voor hem heeft afgedragen.
1. De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de werknemer.
2. Een subsidie aanvraag kan worden ingediend zolang het subsidieplafond nog niet is overschreden.
3. De werknemer die wil deelnemen aan de regeling kan dit via CAS melden bij de administrateur van het fonds. Subsidie dient te worden aangevraagd middels het door het bestuur goedgekeurde aanvraagformulier.
4. Het aanvraagformulier dient uiterlijk twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen te zijn door CAS. Bepalend hierbij is de datum van binnenkomst van het aanvraagformulier bij CAS. Als bijlage bij de aanvraag verstrekt de werknemer de beschrijving van de cursus.
5. Als basis voor het vaststellen van de hoogte van de subsidie en de uitbetaling van de subsidie gelden de gegevens op de factuur van de school. De subsidie wordt berekend over het factuurbedrag inclusief de eventuele BTW.
6. De werknemer verklaart door ondertekening van het aanvraagformulier dat:
a. hij het aanvraagformulier naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
7. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed afgewezen.
8. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, ontvangt de begunstigde binnen één maand na binnenkomst van de aanvraag bericht waarin wordt verzocht de ontbrekende gegevens alsnog aan de administratie te versturen.
9. Onvolledige aanvragen, waarvan niet binnen twee maanden na einddatum van de cursus de ontbrekende gegevens ontvangen zijn, worden per beschikking afgewezen.
10. Aanvragen kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur of sectorcommissie toelaten.
1. De administratie beslist over de toekenning van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 6 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag, wordt de werknemer per beschikking geïnformeerd over de hoogte van de toegekende subsidie.
3. De toegekende subsidie wordt conform de beschikking als bedoeld in lid 2 aan de werknemer uitbetaald.
4. De vergoeding wordt uitbetaald na ontvangst van de factuur van de school en het betaalbewijs van de werknemer.
1. Een beschikking kan bij nieuwe beschikking worden ingetrokken of herzien indien de door de werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn
2. Op basis van de in lid 1 bedoelde nieuwe beschikking kan verstrekte subsidie worden teruggevorderd.
1. Als de werknemer het niet eens is met de beschikking kan hij schriftelijk bezwaar maken.
2. Een bezwaarschrift kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 6 lid 8;
b. toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 7;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 8.
3. Het bezwaarschrift dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt te worden ingediend bij de administrateur ter attentie van de sectorcommissie.
4. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit.
5. Tegen een besluit van de sectorcommissie als bedoeld in lid 4 staat geen verder beroep open.
Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een rechtspersoon waarvan de activiteiten hoofdzakelijk gericht zijn op het geven van onderwijs;
De brancheopleiding erkend door branchevereniging VHG, die gegeven wordt door een school voor werknemers in de sector Hoveniers.
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Degene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van een werkgever zoals genoemd in lid e;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling.
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming in de cursuskosten die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt.
1. De VHG Brancheopleiding bestaat uit drie jaarlijkse trajecten. Het bestuur definieert op basis van de inhoud de betreffende jaarlijkse opleidingen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze worden vervolgens gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. De VHG Brancheopleidingen worden gegeven door jaarlijks door de Stichting Onderwijs Groenvoorzieningen (SOG) vastgestelde scholen. Deze scholen worden vervolgens gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. Bij de beoordeling of de VHG Brancheopleiding in aanmerking komt voor subsidie hanteert het bestuur het uitgangspunt dat de opleiding dient afgesloten te worden met een diploma.
4. De jaarlijkse opleiding mag niet langer duren dan twaalf maanden.
1. De werkgever of werknemer kan onder navolgende voorwaarden in aanmerking komen voor subsidie:
– In de opleidingsperiode moet de werknemer tenminste 9 maanden aaneengesloten in dienst zijn geweest bij een hoveniersbedrijf. In dat geval wordt de volledige vergoeding uitbetaald.
– Indien de werknemer in de opleidingsperiode 6 tot 9 maanden aaneengesloten in dienst is geweest bij een hoveniersbedrijf, dan wordt 75% van de subsidie uitbetaald.
– Bij een dienstverband minder dan 6 maanden wordt er geen subsidie uitbetaald.
Voor alle hiervoor genoemde voorwaarden geldt dit voor zowel de opleidingskosten als de diplomabonus.
2. Per werknemer is er maximaal drie maal een vergoeding mogelijk voor cursuskosten en diplomabonus.
3. De subsidie bestaat uit een vergoeding voor de cursuskosten aan degene die de opleiding betaald heeft. Tevens bestaat de subsidie uit een diplomabonus gekoppeld aan de aanvraag voor een vergoeding voor de cursuskosten. De diplomabonus wordt uitsluitend vergoed aan de werknemer, onafhankelijk of de opleiding betaald is door de werkgever of werknemer.
4. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie de hoogte van de subsidie vast voor wel de cursuskosten als de diplomabonus.
5. Het bestuur kan de vergoeding jaarlijks op advies van de sectorcommissie per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
6. De hoogte van de subsidies zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
7. Indien de werknemer de VHG Brancheopleiding volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemer door te betalen.
8. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt,;
b. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in deze regeling;
c. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gegeven wordt door een school:
i. die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever;
ii. die geen voor eenieder toegankelijke inschrijving voor haar cursusaanbod kent;
iii. die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie;
d. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
9. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school en het diploma van het betreffende schooljaar van de werknemer. Indien de werknemer de opleiding wel afrond maar voor het examen is gezakt, kan er wel een vergoeding voor de cursuskosten worden verstrekt.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de laatste cursusdag;
b. als deze is ingediend vijf maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
c. als deze betrekking heeft op een cursist die op de eerste cursusdag geen werknemer was in de zin van dit reglement.
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Declaraties kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet binnen vijf maanden na de laatste cursusdag ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 9 lid 1.
3. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 2 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. Hierbij is de op de eerste cursusdag geldende subsidie bepalend.
4. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW, als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW, als de declaratie is ingediend door een werknemer.
5. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2.
1. De factuur zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten.
Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata of het betreffende cursusjaar met start- en einddatum:
c. de namen van de cursist(en);
2. Het diploma van de betreffende cursus wordt geüpload bij de aanvraag. Op het diploma moet vermeld zijn:
a. De naam van de cursus;
b. De naam van de opleiding en school;
c. Handtekening opleider en cursist.
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. cursussen verzorgd door scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 5 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 6 lid 2b.
