Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 18151 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 18151 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt 2025/2029
Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Actor Bureau voor sectoradvies namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partijen ter ener zijde: Vereniging Cumela Nederland, Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO Nederland), PLANTUM NL, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Glastuinbouw Nederland, Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Anthos), De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO), Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout, Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, Werkgeversvereniging AB Nederland, Coöperatieve Bond van verenigingen voor Kunstmatige Inseminatie van Varkens, Vereniging van Nederlandse Groenvoederdrogerijen (V.N.G.) en Envigo RMS B.V.;
Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Agrarische en aanverwante sectoren inzake Sociaal Fonds Colland Arbeidsmarkt1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
Artikel 4 lid 9 komt te luiden:
‘9. Werknemersbijdrage
a. Er kan een werknemersbijdrage worden overeengekomen die onderdeel uitmaakt van de premie voor het B-deel.
b. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C5 (Hoveniersbedrijf) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van:
i. 0,31% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten en:
ii. 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de statuten.
Vanaf 1 mei 2028 geldt dat de werknemersbijdrage voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten 0,28% bedraagt.
c. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C4 (Groen, Grond en Infrastructuur) is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten. Vanaf 1 januari 2026 geldt dat de werknemersbijdrage voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten 0,20% bedraagt.
d. In de premie voor het B-deel voor de sector als bedoeld onder artikel 1 sub C7 (Open Teelten), deelsector Boomkwekerij, is een werknemersbijdrage opgenomen ter hoogte van 0,10% voor de doelactiviteit als bedoeld in artikel 2 lid 6b van de statuten.’
Artikel 1 lid 3 komt te luiden:
‘3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
Een Agrarisch Opleidingscentrum (AOC) dan wel een andere onderneming of instelling dat erkend is voor het geven van BBL-opleidingen;
Een in het CREBO-register opgenomen opleiding die gegeven wordt in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen);
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het cursusjaar duurt 12 maanden en vangt aan op de datum zoals vermeld in de beroepspraktijkovereenkomst. Het tweede en derde cursusjaar zijn direct daaropvolgend of aansluitend;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland.
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder f. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De door het bestuur van de Stichting ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten, hieronder beschreven als bevoegd gezag;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties in het kader van dit reglement. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De periode waarin er sprake is van een Beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPV overeenkomst) zoals afgesloten tussen de onderwijsinstelling, de werknemer en het bedrijf en er een arbeidsovereenkomst, niet zijnde een oproepcontract, voor bepaalde of onbepaalde tijd tussen de werknemer en het bedrijf van kracht is.
Een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld 37 uur per week.
Het door of namens het bestuur vastgestelde totaalbedrag dat gedurende een bepaald kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling.’
Artikel 2 komt te luiden:
1. De werkgever kan in aanmerking komen voor een door de sectorcommissie te bepalen vergoeding voor de BBL-opleidingen welke door de sectorcommissie zijn aangewezen.
2. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie het subsidieplafond vast. Als het subsidieplafond bereikt is, wordt dit bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. De vergoeding betreft de compensatie voor de loondoorbetaling conform de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst.
a. Jeugdige leerling
Aan de werknemer waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en die bij de start van het desbetreffende cursusjaar (peildatum aanvang praktijkovereenkomst) jonger is dan 21 jaar, wordt de schooldag verplicht doorbetaald door de werkgever. De werknemer, die gedurende het schooljaar 21 jaar wordt, behoudt het recht op een door de werkgever doorbetaalde schooldag gedurende dat schooljaar.
b. Vakvolwassen leerling
Voor een werknemer van 21 jaar of ouder die een BBL-opleiding volgt is de werkgever niet verplicht de schooldag door te betalen. Indien hij dit wel doet, komt hij in aanmerking voor een subsidie.
4. De hoogte van de vergoeding en de specifieke BBL-opleiding waarover de vergoeding wordt verstrekt wordt jaarlijks per 1 juni na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Ongeacht de duur van de opleidingsperiode wordt uitsluitend over maximaal de eerste drie cursusjaren van de betreffende werknemer een vergoeding verstrekt.
6. De vergoeding wordt uitsluitend verstrekt voor de werknemer waarvoor de schooldag wordt doorbetaald.
7. De vergoeding wordt verstrekt op basis van een fulltime dienstverband inclusief doorbetaalde schooldag. Bij een kleiner dienstverband wordt de vergoeding naar rato verstrekt. Het kleinste dienstverband waarvoor naar rato een vergoeding wordt verstrekt is 28 uur inclusief doorbetaalde schooldag per week.’
Artikel 3 komt te luiden:
1. De subsidie kan door de werkgever per cursusjaar worden aangevraagd via CAS. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de aanvraag via CAS in te dienen, kan de aanvraag schriftelijk ingediend te worden.
2. Het aanvraagformulier dient uiterlijk 31 december volgend op het einde van het cursusjaar te zijn ingediend. Bepalend hierbij is de datum van ontvangst van het aanvraagformulier bij CAS.
3. De aanvraag dient bij indiening te worden vergezeld van een kopie ondertekende arbeidsovereenkomst, kopie ondertekende beroepspraktijkovereenkomst (BPVO) en een kopie loonstrook van de laatste maand van het betreffende cursusjaar. Uit de arbeidsovereenkomst dient onomwonden duidelijk te worden dat er sprake is van doorbetaling van de schooldag.
4. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen op het moment dat het subsidieplafond is bereikt.
5. De werkgever verklaart door indiening van de aanvraag dat:
a. hij de aanvraag naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Aanvragen en declaraties kunnen volledig worden gemaakt tot uiterlijk 31 december volgend op het einde van het cursusjaar. Een aanvraag of declaratie die niet tijdig is gecompleteerd of niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet, wordt met redenen omkleed afgewezen.’
