Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2023, 75 | pensioenen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2023, 75 | pensioenen |
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gezien de aanvragen van Pensioenfonds Vervoer namens Transport en Logistiek Nederland (TLN), Vereniging van Verticaal Transport (VVT), Taxivervoer Nederland (KNV Zorgvervoer en Taxi), Busvervoer Nederland (KNV Busvervoer), CNV Vakmensen.nl en FNV, daartoe strekkende dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg, ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, gedeeltelijk wordt ingetrokken en wordt gewijzigd voor de in de aanvragen bedoelde groepen van personen in de bedrijfstakken voor het beroepsvervoer over de weg;
Overwegende,
dat tegen de aanvragen tot gedeeltelijke intrekking en wijziging van de verplichtstelling zienswijzen zijn ingediend door Adfiz.
Deze zienswijzen kunnen als volgt worden samengevat:
De zienswijzen richten zich op de voorgestelde aanpassing van de definitie van directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) in de werkingssfeer.
Met de voorgestelde aanpassing wordt aangesloten bij het DGA-begrip uit de socialezekerheidswetgeving en niet langer bij het DGA-begrip uit de Pensioenwet. Volgens zienswijzenhebbende is het gevolg dat de doelgroep van DGA’s die verplicht moeten deelnemen aan de pensioenregeling te substantieel wordt uitgebreid. Zienswijzenhebbende stelt dat dit zorgt voor onnodige kosten voor DGA’s die nu zelf via een private verzekerde regeling pensioen opbouwen en ook voor juridische complicaties. Volgens zienswijzenhebbende is voorgestelde aanpassing ook overbodig omdat toekomstige wetgeving gaat voorzien in uitbreiding van de mogelijkheid voor pensioenopbouw voor een DGA. Om genoemde redenen moet niet worden ingestemd met de voorgestelde aanpassing van de definitie van DGA. Zienswijzenhebbende stelt in plaats daarvan een aanpassing van de werknemersdefinitie uit de Pensioenwet voor om zo bedrijfstakoverstijgend de positie van de DGA op een eenduidige manier goed te regelen.
Overwegende ten aanzien van de zienswijzen,
Het omschrijven en het bepalen van de reikwijdte van de werkingssfeer van de verplichtstelling behoort tot de verantwoordelijkheid van de bij het bedrijfstakpensioenfonds betrokken partijen. Deze verantwoordelijkheid strekt zich ook uit over de definitie van de DGA.
Uit artikel 3, eerste lid, van de Pensioenwet volgt dat een DGA die niet onder (het werknemers-begrip in de zin van) de Pensioenwet valt, toch onder de Pensioenwet kan komen te vallen vanwege verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Hierbij merk ik ten overvloede op dat in de Memorie van Toelichting van de Pensioenwet aandacht is geweest voor bedrijfstakpensioenfondsen die voor deze groep DGA's bij de sociale verzekeringswetten aansluiten.
Ten aanzien van de zienswijzen over de onnodige kosten voor DGA’s wijs ik er op dat zienswijzen die betrekking hebben op kosten voortvloeiend uit de verplichtstelling op grond van paragraaf 4, sub a, van de Beleidsregels Toetsingskader Wet Bpf 2000 worden aangemerkt als evident kansloos.
Gezien het bovenstaande vormen de zienswijzen geen beletsel om tot besluitvorming over te gaan.
Gelet op de artikelen 10, eerste lid, 11, derde lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;
BESLUIT:
Wijzigt het besluit van 8 mei 1964, nr. 64729, Stcrt. 1964, nr. 89 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 januari 2018, Stcrt. 2018, nr. 3268) waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg.
De verplichtstelling tot deelneming komt na gedeeltelijke intrekking en na wijziging te luiden als volgt:
‘De deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg is verplichtgesteld voor de werknemer, geboren op of na 1 januari 1950, vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt tot de eerste dag van de maand waarin hij de pensioenrichtleeftijd als bedoeld in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 heeft bereikt.
De persoon die krachtens arbeidsovereenkomst in dienst is van een onderneming in het Beroepsvervoer over de Weg, dan wel die bij een dergelijke onderneming als chauffeur of kraanmachinist werkzaam is krachtens een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Staatsblad 1998, 300) met een onderneming die zich bezighoudt met het ter beschikking stellen van werknemers als bedoeld in artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Staatsblad 1998, 300), met uitzondering van:
a. de persoon die niet (langer) verplicht verzekerd is voor de wettelijke werknemersverzekeringen;
b. de werknemer die in een onderneming in het Beroepsvervoer over de Weg, waarin anders dan uitsluitend of in hoofdzaak een of meer takken van bedrijf, behorende tot respectieve- lijk het wegvervoer en/of het kraanverhuurbedrijf worden uitgeoefend, niet werkzaam is in een afdeling waarin uitsluitend of in hoofdzaak een of meer der bedoelde takken van bedrijf worden uitgeoefend;
c. de werknemer die krachtens een uitzendovereenkomst als hiervoor bedoeld werkzaam is bij een onderneming in het Beroepsvervoer over de Weg en in dienst is van een onderneming die voldoet aan alle hierna genoemde criteria:
− zich uitsluitend bezig houdt met het ter beschikking stellen van werknemers in de zin van artikel 7:690 BW (Staatsblad 1998, 300); en
− voor ten minste 25% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis uitzendt naar ondernemingen op wie het bepaalde in deze verplichtstellingsbeschikking niet van toepassing is; en
− voor ten minste 15% of meer van het totale premieplichtige loon op jaarbasis werknemers ter beschikking stelt van derden op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 BW (Staatsblad 1998, 300), zoals nader gedefinieerd in bijlage 1 behorend bij artikel 5.1 punt 52 van de Regeling Wet financiering sociale verzekeringen, Stcrt. 2005, nr. 242, in werking getreden per 1 januari 2006. De onderneming heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) als zodanig is vastgesteld; en
− géén onderdeel is van een concern van ondernemingen waarop deze verplichtstellings- beschikking van toepassing is; en
− niet werkzaam is als arbeidspool overeenkomstig afspraken gemaakt door de sociale partners in het wegvervoer- of kraanverhuurbedrijf.
De natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die – al dan niet met winstoogmerk - in een in Nederland gevestigd bedrijf of in een afdeling van een zodanig bedrijf uitsluitend of in hoofdzaak werkzaamheden uitoefent, behorende tot het wegvervoer en/of het kraanverhuurbedrijf, met uitzondering van:
a. het privaatrechtelijke lichaam dat op grond van zijn doelstelling en financiële verhouding tot een of meer publiekrechtelijke lichamen door de Minister van Binnenlandse Zaken is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in Stichting Pensioenfonds A.B.P.;
b. de rechtspersoon, die op 1 januari 1963 als aangesloten werkgever is ingeschreven bij Stichting Pensioenfonds DHL Nederland (voorheen Stichting Pensioenstichting Transport), te Utrecht, zolang de inschrijving als aangesloten werkgever bij die stichting na 1 januari 1963 onafgebroken voortduurt;
c. de rechtspersoon die valt onder de werkingssfeer Stichting Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer, gevestigd te Utrecht en voor zover de onderneming zich niet bezig houdt met het beroepsvervoer over de weg;
Het bedrijf van:
a. het tegen vergoeding vervoeren van goederen over de weg, alsmede het tegen vergoeding vervoeren van goederen over niet voor het openbaar verkeer openstaand terrein;
b. het tegen vergoeding uitvoeren van besloten busvervoer en openbaar vervoer; waarbij onder besloten busvervoer en openbaar vervoer hetzelfde wordt verstaan als in de Wet Personenvervoer 2000 (Wet van 6 juli 2000, Stb. 2000, 314);
c. het tegen betaling zorg- en taxivervoer van personen verrichten; waarbij onder taxivervoer hetzelfde wordt verstaan als in de Wet Personenvervoer 2000 (Wet van 6 juli 2000, Stb. 2000, 314).
Alle in Nederland werkzame ondernemingen waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van het verhuren van mobiele kranen.
De natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die zich – al dan niet met winstoog- merk – in een in Nederland gevestigd bedrijf bezighoudt met beroepsgoederenvervoer over de weg en/of het kraanverhuurbedrijf, met uitzondering van:
a. ondernemingen die in hoofdzaak gemeten naar de loonsom van het bedrijf bouwwerkzaamheden uitvoeren en tevens mobiele kranen exploiteren;
b. ondernemingen die een eigen cao of een andere bedrijfstak-cao dan die voor het beroeps- goederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen dienen toe te passen, dan wel over een eigen vastgelegd arbeidsvoorwaardenpakket beschikken waarvan het niveau ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van de arbeidsvoorwaarden in de bedrijfstak voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, en die voorts voldoen aan de volgende voorwaarden:
− de hoofdactiviteit van de onderneming is een andere dan beroepsgoederenvervoer over de weg, logistieke dienstverlening of verhuur van mobiele kranen. Maatgevend voor de bepaling van de hoofdactiviteit is de juridische eenheid waarvoor de vergunning beroepsgoederenvervoer is aangevraagd of toegekend, dan wel waarbinnen de activiteit van de verhuur van mobiele kranen plaatsvindt.
− in de regel wordt binnen deze juridische eenheid niet meer dan 20% van de omzet gerealiseerd met beroepsgoederenvervoeractiviteiten, logistieke dienstverlening en/of de verhuur van mobiele kranen.
Het verrichten van vergunningplichtig vervoer krachtens de Wet wegvervoer goederen, zoals deze laatstelijk is gewijzigd of aangevuld op 30 juni 2021 (Stcrt. 2021, 286), en/of het tegen vergoeding geheel of ten dele verrichten van vervoer, anders dan van personen over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen.
Het organiseren van goederenstromen en/of het groeperen, lokaliseren, customiseren, assembleren, op maat maken, repareren en retourcontroleren, configureren, ompakken, toevoegen van handleiding, labellen, etiketteren, mengen, mixen, (re)conditioneren, testen, controleren van de kwaliteit en het orderpicken van producten.
De natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die in een in Nederland gevestigde onderneming tegen betaling:
a. gesloten busvervoer verricht in de zin van de Wet personenvervoer 2000 (Stb. 2000, 314) (hierna: Wp);
b. krachtens een vergunning op grond van de Wp taxivervoer verricht in de zin van de Wp;
c. vervoer van personen verricht met een personenauto, over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen;
Niet wordt onder onderneming in het Personenvervoer over de Weg verstaan de natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die zich bezig houdt met vervoer dat valt onder:
− de Wet ambulancevoorzieningen (Stb. 2020, 275 d.d. 9 juli 2020);
− de werkingssfeer van de Stichting Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer.
Motorrijtuig, ingericht tot het vervoer van personen tot een aantal van ten hoogste acht, de bestuurder daaronder niet begrepen, bestemd om personen tegen vergoeding te vervoeren.
De natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon waarmee de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.’
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-75.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.