Dit reglement is van toepassing op de sector Glastuinbouw, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 6 van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een kortdurende lesperiode in groepsverband gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden van de werknemer noodzakelijk bij zijn huidige werkgever en verzorgd door een school. Ondanks het ontbreken van een groepsverband kan E-learning en een individuele taaltraining onder deze definitie vallen;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van werkgever;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling.
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming in de cursuskosten die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt.
1. Het bestuur definieert op basis van de inhoud zogenoemde cursusgroepen. Een cursusgroep bestaat uit een aantal subsidiabele cursussen.
2. Bij de beoordeling of een cursus in aanmerking komt voor subsidie en opgenomen wordt in een cursusgroep hanteert het bestuur de volgende uitgangspunten:
a. een cursus dient gericht te zijn op het behouden dan wel vergroten van de kennis en vaardigheden van werknemers die nodig zijn om in de hun huidige arbeidsorganisatie op veranderingen te kunnen reageren en anticiperen, en;
b. een cursus dient bij voorkeur afgesloten te worden met een certificaat, getuigschrift of diploma dat ondertekend is door de opleider en de cursist. Is dit niet het geval dan dient een ondertekende presentielijst ter controle beschikbaar te zijn, en;
c. een cursus mag niet langer duren dan twaalf maanden.
3. Indien en voor zover in het kader van dit reglement sprake is van een, voor een specifieke cursus of cursusgroep, hogere maximale subsidie per werknemer per kalenderjaar, een afwijkend vergoedingspercentage voor een cursus en/of aanvullende vergoedingen of voorwaarden, wordt dit gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever of werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie.
2. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie per cursusgroep het vergoedingspercentage voor de subsidie vast.
3. Het bestuur kan de vergoedingspercentages per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
4. De cursusgroepen en de vergoedingspercentages zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Indien de werknemer een subsidiabele cursus volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemer door te betalen.
6. Een bedrijfstraining komt in aanmerking voor declaratie van cursuskosten, mits de training valt onder de definitie een cursusgroep en wordt verzorgd door een school in de zin van artikel 2 sub a.
7. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt,;
b. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in een cursusgroep;
c. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gegeven wordt door een school:
i. die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever;
ii. die geen voor eenieder toegankelijke inschrijving voor haar cursusaanbod kent;
iii. die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie;
iv. die tevens leverancier c.q. verhuurder is van de machines, apparatuur en/of software waarbij het gebruik hiervan onderwerp is van de betreffende cursusinhoud;
d. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
8. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de eerste cursusdag;
b. als deze is ingediend twee maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
c. als deze betrekking heeft op een cursist die op de eerste cursusdag geen werknemer was in de zin van dit reglement.
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Declaraties kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten.
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. Een declaratie betreffende een cursus die uit meerdere modulen bestaat, wordt per module beoordeeld
3. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet binnen twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 9 lid 1.
4. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 3 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. Hierbij is de op de eerste cursusdag geldende subsidie bepalend.
5. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werknemer.
6. Per werknemer geldt een maximale subsidie per kalenderjaar. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie dit maximum per sector vast. De actuele gegevens betreffende de maximale subsidie zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
7. Om te bepalen of de maximale subsidie is bereikt, geldt de datum van goedkeuring van de declaratie als peildatum.
8. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2.
1. De factuur zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten.
Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata:
c. de namen van de cursist(en);
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
1. Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. cursussen verzorgd door scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 5 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 6 lid 3b.
Dit reglement is van toepassing op de sector Glastuinbouw, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 6 van cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Collectieve arbeidsovereenkomst voor de agrarische en aanverwante sectoren inzake sociaal fonds Colland Arbeidsmarkt;
Een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) geaccrediteerde hbo- of universitaire deeltijdopleiding. De door de NVAO geaccrediteerde deeltijd hbo- en universitaire opleidingen zijn opgenomen in de NVAO-database van NVAO (zie: https://www.nvao.net/nl/besluiten/opleidingen);
Het jaar dat start op 1 september en loopt tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
bestuur van de stichting;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. op basis van een arbeidsovereenkomst conform artikel 7:610 BW in dienst is;
Het voor deelname aan een hbo- of universitaire deeltijdopleiding verschuldigde bedrag;
tegemoetkoming in de kosten van collegegeld als bedoeld onder h. die overeenkomstig dit reglement door of namens het bestuur wordt verstrekt;
Het conform artikel 3 lid 1 vastgestelde totaalbedrag dat gedurende een bepaald kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van de sector Glastuinbouw;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze regeling;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
schriftelijke bevestiging van inschrijving betreffende de hbo- of universitaire deeltijdopleiding;
de werkgever waarvan de werknemer een hbo- of universitaire deeltijdopleiding volgt of de werknemer die een hbo- of universitaire deeltijdopleiding volgt.
1. Het bestuur stelt conform advies van de sectorcommissie jaarlijks vast:
a. het subsidieplafond
b. het maximum bedrag dat voor een individuele werknemer per kalenderjaar beschikbaar is. Het actuele maximum bedrag is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
2. Niet voor subsidie in aanmerking komen cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt.
3. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie wordt berekend op basis van de cursuskosten minus de ontvangen subsidie van de andere subsidieregeling met inachtneming van het bepaalde in lid 1 sub b. en lid 2.
4. De subsidie wordt toegekend aan de indiener.
1. De indiener kan uitsluitend in aanmerking komen voor de subsidie indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. De subsidieaanvraag betreft een hbo- of universitaire deeltijdopleiding die gevolgd wordt door een werknemer;
b. De opleiding is aantoonbaar sectorrelevant: dat houdt in dat opgedane kennis en vaardigheden in de sector worden ingezet. Dit wordt, namens het bestuur, door de sectorcommissie glastuinbouw beoordeeld;
c. De indiener heeft de werknemer aangemeld bij de stichting;
d. Het subsidieplafond is nog niet bereikt. Peildatum om te bepalen of het subsidieplafond is bereikt, is de datum van goedkeuring van de aanvraag door de administrateur.
e. De subsidieaanvraag is uiterlijk op 31 december na afloop van het betreffende collegejaar compleet, juist en conform lid 2, lid 3 en lid 4 ingediend. Bepalend is de datum waarop de administrateur de aanvraag ontvangt.
f. De indiener verleent zijn medewerking aan een steekproef en eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 7.
2. De indiener dient de subsidieaanvraag per collegejaar in via CAS. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
3. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een bewijs van inschrijving en opgave van het betaalde collegegeld.
4. De indiener verklaart door indiening van de aanvraag dat:
a. hij de aanvraag naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Bij voortijdige beëindiging van de studie wordt reeds toegekende subsidie niet teruggevorderd.