De titel van reglement 10 komt te luiden:
Artikel 2 lid 3 komt te luiden:
‘3. In afwijking van het gestelde in lid 2 kan een werknemer die werkloos is geworden in aanmerking komen voor een vergoeding indien hij maximaal 6 maanden werkloos is op het moment van indiening van de aanvraag en de voormalig werkgever de premie conform artikel 1 lid f voor hem heeft afgedragen.’
Artikel 3 lid 2 komt te luiden:
‘2. De werknemer die wil deelnemen aan de regeling individueel ontwikkelbudget kan dit via CAS melden bij de administrateur van het fonds. Subsidie dient te worden aangevraagd middels het door het bestuur goedgekeurd aanvraagformulier.’
Artikel 4 lid 4 en lid 5 komen te luiden:
‘4. Een op basis van lid 3 eventueel resterend budget blijft voor de betreffende werknemer beschikbaar totdat dit reglement wordt beëindigd of indien en zodra het bestuur of de sectorcommissie hoveniers het individueel ontwikkelbudget beëindigt.
5. In het geval van beëindiging van het reglement of het individueel ontwikkelbudget kan de betreffende werknemer geen aanspraak doen gelden op een eventueel resterende subsidie.’
Artikel 8 komt te luiden:
De titel van Deel A komt te luiden:
Artikel 4 lid 4 komt te luiden:
‘4. Aan de overeenkomst tot minder werken zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer werkt gedurende vier dagen per week in de basisregeling of drie dagen per week in de uitgebreide regeling.
b. In de basisregeling ontvangt de werknemer 90% van het bruto weekloon zoals dat zou zijn wanneer geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. In de uitgebreide regeling ontvangt de werknemer 85% van het bruto weekloon zoals dat zou zijn wanneer geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, met uitzondering van de uitbreiding van de omvang van het dienstverband van 38 uur naar 40 uur onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de deelname al minimaal een jaar 40 uur werd gewerkt, blijft hierbij buiten aanmerking.
c. In de basisregeling wordt een-negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst tot minder werken geacht betrekking te hebben op de vijfde (niet gewerkte) arbeidsdag.
d. In de uitgebreide regeling wordt vijf-zeventiende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst tot minder werken geacht betrekking te hebben op de vierde én vijfde (niet gewerkte) arbeidsdagen.
e. Het uurloon wijzigt niet door deelname aan de regeling. Het aantal SV-dagen wordt 4 in de basisregeling en 3 in de uitgebreide regeling.
f. De werknemer ontvangt vakantiegeld op basis van het door hem feitelijk verdiende brutoloon.
g. De werknemer heeft recht op 80% (in de basisregeling) cq. 60% (in de uitgebreide regeling) van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) en roostervrije dagen waarop recht zou bestaan, als geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten. Bij deelname aan de basisregeling worden de extra vakantiedagen op grond van artikel 59 lid 2 cao Groen, Grond en Infrastructuur niet opgebouwd. Bij deelname aan de uitgebreide seniorenregeling worden daarnaast de dienstverbanddagen als bedoeld in artikel 59 lid 3 cao Groen, Grond en Infrastructuur niet opgebouwd.
h. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding op basis van vier (in de basisregeling) of drie (in de uitgebreide regeling) werkdagen per week.
i. Overige vergoedingen worden vastgesteld op 80% (in de basisregeling) of 60% (in de uitgebreide regeling) van de vergoeding waarop recht zou bestaan, als geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
j. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst tot minder werken een met name genoemde dag (in de basisregeling) of twee met name genoemde dagen (in de uitgebreide regeling) vast, waarop de werknemer niet werkt. Van de aldus vastgelegde vrije dag / dagen kan, in onderling overleg, worden afgeweken.
k. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrije dag / vrije dagen die ontstaat / ontstaan door het sluiten van de in dit artikel beschreven overeenkomst, werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
l. De werknemer kan vanaf zijn 60e jaar tot zijn individuele AOW leeftijd gedurende maximaal acht jaar van de basisregeling gebruik maken.
m. De werknemer kan vanaf drie jaar voorafgaand aan zijn individuele AOW leeftijd tot zijn individuele AOW leeftijd gebruik maken van de uitgebreide regeling.
n. De werknemer kan vanuit dezelfde functie bij dezelfde werkgever eenmalig uit de regeling stappen. Bij herintreding in de regeling wordt de tijd gedurende welke de werknemer al heeft deelgenomen aan de regeling in mindering gebracht op de termijn van maximaal acht jaar.’
Artikel 5 lid 2 komt te luiden:
‘2. Deelname aan de seniorenregeling Hoveniersbedrijf voor werknemers die voorheen deelnamen aan de seniorenregeling Groen, Grond en Infrastructuur
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf dan kan de werknemer gebruik maken van de basisregeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf. Hierbij geldt dat voldaan moet worden aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de basisregeling van de seniorenregeling in de sector Hoveniersbedrijf. De werknemer kan uitsluitend deelnemen aan de basisregeling. De werknemer kan pas in aanmerking komen voor de uitgebreide regeling van de seniorenregeling die van toepassing is in de sector Hoveniersbedrijf zodra de werknemer vijf aaneensluitende jaren, in elk jaar gedurende ten minste 26 weken, in dienst is geweest van een werkgever in de sector Hoveniersbedrijf.’
Artikel 25 komt te luiden:
Artikel 3 lid 3 komt te luiden:
‘3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. De werknemer vermindert de gemiddelde huidige wekelijkse arbeidstijd tot 80%.
b. Het bruto weekloon van de werknemer bedraagt totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon, inclusief ploegendiensttoeslag (conform artikel 24, lid 3 cao glastuinbouw) dat de betreffende werknemer zou hebben verdiend, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband, welke minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbuiten aanmerking.
c. Een negende deel van het bruto weekloon waarop de werknemer recht heeft op grond van de in dit artikel beschreven overeenkomst, wordt geacht betrekking te hebben op de niet gewerkte arbeidstijd.
d. De werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon.
e. De werknemer heeft het recht op 9,77% vakantieuren, zoals vermeld in artikel 39 lid 2 van de cao glastuinbouw. Het recht op extra bovenwettelijke dagen vanwege leeftijd en lengte dienstverband, zoals vermeld in artikel 39 lid 4a en 4b cao Glastuinbouw, vervalt vanaf deelname aan de regeling.
f. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst (een) met name genoemde dag of dagen vast waarop de werknemer niet of korter werkt.
g. Het is de werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst glastuinbouwwerkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
h. De werknemer kan bij dezelfde werkgever éénmalig uit en weer in de regeling stappen.’
Artikel 1 lid 3 komt te luiden:
‘3. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
Een onderneming of instelling gericht op het in enige vorm geven van onderwijs;
Een in het CREBO-register opgenomen opleiding gericht op de sector Dierhouderij die gegeven wordt in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg;
Een besluit op een subsidieaanvraag;
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Degene, die bij een werkgever als bedoeld onder h. krachtens een overeenkomst tot het persoonlijk verrichten van arbeid werkzaam is;
De ten behoeve van de sector Dierhouderij door het bestuur ingestelde commissie zoals bedoeld in artikel 11 van de statuten;
Een door de school ingevulde en ondertekende verklaring over de feitelijke duur van de deelname van de werknemer aan de BBL-opleiding. Het format van de schoolverklaring wordt vastgesteld door de sectorcommissie;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De instantie die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit dit reglement.
Het door of namens het bestuur vastgestelde totaalbedrag dat gedurende een bepaald kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling.’
Artikel 2 komt te luiden:
1. Met ingang van het schooljaar 2017/2018:
a. kan de werkgever van wie een werknemer een BBL-opleiding volgt in aanmerking komen voor subsidie;
b. kan de werknemer die een BBL-opleiding volgt in aanmerking komen voor subsidie.
2. Jaarlijks vóór 1 september besluit het bestuur na instemming van de sectorcommissie of de subsidieregeling wordt voortgezet.
3. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie het subsidieplafond vast. Als het subsidieplafond bereikt is, wordt dit bekend gemaakt op www.collandarbeidsmarkt.nl.
4. De hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in lid 1 en het maximum aantal BBL-subsidies dat voor de gehele sector respectievelijk per individuele werkgever voor het betreffende schooljaar beschikbaar is, wordt jaarlijks per 1 september na instemming van de sectorcommissie door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
5. Bij beëindiging van deelname aan de BBL-opleiding gedurende het schooljaar gelden de subsidiebedragen naar rato van de deelnameduur.’
Dit reglement is van toepassing op de sector Groothandel in Bloembollen zoals bedoeld in artikel 1 sub C. lid 2 cao Colland.
1. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 1 sub D. cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder;
De regeling Seniorenregeling Groothandel in Bloembollen die zijn grondslag vindt in artikel 2 lid 6 sub b van de statuten Stichting Colland Arbeidsmarkt door het verkorten van zijn arbeidstijd tot 80%.
1. De werkgever, zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland, die een onderneming uitoefent waarin de bedrijfsactiviteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit activiteiten zoals vermeld in artikel 1 sub C lid 2 cao Colland
Degene die die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is bij een werkgever als bedoeld onder sub b.;
De werkgever wiens verzoek om voor een werknemer aan de regeling te mogen deelnemen is ingewilligd;
Werknemer is tenminste 104 weken arbeidsongeschikt wegens ziekte geweest en:
– werkgever is niet langer verplicht tot loondoorbetaling en;
– aan werknemer is een uitkering op grond van de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%-100%.
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
de instantie aan wie op grond van artikel 13 van de statuten de uitvoering van de administratie van het fonds is opgedragen;
de door het bestuur ingestelde commissie van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 11 van de statuten;
het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van het fonds voor aanvragen en declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Bestuur van het fonds.
De paritaire commissie zoals bedoeld in artikel 12.02 cao Groothandel in Bloembollen (Stcrt 18 oktober 2018, nummer 52444).
1. Werkgever kan deelnemen aan de seniorenregeling indien de betreffende werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de ingangsdatum van deelname aan de regeling:
a. in dienst is van de werkgever en:
b. gedurende minimaal vijf aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent of is ingedeeld in de sector Glastuinbouw, Open Teelten of Dierhouderij als bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland en:
c. op het moment van aanmelding voor de seniorenregeling tenminste de voor hem geldende individuele AOW-leeftijd minus vijf jaar heeft bereikt.
2. De perioden waarover de werkgever het loon heeft doorbetaald tijdens ziekte worden meegerekend. Voor deelname aan de regeling zal een nieuwe arbeidsovereenkomst worden afgesloten of als aanvulling op de arbeidsovereenkomst van werknemer een schriftelijke overeenkomst worden gesloten tussen de betreffende werkgever en werknemer. Als werknemer van de regeling gebruik wil maken, zal hij tenminste drie maanden voordat hij van de regeling gebruik wil maken, een schriftelijk verzoek indienen bij de werkgever. De werkgever stemt in met het verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten. In dat geval zal werkgever zijn afwijzing gemotiveerd en schriftelijk aan de werknemer meedelen.