1. De administrateur beoordeelt de subsidieaanvraag op grond van het op de datum van indiening van de subsidieaanvraag geldende reglement.
2. De subsidieaanvraag wordt afgewezen als:
a. deze niet voldoet aan de in artikel 4 lid 1 genoemde voorwaarden
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet uiterlijk binnen 2 maanden na een verzoek daartoe door de administrateur ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere aanvraag ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de aanvraag geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 7.
De administrateur informeert de indiener bij beschikking gemotiveerd over de afwijzing van de subsidieaanvraag.
3. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 2 bedoelde omstandigheden, wordt de aanvraag goedgekeurd en wordt, met inachtneming van artikel 3 lid 1 en lid 2, het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. De administrateur informeert de indiener per beschikking over toekenning van de subsidieaanvraag en de hoogte van het toegekende subsidiebedrag.
De subsidie wordt conform de beschikking uitbetaald aan de indiener.
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden staan vermeld op de website www.collandarbeidsmarkt.nl. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administrateur niet volledig doet, wordt de aanvraag afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe subsidieaanvragen van de betreffende indiener aangehouden.
1. Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. bij nieuwe beschikking de eerdere beschikking betreffende goedkeuring van de aanvraag en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien en gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de betreffende indiener in rekening te brengen.
b. de betreffende indiener voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie.
2. Op basis van de in lid 1 sub a. bedoelde nieuwe beschikking kan het bestuur verstrekte subsidie terugvorderen en gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, op de betreffende indiener verhalen.
1. Als de indiener het niet eens is met de beschikking kan hij schriftelijk bezwaar maken.
2. Een bezwaarschrift kan worden ingediend tegen een beschikking:
a. tot afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5 lid 2 met uitzondering van een afwijzende beschikking op grond van artikel 5 lid 2 sub b.;
b. tot toekenning van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5 lid 3;
c. tot intrekking of herziening van een eerdere beschikking als bedoeld in artikel 8 lid 1 sub a.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar aan de sectorcommissie.
4. Het bezwaarschrift dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt te worden ingediend bij de administrateur ter attentie van de sectorcommissie Glastuinbouw.
5. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit.
6. Tegen een besluit van de sectorcommissie als bedoeld in lid 5 staat geen beroep binnen de stichting open.
Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniers., zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 5 van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een onderneming of instelling, niet zijnde een of meerdere zelfstandige(n) zonder personeel, waarvan de activiteiten gericht zijn op het in enige vorm geven van onderwijs. Dit onder verwijzing naar het gestelde in artikel 4 lid 7 en lid 9;
Een kortdurende lesperiode in groepsverband gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden van de werknemer noodzakelijk bij zijn huidige werkgever en verzorgd door een school. Ondanks het ontbreken van een groepsverband kan een online training onder deze definitie vallen, mits sprake is van een lesduur van minimaal 2 uur;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die een onderneming drijft in de sector Hoveniers en premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van werkgever;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling.
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming in de cursuskosten die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt.
De sector zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 5 cao Colland.
1. Het bestuur definieert op basis van de inhoud zogenoemde cursusgroepen. Een cursusgroep bestaat uit een aantal subsidiabele cursussen.
2. Bij de beoordeling of een cursus in aanmerking komt voor subsidie en opgenomen wordt in een cursusgroep hanteert het bestuur de volgende uitgangspunten:
a. een cursus dient gericht te zijn op het behouden dan wel vergroten van de kennis en vaardigheden van werknemers die nodig zijn om in de hun huidige arbeidsorganisatie op veranderingen te kunnen reageren en anticiperen, en;
b. een cursus dient bij voorkeur afgesloten te worden met een certificaat, getuigschrift of diploma dat ondertekend is door de opleider en de cursist. Is dit niet het geval dan dient een ondertekende presentielijst ter controle beschikbaar te zijn, en;
c. een cursus mag niet langer duren dan twaalf maanden.
3. Indien en voor zover in het kader van dit reglement sprake is van een, voor een specifieke cursus of cursusgroep, hogere maximale subsidie per werknemer per kalenderjaar, een afwijkend vergoedingspercentage voor een cursus en/of aanvullende vergoedingen of voorwaarden, wordt dit gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever of werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie.
2. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie per cursusgroep het vergoedingspercentage voor de subsidie vast.
3. Het bestuur kan de vergoedingspercentages per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
4. De cursusgroepen en de vergoedingspercentages zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Indien de werknemer een subsidiabele cursus volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemer door te betalen.
6. Een bedrijfstraining komt in aanmerking voor declaratie van cursuskosten, mits de training valt onder de definitie een cursusgroep en wordt verzorgd door een school in de zin van artikel 2 sub a.
7. Cursuskosten die niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt,;
b. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in een cursusgroep;
c. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
8. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
9. Organisaties die niet als school worden aangemerkt
Niet in aanmerking voor subsidie komen cursuskosten die betrekking hebben op:
a. een organisatie of persoon die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever in de sector Hoveniers en/of;
b. een of meerdere zelfstandige(n) zonder personeel is en/of;
c. een organisatie die geen voor een ieder toegankelijke inschrijving van het cursusaanbod kent en/of;
d. een organisatie die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie en/of;
e. een organisatie die tevens leverancier c.q. verhuurder is van de machines, apparatuur en/of software waarbij het gebruik hiervan onderwerp is van de betreffende cursusinhoud.
10. Aanmerken als school door de sectorcommissie
a. In afwijking van het gestelde in dit reglement en op voorspraak van een sectorcommissie kan het bestuur een rechtspersoon, natuurlijk persoon of zelfstandige zonder personeel aanmerken als school in combinatie met een specifieke cursus die van groot belang is voor de bedrijfsvoering in de betreffende sector en die niet in vergelijkbare kwaliteit en/of tegen vergelijkbare kosten beschikbaar is bij een school als bedoeld in artikel 2 sub a.
b. De aanmerking als school conform sub a beperkt zich nadrukkelijk tot de betreffende sector en de betreffende cursus.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de eerste cursusdag;
b. als deze is ingediend twee maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
c. als deze betrekking heeft op een cursist die op de eerste cursusdag geen werknemer was in de zin van dit reglement.
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Declaraties kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten.
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. Een declaratie betreffende een cursus die uit meerdere modulen bestaat, wordt per module beoordeeld
3. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet binnen twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 9 lid 1.
4. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 3 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. Hierbij is de op de eerste cursusdag geldende subsidie bepalend.
5. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werknemer.