3. Aan de overeenkomst zijn de volgende rechten en verplichtingen voor werkgever en werknemer verbonden:
a. Werkgever verstrekt duidelijke informatie aan werknemer over de voorwaarden van deelname.
b. Werknemer blijft ingedeeld in dezelfde functie die van toepassing zou zijn indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
c. Werknemer vermindert de gemiddelde huidige wekelijkse arbeidstijd tot 80%.
d. Het bruto weekloon werknemer bedraagt totaal 90% van het laatst verdiende bruto weekloon, dat werknemer heeft verdiend voordat hij aan de regeling deelnam. Elke uitbreiding van de omvang van het dienstverband wat minder dan één jaar voor aanvang van het gebruik van de regeling is ingegaan, blijft hierbij buiten beschouwing.
e. Werknemer ontvangt vakantiegeld over het door hem feitelijk verdiende loon.
f. Werknemer heeft het recht op 80% van het aantal vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken, zoals omschreven in dit artikel, zou zijn gesloten.
g. Werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding op basis van wat daarover in de cao is bepaald.
h. Overige vergoedingen worden gesteld op 80% van de vergoeding waarop recht zou bestaan, indien geen overeenkomst tot minder werken zoals omschreven in dit artikel zou zijn gesloten.
i. Werknemer en werkgever leggen in hun overeenkomst (een) met name genoemde dag of dagen vast waarop werknemer niet of korter werkt. In onderling overleg kan men hiervan afwijken of tussentijds aanpassen.
j. Het is werknemer niet toegestaan om op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in dit hoofdstuk beschreven overeenkomst, werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
k. Werknemer mag, in afwijking van artikel 4 lid 3 sub j met instemming bij dringende bedrijfsomstandigheden op verzoek van werkgever, op de door de regeling vrijgekomen tijd, werkzaamheden verrichten voor werkgever.
werknemer behoudt het recht op deze vrijgekomen tijd en zal deze in overleg met werkgever binnen een periode van zes maanden invullen.
l. Werknemer kan bij dezelfde werkgever slechts éénmalig uit en in de regeling stappen.
4. Parttime werknemers en werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn in de zin van de WAO of WIA zijn niet uitgesloten van de regeling.
1. Een werknemer die deelneemt aan de seniorenregeling kan maximaal vier weken per kalenderjaar één extra dag per week werken.
2. Extra werken op basis van lid 1 van dit artikel kan uitsluitend plaatsvinden op basis van vrijwilligheid en met voorafgaande instemming van de werknemer. De afspraak tot tijdelijk extra werken kan alleen gemaakt worden door gebruik te maken van de standaard overeenkomst die beschikbaar is via www.collandarbeidsmarkt.nl. Deze overeenkomst wordt ondertekend en gedateerd door zowel de werknemer als de werkgever en aangeleverd op de wijze zoals vermeld op de website www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. De extra gewerkte uren dienen binnen een periode van zes maanden nadat de extra uren zijn gewerkt volledig gecompenseerd te worden in de vorm van vrije tijd. Het inplannen van deze compensatiedagen gebeurt in overleg tussen werkgever en werknemer.
1. De werkgever die voor zijn werknemer wil deelnemen aan de regeling kan dit vanaf drie kalendermaanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum door middel van een digitale aanmelding via CAS bij de administrateur.
2. Indien een digitale aanmelding niet mogelijk is, kan de aanmelding schriftelijk worden ingediend.
3. Een aanmelding wordt in behandeling genomen wanneer deze volledig is, namelijk door het aanleveren van de volgende documenten:
– een door de werkgever en werknemer ondertekende nieuwe arbeidsovereenkomst of een aanvulling op de oude arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 2, waarin het actuele bruto uurloon alsmede alle elementen genoemd in artikel 4 lid 3 sub a. t/m sub l. zijn vastgelegd en waaruit duidelijk blijkt wat de arbeidstijd was voordat de werknemer gebruik maakt van de regeling en wat de nieuwe arbeidstijd wordt;
– en eventueel nader te bepalen andere documenten.
4. Wanneer de aanmelding onvolledig is ontvangt de werkgever binnen twee weken na binnenkomst van de aanmelding bericht van de administrateur om de ontbrekende gegevens of documenten alsnog in te dienen. Het aanleveren van de ontbrekende stukken dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden.
5. Vindt aanmelding plaats na het tijdstip waarop Werknemer en werkgever de regeling wensen in te laten gaan, dan kan de regeling niet eerder ingaan dan op de datum waarop de volledige aanmelding is ontvangen.
6. Uiterlijk tien werkdagen nadat de volledige aanmelding door de administrateur is ontvangen, ontvangt de werkgever een besluit over deelname aan de regeling, de werknemer die het betreft en de datum waarop de regeling ingaat.
7. Een aanmelding die plaatsvindt zes kalendermaanden voordat Werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt wordt niet in behandeling genomen.
8. Vermindering van de arbeidstijd na aanmelding.
Als de arbeidstijd van de werknemer na ingang van de regeling met instemming van werkgever en werknemer verder wordt verminderd, is de deelnemer verplicht dit (digitaal) te melden via CAS aan de administrateur. Deze melding dient vergezeld te gaan van een door werkgever en werknemer ondertekend document (aangepaste arbeidsovereenkomst of addendum op arbeidsovereenkomst) waaruit deze nieuwe arbeidstijd blijkt. De vergoeding aan de werkgever als bedoeld in artikel 7 wordt naar rato van de aanpassing van de arbeidstijd verminderd.
1. De werkgever kan aanspraak maken op een vergoeding van het fonds.
2. De door het fonds te verstrekken vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie jaarlijks door het bestuur vastgesteld op een vast bedrag per gedeclareerde dag, ongeacht de werkelijke kosten. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast in dezelfde mate als de daadwerkelijke loonkostenstijging volgens de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Groothandel in Bloembollen. Het bedrag wordt berekend door het verschil te nemen tussen 80% werken met 80% loon en 80% werken met 90% loon waarbij uitgegaan wordt van een vaste werknemer in functiegroep H met 9 functiejaren als bedoeld in de cao Groothandel in Bloembollen.