6. Per werknemer geldt een maximale subsidie per kalenderjaar. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie dit maximum per sector vast. De actuele gegevens betreffende de maximale subsidie zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
7. Om te bepalen of de maximale subsidie is bereikt, geldt de datum van goedkeuring van de declaratie als peildatum.
8. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2.
De factuur zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten.
Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata;
c. de namen van de cursist(en).
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. cursussen verzorgd door scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van het besluit door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 5 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 6 lid 3b.
Dit reglement is van toepassing op de sector Dierhouderij zoals bedoeld in artikel 1, sub C, lid 8 cao Colland.
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 8 cao Colland;
opleiding in het kader van de beroeps opleidende leerweg.
opleiding in het kader van Praktijkonderwijs conform artikel 10.f van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (Wet van 14 februari 1963);
onderwijsinstelling waar de stagiair in het kader van een BOL-opleiding of in het kader van Praktijkleren als student is ingeschreven;
het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
een besluit op een subsidieaanvraag;
1. de werkgever in de sector Dierhouderij als bedoeld onder a. of;
2. de rechtspersoon of natuurlijke persoon die geen werknemers in dienst heeft en een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals bedoeld in artikel 1 sub C lid 8 cao Colland en die de stagiair in het kader van zijn/haar BOL-opleiding of Praktijkonderwijs een stage biedt;
diegene, die stage loopt bij een stagebieder krachtens een stageovereenkomst in het kader van een BOL-opleiding;
diegene, die stage loopt bij een stagebieder krachtens een stageovereenkomst in het kader van Praktijkleren;
de in verband met de opleiding T-rijbewijs betaalde kosten voor theorielessen, praktijklessen, leermiddelen, Eigen Verklaring en examengeld ter hoogte van het maximaal vastgestelde bedrag per subsidieaanvraag;
degene die de opleidingskosten heeft gemaakt, te weten de stagiair of een ouder/verzorger van de stagiair;
de subsidieregeling is opengesteld met ingang van 1 januari 2021 tot het moment waarop het subsidieplafond is bereikt.
de door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten voor de sector Dierhouderij;
dit is het loket voor het aanvragen van declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl;
het bestuur van de stichting Colland Arbeidsmarkt;
het maximaal budget voor de regeling zoals bepaald door de sectorcommissie;
tegemoetkoming in de opleidingskosten overeenkomstig dit reglement;
een door het CBR erkend opleidingsinstituut dat beschikt over een voertuig dat is geschouwd en goedgekeurd als examenvoertuig voor het T-rijbewijs;
de administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit reglement.
de statuten van Stichting Colland Arbeidsmarkt.
1. De subsidie bedraagt nooit meer dan de feitelijke opleidingskosten en maximaal het bedrag dat na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur wordt vastgesteld. Dit bedrag wordt gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. De aanvrager kan in aanmerking komen voor subsidie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het T-rijbewijs is noodzakelijk voor de betreffende opleiding en/of bij de uitvoering van de stage door de stagiair bij de stagebieder. Hiervoor moet bij de aanvraag de naam van de opleiding met crebonummer worden aangegeven;
b. de opleiding T-rijbewijs is gevolgd bij een opleider;
c. de opleiding T-rijbewijs is afgesloten met het behalen van het T-rijbewijs;
d. er is nog niet eerder subsidie op grond van deze of een andere regeling toegekend.
e. het T-rijbewijs is behaald in het schooljaar waarin stage wordt gelopen of het daaraan voorafgaande schooljaar;
f. bepalend is de afgiftedatum van het behaalde T-rijbewijs;
3. Gedurende de looptijd van de regeling heeft de sectorcommissie een subsidieplafond bepaald. De sectorcommissie kan de regeling voor het einde van de looptijd sluiten als sprake is van overschrijding van dit subsidieplafond. Indien de regeling wordt gesloten, wordt dit kenbaar gemaakt op de website www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De subsidie voor de gemaakte opleidingskosten kan alleen worden aangevraagd door een aanvrager als bedoeld in artikel 2 sub l.
2. Subsidie wordt door de aanvrager via het digitale loket aangevraagd onder toevoeging van de volgende documenten:
a. een geldige stageovereenkomst, ondertekend door de school, de stagiair (bij minderjarig tevens door ouders/verzorgers) en de stagebieder en:
b. een kopie van het behaalde rijbewijs en:
c. één of meerdere facturen die betrekking hebben op cursusgeld, leermiddelengeld, kosten Eigen Verklaring en examengeld T-rijbewijs.
3. De subsidie-aanvraag dient uiterlijk binnen twee maanden na het einde van het schooljaar te zijn ingediend. Bepalend hierbij is de datum waarop de administrateur de aanvraag ontvangt.
4. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen als deze te laat is ingediend.
5. Door het indienen van de aanvraag, verklaart de aanvrager dat de aanvraag naar waarheid is ingevuld en gaat deze akkoord met het controleren van de gegevens door de administrateur en met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, wordt de aanvrager binnen één maand na ontvangst van de subsidie-aanvraag verzocht de aanvraag te completeren en aan de administrateur toe te zenden. De administrateur beoordeelt de subsidie-aanvraag.
7. Een aanvraag die niet binnen één maand na de kennisgeving van onvolledigheid is gecompleteerd en/of die niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 wordt bij beschikking afgewezen.
8. Een aanvraag kan worden ingediend, zolang het subsidieplafond nog niet is overschreden.
Bij toekenning van de aanvraag wordt de aanvrager bij beschikking geïnformeerd over de hoogte van de toegekende subsidie.
De toegekende subsidie wordt conform de beschikking als bedoeld in artikel 5 uitbetaald aan de aanvrager.
Een beschikking kan bij nieuwe beschikking worden ingetrokken of herzien indien de door de aanvrager, stagebieder, stagiair of school verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
1. Als de aanvrager het niet eens is met de beschikking kan hij schriftelijk in beroep gaan.
2. Een beroepschrift kan worden ingediend tegen een beschikking inhoudende de:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 4 lid 7;
b. toekenning van subsidie als bedoeld in artikel 5;
c. intrekking of herziening van beschikking als bedoeld in artikel 7.