Voor parttimers en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers wordt genoemde vergoeding naar rato vastgesteld.
3. De in lid 2 genoemde vergoeding wordt na instemming van de sectorcommissie Groothandel in Bloembollen jaarlijks door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
1. De uitbetaling van de vergoeding vindt tweemaal per jaar in juli en januari achteraf plaats.
2. De vergoeding wordt automatisch verstrekt via CAS na controle door de fonds-administratie.
Het bestuur vordert wat op grond van de regeling ten onrechte betaald is terug.
1. Besluiten inzake de toekenning, weigering, herziening of terugvordering van een vergoeding worden door het bestuur genomen.
2. Besluiten inzake lid 1 zijn met redenen omkleed en worden schriftelijk aan de deelnemer kenbaar gemaakt.
1. Het bestuur is bevoegd nader vast te stellen bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:
a. een door het bestuur aangewezen commissie welke paritair is samengesteld conform artikel 4 van de statuten van het fonds;
b. de directie van de administrateur.
2. De directie van de administrateur is onder goedkeuring van het bestuur bevoegd één of meer personeelsleden van de administrateur te machtigen tot het voor en namens haar uitoefenen van de haar op grond van het bepaalde in het eerste lid toegekende bevoegdheden.
Indien de toepassing van het in de voorgaande artikelen bepaalde kennelijk onredelijke uitkomsten tot gevolg heeft, beslist het bestuur.
1. Arbeid, die op het tijdstip van aanmelding reeds door werknemer werd verricht naast de arbeid die op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever wordt verricht, mag in dezelfde omvang worden voortgezet zonder dat de inkomsten uit de overige arbeid in mindering op de vergoeding worden gebracht.
2. Behoudens naar het oordeel van het bestuur uitzonderlijke omstandigheden is het werknemer verboden na het tijdstip van aanmelden:
– de omvang van de in het eerste lid bedoelde overige arbeid te vergroten, dan wel;
– werkzaamheden te verrichten, hetzij op basis van een arbeidsovereenkomst, hetzij in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep of bedrijf, op de vrijgekomen tijd die ontstaat door het sluiten van de in Artikel 4 lid 2 bedoelde nieuwe arbeidsovereenkomst.
Werknemer mag bij dringende bedrijfsomstandigheden op verzoek van werkgever hiervan afwijken conform Artikel 4 lid 3 sub k.
Voor de deelnemer eindigt de deelname aan de regeling:
a. op de datum waarop de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt.
b. Bij volledige vroegpensioenering of wanneer werknemer de individuele AOW-leeftijd bereikt.
c. bij overlijden van de werknemer;
d. wanneer de betrokken werknemer en deelnemer gezamenlijk overeenkomen om deelname aan de regeling tussentijds te beëindigen;
e. wanneer de deelnemer handelt in strijd met dit reglement of met door het bestuur van fonds gegeven nadere aanwijzingen.
1. Deelname aan de regeling in dienst van andere werkgever in dezelfde sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever/deelnemer wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een andere werkgever in de sector Bloembollengroothandel dan kan de werknemer het gebruik van de seniorenregeling onder dezelfde voorwaarden voortzetten bij de nieuwe werkgever. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform artikel 6;
2. Deelname aan de regeling in dienst van werkgever in een andere agrarische sector.
Als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de deelnemende werkgever wordt beëindigd en de werknemer treedt in dienst van een werkgever in de sector Glastuinbouw, Dierhouderij of Open Teelten dan kan de werknemer gebruik maken van de seniorenregeling die van toepassing is in de betreffende sector. Hierbij geldt dat:
a. voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld aan deelname aan de seniorenregeling in de betreffende sector;
b. de nieuwe werkgever het verzoek tot deelname z.s.m. na indiensttreding meldt bij CAS conform de voorwaarden gesteld bij het Seniorenreglement van de betreffende sector;
c. de duur dat de werknemer tijdens het dienstverband met de werkgever in de sector Bloembollengroothandel gebruik gemaakt heeft van de seniorenregeling in mindering wordt gebracht op de maximale periode van de seniorenregeling zoals die eventueel in de betreffende sector geldt.
Werkgever heeft geen recht op een vergoeding van het fonds; Indien en zolang de werknemer volledig arbeidsongeschikt is.
Werkgever dient desgevraagd of uit eigen beweging aan de administrateur alle inlichtingen te verstrekken die voor de beoordeling van het recht op vergoeding en de hoogte daarvan van belang kan zijn.
De administrateur is bevoegd controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen van de werkgever.
1. Een bezwaar tegen een besluit van het bestuur betreffende de (ingangsdatum van) deelname, hoogte, herziening of terugvordering van een toegekende vergoeding, moet binnen vier weken na dagtekening van de desbetreffende besluit schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij het bestuur.
2. Het bestuur delegeert de behandeling van het bezwaar als bedoeld in lid 1 aan de sectorcommissie Bloembollengroothandel. De sectorcommissie Bloembollengroothandel neemt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuur een besluit.
3. Indien de werkgever wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen niet instemt met het verzoek van werknemer tot deelname aan de regeling (zie Artikel 4 lid 3) en werknemer van oordeel is dat geen sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen, kan werknemer zijn bezwaar tegen het besluit van werkgever schriftelijk en gemotiveerd voorleggen aan de paritaire commissie Bloembollengroothandel.