3. Het beroepschrift dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking waartegen het beroep zich richt te worden ingediend bij de administrateur t.a.v. de betreffende sectorcommissie;
4. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift een besluit op het beroep;
5. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is geen verder beroep meer mogelijk;
6. Geen beroep is mogelijk indien een aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 4 lid 4.
Dit reglement is van toepassing op de sectoren Open Teelten en Paddenstoelenteelt, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 7 en lid 9 van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een onderneming of instelling waarvan de activiteiten gericht zijn op het in enige vorm geven van onderwijs. Dit onder verwijzing naar het gestelde in artikel 4 lid 7, lid 8 en lid 9;
Een lesperiode van minimaal een dagdeel (4 uur) in groepsverband gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden van de werknemer noodzakelijk bij zijn huidige werkgever en verzorgd door een school. Ondanks het ontbreken van een groepsverband kan een taalcursus of een online cursus onder deze definitie vallen, mits voor een online cursus sprake is van een lesduur van minimaal 2 uur en aantoonbare tijdsregistratie;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die een onderneming drijft in de sector Open Teelten of Paddenstoelenteelt en premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van werkgever;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling;
Een cursus die wordt gegeven door een school en die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming in de cursuskosten die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt;
1. De sector Open Teelten zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 7 cao Colland;
2. De sector Paddenstoelenteelt zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 9 cao Colland.
Een voor ieder toegankelijk cursusaanbod dat wordt gepubliceerd op de website van de school door middel van onder andere openbare informatie zoals beschrijving van de inhoud, docenten, locatie, programma en prijs. Hierbij is het van belang dat:
– Eenieder zich direct in kan schrijven voor een cursus, of;
– Er minimaal een openbaar, algemeen, inschrijfformulier beschikbaar is op de website van de opleider.
Het door of namens het bestuur vastgestelde totaalbedrag per sector dat gedurende een bepaald kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling.
1. Het bestuur definieert op basis van de inhoud zogenoemde cursusgroepen. Een cursusgroep bestaat uit een aantal subsidiabele cursussen.
2. Bij de beoordeling of een cursus in aanmerking komt voor subsidie en opgenomen wordt in een cursusgroep, hanteert het bestuur de volgende uitgangspunten:
a. een cursus dient gericht te zijn op het behouden dan wel vergroten van de kennis en vaardigheden van werknemers die nodig zijn om in de huidige arbeidsorganisatie op veranderingen te kunnen reageren en anticiperen, en;
b. een cursus dient bij voorkeur afgesloten te worden met een certificaat, getuigschrift of diploma dat ondertekend is door de school en de cursist. Is dit niet het geval dan dient een ondertekende presentielijst ter controle beschikbaar te zijn. Voor een online cursus dient een tijdsregistratie beschikbaar te zijn, en;
c. een cursus mag niet langer duren dan twaalf maanden.
3. Indien en voor zover in het kader van dit reglement sprake is van een, voor een specifieke cursus of cursusgroep, hogere maximale subsidie per werknemer per kalenderjaar, een afwijkend vergoedingspercentage voor een cursus en/of aanvullende vergoedingen of voorwaarden, wordt dit gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De werkgever of werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie.
2. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie vast:
a. het vergoedingspercentage voor de subsidie per cursusgroep;.
b. het maximumbedrag dat voor een individuele werknemer per kalenderjaar aan subsidie beschikbaar is;
c. het subsidieplafond;
3. Het bestuur kan de vergoedingspercentages per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
4. De cursusgroepen, de vergoedingspercentages en het maximumbedrag zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Als het subsidieplafond bereikt is, wordt dit bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.
6. Indien de werknemer een subsidiabele cursus volgt tijdens de voor het bedrijf van zijn werkgever normale werktijden, dient de werkgever het van toepassing zijnde loon aan de werknemer door te betalen.
7. Een bedrijfstraining komt in aanmerking voor declaratie van cursuskosten, mits de training valt onder de definitie een cursusgroep en wordt verzorgd door een school in de zin van artikel 2 sub a.
8. Cursuskosten die niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt, met uitzondering van de Subsidieregeling ESF;
b. voor zover de cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed zijn of worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie wordt berekend op basis van de cursuskosten minus de ontvangen subsidie van die andere subsidieregeling. Hierop wordt het percentage van de betreffende cursusgroep met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 2 en lid 4 toegepast tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
c. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in een cursusgroep;
d. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gevolgd is door een werknemer die op de eerste cursusdag nog geen werknemer was in de zin van dit reglement.
e. werkinstructies en cursussen die bedrijfseigen voorlichting betreffen.
f. cursussen met een duur korter dan een dagdeel (4 uur) (met uitzondering van online cursus);
g. individuele cursussen (met uitzondering van taalcursus en online cursus).
9. Organisaties die niet als school worden aangemerkt
Niet in aanmerking voor subsidie komen cursuskosten die betrekking hebben op:
a. een organisatie of persoon die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever in de sector Open Teelten of Paddenstoelenteelt en/of;
b. een organisatie of persoon die geen open inschrijving kent en/of;
c. een organisatie of persoon die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie en/of;
d. een organisatie of persoon die producent, leverancier en/of verhuurder is van machines, apparatuur, software of grondstoffen.
10. Aanmerken als school door een sectorcommissie
a. In afwijking van het gestelde in dit reglement en op voorspraak van een sectorcommissie kan het bestuur een rechtspersoon of natuurlijk persoon aanmerken als school in combinatie met een specifieke cursus die naar het oordeel van de betreffende sectorcommissie van groot belang is voor de bedrijfsvoering in de betreffende sector en die niet in vergelijkbare kwaliteit en/of tegen vergelijkbare kosten en/of binnen redelijke afstand voor de deelnemer beschikbaar is bij een school als bedoeld in artikel 2 sub a.
b. De aanmerking als school conform sub a beperkt zich nadrukkelijk tot de betreffende sector en de betreffende cursus.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de eerste cursusdag;
b. als deze is ingediend twee maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
c. als deze betrekking heeft op een cursist die op de eerste cursusdag geen werknemer was in de zin van dit reglement.
d. als deze op het moment dat het subsidieplafond is bereikt nog niet is beoordeeld.
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Indien een declaratie op grond van lid 3 sub d niet in behandeling is genomen, kan deze in het volgende kalenderjaar opnieuw worden ingediend. De nieuwe declaratie wordt beoordeeld op grond van het dan van toepassing zijnde reglement.
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. Een declaratie van een cursus die uit meerdere modulen bestaat, wordt per module beoordeeld.
3. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens niet binnen twee maanden na de laatste cursusdag zijn ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 9.
4. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 3 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld conform het op de eerste cursusdag geldende reglement.
5. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW als de declaratie is ingediend door een werknemer.
6. Om te bepalen of het maximale subsidiebedrag als bedoeld in artikel 4 lid 2 is bereikt, geldt de datum van goedkeuring van de declaratie als peildatum.
7. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2.