4. Tegen een beslissing op het bezwaar als bedoeld in lid 2 of lid 3 is binnen het fonds geen beroep meer mogelijk.
Artikel 5 komt te luiden:
De werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de subsidie aanvraag betreft scholing als bedoeld in artikel 3;
b. de werkgever de werknemer heeft aangemeld bij de Stichting Colland Arbeidsmarkt;
c. aan de werknemer het voor hem beschikbare bedrag als bedoeld in artikel 4 lid 1 nog niet volledig is toegekend;
d. het subsidieplafond nog niet is bereikt;
e. In het geval van beëindiging van de regeling kan de betreffende werknemer geen aanspraak doen gelden op een eventueel resterende subsidie;
f. in afwijking van het gestelde in artikel 2 lid 7 kan een werknemer die werkloos is geworden in aanmerking komen voor een vergoeding indien hij maximaal 6 maanden werkloos is op het moment van indiening van de aanvraag en de voormalig werkgever de premie conform artikel 2 lid 6 voor hem heeft afgedragen.’
Reglement 20 komt te luiden:
Dit reglement is van toepassing op de sector Hoveniersbedrijf, zoals bedoeld in artikel 1, sub C. van de cao Colland.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Een rechtspersoon waarvan de activiteiten hoofdzakelijk gericht zijn op het geven van onderwijs;
De brancheopleiding erkend door branchevereniging VHG, die gegeven wordt door een school voor werknemers in de sector Hoveniers.
Het jaar dat start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;
Het jaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;
i. De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Degene, die bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW in dienst is van een werkgever zoals genoemd in lid e;
Het in verband met het volgen van een cursus te betalen inschrijfgeld, cursusgeld, leermiddelengeld, examengeld en verblijfskosten (exclusief overnachting);
De Stichting Colland Arbeidsmarkt;
Het bestuur van de stichting;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van een sector als bedoeld in artikel 1;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze scholingsregeling.
Een cursus die door de werkgever als maatwerk wordt aangeboden aan werknemers van zijn onderneming;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
De tegemoetkoming die overeenkomstig dit reglement door of namens de stichting verstrekt wordt.
1. De VHG Brancheopleiding bestaat uit drie jaarlijkse trajecten. Het bestuur definieert op basis van de inhoud de betreffende jaarlijkse opleidingen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze worden vervolgens gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
2. De VHG Brancheopleidingen worden gegeven door jaarlijks door de Stichting Onderwijs Groenvoorzieningen (SOG) vastgestelde scholen. Deze scholen worden vervolgens gepubliceerd op www.collandarbeidsmarkt.nl.
3. Bij de beoordeling of de VHG Brancheopleiding in aanmerking komt voor subsidie hanteert het bestuur het uitgangspunt dat de opleiding dient afgesloten te worden met een certificaat en/of diploma.
4. De jaarlijkse opleiding mag niet langer duren dan twaalf maanden.
1. De werkgever of werknemer kan onder navolgende voorwaarden in aanmerking komen voor subsidie:
– Indien de werknemer in de opleidingsperiode tenminste 6 maanden aaneengesloten in dienst is geweest bij een hoveniersbedrijf, dan wordt de volledige subsidie uitbetaald.
– Indien de werknemer in de opleidingsperiode 4 tot 6 maanden aaneengesloten in dienst is geweest bij een hoveniersbedrijf, dan wordt 75% van de subsidie uitbetaald.
– Indien de werknemer in de opleidingsperiode minder dan 4 maanden aaneengesloten in dienst is geweest bij een hoveniersbedrijf, dan wordt geen subsidie uitbetaald.
Voor alle hiervoor genoemde voorwaarden geldt dit voor zowel de cursuskosten, de diplomabonus als de compensatie voor loondoorbetaling.
2. Per werknemer is er maximaal drie maal een vergoeding mogelijk voor cursuskosten, diplomabonus en compensatie voor loondoorbetaling.
3. De subsidie bestaat uit:
– een vergoeding voor de cursuskosten aan degene die de opleiding betaald heeft;
– een diplomabonus aan de werknemer, onafhankelijk of de opleiding betaald is door de werkgever of werknemer;
– met ingang van 1 juli 2025: een compensatie voor de loondoorbetaling aan de werkgever.
Voor de diplomabonus en de compensatie voor loondoorbetaling geldt dat deze zijn gekoppeld aan de aanvraag voor een vergoeding voor de cursuskosten.
4. Het bestuur stelt op advies van de betreffende sectorcommissie de hoogte van de subsidie vast voor zowel de cursuskosten, de diplomabonus als de compensatie voor loondoorbetaling.
5. Het bestuur kan de subsidie jaarlijks op advies van de sectorcommissie per 1 augustus of per 1 januari wijzigen.
6. De hoogte van de subsidies zijn te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
7. De werkgever betaalt met ingang van 1 juli 2025 50% van de opleidingsuren van de VHG Brancheopleiding door aan de werknemer, ongeacht of de opleidingsuren binnen de normale werktijden van de werkgever plaatsvinden. Het uitgangspunt is een opleidingstijd van 160 uur per cursusjaar. Dit leidt tot een doorbetaling van 80 uur per cursusjaar op basis van een fulltime dienstverband. Bij een kleiner dienstverband vindt de doorbetaling naar rato plaats.
8. De hoogte van de compensatie voor loondoorbetaling aan de werkgever is gebaseerd op een fulltime dienstverband. Bij een kleiner dienstverband wordt de compensatie naar rato verstrekt.
9. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. cursuskosten die door andere fondsen of regelingen volledig gesubsidieerd wordt;
b. cursuskosten van cursussen die niet opgenomen zijn in deze regeling;
c. cursuskosten die betrekking hebben op een cursus die gegeven wordt door een school:
i. die (juridisch) gelieerd is aan een specifieke werkgever;
ii. die geen voor eenieder toegankelijke inschrijving voor haar cursusaanbod kent;
iii. die geen marktconforme cursusprijzen hanteert, dit ter beoordeling van de betreffende sectorcommissie;
10. Voor zover cursuskosten op basis van een andere subsidieregeling gedeeltelijk aan de werkgever of werknemer vergoed worden, kan de werkgever of werknemer in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie. Deze aanvullende subsidie bedraagt de cursuskosten minus de ontvangen subsidie op basis van die andere regeling tot de door het bestuur vastgestelde maximum vergoeding per werknemer per kalenderjaar.
1. De werkgever of de werknemer dient de declaratie in via CAS. Indien de werkgever of werknemer geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
2. De declaratie gaat vergezeld van een factuur van de school en het diploma van het betreffende cursusjaar van de werknemer. Hiernaast gaat de declaratie vergezeld van de ondertekende arbeidsovereenkomst of aanvulling op de arbeidsovereenkomst. Uit de ondertekende arbeidsovereenkomst of aanvulling op de arbeidsovereenkomst moet onomwonden duidelijk worden dat er sprake is van doorbetaling van 50% van de opleidingsuren. Indien de werknemer de opleiding wel afrondt maar voor het examen is gezakt, kan er wel een vergoeding voor de cursuskosten en een compensatie voor de loondoorbetaling worden verstrekt.
3. De declaratie wordt niet in behandeling genomen:
a. als deze is ingediend voor de laatste cursusdag;
b. als deze is ingediend vijf maanden na de laatste cursusdag. Bepalend is de datum waarop de administrateur de declaratie ontvangt;
4. De werkgever of de werknemer verklaart door indiening van de declaratie dat:
a. hij de declaratie naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
5. Declaraties kunnen worden ingediend, zolang de middelen dit naar oordeel van het bestuur toelaten
1. De administrateur beoordeelt een declaratie.
2. De declaratie wordt afgewezen als:
a. deze niet aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet;
b. deze onvolledig en/of onjuist is en de ontbrekende en/of juiste gegevens zijn niet binnen vijf maanden na de laatste cursusdag ontvangen;
c. deze overeenkomsten vertoont met een eerdere declaratie ten aanzien waarvan oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling en/of andere onregelmatigheden geconstateerd zijn;
d. de indiener van de declaratie geen medewerking verleent aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 9 lid 1.
3. Indien en voor zover geen sprake is van de in lid 2 bedoelde omstandigheden, wordt de declaratie goedgekeurd en wordt het toe te kennen subsidiebedrag vastgesteld. Hierbij is de op de eerste cursusdag geldende subsidie bepalend.
4. De subsidie wordt berekend over het bedrag van de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2:
a. exclusief eventuele BTW, als de declaratie is ingediend door een werkgever;
b. inclusief eventuele BTW, als de declaratie is ingediend door een werknemer.
5. De administrateur informeert de indiener van de declaratie schriftelijk over de afwijzing respectievelijk goedkeuring van de declaratie. Hierbij wordt de reden van afwijzing respectievelijk de hoogte van het toegekende subsidiebedrag vermeld.
1. De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring van de declaratie.
2. De subsidie wordt uitbetaald aan de debiteur die vermeld staat op de factuur als bedoeld in artikel 5 lid 2.
1. De factuur zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient te voldoen aan de wettelijke vereisten. Daarnaast dienen op de factuur of een gewaarmerkte bijlage vermeld te zijn:
a. de naam van de cursus;
b. de feitelijke cursusdata of het betreffende cursusjaar met start- en einddatum:
c. de namen van de cursist(en);
2. Het diploma van de betreffende cursus wordt geüpload bij de aanvraag. Op het diploma moet vermeld zijn:
a. De naam van de cursus;
b. De naam van de opleiding en school;
c. Handtekening opleider en cursist.
1. Om te controleren op misbruik of oneigenlijk gebruik van de regeling verricht de administrateur structureel een steekproef. De aan deze steekproef gestelde voorwaarden en vereisten staan vermeld in CAS. De stichting is gerechtigd om naar aanleiding van de resultaten van de steekproef aanvullend onderzoek te (laten) verrichten naar de juistheid van de declaratie.
2. De indiener van de declaratie is verplicht om aan de steekproef en een eventueel aanvullend onderzoek mee te werken. Indien deze dit naar oordeel van de administratie niet volledig doet, wordt de declaratie afgewezen.
3. Tot de resultaten van de steekproef en eventueel het aanvullend onderzoek bekend zijn, wordt een subsidietoekenning voor in behandeling zijnde en nieuwe declaraties aangehouden.
Indien op enig moment en op welke wijze dan ook geconstateerd wordt dat sprake is van onregelmatigheden die resulteren in oneigenlijk gebruik of misbruik van de regeling kan het bestuur, na voorafgaand advies van de betreffende sectorcommissie, besluiten om:
a. de goedkeuring van de declaratie en de toekenning van het subsidiebedrag in te trekken of te herzien;
b. de indiener van de declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
c. cursussen verzorgd door scholen die aantoonbaar meewerken aan een onjuiste declaratie voor een nader te bepalen periode uit te sluiten van subsidie;
d. een reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen en bovendien gemaakte kosten, zoals maar niet beperkt tot onderzoekskosten, bij de werkgever in rekening te brengen.
1. Tegen een op grond van dit reglement genomen besluit kan een belanghebbende in beroep gaan.
2. Het beroep dient binnen twee maanden na dagtekening van de beschikking door middel van een schriftelijk en gemotiveerd beroepschrift te worden ingediend bij het bestuur.
3. Het bestuur delegeert de behandeling van het beroep aan de betreffende sectorcommissie. Deze sectorcommissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift door het bestuur een besluit.