De factuur zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten. Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata:
c. de namen van de cursist(en).
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van het besluit door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst door het bestuur van het beroepschrift een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 5 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 6 lid 3b.
1. Dit reglement is van toepassing op de sector glastuinbouw zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 6 cao Colland.
2. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een kortdurende lesperiode waarin een (leer)onderwerp wordt behandeld en wordt verzorgd door of onder auspiciën van een school of een onderwijsvorm die opleidt tot een beroep of een groep van beroepen en wordt gegeven door of onder auspiciën van een school;
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 6 cao Colland en die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland.
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW werkzaam is;
De in verband met het volgen van een cursus te betalen bijdrage aan inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (excl. overnachting);
De door het bestuur van de stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers voor de sector Glastuinbouw zoals omschreven in artikel 11 van de statuten van de cao Colland;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting Colland Arbeidsmarktbeleid voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Het bestuur van de stichting Colland Arbeidsmarktbeleid.
1. Een cursus dient:
a. gericht te zijn op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van de werknemer;
b. gericht zijn op het aanleren van nieuwe vaardigheden of taken;
c. arbeidsgericht te zijn;
d. gericht te zijn op een nieuwe functie of beroep;
e. afgesloten te worden met een erkend certificaat, getuigschrift of diploma.
2. Niet als cursus wordt beschouwd:
a. een cursus waarvoor subsidie is toegekend op grond van het Reglement Scholing B-deel cursusgroepen;
b. een cursus die door andere fondsen of regelingen volledig worden gesubsidieerd;
c. een cursus die op verzoek van de werkgever wordt gevolgd;
d. een bedrijfsgerichte cursus of bedrijfstraining;
e. een cursus die niet arbeidsgericht is;
f. een cursus die gericht is op de uitoefening van bestaande taken in de huidige functie.
1. De werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie indien de werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de startdatum van de cursus:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal 5 aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent en is ingedeeld in de sectoren zoals bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland;
c. de cursus valt onder de definitie als bedoeld in artikel 2 van dit reglement.
1. Het bestuur stelt op advies van de sectorcommissie vast:
a. het maximumbudget dat voor een individuele werknemer in het kader van deze regeling eenmalig beschikbaar is gedurende de periode dat dit reglement van kracht is. Zolang het maximumbudget niet bereikt is, blijft het resterende budget beschikbaar voor de betreffende werknemer;
b. het subsidieplafond.
2. Het maximumbudget is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. Zolang het maximumbudget niet bereikt is, blijft het resterende budget beschikbaar voor de betreffende werknemer gedurende de periode dat dit reglement van kracht is.
4. Als het subsidieplafond bereikt is, wordt dit bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de werknemer die scholing conform artikel 2 van dit reglement volgt of wil volgen.
2. De werknemer die wil deelnemen aan de employabilityregeling kan dit via CAS melden bij de administrateur van het fonds. De subsidie voor een cursus dient te worden aangevraagd middels het door het bestuur goedgekeurd aanvraagformulier.
3. Het aanvraagformulier dient uiterlijk twee maanden na de laatste cursusdag ontvangen te zijn door CAS. Bepalend hierbij is de datum van binnenkomst van het aanvraagformulier bij CAS.
4. Als basis voor het vaststellen van de hoogte van de subsidie en de uitbetaling van de subsidie gelden de gegevens op de factuur of offerte van de school. De subsidie wordt berekend over het factuurbedrag inclusief de eventuele BTW.
5. De werknemer verklaart door ondertekening van het aanvraagformulier dat:
a. hij het aanvraagformulier naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Aanvragen die niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoen, worden met redenen omkleed afgewezen.
7. Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld of de gevraagde bijlagen ontbreken, ontvangt de begunstigde binnen één maand na binnenkomst van de aanvraag, bericht waarin wordt verzocht de ontbrekende gegevens alsnog aan de administratie te versturen.
8. Onvolledige aanvragen, waarvan niet binnen twee maanden na einddatum van de cursus de ontbrekende gegevens ontvangen zijn, worden per beschikking afgewezen.
1. Het bestuur beslist over de toekenning van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 5 van dit reglement.
2. Bij toekenning van de aanvraag, wordt de werknemer per beschikking geïnformeerd over de toegekende bedragen.
1. Na toekenning van de subsidie conform artikel 6 van dit reglement kan de werknemer de cursuskosten declareren. De subsidie uit het employability-budget wordt uitbetaald na ontvangst van de factuur van de school en het betaalbewijs van de werknemer. Met betaalbewijs wordt bedoeld het afschrift van de bankrekening van de aanvrager.
2. De subsidie wordt uitsluitend uitbetaald aan de werknemer die de aanvraag heeft ingediend. De tenaamstelling op de factuur moet overeenstemmen met de aanvrager conform artikel 5 lid 1 van dit reglement. De factuur bevat ook de naam van de cursus.
3. De hoogte van de subsidie bestaat uit de cursuskosten conform de factuur van de school tot het maximumbudget zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a.
4. Een besluit inzake een subsidie kan worden ingetrokken of herzien indien de door de werknemer verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken te zijn.
5. Op basis van lid 4 kunnen verstrekte subsidies worden teruggevorderd.
1. Tegen een op grond van dit reglement uitgebrachte beschikking kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Beroep kan worden ingediend tegen de volgende beschikkingen:
a. afwijzing van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5 lid 6 en 8;
b. toekenning van een subsidie als bedoeld in artikel 6 lid 2;
c. intrekking of herziening van een besluit als bedoeld in artikel 7 lid 4.
3. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur van de Stichting Colland Arbeidsmarkt. Als beroep is ingediend, delegeert het bestuur van de stichting de behandeling van het beroep aan de sectorcommissie van de sector Glastuinbouw.
4. De sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift een besluit.
5. Tegen een besluit van de sectorcommissie glastuinbouw betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen van artikel 1 sub D. cao Colland.
2. Voorts worden de volgende begrippen gedefinieerd:
het door de administrateur opgestelde en goedgekeurde formulier ter aanvraag van de uitkering zoals bedoeld in dit reglement.
de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland/cao Colland
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten
onderhavig reglement, namelijk het Reglement Vervroegd Uittreden Hoveniersbedrijf
uitvoerende functies conform het functieraster in de cao voor het Hoveniersbedrijf met uitzondering van de functies van telefoniste/receptioniste, administratief medewerker en secretaresse.
de periodieke uitkering zoals nader uitgewerkt in dit Reglement.
degene die op grond van dit Reglement recht heeft op een uitkering.
de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van werknemer is beëindigd.