4. Tegen een besluit van de sectorcommissie betreffende het beroep is binnen de stichting geen beroep meer mogelijk.
5. Geen beroep is mogelijk indien een declaratie niet in behandeling is genomen op grond van artikel 5 lid 3b of is afgewezen op grond van artikel 6 lid 2b.
De titel van Reglement 22 komt te luiden:
Artikel 2 komt te luiden:
In dit reglement wordt verstaan onder:
Collectieve arbeidsovereenkomst voor de agrarische en aanverwante sectoren inzake sociaal fonds Colland Arbeidsmarkt;
Een sectorrelevante hbo- of universitaire deeltijdopleiding die de werknemer kan combineren met werken;
Een sectorrelevante post-hbo deeltijdopleiding van maximaal 2 jaar die de werknemer kan combineren met werken;
Het jaar dat start op 1 september en loopt tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
Stichting Colland Arbeidsmarkt;
bestuur van de stichting;
De rechtspersoon of natuurlijk persoon zoals bedoeld in artikel 1 sub B cao Colland die premies afdraagt aan de stichting op basis van cao Colland;
Diegene, die bij een werkgever als bedoeld onder g. op basis van een arbeidsovereenkomst conform artikel 7:610 BW in dienst is;
Het voor deelname aan een (post-)hbo- of universitaire deeltijdopleiding verschuldigde bedrag;
tegemoetkoming in de kosten van collegegeld als bedoeld onder i. die overeenkomstig dit reglement door of namens het bestuur wordt verstrekt;
Het conform artikel 3 lid 1 vastgestelde totaalbedrag dat gedurende een bepaald kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling;
De conform artikel 11 van de statuten van de stichting ingestelde commissie ten behoeve van de sector Glastuinbouw;
De administrateur die in opdracht van en namens het bestuur uitvoering geeft aan de administratie die voortvloeit uit deze regeling;
Het Colland Administratie Systeem. Dit is het digitaal loket van de stichting voor declaraties. Het loket is te vinden op www.collandarbeidsmarkt.nl.
schriftelijke bevestiging van inschrijving betreffende de (post-)hbo- of universitaire deeltijdopleiding;
de werkgever waarvan de werknemer een (post-)hbo- of universitaire deeltijdopleiding volgt of de werknemer die een (post-)hbo- of universitaire deeltijdopleiding volgt.’
Artikel 4 komt te luiden:
1. De indiener kan uitsluitend in aanmerking komen voor de subsidie indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. De subsidieaanvraag betreft een (post-)hbo- of universitaire deeltijdopleiding die gevolgd wordt door een werknemer;
b. De opleiding is aantoonbaar sectorrelevant: dat houdt in dat opgedane kennis en vaardigheden in de sector worden ingezet. Dit wordt, namens het bestuur, door de sectorcommissie glastuinbouw beoordeeld;
c. De indiener heeft de werknemer aangemeld bij de stichting;
d. Het subsidieplafond is nog niet bereikt. Peildatum om te bepalen of het subsidieplafond is bereikt, is de datum van goedkeuring van de aanvraag door de administrateur.
e. De subsidieaanvraag is uiterlijk op 31 december na afloop van het betreffende collegejaar compleet, juist en conform lid 2 t/m lid 5 ingediend. Bepalend is de datum waarop de administrateur de aanvraag ontvangt.
f. De indiener verleent zijn medewerking aan een steekproef en eventueel aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 7.
2. De indiener dient de subsidieaanvraag per collegejaar in via CAS. Indien de werkgever geen mogelijkheden heeft om de declaratie via CAS in te dienen, kan dat schriftelijk.
3. De totale opleidingsduur van een post-hbo deeltijdopleiding waarvoor de indiener subsidie aan kan vragen is maximaal 2 jaar. Wanneer het collegegeld voor de totale opleidingsduur in één keer betaald moet worden, mag de indiener in uitzondering op lid 2 de subsidieaanvraag voor de totale opleidingsduur in één keer indienen via CAS. In dat geval krijgt de indiener eenmalig een subsidie, gelijk aan het bedrag dat beschikbaar is voor de subsidieaanvraag van één collegejaar. Deze subsidie wordt voor de gehele opleidingsduur verstrekt, ongeacht de duur waarvoor de opleiding wordt gevolgd.
4. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een bewijs van inschrijving en opgave van het betaalde collegegeld.
5. De indiener verklaart door indiening van de aanvraag dat:
a. hij de aanvraag naar waarheid heeft ingevuld;
b. hij akkoord gaat met het controleren van de gegevens door de administratie;
c. hij bekend is en akkoord gaat met de voorwaarden zoals vermeld in dit reglement.
6. Bij voortijdige beëindiging van de studie wordt reeds toegekende subsidie niet teruggevorderd.’
Artikel 3 komt te luiden:
1. De werknemer kan in aanmerking komen voor subsidie indien de werknemer aantoonbaar direct voorafgaand aan de startdatum van de cursus:
a. in dienst is van de werkgever; en
b. gedurende minimaal 5 aaneengesloten jaren tenminste 26 weken per jaar in dienst is geweest bij de werkgever of een werkgever als bedoeld in artikel 1 sub B. cao Colland die een onderneming uitoefent en is ingedeeld in de sectoren zoals bedoeld in artikel 1 sub C. cao Colland; en
c. de cursus valt onder de definitie als bedoeld in artikel 2 van dit reglement.
2. In afwijking van het gestelde in lid 1 onder a kan een werknemer die werkloos is geworden in aanmerking komen voor subsidie indien hij maximaal 6 maanden werkloos is op het moment van indiening van de aanvraag en de voormalig werkgever de premie conform artikel 1 lid 3 sub f voor hem heeft afgedragen.’
Stcrt. 2024, nr. 14429, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 april 2025 (Stcrt. 2025, nr. 9104).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-18151.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.