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit Reglement
1. De werkgever zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarvan de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 5 cao Colland;
degene die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van de werkgever zoals bedoeld onder sub k van dit artikel.
Werkloosheidswet
Ziektewet
Stichting Colland Arbeidsmarkt
Het bestuur van de stichting
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van de sector Hoveniers
1. Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniers, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. lid 5 van de cao Colland.
2. De administrateur beoordeelt middels de aanvraag of een recht op de uitkering bestaat.
1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit Reglement, heeft degene die:
a. in de periode van 1 januari 2023 tot 1 oktober 2024 op eigen verzoek uit dienst treedt; en die
b. op de uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal 36 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ligt; en die
c. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum als werknemer tenminste 10 jaar werkzaam is in de sector Hoveniers, waarvan minimaal 5 jaar in een toepasselijke functie conform artikel 1 lid 2 sub f ongeacht welke functie, ook zijnde de niet toepasselijke functies, degene direct voorafgaande uitdiensttreding vervult.
2. Geen recht op uitkering heeft degene:
a. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering;
b. die met deeltijdpensioen gaat of al is gegaan en nog gedeeltelijk blijft werken.
1. De uitkering bedraagt in 2022 € 1.874 bruto per maand en wordt jaarlijks geïndexeerd op grond van de door de overheid jaarlijks vast te stellen RVU-drempelvrijstelling. De jaarlijkse indexatie wordt bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. Het bedrag zoals genoemd in lid 1 wordt maandelijks uitgekeerd aan de uitkeringsgerechtigde voor een maximale duur van 36 maanden.
3. Het bedrag zoals genoemd in lid 1 geldt voor de uitkeringsrechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een fulltime arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld 37 uur per week of meer.
4. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een parttime arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld minder dan 37 uur, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen arbeidsduur.
5. Voor de uitkeringsgerechtigde met een dienstverband van gemiddeld minder dan 37 uur in de twee jaar voorafgaand aan de uitdiensttreding en waarvoor de gemiddelde arbeidsduur in die twee jaar is verhoogd geldt het volgende:
De uitkeringsgerechtigde heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen gemiddelde arbeidsduur zoals gold twee jaar voorafgaand aan de uittredingsdatum.
6. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsgeschiktheid.
7. In afwijking van lid 4 heeft de uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum deel nam aan de seniorenregeling, zoals bedoeld in bijlage 11. Reglement seniorenregeling in het Hoveniersbedrijf 2019 van de cao Colland, recht op een uitkering naar 90% van het bedrag zoals genoemd in lid 1.
Het recht op uitkering op grond van dit Reglement eindigt:
a. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
b. met ingang van de maand volgend op de maand waarin de uitkeringsgerechtigde overlijdt.
c. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde betaalde activiteiten in
dienstverband verricht, als zelfstandig ondernemer of anderszins.
1. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering op grond van dit reglement meldt dit schriftelijk bij zijn werkgever minimaal drie maanden vóór de uitdiensttredingsdatum. De werknemer dient vervolgens een daartoe strekkende aanvraag in bij de administrateur.
2. De aanvraag wordt door de werknemer ingediend door gebruikmaking van het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend. Ook voegt de werknemer de gevraagde bewijsstukken bij het aanvraagformulier, waaronder het schriftelijke verzoek dat is ingediend bij de werkgever
3. De werknemer geeft bij de aanvraag uit eigen beweging alle informatie door, waarvan hem duidelijk kan zijn dat dit relevant is voor het vaststellen van het recht op uitkering.
4. Gedurende de looptijd van de uitkering is de uitkeringsgerechtigde verplicht om uit zichzelf dan wel op verzoek van de administrateur alle informatie aan de administrateur te verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dan die van invloed is op het voortbestaan van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering. Deze informatie dient de uitkeringsgerechtigde onverwijld aan de administrateur te verstrekken.
5. De werknemer verklaart zich bij zijn aanvraag akkoord met de op hem van toepassing zijnde rechten en verplichtingen, zoals neergelegd in het Reglement zoals dat op het moment van aanvraag geldt.
6. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.
7. Alleen volledige aanvragen worden door de administrateur in behandeling genomen.
8. Onvolledige aanvragen moeten opnieuw worden ingediend. Hierbij geldt, na aanvulling van de onvolledige aanvraag binnen een termijn van vier weken, de oorspronkelijke datum van ontvangst als startdatum van de aanvraag.
1. De administrateur beslist binnen vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag over de voorwaardelijke toekenning of weigering van uitkering. De beslissing wordt schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de administrateur de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist.
2. Een voorwaardelijke toekenning betekent dat de aanvraag tot uitkering wordt toegekend en wordt omgezet in een definitieve toekenning nadat de aanvrager de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst aan de administrateur heeft doorgegeven.
1. Aanvragen worden door de administrateur in behandeling genomen tot het bereiken van het vastgestelde uitkeringsplafond.
2. Aanvragers die een aanvraag doen na het bereiken van het uitkeringsplafond worden op een wachtlijst gezet op volgorde van binnenkomst. De administrateur zal aan de aanvrager een schriftelijke prognose doen toekomen over de te verwachte wachttijd. Aan deze prognose kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Het uitkeringsplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur Als het uitkeringsplafond bereikt is wordt dit bekend gemaakt via www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. Binnen zes weken na dagtekening van het besluit tot voorwaardelijke toekenning maakt de aanvrager de aanvraag compleet door toezending van de volgende stukken aan de administrateur:
a) een kopie van schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst met daarop de einddatum van de arbeidsovereenkomst; en
b) een kopie van de schriftelijke ontvangstbevestiging van de opzegging welke is ondertekend door de werkgever.
2. In het geval dat de ontvangstbevestiging van de werkgever van de opzegging van de arbeidsovereenkomst nog niet in het bezit is van de aanvrager, dient de aanvrager dit te melden bij de completering van zijn aanvraag. De administrateur zoekt dan samen met de aanvrager een passende oplossing om alsnog de ontvangstbevestiging te verkrijgen. De formele uittredingsdatum blijft hierdoor ongewijzigd.
3. De administrateur zal binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in lid 1, de definitieve toekenning van uitkering schriftelijk bevestigen. Als er niet binnen deze termijn kan worden beslist zal de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis worden gesteld en wordt een redelijke termijn genoemd waarbinnen wel kan worden beslist. Deze termijn zal de uitdiensttredingsdatum niet overschrijden.
1. De uitkering wordt uitbetaald na goedkeuring van de aanvraag maandelijks aan de uitkeringsgerechtigde, die start vanaf de eerste dag van de maand, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen.
2. De uitkeringsgerechtigde ontvangt van de administrateur jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering.
1. Het besluit tot uitkering kan worden herzien of ingetrokken indien:
a) de uitkeringsgerechtigde de op grond van dit reglement gevraagde of uit eigen beweging te verstrekken informatie niet, niet tijdig of onjuist verstrekt;
b) anderszins de uitkering ten onrechte is verleend;
2. Uitkeringsgerechtigde wordt geacht de in dit reglement bedoelde informatie niet of niet tijdig te hebben verstrekt, als de administrateur de informatie niet binnen twee maanden na ontvangst van de eerste oproep daartoe of nadat het uit eigen beweging te melden feit bekend is bij uitkeringsgerechtigde, heeft ontvangen.
3. Het bestuur is bevoegd de opgelopen schade als gevolg van door uitkeringsgerechtigde niet, niet tijdig of onjuist verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in dit Reglement gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen, sociale lasten en rente, te verhalen op uitkeringsgerechtigde. Daarbij behoudt het bestuur zich het recht voor verhaal te halen door middel van vermindering van de lopende uitkering.
4. Wanneer sprake is van fraude, valsheid in geschrifte of enig ander misdrijf als vermeld in het Wetboek van Strafrecht, dan kan de het bestuur daarvan aangifte doen. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civielrechtelijke procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde betalingen, op betrokkene te verhalen.
5. De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de uitkeringsgerechtigde van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Een beroep op het niet kennen van de inhoud van dit reglement wordt niet als zodanig beschouwd.
6. De beslissing tot intrekking of herziening van uitkering zoals bedoeld in dit artikel wordt schriftelijk en gemotiveerd door de administrateur namens de het bestuur aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld. Als er een sanctie zoals genoemd in dit artikel aan de uitkeringsgerechtigde wordt opgelegd, zal in ieder geval vermeld worden waarom deze sanctie wordt opgelegd en wat de hoogte en duur van de sanctie is.
1. Indien de uitkering geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan die uitkering of dat deel van de uitkering door het bestuur worden teruggevorderd van de persoon aan wie onverschuldigd is betaald. Geen terugvordering zal plaatsvinden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat door de administrateur heeft geconstateerd dat de uitkering onverschuldigd is betaald. De administrateur doet de desbetreffende persoon daarvan onverwijld schriftelijk mededeling.
2. Wanneer geconstateerd wordt dat een uitkering onverschuldigd is betaald neemt de het bestuur een beslissing tot terugvordering. De beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de persoon aan wie onverschuldigd is betaald medegedeeld, alsmede de termijn waarbinnen hij het onverschuldigd betaalde bedrag dient terug te betalen. Deze termijn bedraagt vier weken. Voor zover mogelijk zal de terugvordering worden verrekend met de door uitkeringsgerechtigde nog te ontvangen uitkering.
3. Indien de persoon aan wie onverschuldigd is betaald niet in staat is het onverschuldigd betaalde bedrag ineens terug te betalen, dan kan hij om een betalingsregeling verzoeken. Dit verzoek dient binnen twee weken na dagtekening van de beslissing tot terugvordering schriftelijk te worden ingediend bij de administrateur De persoon aan wie onverschuldigd is betaald geeft de administrateur volledig inzage in zijn financiële situatie en verstrekt de administrateur alle informatie die op de beoordeling van het verzoek van invloed is. Administrateur beoordeelt vervolgens of een betalingsregeling overeengekomen kan worden. De administrateur houdt daarbij rekening met de beslagvrije voet.
4. Wanneer een betalingsregeling is overeengekomen bericht de administrateur de persoon aan wie onverschuldigd is betaald schriftelijk over de hoogte van het periodiek terug te betalen bedrag en het moment waarop de periodieke betalingen door de administrateur dienen te zijn ontvangen.
5. Wanneer de administrateur niet tegemoetkomt aan een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling, zal hiervan schriftelijk mededeling worden gedaan.
6. Wanneer terugvordering over het lopende kalenderjaar plaatsvindt zal terugvordering van het netto te veel betaalde bedrag plaatsvinden. Vindt terugvordering plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de uitkering onverschuldigd is betaald, dan vordert de het bestuur het bruto te veel betaalde bedrag terug.
7. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet tijdig aan de verplichting tot terugbetaling voldoet, of – in het geval van een betalingsregeling – zijn periodiek niet tijdig betaalt, zal de administrateur eenmaal een herinnering sturen met de mededeling dat de betaling binnen 14 dagen door de administrateur moet zijn ontvangen. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet binnen die termijn betaalt of wanneer hij een tweede maal een periodiek mist, zal de gehele vordering zonder verder bericht uit handen worden gegeven aan een incassobureau. De kosten ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komen, conform de wettelijk maximaal toegestane vergoeding zoals vastgesteld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten of enige regelgeving die in plaats van dit besluit zal gelden, voor rekening van de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald.
8. Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de het bestuur geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering.
1. Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde hebben de nabestaanden van de uitkeringsgerechtigde recht op de RVU-uitkering ter hoogte van de uitkering voor het overlijden, onder aftrek van het nabestaandenpensioen, mits voldaan is aan de voorwaarde van lid 3 van dit artikel. Deze overlijdensuitkering loopt vanaf de dag volgend op de maand van overlijden van de uitkeringsgerechtigde tot aan de dag waarop de overleden uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.
2. Onder nabestaanden wordt verstaan de nagelaten betrekkingen als verwoord in artikel 7:674 BW.
3. Binnen 8 weken na de dag volgend op de dag van overlijden van de uitkeringsgerechtigde, dienen de nabestaanden de administrateur schriftelijk te informeren over het overlijden.
4. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat, na de datum van overlijden reeds is uitbetaald en ziet op de periode vanaf overlijden.
5. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan nabestaandenpensioen van de overledene die wordt uitgekeerd aan de nabestaande.
Aanvulling, wijziging of intrekking van dit reglement wordt door cao partijen van de sector Hoveniers besloten.
Als de bepalingen in dit Reglement in individuele gevallen leidt tot onbedoelde of onbillijke uitkomsten kan de het bestuur een afwijkende beslissing nemen die tegemoetkomt aan de bedoelingen van dit reglement.
Bij een geschil over de uitleg of toepassing van dit reglement kan de werknemer of de werkgever de geschillencommissie als bedoeld in artikel 72 cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland (Stcrt. 9 januari 2019, nummer 1265) verzoeken een uitspraak te doen.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 30 juni 2029.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-14429.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.